CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

251112 DEF rapport Verwey 324330_Wet-inburgering-2021-in-uitvoering.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 14 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Evaluatie Amsterdams inburgeringbeleid Wi2021 (VN2025-016213)62.641 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 7

Wel valt op dat er veel deelnemers met gezondheidsproblemen zijn. Het zijn met name oudere statushouders die soms aangeven dat zij stress ervaren door de ureninzet die van hen gevraagd wordt. En voor jongeren die (net) niet naar de B1-route kunnen, is de Z-route minder geschikt, zo vertellen respondenten. Zij willen graag naturaliseren[72], meer dagen naar school en hebben behoefte aan schoolse activiteiten en structuur.

“ We zien jonge mannen die misschien A2 kunnen halen, maar die omdat ze in de Z-route

zitten, niet genoeg taalaanbod krijgen. Sommigen zoeken dat zelf bij taalcafés en elders, maar de wet en het systeem laat dit groepje echt in de steek. Ze krijgen niet het juiste aanbod om zich tot het hoogst haalbare te ontwikkelen. Er is geen speelruimte voor die mensen.” (Groepsinterview Z-route)

Risicovol om deelnemers te laten doorstromen naar de B1-route 72

Omdat het vereiste taalniveau voor naturalisatie A2 is, komen deelnemers van de Z-route niet automatisch in aanmerking voor naturalisatie.

56

In bovenstaand citaat is al te zien dat het soms lastig is om statushouders die mogelijk A2 kunnen halen door te verwijzen naar de B1-route. Docenten willen graag meedenken met deelnemers: als zij aangeven graag te willen naturaliseren, dan wordt dit meegenomen in de overwegingen. Maar, zo geven betrokkenen aan, er zijn wel dilemma’s. Het is lastig tijdig in te schatten of iemand naar de B1-route zou kunnen. Een tijdige overstap is van belang, want wanneer iemand pas overstapt nadat hij in de Z-route al veel taallessen heeft gevolgd, blijven er (te) weinig uren over om binnen de inburgeringstermijn in de B1-route het juiste niveau te behalen. Bijkomend dilemma is dat een statushouder die overstapt van de Z-route naar de B1-route stopt met de participatie-uren en daarna niet meer ‘terug’ kan.

“ Ik vind het nog lastig met de mensen die er een beetje tussenin zitten, waarbij je twij-

fels hebt of ze A2 uiteindelijk gaan halen. Je wilt ze het hoogst haalbare laten doen, maar doorverwijzen naar de B1-route betekent: stoppen met participatie-uren opbouwen. En als we er uiteindelijk toch achter komen dat A2 toch niet haalbaar is, dan is er binnen de B1-route geen escape meer voor die mensen.” (Groepsinterview Z-route)

Ervaringen van statushouders We hebben statushouders gesproken die net begonnen zijn in de Z-route, of juist al langer bezig zijn met inburgeren. Statushouders die net zijn begonnen, zijn doorgaans tevreden over de taallessen die zij volgen, hoewel een enkeling het programma te intensief vindt, of liever op een ander dagdeel les zou hebben.

“ De kwaliteit van de lessen is heel goed. Bijvoorbeeld, we leerden waarom het belang-

“ De leraar is snel, het is moeilijk te volgen. De intensiteit is te hoog, vooral voor oudere mensen zoals ik. De lessen zijn in de klas en het is lastig omdat we niet altijd tijd hebben om te studeren.” (Syrische vrouw, 55+ Z-route. 2,5 jaar bezig met inburgeren)

“ De lessen zijn leuk, maar ze zijn echt moeilijk voor ons. Soms begrijp ik niet alles. De kwaliteit is goed, maar het niveau is te hoog.” (Eritrese man, 55+, Z-route, twee jaar bezig met inburgeren)

Naast de taallessen, zijn statushouders in de Z-route bezig met ‘participatie’. Desgevraagd vertellen zij dat de participatie-uren worden ingevuld met diverse lessen en bezoeken aan instellingen in de stad, zoals de bibliotheek en musea, maar ook met bezoek aan een Taalcafé om Nederlands te oefenen en het zoeken naar (vrijwilligers)werk. Niet alle geïnterviewden zijn tevreden over de invulling van hun participatie uren: de ‘lessen’ zijn niet altijd nuttig en de begeleiding bij het zoeken naar een plek voor vrijwilligerswerk of stage is volgens een aantal geïnterviewden te beperkt.

“ Soms zijn de activiteiten zinloos, bijvoorbeeld praten over zorg of verzekeringen zonder dat ik de taal goed begrijp.” (Syrische man, 25-30 jaar, Z-route, één jaar bezig met inburgeren)

“ Ik krijg opdrachten van mijn consulent maar krijg weinig hulp bij het zoeken naar

passend werk. Als ik niets vind, moet ik zelf iets zoeken.” (Syrische man, 25-30 jaar, Z-route, zeven maanden bezig met inburgeren)

Maar er zijn ook geïnterviewden die tevreden zijn om de invulling van de participatie uren en de begeleiding die zij hierbij krijgen.

rijk is om te kunnen zwemmen in Nederland. Dat was interessant en leuk. We hebben les op school, en dat is beter dan online voor ons. We komen met de tram naar school, en gelukkig betaalt de gemeente voor ons de kosten. De afstand is wel ver, maar het is nog haalbaar.” (Eritrese man, 50-55 jaar, Z-route, net begonnen met inburgeren)

“ Het is goed. Ik vind participatie belangrijk, niet alleen om te voldoen aan de plicht,

Statushouders die al langer bezig zijn met inburgeren zijn veel minder tevreden. Zij vinden de intensiteit van het programma en het niveau van de lessen te hoog. Sommigen benoemen dat het hun te snel gaat, omdat ze ouder zijn.

“ Ze geven duidelijke uitleg en helpen mij om participatie-uren te maken. Ze laten ook

maar ook om echt beter te worden in Nederland. Er is een Tigrinya-sprekende trainer en dat vind ik heel goed. Dat helpt mij veel.” (Eritrese vrouw, 45-50 jaar, Z-route, twee jaar bezig met inburgeren)

zien hoe je beter kunt meedoen in de samenleving en wat belangrijk is om hier goed te leven.” (Eritrese vrouw, 35-40 jaar, Z-route, twee jaar bezig met inburgeren)

57

Statushouders in de Z- route vertellen dat ook dat het aantal participatie uren die zij moeten ‘maken’, hen soms zwaar valt. De combinatie van taalles en participatie legt een groot beslag op de tijd en geïnterviewden vertellen dat zij (zo) niet altijd toekomen aan andere activiteiten, zoals zorgtaken thuis en sociale verplichtingen.

“ Het is erg druk voor mij. Ik moet vier dagen per week naar school en daarnaast moet ik huiswerk maken en studeren. Ik heb ook kinderen waar ik voor moet zorgen. Bovendien zijn er sociale verplichtingen zoals bruiloften en begrafenissen van familie en kennissen. Alles samen maakt het heel zwaar. Ik heb niet genoeg tijd om alles rustig te doen.” (Eritrese vrouw, 45-50 jaar, Z-route, net begonnen met inburgeren)

Diverse geïnterviewden opperen daarom om het aantal verplichte uren naar beneden bij te stellen, of eerst te focussen op taal.

4.6.

Conclusies

In dit hoofdstuk bespraken we de opzet en de ervaringen met de uitvoering van de leerroutes. Het accent lag daarbij op de ervaringen met en van statushouders. De uitvoering van de taken van de gemeente voor gezinsmigranten en de ervaringen die hiermee worden opgedaan, worden besproken in hoofdstuk 5. Hieronder bespreken we de belangrijkste bevindingen ten aanzien van de B1-route, de onderwijsroute, de B1 mbo route en de Z-route. Het is binnen de gemaakte afspraken in het kader van het aanbod in de B1-route lastig om alle statushouders tijdig een passend traject te bieden De grootste taalaanbieder binnen de B1-route signaleert dat de gemeentelijke afspraak om statushouders snel te laten starten met hun taaltraject, soms op gespannen voet staat met de ervaring dat het werken met relatief homogene groepen (ingedeeld naar leerbaarheid) de beste resultaten oplevert. Soms moeten statushouders langer wachten en soms starten statushouders in een groep die qua niveau niet het meest passend is. Deze uitdaging is terug te zien bij de ervaringen van statushouders die taalles volgen bij de grootste taalaanbieder. De meeste deelnemers zijn niet te spreken over de kwaliteit van de lessen. Zij hebben online les (gehad) en dit was minder nuttig, of zij vinden het tempo van de lessen te hoog, of te laag. Deelnemers aan de versnelde B1-route bij de VU zijn hierover doorgaans heel tevreden.

