251112 DEF rapport Verwey 324330_Wet-inburgering-2021-in-uitvoering.pdf
Tekst van het document
deze training verzorgen, verloopt moeizaam en met weinig resultaat. Bovendien blijkt het lastig om geschikte trainingsmomenten te vinden als statushouders eenmaal taallessen volgen. Tot slot wordt de inhoud van de training niet door alle deelnemers even goed begrepen door taalbarrières. Kortom, de ambitie om het ontzorgen en de ondersteuning bij het versterken van de financiële redzaamheid in samenhang en gelijktijdig aan te bieden, wordt nog niet gerealiseerd. Maatschappelijke begeleiding is een belangrijke bron van informatie en steun voor statushouders, met name in de beginperiode De maatschappelijke begeleiding van statushouders is gericht op het versterken van zelfredzaamheid en het ondersteunen bij het opbouwen van een zelfstandig bestaan in de Nederlandse samenleving. De begeleiding wordt afgestemd op de persoonlijke situatie van de statushouder. Tijdens de intake worden behoeften op verschillende leefgebieden in kaart gebracht, waarna een vaste consulent drie jaar lang individuele ondersteuning biedt. Dit biedt ruimte voor duurzame ondersteuning gedurende de gehele inburgeringstermijn. De inzet van betaalde consulenten, waarvan velen zelf een migratieachtergrond hebben, draagt bij aan een persoonlijke en cultureel sensitieve benadering.
Statushouders ervaren de begeleiding als laagdrempelig en op maat, met ondersteuning bij uiteenlopende vragen, van zorg en onderwijs tot financiën en gezinszaken. Hoewel er eerder sprake was van vertraging bij de toewijzing van consulenten, is deze achterstand bij VluchtelingenWerk grotendeels ingelopen. Ten tijde van het onderzoek wordt het werk van VluchtelingenWerk juist vertraagd door wachttijden bij taalaanbieders en bij het koppelen van klantbegeleiders vanuit de gemeente. Deze vertragingen kunnen leiden tot stress, uitstel van inburgering en verminderde effectiviteit van de begeleiding. Enkele statushouders ervaren knelpunten, zoals trage respons, gebrekkige communicatie of onvoldoende continuïteit bij vervanging van consulenten. Al met al zijn de meeste statushouders positief over de begeleiding: zij waarderen de persoonlijke benadering, de bereikbaarheid van consulenten en de brede ondersteuning. De begeleiding wordt vooral in de beginfase als intensief en waardevol ervaren; later neemt de behoefte af, maar het is voor velen geruststellend dat de consulent op afroep beschikbaar blijft.
Statushouders geven aan dat zij behoefte hebben aan méér uitleg, betere begeleiding bij de overgang naar zelfstandigheid en toegankelijke informatie over financiële regelingen. De voor dit doel ontwikkelde module Geldzaken wordt in de praktijk slechts door een kleine deel van de statushouders die ontzorgd worden, gevolgd. De werving (via email en whatsapp) vanuit de Buurtteams die
43
Informatie van en begeleiding door klantbegeleiders sluiten doorgaans goed aan bij vragen en behoeften van statushouders, maar statushouders vinden wachttijden (veel) te lang Dedicated klantbegeleiders met een relatief lage caseload, begeleiden inburgeraars vanuit de inburgeringswet en, voor bijstandsgerechtigde statushouders, ook vanuit de Participatiewet. De gemeente Amsterdam kampte aanvankelijk met een tekort aan klantbegeleiders, waardoor de Brede intake en het opstellen van het PIP niet altijd binnen de gestelde termijn van 10 weken werd afgerond.
kunnen hebben bij taallessen in het weekend, of online. Daarnaast noemen klantbegeleiders dat potentiële werkgevers, of aanbieders van participatieplaatsen vaak eisen aan de taalbeheersing stellen, terwijl statushouders juist nog bezig zijn met het leren van de taal. Ook schaarste aan flexibele kinderopvang kan deelname aan participatieactiviteiten van statushouders in de weg zitten. Slechts enkele geïnterviewde statushouders in de B1-route zijn tijdens de inburgering bezig met participatieactiviteiten. Desgevraagd vertellen veel geïnterviewde statushouders dat het combineren van de inburgering met betaald werk te belastend is en dat betaald werk nog niet aan de orde is, omdat zij nog onvoldoende Nederlands spreken.
Veel statushouders ervaren het kennismakingsgesprek als persoonlijk en informatief. Klantbegeleiders nemen de tijd om uitleg te geven over de verschillende inburgeringsroutes, houden rekening met de gezinssituatie en communiceren via toegankelijke kanalen zoals WhatsApp. In de groepsinterviews is ook een aantal zaken naar voren gekomen waarover sommige statushouders minder tevreden zijn. In sommige gevallen ontbreekt een tolk, waardoor statushouders informatie missen. Ook zijn er voorbeelden van klantbegeleiders die vertrekken zonder opvolging, of van inburgeraars die zich niet gehoord voelen in hun wens om snel te starten. Een aanzienlijk deel van de geïnterviewde statushouders geeft aan dat zij maandenlang moesten wachten op hun eerste gesprek met een klantbegeleider, of op de start van de Taalstart. De wachttijd leidt tot frustratie en verlies van motivatie. Ook wordt de overgang naar intensieve lessen als zwaar ervaren na een lange periode van inactiviteit. Hoewel enkele statushouders de wachttijd als acceptabel ervaren vanwege persoonlijke omstandigheden, overheerst het beeld dat de start van de inburgering te laat komt.
Combineren van taallessen met participatieactiviteiten en betaald werk is uitdagend In Amsterdam wordt vanaf de start van de inburgering ingezet op een duale aanpak, dat wil zeggen dat het leren van de taal bij voorkeur wordt gecombineerd met participatie-activiteiten of betaald werk. Zo kunnen statushouders die in een Amsterdamse COA locatie verblijven, starten met inburgeren en begeleid worden naar werk, in het project Startbanen. Eenmaal gestart in een van de leerroutes begeleiden klantbegeleiders statushouders niet alleen bij de taallessen, maar ook bij participatieactiviteiten en (de weg naar) betaald werk. Klantbegeleiders werken hierbij samen met een speciaal team van jobhunters voor statushouders en het WSP, maar ook met partners in de stad. Zij leveren zo veel mogelijk maatwerk, dat wil zeggen dat zij proberen aan te sluiten bij de mogelijkheden en behoeften van statushouders. Vanuit het perspectief van klantbegeleiders is het taalaanbod van de leerroutes niet altijd flexibel genoeg om het combineren van taal met participatie-activiteiten of werk mogelijk te maken. Zo zou een deel van de statushouders baat
44
4
De leerroutes
In de Wet Inburgering 2021 zijn er drie zogenaamde leerroutes naar inburgering: de B1-route, de onderwijsroute en de zelfredzaamheidsroute (Z-route).
De B1-route: een route waarin inburgeraars de examenonderdelen lezen, schrijven, luisteren en spreken behalen op taalniveau B1, zo veel als mogelijk in combinatie met (vrijwilligers)werk. De onderwijsroute: een route waarin inburgering wordt gecombineerd met een voorbereiding op instroom in regulier onderwijs (mbo 2 of hoger). De zelfredzaamheidsroute: een route voor inburgeraars voor wie de B1- of onderwijsroute niet haalbaar is en waarin het accent ligt op het leren van de Nederlandse taal op het voor hen hoogst haalbare niveau, zelfredzaamheid, activering en participatie.
De gemeente Amsterdam heeft ervoor gekozen hier nog een vierde route aan toe te voegen:
De B1 mbo route: deze route is bedoeld voor statushouders die de motivatie en potentie hebben om een entree of mbo 2 opleiding te volgen. Deelnemers aan deze specialistische route moeten in elk geval in staat zijn om binnen drie jaar op B1-niveau te komen en een praktijkgerichte opleiding op (minimaal) entree niveau te volgen.[62]
deze oriëntatiefase beginnen de statushouders met hun inburgeringslessen en oriënteren zij zich aan de hand van verschillende praktijkgerichte themalessen en oriëntatiemodules op de stad, samenleving en hun toekomst. Hiernaast volgen statushouders gedurende het inburgeringstraject verschillende oriëntatiemodules, zoals een training module financiële zelfredzaamheid; voorlichting zorg en gezondheid, de MAP en indien nodig de module digitale vaardigheden. Als blijkt dat de gekozen inburgeringsroute niet passend is, worden met statushouders afspraken gemaakt over het wisselen van de route.[63] In dit hoofdstuk bespreken we de opzet en de ervaringen met de uitvoering van de leerroutes. Het accent ligt daarbij op de ervaringen met en van statushouders. De uitvoering van de taken van de gemeente voor gezinsmigranten en de ervaringen die hiermee worden opgedaan, worden besproken in hoofdstuk 5. Aan het einde van dit hoofdstuk vatten we de bevindingen samen en gaan we na in hoeverre de (sub)doelen uit de beleidstheorie terugkomen in de opzet en uitvoering.
