CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2026.01.15 Conceptverslag eerste 2 dagdelen Raadscommissie FKD.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 12 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie FKD d.d. 15 januari 202623.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

16

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

Lid NAMANE (PvdA) geeft aan dat ze het belangrijk vindt dat de raad beter inzicht krijgt in de effecten van moties op de organisatie en de dilemma’s waarmee medewerkers op de werkvloer te maken krijgen, zodat de raad bewustere keuzes kan maken in het samenspel met het bestuur. Burgemeester HALSEMA wijst erop dat moties vooral politieke discussies zijn waarin meerderheden en minderheden bepalend zijn. Hierdoor is de ruimte voor het bestuur om een motie af te wijzen beperkt. Ze geeft aan dat bij bestuursinitiatieven voortaan zowel financieel als juridisch advies zwaarder moet meewegen en dat dit principe ook bij moties meer nadruk mag krijgen, zodat de raad beter kan afwegen wat de impact van hun besluiten is. Lid GARMY (Volt) benadrukt dat raadsleden bij het indienen van een motie sterk afhankelijk zijn van het college om te weten of een motie uitvoerbaar is. Door hun parttime functie kunnen raadsleden het hele proces van een motie niet volledig zelf onderzoeken, waardoor ze aangewezen zijn op het bestuur voor een goed beeld van de haalbaarheid en gevolgen. Burgemeester HALSEMA merkt op dat veel preadviezen bij moties vaak politiek getint zijn en daardoor weinig inhoudelijke informatie bieden. Ze stelt voor dat in plaats van uitgebreide schriftelijke adviezen, bestuur en raad meer in gesprek treden over moties.

Dit creëert een dialoog die preciezer inzicht geeft in de uitvoerbaarheid, de financiële consequenties en de impact van moties, waarbij het ambtelijk apparaat vollediger wordt benut om de raad van de benodigde informatie te voorzien. Lid GARMY (Volt) vraagt hoe kan worden geborgd dat kennis en inzicht niet alleen afhankelijk zijn van de huidige raadsleden en bestuurders, aangezien deze over een paar jaar mogelijk niet meer zitting hebben. Hij vraagt zich af of de adviezen van het team van de heer Van Lieshout ook aandacht zullen besteden aan hoe raad en bestuur beter kunnen samenwerken, of dat de adviezen zich alleen op de interne organisatie richten. Hij wijst erop dat keuzes over het terugbrengen van ambities en het voorkomen van stapeling politieke implicaties kunnen hebben, bijvoorbeeld bij toekomstige coalitieonderhandelingen. Burgemeester HALSEMA bevestigt dat hier zeker aandacht aan wordt besteed. Ze geeft aan dat bij de onderhandelingen over een nieuw college niet alleen gekeken moet worden naar maatschappelijke en politieke ambities of financiële consequenties, maar ook naar de impact van beleidskeuzes op de organisatie zelf. Dit betreft onder andere het aantal beleidsambtenaren, de omvang van programma’s en de beschikbare middelen voor uitvoering.

Ze benadrukt dat zowel tijdens de onderhandelingen als bij het gesprek van het nieuwe collegeakkoord met de raad over de scenario’s, deze aspecten expliciet aan de orde moeten komen, zodat raad en bestuur beter inzicht krijgen in de organisatorische en bestuurlijke gevolgen van hun keuzes. Lid SCHMIT (D66) benadrukt dat de ontwikkeling van de organisatie niet mag worden beperkt door het aantal moties dat de raad indient. Hij onderstreept dat het een recht van de raad is om moties in te dienen en dat juist daarom de dialoog over de visie en waarden van de organisatie zo belangrijk is, omdat dit mede het gedrag en de samenwerking van de raad beïnvloedt. Burgemeester HALSEMA bevestigt dat het een vanzelfsprekend recht van de raad is om moties in te dienen, maar merkt op dat daarover best kritisch gediscussieerd kan worden, iets wat volgens haar te weinig gebeurt. Ze gaat vervolgens in op de betrokkenheid van de raad, ze waardeert dat de raad zich niet alleen met de stad bezighoudt, maar ook medeverantwoordelijk voelt voor het welzijn van de ambtenaren, met name degenen die dagelijks het zware werk uitvoeren. Ze wijst erop dat het ambtelijk apparaat zich hiervan bewust is en bedankt de raad daarvoor.

Ze benadrukt dat ze het van groot belang vindt dat de organisatie goed functioneert, effectief en dienstbaar is, en hoopt dat de komende jaren veel open gesprekken kunnen plaatsvinden over deze onderwerpen, zonder dat er verwarring ontstaat over rollen en verantwoordelijkheden.

17

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) brengt het gesprek terug naar moties en beleid. Ze geeft aan dat het van belang is om de raad beter in positie te zetten voor een goede beleidscyclus. Ze maakt zich zorgen dat moties soms op basis van een negatief preadvies worden afgewezen, terwijl de inhoudelijke discussie centraal zou moeten staan. Volgens haar is een systematische cyclus waarin raad en bestuur inhoudelijk overleg voeren essentieel. Burgemeester HALSEMA reageert dat de raad altijd zelf beslissingen neemt en haar eigen keuzes maakt. Ze geeft aan dat het bij de ontwikkeling van nieuw beleid vanuit het bestuur niet alleen om financiële en juridische gevolgen moet gaan, maar ook om de bureaucratische en organisatorische consequenties voor het ambtelijk apparaat. Dit geldt ook voor moties, hun gevolgen moeten serieus worden meegenomen, maar dat betekent niet dat moties daardoor niet ingediend mogen worden. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat ze blij is met de betrokkenheid van de burgemeester bij dit proces. Ze vindt het belangrijk dat er een integrale aanpak is en dat de continuïteit ook bij een eventueel volgend college wordt gewaarborgd. Ze sluit zich aan bij lid Van Pijpen dat de beleidscyclus beter ingericht moet worden en benadrukt dat het nodig is om ook te stoppen met beleid dat niet effectief blijkt te zijn.

Nieuw beleid moet dus altijd worden afgewogen tegen bestaande activiteiten. Wat betreft het ziekteverzuim noemt e het een kwestie van code rood. Ze geeft aan dat er een integraal team is gestart, ondersteund door externe expertise, en dat er een specifieke aanpak per directie wordt ontwikkeld, te beginnen bij de directies waar het ziekteverzuim hoger is dan acht procent. Ze benadrukt dat aanpak van ziekteverzuim nauw samenhangt met investeren in leiderschap en cultuur binnen de organisatie. Daarnaast wijst ze op de psychosociale aard van veel ziekteverzuim, gerelateerd aan werkdruk en sociale onveiligheid, en geeft ze aan dat de analyse per directie wordt uitgevoerd. Waar nodig worden cijfers en updates ook meegenomen in de voortgangsrapportage, zodat de raad zicht houdt op de stand van zaken en de maatregelen die worden genomen. Lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt of het langdurig ziekteverzuim ook kan worden meegenomen in de voortgangsrapportage. Wethouder VAN BUREN bevestigt dat dit mogelijk is en licht toe dat langdurig verzuim dossiers kan betreffen van één tot twee jaar. Ze benadrukt dat naast langdurig verzuim ook het middellang verzuim belangrijk is, omdat vroegtijdig ingrijpen kan voorkomen dat verzuim langdurig wordt.

Ze stelt daarnaast voor dat, indien gewenst, een technische sessie kan worden georganiseerd over de aanpak van ziekteverzuim, zodat alle vragen van de raad aan het team Van Lieshout en het college kunnen worden gesteld. Lid HAVELAAR (CDA) merkt op dat het belangrijk is om te letten op het langdurig ziekteverzuim, los van kosten en andere factoren, omdat een groot deel van deze medewerkers anders in de bijstand terechtkomt. Hij vraagt of er al maatregelen lopen om dit te voorkomen. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat dit signaal herkenbaar is en dat er inderdaad op wordt ingezet. Ze benadrukt dat middellang verzuim vroegtijdig moet worden aangepakt om te voorkomen dat ziekte langer voortduurt. Bij psychosociale problemen is terugkeer naar de eigen werkomgeving lastig, waardoor extra aandacht noodzakelijk is. Daarom zijn specialistische teams samengesteld met diverse expertise en wordt per directie geanalyseerd welk ingrijpen nodig is. Daarnaast licht ze toe dat leiderschapsontwikkeling een belangrijk onderdeel is van de aanpak. Er wordt gewerkt aan onboardingprogramma’s voor zo’n 1.000 leidinggevenden, van teamleiders tot directeuren, met nadruk op dialoog en samenwerking binnen de teams. Ze gaat verder in op medewerkersonderzoeken.

