20250226 SED conceptverslag.pdf
Tekst van het document
Het lid vraagt hoe het college denkt over het uitbreiden van de Leegstandsverordening naar andere, niet woonbestemmingen. Het lid SCHMIT steunt elk raadslid dat komt met een plan om meer plek voor lokale ondernemers te creëren, en zegt dank voor het initiatiefvoorstel. De stad kent tweeduizend gemeentelijke vastgoedpanden waarvan 1% commercieel. Het gaat dus om twintig panden die een keer in de vijf jaar verhuurd worden. Het gaat dan om circa vier panden per jaar. Honderden ondernemers zijn op zoek naar een plek en het initiatiefvoorstel zorgt dan voor het beschikbaar komen van vier tot twintig panden. De vraag is dus of het een goede oplossing is voor het probleem in de stad. Het lid NAMANE wil meer instrumenten dan gemeentelijk vastgoed inzetten. Het voorstel is eerst beginnen met een pilotgebied en te kijken wat daar voor elkaar te krijgen is als alles op alles wordt gezet. Het lid erkent dat met het gemeentelijke vastgoed niet de hele stad te veranderen is. Het lid SCHMIT wil gemeentelijke capaciteit inzetten op dingen die er toe doen en waar echt impact te maken is en kijkt eerder naar het uitbreiden van Stadsgoed of het inzetten op maximaliseren van de huurprijzen. Waarom wordt niet gekozen om daaraan meer aandacht te geven? Het lid NAMANE meent dat daaraan heel erg veel aandacht wordt besteed, ook door de commissie SED bij allerlei EZ-punten.
Het is hartstikke terecht om daarop in te zetten. Het lid SCHMIT informeert naar de mogelijkheid om ook biz’en bij de waardentafel te betrekken. Het lid MINDERHOUD lijkt het dat de biz’en ook aan tafel kunnen komen, wat ook in het voorstel staat. Het lid SCHMIT heeft alle steun voor degenen die komen met meer ruimte voor ondernemers. Eerder zou het lid gaan voor het uitbreiden van de Zeedijk, Stadsgoed en het maximeren van huurprijzen, dan nu voor twintig panden proberen iets te regelen. Wethouder GROOT WASSINK is niet voor het ongebreideld ruimte geven aan Amsterdamse ondernemers. Dat lijkt hem helemaal niet wenselijk. De charme van het voorstel is volgens hem proberen na te denken over in de knel komende commerciële functies met een maatschappelijke meerwaarde, zoals eerstelijns zorg en kinderopvang.
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 26 februari 2025
Zoeken naar maatschappelijke meerwaarde en beoordelen of die commercieel is vindt hij interessant. Hij wil dus kijken hoe ruimte voor ondernemers is te vinden, maar wil ook zorgen om juist functies met een belangrijke maatschappelijke meerwaarde te behouden in buurten. Tegelijkertijd geeft hij het lid Schmit gelijk. Als het alleen over gemeentelijk vastgoed gaat is het voorstel beperkt. Hij wil met de stadsdelen overleggen welk gebied voor een pilot in aanmerking komt en vindt het interessant om een scan uit te voeren waar een functie onder druk staat en of het helpt om die voor een buurt te houden. Als denkrichting is een waardentafel interessant, waarbij ondernemers ook betrokken moeten worden. Het college ziet een meerwaarde om die aan het instrumentarium toe te voegen. Na een scan kan daarnaar ook gehandeld worden. Voor het reguleren van leegstand is er de Wet kraken en leegstand. Het was hem altijd een doorn in het oog dat kraken is verboden zonder dat er fatsoenlijke leegstandswetgeving is gevolgd. In Amsterdam is geprobeerd de Leegstandsverordening binnen de wettelijke kaders behoorlijk aan te scherpen, maar die is nog steeds vrij beperkt. Eigendom van vastgoed heeft een bijkans heilige status. Op dit moment ziet hij daarom niet zoveel mogelijkheden om leegstand verder te reguleren. Het punt wil hij echter doorgeleiden naar collega-wethouder Pels.
Wat betreft de aanpak van leegstand boven winkels zou hij willen dat daarop meer gebeurt, omdat ruimte immers het meest schaarse goed in de stad is. Het punt neemt hij dus mee terug en dat gaat hij bespreken met zijn collega. Het lid NAMANE zegt dank voor de beantwoording en informeert naar de drempels voor invoering van een waardentafel. Het lid begrijpt bijvoorbeeld niet dat het bij sommige kantoren wel kan en bijvoorbeeld niet bij winkelpanden. Wethouder GROOT WASSINK moet daarop het antwoord schuldig blijven. Wat betreft de bandbreedte van boetes en perioden zijn er allerlei wettelijke grenzen en regelgeving. Hij komt hierop terug, ook omdat hij het aanscherpen van de Leegstandsverordening best wenselijk acht. Tweede termijn Het lid MINDERHOUD voert de discussie over de schaarse ruimte in de stad ook binnen de commissies Ruimtelijke Ordening en Woningbouw en Volkshuisvesting. In wijken waar gebrek is aan een voorziening, zoals een jeugdhangplek of plekken voor huisartsen, kunnen twintig objecten een onwijs grote impact op een buurt hebben bij inzet op het creëren van zoveel mogelijk maatschappelijke meerwaarde. Er was een negatieve bestuurlijke reactie op het kettingbeding en het lid geeft mee om dat eruit te halen.
Wel is het lid blij met de reactie van de wethouder over de Leegstandsverordening en daarbij verwijst die naar de Werkspoorhal in Oostenburg, waar de eigenaar met leegstand dreigt totdat die het pand mag invullen zoals die wil. Dat lijkt het lid een goed voorbeeld van het onwenselijk strategisch inzetten van leegstand om je zin door te drijven. De VOORZITTER vraagt of de indieners het initiatiefvoorstel in de komende raadsvergadering willen laten behandelen. Het lid NAMANE kondigt wel een aangepast voorstel aan. De VOORZITTER concludeert dat het antwoord op zijn vraag bevestigend is en dat er een gewijzigd initiatiefvoorstel op de agenda van de raadsvergadering van 5 en 6 maart terecht komt. 5. Bespreken van het initiatiefvoorstel ‘Onze stad, ons geld’ van het lid Broersen (Volt) en de bestuurlijke reactie
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 26 februari 2025
Het lid BROERSEN woonde op 25 februari de expertsessie bij over ondervertegenwoordigd Amsterdam. Daarin werd de vraag gesteld of de representatieve democratie überhaupt nog wel bestaat als de raad door maar 46% van stemgerechtigden wordt gekozen. Men ziet dat bewoners vertrouwen in de overheid en de politiek kwijtraken. De politiek wordt gezien als iets abstracts, onzichtbaars en dat die alleen maar iets komt halen en niets brengen. En dit leidt vervolgens tot een vicieuze cirkel, die de ongelijkheid in de vertegenwoordiging alleen maar vergroot. En dan komt het tot de vraag of de democratie nog wel werkt als niet iedereen aan tafel zit. Meer democratiseringsprojecten en participatiemogelijkheden gaan het brede probleem rondom het vertrouwen in de overheid niet gelijk oplossen. Maar ze zijn wel een kans om mensen mee te laten denken en mee te laten doen over wat er in hun stad gebeurt. Participatie creëert inzicht en inzicht creëert begrip. Als men de manieren waarop mensen kunnen meedoen zo moeilijk, bureaucratisch en tijdrovend maakt wekt dat frustratie op in plaats van betrokkenheid. Daarom vindt Volt dat de raad zich moet inspannen om mensen makkelijker mee te kunnen laten doen. Wat de fractie betreft gaat de gemeente naar mensen toe in plaats van dat van mensen wordt gevraagd dat ze naar de gemeente toe komen.