4.1.
Keuze voor de leerroute
Voordat we in het vervolg van dit hoofdstuk stilstaan bij de inrichting en uitvoering van de vier leerroutes en de ervaringen van zowel professionals als statushouders, bespreken we eerst hoe statushouders de initiële keuze voor hun leerroute hebben ervaren en hoe zij hier nu op terugkijken tijdens het inburgeren.
Deze leerroutes zijn door de gemeente aanbesteed en worden aangeboden door verschillende partners. Voor statushouders geldt dat deelname aan de leerroute voor hen wordt gefinancierd. Gezinsmigranten maken zelf een keuze voor een (taal)aanbieder en financieren de route zelf (zie hoofdstuk 5). De verplichte onderdelen Module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP) en Participatieverklaringstraject (PVT) zijn voor statushouders geïntegreerd in het aanbod van de leerroute, voor gezinsmigranten heeft de gemeente deze twee modules ingekocht bij een ketenpartner (zie hoofdstuk 5). De gemeente Amsterdam heeft ervoor gekozen om alle inburgeringsroutes te starten met een oriëntatieklas. De oriëntatieklas is toegespitst op het karakter van de specifieke route en wordt aangeboden door de taalaanbieder die ook de betreffende inburgeringsroute verzorgt. Tijdens 62
Gemeente Amsterdam (2021). Programmaplan Amsterdamse aanpak statushouders en inburgering. De uitvoering van het nieuwe inburgeringsstelsel in Amsterdam.
63
Gemeente Amsterdam (2021), ibid.
45
Ervaringen statushouders Keuze inburgeringsroute en ervaringen Uit de interviews blijkt dat veel statushouders tevreden zijn over de keuze voor de inburgeringsroute die zij volgen. Tijdens de Taalstart hebben zij inzicht gekregen in de verschillende routes en de uiteindelijke keuze is hier logisch uit voortgevloeid. Een klein deel van de geïnterviewde statushouders vertelt dat zij niet goed geïnformeerd zijn over leerroutes en de consequenties van de keuze van een route. In retrospectief zijn zij hierover heel ontevreden.
“ Ik kreeg geen informatie over andere routes. Ik wist niet eens dat er keuzes waren. Alles werd voor mij beslist. Ik wist niet wat de opties waren. Er is geen duidelijke communicatie over de routes. Ik wist niets van Z-route, onderwijsroute of MBO-B1.” (Iraanse man, 35-40 jaar, B1-route, twee jaar bezig met inburgeren)
“ Ik wist niet goed wat de verschillende routes betekenden. Ze zeiden gewoon: jij doet Z-route. Ik begreep toen nog weinig en accepteerde het maar.” (Syrische vrouw, 40-45 jaar, Z-route, tien maanden bezig met inburgeren)
Een enkele geïnterviewde vindt dat hij door het gebrek aan informatie over en overleg met de klantbegeleider in de verkeerde route terecht is gekomen.
“ Na Danner & Danner kreeg ik een rapport, maar ik had liever gehad dat de klant-
Bij de HvA leerden wij presentaties geven, samenvatten, argumenteren. Dat heb ik nodig voor de studie. De route past goed bij mijn doel.” (Syrische vrouw. 20-25 jaar, Onderwijsroute HvA, 20 maanden bezig met inburgeren) Tevredenheid over de keuze van de route hangt niet alleen samen met de (toekomst) plannen die men heeft, maar ook met de mate waarin de inhoud van de route aansluit bij de (leefsituatie) de geïnterviewden.
“ Ik ben tevreden. We leren praktische dingen, zoals hoe je op straat loopt, de tram
neemt en hoe je je moet bewegen in de stad. Dat helpt echt voor het dagelijks leven.” (Eritrese man, 50-55 jaar, Z-route, net begonnen met inburgeren)
Omgekeerd geldt dat geïnterviewden minder, of niet tevreden zijn met de keuze voor de route, als deze niét goed aansluit op hun ambities en leefsituatie. Zo vindt een aantal geïnterviewden in de B1-route het niveau dat dient te worden behaald, te hoog en is men bang dat men de examens niet zal halen, of dat de inburgering lang duurt, terwijl men eigenlijk liever aan het werk wil.
“ Maar ik heb wel een probleem met het examen op B1-niveau. Dat niveau is eigenlijk
te moeilijk. Veel cursisten hebben stress en slagen niet binnen drie keer. Daarom vind ik dat de gemeente misschien terug moet naar de oude wet. Want als ik mijn inburgering sneller kan halen, kan ik ook sneller een opleiding of werk vinden.” (Iraanse man, 35-40 jaar, B1-route, twee jaar bezig met inburgeren)
begeleider mij beter uitlegde wat mijn opties waren. Ik zat in een klas met mensen van veel hoger niveau en raakte mijn motivatie kwijt. Ik voelde me niet begrepen.” (Syrische man, 50-55 jaar, Z-route, 30 maanden bezig met inburgeren)
Diverse geïnterviewden in de Z-route vertellen dat zij niet zozeer ontevreden zijn over de keuze van de route, maar over de verplichte invulling daarvan. De verplichte taal- en participatie uren zijn te veel, of de lessen zijn (te) moeilijk.
Zoals gezegd zijn de meeste geïnterviewden tevreden met de keuze van de route. Met name statushouders die de Onderwijsroute volgen, benoemen dat de keuze overeenstemt met de plannen die zij (altijd al) hadden.
“ Ik ben niet helemaal tevreden. 800 uur is te veel voor oudere mensen. Ik ben moe
“ Ik zei vanaf het begin dat ik naar de universiteit wilde. Mijn klantbegeleider luis-
terde naar mij. Zij hielp mij met de aanmelding en alles. Ik begon via het VO, daarna naar HBO. Nu wil ik naar de universiteit. Ik kon goed voorbereiden op het HBO.
en slik veel medicijnen. Je moet alleen aanwezig zijn, geen examen. Maar toch is het zwaar. Omdat we ouder zijn, vinden we het moeilijk om alles te leren.” (Syrische man, 35-40 jaar, Z-route, 2,5 jaar bezig met inburgeren)”
“ Ik wilde zo laag mogelijk beginnen, en de Z-route is daarvoor goed gekozen. Het is nog steeds moeilijk, maar we hebben geen keuze.” (Eritrese man, 60-65 jaar, Z-route, twee jaar bezig met inburgeren)
46
4.2.
B1-route
Het doel van de B1-route is dat inburgeraars na drie jaar de examenonderdelen lezen, schrijven, luisteren en spreken hebben behaald op taalniveau B1. Daarnaast moeten zij ook de module Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM), het Participatieverklaringstraject (PVT) en de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) afronden. Waar relevant en mogelijk moet worden ingezet op een combinatie van inburgering en participatie, waaraan op individueel niveau invulling moet worden gegeven. De gemeente bepaalt hoe intensief de leerroute is die iemand volgt en biedt hierin maatwerk; er is geen wettelijk minimum of maximum voor het aantal wekelijkse lesuren. Naast taallessen kan ook informeel leren, bijvoorbeeld door koppeling aan een taalmaa tje, onderdeel uitmaken van de B1-route. Als blijkt dat iemand na aanzienlijke inspanning niet in staat is om binnen de termijn niveau B1 te halen, kan de inburgeringsplichtige onderdelen op A2-niveau afronden.[64] Andersom is het wenselijk dat gemeenten inburgeringsplichtigen stimuleren om onderdelen van de inburgering op het hoogst haalbare niveau af te ronden. De B1-route is daarmee voor iedereen die op minimaal A2-niveau kan komen en niet de Onderwijsroute volgt. In deze paragraaf bespreken we hoe in de Amsterdam de B1-route is georganiseerd en wat hiermee de ervaringen zijn. 4.2.1.
