- 26 Grondzaken (31) 2 20211018 Bijlagen Investeringsnota Lodewijk van Deys
Tekst van het document
Deze conclusie sluit aan op het beeld dat de TVW schetst voor dit soort inbreidingen en concessie afspraken met Vattenfall. Verder is het verstandig de koudevraag in de nieuwbouw en de renovatie bouw te inventariseren. Is deze in het ontwerp te voorkomen? Sorteer infrastructureel voor op het invoeden van de aquathermie bron “Sloterplas”.
16-3-2021 | 31
31.
50
16-3-2021 | 32
32.
16-3-2021 | 33
33.
11. Ontwikkelkader Röellbuurten Ontwikkelkader Roellbuurten Dit ontwikkelkader benoemt de randvoorwaarden, waaraan de ontwikkelingen aan de noordkant van de Röellstraat aan moeten voldoen. Ze beogen bij elkaar het volgende: De Röellstraat wordt een stadslaan waaraan gewoond wordt, waaraan voorzieningen zitten en waar de openbare ruimte een prettige plek is om te fietsen, te wandelen en te verblijven. De nieuwe ontwikkelingen passen in de architectonische en stedenbouwkundige taal van Slotermeer en vormen de overgang van de grotere schaal van de Burgemeester Röellstraat naar de achterliggende buurten. De belangrijkste kernmerken van de taal van Slotermeer zijn herhaling en ritmiek en overwegend horizontaliteit in de gevelarchitectuur en bouwvolumes. Aangezien de zuidkant (voorlopig) niet tot herontwikkeling komt, wordt aan de noordkant overwegend op langsbebouwing ingezet. Dit zorgt voor continuïteit in het profiel en een duidelijke oriëntatie van de gebouwen aan de Burgemeester Röellstraat. De gehele lengte van de laan heeft ruimtelijke samenhang. De buurten hebben ieder hun eigen signatuur door middel van een repeterend gevelschema, gebouwvolume en openingen per buurt, maar zijn door onderstaande randvoorwaarden wel familie van elkaar. Op de hoeken met de kruisingen kan worden afgeweken van het repeterend schema en de randvoorwaarden.
Van Deysselbuurt
Dichtersbuurt
Couperusbuurt
Dit zijn de randvoorwaarden:
1.
- Eén overwegende rooilijn met details.
2.
- Eenduidige bouwvorm, evt. doorbroken door een los te lezen volume tbv ritmiek en ter voorkoming van een monoliete wand.
Roëllstraat
Repeterend gevelschema, gebouwvolume en openingen per buurt.
Afwijkingen van reperterend schema, invulling op basis van context en programma: Buurtoverstijgend, bijzonder, publieks gericht programma (bijvoorbeeld buurtatelier, bakkerij, horeca, sportschool etc.)
- Liggend volume
3.
- Per buurt één daklijn.
4.
- Hoogteverschil in maaiveld wordt in de eerste paar lagen opgelost
5.
- Bouwhoogte maximaal 7 lagen en minimaal 5 lagen. De gewenste bouwhoogte wordt op basis van bezonningstudies, aansluiting op achterliggende bebouwing en mogelijkheid tot verdichting bepaald.
12.
- Geen blinde kopgevels.
6.
- Bij 7 lagen heeft de 7de laag een set back over de hele lengte van het gebouw.
13.
7.
- Plinthoogte minimaal 3,5 meter.
14.
- Balkons maximaal 0,8 meter uit de gevel.
Max.
Min.
8.
9.
Afwijkingen van reperterend schema, invulling op basis van context en programma: Buurtvoorzieningen en maatschappelijk
- Horizontale gevelindeling. b
a
a
a
10.
11.
b
a
a
a
- Gevelindeling aan zij- en bovenkant afmaken asymmetrisch.
15.
- Doorzichten naar achterliggende buurt.
16.
- De verhouding tussen de breedte van de opening en de hoogte van de bebouwing voorkomt dat de opening een nauwe ruimte is.
- Ontsluiting aan de stoep.
- Aandacht voor overgang openbaar en privé.
51
12. Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt
Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT Behorend bij de Investeringsnota
Auteur(s) D. de Vries Ingenieursbureau Opdrachtgever G&O Contactpersoon A. Hofstra Ingenieursbureau Kenmerk 2021-1000177
Opsteller
Goedgekeurd en vrijgegeven
Paraaf
Datum
D. de Vries
L. Doodeman
digitaal
04-03-2021
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 2 van 22
Inhoud
Samenvatting
3
Voorwoord
5
1 Inleiding 1.1 Huidige situatie 1.2 Planontwikkeling
6 6 6
2 2.1 2.2 2.3 2.4
7 12 12 15 18
Waterparagraaf Waterkering Oppervlaktewater Grondwater Hemelwater
3 Wetgeving en waterbeleid 3.1 Wet- en regelgeving 3.2 Beleid
7 7 8
Bronvermelding
22
Bijlage(n) Bijlage 1 - Aanzet rainproof oplossingenkaart
53
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 3 van 22
Samenvatting
Waterkering Het plangebied wordt beschermd tegen inundatie door dijkring 14. Volgens de Waterwet is de huidige veiligheidsnorm voor deze dijkring 1:10.000. De Sloterbinnen- en Middelveldsepolder wordt door een secundaire waterkeringen beschermd tegen overstroming vanuit de Stadsboezem. Er bevinden zich geen waterkeringen binnen het plangebied. De dichtstbijzijnde waterkering is de secundaire waterkering langs de oevers van de Burgemeester van Tienhovengracht. Oppervlaktewater Het plangebied wordt aan de noord- en westzijde begrensd door primaire watergangen. Het plangebied ligt in de Sloterbinnen en Middelveldsepolder. In deze polder wordt het oppervlaktewaterpeil beheerst op NAP -2,1 m. Er zijn geen werkzaamheden aan- of dempingen van oppervlaktewater voorzien in de planvorming. Het stedenbouwkundig plan voorziet, onder andere door het toevoegen van extra bebouwing, in een verhardingstoename van ca. 8.800 m2. Om deze verhardingstoename te compenseren moet conform de Keur ten minste 876 m2 oppervlaktewater worden gegraven binnen hetzelfde watersysteem. Geadviseerd wordt in afstemming met Waternet/AGV een waterbergingsboekhouding op te stellen voor het gehele ontwikkelgebied GeuzenveldSlotermeer, hierdoor kan een compensatieopgave op een integrale wijze worden uitgevoerd die de waterkwaliteit, de KRW-doeleinden en de bergingsopgave van het gehele watersysteem ten goede komt.
