CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

- 26 Grondzaken (31) 2 20211018 Bijlagen Investeringsnota Lodewijk van Deys

RAAD 22 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Investeringsnota Lodewijk van Deysselbuurt en het beschikbaar stellen van een krediet VN2021-02940024.805 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlagen investeringsnota Lodewijk van Deysselbuurt september 2021

Inhoudsopgave 1. Participatiekalender Van Deysselbuurt - Rochdale - Gemeente Amsterdam

4

2. Uitgangspunten samenwerking Gemeente Amsterdam, woningstichting Rochdale en het Buurtplatform in de vernieuwing van de Lodewijk van Deysselbuurt

5

3. Advies van buurtplatform over voorzieningen en reactie gemeente en Rochdale

7

4. Advies buurtplatform over verdichting en reactie gemeente en Rochdale

29

5. Evaluatie participatie en draagvlak voor vernieuwing Lodewijk van Deysselbuurt

34

6. Participatie thema’s en dilemma’s bij ontwerp vernieuwing Lodewijk van Deysselbuurt

36

7. Participatie wensen vernieuwing Lodewijk van Deysselbuurt

38

8. Parkeerkaart Lodewijk van Deysselbuurt

40

9. Bezonningsstudie

41

10.

Totale Keten Kostenanalyse aardgasvrij Lodewijk van Deysselbuurt

44

11.

Ontwikkelkader Röellbuurten

51

12.

Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt

52

2

De kleine verfdoos Bijlagen investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt

3

1. Participatiekalender Van Deysselbuurt Rochdale - Gemeente Amsterdam

Participatiekalender Van Deysselbuurt - Rochdale - Gemeente Amsterdam Datum overleg

Thema

Doorlopend

Renovatie

Doorlopend

Sloop

Woonprogramma dinsdag 20 april 2021 Fasering

april/mei 2021

Buurtenquete

april/mei 2021

Voorzieningen

mei / juni 2021

Investeringsnota

september 2021

Buurtenquete

Toelichting

Fase 1

Participatievorm

Renovatieplannen per complex met projectcommissies

Meebeslissen over voorkeursvariant

Sloopplannen per complex met projectcommissies

Adviseren over sloopplan.

Bijzonderheden

Hoe ziet het woonprogramma eruit? Waar maken we de woningen voor gezinnen, ouderen, jongeren, etc? En clusteren we per gebouw of verspreiden we ze juist over de buurt, met Raadplegen over woonprogramma. verschillende doelgroepen in een complex? Adviseren over verdeling doelgroepen over de buurt en gebouwen. Hoe richten we de fasering zodanig in dat bewoners zo min Raadplegen over fasering van vernieuwing. mogelijk overlast ervaren, en zo snel mogelijk vruchten plukken van de vernieuwing?

Opzet / aanpak buurtenquete.

Raadplegen over vragenlijst en aanpak buurtenquête.

Advies buurtplatform voorzieningen

Adviseren over thema voorzieningen

Inhoud Investeringsnota. Wat wordt er vastgelegd in de nota? En wat niet? Raadpleging over investeringsnota. Uitkomsten buurtenquete.

Informeren over uitkomsten buurtenquete.

Fase 2 Doorlopend

Zomer 2021

Uitwerking voorzieningen

Invulling en plannen jongerencentrum. Programmering en vormgeving community center. Inpassing nieuwe alles-in-1school, etc.

Beeldkwaliteitsplan Waaraan moet het ontwerp van de gebouwen voldoen om ze Adviseren over belangrijke thema's. goed in te laten passen in de buurt?

Najaar 2021

4

Adviseren / co-produceren

(Verkeers-)veiligheid Beperking van de verkeersdrukte (autoluwe Van Deysselstraat). Hoe houden we de buurt veilig en leefbaar? / leefbaarheid Oplossing verkeer rondom nieuwe school.

Eind 2021

Inrichtingen Openbare ruimte

Afhankelijk van oplevering

Inrichting binnengebieden

Raadplegen over concept beeldkwaliteitsplan

Adviseren over mogelijke verkeersmaatregelen Raadplegen over concept uitwerking verkeersmaatregelen

Waar komt groen, speelplekken, parkeerplaatsen, etc. Hoe kan het eigenaarschap van de openbare ruimte worden vergroot. Hoe stimuleren we vergroening en verbeteren we de co-produceren / meebeslissen inrichting groen en speelplekken. veiligheid? Adviseren / co-produceren verdeling parkeerplaatsen openbare ruimte Hoe richten we de binnenterreinen in, in de middenstrook? Hoe willen toekomstige bewoners deze gebruiken? Wat doet Rochdale en wat doen bewoners zelf?

co-produceren inrichting binnenterrein

Al gestart voor jongerencentrum

Zodra ffysieke bijeenkomsten weer mogelijk zijn.

2. Uitgangspunten samenwerking Gemeente Amsterdam, woningstichting Rochdale en het Buurtplatform in de vernieuwing van de Lodewijk van Deysselbuurt

■ Het BPF erkent en stimuleert dat Gemeente en Rochdale naast het BPF nog andere stakeholders (bewoners, ondernemers etc.) hebben en zij ook richting deze partijen een verantwoordelijk hebben.

30 maart 2021 Status van dit document In dit document leggen het Buurtplatform (hierna: BPF), de Gemeente en Rochdale vast hoe zij samenwerken in het participatietraject rond de vernieuwing van de Lodewijk van Deysselbuurt. Dit document is tot stand gekomen met input van de drie genoemde partijen en met bijdragen van stichting !Woon. In eerder gesprek is gesproken over een ‘mindset’. Dit document is dan ook geen juridische overeenkomst, maar wel een leidraad in het gesprek tussen de partijen. Om het gesprek te ordenen, sturing te geven en houvast te bieden. Algemene uitgangspunten voor de samenwerking ■ • Het BPF is een bewonersgroep die haar leden vertegenwoordigd (nu ± 150 bewoners uit de Deysselbuurt). Dit houdt in dat participerende bewoners in gesprekken met Gemeente en Rochdale niet op individuele basis, maar namens deze leden praten. Leden van het BPF stemmen onderling met elkaar af wie er bij welk thema als afgevaardigden van de groep aan de overleggen deelneemt. Gemeente en Rochdale erkennen de rol en positie van het BPF en zien het onderlinge overleg en afstemming tussen buurtbewoners binnen het Buurtplatform als meerwaarde. De Gemeente en Rochdale richten zich tegelijk op alle bewoners van de buurt, waarbij iedere bewoner moet kunnen beschikken over dezelfde informatie.

Bijlagen investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt

■ Gemeente en Rochdale informeren de bewoners uit de van Deysselbuurt tijdig en volledig. Zodra het BPF informatie ontvangt (presentaties, stukken rond het vernieuwingsplan etc.) is het van belang dat deze informatie binnen korte termijn ( 1 á 2 weken) ook gedeeld wordt met de rest van de bewoners uit de Deysselbuurt (bijvoorbeeld via de website deysselbuurt.nl). Gelijkwaardigheid in informatieverstrekking is belangrijk. Alle bewoners zouden over dezelfde informatie moeten kunnen beschikken om weloverwogen keuzes te kunnen maken/meningen te kunnen vormen. Gemeente en Rochdale nemen deze oproep om alle buurtbewoners nog beter te informeren over de vernieuwing ter harte. Voor komende tijd ligt wat Gemeente en Rochdale betreft hier de grootste en belangrijkste opgave. ■ Gemeente en Rochdale betrekken het BPF bij het voorbereiden van de geplande buurtenquête. Gemeente en Rochdale zullen de concept-vragenlijst voorleggen aan het BPF. Ook de vorm en aanpak (uitvoering) worden voorgelegd zodat het BPF daarop input kan leveren. Eveneens worden de uitkomsten voorgelegd en besproken. Het BPF is zich er van bewust dat de Gemeente en Rochdale hierin verantwoordelijk zijn, maar wenst hier wel samen op te trekken om meer draagvlak en respons te creëren. ■ Het BPF heeft de vrijheid om te opereren zoals hoe zij dit zelf wenst.

