CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

- 26 Grondzaken (31) 2 20211018 Bijlagen Investeringsnota Lodewijk van Deys

RAAD 22 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Investeringsnota Lodewijk van Deysselbuurt en het beschikbaar stellen van een krediet VN2021-02940024.805 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

de belangrijkste innovatieprijs van het Ministerie van Binnenlandse Zaken gewonnen, als voorbeeld van hoe in naoorlogse wijken nieuwe kansen worden geboden. Het idee is om in de Deysselstraat een van de blokjes te ontwikkelen tot een ‘ondernemershub’. Drempelverlagend, mensen aan het werk helpen, kleinschalig en buurtgericht, dat is het idee. Dit moeten we nog uitwerken en de haalbaarheid onderzoeken. Als starters uit de buurt geholpen kunnen worden heeft dat onze voorkeur. Maar ook hier geldt dat dat geen absolute voorwaarde is. Buurtbewoners gebruiken ook voorzieningen in andere buurten. BPF 23: ‘Lokale ondernemer’. Zijn dit uitsluitend ondernemers die in de buurt wonen? Zo ja, hoe wordt dit geborgd? En wat als er onvoldoende lokale ondernemers zijn? ANTW: Bedoeld wordt: ondernemers die zich met hun zaak richten op de directe omgeving. We hebben het dan niet over grote bedrijven als Albert Heijn, de Blokker of de Gamma. Zie verder ook de antwoorden op de voorgaande vragen. BPF 24: ‘activiteiten die passen bij kleinschaligheid’. Benoem deze. Wie/wat bepaalt of de activiteit kleinschalig is. ANTW: Kleinschalige activiteiten wil zeggen eenmanszaken, of met een enkel personeelslid, en gericht op de directe omgeving.

23

Kleinschalige bedrijvigheid zijn bedrijven/kantoren van maximaal 250 m2 groot, met een wat breder bereik (wijkniveau). Dit wordt meer voorzien voor de Burgemeester Röellstraat. Grootschalig is grote winkelbedrijven die een groot afzetgebied hebben. Alle toekomstige activiteiten en huurders zijn nu nog niet bekend. Maar zoals eerder al gemeld verhuurt Rochdale alleen aan ondernemers die passen bij de doelen zoals hierboven bij de antwoorden op eerdere vragen omschreven. BPF 25: ‘Kans geven aan startende ondernemers’. Is dit een fysieke uitvoering of een meer administratieve ondersteuning? Hoe/ waar en hoeveel? ANTW: Zie vraag 22 hierboven. De ondernemershub is een in de buurt nog niet bestaand concept. Het plan moet verder worden uitgewerkt. Door het aanbieden van ruimte in een andere vorm en met andere voorwaarden dan nu gebruikelijk is, hopen we een groep te faciliteren die nu weinig kans heeft om een onderneming te starten. BPF 26: ‘Leerwerkplekken’. Zijn deze alleen voor buurtbewoners? Hoe wordt dit gewaarborgd? Hoe en waar wordt dit gerealiseerd? ANTW: Bij de ‘ondernemershub’ draait het om werken, meedoen, ervaring op doen. Dat zou ook een plek kunnen zijn waar leerwerk-plekken kunnen komen. Maar leerwerk-plekken moeten ook op veel andere plekken gevonden worden, de vraag ernaar is erg groot. Ook de aannemer die de vernieuwing gaat doen kan leerwerk-plekken bieden.

WPI is een van de gemeentelijke organisaties belast met het organiseren van de leerwerk-plekken. Mogelijk krijgt WPI een plek binnen de ondernemershub. Zoals gezegd moet het plan nader onderzocht worden op haalbaarheid. Leerwerk-plekken die in de buurt ontstaan worden bij voorkeur uitgegeven aan kandidaten uit de buurt. Er is geen garantie dat dit altijd lukt, er moet een match zijn tussen de leerwerk-plek en de kandidaat. BPF 27: Buurtpunt van Rochdale; Is deze nog nodig na de vernieuwing? ANTW: De vernieuwing gaat nog zeker 10 jaar duren. Het buurtpunt heeft een belangrijke functie in de buurt. Medewerkers van Rochdale zijn direct aanspreekbaar en bekenden in de buurt. Het buurtpunt wordt ook gebruikt voor diverse spreekuren, ook voor de vernieuwing. Wij gaan er vanuit dat het buurtpunt komende jaren zeker een functie heeft. Hoe dat na de vernieuwing zal zijn weten wij nu nog niet, dat is te ver weg. Wel denken wij dat het altijd belangrijk is om met medewerkers in de buurt zelf aanwezig te zijn.

BPF 28: Meerdere voorzieningen onder 1 dak midden in de buurt (LvD straat), zorgt dit er juist niet voor dat de drempel voor bewoners verhoogd wordt om hulp te vragen, omdat zij hierdoor een grotere kans hebben gezien te worden door medeburen (schaamtecultuur)? ANTW: Meerdere voorzieningen onder één dak helpt er – ook volgens betrokken maatschappelijke organisaties – juist voor dat het makkelijker wordt om even naar binnen te lopen. Immers, de buren weten niet of men naar binnen loopt om mee te doen aan een activiteit bij de Social garden, of dat men door loopt naar een medewerker van het Sociaal Buurtteam. Het Sociaal Buurtteam biedt een 24

scala aan hulp en advies. Niemand die aan de buitenkant ziet waar het bezoek over gaat. We noemen dit concept ook wel de “ontkleurde voordeur”. Naar binnen gaan bij een schuldhulpinstantie is voor veel bewoners inderdaad iets waar men schaamte bij voelt. We willen de drempel zo laag mogelijk maken. Dat doen we door functies te mengen en de plek aantrekkelijk vorm te geven. Vanwege het belang van deze voorziening, is deze (het community-center / Bromley) gesitueerd midden in de buurt, aan de Deysselstraat.

Hieronder de beantwoording van het tweede deel van uw vragenlijst Algemeen: 1. Benoem maatschappelijke voorzieningen. 2. Benoem voorzieningen. 3. Benoem onderneming. 4. Benoem kleine horeca. 5. Benoem kleine ondernemers. ANTW: We gaan er van uit dat met de uitleg in dit document ook de bovenstaande benamingen helder zijn. BPF 6: Hoe stel je vast dat het aantal m2 bedrijfsruimte niet te veel is en zorg je ervoor dat er nu en in de toekomst geen leegstand ontstaat? ANTW: De gemeente hanteert normen voor de verhouding tussen het aantal woningen / inwoners en het gewenste aantal vierkante meters voor voorzieningen. Het voorziene programma in de Deysselbuurt sluit aan op de gemeentelijke normen. De gewenste aantallen vierkante meters zijn gebaseerd op zowel de huidige bewoners als ook de nieuwe instroom door de verdichting. BPF 7: Hoe zorg je ervoor dat de “zwakkere” groepen die nu moeilijk te bereiken zijn, in de toekomst wel bereikt kunnen worden ? ANTW: We willen bewoners die een achterstand hebben op verschillende manieren vooruit helpen. In de eerste plaats doen we dat door woningen te maken die beter aansluiten op wat mensen nodig hebben. Soms betekent dat dat er extra aandacht is voor veiligheid. Of voor toegankelijkheid (liftontsluiting). Of doordat geregeld is dat er zorg in de buurt aanwezig is die kwetsbare huurders helpt bij het zelfstandig wonen.

Met zorgpartijen ontwikkelen wij een woonconcept waarbij wonen en zorg beter op elkaar zijn afgestemd (de Wooncirkel). Maar ook de voorzieningen moeten helpen om mensen vooruit te helpen. Daarom is het jongerencentrum belangrijk, met scholing en coaching. En gaat het community-center helpen met hulp en advies. Niet op afstand, maar direct om de hoek. Ook de maatschappelijke programma’s worden beter op elkaar afgestemd. BPF 8: Kan er een garantie afgeven worden dat het bestemmingsplan in de toekomst niet veranderd en er alsnog vergunningen worden afgeven voor Horeca en Detailhandel? ANTW: De garanties dat het bestemmingsplan in de toekomst nooit wordt aangepast kunnen we niet geven. Dat is in andere buurten niet anders. Hiervoor gelden vaste procedures met inspraak en bezwaarmogelijkheden voor bewoners. 25

BPF 9: Er wordt hoog ingezet op maatschappelijke organisaties die de leefbaarheid moeten verbeteren (jongerenwerk, onderwijs, werk en inkomen, sociaal maatschappelijke ondersteuning enz.). Er wordt hier ook veel ruimte voor beschikbaar gemaakt. Het lijkt erop dat dit vooral gebaseerd is op de huidige (zeer slechte) situatie. Het is de verwachting dat de vernieuwing deze situatie zal verbeteren en de situatie er over 10 jaar veel beter uit zal zien. Is deze inzet dan niet te hoog? ANTW: De Deysselbuurt is op dit moment helaas de slechtst scorende buurt van Amsterdam, wat betreft de sociaal maatschappelijke positie van de bewoners. Denk dan aan thema’s als armoede, schulden, laag-geletterdheid, schooluitval, gezondheid. Er moet nog veel gebeuren voordat de buurt op het gemiddelde niveau kan komen. Door de komst van nieuwe bewoners zullen de gemiddelde cijfers zeker verbeteren. Maar we willen alle bewoners de mogelijkheid geven om in de buurt te blijven wonen en hen, die dat nodig hebben, helpen hun sociaal maatschappelijke positie te verbeteren. Het is overigens niet zo dat de Deysselbuurt veel meer voorzieningen gaat krijgen dan andere buurten. De nieuwe school betreft een vervanging – en verbetering – van een bestaande school. Het jongerencentrum is inderdaad een voorziening die er nu niet is, maar veel andere buurten ook hebben.

