251112 DEF rapport Verwey 324330_Wet-inburgering-2021-in-uitvoering.pdf
Tekst van het document
Een ander volgt les bij een taalschool waar ze geen DUO-lening voor kan afsluiten. Mogelijk heeft deze school geen keurmerk van Blik op Werk. Ze is met name tevreden over de aandacht voor spreekvaardigheid.
“ Ik heb bij drie verschillende taalscholen gezeten. De school die ik het beste vond, accepteert geen DUO-leningen, dus je moet zelf alles betalen, ongeveer 700 euro. Zij bieden mij grammatica en spreektraining. Dat hielp mij veel, want mijn Nederlandse vrienden schakelen snel over naar Engels, waardoor ik weinig leer spreken in het Nederlands.” (Amerikaanse vrouw, 30-35 jaar, B1-route, acht maanden bezig)
Een derde volgt les op een gecontracteerde taalschool en lijkt minder tevreden over het tempo.
“ Ik wacht nog steeds op een plek op school, maar ze zeggen dat er nu geen plaats
“ Ik vond de eerste docenten goed. Ze gaven intensieve lessen en we hebben in korte
4) Persoonlijke omstandigheden Persoonlijke omstandigheden zoals zwangerschap in combinatie met het niet kunnen werken, maken het voor sommige gezinsmigranten extra lastig om aan een cursus te beginnen.
De B1-route wordt als intensief, duur en lang ervaren… De combinatie van werk en/of zorgtaken en financiële druk maakt de B1-route voor veel gezinsmigranten intensief en zwaar om te volgen.
“ Mijn partner is mijn sponsor. Ik verwacht ook een baby, dus ik heb geen tijd en geld om
“ B1 is goed voor de toekomst van mijn kinderen, maar nu is het zwaar. Ik heb weinig
is [in de avond]. Ik wil graag in de avond beginnen zodra het kan.” (Ghanese man, 35-40 jaar, B1-route, achttien maanden bezig met inburgeren)
de cursus nu te volgen. […] Voor mij zou het beter zijn om te starten als ik een baan heb. Ik wil wel, maar het is moeilijk door tijd, geld en zwangerschap.” (Braziliaanse vrouw, 35-40 jaar, B1-route, tien maanden bezig met inburgeren)
tijd elf thema’s behandeld. De tweede docent praat heel langzaam, alsof we kinderen zijn. We hebben in een heel jaar maar vier thema’s gedaan.” (Russische vrouw, 25-30 jaar, B1-route, ongeveer achttien maanden bezig met inburgeren)
tijd om te leren, zeker als ik een baan vind. Toch denk ik dat het de juiste route is, ondanks de tijdsdruk.” (Marokkaanse vrouw, 25-30 jaar, B1-route, zes maanden bezig met inburgeren)
71
Daarnaast noemen deelnemers de hoge kosten en de lange duur als nadelen van de route.
“ B1 is niet moeilijk, maar je moet veel tijd en energie erin stoppen. [...] Het duurt lang
en kost veel.” (Marokkaanse vrouw, 30-35 jaar, B1-route, ongeveer twee jaar bezig met inburgeren)
Of zouden graag de kosten willen drukken door zelfstudie, bijvoorbeeld door online lessen te kunnen volgen.
“ Tot nu toe ben ik tevreden. [...] Ik wil de lessen liever online volgen, want 600 uur is veel en duur.” (Servische vrouw, 30-35 jaar, B1-route, vijftien maanden bezig met inburgeren)
Sommige gezinsmigranten in de B1-route maken zich zorgen over het KNM-examen. Zelf voorbereiden is lastig, maar een cursus kost weer extra geld.
“ Er is een vijfde examen (KNM) over de Nederlandse cultuur dat moeilijk is, er is wel een cursus, maar dat kost ook extra geld.” (Amerikaanse vrouw, 30-35 jaar, B1-route, acht maanden bezig met inburgeren)
…maar een klein deel is ook positief Een klein deel is duidelijk positief over de route, vooral wanneer deze goed aansluit bij hun persoonlijke situatie en de voorkennis die ze hebben opgebouwd doordat ze al een tijd in Nederland wonen.
“ Alles komt tegelijk. Het lijkt alsof iedereen ons onder druk zet om snel af te ronden.
In plaats van 800 uur, willen we liever 400 uur school.” (Tunesische vrouw, 35-40 jaar, Z-route, vijftien maanden bezig met inburgeren & Marokkaanse vrouw, 50-55 jaar, Z-route, één jaar bezig met inburgeren)
Een van hen heeft een minder goede gezondheid en ervaart daardoor extra druk vanwege de afstand tot de taalschool.
“ Soms ben ik een hele dag kwijt door een enkele les.” (Marokkaanse vrouw, 50-55 jaar, Z-route, één jaar bezig met inburgeren)
Daarnaast zorgt de taalbarrière soms voor de nodige frustratie.
“ Ik voel me soms ook verloren. Er is veel stress, en als we geen vertaling krijgen,
begrijpen we niets. In de klas is het soms moeilijk, vooral als de docent zegt ‘geen Arabisch spreken’ zonder dat we de uitleg begrijpen.” (Marokkaanse vrouw, 50-55 jaar, Z-route, één jaar bezig met inburgeren).
Wat betreft de andere respondent ligt de druk niet aan de kwaliteit van de docenten.
“ De docenten hebben ervaring en leggen goed uit.” (Tunesische vrouw, 35-40 jaar, Z-route, vijftien maanden bezig met inburgeren)
Daarnaast is haar overtuiging dat het leren van de taal vooral in de praktijk gebeurt.
“ Ja, ik ben tevreden. Ik zit in de B1-route en mag zelf kiezen of ik lessen volg of niet. A2
“ Door contact met mensen leren we, vooral via de kinderen. De lessen helpen, maar
Het hoge aantal (les)uren in de Z-route geeft druk Twee gezinsmigranten uit de Z-route gaven aan dat zij een zekere druk voelen. Dit komt vooral door de urenverplichting van 800 uur taal die de Z-route kent. Beide vrouwen zouden liever minder lesuren volgen.
De inburgering is een goede voorbereiding op werken of leren Het inburgeringstraject wordt door een deel van de gezinsmigranten ervaren als een goede voorbereiding op hun toekomstplannen. Zeker als de taallessen intensief zijn en voldoende aandacht schenken aan spreekvaardigheid.
met 600 uur les zou niet bij mij passen, omdat ik al lessen heb gehad.” (Mexicaanse vrouw, 35-40 jaar, B1-route, twee jaar bezig met inburgeren)
het dagelijks leven buiten school helpt meer.” (Tunesische vrouw, 35-40 jaar, Z-route, vijftien maanden bezig met inburgeren)
72
“ De intensieve cursussen helpen wel, vooral spreken.” (Amerikaanse vrouw, 30-35 jaar, B1-route, acht maanden bezig met inburgeren)
De meeste gezinsmigranten in de B1-route geven aan na afronding van hun inburgering te willen gaan werken, vrijwilligerswerk te willen doen als opstap naar betaald werk, of een studie te willen afronden.
“ Mijn studie afmaken en daarna werken met mijn diploma.” (Egyptische vrouw, 35-40 jaar, B1-route, 36 maanden bezig met inburgeren)
Een aantal geeft aan te willen naturaliseren na het behalen van het examen. De gezinsmigranten in de Z-route hebben hun toekomstplannen niet gedeeld. Hierdoor is het niet duidelijk in hoeverre zij vinden dat de inburgering hen goed voorbereidt op hun toekomstplannen.
5.4.