Zij noemen dat het tempo, het niveau en de intensiteit van de lessen goed bij hun niveau en ambities aansluit. Dit is niet verwonderlijk aangezien deze groep statushouders juist vanwege hun niveau en ambities in de versnelde route terecht zijn gekomen.

Inburgeren via de onderwijsroute wordt heel positief gewaardeerd De meeste geïnterviewden die een taalschakeltraject aan de HvA of VU volgen, zijn hier (heel) tevreden over. De tevredenheid heeft niet alleen betrekking op de inhoud en organisatie van het traject, maar ook op het perspectief dat de onderwijsroute biedt op het behalen van een Nederlands diploma voor het (hoger) beroepsonderwijs of de universiteit en de baankansen die daarbij horen. Dit wordt beaamd door de aanbieders van de taalschakeltrajecten: Door de introductie van de onderwijsroute in de Wi2021 is het wettelijk mogelijk geworden dat statushouders die kunnen en willen op een voor hen passend en zo hoog mogelijk niveau inburgeren, een opleiding volgen en gaan werken. Tegelijkertijd constateren de aanbieders van de taalschakeltrajecten - die een langere traditie hebben van het verzorgen van (taal)aanbod voor anderstaligen en nieuwkomers – dat door het vastleggen van de onderwijsroute (door de wetgever en in de uitvoering), ook ruimte verloren is gegaan die de betrokken onderwijsinstellingen eerder wél hadden om inburgeraars een passend aanbod te doen. Concreet gaat het om (oudere) statushouders die wél snel willen inburgeren op een hoog taalniveau (B2 of B2+), maar die géén belangstelling hebben voor het volgen van een opleiding.

B1 mbo route biedt statushouders meer kansen op werk, taalniveau is een aandachtspunt In de gemeente Amsterdam wordt naast de drie leerroutes in de Wi2021 een vierde route aangeboden. Deze B1 mbo route is bedoeld voor statushouders die de motivatie en potentie hebben om een entree (mbo 1) of mbo 2 opleiding te volgen. De specialistische route is een intensivering op de reguliere B1-route en maakt het mogelijk om versneld en gericht door te stromen naar het mbo via een duaal taalschakeltraject. Voor statushouders die de B1 mbo route volgen, gelden de wettelijke kaders van de B1-route. Geïnterviewde statushouders die deze route volgen, zijn doorgaans tevreden over de mogelijkheden die de B1 mbo route biedt om een passende mbo-opleiding te volgen en aldus hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Wel geven zij aan dat de taallessen in het taalschakeltraject hen nog niet voldoende voorbereiden op het succesvol volgen van een mbo-opleiding. Betrokken professionals constateren dat er winst te behalen valt in het proces van toeleiding naar en keuze van de B1 mbo route. Er wordt getwijfeld aan de meerwaarde van de oriëntatiefase (bij de taalaanbieders van de B1-route) die volgt op de Taalstart, waarin een voorkeur voor de B1 mbo route vaak al duidelijk is geworden.

58

Tegelijkertijd constateren betrokkenen bij de B1 mbo route dat het behalen van een voldoende taalniveau (B1 niveau voor een mbo-opleiding) niet voor alle deelnemers binnen de gestelde termijn haalbaar is. De gerichte taallessen in het kader van het taalschakeltraject zijn dan afgerond. Dit betekent dat men daarna zonder deze lessen toch op het gevraagde B1 niveau moet komen en/ of de mbo-opleiding moet voltooien om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Voor veel deelnemers aan de Z-route is inburgeren moeilijk, ondanks intensieve begeleiding en persoonsgericht aanbod De Z-route is een intensief driejarig traject met een urennorm van 1.600 uur (waarvan 800 uur voor het leren van de Nederlandse taal en 800 uur voor activiteiten op het gebied van activering, participatie en het verhogen van de zelfredzaamheid). Binnen de Z-route geldt geen examenverplichting, maar een inspanningsverplichting. Veel van de geïnterviewde statushouders vinden het tempo of het niveau van de taallessen te hoog en de combinatie van de taallessen met de verplichte participatieactiviteiten (te) zwaar. Zij zouden liever op een lager tempo inburgeren, of met minder ‘uren’ aan de inburgeringsplicht willen voldoen.

Betrokkenen bij de taallessen en participatieactiviteiten in de Z-route vertellen dat het – gegeven het relatief lage aantal deelnemers in de Z-route, die bovendien verspreid over de hele stad wonen – uitdagend is om groepen met een gelijk (start)niveau samen te stellen. Dat lukt naar inschatting van sommige geïnterviewde statushouders dan ook onvoldoende. Voor activiteiten gericht op participatie is een bepaalde mate van beheersing van de Nederlandse taal nodig, terwijl vorderingen hieromtrent met name bij niet- of anders gealfabetiseerden langzaam gaan. Daarnaast kampen veel statushouders in de Z-route met uitdagingen in de persoonlijke sfeer, zoals gezondheidsproblemen. Betrokkenen bij de Z-route zien ook statushouders waarvan gaandeweg blijkt dat inburgeren op A2 niveau haalbaar lijkt. Dit zijn vaak jongeren die aangeven behoefte te hebben aan méér taalles en bovendien graag vanwege de voorgenomen regels rondom naturalisatie in de B1-route willen inburgeren. Het overstappen naar de B1-route is echter niet zonder risico’s. Als na een overstap de route toch te hoog gegrepen blijkt, is teruggaan naar de Z-route niet goed mogelijk omdat men niet meer aan de benodigde 800 participatie uren kan komen.

59

5

Gezinsmigranten

Gemeenten voeren, zoals eerder genoemd, onder de Wi2021 de regie over de inburgering. Dit geldt ook voor gezinsmigranten[73], die doorgaans met een andere startpositie aan het traject beginnen dan statushouders. Gezinsmigranten komen naar Nederland om zich te voegen bij een familielid of partner. In dat kader leggen zij voorafgaand aan hun komst het basisexamen inburgering af in het buitenland. Bij aankomst beschikken zij daardoor meestal over een basiskennis van het Nederlands (niveau A1). Daarnaast hebben gezinsmigranten doorgaans een partner met een (voldoende hoog) inkomen en vaak toegang tot het (sociale netwerk) van die partner. Tegelijkertijd is deze groep zeer divers; voor sommige gezinsmigranten is de startpositie vergelijkbaar met die van statushouders. Ondanks deze verschillen wordt het door de wetgever belangrijk gevonden dat ook gezinsmigranten begeleiding en ondersteuning ontvangen tijdens hun inburgeringstraject.[74] Voor aantallen en andere (achtergrond)kenmerken, zie paragraaf 2.5. Door verschillen in startpositie wijkt het inburgeringstraject van gezinsmigranten op onderdelen af van statushouders. Zo krijgen gezinsmigranten geen maatschappelijke begeleiding, worden zij niet financieel ontzorgd en moeten zij de taallessen en KNM zelf betalen, eventueel door een lening af te sluiten bij DUO[75].

De Brede intake, PIP, de begeleiding door de gemeente, MAP en PVT worden wel voor hen bekostigd.[76] In dit hoofdstuk gaan we in op de (uitvoering van) taken die de gemeente heeft in het inburgeringstraject van gezinsmigranten. We bespreken bij de stappen in het uitvoeringsproces telkens de

73

Zoals toegelicht in paragraaf 1.2 hanteren we in dit onderzoek de term gezinsmigrant als een verzamelbegrip voor zowel gezins- als overige migranten in de context van beleid en uitvoering. Bij de bespreking van ervaringen ligt de focus echter op gezinsmigranten; overige migranten zijn hierin niet expliciet meegenomen.

74

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 2021, 410. (2021, 1 september). Besluit van 27 augustus 2021 tot vaststelling van het Besluit inburgering 2021. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Geraadpleegd op 8 juni 2025, van https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-410.html.