Grondwater In de huidige situatie voldoet een deel van het plangebied niet aan de gemeentelijke grondwaternorm voor bouwen zonder kruipruimtes en de gewenste ontwateringsdiepte voor de aanplant van 1e orde bomen. Er dient rekening mee te worden gehouden dat (lokale) ophoging van het maaiveld en een verhoogd bouwpeil noodzakelijk zijn om aan de grondwaternorm te voldoen. De investeringsnota voorziet in nieuwe ondergrondse constructies zoals ondergrondse parkeergarages. Indien de ondergrondse constructies de grondwaterstroming (gedeeltelijk) blokkeren en een negatief effect op de grondwaterstand veroorzaken, dienen deze grondwaterneutraal te worden uitgevoerd Geadviseerd wordt een geohydrologisch onderzoek uit te voeren naar de cumulatieve effecten van de planvorming, toekomstige ondergrondse constructies en klimaatverandering op de freatische grondwaterstand en op basis hiervan een gewenste maaiveldhoogte en bouwpeil te bepalen. Hemelwaterafvoer Conform de doelstellingen van Amsterdam Rainproof en het GRP 2016-2021 wordt voor het plangebied geadviseerd bij de herontwikkeling het maaiveld zodanig te ontwerpen zodat een bui van 60 mm in 1 uur kan worden verwerkt zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur te
54
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 4 van 22
veroorzaken. De Lodewijk van Deysselbuurt ligt in een “urgent” Rainproof knelpunt [14]. Bij een Rainproof bui van 60 mm in één uur staat er in relatief veel water op straat in de buurt en omgeving. In het maaiveldontwerp wordt rekening gehouden met een bergingsopgave en wordt gezocht naar mogelijkheden om het overtollige hemelwater tijdelijk te bergen in groenvakken en vertraagd af te voeren naar het oppervlaktewater. In de verdere planvorming dienen deze maatregelen, bouwpeilen en maaiveldplooiing verder te worden uitgewerkt en te worden getoetst, ook in relatie tot de hoge grondwaterstand en de reeds benodigde ophogingen.
Medio 2021 wordt de gemeentelijke hemelwaterverordening vastgesteld. Deze verordening wordt toegepast op alle bouwwerken waarvoor na inwerkingtreding een omgevingsvergunning voor bouwen wordt aangevraagd en stelt verplicht een bui van tenminste 60 mm in één uur te kunnen verwerken op eigen kavel.
55
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 5 van 22
Voorwoord
De voorliggende rapportage vormt de waterparagraaf bij de investeringsnota Lodewijk van Deysselbuurt. Ruimtelijke plannen moeten voorzien zijn van een waterparagraaf. De meerwaarde van de waterparagraaf is dat zij zorgt voor een vroegtijdige systematische aandacht voor het meewegen van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder het systeem van oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en waterkeringen, de waterkwaliteit en de riolering. De waterparagraaf geeft over het algemeen inzicht in de wijze waarop het geldende waterbeleid is vertaald naar de plankaart en het Stedenbouwkundig Plan en bestemmingsplan.
56
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 6 van 22
1 Inleiding 1.1 Huidige situatie De Lodewijk van Deysselbuurt ligt in stadsdeel Nieuw West in de wijk Slotermeer-Zuidwest en is een van de Westelijke Tuinsteden. Deze tuinsteden zijn aangelegd in de jaren ’50 en ’60 en zijn gegroepeerd rondom de Sloterplas, die gegraven werd voor de zandwinning ten behoeve van de ophoging. Het gebied ligt in de Sloterbinnen en Middelveldsepolder.
1.2 Planontwikkeling De Gemeente Amsterdam werkt samen met woningcorporatie Rochdale aan de vernieuwing van de Lodewijk van Deysselbuurt. Vanwege de economische crisis van 2008 zijn eerdere ontwikkelingen niet tot stand gekomen. De ontwikkeling maakt deel uit van de ontwikkelbuurten Geuzenveld-Slotermeer waarvoor in 2018 een principenota is vastgesteld [1]. In de planontwikkeling liggen kansen voor renovatie, sloop-nieuwbouw, het toevoegen van extra woningen en het verbeteren van de openbare ruimte. Onderhavige waterparagraaf heeft betrekking op de ontwikkeling van het projectgebied Lodewijk van Deysselbuurt zoals beschreven in de investeringsnota en het bijbehorende stedenbouwkundig plan.
