CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2026.01.15 Conceptverslag eerste 2 dagdelen Raadscommissie FKD.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 12 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie FKD d.d. 15 januari 202623.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit

FKD

raadscommissieverslag, 15 januari 2026

CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit (FKD) Donderdag 15 januari 2026 van 9.00 – 21.50 uur in Willem Kraanzaal Donderdag 12 februari 2026 Voorzitter: M. Lust Plaatsvervangend voorzitter: S. Aslami Portefeuillehouders: wethouders H. van Buren, T. Meliani, A. Scholtes, burgemeester F. Halsema Commissiegriffier: M. Diemont Commissieondersteuner: N. Bakkali en M. Saelman Verslaglegging: I. van Mourik (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: M.F. Asruf (PvdA), A. Bouhassani (PvdA), B. Minderhoud (PvdA), A. Namane (PvdA), Y.E. Bentoumya (GroenLinks), E.C. IJmker (GroenLinks), K.S.N. van der Veen (GroenLinks), J.F. van Pijpen (GroenLinks), M. Lust (D66), E. Schmit (D66), E.D.M. Moeskops (D66), S. Aslami (D66), H.C. Burgers (VVD), S.N. Hylkema (VVD), M. Emmerik (Partij voor de Dieren), J.M. Krom (Partij voor de Dieren), I. Garmy (Volt), J. Haijen (SP), S.Y. Khan (DENK), R.B. Havelaar (CDA), C. Van Berkel (JA21), J. Noordman (Forum voor Democratie), C.K.E. Kabamba (Partij voor Morgen) Afwezig: Overige aanwezigen: H. Janssen (CPA)

1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.00 uur en heet iedereen welkom. b. Mededelingen De VOORZITTER herinnert de leden aan de technische sessie over sociale veiligheid bij het GVB, die plaatsvindt op donderdagmiddag 29 januari, en roept op zich aan te melden via de dagmail. Wethouder VAN BUREN geeft aan drie mededelingen te hebben. Ze meldt ten eerste dat op 3 december schriftelijke vragen zijn ontvangen van lid Van Berkel over de opbouw van het personeelsbestand van de gemeente Amsterdam. Voor een zorgvuldige beantwoording is meer tijd nodig, waardoor de termijn van vier weken niet haalbaar is. In het kader van de organisatieverandering wordt het personeelsbestand onderzocht, dit onderzoek beantwoordt een groot deel van de gestelde vragen en de uitkomsten worden met de raad gedeeld. Als tweede mededeling gaat ze in op verhuiskosten. Ze heeft toegezegd te kijken naar de termijn waarin een ontvangen verhuiskostenvergoeding buiten beschouwing blijft bij het bepalen van het recht op kwijtschelding. Deze termijn was drie maanden en wordt als onwenselijk kort beschouwd. Ze meldt dat de termijn is verruimd van drie naar twaalf maanden, waardoor een

1

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

verhuiskostenvergoeding gedurende een jaar niet wordt meegeteld in het vermogen, bijvoorbeeld bij renovatie. Tot slot doet ze een mededeling over afgevallen investeringen. Naar aanleiding van een vraag van lid Garmy bij de behandeling van de begroting heeft ze toegezegd te onderzoeken of informatie over afgevallen investeringen zichtbaar kan worden gemaakt in de digitale begroting. Ze meldt dat vanaf begroting 2027 ook deze investeringen worden opgenomen in de digitale begroting, inclusief een toelichting op de afgevallen keuzes. Wethouder MELIANI heeft twee mededelingen. Ze meldt ten eerste dat er eerder is aangekondigd een gesprek te organiseren over contractarbeid, met als doel op te halen welke behoeften leven bij de nazaten van contractarbeiders. Dit gesprek vindt plaats op woensdag 4 februari en is toegankelijk voor raadsleden. Als tweede mededeling gaat ze in op de nachtcultuur. Ze geeft aan dat de voortgangsrapportage hierover vandaag wordt besproken. Daarnaast ontvangt de raad half februari het onderzoek Amsterdammers over nachtcultuur, waarin Amsterdammers aan het woord komen over hun vraag en behoefte aan nachtcultuur en over veranderingen in publiekscultuur. Verder meldt ze dat aanvullend specifiek onderzoek is gedaan naar de veranderde jongerencultuur en de impact daarvan op de nachtcultuur, dit onderzoek volgt nog. Wethouder SCHOLTES doet twee mededelingen.

Hij geeft ten eerste aan dat in de commissie FKD van 4 december door lid Schmit vragen zijn gesteld over Liander, de netbeheerder waarvan Alliander eigenaar is. Aanleiding hiervoor is de oproep van de ACM aan netbeheerders om meer prioriteit te geven aan maatregelen die slimmer netgebruik mogelijk maken. Hij meldt dat hij dit onderwerp, conform toezegging, heeft besproken in het aandeelhoudersoverleg met Alliander in december. Alliander onderschrijft dat versnelling noodzakelijk is en werkt aan slimmer netgebruik, onder andere via flexibele contracten en een gebiedsgerichte aanpak. Daarbij wordt samengewerkt met Netbeheer Nederland om tot landelijke consistentie te komen. Het verbeterplan wordt eind januari afgerond en gedeeld met de ACM. Als tweede mededeling gaat hij in op het GVB. Hij geeft aan dat er een extern onderzoek loopt en dat hij heeft toegezegd hierover een technische sessie te organiseren. Vanwege tijdgebrek, het reces en volle agenda’s is het niet gelukt deze sessie in februari te plannen. Hij geeft aan te willen inventariseren welke raadsleden in de eerste helft van maart beschikbaar zijn, zodat de technische sessie alsnog voor de verkiezingen kan plaatsvinden.

Tot slot spreekt hij zijn waardering uit voor het GVB en de medewerkers, die ondanks de barre weersomstandigheden het openbaar vervoer draaiende hebben gehouden, inclusief de nachtelijke inzet om bevriezing van bovenleidingen te voorkomen. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER geeft aan dat er vandaag zowel een dagdeel als avonddeel van de vergadering is en er nog een derde dagdeel is gepland op donderdagochtend 29 januari, met eventueel nog een uitloopmoment. Ze verwijst naar de tentatieve planning die op 7 januari en opnieuw recent via de dagmail is gedeeld en stelt voor deze planning te volgen. Daarbij merkt ze op dat agendapunt 18 eerder wordt behandeld, namelijk in de ochtend. Lid HAVELAAR (CDA) meldt dat hij zich heeft afgemeld voor 29 januari vanwege werkverplichtingen en vraagt of, indien er vandaag nog ruimte ontstaat, de brief over de frictiekosten vandaag kan worden besproken. De VOORZITTER antwoordt dat dit onderwerp op dit moment onvoldoende is voorbereid, zowel door de ambtenaren als door de raadsleden, en dat bespreking daarom niet wenselijk is. Daarnaast acht ze de kans op beschikbare ruimte in de agenda klein. De agenda wordt vastgesteld.

2

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie FKD d.d. 4 december 2025 Het verslag worden ongewijzigd vastgesteld. e. Actielijsten en langetermijnagenda’s, per portefeuille Lid IJMKER (GroenLinks) geeft aan dat haar initiatiefvoorstel over meer sturing op inkoop ruim een jaar geleden is aangenomen. Ze herinnert eraan dat is toegezegd dat begin 2026 een eerste rapportage zou verschijnen over maatschappelijk verantwoord inkopen. Nu dit moment is aangebroken, geeft ze aan hierover graag in een volgende commissievergadering in gesprek te gaan en vraagt ze wanneer de eerste rapportage wordt verwacht. Wethouder VAN BUREN reageert dat het nog zeer vroeg in 2026 is en dat ze dit zal nagaan. Ze geeft aan hier later op terug te komen. f. TKN-lijst Lid IJMKER (GroenLinks) verzoekt, namens lid Bentoumya, om de punten 13 en 14 van de TKN-lijst te agenderen voor de volgende FKD-vergadering, met als doel te bespreken hoe het inclusiebeleid zo effectief mogelijk gemeentebreed kan worden ingezet. Daarbij geeft ze aan dat anti-Aziatisch racisme onderbelicht is, terwijl dit een grote impact heeft op Amsterdammers. Lid KROM (Partij voor de Dieren) verzoekt om punt 15 te agenderen. Dit punt betreft de aanbesteding van de gemeentelijke cateringdienstverlening.