75

Er wordt een inkomenstoets uitgevoerd om te bepalen of een inburgeringsplichtige in aanmerking komt voor een DUO-lening en om de hoogte van de lening vast te stellen. Deze lening kan worden gebruikt voor cursus- en examenkosten bij erkende aanbieders van de B1, Z- of Onderwijsroute. De lening mag niet hoger zijn dan de werkelijke kosten en bedraagt maximaal €10.000. Zie artikel 6.1 en 6.2 van het Besluit inburgering 2021, Stb. 2021, 410. Beschikbaar via: Regeling - Besluit inburgering 2021

76

Tweede Kamer der Staten-Generaal (2020). Memorie van Toelichting. Regels over inburgering die in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering 2.). 35483, nr. 3, p.11-12.

inrichting, uitvoering en de ervaring met de uitvoering van het inburgeringstraject. Aan het einde van het hoofdstuk staan we stil bij de vraag in hoeverre de (sub)doelstellingen uit de beleidstheorie (tijdigheid, snelheid, maatwerk, dualiteit en kwaliteit) terug te zien zijn in de opzet en uitvoering. We bespreken de volgende onderdelen van het uitvoeringsproces: Brede intake en PIP. Begeleiding door de klantbegeleider. Participatieverklaringstraject en Module Arbeidsmarkt & Participatie. Kwaliteitsconvenant Taal.

„ „ „ „

5.1.

Perspectief van gezinsmigranten op het (verplicht) inburgeren

Voordat we ingaan op de verschillende instrumenten van de wet, lichten we de perspectieven van de geïnterviewde gezinsmigranten uit op het feit dat ze verplicht moeten inburgeren.

Ervaringen van gezinsmigranten Een belangrijk deel van de geïnterviewde gezinsmigrant heeft kritiek op het verplichte karakter van de inburgering. Ze vinden het zwaar en hebben moeite met de hoge kosten die ermee gepaard gaan:

“ Ik moet betalen voor de taalcursus terwijl mijn man dat niet hoefde. Hij is ook migrant, maar kwam in een andere tijd” (Pakistaanse vrouw, 25-30 jaar, B1-route, drie maanden bezig met inburgeren)

Kritiek is er bovendien op de ongelijkheid tussen verschillende groepen nieuwkomers. Voor de ene groep geldt de verplichting wel en de ander niet:

“ Het stoort me dat EU-burgers gratis les en middelen krijgen zonder verplichtingen, terwijl mensen die verplicht zijn tot inburgering juist niet dezelfde ondersteuning krijgen. Het voelt tegenstrijdig. Ik zou het beter vinden als er meer hulp of gratis lessen beschikbaar waren” (Servische vrouw, 30-35 jaar, B1-route, vijftien maanden bezig met inburgeren)

60

Ook het feit dat inburgering nu verplicht is, terwijl dat vroeger niet altijd zo was, zorgt voor onvrede:

“ Ik hou er niet van dat het verplicht is. Toen ik hier met een visum woonde, hoefde

het niet. Als ik een paspoort wil, snap ik dat het moet, maar als ik dat niet wil, snap ik niet waarom ik verplicht moet inburgeren” (Mexicaanse vrouw, 35-40 jaar, B1-route, 24 maanden bezig met inburgeren)

Er is onduidelijkheid over welke verplichtingen precies gelden en wat de consequenties zijn als je het niet binnen de termijn haalt:

“ Wat gebeurt er als ik dat niet haal? Dat wordt niet duidelijk verteld” (Mexicaanse vrouw, 35-40 jaar, B1-route, 24 maanden bezig met inburgeren)

5.2.

Brede intake en PIP

De Brede intake is eerder beschreven in paragraaf 3.6. Deze vormt voor alle inburgeringsplichtigen het startpunt van het inburgeringstraject. Voor gezinsmigranten vindt de Brede intake volgens de wet zo snel mogelijk plaats na inschrijving bij de gemeente en bestaat uit een leerbaarheidstoets en een of meerdere gesprekken. Na afronding van de Brede intake stelt de gemeente, in overleg met de gezinsmigrant, een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) op.[77] Gezinsmigranten krijgen geen inburgeringsaanbod van de gemeente en zijn zelf verantwoordelijk voor het volgen en bekostigen van taallessen en KNM. Voor het kunnen afsluiten van een lening is het PIP een belangrijke voorwaarde. In tegenstelling tot statushouders bevat het PIP voor gezinsmigranten geen verplichtingen voor het volgen van taallessen of KNM. De gemeente kan hier dus niet op handhaven. Voldoet een gezinsmigrant niet op tijd aan de inburgeringsplicht, dan kan DUO een boete opleggen.[78],[79]

Tegelijkertijd is er bij sommige gezinsmigranten ook begrip voor het nut van de inburgering, waarbij zij een duidelijk verband zien met de mogelijkheid tot naturalisatie.

In deze paragraaf bespreken we hoe in de gemeente Amsterdam de Brede intake en het PIP voor gezinsmigranten zijn georganiseerd en wat hiermee de ervaringen zijn.

“ Ik vind dat het nodig is om alles te leren over Nederland. Als je hier woont, moet je

5.2.1. Opzet Zodra de gemeente Amsterdam via DUO een melding ontvangt dat een gezinsmigrant zich in de gemeente heeft gevestigd en inburgeringsplichtig is, ontvangt deze persoon een uitnodigingsbrief. Het daaropvolgende gesprek vormt de start van de Brede Intake en leidt tot het opstellen van het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). Anders dan bij statushouders is de gemeente niet verantwoordelijk voor het inburgeringsonderwijs van gezinsmigranten; zij regelen dit zelfstandig en betalen taalcursussen uit eigen middelen.

jezelf kunnen uitdrukken. Alles wat we nu doen, is nodig om uiteindelijk een paspoort te krijgen. Dus het is verplicht, en ik begrijp waarom” (Ghanese man, 35-40 jaar, B1-route, achttien maanden bezig met inburgeren)

Veel respondenten geven aan dat het moment waarop ze moesten starten met inburgeren niet ideaal was. Dit kwam bijvoorbeeld doordat ze verwikkeld waren in visa-gerelateerde problemen of omdat ze snel een fulltimebaan vonden. Anderen hadden juist eerder willen beginnen:

“ Ik kreeg pas na ongeveer een jaar contact met mijn klantbegeleider, dat vond ik erg laat. Tegen die tijd had ik al veel zelf geleerd” (Amerikaanse vrouw, 30-35 jaar, B1-route, acht maanden bezig met inburgeren)

77

Tweede Kamer der Staten-Generaal (2020). Memorie van Toelichting. Regels over inburgering die in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering 2.). 35483, nr. 3, p.18 - 19.

78

Tweede Kamer der Staten-Generaal (2020). Memorie van Toelichting. Regels over inburgering die in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering 2.). 35483, nr. 3, p.18.

79

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2021). Besluit van 27 augustus 2021 tot uitvoering van de Wet inburgering 2021 (Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, 2021, 410). Geraadpleegd op 8 juni 2025, van https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-410.html.

61

De meeste gezinsmigranten in Amsterdam volgen de B1-route.[80] Na ontvangst van het PIP zijn zij zelf verantwoordelijk voor het verloop van hun inburgeringstraject. Zolang zij in staat zijn om alle examens op B1-niveau te behalen, zijn zij niet verplicht taallessen te volgen en kunnen zij zich via zelfstudie voorbereiden op de examens. Voor de Z-route is zelfstudie niet toegestaan; deze route vereist het volgen van taallessen bij een erkende aanbieder.[81] 5.2.2. Ervaringen Om de ervaringen met (de uitvoering van) de Brede intake en PIP voor gezinsmigranten in beeld te brengen, hebben we een groepsinterview gehouden met professionals die hierbij betrokken zijn. Het ging om klantbegeleiders gezinsmigranten, beleidsadviseurs en uitvoeringsexperts. Daarnaast hebben we in de groepsgesprekken die we met gezinsmigranten hebben gehouden stilgestaan bij hun ervaringen met de Brede intake en het PIP. In deze paragraaf bespreken we de ervaringen van professionals en gezinsmigranten. 5.2.3. Ondersteuning tijdens het eerste gesprek veelal door familie of partner Tijdens het eerste gesprek blijkt in de praktijk zelden een professionele tolk aanwezig te zijn. In plaats daarvan worden gezinsmigranten vaak ondersteund door familieleden of partners. Deze informele ondersteuning vervult een belangrijke rol: familieleden vertalen indien nodig, maar nemen ook actief deel aan het gesprek.