Figuur 1-1. Plangebied Lodewijk van Deysselbuurt
57
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 7 van 22
2 Wetgeving en waterbeleid In dit hoofdstuk wordt aangeven welke wet- en regelgeving en welk beleid van toepassing is op de voorgenomen werkzaamheden.
2.1 Wet- en regelgeving Besluit op de ruimtelijke ordening Artikel 3.1.6, eerste lid, onder b, van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) verplicht bij de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving op te nemen over de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Kaderrichtlijn water De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW maakt het mogelijk om verontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal en stroomgebiedsgericht aan te pakken. De doelstelling van de Europese Kaderrichtlijn Water is het bereiken en beschermen van een goede toestand van landoppervlaktewater, overgangswateren en kustwateren. Onder de goede toestand vallen zowel een goede ecologische potentieel (GEP) als een goede chemische toestand. Op dit moment is de kwaliteit in veel wateren nog ontoereikend. De kwaliteit mag in ieder geval nergens achteruitgaan (stand-still). Dat betekent bijvoorbeeld dat bevorderd wordt dat lozingen indien mogelijk verplaatst worden naar minder kwetsbare waterlichamen. En dat schadelijke milieuvreemde stoffen waar mogelijk vervangen worden door andere stoffen met een vergelijkbare werking en minder schade aan het watermilieu. In deze gevallen is in feite dus geen sprake van ‘achteruitgang’.
Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering' centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Hierbij moet worden gedacht aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning, die met een wettelijk vastgesteld aanvraagformulier kan worden aangevraagd.
58
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 8 van 22
Keur Het plangebied bevindt zich in het beheersgebied van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). De taak van het waterschap is om te zorgen voor een veilig en gezond watersysteem. Volgens de Waterwet gaat het daarbij om drie hoofddoelstellingen: 1. Voorkomen van overstroming, wateroverlast en waterschaarste; 2. Beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit en ecologische kwaliteit van watersystemen; 3. Vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Om deze doelen te kunnen realiseren beschikken de waterschappen over een eigen verordening, die van oudsher de Keur heet. Op 1 november 2019 is de meest recente Keur van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) inclusief Beleidsregels keurvergunningen en het Keurbesluit vrijstellingen in werking getreden. De Keur kent ‘verboden’ en ‘geboden’ voor de manier van inrichten, gebruik en onderhoud van waterkeringen, oevers en oppervlaktewateren, waar door het waterschap onder bepaalde voorwaarden ontheffing op kan worden verleend. De Keur is een belangrijk instrument voor het waterschap om activiteiten in en rond het watersysteem in goede banen te leiden en te zorgen dat ze geen gevaar op kunnen leveren voor het watersysteem. De legger is een openbaar register van het waterschap en dient als uitwerking van de Keur. Hierin wordt weergegeven aan welke eisen de wateren, waterkeringen en kunstwerken moeten voldoen.
2.2 Beleid Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande Nota's Waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet. Het Nationaal Waterplan beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Als bijlage bij het ontwerp Nationaal Waterplan zijn beleidsnota's toegevoegd over waterveiligheid. Deze beleidsnota's vormen een nadere uitwerking en onderbouwing van de keuzes die in de hoofdtekst staan van het Nationaal Waterplan en dienen in samenhang ermee te worden gelezen. Bij de ontwikkeling van locaties in de stad wordt ernaar gestreefd dat de hoeveelheid groen en water per saldo gelijk blijft of toeneemt. Dit moet stedelijk gebied aantrekkelijk en leefbaar maken en houden. Het voorliggende bestemmingsplan gaat uit van behoud van het bestaand groen en water. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die een toename van verharding mogelijk zou maken. Het oorspronkelijke waterplan is in december 2014 tussentijds gewijzigd voor de implementatie van het rijksbeleid en de daarvoor benodigde Rijksacties die volgen uit het voorstel voor deltabeslissingen en voorkeursstrategieën in het Deltaprogramma 2015.
59
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 9 van 22
Anders omgaan met water. Waterbeleid in de 21ste eeuw Dit kabinetsstandpunt geeft de overkoepelende visie van het Rijk weer op de aanpak van veiligheid en wateroverlast. In dit beleidsstuk wordt de watertoets geïntroduceerd om te voorkomen dat de bestaande ruimte voor water geleidelijk afneemt, door bijvoorbeeld landinrichting, de aanleg van infrastructuur of woningbouw. Deltaplan Ruimtelijk Adaptatie In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is afgesproken dat heel Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Het Deltaplan gebruikt hiervoor 7 ambities waarvan ‘kwetsbaarheden in beeld brengen’ er één is. Om die kwetsbaarheden in beeld te krijgen dienden alle overheden uiterlijk in 2019 een stresstest te hebben uitgevoerd voor de vier klimaatthema’s: wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. Strategie klimaatadaptatie Amsterdam Met de strategie klimaatadaptatie zet de gemeente Amsterdam samen met de drie Waterschappen Amstel, Gooi en Vecht, Hollands Noorderkwartier en Rijnland, een stip op de horizon voor een klimaatbestendige stad. Het doel is om in 2050 zo goed mogelijk voorbereid te zijn op het veranderende klimaat. Hierbij wordt een iteratieve aanpak gehanteerd, zodat nieuwe informatie over het veranderende klimaat kan worden verwerkt en daarop kan worden gereageerd.
