CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

251112 DEF rapport Verwey 324330_Wet-inburgering-2021-in-uitvoering.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 14 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Evaluatie Amsterdams inburgeringbeleid Wi2021 (VN2025-016213)62.641 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 7

29

3.5.

Maatschappelijke begeleiding

Onder de Wi2021 zijn gemeenten verplicht om statushouders maatschappelijke begeleiding aan te bieden. De maatschappelijke begeleiding bestaat uit het bieden van (1) praktische hulp bij het regelen van basisvoorzieningen en bewegwijzering en het (2) geven van voorlichting over basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving. Daarnaast bieden maatschappelijke begeleiders ondersteuning bij het kennismaken met de lokale samenleving. De ondersteuning vindt zo spoedig mogelijk plaats nadat een statushouder in de gemeente komt te wonen.[49] Het uitgangspunt van maatschappelijke begeleiding is dat statushouders in staat zijn zelfstandig keuzes te maken en uiteindelijk een nieuw leven in de gemeente kunnen opbouwen als volwaardig participerend burger. Het is de bedoeling dat de gemeente maatwerk levert en de begeleiding afstemt op de behoeften en persoonlijke situatie van de statushouder.[50] In deze paragraaf bespreken we hoe in Amsterdam de maatschappelijke begeleiding is georganiseerd en wat hiermee de ervaringen zijn. 3.5.1. Opzet In het Programmaplan Amsterdamse aanpak statushouders en inburgering is uitgewerkt dat maatschappelijke begeleiding aan statushouders in de gemeente een brede opgave is waarbij verschillende gemeentelijke en externe partners zijn betrokken.

Gezamenlijk ondersteunen zij statushouders bij het regelen van noodzakelijke basisvoorzieningen en geven zij voorlichting over het voor statushouders vaak complexe en onbekende Nederlandse systeem. Als specialistische hulp of begeleiding nodig is om belemmeringen weg te nemen ten aanzien van de zelfredzaamheid van statushouders, dan wordt dit ook geboden (bijvoorbeeld via verwijzing naar ketenpartners als sprake is van medische, mentale of financiële problematiek).[51] De gemeente Amsterdam stelt dat maatschappelijke begeleiding bijdraagt aan het tijdig en snel afronden van de inburgering, aan maatwerk, dualiteit en aan de kwaliteit van de inburgering.

In Amsterdam voert VluchtelingenWerk[52] de maatschappelijke begeleiding van statushouders uit. Dat wil zeggen dat consulenten van VluchtelingenWerk nieuwe Amsterdammers zelfstandig en wegwijs maken in de (Amsterdamse) samenleving. Ook zijn zij het aanspreekpunt met betrekking tot gezinshereniging. De maatschappelijke begeleiding start tegelijkertijd met de begeleiding van de klantbegeleiders en duurt maximaal drie jaar. VluchtelingenWerk krijgt van de gemeente een melding van statushouders die verhuizen naar de gemeente. VluchtelingenWerk roept hen dan op voor een intakegesprek. In het intakegesprek maakt de statushouder kennis met VluchtelingenWerk en wordt uitgelegd wat de dienstverlening inhoudt. Daarnaast worden de behoeften van de statushouder op diverse leefgebieden (wonen, zorg, onderwijs, sociaal netwerk, geldzaken, etc.) in beeld gebracht en worden noodzakelijke voorzieningen aangevraagd en wordt een huisarts gezocht. De statushouder krijgt na de intakefase een vaste consulent (betaalde kracht), die maximaal drie jaar individuele begeleiding biedt. De begeleiding bestaat onder andere uit het ondersteunen, coachen en wegwijs maken van de statushouders om zo de mate van redzaamheid te vergroten.

“ De vragen zijn heel breed, van vragen over de huisarts, tot de school voor de kinderen, waar je tweedehandse goederen kunt kopen, etc. Het gaat om opvoedvragen, gezondheidsvragen, financiële vragen, alles rondom het huis. Maar ook: “Ik werk, maar het werk bevalt niet”. “Hoe zit het met de inhouding van mijn uitkering”, “Ik heb me ziekgemeld, maar mijn baas eist dat ik kom.” Op een heel breed terrein dienen vragen zich aan.” (Groepsinterview VluchtelingenWerk)

De begeleiding vindt plaats op afspraak. Deze vinden, zeker in de beginperiode, fysiek plaats. Het is ook mogelijk om telefonisch of via Whatsapp contact met de eigen consulent te onderhouden. Als daar aanleiding toe is, verwijzen de consulenten door naar ondersteuningsaanbod van andere organisaties in de stad, bijvoorbeeld naar het buurtteam. Daarnaast verzorgt VluchtelingenWerk groepsvoorlichtingsbijeenkomsten over zorg en gezondheid.

49

Tweede Kamer der Staten-Generaal (2020). Memorie van Toelichting. Regels over inburgering die in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering 2.). 35483, nr. 3, p. 87.

50

Tweede Kamer der Staten-Generaal (2020). Memorie van Toelichting. Regels over inburgering die in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering 2.). 35483, nr. 3, p. 87.

51

Gemeente Amsterdam (2021). Programmaplan Amsterdamse aanpak statushouders en inburgering. De uitvoering van het nieuwe inburgeringsstelsel in Amsterdam.

52

VWN Amsterdam.

30

3.5.2. Ervaringen Om de ervaringen met (de uitvoering van) de maatschappelijk begeleiding door VluchtelingenWerk in beeld te brengen, hebben we een groepsinterview gehouden met een aantal professionals die hierbij betrokken zijn. Het ging om twee consulenten maatschappelijke begeleiding, een leidinggevende van consulenten en regiomanager van Amsterdam. Daarnaast hebben we in de groepsgesprekken die we met statushouders hebben gehouden stilgestaan bij hun ervaringen met maatschappelijke begeleiding. In deze paragraaf bespreken we de ervaringen van professionals en statushouders. Achterstanden bij het toewijzen van consulenten aan statushouders goeddeels ingelopen In de vorige paragraaf benoemden we dat het lang kon duren voordat een statushouder kon worden toegewezen aan een consulent van VluchtelingenWerk. De achterstand is inmiddels goeddeels ingelopen en de wachttijd voor toewijzing van een consulent is naar inschatting van betrokkenen ten tijde van het onderzoek, beperkt. Consulenten zijn betaalde krachten met diverse achtergronden In veel gemeenten wordt maatschappelijke begeleiding verzorgd door getrainde vrijwilligers. In Amsterdam is ervoor gekozen om hiervoor betaalde krachten in te zetten. Dat is volgens betrokkenen belangrijk voor de kwaliteit en de continuïteit van de dienstverlening.

Ook het gegeven dat statushouders drie jaar lang worden begeleid – even lang als de inburgeringstermijn – zorgt er volgens betrokkenen voor dat het risico dat statushouders blijven rondlopen met onopgeloste problemen sterk wordt verminderd. Daarnaast heeft een flink deel van de consulenten een migratie- of vluchtachtergrond. De diversiteit in het team zorgt ervoor dat goed kan worden aangesloten bij de leefwereld en behoeften van statushouders. Samenwerking met de gemeente en organisaties in de stad verloopt goed, maar er zijn ook uitdagingen De maatschappelijke begeleiding die VluchtelingenWerk biedt, heeft betrekking op veel leefdomeinen. Statushouders kunnen met al hun vragen bij hun consulent terecht.

“We zijn heel laagdrempelig. De klant kan gewoon met alle vragen bij ons terecht. […] Er

worden heel veel verschillende vragen gesteld en we ondersteunen op veel manieren. Bijvoorbeeld kinderopvang zoeken, kinderopvangtoeslag of andere toeslagen aanvragen bij de Belastingdienst. […]. We krijgen ook veel vragen over geldzaken. En veel vragen over wonen. Bijvoorbeeld: “Hoe kan ik mijn woning verduurzamen of hoe kan ik een ander huis vinden?” (Groepsinterview VluchtelingenWerk)

VluchtelingenWerk beschikt – ook omdat zij al lang maatschappelijke begeleiding in Amsterdam verzorgen – over een groot netwerk. Dat maakt doorverwijzen naar ander ondersteuningsaanbod in de stad relatief gemakkelijk, hoewel men hiervoor natuurlijk ook afhankelijk is van de andere partijen. Het helpt als er persoonlijke contacten zijn.

