3. Bijlage_uitvoeringsagenda_Circulair_raadsversie_def.pdf
Tekst van het document
financiële dekking
7 Binnen huidige dekking, nl: programma Amsterdam Impact
monitoring
Zie SMART-doelstellingen hierboven
4.11 Actieplan Groene ICT Eigenaar
Digitale Voorzieningen, Cluster Digitalisering, Innovatie en Informatie
Naam actie
Actieplan Groene ICT
Omschrijving actie
• reductie van de hoeveelheid hardware per medewerker door het aanpassen van het verstrekkingsbeleid; • onderzoek naar de mogelijkheden van het aanbieden van opgeknapte of geherfabriceerde hardware aan eigen medewerkers in plaats van nieuw; • uitrol van RePlanIT-project; dit project stelt eindgebruikers in samenwerking met leveranciers in staat om hun ICT-hardware (laptops en servers) zo circulair mogelijk te beheren.
Ambitie
De gemeente geeft het goede voorbeeld en gaat minder consumeren.
Huidige en gewenste situatie Momenteel ontvangen medewerkers meerdere nieuwe hardwareproducten om de werkzaamheden uit te voeren. In de gewenste situatie gebruiken de medewerkers minimaal een werkplekapparaat bestaande uit een maximale hoeveelheid secundaire grondstoffen. Motivatie
ICT-hardwareproducten zijn bij uitstek lineaire producten met een relatief grote ecologische voetafdruk. Met deze acties bewegen we met onze eigen consumptie naar een circulair hardwaresysteem.
Verwachte impact
Inzichten uit de Monitor CE laten zien dat elektronica een grote impact hebben op onze ecologische voetafdruk. Het voorkomen van materiaalgebruik door het verminderen van onze hardwareconsumptie verkleint deze voetafdruk. Daarbij zorgen we voor kennisdeling en leren met het ReplanIT-project om toe te werken naar handvatten voor een circulair hardewaresyteem.
Looptijd
Looptijd: nu tot Q2 2024
Verwacht resultaat
Het RePlanIT-project stelt eindgebruikers in samenwerking met leveranciers instaat om hun ICT-hardware (laptops en servers) zo circulair mogelijk te beheren. Het doel hiervan is de ecologische footprint te minimaliseren en de grondstoffenefficiëntie te maximaliseren, zonder in te boeten aan functionaliteit en betrouwbaarheid. De levensduur van hardware minimaal verdubbelt van 3 tot 4 naar 6 tot 8 jaar.
Bijdrage aan systeemverandering
De acties uit het actieplan zorgen ervoor dat de gemeente een structurele andere kijk heeft op de grondstoffen van hardware: • Hoe verkleinen we de consumptie van primaire, schaarse en kritieke materialen? • Hoe verlengen wij de levensduur van onze hardware? De uitvoerende stakeholders zijn mede-eigenaar van de opdracht, waardoor de oplossingen passend zullen zijn op hun eigen werkprocessen.
Strategie (voorkomen, verlengen, verwaarden, vervangen)
• refuse • reduce • rethink • repair • reuse
Beleidsinstrumentarium
Normeren (wet- en regelgeving) 7 Beprijzen (financiële instrumenten) 7 Stimuleren (zachte instrumenten)
Organisatie
Eigenaar: AMS Institute, TU Delft Opdrachtgever: Digitale Voorzieningen, Facilitair Bureau, Green Office en Rijkswaterstaat Stakeholders: KPN, Aliter Networks, Ideal & Co, GreenIT, WCoolIT, Amsterdam Economic Board
Vervolgstap
Digitale Voorzieningen implementeert een nieuw hardwarebeleid, gebaseerd op functioneren én ecologische voetafdruk.
Financiële dekking
x Binnen huidige dekking, nl: dekking uit budget Digitale Voorzieningen is geregeld.
Monitoring
Inzicht in het energieverbruik en -opwek, CO2-uitstoot, circulariteit van in- en uitgaande materiaalstromen voor 1) ICT-werkplekmiddelen en 2) duurzame dienst van de ‘grote 4 aanbestedingen’.
Leerdoel
Niet direct
Bijlage bij de Uitvoeringsagenda circulair 2023-2026 | 46
5
Voorstellen Gebouwde omgeving
5.1
Circulair renoveren
Kader Isoleren is nu gericht op verminderen van de energievraag en de kosten voor bewoners. Op termijn levert dat minder CO2-uitstoot op door minder energieverbruik. Maar het gebruik van conventionele bouwmaterialen levert tegelijkertijd op korte termijn een significante verhoging van de CO2-uitstoot op, omdat bij de productie van die bouwmaterialen significante milieuschade (elders) ontstaat. Ook wordt op termijn een afvalprobleem met de gebruikelijke materialen gecreëerd. In de op 19 mei 2020 vastgestelde Strategie Amsterdam circulair 2020 – 2025 is de ambitie opgenomen dat vanaf 2025 50% van de renovaties circulair worden uitgevoerd. Aan deze ambitie is toen geen actielijn of handelingsperspectief voor de bestaande woningvoorraad verbonden. De komende jaren wordt flink ingezet op verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad. Hierdoor wordt minder energie verbruikt wordt en het leefklimaat aangenamer wordt. Voor de inzet van gemeentelijke capaciteit en middelen ligt het zwaartepunt bij het ondersteunen van bewoners die zonder die ondersteuning niet mee kunnen doen in de energietransitie.
Op basis van de Strategie Amsterdam Circulair (19 mei 2020) is de ambitie dat ook hierbij op termijn alleen nog met circulaire materialen gewerkt wordt.1 Om hier stappen in te zetten wordt de komende periode gezamenlijk gewerkt aan de mogelijkheden circulair renoveren te stimuleren en/of indien kostenneutraal mogelijk in te passen in de ondersteuning aan verschillende typen woningeigenaren in 2 projecten: 1. Circulair isoleren gaandeweg onderbrengen in isolatieoffensief. 2. Verkenning circulair werken met woningcorporaties Om dit te kunnen doen is financiële dekking nodig voor de uit te voeren inzet.
1
Circulair isoleren gaandeweg onderbrengen in isolatieoffensief
De gemeente wil vve’s en particuliere woningeigenaren in het kader van het isolatieoffensief stimuleren om hun woning te verbeteren en verduurzamen. Bij voorkeur gebeurt dit direct met circulaire materialen. Dit zijn materialen van hernieuwbare oorsprong (“biobased”) of hergebruikte oorsprong met een lage CO2-impact en schaduwkosten. Belangrijk hiervoor is dat de kosten voor verbetering en verduurzaming niet verder oplopen en daarmee verbetering en verduurzaming verhinderen. Om de mogelijkheden te verkennen en circulaire maatregelen zo goed mogelijk in te passen starten we een aantal activiteiten die een integraal onderdeel worden van het isolatieoffensief.
Stappenplan Hoewel techniek en kennis beschikbaar is, is de markt circulaire renovatie nog aan het verkennen. Dat geldt ook voor biobased isoleren. Circulair bouwmateriaal is al wel breed beschikbaar, maar de meerkosten bedragen vooralsnog 2 tot 8 procent op de conventionele materialen. Voor grotere volumes en het dempen van de prijzen is opschaling van productiecapaciteit vaak nog een noodzakelijke stap. Amsterdam wil op termijn zoveel mogelijk circulair laten isoleren in de stad. Daarom werken we aan het invullen van deze randvoorwaarden door de komende jaren de volgende stappen te zetten: 1. In beeld brengen speelveld Op basis van bestaand (onafhankelijk) onderzoek en gevoed door specialisten (o.a. van R&D) in kaart brengen wat nodig is om te zorgen dat huiseigenaren onder gelijke condities kunnen kiezen voor circulair isoleren in plaats van conventioneel isoleren; 2. Verkenning ondersteuningsaanbod Inpassen verwachte ondersteuningsaanbod van het rijk voor circulaire maatregelen in het ondersteuningsaanbod van het isolatieoffensief om een samenhangend aanbod en verhaal richting eigenaren en bewoners te kunnen bieden; 3.
Planvorming Amsterdamse inzet bepalen: Op basis van stap 1 en 2 en de gestelde randvoorwaarden (beschikbaar en volwaardig alternatief, zonder meerkosten) integreren circulair alternatief waar mogelijk in het ondersteuningsaanbod aan bewoners en woningeigenaren. Ook wordt een langjarige doelstelling voor het circulair isoleren onderdeel van het voorstel. Dit voorstel kan, afhankelijk van de beschikbare capaciteit en de ontwikkelingen op het terrein van meerkosten en beschikbaarheid van circulaire bouwmaterialen, op zijn vroegst eind 2024 aan het gemeentebestuur worden voorgelegd; 4. Uitvoering en monitoring: De voortgang van het isolatieoffensief wordt gemonitord. Indien daar aanleiding toe is zullen voorstellen voor aanpassingen in het ondersteuningsaanbod of doelstellingen voor de volgende bestuursperiode worden voorgesteld.