In het community center zal het Sociaal Buurtteam een belangrijke aanbieder zijn van maatschappelijke diensten. Het Sociaal buurtteam is een nieuwe en andere vorm om diensten aan te bieden aan de burger en de hulpverlening toegankelijker te maken en efficiënter. Ook hier geldt dat dit aanbod van maatschappelijke diensten niet per se groter gaat worden, maar wel dat het wel anders georganiseerd wordt (met bijpassende huisvesting). BPF 10: Welke eisen worden er gesteld aan het huren van ruimtes door organisaties? ANTW: De betreffende maatschappelijke organisatie huurt de ruimte en soms is de gemeente de huurder. De organisatie moet een bijdrage kunnen leveren aan de opgave in de buurt (of als deze buurtoverstijgend is aan de opgave van Slotermeer/Nieuw West). Belangrijk is dat de ruimtes toegankelijk zijn voor publiek en dat de inrichting van bijvoorbeeld etalages transparant is. Gesloten gevels zijn slecht voor de leefbaarheid en veiligheid. BPF 11: Door wie en hoe worden deze maatschappelijke organisaties geselecteerd? ANTW: De gemeente is verantwoordelijk voor de opdrachtverlening en subsidiering van een deel van de maatschappelijke organisaties (Niet van allemaal. Soms zijn er andere financieringsbronnen, zoals via verzekeringsmaatschappijen). Rochdale bepaalt uiteindelijk met wie een contract wordt afgesloten. Over de keuzes is dan ook vaak veel afstemming.

Rochdale en gemeente zijn het eens over de belangrijkste maatschappelijke voorzieningen voor de Deysselbuurt. BPF 12: Door wie en hoe worden de ondernemingen geselecteerd? ANTW: Dat is de verantwoordelijkheid van Rochdale. Maar het beleid hierin komt voort uit gesprek met veel partijen. Wij hebben het BPF uitgenodigd om een voorkeurslijst met gewenste functies voor de Deysselstraat aan te dragen. Welke functies zou u er graag willen zien? BPF 13: Kunnen de buurtbewoners zich uitspreken over hun behoefte aan voorzieningen? Zo ja, hoe en wanneer? ANTW: Met het BPF is een schets gedeeld van voorzieningen waarvan de gemeente, Rochdale en maatschappelijke organisaties denken dat deze de buurt en de bewoners beter gaat maken. Met 26

deze voorzieningen denken we een slag te kunnen maken. Wij zijn benieuwd of het BPF en andere bewoners hierin nog zaken missen. Dat horen we graag. Wij hebben een schets laten zien maar de verschillende voorzieningen moeten verder worden uitgewerkt. Daar hebben we de bewoners bij nodig. De gesprekken rond het jongerencentrum en ook rond de vernieuwde Social Garden zijn gestart. Uw input is nodig om op deze plekken de juiste programma’s op te kunnen zetten. Maar er kan ook meegedacht worden over hoe de gebouwen ingericht en ontsloten moeten worden, zodat ze goed passen in de straat. BPF 14: Om de sociaal economische positie van bewoners te verbeteren in de nieuwe situatie moet je ervoor zorgen dat de groep die nu nog niet meedoet op verschillende gebieden mee gaat doen, hoe gaan jullie hiervoor zorgen met het voorzieningenprogramma dat er nu ligt? Enkel nieuwe woningen (midden huur vrije sector en koop) in de buurt toevoegen helpt deze groep niet met het verbeteren van hun positie. ANTW: Dat klopt, alleen het bouwen van nieuwe woningen zal mensen in een kwetsbare positie niet verder helpen. Daarom zijn ook de voorzieningen belangrijk en de programma’s die daar gemaakt gaan worden. Zie ook het antwoord bij vraag 9.

BPF 15: Hoe wordt gewaarborgd dat alle maatschappelijke voorzieningen ten eerste ten goede komen aan de bewoners van de Deysselbuurt? (Denk aan het jongerencentrum, hulp bij zoeken/aanbieden van leerwerk/stageplekken, helpen startende ondernemers, hulpverlening op verschillende vlakken) Hoe wordt dit gehandhaafd? ANTW: Andere buurten hebben net zo goed voorzieningen. Bewoners gaan toch in eerste instantie naar een voorziening om de hoek. We denken dat het aanbod straks nog beter aansluit op wat de Deysselbewoners nodig hebben. Maar dat er ook bewoners van andere buurten gebruik gaan maken van voorzieningen in de Deysselbuurt is niet te voorkomen. Dit is ook niet wenselijk: mensen zijn vrij om te kiezen van welke voorziening ze gebruik maken. Maar we verwachten niet dat er zoveel mensen uit andere buurten zullen komen dat dit tot overlast of iets dergelijks leidt.

BPF 16: Waarom voorzieningen verspreiden over de buurt in plaats van centreren op 1 plek in de buurt? Bijvoorbeeld aan de Röellstraat ? ANTW: Functies die elkaar ondersteunen komen bij elkaar. Zo komt er bij de school een gymzaal, maar ook ruimte voor kinderopvang en huiswerkbegeleiding. Ook het jongerencentrum past daar goed bij. Het community center (Participatie en maatschappelijke diensten) past weer beter bij de Deysselstraat. Juist ook door niet alles op één plek te zetten voorkomen we dat het daar te druk gaat worden en de woonfunctie in de knel zou kunnen komen. BPF 17: Waarom een GGZ instelling terug laten komen in de buurt. Dit zorgt voor criminaliteit en overlast en komt niet ten goede aan de leefbaarheid in de Deysselbuurt. ANTW: Er is nu al een aantal jaar een GGZ aan de rotonde bij de Slotermeerlaan. De GGZ heeft een grote maatschappelijke functie en functioneert daar naar behoren. Wij kennen geen klachten over overlast. Of de GGZ terugkeert in de vernieuwde buurt is nog niet bekend. Maar wij sluiten dat niet uit. Veiligheid is dan zeker een aandachtspunt. BPF 18: Er werd tijdens de eerste bijeenkomst verteld dat de keuzes voor voorzieningen in de Deysselbuurt mede in samenspraak met verschillende organisaties is gebeurd. Welke organisaties zijn dat geweest? 27

ANTW: In netwerkgesprekken zijn circa 40 partijen betrokken bij de vraag wat speelt er en wat is er nodig. De volgende organisaties zijn intensiever betrokken, met themasessies: VolksbondStreetcornerwork, INDAAD, SAAAM, Cordaan, SEZO, Gezondheidscentrum Amsterdam SAG, St. Dock, IMD, St Vooruit. BPF 19: Waaruit blijkt dat deze hoeveelheid voorzieningen nodig is, welk onderzoek heeft er plaatsgevonden en kunnen wij deze ook inzien? ANTW: De maatschappelijke scorekaart kunnen wij u toesturen. De gemeente bepaalt voor iedere wijk en voor het stadsdeel wat het voorzieningenniveau moet zijn. BPF 20: In de principe nota 2019 geeft de gemeente aan geen bedrijvigheid te willen hebben binnen de van Deysselstraat en bedrijvigheid in de gebieden rondom juist te versterken, waarom wordt er toch gekozen om woningen te verruilen voor bedrijfspanden nu er een groot tekort is aan woningen? ANTW: Zie de antwoorden op de vragen 1,2 en 3. BPF 21: Door bedrijvigheid te plaatsen onder de noemer van voorzieningen, wordt daarmee de regels van de gemeentelijke kaders niet in acht genomen. Hoe kijken jullie daar tegenaan? ANTW: Bedrijvigheid wordt ook wel geplaatst onder de noemer van commerciële voorzieningen. Omdat commerciële voorzieningen ook verwijzen naar grote winkels, horeca e.d.

gebruiken we de term bedrijvigheid om een andere intentie dan grote winkels en horeca aan te duiden, namelijk het onder vraag 6 genoemde type bedrijvigheid. Niet helder is welke gemeentelijke kaders in deze vraag (17) bedoeld worden.