Als het BPF benaderd wordt door bewoners/organisaties/ondernemers van binnen of buiten de buurt, of hier zelf contact mee zoekt, dan

is het BPF vrij om met deze bewoners/organisaties/ ondernemers in gesprek te gaan. Geeft Gemeente of Rochdale expliciet aan dat bepaalde informatie (nog) niet mag worden gedeeld dan zal dit door het BPF worden gerespecteerd. ■ Er vindt hoor en wederhoor plaats, we laten elkaar uitpraten en gaan respectvol met elkaar om. Bij irritatie of frustratie spreken we dit naar elkaar uit en proberen we hier oplossingen voor te zoeken. ■ We doen er alles aan om alle afspraken in dit document na te komen en zullen hier als dit een keer onverhoopt niet lukt eerlijk en transparant over communiceren en indien nodig een aanvullend overleg plannen. Uitgangspunten voor de thema-overleggen ■ Voorafgaand aan elk overleg wordt door Gemeente en Rochdale zoveel als mogelijk gespecificeerd op welke onderdelen binnen een bepaald thema nog ruimte is voor invloed. Daarvoor gebruiken partijen de opgestelde Participatiekalender. Op de Participatiekalender zijn de gespreksthema’s aangegeven en ook de beïnvloedbare onderwerpen. ■ Themaonderdelen waar geen ruimte is voor invloed hoeven van het BPF niet te worden besproken. Het BPF richt zich binnen het themaoverleg bij voorkeur op de onderdelen waar nog wel ruimte is voor aanpassingen (kansen). Het delen van zorgen en kansen terwijl er geen ruimte is voor invloed zorgt voor demotivatie en heeft volgens het BPF geen zin.

Gemeente en Rochdale vullen hierbij aan dat er ten aanzien van verschillende thema’s ook behoefte kan zijn aan aanvullende informatie. Bijvoorbeeld om onnodige zorgen weg te kunnen nemen of vragen te beantwoorden. Gemeente en Rochdale zullen zoveel mogelijk deze informatie op andere

5

manieren aan - alle - bewoners geven. Op basis van deze informatie kan dan in de gesprekken met het BPF gefocust op de onderdelen waar nog invloed mogelijk is. Aangezien dit vooral onderdelen zijn die nog niet in de Investeringsnota worden vastgelegd, is hier ook meer tijd voor beschikbaar (zie de Participatiekalender). Partijen accepteren dat het geven van enige informatie bij deze bijeenkomsten, om de keuzes en mogelijkheden toe te lichten, onontkoombaar is. ■ Relevante documenten ten behoeven van een overleg (pp presentaties, rapporten, notulen etc.) worden in ieder geval twee weken voor aanvang van een overleg verstuurd naar het BPF, zodat zij zich voldoende kan voorbereiden en bruikbare input kan geven. Als deze termijn niet haalbaar is stemmen partijen af wat daar mee te doen. ■ Gemeente en Rochdale geven, voor de context van het overleg, aan het begin van ieder overleg in hoofdlijnen (belangrijkste zaken) aan welke plannen er zijn rondom een bepaald thema (max 20 min). Dit onderdeel van het overleg is puur informatief. Hier wordt verder geen discussie over gevoerd. ■ De rest van het overleg heeft een interactieve vorm waarbij het BPF, Gemeente en Rochdale met elkaar in gesprek gaan over de onderdelen waar nog invloed op uitgeoefend kan worden.

Vragen als wat vinden jullie van de plannen? Wat vinden jullie belangrijk? Hoe zouden jullie het graag zien? Waar zien jullie mogelijkheden? En hoe of waar kunnen we elkaar tegemoetkomen? zijn de basis voor het voeren van het gesprek. ■ Het BPF vind het belangrijk dat als zienswijzen/ standpunten van Gemeente, Rochdale en het BPF, op onderdelen waar invloed op uitgeoefend kan worden, ver uit elkaar liggen er moeite wordt gedaan

6

om nader tot elkaar te komen. Dit door te kijken naar welke elementen van de zienswijze/ingenomen standpunten wel verenigbaar zijn en hier samen oplossingen voor te bedenken. ■ Transparantie is belangrijk voor het BPF. Als het BPF een verzoek doet tot inzage in rapporten of onderzoeken, dan ontvangt zij deze uiteraard graag, mits deze beschikbaar zijn. Als stukken niet beschikbaar zijn geven gemeente en/of Rochdale daarvoor de reden aan. ■ De input wordt aan het eind van ieder overleg besproken. Gemeente en Rochdale geven aan het eind van een overleg specifiek aan wat zij van de input vinden. Met specifiek wordt bedoeld dat het liefst beargumenteerd aangegeven wordt waar men denkt wel iets mee te kunnen en waar men denkt niks mee te kunnen. Dit mag ook kort na het overleg schriftelijk medegedeeld worden. ■ Als input van het BPF niet (in zijn geheel) kan worden verwerkt in de plannen, dan zullen Gemeente en Rochdale samen met het BPF naar mogelijkheden zoeken op welke manier de input eventueel wel zou kunnen worden verwerkt. Denken in mogelijkheden in plaats van in onmogelijkheden. ■ Een overleg is pas afgesloten als deze voor alle partijen is afgesloten.

Dit betekent dat als er nog behoefte is om over onderdelen binnen het thema door te praten, het fijn zou zijn als deze ruimte gegeven wordt en er geen druk gezet wordt om andere thema’s op te pakken terwijl een thema nog niet is afgesloten. Aan het eind van ieder overleg wordt duidelijk en specifiek afgesloten met de vraag of er behoefte is om een vervolg te geven aan het themaoverleg. Hier moet door alle aanwezigen op worden geantwoord zodat hier na afloop geen onduidelijkheid over kan ontstaan.

■ Na het afsluiten van een overleg volgt op korte termijn een advies van het BPF, welke zij opstellen op basis van de gegeven input in het overleg en het raadplegen van haar leden. Hierop volgt een reactie van de Gemeente en Rochdale waarin duidelijk wordt aangegeven wanneer, of, hoe en wat van de input verwerkt zal worden. Het advies en de reactie hierop sluiten het thema af. Beiden ( BPF advies en reactie hierop) worden aan de investeringsnota (inspraakdocumenten) toegevoegd. ■ Mochten er ontwerpsessies voortvloeien uit een overleg dan wordt duidelijk aangegeven met wie, hoe en wanneer deze plaats gaan vinden. Als niet concreet te vertellen valt hoe en wat dan wordt er een indicatie gegeven. ■ Gemaakte afspraken worden vastgelegd en nageleefd. Als dat niet lukt komen partijen daar op terug en wordt besproken wat er dan mee gedaan wordt. ■ Ter afsluiting geeft het BPF mee: Het BPF is zich ervan bewust dat de uiteindelijke beslissing over de plannen wordt genomen door het College van B&W en de Gemeenteraad. De intentie van het BPF is nooit geweest om de eindbeslissing in handen te hebben.

Wel wil het BPF er samen met Gemeente en Rochdale voor zorgen dat als de plannen straks gepresenteerd worden aan het College van B&W en de Gemeenteraad, we kunnen zeggen dat er draagvlak voor is, er sprake is geweest van echte participatie (transparantie en duidelijkheid over wat er met onze input wordt gedaan en dit ook terug zien in de plannen), en we ons als bewoners gehoord, gewaardeerd hebben gevoeld en zien dat het zin heeft gehad dat wij onze tijd en energie in dit project hebben gestoken.

3. Advies van buurtplatform over voorzieningen en reactie gemeente en Rochdale www.deysselplatform.nl info@deysselplatform.nl

Datum: 5 Juni 2021 Betreft: Advies Buurtplatform van Deyssel (BPF) m.b.t. het thema “Voorzieningen” in de Lodewijk van Deysselstraat. In het kader van het vernieuwingsplan voor de Lodewijk van Deysselbuurt hebben het BPF (vertegenwoordiging buurtbewoners), de Gemeente Amsterdam en Rochdale op 23 maart 2020 een overleg gehad over het thema: Voorzieningen Dit advies is o.a. tot stand gekomen op basis van gesprekken met diverse organisatie actief in de buurt, vele bewoners en de BPF achterban. Voorzieningenstraat Lodewijk van Deysselstraat De huidige situatie is dat er 16 sociale-huur eengezinswoningen en 17 bedrijfspanden in deze straat staan. In het vernieuwingsplan staat dat alle panden gerenoveerd worden en de gehele Lodewijk van Deysseltraat een voorzieningenstraat wordt. Dit betekent dat alle 16 eengezinswoningen omgevormd worden naar een bedrijfsfunctie. Er is een enquete gehouden onder de bewoners van deze eengezinswoningen. Allen zijn tegen dit plan en willen graag dat Rochdale de woningen zo snel mogelijk renoveert en de woonfunctie behouden blijft. De buurtbewoners maken zich zorgen over de leefbaarheid in de buurt omdat deze voorzieningen een aanzuigende werking zullen hebben ( extra verkeer en mensen van buiten de buurt). De Lodewijk van Deysselstraat zal een drukke winkelstraat worden, de identiteit en karakter van de buurt als woonwijk zal daarmee verdwijnen.