Zij geeft aan dat zij het belangrijk vindt hierover met elkaar in gesprek te gaan, mede in het licht van de wens om toe te werken naar een grotendeels plantaardige toekomst. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. 2. INHOUDELIJK DEEL a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel. Vanaf dit moment zijn de spreektijden van kracht. b. Inspreekmoment Publiek De VOORZITTER geeft aan dat er vandaag twee insprekers zijn en op 29 januari nog drie. Ze benadrukt dat het niet is toegestaan namen van ambtenaren of herleidbare functies te noemen. Inspreker Frank van der Linde spreekt op persoonlijke titel in over agendapunt 3. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de gemeentelijke organisatieontwikkeling.

3

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

De INSPREKER maakt een punt van orde. Hij geeft aan dat er volgens hem een uitzondering bestaat op het niet noemen van namen, namelijk wanneer ambtenaren vanuit hun functie naar buiten treden. In dat geval zouden namen genoemd mogen worden, omdat het anders onmogelijk is om de betreffende personen te duiden. Hij kondigt aan dat hij in zijn bijdrage mogelijk enkele namen zal noemen waarvoor deze uitzondering volgens hem geldt. Lid BURGERS (VVD) geeft aan dat het reglement van orde duidelijk stelt dat de namen van ambtenaren niet genoemd mogen worden. De INSPREKER reageert dat het reglement stelt dat functies niet genoemd mogen worden als ze herleidbaar zijn naar een bepaalde persoon. Hij vraagt hoe hij dan de gemeentesecretaris kan aanduiden, omdat het gebruik van deze functienaam volgens hem direct naar een specifieke persoon verwijst. De VOORZITTER benadrukt dat er geen eindeloze discussie over het reglement zal plaatsvinden. Ze herhaalt dat het uitgangspunt is dat geen namen of herleidbare functies genoemd mogen worden. Ze adviseert de inspreker in algemenere termen te spreken over het gesprek dat hij heeft gehad. De INSPREKER geeft aan dat volgens hem al voldoende duidelijk is om te weten over wie het gaat, maar houdt vast aan zijn punt van orde dat hij zijn bijdrage niet kan doen zonder functies te noemen die herleidbaar zijn naar een persoon.

Hij stelt dat het reglement van orde geen verschil maakt tussen insprekers en raadsleden: beide mogen geen namen van ambtenaren noemen. Hij wijst erop dat er tijdens raadsvergaderingen wel namen genoemd worden en noemt dit willekeur, wat volgens hem onbehoorlijk bestuur is. Hij vraagt waarom raadsleden wel over bepaalde ambtenaren mogen spreken, terwijl hij dat als inspreker niet mag doen. De VOORZITTER stelt dat de inspreker echt zijn bijdrage moet aanpassen. Ze waarschuwt dat als hij de regel overtreedt, zij hem het woord zal ontzeggen. De INSPREKER geeft aan dat hij het oneens is met de uitleg van het reglement van orde en dat hij dit zo nodig juridisch zal aanvechten. Vervolgens begint hij met zijn inspraak. Hij schetst dat veel inwoners zich machteloos voelen tegenover de overheid en stelt dat de machtsverhouding tussen burger en gemeente fundamenteel ongelijk is. Hij benadrukt dat bestuurders volgens hem aan de kant van de burger zouden moeten staan in conflicten met de gemeentelijke organisatie. De inspreker beschrijft zijn eigen langdurige conflict met de gemeente, waarin procedures volgens hem worden getraineerd en klachten tot het uiterste worden bevochten. Hij geeft aan dat aanvankelijke steun vanuit het bestuur later is weggevallen en dat hij zich opnieuw geconfronteerd ziet met tegenwerking.

Volgens hem is zijn situatie niet uniek en ervaren veel Amsterdammers vergelijkbare problemen in hun omgang met de gemeente, onder meer bij het verkrijgen van volledige dossiers. Verder stelt hij dat recente documentverstrekking nieuwe, voor hem schokkende inzichten heeft opgeleverd, maar dat het door het verloop van de tijd en het handelen van de gemeente onmogelijk wordt om het volledige beeld nog te reconstrueren. Hij gaat in op gebeurtenissen uit het verleden waarbij volgens hem bestuurlijke en ambtelijke betrokkenen een schadelijke rol hebben gespeeld en geeft aan dat klachten hierover niet in behandeling worden genomen. Tot slot benadrukt hij de zware persoonlijke impact van het conflict, zowel voor hemzelf als voor anderen in vergelijkbare situaties. Hij roept de raadsleden op hun controlerende rol serieus te nemen en aandacht te hebben voor de gevolgen van machtsuitoefening door de gemeente op individuele burgers. Inspreker Schelte van Ruiten spreekt namens THE/M Nachtbroedplaats in over agendapunt 6. Raadsinformatiebrief Voortgang Uitvoeringsagenda Nachtcultuur 2023-2026

4

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

De INSPREKER geeft aan dat hij oprichter is van THE/M, een nachtbroedplaats op een historisch schip op de NDSM-werf. Hij komt spreken over problemen bij de uitvoering van hun initiatief, dat inmiddels twee jaar loopt en waarbij de laatste stap vastloopt. Hij begint met het uitspreken van zijn dank aan de raad, de commissie, de wethouder en het team Nachtcultuur voor hun werk aan de Nachtvisie, de implementatie van Nachtcultuur en het AFK-kunstenplan. Hij noemt dit een kantelpunt voor de ontwikkeling van de nachtsector in Amsterdam. Hij schetst dat er in heel Europa aandacht is voor nacht cultuur als discipline en dat het belangrijk wordt geacht voor zelfexpressie en voor gemarginaliseerde communities. Wat nog ontbreekt, volgens hem, is een antwoord op de vraag naar de artistieke relevantie van nachtcultuur. Zijn organisatie heeft zeven residents die fundamenteel onderzoek doen naar deze relevantie als kunstvorm. De inspreker geeft aan dat zij voor de komende drie jaar terecht kunnen op de huidige ligplaats en dat hun activiteiten inhoudelijk worden gesteund door het AFK, het stadsdeel Noord, buurtbewoners en omliggende bedrijven. De vergunning lijkt in zicht.

Het laatste obstakel is financiering: de Triodos Bank en OCMW zijn bereid gezamenlijk zes ton te lenen om het schip af te bouwen en in te richten, maar alleen als er een exploitatieperiode van tien jaar kan worden geboden. Nu is er slechts zekerheid voor drie jaar. Er wordt gewerkt aan een visievorming waarin nachtcultuur hoog op de agenda staat, maar een uitspraak over de periode kan nog niet worden gedaan. De inspreker sluit af dat het project vastloopt zolang deze zekerheid ontbreekt. Zonder een periode van tien jaar kan de lening niet doorgaan, en als dit binnen twee à drie maanden niet wordt opgelost, zal het project helaas moeten stoppen. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. d. Rondvraag Lid HAVELAAR (CDA) heeft twee vragen. De eerste vraag is aan wethouder Scholtes en gaat over het nieuwe zoeksysteem van het Stadsarchief. Hij geeft aan dat gebruikers zich zorgen maken omdat de huidige logische boomstructuur, waarmee experts konden zoeken, wordt vervangen door een onoverzichtelijke verzameling losse resultaten. Volgens hem vereist het nieuwe systeem buitengewone digitale vaardigheid en is er al geruime tijd overleg, waarbij veel gebruikers massale kritiek hebben geuit en willen dat de invoering wordt stopgezet. Hij vraagt de wethouder of hij bereid is de invoering te staken totdat de toegang via de inventarissen weer volledig is gewaarborgd.