Elke twee jaar wordt een breed medewerkersbetrokkenheidsonderzoek uitgevoerd, daarnaast loopt er een impuls-onderzoek naar psychosociale arbeidsbelasting en intern ongewenst gedrag. Extra onderzoeken zijn mogelijk op specifieke directies of afdelingen, maar de focus ligt op de opvolging van de

18

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

uitkomsten en het daadwerkelijk implementeren van verbeteringen. Een frequentie van één onderzoek per twee jaar wordt als voldoende beschouwd om veranderingen te monitoren. Lid SCHMIT (D66) geeft aan dat het meten van medewerkersbetrokkenheid volgens hem een belangrijk onderdeel is van leiderschaps- en organisatieontwikkeling. Hij merkt op dat veel grote ministeries en deelnemingen dit zelfs jaarlijks doen en vraagt de wethouder te overwegen of het onderzoek niet één keer per jaar zou moeten plaatsvinden. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat ze vasthoudt aan een frequentie van één keer per twee jaar. Ze legt uit dat veel organisaties dit ook op die manier doen, omdat het tijd kost om na een onderzoek maatregelen per directie of afdeling te implementeren en daadwerkelijk verbeteringen te kunnen waarnemen. Pas na die implementatie is een volgend onderzoek zinvol om de voortgang te meten. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt of in de update over het ziekteverzuim ook informatie over loonbetalingssancties kan worden meegenomen, inclusief het aantal gevallen. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat zij daarnaar zal kijken en hier later op terugkomt. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp verder in de raadsvergadering zal worden besproken. Ze schorst de vergadering voor enkele minuten. Financiën 4.

Vaststellen van de wijzigingsverordening Financiële verordening Amsterdam en vaststellen van het Normenkader Rechtmatigheid 2026 (VN2025-018214) De VOORZITTER heropent de vergadering. Lid BURGERS (VVD) benadrukt het belang van financiële rechtmatigheid en het beperken van overschrijdingen. Hij steunt de actualisatie van de verordening en het normenkader, en vindt het verlagen van de verantwoordingsgrens naar maximaal twee procent een goede stap om de grip op de gemeentelijke uitgaven te versterken. Tegelijkertijd uit hij kritiek op de uitvoering, een aangescherpt kader op papier is pas effectief als naleving op de werkvloer verbetert. Recente voorbeelden van onrechtmatige inkoop tonen volgens hem aan dat duidelijke regels alleen niet genoeg zijn, kennis en controle moeten volgen. Hij vraagt zich af in hoeverre de nieuwe norm van twee procent in de praktijk haalbaar is, zonder dat direct nieuwe overschrijdingen ontstaan. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat er veel aandacht is voor het voorkomen van onrechtmatigheden en overschrijdingen. Ze legt uit dat processen kunnen worden beschreven en digitaal vastgelegd, maar dat soms bewust keuzes worden gemaakt die formeel onrechtmatig zijn, bijvoorbeeld in de zorg. Ze verzekert dat de voortgang wordt gemonitord en dat zowel zij als het college veel aandacht aan dit onderwerp besteden.

De VOORZITTER concludeert dat dit onderwerp gehamerd zal worden in de raadsvergadering. 18. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de afvalstoffenheffing (afdoening van motie 325.24 van het lid Lust c.s. en de toezegging aspect duurzaamheid aan het lid Koppejan) (VN2025-018091) Lid SCHMIT (D66) dankt het college voor de raadsinformatiebrief over de afvalstoffenheffingen, omdat deze meer inzicht biedt. Hij stelt dat het uitgangspunt moet zijn dat

19

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

wie meer vervuilt, ook meer betaalt, en vindt een verdere differentiatie logisch. Hij vergelijkt Amsterdam met Utrecht en merkt op dat een eenpersoonshuishouden in Amsterdam relatief zwaarder belast wordt dan in Utrecht. Volgens hem ligt het voor de hand om de heffingen uit te breiden naar een schaal met vier of meer inwoners of om verder te differentiëren, omdat een eenpersoonshuishouden, zoals een student of starter, anders een onevenredig zware last draagt. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat lid Schmit een rekenfout maakt, omdat in Amsterdam veel meer armoedegeld in de afvalstoffenheffing is verwerkt, namelijk 50 euro per adres. Hij legt uit dat bij het berekenen van de heffing voor een eenpersoonshuishouden in Amsterdam dit bedrag van 350 euro moet worden verminderd met de 50 euro armoedegeld. Lid SCHMIT (D66) merkt op dat er een verschil is tussen afvalstoffenheffing en armoedebeleid en dat dit in de overwegingen moet worden meegenomen. Lid HAVELAAR (CDA) verwijst naar de technische antwoorden op de begrotingsvragen. Hij licht toe dat sociale minima in Amsterdam, met bijvoorbeeld 130 procent bijstand en een eigen vermogen van 2.000 euro, recht hebben op 100 procent kwijtschelding van de afvalstoffenheffing. Dit is ruimhartiger dan in Utrecht, Den Haag en Rotterdam. Hij geeft aan dat iedereen die wel betaalt, per adres 50 euro meer betaalt.

Zonder kwijtschelding zou een eenpersoonshuishouden 300 euro betalen en een meerpersoonshuishouden 410 euro. Lid SCHMIT (D66) merkt op dat de kwijtschelding niet geldt voor alle eenpersoonshuishoudens. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat er sociale minima zijn die de afvalstoffenheffing niet kunnen betalen en daardoor 0 euro betalen, ongeacht of het een eenpersoonshuishouden of meerpersoonshuishouden betreft. Alle eenpersoonshuishoudens die wel betalen, vormen de groep waarvoor lid Schmit stelt dat het te duur is, zij betalen 50 euro per adres. Lid SCHMIT (D66) merkt op dat, zelfs met deze berekening, Amsterdamse eenpersoonshuishoudens nog steeds zwaarder belast worden. Hij geeft aan dat het niet aan deze commissie is om hierover een besluit te nemen, maar dat dit vooral meegenomen moet worden richting de volgende coalitieonderhandelingen, waarbij D66 wil aangeven dat huishoudens minder belast zouden moeten worden. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt vervolgens of, volgens de scenario’s die zijn besproken, een verdeling waarbij eenpersoonshuishoudens 19 procent minder betalen en meerpersoonshuishoudens 26 procent meer, ongeveer de verdeling is waar D66 aan denkt. Lid SCHMIT (D66) geeft aan dat het invoeren van een vierpersoonsschaal zorgt voor een eerlijkere verdeling: wie meer vervuilt, betaalt meer. Hij stelt dat de discussie in die richting gevoerd moet worden.