“We kunnen doorverwijzen. Als er schulden zijn bijvoorbeeld naar de schuldhulpverlening van het buurtteam. Of als ze opvoedvragen hebben naar het Ouder en Kind Team. Als mensen aandacht nodig hebben, dan kan je ze aanmelden voor ambulante begeleiding, dat soort zaken. Soms heb je hele korte lijnen en gaat dat gemakkelijk. Maar soms moet je er echt achteraan om iets gedaan te krijgen. Als je bijvoorbeeld mensen van het buurtteam kent, dan lukt het makkelijker.” (Groepsinterview VluchtelingenWerk)

Betrokkenen bij VluchtelingenWerk benoemen dat zij het voor statushouders fijn vinden dat zij bij de gemeente een eigen, dedicated klantbegeleider hebben en dat zijzelf hiervan ook ‘profiteren’. Het is gemakkelijk om contact op te nemen en informatie uit te wisselen als dat nodig is. Dit staat overigens wel onder druk door wisselingen in het personeelsbestand bij zowel de gemeente als bij VluchtelingenWerk. Desgevraagd vertellen respondenten in het groepsinterview met VluchtelingenWerk dat zij in hun begeleiding graag gebruik zouden willen maken van de inzichten in de rapportage die Danner & Danner opstelt naar aanleiding van de Taalstart. Op dit moment moet VluchtelingenWerk aan statushouders vragen of zij hier toestemming voor geven. Dat blijkt niet te werken. Consulenten zouden graag zien dat in een eerder stadium door Danner & Danner alvast om toestemming zou worden gevraagd.

31

Kwetsbare groepen in de inburgering We hebben in het groepsgesprek met VluchtelingenWerk gevraagd of er bepaalde groepen inburgeraars zijn die in de maatschappelijke begeleiding meer aandacht nodig hebben en voor wie inburgeren een uitdaging is. Diverse groepen worden genoemd. Zoals alleenstaande moeders die de zorg voor hun kinderen combineren met inburgeren. En ex- AMV’ers, die bijvoorbeeld uitvallen op school, of het financieel zwaar hebben. Meer in het algemeen merken consulenten in de maatschappelijke begeleiding dat personen die nog geen netwerk hebben, meer leunen op VluchtelingenWerk. Bijvoorbeeld jonge statushouders wiens ouders geen Nederlands spreken. Consulenten merken dat zij vragen krijgen, die doorgaans door ouders beantwoord worden. En als statushouders gaan scheiden, dan wordt een van de partners dakloos en dan is er vaak niemand om op terug te vallen. Het meest kwetsbaar zijn volgens de respondenten personen met medische problemen, waaronder GGZ-problematiek en personen die al langer (onder de radar) in Nederland verbleven.

“ Zij zijn eerder afgewezen, hebben een rugzak van afwijzing en ervaringen met de IND en COA. Ze zijn dakloos geweest en hebben zware periodes gehad. En hun draagkracht is te beperkt om naar school te gaan of te gaan werken.” (Groepsinterview VluchtelingenWerk)

Wachttijden elders vormen ook een uitdaging bij de maatschappelijke begeleiding Uit het groepsinterview met VluchtelingenWerk wordt duidelijk dat wachttijden elders in de keten van het inburgeringsaanbod gevolgen heeft voor de maatschappelijke begeleiding. Zo zijn achterstanden bij de gemeente genoemd wat betreft het koppelen van een statushouder aan een klantbegeleider. Statushouders zonder klantbegeleider kunnen nog niet worden aangemeld bij de Taalstart en dus nog niet starten met inburgeren. Hierover kregen consulenten van VluchtelingenWerk veel vragen. Een ander voorbeeld van een vraag die bij VluchtelingenWerk terecht kwam betreft een statushouder van 28 jaar die een mbo-opleiding wilde gaan doen en zich voor de dertigste verjaardag moest inschrijven. Dat de uitnodiging van de gemeente voor de inburgering zes maanden op zich liet wachten, veroorzaakte veel stress en vragen. Overigens vertellen betrokkenen dat ook voor het koppelen van een statushouder aan een klantbegeleider geldt dat de achterstand wordt ingelopen. Ook een late start van de taallessen door wachttijden bij de taalaanbieders heeft – naast negatieve gevolgen voor de statushouder zelf (zoals stress en motivatieverlies) – ook impact op de maatschappelijke begeleiding. Betrokkenen constateren dat statushouders langer in betrekkelijk isolement leven en hierdoor zwaarder leunen op de begeleiding.

Bovendien is het leren van de taal uitgesteld, waardoor statushouder langer niet goed in staat zijn om zelf informatie op te zoeken.

Ervaringen van statushouders We hebben de geïnterviewde statushouders gevraagd naar hun ervaringen met de maatschappelijke begeleiding die zij van VluchtelingenWerk Nederland krijgen. Verreweg de meeste geïnterviewde statushouders zijn positief over de maatschappelijke begeleiding. Geïnterviewden noemen verschillende redenen waarom zij positief zijn over de begeleiding door VluchtelingenWerk. Vaak genoemd is dat de ondersteuning heel laagdrempelig is. Doordat men een eigen contactpersoon heeft, is het duidelijk wie benaderd kan worden met vragen. In veel gevallen lukt het om snel contact te krijgen, via een live afspraak, of via de telefoon of Whatsapp.

“ Mijn contactpersoon is heel behulpzaam, beantwoordt mijn vragen via WhatsApp of

telefoon. Het gaat over algemene dingen, zoals wanneer ik iets moet regelen, en als ik hulp nodig heb, kan ik altijd bellen. Ik spreek met haar soms in het Nederlands, maar ze helpt me ook met Arabisch. Ik begrijp haar meestal maar soms gebruik ik WhatsApp om het duidelijker te maken.” (Jemenitische man, 35-40 jaar, bezig met de Taalstart)

Daarnaast noemen veel geïnterviewden dat het fijn is dat VluchtelingenWerk kan ondersteunen bij allerlei verschillende soorten (regel)zaken en de consulent ‘op maat’ werkt.

“ VluchtelingenWerk helpt mij heel goed. Vooral vanaf het moment dat ik klaar was

met mijn studie, liep alles stap voor stap met hen. Ze hielpen mij inschrijven voor de avondcursus financiën, regelden mijn overschrijvingskaart, en ook het aanpassen van mijn diploma. Ze hebben mij bij veel dingen geholpen, zelfs met problemen met mijn Ov-kaart. Ze waren er altijd om contact te leggen met organisaties zoals NS of DUO.” (Syrische vrouw, 20-25 jaar, B1 mbo route, anderhalf jaar bezig met inburgeren)

De meeste geïnterviewden vertellen vooral over praktische zaken waarbij de consulent van VluchtelingenWerk hen helpt, of heeft geholpen, maar in een aantal gevallen noemen geïnterviewden dat zij door hun consulent ook geholpen worden bij het wegwijs worden in de buurt.

32

“ Als ik een probleem heb en iets niet weet, dan kan ik hen bellen en helpen ze mij.

Bijvoorbeeld met de zorgverzekering, de school voor de kinderen in de toekomst, en met de gemeente in het algemeen. Zij zeggen ook: “Kijk naar de activiteiten en tentoonstellingen bij het buurthuis”.” (Jemenitische man, 35-40 jaar, bezig met de Taalstart)

Een aantal geïnterviewden benoemt dat de steun van de consulent voor hen belangrijk is (geweest) om meer inzicht en vertrouwen in de toekomst in Nederland te krijgen. De consulent is dan een belangrijke steunpilaar.

“ Mijn consulent helpt mij goed. Ze begrijpt dat wij een gezin zijn met kinderen en dat onze toekomstplannen daar sterk mee verbonden zijn. Ze denkt met ons mee, bijvoorbeeld over hoe we in de toekomst werk kunnen combineren met de zorg voor onze kinderen. Ze legt rustig uit wat onze mogelijkheden zijn en geeft informatie die past bij onze situatie. Daardoor hebben we meer vertrouwen in de toekomst.” (Eritrese vrouw, 45-50 jaar, Z-route, net gestart met inburgeren)

“ Over het algemeen ben ik erg tevreden. Ze hebben ons echt vooruitgeholpen en

ik voel mij daardoor sterker en zekerder in Nederland.” (Eritrese man, 50-55 jaar, Z-route, net gestart met inburgeren)

Er zijn ook geïnterviewden die minder positief zijn over de maatschappelijke begeleiding door VluchtelingenWerk. Dit is het geval wanneer er iets in de begeleiding niet goed verloopt, of is verlopen. Bijvoorbeeld als het toewijzen van een consulent lang op zich heeft laten wachten, waardoor vragen van geïnterviewden (te lang) bleven liggen. Of als de consulent niet goed kan worden bereikt.

