CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20251001 SED conceptverslag.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 5 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie SED d.d. 1 oktober 202529.023 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Niemand heeft hem namelijk nog kunnen vertellen wat zo’n toets precies is. Ook verheugde de opmerking van de Kinderombudsman hem dat men wel degelijk rekening moet houden met schaarste. De gemeente is er voor dat de Universiteit van Groningen daarvan een uitwerking maakt. Het allerliefste heeft hij een duidelijk kader, zodat de raad kan controleren of dat goed wordt gevolgd. Ook hij wil de belangen van kinderen voorop zetten, waarover in meerdere beleidsdomeinen gesproken moet worden. Over de belasting van de buurtteams heeft hij in algemene zin wel zorgen. Men moet ervoor waken dat het duizenddingendoekjes worden, die op een gegeven moment zodanig versleten zijn dat ze niet meer werken. Ook bij de buurtteams zullen zaken niet altijd goed gaan en daarnaar moet het college kijken. Centrale regie noemt hij een heel belangrijk punt en tevens onderschrijft hij de aanbeveling om de ketenaanpak te verbeteren volledig. Dat sluit ook aan bij de derde oplossingsrichting van de integrale ketenaanpak uit het gemeentelijke onderzoek. Inderdaad is het essentieel dat er één regiehouder is, die het gezin in alle fases begeleidt. De gemeente is daarmee intern gestart op basis van het eigen onderzoek. Het punt van het opeisen van de woning is volgens hem terecht, maar de consequenties daarvan kent hij nog niet helemaal. Dat punt neemt hij mee in het overleg met zijn collega Pels.

Als die oplossingsrichting werkt, vindt hij die zinvol. In de regiogemeenten komen niet zo heel veel woningen beschikbaar, maar in dezen zou hij wel voor een soort spreidingswet zijn, omdat er eigenlijk verevening tussen gemeenten nodig is. De druk op de woningmarkt is namelijk enorm. Alternatieve dan wel illegale vormen van bewoning komen in Amsterdam relatief veel voor. De problematiek van noodopvang van gezinnen is in de vier grote steden het grootst, terwijl er aldaar de minste woningen zijn. De G4 heeft daarom gepleit voor een verevening tussen gemeenten, een verdeling. De Kinderombudsman pleitte daarvoor ook. Er zijn regionale contacten, maar tot nu toe staan regiogemeenten niet te springen als hij ze vraagt gezinnen van Amsterdam over te nemen. Het lid ASLAMI wijst op de beweging dat alle gemeenten veel meer toe bewegen naar 30% sociale huurwoningen en roept de wethouder op om standvastig te blijven strijden, omdat het probleem een gezamenlijke oplossing vraagt. Wellicht ligt er nog een rol bij de MRA en ook de provincie om het probleem op te pakken. Wethouder GROOT WASSINK is zelfs voor 40% sociale huurwoningen, maar stelt dat zo’n gesprek binnen de MRA best moeilijk is, omdat gemeenten niet zoveel zin hebben om gezinnen van Amsterdam over te nemen.

De inzet van de Kinderombudsman en verschillende raadsleden helpt om het grote ontwrichtende maatschappelijke probleem verder te agenderen, waarmee hij alleen maar blij is. De motie-Grinwis is in dezen nog wel belangrijker dan de motie over uitzettingen, omdat voor het eerst heel concreet over het onderwerp doorgesproken moet worden, wat samenhangt met de omgang met het woningtekort en het op een andere manier kijken naar leegheid.

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

De boosheid van het lid Krom over de leegstaande hotelkamers deelt hij volledig. Daarvoor is wel een rijksoverheid nodig die wat doet. Voordat er een nieuw kabinet is, is men een stuk verder. In dit verband hoopt hij op de tomeloze inzet van de leden Moorman en Abdi op dit onderwerp. Het lid ABDI ziet uit de ETHOS-tellingen in andere gemeenten dat veel meer vrouwen en kinderen dakloos zijn en het systeem veel minder aansluit op de realiteit van zorg, kleine groepen, verslaafden en psychiatrie. Gevraagd wordt welke dingen de wethouder meer gaat doen op basis van de ETHOS—telling en wat dat betekent voor de aanpak van dakloosheid. Wethouder GROOT WASSINK is nog niet bezig met de ETHOS-telling en neemt aan dat de groepen die het lid Abdi aangeeft ook voor de regio gelden. Vrouwen en jonge gezinnen zullen meer in beeld komen. Hij verwees nadrukkelijk naar de raadsbrief van 16 mei jl., die ging over het eigen gemeentelijke onderzoek, waarmee het college aan de slag is gegaan. Hij verwacht dat ETHOS hem zal dwingen om het hele opvanglandschap opnieuw tegen het licht te houden en naar alle modaliteiten te kijken. Het gaat dan zowel over opvang, begeleiding als uitstroom. ETHOS zou heel goed tot een reset kunnen leiden.

Elke onderhandelende partij voor een volgende coalitie in de gemeenteraad zou hij zeer aanbevelen om een heel groot bedrag vrij te maken voor de aanpak van daklozen, bovenop het al beschikbare geld. 35 miljoen euro is namelijk niet genoeg. ETHOS zal zijns inziens tot pijnlijke keuzes leiden. Plekken voor economisch daklozen zijn uitgebreid. De zoektocht naar aanleiding van de ETHOS-telling gaat om het doen van de beste dingen voor de beperkte middelen die er zijn. Er is op basis van eerdere signalen ondertussen in de winterperiode een opvang voor gezinnen gerealiseerd. De afgelopen winter is er een WKR (Winterkouderegeling) voor gezinnen opgezet, waarvoor 36 gezinnen zich hebben aangemeld, waarvan er 29 in een hotel zijn geplaatst. Er is dus al van alles gedaan, hetgeen hij ziet als een doorontwikkeling en een mogelijke outline van de verdere verbetering van de aanpak van dakloosheid, op basis van betere data van bijvoorbeeld ETHOS. Het lid ABDI is heel erg blij met het antwoord, dat vooruitloopt op de ETHOS-telling. Een groot deel van de inzet gaat juist om het voorkomen van dakloosheid. Elke keer als een gezin in beeld komt zou dat een onafhankelijke cliëntondersteuner moeten krijgen aangewezen, iemand die zegt dat gezin of kind niet los te laten, totdat iemand anders dat oppakt. Het lid vraagt hoe de wethouder daarnaar kijkt.

Wethouder GROOT WASSINK gaat zijn collega in Almere daarover bevragen en vindt één persoon cruciaal die in de hele keten meeloopt. Dat is misschien wel een van de belangrijkste aanbevelingen. De verbetering heeft ook te maken met de soms versnipperde samenwerking in het gemeentelijke landschap. Cliëntenvertegenwoordigers zal hij altijd erbij betrekken, maar hij kan niet garanderen dat het altijd een onafhankelijk iemand is. Belangrijker is de regie in één hand te hebben en dat heel goed te doen. Wat betreft vroegsignalering verwijst hij nogmaals naar de raadsinformatiebrief van 16 mei. Niet alles is overigens vroeg te signaleren, omdat lang niet iedereen zich vroeg meldt. Mensen kunnen zich namelijk ook pas melden als het echt mis is. Waar het kan zal het college zich daarop zeker inzetten. Een netwerkcheck is nog niet concreet uitgewerkt, maar gaat het college zeker meenemen in de oplossingsrichting van een integrale ketenaanpak. Het lid VAN DER VEEN denkt bij een rode knop aan bijvoorbeeld jongeren met schulden of een wietplantage in een woning. Dan kan bij de gemeente een knop ingedrukt worden als er kinderen aanwezig zijn in de woning, waardoor er iets gebeurt. Wethouder GROOT WASSINK laat weten dat zijn collega Pels morgen spreekt met de woningcorporaties.