In deze strategie worden nog geen nieuwe plannen vastgesteld, maar vormt wel een eerste stap hiertoe. De strategie klimaatadaptatie is een opmaat voor een gesprek met de stad. Klimaatadaptatie gaat namelijk de hele stad aan. Het doel is om in 2020 gezamenlijk een uitvoeringsagenda voor de komende jaren op te stellen met concrete plannen om Amsterdam klimaatbestendig te maken. De uitvoering van deze onderdelen gaat door, parallel aan het ontwikkelen van een brede aanpak. Watervisie Amsterdam 2040 Deze Watervisie Amsterdam 2040 geeft een ruimtelijk economisch perspectief op het gebruik van water en oevers in Amsterdam op de lange termijn (2040) met een aantal speerpunten voor de korte termijn (2018). De centrale ambitie van deze Watervisie Amsterdam 2040 is als volgt: Amsterdam gebruikt haar water en oevers beter en duurzamer en optimaliseert de ordening van het gebruik van het water en oevers. Onder andere is het doel het water en oevers beter toegankelijk te maken en dynamisch en duurzaam gebruik van water te stimuleren. Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) In mei 2011 sloten het Rijk, de provincies, het Samenwerkingsverband Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen en de vereniging van waterbedrijven Nederland het Bestuursakkoord water.
Met de actualisatie van het NBW onderstrepen de betrokken partijen, rijk, provincies, gemeenten en waterschappen nogmaals het belang van samenwerking om het water duurzaam, klimaatbestendig en doelmatiger te beheren. In het akkoord staat onder meer hoe met klimaatveranderingen, de stedelijke wateropgave en de ontwikkelingen in woningbouw en infrastructuur moet worden omgegaan. Ook is er meer aandacht voor het realiseren van schoon en ecologisch gezond water. Het NBW heeft tot doel om in de periode tot 2020 het watersysteem in Nederland op orde te brengen en te houden en te anticiperen op klimaatverandering. Het gaat hierbij om de verwachte 60
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 10 van 22
zeespiegelstijging, bodemdaling en klimaatverandering. Nederland krijgt hierdoor steeds meer te maken met extreem natte en extreem droge periodes.
Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016-2021 Het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam (GRPA) 2016-2021 bevat de visie van de gemeente op het gewenste waterbeleid voor de komende jaren. De gemeente Amsterdam is wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater, de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater en het nemen van grondwatermaatregelen. In dit beleidsrapport staat hoe deze drie zorgplichten door de gemeente Amsterdam worden ingevuld. Doel van het plan is om aan het bevoegd gezag te verantwoorden op welke wijze de gemeente Amsterdam haar watertaken uitvoert en in hoeverre zij afdoende middelen heeft om dit in de toekomst te blijven doen. Hiermee voldoet de gemeente aan de planverplichting, zoals die in de Wet milieubeheer (artikel 4.22) is opgenomen. Dit plan biedt tevens een kans om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen, zoals het veranderende klimaat. Inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater Stedelijk afvalwater is huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Dit afvalwater wordt ingezameld en getransporteerd naar een rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI). De gemeente is verantwoordelijk voor het inzamelen en transporteren van afvalwater.
Bij de zorg voor stedelijk afvalwater wordt gekeken naar het systeem als geheel, eventueel over de stadsgrenzen heen. Inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater De gemeente is verantwoordelijk voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. Daarbij gaat het niet alleen om het buizenstelsel in de grond, maar in toenemende mate ook om de openbare ruimte waarin hemelwater wordt opgevangen en zodoende wateroverlast wordt beperkt. De gemeente stemt af met waterschappen, is aanspreekpunt voor de burger en behandelt hemelwatermeldingen. Naast de officiële zorgplicht heeft de Gemeente Amsterdam in het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam de ambitie geuit dat de stad een bui van 60 mm per uur kan verwerken zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur. Deze ambitie komt voort uit programma Amsterdam Rainproof, met als uitgangspunt dat gerichte, kleinschalige, fijnmazige en rendabele maatregelen de stad klimaatbestendiger en tegelijk aantrekkelijker en leefbaarder maken. Grondwaterzorgplicht In de stad komen situaties voor waarbij het gewenste gebruik en de aanwezigheid van grondwater elkaar hinderen, en grondwater voor overlast zorgt. Zo kan een te hoog grondwaterpeil leiden tot problemen, bijvoorbeeld in de vorm van water in kelders en andere vochtproblemen.
Daarentegen kunnen er ook problemen ontstaan als gevolg van een te lage grondwaterstand: dit kan leiden tot verrotting van houten funderingen, met het risico op verzakking of instorting van gebouwen. Het is de zorgplicht van de gemeente om, voor zover doelmatig, maatregelen in openbaar gebied te treffen om structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven
61
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 11 van 22
bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Daarnaast is de gemeente aanspreekpunt voor de burger en behandelt de gemeente grondwatermeldingen.