28

4. Advies buurtplatform over verdichting en reactie gemeente en Rochdale

www.deysselplatform.nl info@deysselplatform.nl

Datum: 10 Januari 2021 Betreft: Advies Buurtplatform van Deyssel (BPF) m.b.t. de verdichting op de Burgemeester Roëllstraat (bijbouwen woningen). In het kader van het vernieuwingsplan voor de Lodewijk van Deysselbuurt hebben het BPF (vertegenwoording buurtbewoners), de Gemeente Amsterdam en Rochdale op 7 december 2020 en 15 december 2020 overleg gehad over het thema: Verdichting op de Burgemeester Roëllstraat. In dit plan stelt de Gemeente en Rochdale voor de huidige eengezinswoningen ( K-blokken) gelegen aan de Burgemeester Roëllstraat te slopen en te vervangen door hoogbouw met in totaal 7 bouwlagen met op de begane grond ruimte gereserveerd voor buurtoverschrijdende voorzieningen (geen woonfunctie). In dit overleg neemt het BPF geen standpunt in over het wel of niet slopen van de K-blokken. De bewonerscommissie van de K-blokken voert afzonderlijk gesprekken met Rochdale over de vraag of slopen wel of niet gewenst is door de betreffende bewoners. Advies: Het BPF is zich bewust van de heersende woningnood en is positief over het voorstel om op de Burgemeester Roellstraat woningen bij te bouwen. Dit biedt kansen voor de huidige- en nieuwe bewoners. Het BPF ondersteunt dit voorstel. Het BPF geeft een negatief advies over de voorgestelde hoogte (7 bouwlagen) van de voorgenomen hoogbouw aan de Burgemeester Roëllstraat. Het BPF ondersteunt dit voorstel niet.

Het BPF adviseert een bebouwing van maximaal 5 bouwlagen. Het BPF adviseert om elders in de buurt de reductie van deze bouwlagen te compenseren, namelijk; Op de van Moerkerkenstraat is er ruimte beschikbaar zonder gebruiksfunctie. Voorstel is om hier eengezinswoningen te realiseren met eventueel daarachter privè parkeren. Voordelen; geen extra parkeerdruk openbare ruimte, meer aanbod eengezinswoningen in de buurt ter compensatie sloop eengezinswoningen op de Roëllstraat. Tevens is er de mogelijkheid om de geplande gebouwen, op de locatie waar de basisschool zich momenteel bevind, hoger te bouwen. De uitstraling, sfeer en identiteit “Westelijke Tuinsteden" zal hierdoor niet beinvloed worden. Op de entrée van de van Leeuwenlaan waar nu een horeca paviljoen gepland is een meer laags gebouw te realliseren. Uitleg negatief advies: • Identiteit Westelijke Tuinsteden gaat verloren door deze hoogbouw van 7 lagen. • De voorgestelde hoogbouw van 7 lagen staat op het Zuiden en schermt de buurt erachter af van daglicht en uitzicht. Dit effect wordt versterkt doordat de blokken erachter (haaks gelegen op de Roellstraat) 5 laags zijn en op het Westen staan . • Vijf bouwlagen sluit beter aan op de gebouwen hierachter. Deze zijn 5 en 4 lagen. Vijf bouwlagen heeft een “natuurlijke” overgang en bevordert de verbinding naar en met de buurt erachter.

• Het realliseren van extra woningen moet evenwichtig verdeeld worden over de buurt/stadsdeel. 29

VAN DEYSSELBUURT

Datum: Aan: Van: Onderwerp: Bijlage:

5 februari 2021 Buurtplatform Van Deyssel Projecteam Lodewijk van Deysselbuurt (Gemeente Amsterdam en Rochdale) Reactie advies t.a.v. de verdichting Bezonningstudie

Geacht Buurtplatform van Deyssel, Hartelijk dank voor uw advies van 10 januari jl. ten aanzien van de verdichting aan de Burgemeester Röellstraat in de Lodewijk van Deysselbuurt. We waarderen dit heldere advies en het feit dat het niet alleen vraag om een aanpassing, maar ook suggesties geeft voor oplossingen. Graag komen we hierbij tegemoet aan het verzoek om hierop schriftelijk te reageren. Bijbouwen woningen aan de Röellstraat We zijn blij met het positieve advies op het bijbouwen van extra woningen aan de Röellstraat. Aangezien we hier geen verschil van inzicht over hebben, gaan we ervan uit dat hier geen uitgebreidere reactie op nodig is. Mocht u dit toch wensen, dan horen we dat graag. Advies nieuwbouw in 5 in plaats van 7 lagen, in combinatie met nieuwbouw Van Moerkerkenstraat Ten aanzien van het voornemen van gemeente en Rochdale om de nieuwbouw aan de Burgemeester Röellstraat 7 lagen hoog te maken, adviseert u negatief. U adviseert deze te maximeren op 5 lagen en het verlies aan woningen te compenseren door het bebouwen van de plantsoenen aan de Van Moerkerkenstraat met eengezinswoningen en hogere bebouwing op de hoek met de Van Leeuwenlaan en op de locatie van de huidige basisschool.

Visie gemeente: Ontwerp-omgevingsvisie en Principenota Geuzenveld, Slotermeer Onlangs heeft het college van burgemeester & wethouders ingestemd met de vrijgave van de ontwerpomgevingsvisie Amsterdam 2050 (zie: https://amsterdam2050.nl). Hierin kiest het college naast “groeien binnen de stadsgrenzen” tevens voor “radicaal vergroenen”. Daarbij dienen de bestaande kwaliteiten in Nieuw-West zoveel mogelijk behouden te blijven. Daarnaast wordt in de Omgevingsvisie voor NieuwWest ingezet op het versterken van de doorgaande routes, zoals de Burgemeester Röellstraat, door deze om te vormen tot aantrekkelijke stadlanen, in combinatie met (nieuwbouw)ontwikkelingen. Zoals u weet sluit dit aan bij de eerder door de gemeenteraad vastgestelde Principenota Geuzenveld, Slotermeer. Schaal Burgemeester Röellstraat en bezonning Zoals al aangegeven in de gesprekken van 7 en 15 december jl. is uitgebreid gestudeerd op de maximale hoogte van de nieuwbouw aan de Burgemeester Röellstraat. Gezien de schaal en breedte van de Burgemeester Röellstraat is bebouwing van 8 á 9 lagen hier stedenbouwkundig, goed mogelijk, mits dit geen problemen oplevert voor de achterliggende woningen, bijvoorbeeld ten aanzien van bezonning. Na uitgebreide bestudering van verschillende varianten, is gekozen voor een maximale bouwhoogte van 7 lagen.

Uit bijgaande bezonningsstudie, welke tevens reeds in jullie bezit is, blijkt dat dit geen probleem geeft qua bezonning voor de achterliggende woningen.

30

VAN DEYSSELBUURT

Gezien de resultaten van de bezonningsstudie en het feit dat dergelijke hoogtes eerder op meerdere plekken zonder problemen zijn gerealiseerd, zien wij geen problemen ten aanzien van de daglichttoetreding bij de achterliggen de woningen. Bebouwen plantsoenen Van Moerkerkenstraat De huidige groenstructuur in de buurt wordt vanuit stedenbouw en erfgoedwaarding als zeer waardevol gezien. De plantsoenen aan de Van Moerkerkenstraat zijn hiervan een belangrijk onderdeel, zoals schematisch is weergegeven op onderstaande tekening. In het plan is daarom bewust gekozen om deze niet te bebouwen.

Zoals ook verwoord in de ontwerp-omgevingsvisie is het doel van de gemeente om zoveel mogelijk groen te behouden en waar mogelijk te intensiveren. Dit vraagt om efficiënt ruimtegebruik voor bebouwing en parkeren. Het verlagen van de bebouwing aan de Burgemeester Röellstraat en bebouwen van de plantsoenen aan de Van Moerkerkenstraat is hiermee in strijd. Toevoegen extra eengezinswoningen Het plan bevat een groot aantal grotere woningen, onder meer op de onderste twee lagen, welke geschikt zijn voor gezinnen. Het aantal grote woningen in de buurt neemt hierdoor substantieel toe, ook in de sociale huur. Het toevoegen van extra eengezinswoningen is vanuit het woningprogramma dan ook niet nodig. Naast eengezinswoningen is het ook van groot belang om geschikte woningen te maken voor ouderen. Vanuit (gevoel van) veiligheid willen veel ouderen liever niet op de begane grond wonen, maar op de verdieping, mits bereikbaar met een lift. Door het verlagen van de gebouwen aan de Röellstraat ten gunste van eengezinswoningen, worden de mogelijkheden hiervoor verkleind.