1 Op dit moment is dat niet mogelijk, onder meer omdat het aandeel circulair isolatiematerialen landelijk niet meer dan 0, 5 % in volume van het totaal is (bron: NIBE). De markt heeft ruimte om de capaciteit te verdubbelen binnen bestaande productiemogelijkheden, maar daarna zijn investeringen in extra productiecapaciteit essentieel. Daarvoor is zicht op ontwikkeling van de vraag nodig. Op dit moment zijn het vooral een aantal koplopers die hier op projectniveau aan werken. Mede door de nog beperkte productieschaal zijn circulaire isolatiematerialen nu nog duurder (2-8%). De toepassingskosten zijn echter wel vergelijkbaar. Op basis van onderzoek in opdracht van de gemeente is de verwachting dat als deze materialen meer en langdurig worden ingekocht, de materialen vergelijkbaar in prijs zullen zijn als de conventionele isolatiematerialen en daarmee het marktaandeel zal toenemen
Bijlage bij de Uitvoeringsagenda circulair 2023-2026 | 47
Organisatie Directie Wonen is eigenaar van het Isolatieoffensief. Wonen zal de inzichten uit actielijn 1 en 2 in perspectief van de totale opgave plaatsen. En van daaruit vertalen in een plan met o.a. regelingen, subsidies, communicatiemiddelen, trainingen. Ruimte en Duurzaamheid (team Circulair en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit) zal ondersteuning leveren in de vorm van: • Kennisontwikkeling en kennisdelen door het beschikbaar stellen van netwerken, kennis en expertise, zoals beschikbare instrumenten om de transitie te versnellen • Adviseren over het toepassen van circulaire principes en monitoren van de ontwikkelingen; • Het organiseren van een gezamenlijk leerproces; • Het lobbyen voor het wegnemen van obstakels die de transitie naar een circulaire economie in de weg staan.
2. Verkenning circulair werken met woningcorporaties De woningcorporaties in Amsterdam bezitten bijna 40% van de woningen in de stad. Zij beheren, onderhouden, isoleren en renoveren de woningen. Momenteel wordt tot 2030 de aanpak voorzien van ca 32.000 woningen met labels E, F en G. Daarmee bieden de woningcorporaties grote kansen voor een impuls aan de circulaire transitie van de gebouwde omgeving. Er wordt al een aantal jaar door woningcorporaties verkend wat circulair werken voor hen kan gaan betekenen. De gemeente Amsterdam is hier vanaf het begin bij betrokken. Deze verkenning krijgt inmiddels onder begeleiding van het bureau C-creators meer substantie. We sluiten aan bij deze beweging van de woningcorporaties door kennis en middelen in te brengen waar dat mogelijk en nodig is. Deelname van corporaties is op basis van vrijwilligheid en staat los van de samenwerkingsafspraken. Voor de gemeente levert betrokkenheid bij deze verkenning ook inhoudelijke inzichten op die gebruikt worden om het gemeentelijk beleid en plannen aan te passen als daar aanleiding toe is.
Mogelijke onderwerpen die daarbij door gemeente of woningcorporaties ‘op de agenda gezet kunnen worden’ zijn: • Welke activiteiten willen corporaties uitvoeren voor het circulair maken van onderhoud-, isolatie of renovatie van hun bezit en wat hebben ze daarvoor nodig? • Welke succesvolle inzichten willen ze gaan opschalen? En wat is er voor nodig om dat te implementeren in de reguliere bedrijfsvoering? • Overwegen van voorstellen voor het stimuleren van circulair isoleren. • Afstemmen van onze inspanningen richting het rijk en andere overheden om regelingen van de grond te krijgen die circulair isoleren versnellen en om belemmeringen van tafel te krijgen, zoals extra financiering en aanpassing in landelijke normering.
Organisatie Directie Wonen en Directie Ruimte en Duurzaamheid zijn samen opdrachtgever. Wonen zal de inzichten die uit deze samenwerking komen in de context van het Amsterdamse Woonbeleid plaatsen en doorontwikkelen tot voorstellen voor het gemeentebestuur. Ruimte en Duurzaamheid (R&D, team Circulair en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit) levert ondersteuning in de vorm van kennisontwikkeling en kennisdeling. R&D draagt zorg voor het ontsluiten van netwerken, kennis en expertise, alsmede beschikbare instrumenten aanvullende middelen om de transitie te versnellen. En waar relevant aansluiten op andere beleidsterreinen waar relevante circulaire ontwikkelingen een rol spelen zoals economie en onderwijs.
Financiën Wonen: Voor de beschreven taken bij Wonen is initieel naar verwachting 1 tot 2 fte per jaar nodig (afhankelijk van de ontwikkelingen) voor circa vijf jaar. Hiervoor is binnen de begroting wonen geen ruimte gereserveerd. Er worden de volgende stappen gezet: a. De wethouder wordt via de staf geïnformeerd over tegenstrijdige ambities en onderstaande stappen. b. De inzet wordt opgenomen in programma circulair met connotatie dat er wordt gewacht op dekking en kostenneutraliteit c. Er wordt geld gevonden via bestuursopdracht duurzame toekomst--> wonen werft en gaat aan de slag d. Er wordt geen geld gevonden. Wonen stelt inzet uit tot nieuwe bestuursperiode Circulair: • In het Jaarplan afdeling Duurzaamheid wordt voor € 50.000,- per jaar aan in kind kennis, expertise en ondersteuning geleverd, zodat de kennisontwikkeling organisatiebreed plaats vindt. • Ruimte en Duurzaamheid (team Circulair) zal jaarlijks € 50.000,- begroten voor in-kind ondersteuning. Bijvoorbeeld door het financieren van een externe partij (nu C–creators) voor het aanjagen van de corporaties, of voor capaciteit om kennisontwikkeling en kennisdelen mogelijk te maken.
Bijlage bij de Uitvoeringsagenda circulair 2023-2026 | 48
5.2
Aanpak ´Circulair, tenzij …´ bij Grond en Ontwikkeling
Naam indiener
Grond en Ontwikkeling
Naam actie (project)
Aanpak Circulair tenzij
Omschrijving actie
1. Vernieuwen en verbeteren van selectiecriteria ter promotie van circulair- en biobased bouwen. Bij het uitvragen op circulaire en biobased bouw in de tenders worden nu standaard selectiecriteria gehanteerd. G&O staat open voor vernieuwing als uit de huidige praktijk en onderzoeken nieuwe betere toepasbare criteria blijken. Hiervoor voeren we de volgende twee acties uit: – Het door R&D getrokken onderzoek naar de duurzame selectiecriteria bij tenders kunnen worden aangepast om circulair- en biobased bouwen en behalen van HHN normen meer te stimuleren dan met de huidige criteria. – Formuleren vervolg op lessen emissieloze hoogbouw, om modulaire en industriële biobased woningbouw te versnellen. Onderwerp van onderzoek is hoe we tot gezamenlijke uitvragen kunnen komen gebaseerd op HNN vanuit de G4. Zodat de productie omhoog kan door meer dezelfde vragen vanuit de gemeenten aan de fabrieken en de kosten omlaag. Trekker is R&D, G&O denkt mee, volgens de beleidsacht over toepasbaarheid in tender beleid. 2. Lessen implementeren uit innovatieprojecten. Er lopen nu verschillende innovatietrajecten binnen de stad waar waardevolle kennis wordt opgedaan welke mogelijk bij kunnen dragen aan een verbetering van de werkprocessen. G&O staat open voor vernieuwing als uit onderzoeken en evaluaties haalbare aanbevelingen en lessen komen voor de werkprocessen.