Wethouder SCHOLTES reageert dat hij dit eerst moet nagaan, omdat het systeem volgens hem onder het Stadsarchief valt en hij zelf hierover geen kennis heeft. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat deze zomer 2 keer 21 miljoen euro was overgemaakt en dat toen was gezegd dat het bedrag volledig zou terugkomen. Hij vraagt aan wethouder Van Buren of het volledige bedrag inmiddels is teruggestort. Wethouder VAN BUREN bevestigt dat het volledige bedrag inmiddels is teruggekomen. Eind vorig jaar was er nog een kleine factuur, waarvoor afspraken zijn gemaakt om te verrekenen, maar het totale bedrag is daarmee volledig terug. Lid IJMKER (GroenLinks) geeft aan dat de raad afgelopen november vragen heeft gesteld over Solvinity, een bedrijf dat de gemeente minder afhankelijk zou moeten maken van Big Tech, maar dat onlangs door Amerikaanse partijen zou worden overgenomen. Ze vraagt de wethouder om een update over wat dit betekent voor de plannen van de gemeente op het gebied

5

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

van digitale autonomie. Daarnaast verwijst ze naar een initiatief van wetenschappers en experts die transparantie-eisen stellen bij de verkoop van het platform en vraagt hoe de wethouder hierover denkt. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat de overname nog niet heeft plaatsgevonden, maar dat de situatie wel de complexiteit van digitale autonomie laat zien. Solvinity zou oorspronkelijk het beheer van gemeentelijke systemen uitvoeren, maar overnames kunnen ook Nederlandse en Europese partijen raken. Hij benadrukt dat de gemeente hiervan leert voor toekomstige aanbestedingen en manieren onderzoekt om beter te sturen op digitale autonomie, binnen de kaders van regelgeving die het niet toestaan expliciet landen uit te sluiten. Hij licht toe dat de gemeente nauw samenwerkt met het Rijk. De landsadvocaat werkt namens de Nederlandse overheid aan advies over aanvullende afspraken met Solvinity of Kyndryl om continuïteit en veiligheid te waarborgen, waarbij de gemeente betrokken blijft en zelfstandig kan besluiten over extra afspraken of alternatieve opties. Hij merkt op dat het grootste risico vooral bij Amerikaanse partijen, zoals Microsoft, ligt, en minder bij Solvinity, waar de informatie wordt opgeslagen.

Tot slot geeft hij aan dat dit proces nog loopt en dat de raad binnenkort de meerjarenstrategie digitale autonomie ontvangt, waarin de stappen naar meer zelfstandigheid worden toegelicht. Lid IJMKER (GroenLinks) merkt op dat het onduidelijk blijft hoe de gemeente enerzijds samenwerkt met het Rijk en anderzijds zelf nog afwegingen maakt. Ze vraagt de wethouder om de raad hierover op de hoogte te houden. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat het proces inderdaad nog loopt en dat de definitieve keuzes nog niet zijn gemaakt, waardoor de situatie op dit moment nog ingewikkeld en vaag is. Lid SCHMIT (D66) verwijst naar een bericht in het Parool over Stadsdeel Oost, waar op een pragmatische en snelle manier grofvuilplekken worden aangepakt. Hij vraagt wethouder Van Buren wat hiervan geleerd kan worden en of deze aanpak versneld kan worden uitgerold naar andere stadsdelen. Wethouder VAN BUREN bevestigt dat er inderdaad werk wordt gemaakt van grofvuilplekken. Ze licht toe dat in totaal 8.500 afvalaanbiedplekken worden aangepakt, zoals al aangekondigd in een raadsinformatiebrief naar aanleiding van het Rekenkamerrapport over grof afval op afspraak. IJburg is het eerste stadsdeel waar wordt begonnen, waarna de aanpak over de hele stad wordt uitgerold, zo snel mogelijk.

Lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt of wethouder Meliani kan reflecteren op de problemen van de tweede inspreker en eventueel iets kan betekenen voor hem. Wethouder MELIANI reageert dat ze contact zal opnemen om een afspraak te maken en te bekijken waar de dilemma’s liggen. Ze geeft aan dat de vergunning in ieder geval bij stadsdeel Noord ligt en dat ze hierover in gesprek zal gaan met het stadsdeelbestuur om te kijken wat ze kan betekenen. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat de vraag die hij eerder aan wethouder Scholtes stelde eigenlijk een vraag voor de burgemeester betreft. Hij licht toe dat het gaat om het nieuwe computersysteem van het Stadsarchief, waar veel gebruikers niet meer mee kunnen werken en dat verzet oproept. Hij vraagt of de invoering kan worden tegengehouden totdat via de oude boomstructuur weer gezocht kan worden. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat ze zojuist overleg heeft gehad met de wethouder en dat zij gezamenlijk met een brief hierover komen.

6

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

BESPREEKPUNTEN Algemene Zaken 3. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de gemeentelijke organisatieontwikkeling (VN2025-018085) De VOORZITTER gaat door met agendapunt 3, het bespreken van de raadsinformatiebrief over de gemeentelijke organisatieontwikkeling. Ze heet de leden van de commissie AZ en de burgemeester welkom. Lid HAVELAAR (CDA) begint met het bedanken van iedereen die heeft meegewerkt aan de technische sessie en de expertmeeting. Hij noemt de sessie zeer waardevol ter voorbereiding op het agendapunt. Hij constateert dat het niet goed gaat met de gemeentelijke organisatie, wat leidt tot hoog ziekteverzuim, hoge kosten en druk op de dienstverlening aan Amsterdammers. Het CDA heeft vol vertrouwen in de heer van Lieshout. Hij benadrukt dat dit een project van lange adem is en dat er ruimte moet worden geboden zonder micromanagement. Gezien de ernst van de situatie vindt hij dat de raad steviger in positie moet komen. Hij geeft voorbeelden van tekort aan werkplekken en de discussie over de verplichting tot aanwezigheid op kantoor, wat volgens hem stuitend is. Hij stelt voor dat in het proces een aantal uitgangspunten worden vastgesteld: het mensbeeld waarmee wordt gewerkt, de gewenste werkgeverstijl, open en respectvolle samenwerking, gedragscomponenten, middelen, kantoorfaciliteiten, thuiswerkafspraken en medezeggenschap via de ondernemingsraad.

Ook benadrukt hij dat deze onderdelen een prijskaartje hebben en dat de raad bereid moet zijn dit te dragen. In navolging van de expertmeeting stelt hij voor om raadrapporteurs aan te stellen die elke drie maanden een trialoog voeren met het college, de ambtelijke top en het team van de heer Van Lieshout, om vast te stellen op welk detailniveau en met welke frequentie de raad wordt geïnformeerd. Hij noemt als voorbeeld kwartaalrapportages over langdurig zieken, loondoorbelasting, sancties van het UWV en de voortgang van organisatieontwikkeling en reorganisaties. Ten slotte merkt hij op dat naast de brede organisatieproblemen de afdeling Afval en Reiniging specifieke aandacht nodig heeft vanwege praktische problemen zoals werven, verouderd materieel en roosters. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) benadrukt dat het goed en nodig is dat de gemeentelijke organisatie wordt aangepakt, versimpeld, verbeterd en versterkt om een goede overheid voor Amsterdammers te zijn. Ze stelt dat dit zowel cultuur als structuur betreft, met duidelijkheid en eigenaarschap voor alle actoren in de organisatie, waaronder bestuur, raad, uitvoeringsorganisaties, leveranciers en andere betrokken partijen. Ze benadrukt dat Amsterdammers geen klanten zijn, maar burgers, en dat de overheid hen moet ondersteunen en faciliteren.

