2026.05.27 Conceptverslag TAR middagdeel.pdf
Tekst van het document
Amsterdam is op het gebied van wooncoöperaties koploper en internationaal komen mensen kijken hoe de stad daarmee omgaat. De neiging bestaat om dat succes verder uit te bouwen en nog meer te doen. De 13 lopende projecten zorgen samen voor 700 woningen en er zitten nog projecten voor 500 tot 600 woningen in de pijplijn. Ten tijde van de brief werd aangenomen dat het komende leenfonds in het vierde kwartaal waarschijnlijk niet genoeg zou zijn om die 500 tot 600 woningen te financieren maar de huidige stand van zaken is dat verwacht wordt dat al die woningen wel gefinancierd kunnen worden. Hij sluit zijn bijdragen in de commissie af met dit positieve punt en dankt iedereen voor de prettige samenwerking. De discussie wordt gesloten. 18.
17
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026
Vaststellen van het wijzigingsbesluit welstandsnota: duurzame materialisering VN2026-004211 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Veenhoff. Het lid VEENHOFF (PRO Amsterdam) vindt het goed dat dit nu geregeld wordt en dat deze stap wordt gezet omdat daarmee een aantal frustrerende zaken en belemmeringen worden opgelost. Ze merkt op dat Noord nog iets verder wilde gaan maar ze begrijpt de beantwoording van het college op dat punt. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar. Het lid HAVELAAR (CDA) kan zich vinden in de voorgestelde wijzigingen maar wil benadrukken dat het gaat om een verruiming van de mogelijkheden wat betreft materiaalgebruik en niet om een verplichting. Voor gevels zijn circulaire materialen zeer beperkt toepasbaar en dat is een reden om het niet te verplichten. Verder wil hij de wethouder bedanken en complimenteren met alles wat hij in de raad en voor de stad heeft gedaan. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Weyenberg voor de beantwoording. Wethouder VAN WEYENBERG bevestigt dat het gaat om iets mogelijk te maken en niet om iets af te dwingen. Het lid VEENHOFF (PRO Amsterdam) was tijdens de eerste commissievergadering erg onder de indruk van de mate waarin de wethouder zich had ingelezen in alle dossiers. Ze heeft veel plezier gehad in de samenwerking en wenst de wethouder alle goeds.
Ze bedankt hem voor zijn enorme inzet voor de woningen, het groen en de voorzieningen in Amsterdam. De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER schorst de vergadering. De VOORZITTER heropent de vergadering. 22. Bespreken van de Uitbreiding algemeen overlastgebied en dealeroverlastgebied Centrum met het Vondelpark en aanwijzing bedelverbodsgebieden VN2026-005340 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bakker. Het lid KRIJGER (Partij voor de Dieren) noemt de overlast in de stad hardnekkig en ernstig. De overlast zet de leefbaarheid en veiligheid op diverse plekken onder druk en heeft grote impact op inwoners en bezoekers, met name op vrouwen. De Partij voor de Dieren heeft begrip voor de uitbreiding van het algemeen overlastgebied en het dealeroverlastgebied maar plaatst kanttekeningen bij de uitbreiding van het bedelverbodsgebied zoals nu voorligt. Volgens de APV zijn kenmerken van overlastgevend bedelen, zoals mensen achternalopen of troep achterlaten, al verboden en het is dus niet noodzakelijk om bedelen als aparte categorie te verbieden. Ze vraagt de burgemeester dit besluit toe te lichten. Haar fractie maakt zich zorgen dat een uitbreiding van het bedelverbod bijdraagt aan criminalisering en stigmatisering van de meest kwetsbare mensen die al in hun basisbehoeften tekortkomen.
Ze citeert een eerdere uitspraak van de burgemeester dat bedelen geen misdrijf is, maar een vernederende handeling uit nood geboren. De Partij voor de Dieren sluit zich hierbij aan en vraagt de burgemeester of ze de uitbreiding van het bedelverbod om deze reden zou willen heroverwegen.
18
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bentoumya. Het lid BENTOUMYA (PRO Amsterdam) heeft begrip voor het zoeken naar aanvullende maatregelen om de veiligheid voor bezoekers, bewoners en ondernemers in de stad te waarborgen, zeker als stadsdelen daar zelf om vragen. Bij het bedelverbod moet het uitgangspunt wel zijn dat de achterliggende oorzaken van overlast en onveiligheid worden aangepakt. Het gaat vaak om mensen met hartverscheurende verhalen die proberen te overleven en hulp nodig hebben op het gebied van zorg of dakloosheid. Ze vraagt hoe concrete hulp wordt gekoppeld aan deze repressieve maatregelen en hoe wordt gewaarborgd dat eerst wordt gekeken naar passende hulp, bijvoorbeeld rond schuldenproblematiek, voordat repressieve maatregelen worden ingezet. Tot slot vraagt ze hoe bij deze ingrijpende maatregel wordt gemonitord op effectiviteit en ongewenste effecten. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Broersen. Het lid BROERSEN (Volt) sluit zich aan bij de punten van de Partij voor de Dieren en PRO en wil daarnaast inzoomen op dealeroverlast en de dealerproblematiek. Bewoners in het centrum ervaren vaak enorme onveiligheid. Volt steunt het besluit van de burgemeester om die veiligheid te bevorderen volledig maar bewoners melden problemen rondom de roulerende camera's.
Uit de beantwoording van technische vragen blijkt dat op meerdere locaties een camera is aangevraagd vanwege onveiligheid, maar dat er slechts een roulerende camera is geplaatst. Het gevolg is dat op vijf plekken alleen een camerapaal staat zonder cameratoezicht. Ze begrijpt dat het college het beginsel van proportionaliteit hanteert bij het plaatsen van camera's, maar een verplaatsbare camera roept de vraag op wat er gebeurt met overlast wanneer de camera op een andere plek hangt. Het is cru voor bewoners die een camera hebben aangevraagd dat ze nog veel overlast en onveiligheid ervaren naast een lege camerapaal. Ze vraagt hoe aan bewoners van de Oudezijds Kolk wordt uitgelegd dat de straat wel voldoet aan de criteria voor cameratoezicht maar dat de camera vervolgens weer wordt weggehaald. Ze vraagt welke afweging bepaalt of een locatie een vaste camera krijgt of alleen wordt meegenomen in de roulatie. Ze wil weten op basis van welke argumenten deze keuze wordt gemaakt en hoe het college dit afweegt tegen de veiligheidsbelangen van bewoners. Tot slot vraagt ze of het college wil onderzoeken of de vijf roulatielocaties vanwege de aanhoudende en structurele overlast in aanmerking kunnen komen voor vaste camera's. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar. Het lid HAVELAAR (CDA) spreekt mede namens de fractie van DENK die vanwege het offerfeest afwezig is.