Volgens de geïnterviewde klantbegeleiders leidt dit doorgaans tot positieve ervaringen. Doordat familieleden direct worden meegenomen in het gesprek, zijn zij goed geïnformeerd en kunnen zij de inburgeraar vervolgens begeleiden en stimuleren in het verdere traject. Wanneer een partner niet aanwezig is, wordt informatie alsnog meegegeven in de vorm van een folder in het Nederlands en Engels. Daarnaast zijn er ook gezinsmigranten die zelfstandig het gesprek voeren, bijvoorbeeld wanneer zij voldoende beheersing hebben van het Nederlands of Engels. De meeste gezinsmigranten weten dat ze moeten inburgeren Volgens de geïnterviewde klantbegeleiders zijn gezinsmigranten zich doorgaans bewust van hun inburgeringsplicht, mede doordat zij hierover worden geïnformeerd via een brief van DUO. Hierdoor weten zij meestal dat er iets van hen wordt verwacht. Soms is er onduidelijkheid, omdat zij het

80

Zie paragraaf 2.5, 92% van de gezins- en overige migranten volgt de B1-route.

81

Gemeente Amsterdam. (2021). Beleidskader: Amsterdamse aanpak gezinsmigranten vanaf 2022; Gemeente Amsterdam. (2022). Factsheet Inburgering in Amsterdam.

onderscheid tussen het basisexamen inburgering in het buitenland en inburgeringsexamens hier verwarrend vinden. Verder komt het soms als een verrassing dat zij de inburgering zelf moeten betalen.

“ De vragen komen op het moment dat je aangeeft dat ze de inburgering zelf moeten

bekostigen. Heel vaak is dat een lastig stuk, want mensen verwachten dat ze iets vanuit de gemeente krijgen.” (Groepsinterview klantbegeleiders gezinsmigranten)

Om het kostenplaatje te nuanceren, leggen klantbegeleiders uit dat de PVT en MAP wél kosteloos door de gemeente worden aangeboden. De Brede intake helpt een goed beeld te krijgen van de gezinsmigrant De Brede intake stelt klantbegeleiders doorgaans in staat een goed beeld te vormen van de gezinsmigrant. Het uitgangspunt is dat er drie fysieke gesprekken plaatsvinden om dit te kunnen doen: een kennismakings-, verdiepings- en een eindgesprek. In de praktijk wijkt men hier vaak van af: contact vindt veelal telefonisch of per mail plaats en gesprekken worden soms gecombineerd tot één of twee momenten. De leerbaarheidstoets wordt ingezet als hulpmiddel om vaardigheden in kaart te brengen, maar de uitslag sluit niet altijd aan bij de achtergrond van de klant. In dergelijke situaties wijkt men af van de toetsuitslag en baseert men de leerroute vooral op opleiding en de wensen van de gezinsmigrant. Soms wordt geadviseerd een intake bij een taalschool te doen, omdat deze aanvullende testen afnemen die het taalniveau nauwkeuriger vaststellen. Volgens de klantbegeleiders komt het weinig voor dat gezinsmigranten bewust willen afwijken van de toetsuitslag vanwege de hoge kosten. Soms geven zij zelfs de voorkeur aan bijvoorbeeld de Z-route, omdat zij dan geen examens hoeven af te leggen. De klantbegeleiders streven er in elk geval naar om in te zetten op het hoogst haalbare taalniveau.

Naast het vaststellen van het taalniveau vervullen klantbegeleiders tijdens de Brede intake ook een belangrijke signaalfunctie, bijvoorbeeld bij huiselijk geweld:

“ Dan geef je tips aan die mevrouw: “Wat wilt u, wat kan ik voor u doen?” Wij mogen en kunnen eigenlijk niet heel veel doen behalve signaleren en doorverwijzen.” (focusgroep klantbegeleiders gezinsmigranten)

62

Ervaringen van gezinsmigranten Het oproepen voor de Brede intake duurt soms lang. De ervaringen van gezinsmigranten met het oproepen voor de Brede intake lopen uiteen. Een terugkerend thema is de wachttijd voor het eerste contact. Meerdere respondenten gaven aan dat het lang duurde voordat zij een uitnodiging voor het gesprek ontvingen. De wachttijd varieerde van enkele weken tot enkele jaren.

“ Bij mij duurde het een jaar voordat ik iets hoorde. Toen ik uiteindelijk een brief kreeg, moest ik nog zes maanden wachten op mijn eerste afspraak.” (Amerikaanse vrouw, 30-35 jaar, B1-route, acht maanden bezig met inburgeren)

Sommige respondenten moesten meer dan een jaar wachten voordat zij werden benaderd voor de Brede intake.

“ Het gesprek zelf was goed, maar ik moest twee jaar wachten voordat er contact met mij werd opgenomen.” (Pakistaanse vrouw, 25-30 jaar, B1-route, drie maanden bezig met inburgeren)

De informatievoorziening wordt wisselend ervaren. De ervaringen van gezinsmigranten met de informatie tijdens de Brede intake verschillen. Sommige deelnemers zijn positief over het contact met hun klantbegeleider. Zij geven aan dat deze vriendelijk en duidelijk was, goede uitleg gaf, vragen beantwoordde en na afloop bereikbaar bleef via e-mail of telefoon. Andere gezinsmigranten beschrijven het kennismakingsgesprek als gestructureerd en uitgebreid. Verschillende thema’s kwamen aan bod en er was een toets moment opgenomen.

“ Het gesprek was opgedeeld in twee delen: eerst een informatief deel over mijn achter-

grond, opleiding en wanneer ik naar Nederland kwam, en daarna een test om mijn taalvaardigheid te bepalen.” (Servische vrouw, 30-35 jaar, B1-route, vijftien maanden bezig met inburgeren)

Tijdens het gesprek gingen klantbegeleiders in op persoonlijke doelen en toetsten zij of de deelnemer op de hoogte was van de inburgeringsplicht.

“ Hij vroeg me wat mijn doel is hier. Ik zei dat ik graag een carrière wil opbouwen. Hij vroeg me of ik wist dat ik examens moest afleggen. Ik zei ja, want ik had daar al een brief over ontvangen.” (Ghanese man, 35-40 jaar, B1-route, achttien maanden bezig met inburgeren)

Niet iedereen was tevreden met de informatie die ze hadden gekregen.

“ [..]ik vond dat ik later pas de belangrijkste informatie kreeg, bijvoorbeeld over het parti-

cipatieverklaringstraject.” (Marokkaanse vrouw, 25-30 jaar, B1-route, zes maanden bezig met inburgeren).

Ook waren niet alle verplichtingen direct duidelijk.

“ Alleen over de verplichte 40 uur vrijwilligerswerk was ik niet goed geïnformeerd. Dat

hoorde ik pas later tijdens een cursus.” (Braziliaanse vrouw, 35-40 jaar, B1-route, tien maanden bezig met inburgeren).

Sommige respondenten benoemden dat ze graag meer aandacht hadden gehad voor hun persoonlijke situatie.

“ Er werd me verteld wat het inburgeringstraject inhield, maar ik had het idee dat we vooral over het proces spraken, niet over andere zaken die ik misschien nodig had.” (Amerikaanse vrouw, 30-35 jaar, B1-route, acht maanden bezig met inburgeren).

Ontevredenheid over keuze leerroute en advies taalschool Veel van de geïnterviewde gezinsmigranten zijn ontevreden over de keuze van de leerroute. Zij ervoeren weinig tot geen echte inspraak. De beslissing werd vaak als een gegeven gepresenteerd.

63

“ De klantbegeleider heeft uitgelegd wat mijn opties waren en samen maakten we een

plan. Maar het voelde niet echt als een keuze; het was eerder: dit moet je doen.” (Egyptische vrouw, 35-40 jaar, B1-route, 36 maanden bezig met inburgeren)

Soms ontbrak zelfs een gesprek of toelichting.

“ Er was geen uitleg over de routes. We kregen gewoon een brief met ‘dit is jouw route’,

zonder discussie of keuze.” (Marokkaanse vrouw, 50-55 jaar, Z-route, één jaar bezig met inburgeren)

Ook waren er deelnemers die graag een andere route wilden.

“ Ik wilde graag de route met 800 uur, maar mijn klantbegeleider zei dat ik snel het

examen kon doen. (Ghanese man, 35-40 jaar, B1-route, achttien maanden bezig met inburgeren)

De ervaringen met het advies over taalscholen zijn wisselend. Sommige respondenten kregen weinig concrete ondersteuning bij het kiezen van een taalschool.