Participatieverklaringstraject en Module Arbeidsmarkt & Participatie
De inburgeringswet heeft als doel dat inburgeringsplichtigen, waaronder gezinsmigranten, snel en volwaardig meedoen in de samenleving en op de arbeidsmarkt. Het Participatieverklaringstraject (PVT) en de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) dragen hieraan bij door respectievelijk kennis van Nederlandse kernwaarden en kennis over de (lokale) arbeidsmarkt te bieden. De praktische invulling van beide onderdelen ligt bij gemeenten. Hieronder volgt een korte beschrijving van beide onderdelen.[95] Participatieverklaringstraject Het Participatieverklaringstraject (PVT) bestaat uit een inleiding in de Nederlandse kernwaarden en de ondertekening van de participatieverklaring. De kernwaarden vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en participatie staan hierbij centraal. De inleiding bevat minimaal één praktische activiteit of excursie waarin een kernwaarde wordt toegelicht. Het traject duurt minimaal twaalf uur, inclusief het moment van ondertekening. De invulling van het PVT wordt opgenomen in het persoonlijk Plan Inburgering & Participatie (PIP). Gemeenten zijn verplicht om gezinsmigranten 95
Tweede Kamer der Staten-Generaal (2020). Memorie van Toelichting. Regels over inburgering die in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering 2.). 35483, nr. 3. p.30.
een aanbod voor het PVT te doen, dat binnen de inburgeringstermijn van drie jaar moet worden afgerond. Het PVT is verplicht in de B1 en Z-route. De participatieverklaring is in meerdere talen beschikbaar. Belangrijke randvoorwaarden voor een goede uitvoering zijn een goede afstemming met uitvoeringspartners, voor- en nabesprekingen bij bezoeken of excursies, het inzetten van tolken, en het creëren van een veilige setting voor uitwisseling.[96] Module Arbeidsmarkt en Participatie De Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) helpt inburgeringsplichtigen, waaronder gezinsmigranten, bij het opdoen van kennis en vaardigheden om duurzaam mee te doen op de Nederlandse arbeidsmarkt. Door vroeg te beginnen met oriënteren op werk en participatie worden gezinsmigranten gestimuleerd om actief aan hun loopbaan en deelname aan de samenleving te werken. Tijdens de Brede intake brengt de gemeente in kaart welke werkervaring de gezinsmigrant heeft en wat hun mogelijkheden en interesses zijn op het gebied van werk in Nederland. Deze informatie is het uitgangspunt voor de invulling van de MAP. De MAP bestaat uit een theoretisch en een praktisch deel. Minimaal 40 uur is gericht op het opdoen van praktijkervaring, bijvoorbeeld via stages of vrijwilligerswerk, zodat gezinsmigranten de opgedane kennis kunnen toepassen.
De module behandelt acht thema’s: beroepenoriëntatie, werknemerscompetenties, realistisch beroepsbeeld, beroepskansen, beroepscompetenties verwerven, netwerk opbouwen, werk vinden en werkcultuur. Gemeenten stemmen de volgorde en invulling af op de behoeften van de gezinsmigrant.[97] In deze paragraaf bespreken we hoe in de gemeente Amsterdam de MAP en het PVT voor gezinsmigranten zijn georganiseerd en wat hiermee de ervaringen zijn. 5.4.1. Opzet De gemeente Amsterdam biedt gezinsmigranten kosteloos het Participatieverklaringstraject (PVT) en de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) aan. Sosytraining voert beide onderdelen sinds 2024 uit. Sosytraining werkt volgens het principe dat deelnemers informatie het best begrijpen wanneer de training plaatsvindt in hun eigen taal. Daarom biedt de organisatie de trainingen aan in onder meer Nederlands, Engels, Marokkaans (Arabisch en Berbers), Arabisch, Spaans, Turks en Farsi/Dari. Daarnaast hebben trainers vaak zelf een vlucht- en/of migratieachtergrond.
96
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 2021, 410. (2021, 1 september). Besluit van 27 augustus 2021 tot vaststelling van het Besluit inburgering 2021. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Geraadpleegd op 8 juni 2025, van https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-410.html.
97
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2021). Regeling inburgering 2021.
73
Klantbegeleiders van de gemeente informeren gezinsmigranten over het PVT en de MAP. De gemeente meldt de deelnemers vervolgens aan bij Sosytraining en verstrekt hun contactgegevens via een beveiligd systeem. Sosytraining neemt contact op met de deelnemers en stuurt een digitale uitnodiging op basis van de talen die zij spreken. Via een formulier kiezen zij een traject en een geschikt dagdeel. Op basis van deze keuzes stelt Sosytraining de groepen samen en plant de trainingen in. Daarbij geldt dat gezinsmigranten eerst het PVT dan MAP volgen. Sosytraining biedt twee trajectvormen aan: een regulier traject en een snel traject. In het reguliere traject volgen deelnemers wekelijks 2,5 uur les: vier weken voor de MAP en vijf weken voor het PVT. Deelnemers kiezen uit lessen in de ochtend, middag of avond. In het snelle traject volgen deelnemers zes uur les per dag. De PVT bestaat uit twee dagen: drie sessies op dag één, gevolgd door een excursie en een afsluitende sessie op dag twee. De MAP volgt een vergelijkbaar intensief schema. Deelnemers kiezen het traject en tijdstip dat het best past bij hun situatie. Sosytraining verwerkt deze voorkeuren in de groepsindeling en planning.
Beschrijving van de organisatie en inhoud van het participatieverklaringstraject en de Module Arbeidsmarkt en Participatie voor gezinsmigranten door Sosytraining Participatieverklaringstraject Het Participatieverklaringstraject (PVT) in Amsterdam richt zich op het kennismaken met de Nederlandse kernwaarden vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en participatie. Het doel is dat gezinsmigranten inzicht krijgen in de Nederlandse samenleving, de waarden die daaraan ten grondslag liggen, en hun eigen plek daarin. Daarnaast stimuleert het traject het opbouwen van een sociaal netwerk en onderlinge uitwisseling. Volgens beleidsstukken bestond het PVT aanvankelijk uit een welkomstbijeenkomst van vier uur, waarin gezinsmigranten kennismaken met de stad Amsterdam en met elkaar. Daarna volgde een intensieve dag van acht uur bij het Amsterdam Museum, waar de kernwaarden verder werden besproken en de participatieverklaring werd ondertekend. Sinds Sosytraining het traject uitvoert, bestaat het PVT uit vijf sessies. De eerste sessie gaat over elkaar leren kennen en een introductie van de Nederlandse cultuur en samenleving. De tweede sessie behandelt vrijheid en gelijkheid, de derde solidariteit, de vierde is een excursie en de vijfde sessie gaat over democratie. De excursies vinden plaats op verschillende locaties, zoals de openbare bibliotheek of het Scheepvaartmuseum.
Voor het PVT gebruikt Sosytraining materiaal dat publiekelijk beschikbaar is, bijvoorbeeld van Divosa, ProDemos, zoals het ‘muurtje bouwen’ en de oefening ‘de Grondwet’, aangevuld met eigen ontwikkelde materialen. Deze sessies kunnen in een versneld tempo worden gevolgd. De meeste trainingen zijn in het Engels (zes per week). Daarnaast zijn er enkele groepen per maand in Arabisch, Turks, Farsi/Dari, Spaans of Marokkaans. De groepen bestaan gemiddeld uit acht tot vijftien deelnemers. Bij hoge instroom kan dit oplopen tot zeventien à negentien deelnemers. De deelnemers krijgen aan het begin van de training de Participatieverklaring te zien. Ze ontvangen vooraf een vertaling, zodat ze precies weten wat ze ondertekenen. Het ondertekenen is een feestelijk moment en vindt meestal in de klas plaats. Soms gebeurt het tijdens een excursie, bijvoorbeeld na een rondleiding in een buurt. Het moment van ondertekenen wordt afgestemd op de beschikbaarheid van de deelnemers. Er worden foto’s gemaakt en er is ruimte voor vragen. Er wordt een WhatsApp-groep aangemaakt
74
om deelnemers op de hoogte te houden en onderling te laten communiceren. Na afloop kunnen deelnemers zelf beslissen om wel of niet in contact te blijven. Van het getekende document wordt een foto gemaakt en opgeslagen in het gemeentelijke systeem. Module Arbeidsmarkt en Participatie De gemeente Amsterdam biedt sinds maart 2023 de groepstrainingen Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) aan. Deze trainingen helpen gezinsmigranten zich beter te oriënteren op hun kansen op de Nederlandse arbeidsmarkt. De MAP bestaat uit een theoriedeel en een praktijkdeel. Voor deelnemers uit de B1-route zijn beide onderdelen verplicht. Het theoriedeel bevat informatie over werken en participeren in Nederland. Het praktijkdeel bestaat uit 40 uur participeren, bijvoorbeeld via vrijwilligerswerk, een stage of het bezoeken van organisaties en bedrijven. Als iemand al passend werk heeft, kan de klantbegeleider vrijstelling voor de MAP verlenen. [98] Sosytraining voert sinds 2024 de MAP in Amsterdam uit. Voor een makkelijke organisatie voegt Sosytraining vaak groepen deelnemers van het Participatieverklaringstraject (PVT) samen. De voornaamste reden is dat deelnemers, met name degenen die al werken, ervoor kiezen om de MAP online te volgen. Hierdoor krimpt de groep, waardoor meerdere groepen kunnen worden samengevoegd. Sosytraining stuurt op fysieke lessen bij deelnemers zonder werk.
