20240716 RAI Uitgagnspuntennota Vastgesteld.pdf
Tekst van het document
De Europahal heeft als onderdeel van het RAI-complex stedenbouwkundige waarde vanwege de ruimtelijke relatie met de Boerenwetering, het ten westen van het complex gelegen Beatrixpark en de prominente ligging aan het eind van de Rooseveltlaan- en President Kennedylaan.
De op het voorplein van de RAI gelegen reclametoren van Elffers, genaamd ‘het Signaal’ heeft een beeldbepalende waarde en vervult (zij het in mindere mate dan in vroeger jaren vanwege het feit dat de omringende bebouwing is opgehoogd) nog altijd een landmarkfunctie.
Op basis van de in hoofdstuk 4 beschreven ontwikkelingen en de daaruit volgende conclusie, zijn hier de volgende cultuurhistorische waarden aan toe te voegen:
De herhaling van architectonische elementen die terug is te zien in latere uitbreidingen, zoals de overeenkomsten tussen de luchtbruggen en drooglopen op het terrein, en het veelvuldig gebruik van glas.
Het kenmerkende gevelbeeld van de oostzijde van het RAI-complex, waarin de oorspronkelijke ruimtes en functies (waaronder Europahal, hoofdentree en Glazen Zaal) ondanks alle aanpassingen nog steeds afleesbaar zijn, en het kenmerkende silhouet met het gebogen dak van de Europahal als middelpunt daarvan. Hoewel de laagbouw ten noorden van de Europahal is verdwenen, is de lijn van de voormalige hoogte voortgezet in de gevel van het (hogere) Amtrium.
8
86
Uitgangspuntennota RAI
Gemeente Amsterdam
C23 - 092
De positionering van reclamezuil ‘Het Signaal’, ter hoogte van de zuidoosthoek van het Europacomplex en de waarde die het heeft als beeldbepalend herkenningspunt van de RAI.
De hiërarchie in hoogte, waarbij de reclamezuil nog steeds het hoogste punt is van het RAI-terrein (het hotel niet meegerekend). Dat het overgrote merendeel van de bebouwing van het RAI-complex aanzienlijk lager is, is kenmerkend voor het plangebied en cruciaal voor de landmarkfunctie die in de redengevende beschrijving aan de reclamezuil wordt toegeschreven. Het is wenselijk om hier bij toekomstige ontwikkelingen rekening mee te houden.
N.B. De na 1970 gerealiseerde bebouwing op het RAI-terrein heeft geen ordewaardering gekregen op de waarderingskaart stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit. Momenteel wordt er echter gewerkt aan een nieuwe ordekaart waarvoor havens, kantoren en bedrijventerreinen een waardering krijgen. Het Hollandcomplex (en mogelijk ook de Parkhal) zullen in het kader daarvan nog worden gewaardeerd. Inrichting RAI-terrein Wat betreft de inrichting van het RAI-terrein zijn op basis van de in hoofdstuk 4 gemaakte beschrijving de volgende cultuurhistorische waarden te onderscheiden:
De speciaal voor het RAI-complex ontworpen, vierkante havenkom met de kenmerkende ronde vorm van het betonnen, modernistisch vormgegeven bastion, betonnen vlaggenplastiek en de rolbrug die dit deel van het RAI-terrein verbindt met het Beatrixpark.
De relatie tussen de havenkom en het Congrescentrum die in samenhang met elkaar zijn ontworpen en waarbij de zuidoever van de havenkom in dezelfde lijn ligt als de rooilijn van de zuidgevel van het Congrescentrum.
De restanten die nog over zijn van het oorspronkelijke groenontwerp: de groenstrook achter de Amstelhal langs de Boerenwetering en de symmetrische, dubbele bomenrijen langs de oost- en zuidoever van de havenkom die het RAI-terrein visueel verbinden met het Beatrixpark.
De openheid van het Europaplein, die ondanks alle herinrichtingen door de jaren heen een constante factor is, waardoor het Europacomplex vanuit verschillende hoeken goed zichtbaar en herkenbaar is en daarmee bijdraagt aan het monumentale karakter van het complex.
De positionering van reclamezuil ‘Het Signaal’, ter hoogte van de zuidoosthoek van het Europacomplex en de waarde die het heeft als beeldbepalend herkenningspunt van de RAI.
9
Gemeente Amsterdam
87
Gemeente Amsterdam
C23 - 092
Het uitzicht vanuit het Beatrixpark over de Boerenwetering/havenkom richting de RAI, dat bestaat uit een contrast tussen de weelderige groenaanleg en de functionalistische architectuur van de bebouwing.
Vragen en advies Aan M&A is ter aanvulling op het voorgaande onderzoek een aantal vragen voorgelegd. Ons advies wat betreft de omgang met/uitgangspunten van de cultuurhistorische waarden en mogelijke vervolgstappen volgt uit de antwoorden op onderstaande vragen.
Wat is de waarde van het waterbassin? Kan dit bijvoorbeeld aan de zuidzijde worden verkleind ten behoeve van een fietspad? Het bassin heeft een hoge cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. Het is aangelegd in 1961 als havenkom voor de RAI, waarbij het in nauwe samenhang met het Congrescentrum werd ontworpen. Bezoekers konden via bootjes vanuit de binnenstad hier aanmeren en het was bovendien samen met het bastion aan de Boerenwetering en de route langs de Amstelhal onderdeel van een totaalontwerp van de openbare ruimte. Het water geeft een weids, open en ruimtelijk uitzicht vanaf de RAI op het aan de overkant gelegen Beatrixpark, wat wordt versterkt door de door Karsten ontworpen vlaggenplastiek en het bastion. De oevers boden bovendien in combinatie met het bastion een geënsceneerde wandelroute, die met de realisatie van de rolbrug naar het Beatrixpark compleet was. Dit is het enige deel van het RAI-terrein dat sinds de aanleg niet rigoureus op de schop is gegaan. Wel zijn de symmetrische, dubbele bomenrijen die de noord-, oost- en zuidoever van de havenkom begeleiden in 1980 opnieuw geplant, maar aan het ontwerp is in principe niets veranderd. De openheid is van grote waarde. Daarbij is het bassin in nauwe samenhang met het Congrescentrum ontworpen, waarbij de zuidoever op dezelfde hoogte ligt als de rooilijn van de zuidgevel van het Congrescentrum.
Oud beeldmateriaal toont aan dat hier al eerder een fietsroute lag die op zijn vroegst na de realisatie van het Hollandcomplex is aangelegd, wat betekent dat deze route oorspronkelijk niet als rechte lijn is gerealiseerd. Advies Het verkleinen van het waterbassin is vanuit cultuurhistorisch oogpunt niet wenselijk omdat dit de symmetrie aantast van de dubbele bomenrijen die allemaal op vaste afstand van de verschillende oevers zijn gerealiseerd en omdat dit de wandelroute, die direct langs de oevers loopt, verstoort. Bovendien heeft de verkleining van het bassin impact op de samenhang met het Congrescentrum, aangezien de zuidoever en zuidgevel van
10
88
Uitgangspuntennota RAI
Gemeente Amsterdam
C23 - 092
oorsprong op dezelfde lijn liggen. Indien er alsnog voor wordt gekozen om het bastion te verkleinen, luidt het advies om dit met niet meer dan 1 à 2 meter te doen. Het is daarbij van belang dat de symmetrie met de andere oevers, bestaande uit de wandelroute langs het water en bomenrijen die op vaste afstanden zijn geplant, niet verloren gaat. Daarnaast dient ten alle tijden te worden voorkomen dat er in de toekomst meer van het water verloren gaat en deze openheid verder wordt aangetast. Zo is het onwenselijk dat er bijvoorbeeld nog meerdere terraseilanden worden aangelegd ten behoeve van horeca en is het belangrijk dat de kenmerkende, in het water uitstulpende vorm van het bastion, afleesbaar blijft en dat het bassin aan die zijde niet wordt verkleind.
Wat is de waarde van de zuidelijke (mogelijk te slopen) strook van het Europacomplex? Is dit een monument? Het Europacomplex heeft een orde 1-waardering gekregen op de Waarderingskaart stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit AUP. Dit betreft monumenten of monumentwaardige bebouwing die op basis van typologie, een voor die periode bijzondere en/of karakteristieke architectonische vormgeving, de positie in een verkavelingseenheid en/of zijn bijdrage aan een verkaveling en veld de status heeft van rijks- of gemeentelijk monument of daarvoor in aanmerking komt.1 Deze ordewaardering komt voort uit de hoogste tussenwaardering (5 punten) in de categorieën bouwtype, architectuur en tuinstadkarakter. In de categorie verkaveling scoort het Europacomplex 4 punten. Dit complex is van architectonische hoge waarde vanwege de esthetische kwaliteiten die met name zijn gelegen in de helderheid en transparantie – met een bijzondere rol voor de lichtinval – van het functionalistische ontwerp dat bovendien in hoofdvorm en detail grotendeels gaaf is. Beeldbepalend voor het complex is de Europahal, waar de esthetische waarde naast de helderheid en transparantie wordt bepaald door de kap die de grote hal met een lichtheid en gemak lijkt te overdekken.2 De Europahal is samen met de reclamezuil aangewezen als Rijksmonument.
De rest van het Europacomplex, de Westhal en de Amstelhal hebben een orde 1-waardering, maar zijn geen monument. Overigens staat de Amstelhal (samen met het Hollandcomplex en Beatrixpark) op een lijst waaraan momenteel door de RCE wordt gewerkt in het kader van Post 65-erfgoed. Dit betreft een selectie van objecten die mogelijk in aanmerking komen voor aanwijzing als rijksmonument. Deze lijst is echter een eerste inventarisatie en heeft nog geen status.
1 https://www.crk.amsterdam.nl/welstandsnota/criteria-erfgoed/waarderingskaart_aup_en_postaup 2 Overgenomen uit: M. Statema, Beschrijving RAI-complex, MenA 2010.
11
Gemeente Amsterdam
89
Gemeente Amsterdam
C23 - 092
De zuidelijke strook van het Europacomplex bestond oorspronkelijk (gezien van oost naar west) uit de Glazen Zaal, het café-restaurant en de entree naar de Zuid- en Westhal. Daarbovenop zijn later kantoren gebouwd. Dit gedeelte is in de loop der tijd een aantal keren aangepast, onder andere ten behoeve van de entree naar de later geplaatste kantoren en de verbindingen met het Hollandcomplex en het Elicium. Desalniettemin is de oorspronkelijke Glazen Zaal nog steeds afleesbaar van de buitengevel door de twee glasgevels op de hoek en maakt deze daardoor ook deel uit van het hooggewaardeerde gevelbeeld aan het Europaplein (oostzijde). De rest van de zuidgevel wordt nog steeds gekenmerkt door een raster van betonconstructie, maar is door de bouw van het Elicium minder goed zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Advies Een orde 1-status geeft aan welke panden de potentie hebben om als monument te worden aangewezen. Het gaat immers om bebouwing met de hoogste ordewaardering, waarvan behoud en herstel het uitgangspunt is. Om hierover uitsluitsel te krijgen, wordt aan het gemeentelijk projectteam geadviseerd om M&A opdracht te geven tot het maken van een waardestellend bouw- en architectuurhistorisch onderzoek, waarin ook het Congrescentrum kan worden meegenomen (zie: advies over het Congrescentrum hieronder).
De bestaande beschrijving is afkomstig uit 2010, maar is – mede door alle uitbreidingen die sindsdien hebben plaatsgevonden - niet meer actueel. Vervolgens kan op basis van het nieuwe onderzoek worden besloten of dit deel van het RAI-complex tevens moet worden aangewezen of kan worden afgewaardeerd naar orde 2. Daarnaast dient er bij eventuele ontwikkelingen rekening mee gehouden te worden dat het orde 1deel behoort tot de directe omgeving van het rijksmonument (Europahal). In de Omgevingswet is daarover opgenomen dat gemeenten verplicht zijn om aantasting van de omgeving van (voorbeschermde) rijksmonumenten en monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, te voorkomen, als die monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd. Daarbij gaat het zowel om de omgeving van (voorbeschermde) rijksmonumenten, als om (voorbeschermde) gemeentelijke monumenten en provinciale monumenten, als die laatste in het omgevingsplan worden beschermd. Naast het voorkomen van achteruitgang gaat het ook om het verbeteren van de kwaliteit van de omgeving, zodat het monument beter wordt beleefd of gewaardeerd.3
3 Artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
12
90
Uitgangspuntennota RAI
Gemeente Amsterdam
C23 - 092
Uitsnede van het RAI-complex op de Waarderingskaart stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit AUP. Bron: maps.amsterdam.nl
Contouren van het rijksmonument. Bron: monumentenregister.cultureelerfgoed.nl
13
Gemeente Amsterdam
91
Gemeente Amsterdam
C23 - 092
Wat is de waarde van het orde 2-gebouw? Het Congrescentrum heeft een orde 2-waardering gekregen op de Waarderingskaart stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit AUP. Dit betreft een architectuureenheid van hoge waarde met een voor de periode karakteristieke architectonische vormgeving en/of typologie, die bovendien een belangrijke bijdrage levert aan de compositie van de verkavelingseenheid en het veld.4 Deze waardering is tot stand gekomen op basis van de hoogste tussenwaardering (5 punten) in de categorieën bouwtype en architectuur en 3 punten in de categorieën verkaveling en tuinstadkarakter. In de beschrijving die in 2010 is gemaakt van het gebouw wordt de architectuur van het gebouw hoog gewaardeerd vanwege de esthetische kwaliteiten die met name zijn gelegen in de helderheid en transparantie van het functionalistische ontwerp dat bovendien in hoofdvorm en detail grotendeels gaaf is.5 Daarnaast wordt ook het stedenbouwkundig belang van het Congrescentrum genoemd vanwege de ruimtelijke relatie met de havenkom en de Boerenwetering. Deze stedenbouwkundige waarde is echter minder goed afleesbaar door de ontwikkelingen die op het terrein hebben plaatsgevonden en de nieuwe gevel die later tegen de voorzijde aan is geplaatst.
Aanvankelijk had het Congrescentrum door de bijna losliggende positie ten opzichte van het RAI-complex en door de transparante gevels een ruimtelijke verbinding met de zorgvuldig ontworpen, directe omgeving. Deze context is echter veranderd door de aanleg van de luchtbruggen samen met de nieuw geplaatste voorgevel en de realisatie van StrandZuid en het Elicium. Hierdoor is de directe omgeving visueel dichtgezet, wat de ruimtewerking van het gebouw en daarmee de stedenbouwkundige waarde wat heeft aangetast. Wel is het oorspronkelijke interieur, waarvoor Bodon samenwerkte met interieurarchitecten Hein Salomonson, Theo Tempelman en Titia Bodon, en wat deel uitmaakt van het totaalontwerp, van grote waarde. Advies Omdat orde 2 een hoge ordewaardering is met behoud als uitgangspunt, luidt het advies om bij bebouwing met deze waardering altijd nader bouw- en architectuurhistorisch onderzoek te laten doen. Omdat voor het niet als monument aangewezen orde 1-deel van de RAI wordt geadviseerd om waardestellend onderzoek uit te laten voeren om uitsluitsel te geven over een mogelijke aanwijzing tot gemeentelijk monument, is het aanbevelenswaardig om het Congrescentrum hier ook in mee te nemen. In het oorspronkelijk ontwerp is het centrum immers in nauwe samenhang met het Europacomplex tot stand is gekomen.
Van het Congrescentrum is al eerder een beschrijving gemaakt, maar omdat deze afkomstig is uit 2010 dient deze geactualiseerd te
4 Zie: https://www.crk.amsterdam.nl/welstandsnota/criteria-erfgoed/waarderingskaart_aup_en_postaup 5 Overgenomen uit: M. Statema, Beschrijving RAI-complex, MenA 2010.
14
92
Uitgangspuntennota RAI
Gemeente Amsterdam
C23 - 092
worden om een goed en gedetailleerd beeld te krijgen van de nog aanwezige waarden en uitsluitsel te geven over een mogelijke aanwijzing. Daarnaast dient er bij eventuele ontwikkelingen rekening mee gehouden te worden dat het Congrescentrum deel uitmaakt van de directe omgeving van het rijksmonument (Europahal). Deze beleidsregel komt uit de Omgevingswet en is onderdeel van het Omgevingsplan van Amsterdam.
Uitsnede van het RAI-complex op de Waarderingskaart stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit AUP. Bron: maps.amsterdam.nl
Wat is de waarde van het voorplein? Het huidige voorplein is gerealiseerd na de aanleg van station Europaplein voor de NoordZuidlijn. De inrichting zelf heeft dan ook weinig cultuurhistorische waarde. Mogelijk zijn de kenmerkende ronde bloembakken wel van waarde, aangezien oud fotomateriaal toont dat deze ook al aanwezig waren voor de complete herinrichting van het plein. Reclamezuil ‘Het Signaal’ is van grote waarde omdat deze beeldbepalend is voor het complex. Daarnaast is de positionering van deze zuil ten opzichte van het Europacomplex altijd hetzelfde gebleven en dient deze hetzelfde te blijven. Ook de openheid van het plein is een constante factor in de geschiedenis van het RAI-complex en van grote waarde.
15
Gemeente Amsterdam
93
Gemeente Amsterdam
C23 - 092
Hoewel het voorplein lange tijd voor een groot deel in gebruik was als parkeerplaats, heeft er – op een kleine (nu niet meer aanwezige) benzinepomp naast de Europaboulevard na – verder geen bebouwing gestaan. Hierdoor is de voorgevel en het kenmerkende silhouet van het Europacomplex altijd goed zichtbaar geweest vanuit verschillende hoeken van het plein, de Europaboulevard, Roosevelt- en President Kennedylaan, wat bijdraagt aan de beleving van de rijksmonumentale Europahal. Advies De visuele openheid is een belangrijke waarde van het plein en dient bij een eventuele herinrichting als uitgangspunt te worden genomen. Het is onwenselijk om op het plein bebouwing te realiseren omdat dit de zichtbaarheid van het hooggewaardeerde Europacomplex en rijksmonumentale Europahal aantast. Daarnaast dient er rekening mee te worden gehouden dat het Europaplein tot de directe omgeving van het deel van de RAI behoort dat is aangewezen als rijksmonument (Europahal en reclamezuil), wat met de invoering van de Omgevingswet onderdeel uit gaat maken van de bescherming van het monument. Uitgangspunt is dan ook dat aantasting van deze omgeving dient te worden voorkomen en erop ingezet zou moeten worden om de kwaliteit hiervan te verbeteren (zie ook het advies voor het Congrescentrum).
Kan er verticaal groen worden toegevoegd en zo ja, waar is dat cultuurhistorisch gezien mogelijk? Uit het onderzoek (hoofdstuk 4) blijkt dat de inrichting van het RAI-terrein aanvankelijk veel groener was dan nu het geval is: niet alleen is er groen verdwenen ten koste van latere uitbreidingen, maar ook het plein tussen het Elicium en Congrescentrum, het plein aan de noordzijde van de RAI en het voorplein (Europaplein) had oorspronkelijk een groenere inrichting dan nu het geval is. Vooral van het voorplein is het opvallend dat het sinds de laatste (vrij recente) herinrichting zo’n stenig uiterlijk heeft, aangezien het alle ruimte biedt voor meer groen. Het is dan ook aanbevelenswaardig om in eerste instantie in te zetten op horizontale vergroening. Deze plek biedt daar immers alle ruimte toe. Wat betreft verticale vergroening zijn er minder mogelijkheden. Zowel transparantie als de afleesbaarheid van de betonconstructie zijn belangrijke waarden voor het Europacomplex, de Amstelhal en het Congrescentrum, wat het vergroenen van deze gevels lastig maakt. De niet-transparante delen van de gevels van de Parkhal en het Hollandcomplex zouden vanuit cultuurhistorisch oogpunt wel vergroend kunnen worden. Vooral de zuidzijde (langs de A10) biedt daar alle mogelijkheden toe.
Daarnaast is het aanzicht aan de Beatrixparkzijde van het RAI-complex – dat wordt gekenmerkt door het contrast tussen de functionalistische architectuur en het groen – van waarde, wat met het
16
94
Uitgangspuntennota RAI
Gemeente Amsterdam
C23 - 092
toevoegen van groen op deze zijden verloren zou gaan. Dit betekent dat het vergroenen van de Parkhalgevels die grenzen aan het Beatrixpark en de groene zuidzijde van de havenkom, minder wenselijk is. De gevels van latere toevoegingen, waaronder het Elicium en Amtrium, lijken door hun transparantie ook minder geschikt. Wellicht biedt de nieuwe noordgevel van het RAI-complex mogelijkheden, al dient het vergroenen van deze gevel geen al te grote impact te hebben op de lichtinval op het orde 1-gedeelte van het Europacomplex en is het aan een monumentenadviseur om daar verder op te adviseren. Daarnaast is de precieze impact op het gevelbeeld en de openbare ruimte lastig in te schatten wegens de nog uit te werken ontwikkelplannen voor het RAI-terrein. Advies M&A adviseert om de horizontale vergroeningsmogelijkheden voor het terrein te onderzoeken, aangezien het gebied daar meer mogelijkheden toe biedt. Bij het Europaplein dient daarbij de openheid als uitgangspunt te worden genomen. Verticale vergroening is cultuurhistorisch gezien mogelijk op de niet-transparante delen van de gevels van recente uitbreidingen en de gevels van het Hollandcomplex en de Parkhal, zolang deze niet direct aan het Beatrixpark grenzen.
Voor het vergroenen van de nieuwe noordgevel (hal 5) dient eerst onderzocht te worden wat voor impact dit heeft op de lichtinval, aangezien het oude deel van de hal een orde 1-waardering heeft. Vervolgens dient er een totaalontwerp te worden gemaakt dat samenhangt met de verdere inrichting/plannen voor de openbare ruimte en de bestaande kwaliteiten als uitgangspunt neemt.
Wat is de waarde van de bomen die staan bij StrandZuid? Bij StrandZuid, langs de oostoever van de havenkom van de Boerenwetering, staan twee dubbele rijen watercipressen die in 1980 zijn geplant. Deze dubbele bomenrij loopt verder langs de zuidoever van de havenkom. Het betreft niet de bomen die hier oorspronkelijk in de jaren ‘60 zijn geplant toen het Congrescentrum werd gebouwd. Wel zijn ze op exact dezelfde plek geplant als waar de oorspronkelijke bomen stonden. De bomen hebben dan ook vooral stedenbouwkundige waarde omdat ze de oost- en zuidoever van het bassin begeleiden en omdat hun positionering nog steeds volgens het oorspronkelijk ontwerp is. Dat laatste is bijzonder, omdat het grootste deel van de inrichting van het terrein niet meer naar oorspronkelijk ontwerp is en verscheidene keren is aangepast. Overigens wordt de koningslinde op het terrein van StrandZuid (gelegen tussen het paviljoen en de luchtbrug) in de Bomenatlas gedefinieerd als ‘bijzondere boom’. Waarom precies wordt hier niet verder uitgelegd. Deze, maar ook de andere bomen die tussen het paviljoen van StrandZuid en de luchtbrug groeien, zijn allemaal geplant in de jaren ’60 en begin jaren ’70 en maken daardoor deel uit van (wat er nog over is van) de oorspronkelijke groenaanleg
17
Gemeente Amsterdam
95
Gemeente Amsterdam
C23 - 092
bij het Congrescentrum. Advies M&A adviseert om het oorspronkelijke groenontwerp te behouden en bij aanpassingen/herinrichtingen daar waar het oorspronkelijke ontwerp nog aanwezig is, dit als uitgangspunt te gebruiken.
Wat is het advies van M&A voor het vervolgproces? Bebouwing Wat betreft de bebouwing op het RAI-terrein luidt het advies aan het gemeentelijk projectteam om M&A opdracht te geven voor een waardestellend onderzoek van het orde 1-deel zonder monumentenstatus en orde 2-deel van het RAI-complex, met als doel uitsluitsel te geven over een mogelijke aanwijzing tot gemeentelijk monument. Daarnaast dient er bij mogelijke toekomstige plannen rekening mee gehouden te worden dat in elk geval het Hollandcomplex nog zal worden gewaardeerd in het kader van een nieuwe ordekaart met havens, kantoren en bedrijventerreinen. Zowel de Amstelhal als het Hollandcomplex zijn bovendien opgenomen in een door de RCE opgestelde lijst met Post 65-erfgoed en komen mogelijk in aanmerking voor aanwijzing als rijksmonument. Deze lijst is een eerste inventarisatie en heeft nog geen status. Daarnaast luidt vanzelfsprekend het advies om de in paragraaf 2.2 geformuleerde waarden als uitgangspunten mee te nemen in het toekomstige ontwikkelproces. Openbare ruimte Naast de eerder genoemde adviezen in deze paragraaf wat betreft de oorspronkelijke inrichting van het terrein, is het aanbevelenswaardig om de voorgenomen ontwikkelplannen te gebruiken om de openbare ruimte te verbeteren.
Deze is door de verschillende uitbreidingen en gedeeltelijke herinrichtingen op sommige plekken nogal versnipperd en bovendien is er veel groen verdwenen. Met name het voorplein biedt veel ruimte voor vergroening. Hierbij dienen de kwaliteiten van het gebied (zoals geformuleerd in paragraaf 2.2) als uitgangspunt te worden genomen. Daarnaast dient er bij eventuele ontwikkelingen rekening mee gehouden te worden dat het Beatrixpark de status van gemeentelijk monument heeft en dat dit park tevens in de Post 65-lijst van de RCE is opgenomen (dus mogelijk zal worden aangewezen als rijksmonument). Ten slotte dient M&A betrokken te blijven bij het vervolgproces zodat de cultuurhistorische waarden van het gebied ook in het vervolgtraject een plek krijgen.
18
96
Uitgangspuntennota RAI
Gemeente Amsterdam
3
C23 - 092
Beleidskader
Naar aanleiding van de Modernisering van de Monumentenwet en de wijziging van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, d.d.17 juni 2011, staatsblad 5 juli 2011, nr 339) dient per 1 januari 2012 bij het maken van bestemmingsplannen een beschrijving te worden opgenomen “van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden”. In de toelichting van de Bro staat dat dit betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden en daar conclusies aan verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden. Dit vermindert de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten omdat aan het belang van de cultuurhistorie dan waarde wordt toegekend via het proces van de ruimtelijke ordening. Voor Amsterdam komt het verankeren van de cultuurhistorie in het proces van ruimtelijke ordening en transformatieopgaven ook aan bod in de Beleidsnota ‘Ruimte voor Geschiedenis’ (vastgesteld 13 april 2005), ‘Spiegel van de Stad, visie op het erfgoed van Amsterdam’ (vastgesteld 14 november 2011) en in ‘Erfgoed voor de stad, agenda voor het erfgoed in een groeiend Amsterdam’ (vastgesteld 5 juli 2016) . Bovendien is om 2021 de bestuursopdracht ‘Erfgoed in een dynamische stad’ vastgesteld (8 juni 2021).
19
Gemeente Amsterdam
97
Gemeente Amsterdam
4
C23 - 092
Historisch-stedenbouwkundige analyse
Het plangebied ligt in het zuiden van de Rivierenbuurt in Amsterdam-Zuid en wordt aan de westzijde begrenst door het Beatrixpark en Boerenwetering, aan de noordzijde door de Wielingenstraat, aan de westzijde door den Europaboulevard en aan de zuidzijde door de A10 en ringspoorbaan.
Luchtfoto uit 2022 van de RAI met daarop in het rood de contouren van het plangebied. Bron: data.amsterdam.nl
Ontwikkelingen tot 1958: Plan Zuid en het AUP Tot in de twintigste eeuw was het RAI-terrein nog landelijk gebied en maakte het deel uit van de Binnendijkse Buitenvelderse Polder. Van oorsprong was dit het veengebied tussen de Amstel en de Schinkel, dat in de middeleeuwen werd ontgonnen. De Boerenwetering was een veenstroompje dat in die tijd werd verbreed om overtollig water naar de Amstel af te voeren. De eerste stedelijke ontwikkeling in de directe omgeving betrof de aanleg van de Rivierenbuurt, die tot stand kwam op basis van het door H.G. Berlage opgestelde uitbreidingsplan Plan Zuid uit 1917. De Wielingenstraat (inclusief verbinding over de Boerenwetering) en de Scheldestraat, de huidige Europaboulevard, waren ook onderdeel van dit plan en begrensden deze buurt aan de westzijde. Ter hoogte van het RAI-terrein was in Plan Zuid een royale parkstrook ingetekend die zich van de Boerenwetering uitstrekte tot aan de Amstel. Hierlangs liep de Zuidelijke Wandelweg: een recreatieve route tussen de Amstelveenseweg en Amsteldijk. Omdat deze een landelijke
20
98
Uitgangspuntennota RAI
Gemeente Amsterdam
C23 - 092
uitstraling moest hebben, waren terreinen aan de weerszijden van deze weg dan ook bestemd voor groen, volkstuinen en sportterreinen. Nadat in 1921 door een annexatie de zuidelijke gemeentegrens opschoof naar de Kalfjeslaan, werden ten zuiden van de wandelweg (ter hoogte van het huidige Hollandcomplex) gemeentelijke sportvelden aangelegd en begon de aanleg van het dijklichaam voor de latere ringspoorbaan.