Hij kan niet helemaal uitsluiten onvoldoende zicht te hebben op sommige huisuitzettingen op basis van andere gronden, hoewel er daarover wel afspraken zijn gemaakt. Die rode knop deelt hij. De genoemde zaken moet de gemeente direct weten. Bij de begroting is voldoende geld gebudgetteerd om de huidige aanpak tot en met 2027 te continueren. Vanaf 2027 is er een behoorlijke structurele reeks met voldoende financieringsbronnen vanuit het Rijk en de pilot EU-arbeidsmigranten. Onderhandelaars voor een coalitieakkoord drukt hij op het hart dat er heel veel geld bij moet komen. Wat de gemeente

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

doet zal men namelijk moeten herzien op basis van o.a. de ETHOS-telling en andere belangenafwegingen. De problemen van gezinnen zijn door o.a. het raadswerk scherper op de agenda gekomen, wat leidt tot een mogelijke herprioritering. De ervaringen van het lid Kabamba uit het buitenland ontvangt hij graag, omdat hij die niet kent. Het lid ABDI hoort verhalen dat mensen uit bepaalde doelgroepen te snel van fraude en illegale onderhuur worden beschuldigd. Daarnaar wil het lid in gesprekken met corporaties laten kijken. Ook wil het lid corporaties onderzoek laten doen naar casussen die niet bij de rechtbank komen. Wethouder GROOT WASSINK komt op dat laatste punt zeker terug. Illegale onderhuur noemt hij een grote puzzel. Hij vindt dat onderhuur bestreden moet worden, waarvan de soms heel vervelende consequentie is dat buitengewoon kwetsbare mensen op straat komen te staan. Uit dat dilemma kan hij niet komen, omdat het best ingewikkeld is dat bij zo’n enorme woningnood mensen echt worden uitgebuit. Bij illegale onderhuur, zeker waar sprake is van uitbuiting, vindt hij bestrijden nodig. Als men de dader aanpakt, weet hij niet waar men met het slachtoffer van de onderhuurder naartoe moet. Formeel is het fraude. Het lid ABDI is het met de wethouder eens, maar wil niet heel hard ingrijpen, als er ook gezinnen en kinderen bij betrokken zijn.

Die belangen wil het lid veel serieuzer laten meewegen. Wethouder GROOT WASSINK wil dit onderwerp met zijn collega Pels beter bespreken voor dat op de tafel van corporaties te leggen. Het lid KROM wil bij huisuitzettingen breder laten kijken dan alleen naar de woningcorporaties en laten uitzoeken over hoeveel mensen het gaat en daarmee naar de raad terug laten komen. Het lid vraagt verder of de wethouder de adviezen van de Kinderombudsman integraal overneemt. Kinderen van Chavez-gezinnen zijn Nederlands en zouden dus dezelfde rechten als Nederlandse kinderen moeten hebben. Bij actief met leegstand aan de slag gaan zou men elke eigenaar van een leegstand pand daartoe kunnen bellen. Misschien willen ondernemers wel meewerken, maar dan moet de wethouder wel actie ondernemen. De rechten van kinderen zijn volgens de Partij voor de Dieren het uitgangspunt. Wethouder GROOT WASSINK is het met dat laatste punt eens. Aan het realiseren dat individuen hun recht kunnen uitoefenen zitten echter ook beperkingen. In de context waarin hij zich begeeft betekent het dat die ten koste van iets anders gaan. Amsterdam kent niet zoveel leegstand. In een pilot met zijn voormalige collega Van Dantzig werd naar eigenaren van leegstaande panden gegaan om nachtgebruik mogelijk te maken. Uiteindelijke leverde die actie heel weinig op.

Chavez-kinderen zijn Nederlandse burgers, maar de vraag blijft wie huisvesting betaalt. De Rijksoverheid doet daarvoor niets, wat soms ten koste van anderen gaat. Huisuitzettingen wil hij goed met zijn collega Pels uitzoeken en hij komt daarop bij de commissie terug. De VOORZITTER constateert dat het onderwerp voldoende is besproken. Het rapport en de bestuurlijke reactie worden toegevoegd aan het bespreken van de kinderrechtentoets in de Versterkte aanpak dakloosheid in de gemeenteraadsvergadering van 8 en 9 oktober 2025. Democratisering (inclusief bestuurlijk stelsel) 4. Vaststellen van de Verordening tot wijziging van de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 De VOORZITTER leidt in dat het huidige bestuurlijke stelsel het afgelopen jaar is geevalueerd, welke evaluatie tot een aantal voorgenomen aanpassingen in de huidige

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied leidt. Hierbij is ook de stadsdelen om advies gevraagd. De commissie heeft op 25 oktober jl. met de stadsdeelcommissies een werksessie gehad. De commissie AZ is uitgenodigd bij de bespreking. Namens het presidium is de heer Minderhoud aanwezig om te reageren op zaken die gaan over de bevoegdheden van de gemeenteraad inzake de verordening. Het lid BELKASMI gaf eerder van de stadsdeelcommissies gehoorde uitgangspunten mee over traceerbaarheid en het terugkoppelen van adviezen van de stadsdeelcommissies, maar ook over meer inzicht in de financiën. De PvdA is blij dat het college deze punten oppakt. In de nota van beantwoording staat op ieder advies een terugkoppeling, waarmee de fractie ook heel blij is. Het is goed dat de verschillende onderdelen in de conceptverordening zijn verwerkt. Er heeft een goede sessie met de stadsdeelcommissieleden over de samenwerking met de raad plaatsgevonden. Stadsdeelcommissieleden kunnen de raad advies geven, maar de raad kan hen formeel gezien nog niet om advies vragen. Daarom stelt het lid voor in de verordening op te nemen dat de raad een adviesaanvraag bij de stadsdeelcommissie kan indienen.

In een volgende collegeperiode vindt de PvdA het belangrijk om te verkennen welke andere stelselvormen mogelijk zijn en wat de voor- en nadelen daarvan zijn, zoals de alternatieven in de discussienota van het lid Staartjes. De conclusie kan dan ook zijn dat het huidige stelsel wordt behouden. Het lid vraagt of de wethouder alvast wat voorwerk voor de volgende raad wil doen als het gaat om de inhoud en alternatieven van het stelsel en op welke manier het proces is in te richten. De PvdA is benieuwd of de fractievertegenwoordigers van stadsdeelcommissies alleen benoemd kunnen worden als ze op de kieslijst hebben gestaan. Het lid STAARTJES hoort het lid Belkasmi goede voorstellen doen en wil weten hoe dat lid aankijkt tegen de verantwoordelijkheid van de raad op dit moment om het formele samenspel tussen de stadsdeelcommissies en de gemeenteraad nog verder te verbeteren. Het lid BELKASMI vindt dat een taak die allen zouden moeten uitvoeren, waaronder het voorstel over de adviesaanvraag door de raad. Het lid SCHMIT spreekt waardering uit voor het werk van de stadsdeelcommissies, die zich afvragen wat er met hun adviezen gebeurt. Daarom doet het lid de oproep om te bezien of opvolging van de stadsdeeladviezen binnen de raad transparanter terug te koppelen is. D66 vindt nog beter te kunnen samenwerken met de stadsdeelcommissies.

Afgesproken is om een werkgroep te organiseren om te kijken hoe het inspreken in vergaderingen van de commissie SED en de terugkoppeling te verbeteren zijn. Eenmaal per jaar zouden stadsdeelcommissieleden en raadsleden bij elkaar moeten komen, zodat een gesprek over hoe de samenwerking gaat wordt gestructureerd. De stadsdeelcommissies zouden dan een jaarverslag kunnen presenteren. Het lid BROERSEN wijst erop dat de met het maken van een jaarverslag gepaard gaande werkdruk dan weer kan stijgen. Het lid SCHMIT deelt die zorg, maar wil dat overleg dan ook maar eenmaal per jaar laten plaatsvinden. Ook stadsdeelcommissieleden vinden het een goed idee. Het lid STAARTJES meent dat dat jaargesprek ook al in de raadsvoordracht is vermeld en vraagt of D66 daaraan nog iets extra’s wil toevoegen. Het lid SCHMIT wil daaraan nog toevoegen dat het jaargesprek eenmaal per jaar zal plaatsvinden. Het lid BELKASMI vindt een jaargesprek prima, maar wil de stadsdeelcommissieleden geen jaarverslag laten maken, ook omdat zij geen verantwoording hoeven af te leggen aan de gemeenteraad. Het gaat juist om samenwerking tussen de raad en de stadsdeelcommissies. Het lid SCHMIT is blij met de doorontwikkeling op het gebied van financiën, waardoor de stadsdelen nu beter inzicht hebben in de financiën.

Wellicht ziet de wethouder nog meer mogelijkheden om door te ontwikkelen, bijvoorbeeld inzicht geven in hoe gedelegeerde budgetten in elkaar zitten.

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

Stadsdeelcommissie West gaf aan te willen praten over het ontwerp van de stadsdeelpanels en over het geven van meer ruimte om op wijkniveau specifieke problemen te kunnen bespreken. Het lid wil weten hoe de wethouder daarnaar kijkt. In Nieuw-West is de Jongerenadviescommissie ingesteld en wellicht kan dat in meer stadsdelen gebeuren. Ziet de wethouder dat ook als een aanvulling op het huidige stelsel? Tot slot oppert D66 de gedachte om een ondernemersloket in de stadsdelen te hebben, zodat ondernemers veel makkelijker terecht kunnen bij lokale bestuurders. Het lid YEMANE vond de sessie met stadsdeelcommissieleden heel goed en spreekt diens waardering voor de organisatoren daarvoor uit. GroenLinks onderschrijft veel van de conclusies uit het evaluatierapport. Het lid vraagt of stadsdelen een toelichting in vergaderingen kunnen geven op hun advies. Voor de raad is het niet altijd even duidelijk hoeveel werk er voorafgaand aan een advies heeft plaatsgevonden. Wellicht is het mogelijk om dat wel aan te geven. GroenLinks is blij met de initiatieven en ontwikkelingen betreffende verbeteringen in de informatievoorziening in het stelsel en de verschillende mogelijkheden daarin. Verschillende initiatieven in de stadsdelen doen het al heel goed. Het lid vraagt om die alvast te bundelen en die als inspiratie voor andere stadsdelen te gebruiken.

De trajecten over participatie, advies inwinnen bij de stadsdeelcommissieleden en raadsbespreking lopen nu een beetje door elkaar heen. De juiste volgorde zou wellicht zijn eerst participatie met Amsterdammers te laten plaatsvinden, vervolgens bespreking door de stadsdeelcommissie en daarna bespreken van het advies van de stadsdeelcommissie door de raadscommissie. Die structuur zou GroenLinks willen borgen. Het lid vraagt vervolgens wat het praktisch betekent dat er geen ruimte is voor groei van het aantal stadsdeelcommissieleden. Tot slot vraagt GroenLinks zich af hoe het is gesteld met de ruimte voor ondersteuning teneinde als stadsdeelcommissielid goed te kunnen meedoen en hoe het stelsel nog inclusiever en toegankelijker in te richten is. Het lid STAARTJES begrijpt dat het college slechts beperkte aanpassingen voorstelt, omdat het samenspel tussen het college en het dagelijks bestuur prima functioneert. De focus ligt voor de VVD op de stadsdeelcommissie, waarover een fundamenteel debat gevoerd zou moeten worden, dat in de volgende bestuursperiode zou moeten plaatsvinden. Het stelsel is uiteindelijk gemaakt voor de Amsterdammer, die er echter volgens de evaluaties niets meer van begrijpt. Ook raads— en commissieleden weten vaak niet waaraan ze toe zijn. Het voorliggende voorstel tracht het stelsel beter uit te leggen en simpeler te maken.

Dat onderdeel vindt het lid prima, maar het wil wel een stap dieper gaan. De stad worstelt al vele decennia met het binnengemeentelijke bestuur. Een voormalig GroenLinks-raadslid omschreef in 2017 het eerste concept van de stadsdeelcommissies als een aangeschoten dier dat uit zijn lijden moet worden verlost. Een wethouder spreekt nu van een succes, en dat met een interactieve flexibele veranderaanpak alleen nog de puntjes op de ‘i’ gezet hoeven te worden. De fundamentele vraag is of er in acht jaar veel is veranderd en het antwoord daarop is volgens de VVD ontkennend. Er is nog steeds sprake van dezelfde problemen. Stadsdeelcommissieleden voelen zich niet serieus genomen. Hun adviezen hebben nauwelijks herleidbare impact. Formele bevoegdheden zijn er niet. Het is de verantwoordelijkheid van de raad om dat probleem op te lossen. Hoe ver kan en wil de raad gaan bij het verbeteren van het samenspel? Het presidium gaf eerder aan dat de raad lijdt onder hoge werkdruk, waardoor een hulpstructuur logisch is. Een samenspel met de stadsdeelcommissies kost ook tijd. Het risico is dus extra werk voor de raad en het presidium wordt gevraagd hoeveel tijd het samenspel kan kosten en in hoeverre er daarvoor ruimte is. De VVD was altijd kritisch over de noodzaak van de stadsdeelcommissies, maar heeft zich geschikt in het resultaat en neemt haar rol serieus.

Zij zal ook nu weer massaal meedoen met de komende verkiezingen. Het uitgangspunt blijft dan het goed of niet te doen. Het goed functioneren van de stadsdeelcommissies betekent voor de VVD: het formele samenspel tussen stadsdeelcommissies en de raad zo in te richten met structurele wederzijdse informatievoorziening dat het kraakhelder is wat de

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

raad van de stadsdeelcommissies nodig heeft; de suggestie van het lid Belkasmi kan daarbij zeker helpen; de stadsdeelcommissies in een vroeg stadium bij beleidsontwikkelingen op stadsdeelniveau te betrekken, opdat in de uitwerking de scherpste keuzen worden gemaakt; dat betekent dat het dagelijks bestuur de stadsdeelcommissies in een heel vroeg stadium zou moeten betrekken bij de dilemma’s die daar spelen; de raad en de stadsdeelcommissies samen laten optrekken bij de grote opgaven van de stad, zoals bij de conferentie over de sociale basis in deze bestuursperiode is gedaan. Deze ideeën zijn niet nieuw, staan in de evaluatie en de visie van de stadsdeelcommissies zelf, maar in de praktijk gebeuren ze niet. Vorige week zei de wethouder bijvoorbeeld tegen de commissie SO dat de stadsdeelcommissie al vroeg zou mogen meedenken over het gebiedsgerichte omgevingsprogramma. De aanwezige stadsdeelcommissieleden waren verbijsterd, omdat ze van niets wisten. De wethouder maakte vervolgens excuses en moest erkennen dat die eigenlijk het dagelijks bestuur bedoelde. De stadsdeelcommissie mocht pas na vaststelling via een adviesroute reageren, precies die route waarvan evaluaties keer op keer laten zien dat die niet goed werkt.

Het lid doet de volgende concrete voorstellen: - artikel 36 van de verordening aanscherpen, zodat stadsdeelcommissieleden adviezen direct naar de gemeenteraad kunnen sturen zonder verplichte tussenkomst van het dagelijks bestuur: - gezamenlijke periodieke conferenties organiseren van raad, college en stadsdeelcommissies, wat aansluit bij de suggestie van het lid Schmit; het gaat om structurele bijeenkomsten over de grote opgaven in de stad en hoe daarover kan worden samengewerkt; - duidelijkheid geven over de mandaatpositie van de stadsdeelcommissies; zolang die tussen wal en schip hangen behoudt men een stelsel dat energie kost, maar weinig oplevert. Vervolgens is het de formele vraag of men misschien naar een heel andere structuur toe moet. Wethouder GROOT WASSINK zou eigenlijk moeten zeggen dat de raad zelf de gestelde vragen moet beantwoorden, omdat het gaat om een samenspel tussen de raad en de stadsdeelcommissies. Het amendement vindt hij best interessant en een goede suggestie. Er ontstaat dan een nieuw raadsinstrument en de raad moet afwegen of dat verstandig is. Voor een grote stelselwijziging is het nu wat te laat, maar zijn meegekregen opdracht was nadenken over doorontwikkeling. Het lid Staartjes selecteerde selectief, hoewel hij de passage over het aangeschoten dier prachtig vindt.