De sessies die Sosytraining verzorgt, behandelen onder andere de oriëntatie op de arbeidsmarkt, het vinden van werk in Nederland, werkcultuur, contracten en CAO, en het socialezekerheidsstelsel. De MAP is zoals gezegd offline als online beschikbaar; online wordt het theoriedeel alleen in het Engels en Nederlands gegeven. Trainer en klantbegeleider bepalen samen of online volgen passend is. Deelnemers krijgen een maand om het online theoriedeel af te ronden. Na afloop moeten zij binnen drie maanden het praktijkdeel van 40 uur participeren voltooien. Deelnemers krijgen hulp bij het maken en volgen van een plan om praktijkuren te vullen. Buurthuizen en buurtwerkers spelen een belangrijke rol, vooral voor deelnemers uit Turkse en Marokkaanse gemeenschappen, omdat de buurtwerkers zelf vaak uit dezelfde gemeenschappen komen. Er zijn ook online vacaturebanken die helpen om geschikte vrijwilligersplekken te vinden. De uitvoerder controleert op maandelijkse basis op basis van steekproeven of deelnemers aan hun uren voldoen. Het bijhouden van uren is niet alleen een formaliteit; klantbegeleiders vragen ook naar details om zeker te zijn dat het klopt.
98
5.4.2. Ervaringen Om inzicht te krijgen in de uitvoering van de PVT en MAP voor gezinsmigranten, hebben we verschillende groepsinterviews gehouden met betrokken professionals. Dit waren onder andere groepsinterviews met klantbegeleiders gezinsmigranten, beleidsadviseurs en uitvoeringsexperts en met Sosytraining. Daarnaast hebben we in gesprekken met gezinsmigranten stilgestaan bij hun ervaringen met de begeleiding door de gemeente. In deze paragraaf bespreken we de ervaringen van professionals en gezinsmigranten. Vroegtijdige deelname aan PVT en MAP dankzij aanbod in eigen taal Doordat de trainingen voor zowel PVT als MAP in meerdere talen worden aangeboden, kunnen deelnemers vaak al vroeg in het inburgeringstraject starten met beide onderdelen. Zij hoeven hiervoor niet eerst een bepaald niveau Nederlands te beheersen:
“ Je wil dat mensen zo snel mogelijk snappen hoe het in Nederland werkt, wat hun rechten en plichten zijn, ook als het gaat om werk.” (Groepsinterview beleid)
...én maatwerk in het praktijkdeel bevorderen sneller meedoen. Als gezinsmigranten betaald werk hebben, hoeven zij het praktijkdeel van de MAP niet te volgen.
“ Het is belangrijk om flexibel om te gaan met gezinsmigranten die moeten inburgeren. Veel van hen hebben al een volle agenda of zijn aan het werk, waardoor deelname aan MAP soms minder relevant voelt.” (Groepsinterview beleid)
Voor deelnemers zonder werk, omdat ze het Engels of Nederlands niet tot matig beheersen, is het praktijkdeel van de MAP vaak juist van meerwaarde.
“ 80% werkt en 20% moet het MAP-traject volledig doorlopen. Bij mensen die geen Engels
spreken — zoals de Turkse, Marokkaanse, Arabische, Farsi- en Dari-groepen — zie je de meeste deelnemers die het praktijkdeel moeten doen, omdat taal een belangrijke rol speelt. Als je geen Engels of Nederlands spreekt, is het moeilijker om werk te vinden.” (Groepsinterview Sosytraining)
Gemeente Amsterdam. (2022). Factsheet Inburgering in Amsterdam.
75
Het PVT legt een belangrijke basis voor de MAP Sosytraining kiest er bewust voor om het Participatieverklaringstraject (PVT) vooraf te laten gaan aan de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP), omdat het PVT een belangrijke basis legt. Tijdens het PVT maken deelnemers kennis met Nederlandse kernwaarden, die tijdens de MAP terugkomen, bijvoorbeeld in de relatie tot de werkgever.
“ Als nieuwkomer in Nederland voel je je vaak verloren, vooral als volwassene. Daarom leggen we in het begin uit hoe de Nederlandse werkcultuur werkt, bijvoorbeeld dat de hiërarchie minder strikt is en de relatie tussen werkgever en werknemer anders is dan in andere landen. [...] Stap voor stap stimuleren we hen om vragen te stellen, ook al voelen ze zich soms onzeker over hun taalvaardigheid.” (Groepsinterview Sosytraining)
Daarnaast bouwt de deelnemer tijdens het PVT een vertrouwensband op met de trainer die ook de MAP verzorgt. Dit maakt het voor cursisten makkelijker om zich tijdens de MAP vrijer te uiten en actiever deel te nemen. Uitdagingen in communicatie en informatievoorziening rondom PVT, MAP en inburgeren Een deel van de gezinsmigranten weet niet goed wat het Participatieverklaringstraject (PVT) en de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) precies inhouden. Slechts 30% van de doelgroep reageert direct op de uitnodiging om deel te nemen. Voor de rest van de groep is veel inzet nodig om hen tot deelname te bewegen. Sosytraining constateert dat een flink deel van de gezinsmigranten niet goed weet hoe het inburgeringsproces in elkaar zit, en wat er precies van hen wordt verwacht. Bij de eerste bijeenkomst merken trainers dat gezinsmigranten soms overweldigd zijn door de voor hen nieuwe informatie over de inburgering en specifiek de PVT en de MAP.
Daarnaast bestaat er veel verwarring over de verschillende onderdelen van het inburgeringstraject. Gezinsmigranten weten bijvoorbeeld niet altijd dat de leerbaarheidstoets bedoeld is om hun leerroute te bepalen. Ook is er onduidelijkheid over de B-1route en de Z-route, en over de mogelijke gevolgen als onderdelen niet op tijd worden afgerond. Deze onduidelijkheid veroorzaakt zorgen en voedt het misverstand dat (kleine of grote) misstappen direct beboet worden. Gezinsmigranten zijn hierdoor minder geneigd (tijdig) om hulp te vragen. Aansluiten op de diverse behoeften en niveaus van deelnemers vergt maatwerk Tijdens het PVT is het een uitdaging om goed aan te sluiten op een gemengde groep – met zowel hoogopgeleide deelnemers als mensen uit de Z-route. Daarnaast zijn er deelnemers met een verschillend taal- en opleidingsniveau. Tijdens de training vindt er een excursie plaats. Sosytraining probeert om dit voor gezinsmigranten zo relevant mogelijk te maken door aan te sluiten bij concrete vragen. De excursies bieden een laagdrempelige manier om verbinding te maken met de thema’s van de training en bieden de mogelijkheid om kleinere groepen een passende opdracht uit te voeren, afgestemd op de leerroute.
“ Ik verdeel ze in kleinere groepen, bijvoorbeeld naar leerroute. En dan moeten ze bijvoor-
beeld in de bibliotheek informatie vinden over een bepaald onderwerp. Ik vraag dan bijvoorbeeld of ze iets in een boek kunnen vinden dat te maken heeft met hun moedertaal of cultuur [..] Al deze informatie moeten ze opschrijven en ze ontdekken zo veel dingen die ze nog niet wisten. Bijvoorbeeld ook dat de bibliotheek gratis is, en dat er vrij toegankelijke taalcafés zijn die ze kunnen gebruiken.” (Groepsinterview Sosytraining)
Ook vinden er uitstapjes plaats naar het Scheepvaartsmuseum en het Wereldmuseum om meer context te geven over de geschiedenis (inclusief koloniale tijd) van Nederland.
