CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20251001 SED conceptverslag.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 5 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie SED d.d. 1 oktober 202529.023 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie Sociaal, Economische Zaken en Democratisering Woensdag 1 oktober 2025, van 13.30 uur tot 17.00 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 5 november 2025 Voorzitter: Runderkamp Plaatsvervangende voorzitters: Portefeuillehouders: wethouders Mbarki en Groot Wassink Commissiegriffier: Vos Commissieondersteuner: Verslaglegging: De Krom (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Abdi (PvdA), Belkasmi (PvdA), Keesman (PvdA), Namane (PvdA), Bentoumya (GroenLinks), IJmker (GroenLinks), Van der Veen (GroenLinks), Yemane (GroenLinks), Aslami (D66), Schmit (D66), Staartjes (VVD), Krom (Partij voor de Dieren), Broersen (VOLT), Haijen (SP), Stevens (CDA), Noordman (Forum voor Democratie), Kabamba ((Lijst Kabamba) Afwezige commissieleden: Overige aanwezigen: Tuzgöl-Broekhoven (Kinderombudsman), Sonne (onderzoeker Kinderombudsman), Minderhoud (presidium), Houtman (raadsgriffier) en Strens (voorzitter dagelijks bestuur staddeel Centrum)

1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering en heet iedereen van harte welkom, in het bijzonder het lid Haijen dat diens debuut in een vergadering van de commissie SED maakt. Er zijn voldoende fracties aanwezig om de vergadering doorgang te laten vinden. b. Mededelingen De VOORZITTER blikt vooruit op de begrotingsbehandeling in de brede raadscommissie FKD van donderdag 16 oktober. Voor de commissies OZA en SED is in die vergadering een behandelblok gepland van 14.00 uur tot 15.30 uur. De commissieleden zijn daarover ook al geïnformeerd via de dagmail. Wethouder GROOT WASSINK deelt mee dat de ETHOS-telling op 8 oktober zal worden gepresenteerd en dat de commissie daarover nog nadere informatie krijgt. De onderzoekers zijn bereid om in een online technische sessie over de ingewikkelde methodiek uitleg te geven. Mochten commissieleden dat willen, dan kunnen zij daartoe contact met de griffie opnemen. Het lid BROERSEN informeert of die sessie eerder dan de raadsbehandeling is te plannen, omdat VOLT de ETHOS-cijfers wil meenemen in de raadsbehandeling.

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

Wethouder GROOT WASSINK lijkt dat heel moeilijk en kan slechts de suggestie doen dat de ETHOS-telling na raadsbehandeling nog aan de orde zal komen, in verband met een nog te geven reactie daarop. Volgende week zal hij naar aanleiding van die telling nog niet beschikken over een richting en beleidsreactie. Het lid BROERSEN komt hierop na een onderlinge bespreking nog terug. Wethouder GROOT WASSINK herinnert aan de aanname van motie 550 op 13 november 2024, met het verzoek aan het college om onderzoek te doen naar hoe de verkoopopbrengsten van maatschappelijk vastgoed zonder maatschappelijke meerwaarde in te zetten zijn voor strategisch gelegen vastgoed met een grote maatschappelijke meerwaarde. Het college heeft hierover in december 2024 een raadsinformatiebrief gestuurd en is in het derde kwartaal van 2025 met een inventarisatie en opbrengsten bezig, die het aan de raad hoopt voor te leggen. De presentatie van de onderzoeksresultaten wil hij uitstellen tot het tweede kwartaal van 2026, omdat ook de nieuwe vastgoedstrategie er dan zal zijn. Het ligt voor de hand om dat onderzoek bij de nieuwe vastgoedstrategie te betrekken, maar die komt dus op een later moment naar de raad.

Verder komt hij terug op motie 591, ingediend in de raadsvergadering van 11 december 2024, welke motie gaat over het vroegtijdig betrekken van organisaties uit het werkveld van dak- en thuislozen bij het vrijkomen van gemeentelijk vastgoed. In een daarover toegestuurde brief heeft hij toegezegd om in het derde kwartaal 2025 te rapporteren over het onderzoek naar welke leegstaande gemeentelijke panden naast woningen geschikt te maken zijn voor tijdelijke bewoning. Er zijn zestien meest kansrijke gebouwen bezichtigd en beoordeeld, maar er is meer tijd nodig voor een inschatting of panden hierop te selecteren zijn. Daarom deelt hij mee dat hij die motie pas in het eerste kwartaal van 2026 kan afdoen. Vervolgens is er een motie af te handelen, die opdraagt om een beleidskader buurtplatformrecht op te stellen. In de commissievergadering van 29 mei heeft hij toegezegd nog deze raadsperiode een beleidskader buurtplatformrecht op te stellen, maar eigenlijk is gaandeweg bij buurtplatforms, stadsdeelbesturen en ambtenaren het inzicht ontstaan dat dat eigenlijk niet via een beleidskader moet gebeuren, maar beter op een andere wijze. De raad krijgt wel een overzicht van producten en diensten, waarmee de ontwikkeling en uitvoering van het buurtplatformrecht kan worden ondersteund, waarover hij de raad in december zal rapporteren.

Een beleidskader is onveranderlijk en daarom stelt hij voor dat niet op te leveren, maar wel aan te bieden waarom de raad vraagt. Verder doet hij een mededeling over het afdoen van een toezegging over de generatietoets. Toegezegd is om te verkennen of de ontwikkeling van een generatietoets bij het Kenniscentrum Ongelijkheid of een onderwijsinstelling belegd kan worden, hetgeen hij vandaag heeft gedaan. Hij heeft toegezegd om de uitkomst van gevoerde gesprekken met dagelijks bestuurders over hun rechtspositie voor de zomer met de commissie te delen, zodat die uitkomst betrokken kan worden bij de evaluatie van het bestuurlijke stelsel. Die uitkomst is meegestuurd, zodat de toezegging is afgedaan. Wethouder Mbarki heeft namens hem toegezegd om de zorgen en informatiebehoefte over de evaluatie van het bestuurlijke stelsel van de commissie aan hem over te brengen, wat is gebeurd. Aan het begin van deze periode is best veel onder aanvoering van het lid Alberts over de sluiting van het perceel van De Kas in Osdorp gesproken. Daarmee zou dagbesteding verdwijnen, omdat de aanbesteding niet was gewonnen. Het lid Alberts heeft steeds met veel anderen gevraagd om te zorgen dat deze mensen een goede blek krijgen.

In nauwe samenwerking met Kwekerij Osdorp, Landzijde, Cordaan, HVO-Querido en Basic Activering zijn 80 cliënten overgeplaatst naar een plek die past bij hun ondersteuningsvraag en 36 cliënten hebben in 2023 al vrijwillig afgezien van doorplaatsing. Laatstgenoemden hebben aangegeven geen dagbesteding meer te willen. Het lid BROERSEN is benieuwd waar de generatietoets is uitgezet en wanneer de commissie daarover meer te horen krijgt. Wethouder GROOT WASSINK heeft het Kenniscentrum Ongelijkheid gevraagd om te verkennen of dat een generatietoets kan ontwikkelen. Hij kan die vraag ook bij de hogeschool neerleggen en afspreken daarop voor het einde van het jaar op terug te komen.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

Het lid SCHMIT vindt de op 29 september ontvangen brede welvaartsscan er heel mooi uitzien, ook per stadsdeel. Het lid raadt allen aan die scan te lezen. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER geeft aan dat de commissie vandaag in twee dagdelen zal vergaderen, ’s middags van 13.30 uur tot 17.00 uur en ’s avonds van 19.30 uur tot 22.30 uur. Er zijn geen aanmeldingen bij agendapunt 5, zodat hij voorstelt dat voorstel af te hameren. Aldus wordt besloten. De VOORZITTER vervolgt dat het lid Krom heeft verzocht om agendapunt 8 af te voeren (raadsinformatiebrief Voortgangsrapportage Uitvoeringsprogramma duurzaam gemeentelijke vastgoed Q4 2024), het lid Bentoumya heeft voorgesteld om agendapunt 12, de afdoening van motie 108 over het informeren van jongeren over zzp-schap, door te schuiven en de agendapunten 15, 16 en 17 over de bezoekerseconomie gevoegd te behandelen. Aldus wordt besloten. Het lid SCHMIT stelt voor om de agendapunten 18 en 19 ook gevoegd te behandelen. Aldus wordt besloten. De agenda wordt vervolgens vastgesteld, met inachtneming van de voorgestelde en aangenomen wijzigingen. Het lid NAMANE heeft de voorkeur om voor de avond geagendeerde punten ook ’s avonds te behandelen. De VOORZITTER laat daarop weten dat de agendapunten 3, 4, 6, 7, 9 en 10 ’s middags zullen worden besproken. ’s Avonds wordt verdergegaan met de agendapunten 11 en 13 tot en met 19. d.

