CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2026.05.27 Conceptverslag TAR ochtenddeel.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 17 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de tijdelijke algemene raadscommissie van 27 mei 202621.447 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het is geen slecht bureau maar ze zijn vooral bekend om verpakkingen, kunststof behuizingen en producten die meer voor de binnenruimte bedoeld zijn, en dat is toch een andere tak van sport. Je moet bijvoorbeeld weten wat vandalen kunnen uithalen en hoe het eruitziet na drie jaar. Er zijn een aantal bureaus in Nederland die dat kunnen. Het lid HAVELAAR (CDA) vraagt of de inspreker iets meer kan vertellen over wat er vanuit zijn vakgebied niet klopt aan de bak en over zijn verbetervoorstellen. Inspreker GROEN legt uit dat ze de sluitconstructie hebben verbeterd, het scharnierpunt hebben verplaatst en een beugel aan de voorkant hebben geplaatst zodat de zak er niet uit kan wippen. Waar nu rechthoeken worden gebruikt, zijn driehoeken toegepast omdat een driehoek veel stijver is dan een rechthoek. Vervolgens zijn er nog een aantal modificaties gedaan om te kijken of de bak snel goed werkend kan worden gemaakt. De gemodificeerde Puccini-bakken zijn op een aantal plekken in de stad geplaatst en ze konden in één middag met een slim beugeltje de bak zo instellen dat je er langs kunt lopen, hem dicht kunt duwen en het binnenwerk keurig naar binnen klapt. Het zijn eigenlijk heel voor de hand liggende oplossingen. Het lid DETERINK (VVD) vraagt hoe het ontwerp van de bakken ook verbeterd kan worden voor de mensen die werkzaam zijn op straat.

20

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

Inspreker GROEN heeft respect voor de mensen op straat omdat zij elke dag die bakken weer bij elkaar plakken. De focus lag op hoe je het binnenwerk met een minimale beweging in en uit kunt klappen maar hij zou met de afvaldienst mee moeten lopen om daar heel gedetailleerd verdere verfijningen op te kunnen voorstellen. De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Barel, die namens Kracht van Mokum en Startblok Elzenhagen inspreekt bij agendapunt 38, bespreken van het Paroolartikel inzake misstanden en foutieve informatie omtrent Stek Oost. Inspreker BAREL woont op Startblok Elzenhagen, een gemengd wooncomplex zoals Stek Oost. Ze staat hier vandaag omdat de manier waarop het debat hierover wordt gevoerd te ver gaat. Op Startblok Elzenhagen hebben ze jarenlang dezelfde problematiek ervaren, vecht- en steekpartijen, drugsproblematiek, vernielingen en inbraak zoals ook in een artikel in Het Parool in 2024 werd beschreven. Bewoners voelden zich in die tijd niet serieus genomen en de reacties van de gemeente, corporatie en politie waren niet naar wens waardoor bewoners zich niet gehoord voelden. Er is nu veel aandacht voor Stek Oost omdat de problemen daar reëel zijn. Ze leeft mee met slachtoffers en mensen wiens signalen niet serieus zijn genomen. Tegelijkertijd ziet ze een patroon.

Enerzijds worden problemen uit de context gehaald ten behoeve van een agenda tegen nieuwkomers en anderzijds wordt er onderling naar elkaar gewezen tussen de raad en instanties over wie wel of niet goed werk heeft geleverd. In beide gevallen worden bewoners niet gehoord en worden de problemen niet opgelost. Vluchtelingen en statushouders worden steeds vaker ontmenselijkt en zijn slachtoffer van zondebokpolitiek; kijk naar de aanslag van Defend Netherlands op het azc in Loosdrecht. De bewoners van Elzenhagen zijn zich bewust van dit toxische narratief en trekken het verhaal weer naar zich toe. Op Startblok Elzenhagen is de afgelopen jaren hard gewerkt aan gemeenschapsopbouw, community builders en wekelijkse activiteiten. Mensen helpen elkaar midden in de nacht als iemand ziek is, statushouders leren Nederlands en stromen door naar opleidingen en Nederlanders leren Arabisch. Dat gaat niet vanzelf; dat vraagt investering, aandacht en continuïteit maar de situatie is daardoor aantoonbaar verbeterd. Er zijn factoren die problemen kunnen wegnemen en factoren die kunnen ondersteunen. Wat niet helpt, is in een buurt te worden neergezet in containers zonder sociale controle en met onveilige gebouwen. Wat wel helpt, is investeren in gemeenschapsopbouw.

Daarom verzoekt ze om niet langer onderling met de vinger naar elkaar te wijzen maar het gesprek aan te gaan over hoe mensen prettig en veilig kunnen samenwonen. De bewoners van Startblok Elzenhagen zijn bereid hun kennis en ervaringsdeskundigheid daarvoor in te zetten. Ze vraagt de raad zich bewust te zijn van de manier waarop gesprekken worden gevoerd en of ze racisme voeden dan wel mensen dichter bij elkaar brengen. Het lid BENTOUMYA (PRO Amsterdam) vraagt wat er nodig is van de gemeente. Inspreker BAREL antwoordt dat het gaat om preventief investeren en veilige, laagdrempelige aanspreekpunten. Het probleem bij Elzenhagen was dat bewoners niet serieus werden genomen en dat de aanspreekpunten vanuit De Key niet veilig waren. Sinds twee jaar is er een veilig aanspreekpunt en worden er continu investeringen gedaan om preventief te werken en een gemeenschap op te bouwen. Het lid BENTOUMYA (PRO Amsterdam) vraagt wat het betekent om een gemeenschap op te bouwen en hoe ze daarin te werk gaan. Inspreker BAREL antwoordt dat dit heel veel betekent. Er worden bijvoorbeeld interviews gehouden over de betekenis van de community. Voor veel mensen is dit de eerste plek waar zij wonen. Wanneer mensen er voor elkaar zijn, dan kunnen ze elkaar ook beter leren kennen en dat is wat nodig is in deze tijd.

Ze benadrukt dat polariserende debatten ten behoeve van eigen agenda's de gemeenschap niet helpen.

21

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

Het lid KRIJGER (Partij voor de Dieren) vraagt wat de inspreker bedoelt met een aanspreekpunt dat niet veilig was. Inspreker BAREL legt uit dat bij dit soort startblokken vanuit de woningcorporatie een tussenpersoon moet worden aangesteld omdat het om een uitdagend project gaat. Hun eerste aanspreekpunt was geen veilig aanspreekpunt. De bewoners werden er niet serieus genomen en de gespreksvoering was geen veilige manier van communiceren. Daardoor werden de problemen die werden aangekaart aanvankelijk niet serieus genomen. De communicatie en de schakel daartussen zijn dus extra belangrijk bij dit soort gevoelige en grootschalige projecten. Het lid FILZ (Forum voor Democratie) vraagt wat de oorzaak was van het onveilige gevoel bij de gesprekken met vertegenwoordigers van de gemeente. Inspreker BAREL herhaalt dat het onveilige gevoel voortkwam uit het aanspreekpunt vanuit de corporatie. Daarnaast hadden de vroegtijdige signalen serieuzer genomen moeten worden door de politie, de gemeente en de corporatie. Inmiddels worden de bewoners wel ondersteund in de gemeenschapsopbouw en is zichtbaar hoe dat vruchten afwerpt. Het lid FILZ (Forum voor Democratie) vraagt wat de oorzaak is van de incidenten die nog steeds plaatsvinden. Inspreker BAREL antwoordt dat de veiligheid van de gebouwen een heel groot probleem is.

