20240716 RAI Uitgagnspuntennota Vastgesteld.pdf
Tekst van het document
Naast deze verdichtingsopgave moet RAI ook beter aansluiten op haar omgeving en is het noodzakelijk dat RAI zich opent naar de stad, met voorkanten aan het openbaar gebied. De RAI heeft nu voor een groot deel gesloten wanden naar de omliggende buurten en het park. Het zijn ook vaak de zijden van waar de expeditie
plaatsvindt. Door het toevoegen van programma aan de randen kan de getransformeerde RAI-buurt zich met de voorzijde richten op de openbare ruimte. Met aantrekkelijke plinten (dat wil zeggen een open en levendige plint, waarbij het programma een verbinding zoekt met het maaiveld) wint de openbare ruimte aan verblijfskwaliteit en hecht het zich aan de omgeving (zie figuur 31). Voor alles geldt dat nieuwe bebouwing aansluiting zoekt bij de menselijke maat en tegelijkertijd stevig genoeg is- passend bij de grootschaligheid van de RAI. Dat kan in het straatprofiel door middel van beperkte bebouwingshoogtes, waarbij terugliggend hoger kan worden gebouwd. In het noordelijk deel van het complex wordt met programma en bouwvolume aansluiting gezocht bij de schaal en het karakter van de Rivierenbuurt terwijl in het centrumgebied tot de A10 de relatie met de Zuidas gezocht moet worden- in schaal en dynamiek. De verdichting moet toekomstbestendig zijn, dat wil zeggen flexibel zodat eventuele latere, op dit moment onvoorziene transformaties niet zijn uitgesloten. Zo is bijvoorbeeld het gebruik van de Amstelhal nu dusdanig beperkt dat nagedacht moet worden over hergebruik, multifunctioneel gebruik of mogelijk (al dan niet gedeeltelijke) sloop. Daarnaast moet het ‘verledenbestendig’ zijn en de waarden van het monumentale gedeelte van de RAI respecteren.
Hier liggen kansen om met nieuwe ingrepen in de bouwmassa en openbare ruimte het monumentale deel beter tot haar recht te laten komen.
LEGENDA
Figuur 31: Analyse bestaande plint
32
Uitgangspuntennota RAI
Verbonden RAI De Europaboulevard vormt een fysieke en psychologische barrière tussen het RAI-terrein en de aangrenzende buurten. De gemeente is bezig met de verkenning naar dit Schakelpunt (p 21). Mochten hier aandachtspunten uit volgen die betrekking hebben op het studiegebied van de RAI dan zal dit moeten meegenomen worden in de vervolgfase. Voor het goed functioneren van de fietsnetwerken, verbindingen met het OV en het uitnutten en daar waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte, parken en groen moeten deze routes aantrekkelijker gemaakt worden, door ze een sterker profiel te geven en daar waar mogelijk te begeleiden met(plint-) bebouwing. Ook de route langs de Boerenwetering vanaf de Wielingenstraat tot en met de havenkom moet toegankelijk worden gemaakt. Door meer mogelijkheden te creëren om het RAIcomplex te doorkruisen, wordt het gebied beter verbonden met de omgeving. De nu bestaande fietsroute door RAI, die Station Zuid en het Beatrixpark met de Europaboulevard verbindt, moet een continue, helder doorgetrokken verbinding worden. Een tweede belangrijke route voor voetgangers die evenwijdig loopt aan de eerste maar ten noorden ligt van het Elycium zorgt dan voor een grotere ‘doorwaadbaarheid’ van het complex. Dat geldt ook voor nieuwe verbindingen door de RAI in de noord-zuid-richting.
Onderzocht moet worden hoe routes vanaf de Wielingenstraat tussen de Amstelhal en de Europahal en vanaf de fiets- en voetgangersroute langs de A10 tussen de Hollandhal en de Parkhal daaraan bij kunnen dragen (zie figuur 33).
Duurzame RAI, vergroende RAI De huidige RAI ontbeert groen. De randen van de RAI zijn dat wel. Er liggen kansen om dat bestaande groen robuuster te maken. Zo kan de grens van het Beatrixpark dat nu stopt bij de Boerenwetering een groene sprong maken over het water door een stevig groen profiel aan de oostzijde van de Boerenwetering te maken. Aan de andere zijde moet op innovatieve wijze worden onderzocht hoe het Europaplein- nu nog uit de aard van de functie een groot verhard oppervlak- vergroend kan worden. Ook de grote lege ruimte en de schaal van het plein zijn aandachtspunt: hoe wordt dit tussengebied waar RAI zich hecht aan de Rivierenbuurt een prettig verblijfsklimaat? Wat kan groen en beschutting hieraan verbeteren? In de oost-westrichting liggen kansen om met de twee Plusnet fietsroutes delen van de Hoofdgroenstructuur (Beatrixpark en Amstelscheg) sterker en met robuuster groen met elkaar te verbinden. Dat geldt voor de route langs de A10 maar ook dóór de RAI kan- gekoppeld aan de fietsroute- een nieuwe stevige groene verbinding gemaakt worden tussen Beatrixpark en Europaboulevard. Verdichting gaat hand in hand met het vergroenen van de buitenruimte en van de gebouwen. Door te vergroenen zal het stadsklimaat (hitte, droogte, wateroverlast en wind) verbeteren, en daarmee ook het verblijfsklimaat.
Het doel is een toekomstbestendige buitenruimte te maken door deze rainproof in te richten met meer vergroening en minder verharding. Waar mogelijk moet bebouwing natuurinclusief worden. Dat geldt ook voor de openbare ruimte.
Figuur 32: Doorwaadbaarheid vergroten en verbeteren
Gemeente Amsterdam
33
RAI als mobiliteitshub Er zijn veel logistieke bewegingen in Amsterdam ten behoeve van de bevoorrading van supermarkten, horeca, groothandels, detailhandel en dienstverlening. Ook blijkt uit de Logistieke Strategie (2022) dat ongeveer 7% van alle vrachtbewegingen voor levering aan huis is en dat thuisbezorging groei. Echter heeft het ladend- en lossend vracht- en bestelverkeer een grote impact op stad. De doorstroming (met name in oude stadswijken) wordt beperkt. Bestel- en vrachtverkeer is verantwoordelijk voor 30% van de uitstoot van fijnstof het zorgt voor veel onveilige situaties in het verkeer (onder andere door het rijgedrag van chauffeurs). Om dit op te lossen zet de Logistieke Strategie (2022) in op het voorkomen van onnodige vervoersbewegingen en het bundelen van goederenstromen. Gezien de beperkte ruimte in de stad om de logistieke efficiënter te maken, zou het RAI-terrein een geschikte locatie zijn om goederenstromen te bundelen. Dit kan op een aantal manieren: • Aanbod deelmobiliteit. Het RAI-terrein is een makkelijk toegankelijke openbare locatie waar deelmobiliteitsconcepten (o.a. deelauto, elektrische scooter en deelfiets) kunnen worden gestald. • De RAI als hub/verslagpunt. Hubs zijn hierbij een onmisbare voorziening voor bundeling, overslag en transport met verschillende voertuigen.
Op het RAIterrein kan bijvoorbeeld een horecahub of een hub voor levering aan verswinkels (mogelijk ook deels in bestaande gebouwen) komen.