Lid HAVELAAR (CDA) merkt op dat de hoeveelheid afval die iemand produceert meer te maken heeft met levensstijl dan met het aantal mensen in een huishouden. Uit de stukken blijkt dat een eenpersoonshuishouden per persoon veel meer afval veroorzaakt dan een meerpersoonshuishouden. Lid SCHMIT (D66) bevestigt dat en benadrukt dat hij niet pleit voor een afvalstoffenheffing per persoon, maar wel voor een betere differentiatie tussen huishoudens van één tot vier personen. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat de hoeveelheid afval die geproduceerd wordt vooral een gevolg is van levensstijl en niet van de samenstelling van een huishouden. Hij vraagt de wethouder hoe het op dit moment gaat met de hoeveelheid afval die Amsterdammers produceren en de verwerkingskosten daarvan, verwijzend naar een eerdere toezegging om Amsterdammers

20

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

beter te informeren over hoe zij de kosten laag kunnen houden. Hij noemt als voorbeeld dat een kartonnen doos bij het restafval verwerken niets oplevert en soms zelfs extra kost. Daarnaast vraagt hij naar de lange termijn kostenontwikkeling van afvalstoffenheffing, met aandacht voor prijseffecten van het prullenbakkenoffensief, extra kosten door het elektrisch wagenpark en een mogelijk GFT-project in het centrum, het wegvallen van tien miljoen euro aan coalitiemiddelen en de financiële impact van hoog ziekteverzuim. Hij verzoekt de wethouder om ook richting een volgende coalitie meer inzicht te geven in de toekomstige ontwikkeling van de afvalstoffenheffing, omdat hij momenteel veel onzekerheid ziet. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat er momenteel te veel afval wordt geproduceerd en dat hierop moet worden ingezet. Ze benadrukt dat er meer afval naar de kringloop en recyclepunten moet gaan en dat de aanpak van grof afval op afspraak kan bijdragen aan minder afval aan de straat. Ze verwijst naar de recente kartonactie rondom de feestdagen om Amsterdammers bewust te maken van het juiste afval scheiden en geeft aan dat hierover actief gecommuniceerd wordt, onder andere met cijfers over hoeveel karton en restafval is opgehaald. Ook de kerstbomenactie wordt genoemd als voorbeeld van inspanningen om afval correct in te leveren en te recyclen.

Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat hij graag meer kengetallen wil delen over de kosten van afvalverwerking, zoals dat het legen van een prullenbak op straat zeven euro kost of dat een kartonnen doos naast de container extra kosten met zich meebrengt. Volgens hem helpt dit Amsterdammers beter te begrijpen wat ze zelf kunnen doen om de verwerking zo efficiënt mogelijk te houden. Wethouder VAN BUREN waardeert deze suggestie en geeft aan hiermee aan de slag te gaan, onder andere door de communicatie te verbeteren en Amsterdammers bewuster te maken van de impact van hun afvalgedrag. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat hij het eens is met de wethouder dat het belangrijk is dat Amsterdammers zich bewust zijn van de kosten van afvalverwerking. Hij stelt dat de kwijtschelding van de afvalstoffenheffing mogelijk gemaximeerd zou moeten worden, vergelijkbaar met Rotterdam, zodat iedereen, ongeacht inkomen, beseft dat afvalverwerking geld kost. Wethouder VAN BUREN zegt daar geen voorstander van te zijn, omdat het volgens haar niet eerlijk is om mensen met een groot inkomen ongelimiteerd afval te laten produceren. Ze benadrukt dat het college aandacht heeft voor de hoogte van de afvalstoffenheffing, dat de tarieven voor 2025 en 2026 niet zijn verhoogd en dat er gewerkt wordt aan efficiëntie, routeoptimalisatie en het terugdringen van ziekteverzuim.

Ze wijst erop dat keuzes over verdere uitrol van bijvoorbeeld GFT-inzameling en andere maatregelen voor een volgend college liggen, maar dat deze ambtelijk voorbereid en vooraf gedeeld worden met de raad. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat hij wil dat duidelijk wordt hoe verschillende kosten, zoals GFT-inzameling en elektrische vuilniswagens, worden doorvertaald naar de hoogte van de afvalstoffenheffing per adres, voor eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens. Hij merkt op dat de afvalstoffenheffing vanaf 2026 zal stijgen door de inzet van elektrische voertuigen en dat nog niet duidelijk is welk bedrag daarmee gemoeid is, ondanks eerdere amendementen om dit uit een ander potje te halen. Wethouder VAN BUREN bevestigt dat GFT-kosten worden meegenomen in de heffing, maar dat de kosten van elektrische wagens niet worden doorberekend, omdat uitstootvrij rijden de norm is en dit geen keuze betreft. Ze benadrukt dat het college met man en macht werkt aan het beheersen van kosten die de afvalstoffenheffing zouden verhogen. Ze wijst daarnaast op de plasticheffing en licht toe dat het belangrijk is dat deze kosten niet bij de bewoners, maar bij de producenten van plastic terechtkomen, wat per inwoner tot wel twintig euro kan schelen.

21

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

De VOORZITTER constateert dat het punt voldoende is besproken. Kunst en Cultuur 5. Vaststellen van het Actieplan Sociale Veiligheid – Amsterdamse Cultuursector 2026 – 2028 (VN2025-018084) Lid MOESKOPS (D66) geeft aan dat het actieplan positief ontvangen wordt door de branche, maar wijst op twee aandachtspunten. Ten eerste merkt ze op dat de administratieve lasten voor kleine instellingen, met vaak minder dan tien fte en veel freelancers, relatief hoog zijn door de voorgestelde instrumenten zoals vouchers, meldprotocollen en gezamenlijke aanvragen van een vertrouwenspersoon. Ten tweede benadrukt ze het belang van personeelsbetrokkenheid, veel voorbeelden in het plan zijn gebaseerd op grotere instellingen met ondernemingsraden of interne overlegstructuren, die kleine instellingen vaak niet hebben. Ze vraagt de wethouder om te zorgen voor monitoring van de administratieve lasten en het daadwerkelijke gebruik van de voorzieningen door kleinere instellingen. Lid VAN DER VEEN (GroenLinks) geeft aan dat grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer een uitdaging blijft voor instellingen en medewerkers. Hij waardeert dat slachtoffers en klokkenluiders durven melden. Hij vraagt zich af of het jaarlijkse budget van 200.000 euro voldoende is om structurele cultuurveranderingen te realiseren en of er bijsturing mogelijk is als de nulmeting andere behoeften laat zien.

Daarnaast wil hij weten hoe monitoring effectief bijdraagt aan sociale veiligheid en of er een jaarlijks publiek toegankelijk rapport komt. Tot slot vraagt hij hoe de onafhankelijkheid van de sectorale beslistafel wordt gewaarborgd, zodat slachtoffers gehoord worden en niet opnieuw door bureaucratie gaan. Lid VAN BERKEL (JA21) stelt dat meerdere cultuurorganisaties de afgelopen jaren in opspraak zijn geraakt door grensoverschrijdend gedrag, vaak met gevolgen zoals het beëindigen van platformen of projecten. Hij merkt op dat veel van deze organisaties afhankelijk zijn van gemeentelijke subsidies en dat protocollen en interne regels alleen onvoldoende zijn om sociale veiligheid te garanderen. Hij benadrukt dat beleid nodig is, maar waarschuwt dat het nu te topdown is en te weinig concrete acties bevat. Hij vraagt de wethouder hoe de gemeente haar eigen rol ziet, met name rondom sancties en het eventueel intrekken van subsidies bij ernstige overtredingen, zodat gemeenschapsgeld niet wordt gebruikt om grensoverschrijdend gedrag te financieren. Lid MOESKOPS (D66) geeft aan dat grensoverschrijdend gedrag niet specifiek kleeft aan gesubsidieerde kunst- en cultuurinstellingen, maar dat het ook voorkomt bij andere sectoren zoals de horeca en grote instellingen.