Het lid zag wat er mis ging bij de huidige vorm van de buurtbudgetten. Het zijn vaak de usual suspects die meedoen, die de gemeente toch al weten te bereiken, terwijl er juist zoveel kansen liggen voor de mensen die misschien met iets meer wantrouwen kijken naar wat de gemeente doet, maar die wel heel veel ideeën hebben voor de stad. Deze mensen zullen niet komen inspreken, ze gaan niet stemmen, maar ze drinken wel elke dag een kopje koffie in de buurtkamer in de wijk of gaan langs een buurthuis. En die kansen zijn te benutten. Daarom is het gewenst opnieuw te kijken naar het betrekken van mensen bij de begroting van Amsterdam en ze daarmee zeggenschap en grip te geven over wat er in hun stad gebeurt. Ten eerste om mensen ideeën te laten indienen die niet alleen betrekking hebben op hun wijk, maar op de hele stad. En ten tweede om ervoor te zorgen dat deze mogelijkheid ook echt wordt benut door een brede groep Amsterdammers. Door net zoals in Antwerpen en Parijs laagdrempelige bijeenkomsten te organiseren in buurtkamers. Door te beginnen met het stellen van de vraag, wat men anders zou willen doen. Door mensen te helpen bij het vormgeven van een idee en vervolgens ook te helpen bij de uitvoering. Door met mensen aan de slag te gaan om dit te realiseren in plaats van ze te vragen om een hele stapel met papierwerk in te vullen.
Volt kan zich zeker vinden in de bestuurlijke reactie over een gefaseerde invoering. Men kan niet gelijk beginnen met het voorstel voor stadsbreed participatief begroten, maar zal moeten kijken welke elementen stapsgewijs mee te nemen zijn naar het einddoel. Dit betekent de richting van het voorstel aanpassen. Er wordt niet meteen stadsbreed gestart, maar naar dat doel toegewerkt via een pilot. In die pilot in bijvoorbeeld twee stadsdelen wordt bezien hoe daar laagdrempelig kan worden samengewerkt met bewoners aan hun ideeën. Het gaat om de wijk intrekken om bewoners actief te ondersteunen bij het bedenken en uitwerken van plannen en via sessies met experts, ambtenaren en andere bewoners die voorstellen dan te verbeteren, samen te voegen en haalbaarder te maken. Dit versterkt het draagvlak, vergroot de kans op succesvolle uitvoering en vermindert de kosten. In deze pilot wil Volt laten kijken naar het stroomlijnen van alle verschillende platformen die de stadsdelen nu individueel gebruiken, wat zorgt voor een eenvoudiger proces. Dit zal ook de bekendheid vergroten en opnieuw de kosten verminderen. In deze pilot zal het nog niet mogelijk zijn om ideeën in te dienen, die stadsbreed moeten worden toegepast en daarom zal er ook veel minder dekking nodig zijn dan dat in het originele voorstel is voorgesteld.
Het lid BELKASMI is onder de indruk van de inhoud van het voorstel en vindt participatief begroten een interessant idee. Wel wil het lid weten hoe de niet usual suspects te enthousiasmeren zijn om bij te dragen aan stadsbreed begroten. Ook een pilot kost geld en gevraagd wordt welke dekking het lid Broersen daarvoor ziet. Het lid BROERSEN denkt aan het uitwerken van de pilot binnen de bestaande buurtbudgetten.
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 26 februari 2025
Als men mensen wil enthousiasmeren moeten ze eerst over de mogelijkheid weten. Dat kan door de stad in te trekken, met mensen in gesprek te gaan en te vragen wat zij willen veranderen. Vervolgens kan men ze helpen met hoe ze voorstellen kunnen indienen. Het lid SCHMIT vindt participatief begroten een goed idee en geeft complimenten voor het initiatiefvoorstel. Het lid wil weten met welk onderdeel het lid Broersen wil beginnen. Het lid BROERSEN vindt dat aan de bewoners van Amsterdam. Het lid IJMKER is ook positief over het initiatiefvoorstel en stelt een vraag over het dilemma dat het een populariteitswedstrijd zou kunnen worden. In reactie op het stemmen vraagt het lid hoe men ervoor zorgt dat mensen met een breder netwerk makkelijker steun voor hun voorstel kunnen vinden. Het lid BROERSEN deelt die zorg heel erg. Zonder stemming is er een kans dat veel mensen ideeën indienen en er een selectie nodig is. Zij neemt die zorg daarover mee in de pilot. Het lid STAARTJES vraagt zich af of een uitvoeringsplan meer de verantwoordelijkheid van het college is. Het lid BROERSEN reageert dat de uitvoering goed moet werken om het probleem op te lossen. Daarom is Volt ver gegaan in het aandragen van een idee voor de uitwerking. In de voorbereiding heeft Volt ook veel met ambtenaren over de uitvoerbaarheid van het voorstel gesproken.
Het lid STAARTJES wil weten hoe Volt tegen het budgetrecht van de gemeenteraad aankijkt als het gaat om het voorliggende plan. Het lid BROERSEN denkt dat de raad een verantwoordelijkheid heeft om taken goed uit te voeren, maar er moet zeker ruimte zijn voor Amsterdammers om zelf ideeën aan te kaarten. Dat gebeurt al binnen de buurtbudgetten. Volt kijkt nu naar uitbreiding en het breder toegankelijk maken. Het lid STAARTJES is benieuwd hoe Volt aankijkt tegen de rol van politici in het proces. Het lid BROERSEN geeft aan dat de rol van politici er wel is in Parijs, maar niet in het voorstel aan de raad is opgenomen. Het lid is benieuwd hoe de wethouder daartegenaan kijkt. Eerste termijn Het lid BROERSEN is benieuwd hoe de wethouder aankijkt tegen de omschreven pilot, omdat Volt het voorstel gewijzigd wil gaan indienen. Het lid SCHMIT noemt het voorstel goed en charmant en geeft de tip ook zichtbaar te maken dat projecten mogelijk zijn gemaakt door een coöperatief budget. Het lid begrijpt dat de dekking van het budget van 7 miljoen euro weg is en kan daarmee instemmen. Bij de evaluatie van de buurtbudgetten ging het erover dat het een bureaucratisch en complex proces is en het lid vraagt of al stappen worden gezet om dat eenvoudiger te maken, zodat er meer draagvlak te krijgen is.
Het lid STAARTJES vraagt of het plan volgens het lid Schmit leuk en sympathiek is, als het maar geen geld kost.
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 26 februari 2025
Het lid SCHMIT zegt dat het een goed plan is, als dat maar binnen bestaande budgetten uit te voeren is. Goed aan het Volt-voorstel is dat iedereen kan meepraten over ideeën in de stad. Dat een stadsdeelbestuurder besluit waar het budget heen gaat past daar dan eigenlijk niet bij. Wellicht moet men dus toe naar model A, zodat eenieder kans heeft op een buurtbudget. Het lid BROERSEN vraagt of het project absoluut binnen bestaande budgetten moet passen, ook als in de toekomst wordt gekeken naar een meer stadsbrede vorm. Het lid SCHMIT vindt het prima de pilot binnen bestaande budgetten te doen. Als daarna blijkt dat men meer kan doen gaat D66 daarnaar kijken en moet een dekking worden gezocht binnen de begroting. Het lid STAARTJES verbaast het niets dat het college heeft gezegd stadsbreed begroten te willen omarmen en dat gefaseerd te willen invoeren. Eerder speelde het onderwerp zeven jaar terug ook al en werd voornamelijk gesproken over de operationele kant van participatief begroten, maar het lid denkt dat het beter is om te praten over de fundamentele kant daarvan. Gemeentefinanciën zijn een serieuze zaak, zeker in tijden dat er strenger gaat worden gekeken naar wat waaraan wordt uitgegeven. Het is niet voor niets dat het begrotingsrecht bij de gemeenteraad is neergelegd en dat is niet zo gemakkelijk naar commissies over te brengen.
