CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2026.05.27 Conceptverslag TAR middagdeel.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 17 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de tijdelijke algemene raadscommissie van 27 mei 202621.373 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag 27 mei 2026 CONCEPTVERSLAG

Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Middagzitting van de openbare vergadering van de Tijdelijk Algemene Raadscommissie Woensdag 27 mei 2026 van 13.30 uur tot 18.00 uur in de raadszaal Woensdag 17 juni 2026

Voorzitters: commissieleden Von Gerhardt en Van der Veen Portefeuillehouders: burgemeester Halsema en wethouders Van Buren, Van der Horst, Meliani, Pels, Scholtes en Van Weyenberg Commissiegriffiers: Van Maurik en Nieuwenhuis Commissieondersteuners: Van Haastrecht en Saelman-Nauta Raadsondersteuner: Hoff Verslaglegging: Post (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Abdillahi (PRO Amsterdam), Aslami (D66), Bakker (Partij voor de Dieren), Bentoumya (PRO Amsterdam), Bomhof (PRO Amsterdam, BreureKirmiziyüz (D66), Broersen (Volt), Van Burk (Volt), Cruickshank (D66), Delsen (SP), Dessing (Forum voor Democratie), Deterink (VVD), Dibi (BIJ1), Von Gerhardt (VVD), Havelaar (CDA), Hofland (D66), Van der Horst (D66), De Jong (PRO Amsterdam), Kok (VVD), Krijger (Partij voor de Dieren), Krom (Partij voor de Dieren), Meiland (BIJ1), Moeskops (D66), Pels (PRO Amsterdam), Rijpkema (JA21), Schmit (D66), Van der Veen (PRO Amsterdam), Veenhoff (PRO Amsterdam), Wijnants (VVD), Yazar (VVD) en Zenginoglu (PRO Amsterdam) Aanwezige fractievertegenwoordigers: Abeln (PRO Amsterdam), Bakker (BIJ1), Belkasmi (PRO Amsterdam), Van den Bosch (JA21), Chakh (PRO Amsterdam), Filz (Forum voor Democratie), Harris (SP), Van Hilten (D66), Keij (JA21), De Kort (JA21), Molema (JA21), Van Munster (PRO Amsterdam), Pinas (BIJ1), Ruijter (SP), Veldema (SP), Vethman (Forum voor Democratie) en Vijzelman (BIJ1)

Afwezige commissieleden: Bouhassani (PRO Amsterdam), Kasmi (PRO Amsterdam), Khan (DENK) en Koyuncu (DENK)

Voorzitter: het lid Van der Veen De VOORZITTER heropent de vergadering. 29. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Buren voor de beantwoording in eerste termijn. Wethouder VAN BUREN wil als eerste ingaan op de samenwerking met Verpact. Ze werken goed samen met Verpact bij het inrichten van meer inzamelpunten maar sinds de invoering van statiegeld op blikjes en flesjes is er in Amsterdam sprake van extreme overlast van zwerfvuil. Verpact is de organisatie die namens het verpakkend bedrijfsleven wettelijk verantwoordelijk is voor het inrichten en laten functioneren van het statiegeldsysteem. Het afgelopen jaar zijn er veel gesprekken gevoerd met Verpact in G4verband en op ambtelijk niveau omdat Amsterdam erkenning wil dat de overlast van

1

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

zwerfafval hier vele malen hoger is door dagbezoekers en 20 miljoen toeristen. De SUPvergoeding is gebaseerd op cijfers van voor de invoering van het statiegeld op blikjes en flesjes en houdt geen rekening met het aantal bezoekers en toeristen in een stad. Ze waren in gesprek om te kijken hoe Verpact een bijdrage zou kunnen leveren aan het probleem van het zwerfafval omdat ook de verpakkingsindustrie en bedrijven daarvoor verantwoordelijk zijn. Het lid HAVELAAR (CDA) merkt op dat een van de onderbouwingen van de verhoging van de toeristenbelasting destijds was dat er meer kosten worden gemaakt voor het schoonmaken van de stad. Er wordt nu geen koppeling gemaakt tussen toeristenbelasting en reiniging en hij vindt dat de wethouder de rekening nu bij Verpact neerlegt door te stellen dat de stad door de toeristen vies wordt terwijl de inspreker heeft aangegeven dat het gebrekkige ontwerp van de prullenbak heeft bijgedragen aan de escalatie van het probleem in Amsterdam. Hij vraagt of het wel eerlijk is om dit nu een-opeen bij Verpact neer te leggen. Wethouder VAN BUREN legt uit dat ze erkenning van Verpact vraagt dat statiegeld met name in Amsterdam veel meer problematiek oplevert en dat ze op dat punt meer wil samenwerken. Amsterdam heeft de Puccini-bakken en sinds de invoering van het statiegeld worden die prullenbakken opengebroken.

Zij wil samen met Verpact kijken hoe dat probleem opgelost kan worden. Er is maandenlang overleg gevoerd waarbij Verpact steeds heeft aangegeven dat ze dit niet als hun probleem zien en dat ze ook geen financiële bijdrage wilden leveren. Verpact wilde wel iets doen aan de totaalaanpak en meer inzamelpunten realiseren. Ondertussen heeft de gemeente meer dan 30 miljoen euro extra geïnvesteerd om de stad schoon te krijgen. Ze wil die kosten niet bij de Amsterdammers neerleggen terwijl de verpakkingsindustrie er geld aan verdient. Verpact heeft veel geld beschikbaar dat wordt besteed aan het ontlasten van supermarkten en bedrijven maar dat niet wordt gebruikt voor de aanpak van het zwerfafval. Het lid HAVELAAR (CDA) vraagt of er op 23 april niet een brief van Verpact lag met een voorstel waarop de gemeente niet heeft gereageerd maar waarop de gemeente wel in de krant heeft gereageerd. Wethouder VAN BUREN legt uit dat de directeur van Verpact had aangekondigd dat er een brief zou komen maar dat ze die brief nog niet had gelezen. Verpact vond het moeilijk om Amsterdam een voorkeursbehandeling te geven omdat de rest van Nederland dan ook zou willen dat de vervanging van prullenbakken werd gefinancierd. Afgelopen week is zij opnieuw in gesprek gegaan met de directeur van Verpact en dat gesprek is goed verlopen.

Ze hebben afgesproken samen de schouders te zetten onder een aanpak voor de hotspots en Verpact heeft toegezegd dat de deur openblijft om verder te bespreken wat werkt, inclusief mogelijke verdere financiering. Daarnaast erkent Verpact nu dat Amsterdam een groter probleem heeft en dat de SUP-vergoeding geen rekening houdt met het aantal bezoekers. Ze hebben afgesproken samen te lobbyen richting Den Haag om de SUP-vergoeding daarop aan te passen. Het lid HAVELAAR (CDA) concludeert dat de wethouder wist dat er een brief van Verpact zou komen waarin ze wilden betalen maar dat de wethouder in de media de vlucht naar voren heeft genomen. De wethouder zegt zelf dat Verpact allemaal goede dingen doet met de 500 miljoen, maar niet datgene wat zij zou willen. Hij vraagt hoe zorgvuldig het is dat de wethouder op AT5 de suggestie wekt dat er ongebruikt geld is en dat dan maar naar Amsterdam zou moeten vloeien. Daarnaast stelt de wethouder dat zij graag erkenning wil dat er in Amsterdam veel toeristen zijn en dat het daardoor rommelig wordt. Hij vraagt hoe geloofwaardig dat is op het moment dat die toeristen 275 miljoen euro per jaar opbrengen en er ook nog slechte prullenbakken zijn.

Hij vraagt zich ook af hoe geloofwaardig het is dat de wethouder wil dat Verpact meebetaalt terwijl het stadsbestuur van Amsterdam zelf geen geld uit de toeristenbelasting aanwendt voor het schoonmaken van de stad.