Lid VAN BERKEL (JA21) bevestigt dat er de afgelopen jaren ernstige schandalen hebben plaatsgevonden binnen de cultuursector, met aanrandingen, intimidatie en seksueel of ander grensoverschrijdend gedrag, maar geeft aan dat dergelijke problematiek ook bij andere onderwerpen kan voorkomen. Hij benadrukt dat de discussie hier specifiek gaat over de cultuursector, die voor een groot deel gesubsidieerd wordt door de overheid. Lid MOESKOPS (D66) geeft aan dat het probleem van grensoverschrijdend gedrag breed in de maatschappij voorkomt en niet beperkt is tot de cultuursector. Ze vindt het belangrijk dat dit erkend wordt en dat alle slachtoffers serieus worden genomen. Lid VAN BERKEL (JA21) erkent dat binnen de cultuursector een basis kan bestaan voor machtsmisbruik door directies en dat het actieplan een goede stap is om dit aan te pakken. Hij benadrukt echter dat harde sanctionering nodig is om sociale veiligheid een echte norm te maken in plaats van een streven. Daarnaast vraagt hij welke middelen de wethouder heeft om cultuurorganisaties die niet direct gesubsidieerd worden door de gemeente te verplichten een

22

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

sociaal veilige werksfeer te garanderen, en hoe het beleid duurzaam kan worden voortgezet, aangezien dit soort cultuurproblemen vaak hardnekkig zijn. Lid VAN DER VEEN (GroenLinks) geeft aan dat hij zich aansluit bij de vragen van lid Moeskops over seksueel grensoverschrijdend gedrag en benadrukt dat dit een breed maatschappelijk probleem is dat in alle lagen van de samenleving en bij alle instellingen voorkomt. Hij merkt op dat de afgelopen jaren ook binnen de gemeente dergelijke thema’s regelmatig aan de orde zijn gekomen en dat er gesprekken zijn gevoerd met slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag in verschillende instellingen. Lid VAN BERKEL (JA21) geeft aan dat er met veel mensen uit diverse sectoren, inclusief de kunstsector, is gesproken, maar dat het actieplan mechanismen moet bevatten om de veiligheid op de werkvloer daadwerkelijk te verbeteren. Hij ziet niet hoe dit met het huidige actieplan wordt gegarandeerd. Lid VAN DER VEEN (GroenLinks) vraagt waarom de kunstsector anders zou zijn dan andere sectoren, aangezien gesprekken met verschillende sectoren hebben plaatsgevonden. Hij merkt op dat kunst en cultuur met circa 150 miljoen euro slechts een klein deel van de totale begroting van 8 miljard ontvangt en suggereert dat het misschien een politiek punt is van JA21 om de subsidies te verlagen.

Lid VAN BERKEL (JA21) geeft aan dat het structurele bedrag voor de kunstsector rond de 180 miljoen euro ligt en benadrukt dat dit een grote verantwoordelijkheid voor de wethouder met zich meebrengt. Hij stelt dat het actieplan ervoor moet zorgen dat de werkvloer veilig is en dat er adequaat wordt ingegrepen wanneer er sprake is van overschrijdend gedrag. Wethouder MELIANI licht toe dat het actieplan is opgesteld naar aanleiding van recente actualiteiten, waaronder de zaken genoemd door lid Van Berkel, en benadrukt dat instellingen die door de gemeente worden gesubsidieerd een veilige werkplek moeten bieden. Ze erkent dat veel instellingen het goed doen, maar dat er vooral bij kleinere instellingen behoefte was aan ondersteuning, bijvoorbeeld via de vouchers. Ze benadrukt dat het plan niet bedoeld is om extra rompslomp te veroorzaken, maar dat er wordt gemonitord en aan het eind van het jaar een terugkoppeling wordt gegeven. Ze gaat verder op vragen over een jaarverslag, individuele persoonsgegevens kunnen niet volledig worden gedeeld, maar wel percentages en andere geanonimiseerde informatie. Het plan zorgt ervoor dat instellingen in positie worden gezet om sociale veiligheid aan te pakken. Grotere instellingen hebben al eigen acties, zoals opleidingen en meldsystemen met vertrouwenspersonen, soms extern.

Door dit plan worden dergelijke maatregelen als vereiste opgenomen in het kunstenplan en vervolgens gemonitord. Ze gaat ook in op sancties, de gemeente kan alleen ingrijpen via de afspraken die bij subsidies zijn gemaakt, bijvoorbeeld door kortingen of intrekken van subsidies. Ze benadrukt dat dit nu geen aanleiding is, maar dat de gemeente altijd zal toezien op naleving en ingrijpen waar nodig. Ze benadrukt dat dit plan een pilot is, dat er van situaties geleerd wordt en dat de gemeente actief zal ingrijpen wanneer dat nodig is, altijd binnen de wettelijke kaders van subsidies en monitoring. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt of de wethouder zich verantwoordelijk voelt voor misstanden binnen gesubsidieerde instellingen, bijvoorbeeld wanneer een danseres of stagiair grensoverschrijdend gedrag ervaart en er uiteindelijk geen adequate opvolging plaatsvindt, ook bij instellingen met meerjarige subsidies. Wethouder MELIANI geeft aan dat het bestuur van de stad verantwoordelijk is voor het toezicht op de monitoring van subsidies en het voeren van gesprekken met instellingen. De directies en raden van toezicht dragen de operationele verantwoordelijkheid binnen de organisatie zelf. Ze benadrukt dat het niet realistisch is dat bestuurders persoonlijk verantwoordelijk worden gehouden voor individuele misstanden, zoals geweld of aanrandingen.

23

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

De rol van het bestuur is normeren, toezien en monitoren, en optreden wanneer nodig, bijvoorbeeld door subsidies in te trekken, maar momenteel is daar geen aanleiding toe. Ze geeft aan dat het plan ook richting geeft voor het jaarverslag en dat de resultaten van de monitoring aan het einde van het jaar worden teruggekoppeld, zodat eventuele opvolging kan worden besproken door haar opvolger of een volgend bestuur. De VOORZITTER stelt vast dat het agendapunt zal worden gehamerd. 6. Bespreken van de raadsinformatiebrief Voortgang Uitvoeringsagenda Nachtcultuur 2023-2026 (VN2025-018095) Lid MOESKOPS (D66) geeft aan dankbaar te zijn voor de stappen die de afgelopen periode zijn gezet om het belang van nachtcultuur te erkennen, maar merkt op dat de huidige update onrust en ongeduld oproept. Ze geeft aan dat drie jaar na het vaststellen van de uitvoeringsagenda het succesvol verdelen van nachtcultuursubsidie nog niet als de grootste mijlpaal wordt gezien er verdwijnen nog clubs, initiatiefnemers haken af en procedures duren te lang. Ze vraagt extra aandacht voor twee punten: het locatieonderzoek en het agent of change-principe. Het locatieonderzoek is zorgvuldig uitgevoerd, maar biedt nog geen concrete locaties of duidelijkheid op buurtniveau, waardoor het beleid reactief blijft in plaats van richtinggevend.

Ze noemt Sloterdijk als voorbeeld, waar provinciaal bepaalde industriegebieden gelden en vraagt of de wethouder zich neerlegt bij beperkingen vanuit provincie en haven voor nachtcultuur. Over het agent of change-principe merkt ze op dat het momenteel vooral een normatieve richtlijn is, afhankelijk van goodwill, en vraagt hoe dit concreet verankerd gaat worden. Tot slot merkt ze op dat de uitvoeringsagenda loopt tot 2026, maar dat de opgave nog steeds loopt, en vraagt of het college verwacht deze agenda te verlengen of een opvolgende uitvoeringsagenda op te stellen. Lid VAN DER VEEN (GroenLinks) merkt op dat er veel is gedaan en waardeert met name het lokale locatieonderzoek, dat inzicht geeft in waar kansen voor nachtcultuur liggen. Tegelijkertijd wijst hij op de verantwoordelijkheid van de raad om in de volgende periode te zorgen dat het budget behouden blijft en nachtcultuur structureel wordt verankerd in het cultureelruimtelijk beleid. Hij vraagt welke concrete stappen het college gaat zetten om nachtcultuur structureel te verankeren. Daarnaast merkt hij op dat er nog vragen zijn over ruimte, locaties, vergunningen en de gemeentelijke organisatie, bijvoorbeeld het geluidsplafond dat binnenkort wordt geactualiseerd.