Opzet De B1-route bestaat voor statushouders uit taalonderwijs gericht op het behalen van het B1 taalniveau in combinatie met participatie. Deze participatie bestaat enerzijds uit praktijkcomponenten binnen de route en anderzijds uit werk naast het inburgeringsaanbod. De B1-route wordt in Amsterdam uitgevoerd door NLtraining[65] in samenwerking met de VU, waar inburgeraars met een hoge leerbaarheid een versnelde taaltraining kunnen volgen. De route start met een oriëntatieklas: een verlengde en gespecialiseerde intakeperiode, waarin deelnemers zich oriënteren op hun persoonlijke doelen en toekomst en kennismaken met de stad en de samenleving. Het was de bedoeling dat de MAP en het PVT ook in de oriëntatieklas zouden worden aangeboden. Omdat de ervaring leert dat op dat moment het taalniveau hiervoor nog niet voldoende is, worden deze onderdelen later in het traject ingezet. De oriëntatieklas duurt maximaal zes maanden, drie à vier dagdelen per week. In de oriëntatieklas wordt onder andere gekeken of 64
Inmiddels is hier een afschaal-signaleringsproces voor ingericht. Het is de bedoeling dat de taalaanbieder na 200 uur een signaal geeft indien de inburgeraar niet voldoende vooruitgang boekt. Na 400 aangeboden taaluren volgt een definitief beslismoment voor afschalen naar A2 of wijzigen naar de Z-route.
65
NLtraining voert tot 1 januari 2026 de route uit.
statushouders kunnen en willen doorstromen naar de B1-route mbo (TopTaal) (zie paragraaf 4.4). Het is de bedoeling dat statushouders die in de oriëntatieklas een hoge leerbaarheid blijken te hebben, doorverwezen worden naar de versnelde taaltraining van de VU. Dit blijkt in de praktijk niet of nauwelijks te gebeuren (zie verder in deze paragraaf). Na de oriëntatieklas volgen de deelnemers een traject op maat, waarin ze de inburgering combineren met participatieactiviteiten of (voorbereiding op) werk. In de inburgeringslessen wordt een koppeling gemaakt tussen taal en de praktijk en is er aandacht voor vaktaal. In de B1-route wordt ook het participatieverklaringstraject (PVT) aangeboden. Statushouders worden bij NLtraining ingedeeld in groepen op basis van hun leerbaarheid. Er zijn groepen met langzame leerders en gemiddelde tot snelle leerders. De meeste lessen zijn overdag. Avondles is mogelijk bij voldoende deelnemers. 4.2.2. Ervaringen Om de ervaringen met (de uitvoering van) de B1-route in beeld te brengen, hebben we een groepsinterview gehouden met een aantal professionals die hierbij betrokken zijn. Het ging om twee docenten, een projectleider en een onderwijsadviseur van NLtraining. Daarnaast hebben we in de groepsgesprekken met statushouders stilgestaan bij hun ervaringen met de B1-route. In deze paragraaf bespreken we de ervaringen van professionals en statushouders.
Uitdagingen taalaanbieder om de diverse groep statushouders in de B1-route passend traject aan te bieden Vanuit het perspectief van de taalbaanbieder – met name de docenten – is het binnen de met de gemeente gemaakte afspraken over de organisatie, invulling en kosten van de B1-route – inclusief de oriëntatieklas – (heel) lastig om alle statushouders tijdig een passend traject te bieden. Zo staat de afspraak dat statushouders snel kunnen starten met hun taaltraject soms op gespannen voet met de ervaring dat werken met relatief homogene groepen (ingedeeld naar leerbaarheid) de beste resultaten oplevert. Het gaat dan met andere woorden om de afweging om een statushouder snel te laten starten in een groep die qua ‘niveau’ niet erg passend is, versus een statushouder langer te laten wachten totdat een meer homogeen samengestelde groep van start kan gaan.
47
De gemeente biedt reiskosten voor inburgeraars die met het OV moeten reizen naar de taalschool. Dit zou het mogelijk moeten maken om groepen samen te stellen met inburgeraars die afkomstig zijn uit alle delen van de stad (zodat er vaker groepen op alle niveaus van leerbaarheid kunnen starten). De taalaanbieder heeft de ervaring dat statushouders daarentegen niet te ver (of te lang) willen of kunnen reizen: de reiskosten zijn dan niet altijd ‘dekkend’ en de reistijd kan een belemmering zijn (als men bijvoorbeeld kinderen van school moet halen). In meer heterogene groepen is het, zo is de ervaring, lastig om iedereen goed bij de les te houden.
“ Het komt geregeld voor dat er in een klas een deel achterblijft en een ander deel met
gezwinde spoed vooruit wil. […]. Je kunt wel snel het programma willen doorlopen, maar mensen moeten het ook begrijpen hè? Het is ook veel: mensen moet leren spreken, schrijven, etc. En dan zijn er nog die extra dingen, zoals MAP en PVT.” (Groepsinterview B1-route)
Daarnaast geeft de taalaanbieder aan dat er binnen het budget heel veel moet gebeuren: naast de taallessen worden ook het onderdeel Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM), de MAP en het PVT door de taalaanbieder verzorgd. Met name bij de docenten zijn er zorgen dat het beschikbare budget niet toereikend zal zijn om alle statushouders voldoende toe te rusten voor het succesvol inburgeren op B1 (of A2) niveau. Niet ná, maar al bij de start van de oriëntatieklas worden statushouders ingedeeld in groepen Zoals hierboven is aangegeven, is er vanuit het perspectief van de taalaanbieder (te) weinig ruimte om alle statushouders een passend aanbod te doen binnen de B1-route. Efficiënt werken met de middelen die er zijn, is belangrijk. Daarom is het van belang dat statushouders direct in een (naar leerniveau) passende groep terechtkomen en zo min mogelijk tijdens of na de oriëntatieklas uitstromen, of wisselen van groep. Daarom wordt bij de intake door de taalaanbieder uitgegaan van het advies in de eindrapportage van Danner & Danner. Daarin staat niet alleen een advies voor de te volgen route, maar ook een inschatting over de leerbaarheid en mogelijkheden bínnen de route.
In de praktijk leidt dit ertoe dat alleen statushouders die in hun eindrapport als advies hebben gekregen dat zij in aanmerking kunnen komen voor het versnelde taaltraject van de VU, direct naar de VU worden doorverwezen. Als statushouders gedurende de oriëntatieklas een snelle leerder blijken te zijn, blijven zij doorgaans bij NLtraining, hoewel geïnterviewde professionals voorbeelden kennen waarbij tussentijds doorverwijzen mogelijk bleek.
Het is kortom de ambitie om statushouders direct op ‘het goede niveau’ te plaatsen. Als gaandeweg de oriëntatieklas blijkt dat een andere groep passender is, dan moet worden gezocht naar een plek in een andere groep. In de oriëntatieklas van NLtraining wordt ook gekeken of statushouders de B1 mbo route kunnen gaan volgen. Als dit het geval is, worden zij doorverwezen naar TopTaal. Als statushouders na de oriëntatieklas uitstromen naar TopTaal, dan zorgt ook dit ervoor dat opnieuw moet worden gekeken naar de bestaande groepen. Door de uitstroom van een deel van de statushouders, worden deze groepen soms te klein, en moeten worden samengevoegd. Vanaf september 2025 kunnen statushouders (die op basis van het adviesrapport van Danner & Danner in aanmerking komen voor de B1 mbo route) direct starten bij TopTaal. Meer synergie tussen taal en participatie wenselijk De betrokkenen bij de B1-route benadrukken dat het belangrijk is om taallessen te combineren met op participatiegerichte activiteiten waarin de geleerde taal in de praktijk geoefend kan worden. Docenten zien bijvoorbeeld dat als een statushouder op de werkvloer, of in vrijwilligerswerk Nederlands hoort en spreekt, zij/hij in de lessen met sprongen vooruitgaat. Voor een deel wordt in het traject voorzien in ‘oefensettings’. Het is bijvoorbeeld mogelijk om een taalmaatje te krijgen.
Maar niet alle statushouders zijn even actief bezig met ‘participatie’. Betrokkenen geven aan dat zij beperkt zicht hebben op wat statushouders naast taallessen nog meer doen. Daarnaast is het volgens hen belangrijk dat de gemeente participatie meer stimuleert en faciliteert.