Het is de gemeenteraad die keuzes moet maken en die daarop ook afgerekend kan worden. Het grote probleem van participatief begroten is dat die afrekenbaarheid er niet is. Het lid snapt best de behoefte om mensen meer te willen betrekken bij het maken van financiële keuzes, maar dan is wel de vraag of participatief begroten daarvoor de wenselijke vorm is als er nog zoveel andere manieren zijn om aan participatie te doen. Het lid werd getriggerd door een passage in de bestuurlijke reactie, de meer fundamentele vraag dat begroten op stadsdeelniveau in essentie iets is dat wijkgericht zou moeten zijn in plaats van stadsdeeloverstijgend. Juist omdat mensen vaak iets willen doen voor hun eigen buurt en niet zozeer betrokken willen worden bij de grotere zaken, die al besproken worden In de representatieve democratie. Het lid BROERSEN ziet nu dat heel veel mensen ontevreden zijn over hoe het gaat en heel veel ideeën hebben over hoe het beter kan in de stad. De raad kan niet naar iedereen luisteren en alles voor mensen doen. Het zal heel veel geld schelen om veel plannen aan bewoners te laten, zodat ze niet meer in bezwaar en beroep gaan. Er is meer draagvlak voor bepaalde ideeën en het lid vraagt of het lid Staartjes ook daarvan de voordelen ziet. Het lid STAARTJES gaat het om participatief begroten en niet over het neerzetten van een ideeënbus.
Het gaat erom de kostbare publieke gemeentelijke middelen met elkaar te verdelen. Dat gebeurt momenteel op een andere wijze en participatief begroten zou daarvoor een alternatief kunnen bieden. Dat mensen ideeën kunnen geven hoeft niet via participatief begroten en kan op zoveel andere manieren. Het lid BROERSEN erkent dat, maar bij buurtbudgetten is te zien dat het wel waardevol is voor mensen in de stad. Parijs is door een goed idee van een bewoner een fietsstad geworden. Dat is waardevol, omdat mensen dan echt het gevoel hebben aan de stad te kunnen bijdragen. Volt verschilt daarin misschien van opvatting van de VVD. Het lid STAARTJES ziet die meerwaarde ook, maar veel stadsdelen twijfelen over hoe ze stadsdeelbegroten handen en voeten moeten geven. De VVD heeft gezegd de stekker eruit te trekken als dat niet goed kan gebeuren. Het lid snapt de behoefte aan participatief begroten, maar de vraag is of dat het juiste instrument is en de VVD vindt dat niet de in te slagen weg.
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 26 februari 2025
Het lid BROERSEN is het daarmee niet eens. Als iets niet werkt, moet men het verbeteren. Het lid BELKASMI verbaast de inbreng van de VVD niet, die zegt dat er zoveel andere manieren zijn dan participatief begroten. Elke suggestie over democratisering en het betrekken van de bewoners kan echter niet rekenen op enthousiasme van de VVD. Het lid vraagt welke manieren volgens het lid Staartjes wel in te zetten zijn. Het lid STAARTJES is zeer enthousiast over inwonersparticipatie, maar de genoemde voorbeelden zijn allemaal overheidsparticipatie, waarbij het lid heel veel beren op de weg ziet. De VVD wil de huidige inspraak op orde laten zijn, waarmee Amsterdam al een heel groot probleem heeft, en wegblijven van overheidsparticipatie-instrumenten. Het lid BELKASMI repliceert dat het geen overheidsparticipatie is, maar wel degelijk dat bewoners allerlei acties opzetten, zoals schoonmaakacties. Dat is bij uitstek geen overheidsparticipatie. Elke keer als de VVD wordt gevraagd welke suggesties zij wil meegeven blijft het oorverdovend stil. Het lid STAARTJES vindt het juist wel overheidsparticipatie, omdat de overheid ruimte voor inwoners creëert. De VVD is voorstander van het betrekken van bewoners bij planvorming, waar ook goede stappen op zijn gezet.
Weinig ruimte ziet de VVD voor dit soort experimenten, die allerlei operationele problemen hebben en waarachter ook nog fundamentele problemen zitten, die ook aandacht behoeven. Het lid BELKASMI informeert naar de suggestie van de VVD om bewoners daadwerkelijk te gaan betrekken. Het lid STAARTJES antwoordt dat de VVD inspraak serieus wil nemen. Het lid IJMKER weerstaat de verleiding om een beschouwing te houden over de balans tussen de representatieve, participatieve en directe democratie en wil voor nu slechts twee punten aan de wethouder en de indiener meegeven. Volgens GroenLinks is best wel een goed debat te voeren over wat men structureel wil borgen, ook op langere termijnambities, en wat men wil vrijgeven, waar men meer zeggenschap aan bewoners wil geven. Een zorgpunt voor GroenLinks is dat meer participatiekanalen in het kader van meer democratie ook het risico met zich meebrengen dat de politieke ongelijkheid wordt vergroot en die niet per se politieke gelijkheid en participatie versterken. Juist de participatieparadox kan daardoor vergroten. Meer kanalen betekent eigenlijk op meer manieren de afstand vergroten. Het lid wil de lessen meenemen uit de evaluatie van de buurtbudgetten. Die gingen er ook over hoe men mensen kan betrekken die eerder een weg niet wisten te vinden. Volgens het lid doet Volt daar ook een paar goede voorstellen voor. Ook gaat het om stemmen.
Het moet geen populariteitswedstrijd worden. Verder is GroenLinks positief over het idee, waarover een volgend college verder nog structureel moet nadenken. Wethouder GROOT WASSINK is buitengewoon blij met het ingediende initiatiefvoorstel en begrijpt niet dat de VVD daarover verrast is. Zeven jaar geleden is er bij coalitieonderhandelingen al over gesproken. Het lid Staartjes verdedigt de status quo dat er geen aanpassing kan komen aan het budgetrecht van de representatieve democratie. Ook hij is evenals het lid IJmker geïnteresseerd in een discussie over de verhouding tussen de representatieve en participatieve democratie. Partijen zijn het echter niet eens met elkaar. Het lid IJmker stelde een vraag over de samenloop met de buurtbudgetten, waarnaar ook het lid Schmit verwees. Hij kan zich goed voorstellen de lessen van de evaluatie van de buurtbudgetten mee te nemen in de pilots en wenst de bureaucratie te verminderen en een grotere harmonisatie op modellen. Model C vindt hij knellen met het buurtplatformrecht. Daarmee zegt hij niet dat model B ook afvalt, dat hangt af van het gesprek met
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 26 februari 2025
stadsdeelbestuurders en die uitkomst wordt ook met de commissie besproken. De modellen en de bureaucratie zijn onderdeel van de evaluatie. Met de pilots kan in twee stadsdelen aan de slag worden gegaan volgens het Volt-voorstel, waardoor er te leren is. Het is een gedekt voorstel. Hij zou het fantastisch vinden dat een volgend coalitieakkoord vermeldt dat een veelvoud van het voorgestelde bedrag wordt vrijgemaakt, omdat hij de aanname van de VVD niet deelt dat mensen niet geïnteresseerd zouden zijn in dingen die hun buurt overstijgen. Daarvoor heeft hij ook geen aanwijzingen. Als dat waar zou zijn, zouden mensen immers niet meer stemmen of zouden ze meer op stadsdeelniveau stemmen dan op de gemeenteraad. Hij denkt dat het voorgestelde instrument fantastisch zou kunnen zijn en kijkt daarom uit naar de verdere uitwerking. Het lid STAARTJES zegt niet dat mensen niet geïnteresseerd zijn, maar dat zij ideeën voor de buurt vaak wijkgericht indienen. Dat is ook terug te zien in de evaluaties en wat in de bestuurlijke reactie ook is aangestipt. Wethouder GROOT WASSINK zou het het mooist vinden buurtbudgetten te hebben met daarboven een stedelijk participatieve begroting. De VOORZITTER vraagt of de indiener het initiatiefvoorstel wenst door te geleiden voor behandeling door de raad op 2 en 3 april. Het lid BROERSEN wil het voorstel gewijzigd indienen.