De deuren werken niet goed, waardoor mensen met verward gedrag die er niet wonen naar binnen kunnen komen. Eén van de bewoners heeft iemand aangesproken waarna die persoon van het dak is gesprongen en is overleden. Dat heeft te maken met de veiligheid van het gebouw en de bewoner die de persoon heeft aangesproken is daardoor getraumatiseerd. Het lid FILZ (Forum voor Democratie) vraagt of de inspreker ook een zorgverlenende of therapeutische rol voor bewoners op zich heeft genomen, zoals eerder in de berichtgeving werd gesuggereerd. Inspreker BAREL vindt dat de problemen niet bij een groep jongeren neergelegd moeten worden omdat zij hun eigen problemen hebben. Op Startblok Elzenhagen zijn op elke gang gangmakers aangesteld, dat zijn aanspreekpunten waar bewoners naartoe kunnen gaan met vragen over bijvoorbeeld hun woning of activiteiten en zij geven signalen door aan de community builder. Bewoners geven dus signalen door maar dragen niet zelf een zorgende verantwoordelijkheid. De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Lakenman die op persoonlijke titel inspreekt bij agendapunt 45, bespreken van de raadsinformatiebrief inzake de ontwikkelingen van het erfpachtstelsel per 1 januari 2026. Inspreker LAKENMAN vraagt aandacht voor de erfpachtregeling en de steeds duurder wordende stad.

Hij woont met veel plezier in Osdorp De Aker en heeft recentelijk een aanvraag gedaan voor de erfpachtoverstap. Hij is erg geschrokken van het aanbod. Ze moeten 136.000 euro betalen om de erfpacht af te kopen en bij het jaarlijkse vastzetten gaat het om 400 tot 500 euro per maand. Het duurt nog even voordat de erfpacht afloopt, maar dit heeft toch een enorme impact. Zijn gezin overweegt zelfs om te verhuizen en de stad te verlaten. Er kan geen bezwaar worden gemaakt tegen het erfpachtaanbod en de politiek is aan zet om dat te veranderen. Deze situatie geldt ook voor anderen en mogelijk voor duizenden woningen in Amsterdam. De fundamentele vraag is hoeveel burgers financieel moeten bijdragen aan de stad. Het is logisch om meer te vragen van bewoners die meer hebben maar een jaarlijkse bijdrage van 6.500 euro aan de gemeente is geen redelijke bijdrage meer.

22

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

Voor veel woningen is de erfpachtvrije periode nog niet verlopen, waardoor het probleem nog niet urgent lijkt maar de stad wordt op langere termijn onbetaalbaar voor de middenklasse. De erfpachtregeling is gekoppeld aan de WOZ-waarde die steeds hoger wordt maar dat betekent niet dat mensen ook rijker worden. Een nieuwe spijtoptantenregeling als overgangsregeling op korte termijn kan iets betekenen maar is ook slechts een pleister. Daarom doet hij een nadrukkelijk verzoek aan het college en de raad om in actie te komen. Het lid HAVELAAR (CDA) vraagt hoeveel de inspreker op dit moment betaalt aan erfpacht. Inspreker LAKENMAN antwoordt dat hij op dit moment nog geen erfpacht betaalt. Het lid HAVELAAR (CDA) vraagt hoe de inspreker is meegenomen in het proces en hoe hij is geïnformeerd over de erfpacht. Inspreker LAKENMAN heeft een verzoek gedaan om hierover in gesprek te gaan maar dat was helaas niet mogelijk. Omdat bezwaar maken niet mogelijk is, is de de enige mogelijkheid om er iets van te zeggen. Het lid VEENHOFF (PRO Amsterdam) vraagt waarom de inspreker geen bezwaar kan maken. Inspreker LAKENMAN antwoordt dat dit zo staat vermeld in de e-mail die hij heeft ontvangen.

De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Waterbolk die namens bewoners van de Tweede Oosterparkstraat inspreekt bij agendapunt 48, bespreken van de brief ter afdoening van het raadsadres inzake het Marga Minco-pand. Inspreker WATERBOLK spreekt namens een groep bewoners die zich grote zorgen maken over de toekomst van de Oosterparkbuurt. De buurt is ontdekt door projectontwikkelaars en speculanten voor wie het aantrekkelijk is om woonkelders uit te graven en extra toplagen toe te voegen. De bewoners willen in een normale, gevarieerde buurt wonen en zijn diep teleurgesteld in het gemeentebestuur. Concreet verwijst ze naar de manier waarop is omgegaan met de bouwplannen van het Marga Minco-pand. Deze plannen zijn te lichtvoetig behandeld en nooit kritisch getoetst. De aantasting van de cultuurhistorische waarde van de Tweede Oosterparkstraat 237 tot en met 271 is zo goed als genegeerd en er is slechts oppervlakkig gekeken naar de grote risico's van de geplande kelderverdieping voor de aanpalende panden die rusten op dezelfde fundamenten en bouwmuren. De bewoners en de buurt zijn niet of slecht geïnformeerd door het stadsdeelbestuur. Brieven en mails zijn niet beantwoord en gevraagde informatie is niet verstrekt. De tegenadviezen vertellen een geheel ander verhaal en de bouwtekeningen laten een veel te grote kelder zien die te dicht bij de pijlers is ontworpen.

Ze vraagt zich af of deze tegenadviezen door het stadsdeelbestuur wel zijn gelezen en besproken. Bij het Marga Minco-pand is de rode loper uitgerold voor een projectontwikkelaar en zijn de bewoners genegeerd. Ze roept de gemeenteraad en het college op om te leren van wat eerder mis is gegaan. Het lid VEENHOFF (PRO Amsterdam) vraagt wat de reactie was van stadsdeel Oost en wil weten wat de stand van zaken is rond het advies van Heemschut. Inspreker WATERBOLK vertelt dat zij eind februari hebben ingesproken bij de stadsdeelcommissie van Oost, maar dat toen bleek dat het bezwaar nog niet kon worden afgerond en ingediend. Heemschut is al langere tijd geïnteresseerd in het hele ensemble en wil zich inzetten om het tot gemeentelijk monument te maken. De urgentie is nu groot omdat de projectontwikkelaar kelders gaat bouwen waardoor andere huizen kunnen

23

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

verzakken. Die bouwtekeningen zijn door stadsdeel Oost genegeerd en bewoners zijn niet op de hoogte van de beraadslagingen. De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Floor, die namens Vereniging Buurtbeheer Amsteldorp inspreekt bij agendapunt 50, bespreken van de Jaarrapportage Woningbouw 2025. Inspreker FLOOR beschrijft hoe rondom Amsteldorp een hoogstedelijke stad verrijst met duizenden woningen, tienduizenden nieuwe bewoners en 20.000 ambtenaren. Die gebieden zijn ontworpen vanuit de aanname dat er ruimte is voor rust, groen en lage bebouwing en Amsteldorp vervult al decennia die functie als voorziening voor de omliggende hoogbouw. Maar Amsteldorp is geen laaghangend fruit en bouwen in Amsteldorp betekent geen versnelling van de woningbouw. Het legt beslag op schaarse ontwikkelcapaciteit die elders sneller en meer oplevert, temeer omdat de cohesie en het leefklimaat van de wijk worden aangetast. Daarnaast worden huizen onbereikbaar voor bewoners, bezoekers, vrienden, familie en leveranciers. Het meest recente advies van de Commissie Omgevingskwaliteit is dat zij niet akkoord gaan en deze week is een brief met concrete vragen aan de wethouder gestuurd. In de wijk is zes jaar lang schade aangericht zonder goed plan en zonder participatie.