Barmhartigheid en wetshandhaving moeten hand in hand gaan en hij sluit zich aan bij de woorden van de Partij voor de Dieren hierover. Voor zijn fractie staan met name de handhavingskant en overlastgebieden op de agenda. Hij steunt de uitbreiding van de gebieden maar is ook benieuwd of het dealerverbod spoedig uitgebreid kan worden naar meer gebieden. Vanuit het Noorderpark komen signalen dat mensen met een 72-uurgebiedsverbod in het centrum nu naar dat park gaan en ook vanuit het Oosterpark komen al lange tijd aanhoudende klachten. Hij vraagt hoe de burgemeester bekijkt of deze gebieden uitgebreid kunnen worden en of er al toezeggingen gedaan kunnen worden voor het Oosterpark en Noorderpark. Daarnaast noemt hij het Dijkgraafplein in de Spaarndammerbuurt, waar ook veel klachten zijn. Tot slot vraagt hij hoe dit soort gebieden in de toekomst gemonitord zullen worden. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bakker. Het lid BAKKER (BIJ1) wijst erop dat mensen die bedelen bijna altijd in de meest kwetsbare positie zitten en afhankelijk zijn van bedelen om rond te komen. Het is niet
19
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026
vreemd dat mensen dit doen op plekken met veel mensen, zoals het centrum of het Vondelpark. Een bedelverbod verplaatst het probleem en biedt geen oplossing. Het betekent niet dat mensen niet meer bedelen, het betekent dat mensen niet meer dáár bedelen. Als ze zich verplaatsen naar andere parken komen er meer verbodsgebieden maar het aantal bedelaars zal niet afnemen zolang de onderliggende oorzaken zoals dakloosheid, armoede en betaalbaarheid niet worden aangepakt. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording. Burgemeester HALSEMA ziet een grote mate van consensus over de manier waarop Amsterdam met bedelaars wil omgaan. Ze legt uit dat er geen sprake is van een uitbreiding van de bedelverboden, maar van een inperking. Hiervoor was de hele stad een bedelverbodsgebied maar dat is na een Europese uitspraak niet meer toegestaan. Amsterdam volgt nu de VNG-richtlijn waarbij specifieke bedelverbodsgebieden worden aangewezen. Ze benadrukt dat bedelen op zichzelf geen misdrijf is en dat mensen die bedelen niet als criminelen behandeld mogen worden. Bedelaars bevinden zich vaak in een kwetsbare positie en dat verdient erkenning. Daarom wordt in de bedelverbodsgebieden gewerkt met een handelingskader waarbij alleen wordt opgetreden tegen overlastgevend bedelen, zoals agressief gedrag, intimidatie of het hinderen van mensen die geen geld geven.
Niet-overlastgevend bedelen is in de hele stad toegestaan, maar in bedelverbodsgebieden wordt sneller ingegrepen. Daarmee is Amsterdam weer in lijn met de uitspraak van het Europees Hof en beter in overeenstemming met de opvattingen in de stad en van een belangrijk deel van de raad. Het lid KRIJGER (Partij voor de Dieren) merkt op dat intimiderend gedrag en mensen lastigvallen niet is toegestaan. Ze vraagt waarom het extra etiket bedelen nodig is. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat naar haar weten een extra bepaling nodig is om te zorgen dat de combinatie van bedelen en hinderen verboden wordt. Ze zal dit nog een keer grondig nagaan en in een korte brief de achtergrond toelichten. Ze begrijpt de zorgen en vindt dat hiermee zeer serieus moet worden omgegaan omdat dakloosheid en armoede in de stad vaker voorkomen. Het laatste wat ze wil is dat mensen die veel pech hebben in het leven en in de meest kommervolle omstandigheden verkeren ook als criminelen worden bestempeld. Het lid KRIJGER (Partij voor de Dieren) kijkt uit naar de brief. Burgemeester HALSEMA legt uit dat naar aanleiding van een GGD-onderzoek wordt gekeken hoe de inzet van zorg- en veiligheidspartijen beter op elkaar kan worden afgestemd.
Er wordt een stedelijk plan ontwikkeld om overlast in de openbare ruimte beter onder controle te krijgen, waarbij preventie, handhaving, zorg, opvang, onderdak en harmreductie beter op elkaar aansluiten. Hierdoor komen mensen die dakloos zijn, problematisch drugs gebruiken en overlast veroorzaken beter in beeld en bij mensen uit Oost-Europa kan sneller worden ingezet op vrijwillige terugkeer. Daarnaast wordt veldwerk ingezet om mensen actief te benaderen en concrete problemen op te lossen door uitkeringen te verstrekken, briefadressen te geven en opvang te regelen. De dealeroverlastgebieden worden doorlopend gemonitord. Het Oosterpark ligt ter beoordeling voor en zal naar alle waarschijnlijkheid als dealeroverlastgebied worden aangewezen. Voor het Noorderpark is het nog niet zover, mede vanwege proportionaliteit. Ook het Dijkgraafplein wordt gevolgd, al herkennen wijkagenten daar de meest acute verhalen over grootschalige overlast niet. De camerapalen in het centrum zijn geplaatst om snel te kunnen reageren op het waterbedeffect wanneer dealers zich verplaatsen. Op twee locaties zijn roulerende camera's inmiddels vervangen door permanente camera's. Ze zegt toe nog eens goed te kijken naar de vijf locaties met roulerende camera's. De vraag blijft wel of het
20
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026
proportioneel is, aangezien camera's een ingrijpende methode zijn omdat iedereen op de openbare weg zichtbaar is en het cameratoezicht in Amsterdam al heel groot is. De discussie wordt gesloten. 23. Bespreken van de toezegging inzake gebruik stopformulieren door de politie VN2026-005384 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bakker. Het lid BAKKER (Partij voor de Dieren) wacht op een technische sessie over discriminatie binnen de politie waarbij ook het gebruik van stopformulieren wordt betrokken. Ze vindt het te lang duren dat deze sessie pas in oktober kan plaatsvinden maar inmiddels heeft ze het idee opgevat om dit te verbreden naar een expertmeeting waarbij ook experts, wetenschappers en vertegenwoordigers van ngo's de raad kunnen informeren over het gebruik van stopformulieren en over het tegengaan van discriminatie bij de politie. Ze vindt het onwenselijk om dit punt nu te behandelen omdat de raad zich daarover eerst beter kan laten informeren. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording. Burgemeester HALSEMA legt uit dat de technische sessie pas in oktober kan plaatsvinden vanwege het inwerkprogramma van de raad. Het staat het lid Bakker vrij een aparte expertmeeting te organiseren maar de bedoeling van de technische sessie was dat de politie de raad informeert.
Ze zal met de politie moeten overleggen of zij willen participeren in een bredere expertmeeting waarbij ze wordt becommentarieerd door onafhankelijke organisaties. De raad kan ervoor kiezen zowel te proberen de technische sessie naar voren te halen als een aparte expertmeeting te beleggen. Het lid BAKKER (Partij voor de Dieren) stelt voor hierover een e-mail te sturen. De VOORZITTER stelt vast dat er voldoende fracties zijn die behoefte hebben aan een technische sessie. Burgemeester HALSEMA meldt dat de politiecommissaris zelf onderzoek heeft laten doen naar de cultuur binnen de politie en dat het wenselijk zou zijn als dat onderzoek daaraan wordt toegevoegd. Het lid VELDEMA (SP) meldt dat de SP het agendapunt wel willen bespreken. De VOORZITTER stelt voor om eerst een technische sessie te houden en het onderwerp vervolgens in de commissie te behandelen. De discussie wordt gesloten. 24. Kennisnemen van de noodverordening inzake de nationale herdenking op de Dam op 4 mei 2026 VN2026-005587 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Delsen. Het lid DELSEN (SP) herinnert aan de insprekers die deze ochtend twee minuten stilte wilden houden. Die stilte werd verstoord waarna hij heeft verzocht die twee minuten alsnog te honoreren. De VVD heeft toen, zonder gebruik te maken van de microfoon, aangegeven daar geen gehoor aan te willen geven en ook de voorzitter wilde dat niet.