Hij benadrukt dat dit plan zicht moet geven op mogelijkheden in Sloterdijk en andere gebieden, zoals Zuidoost en Weesp, zodat initiatieven op termijn kunnen bloeien. Tot slot vraagt hij of het college kan starten met een pilot voor het agent of changeprincipe in een gebied waar verdichting en nachtcultuur samenkomen, en hoe dit principe expliciet verankerd kan worden in beleidskaders. Lid MOESKOPS (D66) geeft aan dat ze worstelt met de suggestie van een pilot op het agent of change-principe. Ze merkt op dat het een juridisch instrument is dat rechtsongelijkheid kan veroorzaken en vraagt hoe lid Van der Veen zich zo’n pilot precies voorstelt. Lid VAN DER VEEN (GroenLinks) licht toe dat hij een pilot wil om te onderzoeken wat er in Amsterdam mogelijk is. Lid MOESKOPS (D66) geeft aan dat zij het voordeel van zo’n pilot nog niet ziet. Ze wijst erop dat het agent of change-principe vooral bedoeld is om bestaande clubs te beschermen tegen nieuwe functies zoals woningbouw, en dat dit bij een nieuwe club niet direct van toepassing lijkt.

24

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

Lid VAN DER VEEN (GroenLinks) geeft aan dat het belangrijk is om de gereedschapskist van de gemeente te vergroten, zodat cultuur in de toekomst beter beschermd kan worden. Hij laat weten dat hij geïnspireerd is door de discussie en benieuwd is naar een voorstel van het college om te onderzoeken of het agent of change-principe in Amsterdam kan worden toegepast, en welke voor- en nadelen dit met zich meebrengt. Hij merkt op dat de huidige subsidieregeling voor nachtcultuur structureel te krap is en vraagt het college hoe in de toekomst kan worden voorkomen dat gevestigde initiatieven disproportioneel profiteren van het budget, terwijl nieuwe of minder ervaren initiatieven onvoldoende toegang krijgen tot de beschikbare middelen. Lid MINDERHOUD (PvdA) geeft aan dat het onderzoek er indrukwekkend uitziet en dat het een belangrijke bijdrage levert aan de ruimtelijke inbedding van nachtcultuur. Daarnaast vraagt hij aandacht voor specifieke aanbevelingen uit het marktonderzoek die niet in de raadsinformatiebrief terugkomen. Hij benadrukt dat het bij gebiedsontwikkeling niet alleen gaat om de medewerking van de gemeente, maar ook om de bereidwilligheid van ontwikkelaars om mee te denken over geschikte locaties.

Hij noemt als voorbeeld het Bajeskwartier, waar nachtcultuur succesvol geïntegreerd is in een nieuw stedelijk gebied met wonen, en vraagt of hieruit lessen getrokken kunnen worden voor andere transformatiegebieden om toekomstige nachtcultuurinitiatieven beter te faciliteren. Wethouder MELIANI legt uit dat het tot stand brengen van dit beleid veel tijd en inzet van een gepassioneerd team heeft gekost, dat zich de afgelopen jaren heeft gevormd en nog niet volledig compleet is. In de volgende periode zal verder gewerkt moeten worden aan het afronden van het team, en ze hoopt dat het nieuwe college hiervoor voldoende capaciteit beschikbaar stelt. Ze benadrukt dat het proces soms frustrerend was, zowel voor de ambtenaren als voor de verschillende afdelingen, omdat nachtcultuur eerst tussen de oren moest worden gekregen. De nachtvisie hielp hierbij, maar het combineren van de vele ambities en prioriteiten in de stad maakte het zoeken naar een compleet beleid uitdagend. Ze gaat in op het agent of change-principe. Ze legt uit dat dit een complex instrument is dat weliswaar kan werken, maar commitment van het hele college vereist en juridische implicaties kan hebben, bijvoorbeeld bij bestaande clubs waar woningen bijkomen. Het college zal gezamenlijk moeten besluiten hoe hiermee om te gaan.

Ze benadrukt dat het pilotvoorstel niet meteen geïmplementeerd werd, maar vooral verkend, en dat ze het belangrijk vindt dat alle betrokken partijen één lijn trekken om nachtcultuur te beschermen. Lid VAN DER VEEN (GroenLinks) vraagt of de verkenning van het agent of changeprincipe kan worden gezien als een toezegging dat het verder wordt onderzocht. Wethouder MELIANI bevestigt dat de verkenning is uitgevoerd aan de hand van gesprekken en voorbeelden uit andere steden, waar het nog steeds wordt toegepast. Ze benadrukt dat uitvoering commitment van meerdere afdelingen vraagt en dat een pilot mogelijk is, maar dat er goed over nagedacht moet worden, zowel in de raad als in het college. Ze wijst erop dat dit tijd, middelen en juridische afwegingen vergt. Lid VAN DER VEEN (GroenLinks) vraagt of het college binnen de ambtelijke organisatie een verkenning kan doen om de grond rijp te maken voor het agent of change-principe. Wethouder MELIANI geeft aan dat dit al is gedaan: verschillende afdelingen, wethouders en stadsdeelbestuurders zijn op de hoogte van de kansen en mogelijkheden. Ze benadrukt dat vervolgstappen nodig zijn en dat hiervoor extra middelen en capaciteit bij de betrokken afdelingen vrijgemaakt moeten worden.

Ze noemt voorbeelden van initiatieven die nu ontstaan, zoals nieuwe nachtlocaties in Zuidoost, en benadrukt dat het team nachtcultuur actief in gesprek is met ontwikkelaars en sectoren om kansen te benutten. Ze wijst erop dat continuïteit en uitvoering deels afhankelijk zijn van het volgende college en dat er middelen nodig zijn om bestaande clubs te behouden, nieuwe initiatieven te faciliteren en aspecten als kwaliteit, diversiteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van nachtclubs te waarborgen.

25

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

Lid MOESKOPS (D66) vraagt naar de ambtelijke handleiding en de borging binnen het horecabeleid. Ze benadrukt dat zo’n handleiding initiatiefnemers helpt om vanaf het begin te weten welke eisen en normen gelden en vraagt hoe de borging van het horecabeleid nu verankerd is. Wethouder MELIANI geeft aan dat hierover een brief van de wethouder Ruimtelijke Ordening wordt verwacht, begin februari, waarin dit wordt meegenomen. Ze geeft aan dat opmerkingen over bijvoorbeeld leeftijdsbeperkingen ook in die handleiding meegenomen zullen worden. De VOORZITTER geeft aan dat het agendapunt over nachtcultuur verder wordt besproken tijdens de raadsvergadering van februari. Ze sluit het ochtenddeel van de vergadering af en schorst de vergadering tot 19.30 uur. ICT en Digitale Stad 7. Vaststellen van de Sourcing- en cloudstrategie 2026 - 2030 (VN2025-018477) De VOORZITTER heropent de vergadering voor het avonddeel. Lid IJMKER (GroenLinks) geeft aan dat digitale autonomie een steeds urgentere kwestie is, mede door recente ontwikkelingen zoals de oproep van experts om DigiD in Nederlandse handen te houden en de lancering van een volledig soevereine Europese cloud door Amazon. Ze benadrukt dat de raad met de nieuwe Sourcing- en cloudstrategie een duidelijke trendbreuk ziet ten opzichte van de vorige strategie en dat er nu expliciet voor autonomie wordt gekozen.

Tegelijkertijd uit zij kritische vragen over de beslisboom aan het einde van de strategie, die digitale autonomie alleen toepast bij vertrouwelijke informatie en waar praktische haalbaarheid wordt meegenomen. Ze vraagt hoe de strategie daadwerkelijk zal zorgen voor meer digitale autonomie, of er een nulmeting bestaat voor het aandeel Europese en Nederlandse aanbieders en hoe dit gemonitord wordt, en hoe de stad zelfstandig kan handelen als Rijk en VNG niet tijdig stappen zetten. Lid GARMY (Volt) geeft aan dat de geactualiseerde Sourcing- en cloudstrategie een duidelijke aanscherping en koerswijziging laat zien richting digitale autonomie, zoals gewenst door de raad. Hij merkt echter op dat de strategie onduidelijk blijft over wat autonomie precies betekent, welke systemen in 2030 autonoom moeten zijn, en hoe succes gemeten wordt. Daarnaast vraagt hij om toelichting op het autonoom tenzij-principe, wanneer is iets praktisch, juridisch of financieel niet haalbaar, en wie bepaalt dat? Tot slot vraagt hij om een reflectie op de financiële kant van de strategie, aangezien de kosten per onderdeel nog onbekend zijn en daardoor onduidelijk is of de ambitie realistisch is.