Hij vraagt of bij de raad voldoende op het netvlies staat hoezeer de hoogstedelijke bouw afhankelijk is van een plek als Amsteldorp en hoe kwetsbaar die plek is. Het lid MOLEMA (JA21) vraagt of de bewoners van Amsteldorp ontevreden zijn over het participatieproces. Inspreker FLOOR antwoordt dat hun vereniging zes jaar geleden een brief naar Ymere heeft gestuurd waarin duidelijk werd gemaakt dat er belangen voor de hele wijk zijn die meegenomen moeten worden. Hier is zes jaar lang niets mee gedaan. Tot op heden is driekwart van de omwonenden niet betrokken geweest bij de participatie. Het lid MOLEMA (JA21) vraagt wat de inspreker nodig zou hebben om weer een beetje vertrouwen te krijgen in het participatieproces. Inspreker FLOOR antwoordt dat de gemeente rekenschap zou moeten geven van wat zij op dit moment allemaal in de wijk doet. De gemeente is feitelijk bezig met een wijktransformatie van Amsteldorp bovenop alle projecten eromheen maar het ontbreekt aan de bijbehorende waarborgen. De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Hoekstra die op persoonlijke titel inspreekt bij agendapunt 63, bespreken van de raadsinformatiebrief Aanleg sportpark Brasa. Inspreker HOEKSTRA heeft vorig jaar twee klachten ingediend bij de gemeente over het plan voor sportpark Brasa.

In de bij de klachtafhandeling meegestuurde plantekening staat een football-veld ingetekend, en dat wijkt af van eerdere ontwerpen die met de raad en bewoners zijn gedeeld. Ook wijkt het af van de opdracht tot planvorming en locatiekeuze-advies omdat er een veld zou moeten komen waarop ook hockey mogelijk is. Tot zijn verbazing valt in de klachtafhandeling te lezen dat op de plek van het football-veld een hockeyveld kan komen terwijl dit niet zo in het inrichtingsplan staat. Alle doorrekeningen, milieueffectrapportages en claims dat licht- en geluidsoverlast grotendeels binnen de wettelijke marges blijven zijn op dat plan gebaseerd. In het plan staat duidelijk dat de groenstrook blijft als buffer tegen geluidsoverlast. Hij heeft een dochter met een chronische aandoening waardoor zij geen geluid en licht kan verdragen en dat is de reden dat ze hebben gekozen om aan het Brasapark te wonen dat zou worden toegevoegd aan de Hoofdgroenstructuur. Voor hen is een voetbalveld op deze plek al een groot probleem maar hockey nog dichter bij hun gevel en zonder dezelfde groene buffer zou een aanzegging zijn dat hun leven op doordeweekse avonden en in het weekend ondraaglijk gaat worden. Hij vraagt de raad om voor opheldering te zorgen. Het

24

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

inrichtingsplan toont een sportveld van 49 meter breed terwijl de gemeente daarin een veld van 56 meter breed wil inpassen. Als de gemeente zich de optie voorbehoudt om op termijn een breder veld te realiseren dat dichter bij de huizen staat, dan moet ook die optie worden doorgerekend en moeten de milieueffecten worden opgenomen in het inrichtingsplan. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt of de inspreker iets kan vertellen over de participatie rondom deze plannen. Inspreker HOEKSTRA legt uit dat dit al in het raadsadres staat en dat hij niets meer kan toevoegen omdat de klachtafhandeling niets nieuws vertelt. Zijn klacht is dat de visie van de bewoners zodanig onder het sportveld wordt geschoven dat die niet wordt meegewogen. Het lid BAKKER (BIJ1) vraagt of de groene buffer en de geluidsschermen niet voldoende zijn. Inspreker HOEKSTRA antwoordt dat het storend is als nog dichter bij een nog luidruchtigere sport wordt bedreven maar hij kan dat slecht beoordelen omdat dit niet in het inrichtingsplan staat. Het lid MEILAND (BIJ1) vraagt of meer bewoners tegen het aanleggen van sportpark Brasa zijn. Inspreker HOEKSTRA antwoordt dat er een vrij actieve bewonersgroep is en dat er verschillende bijeenkomsten plaatsvinden maar dat er ook nog steeds gesprekken met de gemeente lopen over praktische zaken.

De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Wijzenbeek, die namens PAF (Professionele Amsterdamse Fietsverhuurders) inspreekt bij agendapunt 73, kennisnemen van de raadsinformatiebrief over een andere invulling van het deelbakfietssysteem in Amsterdam. Inspreker WIJZENBEEK spreekt legt uit dat binnen de PAF ongeveer veertig Amsterdamse fietsenwinkels zijn verenigd. De gemeente heeft de afgelopen tien jaar vier verschillende deelfietsprojecten toegestaan en iedere keer wordt gezegd dat deze systemen bedoeld zijn voor Amsterdammers en forenzen, terwijl uit onderzoek van de gemeente zelf blijkt dat meer dan 75 procent van de gebruikers toeristen zijn en de fietsen nauwelijks autoritten vervangen. Nu dreigt exact dezelfde fout opnieuw te worden gemaakt, dit keer met deelbakfietsen. Aanbieders krijgen straks vrijwel volledige vrijheid om hun voertuigen in de stad te plaatsen en de bakfietsen zullen terechtkomen op plekken met de hoogste toeristische vraag en rond hotels. Een elektrische deelbakfiets is inmiddels bijna even duur als een gewone huurfiets per dag, waardoor dit systeem in de praktijk vooral door toeristen gebruikt zal gaan worden. De ervaring van de afgelopen tien jaar laat bovendien zien dat commerciële aanbieders nauwelijks voertuigen plaatsen in Noord, Zuidoost of Nieuw-West omdat daar minder toeristische vraag is.

Als Amsterdam echt een mobiliteitssysteem voor bewoners wil, dan moet dit streng worden gereguleerd zoals bij de succesvolle ov-fiets gekoppeld aan de ov-chipkaart die vrijwel voor 100 procent de beoogde doelgroep bereikt in plaats van toeristen. Zonder regels verandert ook deze deelfiets uiteindelijk in een commercieel toeristisch verhuursysteem vanaf de openbare weg terwijl de nadelen en de druk op de openbare ruimte voor rekening van de stad en haar bewoners komen. Het lid RIJPKEMA (JA21) vraagt hoe de inspreker kijkt naar commerciële verhuurders van fietsen die het lastig hebben. Inspreker WIJZENBEEK weet dat in het afgelopen anderhalf jaar in AmsterdamCentrum elf fietsenwinkels zijn gesloten die allemaal fietsen repareerden en verkochten

25

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

voor Amsterdammers. In Amsterdam zijn de huren en salarissen heel hoog en daarom zijn drie dingen echt noodzakelijk, verkoop, reparatie en verhuur. Het feit dat deelfietsen gratis gebruik mogen maken van de openbare weg en dat die eigenlijk alleen bij toeristen terechtkomen, zorgt ervoor dat fietswinkels omvallen. De fietsenwinkel in de Sumatrastraat heeft vier jaar lang gevochten met de gemeente omdat daar allemaal fietsen precies voor het hotel stonden en daar heeft hij jarenlang veel schade van gehad. Het lid RIJPKEMA (JA21) vraagt hoe de inspreker kijkt naar de deelbakfietsen die waarschijnlijk overal in de openbare ruimte komen te staan. Inspreker WIJZENBEEK verwacht dat die fietsen gewoon overal komen te staan. Er zijn 75.000 toeristen in Amsterdam die graag willen fietsen en de aanbieders zullen die fietsen daarom vooral bij hotels plaatsen omdat daar de kans op een klant het grootst is. Dat is gewoon commercieel toeristisch gebruik van de openbare ruimte, net als in de afgelopen tien jaar. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA wil als voorzitter van deze raad en het college en als voorzitter van het bestuur van deze stad een verklaring afleggen. In deze raad moet altijd ruimte zijn voor tegenspraak en inspraak door burgers, dat is van groot belang.