31

VAN DEYSSELBUURT

Parkeren De hogere bebouwing in de zuidstrook maakt het bouwkundig en financieel waarschijnlijk mogelijk om het parkeren voor de middeldure- en koopwoningen op te lossen in een ondergrondse garage. Het onderzoek hiernaar is nog in volle gang, maar vanuit efficiënt ruimtegebruik en behoud van groen, heeft dit vanzelfsprekend de voorkeur dan meer bovengrondse parkeerplaatsen. Voor de huidige bewoners van sociale huurwoningen blijven bovengrondse parkeerplaatsen beschikbaar. Gevolgen uitzicht bestaande woningen Het verschil voor het uitzicht van de bestaande woningen tussen bebouwing van 5 of 7 lagen aan de Burgemeester Röellstraat, is volgens ons zeer beperkt. Ten eerste betreft het alleen een deel van de lucht, aangezien het geen verschil maakt voor het uitzicht op verkeer, groen of de bebouwing aan de overzijde. Ten tweede hebben in de nieuwe situatie alleen de woningen aan de Lodewijk van Deysselstraat, direct uitzicht op de betreffende nieuwbouw. Dit betreft in de huidige situatie 17 woningen. Dit aantal zal nog afnemen aangezien Rochdale voornemens is deze woningen in de toekomst (deels) om te zetten naar ruimte voor (maatschappelijke) voorzieningen. Daarbij komt de nieuwbouw, vanwege de versmalling van de Röellstraat, ca 16 meter verder van deze woningen af te staan dan de huidige bebouwing. Hierdoor ontstaat een dieper binnenterrein, dat groen wordt ingericht.

Het uitzicht zal een groot deel van het jaar dus meer door bomen worden bepaald dan door de nieuwbouw. Ook vanuit de Middenzone zal het gevolg voor het uitzicht beperkt zijn. Op onderstaande foto is schetsmatig de nieuwbouw aan de Burgemeester Röellstraat weergegeven met gele stippellijnen, zowel voor 5 als 7 lagen hoog. Zoals u kunt zien is het verschil hiertussen en met de huidige situatie beperkt. Ten opzichte van de huidige situatie is hier mogelijk zelfs een verbetering omdat een deel van de nieuwbouw loodrecht op de Burg. Röellstraat, lager wordt dan in de huidige situatie.

Vanuit de bestaande woningen in de middenstrook is het effect op het uitzicht uiterst gering omdat deze woningen er loodrecht op staan en je de nieuwbouw dus alleen ziet als je schuin langs de gevel kijkt (of uit het raam hangt). De keuze in het plan om de nieuwbouw in de middenstrook niet hoger te maken dan de huidige gebouwen, is voor deze woningen dan ook van veel groter belang. 32

VAN DEYSSELBUURT

Hogere bebouwing ter plaatse van paviljoen In de stedenbouwkundige opzet de Van Deysselbuurt is vaak sprake van ‘open’ hoeken. Dit is kenmerkend voor de plannen uit dit tijd, als uitwerking van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) uit 1934. Op de hoeken met belangrijke straten, zoals de Van Leeuwenlaan, gaat de open hoek van de hoofdbebouwing vaak gepaard met een laag volume met daarin een bijzondere functie. Het gebouwtje van Aiki-Budo, oorspronkelijk een supermarkt, is hiervan een goed voorbeeld. Het voorgestelde, lage paviljoen is hiervan een eigentijdse vertaling en sluit dus juist aan bij de oorspronkelijke, stedenbouwkundige opzet van de buurt. Hogere bebouwing op locatie huidige school Op de locatie van de huidige basisschool zijn gebouwen voorzien in 5 en 5,5 lagen (met deels verdiepte parkeergarage). Deze hoogte is iets hoger dan de omliggende bebouwing van deels 2 en deels 4 lagen hoog. Wellicht is het stedenbouwkundig mogelijk om het meest noordelijke volume te verhogen tot 6,5 laag. Dit zal bij de nadere uitwerking worden onderzocht. Dit biedt echter geen compensatie van het verlagen van de bebouwing aan de Röellstraat. Hiervoor zou het nodig zijn om hier een hoge toren te maken.

Dit past echter niet in de stedenbouwkundige opzet van de wijk en past niet bij de het huidige groene, lommerrijke karakter van de huidige locatie, dat we willen behouden en zo mogelijk versterken. Conclusie We waarderen uw advies, dat niet alleen een aanpassing omvat, maar tevens suggesties doet voor oplossingen. We zijn blij met het positief advies ten aanzien van het toevoegen van extra woningen. Het advies om de voorziene bebouwing langs de Burgemeester Röellstraat te verlagen van 7 naar 5 lagen kunnen we op dit moment helaas niet overnemen, zoals we hierboven hopelijk naar tevredenheid hebben toegelicht. Voor de volledigheid melden we dat de plannen, zoals nu besproken, nog moeten worden vastgesteld door het college van B&W en de gemeenteraad. Zoals u weet worden de plannen en de betreffende besluiten daarvoor ter inzage gelegd, waarbij u de mogelijkheid heeft om een inspraakreactie in te dienen. We blijven graag met u in overleg en hopen dat u ook op andere onderdelen van het plan wilt adviseren. Daarbij zijn we ervan overtuigd dat deze adviezen een waardevolle toevoeging kunnen zijn voor de plannen en de uitwerking daarvan. Met vriendelijke groet, Projectteam Lodewijk van Deysselbuurt Irma Dejong, Bouke Kapteijn (Gemeente Amsterdam) Anouk Wijk, Ronald van Dijk, Machiel Scheenhart (Rochdale)

33

5. Evaluatie participatie en draagvlak voor vernieuwing Lodewijk van Deysselbuurt Juni 2020 De gemeente en Rochdale hebben de laatste jaren veel reacties gekregen bij de participatietrajecten in de Lodewijk van Deysselbuurt. Die input is een belangrijke leidraad geweest bij het opstellen van het Stedenbouwkundig Plan. Bewoners klagen al jaren vooral over de slechte kwaliteit van de woningen, het eenzijdige woningaanbod, de niet-passende bedrijvigheid, het gebrek aan goede speelplekken, de vervuilde openbare ruimte en drukte met auto’s.

coronacrisis konden deze bijeenkomsten niet doorgaan. Gezien de projectplanning, de verwachtingen van de bewoners en onze informatie-/participatieplicht hebben we ons ingespannen om bewoners ondanks corona in mei en juni toch een optimale communicatie- en participatiemix te bieden, met onder andere drie online bijeenkomsten. Doel van de vernieuwde aanpak was om zoveel mogelijk bewoners te betrekken, optimale mogelijkheden te scheppen voor interactie, en de buurt niet langer in onzekerheid te laten zitten. Onderdelen van de aanpak:

De laatste bewonersbijeenkomst voor aanvang van het huidige participatietraject hebben de gemeente en Rochdale georganiseerd in juli 2019. Verder is er al ruim een jaar een buurtpunt open in de wijk, waar bewoners terecht kunnen voor al hun vragen. Medewerkers houden in het buurtpunt ook spreekuren. Daarnaast leggen medewerkers van het buurtpunt huisbezoeken af om te inventariseren wat nodig is om de woningen op orde te houden tot de daadwerkelijke vernieuwing van start kan gaan. Nieuwe participatiefase: bewoners betrekken bij de concrete vernieuwingsplannen In deze nieuwe fase kregen bewoners opnieuw de mogelijkheid om te participeren in de planvorming. Om te zien of hun wensen goed vertaald zijn, hebben we bewoners via drie online bijeenkomsten (zie hieronder) gevraagd op het Vernieuwingsplan te reageren. Ook na het investeringsbesluit is er weer participatie mogelijk, bijvoorbeeld over onderwerpen als de inrichting van de openbare ruimte en het tijdelijk beheer van de wijk. Aanpak communicatie/participatie Van Deysselbuurt tijdens coronacrisis Voor het Vernieuwingsplan hadden Rochdale en de gemeente oorspronkelijk elf participatiebijeenkomsten ingepland, van 30 maart tot 21 april 2020. Vanwege de

Bijlagen investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt

■ Informeren en uitnodigen voor de online bijeenkomsten via een krant en nieuwsbrief. Ruim voor de bijeenkomsten hebben Rochdale en de gemeente huis-aan-huis in de buurt een uitgebreide krant met de plannen verspreid. In de krant stond ook de uitnodiging voor de digitale bijeenkomsten met uitleg hoe deel te nemen. ■ Lancering website lodewijkvandeyssel.nl. Gelijk met het verspreiden van de krant hebben we de nieuwe website gelanceerd. Daarop vinden bewoners onder andere gedetailleerde informatie over het vernieuwingsplan en een Q&A die regelmatig geüpdatet wordt. Ook de drie online participatiesessies zijn hier terug te kijken. ■ Uitnodigen voor online bijeenkomsten via gerichte Facebook-berichten in de wijk. Naast de nieuwbrief en de krant is de buurt attent gemaakt op de drie digitale bijeenkomsten via gerichte advertenties op hun Facebook-tijdlijn (postcode-targeting). ■ Overige middelen: − Posters in portieken − Hulplijn/belpanel paraat voor ondersteuning direct na op afstand − Buurtplatform en/of andere bewoners inzetten om bewoners te benaderen.