21
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026
Daarom wil hij nu twee minuten van zijn dure spreektijd gebruiken om alsnog stil te zijn. Hij vindt dat belangrijk en verzoekt om twee minuten stilte in te lassen. De VOORZITTER wil dat verzoek niet inwilligen. Het lid DELSEN (SP) vindt dat hij zelf gaat over zijn spreektijd en die wil hij gebruiken om twee minuten stil te zijn. De VOORZITTER stelt voor om door te gaan naar de inhoudelijke bespreking van dit agendapunt. Het lid DELSEN (SP) is voornemens het woord te voeren maar hij wil eerst twee minuten stil zijn voor de mensen die dat op 4 mei niet konden omdat ze verstoord werden. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar. Het lid HAVELAAR (CDA) vindt twee minuten stilte buiten de orde bij de bespreking van een agendapunt. De spreektijd moet binnen de orde van de vergadering worden gebruikt en hij zou die niet willen gebruiken voor herdenkingen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Wijnants. Het lid WIJNANTS (VVD) doet een beroep op het lid Delsen om het onderwerp serieuzer te nemen. Het onderwerp wordt geen recht gedaan door het op deze manier te gebruiken en het lid Delsen doet zichzelf daarmee tekort. Hij spreekt zijn steun uit voor de voorzitter en vindt dat de voorzitter moet ingrijpen en het lid Delsen het woord moet ontnemen bij dit agendapunt als hij dit toch doet. Het lid DELSEN (SP) neemt aanstoot aan de manier waarop dit verloopt.
Hij neemt het onderwerp zeer serieus en heeft het zelf twee weken geleden al geagendeerd. Het heeft geen zin om twee minuten stil te zijn als de voorzitter hem het woord ontneemt, dus hij hoopt dat de rest van Amsterdam begrijpt hoe de andere fracties hierin staan. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bentoumya. Het lid BENTOUMYA (PRO Amsterdam) merkt op dat de raad herdenken heel serieus neemt. Ze hebben vanochtend naar insprekers geluisterd die een verzoek deden om herdenken te faciliteren maar bij herdenken is het belangrijk dat er consensus is over het moment waarop dat gebeurt. Het lid Delsen kan daar een verzoek voor indienen maar een debat voeren is iets anders. Ze vindt het ingewikkeld dat het lid Delsen dit punt gebruikt om aanstoot te nemen aan het feit dat er geen ruimte zou zijn voor herdenken terwijl het tegendeel waar is. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Delsen. Het lid DELSEN (SP) geeft aan dat hij gedwongen het woord zal voeren. Hij vindt het opvallend dat voor de dodenherdenking op 4 mei een noodverordening werd ingezet. Een noodverordening is bedoeld voor onverwachte situaties waarbij buiten de normale regelgeving moet worden getreden, met uitzondering van de Grondwet.
Omdat de herdenking elk jaar plaatsvindt had de burgemeester zich ruim van tevoren kunnen voorbereiden op de Dodenherdenking maar toch werd ongeveer een week van tevoren een noodverordening ingezet voor iets waarvoor deze niet bedoeld is. Een noodverordening is bedoeld voor extreme onverwachte gebeurtenissen en niet voor een jaarlijks terugkerend evenement. Hij vraagt waarom de burgemeester een noodmaatregel gebruikt en op wiens verzoek dat is gebeurd. Daarnaast wil hij weten welke maatregelen zonder noodverordening niet mogelijk zouden zijn geweest.
22
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026
Het lid WIJNANTS (VVD) vindt dat het lid Delsen met grote stelligheid en onwetendheid spreekt. De noodverordening is nodig om de burgemeester op grond van de Wet openbare manifestaties bevoegdheden te geven om de veiligheid en de waardigheid van de herdenking op de Dam te waarborgen. De noodzaak daarvoor wordt bevestigd door het verstorende optreden van sympathisanten van het lid Delsen in de raadszaal vanochtend. De burgemeester gebruikt daarvoor terecht haar bevoegdheid. Dat steunt hij van harte en de inspanningen van het lid Delsen om aan de stoelpoten van die herdenking te zagen zal hij in ieder geval niet toestaan. Het lid DELSEN (SP) legt uit dat artikel 176 van de Gemeentewet bepaalt dat een noodverordening kan worden ingezet bij een oproerige beweging, ernstige wanordelijkheden, rampen of ernstige vrees daarvoor. Van een oproerige beweging lijkt geen sprake te zijn en ernstige wanordelijkheden zijn alleen aan de orde wanneer grote groepen mensen de wet overtreden. Dat heeft hij niet gezien en daarom zou hij van de burgemeester willen horen welke specifieke reden er was om aan te nemen dat dit zou gebeuren. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bentoumya.
Het lid BENTOUMYA (PRO Amsterdam) vindt dat een beperking van het demonstratierecht alleen in uitzonderlijke gevallen mag worden ingezet omdat door een noodverordening ook demonstranten worden geweerd die zich aan de regels houden. De fractie van PRO heeft begrip voor de inzet van een noodverordening voor een goed verloop van de herdenking maar vindt het belangrijk scherp te hebben welke afweging er is gemaakt voor zowel de inzet van de noodverordening als voor de toepassing ervan. Ze vraagt of de burgemeester kan toelichten wie wordt aangehouden en op basis waarvan. Het lid DELSEN (SP) vindt dat wanneer de herdenking niet met normale wetgeving goed kan verlopen dat iedereen de overige 364 dagen heeft liggen slapen omdat er niet is gezorgd voor de middelen die nodig zijn om de herdenking op een normale manier te laten verlopen. Hij vraagt wat er zo uitzonderlijk is aan de jaarlijkse 4 meiherdenking dat noodrecht moest worden ingezet. Het lid BENTOUMYA (PRO Amsterdam) wijst erop dat de Dodenherdenking een bijzonder moment is met verhoogd risico waarvoor een noodverordening nodig is. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bakker. Het lid BAKKER (BIJ1) is van mening dat de noodverordening meedogenloos is ingezet om vreedzame mensen onnodig op te pakken. Dat toont de paniek van een college dat krampachtig een comfortabele herdenking wil, los van de huidige gruwelijke realiteit.
Er waren 15.000 mensen aanwezig en het was zogenaamd een waardige herdenking met 13 aanhoudingen. Onder de gearresteerden waren 9 vreedzame mensen die in stilte deelnamen met een A4-tje met 'nooit meer is nu', een vrouw met een foto van haar opa en een vrouw met het dodental van Gaza op haar kleding. Zij werden zonder pardon of vordering opgepakt. Het lid WIJNANTS (VVD) wijst erop dat mensen niet werden gearresteerd omdat ze demonstreerden maar omdat ze een aanwijzing van de politie niet opvolgden. Er is een alternatieve locatie aangewezen waar zij kunnen demonstreren maar omdat die mensen daar niet naartoe gaan worden ze aangehouden nadat de politie hen heeft gevraagd te vertrekken. Hij vindt dat dit volkomen rechtmatig en passend is bij een herdenking volgens de Wet openbare manifestaties. Elke insinuatie dat de aanhoudingen plaatsvinden omdat de mensen niet mogen demonstreren, tast het debat aan, ondergraaft de waardigheid van de herdenking en doet de positie van het lid Bakker geen recht. Hij waarschuwt om niet in de retoriek van het lid Delsen mee te gaan omdat hij hogere verwachtingen heeft van het lid Bakker.
23
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026
Het lid BAKKER (BIJ1) laat weten dat hij over zijn eigen retoriek gaat en dat hij namens BIJ1 spreekt. Hij stelt dat de burgemeester de situatie framet als een nietaangemelde demonstratie terwijl de politie vooraf wist dat de betrokkenen in stilte onderdeel van de herdenking wilden zijn. Hij vraagt of de burgemeester ook op de hoogte was van de intenties van de andere 15.000 aanwezigen op de Dam en of het voortaan standaard wordt om Amsterdammers af te voeren op basis van twijfel over hun intenties. Op deze dag werd het verzet van 1941 herdacht maar het verzet van 2026 werd keihard de mond gesnoerd. Het lid WIJNANTS (VVD) heeft zich voorgenomen dit soort onzin in de komende raadsperiode krachtiger te bestrijden. Hij vindt dat er alle reden is om te twijfelen aan de intenties van deze mensen omdat zij dat deze ochtend opnieuw hebben laten zien door een democratische raadsvergadering te verstoren met vlaggen en teksten. Daarom vindt hij dat er geen reden is om hen op hun woord te geloven dat zij alleen met een bordje aanwezig zullen zijn. Hij denkt dat er alle reden is om aan te nemen dat zij zouden gaan schreeuwen of andere dingen zouden doen. Het lid Bakker kan er alle draaiingen aan geven die er zijn maar wat hem betreft zijn er voldoende redenen om te twijfelen aan de intenties van die mensen en dat moeten ze ook blijven doen.