2

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

Wethouder VAN BUREN legt uit dat een deel van de toeristenbelasting wordt besteed aan het schoonmaken. Er wordt 30 miljoen uit de algemene middelen besteed aan schoonmaken en de toeristenbelasting valt ook onder de algemene middelen. Ze wil een aanzienlijke bijdrage van Verpact en vindt dat een deel van die 500 miljoen in Amsterdam besteed kan worden omdat de lasten nog te veel bij de Amsterdammers terechtkomen. Ze begrijpt niet dat het lid Havelaar er de voorkeur aan geeft dat de Amsterdammer betaalt in plaats van commerciële partijen. Ze gaat met Verpact in gesprek om te kijken of extra financiering mogelijk is en uiteindelijk heeft dit tot resultaat geleid dat Verpact meewerkt, dat ze gezamenlijk de veertien hotspots aanpakken, dat ze meer prullenbakken vergoed krijgen en mogelijk extra veegploegen worden ingezet om zwerfafval aan te pakken. Ze begrijpt niet dat het lid Havelaar er de voorkeur aan geeft dat de Amsterdammer daarvoor betaalt. Het lid HAVELAAR (CDA) vindt dat een schijntegenstelling. Hij heeft al eerder gezegd dat de SUP-gelden volledig gebruikt zouden moeten worden voor een schone stad en niet aan ziekteverzuim of elektrische vuilniswagens en dat ook het geld van Verpact besteed zou moeten worden aan een schone stad.

Hij maakt bezwaar tegen de kritiek dat Verpact te weinig meebetaalt terwijl de gemeente zelf de SUP-gelden en toeristenbelasting niet gebruikt voor een schone stad. Hij vindt dat de gemeente daarmee een andere organisatie moedwillig beschadigt. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat Verpact een organisatie is die door de verpakkingsindustrie en commerciële partijen is aangesteld om te zorgen dat zoveel mogelijk statiegeld wordt ingeleverd. Daar komt bij dat de industrie en de overheid het statiegeld hebben ingevoerd zonder daar voldoende over na te denken. De huidige Puccini-prullenbakken voldoen aan de arbo-eisen maar worden voortdurend opengebroken. Daarom zijn ze met Verpact een ontwerptraject gestart om de prullenbakken aan te passen waarbij ook de medewerkers die de bakken dagelijks legen en schoonmaken nauw worden betrokken. Het lid DETERINK (VVD) vindt dat het debat zou moeten gaan over hoe de wethouder heeft gehandeld in de relatie met Verpact. Hij vindt dat dit symbolisch is voor de manier waarop het bestuur de afgelopen jaren met andere partners in de stad is omgegaan, zoals Schiphol en de haven. Hij vraagt waaruit blijkt dat Verpact en de verpakkingsindustrie geen erkenning hebben voor de problematiek die de stad heeft. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat dit blijkt uit de gesprekken met Verpact.

Verpact is bereid zich in te zetten voor commerciële inzamelaars en supermarkten maar zij wil ook graag erkenning voor de problematiek met de prullenbakken. Ze wordt nu aangesproken op de manier waarop er met Verpact wordt omgegaan maar dat kan ook worden omgedraaid omdat ze altijd open hebben gestaan voor gesprekken met Verpact en Statiegeld Nederland. Ze is blij met het resultaat en weet zeker dat dit heeft geholpen. Het lid DETERINK (VVD) leest in het interview met de directrice van Verpact in Het Parool iets anders dan wat de wethouder zegt. Daaruit blijkt ook niet dat de relatie nu goed is. Hij vindt de constatering dat Verpact de problemen niet erkent te kort door de bocht. Ze hebben zelf ook contacten met Verpact en daaruit blijkt dat Verpact meer wil betalen dan ze al doen. Hij zou zeggen, pak de telefoon. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat er veel contact is met Verpact maar de directeur van Verpact heeft een bepaald handelingsmandaat. Daar is over gesproken en haar inzet was zoveel mogelijk extra geld voor een schone stad. Het lid DETERINK (VVD) vraagt hoe de wethouder reflecteert op het versturen van het persbericht en het daaropvolgende interview in Het Parool met de directeur waaruit blijkt dat er een vertroebelde relatie is. De VVD vindt dat het bedrijfsleven nodig is om zaken in de stad op te lossen en dat dit er nu toe heeft geleid dat ze langere tijd niet

3

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

meer met elkaar hebben gesproken. Hij vraagt hoe de wethouder terugkijkt op de actie met het persbericht. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat ze elkaar een paar dagen niet hebben gesproken maar dat er wel ambtelijk contact was. Eerder was met Verpact afgesproken dat ze samen in Den Haag zouden lobbyen voor een innameplicht maar Verpact heeft daar later toch andere afspraken over gemaakt. Ze erkent dat ze het met Verpact op scherp heeft gezet maar dat heeft uiteindelijk wel tot resultaat geleid. Ze begrijpt niet dat het CDA en de VVD vinden dat zwerfvuil alleen het probleem is van Amsterdam en de Amsterdammers terwijl zij juist probeert de verpakkingsindustrie en het bedrijfsleven daarbij te betrekken en verantwoordelijkheid te geven. Het lid HAVELAAR (CDA) vindt niet dat de Amsterdammer moet opdraaien voor een schone stad. Hij vindt wel dat de wethouder in de media een eerlijker verhaal moet vertellen en dat ze niet moet doen alsof Verpact de oorzaak van het probleem is en 500 miljoen op de plank heeft liggen. Het probleem is dat de gemeente Amsterdam veel basisprocessen niet op orde heeft en dat de toeristenbelasting niet aan reiniging wordt uitgegeven. Wethouder VAN BUREN herhaalt dat de toeristenbelasting wel wordt besteed aan het schoonhouden van de stad en dat er 30 miljoen extra wordt geïnvesteerd in het schoonhouden van de stad.

Het lid DE KORT (JA21) hoort de wethouder zeggen dat ze het samen moeten doen maar in feite is het Verpact dat alles doet. Verpact heeft het afgelopen jaar 76 statiegeldautomaten, 7 statiegeldretourshops en 10 bulkmachines geplaatst en 950.000 euro structureel en een bonus van 11 miljoen bijgedragen. Hij vraagt waar de gemeente Amsterdam blijft in het samen doen. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat ze hebben samengewerkt met Verpact door te zorgen dat zij inzamelpunten konden openen, door vergunningen te regelen en locaties te verzorgen en door ervoor te zorgen dat er ook mobiele inzamelpunten konden komen. Dat zijn maatregelen die gericht zijn op het verhogen van het inzamelpercentage en het ontlasten van de supermarkten maar het verzoek was om ook bij het zwerfvuil samen te werken. Dat resultaat is nu bereikt en dat was aanvankelijk niet het geval. In samenwerking met Verpact worden nu veertien hotspots aangepakt. Het lid DE KORT (JA21) vraagt of een financiële bijdrage van de gemeente onderdeel is van de samenwerking. Wethouder VAN BUREN herhaalt dat er al een financiële bijdrage van de gemeente is. Er is 30 miljoen euro extra besteed en er is extra menskracht vrijgemaakt. Het lid DE KORT (JA21) stelt dat in die 30 miljoen 20 miljoen van Verpact zit, omdat die in de algemene middelen worden gestort.