− Try-out online bijeenkomst voor buurtplatform: wat werkt wel en wat niet. − Extra uitnodiging voor de digitale bijeenkomst via een e-mail(nieuwsbrief). − Verspreiding flyer met info over de digitale bijeenkomsten een dag voor aanvang. − Een aparte nieuwsbrief voor omwonenden. ■ Instellen belpanel. Direct na verspreiding van de krant stond een team van medewerkers telefonisch klaar voor alle bewoners. Enerzijds om diverse vragen te beantwoorden, anderzijds om gehoor te geven aan zorgen of teleurstelling. ■ De drie digitale bewonersbijeenkomsten op 19 mei 2020. Bewoners van de Van Deysselbuurt konden zich aanmelden voor drie digitale bijeenkomsten: één over de sloop-nieuwbouw, één over de renovatie en één met algemene informatie. Tijdens de bijeenkomsten presenteerden we het vernieuwingsplan en konden mensen reageren via een inbel-/chatfunctie. Door de interactie kregen we een goed beeld van het draagvlak voor het plan in de buurt. Dat is belangrijk omdat de wijk in eerste instantie vernieuwd wordt voor de huidige bewoners. Resultaten van de participatie De bewoners hebben de livesessies over het algemeen goed ontvangen. Van de 1200 adressen die de Lodewijk van Deyssel buurt telt, logden ruim 400 gezinnen/ personen in. Bewoners namen deel aan meer dan 300 chats met reacties en vragen.

In sommige chats werden wel meer dan vijf vragen gesteld, dus het uiteindelijke aantal ligt nog een stuk hoger. Slechts enkele tientallen mensen maakten gebruik van de mogelijkheid vragen of opmerkingen per telefoon te stellen.

34

Uit een analyse van de gestelde vragen en opmerkingen valt het volgende op: ■ Het grootste deel van de vragen lijkt te vallen onder het kopje ‘wanneer’. ‘Wanneer ben ik aan de beurt?’ ‘Wanneer wordt mijn huis gesloopt?’ ‘Wanneer heb ik recht op vergoeding?’ ‘Wanneer start de renovatie?’ ‘Wanneer krijg ik verhuisurgentie?’, et cetera. Uit al deze vragen blijkt ongeduld. Bewoners kunnen niet wachten tot er eindelijk iets gaat gebeuren. Eigenlijk precies het geluid dat we verwacht hadden gezien de eerdere contactmomenten met bewoners. ■ De rest van de vragen was meer inhoudelijk en ging over zaken als: wel/geen lift in de woningen, parkeermogelijkheden/-garages, aantal m2, rechten en plichten, waarom bepaalde blokken niet gesloopt worden, of het aantal sociale woningen gelijk blijft, hoe groot het aantal grote woningen zal zijn, en de terugkeergarantie. ■ Slechts een handjevol opmerkingen/vragen (minder dan tien) was negatief van toon of inhoud. Iemand vroeg of het een wijk voor gezinnen blijft, of het een ‘hip en happening wijk voor yuppen’ wordt. Een ander vroeg zich af of het wel een goede tijd is om plannen te behandelen gezien corona. Andere vragen gingen over het dichter en voller worden van de wijk, over het eerder betrekken van het buurtplatform, en over huurverhoging.

■ De reactie van het buurtplatform was als volgt samen te vatten: bewoners zijn het eens met sloopnieuwbouw en renovatie van de wijk, maar zetten vraagtekens bij de hoeveelheid voorzieningen. Leveren die niet te veel drukte op? Bij de kwaliteit van de hoogbouw aan de Burgemeester Röellstraat en de parkeeropgave worden eveneens vraagtekens gezet. Het draagvlak voor het plan is hiermee gepeild.

35

6. Participatie thema’s en dilemma’s bij ontwerp vernieuwing Lodewijk van Deysselbuurt 24 juni 2019

Beste meedenker, Hartelijk dank voor uw komst en denkkracht tijdens onze meedenkbijeenkomst maandagavond 24 juni 2019. U kijkt hopelijk ook terug op een avond waar u uw ideeën heeft kunnen delen om te komen tot een plan voor de toekomst van de buurt. Wij, Rochdale en de gemeente, kunnen echt verder met de uitkomsten van de gesprekken over de verschillende dilemma’s en thema’s. We weten nu wat u belangrijk vindt en wat u graag anders ziet. Maar zoals iemand ook al benoemde en waar we nog echt wel moeten puzzelen is dat als je kiest voor bijvoorbeeld meer parkeerruimte, dat dat kan betekenen dat er minder speelruimte komt en andersom. En nu? Na de zomer krijgen alle bewoners de Van Deysselkrant met deze terugblik en andere actuele informatie. Intussen werken wij met uw ideeën verder aan het stedenbouwkundig plan. We verwachten dat plan in het najaar af te kunnen maken. We nodigen u nog een keer uit zodra we zelf ook weer een stap verder zijn. Een fijne zomer, ook namens Gemeente Amsterdam en !WOON Woningstichting Rochdale

Tevreden over de individuele berging Bergingen op zolders worden minder gebruikt, maar de extra ruimte is wel praktisch Collectieve fietsenstalling; iets bij voor te stellen, maar nu niet noodzakelijk

  

Indeling individuele bergingen is onhandig en soms te krap Ontwerp (ook gangpaden), veiligheid en beheer Aandacht voor portieken, nu trekken ze hangjongeren aan Een alternatief voor de bergingen Meer ruimte voor fietsenstallingen en stoepen, fietsenrekken of nietjes.

    

  

 

Speelplekken mogen ‘ouderwetser’ (schommels en wipkippen). Stoep erg smal en daardoor gevaarlijk. Behoefte aan een grote speeltuin in de buurt, ook om elkaar te ontmoeten. Nu brengen bewoners kinderen met de auto naar een speeltuin in een andere buurt. Groen toegankelijk maken voor kinderen om te spelen (hekken weg) Ook ontmoetingsplekken voor ouderen en een plek voor jongeren (buurthuis)

In het algemeen merkten we aan alle tafels dat mensen in de buurt willen blijven wonen:

Bijlagen investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt

Er wordt minder geparkeerd op de stoep

         

Verkeersveiligheid, bijv. snelheidsremmende maatregelen De auto minder nadrukkelijk aanwezig in de buurt; zodat er meer (speel)ruimte is. Aantal auto’s niet minder geworden door de blauwe zone (handhaving!) Last van de auto’s, maar ook fietsers en scooters die in de Deysselstraat op de stoepen rijden. Meer ruimte voor fietsentstallingen en stoepen. Eenrichtingsverkeer om sluipverkeer te voorkomen. Betaald parkeren: meningen verdeeld. Onveilig door geparkeerde auto’s Ondergronds parkeren is niet het wondermiddel. Autoluwe stad, bijvoorbeeld deelauto’s, parkeerhub buiten de buurt

36

 

Veel privetuinen worden slecht onderhouden. Tip: beter handhaven. Meer ruimte voor ontmoeting in het groen maken  

 

  

    

37

Regelmatig een schouw organiseren Opmerking over studenten van buiten de wijk in de tijdelijke woningen? Waarom geen jongeren in de wijk in die woningen? Aan een van de tafels waren bewoners kritisch over de kwaliteit van de woningen in hun comlex. Doe vinden dat deze woningen gesloopt moeten worden vanwege o.a. onhandige indeling. Bovendien wordt er niet passend gewoond (grootte huis past niet bij gezinsgrootte)

“Niet meer zoals vroeger” Lodewijk van Deysselstraat heeft teveel bedrijfsruimtes die een gesloten uitstraling hebben. Draagt niet bij aan buurtgevoel/veiligheid. Zelf doen mensen weinig inkopen meer in de buurt; vroeger veel meer, maar toen waren er nog winkels voor de dagelijkse boodschappen. Lodewijk van Deysselstraat is wel belangrijk, maar niet als het bijzondere icoon van de buurt. Architectuur mag levendiger Liever meer kleine restaurantjes (wereldkeuken o.i.d.) en winkels voor bewoners en anders liever woningen en geen bedrijfsruimte Wel werkplaatsen (ook voor werkervaringplekken of zoals kapper via Eendagszaak??). Dit geldt ook voor de nieuwe voorzieningen in de Burg. Roellstraat Meer gebruik maken van langdurig leegstaande panden met functies voor de buurt

Mensen willen graag een plan zien Vrees voor de hoogte (‘gouden rand’) van de nieuwbouw aan de Burg. Roellstraat en het effect daarvan op de buurt Weinig mensen willen van sociale huur naar koop Meer diversiteit (gemengde wijk) en hierdoor gemengde voorzieningen, bijvoorbeeld scholen. Iedereen snapt de noodzaak van nieuwbouw vanwege de behoefte aan meer woningen en meer diversiteit. Nu is het aanbod qua woningtype te eenzijdig. Mensen willen graag in de buurt blijven!

   

Er is horeca waar bezoekers buurtbewoners een onveilig gevoel geven Hang- en sluitwerk is genoemd. Videofoon Wens om heropenen van de het politiebureau in de wijk.

Rochdale | buurtpunt de Leeuw | Burgemeester Van Leeuwenlaan 63 | 020 215 00 00 | www.rochdale.nl/contact | www.rochdale.nl/vandeyssel

7. Participatie wensen vernieuwing Lodewijk van Deysselbuurt

Bewonersbijeenkomst L. van Deysselbuurt 14 november 2018

Getting the picture

1.

2.

3.

4.

5.

6.

Bijlagen investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt

38

7.

8.

10.

11.

39

9.