Het lid BAKKER (BIJ1) vindt de aanname van de VVD dat mensen daar gaan staan om te schreeuwen ongepast omdat deze mensen de intentie hadden om vreedzaam te demonstreren. Het lid HAVELAAR (CDA) herhaalt dat die mensen een aanwijzing van de politie niet hebben opgevolgd en dat dat op zichzelf al een reden is voor aanhouding. Hij denkt dat het lid Bakker ten onrechte aanneemt dat de politie een inhoudelijke afweging heeft gemaakt. Het lid BAKKER (BIJ1) wijst erop dat de demonstranten nadat ze aangesproken waren vreedzaam met de politie zijn meegegaan naar de plek waar ze mogen demonstreren. Het lid HAVELAAR (CDA) denkt dat het feit dat een aantal mensen niet is gearresteerd zijn punt onderschrijft. Het lid BAKKER (BIJ1) herhaalt dat de mensen na een aanwijzing vreedzaam zijn meegelopen met de politie. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording. Burgemeester HALSEMA heeft de indruk dat het lid Delsen een noodverordening verwart met een paniekverordening. Een noodverordening wordt niet alleen ingezet bij plotselinge paniek en wordt al jaren gebruikt bij de 4 meiherdenking en andere geplande risicovolle evenementen zoals risicovoetbalwedstrijden. De gemeenteraad wordt vooraf geïnformeerd en de noodverordening moet worden bekrachtigd.
De bevoegdheid van een noodverordening is bedoeld om tijdelijk algemeen verbindende voorschriften op te leggen in een bepaald gebied aan personen die zich daar bevinden, vooral wanneer er een gegronde vrees bestaat voor ernstige wanordelijkheden. Rond 4 mei is die vrees aanwezig, onder meer door eerdere incidenten zoals in 2010 toen één persoon tijdens de herdenking schreeuwde en dat leidde tot 63 gewonden en een verstoring van dit symbolisch belangrijke moment. Ook afgelopen 4 mei waren er pogingen de herdenking te verstoren, zoals het bekladden van het monument en het houden van een tegendemonstratie. De herdenking zelf valt onder de Wet openbare manifestaties en zij heeft de bevoegdheid beperkingen op te leggen aan tegendemonstraties als er een gegronde vrees is voor wanordelijkheden. De tegendemonstratie was niet gemeld. De organisator had wel bij de politie aangegeven dat hij de herdenking niet wilde verstoren maar kon niet
24
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026
voor alle aanwezigen instaan. Omdat onduidelijk was of iedereen zich daaraan zou houden, zijn de betrokkenen gemaand naar de aangewezen demonstratielocatie te gaan. Toen ze geen gehoor gaven aan het bevel van de politie zijn ze verplaatst. De betrokkenen kunnen dat aan de rechter voorleggen maar naar haar oordeel heeft ze volledig volgens de regels gehandeld. Het lid DELSEN (SP) legt uit dat het zijn punt niet is dat de burgemeester de Wom gebruikt. Het feit dat elk jaar een noodverordening wordt ingezet betekent nog niet dat dit op de juiste manier gebeurt. Een noodverordening is bedoeld om regelgeving opzij te schuiven bij een acute noodsituatie waarin de normale wetgeving niet volstaat. Als dat het geval is, dan moeten de burgemeester en de raad hard aan de slag om ervoor te zorgen dat 4 mei met reguliere wetgeving kan worden georganiseerd. Burgemeester HALSEMA vindt dat het lid Delsen suggereert dat zij door gebruik te maken van haar bevoegdheid om een noodverordening af te kondigen zich zou beroepen op noodrecht maar ze heeft geen bevoegdheid om noodrecht te gebruiken. De noodverordening maakt deel uit van haar gewone bevoegdheden die ze kan inzetten als er een gegronde vrees is voor wanordelijkheden. Die bevoegdheid gebruikt ze om gebieden af te sluiten of om te kunnen fouilleren als daar aanleiding toe is.
Ze erkent dat het jaarlijks gebruik van een verkeerde bevoegdheid geen argument is om het verder te legitimeren maar de plotselinge verontwaardiging van de SP wekt wel enige verbazing. Ze begrijpt niet dat de SP voorbijgaat aan de noodzaak om de waardigheid van de 4 meiherdenking extra te beschermen en te zorgen voor de veiligheid van de vele aanwezigen voor wie dit een beladen en symbolisch moment is. Het lid DELSEN (SP) vindt het zeer belangrijk dat de 4 meiherdenking op de juiste manier plaatsvindt. Hij wil weten welke maatregelen de burgemeester zonder noodverordening niet had kunnen nemen. Want net als op 4 mei is ook bij evenementen zoals Dance Valley crowdmanagement noodzakelijk omdat ook daar iemand kan schreeuwen en paniek kan veroorzaken. Burgemeester HALSEMA herhaalt dat de noodverordening wordt ingezet om gebieden af te kunnen sluiten of te kunnen fouilleren als daar een directe aanleiding toe is. Daarnaast kan ze een verblijfsverbod instellen voor omliggende balkons en terrassen met het oog op drones in het aangewezen gebied. Het lid DELSEN (SP) vraagt of de burgemeester het met hem eens is dat het vliegen met drones boven Amsterdam sowieso verboden is.
Hij is benieuwd wat de burgemeester op 7 mei 2025 heeft gedaan toen zij wist dat er een jaar later weer een 4 meiherdenking zou zijn en toen al maatregelen had kunnen nemen om te voorkomen dat mensen op het balkon zouden zitten. Hij vraagt waarom de burgemeester daarvoor een noodmaatregel gebruikt. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat zij samen met het 4 en 5 mei Comité en de NCTV de nationale herdenking buitengewoon grondig voorbereiden. Ze hebben daarbij de noodverordening nodig om de maatregelen te kunnen treffen die zij net heeft beschreven. Het lid BAKKER (BIJ1) merkt op dat het nu benoemd wordt als een tegendemonstratie terwijl het niet is aangemeld als een tegendemonstratie omdat de mensen juist onderdeel wilden zijn van de herdenking. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat er wel degelijk is aangekondigd dat het de bedoeling was om te protesteren tegen het niet erkennen van een leed dat nu plaatsvindt. Dat maakt het tot een demonstratie die wordt beschermd door de Wom maar waar ze ook grenzen aan kan stellen. Het lid Bakker spreekt over meedogenloos optreden van het college. Ze vindt die poging om het optreden van de driehoek politiek te maken door het hele Amsterdamse
25
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026
college eraan te verbinden beneden peil. Het Amsterdamse college en de daarin vertegenwoordigde politieke partijen hebben geen enkele zeggenschap over wat er gebeurt. Daarvoor is zij binnen de driehoek met het openbaar ministerie en de politie verantwoordelijk. Het college heeft er niets mee te maken. Daarnaast is het woord ‘meedogenloos’ beledigend voor de politieagenten in functie die hun werk naar behoren hebben gedaan. Het lid BAKKER (BIJ1) vraagt waarom de organisator is opgepakt ondanks dat hij had aangegeven geen intenties te hebben om te verstoren. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat mensen niet worden opgepakt vanwege intenties maar vanwege demonstratieve uitingen tijdens een andere demonstratie die met waardigheid moet zijn omkleed. De betrokkenen hebben van de politie het bevel gekregen zich te verplaatsen naar de aangewezen demonstratielocatie. Dat bevel is niet opgevolgd en op dat moment was ook de organisator in overtreding. Het lid BAKKER (BIJ1) merkt op dat de demonstranten geen aanwijzingen hebben gehad. Ze stonden daar en werden direct opgepakt. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat dit het verslag is zoals zij dat van de Amsterdamse politie heeft gekregen en dat zij zonder sterke aanwijzingen van het tegendeel volledig vertrouwt op het oordeel van de Amsterdamse politie.
