20250702 SED conceptverslag
Tekst van het document
Het is buitengewoon ingewikkeld om nauwelijks uitstroom te hebben uit de noodopvang gezinnen. De inspreker sprak over de Chavez-mythe. 60 procent van de mensen in de noodopvang gezinnen is wel degelijk Chavez. Hij verwijst naar de cijfers in het onderzoek over de regenboog. De voorman van de MDHG had een hele mooie bijdrage in Het Parool van het weekend. Hij zegt dat het systeem stuk is. Het gaat natuurlijk om het beperken van instroom en het bevorderen van uitstroom. Die uitstroom krijgt hij niet voor elkaar omdat de huizen er niet zijn. Nu wordt er gezegd dat er een nieuwe voorrangscategorie moet komen. Dat kan wel. De wet is er nog niet en men gaat geen dingen doen die niet conform de wet zijn. Het kan dus wel, maar eerder deze week was het de voorvrouw van de Amsterdamse Federatie van Woningbouwcorporaties die een voorrangscategorie wilde hebben voor jongvolwassenen. Hier in de raad wordt gezegd dat er 25 procent zonder enige vorm van voorrang moet worden gedaan. Het is niet dat hij niet wil. Hij gunt iedereen een huis maar het is verdomd lastig. Als er voorrangscategorieën worden gestapeld, dat doet men in deze stad al, komt er geen huis bij. Het betekent dat men andere mensen niet huisvest. Dat is de consequentie. Daar kan de gemeenteraad voor kiezen vanuit het perspectief dat het voor kinderen belangrijk is.
Daar is hij niet tegen, maar dat wil hij doen op basis van cijfers. Dan moet men ook aangeven wie er niet meer gehuisvest worden. Het lid KROM wil een iets langere interruptie doen want de wethouder is inmiddels vijf onderwerpen verder in drie zinnen. Allereerst hebben de sprekers niet gezegd dat kinderrechten niet worden meegenomen. Ze hebben gezegd dat ze onvoldoende worden meegenomen. Dat is wezenlijk iets anders. Ten aanzien van de Chavez-gezinnen is spreekster benieuwd naar de absolute cijfers. Als men kijkt naar het totaal aantal dakloze gezinnen, denkt zij dat die aantallen minder hoog zijn dan de wethouder vreest. Daarnaast zijn het nog steeds Nederlandse kinderen. Op het moment dat het perspectief van de kinderen zou zijn meegenomen in het onderzoek, was de uitkomst misschien niet meer woningen geweest maar misschien meer preventie. Dat weet men niet omdat het kindperspectief niet voldoende is meegenomen in het onderzoek. Dat is het punt dat men hier probeert te maken. De sprekers vragen niet om meer huizen, eigenlijk wel, maar ze vragen om anders te kijken naar hoe de opvang en zorg nu zijn geregeld. Dat is de vraag die is gesteld. Wethouder GROOT WASSINK is het hiermee ook heel erg eens. Het was het lid Namane dat zei: ‘de belangen van kinderen worden zelden meegewogen’.
Dat vindt hij best ingewikkeld omdat hij veel medewerkers ziet die heel erg proberen om binnen de verdeling van schaarste de belangen van kinderen wel degelijk mee te wegen. Met weet hoe collega Moorman met huisontruimingen aan de slag is geweest. Volgens de wethouder wil men allemaal hetzelfde. Hij begrijpt dat men nog niet helemaal tevreden is met het onderzoek en wat er gedaan wordt. Hij wil met elkaar verder verkennen, misschien op basis van het voorstel van de sprekers, wat het praktisch betekent om het kinderperspectief centraal te stellen. Hij is het ermee eens dat kinderen meer gehoord moeten worden. Wat betekent dat
31
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
praktisch? Daar zit voor hem een vraag. Hij heeft allerlei uitvoeringskwesties die hij niet zomaar een-twee-drie oplost en die soms ten koste gaan van anderen. Het lid PERDOK zit hier niet als projectontwikkelaar of -leider. Zij zou wel graag met de wethouder bespreken wat er praktisch zou moeten veranderen in de maatschappelijke opvang om het een, niet per se fijne plek te maken, het is nooit fijn om dak- en thuisloos te zijn, maar om het een veilige plek te maken voor kinderen. Dat kan door het in te richten zodat de gezondheid van kinderen niet door schimmels in het geding komt, dat ze gebruik kunnen maken van warm water, dat de verwarming het altijd doet. Dat zijn praktische punten die kunnen worden ingezet en waarover ze het kunnen hebben. Ze heeft het niet over een speeltuintje dat gebouwd moet worden. Ze wil dat kinderen twee of drie jaar in een veilige omgeving kunnen zitten. Dat lijkt haar een belangrijke investering. Zij roept de wethouder ertoe op om er gezamenlijk voor te zorgen dat er geen onveilige situaties zijn van huiselijk geweld in de opvang of sextortion. Er zijn veel thema’s die de veiligheid van kinderen en daarmee de ouders in gevaar brengen. Spreekster raakt geïrriteerd. Ze is op allerlei manieren aan het zoeken om dit gesprek op een normale manier te voeren maar het lijkt een soort debat te worden over wie het het beste zegt.
Ze begrijpt dat er geen woningen zijn maar ze wil dat dat wat er is op een manier wordt ingericht dat het veilig is voor kinderen zodat er geen getraumatiseerde kinderen komen of de kinderen niet kunnen meedoen over een aantal jaar. Wethouder GROOT WASSINK herkent niet dat het op alle locaties die er zijn zo slecht zou zijn. Die suggestie werpt hij ver van zich. Met de middelen die er zijn probeert men zoveel mogelijk mensen te ondersteunen. Moet daarin geherprioriteerd worden? Dat zou goed kunnen. Hij zal proberen de vragen te beantwoorden. Vooraf zegt hij dat dit volgens hem een onderwerp is dat allen zeer aan het hart gaat. Hij zou het fantastisch vinden als er meer middelen zouden zijn. Tegelijkertijd hoopt hij dat de raad en het college samen met alle partijen die in de stad samenwerken op basis van ETHOS en de voorstellen van de raadsleden de aanpak op een andere manier kunnen herprioriteren. Daar is hij niet tegen. Dat wil hij het liefst ook. Dat is wat hij met de Kinderombudsman en de President van de rechtbank heeft besproken. Hij hecht er ook aan. Hij heeft gevraag wat ‘kinderperspectief centraal’ inhoudt. Betekent dat dat het centraler zou kunnen? Daar is hij het wel mee eens. De Huisvestingsverordening vindt hij lastig. Ten koste van wie dan? Daar moet men met elkaar een gesprek over hebben en het zou best kunnen zijn dat het geherprioriteerd wordt.
Daar heeft hij eerder ook ruzie over gemaakt met zijn collega’s. Hij wil ook soms graag dat andere groepen prioriteit krijgen. Er is een volksinitiatief dat het aantal woningen überhaupt al vermindert. Hij vindt best dat men kan zeggen: de jongste kinderen eerst en dan misschien de jongvolwassenen. Dat betekent wel iets voor de andere groepen. Het lid BROERSEN begrijpt de ingewikkeldheid. Ze zit ook in de commissie Woningbouw en Volkshuisvesting. Daar heeft zij hetzelfde verhaal van deze vrouw verteld omdat de voorrangsregelingen er met een reden zijn. In het onderzoek, pagina 24, staat dat bij alle maatregelen die kinderen direct raken de belangen van het kind de belangrijkste overweging zouden moeten zijn. Wanneer met name deze overeenkomst politiek prioritair zou zijn, zou dit tot een verschuiving in de inzet van middelen en een andere verdeling van schaarste kunnen leiden. Dat is de opmerking die wordt gemaakt, maar dat hadden de sprekers ook verwacht in het onderzoek, dat dit daadwerkelijk werd onderzocht. Wethouder GROOT WASSINK begrijpt de ontevredenheid. Hij verzoekt hen echter om daar met hem en zijn collega’s op basis van het cijfermateriaal van ETHOS naar te kijken. Ook hier is de vraag wat het dan precies betekent. Hij zal na de zomer ook de cijfers van Chavez op een rijtje zetten. Het lid Krom heeft gelijk. Het zijn Nederlandse kinderen. Die hebben ook recht.
In Amsterdam treft men allerlei bovenwettelijke voorzieningen die vollopen waar de rijksoverheid geen enkele verantwoordelijkheid voor neemt en die het lastig maken. Hij krijgt van regiogemeenten alleen maar op zijn kop. Er zijn afspraken maar hij wordt op het matje geroepen door verschillende Achterhoekse gemeenten omdat die moeilijk gingen doen over een gewone normale woningtoewijzing met loting, zoals dat in krimpgebieden gaat, omdat het adres Jan van Galen was. Niet alleen Amsterdam, maar
32
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
ook Utrecht en Den Haag en Rotterdam voelen zich hierin vaak alleen staan omdat er makkelijk gedaan wordt. De grote stad heeft natuurlijk een aanzuigende werking. Dat begrijpt hij wel. Ook ten aanzien van de bindingseis heeft hij het idee dat men daar coulant mee omgaat. Er moet wel iets van een eis gesteld worden omdat de capaciteit zowel in opvang als in huisvesting niet onbeperkt is. Eerder heeft men met elkaar over de afgrijselijke zelfredzaamheidsmatrix gesproken. Het zijn instrumenten om schaarste te verdelen. Als er geen schaarste was zou er een ander gesprek zijn. Het lid Namane vroeg waarom er een pilot is. In de praktijk is het ingewikkeld. In oplossingsrichting 3 staat dat men er echt mee aan de slag gaat. Met de ‘best interest of child assessment’ gaat men aan de slag. Dat is belangrijk en dat staat erin. Het lid Krom vroeg hoe hij hiernaar kijkt. Hij herhaalt dat urgentiecategorieën aangepast kunnen worden maar het heeft wel consequenties voor een ander. Er komen niet automatisch meer woningen. Hij heeft het met zijn collega Pels gehad over het onderzoeken van alternatieve woonvormen omdat niet alleen deze groep maar alle groepen klem zitten. De doorstroming uit de hele keten zit muurvast. Het lid Broersen zegt terecht dat noodopvang voor niemand goed is. Het lid Perdok zei dat twee of drie jaar in opvang te lang is.
Kinderen moet men helemaal niet zo lang in de opvang hebben. Ook van in een hotel wonen wordt men geen beter of leuker mens. Het lid Yemane heeft het over de Stadspas voor ongedocumenteerde kinderen. Zij weet hoe hij hier persoonlijk in staat en dat hij tegelijkertijd het standpunt van het college verdedigt. Hij kijkt uit naar een nieuw voorstel van de gemeenteraad. Dat lijkt hem uitstekend. De kinderen in de maatschappelijke opvang krijgen individuele aandacht en begeleiding. Iedereen wordt gekoppeld aan een OKT. Daar zit het goed in. Ook in de noodopvang is die koppeling er. Misschien is daar iets te verbeteren. Hij is bereid dat te onderzoeken. Hij heeft het idee dat de professionals, die hij een groot compliment wil geven omdat het heel veel mensen zijn die met ziel en zaligheid voor verschillende groepen werken, er structurele aandacht voor hebben, ook voor de ontwikkeling en welzijn van het kind. Er is aanvullend aanbod met Altra. Het lid Perdok was net geïrriteerd. Dat raakte hij ook een beetje. Als de suggestie dat het echt allemaal mis is in de opvangvoorzieningen klopt, had de toezichthouder allang ingegrepen. Gaat alles goed? Nee, natuurlijk niet.
Hij is zeer gemotiveerd en bereid, hoewel hij een beetje op weg is naar de uitgang, om met deze gemeenteraad te bekijken hoe men juist voor kinderen, maar liever voor dakloosheid in den brede dat richting een nieuwe collegeperiode kan versterken. Hij is blij dat er bij de voorjaarsnota middelen voor de versterking zijn gecontinueerd tot en met 2027 en dat er ook daarna nog structurele middelen zijn opgenomen. Er staat de gemeente nog veel te doen. Niemand is tegen kinderen, hij dus ook niet. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Krom voor een interruptie. Het lid KROM wilde nog twee punten maken. Ze heeft een vraag gesteld over een vrouw die het huis is uit gevlucht en vanwege de bureaucratische regel dat ze niet staat ingeschreven geen enkel recht heeft en dat zo’n vent er kan blijven wonen en zij al jaren in de opvang zit. Zij vraagt zich verder af of de universele rechten van het kind eigenlijk niet voor moeten gaan op Amsterdams beleid en of dat niet juridisch bindend is. Ze kan zich voorstellen dat kinderen recht hebben op een huis en het recht hebben om gehoord te worden als ze uit huis gezet worden. Is de gemeente niet verplicht om veel meer te doen dan ze op dit moment doet? Wethouder GROOT WASSINK zegt dat de tweede vraag een juridisch interessante vraag is. Hij heeft weleens met het College voor de Rechten van de Mens gesproken.
De harde rechten als persvrijheid, en vrijheid van vergadering juridisch veel beter geborgd zij dan de wat meer sociale rechten. Het probleem zit al in de Grondwet. Het artikel over bestaanszekerheid zegt dat de bestaanszekerheid der bevolking de zorg van de overheid is. Wat betekent dan zorg? Bij het College voor de Rechten van de Mens is er nadrukkelijk de wens om te bekijken of die zachtere rechten harder gemaakt kunnen worden. De vraag is of het juridisch afdwingbaar gemaakt kan worden. Dan is de vraag niet of en hoe maar waar dan. Dat is bij deze situatie ook de vraag. Er zijn hier veel mensen, met binding, met halve binding, soms met hele binding, soms zonder binding. Hebben die allemaal recht in
33
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
Amsterdam en wat betekent dat dan? Het is bijna een filosofische vraag of universele rechten niet voor moeten gaan. Ook bij de uitwerking moet ernaar worden gekeken dat er herprioritering kan plaatsvinden maar dan nog vindt hij wel, en dat perspectief mist hij een beetje, dat rechten van een kind, plichten van een ouder zijn. Er gebeuren soms dingen waarvan hij denkt ‘daar had de ouder echt een andere rol in kunnen en moeten spelen’. Ten aanzien van het eerste punt denkt hij dat het verankerd is in het huurrecht. Degene die is ingeschreven behoudt dat. Hij zal dat navragen. Het zou interessant zijn om te onderzoeken of daar een overrulende bepaling in kan maar hij vreest dat er dan in het huurrecht van alles moet worden veranderd. Hij is er niet tegen. Dit is op uitvoeringsniveau ingewikkeld. De VOORZITTER vraagt of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is niet het geval. Hij vraagt verder of het punt voldoende is besproken en of bespreking in de raad gewenst is. Dat is het geval. Er wordt voor gekozen dat dit onderwerp daar lang wordt besproken. Hij schorst de vergadering voor een pauze. Pauze 6. Bespreken van de jaarlijkse onderzoeken Verordening toerisme in balans en 7. Bespreken van de raadsinformatiebrief en bijgaande O&S-onderzoeken lokale economie hotels Amsterdam en Onderzoek toeristisch dagbezoek Amsterdam De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Broersen.
Het lid Alberts heeft de vergadering helaas verlaten wegens omstandigheden. Het lid BROERSEN zegt dat de nieuwe cijfers bevestigen wat men dagelijks in de stad ervaart. Het toerisme groeit en niet op een manier die men in de stad wil. Ondanks jaren van beleid om dit te stoppen, van hotelstops tot strengere regels voor vakantieverhuur, blijft het aantal toeristische overnachtingen boven de 20 miljoen en het is nog altijd stijgend. De aanpak hiervan ligt niet alleen bij Amsterdam. Bij de explosie van goedkope budgetvluchten, internationale marketing en het uitblijven van Europese kaders voor duurzaam toerisme ligt ook een deel van de oplossing. Daarom vraagt spreekster de wethouder om samen met andere steden die hier last van hebben een zienswijze in te dienen op de nieuwe toerismestrategie van de EU. De Amsterdammer vindt geen rust in de stad. Winkelstraten veranderen in toeristenkermissen en er rijden Mario karts door de Negen Straatjes. Spreker kan zich voorstellen dat bewoners zeggen ‘genoeg is genoeg’ om vervolgens de gemeente te proberen te dwingen tot maatregelen. Amsterdam is geen pretpark. Spreekster is zoekende naar de aanpak. Wachten tot 1 december 2025 op de wethouder om met maatregelen te komen zorgt ervoor dat men volgend jaar door kan waarvan men wel echt weet hoe het werkt: het verhogen van de toeristenbelasting.
Het is een van de weinige middelen waarvan de uitkomsten duidelijk zijn. Dit is niet het enige dat men zou moeten doen. Naast sturen op nachten moet men ook sturen op spreiding en op leefbaarheid in de stad. Het is niet of of maar en en. De huidige maatregelen wijst zij niet af, maar om het terug te dringen vindt zij dat toeristenbelasting niet achterwege gelaten kan worden. Als er wordt gewacht tot 1 december 2025 dan gaat een nieuw college pas volgend jaar aan de slag. Dat duurt spreekster te lang. Het lid VON GERHARDT vindt dat de rapporten laten zien dat toerisme ook veel moois aan de stad brengt. Dat wordt in deze commissie nog wel eens vergeten. Men doet vaak alsof toeristen alleen maar kommer en kwel zijn maar men kan ook goed zien dat toerisme zorgt voor werkgelegenheid, dat het zorgt voor het in stand houden van vele mooie voorzieningen in deze stad zoals het openbaar vervoer, musea en veel lokale ondernemers
34
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
en horeca. Het is in de binnenstad natuurlijk veel te druk. In andere delen van de stad kan men wel meer toeristen gebruiken zodat men daar ook iets meer horeca heeft of mooie gelegenheden en voorzieningen. Dat is de crux. Men moet zich niet blindstaren op de drukte in het centrum maar men moet bekijken hoe de hele stad kan profiteren van het toerisme zodat ervoor gezorgd kan worden dat toerisme zich meer gaan spreiden en dat elk stadsdeel de voorzieningen krijgt die daarbij horen. Het lid YEMANE vindt dat spreiding fantastisch zou zijn als het werkt maar vandaag is te zien dat bezoekers van hotels buiten het centrum daar nauwelijks geld voor uitgeven. Wat moet er volgens de VVD worden gedaan om dat dan te laten slagen. Het lid VON GERHARDT zegt dat alle toeristische attracties of trekpleisters nu in het centrum zitten of daaromheen. Men zou in gesprek kunnen gaan met de alliantie Bezoekerseconomie Amsterdam die vandaag in kwam spreken waar heel veel partners bij zitten over welke dingen uit het centrum verplaatst kunnen worden naar andere plekken. Misschien zijn er aantrekkelijke musea die op een andere plek kunnen zitten. Men kan bekijken wat ervoor nodig is om ervoor te zorgen dat de buurten die meer mensen kunnen gebruiken ook meer mensen aantrekken. Het lid SCHMIT nodigt de heer Gerhardt uit om de rapporten te lezen.
Het is bewezen dat het niet helpt om een museum van het centrum naar Nieuw-West of Zuidoost te helpen. Wat helpt is een nieuwe wijk in Nieuw-West of Zuidoost met masterplannen te ontwikkelen zodat ze aantrekkelijk worden voor bewoners en dan ook voor toeristen. Het lid VON GERHARDT zegt dat er nog nooit een museum is verplaatst. Dat moet men gewoon gaan doen. Hij constateert dat alle nieuwe attracties die er komen voor de stad weer in het centrum komen. Dat is geen spreiding. Dan blijft men de drukte behouden. Daar moet op ingezet worden. Dan worden ook de bewoners in Weesp, Zuidoost en NieuwWest geholpen die zeggen dat ze wel iets van de levendigheid van het centrum kunnen gebruiken. Men moet er ook eerlijk over zijn dat de 20 miljoen overnachtingen de komende jaren wel overschreden zullen worden. Daar kan de stad vrij weinig aan doen omdat er steeds meer bezoekers komen. Er komt steeds meer toerisme op gang. Het kan ingeperkt worden maar men kan geen slot om de stad heen zetten om de drukte daar te verminderen. Men zien ook dat het aantal dagjesbezoekers blijft toenemen. Dan kan men op het aantal overnachtingen sturen maar de drukte in het centrum wordt er niet minder op als er vervolgens allemaal mensen als dagbezoeker deze kant op komen. Daar moet iets aan worden gedaan.
Het lid KROM vraagt of het lid VON GERHARDT niet van mening is dat het verhogen van toeristenbelasting een stuurmiddel is om te sturen op minder overnachtingen en dat men daarnaast over spreiding buiten Amsterdam zou kunnen nadenken zodat men ook minder dagbezoekers krijgt. Het lid VON GERHARDT denkt dat inderdaad dat dat kan helpen. Hij denkt dat dagbezoekers nog steeds naar de stad zullen komen. Als mensen uit Nederland en mensen die op vakantie komen in een andere stad in de buurt slapen, willen die echt wel een dagje naar Amsterdam. Wie uit China komt en in Haarlem slaapt maakt een half uurtje naar Amsterdam niet uit. Het lid BENTOUMYA is het met de VVD eens dat het aantal dagbezoekers omhooggaat. Dat is ook in deze prognoses te zien. Anderzijds heeft de VVD zich ook gecommitteerd aan de verordening Toerisme in balans zoals iedereen. Zij zit met verbazing te luisteren naar het pleidooi van de heer VON GERHARDT die eigenlijk zegt dat men er niets aan kan en zal doen en dat iedereen ongebreideld op bezoek kan komen. In een eerdere commissie en in de raad heeft hij gezegd dat er ten aanzien van dagbezoekers niets te doen is aan de mra. Hij wilde daarmee niet eens het gesprek aangaan. Welke oplossingen heeft de VVD daadwerkelijk om niet alleen het aantal overnachtingen maar ook het dagbezoek naar beneden te brengen.
35
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
Het lid VON GERHARDT zegt dat een middel nog niet is ingezet. Daar doet deze gemeenteraad ontzettend lastig over. Het is een middel dat effectief werkt. Heel veel mensen komen daarvoor naar Amsterdam, namelijk het roken van een joint. Als het ingezetencriterium niet als optie op tafel wordt gelegd om het aantal bezoekers naar deze stad te beperken, dan is men geen knip voor de neus waard. Dit is een middel dat gaat werken en wat ervoor kan zorgen dat er veel minder toeristen deze kant op komen. Dat is de enige manier om te zeggen: willen we minder toeristen, dan zullen we dat moeten doen. De burgemeester wil het, dit college wil het. Hij pleit ervoor dat de raad de ruimte geeft om het te gaan doen. Het lid BENTOUMYA hoopt dat het lid VON GERHARDT de stukken heeft gelezen waar nog een keer in staat dat het coffeeshopbezoek absoluut niet de hoofdreden is voor de nachtbezoekers als de dagbezoekers. Ze begrijpt niet waarom de VVD steeds met het i-criterium als de hele graal op de proppen komt. Daarnaast hoort ze de VVD vaak over het hierheen trekken van congresbezoekers. Zij is benieuwd wat daarover op dit moment het standpunt is van de VVD. Het lid VON GERHARDT is verbaasd dat GroenLinks een middel dat de burgemeester graag wil inzetten en waarvan de burgemeester aangeeft dat het gaat helpen niet wil proberen.
Als GroenLinks wil dat er hier minder toeristen heen komen dan moet ook alles ingezet worden. Het punt over de congresbezoekers is doorgeschoven. Daar kan men de volgende vergadering uitgebreid over hebben. Het lid BENTOUMYA zegt dat het hier over het welzijn van de bewoners gaat. Dat is waarom GroenLinks eerder dit standpunt heeft ingenomen. Daar hoeft men het niet over te hebben. Waar ze het wel over wil hebben zijn die congresbezoekers want dat hangt wel degelijk samen met de bezoekerseconomie. Ze is benieuwd wat het standpunt van de VVD daarover is. In de stukken is ook te zien dat de bezettingsgraad van Amsterdamse hotels nog niet op het peil van voor corona is en dat voornamelijk te maken heeft met een afname van zakelijke bezoekers. Op het moment dat het lid VON GERHARDT zich wel wil inzetten voor minder toeristen in Amsterdam lijkt het haar een buitengewoon slecht idee om meer congresbezoekers hierheen te trekken. Het lid VON GERHARDT denkt dat congresbezoekers juist toeristen zijn die men deze kant op moet hebben omdat ze veel minder overlast veroorzaken. Ze zijn voornamelijk op het congres en bezoeken misschien een museum, ze gaan lekker uit eten en brengen veel geld naar de economie. Spreker geeft aan dat het om een overlastprobleem gaat. Dat is niet per se een aantallenprobleem. Op aantallen moet men sturen. Als het de spuigaten uitloopt kan men er niets mee.
Wat vooral moet worden aangepakt is de overlast die Amsterdammers ervaren. Dat kan door een ander type toerist, door te spreiden en met een icriterium. Dat moet men gewoon gaan doen. Het lid SCHMIT vindt het een slecht plan. Bij het i-criterium gaat de drugshandel op straat plaatsvinden. Toeristen komen toch. Geld wordt verdiend door criminelen en niet door een coffeeshopeigenaar. Jongeren worden de vernieling in geholpen. Het is een slecht plan. De meerderheid van de ondernemers van Amsterdam City in de binnenstad hebben in de laatste enquête gezegd dat het i-criterium een slecht plan is. Hoe kijkt de VVD aan tegen de mening van de ondernemers in de binnenstad? Het lid VON GERHARDT is er verbaasd over dat het lid Schmit zo wantrouwig is over een plan van de burgemeester en dit college dat de raad vraagt dit te mogen doen. Hij hoort in veel gesprekken dat ondernemers het i-criterium ook willen omdat het helpt. Het lid SCHMIT zegt dat de feiten anders zijn. De meerderheid van de ondernemers in de binnenstad geeft aan dat de meerderheid van de ondernemers in de binnenstad tegen het i-criterium is. Dat noemt hij feiten.
36
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
Het lid VON GERHARDT zegt dat het lid Schmit dan andere mensen spreekt dan hij. Daarnaast is het een middel waarvan de burgemeester zegt dat het kan helpen. Waarom heeft D66 geen vertrouwen in dit college en in de burgemeester? Het lid SCHMIT vindt dat het lid Van Gerhardt blind de burgemeester mag volgen. Hij is gekozen in de gemeenteraad om een eigen mening te geven. Hij hoort het lid VON GERHARDT niet reageren op de feiten dat een meerderheid van de ondernemers tegen het i-criterium is. Het lid VON GERHARDT kan alleen concluderen dat de mening van D66 blijkbaar belangrijker is dan de expertise van de burgemeester die gewoon weet waar ze het over heeft. Als de burgemeester hier vertrouwen in heeft, moet men haar dat vertrouwen geven. Het lid SCHMIT is verbaasd. In het ene debat zet de VVD de burgemeester onder curatele. Nu moet men met zijn allen de burgemeester volgen. Hij vraagt om uitleg. Het lid VON GERHARDT vindt dat de burgemeester een kans moet krijgen om iets uit te voeren dat ze al heel lang wil en dat werkt. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Stevens. Het lid STEVENS zegt dat in haar eerste commissievergadering in maart 2025 ook gesproken werd over toerisme. Het is een belangrijke inkomstenbron van de stad. Het is ook een thema waarbij overlast in de gesprekken de boventoon voert. Nu liggen de rapporten er: een terugblik en een vooruitblik.
De wethouder sprak er naar aanleiding van de inbreng van het CDA in maart over dat de onderzoeken aanknopingspunten kunnen geven om voorstellen in de raad te doen. De overnachtingen zitten volgens de cijfers ver boven de grens. Is de wethouder het eens met het eerdere pleidooi van het CDA dat anders naar de toerismeaanpak gekeken moet worden als er 27 miljoen dagtoeristen zijn? Hotelovernachtingen tellen is niet genoeg. Dat lost de overlast en de toekomstige bezoekersstroom niet op. Spreekster stelt vier vragen. Wat is een realistisch scenario om als stad rekening mee te houden als het om bezoekersaantallen gaat? Het CDA wil niet alleen voor dagtoeristen maar alle bezoekersstromen in kaart brengen inclusief de herkomst van bezoekers, het hoofddoel van het bezoek en het activiteitenpatroon en de meest bezochte locaties. Het is nu alleen voor dagtoeristen bezocht. Wil de wethouder direct kijken naar concrete maatregelen? Het ingezetenencriterium is al genoemd. 39 procent van de buitenlandse dagtoeristen komt om een coffeeshop te bezoeken. Dat is niet de meerderheid maar het is wel bijna 40 procent. Kan met andere gemeenten worden overlegd om festivals en evenementen daarheen te verplaatsen. Kan er gestopt worden met het bouwen van het erotisch centrum, een nieuwe toeristische trekpleister. Er kan creatief nagedacht worden over spreiding in tijd, plaats en kwaliteit.
Ten slotte vraagt zij bezinning op de riviercruisepassagiers. Het aantal wordt gehalveerd maar tegelijkertijd is het geen substantieel deel op de totale opvang en ze brengen wel veel geld in het laatje. Met de halvering verliest Amsterdam zo’n 63 miljoen euro. Daar zijn banen mee gemoeid. Het CDA is klaar om mee te denken met toerisme in balans 2.0. Dat wil zeggen: niet wachten op 1 december 2025. Er is een raadsinformatiebrief. Het lid KROM zegt dat men zich heeft gecommitteerd aan 20 miljoen overnachtingen per jaar. Zoals het er nu naar uitziet zorgen de maatregelen die genomen zijn alleen maar voor een afvlakking in de groei. De berekeningen laten zien dat het verder zal stijgen naar misschien een kleine 28 miljoen overnachtingen per jaar. Die ene maatregel waar echt op gestuurd kan worden, het verhogen van de toeristenbelasting, blijft het college uitstellen. Er wordt voor gekozen te wachten op de effecten van de hogere btw-heffing. Dat zal op
37
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
zijn vroegst bij de begroting voor 2028 een nieuwe verhoging betekenen. Eerst moet 2027 worden onderzocht. Het gevolg is dat de verhoging te laat komt. Spreekster vraagt de wethouder hoe hij denkt zonder het aanpassen van de toeristenbelasting onder de 20 miljoen euro te komen. Moet men niet concluderen dat het niet haalbaar is zonder deze verhoging? Is de conclusie dan ook niet dat men niet kan voldoen aan de 20 miljoen als het college en de raad de verhoging blijven weigeren? Is het niet eerlijker om dat uit te spreken naar de Amsterdammers? Een ander punt van zorg is de keuze voor spreiding. De raad is hier positief over. In de cijfers is ook terug te zien dat mensen langer beginnen te blijven dan gemiddeld. Het is van 2,1 naar 2,4 nachten gegaan en het aantal overnachtingen is met 3 procent gestegen. Het aantal unieke bezoekers neemt ook toe. I Amsterdam wordt in de lucht gehouden en er wordt gewezen op alle leuke dingen naast alle dingen die er al zijn. Spreekster vermoedt dat er een causaal verband is tussen die twee. Wil de wethouder dit onderzoeken zodat men niet met de spreidingsplannen nog meer overnachtingen en mensen naar de stad haalt. Tot haar verbijstering zag zij dat in de nieuwe wijk De Nieuwe Kern 40.000 vierkante meter hotel gepland staat. Zij wil niet weten hoeveel extra bedden dat zijn.
Hoe is deze gemeente daarmee akkoord gegaan? Ze is benieuwd of de wethouder bereid is om bij de wethouder van Amsterdam en Ouder-Amstel aan de bel te trekken over wat dit betekent voor de druk op de stad. Het gaat volledig in tegen wat men wil. Haar laatste vraag gaat over de inspreker die onderdeel is van Amsterdam en partners. Zij krijgt flink subsidie om ook te sturen op de signaalwaarde van 20 miljoen overnachtingen. De inspreker zei dat hij dit getal niet ondersteunt. Het is een ingewikkelde situatie omdat er tegengestelde belangen lijken te zijn. Ze is benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt. Het lid BENTOUMYA vindt dit een uitgelezen kans om de balans op te maken over wat er duidelijk nog niet in balans is. Ook in deze prognose zit een stijging van het aantal overnachtingen en dagbezoekers. Eind 2022 kwam de visie op de bezoekerseconomie met een focus op het terugbrengen van overnachtingen en overlast. Het tegengaan van commercialisering is hier onlosmakelijk mee verbonden. De economische monocultuur die toerisme met zich meebrengt gaat ten koste van de lokale ondernemers en bewoners, ten koste van de leefbaarheid. Daarom heeft GroenLinks een initiatiefvoorstel ‘reclaim het centrum’ ingediend alsmede een motie om de hyperlokale en werkende aanpak van de NV Zeedijk ook op andere plekken in de stad toe te passen waar ook monocultuur op de loer ligt.
Ze is benieuwd wat de stand van zaken is van beide stukken. Een belangrijke pijler onder het beleid van de bezoekerseconomie is de meerkernige stad. Zij leest in het onderzoek over dagbezoek dat toeristen in buurten zoals de Zuidas en Arenapoort lokale uitgaven doen. Het karakter, duidelijk aanbod en goede bereikbaarheid zijn essentieel. Ze is benieuwd hoe het met de doelstellingen van de meerkernige stad staat. Wat doet de gemeente om deze blijkbaar werkende factoren te stimuleren? Belangrijk is misschien nog hoe in lijn met een eerdere motie van GroenLinks gezorgd voor samenhang met community wealth building. Het moet centraal staan dat bewoners in de delen van Amsterdam waar men mensen naar toe wil spreiden ook echt profijt hebben van het toerisme. Dit mist zij in de beantwoording van de motie van het lid Yemane. Het is duidelijk dat ook op dagbezoek moet worden ingezet. In de vorige raad diende GroenLinks een motie in om dagbezoek evenrediger financieel bij te laten dragen en te kijken naar kortingen voor Amsterdammers om hen te stimuleren cultureel bezoek te doen. Zij vraagt naar de stand van zaken. Over de toeristenbelasting heeft zij eerder gevraagd de mogelijkheden van een routekaart uit te werken. Zij was in de veronderstelling dat de wethouder daar niet negatief tegenover stond. Ze is benieuwd of daar iets mee is gedaan.
In de afgelopen jaren zijn veel initiatieven genomen door college en raad om het overtoerisme in Amsterdam aan te pakken. De prognoses laten zien dat men daar onverminderd mee door moet gaan. Het lid SCHMIT zegt dat een bezoekerseconomie in balans in het belang van bewoners, ondernemers en bezoekers is. Bewoners willen prettig wonen. Ondernemers willen een goede boterham verdienen en bezoekers willen ook in een prettige stad rondlopen.
38
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
Niemand is gebaat bij Amsterdam als een pretpark voor piemelpakken. De groei van het aantal overnachtingen neemt iets af maar de prognoses zijn nog steeds boven de afgesproken norm. Er zal samengewerkt moeten worden aan maatregelen. Spreker roept op ervoor te zorgen dat het bedrijfsleven, kennisinstellingen, maatschappelijke instellingen en de gemeente samenwerken. Dat gebeurt wat hem betreft met data-gedreven onderzoek. D66 heeft daarom een initiatiefvoorstel voor een kenniscentrum. Spreker kijkt uit naar de bestuurlijke reactie. Aansluitend aan zijn collega’s merkt hij op dat de trend is dat het dagbezoek omhooggaat. Hij vindt dat dagbezoekers veel meer mogen bijdragen aan het onderhoud van deze stad en dat die bijdragen ten goede moeten komen aan de Amsterdammers. D66 heeft een motie ingediend en wacht op beantwoording. Spreker vraagt de wethouder of deze het eens is met dit uitgangspunt. Het lid BENTOUMYA is benieuwd naar de reflectie van het lid Schmit op zijn eerdere voorstel om I Amsterdam als sterk merk in te zetten om meer bezoekers naar Amsterdam te halen omdat ze hem nu ook hoort zeggen dat er maatregelen tegen genomen moeten worden. Het lid SCHMIT vindt I Amsterdam inzetten een goed plan. Het merk Amsterdam moet worden gebruikt om de juiste bezoekers te trekken en Amsterdam te positioneren als stad van vrijheid en respect.
Het lid BENTOUMYA had gehoopt op enige reflectievermogen op dit punt omdat juist in deze prognoses te zien is dat er onverminderd aandacht moet zijn voor het terugbrengen van het aantal bezoekers. Zij constateer dat het lid Schmit en zij daarover nog steeds van mening verschillen. Het lid SCHMIT is er nog steeds niet in geslaagd om het lid Bentoumya uit te leggen wat hij hiermee bedoelt. Het merk I Amsterdam kan men gebruiken om te zorgen dat men minder bezoekers krijgt en dat men andere bezoekers krijgt. De Albert Heijn van twintig jaar geleden is een andere Albert Heijn dan die van nu. I Amsterdam is een sterk merk. Er zijn veel websites waar mensen landen en die zijn te gebruiken om bij te dragen aan een bezoekerseconomie in balans. Het lid BENTOUMNA denkt dat Albert Heijn, die al jaren met dat merk adverteert, ervoor zorgt dat meer mensen naar de Albert Heijn komen om boodschappen te doen. Het is de grootste supermarkt van Nederland. Dat werkt. Als I Amsterdam wordt ingezet zullen er meer toeristen naar Amsterdam komen. Het lid SCHMIT laat het daarbij. Het lid NAMANE ziet in de stukken dat sommige maatregelen werken maar ook dat men er nog niet is. In alle scenario’s blijft men uitkomen boven de afgesproken 20 miljoen toeristen. Spreiding over de stad heeft ook nog niet het gewenste effect.
Toeristen geven nauwelijks een cent buiten het centrum uit ook al overnachten ze er. Slotervaart en Bos en Lommer hebben nauwelijks iets aan de hotels die er staan. De reden voor de door haar ingediende motie is dat ze bij zichzelf in de buurt zag dat mensen net een flesje water kopen en dan direct de tram in gaan richting centrum. Het idee achter de motie is dat ze wil dat die buurten meer profiteren en dat de spreiding beter werkt door toeristen in de hotels te laten zien wat mooie routes en mooie zaakjes zijn en door hotels te stimuleren door lokaal in te kopen bij de bakker op de hoek of door gericht in de buurt te werken voor medewerkers. Als het aan spreekster ligt gaat men dat alsnog doen. Zij gaat vervolgens in op vakantieverhuur. In de brief is duidelijk te zien dat de maatregelen hebben geholpen. Overnachtingen in woningen door toeristen zijn met meer dan de helft afgenomen. Nog steeds zijn ze goed voor ruim een miljoen overnachtingen. Haar fractie hoopt dat de volgende stappen op de escalatielader snel genomen kunnen worden zodat men ook sneller tot een verbod op vakantieverhuur kan komen. Zij vraagt de wethouder wanneer de volgende stappen genomen kunnen worden.
39
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
De VOORZITTER geeft aan dat dit de eerste termijn van de commissie was. Hij heeft het woord aan de wethouder. Wethouder MBARKI vindt dat dit onderwerp vaak wordt besproken en in dezelfde hoedanigheid. Hij kan het debat uittekenen. Dat moet vooral blijven gebeuren maar hij gaat in zijn beantwoording ‘lean en mean’ zijn. Er komen moties. Die worden binnenkort beantwoord. Er zijn brieven verstuurd. Men weet wat er voorligt en waar politieke debatten over gevoerd zijn. De toeristenbelasting is verhoogd en die is een van de hoogste van Europa. Het is niet zo dat die niet in de toekomst nog ingezet gaat worden. Per januari 2026 komt er twaalf procentpunt bij in Amsterdam. Hij is benieuwd wat dat gaat doen. Vandaag is een rapport naar buiten gekomen van het ministerie. Dat heeft onderzoek laten doen naar de mogelijke afname die zal plaatsvinden. Het onderzoek spreekt van 30 procent. Het is hoopgevend als dat klopt. Hij is daar sceptisch over omdat er volgens hem niet een regel is die direct kan worden ingezet om alles te regelen. Dan zou hij die allang ingezet hebben. Het gaat om een combinatie van maatregelen waarbij de toeristenbelasting de hoogste van Europa is en die in januari nog meer effect zal hebben. Amsterdam heeft het voortouw genomen in het zoeken van samenwerking met de Europese commissie. De zienswijze waarnaar werd gevraagd is ingediend.
Het is mogelijk dat andere partijen in de stad ook een zienswijze indienen. Hij roept daartoe op. Een aantal maatregelen in de stad is al geëffectueerd en een aantal zal de komende jaren geëffectueerd worden. Amsterdam is een van de steden die echt vooroploopt en blijft doorgaan met de maatregelen. Hij kreeg het gevoel dat raadsleden de verordening niet meer willen naleven. De afspraak is dat in juni de cijfers met de raad gedeeld worden en dat er per 1 december 2025 een brief komt. Dat is hoe de verordening werkt. Als hij nu hoort dat men dat niet meer wil, dan is dat in strijd met de systematiek waarmee men de afgelopen jaren heeft gewerkt. Spreker heeft van de VVD geen vraag gehoord. Het lid VON GERHARDT vraagt of de wethouder het ingezetenencriterium wil invoeren. Wethouder MBARKI zegt dat de driehoek hem op tafel heeft gelegd. Hij laat het bij de raad. Iedere maatregel die kan worden ingezet wil hij niet onbenut laten. Het lid VON GERHARDT vraagt of de wethouder er ook voor gaat zorgen dat deze maatregel in een volgend coalitieakkoord komt. Wethouder MBARKI heeft van Job Cohen geleerd dat hij niet moet reageren op ‘wat-als-vragen’. Hij weet niet of hij dan in het college komt maar in een volgende coalitieperiode zijn nog steeds maatregelen nodig. Het ingezetenencriterium ligt op tafel.
Het lid VON GERHARDT vraagt of de wethouder ervoor gaat zorgen dat het college deze coalitieperiode in gaat stemmen met het i-criterium. Wethouder MBARKI zegt dat het aan de raad ligt. Hij doet wat hij kan vanuit het college. Het doet voorstellen en dit voorstel ligt al op tafel. Hij adviseert de raad iedere maatregel te overwegen en er geen bij voorbaat af te slaan. Hij gaat verder met zijn beantwoording. Hij wil het gesprek voeren op basis van objectieve cijfers. Daarom vraagt hij O+S jaarlijks de cijfers in kaart te brengen. Alle scenario’s, midden, laag of hoog komen boven de 20 miljoen uit, dus moet hij op 1 december met een brief komen met nieuwe maatregelen. Dat gaat hij doen. Het maakt niet uit wat hij denkt dat gaat gebeuren. Het lid BROERSEN zegt dat in de verordening staat dat de cijfers voor 1 juli gepresenteerd moeten worden en dat het college binnen zes maanden met passende maatregelen komt. Dat betekent niet dat 1 december per se de datum moet zijn. Dat leidt dus niet tot het niet naleven van de verordening.
40
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
Wethouder MBARKI wil in ieder geval afspreken dat dat een afwijking van het afgesproken profiel zou zijn. Aan het begin van de periode is afgesproken dat aan de hand van de cijfers van 1 juli binnen zes maanden wordt gereageerd. Dat doet het college op 1 december en daarmee houdt het zich aan de verordening. Hij gaat in op de opmerking over de aanpak 2.0. Met elkaar mag men trots zijn dat de stad Amsterdam al op versie 5.0 zit. Jaren geleden is men begonnen met deze aanpak. In deze fase is er al veel kennis en kunde die ook aan andere steden kan worden overgedragen. Hij benoemt wat al is bereikt via de deelnemingen (zoals de NV Zeedijk) als het gaat om sturen op winkeldiversiteit en het toevoegen van woningen waarmee de sociale cohesie in de buurt teruggebracht wordt. Het moet wel doorgaan. Niets doen is geen optie. Met betrekking tot het langer blijven van bezoekers in de stad en het negatieve effect dat spreiden zou hebben omdat ze meer kunnen doen. Hij vindt het moeilijk om die causaliteit aan te tonen. Mensen blijven hier langer. Dat is positief want daar kan men op sturen. Hij vindt het wel moeilijk aan te tonen. Hij is wel blij dat bezoekers langer blijven hangen. Het aantal is iets aan het afvlakken terwijl het aantal overnachtingen stijgt. Er zijn verder geen echte conclusies uit te trekken.
Wat betreft de nieuwe kernen merkt hij op dat het gebied Ouder-Amstel geen Amsterdam is. Dit dossier loopt al langer. Het is voor een groot deel onmogelijk om woningen te bouwen in verband met milieueisen. Aanvankelijk ging de gemeente Ouder-Amstel uit van 95.000 vierkante meter. Dat heeft de gemeente weten terug te brengen tot 40.000. Het gesprek is gevoerd met specifieke doelgroepen en er is getoetst aan het mra-ontwikkelkader voor verblijfsaccomodaties. Dat is de inzet die Amsterdam heeft kunnen doen. Hij begrijpt de zorgen maar er is dus in het verleden op ingegrepen. Hier heeft men zich toe te verhouden. Het lid KROM merkt op dat de wethouder ook onderdeel is van de mra. Dit is typisch iets dat in dat verband moet worden aangekaart omdat het een groot probleem is dat misschien ook op andere plekken gaat spelen. Is de wethouder van plan dat te doen? Wethouder MBARKI heeft al gezegd dat hij deze debatten kan uittekenen. Dit is hem al eerder gevraagd. Hij heeft het netjes in het mra-verband precies zo verteld. Hij heeft deze mededeling gedaan en dat blijft hij doen. De conclusie daar was dat men soms een tegengesteld belang heeft. Hij zou graag in andere gemeentebelangen willen interveniëren maar zo gaat dat niet. Hij merkt vervolgens op dat de Aba die vandaag kwam inspreken niet wordt gesubsidieerd. Het zat hier vandaag maar de gemeente heeft er geen subsidierelatie mee.
De update over ‘reclaim het centrum’ zit in de Dagmail. Van de deelnemingen die er zijn wordt veel geleerd. Er is ook gekeken naar andere delen van de stad en specifieke winkelstraten en -gebieden. Op dit moment lopen er elf pilots over drie stadsdelen om te bekijken hoe de kennis over de effectiviteit van verschillende instrumenten nog beter kunnen worden ingezet. Hij adviseert verder de behandeling van de motie over wealth building af te wachten. Dan kunnen ze er dieper op ingaan. Het lid BENTOUMYA zegt dat de motie uit 2022 is. Er is de laatste jaren gewerkt aan de meerkernige stad. Zij verwacht dat daar iets mee gedaan is. Zij is daar benieuwd naar. Wethouder MBARKI wordt om de oren geslagen met moties. Hij weet het af en toe niet mee. Hij begrijpt dat dit gaat over de motie die is ingediend bij de meerkernige stad en het onderdeel community wealth building. Als het gaat om het spreiden over de stad is het niet alleen vanuit de aanpak binnenstad een instrument, het gaat ook over hoe mobiliteit in de stad gefaciliteerd wordt waardoor men de kans krijgt om naar de meerkernige stad te groeien. Community wealth building is daarin een aspect dat niet alleen vanuit de bezoekerseconomie gefaciliteerd kan of moet worden. Als onderneming zou men in een bepaalde wijk er in de basis voor de bewoners moeten zijn. Dan kan de bezoeker daarvan meeprofiteren.
Men kan pas iets voor een bezoeker betekenen als men er ook voor de omgeving is en voor de bewoner. Het initiatief buurthotels redeneert andersom. Men is er voor de bezoeker en wat kan men voor de bewoner terugdoen? Er zijn hotels die dat kunnen maar dat ligt niet alleen aan hun wens om dat te doen. Soms kan men niets aanbieden als men de faciliteiten niet heeft waarvan buurtbewoners gebruik kunnen maken. Er staat een prachtig hotel op het Java-eiland met ruimtes die ook voor de buurt iets kunnen betekenen. Er zijn
41
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
ook hotels die al wat langer in de stad staan en waarvoor geldt dat, al zouden ze de deuren willen opendoen voor de buurt, het een ingewikkelde vraag is wat men daar als buurtbewoner zou kunnen doen. Via het initiatief buurthotel kan men bekijken wat dat teweeg kan gaan brengen. Het inkopen door hotels in de buurt is moeilijk te sturen. Het beleid is om het lokaal te doen maar hotels horen vaak bij een keten die te maken heeft met aanbesteding. De essentie is dat men zich moet realiseren dat de meerkernige stad niet iets is dat van vandaag op morgen zomaar geregeld is. Het lid NAMANE hoopt dat in toekomstige stukken wordt meegenomen hoe het creëren van faciliteiten voor bezoekers in de eerste plaats ten goede komt aan bewoners. Wethouder MBARKI denkt dat ze hetzelfde bedoelen. Hij wil ervoor waken dat het niet overal bijgetrokken wordt. De essentie is het lokaal profiteren van een economische activiteit. Hij noemt ook het creëren van stageplekken. Het lid NAMANE lijkt het gemakkelijk als dit uitgangspunt is bij EZ om het ook bij de meerkernige stad toe te passen. Het gaat erom dat het geld dat wordt verdiend ook ten goede komt aan de bewoners. Dat is een uitgelezen kans en doelstelling. Wethouder MBARKI wil scherp zijn in de terminologie. Hij vindt het ingewikkeld als community wealth building overal opgelegd wordt.
Hij wil goed bekijken wat er wel en niet onder geschaard wordt. De motie is aangenomen. Hij komt er nog over te spreken. Het lid NAMANE refereert aan haar motie. Zij vraagt hoe de buurt van de hotels kan profiteren. Er is onderzoek gedaan maar er is niet bekeken hoe hotels gestimuleerd worden om aan de slag te gaan. Kan de gemeente hotels meer aanreiken wat ze voor de buurt kunnen doen en de toeristen daar blijven voor ze naar het centrum gaan. Wethouder MBARKI zegt dat er veel kan maar ook weinig omdat men met capaciteit te maken heeft. Het initiatief buurthotel wordt ondersteund. Ergens ligt er een grens van wat de overheid nog meer kan doen en dat heeft te maken met capaciteit. Hij ziet waar het wringt. Men kan verleiden, er is beleid, er wordt met ondernemers in de stad gesproken. Er is subsidie gegeven maar ergens is het ook ingewikkeld vanwege de capaciteit en de vraag of dit de rol is die de gemeente moet pakken om met ondernemers mee te gaan denken. Hij zegt toe dat de motie over dagbezoek nog beantwoord wordt. Dagbezoekers betalen al belasting (parkeerbelasting, vermakelijkheidsretributie). Als iedereen wordt belast zijn Amsterdammers niet uit te sluiten. Het idee om een uitzondering te maken voor Amsterdammers wordt uitgewerkt en daar komt hij op terug. De VOORZITTER stelt vast dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Behandeling in de raad is niet gewenst. 9.
Bespreken van de discussienota over de voorgenomen bestuurlijke reactie op de evaluatie bestuurlijk stelsel Amsterdam 2025 De VOORZITTER zegt dat ook leden van het college discussienota’s kunnen indienen. Dit betreft een discussienota geagendeerd op verzoek van wethouder Groot Wassink. De commissie wordt verzocht zich uit te spreken over de voorgenomen bestuurlijke reactie bij de evaluatie van het bestuurlijk stelsel. Punten van aandacht zijn het samenspel tussen raad en stadsdeelcommissie, de rol van stadsdelen in burgerparticipatie, de controlerende taak van stadsdeelcommissies ten opzichte van het dagelijks bestuur en de inrichting van het adviesproces. Na de zomer stelt het college de definitieve bestuurlijke reactie vast en wordt een aangepaste verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Weesp voorgelegd. Het doel is dat men deze in het najaar van 2025 vaststelt. De commissie AZ is bij de bespreking uitgenodigd.
42
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
Het lid STAARTJES zegt het volgende. De symboliek dat de gemeenteraad de bespreking van het bestuurlijk stelsel in de laatste minuten van de vergadering propt ontgaat hem niet. De evaluatie toont aan dat er veel goed gaat. Als het gaat om bestuurscommissies en dagelijks bestuur maar dat juist de stadsdeelcommissie nog steeds niet goed uit de verf komt. Amsterdammers en professionele gebruikers begrijpen het niet. De stadsdeelcommissie is er alleen omdat de raad het wil. De VVD wil dat het goed of niet wordt gedaan. Dat het college in de bestuurlijke reactie aangeeft geen grote wijzigingen te willen, vindt hij spijtig maar begrijpt hij als het gaat om db’s. In plaats daarvan wordt de interactieve flexibele aanpak gebruikt. Als het gaat om de stadsdeelcommissies zijn die wel degelijk nodig. Hij ziet vijf fundamentele knelpunten die technisch van aard zijn. De taken en verantwoordelijkheden passen niet bij de bestuurscommissie die er nu is. Er is voor gekozen een tweede bestuurscommissie in het leven te roepen zonder dat er daadwerkelijk bevoegdheden overgedragen kunnen worden behalve de trouwlocaties waar niemand om gevraagd heeft. Het is een probleem omdat wel aan mensen wordt gevraagd om zich kandidaat te stellen voor deze bestuurscommissie, maar ze moeten dan iets zijn dat ze niet kunnen zijn.
Het uitgangspunt is dat stadsdeelcommissies zoveel mogelijk moeten lijken op wat een raadslid doet maar dat is eigenlijk niet iets dat men kan vragen aan al die actieve bewoners die zich daarvoor inzetten. Er is een aantal technische oplossingen. die vereisen een fundamentele herziening. Men kan twee kanten opgaan. Aan de ene kant kan men kiezen voor een extra raadscommissie in plaats van de bestuurscommissie. Dan trekt men de stadsdeelcommissies veel dichter bij de raad. Het andere uiterste is dat men de bestuurscommissie echt wordt afgebakend met een duidelijke taak, een duidelijk budget, waardoor het karakter van deelraad wellicht verdwijnt maar waardoor de mensen die in de bestuurscommissies zitten wel weten waar ze aan toe zijn. Een tussenvorm is mogelijk (model c) en die houdt in dat men een bestuurscommissie doet en dat de stadsdeelcommissieleden daarin opgenomen worden zodat er een dichtere integratie is en een gedeelde verantwoordelijkheid die naar die ene bestuurscommissie gedragen worden. Doet men dat niet en gaat men verder op de manier zoals het gaat, dan ontstaat over vier jaar hetzelfde probleem: teleurgestelde mensen, een bestuurscommissie waarvan mensen zich afvragen waarom ze het doen. Er is wel degelijk uitzicht op effectief bestuur.
Een vraag blijft over: hoe gaat de gemeenteraad om met zijn commissie, de stadsdeelcommissie? Het lid BELKASMI hoort dat de VVD allerlei wijzigingen toch wil doorvoeren binnen het huidige stelsel. Na de laatste vergadering gaat men de zomer in. Op een gegeven moment komt er een besluit. Is het niet te laat om nu nog een grote stelselwijziging te willen doorvoeren? Het lid STAARTJES zegt van niet. Vorige keer werd hier de hoofdlijnennotitie vastgesteld. Toen kwam er nog een herziening in september. Daarom was hij vorige keer geïrriteerd. Hij zag aankomen dat het tijdspad krap is. Het college kan gevraagd worden het voor te bereiden maar het is moeilijk om wat de raad met de stadsdeelcommissie wil bij het college neer te leggen juist omdat het echt iets is dat bij de raad hoort. Het lid BROERSEN vindt de discussienota’s een mooie manier om het gesprek in de commissie aan te gaan. Zij komt graag terug op een aantal vragen uit het college. Voor de langetermijnaanpak wordt voorgesorteerd op een interactieve flexibele veranderaanpak. het wordt gepresenteerd alsof er geen grote evaluatie of grotere wijzigingen mogelijk zouden zijn in de toekomst. Waarom kan het niet naast elkaar bestaan? Op bepaalde vlakken ziet spreekster voordelen aan deze aanpak maar op andere vlakken juist niet. Juist waar grotere fricties zitten is misschien een andere aanpak nodig.
Zij vraagt verder naar de meerwaarde van de samenwerking tussen de stadsdeelcommissie en de raad. De raad kan veel meer gebruik maken van lokale kennis en kunde van stadsdelen. Spreekster vraagt het college om hier scherper op af te stellen zodat de raad de kennis en kunde beter meekrijgt. Ze plaatst de kanttekening dat een en ander voor nog grotere werkdruk zal zorgen wat kan leiden tot een breuk in het vertrouwen tussen de stadsdeelcommissie en de raad. Ze zoekt naar een manier waarop dit kan werken en hoe andere partijen daarnaar kijken.
43
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
Het lid BELKASMI vindt het jammer dat deze discussie in de laatste vijftien minuten wordt gevoerd. Het is een heel wezenlijk onderdeel. Iedereen heeft belang bij een goed functionerend bestuurlijk stelsel. De PvdA staat voor sterke stadsdelen met eigen bevoegdheden. In de ideale situatie zou er weer een stelsel zijn als de oude deelraden waarmee een krachtig centraal-decentraal bestuur mogelijk wordt gemaakt. Dat laat de wet niet toe. Binnen de huidige kaders moet worden gezocht naar een zo goed mogelijk werkend stelsel. De PvdA heeft de volgende uitgangspunten. Ze wil nu geen grote veranderingen in het huidige stelsel. Dat geeft alleen meer onduidelijkheid bij vertegenwoordigers en Amsterdammers. Het huidige dualistische stelsel wil zij behouden en in een volgende periode wil ze samen verkennen welke andere vormen mogelijk zijn en wat daarvan de voor- en nadelen zijn. Er kan dan op tijd een goede discussie met de raad over worden gevoerd. Dingen moeten beter in de rol van de stadsdeelcommissie binnen de mogelijkheden die er nu al zijn. Zo moeten de adviezen beter te volgen zijn. De traceerbaarheid moet beter en ook moet de stadsdeelcommissie veel meer aan de voorkant betrokken worden bij de besteding van de budgetten zodat er meer richting kan worden gegeven.
Interessant zou zijn dat db’ers ieder jaar hun plannen presenteren, net zoals het college de begroting presenteert en de stadsdeelsommissieleden daar vervolgens meer richting in kunnen geven. Verder moet duidelijker worden waar de beleidsruimte voor de stadsdeelcommissie ligt zodat helder is waarop men invloed kan uitoefenen. Een goed voorbeeld zijn de stadsdeelpanels. Er was ruimte om die vorm te geven maar ook ruimte om de stadsdeelcommissieleden om daarvan af te wijken. De commissie bepaalt de richting. Zo zou vaker moeten worden bekeken of dergelijke vormen mogelijk zijn. Het lid SCHMIT vraagt hoe ondernemers een plek kunnen krijgen in dit stelsel. Veel van hen staan niet ingeschreven in Amsterdam maar zijn wel elke dag in en voor de stad aan de slag. Ze maken de stad en verdienen vertegenwoordiging in het bestuurlijk stelsel. Zijn er geen mogelijkheden om hen wel te betrekken of zou aan hen stemrecht gegeven kunnen worden voor de stadsdeelcommissie of welke andere participatiemogelijkheden zijn er om ondernemers hun stem te laten horen in het bestuurlijk stelsel? Het lid YEMANE begrijpt dit niet. Het lid SCHMIT licht toe dat veel ondernemers niet in de stad wonen. Ze kunnen niet meestemmen en worden vaak niet uitgenodigd voor een participatie. Er zijn bijna 80.000 ondernemers in de stad en die wil hij graag een stem geven.
Het lid YEMANE is het eens met veel dat is gevraagd en gezegd. Ze denkt dat het weer kort wordt besproken. Ze roept op om de stadsdelen goed mee te nemen in deze evaluatie als het weer wordt besproken. Ze hoopt dat er tijd voor zal zijn om dit goed te bespreken ook al ligt het aan henzelf. De VOORZITTER zegt dat het in het najaar uitgebreid terugkomt, ook in deze commissie. Dan zal daar in de agenda voor gezorgd worden. Wethouder GROOT WASSINK hoopt dat de volgende bespreking, als er definitieve adviezen zijn, wat fundamenteler is. Dit is een fundamentele vraag, hoe de bestuurlijke indeling van deze stad werkt. Spreker heeft niet de tijd om hier lange verhandelingen over te houden. Hij is niet de politiek ingegaan om zich hiermee bezig te houden maar hij heeft er wel buitengewoon veel lol in. Het is hartstikke leuk om over na te denken. Hij complimenteert het lid Staartjes die ook in het verleden op websites dingen geschreven heeft. Hij vindt dat men erover na moet denken wat men precies doet. Men is beperkt door de wetgever. Het is fijn om te merken dat de relatie db-college eigenlijk in toenemende mate goed loopt. Hij heeft vaker betoogd dat dit een relationeel stelsel is. Het is een relatie die de gemeenteraad met de commissie heeft. De wethouder heeft met die stadsdeelcommissies eigenlijk geen bal te maken, alleen met de bestuurscommissie.
De stadsdeelcommissie is een commissie van de raad. Dat maakt het ook lastig op sommige punten. Db’ers zouden volgens het lid Belkasmi misschien hun plannen moeten presenteren. Dat zou spreker een slecht idee vinden. Db’ers zijn verlengd bestuur. Die moeten doen wat aan deze kant van de tafel
44
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
wordt gevonden nadat er met hen is gesproken en nadat er input is gegeven. De enige reden waarom de stadsdeelcommissie veel te zeggen had over stadsdeelpanels is omdat het college daar alle vrijheid in gelaten heeft. Dat is heel belangrijk. Het lid Staartjes zei dat de relatie stadsdeelcommissie-gemeenteraad onvoldoende werkt. De wethouder vindt ook dat de rolopvatting in de stadsdeelcommissie daar ook van alles mee te maken heeft. Die moet zich niet als een gemeenteraad gaan gedragen. Die moet doen wat ze moet doen, namelijk adviseren. Daar zit van alles in. Het lid BELKASMI beoogde te zeggen dat de stadsdeelcommissieleden heel graag richting willen aangeven. Daarvoor is inzicht nodig in wat het db precies voor acties ontwikkelt. De hele discussie over het inzichtelijk krijgen van de financiën is gevoerd zodat de stadsdeelcommissieleden er iets meer grip op kunnen hebben en richting kunnen meegeven. Dat is de gedachte achter deze suggestie. Het hoeft niet per se die suggestie te zijn maar men moet wel inspelen op die specifieke behoefte van de stadsdeelcommissie. Wethouder GROOT WASSINK begrijpt dat. Het is voor een gedeelte onmogelijk door het stelsel omdat het stelsel maakt dat db’ers en dus ook stadsdeelcommissies reactief zijn op een collegevoornemen. Het college wil iets, een db’er adviseert daarover nadat hij geadviseerd is door de stadsdeelcommissie.