Maar dat op de publieke tribune een spandoek omhoog is gehouden waarop een internationale terreurorganisatie wordt verheerlijkt, is een diepe schande. Dit staat haaks op de waarden van vrijheid en democratie waar deze raad en het college voor staan en die het hart zijn van de stad. 2c. Actualiteiten Actualiteit over niet stilleggen verkeer Surinameplein op 30 juni voor de inachtneming van twee minuten stilte tijdens de herdenking van het slavernijverleden is besproken De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bakker. Het lid BAKKER (BIJ1) wil vooropstellen dat de fractie van BIJ1 blij is met de stappen die worden gezet met de Route naar Herstel. Er ligt een adviesrapport en een bestuurlijke reactie maar de vraag is nu wat er concreet uitkomt en wat de eerste concrete stappen zijn. Het college kan beginnen met een eenvoudige eerste stap, gewoon teruggeven wat er ooit al was. Sinds 1993 vindt de jaarlijkse herdenking van de slavernij plaats op het Surinameplein en de twee minuten stilte vormen de kern van deze herdenking. Vorig jaar vroeg het comité al om werkelijke stilte, waarna de portefeuillehouder van het dagelijks bestuur van stadsdeel West zei dat het te kort dag was maar beloofde voor dit jaar alles op alles te zetten. En nu, maanden nadat het gesprek in januari startte, krijgt het comité weer nul op het rekest.

Het GVB is akkoord maar ineens is er een negatief advies omdat een stop van zes minuten in de spits zou vallen. Acht uur 's avonds is geen spits. Voor Koningsdag, de marathon en 4 mei worden moeiteloos hele stadsdelen platgelegd, dus waarom is het voor de herdenking van het slavernijverleden ineens praktisch onmogelijk om een kruispunt zes minuten stil te leggen? Dit toont een pijnlijk gebrek aan politieke prioriteit. Hij vraagt de burgemeester waarom de belofte van vorig jaar op deze manier wordt gebroken en hoe het kan dat het GVB instemt maar de hulpdiensten dit niet kunnen faciliteren terwijl het bij andere grootschalige herdenkingen in de stad geen enkel probleem is. Tot slot vraagt hij of de burgemeester bereid is haar bevoegdheid te gebruiken om de bezwaren opzij te schuiven en de twee minuten stilte voor 30 juni alsnog af te dwingen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bentoumya.

26

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

Het lid BENTOUMYA (PRO Amsterdam) heeft de insprekers goed gehoord en begrijpt het belang van deze herdenking en de minuten stilte die daarbij horen. Ze is benieuwd naar de reactie van het college op de vragen die door BIJ1 worden gesteld. PRO Amsterdam kent dit college als een college dat de Route naar Herstel zeer serieus neemt en daarin al stappen zet. Tegelijkertijd is het belangrijk stil te staan bij de praktische bezwaren en haar fractie wil graag een antwoord op de vraag of de herinrichting het voor het verkeer onmogelijk zou hebben gemaakt om de stilte in acht te nemen. Ze is benieuwd hoe dat tot stand komt, wat de praktische bezwaren zijn en welke mogelijkheden het college ziet om dit wellicht toch mogelijk te maken. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording. Burgemeester HALSEMA vindt dat er veel te grote woorden worden gebruikt en daar heeft ze moeite mee. Er zijn twee officiële herdenkingsmomenten waarbij de gemeente actief participeert. Dat zijn de Memre Waka voor de deur van de ambtswoning op 1 juni waarbij de gemeente zeer actief is, een tribune en podium plaatst en het verkeer omleidt, en daarnaast de nationale herdenking op 1 juli in het Oosterpark waar de gemeente het verkeer omleidt, het tramverkeer stillegt en allerlei voorbereidende werkzaamheden uitvoert.

Er is geen sprake van dat de slavernijherdenking niet op waarde wordt geschat. Het gaat hier om een lokale herdenking die niet bij de gemeente is aangemeld en waarbij de gemeente geen betrokkenheid heeft. Het is aan de deelraad voorgelegd zonder dat het van tevoren als herdenking was aangemeld, waardoor men overvallen werd en op het laatste moment van alles geregeld moest worden. Ze zal nagaan of het verkeer nog omgeleid kan worden. Het lid BAKKER (BIJ1) weet dat het college waarde hecht aan het slavernijverleden en ze zijn verheugd met de stappen die worden gezet. Het gaat hen om het feit dat juist dit moment dat al heel lang op deze manier wordt georganiseerd door de herinrichting van het plein nu niet kan plaatsvinden zoals het comité het voor ogen heeft. Hij is blij dat de burgemeester ernaar wil kijken. Vorig jaar is in het stadsdeel een toezegging gedaan maar het lijkt nu alsof er opnieuw wordt gezegd dat ze te laat zijn. Hij wil daarvoor waken en hoopt dat de burgemeester dat ook vindt. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat zij daar al bevestigend op heeft geantwoord. Ze zal het terugleiden naar het stadsdeel, want dat is waar het thuishoort en daar kan het ook via de stadsdeelcommissie aanhangig worden gemaakt. De discussie wordt gesloten. 2d. Rondvraag De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Rijpkema voor een rondvraag aan burgemeester Halsema.

Het lid RIJPKEMA (JA21) merkt op dat locoburgemeester Pels op Instagram schrijft dat zij namens het college als locoburgemeester aanwezig was bij de Nakbaherdenking en dat zij in datzelfde bericht expliciet spreekt over de genocide in Gaza. Dit is opmerkelijk omdat in het verleden werd gezegd dat wethouder Pels zulke uitspraken op persoonlijke titel deed terwijl zij nu schrijft dat ze daar namens het college stond. De burgemeester heeft zelf ook een verklaring over de Nakba geplaatst waarin zij een volledig eenzijdige duiding geeft aan een van de meest ingewikkelde, pijnlijke en historisch beladen conflicten ter wereld. De burgemeester verbindt de gebeurtenissen uit 1948 rechtstreeks aan de oorlog van vandaag, wijst nadrukkelijk naar het Israëlische leger maar laat de andere kant van het conflict volledig buiten beeld. Hij vindt dat onvoorstelbaar en vraagt of het tot de taak van de burgemeester behoort zich op deze

27

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

manier te mengen in een van de lastigste dossiers in de moderne geschiedenis, waardoor onvermijdelijk veel mensen in de stad pijn ervaren en polarisatie ontstaat. Hij vraagt of de burgemeester dat in het belang van Amsterdam acht en of zij het haar taak vindt zich te mengen in een historisch beladen en diep verdeeld conflict, zowel wereldwijd als in Amsterdam. Hij wil weten of het officiële standpunt van het Amsterdamse college is dat er sprake is van een genocide in Gaza, wanneer en hoe dit standpunt is vastgesteld. En als dat niet het geval is, waarom laat de burgemeester het toe dat de locoburgemeester dit namens het college communiceert? Vindt de burgemeester het verstandig een zo eenzijdige weergave van een deel van de Israëlische geschiedenis te geven, terwijl Amsterdam inwoners uit allerlei gemeenschappen heeft die door het conflict geraakt worden? Bestaat er binnen het college een protocol voor dit soort uitingen over buitenlandse conflicten en nationale trauma's, of mogen burgemeester en wethouders zelf bepalen over welk internationaal trauma zij zich bestuurlijk uitspreken en welke kant zij daarbij kiezen? Tot slot vraagt hij of de burgemeester erkent dat terughoudendheid hier geen onverschilligheid is, maar juist bestuurlijke verantwoordelijkheid omdat zij namens alle Amsterdammers spreekt en niet voor één kant van een buitenlands conflict.

De VOORZITTER wijst erop dat de rondvraag bedoeld is voor één vraag. Als een commissielid een hele rits vragen heeft, dan kan dat als agendapunt worden geagendeerd. Hij geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording. Burgemeester HALSEMA merkt op dat de eerste vraag retorisch was en dat wethouder Pels vanzelfsprekend namens het college aanwezig was, anders had zij de keten niet gedragen. Voor degene die denkt dat daarmee een nieuw standpunt wordt ingenomen, herhaalt ze haar woorden van vorig jaar. Ze heeft toen gezegd dat niet voor niets de directeur van het NIOD inmiddels spreekt van genocidaal geweld en dat Amos Goldberg, de Israëlische hoogleraar Holocaust- en genocidestudies van de Hebrew University in Jeruzalem, al langer van genocide spreekt en met hem vele onafhankelijke mensenrechtenorganisaties. Als dergelijke gezaghebbende instituten tot deze analyse komen, dan moet het politieke meningsverschil terzijde worden gelaten en moet de gruwelijkheid van mensenrechtenschendingen eensluidend worden veroordeeld. Dat standpunt staat nog steeds volledig namens het college en de raad heeft zich daar destijds volledig bij aangesloten. Daar is niets aan veranderd en de wethouder heeft in die geest het college vertegenwoordigd.

