CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2026.01.15 Conceptverslag eerste 2 dagdelen Raadscommissie FKD.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 12 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie FKD d.d. 15 januari 202623.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

JANSSEN (CPA) licht het jaarverslag van de Commissie Persoonsgegevens Amsterdam (CPA) 2024 toe. 2024 was een bijzonder jaar voor de commissie. Kunstmatige intelligentie maakte een stevige entree en de digitale transitie zet versneld door, wat ook zichtbaar is in de adviesvragen die binnenkomen. Wetgeving houdt dit niet altijd even goed bij, waardoor open normen ontstaan die nog ingevuld moeten worden. Dit leidt tot complexere juridische, technische en bestuurlijke vraagstukken, die grondige interdisciplinaire reflectie en onafhankelijk advies vereisen. Sinds 2021 heeft de CPA een uitgebreider takenpakket. Naast advisering op basis van de AVG kijkt de commissie nu ook naar grondrechtelijke vraagstukken, bestuursrechtelijke punten, openbaarheid en meer. De commissieleden hebben diverse achtergronden, juridisch, technisch, ethisch en filosofisch, om deze complexe vraagstukken goed te kunnen behandelen. Hoewel het aantal adviesaanvragen daalt, komen de usual suspects vaker terug, wat juist een positieve ontwikkeling is voor complexe vragen die voortdurende dialoog vereisen. Terugkoppeling en evaluaties zijn belangrijk voor een goede samenwerking met de organisatie. In 2024 vond ook een belangrijke wisseling plaats bij de functie van secretaris, een cruciale liaison tussen de CPA en de organisatie. Deze functie is gestabiliseerd in 2025.

Tot slot benadrukt ze dat de CPA aandacht besteedt aan het minimaliseren van afhankelijkheden en menselijk contact waar mogelijk. Lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt naar de terugloop in het aantal adviezen van de CPA. Ze wil weten of de raad of wethouder een rol kan spelen om het aantal adviesaanvragen dit jaar weer te verhogen. H. JANSSEN (CPA) antwoordt dat verschillende partijen hier een rol in hebben. De CPA zelf zoekt nu actief gesprekken met diverse geledingen om bekend te maken dat complexe vraagstukken bij hen kunnen worden ingebracht. Ze ziet ook een rol weggelegd voor de raad en het college om hierin het voortouw te nemen.

32

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

Lid GARMY (Volt) vraagt waarom niet alle onderwerpen die geschikt zijn voor advisering door de CPA daadwerkelijk aan de commissie worden voorgelegd en of er concrete voorbeelden zijn van gevallen waarin de CPA formeel betrokken had moeten worden maar dat niet is gebeurd. H. JANSSEN (CPA) antwoordt dat er veel onderwerpen zijn die de CPA niet ziet, maar waarvan zij achteraf vindt dat advies nuttig zou zijn geweest. De CPA heeft zowel de bevoegdheid om gevraagd als ongevraagd advies te geven. Een voorbeeld is de chatbot, dit onderwerp kwam tijdens een andere adviesaanvraag naar voren, waarna de CPA zelf vroeg of zij hierover mocht adviseren. Een ander voorbeeld zijn de deurbellen die in de stad worden geplaatst. Dit soort vraagstukken vereist niet alleen juridische beoordeling, maar ook technische en ethische overwegingen. Lid BELKASMI (PvdA) vraagt naar de terugkoppeling op de adviezen van de CPA en in hoeverre de gemeente Amsterdam daar structureel op terugkomt, en of de CPA behoefte heeft aan deze terugkoppeling. H. JANSSEN (CPA) antwoordt dat dit inderdaad belangrijk is. In 2024 is hier al om gevraagd, maar door wisselingen binnen het secretariaat was het lastig om dit consistent op de agenda te houden. Nu er een vaste secretaris is, krijgt dit weer de aandacht. De secretaris is momenteel bezig om de opvolging van adviezen in kaart te brengen.