Ze merkt op dat de organisatiecomplexiteit hoog is en dat de weg naar verbetering en versimpeling lang zal duren. Ze vraagt om duidelijkheid over de term modernisering die in de brief van het college wordt genoemd en pleit zelf voor focus op verbetering en versimpeling. Vervolgens wijst ze op vier punten die in de huidige stukken ontbreken: een duidelijke visie op de gewenste organisatie, de waarden en sturingsfilosofie die leidend zijn, de veranderkundige aanpak en de relatie tussen politiek, ambtelijke organisatie en burger. Ze benadrukt dat deze vragen essentieel zijn voor de raad en voor de legitimiteit en verantwoording van de organisatie. Daarnaast verwijst ze naar brieven van Amsterdamse organisaties en de expertsessie van afgelopen week, die aangeven dat de relatie met de stad en de burgers centraal moet staan. Ze stelt dat deze visie en waarden niet alleen op papier kunnen worden gezet, maar gaandeweg in dialoog met elkaar moeten worden vormgegeven, vastgelegd en besproken.

7

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

Lid HAVELAAR (CDA) verwijst naar de brief van veertig maatschappelijke organisaties en voegt daaraan het opiniestuk van MKB Amsterdam toe. Hij merkt op dat er weliswaar veel mogelijkheden zijn voor participatie en inspraak, maar dat er ook een houding nodig is waarbij daadwerkelijk verandering mogelijk is. Volgens hem ontbreekt deze houding bij een deel van het politieke deel van de organisatie. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) benadrukt dat participatie ook gaat om het vaststellen van gezamenlijke waarden, niet alleen om instemming. Ze stelt dat depolitisering geen doel is, want politiek en verschillen over de inrichting van de stad zijn onvermijdelijk. Het gaat erom deze verschillen in overleg te verwerken en gezamenlijk richting te bepalen, met betrokkenheid van Amsterdammers en organisaties. Lid HAVELAAR (CDA) reageert dat zijn eerdere opmerking vooral aansluit bij de oproep van de veertig organisaties. Zij geven aan dat ze eerder aan tafel willen zitten bij het maken van beleid en vinden het lastig dat er vaak weinig keuzes zijn op het moment dat zij worden betrokken. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) benadrukt dat ze de inhoud van de brieven nu niet volledig wil bespreken, maar vooral wil focussen op de relatie met de Amsterdammer en de inrichting van de ambtelijke organisatie.

Ze stelt dat de focus op uitvoering en minder beleid belangrijk klinkt, maar dat dit concreet moet worden ingevuld. Ze waarschuwt dat een beleidsloze gemeente, gericht alleen op uitvoering van kerntaken, niet gewenst is. Volgens haar is juist een scherp en duidelijk beleid nodig, met transparante invloed voor Amsterdammers en de raad. Ze merkt op dat er naast de reguliere beleidscyclus een goede beleidscyclus per deelprogramma ontbreekt. Plannen komen soms onverwacht en zonder financiële onderbouwing, waardoor invloed en uitvoering niet goed zichtbaar zijn. Ze pleit ervoor deze processen in een duidelijke cyclus te plaatsen, zodat zowel de beleidsvorming als de uitvoering beter kan worden gevolgd en beoordeeld. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat hij het punt over de beleidscyclus begrijpt. Hij verwijst naar het Burgerberaad Groene Stad, waar veel aanbevelingen over beleid en organisatie werden gedaan. Hij merkt op dat het lastig is om al deze vragen meteen mee te nemen terwijl de heer Van Lieshout net aan de slag gaat met de organisatie, omdat dit het proces te complex zou maken. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) verduidelijkt dat het haar om een heldere beleidscyclus gaat en niet om het inrichten van functies. Ze wil dat duidelijk is wat de positie van Amsterdam en van de raad is, zodat overleggen goed voorbereid kunnen plaatsvinden.

Daarnaast wijst ze op het belang van lange termijnteams, bijvoorbeeld bij ziekteverzuim, maar waarschuwt dat er geen afhankelijkheid mag ontstaan van deze teams, het eigenaarschap moet bij de medewerkers zelf liggen. Ze steunt het idee van een raadrapporteur en stelt voor dat de griffie onderzoekt hoe dit kan worden georganiseerd, omdat het nieuw is voor de raad. Tot slot benadrukt ze dat investeringen in de ambtelijke organisatie positief zijn, omdat ambtenaren met veel betrokkenheid voor de stad werken en dit gekoesterd moet worden. Lid KROM (Partij voor de Dieren) benadrukt dat ze blij is met het actiegerichte plan van de organisatie, met focus op uitvoering, ziekteverzuim, veiligheid en discriminatie op de werkvloer. Ze waardeert dat diepgaande betrokkenheid en dat democratische processen onderdeel worden van de uitvoering. Tegelijkertijd ziet ze veel onduidelijkheden. Ze vraagt om een duidelijke visie en de onderliggende waarden waarop de organisatie wordt gebouwd, evenals de criteria voor scherpe keuzes in de programma’s. Ze merkt op dat thema’s zoals armoede, woningnood en veiligheid worden genoemd, maar dierenwelzijn, biodiversiteit en klimaat niet, en vraagt of neutrale voorstellen worden gedaan waarbij de beslissingsbevoegdheid bij de raad blijft, en verzoekt wethouder en burgemeester dit te bevestigen.

8

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

Ze sluit zich aan bij lid Van Pijpen over het belang van een beleidscyclus en benadrukt dat hoewel micromanagement niet de rol van de raad is, tijdige en heldere informatie essentieel is. Ze wijst erop dat de raad inzicht moet krijgen in budgettaire doelstellingen, kostenramingen van de veranderoperatie en doelstellingen omtrent personeelskrimp. Daarnaast noemt ze het advies uit de recente expertsessie dat de raad een opdrachtgevende rol moet pakken en de afstand tot de ambtelijke organisatie moet verkleinen, te beginnen met een goede informatiepositie. Ten slotte richt ze zich op ziekteverzuim, ze is geschrokken van het langdurig verzuim, vooral bij uitvoerende medewerkers in lagere loonschalen, en wil beter geïnformeerd worden over percentages langdurig verzuim en de specifieke aanpak, gezien het risico dat deze medewerkers anders in de bijstand terechtkomen. Lid BURGERS (VVD) geeft aan dat de VVD steun geeft aan de plannen voor organisatieontwikkeling, met focus op uitvoering, kostenverlaging, realistische ambities en het terugdringen van het groeiende ambtenarenapparaat. Hij benadrukt het belang van een gemeente die zich richt op haar kerntaken en uitvoering, en waardeert de onafhankelijke positie van de kwartiermaker voor het voorstellen van noodzakelijke en moeilijke maatregelen.

Hij merkt op dat de stapeling van plannen en beleid de uitvoering onder druk zet, en dat de raad zich moet matigen in het produceren van nieuw beleid. Hij vindt het belangrijk dat bestaande programma’s waar nodig worden stopgezet om ruimte te maken voor wat er buiten op straat belangrijk is. Daarnaast maakt hij zich zorgen over het hoge ziekteverzuim, vooral bij medewerkers in lagere loonschalen en in de uitvoering, en onderschrijft hij de prioriteit om de basis op orde te brengen conform de Arbeidsinspectie. Hij merkt op dat de doorlooptijd van drie tot vijf jaar een uitdaging vormt, omdat in die periode drie verschillende colleges aan de macht zijn. Hij vraagt hoe het college borgt dat de koers van organisatieontwikkeling wordt vastgehouden, ook bij politieke verleidingen om meer in plaats van minder te doen. Lid NAMANE (PvdA) benadrukt dat ambtenaren zich dagelijks inzetten om van Amsterdam een fijne plek te maken en spreekt haar waardering uit voor hun inzet. Ze wijst erop dat eerdere zorgen over werkzekerheid, roosters, representatie in hogere schalen, pestgedrag, discriminatie en hoog ziekteverzuim in de organisatieontwikkeling meegenomen moeten worden. Ze merkt op dat de opdracht tot organisatieontwikkeling onzekerheid kan veroorzaken en vraagt het college te reflecteren op de balans tussen ambitie en uitvoeringskracht.