Het lid Rijpkema spreekt over eenzijdigheid, vindt dat de context van het conflict gememoreerd moet worden en dat zij zich niet zou mogen uitlaten over een internationaal conflict. Toen Hamas op 7 oktober 2023 een gruwelijke aanslag pleegde in Israël heeft ze gezegd dat er geen 'ja maar' geldt omdat op zulke momenten context en geschiedenis geen rol spelen en de gruwelijkheid van die aanslag op zichzelf stond. JA21 was het daar van harte mee eens en vond het van groot belang dat zij zich als burgemeester van de stad uitsprak over een internationaal conflict. Dat geldt nu in gelijke mate. De Nakba kan op zichzelf beoordeeld worden en er zijn geen beperkingen aan het uitspreken van mededogen met het verdriet van bevolkingsgroepen in de stad. Het was een uiting van mededogen met het lijden van veel Palestijnse en andere Amsterdammers zoals zij zich ook regelmatig uitspreekt over het lijden van Joodse Amsterdammers. Het lid RIJPKEMA (JA21) vindt de Nakba een ingewikkeld verhaal waarbij ook veel Israëlische mensen moesten vluchten. De burgemeester kiest er nadrukkelijk voor vooral te spreken over de islamitische mensen die moesten vluchten. Hij vindt dat een vreemde bewoording omdat er ook Israëlische mensen in Amsterdam wonen. Hij vindt het een zeer eenzijdige duiding van het conflict. Burgemeester HALSEMA zou het lid Rijpkema willen adviseren zich erin te verdiepen.

Palestijnen en islamieten zijn niet hetzelfde. Palestijnen zijn altijd een zeer heterogeen volk geweest en ook veel christelijke Palestijnen moesten destijds vluchten. De geschiedenis hoeft hier niet te worden besproken en het moet voldoende zijn dat de Verenigde Naties al in 2021 of 2022 via een resolutie de gruwelijkheid van de Nakba en het voortduren daarvan hebben erkend en daar jaarlijkse herdenkingen aan wijden. Het

28

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

internationaal recht en de rechtsstaat gelden altijd en er kan niet op momenten dat het politiek niet uitkomt gezegd worden dat uw rechtsstaat de mijne niet is. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van der Veen voor een rondvraag aan burgemeester Halsema. Het lid VAN DER VEEN (PRO Amsterdam) ontvangt vanuit verschillende organisatoren van queer straat- en pleinfeesten signalen dat overleg en afstemming met Stichting Pride Amsterdam (SPA) moeizaam verlopen. Het gaat daarbij niet alleen om programmering, maar juist om samenwerking, informatie-uitwisseling en de voorbereiding van het slotweekend. Dat slotweekend wordt in het eigen beleid een risicovol evenement genoemd en hij maakt zich zorgen over veiligheid en crowdmanagement omdat structureel overleg niet van de grond komt. Hij vraagt of het college de signalen herkent dat deze organisatoren sinds maart vorig jaar nog niet met SPA om tafel zijn gegaan en hij wil weten welke rol het college voor zichzelf ziet om de komende tijd deze partijen uit te nodigen en te bespreken wat er nodig is. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording. Burgemeester HALSEMA heeft ook vernomen dat er wrijving is in de samenwerking tussen de organisatie van de plein- en straatfeesten en de Prideorganisatie.

Dit is niet nieuw en ze kan zich niet anders herinneren dan dat er rond de Pride-organisatie altijd allerlei conflicten en onenigheid zijn maar dat men er elke keer weer uitkomt. Burgers hebben daarin een grote eigen verantwoordelijkheid en zij wil hen daaraan herinneren. De Pride is een feest en een belangrijk moment van protest. Ze gaat ervan uit dat de organisaties meeluisteren en begrijpen dat zij maar eens met elkaar om tafel moeten gaan. De gemeente blijft altijd verantwoordelijk voor de publieke veiligheid en dat gebeurt in overleg met de organisatie. De voorbereiding van de Pride is wat dat betreft altijd grondig en langdurig en dat is nu ook het geval. De driehoek is al bijeengekomen om met verschillende diensten over de voorbereiding van de Pride te spreken en binnen de gemeente wordt nagedacht over crowdcontrol. Enkele jaren geleden zijn beperkende maatregelen genomen die goed werken en die hebben geleid tot een veel prettigere organisatie. Ze zal nagaan of alles goed verloopt maar de raad hoeft zich daar in dit stadium geen zorgen over te maken. Het lid VAN DER VEEN (PRO Amsterdam) is zelf soms onderdeel van de gesprekken die nog niet tot stand komen en hij heeft veel mails en berichten gezien waarop niet wordt geantwoord. De organisatoren van de straat- en pleinfeesten hopen sinds maart vorig jaar afspraken te kunnen maken over de veiligheid.

Na het dansen op de kade gaan veel mensen naar de straat- en pleinfeesten en de organisatoren maken zich zorgen of zij die crowd kunnen managen. In het beleid staat dat Stichting Pride Amsterdam ook verantwoordelijk is voor die straat- en pleinfeesten omdat het een groot en risicovol evenement betreft. Het lijkt hem daarom logisch dat nu, twee maanden voor het slotweekend, mogelijk actie ondernomen moet worden. Dat is een vraag van deze organisatoren en het zou fijn zijn als de gemeente zelf ook het gesprek op gang brengt, zodat het niet van één kant komt. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat ze zal bellen met de verschillende partijen en dat ze verwacht dat de wethouder van Cultuur, die de inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de Pride draagt, dat samen met haar zal doen. Stichting Pride Amsterdam heeft inderdaad een parapluvergunning en draagt daarmee een grote verantwoordelijkheid voor het vreedzame verloop van zowel de Canal Pride als de feesten. Tot slot wil ze iedereen eraan herinneren dat het dit jaar World Pride is en dat ze ervan uitgaat dat iedereen op zijn mooist aanwezig zal zijn. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Rijpkema voor een vervolgvraag.

29

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

Het lid RIJPKEMA (JA21) vindt zichtbaarheid de kern van emancipatie, gelijkwaardigheid en acceptatie. Daarom wringt het dat van de 218 geïdentificeerde Prideactiviteiten bijna de helft in het centrum plaatsvond en Noord, Nieuw-West en Zuidoost het minst bediend werden. De GGD meldt dat de acceptatie onder jongeren hard terugloopt. Het percentage jongeren dat verliefdheid op hetzelfde geslacht normaal vindt, daalt van 63 procent in 2021 naar 43 procent in 2023 terwijl het percentage jongeren dat het verkeerd vindt juist verdubbelt van 14 naar 28 procent. Juist in Noord, Zuidoost en NieuwWest is de acceptatie lager dan in de rest van de stad. Dit punt komt ook terug in de evaluatie van Grant Thornton die het behoud en een versterkte focus op Noord, Zuidwest en Nieuw-West aanbeveelt vanwege de snel teruglopende acceptatie. Hij wil weten waarom de Pride het minst zichtbaar is in de wijken waar de acceptatie het meest onder druk staat terwijl zichtbaarheid juist noodzakelijk is. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat zij hiermee op het terrein van de wethouder van Cultuur komt maar dat die ongeveer hetzelfde antwoord zou geven. Ze vindt dat het anders beoordeeld moet worden, namelijk dat er in toenemende mate ook in de wijken activiteiten vanuit de Pride plaatsvinden, wat in het verleden helemaal niet het geval was.