Lid BELKASMI (PvdA) vraagt naar de ambitieuze lobbystrategie richting Europa die in de voordracht wordt genoemd en wil weten in hoeverre deze lobby actief wordt meegenomen in de bestaande Amsterdamse lobbyactiviteiten. Lid ASLAMI (D66) benadrukt dat digitale autonomie concreet raakt aan Nederland, Europa en internationale waarden, en sluit zich aan bij de vraag over het tenzij-principe. Hij vraagt om toelichting op wanneer iets praktisch, juridisch of financieel onmogelijk wordt geacht en hoe dit voorkomt dat het beleid alleen bij woorden blijft en daadwerkelijk uitvoering krijgt. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat de inbreng van de raad en de initiatiefvoorstellen vanuit de raad een grote impact hebben gehad op de nieuwe Sourcing- en cloudstrategie. Hij stelt dat deze strategie een duidelijke trendbreuk vormt ten opzichte van de eerdere strategieën.

26

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

De volgende stap wordt uitgewerkt in de meerjarenstrategie digitale autonomie, waarin meer planning, doelstellingen en concrete acties voor de komende jaren worden opgenomen. Hij licht toe dat het uitgangspunt voor bedrijfskritische applicaties en gevoelige data het principe autonoom, tenzij is. Dit houdt in dat deze applicaties en data autonoom worden beheerd, tenzij dit praktisch, juridisch of financieel onmogelijk is. Voorbeelden van deze applicaties zijn systemen op het gebied van financiën, afval, burgerzaken, crisis- en incidentmanagement en bestuurlijke besluitvorming, in totaal ongeveer 90 applicaties. Voor minder kritische systemen wordt ook gekeken naar andere criteria, zoals kosten en kwaliteit, waardoor het autonoom beheren minder strikt kan zijn. Wat de cloud betreft, legt hij uit dat kritische en gevoelige data zoveel mogelijk autonoom worden geplaatst, terwijl minder kritische data regulier kunnen worden verwerkt. Om dit te realiseren werkt Amsterdam samen met de andere G4-gemeenten aan een multicultureel cloudmodel en wordt er een combinatie van eigen ontwikkeling, hergebruik en inkoop van applicaties toegepast. De strategie bevat daarnaast concrete pilots die al in het komende jaar kunnen worden uitgevoerd en waarvoor de benodigde middelen worden begroot.

Hij verduidelijkt wat digitale autonomie concreet betekent: de stad moet zelfstandig keuzes kunnen maken over digitale strategie, technologie en toegang tot data, zonder buitensporige afhankelijkheid van externe partijen. Autonomie wordt gemeten aan de hand van de weerbaarheid van kritische processen en gevoelige data, de continuïteit van systemen, de veiligheid van informatie en de mate van keuzevrijheid die de stad behoudt. De meerjarenstrategie zal dit verder uitwerken en bevat een nulmeting om de voortgang richting de doelstelling van 30 procent gebruik van Europese en Nederlandse leveranciers in 2030 te monitoren. Tot slot gaat hij in op de lobbystrategie richting Europa. Hij geeft aan dat bij bedrijfskritische infrastructuur het wenselijk zou zijn om alleen Nederlandse of Europese bedrijven te laten deelnemen aan aanbestedingen, maar dat dit juridisch en Europeesrechtelijk nog niet volledig is toegestaan. Deze ambitie neemt hij mee in de lobby richting Brussel om de positie van Nederlandse en Europese leveranciers te versterken. De VOORZITTER stelt vast dat het agendapunt in de raadsvergadering van januari verder besproken wordt. 8.

Bespreken van de raadsinformatiebrief over de AI Agenda 2025-2026 (VN2025018094) Lid IJMKER (GroenLinks) geeft aan dat zij het goed vindt dat Amsterdam een genuanceerde houding aanneemt ten aanzien van de ontwikkelingen rond AI, met oog voor zowel kansen als risico’s, en ziet dit als een logisch vervolg op de eerder besproken visie op AI. Ze merkt op dat het college in de stukken duidelijk aangeeft welke pilots en toepassingen worden ingezet, maar dat door tijdgebrek slechts een deel hiervan kan worden besproken. Ze stelt vragen over de Voicebot, die al langer in gebruik is. Ze vraagt zich af of het wenselijk is dat burgers, die vaak al geen informatie online kunnen vinden of via een chat, alsnog door een AI-systeem te woord worden gestaan, vooral gezien het belang van menselijk contact zoals benadrukt in het jaarverslag van de Commissie Persoonsgegevens Amsterdam. Verder vraagt ze naar de inzet van AI bij vergunningverlening, waarbij ze benadrukt dat dit ondersteunend kan zijn, maar dat de uiteindelijke beslissing door een mens moet worden genomen, zodat burgers hun rechten kunnen uitoefenen en consequenties correct kunnen worden afgehandeld. Daarnaast merkt ze op dat er veel wordt verwacht van de gemeente, vooral in het sociaal domein, en vraagt zij naar de gevolgen van de AI-waarden en uitgangspunten voor de samenwerking met partners, zoals zorginstellingen.

Ze wijst ook op de duurzaamheid en het eerdere verzoek om aandacht voor een instrumentarium in de concept agenda, en constateert dat dit nog te weinig is opgepakt. Tot slot merkt ze het ontbreken van een expliciet aandachtspunt voor datakwaliteit, dat volgens haar

27

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

essentieel is voor goed gebruik van AI, en vraagt hoe het college dit wil borgen binnen de agenda. Lid GARMY (Volt) geeft aan positief te zijn over de benadering van het college, met name omdat er wordt geredeneerd vanuit waarden. Hij stelt vragen over de inzet van AI bij hoogrisicosystemen, wie kan ingrijpen als negatieve effecten optreden en hoe wordt dit gemonitord? Daarnaast vraagt hij wanneer een systeem een beslissing mag nemen en wanneer menselijke tussenkomst verplicht is. Hij benadrukt het belang van transparantie voor inwoners. Hoe weten zij dat een AI-systeem wordt ingezet, waar kunnen zij uitleg krijgen, en hoe kunnen zij besluiten inhoudelijk aanvechten, vergelijkbaar met bestaande gemeentelijke procedures? Ook vraagt hij hoe klachten van meerdere inwoners over hetzelfde systeem worden opgepakt en of dit kan leiden tot herziening of stopzetting van een systeem. Tot slot wijst hij op het energieverbruik van AI-systemen. Hij vindt het goed dat dit actief wordt gemonitord, maar vraagt of er een grens kan worden vastgesteld waarna bij dreigende overschrijding maatregelen worden genomen, zoals terugschalen van implementaties of inzet van energie-efficiëntere aanpassingen.

Lid KROM (Partij voor de Dieren) geeft aan dat het verstandig is om vooraf inzicht te hebben in het energieverbruik van AI-systemen voordat deze worden geïmplementeerd, zodat dit kan meewegen in de afwegingen en afhankelijkheden van de gemeente. Lid GARMY (Volt) vult aan dat bij het verzamelen van informatie duidelijk moet zijn wat het doel en nut is van de inzet van AI, en merkt op dat dit in de agenda nog niet voldoende is uitgewerkt. Lid ASLAMI (D66) geeft aan dat technologie in dienst van mensen moet staan, met behoud van keuzevrijheid, menselijke maat en bescherming van rechten. Hij benadrukt dat bij interactie met Amsterdammers het recht op menselijk contact altijd duidelijk moet worden gecommuniceerd, zodat burgers vooraf weten dat contact met een ambtenaar mogelijk is. Daarnaast merkt hij op dat bij een voorbeeld uit de digitale agenda, het gebruik van ChatAmsterdam, er sprake kan zijn van lock-in, en vraagt hij waarom niet is gekozen voor meer open-source of Europese alternatieven. Lid KROM (Partij voor de Dieren) geeft aan dat de partij kritisch staat tegenover het gebruik van AI, met name vanwege het hoge energieverbruik en privacyrisico’s. Volgens haar mogen toepassingen alleen worden ingezet als er duidelijke, meetbare maatschappelijke baten zijn en geen risico’s voor privacy of informatieveiligheid bestaan.

Daarnaast vraagt ze aandacht voor ethische risico’s, zoals de mogelijkheid dat AI wordt gebruikt voor het vervaardigen van kinderporno of het online misbruiken van vrouwen. Ze vraagt de wethouder of er meer nadruk kan komen op ethische voorlichting en het voeren van een ethische discussie met Amsterdammers over de inzet van AI. Ze geeft aan dat het ethische aspect van AI niet alleen over privacy en veiligheid gaat, maar ook over duurzaamheid. Ze wijst erop dat de uitstoot van grote techbedrijven, zoals Google, de afgelopen jaren met 50 procent is gestegen door de groei van datacenters. Daarom moeten zeer zorgvuldige afwegingen worden gemaakt bij implementatie, zeker in het licht van de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente. Ze merkt op dat duurzaamheidscriteria nog niet duidelijk zijn meegenomen in de huidige maatregelen en dat er nog onduidelijkheid bestaat over hoe kwaliteit en acceptatie worden beoordeeld. Ze pleit ervoor dat duurzaamheid expliciet onderdeel wordt van de AI-agenda voor 2026 en dat deze discussie wordt gevoerd voordat AI breed binnen de organisatie wordt ingezet. Tot slot sluit zij zich, op verzoek van lid IJmker, volledig aan bij het standpunt over de Voicebot. Lid HYLKEMA (VVD) geeft aan dat hij blij is dat de definitieve agenda er is, maar dat er nog onduidelijkheid bestaat over de financiële middelen. In de begeleidende brief van de

28

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

wethouder staat dat vijf ton is vrijgemaakt, maar in de begroting wordt zowel vijf als zes ton genoemd. Hij vraagt om duidelijkheid over het precieze bedrag en wil inzicht in waar de vijf ton vandaan komt en hoe het wordt besteed, met name in het kader van opschaling van het gebruik van AI of andere technologieën. Hij benadrukt dat het bedrag voor hem nog enigszins uit de lucht valt en dat hij dit graag concreet toegelicht ziet. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat de AI-agenda voortbouwt op de eerder besproken visie op AI en tot stand is gekomen door gesprekken met Amsterdammers, experts en collega’s. Hij benadrukt dat ethische overwegingen centraal staan bij digitale toepassingen en dat bij elke toepassing wordt gekeken naar de waarden van de stad. In de kwaliteitstoetscriteria wordt expliciet aandacht besteed aan ethische aspecten, en dit is ook verwerkt in de bredere visie op AI. Lid KROM (Partij voor de Dieren) stelt dat haar punt niet zozeer gaat over het ontwerp van de agenda, maar over wat de wethouder zegt over het opleiden van mensen die nu nog niet vaardig zijn. Volgens haar ligt de nadruk te veel op het wat en hoe, terwijl ook de ethische aspecten aan bod moeten komen. Ze benadrukt dat het gebruik ervan ook mis kan gaan en vindt dat dit nadrukkelijk moet worden meegenomen.

Wethouder SCHOLTES geeft aan dat hij nagaat of de genoemde punten ook de bedoeling zijn binnen wat met Cybersoek wordt gedaan en dat hij hier zo nodig later op terugkomt. Hij benadrukt dat AI volop in ontwikkeling is en zich nog in een beginfase bevindt. Juist daarom kan de gemeente ervoor kiezen om niet af te wachten, maar kennis op te doen, te experimenteren en te onderzoeken hoe zij de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie op een positieve manier kan beïnvloeden. Volgens de wethouder moet AI bijdragen aan menselijke waarden en aan Amsterdammers. De gemeente is niet voor innovatie om de innovatie en wil ook niet dat AI uitsluitend wordt ontwikkeld door grote commerciële bedrijven buiten Europa. Met een beperkt budget wordt daarom op kleine schaal geëxperimenteerd op een aantal thema’s die in de AIagenda zijn opgenomen. Verder licht hij toe dat de Voicebot onder de verantwoordelijkheid van wethouder Van Buren valt. Hij onderstreept dat menselijk contact belangrijk blijft en dat Amsterdammers altijd een medewerker kunnen spreken. Bij het bellen naar 14 020 is direct duidelijk dat doorverbinden naar een mens mogelijk is. De inzet van de Voicebot helpt volgens hem juist om bellers sneller bij de juiste medewerker met de juiste kennis te komen.

Lid ASLAMI (D66) geeft aan dat het bij het bellen met de Voicebot niet direct duidelijk is dat men met een Voicebot spreekt en dat ook niet meteen helder is dat er een mogelijkheid is om een mens te spreken. Hij vindt het belangrijk om dit opnieuw goed te bekijken en de inrichting mensgerichter te maken, zodat ook Amsterdammers die minder digitaal vaardig zijn begrijpen dat zij met een computer spreken en eenvoudig kunnen worden doorverbonden met een medewerker. Wethouder SCHOLTES reageert dat de Voicebot zich volgens hem voorstelt als een virtuele assistent, maar dat het goed is om hier scherp op te blijven. Hij stelt voor dat dit punt ook met wethouder Van Buren wordt besproken, zodat wordt gewaarborgd dat voor iedereen duidelijk is hoe het contact verloopt. Lid BELKASMI (PvdA) stelt voor om bij het bellen standaard eerst te vragen of iemand direct contact wil met een medewerker, met de mogelijkheid om dit te bevestigen via een toets. Volgens hem moet menselijk contact expliciet het uitgangspunt zijn. Wethouder SCHOLTES sluit zich hierbij aan en geeft aan dat het verschil in standpunten klein is. Hij benadrukt dat de Voicebot juist wil uitstralen dat bellers de keuze hebben om direct te

29

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

worden doorverbonden met een medewerker. Als dat niet duidelijk genoeg is, moet volgens hem worden bekeken hoe dit kan worden verbeterd. Verder licht hij toe dat AI bij vergunningen niet wordt ingezet voor besluitvorming. De gemeente hanteert een nee, tenzij beleid voor geautomatiseerde besluitvorming, tenzij dit expliciet wettelijk is vastgelegd. Menselijk toezicht is daarbij altijd een vereiste. In deze pilot kan AI wel ondersteunen door documenten te herkennen en gegevens uit bijlagen te halen, maar niet door besluiten te nemen. Tot slot gaat de wethouder in op duurzaamheid. De gemeente volgt het Rijksonderzoek naar generatieve AI en duurzaamheid en past de aanbevelingen toe, zoals het inzichtelijk maken van energieverbruik en uitstoot. Binnen projecten als Grip op LLMs wordt gekeken naar prestaties, energieverbruik en maatschappelijke waarde van taalmodellen. Voor ChatAmsterdam is bewust gekozen voor een flexibele opzet, zodat kan worden overgestapt naar een transparanter en duurzamer taalmodel dat inzicht biedt in trainingsdata en energieverbruik. Lid NOORDMAN (Forum voor Democratie) ziet een spanning tussen het willen loskomen van Amerikaanse technologie en het hanteren van strenge Europese eisen. Hij stelt dat Europa mogelijk achterloopt omdat er veel nadruk ligt op regels en transparantie en vraagt de wethouder hoe hij deze spanning beoordeelt.