Waterbeheerplan AGV 2016-2021 Het AGV zorgt voor schoon water op het juiste peil en voor droge voeten in het beheergebied. In dit Waterbeheerplan staat welke doelen AGV de komende zes jaren nastreeft en op welke manier het waterschap die doelen wil bereiken. Het Waterbeheerplan (WBP) is een regionale doorvertaling van het provinciale waterbeleid. De drie provincies waar AGV binnen valt (Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland) toetsen het WBP en verlenen goedkeuring. De essentie van dit nieuwe WBP is dat AGV de planperiode gaat gebruiken om door te gaan met het garanderen van voldoende waterstaatkundige veiligheid voor mensen, dieren en goederen, voldoende water en schoon water. Uitwerkingsbesluit Doorvaartprofielen Om het dynamisch gebruik van het water in Amsterdam zo in te richten dat ook in de toekomst een veilig en vlot gebruik van het water als openbare ruimte en verkeersweg mogelijk is, is in 2004 de beleidsnotitie “Doorvaartprofielen, een voorwaarde voor vlot en veilig varen in Amsterdam” door het College vastgesteld. In 2008 is verder invulling gegeven aan de doelstellingen door in het Uitwerkingsbesluit Doorvaartprofielen de doorvaartprofielen te koppelen aan vaarwegen. In dit uitwerkingsbesluit wordt aangegeven welke soorten schepen (lengte, breedte, diepgang) van welke vaarweg gebruik mogen maken.
Dienst Binnenwaterbeheer is namens B&W verantwoordelijk voor het nautisch vaarwegbeheer op het binnenwater.
62
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 12 van 22
3 Waterparagraaf 3.1 Waterkeringen 3.1.1 Dijkringgebieden Het plangebied wordt beschermd tegen inundatie door dijkring 14. Volgens de Waterwet is de huidige veiligheidsnorm voor deze dijkring 1:10.000. Dat is de kans op overschrijding van de waterstand die veilig gekeerd moet kunnen worden. Deze kans is niet gelijk aan de overstromingskans van het gehele dijkringgebied. Vanuit de Deltabeslissing Waterveiligheid is in 2015 door het Rijk besloten dat een aantal waterkeringen afgewaardeerd worden. Na renovatie van het sluizencomplex in IJmuiden en versterking van de Lekdijk, kan de primaire waterkering Amsterdam (aan de zuidzijde van het Noordzeekanaal) worden afgewaardeerd naar een IPO-klasse V waterkering. Dit zal naar verwachting circa 2029 gebeuren. Het idee is dat de omringende waterkeringen, waaronder de Lekdijk en IJmuiden, het gebied beschermen en de veiligheid toeneemt. De Sloterbinnen- en Middelveldsepolder wordt beschermd tegen overstroming vanuit de Stadsboezem, door de verschillende secundaire waterkeringen langs o.a. de Burgemeester van Tienhovengracht, Orteliuskade en de Westlandgracht (IPO klasse V) met een overschrijdingskans van 1:1.000 jaar [4]. Het plangebied kent geen onaanvaardbaar of onevenredig overstromingsrisico.
3.1.2 Waterbouwkundige constructies Er zijn geen waterkeringen aanwezig binnen de grenzen van het plangebied. De dichtstbijzijnde waterbouwkundige constructie is de secundaire waterkering A505_001, gelegen langs de oevers van de Burgemeester van Tienhovengracht.
3.2 Oppervlaktewater Het plangebied wordt aan de noord- en westzijde begrensd door primaire watergangen. Het plangebied ligt in de Sloterbinnen en Middelveldsepolder. In deze polder wordt het oppervlaktewaterpeil beheerst op NAP -2,1 m. De Keur AGV schrijft voor dat wanneer het verharde oppervlak in stedelijk gebied met meer dan 1.000 m² toeneemt, oppervlaktewater moet worden aangelegd in hetzelfde watersysteem [5]. In het plangebied dient 10% van de verhardingstoename gecompenseerd te worden in de vorm van wateroppervlak. Te dempen wateroppervlak moet bovendien volledig gecompenseerd worden in de vorm van nieuw wateroppervlak. De compensatie moet in beginsel vóórdat de verharding plaatsvindt in de Sloterbinnen en Middelveldsepolder worden gerealiseerd.
63
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 13 van 22
Er zijn geen werkzaamheden aan- of dempingen van oppervlaktewater voorzien in de planvorming. Werkzaamheden of activiteiten in of nabij watergangen kunnen meldings- of vergunningsplichtig zijn. Hiervoor dient contact te worden opgenomen met Waterschap AGV
Conform het stedenbouwkundig plan (behorende bij de investeringsnota) [3] is er sprake van een verhardingstoename van ca. 8.800 m2. Dit wordt onder andere veroorzaakt door het toevoegen van extra bebouwing. Een verhardingstoename, en daarmee ook een afname van het openbaar groen, is ongunstig voor de waterberging en het tegengaan van hittestress. Om deze verhardingstoename te compenseren moet conform de Keur ten minste 880 m2 oppervlaktewater worden gegraven binnen hetzelfde peilgebied. Eventuele vermindering van verhardingstoename door verrekening van oppervlaktes groene parkeerdaken en waterbergende daken conform de aanstaande hemelwaterverordening [6] dient verder te worden uitgewerkt in de planvorming en te worden afgestemd met Waternet/AGV. Het plangebied maakt onderdeel uit van ontwikkelbuurten Geuzenveld-Slotermeer. Geadviseerd wordt in afstemming met Waternet/AGV een waterbergingsboekhouding op te stellen voor het gehele ontwikkelgebied, waarin alle wijzingen van het wateroppervlak en verhardingsoppervlak worden verwerkt en bijgehouden. Dit is tevens een van de aanbevelingen in het Watergebiedsplan Nieuw-West (2014) [7]. Met een dergelijke waterbergingsboekhouding, wordt geborgd dat de waterbalans tijdens en na de ontwikkelingen van Geuzenveld-Slotermeer positief blijft.