“ Ik had een ernstig probleem. Ik kon mijn begeleider niet bereiken. Hij was op

vakantie. Ik heb twee maanden niemand kunnen bereiken. De hele zomer bleef mijn probleem onopgelost.” (Turkse vrouw, 30-35 jaar, B1-route versneld, één jaar bezig met inburgeren)

Diverse geïnterviewden hebben een slechte ervaring met de vervanging van hun consulent.

“ We hadden eerst een contactpersoon die ons heel goed heeft geholpen. Ze beant-

woordde al onze brieven, hielp ons te begrijpen wat we moesten doen en wat belangrijk was voor ons leven hier. Dankzij haar voelden we ons begrepen en gesteund. Maar toen zij met zwangerschapsverlof ging, veranderde alles. De nieuwe begeleider doet alsof wij alles al weten. We voelen ons niet meer goed geholpen en soms zelfs een beetje alleen gelaten.“ (Eritrese man, 50-55 jaar, Z-route, net gestart met inburgeren)

Meer in het algemeen zijn geïnterviewden minder tevreden als zij het gevoel hebben dat zij voor hulp afhankelijk zijn van hun consulent, maar dat deze de hulp niet tijdig biedt, waardoor zij met een acuut (geld)probleem blijven zitten.

“ Ze helpen wel, maar het duurt lang. Ik had problemen met mijn Ov-kaart en het duurde twee maanden voor ik hulp kreeg. Ze reageren traag.” (Syrische vrouw, 40-45 jaar, Z-route, tien maanden bezig met inburgeren)

“ Ze helpen niet. Ik krijg alleen standaardantwoorden. Ik vroeg om hulp met belastingen, kreeg een boete, en nog steeds is er geen oplossing. Het lijkt alsof ze niet geïnteresseerd zijn.” (Syrische man, 25-30 jaar, Z-route, één jaar bezig met inburgeren)

Tot slot heeft een aantal geïnterviewden die met ouders in Nederland zijn, genoemd dat de maatschappelijke begeleiding voor hun ouders minder goed uitpakte, omdat hun ouders de consulent niet (goed) konden verstaan.

“ Een groot probleem was de taal. De meeste gesprekken gebeurden met onze vader,

maar hij spreekt geen Nederlands. De communicatie verliep via een tolk of via Google Translate, waardoor de boodschap vaak niet goed overkwam. We hebben meerdere keren gevraagd om een Arabischtalige consulent, maar daar werd nooit op gereageerd.” (Syrische vrouw, 20-25 jaar, Onderwijsroute HvA, twee jaar bezig met inburgeren)

De meeste geïnterviewden zijn al enige tijd bezig met hun inburgering. Veel van hen hebben verteld dat zij vooral in het begin veel gebruik hebben gemaakt van de ondersteuning door de consulent. Nu men verder is in het inburgeringstraject, is de begeleiding minder nodig.

33

“ Mijn contactpersoon heeft mij vijf of zes maanden geholpen. Daarna heeft hij zijn werk overgedragen aan een vervanger. Ik heb niet kennisgemaakt met de nieuwe persoon, want ik heb veel dingen geleerd dus het hoefde niet meer.” (Turkse vrouw, 30-35 jaar, B1-route versneld, vijf maanden bezig met inburgeren)

Diverse geïnterviewden geven aan dat het wél fijn is om te weten dat de consulent (nog) steeds op afstand beschikbaar is ingeval zij nieuwe vragen hebben.

“ In het begin moesten mijn vader en moeder heel veel aanvragen, toeslagen enzo-

voort. En toen gingen we heel veel naar VWN. Maar nu in het laatste jaar kan ik beter Nederlands en ik weet het systeem beter. Dus nu kan ik veel zelf. Maar als ik een vraag heb, dan kan ik gewoon een appje sturen en dan reageert zij gewoon. Zij is ook heel lief. Toen ik nog niet genoeg wist over het systeem, heeft ze mij heel goed geholpen.” (Turkse man, 20-25 jaar, Onderwijsroute, één jaar bezig met inburgeren)

3.6.

Begeleiding door de klantbegeleider

Klantbegeleiders (voorheen klantmanagers) begeleiden inburgeraars vanuit de inburgeringswet en, voor bijstandsgerechtigde statushouders, ook vanuit de Participatiewet. Klantbegeleiders voeren een startgesprek met statushouders in het kader van de Brede intake. Tijdens deze intake brengen zij in kaart wat de startpositie en ontwikkelmogelijkheden zijn op het gebied van inburgering en participatie, en stemmen zij het inburgeringstraject hierop af. In het startgesprek (en ook op andere momenten) legt de klantbegeleider de rechten en plichten uit die betrekking hebben op het inburgeringstraject, om eventuele misverstanden bij de inburgeringsplichtige te voorkomen. Na afronding van de Brede intake stelt de klantbegeleider, in overleg met de statushouder een persoonlijk Plan Inburgering & Participatie (PIP) op. Het PIP bevat de gekozen leerroute en een uitwerking van de verplichte onderdelen, zoals de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) en het Participatieverklaringstraject (PVT). Het plan beschrijft ook de begeleiding en het aantal voortgangsgesprekken waarmee de gemeente de voortgang bewaakt en zo nodig bijstuurt. Bij de beschikking voegt de gemeente ook eventuele beslissingen toe die betrekking hebben op onderdelen van de Participatiewet.

Er is een wettelijke termijn van tien weken voor het vaststellen van het PIP en de uitzonderingen daarop (zoals vrijstelling of ontheffing van de inburgeringsplicht). Gedurende de inburgering voert de klantbegeleider voortgangsgesprekken, bewaakt de voortgang in het inburgeringsproces en stuurt waar nodig bij. [53] In deze paragraaf bespreken we hoe in Amsterdam de begeleiding van statushouders door klantbegeleiders is georganiseerd en wat hiermee de ervaringen zijn. 3.6.1. Opzet Bij de gemeente Amsterdam zijn dedicated klantbegeleiders aangesteld met een relatief lage caseload[54], die de inburgeraars begeleiden vanuit de inburgeringswet en, voor bijstandsgerechtigde statushouders, ook vanuit de participatiewet. De dedicated klantbegeleiders hebben de rol van procesregisseur die de samenhang in ondersteuning en begeleiding bewaakt.

53

Tweede Kamer der Staten-Generaal (2020). Memorie van Toelichting. Regels over inburgering die in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering 2.). 35483, nr. 3, p.17, 19.

54

Het gaat om 60 inburgeraars bij een voltijd aanstelling. Dit is laag in vergelijking met klantbegeleiders/klantmanagers die bijstandsgerechtigde inwoners die onder de Participatiewet vallen, naar werk begeleiden.

34

3.6.2. Ervaringen Om de ervaringen met (de uitvoering van) de begeleiding van statushouders in beeld te brengen, hebben we een groepsinterview gehouden met een aantal professionals die hierbij betrokken zijn. Het ging om drie dedicated klantbegeleiders en een teammanager. Daarnaast hebben we in de groepsgesprekken die we met statushouders hebben gehouden stilgestaan bij hun ervaringen met de begeleiding door klantbegeleiders. In deze paragraaf bespreken we de ervaringen van professionals en statushouders.

Keuze leerroute in samenspraak met de statushouder Als statushouders de Taalstart hebben afgerond, ontvangen de klantbegeleiders een eindrapportage van Danner & Danner, met daarin een advies voor de te volgen route. Ook krijgen zij de uitslag van de leerbaarheidstoets. De geïnterviewde klantbegeleiders geven aan dat zij doorgaans goed met de rapportage vanuit de Taalstart uit de voeten kunnen. Deze geeft, samen met de eigen indruk en ervaringen die men met een statushouder heeft een goed beeld van iemands mogelijkheden en voorkeuren.

In het eerste deel van deze paragraaf staan we stil bij de ervaringen met de Brede intake door klantbegeleiders van statushouders.