Ze benadrukt dat een structurele inbedding van terugkoppeling nuttig is, zodat er daadwerkelijk iets met de adviezen gebeurt. Volgens het reglement mag van adviezen worden afgeweken, maar dan moet dit wel worden beargumenteerd. Lid ASLAMI (D66) vraagt naar het lerend vermogen van Amsterdam en de organisatie, vooral in de context van de snelle digitale ontwikkelingen die op de gemeente afkomen. H. JANSSEN (CPA) antwoordt dat lerend vermogen cruciaal is, maar dat het vooral belangrijk is dat men openstaat om samen te leren. Daarom is een interdisciplinaire benadering essentieel: een filosoof stelt andere vragen dan een jurist of technicus. Lerend vermogen zit niet alleen binnen de CPA, maar ook binnen de afdelingen en geledingen waarmee zij samenwerken. Het terugkomen op eerdere adviezen en het delen van ervaringen, zoals waarom bepaalde toepassingen zijn stopgezet, laat zien dat er een lerende cultuur groeit. De CPA wil hieraan bijdragen, ook al heeft zij niet volledig inzicht in de hele organisatie. De VOORZITTER opent de eerste termijn. Lid IJMKER (GroenLinks) heeft twee vragen voor de wethouder: ten eerste hoe duidelijk inzichtelijk wordt gemaakt welke adviezen worden overgenomen en welke niet, en ten tweede welke rol de wethouder ziet om de bekendheid van de CPA binnen de organisatie te vergroten.

Lid GARMY (Volt) vraagt aan het college bij welke digitale besluiten een openbaar en onafhankelijk advies van de CPA altijd nodig is, en hoe dat wordt vastgelegd. Dit is volgens hem belangrijk zodat de raad weet wanneer onafhankelijke toetsing vanzelfsprekend is en wanneer niet. Lid ASLAMI (D66) benadrukt dat de CPA een waardevolle democratische check vormt, die onafhankelijk toezicht houdt en helpt digitale rechten in de stad te verankeren. Hij sluit aan op de vraag van lid Garmy en vraagt aan de wethouder hoe wordt gewaarborgd dat hoogrisicoprojecten, zoals datakoppelingen, altijd vooraf door de CPA worden gecheckt. Lid KROM (Partij voor de Dieren) benadrukt dat er in de volgende college- en raadsperiode meer aandacht aan de CPA moet worden besteed. Ze stelt voor dat adviezen en de terugkoppeling van het college standaard aan de raad worden verstrekt, bijvoorbeeld door deze toe te voegen aan stukken die besproken worden. Daarnaast maakt ze zich zorgen over de terugloop in het aantal adviezen en benadrukt dat de expertise van de CPA daardoor

33

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

onvoldoende wordt benut. Ze vraagt de wethouder hoe hij het voortouw kan nemen om het aantal adviezen te verhogen en de bekendheid van de CPA te vergroten. Wethouder SCHOLTES bedankt de CPA voor alle adviezen, aanwezigheid en prettige samenwerking. Hij benadrukt dat het goed is dat er een dialoog ontstaat met de usual suspects en dat er vaker teruggekomen wordt bij de CPA, zodat er continu geleerd kan worden. Om de zichtbaarheid van de CPA te vergroten, is in de quality assurance criteria nu opgenomen dat bij nieuwe, complexe of politiek gevoelige digitaliseringsprojecten met hoogrisicogegevens of -algoritmes altijd advies van de CPA gevraagd moet worden. Dit moet structureel onderdeel worden van de organisatie. Hij merkt op dat de CPA zelf ook steeds vaker het gesprek zoekt en dat de stabiliteit van de ambtelijk secretaris helpt om als ogen en oren van de CPA richting de organisatie te fungeren. Over de opvolging van adviezen geeft hij aan dat bijna alle aanbevelingen uit de CPAadviezen zijn opgevolgd, met uitzondering van één advies over een publieksversie van een document. Hij zal dit in toekomstige brieven duidelijker vermelden. Wat betreft bekendheid van de CPA legt hij uit dat de commissie oorspronkelijk vooral op de AVG gericht was, maar dat de interne functionaris gegevensbescherming (FG) nu ook veel vragen beantwoordt.