Opgaven- en kansenkaart Hoe bovengenoemde ambities ruimtelijk zijn vertaald naar de locatie is te zien in de opgaven- en kansenkaart. Maar om werkelijk een geslaagde transformatie mogelijk te maken is de kaart alleen niet voldoende. Om een zekere dichtheid en voldoende ‘massa’ om een vitale, leefbare buurt te maken, die goed is verbonden met het Beatrixpark en Rivierenbuurt en station RAI, is gestudeerd op het minimaal benodigde programma. Het gaat om de bebouwing die gerealiseerd kan worden binnen de gele vlakken. Binnen de gele vlakken zijn 2 soorten bebouwing te onderscheiden, te weten: • bebouwing langs de randen van de RAI (langs A10, Wielingenstraat, aan Boerenwetering). Door langs de randen van de RAI te bouwen worden verbindingen met de omgeving gemaakt en onstaan er sociaal veilige routes. • bebouwing in het hart van de RAI (tussen Europahal en Parkhal/ Hollandhallen) Voor de bebouwing in het hart van de RAI is het noodzakelijk om een minimum programma te realiseren om het gewenste gemengde dynamische woon milieu te creëren. Hier moet minimaal een FSI van circa 2 gerealiseerd worden, dat bestaat uit van een mix van wonen en niet wonen.
Opgave voor de vervolgfase is deze kansrijke mogelijkheden op het RAI- terrein te onderzoeken en voorstellen te doen hoe de hub- functies met aandacht voor een kwalitatieve inpassing kunnen worden gerealiseerd.
LEGENDA
34
Uitgangspuntennota RAI
LEGENDA monumentale bebouwing toe te voegen programma met zwaartepunt op woningbouw toe te voegen programma (geen woningbouw) toe te voegen programma als plint (bouwhoogte > 8m) voorkanten/ aantrekkelijke plinten gericht op de openbare ruimte/ woningontsluiting voorkanten, programma gericht op openbare ruimte rooilijn nader te definiëren LEGENDA
rooilijn/ uiterste bebouwingsgrens openbare ruimte met groene inrichting
monumentale bebouwing
openbaar/ openbaar toegankelijk/ niet toegankelijk (erfpacht RAI)
toe te voegen programma met zwaartepunt op woningbouw
aantrekkelijk programma buitenruimte buurtniveau
toe te voegen programma (geen woningbouw)
toegang RAI voor expeditie-verkeer
toe te voegen programma als plint (bouwhoogte > 8m)
ingang expeditie-verkeer
voorkanten/ aantrekkelijke plinten gericht op de openbare ruimte/ woningontsluiting
verbindingsroutes langs de RAI
voorkanten, programma gericht op openbare ruimte recreatieve route langs Boerenwetering
rooilijn nader te definiëren LEGENDA
LEGENDA
aanknopingspunten met omliggende wijk
rooilijn/ uiterste bebouwingsgrens
monumentale bebouwing
openbare ruimte met groene inrichting
verbindingsroutes door RAI
toe te voegen programma met zwaartepunt op woningbouw
openbaar/ openbaar toegankelijk/ niet toegankelijk (erfpacht RAI)
mogelijke verbindingsroutes door RAI
toe te voegen programma (geen woningbouw)
aantrekkelijk programma buitenruimte buurtniveau
toe te voegen programma als plint (bouwhoogte > 8m)
toegang RAI voor expeditie-verkeer
voorkanten/ aantrekkelijke plinten gericht op de openbare ruimte/ woningontsluiting
ingang expeditie-verkeer
voorkanten, programma gericht op openbare ruimte rooilijn nader te definiëren
openbare ruimte met groene Figuur 33: Kanseneninrichting opgavenkaart
metrostation trein station
recreatieve route langs Boerenwetering
route brandweer
verbindingsroutes door RAI mogelijke verbindingsroutes door RAI
aantrekkelijk programma buitenruimte buurtniveau
groene verbinding door RAI
toegang RAI voor expeditie-verkeer
groen omgeving naar binnen halen
recreatieve route langs Boerenwetering
M
verbindingsroutes langs de RAI
openbaar/ openbaar toegankelijk/ niet toegankelijk (erfpacht RAI)
Gemeente Amsterdam verbindingsroutes langs de RAI
groen omgeving naar binnen halen
aanknopingspunten met omliggende wijk
rooilijn/ uiterste bebouwingsgrens
ingang expeditie-verkeer
groene verbinding door RAI
M
metrostation trein station route brandweer
35
3.2. Programma Zoals het hoofdstuk hiervoor beschrijft is het de ambitie van de gemeente het RAI-complex te transformeren naar een gemengde en verdichte stadwijk door nieuw programma toe te voegen. Bij deze programma-uitbreiding gericht op menging en verdichting is het cruciaal dat de kwalitatieve inpassing voldoet aan de uitgangspunten met betrekking tot leefbaarheid en verbinding met het omliggende wijken/ gebied. Toevoeging van programma van met name wonen maar ook werken en recreëren betekent – in aanvulling op het beurs en congres-programma - dat het gebied multifunctioneler wordt qua gebruik wat ten gunste komt aan de levendigheid. In het hart van de RAI en aan het Beatrixpark en de Wielingenstraat ontstaat er ruimte voor een aantrekkelijke woonbuurt in een internationale omgeving met uitzicht op groen en water. Langs het fietspad aan de A10 is er ruimte voor kantoren. In de rijk beplante openbare ruimte is er plek voor ontspanning op een van de terrassen of bankjes en voor inspanning in de urban sportzone. De nu nog kale vlakte aan de Europaboulevard biedt kans voor een groen plein waar ruimte is voor experimentele invulling en tijdelijke initiatieven.
3.2.1. Wonen De ligging van de RAI vanuit de omgevingsvisie te kwalificeren als hoogstedelijk centrum of -buurt, de grote nieuwbouwopgave en de beperkte bouwlocaties maakt het toevoegen van een zo groot mogelijk aantal woningen wenselijk. Voor het woningprogramma is het uitgangspunt 40-4020 (40% sociaal, 40% middelduur, 20% vrije sector). Een eventueel afwijkingsverzoek op 40/40/20 moet voor advies voorgelegd worden aan de directeur G&O. Dit ter voorbereiding op het voorleggen van het verzoek aan de wethouder en het College. Voor de invulling van het woningprogramma op het RAI-terrein worden onderstaand twee ontwikkel- c.q. uitwerkingsvarianten beschreven die vanuit de gemeente als wenselijk worden geacht. Variant ‘dynamische aanlandplek’ In deze variant wordt gekozen voor een woonprogramma waar bewoners in de regel relatief kort wonen. Dit woonprogramma past bij een hoogstedelijk woonmilieu met veel dynamiek. Het leven van bewoners is niet gericht op de eigen woonomgeving (RAI-gebied) of buurt (Rivierenbuurt) maar op de hele stad en daarbuiten. Hier passen kleine huurwoningen bij. De woningbehoefte voor jongeren en studenten blijft onverminderd groot. Deze woningen worden kort bewoond omdat deze groepen aan het begin staan van woon- en werkcarrière. Daarnaast kunnen woningen in het midden- en vrije segment worden gerealiseerd.
Woningen in dit segment zullen op deze locatie niet heel groot zijn. Dit type woning zal passen bij een- of tweepersoonshuishoudens met een hoger inkomen. Ook voor deze groep geldt dat er sprake zal zijn van een grote doorstroom waardoor weinig binding met het gebied zal ontstaan. Huishoudens in deze categorie zitten veelal ook in levensfase waarin sprake is van veel mobiliteit. Voor het sociale huursegment kan gedacht worden aan een deel kleinere woningen voor jongeren of studenten (1 à 2 kamers, ca. 30 m2) en alleenwonenden (2 kamers, 40-45 m2). In het middensegment kunnen tweekamerhuurwoningen plaats bieden aan vooral relatief jonge eenpersoonshuishoudens die geen toegang tot sociale huur hebben maar voor wie het dure (koop)segment (nog) niet bereikbaar is. Gemeentelijk beleid vraagt op RAI-terrein een minimale woninggrootte van 30m2 voor middeldure huurwoningen. Er is wetgeving in de maak die samen met het woningwaarderingsstelsel mogelijk invloed krijgt op de hoogte van de huur.