Het waaiert nu uit over de wijken en dat is een zeer positieve ontwikkeling omdat ze het wat dat betreft eens is met het lid Rijpkema. Het is echter de verantwoordelijkheid van de Pride-organisatie, aangezien het een initiatief is van de burgers van Amsterdam en geen gemeente-evenement betreft. Het lid RIJPKEMA (JA21) merkt op dat de gemeente deels subsidies verstrekt en daar eisen aan kan stellen. Hij vraagt of het wellicht een idee is om in aanloop naar World Pride 2026 gericht met stadsdelen, scholen en lokale organisaties in Noord, Nieuw-West en Zuidoost aan de slag te gaan zodat de Pride niet vooral zichtbaar is in het centrum maar ook werkelijk bijdraagt aan acceptatie, veiligheid en ontmoeting in de wijken waar dat het hardst nodig is. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat de subsidies juist daarop gericht zijn. Dat neemt niet weg dat het altijd nog iets meer kan en ze verwacht dat dit in de komende jaren verder zal toenemen naarmate er meer initiatieven ontstaan. Ter relativering merkt ze daarnaast op dat de Pride de afgelopen jaren altijd het openingsonderwerp in alle journaals is geweest, waardoor het niet alleen voor alle inwoners van Amsterdam zeer toegankelijk is maar ook voor alle Nederlanders bij wie de emancipatie van de queer community ook nog wel een duwtje kan gebruiken. De VOORZITTER schorst de vergadering. De VOORZITTER heropent de vergadering.

De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Munster voor een rondvraag aan wethouder Van der Horst. Het lid VAN MUNSTER (PRO Amsterdam) stelt namens het lid Belkasmi een vraag over de commotie rondom de knip bij de Laan van Vlaanderen. Ze hebben veel signalen ontvangen van bewoners, scholen en ondernemers dat dit niet goed is verlopen en ze willen weten hoe de wethouder daarop terugkijkt. Daarnaast willen ze weten hoe wordt gewaarborgd dat er ditmaal wel een ordentelijk verkeersbesluit tot stand komt. Verder zijn er signalen over kruispunten in de buurt die aanpassingen vereisen voor een goede verkeersdoorstroming en hij vraagt wat de stand van zaken daaromtrent is. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van der Horst voor de beantwoording. Wethouder VAN DER HORST erkent dat de communicatie over de uitspraak van de rechtbank niet goed is verlopen en tot verwarring heeft geleid. De uitspraak was op

30

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

vrijdag 8 mei en omdat deze ook de media had bereikt, moest er proactief worden gecommuniceerd. Daarbij is de uitspraak te snel geïnterpreteerd. De rechtbank heeft een beslissing op een bezwaar tegen het verkeersbesluit vernietigd en niet het verkeersbesluit zelf. Het bezwaar was ingediend tegen de knip in de spitsuren en de gemeente heeft dat bezwaar afgewezen. Er moet nu een nieuwe beslissing op het bezwaar worden genomen, waarbij beter moet worden uitgelegd welke onderzoeken en afwegingen aan het verkeersbesluit en het verkeersfilter ten grondslag liggen. De gemeente krijgt daarvoor acht weken de tijd. Er zijn inderdaad enkele kruispunten die aanpassingen vragen, zoals toegelicht in de raadsinformatiebrief van 1 december 2025 over de eindevaluatie. Het belangrijkste kruispunt is dat van de Henk Sneevlietweg en de Johan Huizingalaan. De aanpassing daarvan kan pas worden uitgevoerd na afronding van de lopende rioleringswerkzaamheden op beide wegen. Dit wordt naar verwachting in 2027 uitgevoerd. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar voor een rondvraag aan wethouder Pels. Het lid HAVELAAR (CDA) wijst op de situatie van twee bewoners bij wie in de woning wapens en drugs zijn aangetroffen. De gemeente heeft daarop het huurcontract van de woning ontbonden. De bewoners zijn inmiddels strafrechtelijk vrijgesproken maar moeten desondanks hun woning verlaten.

Het CDA vraagt zich af of de gemeente hiermee de juiste koers vaart. Hij vraagt of de wethouder het met het CDA eens is dat bewoners van een huurstandplaats dezelfde rechten zouden moeten hebben als bijvoorbeeld eigenaren van een koopwoning of huurders van een reguliere woning. Daarnaast wil hij weten of de wethouder erkent dat het opnieuw verhuren van deze huurstandplaats aan anderen de rechtspositie van de huidige bewoners feitelijk uitholt en dat dit onwenselijk is. Omdat er nog een civielrechtelijke procedure loopt, vraagt hij of de wethouder kan toezeggen dat de standplaats in ieder geval niet aan anderen wordt verhuurd zolang het juridische traject nog niet is afgerond. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Pels voor de beantwoording. Wethouder PELS antwoordt dat de huurbescherming van woonwagenbewoners niet minder sterk is dan die bij sociale huurwoningen. Zowel de rechtbank als het hof hebben geoordeeld dat de ontbinding van het huurcontract, gelet op de feiten, aanvaardbaar en proportioneel is. De rechtbank heeft daarbij al rekening gehouden met de civielrechtelijke procedure en heeft aangegeven dat de gemeente daar niet op hoeft te wachten. De gemeente heeft het afgelopen jaar meegewerkt door het contract steeds te verlengen zodat de bewoners de gelegenheid kregen een andere woning te vinden en er is nadrukkelijk meegedacht over hun situatie.

Tegelijkertijd staat de gemeente juridisch sterk en volgt ze de gemaakte afspraken. Civielrecht en strafrecht zijn twee afzonderlijke rechtsgebieden waarbij de bewijsvoering in het strafrecht aanzienlijk zwaarder is dan in het civielrecht. Dit is de lijn die de gemeente al geruime tijd hanteert en zal blijven hanteren. Ze kan helaas niet toezeggen dat ze zal afwachten wat de civielrechtelijke procedure oplevert, juist omdat er al lange tijd medewerking is verleend en omdat nu daadwerkelijk moet worden doorgepakt zodat de verhuizing kan plaatsvinden. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar voor een rondvraag aan wethouder Meliani. Het lid HAVELAAR (CDA) wijst op de vignetten die rederijen in het verleden verkochten om de optocht vanaf de kant te bekijken. Eind maart werden zij verrast doordat de Pride-organisatie op precies dezelfde locatie een commerciële tribune bouwt waar mensen voor aanzienlijke bedragen naar de botenparade kunnen kijken. Hij vraagt of het college het met het CDA eens is dat de evenementenvergunning en het alleenrecht van de Pride-organisatie niet mogen worden misbruikt om commercieel te concurreren. Hij vraagt wat het college vindt van een megatribune waar mensen 275 euro per kaartje of

31

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

28.000 euro per vak betalen om naar de boten te kijken en wil weten hoe dit zich verhoudt tot de evaluatie waarin staat dat dit geen wenselijke ontwikkeling is. Daarnaast vraagt hij of de wethouder het met het CDA eens is dat ook andere ondernemers de mogelijkheid moeten hebben hun diensten aan te bieden, zoals met de vignetten altijd goed was geregeld. Hij vraagt of de wethouder bereid is in gesprek te gaan met Stichting Pride omdat ze wel aan tafel hebben gezeten met de rederijen maar er niet zijn uitgekomen. Er moet een passende oplossing komen omdat Stichting Pride de rederijen nu verzoekt hun klanten naar de Pride door te verwijzen in ruil voor 10 procent commissie, en dat acht hij geen correcte houding. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Meliani voor de beantwoording. Wethouder MELIANI legt uit dat bij grote evenementen vanwege de beheersbaarheid een evenemententerrein wordt aangewezen en dat dit bij de Pride de route van de botenparade is. Bij World Pride is sprake van een bijzondere situatie omdat de organisatie voor het eerst een grote tribune op de Prinsengracht plaatst. Salonboten langer dan 10 meter kunnen niet deelnemen omdat er ruimte moet overblijven voor kleinere boten. Om verdere vercommercialisering tegen te gaan acht ze het wenselijk dat de gemeente daar meer regie op voert maar ze kan niet stellen dat de World Pride draait om commercieel gewin.