Gezien de reacties vanuit de commissie kiest zij voor bespreking van het initiatiefvoorstel in de raadsvergadering van april. 6. Bespreken van de raadsinformatiebrief ter afdoening van de toezegging ontwikkeling Bewonerseffectrapportage (BER) Eerste termijn Het lid ALBERTS vindt de BER er goed uitzien, maar die kan tegelijkertijd ook aangepast worden. Het lid wil nog weten wanneer een BER wordt gestart als daartoe is besloten. De tekst vermeldt verder dat het projectteam een startnotitie maakt en deze afstemt met de opdrachtgever, maar dat is niet de buurt. Het lid wil graag weten hoe de buurt betrokken wordt, zonder dat die achteraan loopt. Verder is het lid benieuwd hoe en wanneer een BER wordt geagendeerd voor besluitvorming. Het lid BROERSEN sluit zich aan bij de eerder gestelde vragen en denkt dat de BER een ontzettend mooi instrument gaat worden. Volgens de raadsinformatiebrief wordt de BER een instrument waarmee de effecten van beleidsplannen en projecten op inwoners tijdig en transparant inzichtelijk kunnen worden. Daarna is vermeld dat het een instrument is om samen de stad te maken, dus cocreatie. De BER wordt gezien als een participatie-instrument, maar effecten inzichtelijk maken voor de inwoners valt voor Volt gewoon onder goed bestuur, het informeren van mensen, en niet onder samen de stad maken of cocreatie.
Daarom vraagt het lid zich af of sprake is van cocreatie of mensen informeren. De vraag is op welke manier inwoners betrokken zijn bij dit proces, waarover het lid geen onduidelijkheid wil laten ontstaan, omdat dan weer sprake zal zijn van een participatie-instrument dat niet werkt. Het lid KEESMAN voelde het aangenaam om de positieve reactie van de inspreker te horen. Het lid informeert of een project zal worden geschrapt als de BER negatief uitvalt. Het gaat het lid dus om de consequentie van de uitkomst van de BER. Vaak gaat het om woningbouwprojecten met enerzijds omwonenden en anderzijds woningzoekenden. Nu versterkt men de zijde van de omwonenden en de vraag is of er dan nog balans is.
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 26 februari 2025
Het lid SCHMIT is positief over het met de BER aan de slag gaan, maar mist de ondernemerseffectrapportage over de effecten van gemeentelijk beleid op ondernemers. Wethouder GROOT WASSINK vindt het nog een beetje zoeken naar wat de BER betekent. De BER is ook bedoeld om de belangen transparant te maken. Als de BER veel negatieve effecten laat zien is dat geen garantie om te stoppen, maar wel wordt de belangenafweging van het college dan inzichtelijk. Het college heeft het bredere belang te wegen. Een disbalans ziet hij niet zo. Met de BER wordt heel open en transparant samen met bewoners en ondernemers duidelijk gemaakt waar de belangen liggen, wat op zichzelf al een meerwaarde is. Er komt geen aparte ondernemerseffectrapportage. Het kan dan betekenen het plan aan te passen of te stoppen. Vervolgens gaat hij in op de meer technische vragen van de SP. Een startnotitie is nodig, omdat men anders de effecten niet inzichtelijk kan maken. Het startmoment is er na het schrijven van de startnotitie, dat samen met bewoners moet gebeuren. Bij de startnotitie weet men waartoe men zich verhoudt. Daarna moet men zeggen wat dat betekent voor de te maken BER. Bewoners moeten dan gelijk aan tafel komen. Agendering en communicatie over de BER kan op het meest geschikte moment en daarnaar wordt door projectteams en bewoners gekeken.
Communicatie moet al beginnen als men een BER wil gaan opstellen. Daartoe moet men een communicatiepad maken. Het gaat volgens hem om een mooi initiatief, waarbij men nog wel moet zoeken wat dat precies betekent en hoe dat gaat werken. Een BER is volgens hem meerdere dingen tegelijkertijd. De BER is samen met bewoners op te stellen, moet effecten transparanter maken en aangeven waar de belangenafweging en de belangentegenstellingen zitten. De BER moet men actiegericht ontwikkelen en daarna wordt bekeken wat dat betekent. Het is vooral een andere manier van werken die aansluit op de Participatieverordening. Hij hoopt ook bij de evaluatie van die verordening de eerste ervaringen met de BER te kunnen delen. De wethouder ziet de BER als een andere manier van werken om richting en met bewoners samen transparanter te maken waar effecten of belangentegenstellingen liggen en hoe het college zich daartoe verhoudt. Het lid SCHMIT vraagt of het ondernemersperspectief ook onderdeel wordt van de BER. Wethouder GROOT WASSINK aarzelt daarover een beetje. Ondernemers ziet hij als onderdeel van de directe stakeholders die direct mee zouden moeten doen aan de BER. Het lid KEESMAN vindt buurteffectrapportage dan een beter woord, omdat in een buurt zowel bewoners als ondernemers wonen.
Wethouder GROOT WASSINK wijst erop dat het probleem is dat een buurt een bestaande entiteit is en er daar best projecten kunnen zijn die niet een hele buurt betreffen. Daarom zegt hij met de BER aan de slag te gaan. De VOORZITTER stelt vast dat het agendapunt voldoende is besproken en schorst de vergadering om 16.15 uur. Schorsing. De VOORZITTER heropent de vergadering om 16.25 en deelt mee dat agendapunt 15, het bespreken van de stand van zaken en vervolgstappen rondom het initiatiefvoorstel ‘Beschermde Amsterdamse kroeg’, wordt doorgeschoven naar de volgende vergadering. Het lid VAN DER VEEN verzoekt de commissie de spreektijden op te plussen.
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 26 februari 2025
De VOORZITTER adviseert daarop niet positief. Het lid KROM is wel groot voorstander van het opplussen van de spreektijden. De VOORZITTER ziet dat de PvdA, de SP en het lid Kabamba dat ook zijn. De spreektijden worden aldus opgeplust. Opvang (MO/BW, Ongedocumenteerden en Vluchtelingen) De VOORZITTER schorst de vergadering om 16.30 uur vanwege een technisch probleem. Schorsing. De VOORZITTER heropent de vergadering om 16.35 uur. 9. Bespreken van raadsinformatiebrief over de bevindingen van het doelgroepenonderzoek dakloze EU-burgers, recht op gelijke behandeling en toegang tot maatschappelijke opvang (Wmo) Eerste termijn Het lid VAN DER VEEN complimenteert het college, de Regenbooggroep en de GGD met het uitvoerige onderzoek, dat heel goed om te lezen en tegelijkertijd ook heel schrijnend wordt gevonden. Het onderzoeksrapport is ook heel erg inzichtelijk, want als men door de stad fietst, dan ziet men heel veel dak- en thuislozen die van de regen in de drup belanden en binnen een paar maanden echt verslaafd zijn, omdat ze toch ergens iets van perspectief vandaan moeten halen om de volgende dag te kunnen halen. De commissie beschikt nu over deze informatie en GroenLinks vraagt hoe ervoor is te zorgen dat alle informatie effectief wordt verspreid onder al die verschillende plekken waar EU-burgers momenteel terechtkomen.
Het betreft het veldwerk, het mobiele team van HVO, de GGD en de buurtteams. De grootste oorzaak van dakloosheid onder EU-burgers is de koppeling tussen werken en wonen en het lid wil weten welke concrete stappen het college neemt om werkgevers en uitzendbureaus verantwoordelijk te houden voor fatsoenlijke huisvesting en eerlijke informatievoorziening voor arbeidsmigranten. Desgevraagd deelde de Regenbooggroep het lid mede dat de hoofdvraag van EU-burgers werk is als ze daar terechtkomen. Wellicht kunnen gesprekken van het college met werkgevers eraan bijdragen dat EU-burgers uiteindelijk weer werk vinden, met fatsoenlijke huisvesting en ook goede informatievoorziening. Nu lost Amsterdam heel veel op en heeft de gemeente ook het onderzoek laten doen. GroenLinks hoopt dat het Rijk vindt primair verantwoordelijk te zijn en vraagt wat het Rijk momenteel aan het probleem doet. Wellicht kan het college iets zeggen over de gesprekken met het Rijk en de samenwerking met andere gemeenten. Een grote groep EU-burgers heeft wel recht op gelijke behandeling, maar komt waarschijnlijk niet in aanmerking voor maatschappelijke opvang. En daarnaast is er nog een grotere groep die geen recht heeft op gelijke behandeling, maar die wel een hulpvraag heeft. Nu zijn er op dit moment voor hen weinig tot geen voorzieningen beschikbaar.