Figuur 34: mpressie Beurskwartier, Utrecht [Gemeente Utrchet]
36
Het dure vrije sector segment zal woningen van drie kamers of meer kunnen tellen en zal tweepersoonshuishoudens bedienen. Het is mogelijk dat er ook enkele gezinnen in deze ruimere woningen gaan bewonen. Er is in Amsterdam geen tekort aan vrije sector huur maar wel aan vrije sector koop.
Uitgangspuntennota RAI
Variant ‘stedelijk verblijfsgebied’ Een andere optie is een woonprogramma dat zich richt op een bredere groep woningzoekenden. Hierin past een mix van woningen waarin, naast jonge ‘mobiele’ huishoudens zoals hierboven beschreven, woningen worden gerealiseerd die gezien prijs en kwaliteit passen bij andere groepen waaronder (jonge) senioren en startende of kleine gezinnen. Een mix van woningen past bij de ambitie uit het coalitieakkoord om te bouwen naar de behoeftes van de brede groep woningzoekenden in de stad. Voor het sociale huursegment kan gedacht worden aan een deel kleinere woningen voor jongeren of studenten (1 à 2 kamers, ca. 30 m2), alleenwonenden (2 kamers, 40-45 m2) en zelfstandige geclusterde ouderenwoningen (55-60 m2). Om sociale huur voor de stad te kunnen behouden, is het raadzaam tijdig een woningcorporatie bij de planontwikkeling te betrekken. In het middensegment kunnen tweekamerhuurwoningen van ca. 50m2 plaats bieden aan relatief jonge een- of tweepersoonshuishoudens die niet tot de doelgroep voor sociale huur behoren maar voor wie het dure (koop) segment (nog) niet bereikbaar is. Ook is er behoefte aan (geclusterde) ouderenwoningen in dit segment. Woningen geschikt voor en gericht op ouderen kunnen bijdragen aan de doorstroom als ouderen in omliggende buurten verhuizen naar deze locatie.
Voor de kwaliteit van het gebied is het wenselijk om in te zetten op variatie in woningtypes in het middensegment met in ieder geval tweekamerwoningen en zo mogelijk ook kleine driekamerwoningen waarin ook kleine gezinnen kunnen wonen. Het dure segment zal woningen van drie kamers of meer kunnen tellen. Dit segment kan tweepersoonshuishoudens en gezinnen bedienen. Normaal gezien wordt aangeraden vrije sector in de koop te doen om buurtbinding meer kans te geven. Maar ook vrije sector huur is een optie. Dit woonprogramma past bij een woonmilieu wat goed aansluit op de Rivierenbuurt waarin veel dynamiek is maar waarin bewoners ook langdurig in het RAI-gebied verblijven. Een deel van de bewoners zal ook meer gericht zijn op voorzieningen in de buurt (Rivierenbuurt). Een langdurig verblijf in het RAI-gebied maakt dat het RAI-terrein meer de uitstraling van een woonbuurt zal krijgen.
3.2.2. Kantoren De locatie van RAI is in het kantorenplan 2019-2026 als verlengde van de Zuidas aangeduid als internationaal topmilieu. De RAI-locatie kan in potentie een goede locatie zijn voor het ontwikkelen van nieuwe kantoren. Er is sprake van een centrale ligging nabij het station RAI en in het verlengde van Zuidas waardoor, mede door het grote OV-knooppunt, de bereikbaarheid goed is. Kantoren die op marktvraag kunnen rekenen, zijn kantoren met vloervelden van minimaal 1000 m2 in multitenantgebouwen met gedeelde inpandige faciliteiten en voorzieningen. De vloeren dienen flexibel qua indeling en maatvoering te zijn. De RAI-locatie leent zich voor verschillende type kantoorgebruikers: van grote hoofdkantoren of multi-tenant kantoren, tot aan de meer traditionele kantoorgebruikers (financieel, consultancy, rechtskundig, accountancy) maar ook voor nieuwe techbedrijven zou het aantrekkelijk kunnen zijn. De fasering/faseerbaarheid van nieuwe kantoren op de Zuidas en omgeving is een belangrijk aandachtspunt. Wanneer nieuwe kantoormeters op de markt komen, is het van belang dat op andere nabijgelegen ontwikkelingen wordt afgestemd. Het is van belang om te monitoren welke doelgroepen en marktsegmenten bediend worden om te sturen op een afgewogen kantooraanbod wat aansluit bij de marktvraag.
Aandachtspunten Voor een goed kantoormilieu dient de planuitwerking van de RAI ook te voldoen aan de andere randvoorwaarden, namelijk het realiseren van een goede functiemix om de levendigheid te bevorderen. Denk hierbij aan woningen, kantoorruimte, horeca en maatschappelijke functies. Naast een goede OV bereikbaarheid vragen toekomstbestendige kantoren om een aantrekkelijke openbare ruimte, levendige plinten en voorzieningen, een goede functiemix en verbinding met de stad. Om de Zuidas blijvend bereikbaar te houden moet ook worden nagedacht op welke wijze de toevoeging van kantoren vanuit het perspectief van mobiliteit inpasbaar is. Zie hiervoor ook hoofdstuk 3.5.3 waarin toegelicht wordt waarom er geen extra auto-verplaatsingen in maatgevende spits is toegestaan.
Figuur 35: Impressie Beurskwartier [Gemeente Utrecht]
Gemeente Amsterdam
37
3.2.3. Detailhandel Om winkelleegstand te voorkomen zet Amsterdam in op een selectieve groei van het aantal winkel(meters). Welke ontwikkelingen Amsterdam voor ogen heeft op het gebied van detailhandel is weergegeven in het detailhandelsbeleid. Hierin wordt aangegeven waar en onder welke voorwaarden de gemeente mogelijkheden ziet voor het toevoegen van detailhandel. Eén van de voorwaarden voor het toevoegen van (nieuwe) detailhandel, is als er sprake is van een substantiële toename van het aantal woningen. Op het moment dat er concrete plannen liggen wat betreft woningbouwontwikkeling kan met een ruimtelijke toets onderzocht worden welke mogelijkheden er zijn op het gebied van het toevoegen van detailhandel. Echter moet bij nieuwe ontwikkelingen in eerste instantie gebruik worden gemaakt van het omliggende winkelgebied en gezien de locatie van de RAI leiden nieuwe ontwikkelingen naar alle waarschijnlijkheid niet tot toevoeging van het aantal meters detailhandel. 3.2.4. Horeca De gemeente werkt aan een nieuw stedelijk beleidskader voor horeca en terrassen. Naar verwachting wordt het stedelijks beleidskader horeca en terrassen in 2024 vastgesteld. Dit nieuwe stedelijk (ruimtelijk) kader voor horeca en terrassen in Amsterdam is een overkoepelend instrumentarium waarmee lokaal gestuurd kan worden op horecavestigingen die passen bij het gebied waar ze zich vestigen.
Op basis van het gemeentelijk beleid ontwikkelt het stadsdeel horecaambitieplannen. Horeca-ambitieplannen worden per stadsdeel opgesteld met kennis vanuit stadsdelen en stakeholders. Het horeca-ambitieplan is richtinggevend en helpt bij het maken van keuzes bij een buitenplanse afwijking en bij het wel of niet toekennen van een vergunning. Zolang deze er nog niet zijn worden horecainitiatieven die een aanvulling zijn op de bestaande horecavoorzieningen in de omgeving met maatwerk beoordeeld. De gemeente ziet op dit moment kansen om van het RAI-terrein een plek te maken waar de netwerken van lokale en internationale professionals kunnen worden verbonden. Daarnaast is het RAI-terrein geschikt om door middel van horeca toevoeging de leefwerelden van de RAI en de omliggende buurten met elkaar te verbinden. Hierbij is het belangrijk dat overlast voor de omgeving voorkomen wordt en het bestaande leefklimaat verbetert.