Het college gaat samen met de CPA en de FG de taakafbakening van de privacyfunctie verder verduidelijken, zodat alle collega’s binnen de organisatie weten wie wat doet. Daarnaast benadrukt hij dat alle adviezen van de CPA openbaar worden gepubliceerd op Open Amsterdam en dat wordt gekeken hoe deze nog beter gekoppeld kunnen worden aan relevante agendapunten, zodat ze voor de raad makkelijker terug te vinden en bekend zijn. Lid KROM (Partij voor de Dieren) merkt op dat het nu lastig is om adviezen van de CPA terug te vinden op Open Amsterdam en stelt voor om te onderzoeken of deze structureler gekoppeld kunnen worden aan de onderwerpen die in de raad worden besproken. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Vervolgens wordt de vergadering geschorst voor een wissel van voorzitter, wethouder en ambtenaren. Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 10. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de afdoening van moties (83, 87 en 93) inzake het plan van aanpak moslimdiscriminatie (VN2025-018093) De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER heropent de vergadering. Lid KHAN (DENK) opent met een dankwoord aan de wethouder voor de uitvoering van moties tegen moslimdiscriminatie, maar benadrukt dat er sinds de vorige bespreking nog weinig is veranderd in Nederland.

Hij noemt een aantal incidenten: in oktober werden ramen van een moskee in Waalwijk beklad, in Den Haag drong een dader een vrouwengedeelte van een moskee binnen, vernielde boeken en gebedskleden en viel twee biddende vrouwen aan. In december probeerde de gemeente Barendrecht koste wat kost de oprichting van een islamitisch centrum tegen te houden, terwijl alle documenten in orde waren. Daarnaast noemt hij een documentaire van Omroep Ongehoord Nederland waarin moslims op de Haagse markt stiekem werden gefilmd alsof ze in een dierentuin liepen. Volgens hem is moslimhaat genormaliseerd, zoals vorig jaar door de Rijksoverheid is vastgesteld. Deze normalisering wordt mede gevoed door politiek en media. Moslims worden vaak als dader gezien, terwijl ze hun rechten normaal uitoefenen, zoals het betalen van belasting of het stichten van een moskee of school, wat dan ten onrechte als islamisering wordt bestempeld. In zijn omgeving overwegen steeds meer moslims of ze hier nog wel willen blijven, maar hij roept hen op te blijven en hun plek in de samenleving op te eisen, en politiek actief te zijn, bijvoorbeeld door te stemmen om de normalisering van moslimhaat tegen te gaan.

34

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

Vervolgens richt hij zich op de uitvoering van de motie. Hij noemt het boekje over islamitisch erfgoed in Amsterdam dat door de gemeente wordt uitgebracht als vervolg op de motie. Hij was eerder bij een tentoonstelling in de OBA en is blij te zien dat de motie op deze manier een concrete invulling krijgt. Het boek maakt zichtbaar dat Amsterdam ook een islamitisch erfgoed heeft en draagt bij aan een bredere bewustwording, vergelijkbaar met eerdere publicaties over migratie. Hij vraagt de wethouder naar de exacte publicatiedatum van deze publicatie. Lid LUST (D66) gaat in op de motie over het verspreiden van kennis over de islamitische bijdrage aan Nederland en Europa en stelt een aantal concrete vragen. Ze vraagt eerst hoe de tentoonstelling “Wij zijn hier-een gedeeld verleden”, die van half juni tot begin september vorig jaar in de OBA Oosterdok te zien was, is bezocht en hoe daar voorafgaand over is gecommuniceerd, zodat zoveel mogelijk Amsterdammers kennis konden nemen van de tentoonstelling. In aansluiting daarop vraagt ze hoe de gratis stadsgids “Op stap langs Amsterdams moslim erfgoed”, die in het voorjaar verschijnt, onder de aandacht zal worden gebracht. Ze benadrukt dat het belangrijk is dat de verhalen daadwerkelijk de Amsterdammers bereiken en leiden tot interactie en gesprekken, zoals bedoeld in het plan van aanpak.

Bij de motie Intersectionele aanpak van moslimdiscriminatie is ze blij dat moslima’s met hoofddoek worden meegenomen in de beelden van de hernieuwde campagne Kom op Amsterdam!, omdat onderzoeken laten zien dat 70 procent van de moslima’s met hoofddoek vijandigheden ervaart. Deze actie sluit volgens haar goed aan bij de motie die zij vorig jaar indiende, getiteld Kom op Amsterdam voor moslima’s. Ten slotte vraagt ze of bij deze campagne ook kinderen worden betrokken, zoals de Kinderraad vorig jaar had aanbevolen, zodat ook zij bewustwording krijgen over discriminatie. Ze merkt op dat het simpel kan door beelden van kinderen mee te nemen in de campagne en wil weten of dit nu gebeurt, of dat dit alsnog kan worden gerealiseerd. Lid NOORDMAN (Forum voor Democratie) geeft aan dat hij enigszins gechoqueerd was door de drie moties die door verschillende partijen zijn ingediend. Hij merkt op dat het college hier niet extreem enthousiast op is ingegaan en dat de moties volgens hem slechts gedeeltelijk zijn goedgekeurd. Hij licht zijn reactie toe aan de hand van zijn ervaringen als gids in de binnenstad. Hij vertelt over de Ons’ Lieve Heer op Solder, waar vroeger een religie die niet de meerderheid genoot toch werd getolereerd, wat volgens hem uniek was in Amsterdam en de wereld.

Vervolgens bespreekt hij de Pepernootwinkel en hoe mensen daar de traditionele rol van Sinterklaas en Zwarte Piet niet kennen. Hij ziet dat Nederlandse tradities zoals Sinterklaas en de kerstmarkt steeds minder zichtbaar zijn en dat moties oproepen om andere feesten, waaronder islamitische feestdagen, meer te promoten. Hij geeft aan dat in de motie staat om de islam te behandelen als een gewone Amsterdamse religie, maar stelt dat Amsterdamse religieuze tradities worden afgeschaft. Lid BOUHASSANI (PvdA) benadrukt dat de islam een Amsterdamse religie is. Ze wijst erop dat er veel islamitische Amsterdammers zijn die deel uitmaken van de stad en dat de islam daarom gewoon bij Amsterdam hoort. Lid NOORDMAN (Forum voor Democratie) geeft daarop aan dat hij probeert uit te leggen waarom hij zijn standpunt inneemt. Volgens hem is de motie bedoeld om kennis over de islam als Amsterdamse religie te bevorderen, maar hij maakt zich zorgen dat daardoor de autochtone tradities en religies in de stad ondergesneeuwd raken. Dat is volgens hem het probleem dat hij wil aankaarten. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) reageert dat als lid Noordman echt de moeite had genomen om Ons’ Lieve Heer op Solder te bezoeken, hij had geleerd over een traditie waarin meerdere religies naast elkaar bestaan, inclusief religies die in het verleden niet de ruimte kregen die ze verdienden.

Ze benadrukt dat Amsterdam juist ruimte maakt voor alle tradities en dat het

35

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

gebruik van het woord autochtone ongelukkig is, omdat ook autochtone inwoners verschillende religies hebben. Lid NOORDMAN (Forum voor Democratie) antwoordt dat hij er wekelijks komt als tourgids. Volgens hem laat een bezoek zien dat de stad vroeger weliswaar vooropliep in tolerantie, maar dat dit niet betekent dat het toen volledig vrij en gelijk was: katholieken moesten discreet zijn over hun geloof en konden bijvoorbeeld geen bestuurlijke functies bekleden. Hij stelt dat er sindsdien vooruitgang is geboekt. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) benadrukt dat een plek zoals Ons’ Lieve Heer op Solder waardevol is omdat we daar van de geschiedenis kunnen leren. Ze geeft aan dat hoewel geschiedenis zich niet letterlijk herhaalt, we wel patronen kunnen herkennen. Het patroon dat zij hoort in het betoog van lid Noordman is volgens haar dat uitsluiting van bepaalde bevolkingsgroepen schadelijk is voor de samenleving. Lid NOORDMAN (Forum voor Democratie) reageert dat hij nooit heeft gesproken over het uitsluiten van bepaalde bevolkingsgroepen en vraagt lid Bentoumya haar woorden nogmaals te heroverwegen. Lid LUST (D66) vraagt lid Noordman zich bewust te zijn dat Amsterdam geen dominante groep meer heeft en dat de stad 179 nationaliteiten telt. Ze vraagt wat hij verstaat onder een autochtone Amsterdammer.