Hiervoor voeren we de volgende twee acties uit: – Evaluatie en onderzoek naar geleerde lessen uit innovatie projecten (bv. Tenderen, Ambitie bonus, Amstel3 bedrijventerrein gebiedsontwikkeling binnen de Donut). – Waar mogelijk opnemen van de aanbevelingen van de evaluatie en onderzoeken in de werkprocessen via toepassing en doorlopen van de beleidsacht 3. Overkomen van de belemmeringen voor circulair- en biobased bouwen voortkomend uit een split-incentive bij de verdeling van de kosten en baten. Bij investeringen in circulair- en biobased bouw en gebiedsontwikkeling willen de kosten en de baten nog vaak bij verschillende stakeholders landen. Dit heeft een negatieve impact op de groei van duurzame praktijken. We willen dit overkomen door dit te onderzoeken en opzoek te gaan naar handelingsperspectief. Dit inzicht zal komen uit de twee volgende acties: – Een door R&D getrokken verkenning kosten-baten en de split incentive bij circulair- en biobased bouwen en gebiedsontwikkeling en, – Indien uit de verkenning toepasbare mogelijkheden blijken, zal G&O een aanpak formuleren om belemmeringen weg te nemen en kansen te verzilveren. 4. Verbeteren van de uitwerking van gemeentelijke ruimtelijke- en beeldkwaliteit eisen ter promotie van circulair- en biobased bouwen.
Hiervoor voeren we de volgende twee acties uit: – Een onderzoek naar gemeentelijke, ruimtelijke- en of beeldkwaliteit eisen die het circulair en biobased bouwen ontmoedigen en verkennen of die kaders anders kunnen worden geformuleerd. Zowel bij tenders als bij transformaties en woningcorporatieprojecten moet de gemeente zich bewust zijn van de uitwerking van door haar gestelde stedenbouwkundige eisen. – Waar mogelijk opnemen aanbevelingen v.d. evaluatie in de werkprocessen (via toepassing van de beleidsacht)
Ambitie
Circulair ontwikkelen doen we samen, via duidelijke rolverdeling. Beleidsacht staat daarbij centraal Doel is om 50% minder nieuwe (abiotische) grondstoffen te gebruiken
Huidige en gewenste situatie Huidige situatie • Nu hebben we standaard tenders met standaard duurzaamheidscriteria die gebruik van circulair bouwen en biobased materialen stimuleren. • De gemeente hanteert soms stedenbouwkundige eisen die een obstakel kunnen zijn voor circulair en biobased bouwen. • Niet-verplichte duurzaamheid wordt niet verrekend met de grondprijs. • Bij transformaties en in de samenwerkingsafspraken met corporaties worden geen bovenwettelijke eisen gesteld. De gewenste situatie – circulair werken vanaf 2026 • Bij de standaard tenders dragen heldere selectiecriteria optimaal bij aan het behalen van de gemeentelijke duurzaamheidsambities. • De beleidsacht wordt goed doorlopen, instrumenten die goed werken worden waar mogelijk opgenomen in het werkproces. • Bij het vaststellen van stedenbouwkundige- en beeldkwaliteit eisen wordt de impact op circulair en biobased bouwen goed meegewogen. • Wanneer vanuit de beleidsopgave een aanvullende ambitie met bijbehorende dekking is, zijn er mogelijk effectieve, betaalbare en bestuurlijke gewenste financiële stimuleringsregelingen in te zetten die toepassing van meer circulariteit en biobased materiaal aanjagen bij tenders en transformaties en of andere projecten. Dit binnen de kaders van het Uitvoeringskader Duurzaamheid wat invulling geeft aan Gewoon Goed. Motivatie
Bovenwettelijke eisen kunnen niet worden opgelegd. Wel kan een ontwikkelaar gestimuleerd worden om vrijwillig een bovenwettelijke prestatie te leveren via de selectieprocedure bij tenders en bij vrijwillige inzet bij transformatie/ (MRA) convenanten.
Verwachte impact
De impact is indirect door in tenders gerichter te selecteren op circulair bouwen en daarmee circulariteit te stimuleren. Bij transformatieprojecten wordt circulariteit gestimuleerd.
Looptijd
Actie 1:2023 - 2024 Actie 2, 3, 4, : 2024 Afgerond: 2026
Bijlage bij de Uitvoeringsagenda circulair 2023-2026 | 49
5.2
Aanpak ´Circulair, tenzij …´ bij Grond en Ontwikkeling
Naam indiener
Grond en Ontwikkeling
Naam actie (project)
Aanpak Circulair tenzij
Verwacht resultaat
Door bij tenders ook te selecteren op circulariteit winnen vaker de inschrijvers met (bovenwettelijke) prestaties in bouwplannen. Daarmee wordt ook aangetoond dat die betere prestaties haalbaar zijn. Bij transformatie worden ontwikkelaars gestimuleerd. Of dat tot betere prestaties leidt dan ze zonder stimulering hadden gedaan is moeilijk aan te tonen.
Bijdrage aan systeemveranderingen
Actie 1 Leidt tot optimale haalbare circulariteit bij tenders
Strategie (voorkomen, verlengen, verwaarden, vervangen)
Voorkomen: We passen minder materialen toe
Actie 2 leidt tot het innoveren van de werkprocessen
Verlengen: Optimaal gebruik huidige voorraad, repareren, renoveren, isoleren Vervangen: Van abiotische- naar biobased materialen Verwaarden: Hergebruik van vrijkomende materialen maximaliseren
Beleidsinstrumentarium
Normeren (wet- en regelgeving) 7 Beprijzen (financiële instrumenten) 7 Stimuleren (zachte instrumenten)
Organisatie
Actie 1a en 1b. Trekker R&D, samen met G&O worden mogelijke andere selectiecriteria onderzocht die biobased en houtbouw beter stimuleren. Actie 2a. Trekker G&O met ondersteuning van R&D Actie 2b. Trekker G&O Actie 3a. Trekker R&D Actie 3b. Trekker G&O Actie 4a. Trekker R&D Actie 4b. Trekker G&O
Vervolgstap
Actie 1. Aanpak vangt aan in 2023. Tendercriteria worden voortdurend aangepast aan wet en regelgeving en bestuurlijke ambities Actie 2. Aanpak vangt aan in 2023. Innoveren van werkprocessen is ook een voortdurend proces
Financiële dekking
7 Binnen huidige dekking, nl: CE team jaarprogramma capaciteit en capaciteit G&O beleid en programma’s 7 Dekking moet deels nog worden gevonden, nl: Om door te gaan met het donut bedrijventerrein in Amstel III, moet extra dekking gevonden worden. Actie 1a en 1b lopen met onderzoekssubsidie van RVO via TNO en wordt getrokken door AMS. Resultaten zijn er eind dit jaar. Daarna willen we testen op een pilot in Zuidoost met AMS. Daar heeft AMS geld voor vrij gemaakt. Verdere uitwerking kost geld
Monitoring
• Stand van zaken actie 1, 2, 3 en 4 (proces indicatoren) • Effect van de acties op vermindering grondstoffen en milieu-impact (in samenwerking met R&D)
Leerdoel
Verbeteren van de processen om circulair en biobased bouwen te versnellen.
Naam indiener
Grond en Ontwikkeling
5.3
Ruimte maken voor de duurzaamheidstransitie
Eigenaar
Ruimte en Duurzaamheid, team CE
Naam actie
Ruimte maken voor de duurzaamheidstransitie
Omschrijving actie
Voor verschillende stedelijke (duurzaamheids)transities is fysieke ruimte nodig. Met deze actie voeren we een verkenning uit naar mogelijke fysieke plekken en procesmatige en beleidsmatige implicaties om die plekken te reserveren. De focus ligt op openbare ruimte in de woonwijken en op bedrijfsterreinen – bij voorkeur aan water gelegen – voor de duurzaamheidstransitie. Bij de verkenning zijn de volgende beleidsterreinen en uitgangspunten leidend: • op- en overslaglocaties voor circulaire materialen; dus plekken waar veel (bouw)activiteit in de openbare ruimte of woningbouw plaatsvinden; • opslaglocaties voor hernieuwbare energie; dus plekken die bijdragen aan een beter gebalanceerd elektriciteitsnet; • logistieke overslaglocaties; met als belangrijk uitgangspunt ‘Gefundeerd herstellen, Actieplan bruggen en kademuren 2023-2026’, dus plekken waar reductie van zwaar verkeer invloed positieve invloed kan hebben op ingrepen binnen dat programma. Additioneel wordt gekeken naar plekken die momenteel en voorlopig geen functie hebben en als tijdelijke locatie een rol kunnen vervullen. De verkenning leidt tot een concreet plan van aanpak om bepaalde plekken te ontwikkelen voor relevante duurzaamheidstransities.
