20240716 RAI Uitgagnspuntennota Vastgesteld.pdf
Tekst van het document
Dit MKBA 2020 zal geactualiseerd moeten worden zodra de RAI de definitieve planuitwerking heeft opgesteld
Gemeente Amsterdam
op basis van de uitgangspunten van de op te stellen Uitgangspuntennota waarna de gemeente deze kan toetsen. Een belangrijk aspect hierbij is op welke wijze staatsteun wordt voorkomen. In het te actualiseren MKBA zal het aandeel van de maatschappelijke baten die te kwalificeren zijn als een publiek belang voor de gemeente Amsterdam berekend moeten worden. Vervolgens zal het aandeel van de maatschappelijke baten voor de gemeente als percentage van het totaal worden vermenigvuldigd met die investeringen die een publieke meerwaarde genereren om de hoogte van de gemeentelijke bijdrage (als een vast/lumpsum bedrag) te bepalen.
5.3.
Investeringsbesluit
Nadat de Uitgangspuntennota door het college is vastgesteld, gaat de RAI na ondertekening van een intentieovereenkomst, verder met het ontwikkelen van de planuitwerking van het RAI-terrein. In deze fase moet er zicht komen bij welke planuitwerking en bijbehorend programma er sprake is van een haalbare businesscase. Het definitieve plan wordt in de vervolgfase als basis voor het investeringsbesluit aan de raad voorgelegd. Het bedrag behorende bij het investeringsbesluit is daarmee gelijk aan de gemeentelijk bijdrage. Het Investeringsbesluit – onderbouwd met kosten die tegemoet komen aan het publieke belang - zal na akkoord van de raad aan de RAI worden uitbetaald. De erfpacht-meerwaarde minus de gemeentelijke bijdrage worden verwerkt in een aparte gemeentelijke grondexploitatie RAI (met een positief resultaat). In het investeringsbesluit moet ook worden bepaald onder welke condities en waarborgen (zoals een staatssteunanalyse) de gemeentelijke bijdrage wordt uitbetaald. De volgorde van de planvorming is immers bepalend voor de financieringsbehoefte van de RAI. Te verwachten is dat bij dit transformatieproject de kosten voor de baat uit zal gaan. Eerst kosten maken voor inrichting en transformatie vóór de realisatie van het vastgoed.
In dat geval, uiteraard nadat de raad heeft ingestemd met een bijdrage vanwege de publieke meerwaarde, moet worden bepaald hoe de gemeente zal omgaan met de uitbetaling van de gemeentelijke bijdrage. Bij het Investeringsbesluit moeten duidelijk de garanties worden vastgelegd dat ook het vastgoed tot realisatie komt. Anders gezegd, in het Investeringsbesluit worden garanties vastgelegd waarbij de uitbetaling van een gemeentelijke bijdrage gekoppeld wordt aan de zekerheid dat de publieke meerwaarde (het publieke belang) tot stand komt. Zodra de mogelijke investeringen voor de gemeente in beeld zijn om de RAI en de stad goed op elkaar te laten aansluiten (zie ook 3.1.2) wordt dit tijdig gemeld bij de desbetreffende directies en het Stedelijk Team Investeringen.
53
Uitgangspuntennota RAI
6. Opzet volgende fasen 6.1.
De ontwikkelstrategie
Het plangebied is aan de RAI in erfpacht uitgegeven, zie ook hoofdstuk 2.1.1 Erfpachtsituatie. Vanwege deze situatie is samenwerking met RAI een vereiste om te komen tot de gewenste integrale ontwikkeling van het plangebied. De eerst fase van de gebiedsontwikkeling is met deze Uitgangspuntennota vormgegeven. Na ondertekening van de intentieovereenkomst werkt de RAI vervolgens op basis van dit kader de transformatie van het RAI-terrein nader uit in een plan. Aansluitend zal met een investeringsnota het plan aan de raad worden voorgelegd.
6.2.
Organisatie, proces en planning
6.2.1. Organisatie Het plangebied maakt onderdeel uit van het gebied dat bestuurlijk is aangewezen als grootstedelijk projectgebied Zuidas. Bestuurlijk opdrachtgever is de portefeuillehouder gebiedsontwikkeling, wethouder Van Dantzig. De wethouders EZ en Deelnemingen worden bij raakvlakken betrokken via het Bestuurlijk Team Leefomgeving (hierna BT Leefomgeving) om ook het economisch belang van de RAI voor Amsterdam en het Amsterdamse aandeelhouderschap te borgen. Het DB van stadsdeel Zuid wordt bij bestuurlijke besluitvorming geconsulteerd. Binnen de gemeente is de ambtelijk opdrachtgever de directeur van Zuidas. Desgewenst wordt een directeurenoverleg ingepland met als deelnemers de directeuren G&O R&D, EZC, Deelnemingen en de stadsdeelsecretaris van Zuid. Aandeelhouderschap Het BT Leefomgeving is op 20 april 2023 bestuurlijk akkoord gegaan om de beleidsverantwoordelijkheid voor het aandeelhouderschap neer te leggen bij de wethouder gebiedsontwikkeling. De verantwoordelijkheid voor het zeggenschapsbelang blijft ongewijzigd bij de wethouder Deelnemingen. 6.2.2. Proces en planning Bestuurlijke besluitvorming Op 20 april 2023 is het BT Leefomgeving bestuurlijk akkoord gegaan met de procesaanpak RAI.
Hierbij is bepaald dat op basis van de vastgestelde Uitgangspuntennota de planuitwerking van het RAI-terrein onder regie van de RAI verder wordt uitgewerkt vanaf Q1 2024 en dat bij aanvang een intentieovereenkomst wordt opgesteld. Vervolgstappen Na het vaststellen van de Uitgangspuntennota start de planontwikkeling. De planontwikkeling van het RAI-terrein vindt onder regie van de RAI plaats, op
Gemeente Amsterdam
basis van de kaders zoals genoemd in deze nota. Conform het uitgangspunt in de raadsinformatiebrief d.d. 7 oktober 2021 (hierna RIB), ligt het risico en de verantwoordelijkheid voor de gebiedsontwikkeling van het RAI-terrein bij de RAI. Na de planuitwerking wordt door de gemeente een investeringsbesluit voorbereid. De vervolgstappen na het vaststellen van de Uitgangspuntennota zijn aldus: • Opstellen intentieovereenkomst en ondertekening door gemeente en RAI; • Planuitwerking door RAI op basis van de Uitgangspuntennota; • Opstellen investeringsnota en ter akkoord voorleggen aan de gemeenteraad.
Samenwerking en supervisie De gemeente vindt het belangrijk goed te worden betrokken bij en tijdens de verdere planvorming van het RAI-terrein. Goede samenwerking op stedenbouwkundig, programmatisch en ruimtelijk gebied is voor de volgende fase belangrijk. In deze vervolgfase werkt RAI een stedenbouwkundig programma van eisen / Schets Ontwerp in afstemming met de gemeente verder uit. De Uitgangspuntennota is hierbij het vertrekpunt. In deze vervolgfase zullen vanuit de gemeente behalve het gemeentelijk projectteam RAI-Zuidas, de expertise van het supervisieteam van de Zuidas en (sector-/dienst) specialisten van de gemeente worden betrokken. Daarnaast zal er door de RAI een zorgvuldig participatieproces moeten worden doorlopen. In deze fase zal ook zicht moeten komen bij welke planuitwerking en bijbehorend programma er sprake is van een haalbare businesscase. Ook zal de gemeente beoordelen of het plan van de RAI in lijn is met de kaders en ambities zoals opgenomen in de door het College vastgestelde Uitgangspuntennota transformatie RAI-terrein. Governance Hoe de samenwerking in de volgende fase concreet vorm krijgt, zal na de bestuurlijke vaststelling van de Uitgangspuntennota verder worden uitgewerkt in een overeenkomst die door de gemeente en RAI wordt ondertekend.
Hierin zal onder andere worden vastgelegd dat de vastgestelde Uitgangspuntennota, en daarmee het stedelijk beleid, als basis dient voor de verdere planuitwerking door de RAI. Kern is dat de overeenkomst de partijen voldoende comfort en houvast biedt en tegelijk ook dwingend en sturend van karakter is om het proces van deze transformatieopgave goed te laten verlopen.
55
De planuitwerking in de volgende fase vindt op initiatief en voor rekening en risico van de RAI plaats. De gemeente is onder nader te benoemen voorwaarden bereid om daaraan medewerking te verlenen aan een juridisch-planologisch besluit voor de transformatie en herontwikkeling van het RAI-terrein. Deze voorwaarden zullen worden vastgelegd in een of meerdere overeenkomsten. In de overeenkomst zal in ieder geval, maar niet uitsluitend, het volgende worden vastgelegd: • Afspraken over de rollen, taken en verantwoordelijkheden van de gemeente en de RAI in de volgende fase(n) en de organisatie daarvan; • Afspraken om te komen tot een Stedenbouwkundig Programma van Eisen / SO en de toetsing daarvan; • Afspraken over het onderzoeken en uitwerken van de haalbaarheid van de transformatie van het RAIterrein. De haalbaarheid wordt bepaald op basis van onder meer stedenbouwkundige, bouwtechnische, bouwlogistieke (waaronder afstemming met het project Zuidasdok) programmatische, (juridisch) planologische, ruimtelijke en financiële eisen en randvoorwaarden van de partijen; • Afspraken over het proces van het sluiten van vervolgovereenkomst(-en) waarin nadere afspraken worden gemaakt over het stedenbouwkundig ontwerp, programma, planning, publieke meerwaarde en de gemeentelijke investering en planning; • Afspraken over de planning, mijlpalen, duur en einde van de overeenkomst..
Het RAI-terrein is een groot gebied met veel verschillende belanghebbenden, die in meer of mindere mate worden geraakt door gebiedsontwikkeling op het RAI-terrein. Voor een breed gedragen toekomstplan met een blijvend resultaat op thema’s als bebouwing, openbare ruimte, mobiliteit en duurzaamheid is intensieve samenwerking met de stakeholders belangrijk. Dit vraagt een actieve communicatie- en participatiestrategie.
De RAI is in de verkenningsfase actief betrokken. Samen met de RAI is door middel van verschillende atelierbijeenkomsten verkend wat mogelijk en wenselijk is op het RAI-terrein, gelet op de ambities en het beleid van de gemeente en de ideeën van de RAI. Naast de atelierbijeenkomsten, is de RAI op verschillende manieren betrokken bij het opstellen van de Uitgangspuntennota: • Tweewekelijks overleg RAI-Zuidas waarin het gesprek kon worden gevoerd over de laatste ontwikkelingen en stand van zaken Uitgangspuntennota; • RAI is betrokken bij de stakeholderanalyse die in het kader van de Uitgangspuntennota is uitgevoerd; • De RAI heeft input geleverd voor de paragrafen die betrekking hebben op het huidige gebruik en functioneren van de RAI (zie pagina’s 26-27); • Tweemaal heeft er een bijeenkomst plaatsgevonden tussen RAI en Zuidas over de financiële kaders en uitgangspunten; • Vooraf zijn verschillende paragrafen en documenten uitgewisseld, waaronder het geluidsonderzoek, de cultuurhistorische verkenning, het mobiliteitsonderzoek Zuidas duurzaam bereikbaar en de woonparagraaf (paragraaf 3.2.1) zoals in deze nota opgenomen. In deze woonparagraaf is opgenomen dat volgens het beleid voor het woningprogramma het uitgangspunt 40-40-20 (40% sociaal, 40% middelduur, 20% vrije sector) geldt.
De RAI heeft hierop als volgt gereageerd: “De woonprogrammaverdeling op basis 40/40/20 is wat ons betreft niet verenigbaar met de continuïteit van de beurs- en congresfaciliteit. Dit geldt ook andersom. Wij geloven niet dat het RAI gebied een logische plek is voor huishoudens die een commerciële woning in de middeldure en dure categorie zoeken en die zich op langdurige bewoning richt. Wij willen ons gaan inspannen om studentenwoningen en woningen die voor minimaal 6 maanden worden verhuurd, mogelijk te maken.” Besproken is om de planuitwerking af te wachten en op dat moment te bezien of er al dan niet een afwijkingsprocedure doorlopen moet worden.
Participatie tijdens fases gebiedsontwikkeling De Uitgangspuntennota is de eerste stap in de plannen voor de ontwikkeling van een gebied. In deze verkenningsfase wordt onderzocht wat het vigerende
Daarnaast is in de verkenningsfase de participatie met interne stakeholders opgestart. Het projectteam heeft met verschillende collega’s afgestemd over onderwerpen die de Uitgangspuntennota raken,
No regret maatregelen De opbrengsten van de duurzaamheidslunches, die RAI en Arcadis gezamenlijk hebben georganiseerd, hebben een aantal zogenaamde ‘no regret’ maatregelen opgeleverd. Deze maatregelen kunnen evenals de digitaliserings- en moderniseringsopgave zoals benoemd in de raadsinformatiebrief direct door RAI worden uitgevoerd en hoeven uiteraard niet te wachten op een verdere planuitwerking van het RAI-terrein.
6.3.
56
beleid is voor het RAI-terrein. Door middel van een Uitgangspuntennota wordt duidelijk wat de kaders zijn waar binnen de ontwikkeling van een gebied kan worden vormgegeven. De gemeente is verantwoordelijk voor het opstellen van de Uitgangspuntennota en is penvoerder. In deze fase heeft de gemeente te maken met de RAI en interne gemeentelijke stakeholders. Omdat in de verkenningsfase geen concrete plannen door de gemeente worden gemaakt, is ervoor gekozen om in deze fase omwonenden en overige stakeholders te informeren over het proces.
Participatie en communicatie
Uitgangspuntennota RAI
zoals duurzaamheid, mobiliteit, logistiek, grond en ontwikkeling en kantoren. Met de beleidsexperts van de verschillende thema’s is onderzocht wat het vigerende beleid is dat van toepassing is het op RAI-terrein en welke ambities er vanuit de beleidsthema’s liggen voor het plangebied. Ook is er in de verkenningsfase samengewerkt met stadsdeel Zuid. Het stadsdeel is gevraagd om input te leveren voor een aantal onderdelen van de Uitgangspuntennota. Ook is het stadsdeel betrokken bij de stakeholderanalyse en is het bestuur van stadsdeel Zuid op de hoogte gehouden van het proces met betrekking tot de transformatie van het RAI-terrein. Na vaststelling Uitgangspuntennota Na het vaststellen van de Uitgangspuntennota zijn de kaders waarbinnen de gebiedsontwikkeling kan worden vormgegeven bekend. In de volgende fase kunnen er binnen de gestelde kaders concrete plannen worden gemaakt. In deze fase is de RAI verantwoordelijk voor het opstellen en uitwerken van de plannen en zal de RAI keuzes maken over hoe zij het RAI-terrein willen inrichten. De gemeente Amsterdam vindt het belangrijk dat de RAI de omgeving, waaronder bewoners en andere partijen, betrekt bij het opstellen van de plannen voor de gebiedsontwikkeling. De keuzes die gemaakt worden in de plannen hebben namelijk veel impact op de omgeving.
Vanwege het belang dat er goed geparticipeerd wordt, vindt de gemeente het belangrijk om betrokken te worden bij de participatieplannen van de RAI. Hierin is ook een rol weggelegd voor Stadsdeel Zuid omdat zij goed kunnen adviseren over wat er speelt in de omgeving. Ter ondersteuning voor het opzetten van de participatie is de Leidraad Burgerparticipatie (bijlage J) toegevoegd bij de Uitgangspuntennota. Dit document is in het kader van het Amsterdamse participatiebeleid opgesteld en geeft advies over de wijze waarop de omgeving betrokken moet worden in de planvormingsfase. Uiteindelijk zal in de fase waarin de plannen van de RAI door de gemeente worden getoetst ook gekeken worden naar de mate waarin er geparticipeerd is en de resultaten van het participatieproces. Gedurende de planvormingsfase zal de gemeente zelf de omgeving informeren over de algemene informatie van het planvormingstraject.
6.4.
Aanpassing naar Omgevingswet
Het huidige vigerende bestemmingsplan biedt geen ruimte voor additionele uitbreidingen van de RAI. Om over een adequaat juridisch kader te beschikken is een nieuw juridisch-planologisch kader nodig, waarbij ruimtelijke en planologische aspecten zijn afgewogen. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet maken de bestaande bestemmingsplannen van rechtswege deel uit (het tijdelijk deel) van het Omgevingsplan Amsterdam. De gemeente heeft tot 1 januari 2032 de tijd om deze bestemmingsplannen te vervangen via wijzigingen van het omgevingsplan. Om de ontwikkeling van het RAI-terrein mogelijk maken bestaat er de keuze tussen het wijzigen van het omgevingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). In dat laatste geval zal een verleende omgevingsvergunning binnen 5 jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden in het omgevingsplan verwerkt moeten worden. Vooral in de eerste jaren na de inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat de voorkeur uit naar het toepassen van een BOPA voor gebiedsontwikkelingen en is het toepassen van een wijziging van een omgevingsplan voor een gebiedsontwikkeling alleen aan de orde wanneer de ontwikkeling niet via een BOPA kan worden mogelijk gemaakt.
Het omgevingsplan is namelijk zeker in de eerste jaren na inwerkingtreding van de Omgevingswet een minder geschikt instrument om meerdere nieuwe gebiedsontwikkelingen tegelijkertijd te faciliteren.
6.5.
Privaatrechtelijk instrumentarium
6.5.1. Beheer Het terrein van de RAI is in erfpacht uitgegeven, zie ook hoofdstuk 2.1.1 Erfpachtsituatie. Voor de terreinen van de RAI die in erfpacht zijn uitgegeven maar publiek toegankelijk zijn, is een beheerovereenkomst gesloten tussen RAI en stadsdeel Zuid. Hierin zijn afspraken vastgelegd over onderhoud en beheer van het terrein. De huidige beheerovereenkomst stamt uit 2014 en moet worden geactualiseerd. Bij het actualiseren van de beheerovereenkomst is het beleidskader ‘Amsterdam Heel & Schoon’ (2016) uitgangspunt voor nadere afspraken over het beheer, onderhoud en reiniging van stad. De actualisatie heeft verder geen raakvlakken met het transformatieproces en kan parallel aan de planvorming worden opgepakt door stadsdeel Zuid en de RAI. Naast een beheerovereenkomst heeft de gemeente een ‘Wegonttrekkingsbesluit’ vastgesteld. Het Wegonttrekkingsbesluit legt de verantwoordelijkheid voor beheer en onderhoud van de wegen op het erfpachtterrein bij de RAI.
Gemeente Amsterdam
57
6.5.2. Beheergrenzen In de beheerovereenkomst zijn ook afspraken gemaakt over de beheergrenzen. Het is uiteraard gewenst dat de beheer- en de erfpachtgrens overeenkomen waarbij deze herkenbaar zijn op straat zodat onduidelijkheid qua verantwoordelijkheid wordt voorkomen. Door wijzigingen, zoals de komst van de noordzuidlijnstations, zijn verschillen ontstaan tussen de actuele erfpacht- en beheergrenzen. Het is van belang om de erfpacht- en beheergrens gelijk te trekken zodat dit ook weer aansluit bij het actuele straatbeeld en -gebruik. Het is daarom van belang de beheerovereenkomst ook op dit punt te actualiseren. Een aanpassing van de erfpachtgrens heeft echter ook financiële consequenties. Elke bestemmings- en bebouwingswijziging wordt - indien er sprake is van erfpachtmeerwaarde - financieel vertaald naar een hogere canon. Dit is zo vastgelegd in gemeentelijk Grondbeleid en het vigerend erfpachtcontract. Ook voor de transformatieopgave van het RAI-terrein moet het erfpachtcontract worden geactualiseerd. Om te voorkomen dat het erfpachtcontract tweemaal achter elkaar moet worden aangepast is de insteek van de gemeente de grenscorrectie (erfpacht en beheer) door te voeren als onderdeel van de transformatieopgave van het RAI-terrein.
Anders gezegd, als onderdeel van de gebiedsontwikkeling worden - gefaseerd - de grenscorrecties geëffectueerd zodat deze aansluiten bij de toekomstige gebruiks- en beheerverantwoordelijkheid. 6.5.3. Zuidasdok De ontwikkelaar/erfpachter is nadrukkelijk bekend met het feit dat in de directe nabijheid werkzaamheden voor het project Zuidasdok (ZAD) worden uitgevoerd en dat het realiseren van ZAD (tijdelijke) gevolgen en beperkingen zal hebben voor de bouwwerkzaamheden en mogelijk ook voor de bereikbaarheid en de leefbaarheid van het RAI-gebied. Indien nodig dienen de ontsluiting van de percelen tijdens de bouwfase van ZAD en eventuele tijdelijke maatregelen ten behoeve van de bereikbaarheid, nader te worden vastgelegd met ZAD. Het is nadrukkelijk niet toegestaan om de bouwwegen van ZAD te blokkeren of te stagneren. Bouwconstructies mogen de erfpachtgrenzen en de Tracébesluitgrens niet overschrijden. Kabels en leidingen (waaronder ook huisaansluitingen) mogen niet ten zuiden van de Tracébesluitgrens worden gelegd. De hijszone/bouwzone van de werkzaamheden op het RAI-gebied mag het Tracébesluit-gebied (TB-gebied) alleen overschrijden in overleg met en na toestemming van ZAD.
zorgvuldig op elkaar afgestemd te worden. Op beide partijen rust een inspanningsverplichting om de afstemming van de werkzaamheden zo goed mogelijk te doen verlopen. De aannemer van ZAD heeft een coördinerende taak bij aanpalende bouwprojecten toebedeeld gekregen van ZAD. Indien de aannemer van RAI gedurende een bepaalde periode gebruik wenst te maken van een deel van het aangrenzende Tracébesluitgebied van ZAD dient daarover eerst overeenstemming te worden bereikt met de aannemer van ZAD. Deze hanteert als kader voor de eventueel te maken afspraken een coördinatieovereenkomst (zie bijlage K) waarin onder andere de periode van gebruik en voorwaarden zijn opgenomen. Binnen het TB-gebied zijn de werkzaamheden van ZAD leidend. De ontwikkelaar dient zijn aannemer van het voorgaande op de hoogte te stellen.
6.6.
Projectbudget
Nadat de Uitgangspuntennota door het college is vastgesteld, gaat de RAI op basis van de Uitgangspuntennota en na ondertekening van een intentieovereenkomst, verder met de planuitwerking van het RAI-terrein. In deze fase moet er zicht komen bij welke planuitwerking en bijbehorend programma er sprake is van een haalbare businesscase. Het definitieve plan wordt in de vervolgfase als basis voor het investeringsbesluit aan de raad voorgelegd. Bij deze transformatieopgave draagt elke partij (gemeente en RAI) elk haar eigen kosten. De dekking van gemeentelijke inzet vanuit wettelijk kostenverhaal krijgt inhoud bij een mogelijke toekomstige erfpachtmeerwaarde bij deze gebiedsontwikkeling van het RAI-terrein.
Er dienen tussen de aannemer van ZAD en de ontwikkelaar/ aannemer tijdig adequate afspraken gemaakt te worden. In deze afspraken dienen de werkzaamheden van de beide projecten, in tijd en ruimte aan weerszijden van de Tracébesluitgrens,
58
Uitgangspuntennota RAI
Figuur 50: Huishoudbeurs in de RAI - 1981 [Stadsarchief Amsterdam/Arsath Ro’is, J.M.]
Gemeente Amsterdam
59
Uitgangspuntennota RAI
7. Bestuurlijk akkoord Uitgangspuntennota Het college van burgmeester en wethouders is gevraagd in te stemmen met de Uitgangspuntennota RAI waarin op basis van gemeentelijke kaders, uitgangspunten en ambities richting wordt gegeven aan de ruimtelijke ontwikkeling op het RAI-terrein met als kernelementen: 1. Aanleiding en urgentie In het coalitieakkoord 2022-2026 wordt deze ambitie als volgt verwoord: ‘Samen met de RAI gaan we kijken op welke wijze we het gebied kunnen herontwikkelen ten behoeve van vergroening, verduurzaming, woningbouw en het versterken van Amsterdam als congresstad’. Begin 2023 is door het Bestuurlijk Team Leefomgeving de aanpak vastgesteld om in samenwerking met de RAI te komen tot de transformatie en de ontwikkeling van het RAI-terrein. Uitgangspunt van deze aanpak is dat het stedelijk beleid als kader en toetssteen dient voor deze transformatieopgave. De eerste fase bestaat uit het vastleggen van het stedelijke beleid en de gemeentelijk ambities die van toepassing zijn op het RAI-terrein in een Uitgangspuntennota. Na vaststelling vormt deze Uitgangspuntennota de basis voor verdere planvorming en uitwerking onder regie van de RAI, dat in de volgende fase plaatsvindt. 2. Bestaande situatie van het gebied De RAI als congres-en beurscentrum is een meerwaarde voor de stad.
Het ligt op een strategische positie in de stad maar ondanks de ligging en goede bereikbaarheid heeft het nauwelijks verbinding met de omringende wijken. Dit wordt mede veroorzaakt doordat het gebied vrijwel monofunctioneel is, voor een niet-congresganger is het geen bestemming. Er is sprake van een overmaat aan vracht- en autoverkeer op en rondom het RAIterrein, wat tot allerlei soorten van overlast leidt. Door de grotendeels gesloten wanden met expeditie- en parkeerfuncties biedt het gebied weinig tot geen verblijfskwaliteit. Het gebied is vanwege het gebrek aan groen en de bijna volledige verharding kwetsbaar voor de gevolgen van extreme neerslag en hittestress. 3. Opgave voor het plangebied De gemeente, met als vertrekpunt de omgevingsvisie 2050, zet in op vier ambities voor de transformatie van RAI: a. Gemengde en verdichte stadswijk RAI: functiemix van wonen en werken, en voorzieningen in een hogere stedelijke dichtheid; b. Verbonden RAI: betere ruimtelijke verbindingen in het gebied zelf en met de directe omgeving; c. Duurzame RAI: vergroening van het gebied ter verbetering van de leef- en verblijfskwaliteit in combinatie met een autoluw karakter; d. RAI als Mobiliteitshub: de RAI als overstap- en overslagpunt voor de stad.
Gemeente Amsterdam
4. Krachtenveldanalyse en risicoverkenning waarvan de belangrijkste zijn: • Stakeholders: • Direct omwonenden, toekomstige bewoners, gebruikers en bezoekers van het gebied; • RAI Holding (o.a. investeerders, aandeelhouders); • Gemeente Amsterdam (o.a. verschillende beleidsdirecties en stadsdeel Zuid); • Vereniging Vrienden van het Beatrixpark. • Risico’s: Op dit moment zijn de risico’s nog niet uit te drukken in geld of tijd. Het risico is op dit moment te kwalificeren naar onzekerheid om te komen tot een transformatie van het RAI-gebied. Lukt het de RAI om vanuit de uitgangspunten en ambities in de Uitgangspuntennota te komen tot een haalbare, maakbare en financierbare transformatieopgave van het RAI-terrein? 5. Ontwikkelstrategie Het plangebied is aan de RAI in erfpacht uitgegeven. Vanwege deze situatie is samenwerking met de RAI een vereiste om te komen tot de gewenste integrale ontwikkeling van het plangebied. De eerste fase van de gebiedsontwikkeling is met deze Uitgangspuntennota vormgegeven. De gemeente heeft de regie op de Uitgangspuntennota om de uitgangspunten en ambities op basis van vigerend beleid als basis voor de nadere planuitwerking aan te geven. De RAI is vervolgens aan zet om op basis van deze Uitgangspuntennota het plan verder uit te werken. De gemeente zal het uitgewerkte plan op basis van de Uitgangspuntennota beoordelen en toetsen.
In de vervolgfase werkt de RAI op basis van dit kader de transformatie van het RAI-terrein uit. Aansluitend zal met een investeringsnota (fase 3 besluit) op basis van een uitgewerkt plan aan de raad worden voorgelegd. 6. Planning en het proces Na vaststelling van de Uitgangspuntennota wordt een intentieovereenkomst tussen de gemeente en RAI opgesteld en ondertekend. De Uitgangspuntennota maakt onderdeel uit van deze intentieovereenkomst waarmee ook de RAI door ondertekening de uitgangspunten en ambities zoals verwoord onderschrijft als start van de planuitwerking. De planuitwerking vindt onder regie, rekening en risico van de RAI plaats. Er wordt geen projectbesluit (fase 2 besluit) genomen aangezien de gemeente in deze fase geen penvoerder is. Na de planuitwerking wordt een investeringsbesluit (fase 3 besluit) door de gemeente voorbereid. De planning is afhankelijk van de voortgang van de planuitwerking door de RAI. Een voorzichtige inschatting is dat het Investeringsbesluit in 2025 voor akkoord aan de gemeenteraad kan worden voorgelegd.
61
7. Consultatie, participatie en communicatie In deze verkenningsfase is door het projectteam van de gemeente onderzocht wat de (participatieve en communicatieve) kaders zijn waarbinnen de ontwikkeling van het RAI-terrein kan worden vormgegeven. In deze fase heeft het projectteam samengewerkt met de RAI en interne gemeentelijke stakeholders die in deze fase intensief zijn betrokken. Omdat in deze verkenningsfase geen concrete plannen door de gemeente worden gemaakt, is ervoor gekozen om omwonenden en overige stakeholders te informeren over het proces. In de volgende fase worden wel concrete plannen gemaakt onder regie van de RAI. Dan zullen de bewoners en andere partijen met een participatietraject worden betrokken bij het opstellen van de plannen voor de gebiedsontwikkeling. 8. Organisatie van het vervolgproces a. de wethouder Ruimtelijk Ordening en Grondzaken aan te wijzen als bestuurlijk opdrachtgever en directeur Zuidas aan te wijzen als ambtelijk opdrachtgever voor het onder beslispunt 1e. bedoelde planproces. b. de projectorganisatie RAI voor de vervolgfasen van de transformatie van het RAI-terrein in te stellen en onder te brengen bij de directie Zuidas. Bij deze transformatieopgave draagt elke partij (gemeente en RAI) elk haar eigen kosten. De dekking van gemeentelijke inzet is gedekt in de grondexploitatie Zuidas. 9.
Financiën Vanuit grondbeleid wordt elke bestemmingsen bebouwingswijziging vertaald naar een meerwaarde berekend vanuit het verschil van de erfpachtgrondwaarde tussen het huidige en het nieuwe programma. De erfpachtgrondwaarde zal per saldo toenemen en leidt tot een hogere canon-betaling door de RAI aan de gemeente. De gemeentelijke inzet wordt vanuit wettelijk kostenverhaal gedekt vanuit deze toenemende erfpachtgrondwaarde. In de Uitgangspuntennota staat beschreven wat vanuit gemeentelijk grondbeleid en het vigerende erfpachtcontract de financiële consequenties zijn op de gebiedsontwikkeling van het RAI-terrein en op welke manier de gemeentelijke bijdrage – als invulling van de publieke meerwaarde – hierbij kan worden bepaald. De gemeentelijk bijdrage wordt in de vorm van een investeringsbesluit aan de gemeenteraad voorgelegd.
62
Uitgangspuntennota RAI
Figuur 51: Mensen Figuur 52: RAI gebouw/ schaatsen in het Europaplein1974 Boerenwetering1986 [Stadsarchief Amsterdam/ [Stadsarchief Amsterdam/ Arsath Ro’is, J.M.] Busselman, Frans.]
Gemeente Amsterdam
63
BIJ LA Uitgangspuntennota RAI
BIJLAGEN Bijlage A: Checklist wet- en regelgeving en beleidskader Bijlage B: LIB-RAI Bijlage C: Cultuurhistorische beschrijving Bijlage D: Wetgeving en beleid op het gebied van water Bijlage E: Geluidsonderzoek Cauberg Huygen Bijlage F: Plattegrond RAI Bijlage G: Logistieke routes RAI-terrein Bijlage H: Beheerovereenkomst 2015-02-17 Bijlage I: Canvas model SOM Bijlage J: Leidraad burgerparticipatie Bijlage K: Coördinatieovereenkomst
Gemeente Amsterdam
65
Bijlage A: Checklist wet- en regelgeving en beleidskader Van: Voor: Betreft: Datum:
ExTRO, Expertise Team Ruimtelijke Ordening Projectleiders Plaberum producten Checklist 1: wet-, regelgeving en beleidskaders tbv Plaberumproducten versie 14 februari 2022
De checklist hieronder geeft wet-, regelgeving en beleidskaders waarmee rekening gehouden moet worden bij het opstellen van Plaberumproducten. Het is echter uiteindelijk de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever om de juiste regelgeving te vinden en toe te passen. De checklist wordt actueel gehouden door het secretariaat van het SAP. Informatieve websites op intranet zijn onder andere: - https://intranet.amsterdam.nl/kennis-beleid/ - https://intranet.amsterdam.nl/ruimte/geregeld-ruimte/ruimtelijk-beleid/
66
Wet en regelgeving / Na te vragen bij: beleidskaders Wet- en regelgeving (landelijk en provinciaal) Wet Ruimtelijke Ordening: R&D, provincie Randvoorwaarden uit vigerende WRO-plannen, Ladder voor duurzame verstedelijking (Vanaf 1-1-2024: artikel 5:129 g Besluit kwaliteit leefomgeving)
Relevant? Ja/nee
Problemen/ Bijzonderheden?
Ja
LIB, Luchthaven Indelingsbesluit
Ja
Net als onder het voorheen geldende recht (Besluit ruimtelijke ordening) moet onder de Omgevingswet ook de ladder van duurzame verstedelijking worden doorlopen om de behoefte aan de nieuw toegevoegde (stedelijke) functies te onderbouwen. Dit volgt nu uit artikel 5.129 g Besluit kwaliteit leefomgeving. De maximale bouwhoogte van bouwwerken mag de maximale toetshoogte die op grond van het Luchthaven Schiphol zijn toegestaan, niet overschrijden. Het gaat om de artikelen 2.2.2 en 2.2.2a van het Luchthavenindelingsbesl uit. De maatgevende toetshoogte (artikel 2.2.2. LIB) bedraagt voor het RAI-terrein circa 90 meter boven NAP in de meest westelijke punt tot circa 103 meter boven NAP in het meest
R&D
Uitgangspuntennota RAI
Wet Natuurbescherming (vanaf 1-1-2024: Voor gebiedsbescherming Natura 2000: -artikel 16.53 c Omgevingswet en artikel 10.24 Besluit kwaliteit leefomgeving voor plannen en artikel 5.1, eerste lid onder e Omgevingswet en artikel 8.74b van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
R&D
Ja
R&D
Nee
R&D
Ja
Besluit op ruimtelijke ordening art. 3.1.1. (Vanaf 1-1-2024: artikel 2.2 van de Omgevingswet)
M&A
Ja
Inschatting of plan Milieueffectrapportage (MER)-plichtig en/of richtlijn strategische
R&D, ODNKZ
Ja
Voor soortenbescherming: Zorgplicht: Artikel 11.27, 11.37 t/m 11.59 van het Besluit activiteiten leefomgeving Vergunningstelsel: Artikel 5.1, tweede lid onder g van de Omgevingswet en artikel 8.74 j t/m l Besluit kwaliteit leefomgeving Natuurnetwerk Nederland (NNN) Externe veiligheid (Vanaf 1-1-2024: artikel 5.2 en verder van het Besluit kwaliteit leefomgeving)
Gemeente Amsterdam
oostelijke deel van het terrein. Vanaf 2024 gaat deze wet op in de Omgevingswet en de daaronder hangende AMvB’s. Het gaat om zowel gebiedsbescherming (stikstof) als soortenbescherming. Er zal een Aeriusberekening moeten worden gemaakt om de stikstofdepositie in de bouw- en gebruiksfase in beeld te brengen. Daarnaast zal een ecologisch onderzoek gedaan moeten worden naar de aanwezigheid van beschermde planten diersoorten in het plangebied.
Het plangebied ligt niet in NNN. Er zal onderzoek moeten worden gedaan naar de gevolgen van transport van gevaarlijke stoffen over de A10 en de eventuele aanwezigheid van buisleidingen. Per 1 januari 2024 geldt op grond van de Omgevingswet geen specifieke verplichting meer tot vooroverleg. Uit artikel 2.2 Omgevingswet vloeit de algemene verplichting voort om bij de uitoefening van taken en bevoegdheden af te stemmen met andere overheden. Er is voor Zuidas-Flanken in 2011 een MER opgesteld die in 2023/2024 zal worden aangevuld/geactualiseer
67
milieubeoordeling (SMB)plichtig zal worden Vanaf 1-1-2024: Artikel 16.34 en verder van de Omgevingswet en artikel 11.6 van het Omgevingsbesluit, Artikel 16.53c van de Omgevingswet Wet Milieubeheer, MER, SMB Wet Geluidhinder (Vanaf 1-1-2024 artikel 5.78s en verder van het Besluit Kwaliteit leefomgeving). Daarnaast: artikel 5.59 en verder van het Besluit kwaliteit leefomgeving (geluid van activiteiten).
Wet Bodembescherming (Met ingang van 1-1-2024 artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving)
68
d. Zodra het beoogde programma bekend is zal bezien moeten worden of dit binnen het kader van de (aangevulde) MER past.
R&D, ODNZK
Ja
Zie hierboven.
Ruimte & Duurzaamheid, ODNZK
Ja
ODNZK
Ja
Indien plan het mogelijk maken van geluidsgevoelige functies, zoals wonen omvat, zal onderzoek moeten worden gedaan naar de effecten van de verschillende geluidsbronnen. Het gaat dan enerzijds om de geluidsbronnen die voorheen in de Wet geluidhinder werden geregeld, zoals (spoor)wegen en anderzijds om geluidsbronnen die voorheen in de Wet Milieubeheer werden geregeld (zoals inrichtingen waar evenementen worden gehouden). Bij het toestaan van (gevoelige) functies is het van belang om te weten wat de kwaliteit van de bodem is. Voorkomen moet worden dat gevoelige bestemmingen op verontreinigde gronden worden gerealiseerd. Daarom moet voorafgaand aan de juridisch-planologische maatregel die gevoelige functies mogelijk maakt onderzoek worden gedaan naar de bodemkwaliteit in het plangebied. Bij een
Uitgangspuntennota RAI
geconstateerde verontreiniging moet tevens in kaart worden gebracht welke saneringsmaatregelen nodig zijn om het beoogde gebruik van de gronden te kunnen realiseren. Bij de verdere uitwerking dient rekening gehouden te worden met de risico’s in het gebied en advies Brandweer m.b.t. Brandweerzorg, de rampenbestrijding en de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening. De Europahal van de RAI is aangewezen als rijksmonument.
Wet Veiligheidsregio
Brandweer
Ja
Erfgoedwet en (vanaf 1-12024: artikel 5.130 Besluit kwaliteit leefomgeving)
M&A
Ja
Monumentenwet Unesco verdrag Werelderfgoed, geratificeerd door Nederlandse Staat (en vanaf 1-1-2024 artikel 5.131 van het Besluit kwaliteit leefomgeving) Wet beheer rijkswaterstaatwerken
M&A M&A
Ja Ja
Zie hierboven. Niet direct van toepassing.
V&OR
Ja
Wet lokaal spoor
Gemeentelijk Vervoerbedrijf (GVB)
Ja
Nee. Het is niet waarschijnlijk dat er dichtbij de A10 bouwwerken geplaatst zullen worden ten behoeve van deze ontwikkeling. Een Wbrvergunning van het Rijk is in dat geval niet vereist. Op grond van artikel 12 van de Wet lokaal spoor is het verboden om op, in, boven, naast of onder lokale spoorweg werkzaamheden uit te voeren of zaken te plaatsen zonder daartoe verleende vergunning van het GVB.
Gemeente Amsterdam
69
Water (Rijks-, provinciaal en waterschapbeleid)
Waternet/AVG
Ja
OJZ
Ja
Nationaal Waterprogramma 20022027, Regionaal Waterprogramma 20222027, Keur en beleid AGV
Artikel 76m van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 102 van de Wet op het Primair Onderwijs, artikel 100 van de Wet op de expertisecentra legt vast dat de gemeente verantwoordelijk is voor het mogelijk maken van de huisvesting van scholen voor PO, (V)SO en VO. Artikel 189 van de Gemeentewet inzake het budgetrecht van de gemeenteraad. BENG - Beperken risico op oververhitting nieuwbouw woningen: TOjuli Ruimte en Duurzaamheid Omgevingsvisie 2050
Hoofdgroenstruct uur
Hoogbouwbeleid Locatiebeleid Windvisie Watervisie Ruimtelijke reservering structuurvisie Richtlijn voor gevoelige bestemmingen
70
Watertoets bij waterschap ( Waterschap Amstel Gooi en Vecht (AGV) en Waternet) Door IB zal waterparagraaf t.b.v. toelichting wijziging omgevingsplan/BOPA opgesteld worden en watertoetsproces zal met waterbeheerder (waterschap) doorlopen worden.
Ja
R&D R&D
Ja Ja
R&D R&D R&D R&D R&D
Ja Ja Ja Ja Nee
R&D
Ja
Voor zover voor planvorming een deel van het Beatrixpark (HGS) nodig is, bijvoorbeeld t.b.v. ontsluiting. In dat geval advies TAC nodig.
Onderzocht dient te worden welke impact de ingrepen in het gebied hebben op
Uitgangspuntennota RAI
de luchtkwaliteit en op welke wijze bepaalde bestemmingen in het gebied ingepast kunnen worden. Het gebied ligt binnen 150 meter van de (gemeten vanaf de rand van de weg) A10 en valt dus binnen de onderzoekszone van het Besluit. Pas na realisatie Zuidasdok mag gerekend worden met de nieuwe situatie waarbij de A10 hier ondertunneld zal zijn, maar ook in die situatie bevindt een groot deel van dit plangebied zich binnen de 150 meter zone gerekend vanaf de tunnelmond. Op grond van de richtlijn mogen geen nieuwe gevoelige bestemmingen mogen worden gerealiseerd langs snelwegen (aan weerszijde zone van 150 meter gemeten van de rand van de weg). Mocht er vanwege een zwaarwegende reden toch overwogen worden dit te doen dan dient er in ieder geval een advies van de GGD gevraagd te worden.
luchtkwaliteit Amsterdam
Ecologische visie Routekaart Klimaatneutraal 2050 Geluidbeleid
R&D R&D
Ja Ja
R&D
Ja
Beleidsregel WonenVliegen Visie Openbare Ruimte Rainproof Agenda groen
R&D
Nee
R&D R&D R&D
Ja Ja Ja
Gemeente Amsterdam
Bij hogere waarden is een advies van TAVGA verplicht. Amsterdam heeft bovenwettelijke eisen
71
72
Bewegende en Gezonde Stad Agenda dieren Stad in Balans Voedselvisie Vestigingsbeleid Datacenters
R&D / GGD
Ja
R&D R&D R&D R&D
Nee Nee Nee Nee
Uitvoeringsplan Afval Welstandsnota
R&D R&D
Ja Ja
Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen Toegankelijkheid openbare ruimte voor minder validen Groenvisie Handboek Puccini Groen Strategie Amsterdam Circulair Actieplan Schone lucht en bijbehorende uitvoeringsagenda Amsterdams beleidskader dance events Grond & Ontwikkeling Raamwerk Grondprijzen/Handleiding grondexploitaties/Spelreg els VEF Selectie woningbouwprogrammeri ng 40-40-20 Selectie marktpartijen (ASM) Woningbouwplan 20182025 (voortgangsrapportages) Programma Transformaties wordt nu geactualiseerd Programma Zelfbouw. Er wordt nu een visie opgesteld.
R&D, OJZ
Ja
R&D
Ja
R&D R&D R&D
Ja Ja Ja
R&D
Ja
Plan heeft geen betrekking op vestiging datacenter. Indien beeldkwaliteitsplan of gebiedsgerichte welstandscriteria: advies van Commissie Ruimtelijke Kwaliteit vereist
Ja
G&O
Verplicht
G&O / Wonen
Ja
G&O
Ja
G&O
?
G&O
?
G&O
?
Uitgangspuntennota RAI
Programma Jongeren- en studentenhuisvesting 2019-2022 Actieplan Meer Middeldure Huur 20172025 Afwegingskader Verwervingen Beleidsregels kleine huurwoningen Kantorenstrategie 2017 (nu nog geldig) Kantorenplan 2019-2026 (wordt geactualiseerd) Selectiebeleid Woningbouwcorporaties Spelregels bodemsanering
G&O / Wonen
?
G&O / Wonen
?
G&O
?
G&O / Wonen
?
G&O
Ja
G&O, EZ, Zuidas
Ja
G&O
Ja
G&O
Ja
Dusdanige bodemverontreiniging dat sanering aan de orde is lijkt niet realistisch.
Ja
Watertoets waarin waterhuishoudkundige belangen expliciet worden meegewogen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Waterparagraaf in bestemmingsplan waarin initiatiefnemers verantwoording afleggen over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. De toelichting van een ruimtelijk plan dient te beschrijven hoe rekening is gehouden met de risico's van klimaatverandering op het gebied van wateroverlast, overstroming, hitte en droogte. De KRW stelt concrete doelen voor elk oppervlakte- en grondwaterlichaam O.a. regels voor werkzaamheden bij het oppervlaktewater
Water en klimaat Rijks- en provinciaal (water)beleid: Omgevingsverordening Noord Holland / Nationaal Bestuuroverleg Water (NWB)
Kader richtlijn water
Waternet
Ja
Keur waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV)
AGV/ Waternet
Ja
Gemeente Amsterdam
73
Omgevingsplan Riolering 2022-2027
Ja
De ontwateringsnorm voor nieuwbouw- en transformatiegebied is 90 cm. Het uitgangspunt voor bestaand stedelijk gebied is ook een ontwateringdiepte van 90 cm, indien mogelijk. Regels voor afvoer van hemelwater naar een openbaar riool en/of openbare ruimte vanaf gebouwen. Regels voor grondwaterneutraal bouwen (het bouwen van een kelder waarbij de stand en stroming van het grondwater buiten het perceel waarop de kelder is geprojecteerd niet of nauwelijks veranderen, waar mogelijk zal verbeteren, en geen negatieve grondwatereffecten optreden).
Hemelwaterverordening
Gemeente Amsterdam/ Waternet
Ja
Grondwaterneutrale kelder
Gemeente Amsterdam/ Waternet
Ja
EZ / R&D
Nee
Detailhandel is uitgesloten.
EZ EZ
Nee Nee
-
Economie Amsterdam Detailhandelsbeleid 20182022 Overnachtigingenbeleid Huisvesting creatieve ondernemingen
74
Gemeente Amsterdam/ Waternet
(Boerenwetering) en de secundaire waterkering ten zuiden en zuidoosten van RAI. Geen schade bij buien tot 70 mm in een uur. Voor vitale infrastructuur, zoals het elektriciteitsnetwerk en belangrijke toegangswegen bijvoorbeeld tot een ziekenhuis, hanteren we een hogere norm van buien van 90 mm in een uur.
Uitgangspuntennota RAI
Ruimte voor de Economie EZ van Morgen Wonen Woonagenda 2025 Wonen Programma Wonen Ouderenhuisvesting 20152018 Programma Huisvesting Wonen Kwetsbare groepen 20162018 Samenwerkingsafspraken Wonen tussen huurders, corporaties en gemeente 2015-2019 Monumenten & Archeologie Beleidskader toetsing M&A ingrepen en/of herstel van Monumenten (uitwerking van erfgoedverordening) Erfgoedverordening M&A Amsterdam – bovengronds en ondergronds Agenda Erfgoed voor de M&A stad, agenda voor het erfgoed in een groeiend Amsterdam Erfgoedwet M&A Verkeer & Openbare Ruimte Nota Parkeernormen Auto V&OR Nota Parkeernormen fiets V&OR en scooter Regionale P+R visie V&OR Beleidskader Hoofdnetten V&OR Programma van Eisen OV- V&OR concessie Amsterdam Meerjarenplan V&OR Verkeersveiligheid Meerjarenplan Fiets V&OR Mobiliteitsplan Zuidflank V&OR Duurzaam Bereikbaar Beleidskader Verlichting V&OR Handboek Puccini Rood V&OR Logistieke Strategie V&OR Uitvoeringsplan logistiek V&OR Uitvoeringsagenda V&OR Uitstootvrije Mobiliteit Amsterdam 2023-2026 Ruimtelijke strategie V&OR logistieke hubs
Gemeente Amsterdam
Ja
-
Ja Ja
Ja Ja
Ja
Ja
Ja
Ja Ja Ja Ja Ja Nee Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja
Ja
De RAI is aangemerkt als strategische locatie van
75
waaruit we de ZE zone kunnen beleveren
76
Hubsvisie Amsterdam V&OR Beleid zone zwaar verkeer V&OR Beleidskader Mobiliteit V&OR Vervoerregio Amsterdam Verstedelijkingsstrategie V&OR en Multimodaal Toekomstbeeld MRA 2040 Agenda autoluw V&OR Mobiliteitsvisie V&OR ‘Amsterdam Verbonden’ MIRT onderzoek stedelijke V&OR bereikbaarheid MRA Beleidskader V&OR Verkeersnetten Ruimte reserveringen, V&OR / R&D nota Ari Strategie V&OR / R&D / IB Klimaatadaptatie / Waternet Uitvoeringsagenda V&OR / R&D / IB Klimaatadaptatie / Waternet Groenvisie 2020-2050 R&D / V&OR Visie Zuidas Centrale Verkeerscommissie Leidraad CVC Centrale Verkeerscommis sie Leidraad Centrale Voetgangersruimte Verkeerscommis (onderdeel van Leidraad sie CVC) Brandweer Regionaal risicoprofiel Brandweer Amsterdam Amstelland
Ja Ja Ja
Uitvoeringsbeleid Externe Veiligheid Amsterdam Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid Onderwijs, Jeugd en Zorg Integraal huisvestingsplan 2016-2022 voor primair en voor voortgezet onderwijs
Brandweer
Ja
Brandweer
Specifiek fase 3 en/of 4
OJZ / Team MV
Ja, maar waarschijnlijk wordt de essentie gedekt door Routekaart klimaatneutraal 2050
Ja Ja Nog niet vastgesteld Ja Ja
Ja Ja Ja Ja Ja Ja
Ja
Bij de verdere uitwerking dienen de risico’s in het gebied meegenomen te worden en deze risico’s beperkt
Uitgangspuntennota RAI
De Verordening huisvestingsvoorzieningen Onderwijs Amsterdam 2018
OJZ / Team MV
Strategisch huisvestingsplan jeugd, zorg en basisvoorzieningen 20192025 (gemeenteraad 3 april 2019) Strategisch huisvestingsplan schooltuinen 2019-2024 (gemeenteraad 10 juli 2019) Ruimte voor Kunst en Cultuur, strategisch huisvestingsplan kunst en cultuur 2020-2025 (gemeenteraad 23 januari 2019) Sport en Bos Sportvisie 2025 en Sportaccommodatieplan 2015-2022 Strategisch Huisvestingsplan Sport 2020-2023 (gemeenteraad maart 2019) GGD Amsterdam Nota Volksgezondheid 2017-2020 Tabakontmoedigingsbelei d 2016-2019 en de Notitie Op weg naar een rookvrij Amsterdam Meerjarenprogramma Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht Vastgoed Stedelijke vastgoedstrategie Kunst en Cultuur Plan Kunst en Cultuur Zuidas 2021-2025 Participatie Beleidskader participatie ODNZK, stadsdelen Overzicht verleende (milieu)vergunningen
OJZ / Team MV
Gemeente Amsterdam
Nee, dit is een concretisering van de wetten en geldt voor onderwijshuisvesti ng PO en VO Ja, kennisnemen van koers
OJZ / Team MV
Ja, kennisnemen van koers
Kunst en Cultuur / Team MV
Ja, kennisnemen van koers
Sport en Bos
Ja, kennisnemen van koers
Sport en Bos / Team MV
Ja, kennisnemen van koers
GGD
Nee
GGD
Nee
GGD
Nee
Vastgoed
Nee
Kunst en Cultuur
Ja
n.v.t.
Ja
ODNZK, stadsdelen
Ja
77
78
Bouwtechnische voorschriften m.b.t. bouwen, gebruiken en slopen van bouwwerken
ODNZK
Nee
WABO/omgevingsvergun ning
ODNZK, stadsdeel
Indien van toepassing
Woningwet, Bouwbesluit, Bouwverordening Algemene Plaatselijke Verordening
ODNZK, stadsdeel
Specifiek fase 3 en/of 4 Ja
Speelt in fase 4, zal bij verdere uitwerking en uitvoering en ontwerpfase rekening mee gehouden dienen te worden. Toets aanvragen omgevingsvergunning en verlening daarvan geschiedt t.z.t. door OD. Deze aanvragen dienen te voldoen aan de toetsingskaders uit de WABO voor de aanvraag omgevingsvergunning, waaronder ook bouwtechnische eisen. Speelt in uitwerking en ontwerpfase pas. Vanaf 1 januari 2024 treeft de Omgevingswet in werking en zal deze het toetsingskader vormen.
Uitgangspuntennota RAI
Bijlage B: LIB-RAI
Gemeente Amsterdam
79
Bijlage C: Cultuurhistorische beschrijving
RAI-terrein Cultuurhistorische verkenning C23 - 092 Amsterdam
80
Uitgangspuntennota RAI
Gemeente Amsterdam
C23 - 092
Inhoud Inhoud ............................................................................................................................................ 3 1
Inleiding.................................................................................................................................. 4
2
Samenvatting, conclusie en advies ......................................................................................... 5 Samenvatting gebiedsgeschiedenis ............................................................................... 5 Conclusie......................................................................................................................... 7 Vragen en advies ...........................................................................................................10
3
Beleidskader ..........................................................................................................................19
4
Historisch-stedenbouwkundige analyse ............................................................................... 20 Ontwikkelingen tot 1958: Plan Zuid en het AUP ........................................................... 20 Planontwikkeling RAI ................................................................................................... 24 Bouwgeschiedenis ....................................................................................................... 28 Inrichting RAI-terrein.................................................................................................... 39
Bronnen ....................................................................................................................................... 54
3
Gemeente Amsterdam
81
Gemeente Amsterdam
1
C23 - 092
Inleiding
Monumenten en Archeologie (M&A) is door Zuidas gevraagd om een cultuurhistorische verkenning te maken van het RAI-terrein. Aanleiding zijn de ontwikkelplannen van de RAI, waarvoor een principenota wordt opgesteld als onderdeel van een gemeentelijk toetsingskader. Uitgangspunt hiervan is onderzoeken welke gebiedsontwikkeling mogelijk is op het RAI-terrein. Deze cultuurhistorische verkenning focust zich op de relatie tussen de bebouwing van de RAI en de directe omgeving ervan en beschrijft de impact van de uitbreidingen sinds de oprichting op de terreininrichting (te lezen in hoofdstuk 4). Daarnaast is aan MenA een aantal vragen voorgelegd, waarvan de antwoorden – samen met de conclusie - zijn terug te vinden in hoofdstuk 2. Dit hoofdstuk bevat tevens de gebiedsgeschiedenis, waarin de belangrijkste ontwikkelingen worden samengevat. Deze cultuurhistorische verkenning geeft geen gedetailleerde bouwhistorische beschrijving van de bebouwing. Hiervoor wordt verwezen naar de in 2010 door M&A gemaakte beschrijving van het Europacomplex, Amstelhal en Congrescentrum – waarvoor ook geput is voor dit onderzoek.
Luchtfoto uit 2022 van de RAI met daarop in het rood de contouren van het plangebied. Bron: data.amsterdam.nl
4
82
Uitgangspuntennota RAI
Gemeente Amsterdam
2
C23 - 092
Samenvatting, conclusie en advies Samenvatting gebiedsgeschiedenis
Tot in de twintigste eeuw was het RAI-terrein landelijk gebied en maakte het deel uit van de Binnendijkse Buitenvelderse Polder. De eerste stedelijke ontwikkeling in de omgeving betrof de aanleg van de Rivierenbuurt, die tot stand kwam op basis van het door H.G. Berlage opgestelde Plan Zuid uit 1917. Onderdeel van dit plan was ook de aanleg van de Wielingenstraat met brug over de Boerenwetering, en de Scheldestraat (nu Europaboulevard). Ter hoogte van het RAIterrein was in dit plan een parkstrook ingetekend die zich van de Boerenwetering uitstrekte tot aan de Amstel. In het AUP (1935) werd het beoogde park meer naar het westen verplaatst, en op basis daarvan werd het Beatrixpark aangelegd. Het noordwestelijk deel van het plangebied behoorde ook tot dit park, het zuidoostelijk deel kreeg in het AUP de bestemming ‘bebouwing met bijzondere bestemming’. Na de oorlog liet de vereniging Rijwiel- en Automobiel Industrie (RAI) haar oog vallen op deze locatie voor de bouw van een nieuw tentoonstellingsgebouw. De gemeente had hier wel oren naar omdat zij al langer een tentoonstellingsgebouw wilde realiseren om de stad te kunnen positioneren als internationaal handelscentrum. Dit leidde tot een publiek-private samenwerking tussen beide partijen voor de stichting, instandhouding en exploitatie van de beoogde nieuwbouw, waar op wens van de gemeente ook een congresgebouw in werd opgenomen.
Het eerste ontwerp betrof dan ook het Europacomplex en het Congrescentrum en kwam van A. Bodon, die vanaf dat moment de rol van vaste huisarchitect van de RAI bekleedde. In 1961 werd het Europacomplex gerealiseerd, waarvoor een deel van het Beatrixpark moest wijken en het Scheldeplein werd omgedoopt tot Europaplein. In 1963 volgde de Westhal en in 1965 het Congrescentrum. De situering van de verschillende bouwwerken werd zorgvuldig gekozen en de terreininrichting rondom het complex, dat een publieke functie kreeg, werd daar ook op afgestemd. Aan de oostzijde lag de hoofdentree, waarvoor een monumentaal plein met parkeerplaatsen en groen werd aangelegd, met de door D. Elffers ontworpen reclamezuil als hoogtepunt. Ook de noordzijde kreeg een eigen plein met entree en parkeerruimte. Het Congrescentrum kwam naast de Boerenwetering te liggen, waar een havenkom werd aangelegd zodat congresgangers met boten naar de binnenstad konden worden vervoerd. Aan de oostzijde van dit water werd een plein aangelegd en aan de noordzijde een door C. Karsten ontworpen bastion. In 1969 volgde een uitbreiding in de vorm van de Amstelhal, die ook aan de Boerenwetering kwam te liggen, en waarbij langs het water een groene route naar het bastion werd aangelegd. De rolbrug over de Boerenwetering werd aangelegd voor de Floriade in 1972 met als doel de verbinding met het Beatrixpark te verbeteren.
Ten zuiden van het Congrescentrum verrees een door pergola’s omheinde patio met ernaast een speciaal voor de Floriade ontworpen paviljoen, vanaf waar - via het talud en viaduct van de A10/ringspoorbaan in aanleg – een tijdelijke groene route naar het
5
Gemeente Amsterdam
83
Gemeente Amsterdam
C23 - 092
Amstelpark liep. In 1979 werd de ondergrondse parkeergarage opgeleverd, waardoor er ruimte vrij kwam voor de bouw van het Hollandcomplex. Na de oplevering in 1982 werd het Europaplein opnieuw ingericht. Het gedeelte voor de ingang van het Congrescentrum kreeg een ruitvormige groenaanleg met geometrisch patroon. Ten oosten daarvan kwam een verdiepte passage te liggen die het Europacomplex met de nieuwe hallen verbond. De nieuwe inrichting van het plein voor de hoofdentree werd groener en voetgangersvriendelijker, waarbij veel parkeerruimte verdween. Het plein aan de noordzijde werd daarentegen geheel in gebruik genomen als parkeerplaats en kreeg een logistieke functie. Ten slotte werd ook de reclamezuil van Elffers verhoogd, zodat deze ondanks het hoge Hollandcomplex boven het RAI-complex uit bleef torenen. Met elke nieuwbouw die werd gerealiseerd, stegen de bezoekersaantallen en moest er weer worden uitgebreid. Ondanks protesten van omwonenden verdween het zuidoostelijk deel van het Beatrixpark voor de aanleg van een nieuwe hal. Wat overbleef was een smalle groenstrook met (fiets)pad tussen het RAI-complex en de ringspoorbaan/A10. De Parkhal werd in 1993 voltooid en was de laatste uitbreiding waarbij Bodon – die in hetzelfde jaar kwam te overlijden – was betrokken.
Met de nieuwe hal verschoof het functionele zwaartepunt naar het zuidelijk deel van het complex, wat veel impact had op de inrichting van het RAI-terrein. De noordgevel met entree van de hal kwam vlakbij de zuidoever van de havenkom te liggen, waardoor deze een ander aanzicht kreeg. Ook de zuidzijde van het RAI-complex werd verder dichtgezet – het aanzicht van deze kant wordt sindsdien gedomineerd door werkterrassen en in-/en uitritten van parkeergarages. Daarnaast verdween de patio-aanleg ten zuiden van het Congrescentrum en werden er luchtbruggen aangelegd om de nieuwe hal met het oude complex te verbinden. Dit tastte met name de visuele openheid van het plein bij de havenkom aan - ten westen van het Congrescentrum. Door de komst van StrandZuid is dit deel van het terrein verder dichtgezet. In 2009 werd het Elisium opgeleverd, waarmee de RAI aan het voorplein een nieuw aanzicht kreeg. Het is ontworpen door Benthem Crouwel Architecten, dat Bodon opvolgde als huisarchitect van de RAI. Het Elicium werd tussen het Europa- en Hollandcomplex gepositioneerd en daarmee verbonden. Hiermee transformeerde het open plein voor het Congrescentrum in een binnenplaats, waarvan de groene inrichting verdween en werd vervangen door asfalt.
In de jaren ’10 breidde het Europacomplex uit met de bouw van het Amtrium in 2015 en het vergroten van hal 5 (de voormalige noord- en oosthal) aan de noordzijde in 2019. Met de aanleg van de Noord-Zuidlijn is het gehele Europaplein op de schop gegaan en heeft het haar huidige inrichting gekregen. Hierbij is echter veel groen verdwenen. Aan de noordzijde, langs de Wielingenstraat, is recent een groenstrook aangelegd om deze kant een ‘vriendelijker’ aanzicht te geven. De zuidzijde van het RAI-terrein heeft er met het parkeergebouw (2016) en het nieuwe hotel (2019) twee landmarks bij gekregen. Tegenwoordig zijn alleen bij het gedeelte aan de westzijde - rondom de havenkom en de Boerenwetering – nog delen van de oorspronkelijke terreininrichting aanwezig.
6
84
Uitgangspuntennota RAI
Gemeente Amsterdam
C23 - 092
Conclusie Bij de bouw van het RAI-complex in de jaren ’60 werd de situering van de verschillende bouwwerken zorgvuldig gekozen en de inrichting van de directe omgeving daarop afgestemd. Dit gold voor zowel het terrein aan de noord- en oostzijde (Wielingenstraat en Europaplein), die toentertijd nog voor een groot deel als parkeerplaats in gebruik was, als de zuid- en westzijde, die een meer groene inrichting kreeg. Door de continue uitbreidingen van het RAI-complex heeft het plangebied een grote ontwikkeling doorgemaakt, waarbij het functionele zwaartepunt meer naar het zuiden van het terrein is verschoven. Het plangebied raakte hierdoor dichter bebouwd, waarbij de overgebleven openbare ruimte vaak opnieuw werd ingericht en voor een steeds groter deel een logistieke functie kreeg. Dit ging ten koste van de (al dan niet oorspronkelijke) groenaanleg. Zo veranderde het aanzicht op de zuidzijde drastisch door de bouw van het Hollandcomplex en Parkhal, waardoor dit nu uitzicht biedt op werkterrassen en parkeergarage-uitritten. Ook de noordzijde kreeg door de jaren heen een steeds grotere logistieke functie, al is met de bouw van het Amtrium en recente groenaanleg geprobeerd dit deel meer met de stad te verbinden. De oorspronkelijke gevel met beeldbepalende luifel aan deze zijde is met de uitbreiding van de hal echter verdwenen.
Door de recente herinrichting van het Europaplein is er nog maar weinig groen aanwezig aan de oostzijde van het Europacomplex, al heeft het plein haar open karakter door de jaren heen weten te behouden. Het plein voor het Congrescentrum is daarentegen met de bouw van het Elicium visueel dichtgezet en heeft nauwelijks nog een publieke functie. Deze ontwikkeling, maar ook de aanleg van een aantal luchtbruggen en de permanente huisvesting van StrandZuid, heeft de stedenbouwkundige waarde van het Congrescentrum aangetast. Desalniettemin is de oorspronkelijke inrichting van het terrein aan de westzijde nog het meest intact: de door strakke bomenrijen omgeven havenkom met vlaggenplastiek, de rolbrug en het nog geheel intacte bastion, dat ook vanaf de Wielingenstraat bereikbaar is via de groene route langs de Boerenwetering achter de Amstelhal. Bouwwerken In de door M&A gemaakte beschrijving uit 2010 worden de volgende waarden van het Europacomplex, Amstelhal en Congrescentrum beschreven:
Het Europacomplex, het Congrescentrum, Westhal en de Amstelhal zijn stedenbouwkundig van belang vanwege de situering die verbonden is met de naoorlogse ontwikkeling van het gebied.
Bovenstaande bebouwing is van stedenbouwkundige waarde vanwege de ruimtelijke relatie met de havenkom en de Boerenwetering.
De bouwwerken zijn architectuurhistorisch van belang vanwege de esthetische kwaliteiten die met name zijn gelegen in de helderheid en transparantie - met een bijzondere rol voor de lichtinval – van het functionalistische ontwerp dat bovendien in
7
Gemeente Amsterdam
85
Gemeente Amsterdam
C23 - 092
hoofdvorm en detail grotendeels gaaf is; latere aanpassingen zijn zeer zorgvuldig, in samenwerking met A. Bodon en in lijn met het oorspronkelijke ontwerp uitgevoerd.
De bouwwerken zijn architectuurhistorisch van belang in het oeuvre van de landelijk gerenommeerde architect Bodon als significant onderdeel van zijn magnum opus, als huisarchitect van de RAI.
De bouwwerken hebben cultuurhistorische waarde als uitdrukking van het vooruitgangsoptimisme in de wederopbouwperiode met betrekking tot de economie en vanwege de samenwerking van de RAI met de gemeente als een publiek-private samenwerking avant la lettre.
In de door de RCE (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) opgestelde redengevende beschrijving ten behoeve van de aanwijzing van de Europahal en reclamezuil als rijksmonument worden, ter aanvulling van bovenstaande, o.a. de volgende waarden benoemd:
De Europahal is architectonisch van belang vanwege zijn esthetische kwaliteiten die met name zijn gelegen in de grote schaal van de ruimte en helderheid, lichtheid en transparantie van de constructie. Bij toekomstige ontwikkelingen dient de mogelijke impact op deze lichtinval dan ook eerst onderzocht te worden door middel van schaduwstudies.