Het lid RIJPKEMA (JA21) meldt dat hij aan de andere kant van de microfoon had gestaan als het niet goed was gegaan. Hij is ontzettend blij dat het goed is verlopen en spreekt daarvoor zijn dank uit aan de burgemeester. Het lid DELSEN (SP) vraagt nogmaals aan de burgemeester welke maatregelen niet hadden kunnen worden genomen zonder de noodverordening. Burgemeester HALSEMA heeft net een opsomming gegeven en dat hoeft ze niet nog een keer te doen. Het lid DELSEN (SP) is niet tevreden met de beantwoording. Hij merkt op dat er veel verwijten naar de linkse oppositie worden gemaakt en dat hen wordt verweten dat zij 4 mei niet belangrijk zouden vinden. De burgemeester is van veel dingen onder de indruk en van veel dingen wordt ze boos maar hij had liever een technisch antwoord gehad op de vragen die werden gesteld. Een deel daarvan is niet beantwoord. Hij wil weten op wiens initiatief die noodverordening is ingezet. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat de noodverordening wordt vastgesteld door de Amsterdamse driehoek en dat daar ook het initiatief ligt. Het lid DELSEN (SP) wil weten wie het nodig achtte dat de noodverordening moest worden ingezet. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat haar handtekening eronder staat. Het is dus op haar initiatief met daarbij de driehoek en onder haar verantwoordelijkheid.
Het lid DELSEN (SP) vraagt wat de burgemeester belet om ervoor te zorgen dat er wetgeving komt waardoor bij een volgende 4 meiherdenking geen noodverordening meer nodig is en de herdenking met reguliere wetgeving op een waardige manier kan plaatsvinden. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat niet zij maar de minister van Justitie wetgeving vaststelt. De discussie wordt gesloten.
26
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026
25. Bespreken van de Voortgangsrapportage Organisatieverandering 2030 VN2026005347 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Krom. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) is van mening dat de reorganisatie niet alleen gaat over organogrammen, clusters en managementlagen, maar over de vraag wat voor gemeente Amsterdam wil zijn. Ze vindt het problematisch dat de raad zo beperkt betrokken is bij de visie en missie achter de organisatieverandering. In de stukken staan politieke keuzes, zoals het faciliteren van groei en het stimuleren van ondernemerschap, terwijl economische groei klimaatverandering en biodiversiteitsverlies aanjaagt. Ze vraagt waarom dit een onderdeel moet zijn van de missie van de reorganisatie. Ook vraagt ze hoe de burgemeester en de wethouders hiermee omgaan als de nieuwe coalitie straks het verstandige besluit neemt groei niet langer als uitgangspunt te willen nemen. Het wringt dat de raad hierover niet eerder richtinggevend heeft kunnen spreken en daarom komt ze met een motie om de raad beter te betrekken en tot een politiek neutrale missie te komen. De geschetste problemen binnen de organisatie, zoals hoog ziekteverzuim, sociale onveiligheid en vastlopende medewerkers vragen om verandering maar een reorganisatie op zichzelf lost dat niet automatisch op. Ze waarschuwt dat oude complexiteit kan worden vervangen door nieuwe complexiteit.
Daarnaast is er weinig aandacht voor de risico's die de ondernemingsraad benoemt. Er wordt nu gekozen voor een nieuwe topstructuur terwijl belangrijke vragen over mandaten, samenwerking en verantwoordelijkheden nog onderzocht moeten worden. Ze is benieuwd of dit voldoende is onderzocht voordat de nieuwe structuur is vastgesteld. Daarnaast wil ze weten op basis van welke analyse voor deze structuur is gekozen. Tot slot vraagt ze hoe de burgemeester de stevige kritiek van de ondernemingsraad op hun late betrokkenheid bij de plannen duidt, aangezien het belangrijk is dat de ondernemingsraad betrokken blijft bij de grote veranderingen waarvoor de organisatie staat. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Deterink. Het lid DETERINK (VVD) vindt dat de organisatieverandering 2030 aansluit bij punten die de VVD al langer bepleit, meer focus op kerntaken, meer aandacht voor mensen in de uitvoering en een kleinere, wendbaardere organisatie. Als raadslid vindt hij het niet zijn taak om te beoordelen of de clusters correct zijn ingericht maar hij wil dat de uitgangspunten stevig worden verankerd richting 2030. Hij merkt op dat er flink wordt geïnvesteerd om het ziekteverzuim te verlagen en dat dit in de brief als een businesscase wordt gepresenteerd, waarbij wordt aangenomen dat het verzuim daadwerkelijk daalt en de investering zich terugverdient.
Hij vraagt zich af of er een alternatief scenario is als dat niet gebeurt. Daarnaast vindt hij het ingewikkeld om per cluster een ondernemingsraad te hebben. Hij is benieuwd of dit wettelijk verplicht is of een eigen idee van de gemeente. Verder stelt hij dat het niet goed is om de missie en visie op deze manier op te schrijven omdat dit politieke lading heeft. Waar het lid Krom van de Partij voor de Dieren moeite heeft met groei en ondernemerschap is dat voor de VVD juist aantrekkelijk. De vier doelen in de brief lijken meer op een coalitieakkoord dan op de missie en visie van een gemeente die vooral zou moeten gaan over het uitvoeren van de gemeentewet en het zorgen voor een schone en veilige stad. Hij vraagt hoe deze vier doelen op deze manier in de brief zijn terechtgekomen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar. Het lid HAVELAAR (CDA) sluit zich aan bij de opmerking dat de vier doelen politiek geladen zijn omdat dit een extra dimensie toevoegt aan een al ingewikkelde discussie. Sinds zijn aantreden als raadslid hoort hij regelmatig dat de macht van het GMT te groot is geworden en dat directeuren hun eigen koninkrijkjes hebben. Hij weet niet of dat klopt maar uit de stukken krijgt hij de indruk dat er in het nieuwe ontwerp meer macht
27
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026
naar de directeuren gaat. Hij vraagt of dat zo is en wil weten hoe de machtsverdeling tussen ambtenarij en politiek in het nieuwe ontwerp wordt vormgegeven. Tot slot is hij benieuwd naar de verdeling van werkzaamheden tussen de burgemeester, de wethouder en de kwartiermaker. Het is bijvoorbeeld moeilijk om vragen te stellen over de jaarrapportage ziekteverzuim nu de wethouder Financiën en P&O niet aanwezig is bij deze bespreking. Daarom vraagt hij welke inhoudelijke rolverdeling geldt tussen de burgemeester en de wethouders en wie de raad op welke onderwerpen kan aanspreken. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Schmit. Het lid SCHMIT (D66) vindt dat een sterke gemeentelijke organisatie begint bij waarden. Het gaat om hoe men met inwoners en ondernemers omgaat, hoe samenwerking verloopt en hoe keuzes worden gemaakt die het vertrouwen van mensen in de organisatie bepalen. Volgens D66 betekent dit een dienstbare organisatie die vertrouwen heeft in bewoners, ondernemers en professionals, waar ambtenaren met plezier kunnen werken en die resultaatgericht is met een focus op uitvoering in de buurt en op samenwerking. Kracht en kennis in de stad moeten benut en beloond worden omdat succesvolle organisaties integraal samenwerken met bewoners, ondernemers, kennisinstellingen en tussen domeinen.