Bijlage bij de Uitvoeringsagenda circulair 2023-2026 | 50
5.3
Ruimte maken voor de duurzaamheidstransitie
Eigenaar
Ruimte en Duurzaamheid, team CE
Naam actie
Ruimte maken voor de duurzaamheidstransitie
Ambitie
Circulair ontwikkelen doen samen, waarbij de gemeente het goede voorbeeld geeft en circulaire criteria gebruikt. Circulaire materialen dragen bij aan: • Amsterdam klimaatneutraal: CO2-reductie; • circulariteit: reductie primair materiaalgebruik, lagere belasting van het milieu en waardebehoud met uitwisseling en hoogwaardige toepassing van secundaire materialen (‘Hergebruik, tenzij …’). Opslaglocaties voor hernieuwbare energie dragen bij aan: • Amsterdam klimaatneutraal: CO2-reductie; • een toekomstbestendiger elektriciteitsnetwerk; • een alternatief voor (te) grote maatschappelijke investeringen in capaciteitsvergroting van de elektriciteitsnetwerken en vermijding van landschapsvervuiling. Logistieke overslaglocaties dragen bij aan: • schone lucht: minder luchtvervuiling door minder logistieke vervoersbewegingen binnen de stad en meer ruimte voor emissieloos transport over land en water; • Amsterdam klimaatneutraal: CO2-reductie; • minder zwaar verkeer in de stad, waardoor de stad verkeersveiliger wordt en kunstwerken, zoals bruggen en kademuren, minder zwaar belast worden en langer meegaan met als gevolg waardebehoud.
Huidige en gewenste situatie Huidige situatie: De belangrijkste opslaglocatie aan de Theemsweg wordt vanaf heden slechts nog gebruikt voor opslag van grond. Voor de andere materialen, onder meer materialen binnen de circulaire keten van het programma ‘Hergebruik, tenzij …’, is nog maar sporadisch ruimte. Suggesties zijn onder andere locaties onder de A5, op het oude Praxisterrein bij de Westpoort of onder windmolens. Opslaglocaties voor hernieuwbare energie ontbreken. Er zijn te weinig logistieke overslaglocaties, wat leidt tot overbelasting en degradatie van de overige fysieke infrastructuur (kademuren en bruggen). Gewenste situatie: In de stad is voldoende ruimte beschikbaar gemaakt voor op- en overslaglocaties voor circulaire materialen, opslaglocaties van hernieuwbare energie en logistieke overslaglocaties om de duurzaamheidsdoelstellingen van de stad te faciliteren. Zwaar vervoer (bijvoorbeeld afval en bouwverkeer) wordt grotendeels over water gedaan. Motivatie
• Op- en overslaglocaties voor circulaire materialen: de opslaglocatie voor hernieuwbare materialen is noodzakelijk om te voorkomen dat materialen afval worden. Het faciliteert hergebruik in nieuwe bouwwerken en van assets in de openbare ruimte. • Opslaglocaties voor hernieuwbare energie: door opslaglocaties voor energie te regelen, voorkom je problemen op momenten dat het niet waait of de zon niet schijnt. Het bevordert de energietransitie naar hernieuwbare energie en draagt bij aan het oplossen van netcongestie. • Logistieke overslaglocaties: deze helpen met het verkorten van de stedelijke last mile en met het omgaan met de toenemende drukte en gebrek aan ruimte in en rondom Amsterdam. Ook bieden deze ruimte aan klein emissievrij transport over land en water en zorgen voor waardebehoud van bruggen en kademuren door ze minder zwaar te belasten.
Verwachte impact
Als gemeente zetten we in op drie waardeketens, waarvan ‘Gebouwde omgeving’ er een is. Dit vanwege hun economische betekenis voor de stad, hun impact op milieu en klimaat en de mogelijkheden van de gemeente om invloed uit te oefenen. Ook in de laatste publicatie van de Monitor CE die de gemeente jaarlijks uitbrengt, zien we dat deze drie waardeketens het grootste aandeel hebben wat betreft milieu-impact.
Verwacht resultaat
• opgave van hoeveel ruimte er nodig is voor de drie genoemde functies en hoe de functies elkaar onderling kunnen versterken; • keuzes voor locaties zijn gemaakt; • de verwachte impact bij realisatie (per locatie) middels een maatschappelijke kostenbatenanalyse of een soortgelijke benadering.
Bijdrage aan systeemverandering
• Op- en overslaglocaties voor circulaire materialen: zonder op- en overslaglocaties is het vrijwel onmogelijk om bouwmaterialen te hergebruiken. Tijdelijke opslag is dus cruciaal voor de transitie van lineair naar circulair. • Opslaglocaties voor hernieuwbare energie: zonder opslaglocaties voor hernieuwbare energie kunnen de CO2-reductiedoelstellingen in de energietransitie niet gehaald worden. • Logistieke overslaglocaties: logistieke overslaglocaties zijn cruciaal voor de realisatie van de CO2-reductie, waardebehoud van bruggen en kademuren en schoneluchtdoelstellingen Op- overslag en transport van materialen, producten en energie vormen een thema dat verschillende beleidsterreinen bij elkaar brengt. Het biedt een kans om meerdere ambities aan elkaar te knopen, maar brengt ook het risico mee van een mogelijke botsing tussen verschillende ambities. Hiermee wordt het ook een proces van bestuurlijke bewustwording én het maken van politieke keuzes. Aandachtspunt is dat de benodigde ruimte aan locaties in de loop van de tijd structureel wordt gepland en ter beschikking wordt gesteld.
Bijlage bij de Uitvoeringsagenda circulair 2023-2026 | 51
5.3
Ruimte maken voor de duurzaamheidstransitie
Eigenaar
Ruimte en Duurzaamheid, team CE
Naam actie
Ruimte maken voor de duurzaamheidstransitie
Strategie (voorkomen, verlengen, verwaarden, vervangen)
Op- en overslaglocaties voor circulaire materialen: hergebruik van materialen (verwaarden). Door het hergebruik van materialen mogelijk te maken, zijn ook minder primaire abiotische materialen nodig (voorkomen, verlengen). Opslaglocaties voor hernieuwbare energie: hierdoor zijn eveneens minder primaire abiotische materialen nodig (voorkomen, verlengen). Logistieke overslaglocaties: en ook hierdoor zijn minder primaire abiotische materialen nodig (voorkomen, verlengen).
Beleidsinstrumentarium
Dit is geen onderdeel van de onderstaande instrumenten; het gaat hier om het ontwikkelen van beleid en uitvoering door de gemeente zelf Normeren (wet- en regelgeving) Beprijzen (financiële instrumenten) 7 Stimuleren (zachte instrumenten)
Organisatie
Eigenaar: R&D. Op termijn is het voorstel dat, bijvoorbeeld via het managementteam (MT) van Cluster Ruimte en Economie (R&E), een andere eigenaar wordt gevonden. Werkt mee: V&OR, Stadswerken, G&O, R&D, IB, GV en team Actieplan Bruggen en Kademuren. Eventueel worden marktpartijen erbij betrokken, zoals Insert, DuSpot, …
Vervolgstap
• Met de partijen, verkennen hoe we de puzzel kunnen oplossen om ieders belang ruimte te geven in de schaarse openbare ruimte. • Bepalen hoeveel ruimte nodig is voor de drie verschillende soorten opslaglocaties. • Locaties identificeren en beoordelen. • Locaties kiezen en inrichten.
Financiële dekking
Binnen huidige dekking, nl: Dekking moet nog worden gevonden, nl: Verkenning: € 50.000,Voor de realisatie van de locaties zal extra dekking nodig zijn.
Monitoring
Na de realisatie wordt gemonitord hoeveel de locaties bijdragen aan de doelstellingen.
Leerdoel
We leren hoe we meerdere beleidsdoelstellingen en ambities bij elkaar kunnen brengen en hoe we daarin keuzes maken over de beperkte ruimte die daarvoor beschikbaar is.
5.4
Versnelling industriële biobased woningbouwproductie
Eigenaar
Ruimte en Duurzaamheid
Naam actie
Versnelling industriële biobased woningbouwproductie
Omschrijving actie
Industrieel biobased bouwen, modulair 3D én flat pack 2D, kan een bijdrage leveren aan de versnelling van de woningbouwproductie en kent een lagere milieu-voetafdruk dan traditionele bouw. Het kan ook goedkoper, omdat er wordt gestandaardiseerd en de bouwtijd korter is en bovenal, omdat procedures sneller doorlopen kunnen worden. Om deze win-win-win te realiseren, is het belangrijk dat een integrale aanpak wordt opgezet, waarbij beleid, regelgeving, locaties, stedenbouw en vergunningen samen tegen het licht gehouden worden om de versnelling van deze bouwvorm mogelijk te maken.
Ambitie
Circulair ontwikkelen doen we samen.