De gemeente Amsterdam draagt dus 10 miljoen bij op een begroting van 8 miljard. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat die bedragen niet geheel kloppen. Een berekening van de bedragen is opgenomen in de beantwoording van de schriftelijke vragen. De bak waarover het lid Schmit sprak is getest maar voldeed niet aan de eisen en daarom is daar niet mee doorgegaan. De bestaande bakken zijn aangepast en de testresultaten daarvan waren goed. Er wordt nu gestart met 200 bakken op een aantal hotspots die blijvend worden getest en aangepast. Het voordeel daarbij is dat de bakken niet vervangen hoeven te worden, wat ook duurzaam is. Het lid SCHMIT (D66) merkt op dat de bak getest is tijdens een festival bij de ArenA en dat dit geen representatieve test is. Deze bak staat in twintig gemeenten en

4

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

inmiddels ook in Duitsland. Hij vraagt of de wethouder wanneer zij in augustus of september met Verpact aan tafel zit hier nogmaals naar wil kijken. Wethouder VAN BUREN neemt aan dat de bak die het lid Schmit noemt ook bij Verpact bekend is. Het nieuwe ontwerp van de bestaande bakken is tot stand gekomen in samenwerking met experts en Verpact. Het inhuren van een extern bureau is meer van hetzelfde. Ze heeft meer vertrouwen in de expertise van de mensen in de uitvoering die 200 bakken per dag moeten legen. Het lid VAN BURK (Volt) vraagt of Verpact heeft gekeken naar het technisch ontwerp en wil weten of er experts buiten het bureau zijn geweest die hiernaar hebben gekeken. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat het ontwerp met Verpact, experts en een ontwerpbureau is ontwikkeld. De medewerkers van de reiniging hebben aangegeven wat wel of niet handig is, wat wel of niet werkt en wat steviger moet. Dat is vervolgens doorgevoerd door experts op dat gebied. Het lid VAN BURK (Volt) vraagt nogmaals of Verpact technisch inhoudelijk heeft meegedacht over het ontwerp van de afvalbak. Wethouder VAN BUREN bevestigt dat Verpact technisch en inhoudelijk heeft meegedacht en heeft mee-ontworpen. Het lid VAN BURK (Volt) merkt op dat het belang van het nieuwe ontwerp groot is en dat de kosten die daarmee gemoeid zijn eveneens aanzienlijk zijn.

Hij begrijpt niet waarom er geen onafhankelijke derde kan meekijken met het ontwerp van die afvalbak. De inspreker heeft aangegeven dat hij dat graag zou willen doen. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat er gesprekken zijn geweest met de inspreker maar dat het ontwerp al afkomstig is van een gespecialiseerd bureau. Het ontwerp wordt nu in de praktijk getoetst en kan eventueel nog worden aangepast. Het lid HAVELAAR (CDA) merkt op dat het college de tekeningen onder geheimhouding beschikbaar heeft gesteld. Hij was van plan het ontwerp extern te laten toetsen maar daarvoor moet de geheimhouding worden opgeheven. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat er patent op het ontwerp rust en dat ze niet zomaar kan zeggen dat het getoetst mag worden. Het ontwerp is getest en ze vindt het jammer dat er zo weinig vertrouwen is in de mensen die bij hen in de uitvoering werken. Het lid HAVELAAR (CDA) vindt het niet passend dat de wethouder stelt dat een toets niet nodig is en dat het geld kost. De wethouder zou moeten begrijpen dat de raad die behoefte heeft en zou een review moeten laten uitvoeren. Hij noemt dit een zwaktebod en wil het onderwerp daarom agenderen voor de raad. Het lid FILZ (Forum voor Democratie) merkt op dat eind vorig jaar door de VNG een nieuw contract met Verpact is gesloten.

Hij vraagt waarom de gemeente Amsterdam tijdens de contractonderhandelingen de kans niet heeft gegrepen om deze problemen op te lossen. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat ze bij de VNG de punten van Amsterdam heeft ingebracht maar dat de VNG namens alle gemeenten onderhandelt. Het lid FILZ (Forum voor Democratie) constateert dat de belangen van de gemeente Amsterdam niet voldoende zijn behartigd bij die onderhandelingen.

5

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

Wethouder VAN BUREN herhaalt dat de situatie van Amsterdam met 20 miljoen toeristen niet te vergelijken is met die van andere gemeenten. Het lid VAN BURK (Volt) maakt bezwaar tegen de insinuatie dat er geen vertrouwen zou zijn in de uitvoering, daarvan is geen sprake. Het gaat om een dubbelcheck op het ontwerp dat door een ontwerpbureau in Eindhoven is gemaakt en dat heeft niets te maken met wel of geen vertrouwen in de uitvoering. Wethouder VAN BUREN is daar blij om. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gereed is voor een korte bespreking in de gemeenteraad. 44. Bespreken van de raadsinformatiebrief voortgang Haven-Stad en geactualiseerd verkeersonderzoek Haven-Stad VN2026-005358 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bakker. Het lid BAKKER (Partij voor de Dieren) heeft een technische vraag omdat er opnieuw een stippellijn door het Westerpark is getekend alsof er in de toekomst een metrolijn door het park zal lopen. De raad is hier heel duidelijk over geweest dat zij dat niet wenst. Het blijkt om een oude tekening te gaan en haar is verzekerd dat op toekomstige kaarten geen stippellijn meer te zien zal zijn. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Rijpkema. Het lid RIJPKEMA (JA21) constateert dat er geen besluit voorligt over Damen Shiprepair en dat het ook over mobiliteit gaat.

JA21 heeft daar bedenkingen bij het groot aantal fietsers over de Westbrug en door de Spaandammerstraat. Dit moet goed worden meegewogen in het plan en hij wil weten hoe er wordt gekeken naar de gevolgen voor de Haarlemmerstraat en de Haarlemmerdijk waar tijdens de spits nu al fietsfiles staan. Hij vraagt of daar rekening mee wordt gehouden. Daarnaast vraagt hij hoe het staat met de metroverbinding en of daar haast mee gemaakt kan worden, aangezien de verbindingen van het openbaar vervoer nu al ondermaats zijn. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Weyenberg voor de beantwoording. Wethouder VAN WEYENBERG laat weten dat de brief inderdaad het proces rondom het stippellijntje heeft gekruist en bevestigt dat het Westerpark blijft zoals het is. Het lid Rijpkema geeft terecht aan dat het fietsverkeer niet stopt na de Westbrug en het is ook geen geheim dat het doortrekken van de Noord-Zuidlijn en het sluiten van de kleine ring urgent is. Daar wordt hard aan gewerkt en het moet op een nette manier worden afgerond. Wat betreft Damen Shiprepair is het helder dat het ADM-terrein als potentiële locatie is verworven en dat er op dit moment indringende gesprekken met alle partners plaatsvinden. Hij blijft van mening dat de scheepswerf daar weg moet zodat de verdere uitbreiding van Haven-Stad op die plek kan plaatsvinden.

De ontwikkelaar heeft contractuele afspraken met Damen gemaakt en dat betekent dat de huur daar over niet al te lange termijn eindigt. Het lid RIJPKEMA (JA21) vraagt of de wethouder een oplossing heeft voor de potentieel 44.000 extra fietsers per dag in de Haarlemmerstraat en op de Haarlemmerdijk, waar nu vaak al fietsfiles staan. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat die doorwerking wordt meegenomen en dat de vervoerplannen zorgvuldig worden doorgerekend. Er komen veel

6

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

mensen wonen in Haven-Stad en dat betekent dat er gezorgd moet worden voor een goede aansluiting van de nieuwe woongebieden op de rest van de stad. Tot nu toe staan de lichten hiervoor op groen omdat alles goed inpasbaar is. Het lid RIJPKEMA (JA21) vraagt of het de wethouder bekend is dat het meer dan 200 miljoen kost om alleen al een droogdok te verplaatsen. Hij vraagt wie die financiële onderbouwing gaat betalen. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat er op dit moment overleg plaatsvindt met de provincie en verschillende ministeries en dat er naar varianten wordt gekeken. Het verplaatsen van een dok is duur maar Damen heeft afspraken gemaakt met het ontwikkelconsortium waarin sprake is van beëindiging van de werkzaamheden van Damen op die locatie. Het lid RIJPKEMA (JA21) heeft vernomen dat Damen Shiprepair daar anders naar kijkt en dat er nog steeds een provinciaal belang op die locatie rust. Dit provinciale belang verdwijnt niet wanneer het huurcontract afloopt, mede omdat het een van de weinige plekken is waar marineschepen en grote schepen van meer dan 200 meter kunnen worden onderhouden. Er zal een integrale oplossing moeten komen voor de verplaatsing en de financiering daarvan. Hij verwacht dat het niet verplaatsen en het elders bouwen van woningen waarschijnlijk een stuk goedkoper is.

Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat de gemeente mede om deze reden het ADM-terrein heeft verworven. Het opleggen van provinciaal belang in het industriegebied was tegen de wens van Amsterdam maar de opties worden nu in goed overleg besproken met de rijksoverheid en de provincie. Feit blijft dat het huurcontract afloopt. Hij is van mening dat dit uiteindelijk een locatie is voor woningbouw in de totale uitrol van Haven-Stad die ook nodig is voor de verbindingen in het openbaar vervoer. Het lid DESSING (Forum voor Democratie) vraagt hoe de wethouder kijkt naar de verschillende belangen van Amsterdam, de provincie en het Rijk. Hij is benieuwd of Amsterdam haar poot stijf moet houden, of in de geest van de omgevingswet breder en meer regionaal moet kijken naar het belang van Damen Shiprepair. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat dat gesprek nu met alle stakeholders wordt gevoerd. Amsterdam heeft veel geld betaald voor het ADM-terrein omdat de gemeente ook onderdeel van de oplossing wil zijn. Hij herhaalt dat het huurcontract afloopt en dat dit een afspraak is tussen het consortium en Damen. De discussie wordt gesloten. 48. Bespreken van de brief ter afdoening van het raadsadres inzake het Marga Minco-pand VN2026-005393 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Veenhoff.

Het lid VEENHOFF (PRO Amsterdam) is van mening dat het college het raadsadres niet volledig heeft beantwoord omdat het gaat over een groter beeld en grotere zorg achter deze casus. Ze vraagt het college om ook op die algemene punten in te gaan, al was het alleen maar door te verwijzen naar de bestuursopdracht bouwdynamiek. Daarvan zijn een aantal zaken gelukt maar dat geldt nog niet overal in de stad. Zo is bijvoorbeeld de kruimelrichtlijn van West en Zuid nog niet naast die van Oost gelegd. In de technische notitie heeft ze een aantal punten beschreven die ze naar voren wil halen. Eén van de problemen is dat het volumeaspect niet door Welstand beoordeeld mag worden als de bouwaanvraag buiten het bestemmingsplan valt en VTH het plan al heeft beoordeeld. Ze vraagt de wethouder of daar iets aan gedaan kan worden.

7

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

Het lid ASLAMI (D66) wijst op casussen waarbij het gaat om verduurzaming en waarbij stadsdeelbestuurders de discretionaire bevoegdheid hebben om af te wijken ten behoeve van het verduurzamen van het pand. Hij vraagt hoe het lid Veenhoff daarnaar kijkt. Het lid VEENHOFF (PRO Amsterdam) begrijpt die vraag niet in de context van dit agendapunt. Het gaat over wie naar de toevoeging van het volume kijkt. VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) doet dat wel, maar niet zoals Welstand dat zou doen. Dat is frustrerend voor de commissie Omgevingskwaliteit (COK), de bewoners en het stadsdeel. Ze vindt dat geen goede besluitvorming en daar wil ze iets aan doen. Het lid ASLAMI (D66) merkt op dat het meer gaat om de principiële keuze of de stadsdelen de ruimte krijgen om af te wijken van een advies van bijvoorbeeld VTH of COK. Het kan namelijk niet zo zijn dat de ene keer wordt gezegd dat dat wel mag en de andere keer dat het niet mag. Het lid VEENHOFF (PRO Amsterdam) antwoordt dat het daar niet om gaat. Als de commissie Omgevingskwaliteit een advies geeft over het volume, dan kan het stadsdeel daarvan afwijken, aangezien dat advies niet bindend is. Het gaat haar erom dat iemand daadwerkelijk kijkt wat de impact van het toegevoegde volume is en dat dit nu niet standaard gebeurt. Het kan wel, maar dan moet dat expliciet gevraagd worden omdat het niet in de werkinstructie staat.

Ze heeft ook vragen over het onderzoek dat destijds bij het Vondelpark door Waternet is gedaan naar de grondwatersituatie. In dat rapport staan een aantal aanbevelingen die ze niet meer heeft teruggezien terwijl het cruciale zaken betreft, zoals de registratie van paalfunderingen en kelders. Er is nog steeds geen duidelijkheid over waar kelders zijn gebouwd en hoe de situatie is terwijl er veel zorgen zijn over kelderbouw. Ze wil graag weten wat er met die aanbevelingen is gedaan. Daarnaast vraagt ze of het advies van Heemschut officieel is verschenen. Ze zou haar steun daarvoor willen uitspreken maar waarschijnlijk gaat de raad er niet over. Tot slot wijst ze op een ander probleem bij kelderbouw. Voor omwonenden is het bijna onmogelijk om aan te tonen dat er gevolgen zijn voor hun fundering omdat de gemeente al een vergunning heeft afgegeven. De bewijslast is moeilijk rond te krijgen omdat het stadsdeel niet meewerkt aan de informatievoorziening. Ze is benieuwd hoe de wethouder hierover denkt. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Weyenberg voor de beantwoording. Wethouder VAN WEYENBERG moet de vragen over Waternet en de bewijslast overlaten aan zijn opvolger die ze kan bespreken bij de eerstvolgende commissievergadering. Hij vindt het niet gepast om iets over de casus zelf te zeggen.

Er zijn een aantal beweringen gedaan over hoe er in Oost mee is omgegaan en die laat hij in het bredere vraagstuk. Er kan worden gediscussieerd over de monumentale waarde, maar dat is niet het kader waarop nu is getoetst. De rollen zijn verdeeld, COK adviseert over materiaal, vormgeving en kleur terwijl stedenbouwkundige aspecten en het benutten van volume zijn belegd bij de integrale commissie R&D (Ruimte en Duurzaamheid) en later bij VTH. Hij heeft niet de indruk dat er een lacune is en dat een plan tussen de adviesorganen door kan glippen. Het COK heeft aangegeven dat de inbreng van Heemschut buiten haar toetsingskader valt. Die discussie gaat over het aangezicht van een deel van de straat en een reeks panden. Zolang het huidige kader geldt, toetsen COK, R&D en andere organen daarop. Als de raad dat wil veranderen, dan moet daarvoor een voorstel worden gedaan.

8

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

Het lid VEENHOFF (PRO Amsterdam) heeft met de commissie Omgevingskwaliteit en VTH gesproken en die bevestigen haar verhaal. Ze vraagt zich af of stedenbouw daadwerkelijk naar het welstandsaspect kijkt en hoe dat mogelijk is vanuit hun expertise. De opmerkingen van de commissie Welstand over detaillering zijn belangrijk, maar juist de extra vierkante meters springen het meest in het oog. Het blijkt steeds dat geen van de betrokken partijen daar tevreden over is. Ze roept de wethouder op hier serieus naar te kijken omdat juist dit soort casussen veel weerstand oproepen en bewoners vooral de extra vierkante meters zien. Een betere detaillering verandert daar weinig aan en het is niet hoe ze de stad willen vormgeven. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat het COK kan kijken naar het welstandsaspect van de bouw, maar niet naar het volume. Het volume wordt beoordeeld aan de integrale adviestafel en die informatie komt uiteindelijk samen in de vergunningverlening. Hij denkt dat de onderliggende vraag is of er te veel ruimte wordt gegeven en dat de vraag van het lid Veenhoff is hoe er moet worden omgegaan met het toevoegen van bouwvolumes op bepaalde locaties in de stad. Het lid VEENHOFF (PRO Amsterdam) vraagt of de wethouder met een brief kan komen over de aanbevelingen in het rapport van Waternet.

Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat hij heeft beloofd zijn opvolger te vragen om terug te komen op kelderbouw en dat zal hij doen. Er is een link met het rapport van Waternet maar een brief over de aanbevelingen vindt hij niet passen bij het fundamentele debat over het toevoegen van volumes dat het lid Veenhoff wil voeren. Het lid VEENHOFF (PRO Amsterdam) vraagt hoe de wethouder kijkt naar een inhoudelijk antwoord over het algemene probleem dat in het raadsadres wordt beschreven. Wethouder VAN WEYENBERG herhaalt dat hij geen lacune ziet en vindt dat het debat met zijn opvolger gevoerd moet worden. Hij heeft zijn uiterste best gedaan om zeer zorgvuldig op deze notitie te reageren. Het lid VEENHOFF (PRO Amsterdam) herhaalt dat de vragen in het raadsadres van algemene aard zijn en vraagt of de wethouder bereid is dat raadsadres inhoudelijk te beantwoorden. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat er nog een mogelijkheid tot beroep loopt tegen de uitkomst van het bezwaar. Zodra die procedure is afgerond kan het lid Veenhoff die vraag stellen aan zijn opvolger. De discussie wordt gesloten. 50. Bespreken van de Jaarrapportage Woningbouw 2025 VN2026-005381 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Von Gerhardt. Het lid VON GERHARDT (VVD) wil deze rapportage bespreken omdat het de komende jaren een uitdaging wordt om nieuwe plannen toe te voegen.

Het is al heel lang een wens van de gemeenteraad om te werken met een woningbouwregisseur met een mandaat zodat er één aanspreekpunt is voor alle partijen en zaken sneller kunnen worden opgepakt. Hij is benieuwd of de wethouder daarvoor openstaat. Daarnaast wil hij weten hoe het gaat met parallel lopende plannen, wat er nog gedaan kan worden rondom details waarmee de gemeente zich bezighoudt en of die lijst kan worden verkleind zodat er meer ruimte is en processen sneller kunnen verlopen. Tot slot vraagt hij hoe de wethouder kijkt naar het sneller maken van afsprakenbrieven over

9

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

de grondprijzen en het onderzoeken of er meer met vaste grondprijzen kan worden gewerkt zodat de onderhandelingstermijn over de grondprijs wordt verkort. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Ruijter. Het lid RUIJTER (SP) dankt iedereen die aan de rapportage heeft gewerkt, maar ze gaat niet helemaal mee in het optimisme. De rapportage stelt dat bijna driekwart van de woningen betaalbaar wordt gebouwd, maar bijna driekwart is niet de afgesproken 80 procent betaalbare woningen. Ze vraagt hoe het komt dat het college haar eigen beleid niet consequent uitvoert door op een aantal plekken in de stad af te wijken van de afgesproken 40-40-20-verdeling en hoe de wethouder dit in de toekomst wel wil doen. De rapportage presenteert 2026 als een fantastisch jaar voor sociale huur vanwege de vele bouwstarts. Ze is benieuwd hoe dat beeld eruitziet wanneer wordt meegewogen dat sociale huur vaak wordt gebouwd op locaties waar al sociale huur stond en er dus sprake is van sloop-nieuwbouw. Ze vraagt zich af of 2026 dan nog steeds zo'n goed jaar voor sociale huur is. Tot slot wijst ze erop dat er in 2024 in de hele stad slechts één rolstoelwoning is gerealiseerd en dat de rapportage spreekt van een stijging van 900 procent omdat er nu negen zijn gerealiseerd. Ze erkent dat dit een stijging is maar vindt het aantal nog steeds erg laag.

Daarom vraagt ze waarom dit aantal zo beperkt is en wat de wethouder gaat doen om deze stijging in 2026 voort te zetten. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Chakh. Het lid CHAKH (PRO Amsterdam) vindt het goed nieuws dat de Amsterdamse bouwproductie ondanks grote uitdagingen zoals netcongestie, kosten en schaarse ruimte toch een positieve ontwikkeling laat zien. De focus op betaalbaarheid heeft goed gewerkt. In 2018 betrof slechts 39 procent van de gerealiseerde woningen sociaal en middenhuur gezamenlijk en daarin is nu groei te zien. Ze ziet ook een groei in het middensegment en dat 2026 inderdaad een goed jaar kan worden voor de sociale huur. Ze verzoekt de wethouder hier meer over te vertellen. De ambitie van 7.500 woningen lijkt binnen bereik te liggen en de planvoorraad ziet er goed uit. Ze hoort graag van de wethouder wat de verwachting is voor de komende jaren en hoe geborgd wordt dat deze stijgende lijn wordt aangehouden. Het lid VON GERHARDT (VVD) vraagt of PRO vasthoudt aan de ambitie van 7.500 woningen. Het lid CHAKH (PRO Amsterdam) antwoordt dat ze zien hoe moeilijk het is om te bouwen maar dat dit niet betekent dat de ambitie moet worden losgelaten. Tegelijkertijd moeten ze ook realistisch zijn over wat er daadwerkelijk gebouwd kan worden. Het lid VON GERHARDT (VVD) heeft gehoord dat PRO die ambitie wil losgelaten.

Hij vraagt of PRO daarvan terugkomt en toch vasthoudt aan die 7.500 woningen. Hij zou dat fantastisch nieuws vinden voor de stad. Het lid CHAKH (PRO Amsterdam) herhaalt dat de ambitie om veel woningen te bouwen blijft. Het lid VON GERHARDT (VVD) vindt dat als het gaat om veel woningen de ambitie kan worden verhoogd naar 10.000 woningen. Hij raadt PRO aan om binnen de fractie opnieuw te bespreken wat precies de ambitie is omdat het richting de Amsterdammer eerlijk is om daar een concreet aantal aan te verbinden. Het lid CHAKH (PRO Amsterdam) antwoordt dat het niet realistisch is om daar op die manier een getal aan te koppelen. Ze vindt wel dat het buiten kijf staat dat ze moeten zorgen dat er zoveel mogelijk woningen worden gebouwd.

10

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

Het lid HAVELAAR (CDA) vindt dat voor het realiseren van die ambitie ook gekeken moet worden naar de betaalbaarheidsgrens. Het vasthouden aan 40 procent sociale huur en 40 procent middenhuur vertraagt de woningbouw en leidt tot minder woningen. Hij vraagt welke afweging PRO daarin zou maken. Het lid CHAKH (PRO Amsterdam) antwoordt dat de focus op betaalbaarheid de afgelopen jaren goed heeft gewerkt en heeft bijgedragen aan een goede mix van woningen. Wat PRO betreft blijft dat staan. Het lid VON GERHARDT (VVD) merkt op dat het woningbouwpotje leeg is, dat de ambities jaar na jaar niet worden gehaald omdat projecten financieel niet rondrekenen en dat veel projecten niet van de grond. Hij vraagt wat er precies goed heeft gewerkt. Het lid CHAKH (PRO Amsterdam) herhaalt dat uit de rapportage blijkt dat er wel degelijk meer betaalbare woningen bij zijn gekomen. Het lid VON GERHARDT (VVD) stelt dat als er meer woningen waren gebouwd, er ook veel meer betaalbare woningen hadden kunnen worden gerealiseerd. De percentages worden nu wel gehaald maar er zijn slechts 5.000 tot 6.000 woningen gebouwd terwijl de ambitie 7.500 woningen is. Hij vraagt waar PRO trots op is, aangezien de ambitie niet wordt gehaald. Het lid CHAKH (PRO Amsterdam) antwoordt dat het belangrijk is dat er wordt toegewerkt naar een mix van betaalbaarheid en dat er wordt nagedacht over een complete stad.

Het is niet alleen maar bouwen om het bouwen maar ook nadenken over hoe de stad eruitziet en hoe mensen hier wonen. Het lid VON GERHARDT (VVD) vindt dat een mix op papier mooi klinkt maar denkt dat mensen in de praktijk vooral willen dat er daadwerkelijk woningen worden gebouwd en niet dat er alleen op papier extra sociale woningen worden toegevoegd. Als er meer woningen worden gebouwd door iets te schuiven met de percentages, dan kunnen er ook meer sociale huurwoningen worden gerealiseerd. Hij vraagt of het lid Chakh dat niet ook beter vindt dan papieren woningen. Het lid CHAKH (PRO Amsterdam) antwoordt dat zij nu niets zal zeggen over het schuiven met percentages. Ze vindt het belangrijk dat er een goede verhouding is. Het lid RUIJTER (SP) vraagt of ze erop kan rekenen dat PRO de komende jaren niet zal afwijken van 40-40-20. Het lid CHAKH (PRO Amsterdam) antwoordt dat ze nu niets kan zeggen over afwijken. Ze zullen altijd kijken naar hoe ze zo goed mogelijk betaalbare woningen kunnen realiseren en daarbij oog houden voor de realiteit. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Molema. Het lid MOLEMA (JA21) merkt op dat na jaren van teruglopende cijfers in 2025 weer een stijging zichtbaar is met 6.053 gestarte woningen, ruim 600 flexwoningen en groei van de middenhuur.