Een aangeschoten dier gaat in het algemeen vrij snel dood, maar het bestuurlijke stelsel is per definitie een levend dier, tenzij men er helemaal mee stopt, iets waarvan de VVD overigens altijd voorstander was. Dat is echter niet gebeurd, zodat men moet kijken hoe verbetering mogelijk is. Hij is van mening dat er de afgelopen jaren absoluut sprake was van verbeteringen. Men kan echter wel nadenken over het kunnen vragen van advies aan een stadsdeelcommissie. Ambtelijk medewerkers hebben hard gewerkt aan het voorstel en de beantwoording, maar een overzicht maken van elke andere mogelijke vorm vindt hij ingewikkeld, ook omdat hij dat iets van de nieuwe raad vindt, die daarover zou moeten doorpraten. Het bestuurlijke stelsel is namelijk niet perfect en zal dat ook nooit worden, maar is wat hem betreft wel een stuk beter dan het was. Een heleboel wetten zitten in de weg van het bestuurlijke stelsel. Men is buitengewoon beperkt door de virulente Amsterdamhaat van het toenmalige kabinet. Wat betreft fractievertegenwoordigers vereist het voorgestelde artikel in de verordening alleen dat een fractievertegenwoordiger iemand uit hetzelfde stadsgebied is. Daarvoor is dus ruimte. Het lid Staartjes begon diens betoog genuanceerd, maar stelde later dat de Amsterdammer niets meer van het bestuurlijke stelsel begrijpt. Dat lid en hijzelf zijn ook Amsterdammers en doen dat echter wel.

Het lid STAARTJES ziet in de evaluatie dat politici het stelsel ook niet begrijpen. Professionele gebruikers zitten vaak met de handen in het haar, omdat ze zich afvragen hoe het

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

stelsel precies werkt. Het lid schrijft daarover veel vanwege de vele onduidelijkheid. Met Amsterdammers bedoelt het lid ook de Amsterdamse politici. Wethouder GROOT WASSINK heeft een hekel aan het benoemen van ‘dé’ Amsterdammer, omdat die niet bestaat. Waarom het gaat is dat er een systeem is, waarin men ziet dat het samenspel tussen het college en het dagelijks bestuur best goed functioneert. Er is een relationeel stelsel gemaakt, waarbij er in de relatie tussen de gemeenteraad en de stadsdeelraad nog dingen mis zijn. Die zijn dan ook een verantwoordelijkheid van de gemeenteraad zelf. Daarin zit hem de beperking van het stelsel. De opmerking over artikel 36 en de werking daarvan begrijpt hij, maar ook dat zou men aan een nieuw college moeten overlaten, omdat aanpassing nu ingewikkeld is. Hij is het er echter mee eens dat men moet nadenken over de fundamentelere vragen hoe men dit binnen de context van beperkende wetgeving optimaal kan doen. Er is al uitvoerig gesproken over wat men in delegatie en mandaat over kan dragen, wat buitengewoon beperkt is. Hij vindt echter wel daarnaar verder te zoeken, zoals ook de financiële zaken de afgelopen jaren veel beter in beeld zijn gebracht.

Het lid YEMANE is het niet helemaal eens met de opmerking dat de Amsterdammer niets van het stelsel begrijpt, maar ziet wel dat de evaluatie is uitgevoerd zonder dat bewoners en bewonersorganisaties daarin zijn meegenomen. Misschien kan dat een volgende keer wel gebeuren, zodat er ook een onderzoek is of Amsterdammers het stelsel al dan niet hebben begrepen. Wethouder GROOT WASSINK reageert daarop dat ook ‘dé’ bewoner niet bestaat en dat er wel met bewonersorganisaties is gepraat. Bewoners zijn in focusgroepen meegenomen. Hijzelf en raadsleden zijn overigens ook bewoners. Het meer meenemen van bewoners had misschien wel gekund en dat is een mooie aanbeveling voor de gemeenteraad. Het lid Schmit had het over het huidige stelsel doorontwikkelen, de transparantie van de opvolging van adviezen en inspreken en dat gaat volgens hem weer heel erg over de relatie tussen de stadsdeelcommissie en de gemeenteraad. De gedane suggesties vindt hij goed, maar hij gaat er niet over. De jongerenadviescommissie was hartstikke goed, evenals de stadsdeelpanels, die ook zijn geëvalueerd. Hij was eigenlijk niet zo voor een jongerenadviescommissie, omdat hij liever per stadsdeel een stadsdeelpanel wilde hebben, maar hij is daarmee schoorvoetend toch akkoord gegaan. Jongerenpanels zijn hartstikke leuk, maar de vraag is waar het ophoudt.

Men zou moeten oppassen voor elke groep iets nieuws op te tuigen. Ondernemers kunnen bij de gebiedsmakelaar en op andere plekken terecht. Men kan namelijk niet iedereen altijd maar bij de hand nemen, daarvoor is in het bestuurlijke stelsel niet altijd een aanleiding. Het lid SCHMIT vindt dat jammer, omdat de wethouder gaat over participatie en inspreken. Van jongeren is de participatie in sommige stadsdelen laag, terwijl er in Nieuw-West een fantastisch voorbeeld van een jongerenadviescommissie is, met 80% jongeren die normaal gesproken niet participeren. De reactie van de wethouder stelt het lid een beetje teleur. Wethouder GROOT WASSINK meent dat het lid Schmit dan niet goed naar hem heeft geluisterd, omdat hij de pilot in Noord juist hartstikke goed vond. Ook andere stadsdelen hebben een jongerenpanel. Als men één groep erbij zou willen betrekken zijn het jongeren. Tegelijkertijd noemt hij de evaluatie van de stadsdeelpanels ook heel positief, zodat duizend participatie-instrumenten kunnen bloeien. Het lid SCHMIT deed het concrete voorstel of het een goed idee is om naar een ondernemersloket te kijken. Wethouder GROOT WASSINK reageert dat er al een gebiedsmakelaar en ondernemersloketten zijn. In een apart ondernemersloket ziet hij geen meerwaarde. Hij stelt voor dat het lid Schmit diens idee nog eens met de wethouder EZ bespreekt.

Hij vindt niet dat men een ondernemersloket binnen het bestuurlijke stelsel moet verankeren, maar wel zou men kunnen zeggen een ondernemersloket per stadsdeel te willen. De vragen van het lid Yemane gingen o.a. over communicatie en of er al dan niet een betere uitwisseling zou kunnen plaatsvinden. Dat zou heel goed zijn. Het bij een advies aangeven hoe er is geparticipeerd vindt hij een beetje ingewikkeld. Bij sommige adviezen is dat namelijk niet per se het meest relevant. Daarom zoekt hij hoe daaraan gewicht of zwaarte toe te kennen is. Ook daarover gaat de gemeenteraad.

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

Het borgen van participatie noemt hij slim. Dat probeert het college volgens hem ook vaak, maar soms zijn er kwesties waarover het college snel een advies wil, waardoor de doorlooptijd heel beperkt is. In algemene zin probeert het college participatie netjes te doen. Het formele proces met inspraak voor een stadsdeelcommissieadvies is als volgt: - voorgenomen collegebesluit en participatie; - uitkomst participatie; - nota van beantwoording met aangepast en voorgenomen besluit naar het college; - de gang maken naar het stadsdeel en het vragen van een stedelijke adviesaanvraag; - uitkomst stedelijke adviesaanvraag; - definitief besluit met een aanvullende nota van beantwoording naar het college; - vervolgens de gang naar de commissie en de raad. Er kunnen situaties met grotere haast zijn. Meerdere leden hebben iets gezegd over de transparantie over het terugkoppelen van adviezen, die in het algemeen in een nota van beantwoording plaatsvindt. Verdere transparantie is hartstikke goed. Ten aanzien van het aantal stadsdeelcommissieleden heeft het college gezegd geen aanleiding voor uitbreiding te zien. Hij weet niet of toekomstige raden en colleges dat vrij staat, maar het college ziet daartoe geen aanleiding. Er is een vaste systematiek, die men kan veranderen, bijvoorbeeld dat een stadsdeel meer stadsdeelcommissieleden telt dan andere.