Volgens haar is versterking van de uitvoering belangrijker dan het verminderen van ambitie, omdat goed uitgevoerde plannen beter werken dan plannen die alleen op papier bestaan. Ze benadrukt dat de raad verantwoordelijkheid draagt voor de keuzes die impact hebben op de werkvloer en dat sturing binnen de organisatie beter geborgd moet worden. Ze pleit voor het serieus nemen van de expertise van ambtenaren, inclusief eigenaarschap en ruimte voor ideeën en tegenspraak. Tot slot onderstreept ze het belang van een gezamenlijk verhaal en gedeelde waarden binnen de organisatie, zoals ook tijdens de recente expertsessie naar voren kwam. Lid GARMY (Volt) geeft aan dat het college een ingrijpende organisatieverandering in gang heeft gezet, wat noodzakelijk en onvermijdelijk is. Onder leiding van de heer Van Lieshout zijn de eerste stappen gezet om de gemeentelijke organisatie veiliger, menselijker, eenvoudiger en efficiënter te maken, zodat medewerkers effectief kunnen werken en Amsterdammers kunnen vertrouwen op een betrouwbare en menselijke overheid. Hij merkt echter op dat het ongemakkelijk voelt dat de raad moet oordelen over de interne inrichting van de organisatie, maar dat dit noodzakelijk is vanwege de directe negatieve impact van de huidige problemen op medewerkers en de dienstverlening.

Structurele tekortkomingen in bedrijfsvoering, zoals blootgelegd bij de implementatie van AFIS, waren al eerder door de Rekeningencommissie gesignaleerd, maar onvoldoende bestuurlijk opgevolgd. Hij benadrukt dat de raad goed betrokken moet blijven bij de vooruitgang van de organisatieontwikkeling en dat micro-management vermeden moet worden. Hij vraagt hoe de raad structureel zicht kan houden op de voortgang en op welke momenten wijzigingen aan de

9

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

orde zijn. Daarnaast wijst hij op het belang van duurzame borging van de ingezette veranderingen, zodat toekomstige colleges en gemeenteraden de voortgang niet ondermijnen door nieuwe ambities, plannen of beleidsdocumenten op te stapelen. De uitdaging ligt volgens hem zowel in de uitvoering als in het durven begrenzen van politieke ambities, zodat de ingezette veranderingen ook op lange termijn standhouden. Lid SCHMIT (D66) benadrukt dat de expertmeeting duidelijk heeft gemaakt dat de gemeentelijke organisatie complex is, met hoog ziekteverzuim en veel druk op de uitvoering. Hij geeft aan dat het belangrijk is te werken naar een gezonde organisatie met voldoende uitvoeringskracht, plezierige werkervaring voor ambtenaren en goede dienstverlening aan Amsterdammers. Hij benadrukt dat leiderschap centraal moet staan, van top tot middenmanagement, inclusief 360-graden feedback en jaarlijkse meting van medewerkerbetrokkenheid, om de ontwikkeling van de organisatie te monitoren. Voor D66 begint verbetering met het gezamenlijk ontwikkelen van een duidelijke visie op de organisatie, waarin de focus ligt op de passie voor Amsterdam, effectieve structuren, aanspreekbaarheid op gedrag en bewustzijn van de rol van college en raad bij prioritering.

Hij ondersteunt het idee van een trialoog tussen raad, college en het team van de heer Van Lieshout om deze visie gezamenlijk te ontwikkelen en vraagt of het college dit ook ondersteunt. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) vraagt hoe in de trialoog de visie en waarden van de organisatie kunnen worden gecreëerd en welke rol de Amsterdammer daarbij heeft. Lid SCHMIT (D66) reageert dat raadsleden als gekozen vertegenwoordigers de belangen van Amsterdammers vertegenwoordigen, en dat de visie van de Amsterdammer onderdeel moet zijn van de formulering van waarden zoals passie voor Amsterdam en dienstverlening aan Amsterdammers. Daarnaast uit hij zijn zorgen over de analyse van de bedrijfsarts in het expertpanel over de pool van langdurig ziekteverzuim en vraagt hij het college hoe groot deze pool is, wat de kans op re-integratie is en welke concrete opvolging hierop wordt ondernomen. Lid VAN BERKEL (JA21) geeft aan de expertmeeting online gevolgd te hebben. Hij verwijst naar een analyse tijdens de sessie, waarin werd gesteld dat het ziekteverzuim van circa 10 procent de bedrijfsvoering bedreigt en leidt tot een vicieuze cirkel, en dat de organisatie het probleem niet zelfstandig kan oplossen. Hij benadrukt dat externe hulp, in de vorm van de heer Van Lieshout en zijn team, noodzakelijk is.

Hij vraagt om meer inzicht in het ziekteverzuim per directie, per salarisschaal en per functie, en wil weten hoe het langdurig verzuim is verdeeld tussen uitvoerende en beleidsambtenaren. Daarnaast vraagt hij het college te duiden waar het team van de heer Van Lieshout binnen de organisatie staat en benadrukt dat deze organisatieverandering alleen kans van slagen heeft als het team volledig zelfstandig kan opereren, gezien bestaande problemen met verantwoordelijkheid en uitvoering binnen directies en bureaus. Lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt om verduidelijking wat hij bedoelt met dat het team alleen kan functioneren als het volledig zelfstandig opereert en waarom dat belangrijk is. Lid VAN BERKEL (JA21) geeft aan dat wanneer het team direct onder de bevoegdheid van het college valt, er automatisch een structuur met een directie ontstaat, waar juist veel problemen binnen de gemeentelijke organisatie spelen. Hij benadrukt dat het team een onafhankelijke positie nodig heeft, zodat het ongehinderd moeilijke keuzes kan maken. Hij vraagt het college en de raad de heer Van Lieshout zoveel mogelijk ruimte te geven, zodat hij en zijn team volledig onafhankelijk kunnen functioneren. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) geeft aan dat zij in verwarring is over de positie van lid Van Berkel, enerzijds wil hij dat de raad volledig in positie is, anderzijds zegt hij dat de heer Van

10

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

Lieshout de vrije hand moet hebben. Ze merkt op dat hij daarbij niets zegt over de rol van het college, dat volgens haar volgens de Gemeentewet een belangrijke verantwoordelijkheid heeft. Lid VAN BERKEL (JA21) legt uit dat het juist het beste zou zijn als de heer Van Lieshout met zijn team volledig onafhankelijk kan werken aan de problemen binnen de organisatie. Volgens hem zou de verantwoordelijkheid voor de probleemsituatie dan bij de gemeenteraad kunnen liggen, en hij geeft als voorbeeld een positie vergelijkbaar met die van de ombudsman, waarmee volledige onafhankelijkheid van de afdeling kan worden gewaarborgd. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) geeft aan dat zij wil dat er daadwerkelijk actie wordt ondernomen in de ambtelijke organisatie en dat het niet alleen bij adviezen blijft. Ze vindt de opmerking van lid Van Berkel vreemd, omdat die het college volledig buiten werking zou stellen, wat volgens haar niet logisch is. Lid VAN BERKEL (JA21) antwoordt dat hij zich dit wel kan voorstellen, mede naar aanleiding van de expertsessie waarin werd benadrukt dat de afstand tussen de raad en de gemeentelijke organisatie kleiner moet worden. Volgens hem zou de afdeling van de heer Van Lieshout onder verantwoordelijkheid van de gemeenteraad kunnen vallen.