Eveneens kan watercompensatie hierdoor integraal worden beschouwd en op een wijze worden uitgevoerd die de waterkwaliteit en KRW-doeleinden van het gehele watersysteem ten goede komt.
64
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 14 van 22
Figuur 3-1. Verhardingstypes huidige situatie (boven) en ontwerp SP (onder) [3].
3.2.1 Waterkwaliteit (KRW) Alle ontwikkelingen in het plangebied moeten voldoen aan de eisen uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De uitvoering van de KRW is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten. De maatregelen zijn deels vastgelegd in de Waterplannen van de provincies en de waterbeheerplannen van de waterbeheerders. Voor de het plangebied zijn dat het Waterplan van de Provincie Noord-Holland en het Waterbeheerplan 20162021 Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. en het Watergebiedsplan Nieuw-West [7] van het W aterschap AGV. De watergangen in de Sloterbinnen- en Middelveldse gecombineerde polders vallen onder de categorie Overig water. De waterkwaliteit valt op verschillende manieren te verbeteren. Welke maatregel het meest effectief is, wordt pas duidelijk als er een systeemanalyse heeft plaatsgevonden waarin de ecologische sleutelfactoren worden onderzocht. Dit zijn de factoren die de chemische en ecologische waterkwaliteit beïnvloeden en waarin de hele cyclus wordt afgelopen, vanaf de vervuilingsbronnen tot en met het ontvangende watersysteem. Het ontvangede watersysteem is in dit geval de Sloterplas, welke een status heeft als KRWWaterlichaam. Maatregelen kunnen zowel in/bij het water plaatsvinden (bijv. natuurvriendelijke oever, floatlands) als op het land (voorkomen van afvoer slibafvoer, geen bomen nabij het water).
Daar waar de planvorming het oppervlaktewater betreft, dient te worden gestreefd ecologische vooruitgang te boeken.
65
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 15 van 22
3.3 Grondwater 3.3.1 Grondwaterzorgplicht
De grondwaterzorgplicht vereist dat ontwikkelingen in het plangebied, zowel tijdens uitvoering als in de eindsituatie, geen verslechtering van de grondwatersituatie mogen veroorzaken, ook niet voor naastgelegen gebieden. Een verslechtering in de eindsituatie kan bijvoorbeeld ontstaan door grote nieuwe ondergrondse obstructies zoals ondergrondse parkeergarages, tunnels, ondoorlatende damwanden of ondoorlatende kadeconstructies die de grondwaterstroming blokkeren. Conform het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) [10] geldt een gemeentelijke grondwaternorm voor nieuw te ontwikkelen gebied: Dit betekent voor kruipruimteloos bouwen een ontwateringsdiepte van minimaal 0,5 m t.o.v. een grondwaterstand die gedurende maximaal 5 aaneengesloten dagen met een herhalingstijd van 1x/2 jaar overschreden wordt. Voor bouwen met kruipruimtes geldt een ontwateringsnorm van minimaal 0,9 m t.o.v. de maatgevend hoge grondwaterstand. Dit beleid wordt naar verwachting na 2021 aangepast naar een uniforme ontwateringsnorm van 0,9 m, waarmee de bovenstaande 0,5 m voor kruipruimteloos bouwen zou komen te vervallen. Aanvullend hierop: Voor de aanplant van (1e orde) bomen is conform het Handboek Groen [11] een ontwateringsdiepte ten opzichte van de GHG benodigd van 1,0 m, met een minimale eis van 0,8 m. Zie Figuur 3-2.
Figuur 3-2. Verduidelijking gewenste ontwatering.
66
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 16 van 22
Als een te (her)ontwikkelen gebied niet voldoet aan de gemeentelijke grondwaternorm dient het maaiveld bij voorkeur (integraal) te worden opgehoogd met goed doorlatend zand. Indien (integrale) ophoging niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat bestaande gebouwen gehandhaafd blijven, heeft conform gemeentelijk beleid GRP2016-2021 aanleg van extra oppervlaktewater en het toepassen grondverbetering de voorkeur boven drainage.
3.3.2 Freatisch grondwater Binnen het project zijn 5 actieve peilbuizen aanwezig in het peilbuizennetwerk van Waternet/AGV [12] met een meetperiode van 15 tot 30 jaar. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) in het projectgebied bevindt zich op ca. NAP -1,2 m. Met maaiveldhoogtes variërend tussen NAP -0,8 m en NAP -0,4 m is er sprake van een ontwatering ten opzichte van de GHG van 0,4 tot 0,8 m. Hiermee wordt in de huidige situatie niet overal voldaan aan de gemeentelijke grondwaternorm van 0,5 m ontwatering voor bouwen zonder kruipruimtes en wordt vrijwel nergens voldaan aan de norm van 0,9 m ontwatering voor bouwen met kruipruimtes en aanplant van 1e orde bomen, zie ook Tabel 2-1 en Figuur 2-3. Tabel 3-1. Grondwaterstatistieken peilbuizen Lodewijk van Deysselbuurt [12].