Ook hierover gaat de toekomstige gemeenteraad. Inclusiviteit is een belangrijk punt en stadsdeelcommissieleden hebben daarin een grote rol, omdat zij de ogen en oren zijn. Voor iedereen is eigenlijk een grote rol weggelegd, om te zorgen dat inclusiviteit en toegankelijkheid van het bestuurlijke stelsel verbeteren. De VOORZITTER geeft het presidium gelegenheid om vragen te beantwoorden. De heer MINDERHOUD, vertegenwoordiger van het presidium, beantwoordt eerst de vragen over de terugkoppeling van de stadsdeeladviezen en het betrekken van stadsdeelcommissieleden bij commissievergaderingen. Voor nu neemt het college de stadsdeeladviezen mee in de nota van beantwoording. Verder gaan het commissieverslag en raadsverslag in op de inhoud van het agendapunt, ook in hoeverre bepaalde adviezen zijn meegenomen in bijvoorbeeld de bijdragen van commissie- en raadsleden. Het lid Yemane vroeg of stadsdeelcommissieleden hun adviezen kunnen toelichten in commissievergaderingen. Dat is al het geval bij ongevraagde adviezen. Een stadsdeelcommissie kan dan een lid delegeren om het ongevraagde advies drie minuten toe te lichten tijdens een commissievergadering. Bij gevraagde adviezen loopt dat via het dagelijks bestuur. Gevraagde adviezen worden meegenomen in finale adviezen van het dagelijks bestuur van het betreffende stadsdeel.

De dagelijks bestuurder mag vervolgens het hele advies komen toelichten aan de commissie op het betreffende agendapunt. Vervolgens gaat hij in op de vraag over nog meer transparantie of terugkoppeling naar stadsdeelcommissieleden over de ongevraagde of gevraagde adviezen. Het presidium heeft nog geen manier gevonden om die zo concreet mogelijk in te voeren. Momenteel kunnen gevraagde adviezen heel erg op elkaar lijken. Raads- en commissieleden kunnen bepaalde elementen van adviezen overnemen in hun eigen bijdragen, moties of toezeggingen. Het is dan onbegonnen werk om op elk van die adviezen een specifieke terugkoppeling te geven van wat daarmee gedaan wordt. Daarom blijft de terugkoppeling op adviezen beperkt tot de nota van beantwoording, maar het presidium staat open voor concrete voorstellen. Het lid STAARTJES vraagt hoe het presidium staat tegenover een actief uitnodigingsbeleid voor stadsdeelcommissies waarvan het advies besproken wordt. De heer MINDERHOUD antwoordt dat stadsdeelcommissies al worden uitgenodigd bij behandeling van ongevraagde adviezen. Het lid STAARTJES gaat het om actief uitnodigen als de raad een onderwerp bespreekt dat de stadsdelen aangaat. Het betreft zowel gevraagde als ongevraagde adviezen.

De heer MINDERHOUD vindt dat voor nu iets te ambigue, omdat daar niet concreet uit naar voren komt wanneer een stadsdeelcommissielid wordt uitgenodigd om bij te dragen aan een commissievergadering, hoeveel spreektijd dat krijgt of wie dan wordt voorgedragen.

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

Op dit moment wordt een dagelijks bestuurder uitgenodigd om op een gevraagd advies een toelichting te geven. Dan is in principe de vertegenwoordiging dubbel om een advies toe te lichten, wat hem overbodig lijkt. Het lid Belkasmi stelde voor dat de raad advies vraagt aan stadsdeelcommissies en het presidium is daarover positief. Dat is een mooie aanvulling op het samenspel tussen de gemeenteraad en de stadsdeelcommissies. Dat kan nu nog niet en het zou hartstikke mooi zijn om dat wel te doen, zodat belangrijke onderwerpen voor de raad gericht uit te vragen zijn aan stadsdeelcommissies. Daardoor kunnen stadsdeelcommissies zich nog beter gehoord voelen. Raadsleden worden dan ondersteund, doordat ze weten wat er in de stadsdeelcommissies speelt. Het presidium ziet dus uit naar een voorstel hierover. Het lid Staartjes en anderen vroegen hoeveel tijd het samenspel tussen raad en de stadsdeelcommissies precies mag kosten. Het presidium hinkt hierover een beetje op twee gedachten, wat o.a. voortkomt uit de opmerking van het lid Broersen in de sessie over de praktische bezwaren van het bevorderen van het samenspel en de breed gedeelde wens om dat samenspel in theorie te bevorderen. In de afgelopen vier jaar zijn al verschillende werkconferenties en werkbezoeken georganiseerd, die niet altijd even goed bezocht werden. Tegelijkertijd is er wel de wens om meer verbinding.

Veel raadsleden hebben te maken met een hoge tijdsdruk. Het is dan lastig om meer gremia te organiseren om verbinding te versterken. Dat is de afgelopen vier jaar al gebeurd en gebleken is dat er daarvoor niet altijd evenveel animo is. Als er concrete voorstellen zijn hoe dat wel zou kunnen met een minimale vraag van raadsleden en stadsdeelcommissieleden, dan staat het presidium daarvoor open. Momenteel ziet het presidium nog geen manier om dat samenspel te versterken op een wijze die voor iedereen haalbaar is. Het lid SCHMIT vraagt de wethouder om te reageren op het ingekomen stuk van stadsdeelcommissie West. Wethouder GROOT WASSINK reageert dat dat heel mooie aanbevelingen bevat. Stadsdeelpanels zijn voor hem een heel mooie aanvulling op het bestuurlijke stelsel. De toekomstige gemeenteraad zou dat advies moeten opvolgen. Het lid YEMANE raadt aan een samenvatting van het besprokene over dit agendapunt met andere commissies te delen, zodat niet alleen de woordvoerders democratie zich dat realiseren. Wethouder GROOT WASSINK suggereert dat de woordvoerders bestuurlijk stelsel met hun mederaadsleden nog het gesprek erover voeren, gezien de raadsbehandeling. Het lijkt hem goed dat iedereen zich er bewust van is dat de raad besluitvorming hierover pleegt. Het lid YEMANE adviseert bij een volgende bespreking van het bestuurlijke stelsel iedereen daarvoor uit te nodigen.

Wethouder GROOT WASSINK reageert daarop dat hij niet over de raadsagenda gaat. De heer MINDERHOUD zegt dat wel te kunnen overwegen. Alle partijen zijn in de commissie SED vertegenwoordigd en hij gaat er van uit dat zij met hun fractieleden spreken over het onderwerp. Ook wordt dat door de raad besproken, zodat men kan zeggen dat iedereen er al bij is. Het is lastig hieraan invulling te geven. Het lid BELKASMI wijst erop dat raadsleden een enquête kregen toegestuurd om input te leveren, die onderdeel was van de evaluatie van het bestuurlijke stelsel. Daarom vraagt het lid in hoeverre nog een aanvulling nodig is om alle raadsleden mee te nemen, terwijl ze al de mogelijkheid hebben gekregen om er iets van te vinden. De VOORZITTER concludeert dat het agendapunt voldoende is besproken voor de raadsvergadering van 8 oktober en concludeert dat een korte bespreking daarin wordt voorgestaan. Sociale Zaken 5. Vaststellen wijziging van de Verordening van de Adviesraad Participatiewet Amsterdam

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

De VOORZITTER stelt vast dat over het voorstel bij hamerslag kan worden besloten. 6. Bespreken van de afdoening toezeggingen over het Meldpunt Bijstandsfraude Amsterdam en optimalisatie van het bijstandsaanvraagproces. De VOORZITTER deelt mee dat het onderwerp is geagendeerd op verzoek van het lid Bentoumya. Eerste termijn Het lid BENTOUMYA vindt het goed dat het Meldpunt Bijstandsfraude nu is gesloten en wat GroenLinks betreft mag dat ook permanent gesloten blijven, omdat zij niet wil dat het meldpunt verder bijdraagt aan stigmatisering van mensen in de bijstand. GroenLinks vindt het ook heel kwalijk dat er een kliklijn bestaat, waarbij buren elkaar kunnen verklikken. De brief vermeldt dat het meldpunt per juli 2025 in principe twaalf maanden is gesloten en dat er de komende periode thematisch toezicht in de vorm van steekproefonderzoek op lopende bijstandsuitkeringen plaatsvindt. Het lid is benieuwd naar de precieze totstandkoming hiervan en hoe de raad daarin wordt meegenomen. Goed om te lezen is dat een aantal kenmerken niet gebruikt wordt. Verder is GroenLinks benieuwd hoe de resultaten na twaalf maanden zullen worden geduid en op basis waarvan wordt besloten om het meldpunt gesloten te houden. Wellicht zijn er volgens het college ook andere te maken keuzes.

GroenLinks is heel blij te lezen dat op verschillende manieren wordt gewerkt aan het tegengaan van bias, waaronder het vierogenprincipe. Het lid is benieuwd hoe ambtenaren binnen de afdeling meer stelselmatig worden opgeleid in het herkennen van bias en vervolgens het tegengaan ervan. Het lid NAMANE is ook blij met het in elk geval voor nu sluiten van het meldpunt. Soms is controle nodig, maar de PvdA vindt dat men vooral het uitgangspunt vertrouwen moet meenemen. Belangrijk bij controle is het voorkomen van uitkeringsschulden van mensen, die niet doorhebben dat ze iets hadden moeten melden of dat ze te veel van de gemeente hebben ontvangen. Controle zal plaatsvinden op basis van bepaalde indicatoren en de PvdA vraagt waarom is gekozen om bepaalde mensen, zoals kamerbewoners, vaker te controleren. Objectief maken van indicatoren is moeilijk, maar is wel belangrijk om de schijn van vooroordelen te voorkomen. Extra zal controle plaatsvinden bij mensen met de verwachting dat ze makkelijk aan het werk kunnen komen, maar toch langer dan een jaar een bijstandsuitkering hebben. Het lid wil weten of het voor hen belangrijk kan zijn om extra dienstverlening te bieden om de laatste drempel tot werk over te gaan.

Er komt een aangepaste Participatiewet aan, waarin de taaleis opnieuw een plek krijgt, terwijl bekend is dat dat geen goede maatregel is om mensen te laten meedoen en dat die onuitvoerbaar is. Onder dwang en bedreiging van kortingen van de uitkering mensen een taalcursus laten volgen zou echter niet moeten plaatsvinden. De wethouder wordt gevraagd daarop te reflecteren en hoe die van plan is om zaken uit te werken. Wethouder GROOT WASSINK heeft in dezen naar de gemeenteraad geluisterd. Met de Agenda Bestaanszekerheid is vertrouwen het uitgangspunt van handelen, wat betekent dat controle van de groep die langer dan een jaar werkloos is ook een gesprek voeren betekent en bezien of aanvullende dienstverlening nodig is. De werkwijze verandert dus niet per se. Voor de slimme check werd ook naar dit soort thema’s gekeken. Nu meldingen niet meer binnenkomen kijkt het college of er andere signalen zijn. Er komt een pilot uit het totaal van bijstandsgerechtigden waarvan geregistreerd is dat ze matchbaar zijn voor werk, maar al drie jaar een uitkering hebben. Naar die groep wordt aselect gekeken. Enerzijds wordt bezien of er daarvoor een reden is en of aanvullende dienstverlening is te bieden of dat rechtmatigheid daar anderzijds een onderwerp is.

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

Hoe het nu verder moet is een goede vraag en hij denkt dat de gemeenteraad zich daarover moet uitspreken. Er komt een evaluatierapport naar de raad toe met een voorstel hoe daarmee om te gaan. Het lid BENTOUMYA denkt dat het belangrijk is om daarvan iets te vinden en benodigde informatie naar de raad te krijgen. Wat GroenLinks betreft wordt het meldpunt opgedoekt, maar het vreest de presentatie van eenzijdige argumenten, terwijl het gevoel van (on)veiligheid moeilijk is te meten. Het lid vraagt zich daarom af welke informatie naar de raad toekomt, wat er precies wordt geëvalueerd en wanneer de evaluatie te verwachten is. Wethouder GROOT WASSINK stelt zich voor eind 2026 een evaluatie met de raad te delen. In het nieuwe jaar kan het college de raad meenemen in wat de evaluatie behelst. Die gebeurt in de context van de Agenda Bestaanszekerheid, waar vertrouwen van belang is. Op basis van het aantal meldingen, de gevolgen daarvan en de in de gemeenteraad levende gevoelens heeft hij gezegd het meldpunt een jaar op te schorten. Voor bias in de organisatie heeft het college buitengewoon veel aandacht, zeker op basis van eerdere rapporten en gesprekken. Vertrouwen is in personeelstrainingen het centrale begrip. In een taaleis ziet hij niets, een voorbeeld van symbolische repressie die geen mens verder helpt. Overigens is het belang van taal niet voldoende te onderschrijven.

Opvang (MO/BW, ongedocumenteerden en vluchtelingen) 7. Bespreken van de raadsinformatiebrief ter afdoening van de moties bij beleidskader (de Amsterdamse inzet voor vluchtelingen en ongedocumenteerden’, inclusief Vluchtelingenmotor. De VOORZITTER geeft aan dat dat het punt is geagendeerd op verzoek van het lid Yemane. Eerste termijn Het lid YEMANE zag dat de opvang van statushouders vooral in Zuidoost, Noord en Nieuw-West plaatsvindt, terwijl Oekraïense ontheemden vooral bijvoorbeeld in stadsdeel Zuid worden opgevangen, wat het lid opvalt. Gevraagd wordt of dat om een bepaalde reden is. GroenLinks schrok ervan dat de meeste Amsterdamse statushouders gebruik maken van GGZ-hulp. Specifiek Eritrese statushouders weten de weg naar de GGZ minder goed te vinden, terwijl de afgelopen jaren verschillende onderzoeken en signalen vanuit verschillende organisaties aangaven dat er juist bij deze groep hele grote zorgen zijn. Het lid vraagt of er extra inzet is om deze mensen te bereiken en of ze daarin eventueel worden begeleid. Te lezen waren mooie cijfers over statushouders, die vaak aan het werk zijn en daardoor ook minder een bijstandsuitkering hoeven aan te vragen. In de praktijk is het vaak werk beneden hun niveau. Gevraagd wordt in hoeveel gevallen dat zo is.

GroenLinks verneemt dat bij statushouders vaak sprake is van uithuisplaatsingen en informeert of de gemeente die signalen ook binnenkrijgt. Tot slot informeert het lid hoe het specifieke programma Centering Pregnancy loopt en of dat de doelgroep bereikt, en of er signalen bij de gemeente binnenkomen als het niet goed gaat. Het lid STEVENS is blij met de inzet van de wethouder op dit punt en stelt vier vragen, mede in het licht van de Haagse gang van zaken. Het kabinet gaat vooralsnog door met het intrekken van de Spreidingswet, wat van alles voor Amsterdam kan betekenen. Mogelijk krijgt de stad meer asielzoekers dan andere gemeenten als zij zich terugtrekken. Gevraagd wordt wat dat betekent voor de extra druk op de locaties, hoe de gemeente zich daarop voorbereidt en wat de wethouder vindt van het kabinetsvoorstel over het niet meer geven van voorrang aan statushouders bij woningtoewijzing. Volgens het CDA zijn gemeenten prima in staat om te bepalen of het middel wordt ingezet. Een tweede vraag gaat over de noodopvang in Amsterdam. Het schip Westerhoofd blijft langer open. Een deel kan naar een permanente locatie gaan, maar dat betekent nog

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

steeds dat de gemeente heel veel opvangplekken nodig heeft. Bovendien is noodopvang relatief duurder, zodat het lid vraagt hoe de gemeente inzet op meer permanente structurele plekken, waar de faciliteiten over het algemeen beter zijn. Ten derde spreekt het college met gelijkgezinde gemeenten in VNG-verband. Het CDA stelt het juist op prijs als het college dat doet met niet gelijkgezinde gemeenten, omdat zij zich niet aan de indruk kan onttrekken dat die worden beloond met free riders gedrag. Tot slot vraagt het lid of er over de opvanglocaties een betere verdeling tot stand kan komen. Het lid BROERSEN gaat in op de ingediende VOLT-motie over het ook in Amsterdam toepassen van het Utrechtse Plan Einstein. De kern van het plan is een plek waar AZC-bewoners en buurtbewoners elkaar kunnen ontmoeten om een gemeenschap te creëren en een bredere samenwerking met lokale organisaties en het bedrijfsleven tot stand te brengen. VOLT waardeert de inzet van het college om als afdoening van de motie samen met de Refugee Company een koffiezaak bij het AZC aan de Kabelweg te realiseren, een mooie stap, die bij de motie aansluit. De kracht van het Plan Einstein ligt in de nadrukkelijke verbinding met de buurt en het benutten van lokale partners. Veel initiatieven zijn gestart op locaties door o.a.