Tegelijkertijd wordt de ambitie van 7.500 woningen opnieuw niet gehaald en Amsterdam blijft richting 2050 met een fors woningtekort kampen. De wooncrisis is voelbaar voor starters die vertrekken, gezinnen die niet kunnen doorstromen en verpleegkundigen, agenten en ondernemers die niet kunnen wonen in de stad waar ze werken. Het huidige woonbeleid heeft bouwen duurder, trager en ingewikkelder gemaakt en JA21 waarschuwt al jaren dat steeds meer regels, stapelende eisen en lange procedures de woningbouw afremmen. Daarnaast wijst ze op netcongestie als belemmering voor woningbouw waar het college te laat op heeft geacteerd. Ze vraagt waarom de ambitie van 7.500 woningen opnieuw niet wordt gehaald en wil weten hoe het college een structureel woningtekort wil

11

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

voorkomen. Daarnaast vraagt ze of het college bereid is af te stappen van de 40-40-20verdeling om meer ruimte te geven aan middenhuur en betaalbare koop. Tot slot vraagt ze hoeveel woningbouwprojecten vertraging oplopen door netcongestie. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Weyenberg voor de beantwoording. Wethouder VAN WEYENBERG beaamt dat er inderdaad een gigantische woningnood is en dat er gebouwd moet worden aan een complete stad. Dat is soms buitengewoon ingewikkeld, zoals blijkt uit het voorbeeld van rolstoelwoningen. Dat probleem is bekend en daarom heeft hij samen met wethouder Pels geregeld dat in de woonprogrammering van de Sluisbuurt een aantal rolstoelwoningen werd toegevoegd. Het collegeakkoord zet in op 7.500 woningen en de 40-40-20-verdeling waarbij twee uitzonderingen op de regel kunnen worden toegepast. Bij sloop-nieuwbouw moeten minstens evenveel sociale huurwoningen worden teruggebouwd en daardoor ligt bij veel sloop-nieuwbouwprojecten het aandeel sociale huurwoningen boven de 40 procent. De tweede uitzondering geldt bij transformatieprocessen waarbij kantoor- of bedrijventerreinen worden omgebouwd. Daar mag met 30-40-30 worden gewerkt, mits die 30 procent door een woningbouwcorporatie wordt ingevuld. Dat is een onderdeel van het beleid en een van de redenen dat het onder de streep niet altijd uitkomt op 40-40-20.

Daar komt bij dat er nu wordt begonnen met een aantal projecten die onder de spelregels van vorige colleges vallen. Hij adviseert de raad om afspraken te maken met kaders maar per project altijd te blijven kijken of er een reden is om iets anders te doen, aangezien blijven nadenken een waardevolle aanvulling is op het afspreken van regels. Het lid RUIJTER (SP) merkt op dat ook buiten transformatieprojecten nog steeds wordt afgeweken van de 40-40-20-verdeling. Ze noemt als voorbeeld de aanpassing van het stedenbouwkundig plan van Strandeiland, waar 1.000 woningen worden toegevoegd volgens de verdeling 40-25-35. En wanneer bij sloop-nieuwbouw minstens evenveel sociale huur wordt teruggebouwd kan men niet de conclusie trekken dat de sociale huur in 2026 denderend groeit aangezien er ongeveer hetzelfde wordt gebouwd met slechts een klein beetje meer. Wethouder VAN WEYENBERG bevestigt dat een uitbreiding van een plan binnen de kaders blijft van het eerder vastgestelde plan. Hij zou het woord 'denderend' zelf niet gebruiken maar het scenario voor de sociale huur ziet er voor de komende jaren goed uit. Er is nog steeds een groot tekort aan sociale huur, net als bij betaalbare woningen in het vrije sectorsegment.

Eén van de afwijkingen in 2025 was dat een groot deel van de sociale woningen door particuliere eigenaren werd gebouwd, terwijl het basisuitgangspunt is dat corporaties dat doen. Dit betrof vooral studenten- en jongerenwoningen waarvoor strakke afspraken over betaalbaarheid zijn gemaakt. Hij verwacht dat dit jaar weer een veel groter percentage van de sociale huurwoningen door woningbouwcorporaties wordt gerealiseerd. De stijgende lijn in de woningbouwproductie is zichtbaar in een aantal segmenten, waaronder het middensegment. De tegenvallers in de woningbouw komen door programmeringspercentages of regels die het college stelt maar in 2025 vertraagde de bouw van middenhuur met name door onzekerheid als gevolg van de Wet betaalbare huur. Dat is niet meer aan de orde en hij verwacht dat de bouw van middenhuurwoningen in 2025 een serieuze stap vooruitzet. Het lid MOLEMA (JA21) vraagt wat de wethouder zegt tegen mensen die op zoek zijn naar middenhuur over de verkoopgolf als gevolg van de Wet betaalbare huur. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat daarover uitgebreid het debat is gevoerd met wethouder Pels. Het uitgangspunt blijft dat het college de Wet betaalbare huur een verstandige en noodzakelijke stap vindt waarbij het college extra ambitieus is

12

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

om de gaten te vullen die zijn ontstaan. Zo heeft hij zich extra ingezet voor studentenwoningen omdat studenten veelal op die panden zijn aangewezen. Inmiddels zijn 3.000 studentenwoningen in de planvoorraad opgenomen. Het gebrek aan TenneT-stations is een landelijke realiteit waarmee het college wordt geconfronteerd. Het positieve aspect is dat bij transformatieprojecten vaak al stroom beschikbaar is van de bedrijven en kantoren die er zaten en dat daarnaast veel woningen al zijn gereserveerd bij Liander. Er zijn nieuwe ACM-regels waardoor vóór 1 juli de contracten moeten worden omgezet voor alle woningen waarvan de bouw vóór 1 juli 2029 start. Dat is een omvangrijke operatie waar momenteel hard aan wordt gewerkt. Er is intensief contact met Liander en verschillende ministeries om dit zo werkbaar mogelijk te maken. Er moeten nu in twee maanden tijd zoveel mogelijk woningen veilig worden gesteld en het zou hoopvol zijn als dat voor de 68.000 woningplannen in de planvoorraad tot contracten leidt. Het lid MOLEMA (JA21) vraagt of de wethouder van mening is dat het bestuur goed heeft geanticipeerd op de netcongestie. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat een van de dingen die ze hebben gedaan een stop voor nieuwe datacentra is. Hij weet niet of JA21 daar enthousiast over was maar dat beschouwt hij wel als vooruitzien op de netcongestie.

Als dit van JA21 een pleidooi is voor meer warmtepompen, dan wordt dat door het college in dank aanvaard. Het college moet zich verhouden tot de realiteit. Er is geanticipeerd met reserveringen maar nu zijn de spelregels veranderd. Er wordt hard gewerkt om de reserveringen voor de komende drie jaar om te zetten in concrete contracten bij Liander en dat betreft meer dan 600 projecten. Het lid DESSING (Forum voor Democratie) oppert de mogelijkheid dat reserveringen niet kunnen worden omgezet. In dat geval vormt de ambitie voor aardgasvrij bouwen vanwege de extra elektriciteitsvraag een belemmering voor de woningbouw. Hij vraagt of de wethouder in dat geval kiest voor meer woningen of voor het vasthouden aan aardgasvrij bouwen. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat de reserveringen voor 1 juli bij Liander worden aangemeld en voor het grootste deel dus ook worden omgezet. Daar komt bij dat de komende jaren ongeveer 70 procent van de nieuwbouw in transformatieprojecten plaatsvindt waar al aansluitingen zijn. De vraag over het percentage in het nieuwe coalitieakkoord is niet aan hem maar het is duidelijk dat na jaren van onzekerheid de weg omhoog weer is gevonden en dat Amsterdam bouwkampioen van Nederland is. Een woningbouwregisseur bestaat al, dat is de wethouder.