Wethouder SCHOLTES antwoordt dat Europa inderdaad andere waarden en hogere standaarden hanteert, bijvoorbeeld op het gebied van privacy en duurzaamheid. Volgens hem ligt de uitdaging in het versterken van een Europese techsector zonder deze waarden los te laten. De gemeente probeert hier onder meer via inkoopbeleid op te sturen. Hij benadrukt dat het loslaten van regels groei misschien makkelijker maakt, maar dat dit niet wenselijk is. Lid NOORDMAN (Forum voor Democratie) vraagt of de wethouder erkent dat de strenge Europese eisen de reden zijn dat Europa achterloopt op technologisch gebied. Wethouder SCHOLTES erkent dat hogere eisen het ontwikkelen soms lastiger maken, maar benadrukt dat dit een bewuste keuze is. Hij stelt dat technologie in Europa volgens menselijke waarden moet worden ontwikkeld en dat Europa te lang heeft vertrouwd op grote Amerikaanse bedrijven. Volgens hem moet Europa nu zelf meer regie nemen, ook al kost dat meer moeite. De wethouder geeft aan dat er stappen worden gezet om meer grip te krijgen op de milieu-impact van AI. In 2026 wordt dit verder aangescherpt, onder meer door over te stappen op een ander taalmodel voor ChatAmsterdam, energieverbruik beter te monitoren en bij ICTaanbestedingen strengere eisen te stellen aan transparantie, CO₂-uitstoot en energiegebruik, inclusief jaarlijkse verbeterplannen.

Lid IJMKER (GroenLinks) vraagt of de gemeente dit jaar daadwerkelijk overstapt op een ander taalmodel voor ChatAmsterdam, aangezien eerder vaak is aangegeven dat dit lastig zou zijn. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat digitale autonomie juist betekent dat de gemeente de mogelijkheid heeft om op te schalen, af te schalen en van model te wisselen. Hij geeft aan dat is vastgesteld dat het huidige model niet voldoende voldoet aan de gestelde standaarden, vooral op het gebied van transparantie. Daarom wordt onderzocht welk ander taalmodel geschikt is. De wethouder voegt daaraan toe dat verdere ontwikkeling van ChatAmsterdam geld zal kosten en dat dit ook wordt benoemd in de meerjarenstrategie digitale autonomie. Lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt naar duurzaamheid en of er concrete doelstellingen komen voor maximaal energieverbruik en CO₂-uitstoot bij het gebruik van AI. Ze wil weten of er keuzes worden gemaakt wanneer het verbruik te hoog blijkt te zijn. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat hij dat nog niet precies weet. Het energieverbruik zit vooral in het trainen van grote taalmodellen, wat de gemeente zelf niet doet. Hij vindt het

30

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

logisch om samen met de VNG standaarden te bepalen, omdat het nu nog lastig is om een exacte grens te kiezen. Hij benadrukt dat de pilots klein zijn en dat het energieverbruik opweegt tegen de kennis en mogelijkheden om AI volgens menselijke waarden te gebruiken. Hij wil niet wachten tot alles volledig transparant is, maar pleit voor voorzichtig uitproberen en tegelijkertijd meer grip krijgen op energiegebruik. In 2026 wil hij deze grip verder vergroten en hierover terug rapporteren aan de raad. Hij geeft aan dat hij het eens is wat betreft het belang van grenzen, maar dat deze nog niet concreet zijn vastgesteld. Hij gaat vervolgens in op datakwaliteit. Datakwaliteit is essentieel voor goed gebruik van AI. De directie Data voert regie op de kwaliteit in samenwerking met dataleveranciers, maar de uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij de bronhouder of de collega's die de data beheren. Hij stelt voor om voor dit onderdeel een toelichting te geven op de datastrategie en de samenwerking met AI-gebruik. Op de vraag over wat er gebeurt als een systeem schadelijk blijkt, legt de wethouder uit dat continu monitoren op risico’s cruciaal is. In een AI-geletterde organisatie weten medewerkers wanneer schadelijke effecten kunnen optreden en kan een verantwoordelijke directeur of de wethouder besluiten een systeem stil te zetten.

Compliance-collega’s adviseren hierbij, en periodieke herijking van risicobeoordelingen is verplicht, zeker bij systeemwijzigingen, wetgeving of jurisprudentie. Wat transparantie naar burgers betreft, verwijst hij naar het algoritmeregister, waar ook hoogrisico-AI-systemen in staan. Burgers ontvangen bij besluiten waarbij een algoritme is gebruikt een brief met een link naar het gebruikte algoritme en informatie over hoe bezwaar kan worden gemaakt. Lid KROM (Partij voor de Dieren) merkt op dat er wel degelijk een risico is op hoog energieverbruik, verwijzend naar een rapport van Netbeheer dat voorspelt dat het energieverbruik in 2050 met 40 tot 70 procent kan stijgen. Ze vindt dat de gemeente hierover goed moet nadenken. Lid GARMY (Volt) stelt dat het positief is hoe de gemeente burgers betrekt bij AI, en dat dit ook in de agenda opgenomen zou kunnen worden vanwege de impact van deze aanpak. Wethouder SCHOLTES reageert dat expliciete opname in de agenda niet nodig is, hij staat hier neutraal in. Amsterdammers worden betrokken bij leren over AI en ethiek, dit wordt opgenomen in opleidingen en sluit aan bij de kernwaarden van Cybersoek. De pilots zijn klein en het budget beperkt, maar het is een begin. Hij bevestigt dat transparantie en bezwaarprocedures al in het plan van aanpak algoritmes zijn opgenomen.

Lid ASLAMI (D66) geeft aan dat hij groot voorstander is van ChatAmsterdam en dat de technische sessies een goed inzicht hebben gegeven in de werking ervan. Hij merkt op dat eerder gekozen is voor Open, een Amerikaans commercieel model en stelt voor om in retrospectief het afwegingskader dat destijds is gebruikt te bekijken, zodat de organisatie kan leren van de keuzes en de overstap naar een ander model beter kan worden begrepen. Wethouder SCHOLTES reageert dat de kern van de keuze is geweest dat ChatAmsterdam flexibel moet zijn, zodat het onderliggende taalmodel kan worden gewisseld, en dat alle input binnen ChatAmsterdam eigendom van de gemeente blijft en niet wordt gebruikt voor training door commerciële partijen. Door het traject met verschillende LLMs heeft de gemeente nu meer inzicht in duurzaamheid, functionaliteit en alternatieven. Hij bevestigt dat er daadwerkelijk zal worden overgestapt en dat de raad binnenkort een brief ontvangt met meer informatie over het nieuwe LLM en het gebruik van ChatAmsterdam. Lid HYLKEMA (VVD) merkt op dat Open AI naar zijn weten een non-profitorganisatie is en dus geen commercieel bedrijf. Wethouder SCHOLTES legt uit dat het beschikbare budget van vijf ton wordt gebruikt door het team dat werkt aan de visie en de AI-agenda. Het geld wordt ingezet om op drie

31

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

focusgebieden te verkennen en te experimenteren met waardevolle toepassingen van AI: efficiënter werken, interactie met Amsterdammers en AI in de openbare ruimte. Op deze gebieden worden verdere stappen gezet en pilots uitgevoerd. Lid HYLKEMA (VVD) vraagt hoeveel van de vele ideeën uit de lijst met een budget van vijf ton daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat er met vijf ton een aardig eind kan worden gekomen op de drie focusgebieden, maar dat het geen onbeperkt budget is. Hij kan nog niet exact aangeven hoeveel ideeën gerealiseerd kunnen worden en zal dit later nader toelichten. Lid ASLAMI (D66) merkt op dat bij de lancering van ChatAmsterdam een Europese oplossing, Mistral, beschikbaar was. Wethouder SCHOLTES reageert dat het probleem destijds was dat die oplossing niet compliant was. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp verder besproken zal worden tijdens de raadsvergadering van februari. Vervolgens schorst ze de vergadering kort. 9. Bespreken van de raadsinformatiebrief over het jaarverslag van de Commissie Persoonsgegevens Amsterdam (CPA) 2024 (VN2025-014265) De VOORZITTER heropent de vergadering en gaat verder met agendapunt 9. Bij dit agendapunt geeft mevrouw Janssen, voorzitter van de CPA, een korte toelichting voordat de verdere bespreking plaatsvindt. H.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16549587/1