20260218 Verslag Gemeenteraad middag
Tekst van het document
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Heinhuis voor een vervolgvraag. Het lid HEINHUIS: Ik wil de wethouder danken voor alle inspanningen. Want dit was natuurlijk het gevolg van de motie die wij samen met het CDA hebben ingediend een aantal jaar geleden om echt afspraken te gaan maken met die particuliere verhuursector waar we zo weinig grip op hebben. Want inderdaad, ze zijn belangrijk voor het huisvesten van mensen maar wel dat ze dat op een goede manier doen. Ik vind ook inderdaad iedereen die zich direct aangesproken voelt door allerlei termen, als ze niet op jou toepasbaar zijn, zou ik dat gewoon lekker links laten liggen. Met de nadruk op links natuurlijk. Maar het is wel belangrijk dat die afspraken er komen en daar sta ik nog steeds achter. Want die geest van de motie blijft natuurlijk onverminderd van belang, want we zien dat juist bewoners van particuliere verhuurders vaak in de knel komen te zitten en dat we dan als gemeente heel weinig grip daarop hebben. Dus ik zou de wethouder toch ook willen vragen, ik snap heel goed dat het voor een deel nu buiten haar macht ligt, maar om in de komende weken toch nog na te denken wat kunnen we wel nog doen om deze partijen toch te bewegen. Want het is eigenlijk te belangrijk.
En als het niet via dit overleg kan, dan moeten we misschien nadenken over andere manieren om toch grip te krijgen op die particuliere verhuursector in onze stad. Wethouder PELS: Ja, dat zal ik ook zeker doen. Dus de uitnodiging nogmaals hier ook. Volgens mij kunnen we gewoon tekenen en die bepaling eruit laten, dan zijn we er gewoon en dan bespreken we dat we daar het dan niet over eens worden met elkaar en dan is het volgens mij ook allemaal oké. Dus dat is mijn standpunt. Maar ook als er wel iets anders moet, laten we dat dan bij een nieuw college leggen omdat wij al richting blessuretijd gaan. En terecht vraagt u ook, hoe zetten we eigenlijk nog verder middelen in om dan wel meer grip te krijgen op die woningmarkt. En een van de middelen die we ook op de zeer korte termijn gaan inzetten, waar ik heel erg trots op ben en een volgende stap is in het
21
Jaar
2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 18 februari 2026 Raadsnotulen
R
handhaven van de Wet betaalbare huur, is het actief handhaven op prijzen door ook huisbezoeken af te gaan leggen en mensen te informeren over de huisprijzen die goed zouden zijn met het puntenaantal van de woningen. Om zo ook meer grip te krijgen, maar ook een duidelijk signaal af te geven. Je dient je aan de wet te houden hier en als je dat niet doet, dan zullen wij daar keihard op handhaven. De VOORZITTER sluit het mondelinge vragenuur. 2. Interpellaties en actualiteiten a. Interpellatie van de leden Von Gerhardt, Kreuger, Havelaar, Broersen en Ahmadi inzake tijdig en daadkrachtig handelen voor bewoners Stek Oost Gevoegd behandeld met: 59. Kennisnemen van de artikelen inzake Stek Oost VN2026-001979 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Von Gerhardt. Het lid VON GERHARDT: Voorzitter, ik ben de raad ingegaan omdat ik wil bijdragen aan het geluk van mensen in de stad. En dat geluk zit vaak in gewone dingen, een baan waar je blij van wordt, een huis dat niet alleen een dak boven je hoofd is maar ook echt je thuis en veilig over straat kunnen in je eigen buurt. Maar voor dat geluk heb je wel beleid nodig dat niet alleen op papier goed klinkt maar in de praktijk ook echt werkt. Want daar gaat het uiteindelijk om. Werkt wat wij hier besluiten ook echt voor mensen? En juist daarom raakt Stek Oost mij.
Bij Stek Oost hebben bewoners jarenlang te maken gehad met onveiligheid, intimidatie en incidenten die diep ingrijpen in het gevoel van thuis zijn. Bewoners trokken herhaaldelijk aan de bel, incidenten stapelden zich op en het gevoel van veiligheid brokkelde steeds verder af. Het ging niet om een gebeurtenis, maar om een patroon. En als mensen zich in hun eigen woonomgeving niet veilig voelen, dan hebben wij als gemeente een probleem. En dit debat gaat voor mij niet over studenten versus statushouders, want beide groepen verdienen veiligheid. Beide zijn de dupe geworden van dit beleid. Dit debat gaat over bestuurlijke verantwoordelijkheid, om de vraag heeft het college tijdig en daadkrachtig genoeg gehandeld toen signalen zich bleven opstapelen en is de raad volledig en eerlijk geïnformeerd. Ik wil daarom vier punten langslopen, de veiligheidsvraag, het moment van stoppen, de 30-70-verhoudingen en de informatiepositie van de raad. In de commissie is er gezegd door deze wethouders dat er geen directe veiligheidsaanleiding was voor het verzoek van Stadgenoot om te stoppen met Stek Oost. Maar in diezelfde periode, net daarvoor, zien we onder meer een incident waarbij een mes is getrokken, een melding met het vermoeden van een groepsverkrachting en een bewoner die na een afkoelwoning is overgeplaatst.
Dat zijn geen reguliere beheerskwesties, dat zijn signalen die diep ingrijpen in het veiligheidsgevoel van bewoners. Daarnaast wordt inmiddels gesproken over mogelijke interventie tijdens de zomermaanden. En daarom stel ik het college een fundamentele vraag, wanneer kwalificeert dit college iets als een directe veiligheidsaanleiding waarbij bestuurlijk ingrijpen vereist is? Want als er wordt gesproken
22
Jaar
2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 18 februari 2026 Raadsnotulen
R
over interventies, als bewoners moeten worden overgeplaatst en zulke ernstige incidenten plaatsvinden, hoe kan dan worden gezegd dat er geen directe veiligheidsaanleiding was? Veiligheid is geen bijzaak in een woonproject, veiligheid is de basis. En als deze opeenstapeling niet voldoende is om die basis ter discussie te stellen, wat is dat dan wel? Dan het moment van stoppen. Volgens de tijdlijn en wethouder Pels is op 14 juli 2023 telefonisch aangegeven dat men in deze vorm niet verder kon. In de commissie is gezegd dat het geen verzoek was om te stoppen met het complex als geheel, maar een uiting van zorg over de huidige vorm. Tegelijkertijd zijn er scenario's uitgewerkt en uit de brieven blijkt dat de vier scenario's op tafel lagen. Bij scenario 4, Stek Oost blijft een jongerenlocatie met 30 procent statushouders, staat in de voorbereiding dat Stadgenoot dit niet als optie zag. Toch is uiteindelijk juist voor dit scenario gekozen. En in de stukken lezen we ook dat het voor de gemeente van belang was om te kunnen blijven voldoen aan de wettelijke taakstelling voor de huisvesting van statushouders.
Dan is mijn vraag aan het college, was de keuze voor scenario 4 primair ingegeven door de veiligheid en leefbaarheid op de locatie, of woog het belang van de taakstelling hier zwaarder? En waarom is er voor dit scenario gekozen terwijl de verhuurder dat zelf, en dat staat ook in de stukken van de gemeente, niet zag zitten. Dan het verzoek tot de 30-70-verhouding. Al sinds 2020 lag er een aanbeveling om de samenstelling te heroverwegen. Er werd gesproken over 30-70 als noodzaak, over bijsturing die nodig was en over kleinere locaties. Toch horen wij van het college dat ze nooit bestuurlijk op de hoogte zijn gesteld van een concreet verzoek om die verhouding aan te passen. Maar tegelijkertijd wordt er wel aangegeven dat er ambtelijk signalen zijn geweest dat Stadgenoot de verhoudingen wil wijzigen. En dan is mijn vraag, als bij een locatie waar langdurig incidenten plaatsvinden ambtelijke signalen binnenkomen over een noodzakelijke aanpassing van de samenstelling om de veiligheid van de bewoners te kunnen waarborgen, hoe kan het dan dat het bestuurlijk niet landt? En als dat signaal het college niet bereikt, wat zegt dat dan over de aansturing en betrokkenheid van dit college? Dit raakt direct aan de verantwoordelijkheid die wethouders hebben. Dan de informatiepositie van de raad. Het verzoek tot stoppen is niet actief gedeeld met de raad.