Huidige en gewenste situatie Huidige situatie: De bouwproductie staat onder druk. Slechts een klein percentage van de woningbouw in Amsterdam is biobased. De impact van de nieuwbouw vanuit ingebedde CO2 is hoog en dreigt de klimaatdoelen te overschrijden. Binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA) hebben we een Green Deal Houtbouw met als doel om in 2025 minimaal 20% houtbouw te realiseren. Gewenste situatie: Versnelling van de woningbouwproductie naar 7500 woningen per jaar, onder andere door versimpelen en verkorten van het bouwproces, versimpelen en verkorten van de bouwprocedures (inclusief toetsing) en een lagere milieu- en klimaatvoetafdruk van de woningbouwproductie in Amsterdam. Ontwikkeling bij R&D, uitvoering uiteindelijk bij G&O. Motivatie
We kiezen voor deze actie, omdat er veel momentum is vanuit het Rijk én de markt én binnen de gemeente. Iedereen wil aan de slag met industriële en modulaire biobased woningbouwproductie.
Verwachte impact
Als gemeente zetten we in op drie waardeketens, waarvan ‘Gebouwde omgeving’ er een is. Dit vanwege hun economische betekenis voor de stad, hun impact op milieu en klimaat en de mogelijkheden van de gemeente om invloed uit te oefenen. Ook in de laatste publicatie van de Monitor CE die de gemeente jaarlijks uitbrengt, zien we dat deze drie waardeketens het grootste aandeel hebben wat betreft milieu-impact.
Bijlage bij de Uitvoeringsagenda circulair 2023-2026 | 52
5.4
Versnelling industriële biobased woningbouwproductie
Eigenaar
Ruimte en Duurzaamheid
Naam actie
Versnelling industriële biobased woningbouwproductie
Looptijd
Plan van Aanpak: Q3 2023 – Q1 2024 Start uitvoering Q2 2024
Verwacht resultaat
Interne processen binnen gemeente zijn aangepast om industrieel biobased bouwen mogelijk te maken. Beleidsmatige belemmeringen zijn opgeheven. Het vergunningstraject is versimpeld en kan versneld worden doorlopen. De milieuvoetafdruk van nieuwbouwwoningen os van 300-400 kg CO2-eq/m2 verlaagd naar <200 kg CO2-eq/m2.
Bijdrage aan systeemverandering
De interne werkprocessen worden aangepast, waardoor een blijvende systeemverandering is gecreëerd.
Strategie (voorkomen, verlengen, verwaarden, vervangen)
Voorkomen: toepassing abiotische grondstoffen en lichter bouwen
Beleidsinstrumentarium
7 Normeren (wet- en regelgeving) 7 Beprijzen (financiële instrumenten) 7 Stimuleren (zachte instrumenten)
Organisatie
Eigenaar: R&D (op korte termijn wordt gezocht naar een andere eigenaar)
Vervangen: biobased materialen (hout) toepassen in plaats van abiotisch
Werkt mee: PMB, R&D, IB, MRA Greendeal houtpartners, consortium emissieloze hoogbouw Zuid Oost Vervolgstap
Aanpak gereed in Q1 2024 Uitvoering loopt in periode 2024-2026
Financiële dekking
7 Binnen huidige dekking, nl: team CE, capaciteit vanuit het jaarprogramma en capaciteit G&O vanuit beleid en programmering 7 Dekking moet nog worden gevonden, nl: € 75.000,- voor de inventarisatie van het versimpelen van procedures en borgen in gestandaardiseerde werkprocessen
Monitoring
• de woningbouwproductie uitgevoerd in biobased materialen; • procestijd en of deze inderdaad verkort kan worden; • kosten per m2; • impact per m2 (CO2-eq/m2).
Leerdoel
We kunnen leren over het versimpelen van procedures door meer standaardisatie toe te passen
5.5
Stedenbouw en circulair bouwen
Eigenaar
Ruimte en Duurzaamheid
Naam actie
Stedenbouw en circulair bouwen
Beoogd resultaat
Circulair bouwen duurzaam verankeren in het werkproces van stedenbouwkundigen en ontwerpers openbare ruimte
Omschrijving actie
Implementatie stedenbouw en circulair bouwen Vanuit een kernteam van ruimtelijk ontwerpers en duurzaamheidsadviseurs worden binnen R&D in samenspraak met onder andere de CRK, IB en G&O via kennisdeling, onderzoek en het onderstaande proefproject concrete handvatten geformuleerd om circulaire stedenbouwkundige principes te verankeren in het proces van gebiedsontwikkeling. Proefproject circulaire gebiedsontwikkeling Zuidoost Voor de gebiedsontwikkeling K-midden in Amsterdam Zuidoost worden aan de hand van een parametrisch model verschillende scenario’s om circulaire gebiedsontwikkeling te maximaliseren, onderzocht. De stedenbouwkundige opzet en circulaire principes worden met elkaar verbonden en kwalitatief (ruimtelijke kwaliteit) en kwantitatief (betaalbaarheid, circulariteit en CO2-impact) beoordeeld. De uitkomst is input voor een geoptimaliseerd stedenbouwkundig plan met significant minder CO2-impact ten opzichte van een conventioneel plan. Opschaling modulair, conceptueel bouwen Modulair of conceptueel bouwen biedt kansen om goedkoper (tot 20%) en sneller (tot 40%) dan conventioneel bouwen, duurzame woningen aan de stad toe te voegen.
In samenwerking met marktpartijen van conceptuele bouwsystemen, reeds actief in Amsterdam, wordt onderzocht welke aanpassingen in het proces (transformatie, tender) en producten (stedenbouwkundig plan, kavelpaspoort) wenselijk of noodzakelijk zijn om modulair bouwen op te schalen.
Bijlage bij de Uitvoeringsagenda circulair 2023-2026 | 53
5.5
Stedenbouw en circulair bouwen
Eigenaar
Ruimte en Duurzaamheid
Naam actie
Stedenbouw en circulair bouwen
Ambitie
Ambities circulaire economie: • transitie naar een circulaire economie; • 50% reductie primaire abiotische grondstoffen 2030; • 100% circulair in 2050. Strategisch doel: • circulair ontwikkelen doen we samen. Operationele doelen: • circulaire gebiedsontwikkeling vanaf 2022; • circulaire gebouwen en openbare ruimte vanaf 2023; • MRA: 20% van nieuwe woongebouwen per 2025 houten of biobased hoofddraagconstructie. Ambities duurzame energie: • Amsterdam is klimaatneutraal in 2050; • reductie CO2-uitstoot (-5% in 2025,-55% in 2030,-95% in 2050, ten opzichte van 1990).
Huidige en gewenste situatie Huidige situatie: Stedenbouwkundigen en andere ruimtelijk ontwerpers zijn nog onvoldoende voorbereid op de transitie naar een circulaire economie en hebben nog onvoldoende concrete handvatten om toe te passen in projecten. Kennis van circulair, biobased bouwen en CO2-impact van de gebouwde omgeving is sterk in ontwikkeling en nog beperkt aanwezig bij ontwerpers, waardoor het onvoldoende benut kan worden in stedenbouwkundige plannen voor toekomstige gebiedsontwikkeling. Gewenste situatie: Ruimtelijk ontwerpers hebben concrete handvatten om circulair bouwen optimaal mogelijk te maken en toe te passen. Dit resulteert in principenota’s, projectnota’s, investeringsnota’s, stedenbouwkundige plannen, plannen voor de openbare ruimte, beeldkwaliteitsplannen en bouwenveloppen die toekomstbestendig zijn en de doelstellingen van circulair bouwen stimuleren en faciliteren. De werkwijze van stedenbouwkundigen en ruimtelijk ontwerpers wordt bijgestuurd, de organisatie wordt voorbereid op de aanscherping van landelijke duurzaamheidseisen in de vorm van onder meer de aanscherping van de MilieuPrestatie Gebouwen (MPG), circulariteitsdoelstellingen, mogelijke introductie CO2-budget, Het Nieuwe Normaal. Motivatie
Om maximale impact op circulariteitsdoelstellingen te krijgen, moeten vroeg in het proces van gebiedsontwikkeling de juiste randvoorwaarden worden bepaald. Deze actie zorgt daarvoor en verzorgt brede en concrete inbedding in de ontwerppraktijk van de gebouwde omgeving.
Verwachte impact
Als gemeente zetten we in op drie waardeketens, waarvan ‘Gebouwde omgeving’ er een is. Dit vanwege hun economische betekenis voor de stad, hun impact op milieu en klimaat en de mogelijkheden van de gemeente om invloed uit te oefenen. Ook in de laatste publicatie van de Monitor CE die de gemeente jaarlijks uitbrengt, zien we dat deze drie waardeketens het grootste aandeel hebben wat betreft milieu-impact. Brede welvaart/donuteconomie: het sociaal fundament wordt versterkt (betaalbare woningen) binnen de grenzen van de planeet (circulair materiaalgebruik).