VCA en het jongerenwerk voor bewoners, maar daarmee is een beetje voorbijgegaan aan het tweede wezenlijke deel van Plan Einstein, de activiteiten die AZC-bewoners met buurtbewoners kunnen volgen, dus echt een gedeelde plek. De realiteit is wel dat de Kabelweg door kantoren wordt omringd, waardoor er nauwelijks sprake is van een woonbuurt, juist daarom is het lastig om de filosofie van het Plan Einstein te realiseren. Daarom vraagt het lid om de Kabelweg als een pilot te zien. De locatie kan worden gebruikt om te experimenteren, ervaringen op te doen en inzicht te krijgen in wat werkt, met de nadrukkelijke oproep om hetgeen niet werkt niet gelijk af te schieten, gezien de beperking van de locatie, dat lijkt op een bedrijventerrein. VOLT vraagt de toezegging om met het Plan Einstein aan de slag te gaan bij de Houthavens. Daar komt straks een nieuw AZC middenin een woonwijk. Daar zijn de omstandigheden gunstiger om de filosofie van het Plan Einstein te realiseren: ontmoetingen, gezamenlijke cursussen, activiteiten en een daadwerkelijke band tussen AZC- en wijkbewoners, het uiteindelijke doel van het idee. Het lid KROM sluit zich aan bij het lid Broersen wat betreft het Plan Einstein en vindt de arbeidsparticipatie van statushouders zorgen baren.

Bijna twee derde van de statushouders geeft aan geen betaalde baan te hebben, bij de vrouwen is dat bijna 80%, terwijl dat belangrijk is voor het meedraaien in de stad, sociale contacten, zelfstandigheid en eigenwaarde. Ook is er een groep zonder bijstand, baan, opvang en onderwijs en de Partij voor de Dieren wil weten wie hiertoe behoren en hoe ze zich redden. De vraag is of er zicht is op deze mensen en of dat zicht er wel zou moeten zijn als dat niet het geval is. Mensen die wel werken belanden vaak in laagbetaalde onzekere banen in de horeca, handel en uitzendbureaus, waar de risico’s en onzekerheid vaak bij de werknemer liggen. Wellicht duwt men mensen naar de onderkant van de arbeidsmarkt. Er komt een nieuwe monitor aan en het lid gaat er van uit dat de wethouder daarvoor een ander plan van aanpak voorstelt. De aanpak voor Oekraïners werkt goed en het lid vraagt of de wethouder die wil uitrollen naar statushouders en of die bereid is te kijken of vrouwen genoeg worden bereikt. Mensen die vastzitten in flexibele banen is een probleem, maar statushouders zijn daarbij extra kwetsbaar. Het lid vraagt of de wethouder dat ook vindt en of de gemeente meer moet doen voor deze groep. Het lid KABAMBA waardeert het dat het college blijft optrekken met andere gemeenten en dat er positieve initiatieven lopen, zoals het Plan Einstein en de start van de Vluchtelingenmonitor.

Dat zijn belangrijke stappen, maar sommige dingen gaan niet goed, zoals de laag blijvende arbeidsparticipatie, werk in deeltijd, lage betaling en een stokkende doorstroom van ex-ama’s, vooral door de taalbarrière. De mentale staat van vluchtelingen wordt nog nauwelijks structureel gemonitord, terwijl de risico’s groot zijn. Gewortelde kinderen leven nog steeds met de dreiging van uitzetting en tot slot blijken uit de rechtszaken rond de LVV (Landelijke Vreemdelingenvoorziening) dat het Rijk zijn verantwoordelijkheid ontloopt en dat Amsterdam vaak moet bijspringen. Het lid vraagt hoe het college ervoor zorgt dat deze structurele knelpunten

27

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

leiden tot concreet beleid waarmee vluchtelingen en ongedocumenteerden in Amsterdam echt bestaanszekerheid en perspectief krijgen. Dit zegt het lid met alle respect en begrip voor het gedane harde werk. Het lid ziet Amsterdam namelijk als een voorbeeld van hoe het zou moeten. Het zou mooi zijn als de gemeenten in Nederland met meer dan 300.000 inwoners dat op dezelfde manier zouden doen. Wethouder GROOT WASSINK erkent dat de Kabelweg voor het Plan Einstein niet de meest geschikte locatie is, maar daar is tegelijkertijd de laatste tijd veel meer gebeurd, zoals Samen koken in MidWest, buurtgezinnen en de Academie van de Stad, die dingen doet. De elementen van Plan Einstein probeert het college waar mogelijk aan de Kabelweg te integreren, maar Houthavens is daarvoor een veel beter geschikte locatie. Plan Einstein neemt hij dus mee naar het project Houthavens. De leden Yemane en Stevens informeerden naar de spreiding van asielzoekers over de stad. De voorliggende monitor gaat tot 2023 en sinds die tijd is er nogal wat veranderd. De monitor gaat over tweeduizend mensen, terwijl er nu 4.479 zijn. Dat is de doelstelling vanuit de Spreidingswet, waaraan de gemeente zich houdt. Het huidige kabinet zal de Spreidingswet niet intrekken. De VVD heeft niet in haar verkiezingsprogramma staan dat de Spreidingswet moet worden ingetrokken. Dat betekent dus dat die wet gehandhaafd blijft.

Dan zou het helpen als de rijksoverheid een geldende wet ook zelf handhaaft, wat nog tegenvalt. Dat gaat er niet toe leiden dat Amsterdam een hogere opgave krijgt. Het college is voornemens om zich aan de Spreidingswet te houden. Zijn collega Pels heeft al gezegd dat de gemeente Amsterdam zich in tegenstelling tot de minister van Volkshuisvesting wel graag aan de Grondwet zal houden en doorgaat met het voorzien van huisvesting aan statushouders. Regelmatig spreekt hij met niet gelijkgezinde gemeenten, maar het grote probleem is dat het free ridersgedrag door de rijksoverheid wordt beloond. Hij erkent dat er verschil in spreiding zit tussen statushouders en Oekraïners. Zowel de voorraad als de mutatiegraad van sociale woningen is in de stadsdelen Noord en NieuwWest wat hoger dan in bijvoorbeeld Zuid en het Centrum. Daarom zijn in de eerstgenoemde stadsdelen statushouders geplaatst. Daarna is er in Oost met gemengde wooncomplexen behoorlijk wat gebeurd, zoals ook in Noord en Nieuw-West. Oekraïners betreft opvang, die wat meer in Zuid zitten, maar tegenwoordig ook overal. Het college is juist bezig om een zorgvuldige spreiding van alle opvangmodaliteiten over de hele stad te bewerkstelligen. Hij heeft geprobeerd de ongedocumenteerden bij uitstek in Zuid en het Centrum neer te zetten, omdat hij vond dat er daar veel te weinig opvang was.