Lid NOORDMAN (Forum voor Democratie) antwoordt dat een Amsterdammer moeilijk exact te definiëren is, maar dat het niet gaat om wie Diwali viert of inktvis eet, maar eerder om tradities zoals kaas, bitterballen en christelijke feesten zoals Sinterklaas. Lid LUST (D66) merkt op dat dit antwoord veelzeggend is. Lid KHAN (DENK) vraagt hoe de islam behandeld moet worden als het volgens lid Noordman geen Amsterdamse religie is. Lid NOORDMAN (Forum voor Democratie) antwoordt dat hij daar geen concreet idee over heeft. Hij legt uit dat hij vooral gechoqueerd is door de moties, omdat volgens hem de autochtone tradities en religies achtergesteld worden en dat hij dit vreemd vindt in het licht van het indienen van deze moties. Lid KHAN (DENK) probeert te begrijpen waarom lid Noordman de moties problematisch vindt. Hij stelt dat het volgens hem prima mogelijk is om zowel autochtone tradities, zoals kerst, te vieren en de islam en andere religies te omarmen. Hij vraagt wat daar precies het probleem mee is. Lid NOORDMAN (Forum voor Democratie) antwoordt dat hij mensen vertegenwoordigt die volgens hem wel een probleem zien. Vervolgens vraagt hij concreet naar de islamitische tourgids die in de motie Verspreid kennis over islamitische bijdrage in Nederland en Europa wordt genoemd.

Hij wil weten of bij deze gids, net zoals bij Rembrandt-schilderijen en Nederlandse zeehelden, kleine disclaimers komen over historische context of controversiële achtergronden. Tot slot doet hij een afsluitende aanbeveling: als het doel is moslimdiscriminatie te verminderen, stelt hij voor juist ook de Nederlandse tradities zichtbaar en feestelijk te vieren, bijvoorbeeld met een groter Sinterklaasfeest, een extra zwarte Piet en een versierde kerstboom, zodat iedereen kan deelnemen en discriminatie minder kans krijgt. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) complimenteert de wethouder voor de aanpak tegen moslimdiscriminatie in Amsterdam. Ze benadrukt dat het enerzijds iets is om trots op te zijn, maar anderzijds verdrietig dat deze aanpak nog steeds nodig is.

36

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

Ze stelt een vraag over de betrokkenheid van jonge moslims: tijdens een expertsessie op initiatief van de raad was het collectief jonge moslims aanwezig, een generatie die grotendeels is opgegroeid na de eerste golf van discriminatie en nooit een wereld zonder discriminatie heeft meegemaakt. Ze vraagt of er al contact is met deze groep en hoe de aanbevelingen van het collectief worden meegenomen in de doorontwikkeling van de aanpak tegen moslimdiscriminatie. Wethouder MELIANI begint haar beantwoording door te benadrukken dat al een aantal moties naar aanleiding van het plan van aanpak moslimdiscriminatie wordt besproken en afgehandeld, en dat de resterende moties naar verwachting in het eerste kwartaal van dit jaar worden afgerond. Wat betreft de vragen over de publicatie naar aanleiding van de tentoonstelling “Wij zijn hier-een gedeeld verleden” geeft ze aan dat deze in het voorjaar beschikbaar is. De publicatie wordt verspreid via verschillende OBA-locaties en andere kanalen in de stad, zodat zoveel mogelijk Amsterdammers kennis kunnen nemen van de inhoud. De tentoonstelling zelf trekt zo’n vier- tot vijfduizend bezoekers en krijgt ruime aandacht in de media, zowel lokaal als nationaal, ondersteund door persberichten en social media campagnes. Op de vraag of kinderen betrokken worden bij de campagnes tegen moslimdiscriminatie, geeft ze aan dat dit inderdaad het geval is.