3.2.5. Maatschappelijke voorzieningen De gewenste maatschappelijke voorzieningen op het RAI-terrein worden in kaart gebracht aan de hand van de Referentienorm maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen. Daarnaast spelen de op dat moment actuele huisvestingsopgaven vanuit de betreffende beleidsdomeinen én de relatie met de bestaande voorzieningenstructuur in de omgeving een rol. De Referentienorm maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen geeft aan wat de normen zijn voor ruimte voor onderwijs, jeugd-, zorg- en basisvoorzieningen, kunst & cultuur, groen, spelen en sport. Met behulp van deze norm wordt uitgerekend hoeveel extra vierkante meters van elke voorziening nodig is bij realisatie van een x-aantal nieuwe woningen. Het gaat om zowel buurtvoorzieningen als voorzieningen met een bovenwijks bereik. Zodra de plannen van de RAI wat betreft woningbouwprogramma concreter zijn, zal er met behulp van de referentienorm het benodigd voorzieningenprogramma nader in kaart worden gebracht en worden vertaald naar concrete ruimtevragen. Op dit moment ziet de gemeente het toevoegen van (betaalbare) ruimte voor een kinderdagverblijf en eerstelijns zorgvoorzieningen op het RAI-terrein als mogelijke kansen omdat daar behoefte aan is in Amsterdam Zuid.
Maar in het geval van een substantieel woningbouwprogramma kan ook worden gedacht aan een ontmoetingsruimte voor de nieuwe bewoners in het gebouw zelf waar eventueel de buurt, welzijn, sport en kunst & cultuur in de activiteiten bij aanhaakt. Bij verdere planontwikkeling moet wel rekening gehouden worden met het feit dat enkele voorzieningen gevoelige bestemmingen zijn. Zie ook paragraaf 2.4.9 Geluidhinder en paragraaf 2.4.10 Luchtkwaliteit.
Figuur 36: Een zomerse dag bij Strandzuid en de Boerenwetering [Kees Winkelman]
38
Uitgangspuntennota RAI
3.2.6. Onderwijs Qua ambitie op het gebied van onderwijs voor het RAIterrein ziet de gemeente kansen voor huisvesting van het MBO-onderwijs. De gemeente heeft voor de huisvesting van MBO-instellingen geen wettelijke taak maar ziet wel het belang hiervan in. Het MBO is immers een krachtige speler in de stad als het gaat om beroepsgericht onderwijs en toekomstperspectief voor jongeren en volwassenen. Eén van de grotere doelen uit de MBOAgenda 2023-2027 is de gezamenlijke investering van bedrijfsleven en onderwijs in het opleiden en begeleiden van studenten. Begin 2023 gaven RAI en het ROC aan gezamenlijk onderzoek te gaan doen naar de mogelijkheid om het ROC (locatie Da Costastraat) integraal onderdeel uit te laten maken van de planuitwerking van de RAI. Inmiddels hebben de wethouders van Onderwijs Mbarki en stedelijke ontwikkeling, Van Dantzig, laten weten in principe positief te staan tegenover het initiatief en het nadere onderzoek. Voor het RAI-terrein zou specifiek de samenwerking tussen RAI en de ROC van Amsterdam (ROCvA) locatie Da Costastraat een logische keuze zijn gezien het type opleidingen van de Da Costastraat (hospitality). De gemeente stimuleert de RAI om ook samenwerkingen met andere MBO-instellingen en MBO-opleidingen te verkennen. En stelt als voorwaarde om hierover met meerdere MBO-instellingen contact over op te nemen.
Het MBO kan gezien worden als de motor van de stad, en met de talloze MBO-opleidingen, geeft dit de RAI de kans om op verschillende manier nog meer in verbinding te staan met de stad en de makers van morgen. Naast hospitality bij het ROCvA kan bijvoorbeeld gedacht worden aan media-opleidingen van het Mediacollege Amsterdam en/of meer en technische opleidingen van het Hout en Meubileringscollege. Tot slot zou het mooi zijn als de samenwerking plaatsvindt op verschillende MBO-niveaus (1 t/m 4), om zo zoveel mogelijk studenten met verschillende achtergronden (baan)perspectief en kansen te bieden.
Figuur 37: Groot evenement in Rai RAI [Jan Vonk]
Gemeente Amsterdam
Welke locatie geschikt is voor onderwijshuisvesting beoordeelt de gemeente met maatwerk. Om onderwijshuisvestingkeuzes te maken worden verschillende criteria meegenomen in de beoordeling. Voorbeelden van criteria zijn: • De spreiding van scholen in een buurt en keuzevrijheid voor ouders/leerlingen. Het is belangrijk dat er een divers aanbod van scholen per buurt zit. • Gezonde scholen, zowel in aantal leerlingen als in onderwijskwaliteit. Hierbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar de omvang van de school. • Duurzaamheid. De gemeente kijkt naar de duurzaamheid van het gebouw maar ook naar hoelang de school in het gebouw kan blijven gezien de leerlingenprognoses en het aantal verhuisbewegingen van een school. • Impact in geval van medegebruik. De gemeente kijkt hierbij naar het mengen van verschillende leerlingenpopulaties, het samen plaatsen van concurrerende concepten en het (onnodig) splitsen van een school over meerdere adressen. • Omgevingsaspecten. Te denken valt aan de gevolgen voor het gebied en de maatschappelijke effecten. Zo zal bij de inpassing van de school rekening gehouden moeten worden met de benodigde buitenruimte voor de leerlingen. Om de Zuidas bereikbaar te houden zal vooraf aangetoond moeten worden welke maatregelen worden genomen om de maatgevende spits te ontzien. • Nabijheid van onderwijshuisvesting.
Hierbij wordt gekeken naar de afstand voor leerlingen tussen woning en school maar ook naar de (veilige) bereikbaarheid van de school. • Tegengaan van segregatie. Onderwijshuisvesting kan ook impact hebben op de mate van segregatie in een school, gebouw of buurt.
Figuur 38: Urban Sports [Yalp]
39
3.2.7. Sport Qua ambitie op het gebied van sport benadrukt de Sportvisie 2025 – De Sportieve Stad (2016) het belang van het aanbieden van sport- en beweegaanbod om de hoek, waarbij sport (en bewegen) een vanzelfsprekend en zichtbaar onderdeel van de stad is. Daarbij wordt het realiseren van een sport- en beweegvriendelijke openbare ruimte en het beter benutten van parken, groen en water voor sport ook genoemd. Om de behoefte aan ruimte voor sport- en spelvoorzieningen op het RAI-terrein te berekenen wordt er gekeken naar het woningbouwprogramma. Dit wordt in de verdere planontwikkeling gedaan aan de hand van de Referentienorm Maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen.
3.2.8. Kunst en cultuur In het Plan Kunst en Cultuur Zuidas 2021-2025 is de RAI genoemd als een complex waar culturele evenementen plaatsvinden. Zo vindt er twee keer per jaar een kunstbeurs plaats (PAN en KunstRAI) en worden in het theater incidenteel culturele voorstellingen gegeven. Bij invulling van de nieuwe plannen is het wenselijk deze functies binnen het complex te behouden.
Op dit moment is de druk op de bestaande sportvoorzieningen in dit deel van Amsterdam Zuid groot en er is weinig ruimte om extra meters toe te voegen. Hiertoe liggen er bij de ontwikkeling van RAI kansen in het (beter) benutten van de buitenruimte voor sport, bewegen en in het verlengde daarvan ook spelen. Kansen voor het RAI-terrein zijn: • Het verbinden van de omliggende buurten met het Beatrixpark zodat er sportieve-recreatieve routes ontstaan. Daarbij kan gedacht worden aan het versterken van de entree van RAI naar het park en het programmeren van sport en bewegen. • De RAI kan als verbindende schakel met de Amstelscheg dienen met de inrichting van een sporten beweegvriendelijke openbare ruimte. • Het toevoegen van sport- en speelvoorzieningen op het Europaplein. Hierbij kan ruimte worden geboden aan nieuwe sporten en innovatieve sportconcepten. Gezien de verwachting dat de RAI het Europaplein ook tijdens evenementen wil blijven gebruiken, kan nagedacht worden over flexibele concepten of ondergronden die multifunctioneel te gebruiken zijn. • In de agenda ‘Urban Sports 2025’ wordt de RAI genoemd als geschikte plek voor betere sport- & speelplekken en accommodaties voor urban sports.