Daarnaast zijn er versnellingstafels waar marktpartijen en woningcorporaties met onder meer VTH en de Omgevingsdienst spreken over vergunningen. De grondprijzen gelden voor een jaar en vooralsnog zijn er geen plannen om dat te veranderen. Hij is het niet eens met het beeld dat er te veel regels zijn en te veel details worden gevraagd. Amsterdam is een veeleisende stad omdat er in een zeer hoge dichtheid wordt gebouwd en ontwikkelaars begrijpen dat ook. Corporaties en ontwikkelaars hebben voldoende creativiteit om goede woningen te bouwen in de wetenschap dat vierkante meters in Amsterdam duur zijn en de ruimte schaars is. Het is belangrijk om de vaart erin te houden voor de woningzoekenden, de groep die in de discussie het minst worden gehoord. Het lid VON GERHARDT (VVD) vindt het belangrijk dat in de komende tweeënhalf jaar zo veel mogelijk van de planvoorraad wordt gerealiseerd. Hij begrijpt dat de wethouder de bouwregisseur is maar vindt het niet realistisch om van de wethouder te verwachten dat hij aan alle projecten meedenkt. Het voornaamste probleem van de markt is dat zij vaak tegenstrijdige adviezen krijgen van verschillende afdelingen van Amsterdam. Hij denk dat er beter gestroomlijnd worden.

13

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat hij de enkele ontwikkelaar die bij hem komt met tegenstrijdige adviezen altijd uitnodigt en dat hij daar hoogstpersoonlijk achteraan gaat. Het valt vaak mee maar het gaat wel om complexe aanvragen. Het klopt dat vergunningen sneller kunnen maar tegen ontwikkelaars zegt hij ook, hoe completer hun aanvraag, hoe sneller het heen en weer kan gaan tussen de ontwikkelaar en de gemeente. De discussie wordt gesloten. 21. Vaststellen van de actuele saldi van de actieve grondexploitaties Vereveningsfonds en kennisnemen van het Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) 2026 VN2026-004381 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Von Gerhardt. Het lid VON GERHARDT (VVD) heeft het afgelopen jaar veelvuldig met de wethouder gesproken over de vereveningsruimte, de gezondheid van het Vereveningsfonds en de huidige plannen. Er wordt nu 25 miljoen uitgegeven en het fonds wordt de komende vijftien jaar niet aangevuld. Dat betekent dat er geen negatieve plannen meer kunnen worden vastgesteld en dat plannen met 40-40-20 onmogelijk worden. Waar de wethouder vorig jaar nog stelde dat de huidige voorraad gezond was staat nu in de brief staat dat zelfs in het meest gunstige scenario de buffers binnen tien jaar tot nul afnemen. Dat betekent dat de huidige plannen niet meer gezond zijn en dat urgente keuzes nodig zijn.

Hij wil weten wat er sinds vorig jaar is veranderd waardoor de situatie nu zo urgent is, aangezien factoren als netcongestie vorig jaar ook al speelden. Daarnaast vraagt hij zich af of het terugdraaien van uitnames voldoende is omdat dit slechts 180 miljoen extra oplevert in vijftien jaar. Hij vindt het belangrijk dat nu de juiste keuzes worden gemaakt omdat anders in de toekomst mogelijk geen negatieve plannen meer kunnen worden vastgesteld en er minder woningen gebouwd zullen worden. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Veenhoff. Het lid VEENHOFF (PRO Amsterdam) vindt het een redelijk consistent verhaal met als enig verschil dat de kleine opleving in het middensegment afneemt en dat er risico's zijn door netcongestie en oorlogen. Er zijn grote inspanningen nodig om netcongestie onder controle te houden. Er kan nog vier jaar vooruitgekeken worden, maar voor de buffer moet wel iets gebeuren. De VVD heeft in de Telegraaf een vrij alarmistisch stuk geplaatst dat vooral over de 40-40-20-verdeling gaat maar dat is wat kort door de bocht omdat de raad ook een uitgebreid document heeft gekregen met verschillende schuifmogelijkheden. Ze gaat ervan uit dat de coalitieonderhandelingen nu druk bezig zijn om te bepalen welke schuiven voor de langere termijn moeten worden toegepast en daar kan ze niet op vooruitlopen.

Het lid VON GERHARDT (VVD) merkt op dat er geen vereveningsruimte meer is. Als de uitnames stoppen, levert dat 12 miljoen euro per jaar op en dat is niet voldoende om door te gaan met de 40-40-20-verdeling. Hij vraagt aan welke knoppen PRO Amsterdam wel wil draaien als ze niet aan de 40-40-20-verdeling willen draaien. Het lid VEENHOFF (PRO Amsterdam) herhaalt dat ze daar nu niets over kan zeggen omdat ze ervan uitgaat dat er nu over de hele mix wordt gesproken en daar kan ze niet op kan vooruitlopen. Er zijn allerlei maatregelen die invloed hebben. Op dure locaties waar kantoren worden gebouwd kan iets aan de mix worden veranderd met minder woningen en op kantoorlocaties waar nu niets wordt verdiend kan ook nog worden geschoven. Het is een lijvig document en dat kan niet zo kort door de bocht worden beoordeeld.

14

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

Het lid VON GERHARDT (VVD) concludeert dat één van de voorstellen van het lid Veenhoff minder woningen betreft terwijl bij het vorige agendapunt PRO heeft aangegeven de ambitie te hebben om zo veel mogelijk woningen te bouwen. Hij vraagt of PRO Amsterdam minder gaat bouwen of dat de ambitie blijft om zo veel mogelijk woningen te realiseren. Het lid VEENHOFF (PRO Amsterdam) antwoordt dat het gaat om de plek waar woningen worden gebouwd. Als er kantoren worden gebouwd op locaties waar dat minder oplevert, dan kan dat worden uitgewisseld met woningen op plekken waar het duur is. Ze heeft niets gezegd over minder woningen bouwen. Het lid VON GERHARDT (VVD) merkt op dat het probleem in het MPG is dat kantoren momenteel niet worden gerealiseerd vanwege netcongestie. Dat is dus geen knop waaraan gedraaid kan worden. Hij vraagt aan welke knoppen PRO Amsterdam wel wil draaien. De vraag is urgent, over twee weken is de gemeenteraad en dan wil hij weten waar PRO Amsterdam staat. Het lid VEENHOFF (PRO Amsterdam) herhaalt dat het gaat om de plek waar er wordt gebouwd. Dat is uitwisselbaar en dat is een knop waar ze aan kunnen draaien. Het verdienvermogen van kantoren staat vandaag ook deze agenda met een voorstel om kantoorlocaties te splitsen zodat er eerder winstuitneming is. Ze vindt dat daar heel goed over is nagedacht.

Het lid RIJPKEMA (JA21) ziet dat er in zeven jaar tijd 1 miljard is onttrokken. Dat is gemiddeld 143 miljoen per jaar voor de 40-40-20-verdeling en er is nu nog maar 25 miljoen beschikbaar. Hij vraagt waar de andere honderden miljoenen vandaan moeten komen in de komende vijftien jaar. Het lid VEENHOFF (PRO Amsterdam) herhaalt dat ze daar niet op kan vooruitlopen. Ze heeft nog vragen aan de wethouder over het toevoegen van een functionele GREX bovenplans in Sloterdijk Zuidoost, de splitsing in verband met netcongestie aan de Zuidas en het clusteren bij Zeeburgereiland. Dat zijn nieuwe ingrepen die haar verstandig lijken maar ze wil weten of deze maatregelen al met de ACAM zijn voorbesproken. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Rijpkema. Het lid RIJPKEMA (JA21) maakt zich grote zorgen over de staat van het Vereveningsfonds. Sinds 2019 is de optelsom van grondexploitaties met circa 1 miljard verslechterd en sinds 2026 is nog slechts 25 miljoen vereveningsruimte over voor nieuwe tekortplannen. Het toekomstige verdienvermogen van ongeveer 750 miljoen is de komende jaren nodig voor bestaande afspraken van circa 740 miljoen waardoor de ruimte praktisch op is. In de berekening is netcongestie nog niet meegenomen.