“ Ik vind het wel een uitgebreide rapportage. Ze kijken niet alleen naar taal, maar ook

Het eerste gesprek: kennismaking en start Brede intake Statushouders worden opgeroepen voor een kennismakingsgesprek in het kader van de Brede intake. In de praktijk is het kennismakingsgesprek ook direct het gesprek waarin d.m.v. een ‘Brede intake aan de hand van een vast format de achtergrond, leefsituatie en wensen en behoeften van statushouders in beeld worden gebracht. Desgevraagd vertellen klantbegeleiders dat het per statushouder verschilt of een tolk wordt ingezet in het eerste, en de daaropvolgende gesprekken. Klantbegeleiders raadplegen informatie van COA in het Taakstellingsvolgsysteem (TVS) om in te schatten of een tolk nodig zal zijn.

naar het gedrag in de klas en het omgaan met klasgenoten. Je krijgt er dus een verhaal bij en dan kun je samen met je eigen indruk van de klant er een geheel van maken.” (Groepsinterview klantbegeleiders)

De klantbegeleiders benadrukken dat zij de eindrapportage benutten om uiteindelijk, in gesprek met de statushouder, te komen tot een beslissing over de te volgen route. In hun ervaring ‘klopt’ het advies in de eindrapportage van de Taalstart in verreweg de meeste gevallen. Het komt af en toe voor dat een statushouder het niet eens is met het gegeven advies. Volgens de geïnterviewde klantbegeleiders kan hier een misverstand met een taaldocent over de keuze voor een leerroute aan ten grondslag liggen. Maar het komt ook af en toe voor dat een statushouder een andere route wil doen dan in het advies wordt genoemd.

“ Ik heb wel eens gehad dat een klant de B1-route geadviseerd werd en dat hij naar de

Geïnterviewde klantbegeleiders vertellen dat er soms naast de inburgeraar ook nog andere mensen bij (het eerste gesprek in het kader van) de Brede intake aanwezig zijn. Dit is het geval als sprake is van meerdere gezinsleden die moeten inburgeren. Ook neemt men soms een familielid of vriend(in) mee om te tolken. Het komt ook voor dat iemand van VluchtelingenWerk meekomt.

o-route wilde, ook omdat hij met vrienden had gesproken die in de onderwijsroute zaten. Ik denk dat zij op hem ingepraat hadden en de klant vond zelf dat hij het hoge tempo wel aan zou kunnen. Dan moet je in gesprek gaan en kijken: “Waar ligt de motivatie, waarom denk je dat deze route bij jou past?” en hem uitleggen waar de verschillen en de risico’s liggen.” (Groepsinterview klantbegeleiders statushouders)

De geïnterviewde klantbegeleiders vertellen dat zij doorgaans twee face to face gesprekken voeren in het kader van de Brede intake.

“ Ik voer zelf meestal twee gesprekken. In de eerst gaat het om de kennismaking en de

start van de Brede intake. In het tweede gesprek – als de Taalstart klaar is – dan gaat de afspraak over het opstellen van het PIP. En tussendoor is er vaak nog wel contact via de telefoon of via WhatsApp.” (Groepsinterview klantbegeleiders)

Zoals bovenstaand voorbeeld laat zien, gaan klantbegeleiders met de statushouder in gesprek om meer uitleg te geven over de inhoud van de routes en de mogelijkheden van de statushouder. Klantbegeleiders geven aan dat het niet vaak voorkomt, maar als klantbegeleider en statushouder het niet eens worden, dan is het uiteindelijk de klantbegeleider die beslist. Het PIP is een beschikking waartegen een inburgeringsplichtige bij de gemeente bezwaar kan aantekenen.[55]

55

Zie Tweede Kamer der Staten-Generaal (2020). Memorie van Toelichting. Regels over inburgering die in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering 2.). 35483, nr. 3. p.27.

35

Bij Brede intake en opstellen PIP zijn lange wachttijden goeddeels opgelost Geïnterviewde klantbegeleiders vertellen dat het op dit moment redelijk lukt om het PIP binnen de gestelde termijn van tien weken op te stellen, omdat de doorloop naar de Taalstart nu meestal vlot verloopt. Voor de daadwerkelijke start in de leerroutes zijn er vaak wel wachtlijsten, zo vertellen de geïnterviewde klantbegeleiders. En door de overgang in de gemeente naar een nieuw ICT-systeem, konden taalaanbieders enige tijd geen informatie raadplegen over wie was aangemeld (voor welke route/aanbieder). Ook hierdoor ontstond vertraging. Ook bij het toewijzen van een consulent van VluchtelingenWerk voor maatschappelijke begeleiding is sprake (geweest) van (lange) wachttijden. Als dit het geval is, dan verwijzen klantbegeleiders statushouders waar nodig door naar het Buurtteam. Maar als er nog geen consulent van VluchtelingenWerk beschikbaar is, betekent dit ook dat zijzelf tijdelijk meer taken op zich nemen.

Ervaringen van statushouders Het kennismakingsgesprek in het kader van de Brede intake We hebben aan de geïnterviewde statushouders gevraagd hoe het kennismakingsgesprek met de gemeente in het kader van de Brede intake is verlopen. De ervaringen met de kennismaking zijn vaak positief. Het gesprek is een eerste gelegenheid om persoonlijk kennis te maken met de klantbegeleider en (meer) informatie te ontvangen over inburgeren, de te ondernemen stappen en het tijdpad wat daarbij hoort.

“ Ze vertelde me over de school waar ze me had ingeschreven, Danner & Danner. Ze

“ Ik vond dat mijn klantbegeleider wel een goed beeld kreeg van mijn situatie. Ze maakte een groot schema op papier met de drie mogelijke inburgeringsroutes. Ze schreef per route op wat de voorwaarden en eisen waren, en ook de moeilijke punten. Daardoor wist ik goed waar ik aan toe was.” (Syrische vrouw, 20-25 jaar, Onderwijsroute HvA, twee jaar bezig met inburgeren)

Ook benoemen diverse statushouders dat zij het fijn vonden dat de klantbegeleider het kennismakingsgesprek snel heeft opgevolgd, vaak door een bericht via WhatsApp te sturen.

“ Na het gesprek stuurde ze me een gedetailleerd bericht in het Engels. Ze legde alles

uit, zoals wanneer de school begint, en hoe we via WhatsApp kunnen communiceren.” (Jemenitische man, 30-35 jaar, bezig met de Taalstart)

Maar een deel van de geïnterviewde statushouders heeft geen onverdeeld positieve ervaringen met het kennismakingsgesprek. Vaak heeft dit te maken met het gegeven dat men lang moest wachten op (een opvolging van) het gesprek.

“ De klantbegeleider die ik sprak, is daarna vertrokken naar een andere baan. Tijdens het gesprek vertelde ik dat ik wilde studeren en wilde beginnen met inburgeren, maar dat gebeurde niet. Alles duurde veel te lang”. (Syrische man, 30-35 jaar, B1-route, twee jaar bezig met inburgeren)

legde uit wat er zou gebeuren en wat ik zou studeren. Daarna hebben we een vervolgafspraak gemaakt om te praten over hoe de lessen gaan.” (Jemenitische man, 35-40 jaar, bezig met de Taalstart)

Diverse geïnterviewden hebben genoemd dat bij het kennismakingsgesprek een tolk aanwezig was. Maar een aantal vertelt dat een tolk ontbrak, en dat dit ervoor zorgde dat men de informatie niet (helemaal) begreep.

“ Ik had het gesprek samen met mijn man. De klantbegeleider vroeg hoe het ging met

“ Ik begreep ongeveer vijftig procent van het gesprek, omdat het in het Nederlands

onze kinderen, de woning, en gaf uitleg over financiële ondersteuning. Het gesprek was prettig en duidelijk.” (Syrische vrouw, 55+, Z-route, één jaar bezig met inburgeren)

Desgevraagd vertellen diverse statushouders dat de klantbegeleider hen begreep en in het eerste gesprek veel uitlegde over de inburgeringsroutes.

was. Ik sprak een beetje Nederlands en Engels. Er waren dingen die ik niet begreep, dus zei ik meestal: “Ja” om het af te handelen. Er waren dingen die ik begreep, en dingen die ik niet begreep, maar uiteindelijk ging het wel.” (Jemenitische man, 30-35 jaar, bezig met de Taalstart)

Een aantal geïnterviewden vertelt dat zij al in het azc waar zij verbleven, hebben kennisgemaakt met de gemeente, vaak in het kader van de aanstaande huisvesting.

36

“ Het eerste gesprek was toen we nog in het AZC waren. We hebben een afspraak

“ Het was lang, maar gelukkig niet té lang. We woonden eerst bij mijn vader. Er was

Slechts een enkeling vertelt dat in een gesprek in het azc is gesproken over de mogelijkheid om vroeg te starten met inburgeren. Dit werd zeer gewaardeerd.

De grote meerderheid van de geïnterviewden antwoordt dat voor hen de start van het inburgeren niet op een goed moment kwam. Men vindt het doorgaans (veel) te lang hebben geduurd voordat men kon starten. Voor een deel is dit te wijten aan het gegeven dat álle wachttijd – dus ook die in het kader van de asielaanvraag, de beoordeling door de IND, de huisvesting, etc. – bij elkaar optelt. Als men start met inburgeren, is men doorgaans al een flinke tijd in Nederland.

gemaakt. We wisten dat we waren toegewezen aan de gemeente Amsterdam. De consulent kon Tigrinya spreken en vertelde ons dat we een huis hadden gekregen in Amsterdam en dat we € 1.200 kregen. Als we extra nodig hadden, konden we een lening krijgen om het huis verder in te richten. In dat gesprek hebben we vooral gepraat over geld en het inrichten van het huis.” (Eritrese vrouw, 45-50 jaar, Z-route, net begonnen met inburgeren)

“ Ik was in het AZC. Toen ik mijn verblijfsvergunning had ontvangen, kwam er iemand

van de gemeente langs. Ik ontmoette hem, hij was heel goed. Hij hielp me met alles, zelfs met persoonlijke dingen. Hij luisterde goed en gaf goede uitleg over de inburgering. We hadden met drie personen een gesprek. Hij vroeg of we wilden beginnen met inburgering. Ik zei: “Ja”. Hij liet ons kiezen of we wilden beginnen met inburgering. Voor mij was het een goed moment, ik wilde meteen beginnen met taal.” (Syrische man, 35-40 jaar, Onderwijsroute HvA, vijftien maanden bezig met inburgeren)

Eén geïnterviewde vertelt vanuit het azc contact te hebben gezocht met de gemeente om te vragen of starten met inburgeren mogelijk was. Dat bleek niet het geval.

“ Ik heb tijdens het verblijf bij COA een e-mail gestuurd. Ik wilde zo snel mogelijk

geen tijd voor school omdat het huis klein was. We moesten veel dingen regelen en ik was druk met familie. Na een paar maanden kregen we een groter huis. Mijn broer begon met school. Dus de tijd was voor mij prima, want ik was druk met familie en het huis.” (Syrische man, 20-25 jaar, bezig met de Taalstart)

Maar daarnaast vertelt een flink deel van de geïnterviewden dat zij erg lang hebben gewacht op hun eerste kennismakingsgesprek.

“ Ik heb mijn huis gekregen en na twee of drie maanden heb ik zelf gebeld en gevraagd wanneer de gemeente contact op zou nemen. Ze zeiden dat er veel drukte was. Dat het nog niet bekend was en nog een tijdje zou duren. Het duurde vier tot vijf maanden voordat mijn klantbegeleider mij uitnodigde naar de gemeente te komen. Zonder klantbegeleider kon ik de cursus niet beginnen.” (Turkse man, 30-35 jaar, B1-route versneld, één jaar bezig met inburgeren)

beginnen met mijn inburgeringsproces en de cursus volgen. Maar ze reageerden negatief. Ze wilden mij niet laten beginnen. Ze zeiden dat ze niet genoeg klantbegeleiders hadden.” (Turkse vrouw, 30-35 jaar, B1-route versneld, twee maanden bezig met inburgeren)

Lang moeten wachten heeft tot gevolg dat men niet kan starten met taallessen. Diverse geïnterviewden vinden het heel spijtig dat zij – ondanks dat zij al enige tijd in Amsterdam verblijven – nog niet goed Nederlands hebben kunnen leren.

Wachttijd tot de start van de inburgering Zoals ook al hierboven is aangesneden, hebben veel geïnterviewden verteld over de wachttijd voordat zij konden starten met inburgeren. Wij vroegen of voor hen de start van het inburgeren op een goed moment kwam. Een klein deel is positief: men vindt dat men betrekkelijk snel werd opgeroepen voor een kennismakingsgesprek, of dat men vlot kon starten met de Taalstart. Een korte tijd wachten is ook niet erg, en biedt de gelegenheid om te settelen en even tot rust te komen, zo vertellen enkele statushouders.

heb altijd aan mijn consulent gevraagd waarom ik niet mocht starten, maar ik kreeg geen antwoord. Door die vertraging had ik al verder kunnen zijn, maar dat kon niet. Nu heb ik een nieuwe begeleider en dankzij haar kon ik eindelijk beginnen. […]. Ik zou al een andere fase hebben bereikt, maar vanwege de achterstand ben ik nog steeds op een beginniveau.” (Eritrese vrouw, 45-50 jaar, Z-route, net begonnen met inburgeren)

“ Ik woon al drie jaar in Amsterdam en ik ben pas twee weken geleden begonnen. Ik

37

“ Sommige klanten zijn meer hulpbehoevend. Dus die spreek je vaker, en die wil je zien op

Geïnterviewden hebben ook andere gevolgen genoemd van lang moeten wachten voordat men met inburgeren kon beginnen. Thuiszitten zonder zinnige dagbesteding, leidt tot (mentale) problemen, moedeloosheid en een gebrek aan motivatie.

kantoor. Ik beoordeel klanten op hun zelfredzaamheid en als dat goed is, dan vind ik het niet nodig om constant op kantoor af te spreken. We kunnen dan prima contact houden via de telefoon of WhatsApp of als er bijzonderheden zijn tijdens de lessen. Als we via de taalschool een bericht krijgen dat een klant een x aantal uren heeft gevolgd, dan kun je de klant uitnodigen en aan de hand daarvan in gesprek gaan.” (Groepsinterview klantbegeleiders statushouders)

“ We hebben een jaar thuisgezeten zonder iets te doen. Dat was heel moeilijk en zwaar.

We hebben ook een zoon van achttien jaar oud. Hij doet nu ook niks, en daardoor krijgt hij stress. Waar moet hij zijn tijd aan besteden? Zonder werk of studie gaat hij alleen maar achteruit. […]. Als je wilt weten hoe je verder moet in Nederland, moet je de taal leren, kunnen lezen en je weg weten. Zonder onderwijs kom je niet verder.” (Eritrese vrouw, 45-50 jaar, Z-route, net begonnen met inburgeren)

“ Ik wachtte te lang, bijna een jaar. Toen ik eindelijk begon, was dat wel een goed moment, maar het had veel eerder moeten gebeuren. Ik had geen motivatie meer en was moe van het wachten.” (Syrische man, 30-35 jaar, B1-route, twee jaar bezig met inburgeren)

Handhaving: uitgaan van vertrouwen en intrinsieke motivatie van de inburgeraar Desgevraagd vertellen klantbegeleiders dat het af en toe voorkomt dat de voortgang stokt. Dit kan allerlei oorzaken hebben. Een voorbeeld hiervan is als er iets aan de hand is met familieleden elders. Men kan zich dan tijdelijk niet goed op de inburgering concentreren. In verreweg de meeste gevallen lukt het klantbegeleiders naar eigen zeggen om statushouders weer op het goede spoor te krijgen.

“ Ik heb wel waarschuwingsgesprekken gehouden of een driegesprek met de andere collega

Tot slot vertelt een aantal geïnterviewden dat na lang wachten en lege dagen, de overgang naar het volgen van intensieve inburgeringslessen groot is.

In dit tweede deel van deze paragraaf bespreken we de ervaringen met de begeleiding door klantbegeleiders gedurende de inburgeringstermijn. Voor dit deel van de paragraaf is (naast de eerdergenoemde groepsinterviews met statushouders en klantbegeleiders) ook gebruik gemaakt van informatie uit een groepsinterview met gemeentelijke professionals die betrokken zijn bij het onderwerp statushouders en werk. Het ging om een teammanager afdeling Inburgeraar en Taal, een beleidsadviseur en Regionale verbinder, de projectleider Startbanen, een senior accountmanager WSP en een projectleider programma Migratie, asiel en ongedocumenteerden. Begeleiding is maatwerk Na het vaststellen van het PIP onderhouden klantbegeleiders contact met de statushouders, doorgaans per Whatsapp of telefoon. De klantbegeleiders stemmen hun begeleiding af op de behoefte van de statushouder: sommigen hebben meer, en anderen minder aandacht nodig. Via de voortgangsrapportage die de taalaanbieders invullen in het gemeentelijk ICT systeem, kunnen klantbegeleiders zien hoe de voortgang vordert.

erbij. Om gewoon duidelijk te zijn in mijn verwachting en duidelijkheid te scheppen bij de klant en te kijken waar het probleem ligt.” (Groepsinterview klantbegeleiders statushouders)

Als het lastig is om contact te krijgen met een statushouder, dan kan ook een huisbezoek worden ingezet, om te kijken wat er aan de hand is. En inmiddels is er een uniforme werkwijze voor handhaving.[56] Uitgangspunt daarin is dat sanctioneren als laatste redmiddel wordt gezien om de inburgeraar te bewegen om te voldoen aan de voor hem of haar geldende verplichtingen. In Amsterdam wordt uitgegaan van vertrouwen en wordt verwacht dat inburgeraars zich naar vermogen inzetten om te slagen voor hun inburgeringsexamen. De klantbegeleider heeft een belangrijke rol bij het positief stimuleren van de inburgeraar. Tot nu toe hebben de geïnterviewde klantbegeleiders niet meegemaakt dat er boetes zijn opgelegd. Dit wil men graag vermijden, en dat lukt tot nu toe. Klantbegeleiders sluiten echter niet uit dat dit in de toekomst wel vaker zal gaan voorkomen, nu meer statushouders aan het einde van hun inburgeringstermijn komen.

56

Deze is vastgelegd in het Handhavingskader Wet inburgering 2021 van de gemeente Amsterdam.

38

Sturen op de combinatie van taallessen en participatie Klantbegeleiders vertellen desgevraagd dat de combinatie van taallessen en participeren in de Z-route voornamelijk bij de taalaanbieder, VluchtelingenWerk en NewBees is belegd. Klantbegeleiders kunnen via het gemeentelijk ICT-systeem de voortgang volgen, maar hebben hiermee verder weinig bemoeienis. Bij de statushouders die de B1-route volgen, is dat anders. Klantbegeleiders vertellen dat zij vooral kijken naar de wensen en de mogelijkheden van statushouders als het om participatie-activiteiten, zoals deelname aan activiteiten in de buurt, vrijwilligerswerk, of betaald werk gaat.

“ Ik denk dat wij bij elke klant wel een beetje maatwerk moeten leveren. Ik ga uit van de inburgering en ik heb het graag dat iemand daar iets naast doet. Maar: wat niet gaat, dat gaat niet. En als ik weet dat iemand die een extra activiteit gaat doen, kan gaan uitvallen bij de inburgering, dan kan ik weer opnieuw beginnen. Soms moet eerst het ene afgemaakt worden voordat het andere kan beginnen. Soms hebben ze wat hulp nodig. En soms moet je laagdrempelig beginnen.” Groepsinterview klantbegeleiders statushouders)

Sinds enige tijd kunnen klantbegeleiders gebruikmaken van een afwegingskader inburgering en werk. Uitgangspunt is dat dualiteit altijd wordt nagestreefd en dat wordt verkend of parttime werken en inburgeren samen kunnen gaan. Maar, zoals ook in bovenstaand citaat is toegelicht: maatwerk staat voorop. Klantbegeleiders werken samen met, of verwijzen naar diverse organisaties in de stad, zoals de vrijwilligerscentrale of de Buurtteams. Ook met de organisatie BOOST wordt samengewerkt aan het creëren van participatiemogelijkheden voor statushouders. [57] Als een statushouder aangeeft te willen gaan werken, is het mogelijk om een jobhunter die specifiek voor statushouders werkt, in te schakelen. En binnen het Werkgeversservicepunt werken adviseurs die matches kunnen maken tussen werkzoekenden en werkgevers, en werkgevers informatie kunnen geven over bijvoorbeeld subsidieregelingen.[58] Klantbegeleiders merken overigens op dat potentiële werkgevers vaak eisen stellen aan de taalbeheersing, en dat het daarom niet altijd mogelijk is om iemand (al) naar werk te begeleiden. Binnen het programma Amsterdamwerkt! kunnen Amsterdamse werkzoekenden (waaronder statushouders) werkervaring opdoen in een leerstage bij de gemeente, of een werkgever.[59] 57

BOOST Amsterdam.

58

Werkgeversservicepunt Groot-Amsterdam - Sociaal Werkkoepel Amsterdam.

59

Amsterdamwerkt! - Gemeente Amsterdam.

Bij deelname aan allerlei participatie-activiteiten en het starten met (betaald) werk is het overigens belangrijk dat randvoorwaarden op orde zijn, zo voegen klantbegeleiders toe. Als er bijvoorbeeld geen kinderopvang (formeel of informeel) beschikbaar is, lukt ‘participeren’ niet goed.

“ De wachttijden in Amsterdam verschillen per stadsdeel. Maar het is zeker zo dat dingen

kunnen vertragen of stuklopen omdat je soms negen tot twaalf maanden moet wachten op een [kinderopvang]plek. Wat lastig is, is dat je niet officieel kunt aanmelden bij kinderopvang als je nog geen werk hebt. De voorschool is soms wel een oplossing. Dat is voor iedereen toegankelijk. Maar daar zit je weer met een beperking, want het is een halve dag. Dus dan kunnen mensen maar een halve dag werken. Dat is een uitdaging.” (Groepsinterview werk)

(Faciliteren van) de combinatie van inburgering en betaald werken is uitdagend In zowel het groepsinterview over statushouders en werk en het groepsinterview met klantbegeleiders van statushouders is benoemd dat het stimuleren of faciliteren van het combineren van inburgering met betaald werk niet altijd gemakkelijk is. Vaakst genoemde belemmering is dat er voor statushouders in de praktijk maar weinig mogelijkheden zijn om avondlessen en lessen in het weekend te volgen. Als er meer flexibel taalaanbod beschikbaar was, dan zou dit een uitkomst kunnen zijn voor werkenden en statushouders met zorgtaken. Klantbegeleiders tekenen hierbij wel aan, dat dit niet voor alle inburgeraars zal gelden, omdat het combineren van inburgeren met betaald werk voor sommigen een te zware belasting zal zijn.

“ Er is een aantal routes ingekocht en het lijkt alsof we de klant daarin moeten proppen of

voegen. Eigenlijk moeten de taalaanbieders nóg flexibeler zijn. Als klanten moeten werken, dan zijn avondlessen eventueel een optie, maar het is dan pittig om ‘s avonds ook nog naar school te gaan. Een mogelijkheid zou ook zijn om les op zaterdag te volgen, maar er daar is nu geen aanbod voor […]. Het lijkt alsof de klant flexibel moet zijn terwijl de dienstverlening vast staat, maar het zou andersom moeten zijn.” (Groepsinterview klantbegeleiders statushouders)

In het groepsinterview met betrokkenen bij het onderwerp statushouders en werk wordt hieraan toegevoegd dat het wettelijk kader van de Wi2021 zélf soms het combineren van inburgering met betaald werk in de weg zit.

39

Op dit moment is het hebben van betaald werk geen grond voor het verlengen van de wettelijke inburgeringstermijn. Inburgeraars zijn mogelijk huiverig om betaald werk te verrichten, als zij hiermee het risico lopen dat zij niet slagen voor de inburgering binnen de gestelde termijn. Als er wél verlenging op basis van betaald werk mogelijk zou zijn, dan zouden meer inburgeraars (durven) starten met betaald werk als zij nog aan het inburgeren zijn, zo is de gedachte.[60] Een gebrek aan flexibiliteit in het inburgeringsaanbod We hebben in het groepsinterview met klantbegeleiders de vraag besproken of het, naar inzicht van de klantbegeleiders, lukt om voor alle statushouders een passend inburgeringsaanbod te realiseren. Klantbegeleiders vertellen dat zij door het leveren van maatwerk in de begeleiding het goed aansluiten op de behoeften, maar ook de (ontwikkel)mogelijkheden – een eind komen, maar dat het niet voor elke statushouder lukt om een passend aanbod te realiseren. Er zijn beperkingen in het ingekochte aanbod én in de Wet inburgering 2021, zo vertellen klantbegeleiders. Naast de hierboven benoemde beperkte mogelijkheden voor avond- en weekendlessen, signaleren klantbegeleiders ook dat het volume en het tempo van de aangeboden taallessen in de verschillende routes, niet voor iedereen passend is.