Het lid vraagt wat er op dit moment wel beschikbaar is voor deze mensen en wat er wordt gedaan om voor hen perspectief te zien en te krijgen, bijvoorbeeld ook via terugkeerprogramma's. Het onderzoek benadrukt dat het geen eenmalige groep is, maar een doorlopend probleem. Telkens komen er nieuwe mensen bij. Dat vraagt om niet alleen een lokale, maar ook een nationale aanpak, die ook weer met elkaar samenhangen. Het lid vraagt welke preventieve maatregelen het college kan nemen om te voorkomen dat nieuwe EUburgers in dezelfde kwetsbare posities terechtkomen.
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 26 februari 2025
Het lid KROM is blij met het onderzoek en vindt het ongelooflijk belangrijk dat iedereen wordt bereikt die zorg nodig heeft en dat zeker geen mensen worden uitgesloten die daarop keihard recht hebben. De druk op de opvang is al enorm en overal is er schaarste. Overal heeft men te maken met wachtlijsten en tekorten aan bedden, zodat het de Partij voor de Dieren lijkt dat daar een plan voor moet komen, omdat de druk groter gaat worden. Het ingewikkelde vraagstuk is waar de gemeentelijke verantwoordelijkheid ligt en waar die van het Rijk. Momenteel draagt de gemeente eigenlijk op voor problemen die ontstaan door bedrijven die hun verantwoordelijkheid niet nemen. Bedrijven halen mensen hier naartoe voor hun verdienmodel en gooien deze op straat als ze niet meer nodig zijn. Het wordt ook volgens de Partij voor de Dieren tijd om ze aan te spreken op hun verantwoordelijkheden en de morele plicht die daarbij komt. Het lid informeert naar de bereidheid van de wethouder om deze bedrijven proactief naar Amsterdam te halen, ze op hun verantwoordelijkheden te wijzen en te kijken wat ze kunnen bijdragen bij de oplossing van dit probleem. Twee groepen benoemt het lid in het bijzonder, de vrouwen en de adolescenten. De vrouwen in deze groep, wat er honderden moeten zijn, verschijnen hoegenaamd niet in de daginloop en de nachtopvang.
Dat betekent dat ze waarschijnlijk ergens in een netwerk verblijven en onvoldoende is bekend hoe het met hen gaat en of ze wel veilig zijn. De wethouder wordt gevraagd of hij die zorg deelt en of hij bereid is meer onderzoek naar deze groep te doen, of de gemeente die voldoende bereikt en of er meer zou kunnen gebeuren. En voor de adolescenten en jongvolwassenen geldt eigenlijk hetzelfde, want in principe komen zij niet naar de daginloop of nachtopvang. Ze worden nu wel toegelaten, omdat ze eigenlijk nergens anders terecht kunnen. Maar de opvang is eigenlijk niet geschikt voor 23-jarigen en jonger. Ook andere organisaties zien deze groep waarschijnlijk niet, zoals het lid heeft begrepen. De vrees is dat deze groep te weinig ondersteuning wordt geboden. Uit gesprekken met de hulporganisaties lijkt deze groep wel te groeien. De vraag is of de wethouder bereid is om deze groep apart er uit te lichten, zodat er inzicht daarin is en of die de zorg wordt gegeven waarop die recht heeft. Mensen die op straat leven ontwikkelen heel snel heel veel extra problemen, zoals verslaving en psychische problemen. Daarom wil het lid de wethouder ook vragen of deze groep sneller in beeld te krijgen is, zodat die eerder hulp geboden kan worden. Soms is dat slechts werk. De arbeidsscan gaat ook over het eerder registreren en het zo beter zicht krijgen op de groep, maar zover is het nog niet.
Bovendien lost dat het huisvestingsprobleem en de achterliggende problematiek niet op. Daarom wordt de wethouder gevraagd bereid te zijn om mee te denken over hoe meer te doen is aan preventie. Het lid was het eens met de verbeterpunten van de inspreker van de MDHG over zorg en één aanmeldpunt en wil daarop een reactie van de wethouder. Het lid VON GERHARDT is het deels eens met de analyse van het lid Krom, dat bedrijven die arbeidsmigranten hierheen halen zonder dat zij perspectief hebben op een woning daarop aangesproken moeten worden. Nu hoort hij alleen aan de wethouder vragen om bedrijven vanuit andere gemeenten naar Amsterdam te halen om die daarop aan te spreken. Maar moet Amsterdam problemen die in andere gemeenten ontstaan wel willen oplossen of moet Amsterdam juist meer druk op andere gemeenten zetten om problemen zelf op te lossen? Het lid KROM wijst op het probleem dat mensen vaak in andere gemeenten aan het werk gaan en vervolgens naar Amsterdam komen, omdat ze geen werk meer hebben. Logischer is dat ze in de gemeente worden opgevangen waar ze even zonder werk zitten, wat echter niet gebeurt. Het lid VON GERHARDT is het daarover met het lid Krom eens, maar met die aanpak is er het gevaar dat iedereen naar Amsterdam gaat. Als Amsterdam vervolgens gaat helpen vergroot zij daarmee de aantrekkingskracht.
De VVD stelt voor dat de gemeente Amsterdam tegen die andere gemeenten zegt hun verantwoordelijkheid te nemen en te zorgen dat bedrijven die daar mensen binnenhalen ook daar huisvesting regelen. Bedrijven zouden mensen ook pas richting de regio moeten halen als de huisvesting goed
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 26 februari 2025
geregeld is. Het lid KROM vindt dat de VVD-collega heel veel zinnigs zegt, maar het punt is nu dat er ruim tweeduizend mensen in Amsterdam over straat zwerven. Met dat actuele probleem moet nu iets gebeuren, maar op de lange termijn moet men ook kijken naar structurele en preventieve oplossingen. Het lid ALBERTS erkent dat Amsterdam wordt opgezadeld met een probleem waarvan de oorzaak ergens anders ligt. Omdat het om mensen gaat en je een menselijk beleid wilt hebben, gaat men in feite in de mantelzorgstand staan. Maar de vraag is of dat terecht is. Wat dat betreft is het lid het heel erg eens met hetgeen er in de brief staat die richting het Rijk gaat en die vermeldt niet te kunnen blijven doorgaan met het oplossen van problemen die door het Rijk worden gecreëerd. Het gaat over het uitbuiten van mensen, zodat anderen daaraan hun geld verdienen. En dat moet eigenlijk verboden worden, zodat de mensen die hier komen behandeld worden, zoals ze behandeld behoren te worden. Dat kan zijn met een fatsoenlijke cao en een fatsoenlijk dak boven het hoofd enz. Als dat soort zaken op een rijtje wordt gezet, denkt de SP heel snel van de stroom arbeidsmigranten af te zijn, want dan blijkt dat er gewoon fatsoenlijk betaald moet worden. En dan blijken er ook in Nederland mensen rond te lopen die aan de slag willen gaan.