En de tijdlijn bevat niet alle gebeurtenissen die inmiddels bekend zijn. Mijn vraag is, hoe kan de raad dan zijn controlerende taak goed uitvoeren als cruciale signalen en escalaties ons niet bereiken? Waarom is ervoor gekozen om deze informatie niet actief te delen met de raad op een onderwerp dat zo hoog al jarenlang op de politieke agenda staat? Stek Oost laat zien wat er gebeurt als signalen zich opstapelen en bestuurlijke bijsturing onvoldoende of te laat plaatsvindt. Signalering moet leiden tot bestuurlijk handelen. Veiligheid moet prioriteit hebben en de raad moet volledig geïnformeerd worden. Dat zijn geen politieke wensen, dat zijn de randvoorwaarden voor goed bestuur. Dat is de essentie waar wij als raad voor moeten staan. Alleen dan kunnen wij zorgen voor het geluk van alle Amsterdammers. En daarom hoor ik graag van het college, wie wist wat wanneer en waarom is daar niet naar gehandeld? Wanneer werd het voor het college een veiligheidsvraagstuk en geen woonvraagstuk? En waarom is de raad niet volledig meegenomen? De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Berkel. Het lid VAN BERKEL: Wij gunnen bij JA21 iedereen dat hij of zij even naïef is, dat is hoe je leert in het leven en dat is hoe je fouten maakt. En hopelijk leer je ervan, word je wijzer en word je voorzichtiger. Je moet wel, want je kunt niet eeuwig onderuitgaan en er iets van opsteken.
Dit wordt anders als door het gevolg van jouw naïviteit andere mensen
23
Jaar
2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 18 februari 2026 Raadsnotulen
R
onderuitgaan, als andere mensen niet meer naar hun eigen huis durven en als andere, vaak jonge mensen, als gevolg ervan met zelfs seksueel geweld in aanraking komen. En niet één keer, maar weet ik hoe vaak. Dan is het anders, voorzitter. En wat is er precies anders, vraagt u zich af. Kennelijk is het lastig om te leren van je naïviteit als je zelf de gevolgen niet ondervindt. Als je zelf de gevolgen niet voelt, als je zelf niet op de blaren hoeft te zitten, als je zelf niet verder hoeft met de trauma's. En als je zelf de gevolgen niet draagt en je te weinig voelt bij de slachtoffers, welk mechanisme zou dan maken dat je ingrijpt, dat je het vanaf dan anders doet, dat de jonge levens niet in de knop worden geknakt? Voor dit college kennelijk geen enkel. De problemen zijn volkomen voorspelbaar en aantoonbaar al minstens vier jaar bezig. Hoeveel meisjes hebben in de tussentijd met seksueel geweld te maken gehad? Hoeveel nachten hebben jonge mensen niet in hun eigen huis durven slapen? Afgelopen weekend was het weer raak. En nu is er eindelijk beveiliging, maar hoe lang is die er nu? Ik garandeer u, niet zo lang als had gekund. Mijn voorganger, mevrouw Nanninga, vroeg samen met het lid Wijnants al in 2023 om bewakingscamera's en permanente bewaking als er per se moest worden doorgegaan met dit kwaadaardige project, dit experiment.
Het spijt me echt, maar ik kan dit niet anders formuleren. Dit is zo verschrikkelijk wat hier is gebeurd. Wat gaat de wethouder doen om te zorgen dat de slachtoffers van haar of zijn beleid worden geholpen? Heeft ze al gesproken met de slachtoffers? Is ze al thuis geweest bij een jonge vrouw die nu eenmaal is overkomen wat volgens deze wethouder overal voorkomt. Maar niet zo vaak, nee niet zo vaak. Dus het had ook anders gekund. Maar dat is niet gebeurd en iedereen in deze ruimte weet wiens schuld dat is. Het is een schande, een diepe schande voor dit college, voor de Stopera en voor de stad. Dit had niet hoeven gebeuren maar is willens en wetens wel gebeurd. Het deugt niet, het mag niet en het had niet mogen kunnen gebeuren. En toch staan we er hierover te lullen alsof het een grote nare statistiek is die er nu eenmaal bij hoort in Amsterdam. Het spijt me diep dat ik als raadslid dit experiment met jonge vrouwen dat zo is misgegaan niet eerder heb kunnen stoppen. Juist daarom sta ik hier vandaag met een oprechte oproep aan alle partijen, laten we het politieke verschil even opzijzetten en samen kiezen voor medeleven, zorgvuldigheid en vooral ook veiligheid. Ik vraag u om dit experiment per direct te beëindigen en samen te doen wat nu nodig is, rust brengen, beschermen, wat kwetsbaar is en recht doen aan de jonge vrouwen die hiervan nog altijd dagelijks de gevolgen dragen.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar. Het lid HAVELAAR: Mijn eerste punt gaat over de scenariokeuze, het lid Von Gerhardt had het er ook al over. Stadgenoot gaf aan het liefst geen statushouders meer te willen huisvesten. Het college schreef dat er vier scenario's zijn uitgewerkt en dat uiteindelijk alleen scenario 4 is gekozen. En het vertrouwen om daarmee door te gaan kwam vooral door één maatregel, namelijk dat de gemeente het extern beheer over zou nemen. Mijn vraag is, op grond waarvan is eigenlijk scenario 1 uiteindelijk afgevallen? En is bij die afweging de veiligheid van bewoners leidend geweest, of speelden andere overwegingen zoals de taakstelling een grotere rol? Dan mijn tweede punt over de actuele situatie. De brief beschrijft dat het nu rustiger geworden is maar vervolgens lezen we ook weer over recente overlast door verward gedrag, agressieve uitingen richting bewoners en beheerders en dat er nu weer beveiliging ingezet is. Dat is geen rustig complex waar het college nu weer een extra maatregel moet nemen. Hoe verhoudt zich dat tot de stelling dat genomen maatregelen werken? En hoe verhoudt zich dit tot de bevinding, en dan interpreteer ik zelf maar even de stukken uit 2023,
24
Jaar
2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 18 februari 2026 Raadsnotulen
R
hoe verhoudt dit zich tot de bevinding van Stadgenoot zelf dat de reputatie van het complex inmiddels zo slecht is dat het wellicht niet meer te redden is. Hoe ziet het college dat ook in het licht van de richting in 2028. Dat brengt mij namelijk ook bij het volgende punt, de afbouw en de toekomst. Het CDA vroeg in de commissie al of we niet sneller kunnen afbouwen richting 2028. Waarom zouden we dat ook niet doen? Dat lijkt me verstandig. Die vraag staat dus ook nog steeds. Het contract loopt af, de lessen zijn volgens iedereen geleerd bij andere complexen waar het beter gaat en ondertussen is er weer nieuwe beveiliging nodig. Wat is erop tegen om de afbouw te versnellen en wat zijn de mogelijkheden daarvoor? Ten vierde, het CDA heeft in de commissie ook gevraagd naar de stand van zaken bij de overige elf complexen waar eerder zorgen over bestonden. Daar lees ik niets over in de brief en wij willen daar alsnog een antwoord op. Ten slotte, dit debat gaat volgens mij ook over de informatiepositie van het college en de raad, het lid Von Gerhardt had het er al over, en wat het college daar vervolgens mee gedaan heeft. En dan valt mij ook op de rol en de relatie tussen de gemeente en Stadgenoot. Dan lees ik dingen als, bestuurlijk is nooit iets bij ons aan aangegeven.
Maar volgens mij heb je ook bestuurlijk informeel contact met elkaar en in dat hele licht los van je hele bestuurlijke formele kant, vindt het college dat zij voortdurend voldoende op de hoogte geweest is van wat er speelde en daar voortdurend voldoende gedaan heeft om de veiligheid van bewoners te waarborgen? Hoe kijkt het college daarnaar? De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Boersen. Het lid BROERSEN: Laat ik dit debat beginnen met het feit dat ik het eigenlijk ook op basis van het commissiedebat toch walgelijk vind dat sommige partijen dit debat gebruiken om statushouders te demoniseren. Iets waarvoor ze telkens een andere stok zoeken om mee te slaan. Tegelijkertijd vind ik wel dat wanneer we zorgen hebben over veiligheid en informatievoorziening, we dit moeten kunnen benoemen, ook in dit debat. Mijn partij heeft gemengd wonen altijd gesteund en we kennen de voorbeelden op kleinschalige locaties waar het wel goed gaat. Wat wij steeds hebben gezegd is, het kan alleen als de randvoorwaarden op orde zijn, goede begeleiding en stevig sociaal beheer. De reden dat wij hebben ingestemd met dit interpellatiedebat gaat voor ons niet over het ter discussie stellen van gemengd wonen als zodanig. Het gaat over twee dingen, de informatievoorziening aan de raad en de veiligheid van de bewoners van Stek Oost.