“ Ze doen alsof ze het begrijpen, knikken ja, maar durven vaak niet te zeggen dat ze het niet snappen.” (Groepsinterview Sosytraining)
Er bestaan veel misverstanden. Sommige gezinsmigranten denken dat als ze werken vrijgesteld zijn van de hele MAP, inclusief het theoriedeel. Anderen gaan ervan uit dat als ze een basisexamen in hun eigen land hebben gehaald, ze met de inburgering klaar zijn.
76
“ Ik had het liever eerder gedaan. Het had me [eerder] meer vertrouwen gegeven.”
Ervaringen van gezinsmigranten
(Amerikaanse vrouw, 30-35 jaar, B1-route, acht maanden bezig met inburgeren)
De PVT en MAP worden als nuttig en waardevol gezien De meeste gezinsmigranten ervaren het PVT en de MAP als nuttig en waardevol. De opzet van de bijeenkomsten worden doorgaans als prettig ervaren. Onderwerpen die deelnemers zijn bijgebleven, gaan onder meer over de Nederlandse politiek, geschiedenis, het belastingstelsel en informatie over de arbeidsmarkt.
Niet door iedereen wordt duidelijk gevonden wat precies van hen wordt verwacht binnen de MAP-module.
“ [..]. Ik moet nog overleggen met mijn klantbegeleider of ik het theoretische deel ook moet doen. Er is onduidelijkheid of ik [een soort] examen moet doen.” (Servische vrouw, 30-35 jaar, B1-route, vijftien maanden bezig met inburgeren)
“ Zeker voor mensen die niet veel van de Nederlandse maatschappij weten, is het nuttig.” (Braziliaanse vrouw, 35-40 jaar, B1-route, tien maanden bezig met inburgeren)
Sommige deelnemers benoemen dat dit soort onderdelen belangrijk zijn, juist omdat andere vormen van praktijkervaring binnen de inburgering soms ontbreken.
“ Praktijkervaring mist. Een link met werk/maatschappij zou de inburgering realisti-
scher maken.” (Marokkaanse vrouw, 25-30 jaar, B1-route, zes maanden bezig met inburgeren)
...er worden ook aandachtspunten genoemd Zo geeft een aantal deelnemers aan dat de planning van het traject beter afgestemd zou kunnen worden op hun persoonlijke situatie.
“ Ik kreeg ineens een e-mail met data voor april, maar geen uitleg hoe ik voor een
andere maand kon kiezen. Als ik nog een baan had gehad, had ik moeite gehad om te plannen.” (Amerikaanse vrouw, 30-35 jaar, B1-route, acht maanden bezig met inburgeren)
Daarnaast is er behoefte aan beter afgestemde lesinhoud binnen MAP.
“ De lessen zijn goed, maar zouden beter zijn als er niveaudifferentiatie zou zijn.” (Braziliaanse vrouw, 35-40 jaar, B1-route, tien maanden bezig met inburgeren)
Ook de timing van deelname speelt een rol. Een respondent had bijvoorbeeld graag eerder aan MAP willen deelnemen.
5.5.
Kwaliteitsconvenant Taal en Inburgering
Zoals eerder genoemd, zijn gezinsmigranten voor hun inburgeringstraject afhankelijk van het beschikbare taalaanbod in Amsterdam. Om te voorkomen dat zij terechtkomen bij onbetrouwbare of te dure taalscholen, werkt de gemeente nauw samen met Amsterdamse taalaanbieders via het Kwaliteitsconvenant Taal en Inburgering. De ontwikkeling van dit convenant begon in 2018 en sindsdien wordt het ingezet om de kwaliteit van het inburgeringsaanbod te waarborgen. Oorspronkelijk is het convenant ontwikkeld als een tijdelijke oplossing voor statushouders onder de Wet inburgering 2013. Omdat deze groep, evenals gezinsmigranten onder de nieuwe wet, nog steeds afhankelijk is van het aanbod van convenantpartners, zet de gemeente het convenant voort.[99] Hieronder wordt toegelicht wat het convenant precies inhoudt. 5.5.1. Opzet Het Kwaliteitsconvenant Taal en Inburgering stelt kwaliteitseisen aan taalaanbieders die in Amsterdam actief zijn en tot het convenant willen toetreden. De gemeente voert voorafgaand aan toetreding een screening uit, waarbij onder meer wordt gekeken naar signalen van niet-integer gedrag of financiële instabiliteit. Deze screening bestaat uit gesprekken met de directie, docenten en cursisten, evenals lesobservaties. Alleen aanbieders die aantoonbaar aan de gestelde kwaliteitseisen voldoen, worden toegelaten. Na toelating wijst de gemeente actief door naar deze aanbieders.
Indien zich tijdens of na de screening risico’s of opvallende zaken voordoen, kan de gemeente hiervan melding maken bij Blik op Werk.[100] 99
Gemeente Amsterdam. (2021). Beleidskader: Amsterdamse aanpak gezinsmigranten vanaf 2022. Zie ook: Kwaliteitsconvenant Taal en Inburgering - Sociaal Domein
100
Zie: Kwaliteitsconvenant Taal en Inburgering - Sociaal Domein; Gemeente Amsterdam (2018). Kwaliteitsconvenant Taal en Inburgering.
77
Toetreding convenant Om toe te kunnen treden moeten taalaanbieders onder meer in het bezit zijn van het Blik op Werk-keurmerk. Aspirant-leden kunnen enkel deelnemen als zij in een gesprek met de gemeente overtuigend kunnen aantonen dat zij voldoende kwaliteit bieden. Verder geldt dat taalaanbieders uitsluitend NT2-gecertificeerde docenten in dienst hebben, waarvan maximaal 10% nog in opleiding mag zijn. Ook moeten zij zorgen voor fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden en mogelijkheden tot deskundigheidsbevordering. Aanbieders mogen hun aanbod niet uitsluitend online aanbieden en zijn verplicht fysieke lessen te verzorgen op een locatie in Amsterdam of Weesp.[101] Kwaliteitseisen voor het lesprogramma Tot de kwaliteitseisen voor het lesprogramma behoort onder andere een uitgebreide intake, waarin taalniveau, opleidingsachtergrond, motivatie, belastbaarheid en beschikbaarheid van de deelnemer worden meegenomen. Het lesaanbod houdt rekening met de beschikbaarheid van deelnemers, bijvoorbeeld door avond- en weekendlessen aan te bieden, en zorgt voor homogene groepssamenstellingen op basis van niveau. Daarnaast moeten er goede afspraken zijn over het overstapproces tussen taalaanbieders, inclusief overdracht en financiële afwikkeling. Aanbieders communiceren transparant over kosten, rooster en inhoud van het traject.
Met toestemming van de cursist leveren zij op verzoek van de gemeente informatie aan over intake, voortgang en uitval.[102] Voor de invoering van de Wet inburgering 2021 werd de kwaliteit van het aanbod binnen het convenant in Amsterdam gemonitord via onder andere lesbezoeken, klanttevredenheidsonderzoeken en periodieke evaluaties. Sinds de invoering van de Wi2021 is deze werkwijze gewijzigd. De monitoring van kwaliteit verloopt sindsdien grotendeels via het reguliere toezicht van Blik op Werk. De gemeente Amsterdam blijft in gesprek met convenantpartners om aanvullende informatie op te halen over het aanbod voor gezinsmigranten. Dit gebeurt via bijeenkomsten en andere vormen van overleg. Aanbieders die niet aan de gestelde eisen voldoen, kunnen door de gemeente worden uitgesloten van verdere deelname aan het convenant.[103]
101
Gemeente Amsterdam (2018). Kwaliteitsconvenant Taal en Inburgering.
102
Gemeente Amsterdam (2018). Kwaliteitsconvenant Taal en Inburgering.
103
Zie: Kwaliteitsconvenant Taal en Inburgering - Sociaal Domein.