Lid HAVELAAR (CDA) vraagt voor welk probleem de voorgestelde oplossing van lid Van Berkel een antwoord is, aangezien het college de heer Van Lieshout al heeft aangesteld. Hij vraagt daarnaast welke rol het college dan straks in het traject zou hebben. Lid VAN BERKEL (JA21) geeft aan dat die rol wat hem betreft zo klein mogelijk moet zijn. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt of de zorg van lid Van Berkel is dat de heer Van Lieshout onder het huidige college onvoldoende onafhankelijk zijn werk kan doen. Lid VAN BERKEL (JA21) antwoordt dat hij dat niet direct wil stellen, maar dat het nuttig is dat er zoveel mogelijk onafhankelijkheid is voor degenen die de problemen binnen de gemeentelijke organisatie moeten oplossen, aangezien het college zelf medeverantwoordelijk is voor deze problematiek. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat het voorstel van lid Van Berkel te vrijblijvend is voor het college, omdat als het niet lukt met de heer Van Lieshout , het college de verantwoordelijkheid volledig bij de raad en de heer Van Lieshout kan neerleggen, waardoor het college zich kan distantiëren van eventuele mislukkingen. Lid VAN BERKEL (JA21) antwoordt dat hij denkt dat er wel mogelijkheden zijn binnen zijn voorstel, onder andere in combinatie met het aanstellen van een raadsrapporteur.

Burgemeester HALSEMA benadrukt dat er grote consensus bestaat tussen raad en bestuur over de noodzaak van verandering in de gemeentelijke organisatie, maar maakt een kanttekening dat de kritiek soms te negatief klinkt. Tegelijkertijd wijst ze op alles wat goed gaat in de gemeente, zoals armoedebestrijding, vuilophaal, jeugdzorg, planologie en bouw, uitgevoerd door zeer toegewijde ambtenaren. Ze legt uit dat de gemeentelijke organisatie de afgelopen jaren is gegroeid, deels door de groei van de stad en deels door decentralisatie van taken vanuit het Rijk. Een deel van deze groei is autonoom en veroorzaakt onbehagen, vooral aan de bovenkant van het apparaat en in beleidsfuncties, wat leidt tot hoge kosten en minder investeringsruimte voor de stad. Dit maakt ingrijpen noodzakelijk, met krimp en verschuiving van capaciteit en een sterkere nadruk op uitvoering. Daarnaast wijst ze op het belang van dienstbaarheid aan inwoners. Huidige noodverbanden en ad-hoc oplossingen voor kwetsbare groepen vergroten vaak de complexiteit

11

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

van de organisatie en verminderen de effectiviteit. Ze pleit voor een structurele systeemverandering, zodat burgers sneller en beter geholpen worden. Intern is er ook aandacht nodig voor medewerkers. Hoewel veel ambtenaren gemotiveerd en goed presteren, wijst het hoge ziekteverzuim op problemen binnen de organisatie. Het college kijkt daarom ook naar leiderschap, discriminatie, grensoverschrijdend gedrag en de interne verhoudingen, zonder de ernst van Amsterdamse problemen te overschatten in vergelijking met andere gemeenten. Ze benadrukt dat de drie belangrijkste redenen voor ingrijpen de autonome groei van het apparaat, het verbeteren van de dienstbaarheid aan inwoners en het versterken van interne verhoudingen en medewerkers zijn. Ze verwijst naar eerdere stappen van het college op het gebied van betrouwbaarheid, juridisering, participatie en prioritering van programma's. Het huidige traject bundelt al deze opvattingen en richt zich op een structurele ingreep om de Amsterdamse overheid toekomstbestendig, effectief en rechtvaardig vorm te geven. Lid HAVELAAR (CDA) merkt op dat hij expliciet aandacht mist voor de rol van de raad bij het samen uitwerken van oplossingen en het verbeteren van de organisatie.

Daarnaast vraagt hij de burgemeester concreter te zijn over waar het volgens haar misgaat, ook in relatie tot het collegeakkoord, omdat het niet vanzelfsprekend is dat de organisatie beter functioneert door de huidige beleidsafspraken. Burgemeester HALSEMA geeft aan dat ze nog niet klaar is met haar toelichting en dat ze later ook ingaat op de fasering van de werkwijze, de rol van de heer Van Lieshout en zijn team, en de rol van college en raad samen, evenals de manier waarop de raad geïnformeerd wordt om zijn controlerende taak uit te voeren. Ze reageert op opmerkingen dat de voortgang te traag zou zijn en stelt dat er het afgelopen halfjaar juist snel is gehandeld. Ze licht toe dat zij en wethouder Van Buren vlak voor de zomer de stap hebben gezet toen bekend werd dat de gemeentesecretaris zou vertrekken. Ze benadrukt dat de gemeentesecretaris de afgelopen jaren veel werk heeft verzet, rust en orde in de organisatie heeft gebracht en grote vooruitgang heeft geboekt in begrotingstechniek en -discipline. Het vertrek van de gemeentesecretaris bood volgens haar het juiste moment om te bepalen hoe de organisatie verder doorgaat en wat er wordt neergelegd voor de volgende gemeentesecretaris. Lid GARMY (Volt) wijst op een pijnpunt: de snelheid van ingrijpen.

Hij merkt op dat de adviezen van de Rekenkamer er al twee jaar lagen en dat het college destijds niet zag dat er prioriteit aan moest worden gegeven. Burgemeester HALSEMA reageert dat de aanbevelingen van de Rekenkamer altijd zijn opgevolgd, maar dat deze adviezen op deelterreinen gingen. Het huidige initiatief om de gehele gemeentelijke organisatie te bekijken, inclusief sturingslijnen, omvang van het apparaat, veiligheid op de werkvloer en bestuurlijke aansturing, is een eigen initiatief van het college dat uitstijgt boven eerdere adviezen. Lid GARMY (Volt) stelt dat de Rekenkamer wel heeft gewezen op structurele problemen binnen de gemeentelijke organisatie en de werkcultuur, maar dat er toen weinig gebeurde. Pas de problemen bij AFIS waren aanleiding voor het college om verdergaande stappen te zetten. Hij vraagt om een reflectie waarom juist nu de beslissing is genomen om echt door te pakken, in plaats van eerder te prioriteren. Burgemeester HALSEMA reageert dat AFIS inderdaad een belangrijke rol heeft gespeeld bij het besluit tot ingrijpen. Ze legt uit dat er in de tussentijd wel gedeeltelijke reorganisaties en aandacht voor onderdelen van beleid hebben plaatsgevonden, maar dat de autonome groei van het apparaat het moment heeft gebracht voor een structurele stap.

Ze benadrukt dat haar bemoeienis enigszins ongewoon is, maar bedoeld is om continuïteit tussen colleges te waarborgen. Hierdoor kan een nieuw college straks keuzes maken over de omvang van het apparaat, noodzakelijke bezuinigingen en de prioritering van programma’s, zodat toekomstige bestuurslagen een overzichtelijke en afgewogen start hebben.

12

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

Lid Van PIJPEN (GroenLinks) benadrukt dat de Rekenkamer wel adviezen heeft gegeven over de brede aspecten van cultuur en structuur binnen de gemeentelijke organisatie, en niet alleen over deelgebieden. Ze wijst erop dat destijds werd aangegeven dat er geen directe knop was om aan te draaien, en dat men ermee aan de slag is gegaan, wat nu heeft geleid tot de huidige aanpak. Burgemeester HALSEMA sluit zich hierbij aan en waardeert het initiatief van de Rekenkamer in de afgelopen jaren, waarmee dit resultaat mede tot stand is gekomen. Lid BURGERS (VVD) vraagt verduidelijking over de opmerking van de burgemeester dat het ziekteverzuimpercentage in Amsterdam uniek zichtbaar zou zijn. Hij merkt op dat vergelijkbare cijfers voor andere grote steden eenvoudig te vinden zijn (Rotterdam 7 procent, Utrecht 9 procent) en dat Amsterdam met 10 procent iets hoger ligt. Hij wil weten wat de burgemeester daar precies mee bedoelt. Burgemeester HALSEMA geeft aan dat haar eerdere opmerking over het ziekteverzuim niet betekent dat Amsterdam hierin uniek is, het percentage van 10 procent is vergelijkbaar met andere grote steden. Wel onderscheidt Amsterdam zich door het zichtbaar maken van problemen zoals discriminatie en grensoverschrijdend gedrag via eigen onderzoek, wat ook verplichtingen met zich meebrengt om er actief iets aan te doen.