Ik heb in de commissie al gezegd dat ik vind dat de raad geïnformeerd had moeten worden op het moment dat Stadgenoot aangaf niet verder te willen in de toenmalige vorm. En ook na de uitleg van de wethouders in dat commissiedebat sta ik nog steeds achter die uitspraak. Nu blijkt uit de brief van afgelopen maandag dat op 14 juli 2023 door de bestuurder van Stadgenoot aan de wethouder is gemeld dat zij het project niet wilde voortzetten in de toenmalige vorm. En dat is geen klein signaal. In 2022 is er al ambtelijk aangegeven de verhoudingen te willen aanpassen en in de brief lezen wij ook dat dit in september 2022 is aangekaart. Als dat ambtelijk al bekend was, dan mag je ervan uitgaan dat dit bij de bestuurder bekend was. Waarom is de raad hier dan niet eerder over geïnformeerd? In de commissievergadering was er ruimte geweest om hier transparant over te zijn. Dat is niet gebeurd en dat betreur ik. En wat ons betreft had dit ook echt anders gekund. Graag een reflectie daarop. Dan het tweede punt, de veiligheid. In de commissie hebben wij nadrukkelijk gevraagd om niet alleen te kijken naar de gemelde incidenten, maar ook naar het subjectieve veiligheidsgevoel. De wethouder heeft toen gezegd dat dit in toekomstige
25
Jaar
2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 18 februari 2026 Raadsnotulen
R
evaluaties wordt meegenomen en daar zijn we heel erg blij mee. Ook in de recente brief komt dit terug. Het stadsdeel is van mening dat de subjectieve veiligheidsbeleving en de objectieve veiligheidsbeleving niet altijd overeenkomen. En ik vind dit een hele belangrijke zin. Want je kunt statistisch minder incidenten hebben en toch een gevoel van onveiligheid laten bestaan. En je kunt zeggen incidenten komen overal in de stad voor, wat formeel misschien klopt. Maar voor bewoners die zich in hun eigen woning onveilig voelen, is dat geen geruststelling. Je kunt pas goed wonen als je veilig woont. En veiligheid is niet alleen een rapport, het is ook een gevoel. Ik hoop dat het belang van subjectieve veiligheid in de toekomst beter zal worden meegenomen en ook urgentie oproept en niet alleen in deze casus. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Ahmadi. Het lid AHMADI: In een sterk gepolariseerde samenleving, kijk maar eens naar het Europees migratiepact of de asielnoodmaatregelenwetten die nu ingevoerd worden, waarin mensen op de vlucht continu tot zondebok gemaakt worden en steeds verder van de samenleving af worden opgesloten in plaats van opgevangen, was Stek Oost en meerdere gemengde wooncomplexen een verademing. Het idee op papier was niet alleen een mooi initiatief dat zorgt voor verbroedering, maar het koppelt statushouders ook aan andere Amsterdammers.
Statushouders die vaak in de asielprocedure van het ene azc naar het andere azc moeten verhuizen door het land heen, met als gevolg dat ze geen banden kunnen opbouwen met anderen, want alles en iedereen is tijdelijk. Geen sociaal netwerk en vaak ontzettend veel eenzaamheid. Het samenbrengen van deze twee werelden is dan ook een ontzettend mooi initiatief. Dat dat anders is gelopen dan aanvankelijk verwacht, is dieptriest. We leven ontzettend mee met alle slachtoffers en bewoners die hebben moeten lijden onder de ontstane situatie, maar voor ons is ook de toekomst hierin van belang. Selectie, ondersteuning en begeleiding zijn sleutelwoorden die kunnen zorgen dat dit soort initiatieven volbrengen wat ermee werd beoogd en dat we geen afstand nemen van een samenleving waar we inzetten op verbroedering en samenleven. Dat alles doet natuurlijk niet af aan wat er mis is gegaan bij Stek Oost, maar we willen het beeld bestrijden dat het alleen maar mis kan gaan, of dat dit ligt aan de mensen die hierbij betrokken waren. Er zijn namelijk heel veel initiatieven waar het wel goed gaat. Onze vragen zijn dan ook gericht op die toekomst en op welke lessen er worden getrokken door het college uit Stek Oost om in de toekomst dit soort initiatieven voort te blijven zetten met de waarborgen die nodig zijn om het voor alle betrokkenen goed te laten verlopen. Het idee is namelijk heel mooi.
En hoewel de uitvoering is misgegaan, betekent dat niet dat hier geen vervolg aan gegeven kan worden door die lessen toe te passen. Onze concrete vragen zijn dan ook of het college zich wil blijven inzetten om gemengde woonvormen op te zetten. Dat zien we namelijk heel graag. En we kennen dit college ook als een betrokken bestuur dat zich bijzonder toegewijd inzet voor alle Amsterdammers en welwillend is om te leren. We zijn dan ook benieuwd naar welke punten zij hebben meegenomen met betrekking tot betere begeleiding, betere psychische ondersteuning en toezicht voor de toekomst. De VOORZITTER schorst de vergadering. De VOORZITTER heropent de vergadering.
26
Jaar
2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 18 februari 2026 Raadsnotulen
R
De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Groot Wassink. Wethouder GROOT WASSINK: Vandaag bespreken we Stek Oost en hoe wij daar ook de afgelopen jaren met elkaar daarin om zijn gegaan. Ik zal dat in verschillende blokjes doen en ik word daarna aangevuld door mijn collega. Ik vond eigenlijk de opmerking van het lid Broersen over veiligheid nogal terecht. Dat ging met name ook over objectieve en subjectieve veiligheid. Iets kan objectief wel veilig zijn of lijken, maar daarmee is dat voor de beleving van bewoners natuurlijk niet per se zo. Ik begrijp dat heel goed en ik vind ook dat dat iets is waar wij ook steeds naar zullen moeten blijven kijken, wat ik ook toegezegd heb om mee te nemen in onderzoeken in de toekomst. In die veiligheid, wat we hebben gezien is dat er de afgelopen jaren, ik ben de afgelopen drie jaar ik geloof vijf keer geïnformeerd over een incident, onder andere een inval die ook in de tijdlijn staat. En dat betekent inderdaad niet dat er niet ondertussen ook nog andere zaken gebeurd zijn. Er is inderdaad ook weleens sprake geweest van bijvoorbeeld verward gedrag, ik zal straks nog iets zeggen over de huidige situatie, en dat kan natuurlijk absoluut een bijdrage leveren of een negatief effect hebben op het woongeluk van een bewoner. Wij hebben die veiligheid altijd belangrijker gevonden dan iets anders.
Dus in die zin de suggestie dat dit een experiment is waar het eigenlijk altijd maar ging om of ideologie ofwel een taakstelling, dat is niet aan de orde. We hebben met elkaar dit afgesproken en ook in de overzichten en in de verschillende debatten die we in de raad met elkaar hierover hebben gevoerd, hebben die veiligheidsmaatregelen ook steeds centraal gestaan. We hebben steeds gemeend in te moeten grijpen met cameratoezicht en met aanvullende maatregelen en in die zin als dan, ik geloof dat het JA21 was die zei ik had dit eerder kunnen eindigen of moeten eindigen of willen eindigen. Dat roept natuurlijk ook wel de vraag op, waarom we in de afgelopen jaren terwijl we steeds over rapportages hebben gepraat, we niet hebben gepraat over stoppen met deze locaties, of dat de incidenten die er toen ook waren, dat dat niet zo is besproken. Dan zou ik over die veiligheid, en dan kom ik daarmee toch uiteindelijk ook op de discussie rond de percentages. Ook wat ons betreft waren de percentages nooit leidend voor de veiligheid. En de focus op die percentages lijkt dat toch wel enigszins te doen. Wij kunnen niet anders dan vaststellen dat zowel statushouders als woonstarters een bijdrage kunnen leveren aan onveiligheid. En die percentages hebben voor ons nooit in steen gebeiteld gestaan.