De voorzieningenstraat zal een fysieke scheiding vormen; als drukke verkeersstraat komt er dan een barriere tussen Noord/Midden-gedeelte en Zuid-gedeelte. De huidige cohesie en toekomstige integratie van de verschillende delen van de buurt zal hierdoor verloren gaan. Rochdale heeft ook gepland dat het Midden-gedeelte een opentuin structuur zal krijgen. Dit betekent dat de (nu) prive algemene tuinen openbaar en toegankelijk worden voor iedereen. Ook de prive tuinen van de bewoners krijgen een open structuur. Al deze tuinen (prive/algemeen) grenzen o.a. aan de Lodewijk van Deysselstraat. Het ligt voor de hand dat ook het winkelend publiek en bezoekers van buiten de buurt gebruik gaan maken van deze tuinen en dat er dus weer nieuwe hangplekken ontstaan, ook laat in de avond. Dit komt de leefbaarheid en veiligheid niet ten goede. Het opentuin concept is juist bedacht om de buurtbewoners bij elkaar te brengen en de huidige en toekomstige bewoners te laten integreren. Het is onwaarschijnlijk dat dit concept gelegen aan een winkelstraat kans van slagen heeft.

Advies: Buurtbewoners zien het liefst dat de voorzieningen in de plinten aan de Roellstraat komen en de huidige opzet behouden blijft. Hiermee worden de meeste van de bovenstaande bezwaren en zorgen weggenomen. Verkeer: In het vernieuwingsplan wordt gesproken over de Lodewijk van Deysselstraat als een autoluwe straat. Met het huidige plan is dit niet te realiseren, namelijk: Alle maatschappelijke en commerciele voorzieningen zijn in de Lodewijk van Deysselstraat gepland. Dit heeft een aanzuigende werking op verkeer van binnen en buiten de buurt. Het (parkeer) verkeer bestemd voor de hoogbouw aan de Roellstraat moet in de toekomst allemaal via de Lodewijk van Deysseltraat de parkeergelegenheid inrijden. In de principe nota Geuzenveld Slotermeer 2019 wordt deze verwachting ook benoemd. Het verkeer bestemd voor de geplande basisschool aan de Lodewijk van Deysselstraat moet allemaal via de Lodewijk van Deysseltraat. Deze straat is nu al een zeer drukke en gevaarlijke verkeersader mede omdat dit een sluiproute is van en naar Plein 40-45/Geuzenveld-Osdorp. De geplande Socialhub zal ook het enige verkeer aantrekken. Buurtbewoners maken zich ernstig zorgen over de verkeersveiligheid, leefbaarbaarheid en gezondheid in de buurt. Fijnstof uitstoot en geluidshinder zal enorm toenemen. Bewoners vragen zich af of hier onderzoek naar gedaan is en of dit wel binnen de norm valt.

Advies: verkeer, bestemd voor de geplande nieuwbouw aan de Roellstraat en de basisschool,via de Roellstraat te laten binnentreden. Hiermee ontlast je de van Deysselstraat. Socialhub: Rochdale en Gemeente hebben het plan om in de Lodewijk van Deysselstraat een “ Socialhub” te plaatsen. Dat betekend dat 3 socialehuur eengezinswoningen omgezet worden naar een bedrijfsfunctie. Deze zullen samengevoegd worden met de 3 bestaande bedrijfspanden. Hier komen oa het buurthuis, buurtpunt, maatschappelijke hulpverlening en andere maatschappelijke voorzieningen. Uit ervaring met vergelijkbare projecten elders in de stad is gebleken dat dit averechts werkt. Buurtbewoners zullen niet zo snel een dergelijke lokatie binnenlopen waar diverse instanties gehuisvest zijn om hulp te vragen. Deze feedback hebben we ook van verschillende organisaties die op dit moment in de buurt actief zijn. De buurt staat al bekend als zwakke buurt met sociale/maatschappelijke problemen en bewoners vragen zich af of dit niet juist versterkt wordt door een social hub in het hart van de wijk te plaatsen. Buurtbewoners zijn bezorgd dat dit een aanzuigende werking heeft op hulp vragenden van buiten de buurt en minder bezocht zal worden door de directe omwonenden.

Advies: In het hart van de buurt vooral informele zorgverleners te huisvesten ( buurtondernemers die niet alleen ondernemer zijn maar ook een luisterend oor bieden en als vertrouwens persoon kunnen optreden). Dit is een laagdrempelige vorm van hulp bieden aan o.a. de directe omwonenden. te promoten De proffesionele organisaties aan de Roellstraat te plaatsen. Hierdoor kan een wisselwerking ontstaan en hulpbehoeftigen door te verwijzen naar proffesionele zorgverlening.

Op vrijdag 4 juni is door Cascoland een “ Open Straat” middag georganiseerd ( inloop bij de huidige gebruikers van de bedrijfspanden). Het BPF heeft hier ook aan deelgenomen. Het doel was de buurtbewoners te informeren over het vernieuwingsplan en feedback op te halen op het thema “Voorzieningen”. In grote getale geven de gesproken bewoners aan dat zij de huidige opzet ( laagdrempelig /dubbele functies/van en door buurtbewoners, bekende gezichten, vrijwilligers) willen behouden. Ook geven zij aan geen behoefte te hebben aan (nog meer) commerciele voorzieningen in de straat. Advies: Organiseer gezamenlijke overleg met de huidige organisaties/ondernemers actief in de Lodewijk van Deysselstraat om de verzamelde informatie te bespreken. Maak een opzet met bewoners in de buurt waar echt vraag naar is. Dit omdat dit een culturele wijk is waarin bewoners hun “huiselijke” problemen niet in het openbaar bespreken.

VAN DEYSSELBUURT

Datum Aan Van Onderwerp Bijlage

: 19 juli 2021 : Buurtplatform Van Deyssel : Projectteam Lodewijk van Deysselbuurt (Gemeente en Rochdale) : Reactie advies 5 juni 2021 thema “Voorzieningen” in de Lodewijk van Deysselstraat : geen

Geacht Buurtplatform Van Deyssel, Hartelijk dank voor uw advies van 5 juni jl. ten aanzien van de voorzieningen in de Lodewijk van Deysselstraat. In deze reactie volgen we de opbouw van uw advies.

1. Voorzieningenstraat Lodewijk van Deysselstraat In dit onderdeel van uw advies haalt u drie onderwerpen aan; het omzetten van woonruimte in de Deysselstraat, de Deysselstraat als drukke winkelstraat en de opentuinstructuur voor het middengebied. Het omzetten van woonruimte Uw zorgen over het voornemen om de woonfunctie van de voormalige bedrijfswoningen om te zetten naar andere functies heeft u diverse keren geuit. Uiteraard begrijpen wij de zorgen die huidige huurders van deze woningen hebben. Dit onderdeel van het vernieuwingsplan is voor betrokkenen ingrijpend, net als bijvoorbeeld de sloop van een deel van het middengebied en de zuidstrook. Slopen van woningen of het omzetten van de woonfunctie is geen doel op zich. Het omzetten van de woonfunctie zal naar ons idee helpen om de Deysselstraat te versterken. Het streven is om kleine ondernemers en ook enkele maatschappelijke voorzieningen meer ruimte te geven. De onderbouwing hiervan leverden wij u eerder, o.a. in de beantwoording van uw vragen rond de voorzieningen van 22 februari 2021. Het concrete plan voor de Deysselstraat moet dus nog worden ingevuld. Eerder spraken wij al uit een zorgvuldig traject te willen belopen. Na de zomer start een onderzoek, met als doel een brancheringsplan voor de Deysselstraat te ontwikkelen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een extern bureau.