De “Kom op”-campagne, die in december van start gaat, betrekt kinderen actief en wordt zo geschikt gemaakt voor jongere doelgroepen. Ten aanzien van het collectief jonge moslims vertelt ze dat hun aanbevelingen worden meegenomen in de doorontwikkeling van het plan van aanpak. Ze blijven een belangrijke partner in het proces en worden ook betrokken bij de geplande conferentie tegen moslimdiscriminatie. Lid NOORDMAN (Forum voor Democratie) vraagt of bij het verspreiden van kennis over de islamitische bijdrage, net als bij zeehelden en straatnamen, ook kritische aantekeningen of contextuele opmerkingen worden toegevoegd. Wethouder MELIANI geeft aan dat de gemeente voor het eerst een plan van aanpak moslimdiscriminatie uitvoert om zichtbaarheid te geven aan de sterke toename van moslimdiscriminatie. Het gaat er niet om de meldingsbereidheid te vergroten, want 94 procent van alle meldingen rondom religie gaat over moslims. Moslims hebben op allerlei manieren problemen en worden binnen alle domeinen gediscrimineerd, terwijl er vaak weinig begrip is van wie ze zijn en waar ze vandaan komen. De gemeente richt zich in deze fase vooral op zichtbaarheid en erkenning van de moslimgemeenschap, zodat mensen weten met wie ze samenleven en de gemeenschap een plek krijgt in de stad. Landelijk is hier nog nauwelijks aandacht voor, en onderzoek ontbreekt.

Ze benadrukt dat de moslimgemeenschap dagelijks te maken heeft met ernstige vormen van discriminatie, zoals bespuwd worden, geslagen worden, hun kinderen die worden uitgescholden, en ongelijke kansen bij stages of banen. De gemeenschap heeft steun nodig, niet nog meer uitsluiting. Ze zegt dat er nog geen eerdere duiding is geweest over moslims en dat het belangrijk is om te beginnen met het verhaal te vertellen dat moslims in Amsterdam leven. Ze geeft aan dat de duiding nu vooral moet gaan over aandacht geven aan een gemeenschap die vaak niet erkend wordt en die te maken heeft met racisme en discriminatie. Lid NOORDMAN (Forum voor Democratie) constateert dat bij de aandacht voor de autochtone geschiedenis, zoals zeehelden en straatnamen, wel aantekeningen worden gemaakt, terwijl dat bij de moslimgemeenschap niet gebeurt. Hij vindt dit oneerlijk. Lid BOUHASSANI (PvdA) geeft aan dat wat zij van Forum voor Democratie hoort voor haar bevestigt waarom de aanpak tegen moslimdiscriminatie hard nodig is. Ze benadrukt dat sommige raadsleden onvoldoende oog hebben voor wat er speelt, en dat dit onderwerp, discriminatie tegen moslims en de dagelijkse buitensluiting van Amsterdammers, serieus genomen moet worden. Wethouder MELIANI geeft aan dat ze geen onderscheid maakt tussen bevolkingsgroepen en ruimte biedt aan iedereen in de stad. Ze benadrukt dat bijvoorbeeld het

37

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

museum Ons’ Lieve Heer op Solder dagelijks veel jonge mensen laat leren en dat het museum ruimte biedt voor iedereen, dus ook voor moslims. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER stelt vervolgens vast dat dit onderwerp voldoende is besproken. 11. Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake ervaringen van Palestijnse Amsterdammers (Afdoening moties 181.25 en 182.25) (VN2025-018090) Lid KHAN (DENK) benadrukt dat Palestijnse Amsterdammers in een dubbele realiteit leven: terwijl zij in Nederland een dak boven hun hoofd en warmte hebben, leven hun familieleden in Gaza onder extreme omstandigheden, in tenten, met honger en onder voortdurende bombardementen. Hij noemt concrete voorbeelden van kinderen die zijn omgekomen tijdens pogingen om hun familie te helpen, en wijst op het grote aantal Palestijnen dat recent is gedood. Hij stelt dat deze normalisering en verzwijging van Palestijnse mensenlevens onacceptabel is en benadrukt dat Palestijnse levens evenveel waard zijn als die van anderen. Hij verbindt dit met de verantwoordelijkheid van de gemeente en pleit voor structurele institutionele inzet. Hij vraagt hoe het Palestijnse perspectief een vaste plek kan krijgen in gemeentelijke subsidies voor antidiscriminatie, kunst, cultuur en educatie.