De SP heeft begrepen dat een aantal hotels graag economisch daklozen wil huisvesten. Zij willen heel graag contact met de wethouder om daarmee in gesprek te gaan. Het lid VAN DER VEEN vraagt of de SP het eens is met het plegen van mantelzorg door de gemeente Amsterdam. Het lid ALBERTS wijst erop dat het probleem met mantelzorg is dat degene die dat veroorzaakt het probleem niet ziet. Het probleem is te makkelijk over de schutting gegooid en dat is niet humaan voor degenen die de mensen opvangen. Het lid BADAL werd korte tijd geleden gebeld door de gebiedsmakelaar over slaapplekken voor daklozen, omdat er vriesnachten aankwamen. Die heeft het lid toen de stukken van de wethouder gestuurd over de winteropvang. De gebiedsmakelaar kon daar goed mee uit de voeten en was enthousiast over die winteropvang. Daarom complimenteert het CDA dus de wethouder daarmee. Het blijkt dat veel dakloze EU-burgers gebruik maken van de winteropvang, zoals de wethouder ook schrijft. Het lid heeft de gebiedsmakelaar gevraagd of er informatie wordt verzameld over de exacte hoeveelheid dakloze EU-burgers in de winteropvang, maar die vraag werd niet beantwoord. Daarom stelt het lid nu weer de vraag of de wethouder daarop zicht heeft. Ook wil het lid weten bij welke werkgevers deze daklozen werken of gewerkt hebben en of de wethouder voornemens is om met hen in gesprek te gaan over deze problematiek.
Het lid KABAMBA weet dat er een grote groep dakloze EU-burgers is die graag wil werken. Sommigen zijn dakloos geworden vanwege het verlies van werk, wat verschrikkelijk is, omdat je sowieso een dak boven het hoofd zou moeten hebben. Gevraagd wordt wat de gemeente doet om te voorkomen dat deze mensen op straat belanden en hoe dat in het verleden is gegaan. Heeft de gemeente eigenlijk zicht op bedrijven die mensen zonder huisvesting op straat hebben gezet? Het gaat dan over slechte werkgevers. Verder wil het lid waarborgen dat de hulpverlening niet alleen op de hoogte is van mensen die rechthebbenden zijn, maar ook van de mensen waarover ze twijfelen dat ze recht op hulpverlening hebben. Ook wordt gevraagd hoe wordt gewerkt aan het idee over wat iemand aan hulp zou mogen krijgen in plaats van de hulp die ze werkelijk krijgen. Het lid wil verder weten of een meldplicht voor bedrijven mogelijk is, zodat bedrijven meteen moeten aangeven dat ze voor EU-werknemers een dak boven het hoofd beschikbaar hebben. Amsterdam zou het probleem volgens het lid niet alleen moeten dragen. Dakloosheid is onmenselijk en er zijn structurele oplossingen nodig.
27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 26 februari 2025
Het lid ABDI dankt het college voor het doelgroeponderzoek, een van de eerste onderzoeken die het probleem van dakloze EU-bergers inzichtelijk maakt en de koppeling tussen werk en uitzendbureaus duidelijk maakt, evenals om welk type werkgevers het gaat. Het lid sluit zich aan bij de vragen van het lid Krom, alsook de vragen over vrouwen en bij de woorden van het lid Alberts over de noodzaak van een fatsoenlijke cao en fatsoenlijk betaald werk. Het is duidelijk dat deze werkgevers mensen gewoon aannemen, uitspugen en uiteindelijk weer op straat zetten. De PvdA wil graag deze kosten op de werkgever laten verhalen. Misschien kan de stad een pilot starten en wellicht kan de provincie haar regisserende rol pakken en tot hardere afspraken komen. Het lid is ook benieuwd welke gesprekken de gemeente voert met vertegenwoordigers vanuit de horeca, de schoonmaaksector en de bezorgsector, die nadrukkelijk naar voren komen als het gaat om werkgevers in Amsterdam. Ook wil de PvdA weten welke mogelijkheden de wethouder voor andere voorzieningen buitenom de maatschappelijke opvang ziet en of die daarover al in gesprek is met de wethouder Zorg. Wethouder GROOT WASSINK zegt dank aan de raad voor de positieve ontvangst van het onderzoek, dat met alle betrokken partijen in de stad is gedaan. Het gaat om een belangrijk onderwerp.
De problematiek is een puzzel, heeft verregaande consequenties en heeft te maken met de economische structuur en goedkope arbeid. Nederland wenst daarin onvoldoende te interveniëren. Het gaat om een landelijk probleem. Hij heeft onlangs met o.a. de gemeente Venlo een brief naar de Tweede Kamer gestuurd, maar de rijksoverheid kijkt volgens hem volstrekt van het probleem weg. Hij is al een tijdje actief in de klankbordgroep arbeidsmigratie van de VNG en heeft het onderwerp dakloosheid daar best vaak willen agenderen, maar dat vraagstuk wordt heen en weer geschoven, omdat het lastig is. Het college voelt verantwoordelijkheid om met het onderwerp verder te gaan, maar de vraag welke voorzieningen te treffen zijn is moeilijk te beantwoorden. In de versterking aanpak dakloosheid zijn aanvullende voorzieningen voor specifiek deze groep getroffen. Er wordt een brede aanpak ontwikkeld, maar hij is enigszins door zijn opties heen. In de werkgroep dakloze EU-burgers zijn o.a. de GGD, belangenbehartigers en zorgaanbieders betrokken. De bredere aanpak arbeidsmigratie en het WIN-punt zijn een belangrijke schakel. Informatie is veel breder te delen, juist om rechthebbenden te bereiken. Hij heeft het idee dat de stad en partijen ver zijn in de informatievoorziening.
De Tweede Kamer spreekt regelmatig over verantwoordelijkheid van werkgevers, evenals over certificering en de koppeling tussen woning en werk. Er komt ook een groep dakloze EU-arbeidsmigranten zonder werk hier naartoe en die raakt ook in de problemen. Er is dus niet altijd een woon-werkkoppeling. Ook hij vindt dat de verantwoordelijkheid bij de werkgevers ligt. Een lokale pilot starten ziet hij niet zo zitten, ook omdat niet de informatie beschikbaar is over waar de gemeente zich precies moet melden. Er is wel een beetje zicht op sectoren, koepelorganisaties en belangenbehartigers, maar ook zij schuiven het probleem ver van zich af. Eigenlijk is landelijke wetgeving nodig. De pilot is gedaan en de minister en de Tweede Kamer lijken bereid om die te continueren, maar die is nog wel volstrekt onvoldoende. Er lijkt wat beweging te zijn. Minister van Hijum komt in april langs en dit onderwerp wenst hij nadrukkelijk met hem te bespreken, omdat het gewoon niet meer kan. Wat Amsterdam nu voor de doelgroep doet is geen houdbaar scenario. De rijksoverheid en financiering zijn nodig. Veelal komen mensen bij zorgpartijen terecht als het probleem al te ver is. Preventie is dus interessant. Bezien moet worden om een brede aanpak arbeidsmigratie te ontwikkelen, waar preventie en werk naar werk meer in zit. Dit staat echter nog in de kinderschoenen.
Hulp voor niet rechthebbenden is ingewikkeld, maar hij neemt het beeld weg dat de stad daaraan niet veel doet. Er zijn inloophuizen en de permanente winteropvang heeft het aantal bedden uitgebreid. Er zijn 50 plekken, 24-uuropvang voor kwetsbaren. Er is repatriëring, evenals outreachende teams van zorgpartijen. De vraag is hoeveel genoeg
28
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 26 februari 2025
is, vanwege de enorme stijging. Van de ETHOS-telling verwacht hij in oktober de resultaten te ontvangen. Allen zien dat het enorme maatschappelijke probleem toeneemt, maar daarvoor heeft hij ook niet zo snel een oplossing. Binnen de aanpak dakloosheid denkt hij na over het doen van ook andere dingen, maar het is nog te vroeg om daarover nu iets te zeggen. Hij hoopt terugkeertrajecten e.d. te ontwikkelen, omdat repatriëring soms een begaanbare weg is, maar eigenlijk wil men een preventieve aanpak. Vrij verkeer vindt hij een groot goed, maar werken moet wel plaatsvinden tegen fatsoenlijke betaling. Enorme druk op de opvang is een groot probleem en het betrekken van bedrijven is tot nu toe ingewikkeld. Dat wil het college wel nadrukkelijker doen. Daartoe is gesproken met uitzenders en het is interessant om te kijken of een coalition of the willing te maken valt. De vraag is dan wie men daarmee precies bereikt, ook omdat er onvoldoende zicht is op waar mensen hebben gewerkt. Mensen die in kassen hebben gewerkt komen meestal in de gemeente Den Haag terecht, zodat het van belang is beter zicht te krijgen op waar mensen werken, voordat de gemeente met bedrijven aan de slag kan gaan. De verhouding man-vrouw in de mensen die naar Nederland komen om te werken is ongeveer 50/50. Bij de dakloze EU-burgers is ongeveer 86% man, een duidelijke oververtegenwoordiging.