Ze licht toe dat de heer Van Lieshout vorig jaar zomer een eerste inventarisatie heeft gemaakt, waarna het college besloot door te gaan met de organisatieontwikkeling. Zijn inzet is inmiddels uitgebreid naar vijf dagen per week, met een eerste brief en expertsessies als resultaat. De burgemeester benadrukt dat de heer Van Lieshout enigszins onafhankelijk moet kunnen opereren ten opzichte van het gemeentelijk managementteam, zodat hij adviezen kan geven over de topstructuur van de organisatie, maar dat hij ook nauw samenwerkt met het college en de gemeentesecretaris. Daarbij krijgt hij de benodigde doorzettingsmacht om beslissingen voor te leggen aan het managementteam en de stuurgroep, waarmee duidelijk is dat zijn adviezen serieus worden genomen. Functioneel valt de heer Van Lieshout rechtstreeks onder de gemeentesecretaris als adjunct- algemeen directeur. Dit zorgt ervoor dat hij geïntegreerd blijft in de organisatie, maar tegelijkertijd voldoende mandaat heeft om effectief te opereren. Voor de raad zijn tweejaarlijkse voortgangsrapportages voorzien, te beginnen in maart. In deze eerste rapportage wordt verslag gedaan van de laaghangende maatregelen, zoals het terugdringen van ziekteverzuim en het versterken van leiderschap, die weinig politieke discussie of financiële impact vergen.

Fundamentele keuzes over de omvang van het apparaat, budget en sturingslijnen worden pas na de verkiezingen aan de onderhandelaars voorgelegd, zodat het nieuwe college deze kan bestendigen. Alle stukken zijn openbaar voor de raad, zodat de kennispositie van raad en onderhandelaars gelijk is. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat hij zich zorgen maakt dat het zogenaamde laaghangende fruit, zoals de aanpassing van de topstructuur, nauw samenhangt met sturingslijnen die later worden vastgesteld. Volgens hem gaat het niet alleen om geïnformeerd worden, de raad wil actief meedenken over deze uitgangspunten en daarom ziet hij graag dat de raad vanaf het begin een grotere rol krijgt dan nu door de burgemeester wordt geschetst. Burgemeester HALSEMA stelt dat de raad al vroeg bij de eerste overwegingen is betrokken en dat er expertsessies zijn georganiseerd om dit te faciliteren. Tegelijkertijd geeft ze aan dat een gedeeld opdrachtgeverschap van een interne reorganisatie niet passend is, omdat dit volgens haar niet tot de taak van de raad behoort. Lid HAVELAAR (CDA) benadrukt dat de heer Van Lieshout in zijn rol vertrouwen moet kunnen genieten en herhaalt zijn eerdere verzoek om een procesvoorstel te ontvangen. Dit voorstel moet, volgens hem, aan het begin van het traject worden opgesteld en omvat

13

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

samenwerking tussen college, raad en het team van de heer an Lieshout, bij voorkeur in gesprekken buiten de formele vergadersetting. Burgemeester HALSEMA stelt dat het ongewoon is om de raad zoveel medezeggenschap te bieden, maar dat dit bewust gebeurt zodat de raad ook kan reflecteren op haar eigen rol in controle en het sturen van beleid. Ze vraagt zich af hoe lid Havelaar voor zich ziet dat een interne reorganisatie bij de raad zou beginnen, omdat dit tot onduidelijkheid kan leiden over de rollen van raad en bestuur. Volgens haar is de taak van de raad om te controleren of het bestuur de beloofde doelstellingen, een effectievere, veiligere en dienstbaardere overheid, behaalt, en niet om zelf de uitvoering ter hand te nemen, anders ontstaat de vraag wie dan wie controleert. Lid HAVELAAR (CDA) benadrukt dat de rol van de raad niet alleen toezicht houden is, maar ook het kader stellen. Hij verwijst naar de eerdere afspraak om op belangrijke vraagstukken gezamenlijk met het college in gesprek te gaan over de inrichting van processen en structuren. Volgens hem gaat het niet om de precieze invulling van individuele functies of clusters, maar juist om de topstructuur als geheel, omdat de problemen in de organisatie directe gevolgen hebben voor de stad en kosten veroorzaken.

Daarom pleit hij ervoor dat raad, college en het team dat de reorganisatie uitvoert vanaf het begin gezamenlijk bekijken hoe de klus aangepakt kan worden, wat hij ziet als een bredere rol voor de raad dan het college nu voorstelt. Burgemeester HALSEMA licht toe dat de door haar voorgestelde fasering bedoeld is om de raad regelmatig, twee keer per jaar, te informeren. Ze benadrukt dat het de raad altijd vrijstaat om tussentijds extra debatten of discussies te beleggen en dat ingrijpende wijzigingen tussen de rapportages door vanzelfsprekend aan de raad worden gemeld. Wat zij eerder laaghangend fruit noemde, betreft zaken als ziekteverzuim en leiderschap, niet de topstructuur. Voor de topstructuur geeft ze aan dat hierover voorstellen in de voortgangsrapportage van maart aan de raad worden gepresenteerd. Voor de ingrijpende beslissingen die niet genomen kunnen worden door een vertrekkend college, wacht ze op een nieuw college en een nieuwe raad, zodat zij de gelegenheid hebben hierover mee te beslissen. Lid SCHMIT (D66) geeft aan dat hij het met de burgemeester eens is dat de raad zich niet in de interne organisatie van het ambtenarenapparaat moet mengen. Wel vindt hij het belangrijk dat er bij de start een gezamenlijke visie op de organisatie wordt ontwikkeld, passend bij de kaderstellende rol van de raad.

Hij vraagt daarom hoe de burgemeester de rol van de raad ziet bij het ontwikkelen van deze gezamenlijke visie. Burgemeester HALSEMA reageert dat de raad zeker een kaderstellende rol heeft. Ze legt uit dat sommige onderdelen van de veranderingen, zoals ziekteverzuim en leiderschap, nauwelijks politiek van aard zijn, maar dat beslissingen over de grootte van het apparaat of het al dan niet doorgaan met bepaalde programma’s juist politieke beslissingen zijn. Deze zullen daarom wel degelijk aan de raad worden voorgelegd. Ook scenario’s die aan onderhandelaars worden voorgelegd om tot een akkoord te komen, zullen door de raad beoordeeld worden, omdat de raad het collegeakkoord en de daarachter liggende keuzes wil kunnen controleren. De raad krijgt zo een sturende rol in deze processen. Lid SCHMIT (D66) benadrukt dat hij het belangrijk vindt dat de raad, samen met het college en het team van de heer Van Lieshout, eerst een gesprek voert over het mens- en maatschappijbeeld van de gemeentelijke organisatie. Hij stelt dat het begint bij een gezamenlijke visie op de waarden van de organisatie, omdat daarop latere beslissingen en uitvoering makkelijker kunnen aansluiten. Hij vraagt de burgemeester hoe het college de raad wil betrekken bij het ontwikkelen van die waarden en visie. Burgemeester HALSEMA geeft aan dat ze de raad hierin volledig tegemoetkomt.

Haar idee is dat er in de loop van maart een eerste voortgangsrapportage komt, waarin een algemene opvatting over de toekomst van de overheid wordt gepresenteerd, inclusief de waarden waarop

14

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

deze rust en de wijze van verhouden tot de inwoners. Deze opvatting wordt vervolgens met de raad besproken. Lid HAVELAAR (CDA) stelt voor om de alinea in de brief over de algemene opvattingen van de organisatievooruitgang voor te bereiden in een kleiner gesprek met een deel van de raad, in plaats van in de formele commissie met spreektijden. Burgemeester HALSEMA reageert dat ze dat praktisch lastig vindt, omdat de raad ophoudt te bestaan in de aanloop naar de verkiezingen. Ze geeft aan dat ze de trialoog interessant vindt, maar dat beleidsvoorbereiding volgens haar bij het ambtelijk apparaat en het bestuur hoort, behalve wanneer de raad zelf met initiatieven komt. Ze vindt het ongebruikelijk om samen met de raad een visie te schrijven, omdat bij verschil van mening onduidelijk wordt wiens opvattingen worden vastgelegd en wie dat dan controleert. Haar voorkeur is dat het college een voorstel doet, waarna de raad dat kan vaststellen, amenderen of aanpassen waar nodig, zodat de verhoudingen rechtsstatelijk en helder blijven. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) geeft aan dat ze het eens is met de burgemeester over de helderheid van besluitvorming, de uiteindelijke besluiten moeten duidelijk zijn en de bestuurlijke lijnen kloppen.