5.5.2. Ervaringen Om inzicht te krijgen in de uitvoering van het Kwaliteitsconvenant Taal en Inburgering, hebben we verschillende groepsinterviews gehouden met betrokken professionals. Dit waren onder andere groepsinterviews met dedicated klantbegeleiders gezinsmigranten, beleidsadviseurs, uitvoeringsexperts, en taalaanbieders. Daarnaast hebben we in gesprekken met gezinsmigranten stilgestaan bij hun ervaringen met het doorverwijzen naar aanbieders aangesloten bij het convenant. In deze paragraaf bespreken we de ervaringen van professionals en gezinsmigranten. Meer grip op de kwaliteit van taalaanbieders Het kwaliteitsconvenant is bedoeld om gezinsmigranten zekerheid te bieden over de kwaliteit van het taalaanbod. Vanuit de gemeente biedt het convenant ook meer grip op kwaliteit, doordat er afspraken worden gemaakt met taalaanbieders en er mogelijkheden zijn voor monitoring.
“ We hebben in het verleden zelf de taalaanbieders bezocht en de kwaliteit beoordeeld. Er
hebben toen ook twee experts naar keken. [..] We zitten nu weer in een fase dat we het weer nieuw leven in willen blazen door taalscholen echt één op één te spreken. Daardoor sta je gewoon meer in contact met elkaar” (Groepsinterview beleid)
Een belangrijk aspect binnen het convenant is de uitwisseling van de voortgang van gezinsmigranten tussen klantbegeleiders en taalaanbieders. Deze uitwisseling, mits de gezinsmigrant daarvoor toestemming geeft, maakt het mogelijk om tijdig bij te sturen in de begeleiding. Beleidsmedewerkers geven aan dat hierover al afspraken zijn gemaakt, maar dat verdere aanscherping wenselijk is: In één-op-één gesprekken met taalaanbieders wordt verkend of aanvullende afspraken over gegevensuitwisseling en signalering nodig zijn, en of er meer informatie over de doelgroep gezinsmigranten beschikbaar moet komen. Beleidsambtenaren benadrukken tot slot dat Amsterdam volgens hen een voortrekkersrol heeft vervuld door de eerste stappen te zetten in het ontwikkelen van een convenant gericht op kwaliteitsborging van taalaanbod. In dat kader is, in samenwerking met Divosa, een digitale toolkit opgesteld die andere gemeenten ondersteunt bij het opzetten van een vergelijkbaar convenant. Inmiddels hebben verschillende gemeenten, waaronder bijvoorbeeld Rotterdam, een eigen convenant ontwikkeld. Gezinsmigranten vertellen slechts beperkt hoe zij het doorverwijzen naar taalaanbieders ervaren. Doordat hun inbreng beperkt is, blijft hun perspectief op het convenant buiten beeld.
78
5.6.
Conclusies
In dit hoofdstuk stonden we stil bij de ervaringen met de (uitvoering van) taken die de gemeente heeft in het inburgeringstraject van gezinsmigranten en de wijze waarop hierin wordt samengewerkt met partners. Hieronder bespreken we de belangrijkste bevindingen ten aanzien van de Brede intake en het opstellen van het PIP, de begeleiding door de dedicated klantbegeleider, het Participatieverklaringstraject en de Module Arbeidsmarkt & Participatie en het Kwaliteitsconvenant Taal. Gezinsmigranten hebben voorafgaand aan en in de Brede intake behoefte aan tijdige informatie over wat in het kader van de inburgering van hen wordt verwacht Klantbegeleiders geven aan dat de Brede intake hen helpt om een goed beeld te krijgen van de gezinsmigrant. Zij hebben de indruk dat gezinsmigranten voldoende geïnformeerd zijn over hun inburgeringsplicht. De Brede intake bestaat uitsluitend uit één-op-één gesprekken. Het eerdere voornemen om dit te combineren met een welkomstbijeenkomst en informatiebijeenkomsten is losgelaten. Binnen deze gesprekken proberen klantbegeleiders de leerroute af te stemmen op de achtergrond en ambities van de gezinsmigrant. Gezinsmigranten ervaren echter dat zij lang moeten wachten op een uitnodiging voor de Brede intake, weinig inspraak hebben in de keuze van de leerroute en niet altijd goed of tijdig geïnformeerd worden over onderdelen van de inburgering.
Dit laat zien dat de uitvoering van de Brede intake en het PIP niet altijd aansluit bij de verwachtingen en behoeften van gezinsmigranten. Gemeente heeft minder sturingsmogelijkheden bij de begeleiding van gezinsmigranten, terwijl veel gezinsmigranten méér van gemeenten verwachten Klantbegeleiders en gezinsmigranten delen het belang van goede ondersteuning bij het inburgeren, maar ervaren dat dit in de praktijk onder druk staat. Afspraken op het gemeentehuis zijn voor gezinsmigranten vaak lastig te combineren met hun gezinsleven en werk. Daarom kiezen klantbegeleiders voor flexibel contact, bijvoorbeeld via WhatsApp, telefonisch of online. Tegelijkertijd hebben zij beperkte mogelijkheden om bij te sturen, zeker bij kwetsbare gezinsmigranten. Het persoonlijk portfolio, dat eerder als een ondersteunend hulpmiddel werd ingezet om gezinsmigranten richting te geven in hun traject, wordt in de praktijk niet gebruikt. Klantbegeleiders ervaren het onvoldoende kunnen bijsturen als frustrerend, omdat de wet veel verantwoordelijkheid bij de gezinsmigrant legt en er beperkte financiële middelen beschikbaar zijn voor (extra) ondersteuning. Met als gevolg dat er minder ruimte is voor aandacht voor de persoonlijke situatie van gezinsmigranten.
Gezinsmigranten geven aan behoefte te hebben aan bredere ondersteuning en meer regelmaat in het contact. Zij ervaren bij het inburgeren financiële druk (hoge kosten taallessen) en kiezen in daarom vaak voor goedkopere alternatieven zoals zelfstudie of informeel taalaanbod. Hieraan zijn risico’s verbonden, bijvoorbeeld dat de geïnvesteerde uren niet ‘meetellen’ voor de inburgering en daardoor afschalen of wisselen van route lastig kan worden. Voor veel gezinsmigranten is de inburgering lastig te combineren met werk of zorgtaken. Gezinsmigranten kunnen vroeg in het inburgeringstraject deelnemen aan het PVT en de MAP doordat deze in meerdere talen wordt aangeboden De gemeente Amsterdam biedt het Participatieverklaringstraject (PVT) en de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) aan gezinsmigranten in meerdere talen, zodat zij vroeg kunnen starten met participeren in de Nederlandse samenleving. Eerst wordt PVT dan MAP aangeboden zodat gezinsmigranten eerst kennismaken met de kernwaarden en daarna de koppeling kunnen maken met de arbeidsmarkt. Professionals zien dat het aanbod in de eigen taal positief uitwerkt, maar merken dat veel gezinsmigranten niet goed begrijpen wat er van hen wordt verwacht. De respons op uitnodigingen voor deelname aan PVT en MAP is laag. Er is vaak veel extra inspanning nodig, om gezinsmigranten daadwerkelijk te bereiken en te motiveren.
Dit komt mede doordat het doel en het verplichte karakter van MAP en PVT niet altijd duidelijk zijn. Gezinsmigranten vinden de trainingen nuttig, maar hebben behoefte aan duidelijke informatie en aan lessen die aansluiten bij hun opleidingsniveau en persoonlijke achtergrond (kennis en ervaringen die zij meenemen vanuit hun eigen context). Doorverwijzen naar het Kwaliteitsconvenant helpt klantbegeleiders, maar het is onduidelijk in hoeverre gezinsmigranten kiezen voor deze taalaanbieders Het Kwaliteitsconvenant Taal en Inburgering biedt gemeenten en professionals meer houvast bij het bewaken van de kwaliteit van taalaanbieders. In het convenant zijn afspraken gemaakt over monitoring en samenwerking, wat door professionals als positief wordt ervaren. Tegelijkertijd zien zij ruimte voor verbetering, zoals het aanscherpen van afspraken en meer direct contact met taalscholen. Klantbegeleiders verwijzen in de praktijk naar taalaanbieders die het convenant hebben ondertekend. Hoe dit uitpakt voor gezinsmigranten is echter nog onduidelijk, omdat niet wordt gemonitord of, en in hoeverre gezinsmigranten gebruik maken van aanbod van aangesloten taalaanbieders.