In de brede aanpak wil hij verder onderzoeken waarom verhoudingen zo uiteen lopen. Ook bij jeugdigen zijn er soms problemen. In de metropoolregio is de inschatting dat daar 23.000 kinderen van arbeidsmigranten wonen en scholen in Amsterdam signaleren daar soms ook al knelpunten. Zelfs als mensen hier wonen en werken kunnen er ook nog andere vraagstukken spelen, bijvoorbeeld in het zorg- en onderwijsdomein, welke punten worden meegenomen bij de verdere uitwerking. Het lid KROM gaat het specifiek om jongere migranten die zelf naar Amsterdam komen en niet om kinderen van arbeidsmigranten. Wethouder GROOT WASSINK heeft specifiek aandacht voor zowel jongeren als vrouwen. Hij is niet principieel tegen aanmelden op één plek, maar via de Veldtafel heeft dat voordelen, omdat die meer zicht heeft op aantallen. Opname bij de centrale toegang is een van de te overwegen scenario’s. Hij ziet voordelen om voor deze specifieke groep informatie te bundelen, vanwege het krijgen van meer zicht op het vraagstuk. Hij is het eens met het lid Alberts dat er verregaandere maatregelen nodig zijn. Als er mensen zijn met panden die ze voor huisvesting van arbeidsmigranten willen laten gebruiken kan hij daarover na de vergadering in gesprek gaan. Uit de tussenevaluatie blijkt dat tot begin februari 579 unieke EU-burgers van de winteropvang gebruik hebben gemaakt, wat 45% van het totaal is.
Er is nog geen zwartboek van de grootste boeven onder de werkgevers. Waarborgen geven kan hij op dit moment nog niet. Kosten op werkgevers verhalen wil hij graag, maar dat is heel moeilijk en hij ziet ook niet dat Amsterdam dat als pilot kan doen. Over die gedachte overlegt hij wel met de VNG, landelijke partijen en het ministerie. Misschien moet de gemeente maar een rekening naar het ministerie sturen, waarna dat de kosten kan doorbelasten, omdat de gemeente klem zit. In de verdere aanpak zal hij meenemen wat er in Limburg precies gebeurt, waar er meer gericht naar nieuwe economische activiteiten wordt gekeken en het mogelijke beslag daarvan op huisvesting. Daar is er geen systeem om kosten te verhalen. Hij is echter blij dat Amsterdam een begin heeft gemaakt en voorop loopt in het proberen zoveel mogelijk informatie bij elkaar te krijgen. Vanuit het veld zijn eerder signalen geweest, maar het college gaat met het vraagstuk aan de slag. Het lid KROM maakt een punt van orde en vraagt wanneer de brede aanpak wordt verwacht. Wethouder GROOT WASSINK streeft ernaar om die voor de zomer beschikbaar te hebben. Het lid VAN DER VEEN wil het stuk voor een korte bespreking naar de raad
29
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 26 februari 2025
doorgeleiden. 10. Raadsinformatiebrief voortgang programma ongedocumenteerden Eerste termijn Het lid BROERSEN zegt dank aan de wethouder en de betrokken ambtenaren voor het overzicht en vraagt hoe de samenwerking met de DT&V (Dienst Terugkeer & Vertrek) en de IND (Immigratie en Naturalisatiedienst) verloopt. Wat betreft de toekomst van de LVV (Landelijke Vreemdelingen Voorziening) vindt het lid een bezuiniging op juridische begeleiding absoluut niet kunnen. Voorts maakt Volt zich zorgen over het plan om de LVV efficiënter te maken. De vraag is of dat wel realistisch is, gezien de onzekerheid over het aantal mensen dat er inen doorstroomt. De zorgproblematiek wordt steeds groter en dat brengt extra risico's met zich mee. Dat is ook erkend in de risicoanalyse. Gevraagd wordt wat de gemeente doet als de situatie echt nijpend wordt. De grootste zorg van Volt betreft de opvangcapaciteit. Alle scenario’s brengen hetzelfde risico met zich mee: toenemende instroom, lange wachtlijsten, doorlooptijden en meer afgewezen asielzoekers. Is 500 opvangplekken dan eigenlijk niet te weinig en daarop heeft het lid graag een reflectie van de wethouder. Verder wenst het lid een reactie van de wethouder te krijgen op de inspreker van Dokters van de Wereld. Verdere zorgpunten zijn de Wlz-zorg voor ongedocumenteerde ouderen, die slechts een oplossing biedt voor 80 van de 4.500 ouderen.
De gemeente kan die specialistische zorg helemaal niet zelf bieden. Gevraagd wordt wat dat betekent voor de rest van de ouderen en hoe realistisch dat is. Het lid wil weten hoe zorgpartijen als Dokters van de Wereld überhaupt worden betrokken bij de voorliggende plannen. Ongedocumenteerde vrouwen lopen een verhoogd risico op HPV en baarmoederhalskanker. Volgt vraagt hoe de wethouder naar het voorbeeld van een noodfonds kijkt, dat ook de inspreker aanhaalde. De wethouder wil zorgcafés in de sociale basis graag verankeren, maar de subsidieregeling is al sterk overvraagd. Het lid is daarom benieuwd of dat dan eigenlijk wel haalbaar is. Het lid BADAL bedankt de wethouder voor de duidelijke en uitgebreide brief en vindt het belangrijk dat Amsterdam een stad blijft waar ongedocumenteerden op een humane en doordachte manier worden opgevangen. De vraag is nu, hoe dat het beste kan gebeuren. Het CDA neigt het meest naar lijn 1.2 om het programma voor ongedocumenteerden efficiënter in te richten. De sleutel ligt in de samenwerking met andere steden, maatschappelijke organisaties, kerken en Amsterdammers zelf. Het lid is dan ook blij dat er in het plan aandacht is voor buurtinitiatieven, migrantengemeenschappen en dagbestedingsorganisaties. Een vraag daarbij is hoe wordt samengewerkt met de kerken, moskeeen en andere religieuze instellingen.
Zij hebben een lange traditie van omzien naar kwetsbare mensen en kunnen een belangrijke rol spelen in de begeleiding en opvang. Daarnaast is te lezen dat er een publiekscampagne komt, maar het is onduidelijk waar deze exact over gaat. Gevraagd wordt of de wethouder een christendemocratisch appèl voorstelt om maatschappelijke inzet en betrokkenheid te bevorderen. Tegelijkertijd moet men realistisch zijn. Amsterdam kan dit niet helemaal alleen dragen. Het CDA maakt zich zorgen over de aanzuigende werking. Gevraagd wordt wat de wethouder gaat doen om te voorkomen dat de druk op Amsterdam te groot wordt. Het lid pleit voor nauwe samenwerking met andere steden, zoals Utrecht, Groningen en Eindhoven. Misschien kunnen zij samen tot een vorm van spreiding komen, zodat de verantwoordelijkheid eerlijk wordt verdeeld. Daarnaast moet men in de gaten houden waar ongedocumenteerden vandaan komen en de betreffende gemeenten aanspreken om ook hun steentje bij te dragen. Ook zij kunnen een appèl doen op hun gemeenschappen. Samenwerking met het Rijk blijft belangrijk. Tijdens het rondetafelgesprek gaven
30
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 26 februari 2025
alle aanwezigen aan te willen werken aan een rechtvaardig systeem voor ongedocumenteerden. Ook directeuren van het Rijk waren daarbij aanwezig. Het lid vraagt of daarmee nog contact wordt gehouden en of er een kans is dat er alsnog extra middelen beschikbaar komen na de motie Boomsma in de Tweede Kamer. Amsterdam staat voor een humane en doordachte opvang, maar dat kan alleen als dit samen gebeurt. Het lid VAN DER VEEN vraagt of minister Faber inmiddels de gemeente 70 euro per dag heeft betaald voor de 125 mensen die bezwaar maakten en de 129 mensen die dat een dag te laat deden. Het gaat om 18.000 euro per dag, welk bedrag op 26 februari zou zijn opgelopen tot 1 miljoen euro. Verder wil het lid weten of voor uitstrijkjes een apart fonds gemaakt moet worden. Wellicht kan het punt betrokken worden bij het rapport, het al aanwezige noodfonds. Ook GroenLinks vindt dat de gemeente ongedocumenteerden moet opvangen en moet doorgaan met hun begeleiding, ook omdat de LVV-aanpak heeft uitgewezen te werken. 83% van de herhaalde asielaanvragen werd alsnog goedgekeurd. GroenLinks gelooft daardoor heel erg in de Amsterdamse aanpak en steunt de realistische en humane collegekeuze van een combinatie van scenario 1.1 en 1.2. Het lid ABDI sluit zich grotendeels aan bij de bijdrage van het lid Broersen over de LVV en het perspectief mogelijk maken.