Looptijd
Looptijd: 6 maanden Finishlijn: juli-december 2023
Verwacht resultaat
Concrete handvatten voor stedenbouwkundigen om de circulaire transitie in gebiedsontwikkeling vorm te geven. Presentatie en publicatie met daarin: • circulaire ontwerpprincipes in woord en beeld; • uitkomsten proefproject K-midden; • standaardteksten voor planproducten; • leidraad samenwerking met marktpartijen.
Bijdrage aan systeemverandering
De werkwijze en focus van stedenbouwkundigen en ontwerpers openbare ruimte aanpassen en borgen, is een structurele verandering die bijdraagt aan de transitie van lineaire naar circulaire economie.
Strategie (voorkomen, verlengen, verwaarden, vervangen)
Voornamelijk: • voorkomen • verlengen • verwaarden
Beleidsinstrumentarium
Dit is geen onderdeel van de onderstaande instrumenten, het gaat om interne instrumenten (handvatten voor opstellen van bijvoorbeeld nota’s) Normeren (wet- en regelgeving) Beprijzen (financiële instrumenten) Stimuleren (zachte instrumenten)
Organisatie
Eigenaar: R&D, afdeling Strategie Werkt mee: CRK, IB, G&O, Cirkelstad, LEVS architecten, woningcorporaties, diverse marktpartijen (ontwikkelaars, bouwsystemen) externe adviseurs/ontwerpbureaus
Vervolgstap
Start proefproject K-midden (mei 2023) Plan van aanpak implementatie en modulair bouwen uitwerken (mei, juni 2023)
Bijlage bij de Uitvoeringsagenda circulair 2023-2026 | 54
5.5
Stedenbouw en circulair bouwen
Eigenaar
Ruimte en Duurzaamheid
Naam actie
Stedenbouw en circulair bouwen
Financiële dekking
Financiële dekking voor het proefproject (circa € 20.000,-) komt uit middelen van R&D, team Duurzame Beleidsrealisatie. De ontwikkeling parametrische tool is deels gedekt vanuit onderzoek emissieloze, modulaire hoogbouw. Voor de overige middelen (€ 100.000,-) zijn extra gelden in het verdeelvoorstel Coalitiemiddelen Circulaire economie bij de voorjaarsnota 2023 aangevraagd.
Monitoring
Succesvolle implementatie werkwijze moet gemonitord worden: • Planproducten: aantallen stedenbouwkundige plannen, beeldkwaliteitsplannen en bouwenveloppen met circulaire ontwerpprincipes. Elk jaar de komende vijf jaar. • Praktijk: aantal projecten waar modulair bouwen en circulair bouwen is toegepast ten opzichte van de totale bouwopgave meten (in BVO en/of woningaantallen). Elk jaar de komende vijf jaar. • Mate van circulariteit en CO2-impact gebiedsontwikkeling per vierkante meter bruto vloeroppervlakte (evaluatie in samenwerking met Cirkelstad) en vierkante meter openbare ruimte. • Percentage primaire grondstoffen gebruikt in gebiedsontwikkeling meten, spiegelen aan beleidsdoelstellingen (50% reductie in 2030).
Leerdoel
• Hoe vertaal je relatief abstracte circulaire ambities naar concrete ontwerpprincipes? • Hoe ontvankelijk of weerbarstig is de gemeentelijke organisatie voor een aanpassing in de werkwijze? • Zijn onze werkwijze en planproducten voldoende flexibel om aan te sluiten bij de wensen en behoeftes van marktpartijen? • Op welke termijn is opschaling van circulair bouwen (modulair en conceptueel bouwen) mogelijk en realistisch?
5.6
Duurzame verdichting
Eigenaar
Ruimte en Duurzaamheid
Naam actie
Duurzame verdichting
Omschrijving actie
Concrete handvatten aanleveren aan ontwerpers hoe circulaire stedenbouwkundige principes te verankeren in het proces van gebiedsontwikkelingen met hoge dichtheden. Het gaat hier om een integraal stedenbouwkundige onderzoek naar duurzaamheid bij bouwen met hoge dichtheid. In dit onderzoek worden lopende stadsontwikkelingen beoordeeld op een aantal duurzaamheidscriteria waarbij een projectie wordt gemaakt van de prestatie van een ontwikkeling als zijnde business as usual en een ‘geoptimaliseerd model’. De duurzaamheidscriteria bestaan kort gezegd uit twee onderdelen: • scope 1 t/m 3 in de systematiek van het bepalen de CO2-uitstoot; • uitgangspunten voor de toekomstbestendige stad zoals gedefinieerd in de omgevingsvisie: ‘vitale stad’, ‘leefbare stad’, ‘gezonde stad’ en ‘duurzame stad.
Ambitie
• circulair ontwikkelen doen we samen; • 7500 woningen realiseren per jaar; • 55% CO2-reductie 2030 95% in 2050; • toekomstbestendige stedenbouw gedefinieerd zoals in de omgevingsvisie: ‘vitaal’, ‘leefbaar’, ‘gezond’ en ‘duurzaam’; • ambitie om ‘circulair te leren werken’.
Huidige en gewenste situatie Huidige situatie: Momenteel wordt dichtheid uitgedrukt in FSI. De omgevingsvisie bevat veel ambities over dichtheid en duurzaamheid, maar er ontbreekt integrale visie op hoe deze ambities in de praktijk worden uitgewerkt op het niveau van de stad. Gewenste situatie: We gaan dichtheid (FSI) koppelen aan een duurzaamheid waarde (MPG/MKI/SCOPE3/CO2pM2 et cetera). We vergelijken modellen van planvorming in de huidige situatie en de nabije toekomst (business as usual) met die van een alternatieve, meer integrale modellen (geoptimaliseerd model). Motivatie
Actualisering hoogbouwvisie in antwoord op de vraag hoe synergie tussen verduurzamen en verdichten wordt gevonden en hoe gebiedsontwikkelingen en transformatie bijdragen aan de energietransitie.
Verwachte impact
Als gemeente zetten we in op drie waardeketens, waarvan ‘Gebouwde omgeving’ er een is. Dit vanwege hun economische betekenis voor de stad, hun impact op milieu en klimaat en de mogelijkheden van de gemeente om invloed uit te oefenen. Ook in de laatste publicatie van de Monitor CE die de gemeente jaarlijks uitbrengt, zien we dat deze drie waardeketens het grootste aandeel hebben wat betreft milieu-impact.
Looptijd
Looptijd: 18 tot 24 maanden Finishlijn: 2025
Bijlage bij de Uitvoeringsagenda circulair 2023-2026 | 55
5.6
Duurzame verdichting
Eigenaar
Ruimte en Duurzaamheid
Naam actie
Duurzame verdichting
Verwacht resultaat
• Concrete handvatten voor ontwerpers hoe circulaire stedenbouwkundige principes te verankeren in het proces van gebiedsontwikkelingen met hoge dichtheden. • De handvatten bevatten een uitwerking van begrip toekomstbestendige stedenbouw, zoals opgenomen in de omgevingsvisie. • De uitkomsten van deze actie worden afgestemd met de betrokkenen van het actiepunt Stedenbouw en circulair bouwen.
Bijdrage aan systeemverandering
Het beoordelingskader (ontwerper) wordt geactualiseerd door twee uitgangspunten in het ontwerp uit te dagen: • duurzaam bouwen = duur • dicht bouwen ≠ duurzaam De uitkomsten van deze actie worden ingebracht in het actiepunt Stedenbouw en circulair bouwen. Dit actiepunt bevat onderdelen die een bijdrage aan de systeemverandering leveren en met het inbrengen van de uitkomsten van duurzame verdichting wordt de systeemverandering gestimuleerd.
Strategie (voorkomen, verlengen, verwaarden, vervangen)
• voorkomen • vervangen (bij transformatie)
Beleidsinstrumentarium
7 Normeren (wet- en regelgeving) 7 Beprijzen (financiële instrumenten) Stimuleren (zachte instrumenten)
Organisatie
Eigenaar: R&D Werkt mee: DGO, team Stad, team Nieuweopgaven, team CE (R&D) en externen
Vervolgstap
De duurzame verdichting wordt opgenomen in het vervolg van de omgevingsvisie (Levende omgevingsvisie)
Financiële dekking
7 Binnen huidige dekking, nl: Capaciteit afdeling Strategie Capaciteit team CE (R&D) 7 Dekking moet nog worden gevonden, nl: € 80.000,- (opdracht aan externen, eerste jaar € 30.000,-)
Monitoring
• projectevaluatie voor Het Nieuwe Normaal; • gebouwd in Amsterdam wordt voortaan gecategoriseerd op duurzaamheid; • monitoring door implementatie van materialenpaspoort en projectevaluaties via HNN
Leerdoel
(Tussentijdse) uitkomsten zijn relevant voor stedenbouw en circulair bouwen.
5.7
Circulair maatschappelijk vastgoed
Eigenaar
Maatschappelijk Vastgoed
Naam actie
Circulaire maatschappelijk voorzieningen Aanpak ‘Circulair, tenzij …’ met als doel 50% minder grondstoffen in 2030 en circulair werken in 2026
Omschrijving actie
De actie richt zich op het verbeteren van werkprocessen en vergroten van het kennisniveau ten einde de circulaire prestaties van maatschappelijke voorzieningen – jeugd-, zorg- en basisvoorzieningen, scholen, sport- en kunst en cultuurgebouwen – in de plint van woongebouwen of in separate gebouwen te vergroten. Dit pakken we graag breed op door: • een verkenning uit te (laten) uitvoeren naar welke circulaire maatregelen (nagenoeg) budgetneutraal kunnen worden uitgevoerd en hoe (circulair jaarplan); • verdieping uit te (laten) voeren van de ‘menukaart normvergoeding scholen en gymzalen’ op circulariteit inclusief gevolgen voor kosten; • verkenningen uit te (laten) voeren naar andere financiering en waardeontwikkeling van de inbouw van maat schappelijke voorzieningen in de plint van een (woon)gebouw; denk aan terugkoop- en leaseconstructies, et cetera; • lessen te leren uit het Innovatiepartnerschap scholen (IPS) en waar mogelijk op te schalen en te integreren in andere projecten van team Maatschappelijk Vastgoed (MV); • resultaten waar mogelijk te implementeren in werkprocessen van het team MV en in de samenwerking met MV, Gemeentelijk Vastgoed (GV) en PMB (circulair jaarplan); • voorlichting en financiële ondersteuning te geven richting schoolbesturen op het gebied van circulariteit, omdat scholen zelf bouwheer zijn inclusief – in de tijd – lessons learned van het IPS.
Ambitie
Circulair ontwikkelen doen we samen, waarbij de gemeente het goede voorbeeld geeft.
Bijlage bij de Uitvoeringsagenda circulair 2023-2026 | 56
5.7
Circulair maatschappelijk vastgoed
Eigenaar
Maatschappelijk Vastgoed
Naam actie
Circulaire maatschappelijk voorzieningen Aanpak ‘Circulair, tenzij …’ met als doel 50% minder grondstoffen in 2030 en circulair werken in 2026
Huidige en gewenste situatie Huidige situatie: • In zowel de ’menukaart normvergoeding scholen en gymzalen’ alsmede het ‘PVE jeugdzorg en basisvoorzieningen’ is beschreven hoe maatschappelijke voorzieningen meer circulair (met focus op houtbouw) zouden kunnen worden gebouwd. De kosten daarvan zijn echter niet opgenomen in de normvergoeding en dientengevolge is er geen budget vanuit de gemeente of het team MV voor circulair bouwen en wordt dit alleen gerealiseerd als er vanuit G&O eisen (en gelden) bestaan. • Een aantal tijdelijke scholen en gymzalen wordt al modulair en van hout gebouwd (en verplaatsbaar) en deze dragen daarmee bij aan de circulaire economie. • Het IPS stuurt aan op scholen waarin circulariteit – onder andere in de vorm van losmaakbaarheid –onderdeel is van de uitvraag. Gewenste situatie: • Maatschappelijke voorzieningen inclusief scholen verminderen hun CO2-emissies en dragen bij aan het verminderen van het gebruik van grondstoffen en dit is in de processen rondom de bouw geborgd. Motivatie
Het sturen op kennisvergroting en verankering in de werkprocessen draagt voor een substantieel deel bij aan de verwezenlijking van de circulaire ambities. Andere innovatievere inkoopprocessen, contractvormen en misschien zelfs financieringsmodellen zouden kunnen faciliteren dat circulair niet per se duurder hoeft te zijn.
Impact
De impact is zowel indirect door verankering van circulariteit in werkprocessen bij de stakeholders binnen maatschappelijk vastgoed (of voorzieningen), alsmede direct door in inkoop en contractvorming te sturen op circulariteit en waar nodig schoolbesturen te stimuleren om meer circulaire maatregelen te nemen. Voor scholen is de gemeente overigens slechts verstrekker van normvergoeding. De school zelf treedt op als bouwheer. In sommige gevallen geeft de school dit bouwheerschap weer terug aan de gemeente, maar in veel meer gevallen gebeurt dit niet en is de invloed van de gemeente slechts adviserend.
Looptijd
Verkenningen : herfst 2023 – voorjaar 2024 IPS-lessen: herfst 2023 tot 1 jaar na oplevering eerste tranche IPS-scholen Opschalen en integreren in fase 1: zomer 2024- 2025 Opschalen en integreren in fase 2: zomer 2025- 2026 Voorbehoud: • lopende projecten en projecten in voorbereiding mogen niet gaan vertragen; • na iedere fase komt er een goedkeuringsmoment van het MT MV en de stuurgroep JZB voor het starten van de volgende fase. Bij iedere fase wordt deze bouwsteen herijkt en wordt opnieuw gekeken of de financiële middelen toereikend zijn of moeten worden uitgebreid (voor bijvoorbeeld extra onderzoeken of capaciteit); • de te behalen resultaten kunnen alleen worden bereikt, wanneer de benodigde extra middelen worden verstrekt.
Verwacht resultaat
Bij aanbestedingen van zelfstandige maatschappelijke voorzieningen is circulariteit overeenkomstig de dan geldende wetgeving of standaard op dit gebied. Circulariteit is een standaardonderdeel van de projectstart en wordt ook uitgevraagd, mits financiële middelen toereikend zijn en andere klimaatdoelen worden meegewogen. Bij maatschappelijke voorzieningen in de plint (inbouwpakketten) wordt gestuurd op circulariteit, waarbij de prijs van het inbouwpakket niet hoger is dan de beschikbare middelen.
Bijdrage aan systeemverandering
Verankering in werkprocessen MV, GV en PMB en verbreding van kennisniveau maakt daarbij dat er nog beter gestuurd kan worden op realisatie en haalbaarheid van circulaire maatregelen. Externe stakeholders worden, waar mogelijk en in overleg met schoolbesturen en GV en PMB, eerder in het proces betrokken, liefst niet op basis van een ontwerp, maar eerder in het proces op basis van samenwerkingsbereidheid en prestaties op duurzaamheid en circulair. Deze manier van inkopen en aanbesteden wordt, waar mogelijk, de nieuwe standaard, als deze succesvol blijkt na evaluatie.
Strategie (voorkomen, verlengen, verwaarden, vervangen)
• verlengen • vervangen
Beleidsinstrumentarium
Normeren (wet- en regelgeving) 7 Beprijzen (financiële instrumenten) 7 Stimuleren (zachte instrumenten)
Organisatie
Eigenaar: driehoek MV, GV en PMB Werkt mee: G&O, R&D, IB
Vervolgstap
Aanpak gereed in herfst 2023 Uitvoering loopt in periode 2024-2026
Financiële dekking
In de voorjaarsnota van 2023 is er voor MV een extra investeringsvermogen opgenomen om onder andere het vastgoed te verduurzamen. Uit die middelen kunnen deze acties worden gefinancierd
Bijlage bij de Uitvoeringsagenda circulair 2023-2026 | 57
5.7
Circulair maatschappelijk vastgoed
Eigenaar
Maatschappelijk Vastgoed
Naam actie
Circulaire maatschappelijk voorzieningen Aanpak ‘Circulair, tenzij …’ met als doel 50% minder grondstoffen in 2030 en circulair werken in 2026
Financiële raming
Ad 1) Verkenning uitvoeren naar welke circulaire maatregelen (nagenoeg) budgetneutraal kunnen worden uitgevoerd door externe adviseur: € 35.000,-. Ad 2) Verdieping van de menukaart normvergoeding scholen en sportgebouwen op circulariteit inclusief gevolgen voor de kosten uit te (laten) voeren door een externe partij: € 35.000,-. Ad 3) Verkenning andere financieringsmodellen inbouwpakket in plint van (woon)gebouwen: € 35.000,-. Ad 4, 5 en 6) Verlengen en opplussen capaciteit duurzaamheid binnen team MV met twee fte’s vanaf zomer 2023 tot en met de afronding van de bouwsteen in 2026 voor onder andere implementeren, circulair jaarplan, aansturen, verkenning businesscase restwaarde, etcetera: 2 x jaarsalaris à € 200.000,- (vanaf maart ’23, voortzetten werkzaamheden huidige adviseur duurzaamheid) en 2 x jaarsalaris à € 200.000,-. Ad 6) Reservering van een budget ten behoeve van financiële ondersteuning richting schoolbesturen om bij naderende renovatie een waarde- en materiaalinventarisatie te laten uitvoeren voor een optimale circulaire renovatie (scenario’s) in tranches. Tranche 1 gaat om ongeveer 35 scholen die nu op prioriteitenlijst staan. De overige scholen komen later in de tijd (na 2026). Tranche 1 is begroot op € 50.000,-, maar dit is een richtbedrag. Hiervoor moeten we nog offertes aanvragen. Monitoring van de hoeveelheid grondstoffen en CO2.