Ik kan in die zin ook verwijzen, al in oktober 2022 is in het bestuurlijk overleg besproken dat er maatwerk mogelijk is. In november is in de raadsinformatiebrief het mogelijk aanpassen van het percentage op gemengde huisvestingslocaties gewoon opgenomen. Een ambtelijke werkgroep is aan de slag gegaan. In april 2023 wordt al gerefereerd in een annotatie aan mijn collega dat het logisch is om de percentages aan te passen. We hebben op 9 mei in het BT Asiel en Migratie besluitpunt 7, instemmen met het verlagen van het aandeel statushouders in Stek Oost naar 30, 40 procent. En later komt het inderdaad, omdat ook dan de nieuwe termijn ingaat, eind 2023 een formele bevestiging van die aangepaste percentages. Die overigens door Stadgenoot vanaf start 2023 al waren aangepast, conform de afspraak die wij daarvoor hadden gemaakt, dus dat het maatwerk per locatie mogelijk was. Ik heb eerder misschien iets te stellig in de commissie gezegd dat de taakstelling nooit een argument is geweest. Natuurlijk is de taakstelling meegewogen. Natuurlijk is de taakstelling ook zeker ambtelijk, dat blijkt ook uit onder andere de aanbeveling die in een van de rapporten zit waarin ook gezegd wordt die is niet uitvoerbaar net als sommige andere aanbevelingen, ambtelijk is daar zeker oog voor geweest.
Het is bestuurlijk nooit doorslaggevend geweest om de taakstelling daarin heilig te verklaren ten opzichte van bijvoorbeeld de veiligheid. Zoals ik ook heb geschetst, hebben wij altijd juist
27
Jaar
2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 18 februari 2026 Raadsnotulen
R
grote flexibiliteit ten aanzien van de percentages mogelijk gehouden. Ik verwijs ook naar eerdere uitspraken van zowel mijzelf in de Woo als van mijn collega's, waarin we zeggen dat eigenlijk alle maatregelen wat ons betreft mogelijk zijn. Ik heb het zelf over een fundamentele heroverweging van deze woonvormen ver voordat we uiteindelijk tot formele aanpassing in het najaar van 2023 zijn overgegaan. Dan toch nog iets over stoppen of niet. Mijn collega zal daar zo dadelijk ook het een en ander over zeggen. Maar ik meen dat het het lid Von Gerhardt was die ook zei, dat stoppen is natuurlijk toch echt een hele belangrijke en waarom zijn we daar ook niet over geïnformeerd. Er is inderdaad een ambtelijke mail waarin, dat wordt ook in de interpellatietekst aangehaald, staat, Stadgenoot wil stoppen met Stek Oost, ze hebben eigenlijk al een besluit genomen en Stadgenoot was in de veronderstelling dat Anne Wilbers en Zita met elkaar afgesproken hebben dat de raad geïnformeerd zou worden. Dit zijn ambtelijke mails die ook in de verdere mails, want die zou je er dan ook even bij moeten pakken, behoorlijk worden genuanceerd. In een volgende mail staat ook, het beeld ligt stukken genuanceerder. Natuurlijk hebben wij naar aanleiding van deze mails ook direct contact opgenomen met de directeur van Stadgenoot.
Daar kan mijn collega, want die heeft dat gesprek gevoerd, ook van aangeven, is aangegeven, nee Stadgenoot wilde in de huidige vorm stoppen. En daarom zijn we met die scenario's aan de gang gegaan. Het is overigens ook niet zo, die suggestie werd gewekt, dat het telefoongesprek van juli dat dat ingegeven zou zijn door incidenten zoals dat er iemand met een mes zou rondlopen of een mogelijke groepsverkrachting. Beide zaken zijn ver daarvoor. En overigens moet ik over die groepsverkrachting zeggen dat er geen melding is. Eerder heeft een bewoner aangegeven veel geluid te hebben gehoord waar sprake was van een mogelijke groepsverkrachting. Door Stadgenoot is ook verzocht om daar dan een melding van te maken. Die melding heeft niet plaatsgevonden. Er is dus een mail die volgens mij in het televisieprogramma naar voren komt waarin gesuggereerd wordt dat er een groepsverkrachting is. Ook bij de politie is er geen aangifte, geen melding, er is geen melding gedaan van een groepsverkrachting. Dus dat wil ik hier dan ook maar expliciet gezegd hebben. Over de taakstelling heb ik het eigenlijk al gehad. Ik heb ook laten zien dat wij die aanpassing van percentages eigenlijk al vanaf 2021, 2022 mogelijk hebben willen maken, dat daar geen taboe op lag. En het klopt, natuurlijk was ons ambtelijk ook wel bekend dat daarover gesproken is.
Dat is ook heel goed terug te zien in de verslagen van de verschillende bestuurlijke teams. Daar hebben wij het namelijk ook gewoon over, bijvoorbeeld in het bestuurlijk overleg van eind 2022. Dat is het gewoon met elkaar besproken. Maar wat wij ook in de commissie hebben gezegd, er is nooit een formeel verzoek geweest om de percentages aan te passen. En als dat er was geweest, dan hadden we die bereidheid gehad. Sterker nog, in de reconstructie zie je dat eigenlijk al vanaf begin 2023, vanaf eind 2022 was het mogelijk door middel van maatwerk, vanaf begin 2023 wordt het praktisch uitgevoerd op locatie Stek Oost. Dat wordt voorjaar 2023 bevestigd in een bestuurlijk team en wordt uiteindelijk formeel besloten in nieuwe bestuurlijke afspraken rond 2027. Dan iets over de veiligheid nu. Ook in de commissie hebben wij aangegeven als college dat het inderdaad voorkomt dat er mensen verward gedrag vertonen. Dat is buitengewoon vervelend. Zeker als dat bijvoorbeeld betekent dat er ruiten worden ingegooid, ik kan me heel goed voorstellen dat dat niet bevorderlijk is voor het veiligheidsgevoel. Dat heeft ook gemaakt dat wij beveiliging hebben ingezet en dat is de situatie zoals die nu is. Wij hebben aangegeven op korte termijn een bestuurlijk overleg te hebben waar we ook met alle betrokkenen gaan kijken welke aanvullende maatregelen er eventueel nodig zijn.
Over de andere complexen gaat mijn collega iets zeggen. Maar ik wil
28
Jaar
2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 18 februari 2026 Raadsnotulen
R
ook hier maar mee aangeven dat in de verantwoordelijkheidsverdeling is het zo dat Stadgenoot en het stadsdeel, die zijn daar de belangrijkste partners in, die sluiten ook de politie aan, die sluiten ook de GGD aan. Ik moet daarbij ook expliciet aangeven dat de GGD natuurlijk niet de zorgverlenende partij is, maar alleen de zorgtoeleiding doet. En het is absoluut zo dat wij in deze stad buitengewoon veel meldingen hebben van bijvoorbeeld verward gedrag. Dat leidt tot gevoelens van onveiligheid. Dat betreur ik natuurlijk. En met deze aanvullende maatregel van beveiliging hebben wij willen kijken wat we op Stek Oost op de korte termijn zouden kunnen doen omdat het gevoel daar ook naar aanleiding van onder andere de besprekingen en naar aanleiding van de twee personen die verward gedrag vertoonden onder druk stond. En ik denk dat ik hiermee bij de beantwoording van mijn belangrijkste vragen ben. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Pels. Wethouder PELS: Ik wil het graag over drie onderwerpen hebben. Dat is de informatievoorziening, dat is de toekomst, daar werd ook door het CDA naar gevraagd, en de andere complexen. En om met het eerste te beginnen. Mijn collega refereerde er al even naar, de mail waar volgens mij ook de VVD in het interpellatieverzoek naar refereert.