8. Parkeerkaart Lodewijk van Deysselbuurt

Parkeerkaart Lodewijk van Deysselbuurt

Bijlagen investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt

40

9. Bezonningsstudie Er is onderzoek gedaan naar het effect van de bouwhoogtes in de zuidstrook op de bezonning/ schaduwval. Hiervoor zijn twee dagen in het jaar onderzocht, namelijk 21 maart/september en 21 juni, op vier verschillende tijdstippen (9u, 11u, 13u en 15u). Hieruit blijkt dat bijna alle gebouwen gedurende het jaar een goede bezonning kennen doordat de onderlinge afstand en bouwhoogtes goed op elkaar afgestemd zijn. Er kan gesteld worden dat er geen nadelige effecten zijn voor zowel de huidige bebouwing als de nieuwbouw in de Van Deysselbuurt. De hoeveelheid zonlicht op de gevels van alle bebouwing is ruim voldoende. Hooguit in de ochtend en avonduren projecteren de noord-zuid georiënteerde gebouwen een lange schaduw. Dit is slechts van beperkte duur. Wanneer we kijken naar de schaduwval van de bebouwing langs de Burgemeester Röellstraat, zien we dat de bouwhoogte van 7 lagen vrijwel niet bijdraagt aan de schaduwval op naastgelegen gebouwen of in het hof. Eind maart bedraagt de schaduwval 18 meter van de in totaal 64,5 meter diepe hof. In juni is dit slechts 7,5 meter. Ter vergelijking, de schduwval van de noord-zuid georiënteerde bebouwing in de ochtend- of avonduren bedraagt al snel 25 meter over de breedte van het 29 meter brede hof.

Het zijn dan ook voornamelijk de lagere gebouwen in noord-zuid richting die hun schaduw werpen op het hof wanneer de zon laag staat in de ochtend of avond. In de middag staat de zon hoog aan de hemel en is er weinig schaduwwerking. De gevels van de bebouwing in de zuidzone worden hooguit in het eerste of laatste uurtje van de dag in de schaduw gezet.

41

Maart - 9 uur

Maart - 11 uur

Maart - 13 uur

Maart - 15 uur

Bijlagen investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt

42

Juni - 9 uur

Juni - 11 uur

Juni - 13 uur

Juni - 15 uur

43

We zien hier een fragment van de bebouwing langs de Burgemeester Röellstraat. We kijken vanaf het noorden in zuidelijke richting, zodat het hof en de gevels van de bebouwing in de zuidzone goed zichtbaar zijn. De schaduwweerking van de 7-laagse bebouwing aan de Burgemeester Röellstraat speelt dus een betrekkelijke kleine rol in de schaduwval in het hof en op de gevels van omliggende bebouwing.

Maart - 8 uur

Juni - 8 uur

Maart - 12 uur

Juni - 12 uur

Maart - 16 uur

Juni - 16 uur

Bijlagen investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt

44

10. Totale Keten Kostenanalyse aardgasvrij Lodewijk van Deysselbuurt

Samenvatting Voor de gebiedsontwikkeling en de WAM aanpak in de van Deysselbuurt, waar ca. 1100 nieuwbouwwoningen worden geïntegreerd in bestaand bebouwd gebied, is onderzocht welk energiesysteem het beste presteert op betaalbaarheid en duurzaamheid. Dit onderzoek is gedaan in het kader van het comply-or-explain beginsel in de LT-motie. Er geldt in dit gebied een bestaande concessieafspraak met Westpoort Warmte.

Opbouw rapportage

Uit de scenarioanalyse komt naar voren dat een MT (70°C) warmtenet aangesloten op het reeds bestaande Westpoort Warmte de laagste totale ketenkosten heeft voor de wijk. Dit systeem scoort op de vierde plek qua CO2 uitstoot. Het best scorende systeem qua CO2 uitstoot is een LT warmtenet (40°C) gevoed door aquathermie.

Roellbuurten Van Deysselbuurt Aardgasvrij

◼ Op slides 6 en 7 zullen de relevante resultaten getoond worden om

de onderzoeksvragen te beantwoorden ◼ Vervolgens wordt dieper ingegaan op de methodiek en

Deze bevinding is in lijn met de Transitievisie Warmte en sluit aan bij de bestaande concessieafspraken met Westpoort Warmte. De uitkomst van de TKK analyse wordt hoofdzakelijk verklaard door: 1. de meerkosten die een gescheiden infrastructuur voor bestaande en nieuwbouw oplevert. 2. de meerkosten die ontstaan door de benodigde tapwatersystemen in lagere temperatuurregimes

totstandkoming van de resultaten

De kansen voor aquathermie uit de Sloterplas worden parallel onderzocht. Mogelijk is dit in de toekomst een aantrekkelijke energiebron in combinatie met een temperatuurverlaging van de bestaande infrastructuur. Deze analyse is uitgevoerd door het Ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam. Het advies kan gebruikt worden ten behoeve van de bovenstaande afweging, echter besluit de vastgoedeigenaar altijd zelf over de uiteindelijke systeemkeuze.

16-3-2021 |1

1.

2.

16-3-2021 | 3

3.

Resultaten Betaalbaarheid Eerste schifting enkele vs. dubbele infrastructuuroplossingen

Onderzoeksvragen 1.

2.

3.

Scenario’s met één infrastructuur in de wijk (zie rood kader) presteren beter op betaalbaarheid (8% tot 30%)

Welk energiesysteem scoort het beste op duurzaamheid en betaalbaarheid voor de wijk? En hoe verhouden deze resultaten zich tot de LT-motie en het concessiecontract met Westpoort Warmte?

Doorslaggevende resultaten

Zijn er schaalvoordelen te behalen door op het niveau van de drie buurten te werken of is 1 buurt al groot genoeg?

€-

€(20.000.000,00)

Scenario 1 Scenario 2a Scenario 2b (Aquathermie 12°C & (Aquathermie 40°C (Aquathermie 12°C & SW 70°C ) Nieuwbouw en SW 70°C ) Bestaande bouw)

Scenario 3 (WKO 40°C & SW 70°C)

Scenario 4 (Retour 40°C & SW 70°C)

Scenario 5 (Retour 40°C voor Nieuwbouw en Bestaande bouw)

Scenario 6 (70°C Sw voor Nieuwbouw & Bestaande Bouw)

€(40.000.000,00)

€(60.000.000,00)

Is aquathermie uit de Sloterplas een interessante energiebron voor 1 van de systemen?

€(80.000.000,00) €(91.540.000,00) €(100.000.000,00)

€(104.710.000,00)

€(105.710.000,00) €(113.480.000,00)

€(117.530.000,00)

€(120.000.000,00)

16-3-2021 |5

16-3-2021 | 4

4.

Bijlagen investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt

5.

€(119.560.000,00)

€(117.320.000,00)

€(140.000.000,00) CAPEX

OPEX

6.

45

Scenario Vergelijk

Totale Ontwikkeling

Door een hogere elektriciteitsverbruik stoot het Retour 40°C meer CO₂ uit dan het 70°C stadswarmte scenario. Aquathermie stoot ongeveer 14% minder CO2 uit over de looptijd dan restwarmte uit de AEB. 70°C stadswarmte levert een CO2 reductie op van 82% t.o.v. de gasreferentie.

TOTALE KETENKOSTEN & CO2 UITSTOOT 2050 € 140.000.000,00

16000

14000

Scope, Uitgangspunten & Afkortingen

€ 120.000.000,00

12000

€ 100.000.000,00

10000 t CO2

€ 80.000.000,00 8000 € 60.000.000,00 6000 € 40.000.000,00

4000

€ 20.000.000,00

2000

Circa 2300-2700 nieuwbouwwoningen 700-950 renovatiewoningen 279 bestaande woningen

€ 0,00

0 Scenario 1 Scenario 2a Scenario 2b (Aquathermie 12°C (Aquathermie 40°C (Aquathermie 12°C & SW 70°C ) Nieuwbouw en & SW 70°C ) Bestaande bouw)

Scenario 3 (WKO 40°C & SW 70°C)

Kosten

Scenario 4 (Retour Scenario 5 (Retour Scenario 6 (70°C Sw 40°C & SW 70°C) 40°C voor voor Nieuwbouw & Nieuwbouw en Bestaande Bouw) Bestaande bouw)

Ton Co2

16-3-2021 | 9

16-3-2021 |8

7.

8.

9.

Van Deysselbuurt ca. 1700 woningen

Methode en afkortingen

Scope

◼ Deze analyse is uitgevoerd met behulp van het totale ketenkosten

(TKK) model. Het model is bedoeld om warmteoplossingen met elkaar te kunnen vergelijken en afwegen op kosten, energie en CO2 . Er wort gebruik gemaakt van heldere en transparante uitgangspunten en kentallen .

◼ Er wordt in dit onderzoek gekeken naar de van Deysselbuurt omdat

deze voorloopt in de ontwikkelingen. Hiervoor zal de investeringsnota eind 2020 afgerond worden. ◼ De gebruikte data en gegevens zijn geactualiseerd op 06-11-2020.