79
6
Conclusies en aanbevelingen
In dit hoofdstuk geven we eerst de conclusies weer. Aan de hand van de vijf subdoelen van de Wi2021 die van belang zijn voor de uitvoering van het inburgeringsbeleid – tijdigheid, snelheid, maatwerk, dualiteit en kwaliteit – bespreken we hoe in Amsterdam aan deze doelen wordt gewerkt. Aan het einde van het hoofdstuk formuleren we aanbevelingen voor de gemeente om de dienstverlening door gemeente en de invulling en uitvoering van de leerroutes te verbeteren.
6.1.
Conclusies
Hier schetsen we de belangrijkste uitkomsten van ons onderzoek. Uitvoering van de Wi2021 goed op stoom Respondenten vanuit de gemeente en samenwerkingspartners zijn zeer betrokken bij de doelgroep inburgeraars en zetten zich vanuit hun eigen rol in om de uitvoering van de Wi2021 tot een succes te maken. Daarbij wordt voortgebouwd op de ervaringen van de gemeente in de Amsterdamse aanpak inburgering vanaf 2018 en de eerdere ervaring van partners met ondersteuning en begeleiding van nieuwkomers. Betrokkenen zijn enthousiast over de mogelijkheden die de Wi2021 biedt om inburgeraars te ondersteunen en te begeleiden bij het inburgeren. De wettelijke taken rondom de ontvangst, de Brede intake en het PIP, maatschappelijke begeleiding en het financieel ontzorgen voor statushouders zijn vertaald in uitvoeringsprocessen. De begeleiding van inburgeraars vindt plaats door dedicated klantbegeleiders. De vier leerroutes zijn ontwikkeld, aanbesteed en worden uitgevoerd door contractpartners in samenwerking met de gemeente. Aanloopproblemen hebben gezorgd voor vertraging en wachttijden Net als andere gemeenten heeft Amsterdam te maken gehad met de “valse start” bij de invoering van de Wi2021 door uitvoeringsproblemen bij DUO. Hierdoor kwam de instroom van “nieuwe” inburgeraars pas in april 2022 op gang.
Daarnaast was sprake van een tekort aan gemeentelijke klantbegeleiders en consulenten van VluchtelingenWerk Nederland, die de maatschappelijke begeleiding verzorgen. Dit heeft ervoor gezorgd dat statushouders soms lang hebben moeten wachten op een oproep voor kennismaking en Brede intake en/of toewijzing van een consulent voor maatschappelijke begeleiding. Dit zien we terug in de groepsinterviews met statushouders: de grote meerderheid had éérder willen starten. Bovendien constateren we dat vertraging voorafgaand aan de start van de inburgering kan zorgen voor vertragingen ‘verderop’ in het traject.
Doorgaans wordt bijvoorbeeld pas een consulent maatschappelijke begeleiding toegewezen nadat een klantbegeleider heeft kennisgemaakt met een statushouder. Dat op peildatum 1 juli 2025 voor de helft van de statushouders nog geen PIP is opgesteld, is in dit verband zorgelijk. Het grootste deel hiervan zal waarschijnlijk nog niet gestart zijn met inburgeren. Mogelijk is een groter aandeel van de Amsterdamse statushouders bezig met inburgeren en loopt de verslaglegging daarvan in het nieuwe gemeentelijke ICT systeem van de gemeente achter. [104] Tevredenheid over samenwerking De samenwerking met partijen binnen en buiten de gemeente is volop in ontwikkeling. Respondenten zijn doorgaans tevreden over de wijze waarop samen wordt gewerkt bij de gezamenlijke inrichting van de uitvoering. Er is bereidheid om samen naar oplossingen te zoeken en -indachtig de ambitie in de Wi2021 dat de inburgering een “lerend stelsel” is – (van elkaar) te leren. De complexiteit, schaalgrootte en het aantal betrokken partijen zorgen er wel voor dat bijsturen soms langzaam gaat. Ook blijkt gaandeweg de uitvoering dat uitgangspunten of voorwaarden in aanbestedingen en contracten in de praktijk anders kunnen uitpakken dan gedacht. In overleg kan veel worden opgelost én er zijn leerpunten voor nieuwe aanbestedingen.
Statushouders zijn veelal positief over kansen die inburgering biedt, veel gezinsmigranten zien verplicht inburgeren als obstakel De meeste geïnterviewde statushouders staan positief tegenover de inburgering. Deze biedt kansen om de taal te leren en inzicht te krijgen in de Nederlandse samenleving. Dit is nodig om mee te kunnen doen, bijvoorbeeld in een betaalde baan. Verder noemen statushouders dat inburgeren ook kansen biedt om een opleiding te volgen. Statushouders vinden het belangrijk dat hun inburgeringstraject goed aansluit bij hun leefsituatie en mogelijkheden. Geïnterviewde gezinsmigranten zijn meestal niet positief over de verplichting om in te burgeren. Zij begrijpen niet goed waarom de inburgeringsplicht wél voor hen geldt en niet voor nieuwkomers uit EU-landen. Daarnaast overheerst het idee dat men via betaald werk en sociale contacten de taal leert, waardoor verplicht inburgeren niet nodig zou zijn. Tot slot vertellen gezinsmigranten dat het volgen van taallessen naast bijvoorbeeld werk en/of zorgtaken hen zwaar valt en bovendien duur is.
104
Andere factoren die ervoor zorgen dat mensen nog geen PIP hebben is dat een deel nog in de opvang zit en inburgering nog niet verplicht is, en een deel nog bezig is met de brede intake van 10 weken.
80
Inburgeraars waarderen persoonsgerichte begeleiding bij het inburgeren In Amsterdam wordt veel geïnvesteerd in de begeleiding van inburgeraars. De dedicated klantbegeleiders voor statushouders en gezinsmigranten hebben een relatief lage caseload en hebben oog voor de leefsituatie en ambities van inburgeraars. Geïnterviewde inburgeraars zijn doorgaans positief over de begeleiding die zij ontvangen. De mogelijkheden voor laagdrempelig contact, bijvoorbeeld via WhatsApp, sluiten goed aan bij de behoeften. Dit geldt ook voor de maatschappelijke begeleiding die statushouders gedurende hun hele inburgeringstraject krijgen. De meeste geïnterviewde statushouders hebben de ervaring dat het contact met de consulent die de maatschappelijke begeleiding verzorgt vooral in het begin van de inburgering intensief is. Het verschilt per statushouder, of en in hoeverre later in het traject van de maatschappelijke begeleiding gebruik wordt gemaakt. Geïnterviewde statushouders vertellen dat zij het fijn vinden dat gedurende de inburgering hun consulent op afroep beschikbaar blijft. Aandachtspunten bij de begeleiding in de inburgering door klantbegeleiders (en consulenten maatschappelijke begeleiding) zijn het waar nodig inzetten van een tolk, of begeleider die de taal van de inburgeraar spreekt. Ook is aandacht nodig voor continuïteit en een goede overdracht bij vervanging van een begeleider.
Behoefte aan meer maatwerk in de inburgering Zoals hierboven is aangegeven, ervaren de meeste geïnterviewde inburgeraars dat de begeleiding bij het inburgeren goed aansluit op hun behoeften en ambities. Dit is niet altijd het geval als het gaat om het inburgeringsaanbod. Geïnterviewde statushouders zouden op een aantal punten een meer gedifferentieerd aanbod willen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Taalstart. Dit programma wordt ingezet om de kans te vergroten dat de inburgeringsroute na het vaststellen van het PIP goed past bij de persoon en er minder bijgesteld hoeft te worden. Statushouders die zich al hebben georiënteerd op de leerroutes en al weten welke route bij hen past, ervaren de Taalstart als onnodig en vertragend, terwijl statushouders die zich nog moeten oriënteren de Taalstart juist waarderen. Eerstgenoemden geven de voorkeur aan een versnelde intake. Ook bij de taallessen in de B1 en Z-route zouden veel statushouders graag zien dat deze (beter) aansloten bij zowel hun ontwikkelmogelijkheden en ambities, als bij hun leefsituatie. Veel van de geïnterviewde statushouders in de B1-route willen graag intensievere taallessen, of lessen in een hoger tempo, terwijl statushouders die de Z-route doen juist vaak aangeven dat de taallessen te snel gaan.