Dat is een ambtelijke mail die onderling is verspreid en waarin de suggestie wordt gewekt dat wij zouden hebben afgesproken met Stadgenoot dat wij de raad erover zouden informeren dat Stadgenoot dit besluit zou hebben genomen. Zodra wij die mail onder ogen kregen, dat was na de commissiebehandeling natuurlijk, heb ik contact gehad met Stadgenoot en zij en ik herkennen allebei dit beeld niet. Dus ik wil dat graag hier meteen ontkrachten, voordat dat zo meteen dat weer op tafel wordt gebracht. Dat beeld herkennen we niet, want het beeld wat wij samen herkenden en wat ook terug te vinden is in de rest van de e-mails, is dat belangrijk is dat we een bestuurlijk overleg hebben, dat we dan goed kijken welke maatregelen er genomen moeten worden en dat we dat vervolgens met de raad communiceren, ook vanuit het licht dat je geen onnodige onrust wil veroorzaken. Dus dat hebben we gedaan. In de raadsbrief van 2023 staan al die maatregelen opgenomen.
En natuurlijk snap ik heel goed, daar vroeg het lid Broersen naar, snap ik heel goed ook in het licht van bijvoorbeeld de aflevering van ZEMBLA, van bijvoorbeeld wat er nu geschreven wordt en hoe het ervaren wordt ook door de bewoners, dat het wenselijk was geweest als de raad, het had maar een zinnetje hoeven zijn, natuurlijk hoop ik nu ook, had die ene zin er maar ingestaan, naar aanleiding van onrust bij Stadgenoot hebben we verschillende scenario’s ontwikkeld, uiteindelijk is het deze geworden. Natuurlijk had ik dat nu ook graag gewild. Dus ik erken ook de vraag van de raad, had dat niet in die brief meegenomen kunnen worden? Het is tegelijkertijd zo dat we heel erg veel, dat was ook een vraag vanuit het CDA, formeel en informeel contact hadden over Stek Oost omdat we er met zijn allen zo bovenop zaten. Dus ook het moment van het telefoongesprek was nooit een heel erg groot moment waarvan ik dacht, nu gaan we ineens echt helemaal een andere kant op, vooral we moeten er samen uitkomen. Maar ik snap heel goed dat het lid Broersen dit inbrengt. En dan zal ik ook meenemen naar zowel natuurlijk voor dit complex, maar ook alle complexen die nog volgen en, even afkloppen, eventueel de tijd in de raad die nog komen gaat. Want ik snap dat verzoek gewoon heel erg goed, dus daar ben ik het met u over eens. Een tweede is de andere complexen, daar werden ook vragen over gesteld.
Wij hebben natuurlijk ook naar aanleiding ook van het debat nog een keer uitgevraagd bij de AVC, de koepelorganisatie, hoe gaat het nu bij alle complexen. En zij geven terug dat er op dit moment een rustig beeld is. Betekent dat dat daar nooit iets gebeurt, dat daar geen
29
Jaar
2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 18 februari 2026 Raadsnotulen
R
mensen met misschien verward gedrag rondlopen, dat er misschien niet ook een keer iets ergers gebeurt? Nee, dat is natuurlijk niet zo. Dus we moeten ook denk ik met elkaar wel benoemen dat ook op het moment dat wij hier als wethouder zeggen we hebben een rustig beeld, dat betekent niet dat we kunnen voorkomen dat er over een uur daar misschien wel iets gebeurt. Doen wij alles eraan, samen met uiteindelijk de eigenaren, met de woningbouwcorporaties, om mensen een zo'n fijn mogelijke woonomgeving te geven? Natuurlijk. En daar hebben we ook, en dat kunt u ook in de Woo-stukken zien, ook in de Woo die straks nog naar buiten komt, dat collega Groot Wassink en ik er altijd bovenop hebben gezeten en voor alle maatregelen, allemaal, altijd openstonden. Niets was onbespreekbaar voor ons, op geen enkel bestuurlijk overleg. Er was er ook een vraag over de toekomst van dit complex. Ook vanuit het CDA werd dat gevraagd. En het is zo dat binnenkort in 2028 loopt dat complex af. Dan stopt Stadgenoot daar. Het is zo dat dat betekent dat we in een soort voorfase komen waar ook tijdelijke verhuur een onderdeel van zal zijn. Ik denk dat het belangrijk is dat we daar ook, we hebben al een bestuurlijk overleg gepland, dat we daarbij met Stadgenoot weer spreken over wat zou er nodig zijn om een optimale woonsituatie te creëren in die tijdelijkheid.
Wat is daarvoor nodig? Dat we daar samen ook oplossingen voor vinden en dat we daar zodra dat overleg is geweest de raad over zullen informeren hoe we die periode gaan invullen. En nogmaals, ook dan bij dat BO zal er niets onbespreekbaar zijn met ons, zal alles op tafel liggen en zijn alle maatregelen mogelijk. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Von Gerhardt voor een opmerking van de orde. Het lid VON GERHARDT: Van de orde dat niet alle vragen zijn beantwoord. Sowieso niet alle vragen die in het interpellatieverzoek zelf stonden, daar zijn een aantal vragen niet van beantwoord, of eigenlijk best een hoop. De VOORZITTER Ik stel voor dat u bespreekt welke antwoorden u mist en dan ronden zij hun eerste termijn af. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Groot Wassink. Wethouder GROOT WASSINK: Het gaat inderdaad over een drietal vragen en collega Pels had nog een vraag, ik meen van het CDA, die ook nog beantwoord moet worden. Het gaat over, er is inderdaad in de e-mail waar we eerder naar gerefereerd hebben een verzoek. Daarnaast zou ik je willen vragen of het mogelijk is op papier te zetten wat er goed en niet goed gaat. De conclusie van deze vraag was dat er geconstateerd werd dat er geen nieuwe aanleiding was sinds het telefoongesprek voor extra andere maatregelen.
Na het telefoongesprek is geconcludeerd dat het sociaal beheer onvoldoende was en dat de taken en rolverdeling tussen professionals voor verbetering vatbaar was. Verder werden er aanpassingen in het gebouw genoemd die de leefbaarheid kunnen bevorderen en de sociale cohesie was voor verbetering vatbaar. Met extra inzet waren er voor de zomermaanden voldoende maatregelen genomen en de overige punten waren allemaal onderdeel van de scenario's. Ten aanzien van een evaluatie van het stadsdeel door Stek Oost. Het onderzoek is nooit afgerond en dus zijn er geen resultaten. De onderzoekers hadden een onderzoek opgenomen in het onderzoeksjaarprogramma, dat onderzoeksprogramma is in mei gestart, maar door de uitval van onderzoekers stilgevallen. In september kon het onderzoek een
30
Jaar
2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 18 februari 2026 Raadsnotulen
R
vervolg krijgen, alleen is er op dat moment voor gekozen het onderzoek niet voort te zetten en de onderzoekscapaciteit op andere onderzoeken in te zetten. Daarmee is het antwoord op de laatste vraag, waarom deze evaluatie niet op de tijdlijn staat, omdat die niet is uitgevoerd. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Pels. Wethouder PELS: Er was inderdaad een vraag nog van het CDA. Twee scenario’s lagen nog op tafel, waarom is er niet voor het volledig jongeren huisvesten gekozen? Dat was eigenlijk ook omdat er bredere zorgen waren en we ook met zijn allen meteen eigenlijk zagen dat alleen het aanpassen van het percentage, zoals eigenlijk al aan het begin van dat jaar was gedaan, niet voldoende zou zijn. Vandaar ook dat we al meteen vanaf het begin van dat jaar ook op andere maatregelen hebben ingezet om dat vertrouwen te hebben dat we op die manier door konden gaan. Dus ook op het moment dat het een volledige jongerenlocatie zou worden, dan zouden we nog steeds dezelfde aandacht nodig hebben.
Omdat we zien zowel bij de woonstarters als bij statushouders, en dat is vervelend maar waar, dat er bij beide groepen soms sprake is van verward gedrag, dat die groepen beide worden gemeld bij de meldpunten Zorg en Woonoverlast en dat dus alleen het aanpassen van het percentage of zelfs het helemaal uit laten stromen van statushouders, nog steeds onvoldoende zou zijn voor die locatie. Omdat dat niet de essentie was van hoe we zouden komen tot een veilige locatie. De VOORZITTER schorst de vergadering. De VOORZITTER heropent de vergadering. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Von Gerhardt in tweede termijn. Het lid VON GERHARDT: Dank aan de wethouders voor de beantwoording. Ik denk dat het goed is dat in ieder geval wethouder Groot Wassink heeft aangegeven dat hij te stellig was over het feit dat de taakstelling nooit een onderdeel is geweest en nu daar eigenlijk op terugkomt. En het is ook goed dat wethouder Pels aangeeft dat zij de raad beter had moeten informeren in alles wat er speelde rondom Stek Oost en de verzoeken die er lagen. Maar toch blijf ik met fundamentele vragen zitten. Want er wordt door de wethouders gezegd dat de veiligheid altijd belangrijker is geweest dan iets anders. En er wordt vrij stellig gezegd dat dit geen ideologisch experiment was en dat er altijd goed is ingegrepen.