Conceptverslag van de openbare raadscommissievergadering SED van 10 september 2025 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. e. Actielijsten en langetermijnagenda’s (BLTA), per portefeuille De VOORZITTER vraagt de collegeleden te letten op de steeds langer wordende actielijsten, waarvan steeds meer actiepunten daarop al een aanzienlijke tijd staan. De termijnagenda’s worden ter kennisgeving aangenomen. f. Tkn-lijst voor de vergadering van de raadscommissie SED op 5 november 2025 De VOORZITTER deelt mee dat leden ervoor kunnen kiezen stukken van deze lijst inhoudelijk te bespreken in de commissievergadering van 5 november. Daartoe is het volgende bespreekverzoek ontvangen: stuk 3, kennisnemen van de bestuurlijke reactie op motie 338 d.d. 17 juli 2024 van de leden Bentoumya, Schmit, Belkasmi en Broersen inzake ongedocumenteerde mbo-studenten, op verzoek van het lid Bentoumya.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

De tkn-lijst wordt vervolgens vastgesteld. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies De VOORZITTER merkt op dat de commissie van stadsdeelcommissie West een reactie heeft ontvangen op de evaluatie van de stadsdeelpanels. Het ingekomen stuk onder bijlage 8 bij agendapunt 4 kan de commissie desgewenst betrekken bij de bespreking van dit agendapunt. 2. Inhoudelijk deel 2a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering. 2b. Inspreekmoment publiek Agendapunt 2b. Financiering Stichting Tolhuistuin 2027-2028 Douwe Luijnenburg van Stichting Tolhuistuin vraagt om verlenging van de financiële steun voor de jaren 2027 en 2028, omdat Tolhuistuin een onmisbaar onderdeel is van de culturele infrastructuur in Noord en als geen ander stemmen een plek geeft, die anders te weinig gehoord worden en met haar programma’s een belangrijke rol in de democratie vervult. De gemeente steunt Tolhuistuin momenteel met een bijdrage van 500.000 euro voor de jaren 2025 en 2026. Die steun uit het potje democratisering is uniek en een grote erkenning voor kunst en cultuur om democratische waarden te ondersteunen en voor het werk dat Tolhuistuin de afgelopen jaren op dat vlak heeft verricht. Tolhuistuin heeft een cruciale ecosysteemfunctie binnen de ontwikkelende culturele infrastructuur in Noord.

Het is een broedplaats voor jonge makers en vernieuwende maatschappelijke organisaties, met jaarlijks meer dan honderd programmapartners. Amsterdammers en specifiek Noorderlingen worden middels cultuur betrokken bij maatschappelijke thema’s. Het is een plek waar statushouders, mensen met een beperking, jonge gezinnen en oudere Noorderlingen elkaar ontmoeten. Juist die unieke positie is belangrijk in het huidige politieke klimaat. Dagelijks is te zien hoe het vertrouwen in de politiek afneemt. Steeds meer mensen voelen dat hun stem er niet toe doet en trekken zich in hun eigen bubbel terug. Democratie gaat echter niet alleen over af en toe stemmen, het is iets dat men samendoet, door elkaar te ontmoeten, van elkaar te leren en samen besluiten te nemen. Tolhuistuin laat zien dat het ook anders kan, het biedt een podium aan stemmen die anders niet gehoord worden. Er is een huiskamer waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en zich kunnen uitspreken, met programma’s als het Straatberaad, dat uitmondde in het landelijke initiatief Bureau Burgerberaad, de workshop ‘Democratische fitness’ om gezond debat te stimuleren of ‘Stem voor de toekomst’, waarin scholieren rondom de verkiezingen in gesprek gaan met hun omgeving over hun toekomstdromen. Wethouder Groot Wassink zag de waarde van Tolhuistuin voor de stad en zegde het geld toe tot het eind van diens termijn.

In 2027 dreigt zonder collegesteun alsnog het doek te vallen en kan Tolhuistuin de onmisbare rol voor Noord en de stad niet meer vervullen. Nu is het meer dan ooit belangrijk dat de gemeente democratische initiatieven en het samenkomen van alle Noorderlingen ondersteunt. Met de verkiezingen is er een risico dat er een gat valt in het belangrijke werk. Daarom vraagt hij de steun ook voor 2027 en 2028 vast te leggen, tot de volgende kunstplanperiode. Zo kunnen democratische functies vervuld blijven worden. Hij nodigt de commissie van harte uit om bij Tolhuistuin langs te komen. Het lid BROERSEN kondigt aan van die uitnodiging gebruik te willen maken en graag een keer bij Tolhuistuin langs te komen.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

Inspreekmoment publiek Agendapunt 3. Bespreken van het rapport ‘Zorgen voor dakloze gezinnen’ van de Kinderombudsman Lara Santos spreekt in namens de Straatalliantie en wijst op de op 30 september door de Tweede Kamer aangenomen motie om wettelijk te verbieden dat gezinnen door huisuitzetting dakloos raken, een noodzakelijke stap. Straatalliantie en Defence for Children onderzochten recentelijk huisuitzettingen van gezinnen. De uitkomsten waren alarmerend. Bij huur van een woningcorporatie werd 36% ontruimd vanwege huurachterstanden. 59% van de gezinnen verloor de woning, zonder dat er een rechter aan te pas kwam. Ongeveer de helft had in het hele proces geen juridische ondersteuning, ook niet als hun zaak bij de rechter kwam. Alle gezinnen raakten dakloos. Geen van hen werd passende herhuisvesting aangeboden. 22% kwam zelfs in auto’s of tenten terecht. Hoewel de quick scan niet representatief beoogd te zijn voor Amsterdam, herkent zij bij Straatalliantie dit beeld volledig. Elke dag is te zien dat gezinnen door huisuitzettingen dakloos raken en er een fundamenteel gebrek aan rechtsbescherming is. De meeste huisuitzettingen vinden plaats zonder rechter. Veel gezinnen vertrekken zelf onder druk of onder dreiging van de verhuurder. Ook dit is een schending van kinderrechten.

Als het ouders niet lukt, is het de taak van de overheid en dus ook de gemeente om dakloosheid te voorkomen en te zorgen voor adequate herhuisvesting. De bestuurlijke reactie op het rapport van de Kinderombudsman stelt dat uitzettingen door woningcorporaties door huurachterstanden zelden voorkomen en dat gezinnen altijd tijd en ondersteuning krijgen om dakloosheid te voorkomen. In de media is zelfs gesuggereerd dat de schuld van een huisuitzetting bij de ouders ligt. Er is inderdaad een daling van huisuitzettingen bij huurachterstanden, wat heel positief is, maar er wordt in de bestuurlijke reactie alleen gekeken naar cijfers van woningcorporaties en daar zijn kanttekeningen bij te plaatsen. Zo tellen woningcorporaties alleen uitzettingen als de deurwaarder daadwerkelijk ontruimt, terwijl uit de quick scan en haar praktijk blijkt dat de meerderheid niet eens voor de rechter komt. Het is onduidelijk in hoeverre gezinnen worden meegeteld die onder druk vrijwillig vertrekken. Van uitzettingen in de private sector en mensen in precaire woonsituaties, zoals onderhuur en inwoning, zijn vrijwel geen cijfers bekend, terwijl juist die de meest voorkomende routes naar dakloosheid zijn. Ook herkent zij niet dat gezinnen tijd en ondersteuning krijgen om dakloosheid te voorkomen. Ze worden met de boodschap weggestuurd terug te komen als ze dakloos zijn.