Uiteraard worden ook bewoners uit de buurt betrokken bij het in kaart brengen van de behoeften vanuit de wijk. Het brancheringsplan moet inzicht verschaffen in het gewenste aanbod en de gewenste samenstelling van ondernemers in de Deysselstraat. Hiermee wordt ook meer duidelijk over de aard en omvang van de ingreep voor de woningen in de Deysselstraat. Concreet zullen wij niet voor 2025 aan bewoners vragen te verhuizen. Een omzetting van woningen in deze blokken zal pas plaatsvinden als rechtstreeks doorschuiven naar nieuwbouw mogelijk is. (Een uitzondering hierop vormt het blokje waar het community center thans ontwikkeld wordt. Met de bewoners hier zijn wij in gesprek). Met de bewonerscommissie van de L-blokken wordt te zijner tijd een sociaal plan opgesteld, waarin de rechten van en regelingen voor bewoners met betrekking tot het vinden van passende nieuwe woonruimte wordt opgenomen.

10

VAN DEYSSELBUURT

U geeft aan bewoners te hebben geënquêteerd. Graag horen wij meer over uw aanpak en de resultaten, voordat wij hier op reageren. Deysselstraat als drukke winkelstraat Het tweede punt dat u aanhaalt is dat buurtbewoners zich zorgen maken over de leefbaarheid in de buurt omdat de voorgestelde functiewijzigingen zullen leiden tot een ‘drukke winkelstraat’ en ‘de identiteit en karakter van de buurt als woonwijk’ zullen verdwijnen. Ook wordt naar uw idee de Deysselstraat in nieuwe vorm een barrière tussen de verschillende delen van de buurt. We zijn het met jullie eens dat de Deysselstraat geen ‘drukke winkelstraat’ moet worden die extra verkeer aantrekt. We benadrukken dat dit ook geen onderdeel is van het plan. Het gemeentelijk detailhandelbeleid laat dit ook niet toe, om de winkelpleinen ‘40-‘45 en Lambertus Zijlplein te beschermen. We delen jullie streven om de Deysselstraat een leefbare straat met betekenis voor de buurt te laten zijn. Wat ons betreft blijft het karakter van de straat zoveel mogelijk behouden. Met vooral ruimte voor kleine – en startende – ondernemers die zich richten op de buurt. Daarbij willen we behouden en versterken wat nu al goed is. Veel van de huidige ondernemers vervullen nu ook al een belangrijke rol in de buurt. De Deysselstraat moet zodoende een verbindende schakel zijn en blijven in de buurt.

We stellen voor om de komende jaren het plan zorgvuldig uit te werken om dat streven waar te maken. We nodigden jullie eerder uit met ideeën te komen voor de invulling van de kleine bedrijfsruimten in de straat. De wens van bewoners nemen we graag mee. Opentuinstructuur voor het middengebied Jullie geven aan dat het opentuin-concept in de middenstrook een risico vormt voor de leefbaarheid en veiligheid van omwonenden, ook omdat de tuinen grenzen aan de Deysselstraat. Wij zien de waarde van publieke toegankelijkheid van de groenhoven. Echter, wij zijn het met jullie eens dat het zonder meer openstellen van tuinen risico’s meebrengt. Daarom is een tuinenproject gestart waarbij Cascoland met buurtbewoners komende tijd ideeën ophaalt over waar de wensen liggen, welke vormen mogelijk zijn en welk beheer dan past. Wij gaan er vanuit dat dit veel ideeën oplevert voor de uitwerking van het groen in de buurt. Wij vinden dat bewoners zich moeten kunnen herkennen in de keuzes die gemaakt worden en willen overlast natuurlijk zoveel mogelijk beperken. Wij nodigen jullie uit actief mee te denken zodat het groen in de buurt inderdaad veilig is en de leefbaarheid versterkt. Advies Advies Buurtplatform: “Buurtbewoners zien het liefst dat de voorzieningen in de plinten aan de Röellstraat komen en de huidige opzet behouden blijft.

Hiermee worden de meeste van de bovenstaande bezwaren en zorgen weggenomen”. Binnen het Vernieuwingsplan is gezocht naar een gebalanceerde en logische situering van de nietwoonfuncties binnen de buurt. Het doel is om van de Lodewijk van Deysselstraat een aantrekkelijke straat met voorzieningen te maken, centraal in de buurt, met functies die betekenis hebben voor haar bewoners. Een straat waar bewoners elkaar (kunnen) ontmoeten. Naar ons idee horen kleine buurtondernemers thuis in het hart – en niet aan de rand – van de wijk. Het huidige karakter van de straat blijft wat ons betreft dus zoveel mogelijk behouden.

11

VAN DEYSSELBUURT

Gezien het karakter van de beoogde buurtvoorzieningen (maatschappelijke voorziening, sociaal/klein ondernemerschap) achten wij de Van Deysselstraat meer geschikt voor dit type buurtvoorzieningen dan de burgemeester Röellstraat. Omdat het type ondernemer/voorziening dat wordt gehuisvest in de Van Deysselstraat aansluit bij de vraag vanuit de buurt en het huidige karakter van de straat, hebben Rochdale en de gemeente vertrouwen dat hierover overeenstemming kan worden gevonden met het buurtplatform. Met de investeringsnota wordt het wel mogelijk gemaakt aan de Röellstraat ruimten te maken voor kleinschalig bedrijfsruimten met een buurtoverstijgende functie, bijvoorbeeld op de hoeken met de Van Leeuwenlaan en de rotonde Slotermeerlaan. In een verdichtende stad is ook ruimte nodig voor functies met een bredere reikwijdte. Tijdens de ontwikkeling van de Deysselbuurt en in samenhang met de ontwikkeling in de Dichters- en Couperusbuurt zal blijken aan welke invulling op welke plek precies behoefte is. Hieronder gaan wij dieper in op het community center.

2. Verkeer U stelt dat alle maatschappelijke en commerciële voorzieningen in de Deysselstraat zijn voorzien, wat veel meer verkeer gaat aantrekken en dat deze drukte slecht is voor de straat en de buurt. Drukte in de Deysselstraat Allereerst willen we stellen dat wij uw zorg delen, in die zin dat de Deysselstraat ook nu al een – te – drukke straat is. Voor de verkeersveiligheid is vooral het vele sluipverkeer dat over de Lodewijk van Deysselstraat rijdt van belang. Op het moment dat er file staat bij het Burgermeester Röellcircuit, wordt de Van Deysselstraat gebruikt als sluiproute. Dit geeft u zelf ook aan in uw advies. Wij gaan graag met de buurt in gesprek hoe we hier een oplossing voor kunnen vinden. Het streven is de straat inderdaad verkeersveiliger te maken en te zorgen dat het ook voor voetgangers en fietsers een prettige straat is. Op dit ogenblik kent vooral de in de straat aanwezige coffeeshop een (auto) verkeersaantrekkende werking. De coffeeshop achten wij op haar huidige locatie, midden in de wijk, ook minder wenselijk. Zij veroorzaakt overlast bij de direct omwonenden. Wij zouden graag in overleg met de ondernemer willen zoeken naar een beter geschikte plek binnen of buiten de buurt. De overige huidige voorzieningen trekken niet of nauwelijks autoverkeer aan. We verwachten dat ook de toekomstige, toe te voegen, voorzieningen weinig auto’s zullen aantrekken.

We benadrukken nogmaals dat we ons richten op kleinschalig ondernemerschap voor en zoveel mogelijk van bewoners uit de buurt. En ook het community center en andere maatschappelijke voorzieningen in de Van Deysselbuurt zijn gericht op de behoeften aan ondersteuning en laagdrempelige ontmoeting van bewoners uit de Van Deysselbuurt. Fijnstof en geluid In jullie advies vragen jullie of er onderzoek is gedaan naar fijnstofuitstoot en geluidshinder. De hoeveelheid fijnstof die in de lucht mag zitten is bij wet bepaald. In de Lodewijk van Deysselbuurt wordt ruimschoots voldaan aan de wettelijke waarden. De ontwikkelingen leiden er niet toe dat hierin verandering komt.