Stichting Pride Amsterdam wil de wereld ontvangen om de vrijheid van de lhbti-gemeenschap te vieren en de inkomsten komen ten goede aan het programma en de bezoekers. Ze is niet van mening dat er sprake is van concurrentie. De beperking voor salonboten langer dan 10 meter betreft een bijzondere situatie en ze gaat ervan uit dat volgend jaar de normale situatie wordt hersteld. De burgemeester gaat over de vergunningen en daar kan ze schriftelijk op terugkomen. Pride Amsterdam heeft als doel stil te staan bij de strijd voor en de vrijheid van lhbti'ers en dit te vieren maar dat moet op een beheersbare wijze plaatsvinden. Dit uitgangspunt is in 2019 door de raad omarmd en om dit goed te organiseren is die keuze gemaakt. Het lid HAVELAAR (CDA) is verheugd over de toezegging van de wethouder met betrekking tot volgend jaar, temeer omdat de salonboten hier pas afgelopen maart van op de hoogte zijn gesteld. Wat betreft de vercommercialisering wijst hij op wervende taal voor banners en een businessclub. Hij acht het een zeer onwenselijke ontwikkeling dat de Pride-organisatie op de locatie waar voorheen de boten lagen nu zelf zo sterk commercieel inzet. Dat past niet bij een organisatie die voldoende subsidie ontvangt om dit niet noodzakelijk te maken. Wethouder MELIANI antwoordt dat de organisatie subsidie ontvangt met de opdracht ook middelen uit de markt te werven.

Niet alles kan door de gemeente worden gefinancierd en gesubsidieerd en dit is een manier om het kostendekkend te maken. Ze heeft toegezegd hierover met de organisatie in gesprek te gaan en dit punt aan te kaarten maar ze staat positief tegenover het feit dat de organisatie ook inkomsten uit de markt genereert. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Ameziane voor een rondvraag aan wethouder Scholtes. Het lid AMEZIANE (PRO Amsterdam) wijst op de waarschuwing van de politie voor meidenhuizen, waarin meisjes vanaf elf jaar kwetsbaar zijn voor grooming. Het gaat om openbare kanalen waar meisjes persoonlijke foto's en video's delen met duizenden onbekenden terwijl kwaadwillenden kunnen meekijken. Ouders zijn vaak niet bekend met dit fenomeen, mede omdat zij WhatsApp niet als sociale media beschouwen. Het gemeentelijke programma Online Leefwereld Jongeren biedt een goede basis maar hij verzoekt deze specifieke ontwikkeling onder de aandacht te brengen via actieve voorlichting en eventueel een online campagne gericht op ouders en jongeren, alsmede communicatie richting scholen en jongerenwerk. Hij verzoekt de wethouder de raad hierover vóór het zomerreces te informeren.

32

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Scholtes voor de beantwoording. Wethouder SCHOLTES legt uit dat het programma Online Leefwereld Jongeren onder meer gericht is op het voorlichten en informeren van jongeren, ouders, jongerenwerkers en scholen over wat er online gebeurt zodat zij kinderen kunnen helpen zich daarop voor te bereiden en om te gaan met de negatieve aspecten. Binnen dit programma is in samenwerking met ouders, jongeren en professionals voorlichtingsmateriaal met praktische tips over veilig en gezond digitaal opvoeden ontwikkeld, waarin ook aandacht is voor meidenhuizen en de bijbehorende risico's. Deze materialen worden zowel online als offline aangeboden. Daarnaast is in samenwerking met onderwijsprofessionals lesmateriaal ontwikkeld dat in de klas kan worden gebruikt en komt er een campagne met abri's, mupi's, borden en/of zuilen waarbij kinderen via posters en flyers worden gewezen op de gevaren. Het lid AMEZIANE (PRO Amsterdam) vraagt of de wethouder kan toezeggen dat de raad hierin wordt meegenomen. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat de gemeenteraad met enige regelmaat een update ontvangt over het programma Online Leefwereld Jongeren en dat deze ontwikkeling daarin zal worden meegenomen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Schmit voor een rondvraag aan wethouder Van Buren.

Het lid SCHMIT (D66) wijst op de recent gepubliceerde milieueffectrapportage die zeer kritisch is over de milieuonderbouwing van Schiphol. Die plannen moeten opnieuw worden onderbouwd maar de minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft aangegeven dit niet van plan te zijn en in plaats daarvan een politieke afweging te zullen maken. Dit zorgt voor veel onzekerheid bij omwonenden en andere belanghebbenden. Het position paper van Amsterdam zet in op 400.000 vluchten voor minder overlast en behoud van een goede internationale verbondenheid. Hij vraagt of de wethouder naar aanleiding van het debat en de rapportage contact heeft opgenomen met de minister van Infrastructuur en Waterstaat en zo niet, of ze bereid is dit op korte termijn te doen. Daarnaast verzoekt hij haar namens D66 specifiek aan te dringen op het stopzetten van de nachtvluchten omdat die veel overlast veroorzaken voor Amsterdammers. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat ze geen contact heeft gehad met de minister maar dat ze van de gelegenheid gebruik wil maken om meer duiding te geven en de vervolgstappen te schetsen. Minister Karremans heeft in het debat met de Tweede Kamer laten weten het advies van de commissie m.e.r. serieus te nemen, maar dat de milieueffectrapportage niet volledig opnieuw wordt opgesteld uit vrees voor tijdverlies.

De commissie adviseert de milieueffectrapportage opnieuw te maken en medio juni zal de minister bekendmaken hoe hij omgaat met de aanbevelingen. Het college ziet in het advies van de commissie m.e.r. een bevestiging van haar standpunt om de bescherming van bewoners serieus te nemen en de overschrijding van geluidsnormen aan te pakken in plaats van te legaliseren. In het position paper wordt gepleit voor een nachtsluiting en een flinke krimp. Ze constateert dat de problemen voor de minister zich opstapelen, met het risico dat het huidige beleid wordt voortgezet, meer juridische procedures worden gestart en het gedoogbeleid wordt gecontinueerd. Bij de vaststelling van een nieuw Luchthavenverkeerbesluit is het mogelijk beroep in te stellen bij de Raad van State maar ze acht het op dit moment nog te vroeg om een standpunt in te nemen. Het college zal naar aanleiding van schriftelijke vragen van de raad binnenkort uitgebreider en gedetailleerder kenbaar maken hoe het zich verhoudt tot de gang van zaken rondom het Luchthavenverkeerbesluit en de bijbehorende milieueffectrapportage.

33

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

Het lid SCHMIT (D66) kan zich vinden in de zorgvuldige aanpak van de wethouder, maar vraagt of het desondanks niet zinvol zou zijn de minister van Infrastructuur en Waterstaat te contacteren om het standpunt van Amsterdam over te brengen. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat ze de minister altijd kan bellen maar dat het standpunt van Amsterdam duidelijk is. Er is in de media op gereageerd en ook op ambtelijk niveau wordt hierover gesproken. De VOORZITTER sluit de rondvraag. 26. Bespreken van de Afdoening moties 035 en 038 over ontbossingsvrije soja en eiwittransitie VN2026-005364 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bakker. Het lid BAKKER (Partij voor de Dieren) wijst op de enorme hoeveelheden soja die via de Amsterdamse haven Europa binnenkomen. Deze soja is vaak verbonden aan ontbossing, vernietiging van ecosystemen en verdringing van lokale gemeenschappen. De meeste soja komt terecht in veevoer, waardoor klimaatverandering, natuurvernietiging en de uitstoot van de voedselindustrie verbonden zijn met deze goederenstromen in de haven. De raad heeft twee moties aangenomen om de haven een actieve rol te laten spelen in de eiwittransitie en om soja die gerelateerd is aan ontbossing niet langer als normaal onderdeel van duurzame economische ontwikkeling te behandelen.