Uitsnede van Plan Zuid waarop het huidige RAI-terrein (zwarte contour) nog is bestemd als park. Ook is hierop te zien dat de geprojecteerde Zuider-Amstellaan (huidige Rooseveltlaan) verder doorloopt in zuidwestelijke richting. Dit had te maken met de verbinding van het door Berlage geprojecteerde Zuiderstation (B op de kaart) maar dit is uiteindelijk nooit op deze wijze gerealiseerd. SAA: H.P. Berlage, B00000008320, 1915-16.
Na de uitbreiding van het gemeentelijke grondgebied werd in 1928 binnen de dienst Publieke Werken de afdeling Stadsontwikkeling opgericht om onder leiding van C. van Eesteren de uitbreiding van de stad te plannen. Dit resulteerde in het Algemeen Uitbreidingsplan (1935), dat onder andere voorzag in een uitbreidingswijk ten zuiden van de ringspoorbaan: Buitenveldert. Om de verbindingen tussen deze nieuwe wijk en de Rivierenbuurt te verbeteren, werden er ook aanpassingen gedaan op Plan Zuid, waarvan het zuidelijke deel toen nog niet was gerealiseerd. Eén daarvan was de aanleg van de Rivierenlaan (nu President Kennedylaan), die onderdeel moest gaan uitmaken van de ringweg zoals die in het AUP was bedacht – van de huidige Ringweg A10 was toen nog geen sprake. Ook werd besloten om het beoogde park naar het westen te verschuiven zodat het meer in het hart van het nieuwe woongebied zou komen te liggen. In 1935 werd begonnen aan de aanleg van ‘Park Zuid’, in 1938 hernoemd naar de net geboren kroonprinses Beatrix, waarvan stedenbouwkundige J. Mulder het ontwerp in hoofdlijnen ontwierp. De meest oostelijke punt van het Beatrixpark kwam in het noordelijk deel van het plangebied te liggen. Het deel tussen dit park en de beoogde Rivierenlaan (die door zou lopen in westelijke
21
Gemeente Amsterdam
99
Gemeente Amsterdam
C23 - 092
richting) had in het AUP een nieuwe bestemming gekregen: dat van ‘bebouwing met bijzondere bestemming’. Tot na de oorlog bleef het echter nog onbebouwd – desondanks leende het zich toen ook al goed voor evenementen, zoals de kermis. Ook de door Piet Kramer ontworpen brug die de Wielingenstraat met de Diepenbrockstraat verbindt, is uiteindelijk pas na de oorlog, in 1951, gerealiseerd. Het ontwerp stamde echter al uit 1941 en voorzag in een sierlijke brug waarvan met name de zuidzijde in het oog springt: deze beschikt over uitzichtplateaus met zitelementen die ten tijde van de realisatie nog uitzicht boden op de landelijke omgeving ten zuiden van de stad.
Uitsnede van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP), waarop het plangebied is aangegeven met een gele contour. Hierop is te zien dat het noordwestelijk deel van het plangebied (groen) onderdeel uitmaakt van het Beatrixpark en het gedeelte daaronder (fijnmazig rood/geel raster) een andere bestemming heeft gekregen. Het deel van het plangebied ten zuiden van de op het AUP ingetekende Rivierenlaan (gele oost-westverbinding, nooit zo gerealiseerd) werd bestemd voor woningbouw (rode blokjes) met ten zuiden daarvan sportvelden (groen raster). SAA: C.A. van Eesteren, STOK0100025000001, 1935.
22
100
Uitgangspuntennota RAI