12

VAN DEYSSELBUURT

Het Rijk monitort de luchtkwaliteit en stelt de gegevens uit deze monitoring digitaal beschikbaar via een kaart. Uit de kaart blijkt dat langs de Burgermeester Röellstraat ter hoogte van de Lodewijk van Deysselbuurt in 2021 het aandeel stikstof maximaal 21,37 microgram per kubieke meter bedroeg, het aandeel fijnstof maximaal 18,65 microgram per kubieke meter bedroeg en het aandeel zeer fijnstof maximaal 10,82 microgram per kubieke meter. De wettelijke grenswaarden voor deze stoffen in de buitenlucht bedragen voor stikstof 40 microgram per kubieke meter, voor fijnstof 40 microgram per kubieke meter en voor zeer fijnstof 20 microgram per kubieke meter. Aan die waardes werd in 2020 ruimschoots voldaan. We verwachten dat dat in de toekomst ook zo zal zijn nu zowel het verkeer als de industrie steeds schoner worden en daardoor ook de luchtkwaliteit beter. De bijdrage van het extra verkeer dat het gevolg zal zijn van de extra woningen en voorzieningen in de wijk is gering en zal niet meer bedragen dan 1,2 microgram per kubieke meter. Ook indien die toename bij de al aanwezige waardes worden opgeteld, wordt ruimschoots gebleven onder de gestelde grenswaarden. (Bronhttps://www.nsl-monitoring.nl/viewer/). Ook voor de hoeveelheid geluid die in woningen te horen mag zijn vanwege het wegverkeer zijn in de wet maximale waarden opgenomen. Aan die waarden moet de gemeente voldoen.

Als dat niet het geval is, kan geen vergunning voor de ontwikkelingen worden afgegeven. Mogelijk moeten nieuwe woningen die langs de Burgemeester Röellstraat komen worden voorzien van een zogenaamde dove gevel. Een dove gevel is een gevel die vanwege zijn constructie extra geluid weert, waardoor in de woning rustig verbleven kan worden. Indien nieuw te bouwen woningen uitgevoerd moeten gaan worden met dove gevel, dan dienen deze woningen op grond van het geluidbeleid van Amsterdam ook een stille zijde te hebben. Een zijde waar het wegverkeer beperkt hoorbaar is. Advies Advies Buurtplatform: “Verkeer, bestemd voor de geplande nieuwbouw aan de Röellstraat en de basisschool, via de Röellstraat te laten binnentreden. Hiermee ontlast je de van Deysselstraat.” Omdat de Röellstraat een belangrijke verkeersader blijft, met vrij liggende fietspaden en langsparkeren, kunnen vanaf die straat geen inritten naar de parkeergarages van de nieuwbouw worden gemaakt. De parkeergarages van de nieuwbouw aan de zuidrand moeten daarom worden ontsloten vanaf de (dwarsstraten op de) Lodewijk van Deysselstraat. Bij de inpassing van de basisschool is aandacht nodig voor het verkeer dat kinderen komt brengen en ophalen. We denken bijvoorbeeld aan kiss-and-ride stroken aan de Röellstraat en Van Deysselstraat om te voorkomen dat er opstoppingen ontstaan.

Dit brengen en halen via ook de Van Deysselstraat valt helaas niet geheel te voorkomen. Halen en brengen met de fiets of te voet willen we zo veel mogelijk gaan stimuleren en faciliteren.

3. Social hub Jullie stellen dat uit “ervaring met vergelijkbare projecten elders in de stad is gebleken dat dit (het concept van het community center) averechts werkt. Buurtbewoners zullen niet zo snel een dergelijke locatie binnenlopen waar diverse instanties gehuisvest zijn om hulp te vragen. Deze feedback hebben we ook van verschillende organisaties die op dit moment in de buurt actief zijn”. Ook hier zijn we benieuwd met wie het buurtplatform gesproken heeft en wat het achterliggende idee dan is. Community center en laagdrempeligheid

13

VAN DEYSSELBUURT

Wij informeerden u eerder over de betrokkenheid van maatschappelijke organisaties bij de totstandkoming van het concept voor het community center. Het idee van het community center in de buurt is dat buurtbewoners die dat nodig hebben makkelijker om hulp vragen dan nu het geval is. De komende tijd werken we met maatschappelijke organisaties en bewoners aan de invulling van het concept. We zijn het met u eens dat het community center geen barrièrewerking moet hebben maar juist laagdrempelig toegankelijk moet zijn. Bewoners moeten makkelijk naar binnen stappen. Het moet een plek zijn waar je terecht kunt voor hulp en ondersteuning, maar ook voor sociale ontmoetingen. Ons beeld is dus dat als je bij het community center binnenstapt niet valt af te zien of dat is voor een hulpvraag of iets anders is. Juist om bovenstaande achten wij de locatie die nu in beeld is zeer geschikt. Midden in de buurt op een zichtbare en goed toegankelijke plek. Alle functies op deze plek zijn op de buurt gericht. Uw zorgen over de aantrekkende kracht op het verkeer delen wij daarom niet. Advies Advies Buurtplatform: ”In het hart van de buurt vooral informele zorgverleners te huisvesten ( buurtondernemers die niet alleen ondernemer zijn maar ook een luisterend oor bieden en als vertrouwens persoon kunnen optreden). Dit is een laagdrempelige vorm van hulp bieden aan o.a. de directe omwonenden.

te promoten De professionele organisaties aan de Röellstraat te plaatsen. Hierdoor kan een wisselwerking ontstaan en hulpbehoeftigen door te verwijzen naar professionele zorgverlening.” Wij zijn het met u eens dat de huidige ondernemers een rol kunnen spelen ook in de informele zorg. En dat deze informele zorg belangrijk is en daarom verbonden moet met de formele zorg. Wij willen na de vernieuwing juist een plek geven aan de huidige en ook nieuwe ondernemers die deze rol kunnen en willen vervullen. We zijn het met jullie eens dat hier een kans ligt. Hoe de connectie te maken met de formele zorg moet dan wel goed worden uitgedacht. Juist die connectie tussen informele en formele zorg is belangrijk. Mede daarom zien we de Röellstraat aan de rand van de wijk niet als de juist plek voor het huisvesten van professionele zorginstanties. Dat gaat in onze ogen ten koste van de relatie formeel-informeel. Ook wij hebben meegekregen dat de Open Straat-dag een succes was. Jullie geven aan: “In grote getale geven de gesproken bewoners aan dat zij de huidige opzet ( laagdrempelig /dubbele functies/van en door buurtbewoners, bekende gezichten, vrijwilligers) willen behouden”. Met dat streven zijn we het helemaal eens.

Advies Advies Buurtplatform: “Organiseer gezamenlijke overleg met de huidige organisaties/ondernemers actief in de Lodewijk van Deysselstraat om de verzamelde informatie te bespreken. Maak een opzet met bewoners in de buurt waar echt vraag naar is. Dit omdat dit een culturele wijk is waarin bewoners hun “huiselijke” problemen niet in het openbaar bespreken.” We zijn het eens dat we met zowel ondernemers/organisaties als bewoners uit de buurt in gesprek moeten om de invulling van de voorzieningen in de Deysselstraat te bespreken. En we nemen jullie advies ter harte dat een goede opzet hierbij uitermate belangrijk is om bewoners over hun vraagverlegenheid heen te helpen. We spreken graag met het Buurtplatform over jullie idee hierin.

14

VAN DEYSSELBUURT

4. Conclusie Op basis van jullie advies concluderen Rochdale en de gemeente dat we in grote lijnen hetzelfde beeld voor ogen hebben wat betreft de invulling van de voorzieningen in de Deysselstraat (en buurt). Dat beeld is absoluut niet dat van een ‘drukke winkelstraat’. De voorzieningen moeten gericht zijn op de bewoners van de buurt, laagdrempelig en toegankelijk zijn en vormgegeven worden met de huidige bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in de buurt. Rochdale en de gemeente vinden het belangrijk dit te benadrukken, en zien de verdere uitwerking met vertrouwen tegemoet. Tegelijk erkennen Rochdale en de gemeente de zorgen van bewoners. Allereerst de bewoners van de Deysselstraat zelf, die hun woning zouden moeten verlaten. Maar daarnaast ook van andere omwonenden die het karakter van de straat, en daarmee hun buurt en leefomgeving, vrezen te verliezen. Rochdale en de gemeente willen benoemd hebben dat het karakter van laagdrempelig, lokaal en sociaal behouden moet blijven en dat het voornemen geenszins is het karakter van de straat in die zin te veranderen. In het kort hopen we het Buurtplatform met onderstaande concrete toezeggingen het buurtplatform tegemoet te komen: - We voeren een brancheringsonderzoek uit naar behoeften en kansen van bedrijfsruimten en ondernemerschap in de Deysselbuurt. Ideeën van bewoners en ondernemers worden meegenomen.