Bij de realisatie van een groot nieuw openbaar toegankelijk (binnen)terrein kan de toevoeging van kunstwerken zorgen voor een aangenaam verblijfsklimaat. De werken kunnen met de bestaande werken op het RAI-terrein (Kristalpaleis van Giny Vos onder het Elicium en ‘I want a permanent Wave’ van Gerald van der Kaap in het metrostation Europaplein) tot een kunstexpositie in de openbare ruimte leiden.
Wat de behoefte aan vierkante meters van kunst- en cultuurvoorzieningen in het RAI-gebied is, is ook hier afhankelijk van het woningbouwprogramma. Deze wordt op basis van de Referentienorm maatschappelijke voorzieningen berekend. Invulling kan met kleinschalige buurtgerichte culturele activiteiten plaatsvinden.
Figuur 39: Kunst in de openbare ruimte [Spitafields Market]
Tot slot wordt in de sportvisie genoemd dat Amsterdam investeert met haar partners in de op- en uitbouw van een professioneel topsportklimaat waarin excelleren mogelijk is. De RAI is een geschikte plek waar topsportevenementen georganiseerd (kunnen) worden. Eerder zijn er verkennende gesprekken geweest tussen de RAI en de gemeente over het realiseren van een topsportevenementenhal op het RAI-terrein. Met deze kans krijgt de RAI een sportprofiel en heeft de gemeente Amsterdam er een sportevenementenhal bij.
Figuur 40: Mensen schaatsen in het Boerenwetering [Jan Vonk]
40
Uitgangspuntennota RAI
3.3.
Duurzaamheid
Het Amsterdamse beleidskader voor duurzaamheid bestaat op hoofdlijnen uit vijf pijlers: • Duurzame energie: het komen tot een duurzame energievoorziening met opwek van duurzame energie (zonder aardgas), met een nieuwe, slimme energie distributie en energie neutraal bouwen . • Schone lucht: voldoen aan de wettelijke eisen plus sturen op gezonde lucht om de leefkwaliteit in de stad te verbeteren • Circulaire economie: in de basis gaat het om het in stappen ontwikkelen van een circulaire economie. Aandachtsgebieden zijn circulair bouwen en afval scheiden. • Klimaatadaptatie: de stad inrichten zodat hevige buien niet leiden tot overlast en in het verlengde daarvan het voorkomen van opwarming van de stad (urban heat island) en droogte. • Vergroening en ecologie: de stad maximaal vergroenen en de biodiversiteit versterken en stimuleren.
3.3.1. Duurzame energie Amsterdam wil in 2040 aardgasvrij zijn. Zuidas wil naast het actief sturen op het aardgasloos opleveren van nieuwbouw ook werken aan het systematisch afkoppelen van bestaande gasaansluitingen. Amsterdam zet in op goed geïsoleerde, energieleverende gebouwen, conform de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Lage temperaturen en collectieve warmtesystemen verlagen de CO2-uitstoot van de gebieden. Zuidas stimuleert partijen om primair te kiezen voor warmte- en koudeopslag (WKO) op eigen terrein, eventueel in combinatie met een aansluiting op stadswarmte en/of het stadskoelingsnetwerk. Specifiek voor koeling heeft Zuidas de ambitie het stadskoelingsnetwerk van Vattenfall door te trekken naar het RAI-complex om zo met name in tijden van piekvraag voldoende en duurzame koeling te kunnen leveren. De nieuw te bouwen delen dienen minimaal energieneutraal en bij voorkeur energieleverend te zijn. Om dit te bereiken zullen alle bestaande en te behouden gebouwen voldoende geïsoleerd moeten zijn. De ambitie is om innovatie de ruimte te geven voor o.a. lokaal warmte en koude uitwisselen tussen gebouwen en functies. Amsterdam zet in op het maximaal opwekken van zonneenergie, door onder meer daken, maar ook gevels te benutten voor zonnepanelen. In de huidige situatie wekt RAI een klein deel van de benodigde elektriciteit zelf op via zonnepanelen.
In combinatie met groot onderhoud en vervanging van gebouwen kunnen mogelijkheden voor extra opwek gerealiseerd worden. De ambitie is om eventuele innovaties in bijvoorbeeld de vorm van stedelijke windenergie de ruimte te geven. 3.3.2. Circulariteit In een circulaire stad zorgen we ervoor dat grondstoffen en materialen worden hergebruikt en niet verloren gaan. Slimme gebouwontwerpen voorkomen zo veel mogelijk het gebruik van grondstoffen en bij het toevoegen van materialen wordt zo veel mogelijk gekozen voor hergebruikte en biobased materialen. In het kader van toekomstbestendige gebouwen stimuleert Amsterdam adaptief ontwerpen. De circulaire ontwerpprincipes gelden ook voor de openbare ruimte. Het sluiten van de kringloop heeft ook betrekking op het reduceren van afval. Een circulair systeem voor bedrijfsafval voorkomt in eerste instantie eenmalig gebruik en maakt gescheiden afvalinzameling en – verwerking mogelijk.
Figuur 41: Groenstrook op Wielingenstraat [Jan Vonk]
Gemeente Amsterdam
41
3.3.3. Klimaatadaptatie In het extremer wordende klimaat is het aanpassen van de omgeving aan de klimaatverandering onontkoombaar. Voor de (her)ontwikkeling betekent dit dat er maatregelen getroffen worden om hittestress, droogte en wateroverlast te voorkomen. Door klimaatverandering zullen de frequentie en intensiteit van hoosbuien de komende jaren toenemen. Omgaan met extreme neerslag is een gedeelde verantwoordelijkheid en een opgave voor zowel gemeente, Waternet, bewoners en ondernemers. In het gemeentelijke Omgevingsprogramma Riolering staat de eis voor de openbare ruimte dat er geen schade mag optreden bij een bui van 70 mm in één uur (voor vitale infra geldt: moet blijven functioneren bij een bui van 90 mm in één uur). Om wateroverlast te voorkomen dient er bij nieuwe ruimtelijke (her)ontwikkelingen rekening gehouden te worden met de afvoer van hemelwater. Zo stimuleert het programma Rainproof Amsterdam bewoners, ondernemers, ambtenaren en kenniswerkers om hemelwaterbestendig te werken bij de verandering van daken, straten, tuinen, parken en pleinen. Een regenbestendige inrichting van zowel het RAI-complex als de openbare ruimte, gebruikmakend van het omliggende water en groen is daarom uitgangspunt. Groene daken of polderdaken kunnen afvoer van regenwater vertragen of bergen en zullen dan ook maximaal ingezet worden bij de (her)ontwikkeling.
Met name nieuwe bouwdelen kunnen hiervoor geschikt zijn. Maatregelen bij nieuwe ontwikkelingen Er zijn in verschillende wettelijke – en beleidskaders regels opgenomen waaraan nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen. Hieronder volgt een korte samenvatting, in de checklist in de bijlage is dit meer uitputtend opgenomen: 1. Op grond van de Omgevingsverordening Noord Holland 2020 geldt een aanvullende motiveringsplicht ten aanzien van klimaatadaptatie. Deze motiveringsplicht houdt in dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s van klimaatverandering. 2. Op grond van de Hemelwaterverordening (HWV) (2021) dient bij nieuwbouw op kavels een waterberging van 60 mm neerslag per m2 bebouwd oppervlak vast te houden. Het water dient vertraagd afgevoerd te worden met een maximaal debiet van 1 mm/m2/uur. 3. Bij kelderbouw dienen nadelige gevolgen voor de grondwaterstand te worden voorkomen. Daarom is in oktober 2021 het paraplubestemmingsplan ‘Grondwaterneutrale kelders’ vastgesteld. 4. Met betrekking tot grondwater is in het Omgevingsprogramma Riolering 2022-2027 een ontwateringsnorm van 90 cm opgenomen voor nieuwbouw- en transformatiegebied.