◼ Financiële resultaten worden netto-contant gemaakt (NCW) en de

duurzaamheid wordt uitgedrukt in het equivalent opwekkingsrendement (EOR) en CO2 uitstoot per systeem. ◼ Het equivalent opwekkingsrendement is het rendement op primaire

Circa: 1100 nieuwbouwwoningen 440 renovatiewoningen 183 bestaande woningen

16-3-2021 | 10

10.

46

11.

energie van de warmte- of koudelevering, hoger is beter.

16-3-2021 | 11

16-3-2021 | 12

12.

TKK: Totale Keten Kosten Wat zit er in de modelberekeningen?

TKK: Totale Keten Kosten Hoe werkt het model?

Vergelijking op TKK: Uitgangspunten

◼ Financieel model dat alle kosten laat zien over 40 jaar evaluatieperiode:

◼ Het model vergelijkt o.b.v. gehele keten kosten van een

– Kapitaallasten voor techniek – Eventuele isolatieopgave wordt meegenomen.

energiesysteem over de evaluatieperiode. Het TKK model gaat niet over inkomsten.

◼ Indices energieprijzen

- Inflatie / Algemene prijsindex: 2% /jaar - Elektra: 2% / jaar - Gas: conform aankondiging klimaatakkoord, daarna 2% / jaar

– Herinvestering na afschrijving van technische componenten

◼ Haakt aan bij andere ontwikkelingen en modellen in de stad, zoals de

- 15 jaar: WTB / draaiende componenten zoals warmtepompen - 30 jaar: Civiel (zoals technische ruimten) en geothermie installatie - 50 jaar: leidingen (volledige afschrijving aan einde evaluatieperiode)

Transitievisie Warmte en het Amsterdamse Bronnenboek. ◼ Scope is op wijkniveau: externe bronnen (zoals elektra voor warmte)

worden "ingekocht" en verder gedistribueerd in de wijk. Op wijkniveau worden daarmee de varianten vergelijkbaar.

◼ Andere parameters

- Post onvoorziene CAPEX: 20% - Rekenrente: 3,0%* - Discontovoet: 3,5%

– Onderhoudskosten voor WTB, Civiel, etc.

◼ De bestaande bouw niet in corporatie bezit is meegenomen in de

– Operationele kosten (zoals inkoop energiekosten)

◼ Model kijkt op wijkniveau naar de verschillende mogelijkheden voor

aardgasvrij. Dat wil zeggen dat stedelijke discussies over zaken als subsidies en bronnen niet in dit model worden beslecht.

renovatieopgave

– Prijsontwikkelingen (inflatie, individuele indexaties voor elektra en gas)

16-3-2021 | 13

13.

*Met een doorkijk naar de nieuwe warmtewet is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd met een rendement van 6,0%. De verhouding tussen de systemen verandert niet, alleen de absolute verschillen veranderen.

16-3-2021 | 14

14.

15.

Scenario’s

Toelichting Varianten

◼

◼

◼

◼

Scenario's & Bouwstenen

16-3-2021 | 15

◼

◼

◼

◼

Scenario’s

Scenario 1a: Nieuwbouw op aquathermie met de warmtepomp per woning naar 40 graden, geen koeling, de bestaande (en gerenoveerde) bouw op een 70 graden warmtenet Scenario 1b: Nieuwbouw op aquathermie met de warmtepomp per woning naar 40 graden ,koeling, de bestaande (en gerenoveerde) bouw op een 70 graden warmtenet Scenario 2a: Nieuwbouw en bestaande bouw op aquathermie met een centrale warmtepomp naar 40 graden, per woning tapwater, geen koeling Scenario 2b: Nieuwbouw op aquathermie met een centrale warmtepomp naar 40 graden, per woning tapwater, geen koeling, de bestaande (en gerenoveerde) bouw op een 70 graden warmtenet

Scenario 1a

1b

3

Scenario 4: Nieuwbouw op retour warmtenet 40 graden en per woning een tapwateroplossing, de bestaande (en gerenoveerde) bouw op een 70 graden warmtenet, geen koeling

4

Scenario 5: Nieuwbouw en de bestaande (en gerenoveerde) bouw op een 40 graden van retourwarmtenet, per woning tapwater, geen koeling

Warmtepomp

WKO

Individueel

Ja

Bestaande Bouw

6

• • •

Temp. Infra Tapwater Isolatie (kWh/m2) 12

E-Boiler

n.v.t

Koeling

EOR

NCW/pan d/jr

Geen*

Sheet 24 Sheet 24 230%

€1.421,76

Stadswarmte

n.v.t

n.v.t

70

SW

85 (Licht)

Geen*

Nieuwbouw

Aquathermie

Individueel

Ja

12

E-Boiler

n.v.t

Passief

178%

€707,04

Bestaande Bouw

Stadswarmte

n.v.t

n.v.t

70

SW

85 (Licht)

Geen*

230%

€1.421,76 €856,37

Aquathermie

Collectief

Ja

40

E-Boiler

65 (Zwaar)

Geen*

182%

Nieuwbouw

Aquathermie

Collectief

Ja

40

E-Boiler

n.v.t

Geen*

209%

€750,25

Bestaande Bouw

Stadswarmte

n.v.t

n.v.t

70

SW

85 (Licht)

Geen*

230%

€1.421,76

Nieuwbouw

Drycooler

Collectief

Ja

40

E-Boiler

n.v.t

CKM

167%

€771,84

Bestaande Bouw

Stadswarmte

n.v.t

n.v.t

70

SW

85 (Licht)

Geen*

230%

€1.421,76

227%

€741,89

Bestaande Bouw

Stadswarmte

n.v.t

n.v.t

70

SW

85 (Licht)

Geen*

230%

€1.421,76

Nieuwbouw & Bestaande Bouw

Retour Stadswarmte

n.v.t

n.v.t

40

E-Boiler

65 (Zwaar)

Geen*

228%

€841,33

Nieuwbouw & Bestaande Bouw

Stadswarmte

n.v.t

n.v.t

70

SW

85 (Licht)

Geen*

229%

€732,93

Nieuwbouw

5

Scenario 6: Nieuwbouw, de bestaande (en gerenoveerde) bouw op een 70 graden warmtenet, geen koeling

Warmtebron Aquathermie

Nieuwbouw & Bestaande Bouw

2a 2b

Scenario 3: Nieuwbouw met een centrale warmtepomp naar 40 graden, regeneratie door dry-cooler, per woning tapwater, koeling, de bestaande (en gerenoveerde) bouw op een 70 graden warmtenet

Bouw Nieuwbouw

Retour Stadswarmte

n.v.t

n.v.t

40

E-Boiler

n.v.t

Geen*

In de afweging op de EOR is koeling meegenomen als standaardpost SW in tapwater staat voor stadswarmte en wordt geleverd door de afleverset Voor de NCW van de TKK zijn alle toekomstige kosten naar het huidige jaar te vertaald

| 17 16-3-2021 | 16

16.

Bijlagen investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt

16-3-2021 | 18

16-3-2021

17.

18.

47

Toelichting op terugkerende bouwstenen Bronnet (12°C) WKO en Aquathermie Verwarming: Warmtepomp / gebouw

Toelichting op terugkerende bouwstenen LT-net (40°C) WKO en Aquathermie

◼ ◼ ◼

Tapwater: Koeling:

◼ Verwarming: LT- net met TEO ◼ Tapwater: ◼ Koeling:

Warmtepomp / gebouw Bron

Ruimtelijke inpassing ◼ Openbare ruimte – Inlaat / Uitlaat naar oppervlaktewater – WKO ◼

◼

Warmtepomp / wijk Warmtepomp / gebouw Individueel per gebouw óf 4-pijps systeem

◼ ◼ ◼

Verwarming: Tapwater: Koeling:

Bron + centrale WP Bron + centrale WP Individueel per gebouw

Ruimtelijke inpassing

+ TEO

Ondergrondse infrastructuur – 2 leidingen met water van ~12°C voor warmte en koude – Ringnet waarmee panden slim warmte/koude met elkaar uitleveren

Ruimtelijke inpassing ◼ Openbare ruimte – Inlaat / Uitlaat naar oppervlaktewater – WKO ◼

Vastgoed – Warmtepomp centraal per gebouw naar 40 of 70 graden per woning – Mogelijkheid van passief koelen | 19 – Centrale TR met transportpompen

◼

16-3-2021

19.

Toelichting op terugkerende bouwstenen MT-warmtenet 70°C Stadswarmte (retour)

◼

Ondergrondse infrastructuur – 2 leidingen met water voor warmte ~40°C – Evt. 2 leidingen water voor koeling

◼

Vastgoed – Afleverset, 40 graden in de woning – Tapwaterverwarming – Evt. Koelmachine | 20 – Centrale TR met transportpompen en warmtepomp 16-3-2021

20.

Ondergrondse infrastructuur – 2 leidingen met aanvoerwater op 70° en retour op 40° Vastgoed – Afleverset, 70 graden in de woning – Evt. koelmachine – Centrale TR met transportpompen

| 21 16-3-2021

21.