- Bewoners van de Lodewijk van Deysselstraat hoeven niet te verhuizen voor 2025, als er nieuwbouw is opgeleverd (met uitzondering van bewoners in het blok van het community center); - We gaan met bewoners in gesprek over oplossingen voor de drukte en verkeersveiligheid van de Lodewijk van Deysselstraat; - De vormgeving en beheer van het groen in het middengebied wordt nog uitgewerkt. Bewoners kunnen hun wensen kenbaar maken en ideeën aandragen. Tot slot zien Rochdale en de gemeente zoals hierboven al aangegeven graag de uitkomsten van de in het advies genoemde onderzoeken en gesprekken (met ondernemers, maatschappelijke organisaties en bewoners) tegemoet. Dit vormt voor ons waardevolle input voor het vervolg van het traject.

Met vriendelijke groet, Projectteam Lodewijk van Deysselbuurt Irma Dejong, Bouke Kapteijn (Gemeente Amsterdam) Joost Nellen, Ronald van Dijk, Machiel Scheenhart (Rochdale)

15

De vraag van het buurtplatform – antwoorden Rochdale / Gemeente Amsterdam lijst over de voorzieningen 22/2/21

Aan: het Buurtplatform Van: Gemeente Amsterdam en Rochdale Betreft: Beantwoording “Vragen van het BPF aan GA en RD over het thema Voorzieningen” van 29 december 2020 Datum: 22 februari 2021 Hieronder beantwoorden wij uw vragen. (Nb. Omdat in uw uitvraag niet alle vragen genummerd zijn, komt de nummering hieronder niet geheel overeen met uw vragenlijst). BPF 1: Op de Lodewijk van Deysselstraat verdwijnen er woningen; Staat dit vast? Hoeveel woningen verdwijnen er? Kunnen de betreffende bewoners zich hierover uitspreken? Zo ja, hoe, wanneer en wat doet de GA en RD met deze uitspraak. ANTW: Hier wordt gedoeld op de woningen in de zogenaamde L-blokken, de woningen die oorspronkelijk als woonwerkwoning fungeerden maar nu separaat van de daarnaast gelegen bedrijfs- of winkelruimte verhuurd worden. Dit leidt tot veel klachten en overlast, omdat de woningen niet gebouwd zijn op het gebruik van de bedrijfsruimte en woning door aparte gebruikers. In totaal zijn er 17 van deze woningen. In aanloop naar de uitvoering van het Vernieuwingsplan zijn de 6 vrijgekomen woningen in de tijdelijkheid verhuurd. Dat betekent dat er op dit ogenblik nog 11 woningen met vaste contracten in de sociale huur zijn. Rochdale is voornemens om alle 17 woningen om te zetten naar ruimtes waar betekenisvolle buurtfuncties ondergebracht kunnen worden.

De gesprekken met de bewoners zullen plaatsvinden conform de “Amsterdamse Kaderafspraken bij vernieuwing en verbetering”. Middels deze afspraken kunnen de bewoners zich uitspreken over de intenties van Rochdale en de gemeente Amsterdam. Dit traject ligt nog niet vast in de tijd. BPF 2: Waarom wordt ervoor gekozen om schaarse (eengezins-)woningen op te offeren voor bedrijfsruimte? ANTW: Er vindt niet zozeer opoffering van woningen plaats, als wel een verplaatsing van functies. Het Vernieuwingsplan gaat uit van het toevoegen van 600 woningen, waarbij het huidige aantal sociale huurwoningen gelijk blijft. Er komen op het totaal dus juist woningen bij. Deze mogelijkheid wordt met name gecreëerd door ruimte aan de Röellstraat in te zetten ten behoeve van woningbouw. Het beleid van de gemeente Amsterdam is, om bij extra woningbouw, tevens de benodigde voorzieningen te realiseren. Dat kan in de nieuwbouw, maar ook door omzetting van functies in de bestaande gebouwen. Voor de Van Deysselstraat is gekozen voor de omzetting van de woningen naar buurtvoorzieningen om de volgende redenen: • Het karakter van de Van Deysselstraat als voorzieningenstraat blijft daarmee behouden en kan zelfs worden versterkt; • De Van Deysselstraat is de langzaam verkeersader binnen de buurt. Het is logisch om de voorzieningen daar te maken, waar veel mensen langs lopen en fietsen.

• De huidige, door de tijd ontstane, situatie waar de winkelier niet meer de bewoner is van de daarnaast gelegen woning, waardoor overlastsituaties ontstaan, wordt opgeheven; 16

•

•

Binnen het Vernieuwingsplan komen nieuwbouw gezinswoningen (met tuin) terug. Deze komen grotendeels te liggen aan autovrije straatjes, waar kinderen veilig kunnen spelen. Daardoor ontstaan goede herhuisvestingsmogelijkheden voor de huidige bewoners van de Lodewijk van Deysselstraat; We zijn van plan om goede buurtvoorzieningen onder te brengen in de vrijgekomen ruimtes: van buurtontmoetingsplekken tot leerplekken voor de jongeren uit de buurt. Allemaal functies die ten dienste staan aan de huidige bewoners van de buurt.

BPF 3: Is er niet genoeg bedrijfsruimte aan de Röellstraat beschikbaar waardoor de woningen op de LvD moeten verdwijnen? ANTW: Aan de Röellstraat worden inderdaad ook voorzieningen gerealiseerd, zie bijgaand overzicht van de gedachte niet-woonfuncties voor de gehele Lodewijk van Deysselbuurt. Er is binnen het Vernieuwingsplan gezocht naar een gebalanceerde en logische situering van de nietwoonfuncties binnen de buurt. Het omzetten van woningen naar niet-woonfuncties in de Lodewijk van Deysselstraat heeft niet zozeer te maken met de beschikbaarheid van ruimte op een bepaalde locatie. Het doel is om van de Lodewijk van Deysselstraat een aantrekkelijke straat met voorzieningen te maken, centraal in de buurt, met functies die betekenis hebben voor haar bewoners. Een straat waar bewoners elkaar (kunnen) ontmoeten. Over welke functies er precies gaan komen, hebben we al verschillende ideeën en daarover gaan we graag met bewoners in gesprek. Daarbij geldt dat de vernieuwing van de buurt een traject is dat zeker 10 jaar zal gaan duren. Gedurende dat traject zal er, passend bij de behoefte van de buurt en haar bewoners, gezocht worden naar een goede invulling van de voorzieningen.

BPF 4: Is het huidige aanbod van bedrijfsruimte op de LvD straat onvoldoende waardoor de woningen moeten verdwijnen? ANTW: Het creëren van extra niet-woonfuncties moet worden gezien in het licht van de toename van het aantal woningen in de buurt in combinatie met de huidige behoefte aan sociaal-, maatschappelijke- en economische functies. Door de komst van circa 600 extra woningen is er de kans om de lokale bedrijvigheid te versterken. In de door het BPF hieronder genoemde Principenota Geuzenveld Slotermeer staat onder hoofdstuk 3.9 het volgende beschreven: “Zoals beschreven in het visiedocument “Ruimte voor de economie van Morgen”, lenen juist naoorlogse wijken zich goed voor kleinschalige bedrijvigheid. Het kan een sociale betekenis hebben door de kansen die het biedt op werk en economische zelfstandigheid in de lokale economie. Samen met de corporaties wordt ook onderzocht wat in de (nabije) toekomst de rol van het Bedrijfsonroerend Goed binnen de buurten zoals de Van Deysselstraat en de Burgermeester van Leeuwenlaan, kan zijn”. Zoals gesteld verdwijnen de woningen dan ook niet zozeer. Wij kiezen ervoor om zowel de 600 toe te voegenwoningen als de niet-woonfuncties op de meest geschikte locatie te realiseren.

Naast de importantie van het creëren van een lokale economie (zogenaamde ondernemershub, waar lokale ondernemers de kans krijgen om een eigen bedrijf te stichten en deze voort te zetten), is er nu al 17

gebleken ruimtebehoefte aan bijvoorbeeld maatschappelijk relevante functies als schoolwerkruimtes. BPF 5: Er wordt gesproken over maatschappelijke voorzieningen en ondernemers (ondernemingen) wat is het verschil? ANTW: Doorgaans wordt bedoeld dat ondernemers een winstdoelstelling hebben. Continuïteit en resultaatgerichtheid staat vanuit het ondernemerschap voorop. Het begrip 'maatschappelijke voorzieningen' wordt meestal in het betreffende bestemmingsplan omschreven als 'educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen'. BPF 6: Wat voor ondernemingen komen er op de LvD straat ANTW: Er worden 6 verschillende clusters onderscheiden, met daarin de volgende voorzieningen per cluster: • L1: Een kindercluster met bijvoorbeeld een kinderopvang, buitenschoolse opvang en huiswerkbegeleiding; • L2: “Bromley by Bow” (Er is nog geen naam vastgesteld. We gebruiken ook wel de omschrijving community center). Daarin wordt het sociaal buurtteam ondergebracht waarin verschillende maatschappelijke voorzieningen laagdrempelige hulp kunnen aanbieden. Daarbij wordt ook de Social Garden toegevoegd. Een koffiepunt (kleinschalige horeca) zou de inloop voor diverse doelgroepen kunnen bevorderen; • L3: Ondernemers- en werkhub.