Maar de vraag die ik dan heb is, als veiligheid altijd leidend was, waarom heeft het college dan zelf niet bestuurlijk ingegrepen op basis van alle informatie die ze wel hadden? Want dit college blijft verwijzen dat Stadgenoot niet vroeg om maatregelen en dat er daarom geen maatregelen nodig waren. Terwijl uit rapporten, onderzoeken, Het Parool en AT5 duidelijk bleek dat er van alles speelde. Het college had op dat moment ook zelf ervoor kunnen kiezen om in te grijpen om de veiligheid beter te kunnen waarborgen. Omdat dit een project is dat samen door het college met Stadgenoot is afgesproken. Dus je hoeft niet te wachten op een formeel verzoek. Je hoeft niet te wachten op escalatie, maar je kunt als bestuurder ook zelf handelen. Dat is goed bestuur. Dan hebben we ook nog een vraag over de mails waar deze wethouders naar verwijzen. Want ik heb daar een hele andere mail eigenlijk dan waar de wethouders naar verwezen. Dit ging namelijk over een mail waarin staat dat Stadgenoot wil stoppen met Stek
31
Jaar
2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 18 februari 2026 Raadsnotulen
R
Oost en daarvoor in gesprek wil gaan met bestuurders Carolien de Heer en Zita Pels. Dus dat is nog voor het gesprek. Er wordt ook aangegeven dat het gesprek op 18 september 2023 gaat plaatsvinden. Dat klopt ook, dat hebben we gezien. En daarin staat heel duidelijk, Stadgenoot heeft aangegeven nog wel achter het concept gemengd wonen te staan, maar niet meer op Stek Oost. Nu blijken er dus ook nog andere mails te zijn. Dus van deze kant ook een informatieverzoek dat ik eigenlijk nog wel gedurende deze vergadering al die mails dan wil hebben, omdat ik nu niet in kan schatten wat er dan in die andere mails staat. Dus mijn verzoek is ook in ieder geval na de tweede termijn al die mails te krijgen, zodat we ook kunnen kijken wat daar dan precies in staat omdat het mij nog steeds vrij onduidelijk is. De VOORZITTER: Moet ik hieruit concluderen dat u vraagt eigenlijk om het openbaar maken van mails, wat betekent dat ook na de tweede termijn het debat voor u niet afgesloten wordt? Het lid VON GERHARDT: Dat klopt. (Het lid HEINHUIS: Volgens mij is het voor verschillende mensen in de zaal niet helemaal duidelijk om welke mails dit precies gaat die de VVD wil hebben. Dus fijn als dat verhelderd kan worden.) De wethouders hebben in hun beantwoording net naar een aantal mails verwezen met de indruk dat de VVD die mails had. Ik had een hele andere mail in mijn repertoire zitten.
Dus deze mails waar de wethouders naar verwijzen, die heb ik niet. Dus die zou ik ook wel graag willen lezen dan. (Het lid TAJ: Wij gaan hier een debat over voeren en de VVD zegt zij hebben mails. Welke mails heeft de VVD waar zij dan meer informatie over willen? Want ik heb die mails misschien wel gekregen, misschien niet gekregen. Ik heb één mail gekregen, daar is ook naar verwezen in het interpellatieverzoek, daar verwijzen de wethouders naar. Maar zij citeren delen uit de mail die ik niet in de mail heb staan die ik heb. Dus dat dat rijmt niet met elkaar. Dus ik vroeg me af, wat is dan de rest van de mail of zijn er nog meer mails? Want ik zie geen nuances op de dingen waar de wethouders naar verwezen in hun beantwoording in de mail staan die ik heb. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Berkel. Het lid VAN BERKEL: Wat een puinhoop, in elke zin van het woord. Ik loop en fiets geregeld langs Stek Oost en het is iedere keer een teringbende, sorry dat ik het zeg. Het is ook een puinhoop hoe dit project tot stand is gekomen en de keuzes die er gemaakt zijn. En ten slotte is de manier waarop hiermee is omgegaan door het college ook een puinhoop. Interessant om te zien hoe dit college nooit ergens schuldig aan is. Nu is het ineens niet beëindigd omdat JA21 het niet heeft voorgesteld om het te beëindigen.
Als dat de manier was waarop dit college werkte, dan hadden we allang een heleboel meer aan onzalige toestanden beëindigd. En dan kan wethouder Groot Wassink de verantwoordelijkheid omdraaien en JA21 erop aanspreken, maar het was toch echt zijn verantwoordelijkheid. En geloof mij, hij had onze steun volmondig gekregen. Dit neemt niet weg dat er een fundamentele fout aan de basis lag van dit hele verhaal. Het opzetten van een gemengde woonvorm waarin statushouders en studenten samen in één complex wonen, een project waarin de roze bril van het maakbaarheidsdenken sterker was dan een realistische afweging van de risico's.
32
Jaar
2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 18 februari 2026 Raadsnotulen
R
De uitkomst was zo volkomen voorspelbaar. Het gaat om twee totaal verschillende groepen met ieder hun eigen leefwereld. Jonge studenten worden samen geplaatst met statushouders, mensen uit een totaal andere culturele context, ook nog vaak getraumatiseerd door oorlog en geweld. Die verschillende leefwerelden verdwijnen niet op magische wijze van de ene op de andere dag. En daarom is, was en blijft JA21 tegen deze woonvorm. En dan de puinhoop in hoe het college hiermee omging. Een andere onbeantwoorde vraag, waarom is dit überhaupt niet eerder gemeld? Er is door meerdere partijen expliciet naar gevraagd. Waarom informeerde de wethouder de raad onvolledig? Wij kregen een warrig verhaal van wethouder Pels. JA21 maakt van veiligheid de absolute prioriteit en wil dat het college per direct stopt met de gemengde woonvorm en de statushouders en studenten ieder op eigen locaties huisvest. (Het lid HEINHUIS: JA21 spreekt over het leven in verschillende leefwerelden. Nu denk ik dat het lid Van Berkel en ik ook in verschillende leefwerelden leven. Ik ben eigenlijk benieuwd waarom ziet hij daar zo'n groot risico in?) Volgens mij spreken de feiten hierin voor zich. Dat hoef ik het lid Heinhuis niet uit te leggen. (Het lid HEINHUIS: Dat er zeer ernstige incidenten zijn geweest op Stek Oost, daar is iedereen het over eens.
Maar wat we ook heel vaak in verschillende commissiesituaties bespreken is dat er heel veel plekken in de stad zijn waar mensen op een hele prettige manier in exact deze zelfde woonvorm met elkaar samenleven. En daar heeft het lid Berkel blijkbaar dan geen herinnering aan op dit moment.) Ik had wel graag willen zien wat er allemaal aan meldingen is binnengekomen bij die andere locaties, want daar hebben we helemaal geen enkel inzicht in. Het wordt allemaal gratuit beweerd door de coalitiepartijen dat het allemaal koek en ei is daar. Maar dat weten we helemaal niet. (Het lid HEINHUIS: De enige partij die gratuit beweert, dat is de partij van het lid Van Berkel. Want op heel veel plekken in de stad leven mensen op een hele fijne manier samen. Dat is namelijk de kracht van onze stad, dat is wat onze stad mooi maakt. En wat u nu doet is consequent een groep mensen wegzetten en die mensen demoniseren. Zo kennen we uw partij, maar het valt me toch vandaag ook weer tegen van het lid Van Berkel.) Ik wil het lid Heinhuis adviseren om met de slachtoffers te gaan praten en eens te horen wat er allemaal precies gebeurd is. Want ik denk dat er dan wel een ander geluid ook te horen is vanuit de PvdA.