De verwijzing naar schuld van ouders laat zien dat het belang van het kind niet wordt meegewogen. De werkelijkheid is dus niet zo rooskleurig als geschetst. De aanbevelingen zijn daarom: - als gemeente niet te wachten op het Rijk, maar het voortouw te nemen in het voorkomen van huisuitzettingen van gezinnen en hierbij de private sector, precaire woonsituaties en mensen die onvrijwillig vertrekken te betrekken; - pas herhuisvesting te garanderen als een huisuitzetting niet te voorkomen is; - het belang van het kind in beleid en uitvoering te verankeren en de rechtsbescherming bij huisuitzettingen te verbeteren; - gezinnen tijdig correcte informatie en directe toegang tot juridische ondersteuning te geven. Het lid VAN DER VEEN vraagt of de Straatalliantie wel eens gezinnen ondersteunt om een zaak aan te spannen en wat de gevolgen zijn van een onrechtmatige huisuitzetting. Lara Santos heeft in de afgelopen drie maanden zes dakloze gezinnen ondersteund, die dreigend uit huis werden gezet. Ze hebben niet allemaal tot een rechtszaak geleid en vaak lukt het dan om huisuitzetting te voorkomen of om tijd te rekken, zodat ze een ander onderkomen kunnen vinden. Het lid ABDI wil weten wat met illegale huisuitzettingen wordt bedoeld. Ook is het lid benieuwd wat gemeenten in afspraken met private verhuurders kunnen doen.

Lara Santos weet uit het onderzoek dat huisuitzettingen in strijd met het recht plaatsvinden. Volgens mensen- en kinderrechtenverdragen mag een huisuitzetting nooit leiden tot dakloosheid van kinderen. In artikel 231 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek staat dat een huurovereenkomst niet ontbonden mag worden zonder tussenkomst van de rechter. Uit het onderzoek blijkt dat dat in 59% van de gevallen wel is gebeurd. Dat wijst erop dat heel veel

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

uitzettingen gebeuren in strijd met het recht. Daarom is het belangrijk de rechtsbescherming veel meer te versterken om de route naar dakloosheid te voorkomen. Zij weet dat de gemeente veel spreekt met woningcorporaties, maar zij weet niet of het complexer is om die gesprekken met particuliere verhuurders aan te gaan. Zij beveelt echter aan die gesprekken toch aan te gaan, omdat de vroegsignalering ook voor hen geldt. Soms blijft het ook bij papieren compliance met regelgeving, zoals zorgen voor schuldbemiddeling of het toeleiden daarnaartoe. Bij woningcorporaties en particuliere verhuurders moet de toeleiding naar schuldbemiddeling beter in kaart komen. Het lid KROM vraagt om uitleg over hoe de kinderrechtentoets een wezenlijke verandering kan aanbrengen in het huisuitzettingenbeleid. Lara Santos denkt dat een kinderrechtentoets heel belangrijk is om te voorkomen dat belangen van kinderen ondergeschikt raken ten opzichte van bijvoorbeeld het schaarsteargument. Zo’n toets vermindert het risico van ernstige schendingen van rechten van kinderen. Een kinderrechtentoets is een goed onderbouwd besluit, waaraan een onderzoek voorafgaat dat het belang van het kind en andere belangen in kaart brengt. Vervolgens worden die belangen tegen elkaar afgewogen. Bij belangenconflicten moet het kindbelang vooropgesteld worden. Een huisuitzetting moet voorkomen worden.

Als de ouders dat niet lukt, is er echt een verplichting voor de overheid. Als voorkomen niet mogelijk is, is er een plicht voor adequate herhuisvesting. Als men die dingen allemaal gaat doen komen er geen kinderen meer door huisuitzetting op straat te staan. Het lid KABAMBA vraagt hoe de vroegsignalering volgens de Straatalliantie beter aan te pakken is en welke zaken de gemeente daarin kan meenemen. Lara Santos vindt de nu te ontwikkelen expertiseteams een belangrijke verbetering en denkt dat er veel te veel verantwoordelijkheid bij de buurtteams ligt. Zolang zij nog het eerste aanspreekpunt zijn voor dit soort gezinnen moeten bij huisuitzetting alle alarmbellen afgaan en moeten ze een link leggen met de aandachtsfunctionaris in het buurtteam, die wel over expertise met betrekking tot huisuitzettingen beschikt. Er moet dan ook direct naar de Straatalliantie of de sociale advocatuur worden doorverwezen. Het gaat dus om direct doorescaleren, geen tijd verliezen en zorgen dat er in dit soort situaties geen wachttijd is. Het lid BROERSEN is benieuwd hoe de inspreekster kijkt naar het opeisen van een woning om recht op urgentie daarop te houden. Lara Santos denkt dat er heel veel situaties zijn waarin iemand een woning niet kan opeisen, bijvoorbeeld bij huiselijk geweld.

In dezen is maatwerk nodig, evenals in kaart brengen wat het verhaal van een gezin is, zodat uitzonderingen mogelijk worden. Inspreekmoment publiek Agendapunt 16. Voortgangsrapportage Aanpak binnenstad 2024 en bezoekerseconomie 2024-2025 Elena Simons spreekt op persoonlijke titel in, is een hyperactieve bewoner van de binnenstad en o.a. oprichter van de Stadshart Top. Het zijn bewogen tijden, waarbij in de rest van de wereld de verschrikkelijke voorbeelden van polarisatie te zien zijn. Zij is trots op Amsterdam, waar ruimdenkendheid nog echt iets voorstelt. De typische Amsterdamse ruimdenkendheid, creativiteit en ondernemendheid zijn steeds harder nodig, welk elan zij niet terugziet in de dynamiek tussen de gemeente en de Amsterdamse samenleving. De aanpak binnenstad 2024 wordt pas in oktober 2025 besproken. Het gaat om touwtrekken over bezoekersaantallen en 1,8 miljoen euro voor een vergunningplicht om witwassers te stoppen is al moeilijk te vinden. Als men in grenzen en maatregelen blijft hangen worden allen chagrijnig en is polarisatie ook hier een feit.

Dit terwijl er inspirerende vragen zijn om te beantwoorden: welk soort bedrijvigheid kan zorgen voor echte ontmoeting tussen buurtbewoners en anderen, hoe 300 miljoen euro is bijeen te brengen om vastgoed voor transformatie te kopen, hoe ambtenaren, daklozen, frietverkopers en expats samen voor schonere straten kunnen optrekken en hoe miljoenen bezoekers van de stad ruimdenkendheid kunnen meekrijgen, zodat Amsterdam een positief effect op de rest van de wereld kan krijgen.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

Zij roept de gemeente, het bedrijfsleven, bewoners, vastgoedpartijen en instellingen op zichzelf de vraag te stellen wat voor creatiefs zij kunnen bijdragen. Je zou dat een Amsterdamse belofte kunnen noemen. Mensen hebben behoefte aan context voor hun inzet, waar een rol voor de gemeente ligt, om iedereen die een Amsterdamse belofte doet bij elkaar te brengen, zodat alle inspanningen elkaar versterken. Zo’n aanpak past bij Amsterdam. Zij nodigt allen op 15 oktober uit voor de grote Stadshart Top om een grote aanpak te kunnen ervaren. Het lid SCHMIT vraagt hoe de inspreekster aankijkt tegen de mogelijkheid om straat voor straat met bewoners en vastgoedondernemers samen te kijken hoe een gebied aantrekkelijker te maken is. Elena Simons lijkt het een goed idee om gemeentelijke acties lokaal in buurten te starten, wat ook een straat kan zijn. Men kan dan kijken naar een straatbelofte en wat bewoners, vastgoedeigenaren en ondernemers daaraan kunnen bijdragen. Vervolgens is het essentieel om ook integraal met de gemeente samen te werken aan wat men met die straat wil, waar medewerkers van de verschillende directies bij zijn. Het stadsdeel moet echter ontzettend hard aan alle directies trekken en ze erbij slepen. Niemand weet echt wie er verantwoordelijk voor is dat er iets gebeurt.