Daarnaast kondigt hij aan met voorstellen te komen voor de herdenking van de Nakba en de oprichting van een Gazamonument in Amsterdam, zodat het Palestijnse perspectief zichtbaar blijft en beschermd wordt voor de toekomst. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) benadrukt dat ondanks het dagelijkse nieuws over het geweld in Gaza en het lijden van Palestijnen, er nog steeds te weinig aandacht is voor hun verdriet en angst, ook in Amsterdam. Ze stelt dat het erkennen van dit leed en het bieden van ruimte daarvoor cruciaal is en een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en de raad. Ze wijst op eerdere initiatieven om letterlijk ruimte te maken voor de verhalen van Palestijnen, bijvoorbeeld via moties die al zijn ingediend en door het college zijn opgepakt. Een belangrijke manier om dit te doen is het realiseren van een gedenkplek of monument ter herdenking van de doorlopende Nakba en de genocide, iets wat leeft binnen de Palestijnse gemeenschap in Amsterdam. Ze vraagt aan de wethouder hoe initiatiefnemers hierbij ondersteuning kunnen krijgen, bijvoorbeeld bij het indienen van aanvragen en het vinden van financiering, omdat dit proces vaak ingewikkeld is. Daarnaast haalt ze het belang aan van educatief aanbod voor scholen over de Palestijnse geschiedenis.

Ze merkt op dat het huidige aanbod niet altijd gemakkelijk te vinden is en benadrukt dat goed onderwijs over verschillende perspectieven een belangrijke stap is in erkenning en bewustwording van het Palestijnse verhaal. Wethouder MELIANI benadrukt de betrokkenheid van de raad bij de Palestijnse gemeenschap. Ze legt uit dat het college nauw contact onderhoudt met de gemeenschap en uitvoering geeft aan voorstellen zoals die van lid Bentoumya. Zo is er een plek voor ongeveer 150 mensen waar zij zich kunnen verzamelen, ongeveer eens in de acht weken vindt er een bijeenkomst plaats aan haar tafel om te bespreken wat nodig is. Ze zal in gesprek gaan over de behoeften van de gemeenschap, bijvoorbeeld met betrekking tot een monument of andere initiatieven. Ze benadrukt dat de gemeente de mogelijkheden en stappen kan aanwijzen die de gemeenschap kan nemen, en dat de agenda van het college dit soort onderwerpen serieus behandelt, zoals de Nakba-herdenking. Wat betreft onderwijs geeft ze aan dat er een brief bestaat, genaamd Burgerschap Amsterdammer in het onderwijs, waarin aandacht wordt besteed aan kennis over Palestijnse Amsterdammers. Deze brief vormt een goede basis om de vragen van raadsleden door te leiden en scholen te ondersteunen bij maatschappelijke thema’s in de klas.

38

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

Ook over de rol van allianties legt ze uit dat er criteria zijn opgesteld voor groepen die extra aandacht nodig hebben, zoals moslims, LHBTI en Aziatische gemeenschappen. In eerdere allianties is ook het Palestijnse perspectief meegenomen, en het college verwacht dat dit structureel aandacht blijft krijgen. Ze benadrukt dat het doel is om onderbelichte verhalen zichtbaar te maken en dat dit op korte termijn concreet naar buiten komt, onder andere via presentaties van de plannen. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. 12. Bespreken van het jaaroverzicht SPE 2024 (VN2025-018087) Lid BENTOUMYA (GroenLinks) benadrukt dat vrouwenorganisaties in Amsterdam een cruciale rol spelen, vooral op het gebied van emancipatie, bestaanszekerheid en het creëren van netwerken voor vrouwelijke ondernemers. Ze verwijst naar de nieuwjaarsreceptie van de Vrouwenbazaar in Amsterdam-Noord, waar veel vrouwelijke ondernemers samenkwamen. Ze merkt op dat andere organisaties, zoals Stichting Prachtvrouw, moeite hebben met het vinden van geschikte en duurzame locaties om hun activiteiten uit te voeren, die uiteenlopen van hobby’s tot sport voor 55-plussers.