Locatie D03025 D03054 D03062 D03100 D03117
Straathoogte Gemiddelde [m NAP] [m NAP] -0.72 -1.65 -0.78 -1.77 -0.68 -1.66 -0.70 -1.60 -0.70 -1.69
GHG GLG Ontwatering [m NAP] [m NAP] [m] -1.30 -1.95 0.58 -1.23 -2.10 0.45 -1.30 -1.88 0.72 -1.13 -2.16 0.43 -1.21 -2.16 0.51
Figuur 3-3 Overzicht grondwatermetingen binnen plangebied. Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) in m NAP.
67
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 17 van 22
De investeringsnota voorziet in verschillende nieuwe ondergrondse constructies zoals ondergrondse parkeergarages, zie Figuur 3-4. Deze nieuwe ontwikkelingen mogen geen negatieve invloed hebben op het grondwatersysteem. Dat betekend dat indien de ondergrondse constructies de grondwaterstroming (gedeeltelijk) blokkeren deze grondwaterneutraal dienen te worden uitgevoerd door bijvoorbeeld grondverbetering rondom (onder en langs) de kelder aan te brengen. Hierdoor kan het grondwater vrijelijk ongehinderd blijven stromen. Met een geohydrologisch onderzoek kan het effect van de kelders op de grondwaterstand in de directe omgeving worden aangetoond en nut en noodzaak van grondwaterneutrale kelderbouw worden onderbouwd.
Figuur 3-4 Zoeklocaties ondergrondse parkeerkelders.
68
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 18 van 22
3.3.3 Aandachtspunten grondwater In de huidige situatie voldoet een groot deel van het plangebied niet aan de gemeentelijke grondwaternorm. Voor de toekomstige gebiedsontwikkeling dient geohydrologisch onderzoek worden uitgevoerd naar de cumulatieve effecten van de planvorming, toekomstige ondergrondse constructies en klimaatverandering op de freatische grondwaterstand en te worden getoetst aan de grondwaternorm. Indien (mede door nieuwe planologische ontwikkelingen) niet wordt voldaan aan de gemeentelijke grondwaternorm, dienen mitigerende maatregelen worden toegepast. In ieder geval de volgende ontwikkeling dienen in een geohydrologisch onderzoek te worden meegenomen: - Planvorming SP (waaronder verhardingstoename); - Ontwikkelplannen van kavels (woningbouwvereniging Rochdale), dit betreft aanleg van parkeerkelders; - Het effect van klimaatverandering conform KNMI-klimaatscenario WH2050; Er dient rekening mee te worden gehouden dat (lokale) ophoging van het maaiveld en een verhoogd bouwpeil noodzakelijk zijn om nu en in de toekomst aan de grondwaternorm te voldoen. Dit zorgt tevens voor een robuustere klimaatadaptieve omgeving, zie ook paragraaf 3.4 Hemelwater. Indien sprake is van rioolvervanging dient er rekening mee te worden gehouden dat oude (te verwijderen) riolering mogelijk lek is en dus drainerend werkt.
Indien vervanging kan leiden tot grondwaterstijging moet in samenspraak met de rioolbeheerder (Waternet) worden onderzocht of compensatie door de aanleg van drainage noodzakelijk is.
3.4 Hemelwater 3.4.1 Hemelwaterafvoer via riolering De gemeente Amsterdam is verantwoordelijk voor de inzameling en verwerking van stedelijk afvalwater en hemelwater. Hemelwaterafvoer in het gebied is via een gescheiden stelsel geregeld, bestaande uit DWA (droogweerafvoer) en HWA (hemelwaterafvoer). Er komt geen gemengd stelsel meer voor in het gebied.
3.4.2 Rainproof doelstellingen Conform de doelstellingen van Amsterdam Rainproof [13] en het GRP 2016-2021 [10] wordt voor het plangebied geadviseerd bij de herontwikkeling het maaiveld zodanig te ontwerpen zodat een bui van 60 mm in 1 uur kan worden verwerkt zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur te veroorzaken. Hierbij dient conform het GRP 2016-2021 circa 20 mm in 1 uur verwerkt te worden
69
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 19 van 22
door de riolering (bui 8) en de andere 40 mm in de openbare en particuliere ruimte. Mogelijk wordt deze ambitie in de toekomst opgeschroefd (70 mm in 1 uur). Aanname is daarnaast dat meer dan 200 mm accumulatie van water op straat tot gevolg heeft dat de wegen slecht begaanbaar zijn voor nood-/hulpdiensten. Voor verwerking van hemelwater geldt conform de NBW de drietrapsstrategie ‘vasthouden, bergen, afvoeren’, die moet worden gevolgd bij de aanpak van wateroverlast in een watersysteem. Vertraagt afvoeren van hemelwater ontlast afvoerbuizen (HWA) en het oppervlaktewatersysteem tijdens piekbuien. Hemelwater kan tijdelijk geborgen worden op daken, in tuinen en parken, oeverzones en binnen het straatprofiel. Op deze manier wordt bijgedragen in het verder terug dringen van de kans op wateroverlast op- en direct rondom het plangebied bij hevige neerslag. Voor het vergroten van de mogelijkheden om water vast te houden in de bodem en het oppervlaktewater is het gewenst om zoveel mogelijk oppervlak onverhard te laten, waterdoorlatende of waterbergende verharding toe te passen en overtollige verharding te verwijderen. Om verontreiniging van afstromend hemelwater, oppervlaktewater, grondwater en de waterbodem tegen te gaan, dienen de richtlijnen en wetten te worden gevolgd, waarin onder andere het gebruik van uitlogende materialen (PAK, lood, zink en koper) voorkomen dient te worden.