Deze kostenindicatie kan nu niet gegeven worden, omdat deze zal moeten gebeuren bijvoorbeeld Green Office, team CE (R&D) of een externe adviseur (zie ook Monitoring).
Monitoring
• stand van zaken verkenning, geleerde lessen en opschaling strategie (procesindicatoren); • de hoeveelheid nieuw maatschappelijk vastgoed dat met eisen op het gebied van circulariteit wordt gerealiseerd; • de hoeveelheid grondstoffen en CO2; dit kan MV niet zelf monitoren en dient bijvoorbeeld Green Office, team CE (R&D) of een externe adviseur te doen. Randvoorwaardelijk kunnen we in samenwerking met GV en PMB wel iets betekenen (uitvragen MPG et cetera), maar dan moeten we in de toekomst samen met Greenoffice, team CE (R&D) of externe adviseur bekijken wat de beste parameters zijn.
Leerdoel
De resultaten van de diverse acties benoemd in deze bouwsteen, kunnen interessant zijn voor andere directies zoals S&B, GV, FB, PMB-BMV, IB.
5.8
Vastgoed Circulair Jaarplan
Eigenaar
Gemeentelijk Vastgoed
Naam actie
Vastgoed Circulair Jaarplan, circulair onderhouden en ontwerpen Gemeentelijk Vastgoed
Omschrijving actie
GV is bezig met een jaarplan om het vastgoed van de gemeente vanaf 2023 circulair te onderhouden én te ontwerpen. Hiervoor zijn negen acties geformuleerd die aansluiten bij zowel de Uitvoeringsagenda circulair als de primaire processen van Gemeentelijk Vastgoed, variërend van een materiaalstroomanalyse, het formuleren van inkoopvoorwaarden, kennisontwikkeling tot aan bijdragen aan de ontwikkeling van een tool voor adaptief bouwen en opschaling van het materiaalpaspoort voor gebouwen.
Ambitie
• Het jaarplan draagt bij aan de huidige en toekomstige ontwikkeling om waardebehoud en waardecreatie in kaart te brengen. • Maatschappelijk Verantwoord Investeren en Opdrachtgeven (MVI&O) voor de projecten in de eigen huisvesting en het maatschappelijk vastgoed. Het bevorderen van circulariteit in toekomstige projecten via inkoop-, ontwerp- en realisatie- en onderhoudsprocessen • De samenwerking aangaan met marktpartijen uit het mkb en externe stakeholders. • GV vergroot de vraag aan de markt om circulair werken, maakt gebruik van het aanbod in de markt en draagt bij aan het sluiten van kringlopen binnen de bouweconomie. • De plannen sluiten aan bij deelstrategie G2 van de strategische agenda: de gemeente geeft het goede voorbeeld en gebruikt circulaire criteria. • De plannen sluiten ook aan bij actierichting G2.2 van de strategische agenda: scherp gemeentelijke interne processen aan: stimuleer.
Huidige en gewenste situatie Op dit moment is nog maar een klein percentage van de gemeente circulair. Alle genoemde acties in het jaarplan dragen bij aan het verlagen van de ingebedde CO2-emissie van materialen bij bouwactiviteiten met 50% in 2030. Motivatie
Door het jaarplan vast te leggen en de acties te realiseren, verlaagt GV de eigen klimaatimpact.
Verwachte impact
• Ecologische en sociale effecten van in- en uitkomende grondstoffen, materialen en producten bij de ontwikkeling, beheer, onderhoud en sloop waar GV opdrachtgever is. • Het stimuleren van het verantwoord gebruik (waardebehoud) van het verhuurde. • Het voorbeeld stellen voor andere opdrachtgevers van raamcontractanten tot betere materiaalkeuzes.. • Inzicht in de mogelijkheden om met contractpartijen van lopende contracten in overleg te treden. • Bijdrage aan de ontwikkeling van tools en wet- en regelgeving voor circulair inkopen. Dit kan verder gaan dan de al bestaande tools. Juist aansluiten bijvoorbeeld bij IPS, KCI-methode Rijkswaterstaat, Marktvisie Programma Bruggen en Kademuren, Oeverprogramma en bij de gebiedsaannemers in de Provincie Noord-Holland.
Looptijd
Looptijd: 2023 Finishlijn: 2024
Bijlage bij de Uitvoeringsagenda circulair 2023-2026 | 58
5.8
Vastgoed Circulair Jaarplan
Eigenaar
Gemeentelijk Vastgoed
Naam actie
Vastgoed Circulair Jaarplan, circulair onderhouden en ontwerpen Gemeentelijk Vastgoed
Verwacht resultaat
• Nieuwe raamovereenkomst met circulaire criteria voor dakonderhoud (en mogelijke vervanging) met sturing op levensduurverlenging, hergebruik en materiaalkeuze (Q4 2023). • Nieuwe raamovereenkomst met circulaire criteria voor installatie-onderhoud maatschappelijk vastgoed (Q4 2023) • Bij lopende raamovereenkomsten loodgieterswerk, schilderen en zonnepanelen mogelijkheden maatwerk onderzoeken bespreken met contractpartijen (Q2 2023). • Inkoopcriteria en richtlijn vaststellen voor circulaire isolatiematerialen en daarbij de negatieve milieueffecten bij energetische verduurzaming verder beperken (Q3 2023). • Bijdrage aan ontwikkeling betaversie Adaptief vermogen gebouwen (Q3 2023). • Bestaande werkbare ontwikkelingen uit de markt introduceren en bruikbaar maken voor en opnemen in huidige werkprocessen; stappen maken en ruimte geven aan behoefte en innovatie (Q1-Q4 2023). • Nulmeting klimaatimpact materiaalstroming vastgoed (Q2 2023). • Start met voorbereiding voor implementatie 3D-modellen en materialenpaspoorten (Q3 2024). • Inspiratie- en kennissessies en locatiebezoek, gericht op de acties in het jaarplan en om kennis op te doen over circulaire principes en strategieën en marktontwikkelingen (Q1-4 2023).
Bijdrage aan systeemverandering
Als gemeente zetten we in op drie waardeketens, waarvan ‘Gebouwde omgeving’ er een is. Dit vanwege hun economische betekenis voor de stad, hun impact op milieu en klimaat en de mogelijkheden van de gemeente om invloed uit te oefenen. Ook in de laatste publicatie van de Monitor CE die de gemeente jaarlijks uitbrengt, zien we dat deze drie waardeketens het grootste aandeel hebben wat betreft milieu-impact.
Strategie (voorkomen, verlengen, verwaarden, vervangen)
De acties zijn gericht op verschillende treden van de R-ladder.
Beleidsinstrumentarium
7 Normeren (wet- en regelgeving) Beprijzen (financiële instrumenten) 7 Stimuleren (zachte instrumenten)
Organisatie
Eigenaar: GV Werkt mee: Green Office, I-domein en team CE
Vervolgstap
Het uitvoeren van Jaarplan en vervolgacties voor 2024 formuleren.
Financiële dekking
Met uitzondering van de implementatie van 3D-modellen en het materialenpaspoort waar nog geen middelen voor zijn, bekostigt Gemeentelijk Vastgoed de activiteiten uit het jaarplan uit eigen middelen..
Monitoring
Nader te bepalen door betrokken partijen. Opzetten monitoring is gestart.
Leerdoel
Het jaarplan is een voorbeeld voor andere afdelingen binnen de gemeente hoe circulariteit te verankeren.
5.9
Circulair beheer en onderhoud openbare ruimte