“ Mijn klantbegeleider vertelde me dat ik zelf een school moest zoeken, maar gaf geen

concrete cursusadviezen.” (Ghanese man, 35-40 jaar, B1-route, achttien maanden bezig met inburgeren)

Ook wordt aangegeven dat er onvoldoende rekening werd gehouden met persoonlijke omstandigheden, zoals gezondheid of reisafstand.

“ Ik had het fijn gevonden als ze beter rekening hielden met mijn gezondheid. Bijvoorbeeld als ze een school dicht bij mijn huis hadden aangeboden.” (Marokkaanse vrouw, 50-55 jaar, Z-route, één jaar bezig met inburgeren)

5.3.

Begeleiding door de klantbegeleider

De wet benadrukt dat gemeenten een belangrijke taak hebben bij het begeleiden en ondersteunen van gezinsmigranten tijdens hun inburgering. Tijdens het inburgeringstraject volgt de klantbegeleider de voortgang van het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) en stuurt waar nodig bij. De klantbegeleider bespreekt dit in voortgangsgesprekken om te beoordelen of de leerroute nog goed aansluit bij de gezinsmigrant. 5.3.1. Opzet Gezinsmigranten die onder het nieuwe inburgeringsstelsel vallen en zich inschrijven in Amsterdam, vallen onder de Amsterdamse Aanpak Gezinsmigranten. De begeleiding door klantbegeleiders van de gemeente is gebaseerd op deze aanpak. Onderdeel van die aanpak is dat er een apart team klantbegeleiders voor gezinsmigranten bestaat.[82] Start van de begeleiding In het oorspronkelijke beleidsvoornemen zou de begeleiding van gezinsmigranten starten met een welkomstbijeenkomst, die tegelijk zou dienen als start van het Participatieverklaringstraject (PVT). Gezinsmigranten zouden via informatiebijeenkomsten geïnformeerd worden over hun wettelijke verplichtingen en over praktische zaken rondom het inburgeren in de stad Amsterdam. In de praktijk is deze aanpak aangepast. Vanaf 2024 vinden geen aparte welkomst- of informatiebijeenkomsten plaats.

De Brede intake start met een kennismakingsgesprek met een klantbegeleider en het opstellen van het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP), zoals beschreven in paragraaf 5.2. De benodigde informatie over inburgeren is beschikbaar in meerdere talen.[83] Het begeleidingstraject is maatwerk Tijdens de inburgeringsplicht voeren klantbegeleiders minimaal twee keer per jaar voortgangsgesprekken met een gezinsmigrant en wordt de voortgang van de afspraken, die gemaakt zijn in het PIP, besproken. In de tussentijd blijft de klantbegeleider aanspreekpunt. De klantbegeleider signaleert in de begeleiding vroegtijdig wensen, belemmeringen of problemen. Voor het voeren van deze gesprekken is een gespreksleidraad beschikbaar. Hierbij komen vooral de voortgang in de taalvaardigheid en eventueel het werk uitgebreid aan bod.

82

Gemeente Amsterdam. (2021). Beleidskader: Amsterdamse aanpak gezinsmigranten vanaf 2022.

83

Gemeente Amsterdam. (2021). Beleidskader: Amsterdamse aanpak gezinsmigranten vanaf 2022; Gemeente Amsterdam. (2022). Factsheet Inburgering in Amsterdam.

64

De klantbegeleider vraagt of de inburgeraar is gestart met school, hoeveel uren hij of zij heeft gevolgd en of het om een school met keurmerk gaat. Vervolgens worden ook de mogelijke consequenties besproken als iemand nog niet is begonnen met de taallessen of wanneer de school geen keurmerk van Blik op Werk heeft. Het taalniveau van de klant vormt daarbij het belangrijkste gespreksonderwerp. Op basis hiervan ontvangt de gezinsmigrant gerichte informatie en advies over het verdere verloop van het inburgeringstraject. Gezinsmigranten blijven echter zelf verantwoordelijk voor het op zo’n manier inrichten van hun route dat zij kunnen voldoen aan de inburgeringseisen. Ter ondersteuning daarvan werd eerder een persoonlijk portfolio ingezet, bedoeld om richting te geven aan hun traject en bij het zetten van stappen richting persoonlijke doelen.[84] Deze specifieke werkwijze, het opstellen van een portfolio, wordt niet meer toegepast. Er is nadrukkelijk aandacht voor de financiële situatie van de gezinsmigrant en diens partner, de thuissituatie en de mate van afhankelijkheid van de partner. Het streven is dat gezinsmigranten na afronding van hun inburgeringstraject minder afhankelijk zijn van (het inkomen van) hun partner. Bij hulpvragen op andere leefgebieden wordt nauw samengewerkt met de sociale basis en/of buurtteams.

Zo nodig verwijst de klantbegeleider door naar passende voorzieningen in de stad.[85] De begeleiding richt zich in eerste instantie op de inburgering, maar onderdeel van de aanpak is ook dat deze als uitgangspunt dient voor de verdere route naar de arbeidsmarkt en voor gerichte ondersteuning op andere leefgebieden. Afhankelijk van de individuele situatie kunnen gezinsmigranten extra workshops volgen om hun zelfredzaamheid te versterken. Na deelname aan de MAP worden gezinsmigranten die aanvullende hulp nodig hebben bij het vinden van werk doorverwezen naar de Niet Uitkerings-Gerechtigden-aanpak (NUG) of andere lokale initiatieven, bijvoorbeeld op het gebied van armoedebestrijding en sociale voorzieningen. Daarnaast worden gezinsmigranten die gemotiveerd zijn en potentie hebben gestimuleerd om een opleiding te volgen en een diploma te behalen. indien gewenst kunnen zij advies krijgen over de beschikbare mogelijkheden.

Samenwerking met taalaanbieders Een belangrijk onderdeel van de Amsterdamse aanpak voor gezinsmigranten is de samenwerking met taalaanbieders. Omdat gezinsmigranten afhankelijk zijn van het beschikbare inburgeringsaanbod in de stad, bestaat het risico dat zij terechtkomen bij onbetrouwbare taalaanbieders of taalscholen waarvan de kwaliteit onvoldoende is. Daarom is het Kwaliteitsconvenant Taal en Inburgering ontwikkeld, om in samenwerking met taalscholen in de stad de kwaliteit van het inburgeringsaanbod te waarborgen en waar nodig te verbeteren. Dit convenant wordt in paragraaf 5.5 nader toegelicht.[87] De klantbegeleider informeert gezinsmigranten over de taalaanbieders waarmee de gemeente samenwerkt en stimuleert hen om ook gebruik te maken van het informele taalaanbod in de stad. Dit aanbod omvat onder andere het aanvullende inburgeringsprogramma, gesubsidieerd door AMIF[88] en uitgevoerd via maatschappelijke partners zoals NewBees, VluchtelingenWerk en BOOST, evenals taalinitiatieven zoals Taalbuddies. Deze initiatieven helpen niet alleen met het oefenen van de Nederlandse taal, maar ook met het opbouwen van een sociaal netwerk en het vergroten van de zelfredzaamheid van nieuwkomers. Ook taalaanbieders nemen deze rol op zich, bijvoorbeeld door gezinsmigranten door te verwijzen naar informele taalactiviteiten zoals taalmaa tjes en koffiemiddagen.

Na afloop van het inburgeringstraject kunnen gezinsmigranten, evenals statushouders, bovendien gebruikmaken van het Taaloffensief (een taalaanbod in het kader van volwasseneneducatie[89]) om hun taalniveau verder te verbeteren.[90]

[86]

84

Gemeente Amsterdam. (2022). Factsheet Inburgering in Amsterdam; Gemeente Amsterdam. (2021). Beleidskader: Amsterdamse aanpak gezinsmigranten vanaf 2022.

85

Gemeente Amsterdam. (2021). Beleidskader: Amsterdamse aanpak gezinsmigranten vanaf 2022.

86

Gemeente Amsterdam. (2021). Beleidskader: Amsterdamse aanpak gezinsmigranten vanaf 2022.

87

Gemeente Amsterdam. (2021). Beleidskader: Amsterdamse aanpak gezinsmigranten vanaf 2022.

88

De gemeente Amsterdam biedt, met financiering vanuit het Asiel-, Migratie- en Integratiefonds (AMIF), laagdrempelige en duale trajecten aan die gericht zijn op het opdoen van werkervaring (betaald of onbetaald) en deelname aan participatieactiviteiten, gecombineerd met het leren van de Nederlandse taal op de werkvloer.

89

Taaloffensief is een aanbod van de gemeente Amsterdam voor alle volwassenen in de regio Amsterdam die niet inburgeringsplichtig zijn en hun basisvaardigheden willen verbeteren. Het richt zich specifiek op het verbeteren van taal- reken- en digitale vaardigheden. Dit aanbod wordt gefinancierd vanuit WEB-middelen.

90

Gemeente Amsterdam. (2021). Beleidskader: Amsterdamse aanpak gezinsmigranten vanaf 2022.

65

5.3.2. Ervaringen Om inzicht te krijgen in de uitvoering van de begeleiding van gezinsmigranten, hebben we groepsinterviews gehouden met betrokken professionals. Dit waren onder andere dedicated klantbegeleiders, beleidsadviseurs en uitvoeringsexperts[91]. Daarnaast hebben we in gesprekken met gezinsmigranten stilgestaan bij hun ervaringen met de begeleiding door de gemeente. In deze paragraaf bespreken we de ervaringen van professionals en gezinsmigranten. De voortgangsgesprekken zijn flexibel van opzet In de begeleiding van gezinsmigranten spelen voortgangsgesprekken een belangrijke rol. Volgens de aanpak is fysiek contact het uitgangspunt. In de praktijk wordt hier flexibel mee omgegaan: bij werkende of hoogopgeleide deelnemers vinden gesprekken regelmatig online of telefonisch plaats. De inzet op fysieke gesprekken is recent hernieuwd:

“ Sinds we er nieuwe collega’s bij hebben, voeren we voortgangsgesprekken weer vaker

fysiek. We nodigen zoveel mogelijk mensen uit waarvan we vermoeden dat zij daar baat bij hebben. Mensen die zelfstandig goed bezig zijn, kunnen we prima telefonisch spreken.” (Groepsinterview klantbegeleiders gezinsmigranten)

“ Mensen willen gewoon zo snel mogelijk van hun inburgering af. Als ze dan niet naar school

gaan, zijn ze die examens aan het uitproberen. Ondanks dat ik het ze afraad [...]. Maar ja, niet iedereen luistert.” (Groepsinterview klantbegeleiders gezinsmigranten)

Daarnaast blijkt uit de gesprekken dat veel informatie ontbreekt. Zo weten veel gezinsmigranten bijvoorbeeld niet dat ze examens gratis kunnen oefenen. Hoewel de focus ligt op taal en werk, kunnen persoonlijke omstandigheden ook aan bod komen, mits de inburgeraar deze zelf inbrengt. Thema’s die aan bod kunnen komen zijn gezondheid, financiële zorgen, relatieproblemen/echtscheiding, zorgtaken of dakloosheid. Deze omstandigheden kunnen een reden zijn voor verlenging van de inburgeringstermijn. Gezinsmigranten zijn hier echter vaak onvoldoende van op de hoogte; zij moeten zelf een verlenging aanvragen bij DUO onder de regeling ‘bijzondere gevallen’. Daarnaast is verlenging pas mogelijk na 2,5 jaar. Klantbegeleiders informeren en wijzen hen daarbij op het belang van een goede administratie:

“ Wanneer het is gebeurd? Hoe lang ben je niet naar school gegaan? Dat moet allemaal genoteerd worden.” (Groepsinterview klantbegeleiders gezinsmigranten)

Voor het voeren van voortgangsgesprekken is een gespreksleidraad beschikbaar. Hoe de gespreksvoering precies wordt ingestoken, is aan de klantbegeleider zelf.

“ Ik zeg altijd: ‘Hoe gaat het ermee?’, maar daar maak ik ook een brede vraag van. Dan kunnen mensen ook op andere dingen insteken als dat nodig is.” (Groepsinterview klantbegeleiders gezinsmigranten)

Vanuit de beleidskant is het uitgangspunt om de voortgangsgesprekken meer uniform en gestructureerd te maken dan nu het geval is, zodat klantbegeleiders en inburgeraars elkaar minstens eens per halfjaar fysiek ontmoeten om de voortgang te bespreken. Taal en werk centraal, persoonlijke omstandigheden minder prominent Het bespreken van de voortgang rondom taal en werk zijn doorgaans de belangrijkste onderwerpen van een voortgangsgesprek. Vooraf kijken klantbegeleiders of de gezinsmigrant examens heeft gemaakt. Dit helpt om richting te geven aan het gesprek:

91

Een uitvoeringsexpert werkt op het snijvlak van beleid en uitvoering en zorgt dat de uitvoering goed verloopt. Dit doen zij door vragen en signalen uit de praktijk op te pakken en te vertalen naar duidelijke werkinstructies en werkprocessen.

Klantbegeleiders mogen vanwege AVG-regels maar beperkt informatie vastleggen over persoonlijke problematiek. Dit maakt het lastig om gericht door te verwijzen. Handhaven is gericht op activeren en niet op sanctioneren Amsterdam voert sinds de zomer van 2024 actief handhavingsbeleid op de inburgeringsplicht. De aanpak is gericht op het stimuleren van inburgeraars om hun verplichtingen na te komen. In alle teams is het handhavingskader opnieuw toegelicht. Daarbij is benadrukt dat handhaving onderdeel is van het begeleidingsproces en bedoeld is om te kunnen aantonen dat alle inspanningen zijn geleverd om inburgeraars te activeren.

“ Amsterdam is best coulant hierin. Het gaat er niet om dat je mensen straft, het gaat erom dat mensen in beweging komen.” (Groepsinterview klantbegeleiders gezinsmigranten)

Bij gezinsmigranten verloopt het leggen van contact na het oproepen voor een gesprek vaak moeizamer dan bij statushouders. Het eerste contact is lastig omdat zij niet vanuit een COA-locatie instromen en contactgegevens vaak (deels) ontbreken. Meestal is alleen een woonadres bekend.

66

Als iemand na herhaalde oproepen niet verschijnt, probeert de gemeente eerst contact te leggen via een sociaal buurtbezoek.

wie deze kwetsbare migranten zijn, wil de gemeente hen, ondanks beperkte middelen, gerichter ondersteunen door meer tijd, ruimte en passende begeleiding te bieden.

“ Dan gaat er gewoon iemand van de afdeling op buurtbezoek, soms wel twee of drie keer

“ Gezinsmigranten zijn een beetje het ondergeschoven kindje. We hebben weinig te bieden

als iemand niet thuis is, en dan laten we ook briefjes achter. Met als boodschap: ‘We willen graag met jou in contact komen om het over je plicht te hebben, want je moet gewoon inburgeren en we gaan je daarbij helpen.” (Groepsinterview beleid)

Pas wanneer herhaald contact geen resultaat oplevert, wordt de casus doorgezet naar het boeteteam. Klantbegeleiders geven aan dat een waarschuwing in de meeste gevallen al voldoende is om iemand in beweging te krijgen. Hoewel het opleggen van een boete wordt gezien als een laatste middel, blijkt uit gesprekken dat dit in enkele gevallen is opgelegd. Volgens betrokkenen gaat het om een klein percentage van de casussen waarbij een waarschuwing en, of een boete nodig was. Beperkte sturing mogelijk in de begeleiding van gezinsmigranten Klantbegeleiders ervaren verschillende beperkingen bij het begeleiden van gezinsmigranten. Een belangrijke uitdaging is het motiveren van mensen om met taallessen te beginnen. Dit is lastig, omdat de verantwoordelijkheid vooral bij de gezinsmigranten zelf ligt: zij moeten zelfstandig een taalschool vinden, een contract afsluiten en de kosten van de inburgering betalen. Klantbegeleiders kunnen hen alleen adviseren en wijzen op mogelijke gevolgen van hun keuzes, maar ze kunnen hen nergens toe verplichten.

en kwetsbare groepen vallen daardoor vaak tussen wal en schip.” (Groepsinterview beleid)

Amsterdam telt de meeste gezinsmigranten van alle gemeenten in Nederland.[93] Binnen de stad is de groep gezinsmigranten bovendien groter dan het aantal statushouders. Hoewel de gemeente een regierol vervult, blijft aanvullende ondersteuning voor gezinsmigranten vooral beperkt tot doorverwijzingen naar geschikte taalaanbieders. Beleidsambtenaren geven aan dat het gebrek aan aanvullende instrumenten in het geval van kwetsbaarheid herhaaldelijk onder de aandacht van het Rijk is gebracht, maar tot op heden heeft dit nog niet tot concrete vervolgstappen geleid. Gezinsmigranten kunnen niet altijd terecht bij hun gewenste taalschool Wanneer een gezinsmigrant zich aanmeldt bij een van de gecontracteerde taalscholen, is het niet altijd zeker dat hij of zij daar daadwerkelijk kan starten. De lagere instroom van gezinsmigranten bij deze scholen komt niet alleen doordat gezinsmigranten liever geen taalcursussen inkopen. Zo geeft een van de gecontracteerde aanbieders bewust voorrang aan statushouders, omdat ze vinden dat deze groep minder keuzemogelijkheden heeft.