Integraal werken zou dus moeten gebeuren om de verkokering tegen te gaan, wat heel veel buurten en de oude binnenstad erg zou helpen. Het lid BENTOUMYA is benieuwd wat er is gebeurd nadat Elena Simons de vorige keer heeft ingesproken en of dat gesprek hoopvol stemde. Elena Simons vond dat best positief gaan. Er zijn plannen voor een bestuursopdracht rondom een aantal doorbraakprojecten. Zij heeft gevraagd om die projecten samen met ondernemers en bewoners te kiezen. Er gaat veel aandacht naar het meldingssysteem. Als mensen een melding hebben gedaan krijgen ze vaak een bericht dat die is opgelost, terwijl dat niet zo is. Of een oplossing duurt heel erg lang of de communicatie is niet adequaat. Het gaat dan om de vraag bij wie men moet zijn om zaken te verbeteren. Bij de gemeentelijke organisatie is een heleboel te winnen door processen integraler en horizontaler te laten verlopen. Het gaat ook om het enthousiasme van iedereen die hart heeft voor de stad. Als eenieder expliciet kan maken wat die brengt en die zaken vruchtbaar bij elkaar te brengen zijn lijkt haar dat super. Het lid BENTOUMYA wil het ook hebben over Amsterdammers met goede ideeën in positie brengen.

Zij vraagt hoe Elena Simons aankijkt tegen het GroenLinks-voorstel over de NV Reclaim het Centrum, waarbij Amsterdammers maatschappelijk aandeelhouder kunnen zijn en hoe dat te linken is aan wat de inspreekster bedoelt. Elena Simons lijkt dat voorstel fantastisch, hetgeen verder met Amsterdammers vormgegeven kan worden. Reclaim het Centrum heeft zij als een enigszins vreemd proces ervaren, omdat het is bedacht bij de raad, waarna een ambtenaar dat vervolgens moest uitwerken door met een aantal sleutelfiguren te praten. Anderen die daarover willen meepraten zijn eigenlijk niet welkom. Vervolgens ligt er een stuk dat weer naar college en raad gaat. De precieze bedoeling van het voorstel om bewoners en ondernemers aan zet te brengen gebeurt dan toch niet. Het lid BROERSEN dankt Elena Simons voor haar positiviteit en informeert naar een concrete eerste stap bij de Amsterdamse belofte en het samenwerken van partijen. Elena Simons heeft op buurtniveau een betere buurtenquête uitgestuurd met vragen wat mensen willen doen en wat ze daarvoor nodig hebben. Mensen konden op thema’s zaken aangeven en ook eigen dingen invullen. Die enquête kreeg honderden reacties. Inspreekmoment publiek Agendapunt 16.

Voortgangsrapportage Aanpak binnenstad 2024 en bezoekerseconomie 2024-2025 Dingeman Coumou spreekt in namens wijkcentrum d’Oude Stadt en had verwacht dat de binnenstad een keer beter zou worden van het de zoveelste keer bespreken van de voortgang van de aanpak van de binnenstad. Integendeel, het gaat slechter, wat onder meer blijkt uit het Parool-artikel van 27 september, waarin UvA-onderzoeker Pinkster stelde dat maatregelen van de afgelopen jaren niet genoeg zijn geweest en dat er meer lef en visie nodig

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

zijn om de negatieve spiraal te doorbreken. Het artikel vermeldde: ‘Iemand moet hardop durven zeggen dat het echt niet goed gaat met de binnenstad’. Veelzeggend is ook dat de gemeente over het thema twee gerechtelijke procedures boven het hoofd hangen. Een vanwege het niet uitvoeren van de Verordening toerisme in balans en de tweede tegen de vergunning voor Fabel Friet. Ook een signaal is dat zowel de Nederlandse als buitenlandse media de afgelopen tijd veel aandacht hebben besteed aan de overlast vanwege het grote aantal toeristen in Amsterdam. Er is dus alle reden voor reflectie en zich af te vragen wat in de afgelopen jaren is nagelaten om tot echte verbeteringen in de binnenstad te komen. Een van de dingen die fout zijn gegaan is dat elf van de genoemde verbeterpunten in de rapportage al tot het reguliere werk van de gemeente en het stadsdeelcentrum behoorden, zoals wonen boven winkels en afvalinzameling. Expliciet is gesteld dat er te weinig budget is voor de aanpak binnenstad. Voor 2024 was 7,2 miljoen euro beschikbaar, terwijl voor de komende 25 jaar zeker 250 miljoen euro tot 300 miljoen euro nodig is. Dat geld is er volgens hem, omdat de gemeente in 2024 286,4 miljoen euro aan toeristenbelasting binnen haalde. Die belasting wordt vooral in de binnenstad verdiend, zodat hij 7,2 miljoen euro daarvoor beschikbaar stellen armzalig noemt.

Het college zegde toe met voorstellen te komen en daarnaar is hij erg benieuwd. Hij stelt voor het ingezetenencriterium bij coffeeshops in te voeren, wat miljoenen toeristen zal schelen, vooral toeristen die men liever niet wil hebben. Bovendien zal dat criterium een grote klap zijn voor de drugshandel en ondermijning. Inspreekmoment publiek Agendapunt 16. Voortgangsrapportage Aanpak binnenstad 2024 en bezoekerseconomie 2024-2025 Thomas van Leeuwen spreekt in namens het Buurthotel en is eigenaar van ontwerpstudio D/DOCK in Amsterdam. Hij ontwerpt veel maatschappelijke en commerciële plekken in Amsterdam en is oprichter van het platform Buurthotel.nl, waar 45 Amsterdamse hotels aan meedoen en waar bewoners en hotels elkaar kunnen vinden. Hij spreekt heel veel hoteldirecteuren en wil het in plaats van 20 miljoen toeristen hebben over 20 miljoen potentiële vrijwilligers. Steeds vaker willen hoteldirecteuren waarde toevoegen aan de stad en willen zij meedoen aan verdiepende bezoeken. In Maastricht gaan steeds meer toeristen afval prikken in het stadspark. Dat wil hij omarmen. Toeristen en hotels kunnen waarde aan de stad toevoegen. Hen kan men zien als tijdelijke inwoners, die al eeuwen de stad maken. Zij maken de stad letterlijk en figuurlijk rijk.

Tijdelijke bewoners kunnen impact hebben door de economie te stimuleren, de cultuur te verrijken, innovatie te brengen en bruggen met de wereld te bouwen. In deze tijd is te zien dat mensen zich sneller en dieper verbinden met hun woonplek. Tijdelijke bewoners ziet men vaak als tussenfiguren en overbrugging. Men investeert weinig in hun inbedding, omdat men voorsorteert op hun vertrek. Die selffulfilling prophecy doet de stad tekort. Amsterdam is namelijk niet dezelfde stad als dertig jaar terug. Wil men Amsterdam heldhaftig, vastberaden en barmhartig houden, dan moet men beginnen te denken in synergie, door een andere verstandhouding tussen de stad en hotels voor te staan. Bewoners en hotels moeten wat liever zijn voor elkaar, wat Buurthotel beoogt. Het is een eerste stap om te kijken hoe het potentieel van hotels en alles wat daarbij hoort beter te benutten is ten gunste van de bewoners van Amsterdam. De synergie tussen de stad en toerisme is er zeker, men moet er alleen met een andere bril naar kijken. Het lid NAMANE is voorstander van het leveren van een maatschappelijke bijdrage en vrijwilligerswerk, maar vraagt wat het Buurthotel dan van de gemeente verwacht en waarom die programma’s er dan nog niet zijn. Thomas van Leeuwen antwoordt dat die programma’s er nog niet zijn, omdat de verdieping zoekende toerist een heel nieuwe ontwikkeling is. De hotels willen dat zeker.

Het lid SCHMIT informeert naar de samenwerking tussen Buurthotel en de gemeente. Thomas van Leeuwen noemt die samenwerking heel positief. Het initiatief is namelijk ontwikkeld met gemeentelijke hulp om het begin ervan een duwtje te geven. Het lid BROERSEN is benieuwd wat Buurthotel nog tegenstaat om met het opruimen van afval door toeristen te beginnen en wat de gemeente moet doen om dat te ondersteunen.