42
3.3.4. Duurzame mobiliteit Specifieke aandacht zal noodzakelijk zijn voor vervoer en logistiek, zie hiervoor ook hoofdstuk 3.5 Mobiliteit. Ten aanzien van verduurzaming geldt dat de slag naar een duurzamere toekomst noodzakelijk is. De ambitie van Amsterdam (Actieplan Schone Lucht) is dat al het gemotoriseerd wegverkeer op Amsterdamse wegen vanaf 2030 uitstootvrij zou moeten zijn om de uitstoot in 2030 terug te brengen naar nul. Het benutten van zowel de logistieke hub als de parkeergarages is een kans om dit te faciliteren. Daarbij kan gedacht worden aan oplaadplekken, maar ook aan bidirectioneel laden, het terugleveren van energie op het net, mogelijk te maken. RAI kan daarbij benut worden als een locatie voor de buurt en de stad waar elektriciteit gebufferd wordt om pieken af te vangen op het net. 3.3.5. Groen en biodiversiteit Het Beatrixpark ten westen van de RAI kent een hoge ecologische waarde. Op grond van de Wet Natuurbescherming (Wnb) dient rekening te worden gehouden met alle aanwezige dier- en plantensoorten in het projectgebied. Bij verdere ontwikkeling van de RAI is van alle onderdelen van de Wnb alleen het onderdeel ‘soortenbescherming’ van belang. Het is niet aannemelijk dat een ontwikkeling negatieve effecten heeft op beschermde Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden of beschermde houtopstanden.
Echter, voor wat betreft de effecten op Natura 2000-gebieden zal te zijner tijd onderzoek moeten worden gedaan naar stikstofdepositie om dit aan te tonen. Bij de planvorming is verder bepaald dat een natuurtoets wordt uitgevoerd om te bepalen of er soorten in het projectgebied aanwezig zijn. Een eventueel aanvullend onderzoek moet uitwijzen of nadelige gevolgen ontstaan en of mitigerende maatregelen nodig zijn.
Figuur 42: Zicht op rai vanaf het Beatrixpark [Jan Vonk]
Uitgangspuntennota RAI
Met de Groenvisie 2020-2050 wil Amsterdam een leefbare stad realiseren voor zowel mens als dier met aandacht voor gezondheid, natuur, klimaatadaptatie en sociaal welzijn. Groen is belangrijk voor een fijne en gezonde leefomgeving en is hard nodig om de stad te beschermen tegen droogte, hitte en extreme regenval. De RAI is de meest stenige buurt uit de Zuidas. Zie hiervoor ook hoofdstuk 2.4.4 Verharding. Dit heeft negatieve effecten op het stadsklimaat en verblijfskwaliteit. Toevoegen van zowel horizontaal als verticaal groen zijn van belang om een bijdrage te leveren aan een leefbare stad. De grootste onbenutte oppervlakten zijn het dak, (blinde) gevels en delen van het maaiveld. Groene oppervlakten en lijnen zijn zowel van grote waarde voor diverse soorten insecten en vogels als voor het verlagen van de omgevingstemperatuur. Inspiratie voor klimplanten aan de gevels kan worden gevonden in de Klimplantengids (2022) van de gemeente Amsterdam. Inspiratie voor natuurinclusieve maatregelen kan worden gevonden in het Handboek Natuurinclusief bouwen (2019) van de gemeente Amsterdam en in het document Plan voor een groene Zuidas (2018). Hierin worden de ambities voor een, klimaatadaptieve, groene en natuurinclusieve Zuidas omschreven en worden ontwikkelaars aangemoedigd om een positieve bijdrage te leveren aan de biodiversiteit in de stad.
De waterpartij (Boerenwetering) aan vormt nu aan de westzijde de harde overgang tussen de RAI en het Beatrixpark. De herontwikkeling van de RAI biedt mogelijkheden om de overgang tussen het groene Beatrixpark naar het versteende RAI-complex en natuurlijke verloop te geven. Zo zou het doortrekken van een groene fietsroute van het Beatrixpark naar de Rivierenbuurt één van de mogelijkheden kunnen zijn om deze overgang te verzachten.
Figuur 43: Insectenhotel op gevel [Jan Vonk]
Gemeente Amsterdam
3.4.
Logistiek
Op het gebied van logistiek ligt er voor de gemeente een grote opgave. Logistiek neemt naar verhouding veel ruimte op de wegen in en heeft een grote impact op de verkeersveiligheid, luchtkwaliteit, leefbaarheid en bereikbaarheid. De gemeente stelt daarom steeds meer eisen aan verkeer en vervoer in de stad en zet in op het verduurzamen van logistieke stromen. Uitstootvrije zone In de Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit Amsterdam 2023-2026 wordt omschreven dat vanaf 2025 de milieuzone, waar de RAI gedeeltelijk in ligt, een uitstootvrije zone wordt, zie ook paragraaf 2.4.8. De uitstootvrije zone heeft impact op de logistieke routes van vrachtverkeer van en naar de RAI en betekent dat op termijn het vrachtverkeer op fossiele brandstof de RAI alleen via de zuidelijke ingang de hallen kan bereiken. De ingang bij de Wielingenstaat is dan alleen nog toegankelijk voor vrachtwagens die oplaadbaar zijn of op waterstof rijden. Kansen logistiek RAI-terrein Eén van de geformuleerde kansen uit de logistieke strategie (2022) is de betekenis die de RAI kan hebben als locatie voor een logistieke hub. Een logistieke hub is een knooppunt in een mobiliteitsnetwerk, waar verschillende vervoerswijzen en de bijbehorende infrastructuur samenkomen. De hub fungeert als overslag- of overstappunt in de reis, waarbij dubbelgebruik op de locatie zorgt voor ruimte-efficiënte oplossingen.
Vanwege de geschikte locatie van de RAI, aan de rand van de uitstootvrije zone zou met de RAI als hub, de bereikbaarheid van de stad kunnen worden behouden en verbeterd. Uit onderzoek moet blijken waarvoor de RAI-locatie zich eventueel het best zou lenen. Er zijn verschillende soorten hubs die in aanmerking komen, te denken valt aan horecahub of een hub voor belevering van verswinkels maar er zijn verschillende andere mogelijkheden.
Figuur 44: Insectenhotel op de openbare ruimte [Marcel Steinbach]
43
Daarnaast is en blijft de RAI ook voor veel goederen een eindpunt. Gemeente Amsterdam zet in op slimme en duurzame logistiek om de stad te beleveren. Alle logistieke partners zijn nodig in deze transitie. De ambities van de RAI om de eigen logistiek waar mogelijk slimmer en duurzamer te maken, sluiten inhoudelijk aan bij de Logistieke Strategie van de gemeente. Bijvoorbeeld door gebruik van een zogenaamd ‘warehouse’ buiten de stad waar overslag van goederen naar bijvoorbeeld elektrisch vervoer kan plaatsvinden. Op deze wijze kan het aantal vervoersbewegingen op de ring verminderen (alleen volle vrachtwagens rijden nog naar de RAI) en het voorkomt vrachtwagens op fossiele brandstof. Hierbij kan ook onderzocht worden of duurzaam transport via water mogelijk is. Verder ziet de gemeente op het gebied van logistiek kansen voor flexibel ruimtegebruik. De benutting van de hallen en buitenruimte verschilt van maand tot maand. Dit geldt ook voor de goederenstroom die de stad in- en uitgaat. Met de RAI zou nader onderzocht moeten worden hoe de benutting van de hallen en buitenruimte eruitziet en of tijdelijke vrije ruimte benut kan worden voor logistieke stromen. Tot slot heeft de gemeente de ambitie om de bufferterreinen, die nu door RAI worden gebruikt om hun logistieke stromen te reguleren, voor andere doelen te gebruiken.
Zo worden voor het bufferterrein Westport vanuit logistiek perspectief kansen gezien om dit terrein in te richten als (bouw)hub voor materialen die niet over water kunnen.
3.5.
Mobiliteit
Er zijn diverse beleidskaders vanuit de gemeente die betrekking hebben op mobiliteit (zie hiervoor de bijlage A, overzicht beleidskaders). Die kaders geven een opdracht mee voor de verdere ontwikkeling van de stad, namelijk: een Amsterdam met meer aandacht voor duurzaamheid en leefkwaliteit, waarbij ruimte-efficiënte, schone, stille en gezonde vervoerwijzen de voorkeur hebben. Dus een stad gebaseerd op lopen, fietsen en OV, waardoor er ruimte kan komen voor aantrekkelijke verblijfsgebieden. Het beleid wil dit bewerkstelligen door: • de nabijheid van activiteiten te stimuleren; • het autoverkeer zo veel mogelijk af te vangen op hubs aan de randen van de stad en in de regio; • verlaging van parkeernormen auto; • het ontwikkelen van nieuwe fiets- en voetgangersverbindingen; • het stimuleren van spitsmijden; • het reguleren van het autoverkeer tussen stadsdelen; • snelheidsverlaging van de auto in de stad met 30 km/u als norm; • het tegengaan van barrièrevorming van infrastructuur. Bereikbaarheid en mobiliteit opgave voor de RAI De RAI is goed bereikbaar met de auto, het OV en de fiets. Dit is één van de sterke kanten van deze evenementenlocatie. Het is van belang om deze goede bereikbaarheid ook voor de toekomst te waarborgen.
Om de RAI en omgeving van de RAI bereikbaar te houden bij de geplande ontwikkelingen op het RAIterrein en in de omgeving, zijn verschillende opgaven geïdentificeerd die terugkomen in drie thema’s : • Doorkruisbaar gebied, verbinding met omgeving; • Transitie parkeren en P+R naar lokale functie; • Geen extra auto-verplaatsingen in maatgevende spits.
Doelen van het Plusnet en Hoofdnet fiets zijn: • stimuleren van het dagelijkse fietsgebruik; • garanderen van de bereikbaarheid van de stad, de stadsdelen en aangrezende gemeenten; • garanderen van de bereikbaarheid van stedelijke bestemmingen en de belangrijkste treinstations; • gebruik van de plusnetroutes als recreatieve en toeristische verbindingen vanuit de stad naar de groengebieden; door het bieden van: • snelle en comfortabele fietsroutes; • een logisch, herkenbaar en samenhangend netwerk; dat voldoet aan de volgende randvoorwaarden: • het is verkeersveilig (met name voor fietsers); • het is sociaal veilig; • het is goed te beheren en te onderhouden. Figuur 45: Parkeergarage RAI [Arno Prijs]
44
Uitgangspuntennota RAI
3.5.1. Doorkruisbaar gebied, verbinding met omgeving Op dit moment vormt het RAI-terrein een barrière voor verkeer uit de omgeving, met name voor fietsers en voetgangers. De fietsroute die op dit moment over het RAI-terrein loopt is al onderdeel van het Plusnet fiets en in het mobiliteitsplan Zuidflank Duurzaam Bereikbaar is de fietsroute beoogd als de belangrijkste oostwestfietsroute door de Zuidflank. Daarnaast zal met de komst van de Vivaldifietstunnel de fietsdruk in dit gebied alleen maar toenemen. Ook de verwachte stremmingen van het huidige fietspad langs het talud A10 als gevolg van de werkzaamheden van ZuidasDok (die naar verwachting in 2027 starten) zet nog meer druk op het fietspad door de RAI. De inrichting, herkenbaarheid en veiligheid van deze fietsroute laat echter te wensen over. De ambitie is om het RAI-terrein beter te verbinden met de omliggende stad. Dit kan door het op een prettige manier toegankelijk te maken voor zowel doorgaande fietsers en wandelaars, als voor bezoekers van de RAI zelf. Dit wordt bereikt door een betere inrichting van de fiets- en wandelroute. De fietsroute loopt namelijk door gedeeltes van de RAI die ook een verblijfsfunctie hebben voor de bezoekers van de RAI of waar deze oversteken op momenten dat er een evenement is.
Het is voor de hand liggend dat de inrichting van de route op onderdelen zal afwijken van die van een plusnet fietspad volgens de Amsterdamse Leidraad Centrale Verkeerscommissie. Maar de (afwijkende) inrichting van de route zal wel gelijkwaardig moeten zijn aan die van een Plusnet fiets en voldoen aan de doelen van een Plusnet fiets uit het beleidskader verkeersnetten zoals in het kader hieronder weergegeven. Daarnaast wordt vanuit de gemeente specifiek aandacht gevraagd voor veiligheid en oversteekbaarheid voor mensen met een fysieke beperking. Het ontwerp zal, zoals gebruikelijk, worden getoetst door het Toetsteam Openbare Ruimte en Mobiliteit van de gemeente.
3.5.2. Transitie P+R en parkeren RAI en naar lokale functie De RAI heeft een parkeergarage voor bezoekers en daarnaast P+R-plekken. Totaal zijn dit circa 3.500 parkeerplekken. Daarmee is het een belangrijke bestemming voor autoverkeer in het gebied. De beleidsambitie is om de hoeveelheid autoverkeer in de stad te reduceren. Op termijn is het doel dat P+R functies verder buiten de stad komen te liggen en waarna de bestaande P+R locaties in de toekomst meer worden ingezet ten behoeve van de wijk en parkeren op afstand (bijvoorbeeld voor omliggende wijken en het centrum van de stad). Het is echter een lastige opgave om deze P+R capaciteit buiten de stad te realiseren. Tot de tijd dat er een alternatief buiten de stad is gerealiseerd, zijn de P+R parkeerplaatsen van de RAI van belang voor een dekkende P+R aanbod in de stad. Het afbouwen van de P+R plaatsen van de RAI zal dus het tempo volgen waarin een alternatief beschikbaar komt. In de Zuidas is een overschot aan parkeerplekken. De ambitie van de gemeente is om dit overschot te verminderen. Met RAI is in een aantal lunchsessies al gekeken naar alternatieve toepassingen van (een deel van) de bestaande parkeercapaciteit ten behoeve van de directe omgeving en parkeren op afstand. Ook door bijvoorbeeld actief te sturen op het reisgedrag van de bezoekers zou het autoverkeer verminderd kunnen worden.
Wanneer een deel van de autobezoekers wordt verleid naar alternatief vervoer zou dat deel van de parkeerplekken een andere bestemming kunnen krijgen. Voor nieuw te ontwikkelen woningen worden de bestaande parkeerplekken ingezet. Het onderzoek naar alternatief gebruik van parkeerplekken blijft een opgave voor de herontwikkelingen van het RAI-terrein.