Ze zijn wendbaar en lerend en maken gebruik van nieuwe technologie om de efficiëntie te verbeteren. Veel van deze waarden ziet hij terug in de brief van het college maar hij vraagt zich af hoe het college succes gaat meten en welke KPI's daarbij horen. Het gaat daarbij niet om louter financiële doelen maar ook om inwonerstevredenheid, snelheid van meldingsoplossingen en medewerkerbetrokkenheid. Hij is benieuwd of er een nieuw leiderschapsprofiel komt en of er assessments worden ingezet om te kijken waar mensen functioneren en hoe zij zich beter kunnen ontwikkelen. Daarnaast merkt hij op dat de Amsterdamse School voor Leiderschap zou moeten inzetten op samenwerking met de stad in plaats van dat intern te gaan doen. Hij is blij met de aandacht voor ziekteverzuim en is benieuwd of voor de 769 medewerkers die langer dan een jaar ziek zijn en van wie 30 tot 40 procent mogelijk niet terugkeert vervanging wordt geregeld om verdere werkdruk en ziekte te voorkomen. Tot slot benadrukt hij het belang van volledige betrokkenheid van de gemeenteraad bij de reorganisatie en vraagt hij of de technische sessies met de kwartiermaker minimaal vier keer per jaar plaatsvinden. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt of het lid Schmit vindt dat het informeren van de raad voldoende is, of dat hij vindt dat de raad proactief bij de ontwikkeling van de visie en de missie betrokken moet worden.
Het lid SCHMIT (D66) antwoordt dat hij namens D66 een aantal waarden heeft aangegeven die hij graag terugziet in de missie. Daarnaast vraagt hij om meer technische sessies met de kwartiermaker zodat ze de inhoud beter kunnen begrijpen en daarover vervolgens het debat kunnen voeren. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) vindt dat teleurstellend omdat de vraag was de raad aan de voorkant beter te betrekken teneinde te voorkomen dat de raad een brief ontvangt waarin politieke doelstellingen zijn beschreven. Het lid SCHMIT (D66) antwoordt dat de raad een goede technische sessie heeft gehad waarin inhoudelijk is gekeken naar de voorstellen van het college. Vervolgens wordt hier het gesprek met het college gevoerd over wat de raad graag wil. Hij heeft duidelijk aangegeven welke waarden hij terug wil zien en wacht nu op een reactie van het college. Het lid DETERINK (VVD) vraagt hoe het lid Schmit het leiderschap samen met de stad wil vormgeven.
28
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026
Het lid SCHMIT (D66) antwoordt dat er enorm veel organisaties, trainingsbureaus en bedrijven zijn die veel kunnen bijdragen aan leiderschap. Hij ziet een toekomstige organisatie voor zich die veel meer samenwerkt met de stad, zodat leiderschapsontwikkeling vorm kan worden gegeven met experts uit de stad. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Broersen. Het lid BROERSEN (Volt) sluit zich aan bij de opmerkingen over de vier doelen in de raadsformatiebrief. Het college beschrijft in de brief wat de organisatie wil doen in plaats van wat voor organisatie ze wil zijn, terwijl dat laatste belangrijk is. Ze is blij met de concrete stappen die al zijn gezet, maar wil zien waar de organisatie uiteindelijk naartoe wil. Daarom vraagt ze wanneer deze stappen het gewenste resultaat opleveren en wanneer de organisatieontwikkeling binnen de werkstromen volgens het college geslaagd is. Dit is een vraag die ze het nieuwe college zou willen meegeven. Volt vindt het belangrijk dat de organisatie durft te leren en daarom vraagt ze welke ruimte het college en de kwartiermaker laten om tussentijds bij te sturen als onderdelen niet werken en of ze durven te stoppen of de pauzeknop te gebruiken als veranderingen niet werken of zorgvuldiger moeten worden uitgevoerd. Ze is geschrokken van de stevige kritiek van de ondernemingsraad.
Die voelt zich onvoldoende betrokken en geïnformeerd, vindt de planning voor de nieuwe topstructuur onrealistisch, zet vraagtekens bij de voorgestelde organisatiestructuur en twijfelt of dit iets oplevert voor de dienstverlening aan de Amsterdammer. Deze constatering mag niet lichtzinnig terzijde worden geschoven omdat de dienstverlening aan de Amsterdammer de kern is van de organisatieverandering. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Rijpkema. Het lid RIJPKEMA (JA21) steunt het doel om de gemeentelijke organisatie eenvoudiger, scherper en uitvoeringsgerichter te maken. De gemeente zelf erkent dat de organisatie te groot, te complex en moeilijk bestuurbaar is geworden en dan is het logisch te kijken naar duidelijke verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte en meer focus op uitvoering. Tegelijkertijd moet er wel kritisch gekeken worden naar de manier waarop dit gebeurt. De ondernemingsraad heeft stevige kanttekeningen geplaatst bij de onderbouwing, de volgorde van besluitvorming en de betrokkenheid van medezeggenschap. Hij vraagt of de burgemeester erkent dat er serieuze zorgen zijn over de inrichting van het proces. Daarnaast vraagt hij welke knelpunten in de top van de organisatie ertoe leiden dat de structuurwijziging nodig is en waarom juist de indeling in zeven clusters bijdraagt aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen.
De huidige ondernemingsraad heeft aangegeven in de voorfase niet betrokken te zijn geweest en hij wil weten of de burgemeester voornemens is de ondernemingsraad alsnog bij het proces te betrekken. Tot slot merkt hij op dat het probleem van ziekteverzuim zich niet beperkt tot enkele uitzonderingen. Eind 2025 hadden slechts 14 van de 59 clusters minder verzuim, maar de intensievere aanpak richt zich nu alleen op 17 van de 52 directies met het hoogste verzuim. Hij wil weten of de aanpak breder, concreter en beter controleerbaar kan worden gemaakt. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording. Burgemeester HALSEMA legt uit dat in de eerste gesprekken de raad heeft aangegeven dat ze wilde weten welke missie het college voor de stad heeft en welke verbeteringen in de organisatie nodig zijn om daaraan te voldoen. De wethouder en zij hebben geprobeerd dit zo neutraal en algemeen mogelijk te formuleren waarbij de vier doelen weergeven hoe de raad naar de toekomst van de stad kijkt. Ze formuleren niet alleen een missie voor de stad maar geven ook aan welke verbeteringen in de organisatie daaruit voortvloeien. De visie beschrijft zowel de missie voor de stad als de gevolgen
29
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026
daarvan voor de organisatie. Ze hebben geprobeerd hiermee tegemoet te komen aan de wens van de raad om niet alleen over de organisatie te spreken maar ook over de relatie tussen de organisatie en de stad. Ze begrijpt niet goed hoe zij aan dat verzoek van de raad kunnen voldoen als nu wordt gezegd dat zij zich daarmee in de politiek mengen. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) herhaalt dat de raad meerdere keren heeft gevraagd om aan de voorkant betrokken te worden zodat wordt voorkomen dat er iets wordt vastgesteld waar een deel van de raad niet achter staat. Ze vraagt de burgemeester dit te heroverwegen en de raad alsnog aan de voorkant mee te nemen. Burgemeester HALSEMA merkt op dat groei ook kwalitatief kan zijn en dat het lid Krom mogelijk minder bezwaar had gehad als het woord 'ontwikkeling' was gebruikt. Ze is bereid die formulering aan te passen als daarmee discussie kan worden voorkomen. Ze heeft vanaf het begin aangegeven dat de inhoudelijke kaders met de raad besproken kunnen worden. De brief is opgesteld om de raad een basis te geven voor discussie. Tegelijkertijd geldt dat het bestuur bestuurt en de raad controleert. Een reorganisatie van het gemeentelijk apparaat is de verantwoordelijkheid van het bestuur en niet van de gemeenteraad. Het bestuur voert de reorganisatie uit en de raad controleert daarop.
Het college wil de raad niet terzijde schuiven maar wil wel een heldere verdeling van verantwoordelijkheden. De raad kan de verantwoordelijkheden van het bestuur niet overnemen, omdat de raad anders ook niet meer goed kan controleren. Ten behoeve van die controle heeft het college een missie en visie opgesteld en daarbij een voortgangsrapportage gepresenteerd. Ze is van mening dat ze een zo politiek neutraal mogelijke missie en visie hebben aangeleverd waarbij ze het woord groei zal vervangen door het woord ontwikkeling, wat wellicht ook meer ruimte geeft aan kwalitatieve ontwikkeling in plaats van de suggestie dat het hier per definitie om economische groei gaat. De ondernemingsraad heeft zorgen geuit maar is tot dusver wel aan boord. Het is in het belang van het college om de ondernemingsraad goed en grondig te informeren. Het gesprek over de kritiek van de ondernemingsraad wordt niet door de raad of haarzelf gevoerd, maar door de gemeentesecretaris als WOR-bestuurder. Het college hecht grote waarde aan de rol van de ondernemingsraad en vanaf het begin is gestreefd naar intensieve afstemming, ook daar waar de ondernemingsraad geen formele bevoegdheid heeft.
De gemeentesecretaris heeft de ondernemingsraad de gelegenheid gegeven een zienswijze in te dienen bij het besluit en er is een speciale werkgroep voor de organisatieverandering 2030 ingesteld die driewekelijks bijeenkomt met de kwartiermaker om voortgang en relevante onderwerpen te bespreken. De gemeentesecretaris gaat met de ondernemingsraad in gesprek over hun vragen en aandachtspunten en bij de verdere uitwerking van de topstructuur worden de toepasselijke bepalingen uit de Wet op de ondernemingsraden strikt nageleefd zodat de ondernemingsraad tijdig wordt geïnformeerd en tijdig haar advies- en instemmingsrechten kan uitoefenen. Eerder is al vastgesteld dat het gemeentelijk managementteam van vijf personen voor een organisatie van 22.000 medewerkers te klein is. Bij de uitbreiding naar zeven clusters adviseert ze de gemeenteraad rekening te houden met een synchroon lopende indeling van commissies zodat controle en sturing beter verlopen. Eén ondernemingsraad op 22.000 medewerkers biedt onvoldoende controlemogelijkheden en de clusterraden maken een betere controle vanuit werknemers mogelijk, waarbij er wel een overkoepelende ondernemingsraad blijft voor de clusteroverstijgende zaken.
De wethouder Personeel en Organisatie is in de eerste plaats verantwoordelijk, maar vanwege de omvang van de reorganisatie en haar systeemverantwoordelijkheid is ze nauw betrokken bij de reorganisatie. Als het nieuwe college de portefeuilleverdeling bekendmaakt, zal ook bekendgemaakt worden waar de hoofdverantwoordelijkheid ligt voor de grote reorganisatie. Het lid HAVELAAR (CDA) vraagt of de hoofdverantwoordelijkheid nu nog ligt bij de burgemeester en niet bij de wethouder.
30
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026
Burgemeester HALSEMA antwoordt dat de hoofdverantwoordelijkheid bij het college ligt. Ze voegt daaraan toe dat zij op dit moment missionair is en dat het belangrijk is dat de continuïteit wordt gewaarborgd. Ze hoopt dat er zo snel mogelijk een nieuw college komt met een nieuwe wethouder Personeel en Organisatie die daarvoor als eerste verantwoordelijk is. Een belangrijke reden voor de reorganisatie is het veel te hoge ziekteverzuim. De KPI's zijn gericht op het terugdringen van verzuim, het opstellen van programma's, deelname aan leiderschap, het realiseren van een harde reductie van fte's en het verbeteren van de bedrijfsvoering. Daarnaast wordt overwogen beleidsschouwen in te voeren om vast te kunnen stellen hoe effectief beleid is, bijvoorbeeld of de investeringen in een programma in verhouding staan tot de effectiviteit ervan. Het college zoekt naar manieren om deze effecten goed meetbaar te maken. Het lid SCHMIT (D66) vindt dat er niet alleen moet worden gekeken naar wat wordt geïnvesteerd, maar ook naar hoe bewoners en ondernemers de dienstverlening en service van de gemeente ervaren. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat dat voor haar ook een wezenlijk onderdeel is. De reorganisatie is bedoeld voor medewerkers die met plezier naar hun werk moeten kunnen gaan, voldoende grip op hun werk moeten ervaren en zich niet ziek hoeven te melden.
Een ander doel is de effectiviteit van de organisatie te vergroten om meer geld vrij te maken voor de stad maar het belangrijkste doel is de dienstbaarheid van de organisatie aan de inwoners. De gemeente moet laten zien bereikbaar te zijn, met name voor inwoners die op afstand van de overheid staan. Ze meldt dat er nog wordt gezocht naar een manier om burgers mee te laten praten over de reorganisatie. Ze vindt het belangrijk om de ervaringen die binnen de eigen organisatie met leiderschap worden opgedaan te benutten zodat de organisatie zelf in staat is haar leiders op te leiden en daarvoor niet afhankelijk is van dure externe bureaus. Ze spreekt de hoop uit dat de Amsterdamse School voor Publiek Leiderschap daaraan zal bijdragen. Het lid SCHMIT (D66) vindt het belangrijk dat de ervaring van leiderschapsontwikkeling vanuit de stad hierbij betrokken wordt. Hij denkt niet dat al die kennis binnen de organisatie aanwezig is. Burgemeester HALSEMA vindt dat een goede toevoeging. De raad gaat zelf over technische sessies maar een deel van het ambtelijk apparaat is vaak bezig met het maken van allerlei rapportages die misschien iets te vaak en iets te uitgebreid worden gevraagd door de raad en ook dat draagt bij aan de uitdijing van het apparaat.
Ze vindt het heel belangrijk dat de raad goed geïnformeerd wordt maar verwacht dat met twee voortgangsrapportages per jaar het bestuur aan haar verantwoordingsplicht voldoet zonder dat het een nodeloze papierwinkel wordt. Het lid SCHMIT (D66) zegt dat het erom gaat dat de gemeenteraad goed betrokken is bij het proces omdat men daar later veel vruchten van zal plukken. Hij benadrukt dat de gemeenteraad ook een verantwoordelijkheid heeft voor de toekomstige organisatie en het functioneren van de stad. Daarom vindt hij het heel belangrijk dat de gemeenteraad minimaal vier keer per jaar met het college of de kwartiermaker overleg voert over dit onderwerp. Burgemeester HALSEMA kan het de raad aanbevelen om veel overleg te voeren. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) wijst op de vraag van het lid Havelaar over hoe in dit nieuwe ontwerp de macht wordt verdeeld tussen ambtenarij en politiek. Burgemeester HALSEMA weet dat er veel discussie wordt gevoerd over het gemeentelijk managementteam. Dat is voor het gemeentelijk managementteam niet altijd even plezierig omdat daardoor de indruk zou kunnen ontstaan dat het niet goed functioneert. Ze benadrukt dat de gemeentelijke managers zich de afgelopen jaren enorm
31
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026
hebben ingezet, dat ze hun werk voortreffelijk hebben gedaan en dat ze daar trots op is. Dat neemt niet weg dat er organisatorische en systeemproblemen zijn die ook door het GMT worden gezien. Dat betekent dat de uitbreiding van vijf naar zeven plaatsvindt waardoor er een betere indeling gemaakt kan worden. Er is geen probleem in de machtsverhouding tussen ambtenaren en bestuur en daar is deze nieuwe clusterindeling geen correctie op. Het is de bedoeling om de lijnen in de organisatie te verhelderen en de organisatie te vereenvoudigen om te voorkomen dat er allerlei vormen van zijsturing plaatsvinden. Het lid RIJPKEMA (JA21) vraagt of de burgemeester zich herkent in de reactie van de ondernemingsraad en herhaalt zijn vraag over de intensieve aanpak van het ziekteverzuim waarbij is gekozen voor 17 directies terwijl slechts 14 van de 59 onder het streefgetal zitten. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat zij een deel van de zorgen die bij de ondernemingsraad leven herkent. Dat dwingt tot zorgvuldigheid en een ondernemingsraad is nooit overbodig. De clusters die nu zijn geselecteerd voor de nieuwe verzuimaanpak zijn de clusters met het hoogste verzuim en daarna zullen ook andere clusters aan bod komen. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) heeft het gevoel dat de raad er wel iets van mag vinden, maar dat het plan in feite al vaststaat.