“ Ik heb te veel cursisten die alleen bij in de les drie keer drie uur Nederlands doen. Voor de
rest is het alleen maar Arabisch of Turks, of een andere taal. Dan is het gewoon nodig dat je als gemeente daar harder aan trekt en dat daar meer lijn in komt. Het is cruciaal dat mensen veel meer buiten de les met Nederlands doen, anders halen ze het niveau never nooit niet.” (Groepsinterview B1-route)
48
Ervaringen van statushouders
Diverse geïnterviewden die taallessen volgen op de VU vertellen dat zij door eigen initiatief en met moeite bij de VU terecht zijn gekomen. Het kostte volgens hen veel moeite om naar dit voor hen passende traject doorverwezen te worden.
We hebben statushouders in de B1-route gesproken die lessen volgen bij NLtraining. De deelnemers zijn niet positief over de lessen die zij krijgen. Op het moment van het interview vinden sommige lessen online plaats. In online lessen lukt het veel minder goed om te leren.
“ Ik ging naar de NL-training, de eerste dag had iedereen een papier in zijn hand, ze
gaven een laptop en lieten je dat papier tekenen. Ik zei: “Ik wil geen laptop en ik ga dat papier ook niet tekenen.” Ik heb ook met mijn contactpersoon gesproken, ik zei dat ik naar de VU wil gaan. Ik wil de inburgering zo snel mogelijk afronden. De contactpersoon bij de gemeente zei dat dit niet alleen mijn beslissing is, dat ik het eerst moet overleggen. Als ik niet zo vasthoudend was geweest om naar de VU te willen, zouden ze me bij de NL-training hebben ingeschreven. Ik denk dat het zo moet zijn: Iemand moet worden doorverwezen naar wat hij of zij wil door de contactpersoon. Ik denk dat ze vooroordelen over ons hebben. Ze zeggen gewoon: “Dit is de regel”, en dan is het klaar. Ik wil geen onderwijsrotatie, ik wil zo snel mogelijk aan het werk gaan.” (Turkse man, 30-35 jaar, B1-route versneld, één jaar bezig met inburgeren)
“ Online les is niet goed. Tijdens de online les leer je niks. Alleen grafieken maken en praten via internet. Online is niet serieus.” (Iraanse man, 35-40 jaar, B1-route, twee jaar bezig met inburgeren)
Ook vertellen enkele geïnterviewden dat ze niet tevreden zijn over het tempo waarin de lesstof wordt behandeld: dat is volgens hen te laag.
“ Ik vond de eerste docenten goed. Ze gaven intensieve lessen en we hebben in korte
tijd elf thema’s behandeld. De tweede docent praat heel langzaam, alsof we kinderen zijn. We hebben in een heel jaar maar vier thema’s gedaan. De eerste docent had een goed hoog werktempo, de tweede niet genoeg. Het tempo ligt nu te laag.” (Russische vrouw, 25-30 jaar, B1-route, anderhalf jaar bezig met inburgeren)
De statushouders die taallessen volgen bij de VU zijn hierover heel tevreden omdat het tempo, niveau en de intensiteit van de lessen naar eigen zeggen bij hen past. Door taallessen te volgen op de VU kunnen de geïnterviewden sneller vorderingen maken en examens afleggen, zo vertellen zij. Daarnaast vinden geïnterviewden het traject op de VU goed georganiseerd.
“ Bij de VU is er bijvoorbeeld een duidelijk systeem: je weet de examendatum, het
onderwerp, het boek, en het opvolgsysteem, wat veel beter is dan bij NLtraining. Ik denk dat NLtraining een goede keuze is voor mensen die in een relaxte setting willen leren, die langzaam willen leren, en die het niet erg vinden om hun huiswerk vandaag of morgen te doen. Het is een goede keuze voor mensen van 40-50 jaar oud, die geen haast hebben.” (Turkse man, 30-35 jaar, B1route versneld, 20 maanden bezig met inburgeren)
4.3.
De Onderwijsroute
De onderwijsroute combineert de inburgering met een voorbereiding op onderwijs. De onderwijsroute bestaat uit verschillende taalschakeltrajecten met specifieke eisen ten aanzien van het niveau en profiel van de deelnemers. De onderwijsroute is een intensief traject en het streven is dat inburgeraars deze route binnen anderhalf á twee jaar succesvol afronden. Alle taalschakeltrajecten bestaan uit NT2-onderwijs, Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM), les in deficiënte vakken, les in studievaardigheden en loopbaanoriëntatie. De eerste drie onderdelen ronden inburgeraars af met een examen. Naast het taalschakeltraject moeten inburgeraars in de onderwijsroute het Participatieverklaringstraject (PVT) afronden. Deelnemers ontvangen na afronding van een taalschakeltraject een diploma en de Onderwijsinspectie ziet toe op de kwaliteit van het onderwijs. Het diploma staat echter niet gelijk aan een (Nederlands) voortgezet onderwijs diploma. Het reguliere onderwijs dat deelnemers na afloop van het taalschakeltraject volgen, maakt geen onderdeel uit van de onderwijsroute.[66] In deze paragraaf bespreken we hoe in Amsterdam de Onderwijsroute is georganiseerd en wat hiermee de ervaringen zijn. 66
Gemeente Amsterdam (2021). Programmaplan Amsterdamse aanpak statushouders en inburgering. De uitvoering van het nieuwe inburgeringsstelsel in Amsterdam.
49
4.3.1. Opzet De onderwijsroute wordt in Amsterdam uitgevoerd door de VU en de HvA. Zij werken hierbij samen met de UvA en het ROCvA. De onderwijsroute is een intensieve en ambitieuze route. Het maken van een goede inschatting van welke statushouders de potentie en motivatie hebben om de onderwijsroute succesvol af te ronden is dan ook cruciaal. In sommige gevallen is de combinatie van de B1-route met bijvoorbeeld een leerwerktraject geschikter. Het maken van deze afweging gebeurt in de eerste plaats in de Brede intake, maar hiervoor is ook aandacht in de oriëntatiefase van de taalaanbieder. Statushouders oriënteren zich op opleidingen, beroepsmogelijkheden en welke competenties ze nodig hebben voor een succesvolle start van een opleiding. Ze krijgen daarvoor studiekeuzebegeleiding en voeren gesprekken met hun persoonlijke mentor en klantbegeleider. De VU en HvA toetsen de haalbaarheid van een traject. In een eindgesprek leggen statushouder en mentor de studiekeuze en afspraken over het vervolgprogramma vast.[67] In de oriëntatieklas starten statushouders met taallessen. Het doel is dat ze in de eerste tien weken niveau A2 bereiken. Aan het einde van de oriëntatieklas worden statushouders in een taalschakeltraject Mbo/Hbo of Hbo/Wo geplaatst. Taalschakeltrajecten starten vier keer per jaar.
Het taalschakeltraject bestaat uit verschillende onderdelen: Taallessen (voorbereiding op de examens lezen, schrijven, spreken en luisteren. Lessen Kennis van de Nederlandse Maatschappij (voorbereiding op het examen KNM). Basis- en maatwerkvakken (zoals Engels of wiskunde. Welke vakken men moet volgen is afhankelijk van de studiekeuze). Programma voor studievaardigheden. Studiekeuzebegeleiding.