(Het lid TAJ: Dan ben ik wel benieuwd, heeft JA21 gesproken met mensen die daar wonen?) We hebben veel geluiden binnengekregen en we hebben ook geluiden binnengekregen van mensen die verkracht zijn. (Het lid TAJ: Dat is niet mijn vraag. Het is een simpele vraag met een ja-ofnee-antwoord. Heeft JA21 gesproken met bewoners van Stek Oost?) Dat geef ik net toch aan? Dat er communicatie is. (Het lid TAJ: Voorzitter, ik val in herhaling. Want letterlijk mijn vraag is heel simpel, heeft JA21 gesproken met mensen die wonen op Stek Oost, ja of nee? En kom niet met een antwoord als wij hebben geluiden ontvangen.
33
Jaar
2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 18 februari 2026 Raadsnotulen
R
Wij hebben allemaal geluiden via de media ontvangen. Maar heeft u expliciet gesproken met mensen, ja of nee?) Dit gaat over persoonlijke mails waar wederzijdse communicatie heeft plaatsgevonden. Ik hoop dat ik het dan zo duidelijk omschrijf. (Het lid AHMADI: Voorzitter, weet u wat ik nu zo jammer vind? De VVD begon met, we gaan hier niet staan om studenten en statushouders tegen elkaar uit te spelen. En dat is precies wat JA21 doet. Want dit was niet veroorzaakt door mensen met een andere cultuur. Mensen met een andere cultuur zitten ook in deze zaal, wonen door de hele stad heen, werken door de hele stad heen. Er zijn meerdere gemengde wooncomplexen en dat gaat goed. Dus waarom doet JA21 alsof dat is waar het hier mis is gegaan? Want ik vind dat toch echt een hele trieste manier van politiek bedrijven.) Wij gaan die groepen niet tegenover elkaar zetten, maar we gaan ze wel uit elkaar halen. Dat is wat wij willen. Wij willen gewoon dat ze ieder in hun eigen huisvesting zitten. (Het lid AHMADI: Ik vind het heel fijn dat het lid Van Berkel dat toegeeft.
Want volgens mij leeft JA21 in een andere realiteit die helemaal niet aansluit op deze waarin de rest van de wereld zich bevindt en waarin al deze culturen en mensen met elkaar wonen en waarin u niemand uit elkaar gaat halen.) Na al die enorme incidenten die op Stek Oost hebben plaatsgevonden, van verkrachtingen tot geweld tot steekpartijen, noem het allemaal maar op. Dan hoor ik het lid Ahmadi hier zeggen dat ze niet uit elkaar gehaald gaan worden. Nee, laat ze lekker bij elkaar zitten dan, zou ik zeggen. Het gaat namelijk echt de goede kant op bij Stek Oost. Het is een geweldig plan. (Het lid BROERSEN: Ondanks dat ik zelf ook onder dit interpellatiedebat stond, begon ik in mijn bijdrage ook heel erg duidelijk over dat ik het absoluut niet eens ben met dat er partijen zijn die groepen demoniseren. En ik hoor nu dat JA21 het toch weer echt alleen over de statushouders heeft en dit zoekt als een stok om mee te slaan en het hele project van gemengd wonen weg te zetten, ondanks dat het op kleinschalige locaties goed gaat. Herkent het lid van JA21 ook dat het op kleinschalige locaties goed gaat?) Natuurlijk heb je dat, bij kleinschaliger is dat inderdaad wel bekend. Bij die grotere complexen is het maar zeer de vraag. We hebben eerder ook van Startblok Elzenhagen en ook Riekerhaven van alles binnengekregen wat gewoon niet deugt.
(Het lid BROERSEN: Dan is mijn volgende vraag, is het lid van JA21 ook uit alle stukken die wij hebben gekregen en alle informatie die beschikbaar was ter ore gekomen dat de onveiligheid hierin niet alleen werd veroorzaakt door statushouders, maar dat er ook vrouwelijke statushouders zijn geweest die hebben aangegeven dat ze zich onveilig voelden door mannelijke studenten? Wist het lid van JA21 dit?) Het frame dat Volt hier nu probeert te creëren is echt verwerpelijk. Want je hebt gewoon studentenhuisvesting overal in het land, het is iets waar Volt voor opkomt. En dan zou het lid Broersen toch zeker moeten weten dat dat niet overal speelt. Dus ga dan niet die studenten in die huisvesting wegzetten als de dader in dit conflict. (Het lid BROERSEN: Dit heeft natuurlijk niets met een frame te maken maar met feiten. En inderdaad, wij staan voor studentenhuisvesting maar hier kijken we naar de feiten en dat is ook precies de reden dat wij onder deze interpellatie staan. Wij kaarten onveiligheid aan en het maakt me niet
34
Jaar
2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 18 februari 2026 Raadsnotulen
R
uit vanuit welke groep het komt. Onveiligheid mag niet bestaan en daar is de dader verantwoordelijk voor. En ik zou daar graag bij JA21 willen laten zien wie de dader is, waar ze ook vandaan komen. De dader is heel vaak de persoon met de piemel. Dat is de dader en die veroorzaakt de onveiligheid.) Ik hoor die directe vraag, maar even kort antwoorden dat het dan opmerkelijk is dat je de percentages in de verhouding in de gemixte opvang dan 70 procent studenten maakt en 30 statushouders. Waarom moet dat dan? (Het lid KABAMBA: Ik vind het heel interessant dat JA21 zichzelf hier presenteert als de redder van eenieder die last heeft van geweld, vooral vrouwen. Zoals eerder gezegd is, de meeste daders hebben een piemel en JA21 is vrij stil als het gaat om geweld tegen vrouwen bespreken, als het gaat om cultuurverandering, systeemverandering en investeren in de wortels van seksisme, wat het patriarchaat is. Dus ik zou graag willen weten van het lid Van Berkel hoe het logisch is om stil te zijn wanneer we het hebben over al die wortels van geweld tegen vrouwen en dan luid te zijn en meteen een hele groep weg te zetten als daders en te discrimineren. Waarom is dat logisch is?) Het wordt hier meermaals ook weer genoemd, de burgemeester noemt het, de wethouder, de daders van seksueel geweld zijn meestal personen met een piemel.
Waarom ga je die dan in groten getale in een gemengdwonencomplex zetten? En ook nog mensen met een piemel uit traumatische gebieden, uit conflictgebieden, en die ga je dan bij studenten plaatsen. Dat is inderdaad heel logisch om die combinatie te maken. (Het lid KABAMBA: Die mensen met piemels zijn ook studenten. Ik zou heel graag willen weten van het lid Van Berkel, als wij weten dat die daders vaak een piemel hebben en als we deze mensen met deze ledematen ook onder die 70 procent mogen plaatsen, waarom is het logisch om hier te staan en alleen maar te wijzen naar statushouders?) Er wordt hier enorm gelachen, maar dit is geen grappig onderwerp. Laten we even wel wezen. We hebben het hier over verkrachtingen, we hebben het hier over aanrandingen, we hebben het hier over allerlei gewelddadige incidenten die hebben plaatsgevonden. En dan gaan we hier zitten lachen over dat het daders zijn met een piemel. Laat ik even één ding zeggen, er is wetenschappelijk best wel breed ondersteund dat in patriarchale culturen seksueel geweld tegen vrouwen oververtegenwoordigd is. (Het lid TAJ: Het enige wat ik kan concluderen hier, na JA21 aangehoord te hebben, is dat zij doen aan projecting de hele tijd. Eerst betichten ze de wethouder van een warrig verhaal. Terwijl als ik een simpele vraag stel, krijg ik een heel wollig warrig antwoord zonder direct een simpel ja of nee.
Vervolgens worden er hier door collega Juliette Broersen van Volt directe vragen gesteld en dan wordt zij beticht van frames. En zij plaatsen nu zelf allerlei frames op allerlei groepen in onze stad. Dus alstublieft, kijk een keertje in de spiegel en benoem de zaken zoals ze echt zijn in plaats van de hele tijd waar u anderen van beticht zelf te doen.) Over wollige vragen gesproken. Ik bedoel, wat was dit dan? Het was een heel epistel voordat er een vraag kwam. GroenLinks duikt weg voor de problemen. Sterker nog, ze willen er gewoon mee doorgaan, met dit complex, en dat is gewoon schandalig. Je kunt nadat je dit allemaal weet niet anders concluderen dan het heel snel moet stoppen. (Het lid TAJ: Het enige wat ik kan zien is dat wij als GroenLinks en ook het college hier keihard continu acties hebben gevoerd zodra dat nodig was.