“ We hebben veel mensen op de wachtlijst, maar we geven voorrang aan statushouders. Gezinsmigranten kunnen ook bij andere taalaanbieders in de buurt terecht.” (Groepsinterview B1-route)

“ Soms wil je iets betekenen, maar kun je niks. Dat is voor mij soms heel moeilijk. Je hebt altijd geleerd: “We zijn er voor de Amsterdammer”. Je wil voorkomen dat mensen in de schulden raken, maar de wet zegt toch iets anders.” (Groepsinterview klantbegeleiders gezinsmigranten)

Over de samenwerking tussen taalaanbieders zegt dezelfde aanbieder:

“ We hebben contact met andere taalaanbieders zoals TopTaal, Conrado en Nedles. Via onze

Kwetsbare[92] groepen gezinsmigranten hebben het vaak extra moeilijk en lopen daardoor risico om achterop te raken. De gemeente Amsterdam onderzoekt daarom hoe ze deze groepen beter kan herkennen, want op dit moment is daar nog geen duidelijk overzicht van. Met een beter beeld van

aanmeldingssite kunnen gezinsmigranten zich aanmelden, waarna wij ze doorverwijzen naar deze scholen.” (Groepsinterview B1-route)

Deze taalscholen vallen onder het Kwaliteitsconvenant Taal en Inburgering.[94] 92

De gemeente Amsterdam omschrijft kwetsbare gezinsmigranten als personen die problemen kunnen ervaren vanwege financiële, sociale, cognitieve, fysieke en/of psychische kwetsbaarheid. Deze kwetsbaarheden hangen vaak met elkaar samen en versterken elkaar. Vooral bij de kleine groep gezins- en overige migranten die dakof thuisloos zijn of dat dreigen te worden, komen meerdere problemen tegelijk voor. Deze groep is bovendien moeilijk bereikbaar voor hulp. Klantbegeleiders stellen op basis van caseload-onderzoek vast dat ongeveer 10% van de gezinsmigranten als kwetsbaar wordt beschouwd volgens één of meer van de genoemde categorieën. Binnen deze groep vormen financieel kwetsbaren de grootste categorie (30%).

93

Zie: Statistiek Wet Inburgering (SWI) 2024 | CBS.

94

Zie: Inburgering en Taal voor statushouders 2013-2021 - Gemeente Amsterdam.

67

Motivatie en een Nederlandstalige omgeving versoepelen de inburgering Hoe soepel de inburgering verloopt hangt volgens klantbegeleiders met name af van drie factoren: de motivatie van de gezinsmigrant, een omgeving waarin veel Nederlands gesproken wordt en de noodzaak om de taal te beheersen vanwege werk. Inburgeraars die gemotiveerd zijn en een taalschool bezoeken, maken over het algemeen goede voortgang.

Op de werkvloer wordt vaak Engels gesproken, waardoor het contact met het Nederlands beperkt blijft:

Gezinsmigranten die zich in een stimulerende omgeving bevinden — bijvoorbeeld doordat ze samen naar school gaan en elkaar kennen — helpen elkaar vaak vooruit.

Sommige gezinsmigranten kiezen bewust voor informele taallessen, bijvoorbeeld in een buurthuis. Deze zijn laagdrempelig, (vaak) kosteloos en goed te combineren met bijvoorbeeld de zorg voor kinderen.

Bij hoogopgeleiden verloopt de inburgering meestal snel, zeker als zij het Nederlands nodig hebben in hun werk of studie. Tegelijkertijd is er ook een groep bij wie dat minder het geval is, bijvoorbeeld doordat zij vooral Engels gebruiken op de werkvloer.

“ Het is geen prioriteit, andere dingen, een fulltime baan en dat soort dingen, zijn belangrijker.” (Groepsinterview klantbegeleiders gezinsmigranten)

Klantbegeleiders noemen dat het inburgeren bij jonge gezinsmigranten over het algemeen het snelst verloopt. Gezinsmigranten in de B1-route geven de voorkeur aan informele taallessen Gezinsmigranten kiezen regelmatig voor zelfstudie of informele taallessen boven betaalde taalcursussen. Ongeveer de helft volgt les bij een taalschool, de andere helft kiest voor zelfstudie. Vooral hoogopgeleiden denken in eerste instantie geen taalschool nodig te hebben, maar komen daar later op terug als blijkt dat de voortgang tegenvalt.

“ Halverwege het jaar spreek je ze weer, en dan blijkt toch dat ze de meeste examens niet

hebben gehaald. Dan adviseren we ze om alsnog een paar maanden naar school te gaan, en daarbij te kiezen voor een school met een Blik op Werk-keurmerk.” (Groepsinterviews klantbegeleiders gezinsmigranten)

“ Sommigen komen in de praktijk zo weinig in aanraking met Nederlands. Het is dan ook niet altijd noodzaak.” (Groepsinterviews klantbegeleiders gezinsmigranten)

Start binnen de Z-route verloopt doorgaans vlot, maar lening is vaak ontoereikend Volgens klantbegeleiders zijn gezinsmigranten in de Z-route over het algemeen goed op de hoogte van hun verplichting om 800 uur taallessen te volgen bij een erkende taalschool. De ervaring is dat het merendeel dan ook snel start met deze lessen, tenzij sprake is van persoonlijke omstandigheden die het starten belemmeren. Klantbegeleiders ondersteunen dit proces door een overzicht van taalscholen aan te bieden en, indien nodig, aanvullende toelichting te geven. In sommige gevallen wordt gewacht met het opstellen van het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) totdat de klant zich daadwerkelijk heeft aangemeld bij een school. Zowel klantbegeleiders als beleidsmedewerkers signaleren echter knelpunten in de financiering, met name voor kwetsbare gezinsmigranten. De DUO-lening blijkt voor hen vaak niet toereikend om de volledige Z-route te bekostigen. Een van de beleidsmedewerkers verwoorde dit als volgt:

“ Ik heet mensen welkom en zeg: “Ga maar inburgeren. Hier kun je een lening van 10.000 euro krijgen, maar eigenlijk is dat niet genoeg voor de Z-route. Succes ermee.”” (Groepsinterview beleid)

Hierdoor kan het voldoen aan de inburgeringsplicht extra moeilijk zijn voor de betreffende groep. Tijdens de voortgangsgesprekken wordt dan opnieuw het belang van taalonderwijs benadrukt, met het advies om alsnog (tijdelijk) les te volgen bij een erkende aanbieder. Gezinsmigranten die (nog) niet naar school gaan, gebruiken vaak apps, volgen online lessen of oefenen met hun partner. In de praktijk blijkt dit, vooral bij hoogopgeleiden, niet altijd toereikend.

68

De meeste gezinsmigranten werken: plus- en knelpunten Het merendeel van de gezinsmigranten is aan het werk. Sommige groepen gezinsmigranten werken vooral in de schoonmaak of horeca. Hoewel dit werk fysiek zwaar kan zijn en onregelmatige werktijden kent, zien klantbegeleiders ook voordelen: werk in een Nederlandstalige omgeving stimuleert het taalniveau en vergroot het zelfvertrouwen. Een klantbegeleider zegt hierover:

“ Ik ben moeder en ik werk ook. Ik vind dat je gewoon moet beginnen met werken, want Nederlands leer je pas echt op de werkvloer.” (Groepsinterview klantbegeleiders gezinsmigranten)

Voor fulltimers is het lastig om werk en inburgering te combineren; zij kiezen daarom soms voor zelfstudie, online lessen of onderwijs in het weekend. Vooral hoogopgeleide gezinsmigranten werken vaak in Engelstalige omgevingen, waar weinig gelegenheid is om Nederlands te oefenen. Hun motivatie om de taal te leren groeit meestal pas als zij willen doorgroeien of wisselen van baan, bijvoorbeeld naar functies waarvoor B1 vereist is. Combineren van zorgtaken en inburgering verschilt per gezin Gezinsmigranten combineren zorgtaken en inburgering op verschillende manieren, of stellen de inburgering soms uit. Sommigen kiezen ervoor om fulltime voor hun kinderen te zorgen, bijvoorbeeld omdat ze de zorg voor een kind met een beperking niet willen uitbesteden. Anderen volgen les in de avond. Klantbegeleiders geven aan dat wettelijke regelingen, zoals zestien weken verlof en verlenging van de inburgeringstermijn bij zwangerschap, meestal voldoende ondersteuning bieden. Toch zijn er ook gezinsmigranten voor wie het vanwege zorgtaken of persoonlijke omstandigheden moeilijk is om volledig deel te nemen aan de inburgering.