Naar schatting van betrokkenen zit ongeveer 40% van de deelnemers in het Hbo/Wo schakeltraject en 60% in het Mbo-Hbo schakeltraject. Naar schatting gaat uiteindelijk 35% van de personen die een van de twee schakeltrajecten hebben gevolgd naar het Hbo, 25% naar het Mbo en 40% naar het WO. Statushouders volgen daarnaast het Par ticipatieverklaringstraject en onder tekenen aan het einde daarvan de participatieverklaring. Het is de bedoeling dat statushouders aan het einde van het Taalschakeltraject staatsexamens (op niveau B1 of B2) doen (voor de onderdelen lezen, luisteren, spreken en schrijven) en een examen KNM doen. 67
Daarnaast doet men staatsexamens voor de vakken die nodig zijn voor instroom in de vervolgopleiding. Daarna kan men starten met een vervolgopleiding. 4.3.2. Ervaringen Om de ervaringen met (de uitvoering van) de Onderwijsroute in beeld te brengen, hebben we een groepsinterview gehouden met een aantal professionals die hierbij betrokken zijn. Het ging om een docent en opleidingsdirecteur van de VU en een docent en afdelingshoofd studentenzaken van de HvA. Daarnaast hebben we in de groepsgesprekken die we met statushouders hebben gehouden stilgestaan bij hun ervaringen met de Onderwijsroute. In deze paragraaf bespreken we de ervaringen van professionals en statushouders. Hogere aantallen dan verwacht, maar het lukt om alle statushouders te plaatsen Betrokkenen bij de taalschakeltrajecten melden dat de aantallen aanmeldingen hun verwachtingen hebben overtroffen. Het gaat daarbij om aanmeldingen uit Amsterdam, maar ook uit omliggende gemeenten en regio’s. In het begin was het een uitdaging om er logistiek voor te zorgen dat statushouders tijdig konden starten, maar dat is volgens betrokkenen goed gelukt. De jarenlange ervaring die de betrokken onderwijsinstellingen hebben met het bedienen van nieuwkomers die de Nederlandse taal willen leren, en (daarna) een vervolgopleiding willen doen, heeft daaraan naar eigen inschatting sterk bijgedragen.
Samenwerking met de gemeente en samenwerking betrokken onderwijsinstellingen Betrokkenen geven aan dat de samenwerking met de gemeente Amsterdam goed verloopt: er is een fijne samenwerking en op beleids- en uitvoeringsniveau weet men elkaar doorgaans goed te vinden. Een aandachtspunt is volgens betrokkenen dat de hele aanbestedingsprocedure en de afspraken die zijn gemaakt, heel veel (tijd) hebben gevraagd van de betrokken onderwijsinstellingen. De wens van de gemeente om één aanspreekpunt/penvoerder te hebben is begrijpelijk, maar maakt dat er in de aanbestedingsprocedure en in het contact daarna ontzettend veel moet worden afgesproken en administratief moet worden geregeld. Op het niveau van contact en samenwerking met klantbegeleiders van de gemeente Amsterdam is de ervaring dat dit per klantbegeleider kan variëren.
“ We merken dat er met sommige klantbegeleiders heel veel contact is, die zitten er bovenop.
En met sommige hebben we weinig contact. Het is een beetje zoeken hoe je een traject dat niet soepel loopt, het beste kan tackelen.” (Groepsinterview onderwijsroute)
Gemeente Amsterdam (2021). Programmaplan Amsterdamse aanpak statushouders en inburgering. De uitvoering van het nieuwe inburgeringsstelsel in Amsterdam.
50
De VU heeft een rechtstreeks spreekuur ingesteld voor klantbegeleiders. Die kunnen dan hun concrete vragen stellen, of kwesties bespreken. Betrokkenen zijn hier tevreden over. Samenwerking tussen de VU en de HvA vindt plaats op beleids-, organisatorisch en operationeel niveau. De betrokkenen zijn hier tevreden over. Om ervoor te zorgen dat de onderwijsinstellingen gezamenlijk goed zicht blijven houden op hun deelnemers, wordt elke 2,5 á 3 maanden een ‘monstervergadering’ belegd waarin alle deelnemers die gezamenlijk onderwijs volgen, worden doorgesproken. Uitdagingen bij het beleid van en de afspraken met de gemeente Amsterdam Betrokkenen hebben een aantal uitdagingen genoemd die samenhangen met het beleid van en de afspraken met de gemeente Amsterdam. Betrokkenen zijn enthousiast over het beleid van de gemeente om statushouders optimale kansen te bieden om via een opleiding duurzaam in te burgeren en werk te vinden. Zij zien echter ook een keerzijde: Er stroomt een categorie statushouders in de onderwijsroute die niet zélf (al) de beslissing heeft genomen dat men wil studeren. Deze statushouders hebben vaak nog niet goed kunnen nadenken over wat studeren zou behelzen en wat er allemaal bij komt kijken. Dit kan ertoe leiden dat men minder gemotiveerd is, of later in het traject uitvalt, bijvoorbeeld omdat men liever gaat werken.
“ Vroeger kregen we allemaal mensen die echt hadden besloten om te studeren, wisten wat
ze daarvoor nodig hadden, daar dus zelf voor kozen en inzet toonden. En nu heb je een groep die nog steeds zo is, maar ook een hele grote groep die in de onderwijsroute wordt gezet, maar die nog niet zelf de beslissing heeft gemaakt om echt een opleiding te gaan doen. En er dus ook nog niet helemaal achter is of het wel de beste route is. Dit zijn mensen die niet zelf die intrinsieke keuze hebben gemaakt.” (Groepsinterview onderwijsroute)
Voor deze categorie statushouders zou het wellicht beter zijn om een langere Taalstart(periode) te hebben, zodat zij beter de afweging kunnen maken of studeren bij hen zou passen, of dat men er de voorkeur aan geeft om in te burgeren op B1 niveau en aan het werk te gaan. Een andere uitdaging die betrokkenen bij de taalschakeltrajecten zien, is dat statushouders die op een hoog niveau de taal willen leren (B2 of B2+) vaak terechtkomen in de Onderwijsroute, ook als zij eigenlijk geen belangstelling hebben voor het volgen van een vervolgopleiding, en liever snel aan het werk zouden willen gaan.
“ B2 of B2+ is nu alleen maar mogelijk, of een recht bij de onderwijsroute. Dus mensen blijven in de onderwijsroute, maar strikt genomen ben je geen kandidaat voor de onderwijsroute, maar ben je meer voor de B1-route. Ik begrijp die keuze goed, want ze willen naar B2.” (Groepsinterview onderwijsroute)
Een laatste uitdaging die is genoemd door betrokkenen bij de taalschakeltrajecten betreft de financiële afspraken die met de gemeente zijn gemaakt. De onderwijsinstellingen moeten de trajecten voor een heel groot deel voorfinancieren. Dit betekent dat zij al veel aanbod hebben geleverd en kosten hebben gemaakt, voordat zij deze kunnen declareren. Dit wringt in hoge mate als statushouders starten in een vervolgopleiding terwijl zijn nog niet Staatsexamen Nederlands en het examen KNM hebben gedaan.
“ Het is voor de statushouders zelf fijn, dat ze vast kunnen beginnen met hun studie. Voor de aanbieder niet, omdat ze geen diploma halen en de financiering niet loskomt. Dus: het doel om mensen te laten starten met een studie is bereikt, maar het doel van de inburgering is nog niet bereikt.” (Groepsinterview onderwijsroute)
Vanwege hun instroom in een vervolgopleiding wordt hun inburgeringsplicht opgeschort. De betrokken instellingen kunnen trajecten pas financieel afsluiten als statushouders aan hun inburgeringsplicht hebben voldaan. Dit kan enkele jaren duren. Met name als statushouders opleidingen volgen aan het ROC, of bij andere universiteiten, is het heel lastig om met hen contact te onderhouden en afspraken met hen te maken over het doen van het Staatsexamen. Een genoemde oplossing is het financieren per periode, in plaats van (deels) achteraf. Gebrek aan flexibiliteit Wet Inburgering 2021 Betrokkenen bij de taalschakeltrajecten benoemen dat het goed is dat in de Wet Inburgering 2021 een onderwijsroute is opgenomen. Het maakt het mogelijk dat statushouders op een voor hen passend en zo hoog mogelijk niveau kunnen inburgeren en tegelijkertijd aan het werk gaan. Maar met het vastleggen van de inhoud en organisatie van de route (door de wetgever en/of in de uitvoering) is soms ook ruimte verloren gegaan die de betrokken onderwijsinstellingen eerder wél hadden om inburgeraars een passend aanbod te doen. In de onderwijsroute is op dit moment het aanbod van intensieve taallessen op een hoog niveau een onlosmakelijk onderdeel van een breder aanbod dat deelnemers toeleidt naar hoger onderwijs.
Hierboven benoemden we al dat het volgen van taallessen op B2 of B2+ niveau in de praktijk alleen mogelijk is binnen de onderwijsroute, ook als men niet echt belangstelling heeft voor het volgen van een (beroeps)opleiding.
51
Dit speelt volgens betrokkenen in Amsterdam met name bij oudere statushouders die de onderwijsroute volgen met behoud van uitkering. Een deel van hen wil examen doen op B2 niveau en daarna gaan werken.
“ Dat is wat wij intern noemen “oneigenlijk gebruik van de onderwijsroute”, maar dat komt door de starre inrichting van de B1-route.” (Groepsinterview onderwijsroute)
En meer in het algemeen konden statushouders in het eerdere stelsel (Wi2013) hun lening aanwenden om bij de onderwijsinstellingen B2 of C1 te halen. Nu ontbreekt deze keuze. Er is overigens begrip bij de respondenten dat de stroomlijning van de inburgering en de beschreven routes in het nieuwe stelsel de meeste inburgeraars sterk ten goede komt. Maar juist voor statushouders ‘aan de bovenkant’ is het lastig dat zij minder dan eerder zelfstandig keuzes kunnen maken als het gaat om het leren van Nederlands en de wijze waarop zij willen voldoen aan de inburgeringsplicht. En voor gezinsmigranten is het volgen van taallessen op een hoger niveau duurder geworden. Uitdagingen vervolgopleidingen Er zijn door betrokkenen enkele uitdagingen genoemd voor statushouders in de onderwijsroute. Na het taalschakeltraject beginnen zij met een vervolgopleiding. Net als andere studenten krijgen zij er mee te maken dat er veel numerus fixus studies zijn en dat het volgen van de gewenste opleiding niet altijd mogelijk is. Daarnaast zijn er statushouders die een BIG registratie ambiëren. Het gaat dan bijvoorbeeld over artsen en tandartsen. Zij moeten B2+ volgen aan een universitaire taalinstelling. Bij de VU kunnen zij voldoen aan de taaleis, maar ze moeten ook een beroepsinhoudelijke toets doen. De wachttijd daarvoor is inmiddels 22 maanden.
Knelpunt is dat het aanmelden voor de beroepsinhoudelijke toets pas mag, nadat men aan de taaleis heeft voldaan. Dit betekent lang wachten. In de wachtperiode kan het Nederlands rap achteruitgaan. Als men vervolgens niet slaagt voor de beroepsinhoudelijke toets (in het Nederlands), dan mag men deze niet opnieuw doen, waardoor BIG registratie niet realiseerbaar is. Tot slot benoemen betrokkenen bij de taalschakeltrajecten dat er al grote stappen zijn gemaakt om mogelijk te maken dat statushouders aan andere onderwijsinstellingen buiten Amsterdam hun vervolgopleiding kunnen gaan doen. De Hogescholen hebben de afspraak gemaakt dat zij elkaars taalschakeltrajectdiploma’s accepteren. Dit maakt het mogelijk dat een statushouder ook in een andere stad bij een andere hogeschool een opleiding kan gaan volgen. Voor het wetenschappelijk onderwijs geldt dat er afspraken zijn gemaakt met de UvA. Met andere universiteiten worden op facultair niveau wel afspraken gemaakt, maar er is nog geen sprake van een acceptatie van elkaars taalschakeltrajecten tussen (alle) universiteiten.
Ervaringen van statushouders De meeste geïnterviewden die een taalschakeltraject aan de HvA of VU volgen, zijn hier (heel) tevreden over. Net als de geïnterviewden bij de B1 mbo route heeft hun tevredenheid niet alleen betrekking op de inhoud en organisatie van het traject, maar ook op het perspectief dat de onderwijsroute biedt op het behalen van een Nederlands diploma voor het (hoger) beroepsonderwijs of de universiteit en de baankansen die daarbij horen. Het taalschakeltraject is wél heel intensief, zo vinden de meeste geïnterviewden. De lesdagen zijn lang en er blijft weinig tijd over om te studeren of om aan andere activiteiten te besteden.
“ Ik vind de kwaliteit van de lessen op zich goed. De inhoud is leerzaam en duidelijk,
maar het lesprogramma is te intensief. Ik moet anderhalf uur reizen naar school en heb lessen van half tien tot zes uur ‘s avonds. Daardoor ben ik elke dag meer dan twaalf uur van huis. Dat heeft mijn gezondheid beïnvloed. We hebben vier lesdagen per week, maar die zijn lang en zwaar. Ik denk dat het beter zou zijn als de lessen verdeeld worden over vijf dagen, zodat we minder druk per dag ervaren. Ook vind ik dat we door de drukte vaak geen tijd hebben om thuis nog te studeren. Alles schuift dan door naar onze vrije dag op dinsdag, wat verwarrend is.” (Syrische vrouw. 20-25 jaar, Onderwijsroute HvA, 20 maanden bezig met inburgeren)
“ Je krijgt heel VWO vier, vijf en zes in acht maanden!” (Turkse man, 20-25 jaar, Onderwijsroute, één jaar bezig met inburgeren)
We hebben ook gevraagd of het taalschakeltraject een goede voorbereiding is voor de (beroeps)opleiding die geïnterviewden willen gaan volgen. Eén geïnterviewde heeft gemerkt dat de staatsexamens moeilijker waren dan zij op basis van de taallessen verwachtte. Omdat geïnterviewden nog met hun opleiding moeten starten, is het lastig om echt te beoordelen of het taalschakeltraject hen goed voorbereid.
“ De lessen zijn deels een goede voorbereiding. De teksten die we kregen sluiten goed
aan bij de situaties die we in het dagelijks leven en op de universiteit tegenkomen.” (Syrische vrouw, 20-25 jaar, Onderwijsroute HvA, twee jaar bezig met inburgeren)
52
4.4.
De B1 mbo route
Naast de drie leerroutes in de Wet Inburgering 2021 heeft de gemeente Amsterdam ervoor gekozen om een vierde route aan te bieden. Dit is de B1 mbo route. Deze route is bedoeld voor statushouders die de motivatie en potentie hebben om een entree of mbo 2 opleiding te volgen. De specialistische route is een intensivering op de reguliere B1-route en maakt het mogelijk om versneld en gericht door te stromen naar het mbo via een duaal taalschakeltraject. Deelnemers aan deze specialistische route moeten in elk geval in staat zijn om binnen drie jaar op B1-niveau te komen en een praktijkgerichte opleiding op (minimaal) entree niveau te volgen. Voor statushouders die de B1 mbo route volgen, gelden de wettelijke kaders van de B1-route.[68] In deze paragraaf bespreken we hoe deze B1 mbo routes is georganiseerd en wat hiermee de ervaringen zijn. 4.4.1. Opzet De B1 mbo route startte tot voor kort bij NLtraining waar statushouders de oriëntatieklas volgen: een verlengde en gespecialiseerde intakeperiode, waarin deelnemers zich oriënteren op hun persoonlijke doelen en toekomst en kennismaken met de stad en de samenleving (zie paragraaf 4.1). De oriëntatieklas duurt maximaal zes maanden, drie à vier dagdelen per week. Statushouders die kunnen en willen doorstromen naar de B1-route mbo werden doorverwezen naar TopTaal.
Sinds september 2025 gaan statushouders die in aanmerking komen voor de B1 mbo route rechtstreeks naar TopTaal. Het B1 mbo traject wordt aangeboden door TopTaal in samenwerking met het ROC van Amsterdam. In de B1 mbo-route volgen statushouders eerst een voorbereidend taalschakeltraject met taallessen, en onderwijs in Engels, rekenen en studievaardigheden (fase 1). In het schakeltraject is veel aandacht voor studie- en beroepskeuze, zoals meeloopdagen of brancheoriëntatie in de vorm van nagebootste werksituaties. Na afronding van het taalschakeltraject starten statushouders met een entree- of mbo2 opleiding, gecombineerd met het vervolg van hun inburgeringstraject (fase 2). Dit vervolgtraject bestaat uit voorbereiding op de inburgeringsexamens op B1-niveau, een geïntegreerde module PVT en KNM, en persoonlijke begeleiding. Statushouders krijgen intensieve begeleiding van een mentor.[69] 68
Gemeente Amsterdam (2021). Programmaplan Amsterdamse aanpak statushouders en inburgering. De uitvoering van het nieuwe inburgeringsstelsel in Amsterdam.
69
Gemeente Amsterdam (2021). Programmaplan Amsterdamse aanpak statushouders en inburgering. De uitvoering van het nieuwe inburgeringsstelsel in Amsterdam.
4.4.2. Ervaringen Om de ervaringen met (de uitvoering van) de B1 mbo route in beeld te brengen, hebben we een groepsinterview gehouden met een aantal professionals die hierbij betrokken zijn. Het ging om een medewerker van team inhoud en een kwaliteitsmanager van TopTaal. Ook spraken we een contractbeheerder en docent van ROCvA. Daarnaast hebben we in de groepsgesprekken die we met statushouders hebben gehouden, stilgestaan bij hun ervaringen met de B1 mbo route. In deze paragraaf bespreken we de ervaringen van professionals en statushouders. Onvoldoende transparantie ervaren bij keuzeproces oriëntatieklas In de paragrafen 4.1 en 4.2 over respectievelijk de B1-route en de Onderwijsroute is al opgemerkt dat het starten in een oriëntatieklas bij een andere aanbieder (NLtraining) nadelen heeft. Betrokkenen bij de B1 mbo route ervaren onvoldoende transparantie rondom het keuzeproces van statushouders die voor de B1 mbo route in aanmerking komen. Concreet komt het voor dat statushouders die in hun eindrapportage van Danner & Danner het advies hebben gekregen om de B1 mbo route te volgen, uiteindelijk de reguliere B1-route bij NLtraining blijven volgen. De betrokkenen vragen zich af op basis waarvan uiteindelijk toch voor de B1-route wordt gekozen.
Het zou volgens betrokkenen goed zijn om meer inzicht te krijgen in de overwegingen om het advies van Danner & Danner (niet) op te volgen. Een andere oplossing, namelijk dat statushouders die in de Taalstart een advies krijgen om de B1 mbo route te gaan volgen, direct kunnen starten bij TopTaal, is inmiddels ingevoerd. Doorstroom van TopTaal naar ROC soepel door goede samenwerking en keuzebegeleidingsmodule Betrokkenen vertellen dat de doorstroom vanuit het taalschakeltraject naar de vervolgopleiding (op entree of mbo2 niveau) doorgaans goed verloopt. Dit komt omdat docenten van het ROC al op de locatie van TopTaal kennismaken met de deelnemers in het kader van de keuzebegeleidingsmodule. Dit is een module met tien lesblokken van een dagdeel, waarin de deelnemers, onder andere door het bezoeken van open dagen, grondig worden voorbereid op de keuze voor een vervolgopleiding. Behalen van B1 niveau mogelijk niet voor alle deelnemers haalbaar binnen de gestelde termijn Betrokkenen bij de B1 mbo route geven aan dat het behalen van een voldoende taalniveau niet voor alle deelnemers binnen de gestelde termijn haalbaar is. Als een statushouder een opleiding op mbo-entree niveau gaat doen, dan moet zij/hij na het entreejaar inburgeringsexamen doen
53
op B1 niveau. Binnen de inburgeringstermijn is daar dan doorgaans nog tijd voor, maar het is wel een uitdaging. Betrokkenen hebben geen totaaloverzicht van statushouders in de B1 mbo route wiens inburgeringstermijn gaat aflopen, maar kunnen zich wel voorstellen dat het voor sommige deelnemers spannend wordt of zij op tijd hun examens zullen behalen. De vraag ligt open wat er met deze statushouders moet gebeuren: moeten zij terug naar TopTaal? Als een statushouder een opleiding volgt op mbo 2 niveau, dan wordt de inburgeringsplicht opgeschort totdat men de opleiding heeft afgerond. Bij afronding heeft men dan ook voldaan aan de inburgeringsplicht. Net als bij de Onderwijsroute benoemen betrokkenen bij de B1 mbo route dat het lastig is voor betrokken aanbieders dat voor statushouders wiens inburgeringstermijn wordt opgeschort (in dit geval omdat zij (na het entreejaar) doorgaan naar mbo2 niveau), er nog geen eindafrekening plaatsvindt door de gemeente.
“ Voor de deelnemers die doorgaan naar mbo2 niveau krijgen wij nu op dit moment niet
betaald omdat ze geen inburgeringsexamen hebben gedaan. Terwijl wij zeggen: “Wij hebben ze eigenlijk helemaal goed afgeleverd naar mbo2 dus we zouden daarvoor graag betaald krijgen”. Dat is de gemeente met ons eens, maar er gebeurt niks wat betekent dat we gewoon al twee jaar niet betaald krijgen voor deze groep.” (Groepsinterviews B1 mbo route)[70]
Ervaringen van statushouders Statushouders in de B1 mbo route zijn niet zo tevreden over de lessen die zij volgen bij TopTaal. Geïnterviewden vertellen dat zij in de beschikbare uren niet voldoende leren en dat met name grammatica onvoldoende aan bod komt.
“ We hebben drie uur les per dag, maar daarvan is vaak maar één uur of een halfuur
Desgevraagd zeggen geïnterviewden dat het traject niet voldoende is, om hen goed voor te bereiden op een mbo-opleiding.
“ Ik denk dat als de lessen beter waren ingericht, we veel meer voorbereid zouden zijn.
Er wordt niet op een taalniveau gewerkt dat past bij het mbo. Het probleem zit niet in de lesuren, die zijn hetzelfde als op andere plekken. Het verschil zit in de manier van lesgeven, de inzet van de docenten, en de motivatie van de studenten. De kwaliteit is laag.” (Syrische man, 30-35 jaar, B1 mbo route, één jaar bezig met inburgeren)
Geïnterviewden zijn overigens tevreden met de mbo-entree opleiding die zij volgen. De tevredenheid heeft enerzijds betrekking op de gekozen opleidingen zelf. Die zijn volgens geïnterviewden van goede kwaliteit: Goede docenten en een duidelijke structuur en organisatie van de opleiding zijn zaken die worden genoemd.
“ De lessen zijn duidelijk en de docenten zijn behulpzaam. Wat ik fijn vind, is dat ik
zelf kan kiezen waar ik mijn stage doe. Dat geeft mij ruimte om ervaring op te doen in een sector die bij mij past.” (Syrische vrouw, 20-25 jaar, B1 mbo route, anderhalf jaar bezig met inburgeren)
De tevredenheid over de mbo-opleiding heeft daarnaast betrekking op de mogelijkheden die de opleiding biedt voor het combineren van studeren en werken.
nuttig. De rest is tijdverspilling. De docenten zeggen: “Deze les is voor jou, leer het thuis.” Er is geen echte uitleg of begeleiding in de klas. Er is geen motivatie, geen structuur, en weinig grammatica.” (Jemenitische vrouw, 30-35 jaar, B1 mbo route, één jaar bezig met inburgeren)
“ Ik wil zelfstandig zijn en in de toekomst een baan hebben. Deze route is de juiste
“ Ik vind dat er te weinig grammatica wordt behandeld, en soms gaat het meer om
“ Ik heb voor deze opleiding gekozen omdat ik wil studeren, maar het moet haalbaar
spelletjes dan om echte lesstof.
70
De inhoud is niet voldoende om goed voor te bereiden op MBO.” (Soedanese vrouw, 20-25 jaar, B1 mbo route, tien maanden bezig met inburgeren)
Sinds augustus 2025 is de vergoedingsgrond voor het einde van Fase 2 in de B1-mbo route voorwaardelijk uitgebreid. Dit betekent dat TopTaal voor statushouders die na Fase 2 starten aan (vrijstellende) mbo-2 opleiding onder bepaalde voorwaarden wel de eindrapportage kan indienen.
stap om dat te bereiken. Het is belangrijk dat ik een start maak met leren en werken in Nederland.” (Eritrese vrouw, 25-30 jaar, B1 mbo route, tien maanden bezig met inburgeren)
blijven. Deze entreeopleiding is een goede start, niet te zwaar, en past bij mijn situatie. Ik heb er vertrouwen in dat het mij kan helpen bij mijn integratie.” (Syrische man, 20-25 jaar, B1 mbo route, één jaar bezig met inburgeren)
54
4.5.
De Zelfredzaamheidsroute
De Z-route heeft als doel het bevorderen van:
Kennis van de Nederlandse taal op het hoogst haalbare niveau; Zelfredzaamheid in de samenleving; Activering en participatie.
De inburgeraars die de Z-route volgen hebben een lage leerbaarheid en een verwachte beperkte zelfredzaamheid. Zij hebben niet of nauwelijks een opleiding gevolgd in land van herkomst en/of zijn analfabeet. Het aanbod in de Z-route sluit aan bij de leefwereld, capaciteiten, behoeften en ontwikkelmogelijkheden van de inburgeraars. De Z-route is een intensief driejarig traject met een urennorm van 1.600 uur:
800 uur voor het leren van de Nederlandse taal en KNM. 800 uur voor overige activiteiten op het gebied van activering, participatie en het verhogen van de zelfredzaamheid. Hieronder vallen ook het PVT en de MAP.
De invulling van de Z-route is maatwerk op basis van persoonlijke ontwikkeldoelen. Binnen de Z-route geldt geen examenverplichting, maar een inspanningsverplichting. De gemeente heeft de taak om de vorderingen bij te houden en door een verplicht eindgesprek te beoordelen of de inburgeraar heeft voldaan aan de vastgelegde afspraken. Om vast te stellen of iemand heeft voldaan aan de verplichte urennorm is een vorm van urenregistratie noodzakelijk. De gemeente is verantwoordelijk voor het bijhouden hiervan in een eigen cliënt-volgsysteem en levert een verantwoording aan DUO.[71] In deze paragraaf bespreken we hoe in de Amsterdam de Z-route is georganiseerd en wat hiermee de ervaringen zijn. 4.5.1. Opzet De Z-route wordt aangeboden door taalschool NLtraining, NewBees en VluchtelingenWerk. NLtraining verzorgt de taallessen en KNM. NewBees en VluchtelingenWerk zijn verantwoordelijk voor ‘participatie’. VluchtelingenWerk verzorgt het grootste deel van dit aanbod.
71
Statushouders in de Z-route krijgen intensieve persoonlijke begeleiding door hun klantbegeleider, een mentor en coachende docenten. Ze worden uitgedaagd om een zo hoog mogelijk taalniveau te bereiken. Hierbij is veel aandacht voor spreken en luisteren, waarbij het leren van de taal wordt verbonden aan buitenschoolse opdrachten, zoals een Huis van de Wijk bezoeken of naar de markt gaan. Om taalcontact te bevorderen krijgt elke deelnemer in de Z-route een taalmaatje. Voor invulling van de participatie-uren krijgen statushouders in de Z-route ondersteuning van een participatiecoach van VluchtelingenWerk en hun klantbegeleider. De Z-route start met een intake. Na de intake wordt de inburgeraar in een traject geplaatst op basis van het niveau en de beschikbaarheid. Alle inburgeringsgroepen volgen les bij NLtraining. Binnen de Z-route worden vier klantprofielen onderscheiden: Langzaam niet-gealfabetiseerd Gemiddeld niet-gealfabetiseerd Snel niet-gealfabetiseerd Langzaam gealfabetiseerd (met de potentie om door te stromen naar de B1-route) In het inburgeringstraject wordt er in het eerste half jaar gekeken of de Z-route passend is. Na deze oriëntatieklas volgen de deelnemers een inburgeringstraject op maat en combineren ze de inburgering met participatieactiviteiten.
Ook volgen ze het Participatieverklaringstraject (PVT) en na verloop van tijd de Module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP). Statushouders in de Z-route worden gekoppeld aan een participatiecoach van VluchtelingenWerk. Deze begeleidt hen bij het invullen van de participatie-uren: het zoeken naar activiteiten, vrijwilligerswerk en eventueel betaald werk. 4.5.2. Ervaringen Om de ervaringen met (de uitvoering van) de Z-route in kaart te brengen, hebben we een groepsinterview gehouden met een aantal professionals die hierbij betrokken zijn. Het ging om een onderwijsadviseur, twee docenten en een projectleider van NLtraining, een matcher van NewBees en een teamleider en projectleider van VluchtelingenWerk. Daarnaast hebben we in de groepsgesprekken die we met statushouders hebben gehouden stilgestaan bij hun ervaringen met de Z-route. In deze paragraaf bespreken we de ervaringen van professionals en statushouders.
Gemeente Amsterdam (2021). Programmaplan Amsterdamse aanpak statushouders en inburgering. De uitvoering van het nieuwe inburgeringsstelsel in Amsterdam.
55
Het is een puzzel om passende groepen samen te stellen Net als bij de B1-route geven betrokkenen ook hier aan dat het een puzzel is om passende groepen samen te stellen die met voldoende deelnemers tijdig kunnen starten. De genoemde klantprofielen zijn hierbij leidend, maar ook andere factoren spelen mee. Betrokkenen vertellen dat bij de start deelnemers een voorkeur aangeven voor de ochtend, middag of avond als het om de taallessen gaat. Daarnaast geven zij ook aan dat zij niet te ver willen reizen. Statushouders in de Z-route hebben naast de taallessen ook nog participatie-uren. In dat kader hebben zij contact en bijeenkomsten met hun participatiecoach. VluchtelingenWerk streeft ernaar dat de participatiecoach in hetzelfde stadsdeel als de deelnemer woont, maar het lukt niet altijd om een coach in de buurt te vinden. In dat geval heeft men reistijd naar de participatiecoach naast reistijd naar de taalaanbieder. Sommige statushouders zijn dus (soms op één dag) veel aan het reizen.
“ Mensen willen het liefst een participatiecoach in hun eigen buurt, maar dat is nog wel een
“ In Oost heb ik een groep met zes verschillende talen op twaalf deelnemers, en dat is een
ontzettende uitdaging. De meesten spreken nog bijna geen Nederlands. Daarom zorgen we ervoor dat de participatiecoach er ook is en die helpt met vertalen. […]. Er is heel veel herhaling nodig. Participatiecoaches moeten heel vaak zeggen: ”Dit hebben we afgesproken” of “We gaan eerst hier naartoe” en daar ondersteunen zij in.” (Groepsinterview Z-route)
Uitdagende doelgroep Betrokkenen zien dat het juist voor de deelnemers aan de Z-route belangrijk is dat zij naast taalles, ook actief de taal kunnen oefenen. Zeker bij de start is het niet goed mogelijk om gespreksvaardigheden te oefenen in de les, omdat alle deelnemers beginners zijn. Desgevraagd vertellen betrokkenen dat deelnemers het nut van de participatie uren inzien en dat de deelname aan activiteiten goed is.
uitdaging! Veel deelnemers moeten ‘s ochtends naar taalles in Zuidoost en gaan daarna bij ons een training of een workshop volgen, maar dat is dan bijvoorbeeld - omdat ze daar wonen - in West. Dan hebben een uur om snel op die plek te komen. Dat is een intensieve dag, zeker als je wat ouder bent en medische issues hebt.” (Groepsinterview Z-route)
“Ik zie dat mensen omdat ze leren lezen, schrijven en het Nederlands leren een gevoel van eigenwaarde krijgen. Dat is belangrijk om überhaupt te kunnen inburgeren. Het geeft hun het gevoel van “Oké ik hoef niet perfect te zijn, maar ik kan gewoon proberen te praten met mijn buren of ik kan vrijwilligerswerk doen.” Daardoor zien ze meer wat er in Nederland speelt en kunnen ze dat aan den lijve meemaken. En daardoor gaan ze weer beter praten.” (Groepsinterview Z-route)
Om bovengenoemde praktische redenen zijn de groepen bij de taaltraining niet dezelfde groepen als bij de bijeenkomsten in het kader van de participatie-uren. Ook dit maakt het uitdagend om de taallessen en participatiebijeenkomsten inhoudelijk goed op elkaar af te stemmen. Taal is (vooral bij de invulling van participatie) een uitdaging Betrokkenen vertellen dat vooral aan het begin er veel gewerkt wordt met niet-talige werkvormen, zoals tekenen of expressie, om de deelnemers te leren kennen en hun niveau en leerbaarheid goed in te kunnen schatten. Gaandeweg kunnen ook meer talige werkvormen worden ingezet, maar taalverwerving duurt met name bij niet-gealfabetiseerde personen logischerwijs langer. Ervaring wijst uit dat de inhoud van de MAP en het PVT niet goed wordt begrepen als deze te vroeg in het traject worden aangeboden. Daarom doet men dit bij voorkeur iets later en zet men niet talige materialen en een Arabischsprekende collega in. Ook bij de invulling van de participatie uren is taal een uitdaging. Deelnemers aan de groepsbijeenkomsten komen uit verschillende landen en spreken doorgaans nog weinig Nederlands. Participatiecoaches zijn aanwezig om informatie te vertalen en indien nodig te herhalen.