Het is teleurstellend dat de afdoening van deze moties neerkomt op verwijzingen naar certificeringssystemen, Europese regelgeving en de beperkte rol van de haven. De Europese ontbossingsverordening is slechts een minimale wettelijke ondergrens en er blijven vragen bestaan over handhaving, traceerbaarheid en de betrouwbaarheid van certificering. Ze vindt het zorgelijk dat het college blijft leunen op systemen zoals de Round Table on Responsible Soy (RTRS) terwijl daar steeds meer kritiek op is. Daarnaast vindt ze het wrang dat het college zich beroept op Europese regelgeving die opnieuw is uitgesteld en nog niet volledig van kracht is terwijl de raad had gevraagd om een voortrekkersrol voor Amsterdam. Ze verwijst naar recente onderzoeksjournalistiek waaruit blijkt hoe moeilijk het is om ontbossingsvrije soja te garanderen en dat ontbossing en natuurvernietiging nog steeds verweven zijn met deze ketens. De moties vroegen nadrukkelijk om een aanjagende rol van de haven in de eiwittransitie maar het college schrijft dat het Havenbedrijf daarin geen significante rol voor zichzelf ziet. De haven kan sturen via vestigingsbeleid, voorwaarden aan samenwerking, transparantie-eisen, het aantrekken van plantaardige en circulaire ketens en door destructieve economische modellen niet langer als neutraal te behandelen.

Het college verschuilt zich echter te veel achter landelijke en Europese regelgeving. Ze wil weten hoe de moties onder de aandacht zijn gebracht bij het Havenbedrijf en hoe het college voor de gevraagde inzet heeft gepleit. Ze vraagt of dit slechts een administratieve handeling is geweest of dat hierover een indringend gesprek is gevoerd. Daarnaast vraagt ze of de wethouder erkent dat de afdoening vooral beschrijft wat al gebeurt en nauwelijks invulling geeft aan de extra ambitie van de raad. Tot slot vraagt ze of de wethouder alsnog bereid is met het Havenbedrijf in gesprek te gaan om met concrete stappen te komen voor het terugdringen van sojastromen die gerelateerd zijn aan ontbossing. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid De Jong. Het lid DE JONG (PRO Amsterdam) geeft aan dat voor de fractie van PRO ketenverantwoordelijkheid geen vrijblijvende ambitie is maar een randvoorwaarde. Ze zien dat er stappen worden gezet maar dat er ook duidelijke grenzen worden getrokken. Ze

34

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

vraagt de wethouder hoe ervoor kan worden gezorgd dat die verantwoordelijkheid richting het Havenbedrijf concreter en minder vrijblijvend wordt. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Buren voor de beantwoording. Wethouder VAN BUREN legt uit dat beide moties zijn uitgevoerd binnen de juridische en bestuurlijke mogelijkheden. Het college vindt verduurzaming en de duurzaamheidsopgave van de haven zeer belangrijk en in het ambitiedocument Naar een schone, circulaire en economisch veerkrachtige industrie in 2050 wordt die koers vastgelegd. Er is bewust gekozen voor Europese en nationale doelstellingen waarmee Amsterdam, inclusief de haven, als innovatieve en ambitieuze stad wordt neergezet. De gemeente is aandeelhouder van het Havenbedrijf maar de bedrijven zijn verantwoordelijk voor hun activiteiten en strategie. De haven staat niet op zichzelf en is van internationaal belang. Ook het Havenbedrijf functioneert in een internationale setting. In de gemeentelijke visie op de haven zijn duurzaamheidsdoelstellingen opgenomen maar de transitie van het havengebied is complex. Het lid BAKKER (Partij voor de Dieren) merkt op dat de visie op de industrie waarnaar de wethouder verwijst nog besproken moet worden in de commissie. De kritiek is dat in die visie enige vorm van ketenverantwoordelijkheid ontbreekt.

Aangezien er nog verbeterpunten zijn is het laatste woord over die visie nog niet gezegd. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat ze in de bredere context wilde aangeven hoe het college hierin staat. Het Havenbedrijf heeft zelf ook een visie op een duurzame toekomst en verduurzaming. Er is met het Havenbedrijf gesproken over het stoppen met kolen in 2030 en de inzet op waterstof, wind op zee, warmte en duurzame stoffen en de eiwittransitie en soja zijn daarin meegenomen. Alle fossiele activiteiten worden stapsgewijs afgebouwd maar er is ook oog voor leveringszekerheid, economie en leefbaarheid in de stad. Het Havenbedrijf rapporteert hierover en samen met bedrijven wordt gewerkt aan duurzaamheid en ketenverantwoordelijkheid. De moties zijn uitgevoerd binnen de bestuurlijke verantwoordelijkheid en het gesprek hierover zal nog vaker gevoerd worden. Het lid BAKKER (Partij voor de Dieren) weet nog steeds niet hoe het college de kwestie aan de orde heeft gesteld. Ze vraagt of dit met dezelfde urgentie is gedaan als bij kolen en olie, of dat het administratief naar de haven is gestuurd. De afdoening van de motie is zeer summier en ze krijgt geen inzicht in hoe de haven het college heeft meegenomen in wat ze wel en niet kunnen doen. Ze heeft een opsomming gegeven van wat de haven wel kan doen en dat ziet ze niet terug in de brief.

Wethouder VAN BUREN zegt dat er gesprekken zijn gevoerd met het Havenbedrijf over de visie van het Havenbedrijf en dat de moties daarin zijn meegenomen. Het Havenbedrijf kijkt zelf ook naar mogelijkheden. De moties zijn afgehandeld omdat hierover gesprekken zijn gevoerd. Ze moeten daarin wel pragmatisch handelen omdat ze het Havenbedrijf niet kunnen sturen. Het lid DE JONG (PRO Amsterdam) vraagt of de wethouder kan toelichten op welke manier het Havenbedrijf ketenverantwoordelijkheid neemt. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat dat in de rapportages staat. Er zijn vergaande afspraken gemaakt met het Havenbedrijf over ketenverantwoordelijkheid en die ambities zijn regelmatig onderwerp van gesprek met de directie van Port of Amsterdam en het Havenbedrijf. Ketenverantwoordelijkheid wordt in de gemeentelijke visie op de haven genoemd als een doorsnijdend thema en daar wordt op gerapporteerd maar de gesprekken die het Havenbedrijf voert met de bedrijven die in de haven opereren zijn vertrouwelijk.

35

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

Het lid BAKKER (Partij voor de Dieren) vindt dat de motie niet kan worden afgedaan omdat ze nog ruimte ziet voor een betere invulling. Wethouder VAN BUREN herhaalt dat de moties zijn afgedaan binnen de grenzen van wat mogelijk is. Ze kan de opmerkingen meenemen en nog een keer in gesprek gaan met het Havenbedrijf om te kijken of er nog kansen zijn maar ze kan niets beloven over de uitkomst. Het lid BAKKER (Partij voor de Dieren) stelt voor de motie nog niet af te doen zodat eerst de opbrengst van het gesprek van het college kan worden afgewacht. Daarna kan worden besloten of de moties daadwerkelijk zijn afgedaan. Wethouder VAN BUREN vindt dat prima. De VOORZITTER concludeert dat de moties nog niet zijn afgedaan en op de langetermijnagenda blijven staan. De discussie wordt gesloten. 29. Bespreken van de berichtgeving van AT5 over het financieringsconflict tussen Amsterdam en Verpact over de vervanging van 8.000 prullenbakken VN2026-005512 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar. Het lid HAVELAAR (CDA) vond het niet fraai om de discussie tussen de wethouder en Verpact in de krant te lezen en op AT5 te zien. Hij vraagt of het klopt dat op het moment dat de wethouder via de media Verpact opriep mee te betalen, er bij de gemeente al een brief van Verpact was binnengekomen waarin ze zelf aanboden bij te dragen aan projecten maar daar nog geen reactie op hadden gekregen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17041042/1