De huidige Eendagszaak wordt hier mogelijk gecontinueerd. Potentiele ondernemers uit de buurt kunnen hier met de nodige begeleiding en zonder forse aanloopkosten hun eerste treden zetten qua ondernemerschap. Op het moment dat ze voldoende basis hebben, kunnen ze, zoals al enkele lokale ondernemers hebben gedaan, een ruimte gaan betrekken elders in de Lodewijk van Deysselstraat; • L4 + L5: Deels worden bestaande gewaardeerde functies zoals de wasserette en de snackbar behouden. Nuttige aanvullende functies zullen het karakter van de straat als buurtvoorzieningenstraat gaan versterken. Daarbij denken we aan een bakker, fietsreparatiewerkplek, kleinschalige kantoor- of behandelruimtes (makelaar, logopedie, etc; • L6: Hier zijn nog geen plannen voor. De gemeente is in gesprek met de gebruikers en eigenaars van de kerk. BPF 7: Komt er (kleine / ondersteunende) horeca op de LvD straat ANTW: Er bevindt zich op dit ogenblik al horeca aan de Lodewijk van Deysselstraat. Wij zijn niet voornemens dit uit te breiden, anders dan het ondersteunende koffiepunt in het community center / Bromley by Bow concept. Zo’n punt kenmerkt zich door de ondergeschiktheid aan de hoofdfunctie. Openingstijden zijn daarmee beperkt. BPF 8: Komt er detailhandel op de LvD straat?

18

ANTW: Detailhandel of kleinhandel is het leveren van fysieke goederen voor persoonlijk gebruik aan de consument. Het is een sector die bestaat uit verschillende branches (zoals de levensmiddelenbranche, de modebranche, de woonbranche enz.). De Lodewijk van Deysselstraat is vanouds een straat waar detailhandel op kleine schaal aanwezig is en was. Veel van deze detailhandel (parfumerie, rookwaren) zijn uit de straat verdwenen en passen niet meer binnen de huidige structuur. Wij kunnen ons goed voorstellen dat detailhandel de buurt versterkt, mits deze qua aard en schaal past binnen de Lodewijk van Deysselstraat. Een bakker of de huidige winkel in jurken passen wat ons betreft in dat beeld. BPF 9: “Ondernemingen / voorzieningen alleen voor de buurt”; Hoe is vastgesteld dat de buurtbewoners hier behoefte aan hebben? Alleen voor de buurt(bewoners) is in de praktijk niet uitvoerbaar; je kan namelijk bezoekers van buiten de buurt niet verbieden om op deze bedrijvigheid af te komen! ANTW: In de meedenknetwerk- en andere bewonerssessies zijn door de huidige buurtbewoners enkele suggesties gedaan ten aanzien van voorzieningen die een aanvulling kunnen zijn op het huidige voorzieningen- en dienstenaanbod. Daarnaast komen er zowel bij Rochdale als de gemeente Amsterdam vanuit ondernemers en (maatschappelijke)dienstverleners verzoeken binnen om zich te kunnen vestigen in de buurt.

Wij gaan graag met de bewoners van de Van Deysselbuurt in gesprek om het profiel van de ondernemers in relatie tot de ontwikkeling van de buurt te bespreken. Met “voor de buurt” wordt niet letterlijk “uitsluitend voor de bewoners van de Van Deysselbuurt” bedoeld. BPF 10: Hoe wordt de leefbaarheid en (verkeers)veiligheid in de buurt gewaarborgd in de LvD straat als alleen maar ondernemingen / voorzieningen straat? ANTW: De voorzieningen zijn vooral gericht op de Lodewijk van Deysselbuurt en haar bewoners. Dat betekent dat er geen sprake zal zijn van een grote (auto) verkeersaantrekkende werking, waar de vraagstelling waarschijnlijk naar verwijst. Voor de verkeersveiligheid is vooral het vele sluipverkeer dat over de Lodewijk van Deysselstraat rijdt, van belang. Op het moment dat er file staat bij het Burgermeester Röellcircuit, wordt de Van Deysselstraat gebruikt als sluiproute. Wij gaan graag met de buurt in gesprek hoe we hier een oplossing voor kunnen vinden. BPF 11: Hoe wordt omgegaan met de bezoekers en het extra verkeer die deze voorzieningen zullen aantrekken? Idem Röellstraat. ANTW: Bezoekers van de Lodewijk van Deysselstraat zullen vooral te voet of per fiets komen. Daar wordt de openbare ruimte op ingericht. Op dit ogenblik kent vooral de coffeeshop een aantrekkende werking t.a.v. auto’s. De coffeeshop achten wij op haar huidige locatie dan ook minder wenselijk.

Zij veroorzaakt overlast bij de direct omwonenden. Wij zouden graag in overleg met de ondernemer willen zoeken naar een beter geschikte plek binnen of buiten de buurt. De overige functies hebben deze auto-aantrekkende werking niet of nauwelijks. Ook de toekomstige, toe te voegen, voorzieningen zullen weinig auto’s aantrekken. 19

Voor de Burgermeester Röellstraat geldt dat dit een doorgaande autoroute is. De straat zal in de toekomst worden voorzien met parkeerplaatsen om te voorzien in de parkeerbehoefte van zowel bewoners als bezoekers. De gemeentelijke norm voor bezoekersparkeren voor de gehele Lodewijk van Deysselbuurt is 0,1 parkeerplek per woning. De gedachte voorzieningen hebben niet altijd dezelfde aantrekkende werking, maar verdienen zeker aandacht. Zo is er voor de basisschool aandacht nodig voor het verkeer dat kinderen komt brengen en ophalen. We denken bijvoorbeeld aan kiss-and-ride stroken aan de Röellstraat en Van Deysselstraat om te voorkomen dat er opstoppingen ontstaan. BPF 12: Kan een autoluwe straat / buurt, denk ook aan parkeerdruk, nog gerealiseerd worden met dit grote aanbod van voorzieningen? Idem Röellstraat. ANTW: Een autoluwe straat gaat over zowel de zichtbaarheid van auto’s als de bewegingen daarvan over de straten. Zoals hierboven geschetst verwachten wij geen extra auto’s door de voorzieningen die gerealiseerd gaan worden aan de Van Deysselstraat. De parkeeroplossingen van de auto’s van de bewoners aan met name de zuidstrook worden minder zichtbaar en daarmee minder dominant in het straatbeeld. Er komen daardoor autoluwe en zelfs autovrije zone’s tussen de woonblokken.

Uit de parkeeranalyse is gebleken dat er veel meer auto’s in de Van Deysselbuurt geparkeerd staan, dan het aantal ontheffingen dat is afgegeven voor de blauwe zone. We weten nog niet hoe dit komt en horen graag jullie ideeën hierover. Een mogelijkheid is dat er veel geparkeerd wordt door mensen van buiten de buurt. Wij willen dit verder onderzoeken en bespreken met bewoners, om te kijken wat we hieraan kunnen doen. De Röellstraat is met zijn doorgaande karakter niet geduid als autoluw. Door de realisatie van parkeervakken (langsparkeren), wordt hier adequaat ingespeeld op de eventuele parkeerbehoefte. BPF 13: Waar komt de coffeeshop? ANTW: Rond de coffeeshop wordt met name de auto-aantrekkende werking als overlastgevend ervaren. De intentie is om, in goed overleg met de coffeeshophouder, te zoeken naar een meer geschikte locatie binnen of buiten de buurt. Wij kunnen ons voorstellen dat de Burgemeester Röellstraat zo’n plek is aangezien dat een doorgaande weg is waar autoverkeer minder storend werkt. Relocatie dient binnen wet- en regelgeving te geschieden. Met name de minimale afstand tot de scholen zijn hierin leidinggevend. Vooralsnog blijft de coffeeshop dus op haar plek, tot er in gezamenlijkheid met succes een andere locatie gevonden kan worden. Daarbij gebruiken we graag de ideeën die de bewoners van de Van Deysselbuurt zelf hebben.