Ze vraagt de wethouder om in gesprek te gaan met Stichting Prachtvrouw en informeert daarnaast naar de bredere rol van het SPE bij het faciliteren van dergelijke organisaties, zodat hun capaciteit optimaal kan worden ingezet voor hun belangrijke werk in de stad. Lid LUST (D66) complimenteert het servicepunt emancipatie met het recente jaarverslag. Ze is onder de indruk van de activiteiten en benadrukt het belang van het servicepunt voor de stad. Ze merkt op dat zelforganisaties steeds vaker durven kiezen voor een directe aanpak, bijvoorbeeld bij het speerpunt seksuele en genderdiversiteit, omdat er binnen gemeenschappen een toenemende bereidheid en behoefte is om hierover te praten. Door nauw contact met hun achterban kunnen deze organisaties signalen opvangen en vertalen naar bijeenkomsten over voorheen onbespreekbare thema’s. Ze stelt vervolgens twee vragen aan de wethouder. Ten eerste vraagt ze of er ook in 2025 budget beschikbaar is gesteld voor het speerpunt seksuele intimidatie en seksueel geweld, zoals in 2024 35.000 euro werd toegewezen door het actiecentrum Veiligheid en Zorg, en zo niet, wat de reden daarvoor is. Ten tweede vraagt ze naar het jaarlijkse beperkte budget van het servicepunt emancipatie, dat sinds 2022 rond een ton ligt. In 2024 zijn met dat bedrag 20 projecten van elk 5.000 euro gefinancierd, terwijl er 36 projectplannen werden ingediend.

Ze vraagt of de inflatiecorrectie, die de maximale subsidie van 5.000 naar 5.200 euro brengt, ook betekent dat het totale budget van een ton proportioneel wordt verhoogd, omdat anders minstens 1 project niet gefinancierd kan worden. Wethouder MELIANI benadrukt het grote belang van de vrouwenorganisaties in de stad. Ze verwijst naar de Vrouwenbazaar, die ze al jaren kent en die inmiddels is uitgegroeid tot een organisatie die veel vrouwen bereikt en ondersteunt. Ze legt uit dat deze organisaties dankzij het servicepunt emancipatie gemakkelijk toegang hebben tot middelen en ondersteuning, waardoor hun zelfstandigheid wordt vergroot en zij positieve impact kunnen hebben op hun omgeving. Ze benadrukt dat deze kleine bedragen een enorme maatschappelijke impact hebben en dat het belangrijk is om hier structureel aandacht voor te blijven houden. Ze gaat vervolgens in op de vraag over de beschikbaarheid van ruimtes voor organisaties zoals Stichting Prachtvrouw. Ze erkent dat het vaak moeilijk is om geschikte en betaalbare ruimtes te vinden, vooral voor groeiende organisaties die veel mensen bereiken en ondersteunen. Ze zegt toe opnieuw met deze organisaties in gesprek te gaan en het SPE te laten helpen bij het vinden van passende locaties.

Ze pleit er bovendien voor dat de wethouder maatschappelijke voorzieningen structureel blijft kijken naar deze behoefte, zodat kleine organisaties ook op lange termijn kans maken op grotere en betere ruimtes.

39

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 15 januari 2026

FKD

Ten slotte gaat ze in op de vraag over het budget van het SPE. Ze licht toe dat het jaarlijkse budget in 2026 is geïndexeerd van 100.000 euro naar 110.000 euro, een verhoging van ongeveer 10 procent. Hierdoor kunnen de maximaal toegekende subsidies per project van 5.000 naar 5.200 euro gaan, wat meer flexibiliteit biedt voor de financiering van projecten. Ze meldt ook dat voor 2026 opnieuw budget beschikbaar is gesteld voor een extra speerpunt, dit keer gericht op de online leefwereld van jongeren, zodat het SPE beter kan inspelen op actuele behoeften in de stad. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER stelt vast dat dit onderwerp voldoende is besproken. SLUITING De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER schorst de vergadering tot verder wordt gegaan met het derde dagdeel op 29 januari 2026 09.00 uur.

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16549587/1