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

Thomas van Leeuwen is daar al mee begonnen. Buurthotel heeft op 27 september meegedaan met Burendag. Het gaat Buurthotel er ook om hotels voor bewoners beter en anders te benutten. Het lid BENTOUMYA is benieuwd naar de strategie van Buurthotel. GroenLinks wil weten hoe men commerciële partijen zich verantwoordelijk kan laten voelen voor de stad en hoe die een positieve bijdrage daaraan kunnen geven. Ook is het lid benieuwd hoe andere hotels daarin kunnen worden meegenomen. Thomas van Leeuwen ziet dat elk hotel dat wordt benaderd wil meedoen. Ook zijn hotels zoekende hoe ze het vrijwilligerschap van toeristen in hun bestaande organisatie kunnen meenemen. Het kost nog tijd om dat te doen. c. Actualiteiten De VOORZITTER deelt mee dat er geen actualiteiten zijn. d. Rondvraag Het lid YEMANE las afgelopen week in Het Parool dat Save the Children de omstandigheden in de noodopvanglocatie in de Hogehilweg schrijnend en ongeschikt vindt voor de ruim honderd kinderen die er wonen. Er is geen buitenspeelruimte, kinderen hangen daardoor veel op de gang en krijgen daardoor veel mee van de verschillende incidenten, waarbij de politie ter plaatse moet komen. Dit levert veel stress op en geeft problemen op de lange termijn. Dit terwijl deze kinderen al veel hebben meegemaakt.

Noodopvanglocaties worden eigenlijk structurele opvanglocaties, terwijl ze daarvoor helemaal niet bedoeld zijn en daarvoor niet de juiste voorzieningen hebben, met alle gevolgen van dien. Vanuit de gemeente is afgesproken geen kinderen meer op de Galaxy te plaatsen, maar hoe kan het dan, dat hier wel honderd kinderen zijn geplaatst en dat signalen enorm verontrustend zijn? Wellicht zijn er mogelijkheden om de locatie wel kindvriendelijk te maken, met buitenspeelruimte, privacy, zorg en onderwijs. Wethouder GROOT WASSINK vindt noodopvanglocaties per definitie niet geschikt en werkt aan het vervangen daarvan tot permanente locaties, waarvan de locatie aan de Kabelweg een goed voorbeeld is, waarnaar veel kinderen toe zijn verhuisd. Soms wil men kinderen niet wegplaatsen, omdat ze onderwijs of een netwerk hebben. Dat is steeds een puzzel. Op korte termijn gaat hij bij A&O op bezoek en bespreekt het punt zeker met het COA. Het lid ABDI informeert naar mogelijkheden om kinderen naar een andere locatie te laten gaan, omdat onder de huidige omstandigheden hun rechten niet gegarandeerd kunnen worden. Wethouder GROOT WASSINK denkt dat rechten van kinderen in het Nederlandse asielsysteem misschien wel per definitie niet ten volle worden erkend. De gemeente is niet primair verantwoordelijk voor de omstandigheden op een locatie.

Hij overlegt vaak met het COA en locatiemanagers om er aandacht voor te vragen en gaat in overleg vanwege de wens om omstandigheden maximaal goed te laten zijn. Kinderen van de Galaxy zijn weggeplaatst. Er zijn soms argumenten om kinderen daar wel in noodopvang te houden, vanwege bijvoorbeeld onderwijs. Op termijn wil hij van noodopvanglocaties af. De signalen zijn voor hem aanleiding om nog eens het intensieve gesprek met het COA te voeren. Het lid YEMANE bereiken vaak dergelijke signalen, zodat het wellicht goed is dat de commissie bij de opvanglocatie op bezoek gaat. Het lid vraagt of zo’n bezoek te organiseren is.

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

De VOORZITTER merkt op dat een werkbezoek in gang kan worden gezet als er daarvoor vanuit fracties voldoende belangstelling is. In elk geval is daarvoor belangstelling vanuit VOLT, de PvdA en het CDA. De griffie pakt het werkbezoek op. Het lid STAARTJES stelt een rondvraag over de Abcouderstraatweg en wil weten of de grondruil zal plaatsvinden en wanneer de raad daarover meer informatie kan krijgen. Wethouder GROOT WASSINK heeft daarover nog niet meer informatie beschikbaar. Eind deze maand is het gesprek over het groengebied gepland. Hij zegt toe de commissie zo snel mogelijk over het vervolg te informeren. BESPREEKPUNTEN Opvang (MO/BW, ongedocumenteerden en vluchtelingen) 3. Bespreken van het rapport ‘Zorgen voor dakloze gezinnen’ van de Kinderombudsman De VOORZITTER vermeldt dat het punt is geagendeerd op verzoek van de leden Krom en Broersen. De Kinderombudsman is aanwezig om het rapport toe te lichten. Dat rapport zal aan de geagendeerde bespreking van de Kinderrechtentoets en de versterkte aanpak dakloosheid voor de raadsvergadering van 8 en 9 oktober worden toegevoegd. Kinderombudsman mevrouw TUZGÖL-BROEKHOVEN licht het rapport mondeling toe en zegt het college hartelijk dank voor de bestuurlijke reactie daarop. De Kinderombudsman ziet vaak alleenstaande ouders, vaak moeders, op het spreekuur, die met hun kinderen op straat staan.

Bijvoorbeeld omdat ze hun netwerk zijn uitgezet, de noodopvang moesten verlaten, na een echtscheiding de huur niet alleen konden voldoen of de jongerenwoning zijn uitgezet vanwege de komst van een kind. De woningnood wordt steeds groter en het aantal kinderen dat in onveilige omstandigheden opgroeit neemt toe. Alleen al in Amsterdam zijn er door afnemende bestaanszekerheid en een tekort aan betaalbare woningen minstens 15.000 mensen dreigend dakloos. De schatting is dat een op de vijf daarvan minderjarig is. Het onderzoek toont knelpunten die onder meer zien op ketenaanpak, vroegsignalering, preventie, begeleiding, het zicht op kinderen in de opvang, het faciliteren van inwoning en de rol van het Rijk. Voor haar weegt het zwaarst het ontbreken van een kinderrechtertoets op beleid en uitvoering. Daardoor raken belangen van kinderen ondergeschikt ten opzichte van bijvoorbeeld het schaarsteargument met het risico dat fundamentele kinderrechten worden geschonden. Het toepassen van zo’n toets betekent niet dat een gezin in alle gevallen in aanmerking komt voor een plek in de opvang of huisvesting. Het instrument kan worden aangewend om breder naar voorzieningen en mogelijkheden te kijken, wat in de praktijk te weinig gebeurt. Ook de rechtspraak verwijt de gemeente in een aantal gevallen nauwelijks onderzoek te doen naar het kindbelang.

Professionals in de keten zeggen onvoldoende geëquipeerd te zijn om op een deugdelijke wijze de rechten van kinderen in kaart te brengen en af te wegen. Hetzelfde geldt voor het voeren van gesprekken met kinderen in dit kader. Dit betekent in de praktijk dat in beleid rond dakloze gezinnen niet expliciet wordt meegenomen of en hoe bepaalde maatregelen de belangen van kinderen raken. Te vaak kijkt men naar het systeem in plaats van naar wat nodig is. Zij had contact met de Universiteit van Groningen over de noodzakelijke verankering van de kinderrechten in de uitvoeringspraktijk. De universiteit is bereid om samen met de Kinderombudsman en de gemeente te onderzoeken hoe kinderrechten binnen dit thema, met inachtneming van beperkingen, zoals schaarste, praktischer in beleid en uitvoering verdisconteerd en toegepast kunnen worden. De gemeente doet al veel om de problematiek rondom dakloze gezinnen het hoofd te bieden. Meer dan de meeste gemeenten, door onder meer een buitenwettelijke noodopvang in het leven te roepen. Ook is zij blij met de grote actiebereidheid die het gemeentelijke rapport liet zien. Het daklozenprobleem is in Amsterdam groot en daarmee de noodzaak tot actie ook. Het is belangrijk dat de gemeente inzet op preventie, opdat zoveel mogelijk wordt voorkomen