35
Jaar
2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 18 februari 2026 Raadsnotulen
R
En ik kom daar zo meteen op terug in mijn bijdrage. Dus als er iemand hier is die niet wegkijkt, dan is het GroenLinks wel. Sterker nog, degene die wegduikt is de partij van het lid Van Berkel omdat zij iedere keer als zij concreet bevraagd worden op zaken, continu wegduiken, continu ergens anders te vinden zijn en nooit, nooit een constructief debat hier aangaan en gewoon de problemen willen oplossen van de mensen die hier last van hebben. Dus alstublieft, kijk een keertje in de spiegel en kom niet met dit soort verhalen.) Het is dat GroenLinks natuurlijk ook veel spreektijd heeft, dan kun je ook zo wollig zijn. (Het lid AHMADI: Weet u wat ik zo jammer vind? Het is ook een ernstig debat en volgens mij heeft het gros van de mensen die hier heeft gesproken het gehad over oplossingen voor de mensen om wie het gaat. En het enige wat ik hoor van JA21 is een racistische ondertoon. Racisme is geen manier waarmee je seksisme oplost. Dus ik wil nog een keer zeggen dat ik het echt betreur dat JA21 zich weer niet inzet voor oplossingen, maar dezelfde drek herhaalt die we altijd van ze horen. En dat is voor de slachtoffers echt heel jammer en zonde.) Het lid Ahmadi mag mij even mailen met de precieze racistische uitlatingen die ik heb gedaan. Ik kijk met veel belangstelling. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Broersen.
Het lid BROERSEN: Ik voel toch de noodzaak om me hier opnieuw uit te spreken over het feit dat ik hier ben om veiligheid te waarborgen en dus ook onveiligheid aan te kaarten, van wie het dan ook komt, vanuit welke groepen het dan ook komt. En ik wil graag eigenlijk terug naar de vorige bijdrage, naar het bestuurlijk handelen van de wethouders. Ik wil de wethouders ook heel erg danken voor hun beantwoording waarin ook is aangegeven dat ze de raad achteraf gezien beter zouden moeten informeren. En ik waardeer het ook echt dat dat hier wordt benoemd. En tegelijkertijd, gezien de kennis en informatie eigenlijk allemaal ambtelijk was, had dit gewoon naar het bestuurlijke moeten worden getrokken. Dat is wel de conclusie die ik eruit trek. Over de informatievoorziening loopt voor mij nog steeds wat onduidelijkheid over de mailwisselingen en de telefoontjes. De wethouder gaf aan dat zij en de bestuurder van Stadgenoot zich niet herkennen in de inhoud van de mail die is gedeeld. Ook in het commissiedebat was er al onduidelijkheid over dat ene telefoontje. En dan vraag ik me toch af hoe die samenwerking dan verloopt, als daar telkens onduidelijkheid over is. Want dat maakt het voor ons gewoon wel ontzettend moeilijk om zo'n debat te voeren. Tot slot wil ik het nog even hebben over de subjectieve veiligheid. Ook veel dank aan de wethouder om daar een uitgebreide reactie op te krijgen.
En ook heel veel dank daarvoor dat het ook erkend wordt hoe belangrijk dat is. En ik hoop ook echt dat dat bij toekomstige complexen wordt meegenomen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar. Het lid HAVELAAR: Ik moest even nadenken hoe ik wilde beginnen, maar ik dacht ik ga toch zeggen. Tot nu toe als ik een vrij merkwaardig debat over het Erotisch Centrum terugzocht, zocht ik in het raadsinformatiesysteem altijd naar het woord piemel omdat ik dan bij de piemelpakkenratio uitkwam van het lid Moeskops. En ik vind het toch gek dat net
36
Jaar
2026
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 18 februari 2026 Raadsnotulen
R
in het debat waarvan ik me soms al afvroeg, wat hebben de bewoners van Stek Oost er precies aan, en ook als ik naar het commissiedebat kijk, dat we in zo'n sfeer terechtgekomen zijn. Normaal gesproken spreek ik altijd voor een debat met de mensen waar het om gaat. En dat wilde ik nu ook, ik wilde langs bij Stek Oost, ik wilde met de bewoners spreken en dan neem ik zoals ik dat altijd doe contact op, in dit geval met Stadgenoot. Die zeiden dat is op dit moment niet opportuun, op een hele nette manier overigens. En ik begreep dat ook en ik denk dat we hier het debat ook zo moeten voeren dat die mensen, als ze hier al naar kijken, zich gesteund voelen door de politiek en niet onderdeel voelen van een campagne. Als ik terugkijk naar de eerste termijn vind ik het fijn dat het college aangeeft dat ze er te stellig in waren dat die taakstelling helemaal geen rol speelde. En dat is ook terecht, die taakstelling mag nooit een doorslaggevende rol spelen. En tegelijkertijd snap ik ook als je met elkaar ergens instapt, dat je dat als argument meeneemt. Ik denk ook dat het goed geweest was als de raad beter geïnformeerd was en ik dank ook wethouder Pels dat ze dat aangeeft.
En als ik er naar het functioneren van de overheid kijk, kom ik nog steeds in een soort lastig stelsel waarin een wethouder intensief e-mail- en appcontact heeft met een bestuurder van een corporatie en waar ook het stadsdeel bij betrokken is, maar dat er dan toch op een gegeven moment gezegd wordt bestuurlijk is er geen formeel verzoek gedaan. En dan deel ik ook wel de analyse van het lid Broersen, dat ik denk dat een bestuurder altijd, en ook een bestuurder van deze stad, kan zeggen ik hoor nu zoveel ruis, ik zie zoveel ruis in mijn appjes, er speelt van alles, ik wil het nu bestuurlijk op tafel hebben. En de indruk die ik gekregen heb van de gesprekken tot nu toe is dat het stadsbestuur in Amsterdam dat niet gedaan heeft. Mijn vraag is, klopt die indruk of heeft het stadsbestuur wel heel actief het op tafel gebracht en gezegd hoe gaan we dit oplossen? Ik heb natuurlijk contact gehad met Stadgenoot, dat zei ik net, en zij geven ook aan dat het college opengestaan heeft voor alternatieven en dat die samenwerking intensief en goed is. Dus zij bevestigen in dat opzicht ook het beeld van het college. Wat ik al zei, het is best een bestuurlijke knoop met Stadgenoot, college en stadsdeel en er komen twee bestuurlijke overleggen aan. Namelijk op korte termijn hoorden we net komt er nog een bestuurlijk overleg om te bespreken wat er op korte termijn nog extra gedaan kan worden.
En mijn vraag is, wat is de inzet van het college in dat gesprek? Wordt het een soort brainstorm van we doen alles al, wie kan er nog wat verzinnen? Of is er een soort lijstje met ideeën waarvan het college zegt deze maatregelen moeten we nemen? En dan is er ook nog een bestuurlijk overleg over de toekomst. En daar snapte ik de argumentatie van wethouder Pels net niet. Rondom scenario 1, jongerenhuisvesting, zei de wethouder eigenlijk, maar dat levert ook onveiligheid op. Maar hoe zit dat dan bijvoorbeeld met Uilenstede waar ik dit soort verhalen veel minder hoor? Dus kan ze toch nog eens uitleggen waarom overgaan naar scenario 1 jongerenhuisvesting niet bijdraagt aan meer veiligheid? En voor nu en in de toekomst naar richting 2028 wil ik ook weten wat gaan we dan doen aan de reputatie van het complex? Ik vroeg daar in eerste termijn al naar, die vraag staat nog open. Stadgenoot zei eerder, er is zoveel nieuws over deze plek, wij denken niet dat we dit nog verbeterd krijgen. Hoe ziet de wethouder dat? Ten slotte nog over de andere locaties. De wethouder gaf aan dat de federatie van woningbouwcorporaties nu aangeeft dat het beeld rustig is. Mijn beeld is dat kleine locaties beter werken dan grote locaties, maar als ik goed geïnformeerd ben zijn er nu nog steeds grote locaties in aanbouw met vergelijkbare aantallen als Stek Oost.