Resultaten Betaalbaarheid & Duurzaamheid Eerste schifting koelen

Schetsontwerp leidingen

• Scenario 1a & 1b verschillen alleen in de manier van koelen. Bij een bronnet met individuele warmtepompen is er echter altijd sprake van een mogelijkheid tot vrije koeling. Daarom 1 scenario gemaakt met vrije/passieve koeling.

Onderbouwing resultaten en conclusies

• Het koelen met compressiekoelmachines, t.o.v. van vrije/passieve of geen koeling levert een EOR reductie van 1.5-2% op • Kosten voor koelen met koelmachines €1,4- €1,8 mln. (afhankelijk van isolatiegraad) €880,- tot €1100,- per woning Ongeveer 1,2-1,5% van totale kosten in scenario 1 Conclusie: Deze meerkosten voor koeling zijn niet doorslaggevend in de keuze voor een energiesysteem. Dat wil zeggen dat op wijkniveau de keuze voor één energiesysteem voor de bestaande en nieuwbouw lagere totale ketenkosten heeft, ook als men een losse koeltechniek toevoegt, dan twee gescheiden systemen voor bestaande en nieuwbouw waarin er altijd sprake is van een mogelijkheid tot vrije koeling.

| 22

22.

48

16-3-2021 | 23

23.

24.

Resultaten Betaalbaarheid Eerste schifting E-Boiler vs. Booster WP

Resultaten Betaalbaarheid

Scenario’s met E-Boilers als tapwater verwarming presteren beter op betaalbaarheid dan Boosterwarmtepompen (>15%). Daarom worden Booster-WP niet meegenomen in de verdere analyse. Wél wordt zo’n 20%-30% ingeleverd op de EOR.

Scenario’s met één infrastructuur in de wijk (zie rood kader) presteren beter op betaalbaarheid (8% tot 30%)

Samenvattend, eerste conclusies ter vereenvoudiging vraagstuk (convergeren)

Eerste schifting enkele vs. dubbele infrastructuuroplossingen

Betaalbaarheid – Koeling indien niet passief mogelijk is significant duurder – Scenario’s met een boosterwarmtepomp voor tapwaterverwarming vallen ongeveer duurder uit, daarom gekozen voor e-boilers – Scenario’s met een aparte infrastructuur voor nieuwbouw en renovatie vallen ongeveer duurder uit – Scenario’s 2a, 5, en 6 presteren het beste op betaalbaarheid

CAPEX+OPEX Scenario 1

€-

Nieuwbouw E-Boiler

Nieuwbouw WP-Booster

€(10.000.000,00) €(20.000.000,00)

€-

Scenario 1 Scenario 2a Scenario 2b (Aquathermie 12°C & (Aquathermie 40°C (Aquathermie 12°C & SW 70°C ) Nieuwbouw en SW 70°C ) €(20.000.000,00) Bestaande bouw)

Scenario 3 (WKO 40°C & SW 70°C)

Scenario 4 (Retour 40°C & SW 70°C)

Scenario 5 (Retour 40°C voor Nieuwbouw en Bestaande bouw)

Scenario 6 (70°C Sw voor Nieuwbouw & Bestaande Bouw)

€(40.000.000,00)

€(30.000.000,00)

Duurzaamheid – Koeling zorgt niet voor significante verslechtering in EOR – Duurzaamheid (EOR) lijkt niet echt onderscheidend tussen scenario’s.

€(60.000.000,00)

€(40.000.000,00)

€(80.000.000,00)

€(50.000.000,00)

-

€(91.540.000,00) €(60.000.000,00) €(70.000.000,00)

€(100.000.000,00) €(113.480.000,00)

€ -66.470.000

€(104.710.000,00)

€(105.710.000,00) €(117.530.000,00)

€(120.000.000,00)

€(80.000.000,00)

€(119.560.000,00)

Wél grote verschillen tussen scenario 2a, 5 &6

Conclusie: Scenario’s 2a, 5, en 6 lijken voor de hand liggend en zullen nader belicht worden.

€(117.320.000,00)

€ -77.620.000

€(90.000.000,00)

€(140.000.000,00) CAPEX

OPEX

CAPEX

25.

16-3-2021 | 27

OPEX

26.

27.

Scenario Vergelijk

Scenario Vergelijk

Over een looptijd van 40 jaar valt Scenario 6 (70C) circa 15% goedkoper uit dan Scenario 2a & 5 (40C) in totale kosten van investeringen en exploitatie.

Door een hogere elektriciteitsverbruik stoot het Retour 40°C net meer CO₂ uit dan het 70°C stadswarmte scenario. Aquathermie stoot ongeveer 12% minder CO2 uit over de looptijd dan restwarmte uit de AEB.

CAPEX+OPEX & EOR

Antwoord op de onderzoeksvragen: 1. Welk energiesysteem scoort het beste op duurzaamheid en betaalbaarheid voor de wijk? En hoe verhouden deze resultaten zich tot de LT-motie en het concessiecontract met Westpoort Warmte?

Cumulatieve CO2 uitstoot per scenario (ton/jaar)

€12.000

€(20.000.000,00)

Antwoord: Uit de analyse blijkt dat één systeem voor nieuwbouw, renovatie en bestaande bouw beter presteert op betaalbaarheid dan een dubbele infrastructuur in de wijk. Het gaat hierbij om verschillen van 7%-30%. Dit resultaat sluit aan op de bestaande concessie afspraken met Westpoort Warmte. Tevens biedt dit onderbouwing om af te wijken van de LT-motie. Deze conclusie kan niet direct vertaald worden naar andere gebieden omdat deze uitkomst een gevoelig samenspel van factoren is die uniek zijn voor deze wijk. Denk aan dichtheid, ouderdom, mate van inbreiding, bestaande infrastructuur, etc.

10.000

€(40.000.000,00) 8.000

t CO2

€(60.000.000,00) 6.000

€(80.000.000,00) 4.000

€(91.540.000,00) €(100.000.000,00)

€(104.710.000,00)

€(105.710.000,00) 2.000

EOR =229%

EOR =182%

Scenario 5 (Retour 40°C voor Nieuwbouw en Bestaande bouw)

Scenario 6 (70°C Sw voor Nieuwbouw & Bestaande Bouw)

Scenario 2a (Aquathermie 40°C Nieuwbouw en Bestaande bouw)

OPEX

€(51.160.000,00)

€(45.040.000,00)

€(43.600.000,00)

CAPEX

€(53.550.000,00)

€(46.500.000,00)

€(62.110.000,00)

Scenario 2a (Aquathermie 40°C Nieuwbouw en Bestaande bouw)

CAPEX+OPEX

€(104.710.000,00)

€(91.540.000,00)

€(105.710.000,00)

Scenario 6 (70°C Sw voor Nieuwbouw & Bestaande Bouw)

€(120.000.000,00)

EOR =228%

28.

Bijlagen investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt

-

29.

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 2046 2047 2048 2049 2050 Scenario 5 (Retour 40°C voor Nieuwbouw en Bestaande bouw)

16-3-2021 | 30

30.

49

Antwoord op de onderzoeksvragen:

Conclusie en advies Op basis van de TKK berekening is er een sterke voorkeur om 1 infra structuur te ontwikkelen voor het energiesysteem in de van Deysselbuurt voor zowel bestaande als nieuwbouw. Een midden temperatuur (70°C) warmtenet scoort hierin het beste op kosten. Het MT-warmtenet (70°C) scoort op de vierde plek qua duurzaamheid, wat dus minder is dan scenario aquathermie (40°C), een verschil van 1000 ton CO2 tot 2050. Een warmtenet (70°C) aangesloten op het bestaande warmtenet van Westpoort Warmte, levert al wel een CO2 winst op van 82% tov de gasreferentie.

2. Zijn er schaalvoordelen te behalen door op het niveau van de drie buurten te werken of is 1 buurt al groot genoeg? Antwoord: deze vraag is mbv het TKK model niet goed te beantwoorden. Hiervoor kan beter een businesscase berekening gemaakt worden.

Roellbuurten Van Deysselbuurt Aardgasvrij

Het Rijk heeft voor de opdracht van de Transitievisie Warmte, de ‘laagste maatschappelijke kosten’ als hoofduitgangspunt bepaald. Ook gaven Amsterdammers in een enquete over de Transitievisie Warmte aan dat ze betaalbaarheid het belangrijkste criteria vinden. Deze lijn volgend, wordt er voor de van Deysselbuurt het scenario ‘warmtenet 70 graden’ met de laagste keten kosten geadviseerd.

3. Is aquathermie uit de Sloterplas een interessante energiebron voor 1 van de systemen? Antwoord: Aquathermie uit de Sloterplas kan een interessant scenario zijn voor de van Deysselbuurt. Scenario 2a waarbij met een centrale warmtepomp warmte van ongeveer 40°C aan zowel de nieuwbouw als renovatie geleverd wordt lijkt zowel qua kosten als CO2 uitstoot interessant. De meerkosten voor zware isolatie worden gecompenseerd door de kostenbesparing door één systeem aan te leggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10927959/1