Zo hebben sommige statushouders in de B1 mbo route behoefte aan intensievere taallessen om binnen een jaar op het benodigde B1 niveau te komen (om in te kunnen stromen in een entree of mbo2 opleiding). Als een statushouder in de B1 mbo route om méér taallessen vraagt, dan kan dit op dit moment eigenlijk niet binnen de B1 mbo route, maar zou men moeten overstappen naar de B1-route. Daarnaast zijn er statushouders die graag in het begin, bijvoorbeeld het eerste half jaar, helemaal ondergedompeld willen worden in de taal, zodat zij een goede basis hebben en daarna in een minder intensief traject verder kunnen (wellicht in combinatie met betaald werk). Ook dat is in de huidige situatie niet goed mogelijk.[61]

60

61

Inmiddels zijn er wijzigingen hieromtrent voorgesteld in de Regeling Inburgering 2021 (RI2021). Door de val van het kabinet in juni 2025 loopt de besluitvorming over wijzigingen in de Regeling Inburgering 2021 vertraging op. In deze wijziging is onder meer een aantal nieuwe verlengingsgronden voorgesteld. Dan zou verlenging mogelijk worden gemaakt voor inburgeraars die tenminste 32 uur per week werken gedurende minimaal 6 aaneengesloten maanden tijdens de inburgeringstermijn. De resultaten van de internetconsultatie over de wijziging van de Regeling inburgering worden momenteel verwerkt door het ministerie van SZW. Na verwerking wordt de wijziging voorgelegd aan de nieuwe bewindspersoon, staatssecretaris van Participatie en Integratie Jurgen Nobel. Zie Wijziging Regeling inburgering inzake verlengingen | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl

Dat elke route is ingekocht bij een enkele taalaanbieder heeft daarnaast als nadeel dat een statushouder die om wat voor reden dan ook er niet uitkomt, met de taalaanbieder (bijvoorbeeld vanwege een conflict) nergens anders heen kan. Tot slot noemen geïnterviewde klantbegeleiders dat de condities om deel te nemen aan de Vroege start azc niet optimaal zijn: de mogelijkheden om rustig huiswerk te maken zijn veelal afwezig. Dit kan reden zijn voor statushouders in de opvang om hieraan niet deel te nemen.

Ervaringen van statushouders Begeleiding door de klantbegeleiders In de groepsinterviews met statushouders hebben we gesproken over hun ervaringen met de begeleiding door de klantbegeleider. Hoe verloopt dit en draagt de begeleiding ertoe bij dat men goed kan inburgeren? Veel geïnterviewden vertellen dat zij positieve ervaringen hebben met de klantbegeleider en de begeleiding die zij of hij geeft. De begeleiding is vaak persoonlijk en betrokken.

“ Mijn klantbegeleider is duidelijk. Ze stuurt mij berichten wanneer ze afwezig is en geeft

dan ook het nummer van een collega die ik kan bereiken. Dat vind ik heel fijn. Ook vraagt ze regelmatig hoe het gaat met mijn studie en examens. Ze volgt me actief.” (Syrische vrouw, 20-25 jaar, B1 mbo route, anderhalf jaar bezig met inburgeren)

Diverse geïnterviewden vertellen dat zij de klantbegeleider als een grote steunpilaar zien.

“ Mijn klantbegeleider helpt mij goed om succesvol in te burgeren. Dankzij hem kan

ik meer naar buiten, ik begrijp de regels beter, en ik voel me veiliger. Vroeger was ik in een moeilijke situatie met huiselijk geweld. Nu krijg ik steun en begeleiding. Hij geeft mij kracht om verder te gaan. Dat is voor mij een grote hulp bij het inburgeren.” (Syrische vrouw, 40-45 jaar, Z-route, tien maanden bezig met inburgeren)

In diverse groepsinterviews is naar voren gekomen dat geïnterviewden lang hebben moeten wachten voordat zij een klantbegeleider kregen toegewezen. Dit zorgde niet alleen voor lang wachten, maar had ook tot gevolg dat belangrijke zaken niet geregeld werden.

Er wordt in een nieuwe aanbesteding voor 2026-2027 voorzien in het bieden van meer maatwerk in de B1en de Z- route.

40

“ De eerste maanden was er geen klantbegeleider voor mij. Ik moest alles zelf regelen.

“ Wat beter kan, is het begrip voor mijn gezondheid. Ik had serieuze problemen met

Sommige geïnterviewden zijn minder tevreden met de begeleiding die zij krijgen van hun klantbegeleider. Dit geldt vooral voor statushouders die nog niet zo lang bezig zijn met inburgeren, of die (vanwege de taal) meer ondersteuning nodig hebben. Als de afhankelijkheid van informatie of steun van de klantbegeleider groter is, hangt er ook meer van af en is men minder tevreden als iets niet goed verloopt. In die gevallen vindt een klein deel van de geïnterviewde statushouders dat de begeleiding afstandelijk is en procedureel wordt ingevuld.

Tot slot, een enkel geïnterviewden zijn niet zozeer ontevreden over de begeleiding, maar over het feit dat er geen tolk wordt ingezet. Dit maakt het lastig om goed te communiceren en elkaar te begrijpen.

“ In het begin kreeg ik geen duidelijke begeleiding. Nu is het iets beter. Maar ik voel

“ De klantbegeleider helpt ons goed. Maar om echt beter te worden en alles goed te

Een enkeling voegt toe dat de begeleiding niet flexibel is: afspreken buiten werktijden is niet mogelijk en het contact moet altijd plaatsvinden bij de gemeente.

Ervaringen met het combineren van inburgering en werk We hebben geïnterviewden gevraagd naar het combineren van de inburgering met betaald werk. Op een enkeling in de B1-route en de B1 mbo route na hebben de geïnterviewden ten tijde van het interview geen betaald werk. Een klein aantal vertelt wel betaald werk te hebben gehad, maar hiermee te zijn gestopt, voornamelijk omdat het traject waarin men zit naar eigen zeggen niet goed te combineren is met werken. Eén respondent moest het werk dat hij had tijdens het verblijf in het azc opgeven toen zij/hij naar Amsterdam verhuisde, omdat de reisafstand te groot was. En één respondent vertelt te zijn gestopt met een bijbaan, omdat de reiskosten vanuit de gemeente door de eigen inkomsten vervielen en het niet loonde om te werken.

Dat moet echt beter. Je voelt je dan alleen gelaten. Het was eerst slecht, maar nu heb ik een nieuwe klantbegeleider en het gaat beter. In de eerste maanden was het chaotisch. Toen ik net een huis kreeg, was er drie maanden lang geen klantbegeleider voor mij. Mijn huur werd niet betaald en ik kreeg boetes.” (Syrische man, 30-35 jaar, B1-route, twee jaar bezig met inburgeren)

nog steeds dat ze alleen afspraken maken, en verder niks. Geen echt plan, geen echte steun. Ze willen gewoon hun werk doen en klaar.” (Syrische man, 30-35 jaar, B1-route, twee jaar bezig met inburgeren)

“ Ik vind het contact niet goed. Ik wil soms afspreken buiten de gemeente of buiten werktijden, maar dat mag niet. Alles moet via het systeem, en dat voelt afstandelijk. Ik wil graag flexibelere afspraken, bijvoorbeeld in een café of op een neutrale plek. Niet alles moet binnen het gemeentegebouw gebeuren. Ook buiten werktijd zou soms handig zijn.” (Iraanse man, 35-40 jaar, B1-route, twee jaar bezig met inburgeren)

En diverse geïnterviewden vinden dat de klantbegeleider onvoldoende rekening houdt met hun gezondheidsproblemen.

mijn handen — mijn huid was heel droog, en het deed pijn. Toch bleef mijn klantbegeleider aandringen dat ik moest werken, zelfs twee dagen per week. Hij zei dat het moest. Dat gaf me zoveel stress dat ik uiteindelijk psychische klachten kreeg. Ik voelde me totaal niet begrepen. Zelfs toen mijn huisarts zei dat ik echt niet kon werken, geloofde mijn klantbegeleider het niet meteen. Hij wilde mij pas geloven als hij mijn handen met eigen ogen zag, dus hij plande een afspraak in om me persoonlijk te zien. Het voelde alsof hij me niet vertrouwde. Ik denk dat hij alleen naar cijfers kijkt, niet naar de persoon.” (Syrische man, 30-35 jaar, Z-route, één jaar bezig met inburgeren)

begrijpen, is het belangrijk dat er een tolk bij de gesprekken is. Zonder tolk missen we soms belangrijke informatie.” (Eritrese man, 50-55 jaar, Z-route, net gestart met inburgeren)

41

De meeste geïnterviewden vinden dat het combineren van inburgeren met betaald werk lastig is. Naast dat hiervoor de tijd ontbreekt, noemen vooral geïnterviewden in de Z-route dat zij nog onvoldoende Nederlands spreken.