De risico's van netcongestie zijn vertraging van gronduitgifte, bouwstops, minder ontwikkeling dan gepland, minder opbrengsten en dus nog minder geld om nieuwe woningbouw mogelijk te maken. Deze risico's kunnen enorm snel oplopen en de gemeente staat daar ook nog eens voor garant. Daarom zegt JA21, stop met dit beleid dat op papier sociaal lijkt maar in de praktijk woningbouw financieel onmogelijk maakt. Door te star vast te houden aan de 40-40-20 zijn projecten niet winstgevend en zonder vereveningsruimte wordt toekomstige woningbouw onmogelijk gemaakt. Mensen wonen liever in een betaalbare woning met een buurman in een iets minder betaalbare woning dan in een niet-bestaande betaalbare woning naast een niet-bestaande buurman in een niet-bestaande wijk. Hij vraagt of de wethouder bereid is om aan het nieuw te vormen college mee te geven dat de woningbouwverhoudingen realistischer moeten worden zodat projecten financieel rendabel worden, dat het Vereveningsfonds versterkt kan worden, dat Amsterdam in de toekomst woningen kan blijven bouwen, dat risico's gemitigeerd kunnen worden en dat niet alle gelden van toekomstige generaties worden opgegeten voor

15

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

eenmalig politiek scoren. Hij is benieuwd of de wethouder bereid is tegen de Amsterdammers te zeggen dat het vrijwel onmogelijk wordt om meer woningen te bouwen als blijkt dat de bouwverhoudingen niet worden aangepast. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar. Het lid HAVELAAR (CDA) sluit zich aan bij de betogen van de VVD en JA21. Hij vond het hallucinant om lijsttrekker Pels van PRO Amsterdam te horen zeggen dat de snoeppot leeg is en gevuld moet worden. Hij ziet vanuit PRO nog niets dat erop wijst dat het fonds op een verantwoordelijke manier gevuld gaat worden en door die lens zal hij naar het coalitieresultaat kijken. Er bestaat een risico dat de situatie nog slechter wordt door afhankelijkheid van rijksmiddelen. Want als Amsterdam meer sociaal bouwt dan het rijk verwacht, kan de gemeente gekort worden op rijksbijdragen en worden projecten waar al geld bij moet nog onrendabeler. Hij vraagt de wethouder om dat risico nader toe te lichten en te benoemen welke mitigerende maatregelen er zijn. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Aslami. Het lid ASLAMI (D66) sluit zich aan bij de opmerkingen over de slechte staat van het Vereveningsfonds, de risico's van dalende grondprijzen en vertraging door netcongestie.

Hij is ook benieuwd hoe de afhankelijkheid van de rijksoverheid kan worden verminderd en vraagt of er mogelijkheden zijn om gebruik te maken van Europese fondsen die worden opgezet om woningbouw te versnellen. Daarnaast vraagt hij of de afhankelijkheid binnen het MPG kan worden gemitigeerd door verevening tussen winstgevende en minder winstgevende projecten. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Weyenberg voor de beantwoording. Wethouder VAN WEYENBERG heeft in zijn eerste debat al aangegeven dat er keuzes nodig zijn. Het beeld dat hij nu opeens alarm slaat herkent hij niet. De raad heeft in de bestuursopdracht Bouwen aan een complete stad knoppen kunnen lezen waaraan wel of niet gedraaid kan worden op basis van politieke voorkeur en overtuiging en daar wordt nu over onderhandeld. Er kan nog voor 25 miljoen aan verlieslatende projecten worden vastgesteld. Die worden voorbereid en komen nog naar de raad. Het klopt dat er ten opzichte van de vorige keer een verslechtering is opgetreden maar het college zegt al langer dat er keuzes over het verdienvermogen gemaakt moeten worden. De voornaamste redenen voor de verslechtering zijn de grondexploitatie Hamerkwartier, gedaalde vaste prijzen voor de middeldure huur en hogere bouwkosten. Bij kantoren is prudent geraamd vanwege de impact van netcongestie.

Dat is de reden dat de verwachte opbrengsten daarvan naar achteren zijn geschoven. Daar komt bij dat de reserves opraken en, zoals het lid Von Gerhardt zegt, dat de urgentie is gegroeid. Het is aan de raad en de onderhandelingstafel om daar oplossingen voor te vinden. Het lid VON GERHARDT (VVD) merkt op dat in de stukken staat dat ze al bij het meest gunstige scenario door de reserves zakken. Wethouder VAN WEYENBERG is het daarmee eens maar dat betekent niet dat er geen handelingsperspectief meer is. Er kan nog worden gekeken naar programmering en afdrachten en er worden nog steeds positieve projecten toegevoegd. Als het Vereveningsfonds op is kan er niet meer worden gebouwd in een verhouding die per saldo geld kost, waarbij sociaal en middenhuur niet veel opleveren. Dat zijn de knoppen waar een toekomstige bestuurder mee kan werken. Het lid VON GERHARDT (VVD) vraagt of het mogelijk is om positieve investeringsplannen te maken met een 40-40-20-verhouding.

16

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Concept-raadscommissieverslag 27 mei 2026

Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat het logisch is dat de programmering iets doet voor het verdienvermogen van het Vereveningsfonds maar er zijn ook andere knoppen waaraan gedraaid kan worden. Er kan ook worden gekozen voor meer kantoren en hotels. Het feit dat Amsterdam een afdracht heeft, is iets waar een gemiddelde gemeente in Nederland jaloers op zal zijn aangezien er geen gemeente is waar geen geld bij een woning moet. Het lid RIJPKEMA (JA21) vraagt of de wethouder een indicatie kan geven van hoeveel het zou kosten als er niets bijkomt en de 40-40-20 wel gehandhaafd blijft de aankomende collegeperiode. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat in de bestuursopdracht een tabel staat met wat verschillende bouwpercentages financieel betekenen. De Wet regie volkshuisvesting schrijft percentages per woningbouwregio voor en dat is een van de aandachtspunten om naar te kijken. Hij kan niet met zekerheid zeggen wat de reactie is als daar wel of niet aan wordt voldaan. Het samenvoegen van GREX'en is voorgelegd aan de ACAM, EU-geld is op dit moment nog niet in beeld en ook binnen projecten zijn altijd plussen en minnen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gereed is voor een lange bespreking in de gemeenteraad. 39.

Bespreken van de reactie op motie 095 van raadsleden Van Renssen, Minderhoud, Aslami, Broersen en Ahmadi over Fondsen voor wooncoöperaties en de afdoening van de toezegging over Ontwikkelingen wooncoöperaties VN2026-005380 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Meiland. Het lid MEILAND (BIJ1) merkt op dat deze motie als afgedaan wordt gepresenteerd terwijl de kern nog openligt. De motie vroeg om actief fondsen te onderzoeken en aanvragen te doen waar mogelijk. Er wordt echter geen nieuwe structurele financiering geboden, de afhankelijkheid van een onzeker landelijk fonds is groot en de verantwoordelijkheid ligt deels bij de wooncoöperaties zelf. Ze vraagt het college uit te leggen waarom de motie als afgedaan wordt beschouwd terwijl er geen concrete nieuwe financiering is geregeld. Daarnaast wil ze weten waarom het college ervoor kiest geen extra middelen vrij te maken terwijl de projecten al in voorbereiding zijn. Wethouder VAN WEYENBERG legt uit dat moties soms worden afgedaan als de processtappen zijn doorlopen, terwijl de inhoudelijke uitkomst nog niet is bereikt. De vraag over nieuwe structurele financiering ligt op de onderhandelingstafel en in de afdoening staat welke opties er zijn om dat politiek te regelen zodat daarna politieke besluitvorming kan volgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17041041/1