Ervaringen van gezinsmigranten De begeleiding door klantbegeleiders wordt als overwegend positief ervaren… Gezinsmigranten ervaren de begeleiding vanuit de gemeente overwegend positief. Ze noemen verschillende aspecten die hen helpen bij hun inburgering. Vooral de bereikbaarheid van de klantbegeleider en de snelheid van hun respons worden gewaardeerd. WhatsApp blijkt hierbij een populair en effectief communicatiemiddel:

“ Ik gebruik meestal WhatsApp, dat werkt goed. Ze reageren snel. Ze laten ook weten wanneer ze op vakantie zijn. WhatsApp werkt goed. Snel antwoord, en duidelijk.” (Marokkaanse vrouw, 32-35 jaar, B1-route, ongeveer twee jaar bezig met inburgeren)

Praktische hulp bij concrete problemen is voor veel gezinsmigranten erg waardevol:

“ Toen ik een probleem had met een school waar ik me aanmeldde — ze wilden een

bewijs van mijn PIP — had ik dat papieren bewijs niet. Hij was erg behulpzaam en stuurde het digitaal op, waardoor alles goed geregeld werd.” (Mexicaanse vrouw, 35-40 jaar, B1-route, 24 maanden bezig met inburgeren)

Ook het proactief meedenken en inchecken maakt voor hen het verschil:

“ Mijn klantbegeleider is geweldig. Ze denkt met me mee, is flexibel en neemt zelf initi-

atief, zoals het inschrijven voor cursussen. Ze belt zelfs uit zichzelf om te checken of ik hulp nodig heb.” (Braziliaanse vrouw, 35-40 jaar, B1-route, tien maanden bezig met inburgeren)

Daarnaast waarderen gezinsmigranten dat de klantbegeleider niet zomaar iets oplegt:

“ Ik vind het prettig dat hij niet opdringerig of sturend is, maar me juist op een fijne

manier ondersteunt.” (Mexicaanse vrouw, 35-40 jaar, B1-route, 24 maanden bezig met inburgeren)

69

Sommigen ervaren dat de begeleiding hen ook meer zelfvertrouwen en zelfstandigheid geeft:

“ Ja, ik vind dat mijn klantbegeleider mij helpt. Vroeger wist ik niet hoe ik moest praten

met mensen. Ik kende niemand, en ik was alleen thuis. Door de hulp van mijn klantbegeleider durf ik nu meer te doen, en ik krijg steun.” (Tunesische vrouw, 35-40 jaar, Z-route, vijftien maanden bezig met inburgeren)

…. Maar meer contact is soms gewenst Er zijn ook aandachtspunten. Zo weten sommige gezinsmigranten niet altijd dat zij zelf contact kunnen opnemen, omdat zij verwachten dat de klantbegeleider altijd het initiatief neemt.

“ Ik wist niet dat ik contact kon opnemen. Ik dacht dat zij mij wel zou contacteren. Dat miste ik.” (Egyptische vrouw, 35-40 jaar, B1-route, 36 maanden bezig met inburgeren)

Soms blijft er langere tijd geen contact en is niet altijd bekend dat de klantbegeleider kan helpen met meer dan alleen inburgering, waardoor ze zich minder ondersteund voelen.

“ Het eerste contact was goed, maar daarna hoorde ik zes maanden niets meer. Toen kreeg ik plots een e-mail met slechts data voor één maand. Het was niet duidelijk dat ik andere maanden kon kiezen of dat ik kon bellen. Ik wist niet dat ik haar ook voor andere zaken kon benaderen, zoals hulp bij werk of huisvesting. Ik voelde me een beetje alleen daarin.” (Amerikaanse vrouw, 30-35 jaar, B1-route, acht maanden bezig met inburgeren)

Tot slot geven sommigen aan dat belangrijke informatie soms te laat wordt gedeeld.

“ Soms zou ik willen dat ik eerder wist dat ik maar drie jaar de tijd heb om naar school

te gaan. Dat soort informatie mag hij misschien duidelijker en eerder delen, zodat ik beter kan plannen.” (Ghanese man, 35-40 jaar, B1-route, achttien maanden bezig met inburgeren)

Regelmatig contact geeft goed beeld van de situatie van gezinsmigranten De meeste gezinsmigranten gaven aan dat regelmatig contact ervoor zorgt dat hun klantbegeleider een goed beeld krijgt van hun situatie. Door dit contact komt de begeleider meer te weten over wat er speelt en kan hij of zij beter inspelen op hun behoeften. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het meedenken en de ondersteuning die zij direct na het kennismakingsgesprek ontvingen:

“ Ze belde me zelfs op om me te helpen met de aanmelding voor MAP en PVT. Ik was me daar niet voldoende bewust van.” (Braziliaanse vrouw, 35-40 jaar, B1-route, tien maanden bezig met inburgeren)

Een ander voorbeeld is een situatie waarin de klantbegeleider maatwerk bood op basis van de persoonlijke omstandigheden van de respondent.

“ Hij stelde voor dat ik vrijgesteld werd van sommige workshops omdat ik al werkte. Hij vond ook dat ik zelfstandig het taalexamen kon afleggen als ik dat wilde, zonder taallessen te volgen.” (Mexicaanse vrouw, 35-40 jaar, B1-route, 24 maanden bezig met inburgeren)

Sommige respondenten vonden dat hun klantbegeleider onvoldoende beeld van hun situatie had. Dit kwam door gebrek aan regelmatig contact.

“ Ik denk dat ze een beeld had, maar het contact was niet regelmatig genoeg om echt alles te bespreken.” (Amerikaanse vrouw, 30-35 jaar, B1-route, acht maanden bezig met inburgeren)

Gezinsmigranten hebben voorkeur voor informeel taalaanbod De meeste gezinsmigranten in de B1-route schrijven zich niet in voor betaalde inburgeringscursussen. Ze geven er de voorkeur aan om op andere manieren de taal te leren, zoals zelfstudie met apps als Duolingo, het bezoeken van taalcafés en bibliotheken, oefenen met vrienden en familie, en het volgen van online lessen of YouTube-video’s.

“ Ik probeer zelf thuis te leren. Ik ga naar de bibliotheek en bezoek een taalcafé en online lessen, ongeveer één uur per week. Ook oefen ik online met woorden en tweetalige apps.” (Egyptische vrouw, 35-40 jaar, B1-route, 36 maanden bezig met inburgeren)

70

Gezinsmigranten geven de volgende verklaringen voor hun voorkeur voor informeel taalaanbod. 1) Hoge kosten De voornaamste reden om betaalde cursussen te vermijden zijn de kosten.

“ De officiële cursussen zijn vrij duur, dus ik zoek naar alternatieven, zoals online leren of een docent uit mijn eigen land.” (Servische vrouw, 30-35 jaar, B1-route, vijftien maanden bezig met inburgeren)

2) Wachtlijsten Wachtlijsten bij taalscholen vormen een extra drempel.

“ Toen ik eerder dit jaar probeerde me in te schrijven, waren de cursussen vol. Nu moet

ik het weer opnieuw proberen. Ik wil eerst misschien een paar lessen volgen of het examen eerst zelf proberen te doen.” (Mexicaanse vrouw, 35-40 jaar, B1-route, 24 maanden bezig met inburgeren)

3) Beperkte beschikbaarheid avondlessen De beschikbaarheid van avondlessen bij taalscholen is schaars.

Een beperkt aantal geïnterviewde gezinsmigranten is ingeschreven bij een (betaalde) cursus Enkele geïnterviewde gezinsmigranten volgen wel een cursus.

“ Ik ben begonnen met een onlinecursus via inburgering.nl. Daar studeer ik. [..] het is goedkoper en makkelijker online te doen. Wel mis ik het sociale aspect.” (Pakistaanse vrouw, 25-30 jaar, B1-route, drie maanden bezig met inburgeren)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16418205/1