Dat heeft ook te maken met de beschikbaarheid van locaties. Spreiding is dus heel belangrijk. Voor huisvesting is het college veel meer afhankelijk van wat er vrijkomt. Opvang gebeurt als daarvoor een pand wordt gevonden. Het liefst zou hij van noodopvang af willen, maar in de begroting is opnieuw geld vrijgemaakt om panden te verwerven om juist naar permanente opvang te gaan. Eigenlijk zijn er 20.000 tot 30.000 plekken in de stad voor alle groepen nodig. Als die leegkomen kan men er altijd nog studenten in plaatsen. Er zou dus eigenlijk een ijzeren voorraad aan beschikbare opvangplekken moeten zijn, omdat er altijd groepen zijn die deze goed kunnen gebruiken. Na de voorliggende monitor is een programma voor sociaal-psychologische ondersteuning ontwikkeld, waarop hij trots is, omdat dat juist voor de doelgroep statushouders is bestemd, waarvoor de gemeente eigenlijk geen formele verantwoordelijkheid heeft. Het klopt wat het lid Yemane zei over werken op niveau. Die discussie is lastig, zeker omdat het ingewikkeld is gezien de waardering van buitenlandse diploma’s om mensen snel op niveau te laten werken. Sinds 2016 heeft de stad een Amsterdamse aanpak, met als doelstelling 50% van de statushouders binnen drie jaar duurzaam aan het werk te krijgen. Dat percentage wordt gehaald, maar het betreft zeker niet altijd een droombaan. Daarvoor is tijd nodig.

Flexibel werken betekent vaak ook tijdelijk werken. De inburgeringsplicht hindert mensen vaak om een goede baan te hebben, omdat ze overdag taalonderwijs moeten volgen. De suggestie van het lid Krom om naar de Oekraïnegroep te kijken is interessant, wat bijvoorbeeld bij de pilot ‘Asielzoekers aan het werk’ nadrukkelijk is gedaan. De commissie ziet daarvan binnenkort de resultaten. Oekraïners hebben geen inburgerings- of taalplicht en zijn gewoon aan het werk. Hun probleem is ook om niet op niveau te werken. Het inburgeringsstelsel zou men opnieuw moeten vormgeven, waardoor mensen niet in een uitkering komen, maar waarbij men in de aanvraagperiode ervoor zorgt dat mensen qua taal en opleiding met de

28

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

skills-aanpak niet in een uitkering hoeven komen, zodat ze kunnen toegroeien naar een werkniveau. Op dit moment zit de inburgeringsplicht daarvoor in de weg. Mensen niet in beeld betreffen statushouders die geen bijstand ontvangen en ook niet in loondienst zijn. Het gaat bijvoorbeeld om partners van mensen die wel in loondienst zijn of mensen die in de opvang verblijven of in het onderwijs zitten. Ze vallen individueel onder de inburgeringsplicht en ze hebben via de klantmanager contact. Om te gaan van brood- naar droombaan is heel veel nodig, wat hij heel graag zou willen, ook voor de Oekraïense groep. In algemene zin zou hij willen om als samenleving veel meer in mensen te investeren, zeker in vrouwen. Om te integreren moet men namelijk investeren. Amsterdam legt behoorlijk wat geld bij voor haar aanpak om mensen aan het werk te krijgen, maar verder krijgt hij daarvoor geen financiering. Zij zitten in een uitkering. 90% van het totale budget van de Participatiewet is bestemd voor uitkeringen en niet voor het aan het werk helpen van mensen. Dat is dus een groot probleem. Het lid BROERSEN vraagt welke toezegging de wethouder over het Plan Einstein heeft gedaan.

Wethouder GROOT WASSINK heeft toegezegd om bij de realisatie van het AZC Houthavens opnieuw te kijken welke elementen van het Plan Einstein te integreren zijn, omdat hij gelooft in duidelijke interactie tussen buurt- en AZC-bewoners. De VOORZITTER constateert dat de commissie het onderwerp voldoende besproken acht en geen behoefte heeft aan een tweede termijn of raadsbehandeling. Gemeentelijk vastgoed 8. Bespreken van de raadsinformatiebrief Voortgangsrapportage Uitvoeringsprogramma Duurzaam Gemeentelijk Vastgoed Q4 2024 Afgevoerd. 9. Bespreken van de raadsinformatiebrief Afronding en resultaten van de pilot tien groene gevels aan ons vastgoed Afgevoerd. 10. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de voortgang uitvoering initiatiefvoorstel lid Broersen Stedelijk participatief begroten De VOORZITTER deelt mee dat het onderwerp is geagendeerd op verzoek van het lid Broersen. Het lid BROERSEN zegt de wethouder dank voor de eerste voortgangsbrief op het initiatiefvoorstel van VOLT. Het tweede deel van de hoofdvraag van de evaluatie refereert aan de aandachtspunten over het eventueel gefaseerd invoeren van stedelijk participatief begroten. Daarin mist het lid een van de aangenomen punten uit het voorstel, namelijk het opstellen van een concreet voorstel voor stadsbrede invoering van participatief begroten.

De wethouder wordt gevraagd bij de evaluatie een bestuurlijke reactie te voegen waarin niet alleen aandachtspunten worden benoemd, maar ook de verschillende scenario’s en richtingen voor het gefaseerd invoeren van participatief begroten. Verder valt het lid het op dat er in de brief een punt ontbreekt, dat in de voorbereiding van het voorstel wel uitgebreid is besproken, namelijk de mogelijkheid om buurtbudgetten ook in te zetten voor het ondersteunen van bestaande initiatieven en bestaand beleid. De wethouder wordt gevraagd om te bevestigen dat dat mogelijk is en dat dit daarnaast in de evaluatie expliciet wordt meegenomen.

29

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

Tot slot benoemt het lid een in augustus in Amsterdam-Oost uitgekomen wetenschappelijk onderzoek over participatief begroten, waarin aanbevelingen naar voren komen zoals de cyclus structureel maken, bijna obsessief over de resultaten te communiceren en te investeren in zichtbaarheid en communicatie, juist richting bewoners die nu makkelijk kunnen meedoen. VOLT vraagt om deze aanbevelingen mee te nemen in de evaluatie van participatief begroten. VOLT benadrukt de oproep om uitvoering veel zichtbaarder te maken. Bewoners weten vaak niet welke plannen hebben gewonnen of wat de stand van zaken is. Daarom pleit het lid ervoor om op de volgend jaar te bouwen centrale website een dashboard op te nemen met daarop de winnende partijen en hun voortgang. Wethouder GROOT WASSINK feliciteert het lid Broersen met het initiatiefvoorstel en beantwoordt alle vragen bevestigend. De VOORZITTER sluit het dagdeel van de vergadering en schorst deze tot 19.30 uur. Schorsing. De VOORZITTER heropent de vergadering om 20.10 uur. De vergadering is een kleine 40 minuten vertraagd. Mbo en toeleiding arbeidsmarkt 11. Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake de subsidieregeling t.b.v. de pilot jongerenwerk op het mbo van 1 augustus 2025 tot 1 augustus 2027 De VOORZITTER deelt mee dat behandeling plaatsvindt op vraag van het lid Belkasmi.

Het lid BELKASMI is ontzettend blij met de start van het jongerenwerk op het mbo en is daar op bezoek geweest, ook om te vragen hoe het gaat. Tot dusver zijn de ervaringen ermee erg positief. Ook positief is het maken van een duidelijke koppeling tussen de school en de wijk. In Noord kunnen mbo-studenten zo bijvoorbeeld worden begeleid naar de jongerencentra, waarmee het bereik van het jongerenwerk vergroot. De reden van diens wens om het punt te gespreken heeft te maken met enerzijds de continuïteit. Het project loopt voor twee jaar, maar het lid denkt dat het belangrijk is om na afloop van een jaar al te kijken of het wenselijk is om dat door te zetten in plaats van na afloop van twee jaar. De PvdA is dus benieuwd hoe de wethouder kijkt naar het continuïteitsaspect en of die het project wil doorzetten. Anderzijds gaat het het lid om de financiën. De Begroting 2025 vermeldde circa 1,5 miljoen euro per schooljaar in te zetten voor het uitbreiden van het jongerenwerk in het mbo. Dat bedrag is nu lager en het lid wil weten waardoor dat komt. Ook is gesproken over de periode van 2028. Het geld is echter begroot tot en met schooljaar 2026/2027. De wethouder wordt gevraagd om daarop een toelichting te geven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16129896/1