3.4.3 Water op straat De Lodewijk van Deysselbuurt ligt in een “urgent” Rainproof knelpunt [14]. Bij een Rainproof bui van 60 mm in één uur staat er in relatief veel water op straat in de buurt en omgeving en is er een grotere kans op schade en overlast. Wegen kunnen tijdelijk onbegaanbaar zijn en enkele panden lopen risico op schade. Door de afvoer van het overtollige hemelwater zoveel mogelijk te vertragen, kan overlast worden voorkomen.
Figuur 3-5. Overzicht Rainproof knelpunten
70
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 20 van 22
Figuur 3-6. Water op straat bij een bui van 60 mm in één uur [m].
3.4.4 Aandachtspunten Hemelwaterafvoer In de planvorming is de ambitie geformuleerd te komen tot een klimaatadaptieve inrichting. Bij het ontwerpen van het maaiveld en straatprofielen wordt rekening gehouden met een bergingsopgave. Er is veel groen aanwezig in het plangebied. Er wordt gezocht naar mogelijkheden om het overtollige hemelwater tijdelijk te bergen in groenvakken en vertraagd af te voeren naar het oppervlaktewater. Maaiveldplooiing is de meest eenvoudige en robuuste wijze om te komen tot een Rainproof inrichting van de openbare ruimte. Hierdoor is afstroming van overtollig hemelwater naar het oppervlaktewater of waterbergende zones gewaarborgd. Ook wordt geadviseerd de bouwpeilhoogtes voor de te ontwikkelen kavels of bouwblokken hierin mee te nemen. In de verdere planvorming dienen deze maatregelen en maaiveldplooiing verder te worden uitgewerkt en te worden getoetst, ook in relatie tot de hoge grondwaterstand en de benodigde ophogingen zoals genoemd in paragraaf 3.3.3 Aandachtspunten grondwater.
71
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 21 van 22
3.4.5 Waterneutrale kavels / Hemelwaterverordening De gemeentelijke Hemelwaterverordening [6] wordt naar verwachting medio 2021 vastgesteld. Deze verordening wordt toegepast op alle bouwwerken waarvoor na inwerkingtreding een omgevingsvergunning voor bouwen wordt aangevraagd. Hierdoor wordt bij de realisatie van nieuwe bouwwerken verplicht om: - Een bui van 60 millimeter (60 l/m2) te kunnen verwerken op eigen terrein (60 liter per m2 kavel oppervlak) waarbij de waterbergingsvoorziening na 60 uur weer leeg en beschikbaar moet zijn voor een volgende bui. Waterberging kan op het gebouw plaatsvinden of inpandig. - In geval van een hergebruikssysteem tenminste 90 liter per m2 te kunnen verwerken. - Hemelwater op daken mag via geknepen afvoer (bovengronds) aan openbare ruimte worden afgevoerd met een maximaal debiet 1,0 l/m2/uur (1,0 mm/uur). - Pas als er in 24 uur tijd meer dan 60 millimeter regenwater valt, mag hemelwater onder vrij verval worden aangeboden aan de openbare ruimte. Geadviseerd wordt om, zolang de Hemelwaterverordening nog niet in werking is getreden, voor de nog uit te geven en te ontwikkelen kavels vast te leggen dat deze kavels waterneutraal dienen te worden ingericht conform bovengenoemde eisen. Dit kan bijvoorbeeld worden vastgelegd in een bouwenvelop of kavelpaspoort.
72
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 22 van 22
Bronvermelding
[1] Principenota Geuzenveld-Slotermeer, januari 2019 [2] 210107 LodewijkvDeysselbuurt_investeringsnota, Gemeente Amsterdam, 07-01-2021 [3] Watertoets SP LvD buurt, werknummer 1836, 02-02-2021 [4] Legger van secundaire keringen in Amsterdam Nieuw-West met de daartoe behorende kunstwerken, Waternet/AGV, 2015 [5] Keur, Keurbesluit en Vrijstellingen. Waternet/AGV, 2019. [6] Voorstel hemelwaterverordening gemeente Amsterdam, https://bekendmakingen.amsterdam.nl/bekendmakingen/publicatie/inspraak/hemelwater verordenin/ , 11-02-2020 [7] Watergebiedsplan Amsterdam Nieuw-West, waterschap AGV, maart 2014 [8] Waterbeheerplan 2016-2021, Waterschap AGV, 08-10-2015 [9] Watervisie Amsterdam 2040 – september 2016 [10] Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam (GRPA) 2016-2021, Waternet/AGV 30-12-2015. [11] Handboek Groen, standaard voor het Amsterdamse straatbeeld, 28-10-2020 [12] Peilbuizen Waternet, https://maps.waternet.nl/kaarten/peilbuizen.html, geraadpleegd op 02-03-2021 [13] Amsterdam Rainproof, www. Rainproof.nl [14] https://maps.amsterdam.nl/rainproof/
73