Tegelijkertijd benadrukt ze het belang van het proces vooraf, waarin raad en ambtenaren met elkaar in dialoog kunnen gaan, ideeën en ervaringen kunnen delen, en waar mogelijk ook input van Amsterdammers kan worden meegenomen. Dit proces zorgt volgens haar voor een betere afstemming, zonder afbreuk te doen aan de formele besluitvorming en bestuurlijke verantwoordelijkheid. Burgemeester HALSEMA benadrukt dat het bestuur graag gebruikmaakt van de kennis van raadsleden over de stad, bijvoorbeeld door hun bezoeken en ervaringen. Ze vindt het waardevol dat raadsleden eerder in het proces kunnen worden betrokken, voordat zaken in de besluitvorming terechtkomen, om te voorkomen dat er inefficiënte verdikking of bypasses ontstaan binnen het apparaat. Ze stelt voor dat dergelijke open gesprekken plaatsvinden in technische sessies, waarin inhoudelijk verkend kan worden, terwijl de bestuurlijke en controlerende rollen van het college en de raad duidelijk en ordelijk blijven. Ze wijst erop dat ambtenaren ook moeten kunnen vertrouwen dat het bestuur correct functioneert, wat deze ordelijkheid ondersteunt. Lid SCHMIT (D66) geeft aan dat de dialoog met de raad bij het formuleren van een visie op de organisatie essentieel is.

Volgens hem versterkt dit niet alleen het gemeentebestuur, ongeacht de samenstelling van de raad in de volgende periode, maar bevordert het ook de rol en ontwikkeling van de commissie zelf. De experts benadrukten volgens hem het belang van gezamenlijke formulering van de visie in dialoog, wat bijdraagt aan een gezamenlijke ontwikkeling van bestuur en raad. Burgemeester HALSEMA reageert dat ze het verslag van de expertsessie heeft bekeken en daar nuances in ziet. Ze wijst erop dat een opdrachtgeverschap van de raad op detailniveau, zoals de inrichting van uitvoeringsorganisaties, onpraktisch is, terwijl kaderstellende taken uiteraard wel bij de raad liggen. Ze stelt voor dat voorafgaand aan de definitieve presentatie van de voortgangsrapportage door de heer Van Lieshout een technische sessie wordt georganiseerd met de raad. In deze sessie kan de heer Van Lieshout mondeling toelichten wat hij van plan is op te nemen, zodat de raad suggesties kan geven. Tegelijkertijd benadrukt ze dat het mandaat en de verantwoordelijkheid uiteindelijk bij het bestuur liggen, zodat de voortgangsrapportage een bestuursstuk blijft, waarin de raad feedback kan geven maar niet de eindverantwoordelijkheid draagt. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) merkt op dat het begrip technische sessie volgens haar de rol van bestuur, raad en ambtenarij enigszins afzwakt.

Ze benadrukt dat het juist van belang is dat al deze partijen betrokken zijn, en dat deze formele zitting daar niet geschikt voor is. Volgens haar doet de term technische sessie dat belang enigszins tekort.

15

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

Burgemeester HALSEMA reageert dat ze het begrip technische sessie belangrijk vindt en verwijst naar de instrumenten die de raad tot haar beschikking heeft. Ze benadrukt dat het bestuur juist stappen zet om beter in gesprek te zijn met de raad. Ze wijst erop dat dergelijke initiatieven bij de reorganisatie van 2015–2016 onder het vorige bestuur niet hebben plaatsgevonden. Lid KROM (Partij voor de Dieren) geeft aan dat de burgemeester vooral een bezorgde en medeverantwoordelijk voelende raad tegenover zich ziet. Dat verklaart volgens haar de gepassioneerde inzet van de leden om mee te denken. Ze benadrukt dat de raad een actievere rol wil hebben, niet in het bepalen van de exacte structuur of het organogram, maar wel in het meedenken over de gevolgen van de genomen besluiten voor de stad en voor de ambtenaren. Burgemeester HALSEMA erkent de bezorgdheid en het verantwoordelijkheidsgevoel van de raad en waardeert dit. Ze legt uit dat de raad in maart een algemene opvatting over de toekomst van de overheid en een eerste voortgangsrapportage ontvangt. In mei, tijdens de onderhandelingen en stappen richting een nieuw college, krijgt de raad scenario’s voorgelegd over de toekomstige inrichting van de organisatie, waarover zij in gesprek kan gaan. Ze benadrukt dat dit dezelfde informatie is die het college voor zichzelf gebruikt en dat daarmee alle relevante gegevens gedeeld worden.

Lid KROM (Partij voor de Dieren) geeft aan dat het voor haar vooral gaat om het gevoel van betrokkenheid gedurende het hele proces, in plaats van alleen scenario’s te krijgen in maart waarover later kan worden onderhandeld. Ze benadrukt dat de raad vanaf begin tot eind meegenomen wil worden en mee wil denken waar dat nodig is. Ze maakt duidelijk dat dit iets anders is dan een technische sessie of het aanleveren van scenario’s, nu komt het volgens haar over alsof de raad alleen achteraf feedback mag geven binnen de beperkte spreektijd, en dat gevoel van actieve betrokkenheid mist ze. Burgemeester HALSEMA reageert dat ze dit proces inderdaad al had voorgesteld, waarbij de raad voor de presentatie van de voortgangsrapportage de gelegenheid krijgt om suggesties te doen op basis van een mondelinge toelichting van de heer Van Lieshout. Ze benadrukt dat ook het team van de heer Van Lieshout de ruimte moet krijgen om hun werk te doen en dat het college de scenario’s alleen ontvangt, het is niet de bedoeling dat het college zijn werk overneemt of de scenario’s zelf gaat samenstellen. Lid HAVELAAR (CDA) reageert positief op het voorstel van de burgemeester en ziet dat als een oprechte poging om de raad tegemoet te komen.

Hij merkt op dat het nog moet blijken of de technische sessie de juiste methode is, maar waardeert in ieder geval dat de raad voorafgaand aan het uitbrengen van het stuk de gelegenheid krijgt om hierover in gesprek te gaan. Daarnaast stelt hij voor om de heer Van Lieshout te vragen binnen zijn traject en dat van zijn team een voorzet te doen voor deze sessie, omdat volgens hem al duidelijk is wat de behoefte van de raad is. Burgemeester HALSEMA legt uit dat het verzoek van de raad al is toegezegd: voorafgaand aan een voortgangsrapportage is er een trialoog tussen de raad en de heer Van Lieshout, zonder dat het bestuur daar in eerste instantie bij aanwezig is. Ze benadrukt dat dit een gesprek is waarin de raad zelfstandig suggesties kan doen aan de heer Van Lieshout, en dat het bestuur pas daarna een oordeel geeft. Ze licht toe dat dit van belang is, omdat de raad later moet kunnen beoordelen of het bestuur de uitvoering goed heeft gedaan. Daarnaast wijst ze erop dat de heer Van Lieshout en zijn team vanaf het begin kritisch zijn geweest naar het bestuur, wat terecht is. Ze benadrukt dat elke nieuwe ambitie van college of raad vaak leidt tot uitbreiding van ambtelijke capaciteit en verdichting van beleid, waardoor zowel bestuurders als de raad kritisch naar zichzelf moeten kijken en moeten afwegen welke activiteiten ze willen voortzetten of juist willen stoppen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16549587/1