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

dat gezinnen dakloos worden en de opvang in moeten. Dat de gemeente heeft aangegeven dit te willen oppakken door meer onderzoek te doen naar risicosignalen stemt hoopvol. Toch ziet zij een aantal verbeterpunten. Er gebeurt al veel ten aanzien van vroegsignalering van betalingsachterstanden, waardoor het aantal ontruimingen vanwege schulden sterk is gedaald. Op het gebied van inwoning, bij overlast of tijdelijke huurcontracten bij particuliere verhuurders ziet men te vaak dat gezinnen het huis uit worden gezet, zonder te kijken of maatwerk mogelijk is. Zij gaat er van uit dat de gemeente dit punt in haar onderzoek meeneemt. Om de problematiek zichtbaar te maken en ervoor te zorgen vroeg in te zetten op preventie moet men werken aan de nog te nauwe opdrachtformulering van de verschillende betrokken instanties, zoals het buurtteam, OKT (Ouder- en Kind Team) en Veilig Thuis. De opdrachten, criteria en kennis in de keten sluiten niet altijd op elkaar aan. De rolvervaging die hierdoor kan optreden heeft invloed op de samenwerking, waardoor partijen soms tegenover elkaar komen te staan. Er mist regie en doorzettingsmacht, vooral in geëscaleerde situaties. Zij is blij dat de gemeente serieus nadenkt over een integrale aanpak om acute dakloosheid te voorkomen, door bijvoorbeeld een outreachend expertteam in te stellen.

In de bestuurlijke reactie mist zij een uitwerking van haar aanbeveling over de netwerkcheck: zorgen dat kinderen niet onder de radar verdwijnen of in inwoonsituaties terecht komen, waardoor men geen zicht op ze heeft. Ook het ontbreken van begeleiding binnen de noodopvang blijft een aandachtspunt. Volgens professionals hebben ze onvoldoende tijd en middelen om kinderen adequaat op een juiste manier begeleiding te geven, terwijl deze juist heel hard nodig zijn. De problematiek is dus een veelkoppig monster. Gemeenten en ketenpartners spannen zich in om dakloosheid van gezinnen zo goed mogelijk te bestrijden. De Kinderombudsman wil waar mogelijk met betrokken partijen optrekken met als doel rechten van kinderen in onveilige woonsituaties beter te waarborgen, te beginnen met een concrete kinderrechtentoets. Het lid ABDI is benieuwd welke mogelijkheden de Kinderombudsman binnen de regio ziet. Veel zaken zijn volgens de Straatalliantie op papier goed geregeld, maar in de praktijk niet. Wellicht kan de Kinderombudsman daarvan voorbeelden geven, waarvan zij vindt dat de gemeente daaraan prioriteit moet geven. Kinderombudsman mevrouw TUZGÖL-BROEKHOVEN vindt solidariteit tussen gemeenten heel belangrijk. Het is voor gezinnen heel lastig een woning te vinden en daarin zouden gemeenten meer gezamenlijk moeten optrekken.

Amsterdam heeft een heel grote opgave en het is niet reëel om die gemeente daarvoor alleen aan te spreken. In het onderzoek hoorde zij professionals aangeven dat de kinderrechtentoets vrij abstract is en het heel lastig is om een concrete belangenafweging te maken. De door haar voorgestane kinderrechtentoets is veel concreter. Zij wil een vertaalslag laten maken en samen met kinderen in gesprek gaan over hoe zo’n toets eruit zou moeten zien. De Universiteit van Groningen heeft een tool hiervoor ontwikkeld. De toets wil zij graag daarmee verder brengen. Het lid KROM vraagt hoe het komt dat de kinderrechtentoets in de jeugdvisie is verankerd, terwijl die volgens de Kinderombudsman niet voldoet. Kinderombudsman mevrouw TUZGÖL-BROEKHOVEN vindt dat er nog veel breder gekeken kan worden naar wat er eventueel wel mogelijk is. Nu wordt vooral naar veiligheid gekeken, maar er zijn nog meer mogelijkheden. Onderzoeker Kinderombudsman mevrouw SONNE ziet dat een grote groep niet bij de centrale toegang terecht komt. Het rapport vermeldt dat men er meer preventief bij moet zijn om te voorkomen dat kinderen dakloos worden. Buurtteams en het OKT vinden het lastig om zo’n toets toe te passen. In de rechtspraak wordt Amsterdam regelmatig teruggefloten voor het niet goed toepassen van de kinderrechtentoets. Er is dus een verschil te zien tussen de theorie en de praktijk.

Het lid BROERSEN wil meer horen over het af komen van de eisen om een woning op te eisen.

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

Onderzoeker Kinderombudsman mevrouw SONNE ziet daarbij allerlei praktijkbeletselen, zoals mensen die er niet van op de hoogte zijn en mensen die de woning überhaupt niet kunnen betalen. Die eis is dus in de praktijk niet hanteerbaar. Het is goed om meer onderzoek te doen naar grondoorzaken van dakloosheid. Men zou minder moeten kijken naar verwijtbaarheid. Maatwerk is daarbij heel belangrijk. Het lid VAN DER VEEN voelt voor verantwoordelijkheid en doorzettingskracht, zoals van woningcorporaties en partijen die om gezinnen heen staan. Kinderombudsman mevrouw TUZGÖL-BROEKHOVEN ziet dat partijen aangeven een te nauwe opdracht te hebben, zoals dat een buurtteam dat spreekt met een dakloos wordend gezien ook het OKT daarbij zou moeten betrekken. Men kijkt echter nog te verkokerd naar problemen. Het is dus belangrijk meer integraal samen te werken en mensen in te vliegen met bepaalde expertise. Het lid ASLAMI wil meer horen over de rol van de landelijke overheid en de opstelling daarvan tot nu toe. Kinderombudsman mevrouw TUZGÖL-BROEKHOVEN roept het Rijk op om een verdeelsleutel te maken. Amsterdam heeft enorme opgaven, zodat het niet redelijk is om alleen die gemeente aan te spreken. Veel meer gezamenlijk zou men moeten kijken naar oplossingen voor gezinnen die uit de noodopvang komen.

Zij heeft begrepen dat de G4 nu een oproep aan het Rijk heeft gedaan en vooralsnog wordt het antwoord daarop afgewacht. Het lid VAN DER VEEN wijst op de Amsterdamse maatwerkmethode, die juist vraagt om vanuit meerdere perspectieven naar een casus te kijken en vraagt waar het dan misgaat. Kinderombudsman mevrouw TUZGÖL-BROEKHOVEN denkt dat drukte de oorzaak is dat professionals het moeilijk vinden om een stapje terug te doen en te kijken wat er daadwerkelijk nodig is. Het gevoel is dat mensen heel vaak doorgaan in hun vaste stramien. Onderzoeker Kinderombudsman mevrouw SONNE voegt toe dat de maatwerkmethode mooi is, maar men dan wel inzicht en expertise moet hebben om te zien wie er voor je staat en welke instrumenten daarvoor beschikbaar zijn. Het OKT heeft vooral de opdracht om naar de opvoedproblematiek te kijken. Het buurtteam doet een brede uitvraag, maar heeft geen zicht op kinderen en mag niet eens daarmee praten. Men moet dus zicht hebben op omstandigheden om de maatwerkmethode goed te kunnen toepassen. Eerste termijn Het lid KROM is ongelooflijk blij met het waardevolle advies, waarmee de gemeente concreet aan de slag kan en moet gaan. Men kan meer doen als een kind op straat belandt en ook meer om te voorkomen dat een kind überhaupt dakloos wordt. Het gaat in eerste instantie om preventie. 59% van de gezinnen wordt zonder tussenkomst van de rechter op straat gezet.