Ze heeft nog steeds moeite met het eerste doel omdat er nog steeds politieke keuzes in doorklinken, zoals het faciliteren van ondernemerschap en het verder uitbreiden van innovatie. Daarom wil ze het onderwerp agenderen voor bespreking in de raad. Daarnaast had ze nog een vraag over de nieuwe topstructuur. Ze vraagt zich af of het niet logischer was geweest om eerst de verantwoordelijkheden en mandaten uit te werken en pas daarna de nieuwe topstructuur vast te stellen. Het lid SCHMIT (D66) herhaalt zijn vraag over het vervangen van de langdurig zieke medewerkers. Burgemeester HALSEMA vindt het jammer dat het lid Krom hier negatief tegenover staat. Ze doen hun best om de raad uitgebreid te informeren maar de rolverdeling is helder. Het bestuur bestuurt en de raad controleert. De raad kan de reorganisatie van het ambtelijk apparaat niet overnemen van het bestuur want dat is iets anders dan de aanpak van maatschappelijke problemen. De verzuimaanpak bestaat uit drie sporen. Directies met een verzuim van 6 tot 8 procent vallen onder een versterkte aanpak maar er wordt tegelijkertijd ingezet op alle directies. Haar eerdere antwoord was dus niet volledig. De vervanging bij langdurig verzuim vindt al plaats.
Wanneer medewerkers na langdurig verzuim via de Wet verbetering poortwachter uitstromen naar het UWV worden zij permanent vervangen, tenzij functies in de toekomst vervallen door een reductie van het aantal arbeidsplaatsen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gereed is voor een korte bespreking in de gemeenteraad van 1 en 2 juli 2026. Voorzitter: het lid Von Gerhardt 72. Afgelasting festival Music On op 9 mei 2026 VN2026-006482 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Moeskops. Het lid MOESKOPS (D66) bedankt de burgemeester en haar team voor de snelle en uitgebreide beantwoording van de schriftelijke vragen. Het is goed dat na een incident met zulke consequenties voor de belanghebbenden de feiten snel in het openbaar worden besproken. Uit het AT5-interview blijkt dat de burgemeester grotendeels dezelfde analyse
32
Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie
TAR
Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026
deelt als D66, en dat geeft ruimte om te praten over noodzakelijke veranderingen. D66 is blij dat er al concrete stappen worden gezet, dat de evaluatie loopt en het escalatiemodel wordt uitgebreid. Vanaf 1 juni komt er een expertiseteam vergunningverlening maar er is grote onzekerheid in de sector en ze hoopt die te verminderen door snel de juiste lessen te trekken. In de beantwoording op de schriftelijke vragen staan maatregelen gericht op eerder beginnen, procedures eerder opstarten, wijzigingen eerder indienen en eerder rappelleren. Maar gaat het eigenlijk niet eerder om eerder klaar zijn? Want een organisator kan niet handelen op een go-no-go-moment dat doorloopt tot vlak voor het evenement. Op het moment dat de opbouw begint, zijn er al onomkeerbare kosten gemaakt. De tent is besteld, de artiesten zijn geboekt en de bezoekers hebben hun reizen gepland. De papieren controle moet eigenlijk zijn afgerond voordat de fysieke opbouw begint. Als een fysieke schouw daarna afwijkingen controleert ten opzichte van de papieren werkelijkheid, kan een vergunning altijd nog worden ingetrokken. Maar dat is een wezenlijk andere situatie dan wat er bij Music On is gebeurd, waar de papieren beoordeling nog liep terwijl de tent al stond. Ze vraagt of de burgemeester deelt dat het uiteindelijk om het eindmoment van het proces gaat, niet om het beginmoment.
Het is geen verhaal van een falende organisator of een haperende ambtelijke organisatie maar van een informatieprobleem. De Omgevingsdienst is geen onderdeel van de gemeente maar vormt een essentiële schakel in het vergunningenproces. Die dienst wist al in februari dat de tentprofielen van de Gallery Dome een onoplosbaar constructief probleem hadden, maar die conclusie bereikte de vergunningsketen nooit. Niet omdat iemand nalatig was, maar omdat het gesprek formeel los stond van het dossier. Als VTH, het stadsdeel of Loveland in maart al van dit probleem hadden geweten, was de situatie anders verlopen. De Saharatent had kunnen blijven, het wijzigingsverzoek zou niet zijn behandeld en er was niets naar de burgemeester geëscaleerd. De kennis die de Omgevingsdienst opdoet over tentconstructies en leveranciers zou beschikbaar moeten komen binnen het vergunningenproces. Ze vraagt of de burgemeester dit in de evaluatie wil opnemen. Tot slot was er een IT-probleem bij de Omgevingsdienst waardoor een vergunningsaanvraag verkeerd werd gearchiveerd en niet werd beantwoord. Het is goed dat de Omgevingsdienst hier iets aan gaat doen maar de vraag is wanneer dit opgelost is en wat dit betekent voor de evenementen die nu in voorbereiding zijn. De burgemeester gaf in het AT5-interview aan nog geen contact te hebben gezocht met de organisatie omdat nog niet alle feiten bekend waren.
Het gaat om een organisator met meer dan dertig jaar ervaring in de stad en een van de pioniers van de Nederlandse dancescene. Ze weet dat contact niets verandert aan wat er is gebeurd, maar het wordt ongetwijfeld gewaardeerd. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van der Veen. Het lid VAN DER VEEN (PRO Amsterdam) stelt dat als de veiligheid van duizenden bezoekers niet gegarandeerd kan worden, een festival niet door moet gaan, daar bestaat geen enkele twijfel over. In de evenementensector in Amsterdam wordt veiligheid serieus genomen door organisatoren, leveranciers en mensen die evenementen in de stad mogelijk maken en als het dan niet doorgaat heeft iedereen daar behoorlijk de smoor in. Een aantal onderdelen in het feitenrelaas zijn behoorlijk kafkaësk. Er wordt vier keer gerappelleerd, stukken blijken in een afgesloten zaak terecht te zijn gekomen, niemand lijkt dat op te merken en uiteindelijk komt een cruciaal advies pas enkele dagen voor het evenement op de juiste plek terecht. Dit verhaal staat niet op zichzelf. De afgelopen jaren lopen organisatoren van evenementen en clubs in het nachtleven tegen dezelfde problemen aan rondom vergunningverlening. Dat is de reden dat hij worstelt met de vraag of een interne evaluatie voldoende handvatten biedt voor de toekomst.
Dat is niet omdat mensen hun werk niet goed hebben gedaan, maar omdat er zoveel partijen bij betrokken zijn. Hij denkt dat een onafhankelijke blik kan helpen om eventuele blinde vlekken zichtbaarder te maken en hij is benieuwd hoe het college daarnaar kijkt.