“ Ik heb geen baan. Zonder taalbegrip is het moeilijk. Op dit moment kan ik nog niet bedenken welk werk ik zou kunnen doen.” (Eritrese vrouw, 45-50 jaar, Z-route, net begonnen met inburgeren)

“ Ik spreek nog niet genoeg Nederlands. De taal is het enige obstakel. Als ik de taal spreek, is er niks dat me tegenhoudt.” (Syrische man, 25-30 jaar, Z-route, 7 maanden bezig met inburgeren)

Een deel van de geïnterviewden zou overigens wel graag (gaan) werken tijdens hun inburgering. Dat zou hun inburgering kunnen versnellen, zo is de gedachte.

“ Op dit moment heb ik nog geen baan. Ik ben via VWN op zoek naar een training voor

werk. Dit is dus voor het proces na deze opleiding. Om meer betrokken te raken in het sociale leven, zowel om economisch wat meer ademruimte te krijgen als om de integratie te voltooien. Nu gaan we naar school, maar het voelt een beetje alsof we aan de rand staan van de samenleving. Onze omgeving bestaat voornamelijk uit Turken. Als we niet naar school gaan, is er eigenlijk niks. Als we een reguliere baan zouden hebben of een programma buiten school zouden volgen, zouden we ons sneller kunnen aanpassen aan het sociale leven.” (Turkse man, 30-35 jaar, B1-route versneld, 20 maanden bezig met inburgeren)

Diverse statushouders in de onderwijsroute vertellen dat zij een bijbaan willen als zij aan hun opleiding beginnen. Zij schatten in dat zij hier – na het drukke taalschakeltraject – tijd voor zullen hebben. Bovendien hoeven ze dan niet, of minder te lenen bij DUO.

“ Iedereen die ik spreek en die ik vraag: “Moet ik lenen of moet ik werken?” zegt dat

je kunt lenen, maar dat het beter is om te werken. Dan hoef je dat later niet terug te betalen. En als je later wilt lenen voor een huis, dan is dat ook gemakkelijker.” (Turkse man, 20-25 jaar, Onderwijsroute, 1 jaar bezig met inburgeren)

3.7.

Conclusies

In dit hoofdstuk stonden we stil bij de ervaringen met de (uitvoering van) taken die de gemeente heeft in het inburgeringstraject van statushouders en de wijze waarop hierin wordt samengewerkt met partners. Hieronder bespreken we de belangrijkste bevindingen ten aanzien van de Vroege start, de Taalstart, het financieel ontzorgen, de maatschappelijke begeleiding en de begeleiding door de dedicated klantbegeleider. Een selecte groep statushouders start met inburgeren vanuit een COA locatie Om praktische redenen (reisafstand/tijd) nemen vooral statushouders die in een Amsterdamse COA locatie verblijven deel aan de Vroege start. Op deze locaties wordt voorlichting gegeven en worden door speciale klantbegeleiders intakes afgenomen. Volgens betrokkenen zijn het vooral jongeren en theoretisch opgeleide mensen die deelnemen aan de Vroege start. In de groepsinterviews met statushouders heeft een klein aantal statushouders met dit profiel genoemd dat zij met inburgeren zijn gestart terwijl zij nog op een COA locatie verbleven. Deze personen zijn hier enthousiast over. Betrokkenen bij de organisatie van de Vroege start geven aan dat het lastiger is om personen die geen of weinig onderwijs hebben genoten en vrouwen te motiveren voor deelname aan de Vroege start, vooral als men (jonge) kinderen heeft, die ook op de locatie verblijven.

Nu betaald werken vanuit de opvang, onder andere via het project Startbanen, meer wordt gestimuleerd merken betrokkenen bij de Vroege start dat sommige statushouders liever betaald aan de slag gaan en het inburgeren willen uitstellen totdat zij in de gemeente wonen. Kortom, het aanbod om al vanuit het azc te starten met inburgeren lijkt vooralsnog een specifieke groep statushouders aan te spreken. Doel van de Taalstart niet altijd helder, meer differentiatie in het traject gewenst De Taalstart is bedoeld als een eerste stap in het inburgeringstraject, als aanvulling op de landelijke leerbaarheidstoets, waarin taalvaardigheid, leerbaarheid en oriëntatie op routes worden verkend. Uit ervaring van statushouders komt naar voren dat er verschillende beelden bestaan over het doel van de Taalstart. Is het primair een traject gericht op taalverwerving, zoals de naam suggereert, of is het traject bedoeld om tot een afgewogen beslissing voor de meest passende leerroute te komen? Een deel van de statushouders ervaart de Taalstart als een waardevolle herstart na een periode van inactiviteit, met aandacht voor persoonlijke ontwikkeling, oriëntatie op onderwijs en participatie, en sociale interactie. Vooral deelnemers aan de Z-route waarderen de Taalstart als een laagdrempelige kennismaking met de Nederlandse taal. Tegelijkertijd geven sommige deelnemers

42

aan de B1- en onderwijsroute aan dat de Taalstart voor hen weinig toevoegt en beter vervangen kan worden door een gerichte niveautest. Ook wordt de herhaling van intakes als inefficiënt ervaren. Ondanks dat naar niveau gedifferentieerde groepen worden ingericht, vindt een deel van de statushouders dat grote verschillen in taal- en leerniveau binnen de groep het leerproces belemmeren. Daarnaast ervaren sommige deelnemers ongelijkheid in ondersteuning, bijvoorbeeld door het ontbreken van tolken voor bepaalde taalgroepen. Kortom, het lijkt erop dat het doel en de werkwijze van de Taalstart vooraf onvoldoende wordt toegelicht of begrepen. De ‘versnelde intake’ van een halve dag (waarin de leerbaarheidstoets en andere toetsen worden afgenomen en de wens om een opleiding te volgen wordt besproken) lijkt niet (vaak) te worden toegepast. Het aanbod voor het versterken van de financiële redzaamheid van statushouders bereikt slechts een klein deel van de statushouders die financieel worden ontzorgd Het financieel ontzorgen houdt in dat de gemeente gedurende de eerste zes maanden vaste lasten zoals huur, zorgverzekering en energie rechtstreeks betaalt vanuit de bijstandsuitkering. Dit heeft tot doel om statushouders schuldenvrij te houden tijdens de inburgeringsperiode. Dit geeft statushouders rust en ruimte om zich te richten op hun inburgering.

Daarnaast zet de gemeente in op het vergroten van de financiële redzaamheid van statushouders door middel van voorlichting, training en persoonlijke begeleiding. Streven is dat statushouders in staat zijn om zelf hun administratie en financiën te beheren of dat zij weten waar zij hiervoor om hulp kunnen vragen. In de praktijk worden bijna alle statushouders ontzorgd. Voor kwetsbare groepen is verlenging mogelijk, en er wordt maatwerk geboden via budgetbeheer, coaching en aanvullende ondersteuning. De ervaringen van statushouders zijn overwegend positief: zij waarderen de rust en bescherming die het ontzorgen biedt. De (administratieve) overgang van het ontzorgen naar zelfstandig betalen gaat nog niet altijd goed. Nu het voor asielzoekers en statushouders in de centrale opvang gemakkelijker is geworden om te werken, zullen naar verwachting meer statushouders die gehuisvest worden in de gemeente nog geld moeten terugbetalen aan het COA. De eigen bijdrage die werkende azc bewoners moeten betalen voor hun opvang, wordt niet altijd tijdig verrekend, zodat statushouders met een schuld naar de gemeente verhuizen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16418205/1