BPF 14: Wat gebeurt er met de huidige snackbar (Medina)? ANTW: Er zijn geen plannen t.a.v. de huidige snackbar La Medina. BPF 15: Wat gebeurt er met de overige bestaande ondernemingen/ voorzieningen?

20

ANTW: De afgesloten contracten worden gerespecteerd en zijn leidend in de wijze waarop er met de rechten van bestaande ondernemingen en voorzieningen wordt omgegaan. De toekomst moet uitwijzen hoe de voorgenomen hoog niveau renovaties van de zogenaamde L-blokken zich verhouden met de in de blokken gevestigde ondernemingen en voorzieningen. De wensen van de ondernemers en voorzieningen zijn daarin maatgevend: verhuizing binnen of buiten de buurt of terugkeer op de bestaande locatie. BPF 16: In de principenota 2019 geeft de gemeente aan geen bedrijvigheid te willen hebben binnen de van Deysselstraat en bedrijvigheid in de gebieden rondom juist te versterken, waarom wordt er toch gekozen om woningen te verruilen voor bedrijfspanden nu er een groot tekort is aan woningen? ANTW: In de Principenota Geuzenveld Slotermeer januari 2019 staat onder 3.9 het volgende vermeld: 3.9 Commercieel programma en economische opwaardering: “op de pleinen in GeuzenveldSlotermeer en op de Burgermeester de Vlugtlaan blijft het accent op detailhandel en horeca behouden. In de plinten aan de Burgermeester Röellstraat, de Slotermeerlaan en de Burgermeester Rendorpstraat wordt het accent gelegd op geïntegreerde zorgfuncties en (lokale) bedrijvigheid. “Zoals beschreven in het visiedocument “Ruimte voor de economie van Morgen”, lenen juist naoorlogse wijken zich goed voor kleinschalige bedrijvigheid.

Het kan een sociale betekenis hebben door de kansen die het biedt op werk en economische zelfstandigheid in de lokale economie. Samen met de corporaties wordt ook onderzocht wat in de (nabije) toekomst de rol van het Bedrijfsonroerend Goed binnen de buurten zoals de Van Deysselstraat en de Burgermeester van Leeuwenlaan, kan zijn. Wij herkennen ons niet in de stelling dat de gemeente geen bedrijvigheid wenst te realiseren binnen de Van Deysselstraat. Het beleid is er juist op gericht op de kansen die de bedrijvigheid biedt op werk en economische zelfstandigheid te benutten. BPF 17: Door bedrijvigheid te plaatsen onder de noemer van voorzieningen, wordt daarmee de regels van de gemeentelijke kaders niet in acht genomen. Hoe kijken jullie daar tegenaan? ANTW: De vraag is ons helaas niet duidelijk. Wordt hier geduid op een concrete tekst uit een document? Hier is helaas ook niet duidelijk welke regels van de gemeentelijke kaders worden bedoeld. We vragen daarom om verheldering van de vraag. BPF 18 : Hoeveel en waar precies is er ruimte gereserveerd voor voorzieningen? Benoem de buurt-overstijgende voorzieningen die jullie voor ogen hebben. ANTW: Op de met het BPF gedeelde kaart is aangegeven waar nu reserveringen zijn gedaan voor voorzieningen. Dit is nog niet in beton gegoten. Wijzigingen zijn niet uitgesloten.

Zo wordt momenteel uitgezocht wat de locatie-opties zijn voor het jongerencentrum. De voorzieningen die in 21

beeld zijn hebben alle betekenis voor huidige en nieuwe bewoners van de Van Deysselbuurt. Maar voorzieningen zullen in de praktijk ook gebruikt worden door bewoners uit andere buurten. Dat is altijd het geval met voorzieningen, ook in andere wijken. Omgekeerd maken Deysselbuurtbewoners ook gebruik van voorzieningen in andere buurten. Een voorbeeld van een buurt overstijgende voorziening is de noodopvang gezinnen. De noodopvang betreft een aantal geclusterde woningen met een gemeenschappelijke ontvangstruimte. Deze voorziening komt mogelijk aan de Röellstraat. De noodopvang is een stedelijke voorziening, waarvan er een aantal zijn in de stad. Ook gezinnen in nood uit de Deysselbuurt kunnen hier worden opgevangen. De noodopvang is hard nodig. De Gemeente hecht daarom grote waarde aan de realisatie ervan. Omdat het een woonfunctie betreft, is de invloed op de woningen in de directe omgeving beperkt. Dit blijkt ook uit ervaringen elders in de stad. BPF 19: Van Leeuwenlaan: Wordt de bestaande horeca verplaatst en zo ja waar naar toe. ANTW: De bedrijfsruimtes in de plint aan de Van Leeuwenlaan blijven behouden. Welke functies goed passen op deze plek moet nog nader worden bepaald. Omdat er bovenliggende woningen zijn moeten overlastgevende invullingen zoveel mogelijk voorkomen worden. Het precieze profiel moet nog worden uitgewerkt.

Eventuele gevolgen voor huidige ondernemers worden met hen dan besproken. Bestaande contracten bepalen mede de ruimte die er is om eventueel een andere invulling te maken. BPF 20: Er is veel vraag naar bedrijfsruimte’. Wordt dit in algemene zin bedoeld of specifiek voor de Deysselbuurt? Is hier onderzoek naar gedaan? ANTW: Zie de antwoorden op eerdere vragen, waaronder vraag 9 en vraag 16. We gaan nog nader (markt-)onderzoek doen voor verschillende deellocaties, zoals voor het idee van de ‘ondernemershub’ (een plek voor startende ondernemers, mogelijk gecombineerd met de aanwezigheid van een loket voor werk en inkomen / WPI). BPF 19: Economische bedrijvigheid, wat wordt hieronder verstaan? En valt hier ook detailhandel onder? ANTW: Economische bedrijvigheid is een breed begrip. Wat hier bedoeld wordt is dat er in de vernieuwde buurt ruimte moet zijn voor ondernemers met een zaak die past in het gewenste profiel. Een buurt waar niet alleen gewoond wordt maar waar ook gewerkt kan worden. BPF 20: ‘Het is niet de bedoeling dat functies overlast veroorzaken’. Hoe wordt dit gewaarborgd. ANTW: Voordat Rochdale een huurovereenkomst afsluit moet de kandidaat huurder uitvoerige informatie overleggen, over de eigen situatie maar ook met het overleggen van een ondernemingsplan. Het plan moet passen in het gewenste profiel van de te verhuren eenheid.

Mocht er toch overlast ontstaan dan wordt hier actief op gehandeld.

22

Ook moet het bedrijf voldoen aan de richtlijnen en regelgeving van de Gemeente. Zo is vestiging van extra, zelfstandige horeca in de Deysselstraat niet toegestaan. Garanties dat het altijd, overal goed zal gaan, zijn niet te geven. Maar we doen onze uiterste best om overlast (en klachten daarover) te voorkomen. BPF 21: Er wordt gesproken over ondernemingen. Wat wordt hieronder verstaan en waar komen dezen? ANTW: Met ondernemingen wordt bedoeld de kleine ondernemers die zich met hun bedrijf richten op de directe omgeving. Denk aan een kapper, de wasserette, een praktijk voor fysiotherapie. BPF 22: ‘Mogelijk krijgt de Eendagszaak een plek’. Waarom? En is deze alleen voor ondernemers uit de buurt? ANTW: Hierboven schetsten we al dat er veel vraag is bij kleinere ondernemers naar ruimte in de buurt om daar een zaak te starten. In de praktijk blijkt dat niet makkelijk. De ruimtes zijn schaars (er is geen leegstand) en de eisen om een huurovereenkomst te kunnen sluiten zijn hoog. Zo worden er financiële eisen gesteld en moet er een uitgewerkt ondernemingsplan zijn. Voor veel starters is deze drempel te hoog. Het concept De Eendagszaak biedt starters de kans om zonder de anders gestelde eisen te oefenen met een eigen bedrijfje. Het concept voorziet in een behoefte: het animo om mee te doen is groot. Het concept heeft landelijk de aandacht getrokken en heeft in september jl.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10927959/1