De PvdA steunt de collegekeuze van de combinatie van twee scenario’s. Het lid is benieuwd hoe de wethouder aankijkt tegen de rechtszaak over LVVvoorzieningen en hoe gesprekken nu lopen, ook in het kader van de enorme bezuiniging op de IND, die impact heeft op de begeleiding en wachtlijsten. Tot slot steunt de PvdA het verzoek over het bevolkingsonderzoek. Het lid BILGIN constateert dat heel veel mensen, die in eerste instantie zijn afgewezen toch recht hebben op een verblijfsvergunning en dat zij dankzij de LVV van het recht gebruik konden maken. Dus in dat opzicht is de LVV goed. Daarnaast is het realiteit dat ongedocumenteerden er nou eenmaal zijn en dat ze om verschillende redenen niet naar hun land terugkeren of niet terug kunnen keren. En als men mensen aan hun lot overlaat krijgt men te maken met allerlei problemen die de hele stad raken. Het op straat zetten van mensen met ernstige psychische klachten lijkt het lid bijvoorbeeld geen succesformule voor een veilige stad. De wethouder rept zelf in de brief over geweld, drugsgebruik en ongeregeldheden. Forum voor Democratie wil elke kans om dat te voorkomen aangrijpen. De LVV bood opvang, begeleiding en zorg en het belangrijkste is dat er werd gewerkt aan perspectief. Het is niet zo dat mensen zomaar tot het einde der tijden worden opgevangen en dat er over tien jaar ineens 50.000 plekken nodig zijn.
Het is een programma, waarbij gezocht wordt naar oplossingen. Soms is dat toch een verblijfsvergunning, maar het kan net zo goed een doormigratie of terugkeer naar het land van herkomst zijn. En omdat mensen bij die terugkeer hulp krijgen, zijn ze eerder bereid om mee te werken. En dat zou ook de rechterkant van de raad moeten aanspreken. Forum voor Democratie ziet dus allerlei argumenten om de LVV in een nieuwe vorm voort te zetten en om daar geld voor uit te trekken. Men moet zich echter ook realiseren dat de financiën onder druk staan en dat er ook andere kwetsbare groepen zijn in de stad, waarin geïnvesteerd moet worden. Het lijkt het lid dus onverstandig om hier ieder jaar 10 miljoen euro extra voor uit te trekken. Men zou naar manieren moeten zoeken om de efficiëntie te verbeteren, zodat de bestaande ondersteuning te behouden is, zonder dat er te veel bezuinigd hoeft te worden. Het scenario 1.2 is dan ook een goede oplossing. Dit vergt een investering tussen de 3 miljoen euro en 7 miljoen euro. De bestaande ondersteuning en de capaciteit van 500 bedden wordt behouden en er wordt gewerkt aan de versterking van de samenwerking om de kosten te drukken. Sterker nog, kennelijk kan de gemeente dankzij deze optimalisaties mogelijk nog meer ongedocumenteerden helpen in de stad. En dat allemaal, terwijl de gevolgen voor de stad acceptabel blijven.
Het lid VAN DER VEEN vraagt of het lid Bilgin kiest voor de optie van 6 miljoen
31
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 26 februari 2025
euro tot 7 miljoen euro, wat optie 1.1 of 1.2 is. Het lid BILGIN houdt inderdaad een pleidooi voor optie 1.2. In het kader van het voeren van financieel beleid zou de optie, waarbij het aanbod en de capaciteit wordt behouden, beter zijn en waarbij tegelijkertijd voor optimalisaties wordt gezorgd, zodat het financieel gunstiger uitvalt. De gevolgen van het scenario zijn volgens de brief afhankelijk van de mate waarin de gemeente erin slaagt om de samenwerking en de kennisdeling effectief te realiseren. Daarop wil het lid de wethouder vertrouwen. Het lid ASLAMI is in positieve zin bijzonder verrast door de inbreng van het lid Bilgin en vraagt of Forum voor Democratie het ermee eens is dat de minister de kosten zou moeten dragen. Het lid BILGIN had liever de pilot laten doorgaan en die wordt betaald door het Rijk. Het lid ASLAMI ziet steun van Forum voor Democratie voor het indienen van een factuur voor de LVV bij minister Faber. Het lid BILGIN zal dat overwegen. Het lid BRANTE merkt op dat de LVV-regeling voor ongedocumenteerden is gericht op legaal verblijf of terugkeer. In de loop van de jaren zijn er 98 deelnemers teruggekeerd en het lid vraagt of er ook deelnemers aan deze regeling zijn geweest waarvoor de terugkeer niet gelukt is en waardoor dat kwam.
Ook wil JA21 weten of wordt bijgehouden naar welke landen deze 98 mensen alsnog zijn teruggekeerd en of dat inzichtelijk is of kan worden gemaakt. Voor het voortbestaan van de regeling schetst de wethouder vier scenario's, waarvan de raad er een mag kiezen. JA21 is uiteraard voor optie 3, het afbouwen van de regeling. Daarvoor heeft zij twee redenen. Ruimte en andere middelen zijn nu eenmaal schaars en ten tweede gaat er een aanzuigende werking van de regeling uit. De wethouder schrijft dat laatste zelf ook in de brief. De LVV-regeling verdwijnt in een aantal gemeentes, dus zal het in Amsterdam drukker worden. Dus asielzoekers stromen toe naar waar de regeling het ruimhartigst is. Het lid KROM vraagt of het lid Brante weet over welke mensen die het heeft als die zegt de regeling af te bouwen. Het lid BRANTE antwoordt dat het om ongedocumenteerden gaat. Het lid KROM was op werkbezoek bij een LVV-opvang en vraagt JA21 een keer met zo’n bezoek mee te gaan, omdat men dan weet over welke mensen het gaat als het ongedocumenteerden betreft. De mensen die het lid heeft gezien waren ouderen, die met een rollator reden en met ernstige somatische klachten worden opgevangen, omdat ze anders nergens naartoe kunnen. Is dat de groep die men op straat zou moeten zetten? Het lid BRANTE gaat het erom mensen op te vangen die hier illegaal zijn, simpelweg omdat de rechter dat heeft bepaald.
Opvang is altijd gericht op terugkeer, wat volgens JA21 zou moeten gebeuren. Het lid KROM stelt dat juist blijkt dat mensen hier niet illegaal zijn, omdat het overgrote deel alsnog mag blijven. Het andere deel is hier vaak al langer dan dertig jaar en heeft al die tijd onderdeel uitgemaakt van een economie, waarvan ook JA21 profiteert. Als het niet meer gaat zegt JA21 dat ze niet meer hoeven te worden opgevangen. Het lid BRANTE weet, voor zover het dergelijke mensen heeft gesproken, dat ze altijd op een gegeven moment weer teruggaan. Het betreft volwassen mensen die keuzen
32
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering