20250702 SED conceptverslag
Tekst van het document
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
Het lid IJMKER zegt dat het deze wethouder is die bijvoorbeeld met het hele idee van innovatiedistrict natuurlijk echt een visie heeft voor dat Marineterrein en betrokken is daarbij. Hoe gaat het college zich hier actief mee bemoeien? Zij begrijpt dat het een verantwoordelijkheid is van het Rijk maar de raad en het college hebben daar een visie voor neergezet, volgens spreekster moet men een beetje in de actiemodus om te zorgen dat die doelen gerealiseerd worden. Dus wat gaat de wethouder doen? Wethouder MBARKI heeft het antwoord al gegeven. De gemeente heeft doelstellingen en het heeft een plek in de fysieke stad dus de gemeente zal zich daar altijd toe verhouden omdat zij te maken heeft met instituten die er op dat terrein al staan waar een relatie mee bestaat. Dus dat is de rol die de gemeente zal gaan pakken en nemen. De vraag die ik vandaag vanuit de insprekers heb gehoord, is hoe gaat men dat borgen? Dat is volgens hem een vraag waarvan hij wil bekijken hoe daarover bij de geëigende commissie en zijn collega die daar natuurlijk een rol in heeft goede afspraken over te maken zijn. Hij zal vanuit zijn rol als wethouder economische zaken altijd en ten alle tijde de afspraken die ze gemaakt hebben op dat terrein nakomen. Hij denkt aan de mbo-opleiding die daar gestart is. Hij gaat ervan uit dat die voortgang kan blijven houden. Daar zal hij op toezien.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Hakiki. Het lid HAKIKI geeft aan dat haar vraag al is gesteld door het lid Yemane. Zij heeft een vervolgvraag aan de wethouder namelijk welke voorbereidingen er worden getroffen. Is de gemeente voorbereid, als de wet door de Eerste Kamer komt zodat de stad solidair blijft? Wethouder GROOT WASSINK zegt dat het niet lijkt alsof deze wetten worden aangenomen en het is moeilijk om zich voor te bereiden op moment dat het strafbaar zou worden en met name voor organisaties. In die zin heeft men zich dan aan de wet te houden. Hij weet niet of hij dat persoonlijk zou kunnen. Dan moet hij misschien wat anders gaan doen. Dus is men zich daar op dit moment nog niet op aan het voorbereiden en de wethouder verwacht eerlijk gezegd dat dit tot zoveel oproer zou leiden en tot juridische procedures, dat hij hoopt en ervan uitgaat dat deze onzalige politieke positie zo evident aantoonbaar is, dat hij een keer terzijde wordt geschoven en dat alle mensen die maar al te graag steeds vluchtelingen de schuld van alles willen geven snappen dat men hier gewoon eens een keer mee op moet houden en dat dit gewoon in strijd is met allerlei verdragen en basale mensenrechten. Het lid VON GERHARDT merkt op dat het detailhandelsbeleid dat op dit moment nog steeds geldig is, ging over de periode 2018-2022, is opgesteld rond 2016 en is goedgekeurd in 2017.
De VVD vindt dat de tijdsgeest behoorlijk veranderd is sinds die tijd en wel dat verschillende rapporten, bijvoorbeeld het laatste rekenkamerrapport, hebben laten zien dat men wel anders daarnaar moeten kijken, bijvoorbeeld bij het bouwen van nieuwe buurten. Hij vraagt zich af of deze wethouder al bezig is met een nieuw detailhandelsbeleid en zo nee, waarom niet? Lijkt dat de wethouder niet verstandig, zeker gezien de vele ontwikkelingen die er zijn geweest sinds 2017 toen het beleid is gemaakt? Wethouder MBARKI heeft hier een dubbel antwoord op. Ja en nee. Enerzijds denkt hij dat er op dit moment een detailhandelsbeleid is dat functioneert en in overleg met de stadsdelen is besloten om dat voort te zetten en met name in de gebiedsgerichte aanpak. Daar zit natuurlijk de crux. Een stad kan niet zeggen dat het overal op dezelfde manier invulling moet krijgen, dus de stadsdelen zien dat daar ruimte voor is. Ze willen dit voortzetten. Tegelijkertijd moeten het Rijk en de provincie met nieuw beleid komen en dan gaat men daar in 2026 mee aan de slag en dat wordt verder geactualiseerd. Op dit moment functioneert wat er is. Hij kent de VVD als een partij die de regeldruk niet verder wil laten toenemen. In dat kader is besloten datgene te doen dat nu nog werkt en om vooral niet nog meer uit te vragen bij ondernemers. Dat is wel wat men vervolgens gaat doen, maar
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
op dit moment zeggen de stadsdelen, en daar ben ik het volledig mee eens, dat de gebiedsgerichte uitwerking van de plannen die voortkomen uit het beleid afdoende zijn, sterker nog, er is daar veel ruimte en tegelijkertijd moet men gaan actualiseren want dat is wat er gevraagd wordt en dat gaat gebeuren. Het lid VON GERHARDT denkt dat actualiseren goed is. Hij hoort vanuit de markt van verschillende partijen dat de detailhandel-regels in Amsterdam niet helemaal meer passend zijn bij wat ze nodig hebben. De VVD zal hierover voor de na de zomer een expertsessie organiseren. Wethouder MBARKI wijst op de BIS-wet waar ondernemers in de detailhandel heel veel last van hebben, met name bij de doorstart. Er wordt al een tijdje lobby gevoerd. Het vorige kabinet heeft daar helaas geen gehoor aan gegeven. Als men dat zou kunnen betrekken bij de expertmeeting zou hij het mooi vinden om te kijken hoe men dit er gezamenlijk bij nieuwe bewindsvoerders doorheen krijgt want daar zit echt wel een hiccup als hij ziet hoe ondernemers proberen dat bij elkaar te houden, maar het niet echt vanzelf gaat. De VOORZITTER schorst de vergadering tot 15.00 uur en gaat daarna verder met agendapunt 11.
BESPREEKPUNTEN 11. Bespreken van de raadsinformatiebrief Zomer en Hitte Regeling De VOORZITTER geeft aan dat de bespreking van de kinderrechtentoets en de versterkte aanpak dakloosheid aan de orde zijn. Het lid IJMKER zegt dat het voorstel naar voren is gehaald op verzoek van het lid Abdi, begrepen dat zij al weg is dus stelt zij voor dat andere mensen het gaan doen. Zij verzoekt om dan toch wel eerst het jaarverslag en de voorjaarsnota te doen omdat ook andere mensen agenda's hebben en planningen, waaronder zij. 3. Vaststellen van het jaarverslag 2024 De VOORZITTER zegt dat hij dat, als dat op instemming van de commissie kan rekenen, zo gaat doen. Dat betekent dat hij verder gaat met agendapunt 3, het vaststellen van het jaarverslag 2024. Dit betreft een raadsvoordracht. Hij hanteert bij de bespreking van het jaarverslag de gebruikelijke volgorde. Dit betekent dat eerst de grootste partij het woord krijgt, dan de een na grootste partij, enzovoort. Hij heeft aanmeldingen van de leden Namane en Schmit. Als eerste gaat het woord naar de PvdA. Het lid NAMANE pikt er een dingetje uit. Eigenlijk wilde zij er twee noemen maar toen las zij de TKN-lijst en toen zag zij al iets staan over uitkeringsschulden en waarom ze naar beneden zijn gegaan. Daar hoeft men het daarom niet verder te hebben.
Iets anders wat haar opviel in het jaarverslag is dat de leegstand van zowel kantoren als winkels toeneemt. Zij zag inderdaad 8,3 procent bij kantoren en 6 procent bij winkels en tegelijkertijd weet men dat er een enorm ruimtegebrek is in de stad voor zo ongeveer alles en hebben veel kleinere ondernemers moeite met de alsmaar stijgende huurprijzen terwijl dat juist vaak ondernemers zijn die de stad kleur en karakter geven. Men weet dat het college ook zijn best doet om de huurprijzen te dempen of oplossingen te vinden. Als er meer mogelijk is, dan moet men dat natuurlijk niet laten liggen. Daarom gebruikt spreekster dit moment om opnieuw om aandacht te vragen voor het uitbreiden van de leegstandsverordening. Elke keer als zij het de afgelopen jaren eerder opbracht, was eigenlijk de reactie dat de leegstand
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
gezond zou zijn. Er is soms ook schuifruimte nodig, maar men weet dat verhuurders de boel lang leeg kunnen laten staan, totdat er iemand bereid is om de hoofdprijs te betalen. O+S heeft een nieuw onderzoek gepubliceerd en daarin staat dat in Amsterdamse Poort 24 procent van de winkels leeg staat, volgens de laatste cijfers en ook in het gebied van de Dam en Magna Plaza is dat zelfs 45 procent. ook in gebieden waar de leegstand lager is, zoals op Buikslotermeerplein of zelfs in de Jordaan, kan zij zich voorstellen dat het effect heeft op de kansen voor kleinere ondernemers. Zij zou graag willen dat men gaat onderzoeken of de uitbreiding van die leegstandsverordening een bijdrage kan leveren aan het bieden van meer kansen aan die ondernemers. Zij hoort graag hoe het college daarnaar kijk De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Schmit voor een interruptie. Het lid SCHMIT vindt het fijn dat de PvdA zich ook inzet voor winkeldiversiteit. Wil het lid Namane er ook nog even op attenderen dat D66 hier schriftelijke vragen over heeft gesteld. Het lijkt me goed om de beantwoording daarbij te betrekken. Het lid NAMANE begreep dat die vragen er waren. Zij had ze nog niet bekeken maar ze hoopt dat er prachtige antwoorden op komen en dat ze uiteindelijk aan een verordening kunnen werken die ervoor zorgt dat er mooie dingen kunnen worden gedaan doen voor de stad.
De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Schmit voor zijn bijdrage. Het lid SCHMIT geeft aan dat de wethouder eerder heeft gezegd te willen investeren in de oprichting van een nieuw taxiplatform. Hij vraagt hoeveel hier nu in is geïnvesteerd. Wat zijn de eerste resultaten? Hoeveel taxichauffeurs hebben zich aangesloten en hoeveel ritten hebben er plaatsgevonden en wat doet de wethouder? Gaat men hiermee door of het stoppen? Spreker is voorstander van publiek-private samenwerking, maar het oprichten van een taxi-coöperatie door de gemeente lijkt hem niet de eerste prioriteit. Zijn vraag is hoe de wethouder dit ziet. De VOORZITTER zegt dat men aan het einde is gekomen van de eerste termijn van de commissie en hij gaat nu naar de eerste termijn van de wethouders. Hij geeft als eerste het woord aan de wethouder van economische zaken. Wethouder MBARKI begint met de vraag over de uitbreiding van de Leegstandsverordening. Het doel dat ermee kan worden bewerkstelligd is het tegengaan van leegstand en daardoor de ruimte die er is laten gebruiken door ondernemers die er nu niet tussenkomen. De marktwerking zorgt ervoor dat de prijzen zo hoog zijn. Het is niet dat de vastgoedondernemer het leeg houdt omdat hij het fijn vindt om het leeg te houden. Die moet ook mensen vinden die willen instappen met de huur die wordt gevraagd.
Soms is er iets aangekocht dat misschien te veel heeft gekost of juist niet. Ze willen het terugverdienen. Spreker vindt dat er altijd schuifruimte moet zijn. Hij weet niet wat er juridisch nog kan met de uitbreiding van de Leegstandsverordening. Hij wil daar wel naar kijken. Hij zal dat verder ambtelijk laten onderzoeken. Het lid NAMANE is blij dat te horen. Zij kan zich voorstellen dat er niet gezegd wordt dat men met een generieke verordening komt maar dat er per gebied maatwerk kan worden toegepast. Zij wil situaties als bij Magna Plaza tegengaan. Zij is ook benieuwd naar gebieden waar de leegstand laag is of dat kan bijdragen aan huurdemping of meer kansen voor kleine partijen. Wethouder MBARKI wil dat gaan onderzoeken. Hij weet alleen niet wat er kan. Om nu al te zeggen dat men gaat kijken naar de stadsdelen en wat er op maatwerkniveau kan is te vroeg. Wat er ligt, ligt er nu. Hij zal ambtelijk uitvragen wat er nog kan en wenselijk is. Hij is benieuwd of er nog andere routes zijn om hiermee aan de slag te gaan. Hij komt erop terug.
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
Het lid SCHMIT sluit zich bij de wethouder aan als hij zegt dat de Leegstandsverordening echt kan helpen bij een huurdemping. Hij geeft hem mee om eens te kijken naar Tilburg om daarvan te leren. Wethouder MBARKI geeft dat mee aan de mensen die het verder gaan onderzoeken. De vraag met betrekking tot het taxiplatform beantwoordt hij met te zeggen dat hij blij is de mogelijkheid te krijgen hier duidelijkheid over te scheppen. Hij denkt dat de heer Schmit niet wil dat hij een eigen taxibedrijf begint vanuit de gemeente. Dat is nooit de insteek geweest. Het beleid dat al langer wordt gevoerd is dat er middelen vrijgemaakt worden om coöperatieve initiatieven uit de stad te faciliteren. Hij heeft in een interview gezegd dat het een taxiplatform kan zijn maar dat het uit de samenleving zelf moet komen. Hij heeft niet de ambitie om dat hier zelf te gaan doen. Hij vraagt het lid Schmit te kijken naar de stukken die hijzelf heeft vastgesteld. Daar is een andere afweging gemaakt. Daar is niet gezegd dat de gemeente een taxi-coöperatie gaat beginnen. Wel is gezegd dat geld wordt vrijgemaakt om te bekijken hoeveel coöperatieve initiatieven uit de stad geholpen kunnen worden door ze te faciliteren met onder andere funding en met juridische en andere ondersteuning. Dat blijft men doen. Het wordt misschien een ander soort initiatief en geen taxi-initiatief. Dat is ook goed.
Het is goed daar helderheid over te scheppen: er gaat geen Amsterdams taxibedrijf komen waar het lid Schmit als raadslid op kan gaan sturen. Dat is een particulier initiatief. Het lid SCHMIT gaat niet in een taxi zitten. Die gaat op de fiets door de stad. Hij vraagt of er initiatief is waarbij de gemeente een taxi-coöperatie ondersteunt. Was dat in oktober een idee dat niet wordt gerealiseerd? Wethouder MBARKI had ook kunnen zeggen dat men een bezorg coöperatie ondersteunt. Dan had het lid Schmit nu gevraagd of er al een bezorgcoöperatie is. Zo kan men doorgaan. Het was een van de voorbeelden. Het bestaat in principe al. Dat heet TCA. Dat is een taxibedrijf dat via lidmaatschap ervoor zorgt dat alle chauffeurs zijn aangesloten. De gemeente Amsterdam zal geen eigen taxibedrijf beginnen. Als het lid Schmit dat wel wil moet hij andere routes vinden. Het lid IJMKER vindt het goed dat er geen taxi-coöperatie wordt opgericht. Bij het aannemen van de agenda is een motie aangenomen van GroenLinks om te kijken naar de infrastructuur. Zij zag de afhandeling van die motie op de TKN-lijst. Zij wilde hem niet agenderen. Er wordt onderzoek gedaan. Zij is benieuwd wanneer de uitslag van het onderzoek komt. Wethouder MBARKI vindt dat een moeilijke vraag. Het zal zo snel als mogelijk zijn. Men is altijd vrij om dat stuk te agenderen.
Als het lid IJmker het nu niet heeft gedaan, kan ze het volgende keer doen. De VOORZITTER zegt dat dit het einde is van de eerste termijn van het college. Dit is een raadsvoordracht. Het wordt vastgesteld in de raadsvergadering van 9 en 10 juli 2025. 4. Kennisnemen van de voorjaarsnota 2025 en vaststellen van de daarin voorgestelde begrotingswijzigingen van de begroting 2025 De VOORZITTER zegt dat de voorjaarsnota ter kennisname voorligt en niet te amenderen is. De voorgestelde begrotingswijzigingen staan vermeld in de raadsvoordracht. Deze kunnen wel geamendeerd worden. Ingediende moties en amendementen worden op vrijdag 4 juli 2025 via de Dagmail verspreid. Alle moties en amendementen worden mondeling gepreadviseerd tijdens de raadsvergadering van 9 en 10 juli 2025. Het is voor de griffie en de ambtelijke organisatie als moties en amendementen tijdig worden ingediend. Spreker hanteert een vaste volgorde. Hij begint bij de grootste oppositiepartij, gevolgd door
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
de grootste coalitiepartij en verder. Hij heeft aanmeldingen van de PvdD, Volt, D66 en het CDA. Het lid KROM geeft morgen bij FKD een uitgebreide financiële analyse. Voor nu wil zij de voorjaarsnota gebruiken om een motie aan te kondigen. Vorig jaar was ze blij dat de gemeente zich uitsprak voor een bontvrij Amsterdam. Er is nog een vorm van dierenleed in de stad. Dat is foie gras. Dat is ganzen- of eendenlever en dat wordt gemaakt van dieren die op een afschuwelijke manier worden mishandeld. Ze worden in vieze krappe kooien gehouden. Ze krijgen meerdere keren per dag een lange buis in de keel geduwd om voedsel gedwongen in de maag te pompen en ze vet te mesten. Ze raken hierbij gewond aan hun hals. Ze lopen botbreuken op en infecties. Hun lever wordt tien keer zo groot als normaal. Ze vindt het ongelooflijk dat dit nog wordt aangedaan aan dieren, puur voor de smaak. Als Amsterdam een diervriendelijke stad wil zijn en bont onethisch vindt, is foie gras dat ook en dan moet men streven naar het worden van foie-gras-vrije gemeente. Zij rekent op steun en hoopt dat de wethouder dat ook doet. Het lid BROERSEN heeft twee korte vragen over opvang. De eerste gaat over de lvv en de rechtszaken. Wie gaat het betalen? Wanneer komt het geld deze kant op en wat gaat dat betekenen? Ze had al een idee van de wethouder.
Kan hij er meer over vertellen? Er wordt geld toegevoegd aan het project Reserve duurzame opvanglocaties. Daarmee dekt men de langjarige huur af. In hoeverre wordt dat geld besteed aan het versterken van de kwaliteit van opvang zoals het toevoegen van gedeelde plekken voor zowel opvang als buurtplekken of het bewerkstelligen van plekken waar ook psychosociale hulp kan worden gegeven? Wat betreft spreekster is het juist op deze langdurige locaties van belang dat er ook gekeken wordt naar de kwaliteit van opvang, zodat er ook wordt voorzien in verschillende hulpvragen zoals psychosociale ondersteuning. Het lid SCHMIT is blij met de aandacht voor de aanpak in de binnenstad. Winkeldiversiteit is voor D66 cruciaal. Hij is blij met de verdere aanvulling van het Reservefonds binnenstad. Helaas zag hij geen extra geld voor de aanpak Ondermijning in de hoofdstraten. De pilot heeft laten zien dat het goed werkt. Hij ziet helaas niet dat er in deze voorjaarsnota meer geld voor vrijgemaakt kan worden. Er komt wel subsidie uit Den Haag. Hij vraagt hoe die wordt ingezet voor het bestrijden van ondermijning. D66 zet het liefst in voor overlast van gebieden en/of toeristenwinkels. Hij zag verder dat er 1 miljoen euro wordt overgeheveld van 2024 naar 2025. Hij vraagt welke activiteiten niet zijn gerealiseerd en waarom niet. Het lid STEVENS wijst op de burgerberaden.
Dat vindt het CDA een mooi initiatief. De totale kosten van de organisatie van het burgerberaad, inclusief ambtelijke capaciteit wordt geschat op bijna 850.000 euro. Dat vindt zij veel. Het staat niet vast welk deel voor externe kosten zal worden uitgegeven. Andere steden doen het voor lagere bedragen. Kan het college toezeggen dat er voortaan een bescheidener vast budget vast wordt gelegd dat rechtdoet aan de charme van dit initiatief en ook de navolgbaarheid op financieel gebied ten goede komt? Het lid BROERSEN is benieuwd welk deel van de burgerberaden ingeleverd moet worden. Er zijn verschillende onderdelen van. Waarop gaat men bezuinigen? Het lid STEVENS vindt dat men daar met elkaar naar moet kijken. Zij vraagt dat ook aan de wethouder. De externe kosten zijn nog niet vastgesteld. Zij maakt zich er zorgen over hoe groot die worden. Zij ziet kans om daar op een efficiënte wijze mee om te gaan. Het lid BENTOUMYA zag in de voorjaarsnota dat er geen dekking is voor de voorgestelde vergunningsplicht voor toeristenwinkels die in de 1-december-brief werd toegezegd. Zij vraagt de wethouder inzichtelijk te maken welke dekkingsmogelijkheden er zijn, juist omdat de dekking vanuit OOV als vanuit EZ zou kunnen komen en het goed is duidelijk te hebben wat de opties zijn.
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
De VOORZITTER geeft aan dat dit het einde is van de eerste termijn van de commissie. Hij geeft het woord aan de wethouders. Wethouder GROOT WASSINK zegt over de lvv dat het klopt dat het demissionaire kabinet hoger beroep heeft aangetekend. Op de financiering zal Amsterdam nog wel even moeten wachten. Dit gaat een glansrijke nederlaag voor het kabinet worden. Dat komt dus wel goed. Spreker is verheugd dat er besloten is het programma Ongedocumenteerden volgend jaar te continueren in de huidige vorm en dat er ook structurele middelen beschikbaar zijn zodat men daarmee door kan gaan. Het is prettig als de middelen alsnog worden ontvangen. Over de duurzame opvanglocaties zegt hij het volgende. De projectreserve is bedoeld om de tijdelijke locaties te vervangen door langlopende locaties. Bij de omslag ziet men dat bij lange projecten een hogere kwaliteit opvang geboden kan worden. Er worden met het COA steeds afspraken gemaakt over waar de gemeente vindt dat de opvang aan moet voldoen. Het betekent meer ruimte voor mensen, meer recreatieruimte. Deze projectreserve biedt de mogelijkheid om die omslag te financieren. Spreker is benieuwd of er voor de verschillende opvangmodaliteiten langjarig dingen gedaan kunnen worden omdat men ziet dat bij de opvang van bijvoorbeeld Oekraïners de financiering rond is totdat de richtlijn loopt. Die mensen zijn daarna waarschijnlijk niet weg.
Als ze wel weg zouden zijn, kunnen er ook andere groepen in. Als alle mensen die opgevangen moeten worden op zijn, kan men er ook studenten in zetten. Op aandringen van de raad is men gestart met psychosociale ondersteuning. Dat kan daar worden gedaan. Het helpt daar goed bij. De vraag ten aanzien van het burgerberaad beantwoordt de wethouder als volgt. De raad is in de commissie Circulaire Economie en Duurzaamheid van 24 oktober 2024 geïnformeerd. De hogere kosten zitten vooral in locatiehuur en inzet van medewerkers. Men wil het het liefst zo goedkoop mogelijk doen maar het moet wel goed worden gedaan. Men moet zorgvuldig met het budget omgaan. Hij twijfelt daarom over een vast bedrag. Men is nu bezig met Groene stad. Dan zijn er twee gedaan. Het is goed om dan met elkaar te bekijken wat ervoor nodig is. Het kan in de toekomst verstandig zijn om er een vast budget voor te oormerken maar na een afgerond burgerberaad vindt hij het te vroeg om het niet te cappen op een bedrag als dat mogelijkerwijs zou leiden tot een kwalitatief minder goed burgerberaad. Wethouder MBARKI gaat in op de aankondiging van de motie over foie gras. Hij kijkt uit naar de motie. Hij lust het zelf niet. Met betrekking tot de vragen van het lid Schmit begint hij bij het aanvullen van het reservevastgoedfonds. Hij is blij dat er een kleine toevoeging gedaan kon worden. Het is bij lange na niet genoeg.
Men wil het liefst altijd een bedrag van rond de 10 miljoen euro hebben om stappen te kunnen zetten en om aan te vullen. De vraag over de hoofdstraten beantwoordt de wethouder met te zeggen dat er bij de voorjaarnota afwegingen gemaakt moesten worden. Het ging met name om structurele middelen die niet gevonden zijn. Het instrument zelf kan effectief worden ingezet. Het maakt dat wordt bekeken hoe men binnen de aanpak binnenstad met incidentele middelen een start kunnen maken om door te gaan. Er worden scenario’s voor uitgewerkt om te bekijken hoe de grootste impact gemaakt kan worden, ook in relatie tot toeristische handel en andere zaken die uit de hoofdstadpilot naar voren zijn gekomen. Daar informeert hij de commissie graag over. Als het gaat om het verzoek van het lid Bentoumya kan best worden bekeken waar nog geld zit, maar er is geen geld. Het is een vraag aan de raad om geld dat structureel beschikbaar zou zijn voor het project hoofdstraten te bestemmen. Hij gaat bekijken hoe binnen de Aanpak binnenstad een stap gezet kan worden om door te blijven gaan. Hij hoopt via de raad bij de voorjaarsnota iets te kunnen doen. Er kan ook bij een volgende coalitieperiode worden bekeken hoe deze activiteit van structureel geld kan worden voorzien. Het lid BENTOUMYA is het ermee eens dat het belangrijk is dit voort te zetten en op te zetten. Er wordt een onderzoek gedaan.
Als de raad op zoek gaat naar geld is het wel belangrijk om alles in kaart te hebben. Op welke termijn kan de raad dat verwachten? Wethouder MBARKI hoopt dat de scenario’s snel na het reces goed in kaart zijn gebracht om te bekijken hoe men daar goed mee door kan gaan. Die wil hij delen. In de tussentijd kan hij de commissie doen toekomen dat het om een bedrag gaat van 1,7 miljoen euro. Dat is wat nodig is voor het door ontwikkelen van het project Hoofdstraten, ook op
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
andere plekken. Het lid Schmit had nog een vraag over het overhevelen van de coalitiemiddelen van 1 miljoen euro van 2024 naar 2025 en welke activiteiten niet gerealiseerd zijn. Dat is niet wat er aan de hand is. Binnen de portefeuille Economische zaken heeft men veel te maken met subsidies. Vaak ziet men dat de toekenning daarvan langjarig is. Het overhevelen van subsidies is een heel normale methodiek. Het geld wordt niet altijd direct uitgegeven ook omdat men te maken heeft met partners die soms meefinancieren. Men gaat soms een langjarig commitment aan. Dat betekent dat men vaak over de jaren heen het geld uitgeeft. Het is niet zo dat er geld op de plank is blijven liggen. Er wordt gezocht naar structureel geld voor het project Hoofdstraten. De VOORZITTER stelt vast dat de eerste termijn is afgerond en vraagt of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is niet het geval. Het lid BENTOUMYA merkt op dat er insprekers zijn voor de agendapunten 5 en 10. Zij stelt voor die nu achter elkaar te behandelen zodat de insprekers die daarvoor aanwezig zijn daarna weg kunnen. De VOORZITTER vraagt of de commissie daarmee instemt. Dat blijkt het geval te zijn. 5.
Vaststellen van de agenda Zwemmen 2025-2028 en de bijbehorende uitvoeringsagenda en kennisnemen van het advies van de Sportraad Amsterdam en de bijbehorende reactie van het college De VOORZITTER zegt dat het een raadvoordracht is. Er zijn aanmeldingen ontvangen van de leden Stevens, Belkasmi, Nijhof, Alberts, Aslami, Staartjes en Kabamba. Het lid STEVENS leest in de reactie van de wethouder dat er zoveel mogelijk wordt gedaan om kinderen zwemvaardig te maken. Dat is hoopvol en goed. Toch leest zij ook dat 12,5 procent van de kinderen in Zuidoost geen zwemvaardigheden heeft en een vergelijkbaar percentage in Nieuw-West. Dat zijn de negatieve uitschieters. Kan de wethouder aanvullende maatregelen nemen voor de wijken die er bovengemiddeld slecht voor staan? Hoe zou de aanvullende campagne die de wethouder noemt eruit kunnen zien voor deze wijken? Dat vergt maatwerk. Het CDA wil dat zoveel mogelijk kinderen zwemvaardig zijn. Het lid BELKASMI zegt dat zwemmen van levensbelang is, zeker in een stad die omringd is door water. Het is geen luxe maar een basisvaardigheid die voor iedereen toegankelijk moet zijn. Daarom maakt hij zijn complimenten aan de wethouder voor deze agenda. Er staat een aantal goede acties in. Allereerst zijn er commerciële zwemscholen, aanbieders die hoge tarieven vragen en die gericht zijn op winst.
Zwemles voor kinderen mag geen verdienmodel zijn dat alleen bereikbaar is voor hen die het kunnen betalen. Hij begrijpt de richting die de wethouder kiest. Dit moet worden beperkt omdat zwemwater schaars is en eerlijk verdeeld moet worden. Het is ook belangrijk een onderscheid te maken tussen commerciële aanbieders die een sterk maatschappelijk doel nastreven en aangesloten zijn bij het Jeugdfonds en zij die dat niet doen. Zij zorgen ervoor dat veel kinderen wel mee kunnen doen. Hoe kijkt de wethouder naar dat verschil en hoe gaat hij ervoor zorgen dat de aanbieders die bijdragen aan gelijke kansen op zwemlessen de ruimte krijgen? Zwemles voor kinderen met een beperking krijgt in de praktijk weinig prioriteit. In het Noorderparkbad wordt daar serieus werk van gemaakt maar in meerdere zwembaden ontbreekt het aan de bereidheid om voor deze doelgroep ruimte uit te geven. Dat moet anders. Op de korte termijn moet men komen met zwembaden met specifieke uren voor mensen met een beperking. In het De Mirandabad is een speciaal doelgroepenbad. Dit wordt onvoldoende gebruikt voor deze kinderen. Dat is vreemd. Hij hoort graag wat de wethouder hiervan vindt, of hij dit herkent en wat hij hieraan gaat doen. Het lid ALBERTS kan kort zijn. Behalve het uitdelen van complimenten heeft zij geen vragen die nog niet gesteld zijn.
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
Het lid NIJHOF zegt dat veel goede vragen zijn gesteld. Vraagt wat de plannen zijn naast de plannen in punt 4. Er is een inspreker geweest die sprak over de kosten. Als het om basale kosten gaat voor de zwemlessen geldt dat die worden vergoed middels stadspassen en regelingen. Als men een wedstrijdsport wil gaan doen of topsport, dan moet men veel vaker gaan zwemmen. Dan krijgt men met contributies van tussen de 300 en 1500 euro te maken per jaar. Kan de gemeente faciliteren dat kinderen met een kleinere beurs ook de mogelijkheid krijgen zich op dit vlak te ontwikkelen? Het lid ASLAMI zegt dat Amsterdam en water bij elkaar horen. Het is fantastisch dat vandaag een ambitieuze agenda Zwemmen wordt besproken. De ambitie die die agenda uitspreekt, alle Amsterdamse kinderen zwemvaardig maken, verdient alle steun. De werkelijkheid is ook pijnlijk. In een stad die op water drijft blijft het percentage kinderen zonder diploma in sommige delen van de stad te hoog. In Nieuw-West is dat een op de tien en in Zuidoost is dat een op de acht. Dat is niet alleen statistiek. Het gaat om levensreddend kunnen handelen op het moment dat men in aanraking komt met water. Het is ook een risico. Zonder voldoende zwemwater haalt men de ambitie nooit. Er is ook voldoende zwemwater nodig. Het tekort is al langer een punt van zorg. Amsterdam bungelt onderaan vergeleken met andere grote steden.
Nu is er al een tekort aan capaciteit van twee à drie extra binnenbanen. Het is goed dat er nieuwe plannen zijn voor een nieuw zwembad in Oost. Er wordt gekeken naar een overkapping van het Sloterparkbad. Dat is toe te juichen. Wat kan men nu doen om te versnellen? Eén is een aantal concrete stappen die men kan doen, bijvoorbeeld kijken naar langere openingstijden voor zwembaden die er nu al worden geëxploiteerd. Ook de bestaande zwemcapaciteit moet zoveel mogelijk worden gereserveerd voor Amsterdamse zwemverenigingen. Een ander punt is het openwaterzwemmen. Hij mist in de agenda de grachten en plassen. Die laat men allemaal liggen en dat is zonde. Buitenwater kan een belangrijke rol spelen in het versterken van zwemvaardigheid en zwemplezier in Amsterdam. Het verbaast hem dat openwaterzwemmen nauwelijks een plek krijgt in de agenda. Steeds meer Amsterdammers zwemmen buiten. De opgave is complex en een gedeelde verantwoordelijkheid binnen meerdere portefeuilles. Er zijn meerdere instanties bij betrokken zoals Waternet. Er is echt wel iets mogelijk. Met beperkte middelen is vrij snel meer zwemwater te realiseren in Amsterdam.
Hoe wordt ervoor gezorgd dat er niet alleen bij Amsterdam City Swim maar voor een langere periode grachten beschikbaar gemaakt worden voor zwemplezier? Is de wethouder bereid dit actief te bepleiten? Het lid STAARTJES sluit zich aan bij het lid Aslami als het gaat om het openwaterzwemmen. Het tekort aan zwemwater is het onderwerp van de agenda. Er is een hoop teleurstelling over deze agenda Zwemmen omdat er onvoldoende geïnvesteerd wordt om het tekort op te lossen dat nu al groot is en in de toekomst zal blijven bestaan. Investeren kost geld. Waarom is ervoor gekozen om niet voldoende middelen ter beschikking te stellen? In hoeverre biedt het Omgevingsplan ruimte om nog voldoende zwembaden bij te bouwen? Het lid KABAMBA wil toevoegen dat het gaat om betaalbaar zwemmen. Er wordt veel zwemwater verhuurd door publieke zwembaden om hun kosten te kunnen dekken. Zij vraagt of er bekeken kan worden hoe er een dekking mogelijk is om dat zwemwater betaalbaar te houden. Dat is het probleem van heel wat van de kindjes die geen zwemdiploma hebben. Het gaat om kosten. Er zijn ook personen die niet goed tegen chloor kunnen. Er zijn weinig mogelijkheden als het gaat om zwemwater zonder chloor. Als er uitgebreid kan worden in Amsterdam, wordt dit dan meegenomen? Dat geldt ook voor de groep met een beperking die een andere vorm van inrichting nodig heeft om ook mee te kunnen doen.
Wethouder MBARKI vindt dat de stad Amsterdam in het verleden keuzes heeft gemaakt die ertoe hebben geleid dat er beleid is. Sinds het landelijk afschaffen van het schoolzwemmen is Amsterdam altijd doorgegaan met het aanbieden van schoolzwemmen terwijl andere gemeenten daar een andere keuze in hebben gemaakt. Amsterdam heeft een traditie van het blijven aanbieden van het schoolzwemmen en daarmee de zwemvaardigheid van opgroeiende kinderen zo goed mogelijk te faciliteren. Dit is een onderwerp dat
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
laat zien hoe belangrijk ongelijk investeren voor gelijke kansen is. De stadsdelen laten zien wat er gebeurt als men niet overal in de stad ervoor zorgt dat men alles uit de kast trekt om ervoor te zorgen dat kinderen die kansen krijgen. Zwemmen is daar een voorbeeld van. De komende jaren zal Amsterdam hiermee door blijven gaan. De vraag van het CDA wat er extra gedaan zal worden staat beantwoord in het beleid. Er wordt een inhaalslag gemaakt door onder andere een campagne te starten voor kinderen onder de 18 die nog geen zwemdiploma hebben. De campagne richt zich niet alleen op het a-diploma maar ook op het bdiploma. Zwemvaardigheid gaat ook over blijven zwemmen. Vandaar dat het programma, ook op scholen, in de groepen 7 en 8, uitgebreid wordt om de zwemvaardigheid op peil te houden door te blijven zwemmen. Er wordt nog meer ingezet op de scholen waar een laag diplomabezit is. Er komt naschools zwemmen omdat scholen vaak aangeven dat er ook genoeg uitdagingen op andere vakken zijn. Op die manier faciliteert men vrij breed. Het Jeugdfonds sporten is al eerder langsgekomen. Daarin wordt een bijdrage gedaan. Dat zijn allemaal zaken die ertoe moeten leiden dat de zwemvaardigheid naar 95 procent stadsbreed gaat. In de afgelopen jaren is gezien dat zwemles voor kinderen met een beperking echt verbeterd kan worden. Deze agenda gaat daarop in.
Er is extra geld vrijgemaakt binnen de agenda Zwemmen met maatregelen om een meer en betaalbaar aanbod te creëren voor deze doelgroep. Er komt een coördinator Zwemles voor kinderen met een beperking en schoolzwemmen voor kinderen met een beperking wordt echt opgenomen. Dat betekent dat met het speciaal onderwijs en het vso wordt bekeken hoe men daar de komende jaren een extra slag mee kan maken. Ook wordt er gekeken naar commerciële zwemscholen en hun maatschappelijke rol. Er is een pilot gestart om tot goede afspraken te komen met die zwemscholen. De bedoeling is om dat uit te breiden. Spreker is gemaild door een aantal van deze zwemscholen die aangeven deze intentie te hebben. Tegelijkertijd maximeert de gemeente 26 procent van het zwemwater voor commerciële zwemscholen ook om de verenigingen in de stad te helpen om iets meer van de zwemwaterruimte die vrij komt te kunnen gebruiken. De agenda gaat over drie uitdagingen: zwemvaardigheid, tekort aan zwemwater en het personeelstekort. Het lid NIJHOF vindt de maatregelen voor kinderen met een beperking heel goed maar hij hoort in de praktijk dat er signalen zijn dat zwembaden er niet voor kiezen om zwemuren vaker beschikbaar te maken voor diezelfde kinderen.
Herkent de wethouder dit en hoe gaat men ervoor zorgen dat dat bijvoorbeeld in het De Mirandabad daadwerkelijk gebeurt? Wethouder MBARKI zegt dat er onderzoek naar is uitgevoerd. Een van de acties is de coördinator die wordt aangesteld specifiek gericht op deze doelgroep. Die gaat in kaart brengen waar in de stad uitdagingen zijn met betrekking tot zwemuren. Wat ook raakt aan de toegankelijkheid is dat elk zwembad in de stad rolstoeltoegankelijk gemaakt wordt en dat in elke richting van de stad een zwembad wordt gemaakt dat volledig toegankelijk is. Op termijn moeten alle zwembaden in de stad zo laagdrempelig mogelijk toegankelijk zijn. Er wordt ook gekeken naar het chloorvrij maken van baden. Het gaat ook om het creëren van meer zwemwater. Het college heeft geld vrijgemaakt voor een zwembad in Oost. Er worden voorbereidingen getroffen voor twee nieuwe zwembaden, in ieder geval op de zuidwestflank en richting IJburg. Alles valt of staat met middelen. Er is een aantal investeringen door de gemeente gedaan. Er moet goed worden bekeken welke investeringen nog meer gedaan kunnen worden. Intussen wil men kijken naar het vergroten van zwemwatermogelijkheden door bijvoorbeeld een overkapping van het Sloterparkbad. Dat zijn voorwaardelijke zaken die belangrijk zijn als het gaat om het laten meegroeien van het zwemwater met de groei van de stad.
De vraag over de kosten is een reële vraag. Zwemwater is niet goedkoop. De uitdaging is om kinderen langer te laten zwemmen. Spreker is van plan om te bekijken of het maatschappelijk tarief verlaagd kan worden. Dat gaat altijd ergens anders landen. Hij durft de exercitie aan om te bekijken of men in het kader van solidariteit contributie bij een andere sport die dat gemakkelijker kan dragen kan verhogen. Het lid ASLAMI vraagt hoe er versneld kan worden. Welk tijdstap kan de wethouder hieraan verbinden?
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
Wethouder MBARKI zegt dat de agenda over drie zaken gaat: zwemvaardigheid, zwemwatertekort en personeelstekort. Als men meer water creëert en niet de juiste mensen heeft, is dat een uitdaging. Een van de initiatieven is dat men samen met het ROC aan het bekijken is of er een opleiding kan worden opgezet analoog aan de jeugdcoördinator Voetbal die echt gaat over zweminstructeurs. Dat moet het personeelstekort oplossen. Hij zou graag willen versnellen maar de uitdaging zit ook bij personeelstekort. Het lid PERDOK denkt dat veel zweminstructeurs via een uitzendbureau lesgeven. Zij vraagt of dit kan worden omzeild. Wethouder MBARKI zegt dat zwemlessen binnen Amsterdam worden gegeven door instructeurs binnen verschillende constructies. Er zijn ook instructeurs die in dienst zijn bij een commerciële zwemschool, instructeurs die bij een vereniging lesgeven en de gemeente huurt ook zo nu en dan rondom de zomermaanden in. Dan is het seizoensarbeid omdat met name de buitenbaden zijn geopend. Er zijn veel mensen bij de gemeente in dienst. Er is een flexibele schil. Er wordt continu naar gekeken hoe men personeel kan opleiden. Personeel wordt zo efficiënt mogelijk ingezet. Het lid PERDOK denkt dat er geen constructie moet zijn die gaat tegenwerken. Het is nog steeds zo dat het overgrote deel via een uitzendbureau wordt geworven. Daar gelden heftige regels.
Zo houdt men dat het niet doorloopt en dat men te maken blijft hebben met personeelstekort. Wethouder MBARKI zegt dat de gemeente veel mensen in dienst heeft. Die hebben een dienstbetrekking. Er wordt daarnaast ingehuurd via uitzendbureaus. Daar zit een tijdelijkheid in en dat is waarom er van de flexibele schil gebruikgemaakt wordt. Er wordt altijd bekeken hoe men het zo goed mogelijk kan doen. Er zijn ook andere partijen die worden ingehuurd. De wethouder weet niet hoe andere partijen inhuren. Het lid ASLAMI schetst een dilemma dat hij onderschrijft als hij de stukken leest. Aan de ene kant is er geen zwemwater en dus onvoldoende mogelijkheid om te kunnen zwemmen. Aan de andere kant is er geen personeel dus ook onvoldoende mogelijkheid om te kunnen zwemmen. Allebei zijn nodig en het een moet het ander niet gijzelen. De stappen die daarvoor nodig zijn moeten gezet worden. De samenwerking met het ROC is toe te juichen. Misschien kan door middel van stages ook worden bijgedragen aan de opgave. Misschien zijn er ook mogelijkheden om mensen om te scholen. Wethouder MBARKI zegt dat het arbeidsmarkttekort geen kip-ei-verhaal is in deze regio. Bouwprojecten komen niet van de grond omdat er arbeidstekorten zijn. Het is een zeer evident groot probleem in de regio dat opgelost moet worden. Daar is men mee bezig.
Nu versnellen zou hij graag willen maar er is geen personeel om een zwembad 24 uur per dag open te houden. Intussen moet het zwemwater meegroeien met de stad. Een van de plannen betreft de zuidwestflank, de Schinkel, waar veel wordt gebouwd. Daar is echt iets nodig. Dat zit in de voorbereiding en wordt de komende jaren gedaan. Arbeidsmarkttekorten zijn niet op te lossen met omscholing. Er zijn zoveel sectoren. Hij vervolgt met de vraag over open water. Deze agenda is daar niet op ingegaan omdat dit niet door de gemeente alleen wordt gedaan. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid en daarmee complex. Naast de gemeenten spelen Rijkswaterstaat, de provincie en het waterschap een belangrijke rol. De scope van de agenda is daar niet op ingegaan. Hij vindt het geen gek idee om te bekijken of daar wat geduwd en getrokken kan worden maar niet als onderdeel van deze agenda. Die gaat echt over de drie thema’s die hij heeft beschreven. Het lid ASLAMI heeft de nodige gesprekken gevoerd met betrokken ambtenaren. Het is inderdaad een gedeelde opgave. De vraag is of deze wethouder de handschoen wil oppakken om ervoor te zorgen dat het niet in no man’s land blijft. Als het niet in de agenda Zwemmen zit waarin dan wel?
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
Wethouder MBARKI ziet zijn opgave vooral als het verhogen van zwemvaardigheid. Daar wil hij middelen voor vrijmaken. Daarom is deze scope de scope die er nu is. als het gaat om het in de openbare ruimte creëren van open zwemwater wil hij de handschoen zeker mede oppakken maar hij is er niet voor om het vanuit de agenda Zwemmen te doen. Hij is wel bereid om te bekijken of dit onderzocht kan worden. Er zijn naast Rijkswaterstaat en anderen al twee wethouders naast hem die hier iets van kunnen vinden. Hij wil de verwachting met betrekking tot het open water temperen. Het lid STAARTJES zegt dat open zwemwater wel degelijk bijdraagt aan zwemvaardigheid. Gegeven alle argumenten moet men niet op de handen gaan zitten. Nu moet men de handschoen oppakken om alle kansen die er zijn maximaal te benutten. Wethouder MBARKI heeft al antwoord gegeven. In de stad wordt schaarse ruimte verdeeld op ieder gebied. Het is best ingewikkeld. Hij wil navraag doen en terugkoppelen wat zijn collega’s ervan vinden en wat andere instanties ervan vinden, maar op dit moment is de scope van deze agenda de scope zoals die is. Het lid STAARTJES vraagt in hoeverre het Omgevingsplan een belemmering is voor binnenwaterzwemmen. Wethouder MBARKI zegt dat het een en-en-verhaal is. Met de groei van de stad moet men op tijd intekenen daar waar voorzieningen een plek krijgen.
Het is enerzijds een verhaal met betrekking tot waar tekent men iets in en anderzijds is het een financieel verhaal. Een gemeentelijke voorziening kan op twee manieren ingevuld worden. De gemeente kan de stap naar voren zetten en door te tenderen. Het begint bij allebei. Het gaat om vooruitzien en bedenken of men de ruimte daarvoor beschikbaar wil stellen. Dat heeft altijd gevolgen voor andere functies. Als de gemeente zelf die stap wil zetten, zal men daarin moeten investeren. Het lid BELKASMI zegt dat het Marineterrein een officiële zwemplek is. Als men de zwemvaardigheid wil bevorderen moeten mensen blijven zwemmen. De officiële zwemplekken kunnen worden benut om de zwemvaardigheid continu onder de aandacht te brengen. Wethouder MBARKI wil het graag maar hij wil de raad meegeven hoe ingewikkeld het is om zwemwater te vinden dat echt gebruikt kan worden. Rondom de warme dagen zitten er ook bacteriën in bepaalde wateren waardoor zwemmen niet kan. Voordat men dit kan doen, gaat er veel doorheen. De afdeling Sport is beperkt wat betreft de agenda Zwemmen. Die kunnen iets doen maar men kan niet deze vraag ook nog bij hen neerleggen. Dat vraagt meer. De wethouder gaat zijn collega’s vragen hoe zij hierin staan en of er ergens iets te doen is. Daar komt hij te zijner tijd op terug.
Het lid ALBERTS zegt dat dit gesprek over open zwemwater haar herinnert aan haar moeder die in het vijfcentenbadje in Oost heeft leren zwemmen, diploma a en b. Als men het opzoekt kan men zien wat mensen allemaal tegenkwamen in het open zwemwater. De VOORZITTER dankt haar. Dit is het einde van de eerste termijn van de commissie. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. Dit is een raadsvoordracht. Hij zal kort besproken worden in de raad. 10. Bespreken van de reactie op motie 532 inzake de Kinderrechtentoets in de Versterkte Aanpak Dakloosheid De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Yemane. Het lid YEMANE vervangt haar collega Abdi. Zij leest haar spreektekst voor. Er wordt opnieuw over dakloze gezinnen gesproken. In werkelijkheid gaat het vrijwel altijd over
27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
moeders met kinderen. Onlangs was er een rondetafelgesprek met dakloze moeders en professionals. De verhalen die daar werden gedeeld maken diepe indruk. Ze bevestigen wat men al langer ziet. Het systeem sluit onvoldoende aan op hun realiteit. Daarom staat ze vandaag stil bij twee punten. Allereerst noemt zij de positie van kinderen. Zij dragen de gevolgen van dakloosheid het langst mee. Steeds vaker hoort men dat ze wekelijks van adres wisselen, soms gescheiden van hun ouders, in onzekerheid over hoelang ze ergens mogen blijven, vaak bij mensen die ze niet goed kennen. De gevolgen zijn trauma’s, gedragsproblemen, schooluitval en in de puberteit komen ze alsnog in de jeugdhulp terecht of ze worden uit huis geplaatst. Kinderen hebben rechten maar in de praktijk worden die zelden meegewogen. Professionals worstelen met de uitvoering. Kinderen worden nauwelijks gehoord en juridische procedures ontbreekt vaak een goede belangenafweging. Daarom keek zij uit naar dit rapport en de uitvoering van de motie over het kinderperspectief. Er staan nuttige elementen in. Amsterdam doet veel. De inzet van deze wethouder is zichtbaar en de Amsterdamse maatwerkmethode is daarvan een voorbeeld. De motie is op het punt van kinderen niet voldoende uitgevoerd. Spreekster stelt drie vragen hierover aan de wethouder. De eerste betreft de pilot Integrale ketenaanpak.
Waarom een pilot? Dit is sinds 2015 verplicht onder de Jeugdwet. Kan dit niet standaard? Vervolgens de Kinderrechtentoets. De RUG ontwikkelt de ‘best interest of the child assessment’, praktisch en toepasbaar. Is de wethouder bereid hierover in gesprek te gaan? Dan gaat zij in op de regie op wonen. Dakloosheid is een woonprobleem. Het is goed om te zien dat de gemeente daar meer op wil inzetten. Uit technische vragen blijkt dat de regie bij de GGD ligt. Waarom is dat zo en moet dit meer gekoppeld worden aan de Huisvestingsverordening? Het tweede onderdeel gaat over de positie van vrouwen en onveiligheid. Voor veel vrouwen is dakloosheid geen gevolg van schulden of woontekort maar van onveiligheid: huiselijk geweld, mishandeling controle. Uit recent onderzoek blijkt dat een op de drie vrouwen dakloos raakt door onveilige thuissituaties. Dan is er geen opvang omdat ze nog ergens ingeschreven staan. Er is geen hulp uit angst dat hun kind wordt afgenomen. Er is geen rust omdat ze van instantie naar instantie worden gestuurd. Lisa’s verhaal bij de rondetafel is daar een schrijnend voorbeeld van. Begin 2024 vluchtte zij met haar driejarige zoon uit een gewelddadige relatie. Zij had een goede baan op de Zuidas, woonde in Amsterdam, maar omdat ze nog stond ingeschreven buiten de stad werd ze afgewezen voor opvang. Veilig Thuis dreigde haar kind bij haar weg te halen.
Pas maanden later kreeg ze toegang tot opvang via de Straatalliantie. Inmiddels is ze haar werk, haar gezondheid en haar vertrouwen kwijt. Ze is depressief en overweegt zelfs terug te keren naar haar ex omdat die haar sloeg maar niet haar kind. Zij is niet de enige. Men hoort vaker hoe vrouwen tussen wal en schip vallen. Te zelfredzaam voor opvang, te onzichtbaar voor urgentie, te kwetsbaar voor de straat. Daar komt bij dat regiogemeenten vrouwen naar Amsterdam verwijzen maar te vaak afhaken als ze terug willen. Na de ronde tafel hebben collega’s Krom, Broersen en Abdi met vrouwen en experts gesproken. Nu willen ze na de zomer met een breder voorstel komen. Bij OZA heeft lid Abdi aangekondigd dat zij werkt aan een motie voor de begroting over huiselijk geweld, gericht op vrouwen die dakloos raken door onveiligheid. Voor nu heeft ze de volgende vragen aan de wethouder. Herkent hij deze signalen? Er waren ambtenaren aanwezig bij de ronde tafel waarvoor dank. Zij gaat dit uitzoeken. Hoe zorgt men dat regiogemeenten hun verantwoordelijkheid nemen, ook financieel? Het lid KROM refereert ook aan de expertmeeting over dakloze gezinnen. Daar waren twee moeders die over hun leven vertelden en hoe ze hun huis kwijtraakten en hoe lastig het is om het leven weer op de rails te krijgen.
Zij noemt ook het geval van Lisa, die door een agressieve partner het huis uit werd gejaagd en niet bij hem stond ingeschreven en die door hem en agressieve familieleden op straat belandde en die niet geholpen werd door instanties. Spreekster wordt er enorm boos van, ook omdat Lisa een zoontje heeft. Het kan niet zo zijn dat, als een moeder en kind wegens geweld de straat op vluchten, de rechten van een vader, de hoofdhuurder, zwaarder tellen dan de basisrechten van een kind. Dat is waar men in de stad mee te maken heeft. Spreekster wil dat bij de Straatalliantie, de politie en de GGD, de Kinderombudsman en wie er verder nodig zijn, het kind voorop staat en dat er met deze instanties wordt nagedacht over hoe ze het kunnen doen. De samenleving moet ervoor zorgen dat niet de bureaucratische regels maar de rechten van het kind voorop komen te staan. Spreekster is benieuwd naar de visie van de wethouder hierop.
28
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
Kan hij hierover iets zeggen? Ze hoopt dat hij op zijn minst zal zeggen dat het onacceptabel is en dat hij bereid is hiermee aan de slag te gaan. Deze casus staat ook symbool voor hoe de rechten van kinderen nu worden meegenomen in de aanwezige hulpverlening. Het viel haar op tijdens het symposium Dakloosheid, toen ze in een workshop zat rondom de positie van dakloze kinderen, dat de conclusie van de aanwezige hulpverleners was dat niemand echt met het kind praat. Dat leest ze terug in het onderzoek en de oplossingsrichtingen. Welke rechten van de kinderen worden nu geschonden door de huidige werkafspraken? Wat is ervoor nodig om deze rechten beter te waarborgen? Ze merkt en leest dat de rechten van het kind niet op 1 staan, maar ze vindt dat dat wel zou moeten. Dat is nu niet zo en zit ook niet in de oplossingsrichtingen. Als men kijkt naar de meer dan vier jaar binding en als men uitgaat van het kind, zou dat er niet toe moeten doen. Dat zou betekenen dat kinderen tot vier jaar geen rechten zouden hebben in deze stad. Dat vindt iedereen hier natuurlijk fundamenteel onjuist. Spreker vraagt zich zelfs af of men hiermee niet regelrecht ingaat tegen het Kinderrechtenverdrag. Spreekster is benieuwd wat de wethouder hierover zegt. Noch in het onderzoek, noch in de oplossingsrichtingen, is vanuit de rechten van het kind gedacht en dat is een gemiste kans.
Hoewel ze vindt dat sommige richtingen zeker nadere uitwerking verdienen, zoals het integraal werken en de task force, zodat gezinnen echt specialistische hulp ontvangen, zou ze willen dat de meest urgente gezinnen een urgentieverklaring kunnen krijgen. Dat gebeurt nu bij economisch daklozen. De meest schrijnende gevallen krijgen wel een urgentieverklaring. Dat zou ook kunnen worden gedaan voor gezinnen. Daarnaast kondigt zij een voorstel aan, mede namens de leden Abdi en Broersen. Ze vinden dit te belangrijk. Er moet veel meer urgentie komen op dit grote probleem dat in deze stad plaatsvindt en dat veel mensen niet voldoende in beeld hebben. Twintig procent van de daklozen is kind. Dat is een ongekend hoog percentage en het zou reden moeten zijn tot urgentie. Ze beseft dat de oplossing er niet is, maar de zorg kan wel zo ingericht worden dat er wordt voldaan aan het Kinderrechtenverdrag waar men zich aan gecommitteerd heeft en dat begint met het echt meenemen van het perspectief van de kinderen. Het lid KABAMBA zegt dat Nieuwsuur heeft laten zien dat ook Amsterdamse kinderen noodgedwongen in auto’s en garageboxen slapen. Het systeem noemt hun ouders vaak zelfredzaam en wijst hulp af. Gisteren nam de Tweede Kamer de motie Grinwis aan. Alle dakloze gezinnen binnen de ETHOS-Light definitie moeten met urgentie worden gehuisvest.
Dat betekent dat Amsterdam daar ook gevolg aan moet geven. Daarom heeft zij de volgende vragen. Wanneer past het college de Huisvestingsverordening aan zodat elk ETHOS-Light-gezin met minderjarigen direct urgentie krijgt? Zij vaagt verder naar het protocol Zelfredzaamheid. Bestaat er een transparante toets en kan de raad die ontvangen? Als het gaat om het kinderperspectief, wil het college dan onafhankelijk, los van jeugdbescherming en Veilig Thuis, het BIC-model (best interest child) toepassen en garanderen dat elke buurt of opvangteam minimaal een pedagogisch geschoolde professional ontvangt? Zo schrikt het geen ouder af maar wordt wel vroegtijdig, veilig en deskundig geholpen. Zonder die drie garanties, heldere urgentie, transparante toetsing en onafhankelijke kinderrechtentoets, blijven de Amsterdamse kinderen in ?? slapen. Het lid BROERSEN was ook bij het rondetafelgesprek over dakloze gezinnen. De situatie is echt om ziek van te worden. Net zoals het lid Abdi via het lid Yemane zei, het gaat hier over alleenstaande vrouwen met kinderen die op straat staan. Zij zou graag ook het specifieke geval aanhalen van de vrouw die met haar kind op straat stond en overwoog om terug te gaan naar haar gewelddadige ex omdat ze de situatie in de noodopvang zo nijpend vond dat het misschien beter zou zijn om terug te gaan.
Dat is niet waar Amsterdam voor staat en niet wat men zou willen en wat zou mogen. Het lastige is dat deze vrouw eigenlijk constant tussen wal en schip valt en dat ook iets als een urgentieverklaring niet tot de mogelijkheden behoort. Er is gisteren een voorstel aangenomen om dit te gaan veranderen maar zoals de inspreker van Straatalliantie ook zei: het valt en staat bij de uitvoering en hoe dat in Amsterdam wordt vormgegeven. Daarom vraagt spreekster de wethouder of hij hierop wil reflecteren. Zij vindt het belangrijk hier goed naar te kijken. Naast dat de urgentieverklaring een nijpend punt is, benoemt zij de bindingseis. Een moeder die met haar kind vier jaar in Amsterdam heeft gewoond en zes maanden tussendoor ergens anders heeft gelijk geen binding meer met de stad volgens het beleid ondanks dat het hele vangnet
29
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
misschien hier is. Hoe realistisch is het nog? Deze vrouw uit het voorbeeld valt overal tussen wal en schip. Zij is niet de enige. Zou de wethouder daarop willen reageren? Als men kijkt naar de papieren werkelijkheid tegenover de verhalen van de mensen, ook tijdens de rondetafel, plaatst dat alles in perspectief. Het lijkt allemaal goed uitgevoerd, ook dit onderzoek en de oplossingsrichtingen en actiepunten, maar spreekster is bang dat het nog niet voldoende is. Het lijkt niet of het perspectief van het kind hier echt in wordt meegenomen. De insteek ziet zij niet terugkomen. Ook wordt niet duidelijk wat er misgaat in de Amsterdamse besluitvorming en hoe de kinderrechten nu echt worden meegenomen in de gemeentelijke besluitvorming. Haar collega’s van PvdA en PvdD hebben net al gedeeld dat men met een voorstel zal komen. Dan is de wethouder daarvan op de hoogte. Het lid YEMANE zegt dat in andere steden, zoals Utrecht, kinderen van ongedocumenteerden een Stadspas krijgen. Dat is in Amsterdam niet zo. Er is eerder een poging gedaan, maar zonder succes. Zou hier ruimte voor zijn? Andere vraag is of een kind dat in maatschappelijke opvang zit net als een kind in vrouwenopvang specifieke begeleiding krijgt, zoals speltherapie. In beide gevallen is sprake van trauma en onveiligheid.
Zou de wethouder met de wethouder van Zorg en jeugd kunnen bekijken hoe de kinderen in de maatschappelijke opvang dezelfde aandacht en zorg zouden kunnen krijgen als de kinderen in de vrouwenopvang? In Purmerend doet Altra de begeleiding in de maatschappelijke opvang. Dat wordt betaald vanuit de Jeugd, vanuit de gedachte dat ze nu in de opvang zijn en nu in beeld en de kinderen een gesprek aangeboden kunnen krijgen om ze aan te bieden wat ook in de vrouwenopvang wordt aangeboden. Zodoende kunnen ze verwerken en herstellen van alles dat is gebeurd. Het lid PERDOK heeft eerder mooie gesprekken gevoerd met de wethouder over wat er structureel ontbreekt in opvangcentra. Haar antwoord daarop is: een pedagogische visie, die gezinnen ondersteunt. Het gaat om een visie waarin kinderen niet bij voorbaat met een nul achter beginnen. Dat is nu helaas de realiteit. Spreekster is ervan overtuigd dat dit kindperspectief een plek kan krijgen zodat, als er specifiek ruimte voor vrouwen en kinderen wordt gereserveerd, er gerichter kan worden geïnvesteerd. Ze pleit voor ongelijk investeren, juist om gelijke kansen te creëren. Alleen zo kan men ervoor zorgen dat deze kinderen niet structureel op achterstand staan op school, in hun gezondheid of in hun ontwikkeling. Het is onaanvaardbaar dat ze in een stad als Amsterdam kinderen ziet opgroeien zonder dak boven hun hoofd.
Wonen is een mensenrecht en als stad faalt men als gezinnen jarenlang moeten leven in tijdelijke opvang of in onzichtbare netwerkoplossingen zoals logeren bij familie, couchsurfen of gescheiden wonen. Er nu eindelijk ook voor het kindperspectief. Daar is spreekster blij mee. Het komt laat en het gaat langzaam. Preventie moet echt voorop staan net als structurele oplossingen voor wonen buiten de tijdelijke noodopvang. De belangen van kinderen mogen nooit ondergeschikt worden gemaakt aan systeemgrenzen. Daarom vraagt zij de wethouder hoe hij ervoor gaat zorgen dat het kindperspectief structureel wordt verankerd in alle besluitvorming binnen het sociaal domein en het woonbeleid en niet slechts als afvinklijst in losse dossiers of moties. Gezien de aanhoudende wooncrisis en het tekort aan toegankelijke opvang, vraagt zij de wethouder of hij bereid is om in samenwerking met de andere wethouders en woningcorporaties tijdelijke woonvormen voor gezinnen actief te prioriteren, ook als dat betekent dat andere doelgroepen tijdelijk minder voorrang krijgen. Ten slotte merkt spreekster op dat zij al heel lang met dak- en thuisloze gezinnen werkt, voornamelijk in de maatschappelijke opvang. Vandaag is het meest zinnige dat zij heeft gehoord van het lid Yemane.
In alle jaren ziet spreekster dat in maatschappelijke opvang zo weinig ondersteuning is voor kinderen terwijl ze er soms drie of vier jaar wonen in omstandigheden die On-Nederlands en zeker On-Amsterdams zijn. Zij zou graag willen weten of de wethouder voor dat perspectief ruimte wil creëren. De VOORZITTER zegt dat dit het einde van de eerste termijn van de commissie was. Hij geeft het woord aan de wethouder. Wethouder GROOT WASSINK begrijpt dat sommige leden van de gemeenteraad zeggen dat het kindperspectief onvoldoende centraal staat. De suggestie dat kinderrechten totaal niet worden meegenomen is klinkklare onzin. Daar kijkt men absoluut naar. Hij
30
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 2 juli 2025
begrijpt de boosheid en frustratie. Hij heeft onlangs een gesprek met de Kinderombudsman en de President van de rechtbank over dit onderwerp. Hij zou het fantastisch vinden als hij automatisch in staat zou worden gesteld om dit afschrikwekkende probleem op te lossen. Daar zou hij een enorme voorstander van zijn. Hij gunt kinderen het beste. Daar kan niemand tegen zijn. Tegelijkertijd weet hij niet zo goed wat het precies betekent als men zegt dat het kinderperspectief centraal staat. Het lid Perdok zegt dat wonen een mensenrecht is. Dat vindt iedereen. Het is een mensenrecht dat we niet afdwingen. De rechten van kinderen staan niet automatisch los van plichten van ouders. Hij kijkt enorm uit naar het voorstel van de raadsleden. Hij geeft ze in overweging mee om te wachten op de resultaten van de ETHOS-telling van oktober 2025. Spreker heeft steeds in deze raad gezegd dat hij vindt dat ETHOS het moment moet zijn om opnieuw te kijken naar wat er wordt gedaan met doelgroepen en hoe men hiermee omgaat. Het is geen onwil. Het is niet dat hij zegt ‘het is ontzettend leuk, die kinderen die dakloos zijn of op straat leven'. Wat dat kindperspectief centraal stellen betekent, is in de uitvoering soms best ingewikkeld. Dan kan men zeggen dat dat het probleem van de wethouder is, maar hij loopt tegen allerlei grenzen op van bijvoorbeeld een kapotte woningmarkt, gebrek aan financiering.