Volgens de wethouder werden in tweeënhalf jaar maar er drie gezinnen op straat gezet, maar dat aantal had te maken met een rechterlijk vonnis. Het lid vreest daarom dat de gemeente een grote groep uit het huis gezette gezinnen over het hoofd ziet. De Partij voor de Dieren wil dat het college de aanbevelingen van de Kinderombudsman overneemt en uitzoekt hoe vaak mensen zonder tussenkomst van de rechter op straat komen te staan. Gezinnen krijgen onvoldoende informatie en er is te veel versnippering in de hulpverlening, was te lezen in het rapport. Als een gezin met problemen bij de gemeente aanklopt, kan het volgens de Straatalliantie weken duren voordat het door een buurtteam wordt gezien. Het lid kan zich voorstellen dat buurtteams met te veel werk zijn opgescheept, waarnaar de fractie de wethouder ook wil laten kijken. Als een gezin op straat komt worden de belangen van de kinderen over het hoofd gezien. Er wordt dan niet met kinderen gesproken. Hulpverlening zou men dus anders moeten organiseren en de rechten van kinderen inhoudelijk moeten toetsen. Dat zou verankerd zijn in de jeugdvisie, maar de praktijk is volgens voorbeelden anders. Wordt een door huiselijk geweld op straat gejaagde moeder met kind in de steek gelaten? Professionals zeiden op een symposium over dakloosheid letterlijk tegen het lid onvoldoende met het kind te praten.

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

De Partij voor de Dieren verzoekt de wethouder de aanbevelingen van de Kinderombudsman over te nemen, de task force om te zetten in vast beleid, de ketenaanpak te herzien, te zorgen dat kinderen in beeld blijven, de belangen van het kind voorop te laten staan, de kinderrechtentoets echt te implementeren, de keten te stroomlijnen tot een integrale aanpak en te zorgen dat elk gezin een vast aanspreekpunt heeft, dat de basis is voor het gezin en alle andere organisaties waarmee dat te maken krijgt. Een kind heeft recht op een dak boven het hoofd. Met dat uitgangspunt kijkt men anders bij het nemen van een besluit of een ouder al dan niet zelfredzaam is en of de binding met de stad er nog toe doet. Dan is ander beleid nodig, omdat de rechten van het kind voorgaan. De wethouder heeft volgens het lid wel een punt als het om woningnood gaat. In Noord staat een hotel met 600 kamers te verstoffen en daarnaast wijst het lid op 12% aan leegstaande kantoren in de provincie. De Partij voor de Dieren diende al in mei 2024 een motie in om in gesprek te gaan met kantooreigenaren in de stad. Het college zou dus de regie moeten nemen en niet moeten accepteren dat hotelkamers en kantoorpanden leeg staan, terwijl kinderen buiten en in auto’s, garageboxen of andere onveilige plekken slapen.

Het lid VAN DER VEEN vraagt of de Partij voor de Dieren in die hotels opvanglocaties voor dakloze gezinnen of woningen wil realiseren. Het lid KROM wil het hebben over een tijdelijke oplossing door in gesprek te laten gaan met de eigenaren daarvan. Bij het komen van minder toeristen naar de stad zullen bepaalde hotels waarschijnlijk niet meer economisch winstgevend zijn. Bij het vrijkomen van die hotels zullen ze dan voor opvang of huisvesting beschikbaar kunnen komen. Het lid BROERSEN wil door het echt toepassen van de kinderrechtentoets geen enkel kind door huisuitzetting op straat laten komen, wat om structurele maatregelen vraagt. Amsterdam kan daarbij voorloper zijn. Het opeisen van een woning blijkt een grote hobbel voor vaak een alleenstaande moeder. Het betekent dat die bij de rechter de woning moet claimen om recht op urgentie te houden. Zonder dat traject vervallen gezinnen sneller in de opvang. Het rapport adviseert te onderzoeken of deze eis in sommige gevallen achterwege kan blijven, maar dat punt mist VOLT in de reactie van de wethouder. Het gaat om een bepaalde manier van maatwerk toepassen en minder kijken naar het verwijten van de ouder. Gezinnen raken nu vaak verstrikt in het versnipperde systeem waar kinderen de dupe van worden.

Betere integrale samenwerking is daarom nodig en bepaald moet worden wie eindverantwoordelijk is om ook kinderen in zicht te houden. Gezinnen komen juist in omliggende gemeenten terecht en daar verliezen zij vaak de bindingseis. Regionale afspraken en solidariteit zijn dus nodig om te voorkomen dat kinderen en gezinnen tussen wal en schip geraken. VOLT roept de wethouder op om de aanbevelingen van de Kinderombudsman over te nemen met als uitgangspunt: geen kind op straat. Het lid ABDI noemt gezinnen zonder thuis een van de urgentste kwesties in de stad. Het gaat om kinderen die van bank naar bank moeten hoppen, ouders die nergens heen kunnen en een overheid die soms ook te laat is. De Kinderombudsman stelt terecht dat het belang van kinderen nog onvoldoende wordt meegewogen. Daarom vraagt de PvdA naar de bereidheid om een praktische kinderrechtentoets te ontwikkelen en die structureel toe te passen bij beleid en uitvoering en hoe het meer kinderen daarbij zelf zal betrekken. Wat betreft preventie sluit de PvdA zich aan bij gemaakte opmerkingen over het voorkomen van huisuitzettingen of het kwijtraken van woonruimte. Voor de zomer heeft het lid met collega’s een motie ingediend om breder te kijken naar andere oorzaken bij een urgentieverklaring, bijvoorbeeld huiselijk geweld. Een reactie op die motie is er nog niet.

Wellicht is het college bereid om met corporaties en particuliere verhuurders afspraken te maken over maatwerk en redelijke termijnen, zodat gezinnen niet meteen op straat belanden. De PvdA is het bekend dat dat met corporaties wel gebeurt en is benieuwd hoe het daarmee staat. Over afspraken met particuliere verhuurders wil het lid ook meer horen. Daarnaast is de PvdA benieuwd naar mogelijkheden in regionaal verband als het gaat om benutten van de woningvoorraad. Wellicht is het goed daarover met de provincie in gesprek

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

te gaan. Misschien kan de Kinderombudsman naar dat gesprek meegaan om te kijken wat er mogelijk is. Er is schaarste aan woningen en noodopvang. De wijze van kijken naar gezinnen lijkt erop dat strikte voorwaarden er meer toe doen dan met wie men te maken heeft. Daarbij speelt drukte bij buurtteams en het OKT een rol. Zij zijn te veel tijd kwijt aan administratieve zaken, terwijl ze in een overlevingsmodus zitten. Moeders moeten daardoor wachten en zijn alleen maar bezig met waar ze kunnen slapen. Ook de PvdA is benieuwd hoe het college kijkt naar de maatwerkaanpak. De gemeente zou hierin creatiever kunnen zijn en kijken wat er beter kan. De bestuurlijke reactie noemt al veel suggesties die het lid omarmt. Het gaat in dezen om iemand die wordt aangewezen om een gezin te begeleiden en die te maken krijgt met een termijn. Twee jaar terug diende het lid een motie in over veilige netwerken. De bestuurlijke reactie miste een concrete uitwerking van de aanbeveling over een netwerkcheck en gevraagd wordt hoe het college ervoor zal zorgen dat kinderen niet van de radar verdwijnen of in een risicovolle inwoonsituatie terecht komen. Ook is het de vraag wat de gemeente zal doen om ervoor te zorgen dat professionals in de opvang uiteindelijk de tijd hebben om kinderen goed te begeleiden.

Zonder die begeleiding is de kans namelijk groot dat kinderen later opnieuw in dezelfde situatie belanden. Het college geeft aan te werken aan een outreachend expertteam en de PvdA vraagt wanneer dat van start gaat, evenals waarom dat in een pilotvorm gebeurt, dit terwijl gemeenten vanuit de wet juist verplicht zijn om een integrale aanpak te hebben. Amsterdam beschikt over de kennis, instrumenten en partners om het probleem aan te pakken en doet al heel veel. De vraag is dus hoe ze de aanpak concreet zal organiseren. De PvdA hoopt vandaag en de komende weken stappen te laten zetten naar een aanpak, die een verschil maakt voor de betreffende gezinnen en de kinderen. Het lid VAN DER VEEN merkt op dat er veel verschillende actoren zijn die maken dat gezinnen op straat komen te staan. Men zou willen dat binnen al die organisaties en gremia gesprekken worden gevoerd om het beter te maken. Het lid hoopt dat een buurtteammedewerker kritisch wordt benaderd als dat indien nodig geen contact heeft opgenomen met het OKT. Ook zou men bij dakloze gezinnen hopen dat een rode knop wordt ingedrukt en schuldhulpverlening meteen wordt georganiseerd. GroenLinks vindt het goed om de komende jaren de versterking van de aanpak dakloosheid te kunnen voortzetten en dat de begroting dat ook op die manier vermeldt. Daarmee is voor daklozen ook het verschil te maken.