Combineren van taal en participatie (waaronder betaald werk) is uitdagend Klantbegeleiders vinden het uitdagend om te sturen op een duale invulling van de inburgering. Doordat niet altijd een passend taalaanbod beschikbaar is (bijvoorbeeld taallessen in het weekend, of online) is het combineren van taallessen en participatieactiviteiten, of betaald werk soms niet, of lastig te realiseren. Daarnaast blijkt het uitdagend en tijdsintensief om ‘participatieplekken’ te vinden (bij maatschappelijke organisaties of werkgevers) waar statushouders die de Nederlandse taal nog niet (goed) beheersen, terecht kunnen. Ook randvoorwaarden voor een duale invulling van de inburgering, zoals kinderopvang, zijn niet altijd flexibel te organiseren. Geïnterviewde statushouders in de B1-route geven vaak de voorkeur aan een volgtijdelijke invulling. Men wil eerst binnen de termijn voldoen aan de inburgeringsplicht en zich dan – als men voldoende Nederlands heeft geleerd – betaald werk zoeken. Een flink deel van de gezinsmigranten heeft tijdens de inburgering betaald werk. Klantbegeleiders constateren dat werk op gespannen voet kan staan met verplichtingen in het kader van de inburgering, als er te weinig tijd overblijft voor taalverwerving en als op de werkvloer geen Nederlands wordt gesproken.
Deelnemers aan de Z-route – waarin 800 uur aan participatieactiviteiten dient te worden besteed - geven dat het combineren van taallessen en participatie (te) belastend kan zijn, of dat zij liever hun tijd zouden besteden aan betaald werk. 6.1.1. Doelbereik Het maatschappelijke doel van de Wi2021 is dat inburgeraars snel en volwaardig meedoen aan de Nederlandse maatschappij, bij voorkeur via betaald werk. In de Memorie van Toelichting zijn hierbij drie beleidsdoelen geformuleerd: het behalen van een zo hoog mogelijk taalniveau (bij voorkeur B1), participatie vanaf het begin van het inburgeringstraject en het verwerven van kennis van de Nederlandse maatschappij. Deze doelen zijn verder uitgewerkt in vijf subdoelen: tijdige start, snelheid, maatwerk, dualiteit en kwaliteit. In deze paragraaf bespreken we aan de hand van de subdoelstellingen van de Wi2021 hoe in Amsterdam aan deze doelen wordt gewerkt. We zetten telkens eerst kort de subdoelstelling uiteen, en geven daarna weer wat hiermee de ervaringen zijn in Amsterdam.
81
Tijdigheid Het is belangrijk dat inburgeraars snel kunnen starten met inburgeren. De Wi2021 biedt de mogelijkheid om vanuit het azc te starten met het inburgeringstraject in de gemeente. Het zo snel mogelijk afnemen van een brede intake en het vaststellen van een PIP is een onderdeel van een tijdige start. De Module Arbeidsmarkt & Participatie wordt zo vroeg mogelijk aangeboden, zodat inburgeraars snel vertrouwd raken met de Nederlandse arbeidsmarkt. En praktische obstakels bij het inburgeren kunnen worden weggenomen door het financieel ontzorgen en het bieden van maatschappelijke begeleiding.
De wachttijd voor een woning voor een statushouder die aan de gemeente is gekoppeld, kan in Amsterdam oplopen tot anderhalf jaar. Mede hierdoor is het benutten van de fase in het azc belangrijk. In de praktijk blijken vooral jongeren en theoretisch opgeleiden deel te nemen aan de Vroege start in Amsterdam. Andere statushouders en statushouders die niet in of in de omgeving van Amsterdam worden opgevangen, starten niet, of nauwelijks met inburgeren terwijl zij nog in de opvang verblijven. We constateren dat door aanloopproblemen en personeelstekorten het lang niet altijd lukt(e) om tijdig voldoende klantbegeleiders in te zetten die binnen de gestelde termijn een Brede intake konden afnemen en het PIP konden vaststellen. De start van ander inburgeringsaanbod, zoals het financieel ontzorgen en de maatschappelijke begeleiding liep hierdoor ook vertraging op. Veel van de geïnterviewde statushouders vinden dan ook dat zij veel te lang hebben moeten wachten voordat zij konden starten met inburgeren. Dit wachten heeft betrekking op álle wachttijd: voorafgaand aan de asielaanvraag, de beoordeling door de IND, de huisvesting de toewijzing aan een klantbegeleider en de Brede intake. Ook de gezinsmigranten die we hebben geïnterviewd hebben soms langer moeten wachten op een oproep voor kennismaking en de Brede intake.
Uit de interviews komt naar voren dat zij voorafgaand hieraan veel vragen hebben over de verplichting tot inburgeren en wat precies van hen wordt verwacht. Dit leidt in sommige gevallen tot no show bij afspraken met de klantbegeleider. Als ook na de Brede intake met de klantbegeleider vragen onbeantwoord blijven, kan dit ervoor zorgen dat een gezinsmigrant zich niet tijdig oriënteert op wat zij of hij nodig heeft om succesvol in te burgeren.
In tegenstelling tot het aanbod voor statushouders worden het Participatieverklaringstraject (PVT) en de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) in diverse talen aangeboden. Dit zorgt ervoor dat gezinsmigranten deze onderdelen vroegtijdig kunnen volgen en zo snel kunnen kennismaken met de Nederlandse kernwaarden en de Nederlandse arbeidsmarkt. Snelheid Het subdoel snelheid richt zich op het voorkómen van vertraging in het traject, zodat snel meedoen in de samenleving kan worden gerealiseerd. In de Wi2021 is de regie op de uitvoering van de inburgering belegd bij gemeenten. De gemeenten begeleiden inburgeraars en monitoren de voortgang aan de hand van de afspraken in het PIP. Zij kunnen bij onvoldoende inzet sancties inzetten.
In Amsterdam is de Brede intake uitgebreid met het programma Taalstart. Aan het einde van dit traject van zes weken wordt een eindrapportage opgesteld met een advies voor de gemeente en de statushouder over de meest geschikte inburgeringsroute. Het nut van de Taalstart wordt door geïnterviewde statushouders wisselend beoordeeld. Statushouders die zich al hebben georiënteerd op de leerroutes en al weten welke route bij hen past, hebben minder, of geen behoefte aan het traject en zouden liever sneller in de leerroute starten. De beschikbare ‘versnelde’ intake lijkt (voor hen) nog weinig te worden ingezet. Statushouders die zich nog moeten oriënteren, ervaren de Taalstart niet als vertragend, maar juist als een welkom aanbod na een doorgaans flinke periode van inactiviteit. Als eenmaal het PIP is vastgesteld wordt soms ook vertraging opgelopen bij het starten in met name de B1 en de Z-route. Naast (eerdere) tekorten aan gekwalificeerde docenten, speelt hierbij ook een rol dat de ambitie om statushouders op hun eigen leerniveau en tempo te laten inburgeren ervoor zorgt dat het enige tijd duurt voordat een taalaanbieder een voldoende grote groep heeft om een klas te ‘vullen’. Een flink deel van de geïnterviewde statushouders in de B1- en de Z-route hebben daarom te maken gehad met (lange) wachttijden voordat zij konden starten met taallessen.
Als statushouders zijn gestart met inburgeren in één van de leerroutes wordt door klantbegeleiders gemonitord dat inburgeringstrajecten niet onnodig lang duren. Door persoonlijke begeleiding en betrokkenheid lukt het doorgaans om knelpunten bij de voortgang van de inburgering op te lossen, zonder dat tot het opleggen van boetes dient te worden overgegaan. Het Handhavingskader
82
Wi2021 is hierbij richtinggevend. Een klein deel van de geïnterviewde statushouders geeft aan dat de snelheid van hun traject in het geding is (geweest) door onvoldoende continuïteit bij vervanging van klantbegeleiders of consulenten maatschappelijke begeleiding. Daarnaast geven geïnterviewde deelnemers van met name de B1-route en de Z-route vaak aan dat zij sneller, of juist langzamer door de lesstof willen gaan, of dat zij met een intensiever taalaanbod sneller op het gewenste taalniveau zouden kunnen komen. Aan deze wensen kan binnen de routes maar in beperkte mate tegemoet worden gekomen. De snelheid waarmee het inburgeringstraject kan worden doorlopen wordt tot slot, zo ervaren betrokken professionals en statushouders, ook belemmerd door het ontbreken van randvoorwaarden, zoals flexibele kinderopvang en soms ook door gezondheidsproblemen. In Amsterdam worden klantbegeleiders voor gezinsmigranten ingezet, die kennis van en ervaring met de begeleiding van deze doelgroep hebben. Als het gaat om gezinsmigranten in de inburgering, hebben gemeenten een veel minder grote rol dan bij statushouders. Gezinsmigranten zijn zelf verantwoordelijk voor hun inburgeringstraject en betalen zelf de kosten van het taalonderwijs en de inburgeringsexamens. Gezinsmigranten kunnen zelf kiezen of, en wanneer zij (formeel) taalonderwijs volgen.
Klantbegeleiders voor gezinsmigranten hebben niet – zoals bij statushouders het geval is – automatisch inzicht in de voortgang uit rapportages van taalaanbieders. En gezinsmigranten worden weliswaar vroeg in hun traject uitgenodigd voor het volgen van het PVT en de MAP, maar geven vaak niet direct gehoor aan deze oproep, onder meer omdat zij niet goed op de hoogte zijn van de inhoud en het verplichte karakter van deze onderdelen. Dit zorgt ervoor dat het moeilijker is om de voortang in de inburgering te volgen en waar nodig bij te sturen, waardoor het traject mogelijk langer duurt dan nodig of wenselijk. Maatwerk Maatwerk is essentieel om inburgeraars op het voor hen hoogst haalbare niveau te laten participeren. Om een passend traject voor alle inburgeraars mogelijk te maken, heeft de wetgever drie leerroutes ontwikkeld: de B1-route, de onderwijsroute en de Z-route. Ook binnen deze routes is ruimte voor maatwerk. Bij de ondersteuning bij het (financieel) zelfredzaam worden, wordt aangesloten bij de leefsituatie en behoeften van inburgeraars. Deze zijn vastgelegd in het PIP. Daarnaast hanteren gemeenten een integrale aanpak, waarbij inburgering wordt verbonden met andere domeinen.
De dedicated klantbegeleiders voor statushouders en gezinsmigranten zijn erop gericht om maatwerk te leveren. De meeste geïnterviewde inburgeraars vinden de kennismaking en de Brede intake met de klantbegeleider informatief en persoonlijk. En klantbegeleiders hebben volgens de meeste geïnterviewden oog voor de leefsituatie en ambities. De mogelijkheden voor laagdrempelig contact, bijvoorbeeld via WhatsApp, sluiten goed aan bij de behoeften. Een gebrek aan continuïteit bij vervanging en het ontbreken van een tolk zijn knelpunten. Ook bij de maatschappelijke begeleiding van statushouders is in grote mate sprake van maatwerk. In de Brede intake en de begeleiding worden behoeften op verschillende leefgebieden meegenomen. Dat sprake is van een vaste consulent die drie jaar lang individuele ondersteuning kan bieden vanuit een cultuur sensitieve benadering draagt sterk bij aan het vertrouwen in en de continuïteit van de begeleiding. De meeste geïnterviewde statushouders zijn hier dan ook tevreden over. Dat – ook na de doorgaans intensieve contacten met de consulent in de beginperiode – laagdrempelig contact op afroep mogelijk is past volgens de meeste statushouders goed bij hun behoeften.
De maatschappelijke begeleiding wordt als minder passend en nuttig ervaren als vertrekkende consulenten niet tijdig worden vervangen, als er geen sprake is van een goede overdracht, of als (vooral in het begin) geen tolk of consulent die dezelfde taal spreekt, beschikbaar is. Het financieel ontzorgen wordt voor praktisch alle statushouders op dezelfde manier ingericht: de eerste zes maanden worden vaste lasten betaald uit de uitkering. Veel van de geïnterviewde statushouders vinden dat het financieel ontzorgen goed aansluit bij hun leefsituatie aan het begin van de inburgering. Door hen letterlijk de zorg voor het betalen van vaste lasten uit handen te nemen, kan de aandacht uitgaan naar andere zaken, zoals het starten in de leerroute. Dit draagt bij aan het voorkómen van schulden. Een kleinere groep geeft aan minder behoefte aan het ontzorgen te hebben. Het is de bedoeling dat het ontzorgen en de ondersteuning bij het versterken van de financiële redzaamheid in samenhang wordt aangeboden en dat statushouders in de periode van het ontzorgen de training module Geldzaken volgen. Deze module – waarin statushouders aan de hand van hun eigen financiële situatie worden voorgelicht en getraind in het omgaan met geldzaken in Nederland – blijkt door organisatorische knelpunten in de praktijk slechts door een klein deel van de statushouders te worden gevolgd.
83
Amsterdam streeft ernaar dat alle statushouders de voor hen meest passende leerroute kunnen volgen. Om (jonge) statushouders voor wie de onderwijsroute niet aansluit bij hun (voor)opleiding of leervermogen de kans te geven om zich via een mbo-opleiding te kwalificeren voor de Nederlandse arbeidsmarkt is de B1 mbo route ingericht. Binnen deze, en de andere leerroutes wordt door (taal)docenten en andere betrokkenen het aanbod zo goed mogelijk afgestemd op individuele behoeften. Veel van de geïnterviewde statushouders zijn tevreden over de gekozen route en ervaren deze als passend bij hun ontwikkelmogelijkheden en toekomstplannen. Toch zijn er ook knelpunten bij het realiseren van maatwerk in de leerroutes. De taalaanbieder maakt zich er zorgen over of het binnen de gemaakte afspraken en de inburgeringstermijn lukt om alle deelnemers aan de B1-route voldoende taalles te bieden om succesvol op B1 (of A2) in te burgeren. Daarnaast wordt een optimale plaatsing in of na de oriëntatiefase soms belemmerd door logistieke knelpunten en beperkte flexibiliteit in doorverwijzing. En statushouders die op een hoog niveau de taal willen leren (B2 of B2+) komen soms terecht in de Onderwijsroute, ook als zij eigenlijk geen belangstelling hebben voor het volgen van een vervolgopleiding, en liever snel aan het werk zouden willen gaan.
Tot slot blijkt in de Z-route het samenstellen van passende groepen complex, mede door uiteenlopende taalniveaus, gezondheidsproblemen en reistijd. Dedicated klantbegeleiders voor gezinsmigranten bieden ondersteuning die aansluit bij persoonlijke omstandigheden, met aandacht voor werk, zorgtaken, gezondheid en motivatie. Veel geïnterviewde gezinsmigranten zijn positief over de informatievoorziening en begeleiding van de klantbegeleider. Vooral de bereikbaarheid van de klantbegeleider en de reactiesnelheid bij vragen (via bijvoorbeeld WhatsApp) worden gewaardeerd. Klantbegeleiders zien dat sommige gezinsmigranten kwetsbaar zijn door analfabetisme, of het ontbreken van een steunend netwerk. In die gevallen kunnen klantbegeleiders weliswaar advies en steun bieden, maar is het aan de betreffende gezinsmigrant of advies – bijvoorbeeld ten aanzien van passend taalaanbod – wordt opgevolgd. Zoals gezegd biedt de gemeente Amsterdam gezinsmigranten de mogelijkheid om het Participatieverklaringstraject (PVT) en de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) in eigen taal te volgen. Bij de indeling in groepen maakt de aanbieder onderscheid in snellere en minder snelle deelnemers. De ervaring is dat deze trajecten hierdoor goed aansluiten bij de uiteenlopende achtergronden en (informatie)behoeften van gezinsmigranten.
Werkenden kunnen vrijstelling krijgen van het praktijkdeel van de MAP, terwijl anderen extra ondersteuning krijgen bij het vinden van vrijwilligerswerk of stages.
Dualiteit Het principe van dualiteit houdt in dat taalverwerving wordt gecombineerd met participatie, bijvoorbeeld via stages, vrijwilligerswerk, betaald werk of andere vormen van maatschappelijke betrokkenheid. Deze combinatie bevordert niet alleen het leren van de taal, maar ook het opbouwen van sociale netwerken. De invulling van dualiteit verschilt per leerroute en wordt vastgelegd in het PIP. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het begeleiden van dit proces. Daarnaast volgen inburgeraars in de B1- en Z-route de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) en moeten alle inburgeraars het Participatieverklaringstraject (PVT) volgen.