Het college wordt gevraagd of met dat geld extra stappen te zetten zijn, misschien wel op basis van het rapport van de Kinderombudsman. Zij adviseert om het beste besluit voor het kind structureel toe te passen en het lid wil weten hoe het college dat de komende jaren wil doen, zodat beslissingen over dakloze gezinnen en de belangen van kinderen altijd expliciet worden meegewogen. Wat betreft de aanbeveling over tijdelijke huurcontracten en inwoning bij private huurders vraagt het lid hoe het college maatwerk daarbij kan toepassen. Bij keten- en rolvervaging mist de Kinderombudsman regie en doorzettingsmacht. Gevraagd wordt wat er nog meer nodig is om die te kunnen krijgen. Een netwerkcheck vindt GroenLinks heel belangrijk voor kinderen. Die zou standaard bij elke intake meegenomen moeten worden, omdat het gaat om denken vanuit het kind. Het lid KABAMBA vindt het goed dat de Kinderombudsman aanbevelingen heeft doorgegeven die overgenomen kunnen worden. Uit de praktijk hoorde het lid iets anders. De oproep is om de kinderrechtentoets ook in de praktijk zichtbaar en toetsbaar te laten zijn.

Het lid vraagt: - hoe is te borgen dat gezinnen in Amsterdam altijd toegang krijgen tot juridische ondersteuning; - hoe het college er creatief voor kan zorgen toch inwoning en onderhuur bij te houden; vanuit het buitenland zijn er voorbeelden voor oplossing van dat probleem; - hoe zo snel mogelijk en op een radicale manier aan het feel safe cirsisprotocol wordt gewerkt; - hoe het college escalatie van problemen bij gezinnen voorkomt waardoor dakloosheid ontstaat.

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

Het lid ASLAMI vindt wat Amsterdam doet tegen dakloosheid van kinderen beter kan, zoals de integrale aanpak, waarbij de belangen en rechten van het kind centraal staan. Gevraagd wordt hoe die verder kunnen worden geborgd en verankerd in alles wat er gebeurt. Niet alleen in Amsterdam, maar ook door de rijksoverheid. In dat verband informeert D66 naar een update vanuit het Rijk. Een groot deel van de oplossing ligt in hoe wetten en regels in de praktijk uitpakken. Zijn mensen bijvoorbeeld bekend met de kostendelersnorm? Een grote oorzaak van het probleem ligt grotendeels bij de woningnood. Er zijn dus woningen nodig en in dat verband kijkt het lid ook naar het college voor de Amsterdamse aanpak van volkshuisvesting en het realiseren van zoveel mogelijk woningen. Het lid HAIJEN vindt het onacceptabel dat moeders met hun kind in een auto moeten slapen of dat gezinnen van bank naar bank moeten hoppen of zelfs hun toevlucht tot een garagebox moeten nemen, omdat ze geen dak boven hun hoofd hebben. Dakloosheid is in de eerste plaats een woonprobleem. Er is een wooncrisis en er zijn meer betaalbare woningen in Amsterdam nodig, vandaar de aanmoediging aan het college om te blijven inzetten op de bouw van 40% sociale woningen en 40% middenhuurwoningen, omdat er meer betaalbare woningen nodig zijn. Elke dakloze verdient hulp.

Het lid ASLAMI vraagt of de SP open staat voor het wijzigen van de genoemde percentages als er daardoor meer woningen in Amsterdam zijn te realiseren. Het lid HAIJEN wil daarover praten als er daardoor in absolute zin meer sociale woningen bijkomen. Men moet af van het adagium van zelfredzaamheid, dat in het verleden vaak werd gebruikt bij economisch daklozen, die vaak geen hulp kregen. Gelukkig is er veel verbeterd en krijgen zij tegenwoordig wel hulp, o.a. van de Regenbooggroep. De op 30 september aangenomen Tweed-Kamermotie om huisuitzettingen te verbieden als kinderen daardoor dakloos worden wil de SP als een aansporing en aanmoediging door Amsterdam laten gebruiken door met corporaties en particuliere verhuurders afspraken te maken en te verbieden dat kinderen door huisuitzetting dakloos worden. Wethouder GROOT WASSINK merkt op dat een brief van gemeenten heeft geleid tot een aangenomen motie in de Tweede Kamer, die het kabinet oproept om met gemeenten over gezinnen in overleg te treden. Hij vindt het buitengewoon goed dat raadsleden telkens voor het onderwerp aandacht vragen, terwijl hij soms beperkingen moet aangeven. Hij heeft zich namelijk als wethouder te verhouden tot schaarste. Amsterdam doet tenminste nog wat aan de woningvoorraad, maar tegelijkertijd moet men realistisch zijn.

Als men Haven-Stad met 80.000 woningen in één dag zou kunnen realiseren, dan zouden die woningen drie maanden later allemaal zijn vergeven. De druk op de stad is dus te groot, wat de Kinderombudsman ook aangaf. Hij benadrukt dus dat sprake is van een woonprobleem. In Amsterdam waren er op basis van huurschuld drie huisuitzettingen in de periode van tweeënhalf jaar, hij is bereid met zijn collega Pels in overleg te gaan om te kijken of de meldingsplicht altijd wordt opgevolgd en of er ook andere omstandigheden zijn. Over de uitwerking van de motie maakt hij zich toch wel zorgen. In veel gevallen gaat het om illegale onderverhuur. Bij constatering daarvan kan men dan niet altijd zeggen dat iemand automatisch recht heeft op een woning. Het lid KROM wijst op het door de Straatalliantie en de Kinderombudsman gemaakte punt dat mensen uit een woning worden gezet, terwijl ze recht op juridische bijstand of een vonnis van de rechter hebben. Het verzoek is dus te zorgen dat niemand onterecht uit een woning wordt gezet. Ook mensen in onderhuur hebben namelijk bepaalde rechten waarnaar gekeken moet worden. Wethouder GROOT WASSINK is het daarmee eens, maar hij relativeerde slechts het vertrouwen van het SP-lid in de door de Tweede Kamer aangenomen motie. Bij de centrale toegang komen vaak gezinnen die op geen enkele manier ooit in een reguliere woning in Amsterdam hebben gewoond.

Bijvoorbeeld signaleerde het stedelijk team voor economisch daklozen van de Regenbooggroep dat 85% van de gezinnen die zich daar meldden een afgeleid

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025

verblijfsrecht heeft op basis van Chavez. Zij hebben verder geen enkele relatie met Amsterdam. Amsterdam vangt 228 van hen wel op in noodopvang voor gezinnen, maar hierin zal de rijksoverheid verantwoordelijkheid moeten nemen. Het lid ABDI vindt het lastig dat cijfers niet worden hard gemaakt. Wethouder GROOT WASSINK had het in dezen over het stedelijk team voor economisch daklozen van de Regenbooggroep en niet over de centrale toegang, maar onderschrijft wel het gemaakte punt. Hij vindt het ook goed om beter en meer in te zetten op data, wat het onderzoek ook vermeldt, maar er zijn wel beperkingen. Het privaat eigendomsrecht maakt het moeilijk om een hotel met 600 kamers in te zetten. Wel zullen met particuliere verhuurders gesprekken over huisuitzettingen gevoerd worden, maar garanties daarover zijn niet te geven. Hij is heel blij met het rapport van de Kinderombudsman en wil met alle aanbevelingen heel graag aan de slag gaan, zoals met de verbeterpunten ten aanzien van ontruimingen vanuit woningen van particuliere huisvesters, regie en doorzettingsmacht. Er is inderdaad echt nog wel wat te verbeteren in de Amsterdamse praktijk en daarom heeft de gemeente ook zelf onderzoek daarnaar gedaan. De aanbevelingen van dat onderzoek zijn ook met de commissie gedeeld. De wethouder is blij met de opmerking van de Kinderombudsman dat de kinderrechtentoets ‘nogal vaag’ is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16129896/1