Behalve een betere inrichting is de permanente openstelling van de fietsroute het uitgangspunt. Op dit moment vraagt de RAI bij een aantal evenementen met een verkeersbesluit toestemming om het terrein tijdelijk af te sluiten (zie bijlage H Beheerovereenkomst van gemeente Amsterdam en Amsterdam RAI d.d. 12-122014). Gezien de druk op het gebied kan afsluiting in de toekomst niet meer aan de orde zijn. De bovengenoemde knelpunten zijn al geruime tijd in zicht. Vooruitlopend op de definitieve plannen van de RAI start in 2024 de gemeente in samenwerking met de RAI met de uitvoering van tijdelijke maatregelen om de fiets- en wandelroute te verbeteren. Zo wordt uitvoering gegeven aan maatregel F8a van het mobiliteitsplan Zuidflank Duurzaam Bereikbaar, de korte/middellange termijnoplossing, in afwachting van de planuitwerking van de RAI. Figuur 46: Verkeerspunt bij RAI [de Architect]
Gemeente Amsterdam
45
3.5.3. Geen extra auto-verplaatsingen in maatgevende spits De verkeersnetwerken in de omgeving van de RAI zitten tijdens de spits aan hun capaciteit, met name de aansluiting met de A10 (kruispunten Europaboulevard – De Boelelaan). Het Mobiliteitsplan Zuidflank Duurzaam Bereikbaar bevat maatregelen om de groei van de Zuidas en omgeving mogelijk te maken en bereikbaar te houden. Dit vraagt om groei van het gebied zonder substantiële groei van het autoverkeer in de spits op deze drukke plekken. Deze opgave geldt ook voor de verdere ontwikkeling van het RAI-terrein. Dit betekent bij het ontwikkelen van programma het volgende: 1. Toevoegen van woonprogramma zorgt voor betere verdeling van verkeer in tijd en ruimte, en dus een betere benutting van de verkeersinfrastructuur; 2. Kantoorprogramma, maar ook ander programma met verkeersaanzuigende werking, kan alleen worden toegevoegd wanneer dit geen extra auto’s in de maatgevende spits veroorzaakt ten opzichte van de huidige situatie. De maatgevende spits is de drukke spitsrichting, dus ’s ochtends richting RAI en ’s middags vertrekkend vanaf RAI. Bij het ontwikkelen van kantoorprogramma worden ontwikkelaars gevraagd een ‘mobiliteitsconcept’ uit te werken met maatregelen om autoverplaatsingen in de maatgevende spits te voorkomen.
Het mobiliteitsconcept bevat een berekening van het verwachte aantal spitsverplaatsingen ter onderbouwing en wordt beoordeeld door de gemeente.
46
Uitgangspuntennota RAI
Figuur 47: Reclamezuil op Europaplein - 1970 [Stadsarchief Amsterdam/ Arsath Ro’is, J.M.]
Gemeente Amsterdam
47
Uitgangspuntennota RAI
4. Krachtenveldanalyse, omgeving en risicoverkenning 4.1.
Krachtenveldanalyse en omgeving
In het kader van het opstellen van de Uitgangspuntennota voor de transformatie van het RAI-terrein, heeft het projectteam RAI een krachtenveldanalyse uitgevoerd met behulp van de methode ‘Canvas Omgevingsmanagement’. Als onderdeel van deze methode is een brainstormsessie georganiseerd waar het projectteam Zuidas, samen met collega’s van stadsdeel Zuid en de RAI de belangrijkste issues en bijbehorende stakeholders in beeld hebben gebracht. Alle resultaten zijn verwerkt in een Canvas model (zie bijlage I) en daarmee is er een gezamenlijke basis gelegd voor de stakeholdermanagement. Na vaststelling van de Uitgangspuntennota wordt de stakeholderstrategie verder uitgebouwd. In deze vervolgfase, waarin de gebiedsontwikkeling onder leiding van de RAI verder vorm krijgt, ligt de verantwoordelijkheid voor het betrekken van stakeholders bij de RAI en zal de gemeente zich vooral focussen op het betrekken van de interne gemeentelijke stakeholders. De RAI zal dan ook moeten starten met het betrekken van bewoners. Deze krachtenveldanalyse kan als basis dienen voor het vormgeven van de participatie (zie ook paragraaf 6.3). Tijdens de Canvas-sessies zijn diverse issues en stakeholders in kaart gebracht.
De belangrijkste issues zijn: • Financiële haalbaarheid van de transformatie opgave; • Verdichting van het RAI terrein met nieuwe functies versus bedrijfsvoering RAI; • Verschillende wensen/belangen/ambities bij inrichting RAI-terrein: zoals bijvoorbeeld een groene inrichting van het terrein versus een objectvrij robuust terrein dat ingezet kan worden voor evenementen; • Bouwactiviteiten tijdens transformatie opgave versus continuering bedrijfsvoering RAI (“de winkel moet open blijven”). Een aantal belangrijke stakeholders zijn: • RAI Holding (o.a. investeerders, aandeelhouders) • Gemeente Amsterdam (o.a. Stadsdeel Zuid directies G&O, R&D, V&OR, OOV, Deelnemingen, EZ en Wonen) • Beursgangers en -organisatoren • Vervoerssector • Direct omwonenden • Commerciële ondernemers waaronder Motel One en Strand Zuid • Passanten, o.a. wandelaars en fietsers door/ langs RAI • Aannemers die de transformatie opgave uitvoeren • Toekomstige bewoners en gebruikers • Vereniging Vrienden van het Beatrixpark • ZuidasDok
Gemeente Amsterdam
4.2.
Omgeving
Naast het in kaart brengen van de issues en stakeholders is er gekeken naar de impact die de RAI op dit moment heeft op haar directe omgeving en welke (toekomstige) ontwikkelingen invloed hebben op het RAI-gebied. Impact RAI op haar omgeving Een beurs-, congres- en evenementencentrum midden in Amsterdam raakt de directe omgeving van de RAI. Om de leefbaarheid van de woonbuurten rondom de RAI te verbeteren en om de overlast te verminderen is een aantal jaar geleden door de gemeente en de RAI het RAI-beraad in het leven groepen. Daar werd met elkaar het gesprek gevoerd over de overlast en andere zaken. Eind november 2023 is de RAI gevraagd het stokje van de gemeente over te nemen en zal in een nieuwe vorm het contact met buurtbewoners organiseren. Ontwikkelingen buiten het RAI-gebied De komende jaren zullen bouwwerkzaamheden plaatsvinden aan de zuidkant van het RAI-gebied ten behoeve van Zuidasdok (ZAD). Omdat het RAI-gebied direct grenst aan de Tracé Besluit-grens zal de planning van de bouwwerkzaamheden voor de uitvoering van de planuitwerking van de RAI moeten worden afgestemd op de bouwwerkzaamheden van ZAD. In paragraaf 6.5 privaatrechtelijk instrumentarium wordt er verder ingezoomd op de te maken afspraken tussen de aannemer/ontwikkelaar van ZAD en RAI.
Een aantal invloedrijke ontwikkelingen op het RAIgebied van project ZAD zijn: • Voor project Tunnel van ZAD wordt er of een werkterrein ter plaatse van het Beatrixpark of een werkterrein ter plaatse van de Groene Zoom ingericht. • Voor project Knooppunt Amstel wordt het wegdeel van de A10, direct grenzend aan de RAI, grondig aangepakt wat gepaard gaat met bouwwerkzaamheden. • Door bouwwerkzaamheden worden in Zuidas een aantal fietswegen belemmerd waardoor meer fietsverkeer door het RAI-gebied wordt geleid. Afstemming tussen gemeente, RAI en ZAD is noodzakelijk over hoe fietsers op een veilige manier door het RAI-gebied kunnen reizen. • Door realisatie van de Vivaldi-tunnel zal meer fietsverkeer door het RAI-gebied gaan waardoor het belang van een goede fietsroute door het RAIgebied wordt vergroot. Tot slot raakt op een hoge schaalniveau mogelijk de realisatie van het erotisch centrum in Zuidas het RAIgebied alsmede de in de ontwikkelstrategie ‘Bouwen aan buurten van de toekomst’ genoemde verkenning van de verdichting van Buitenveldert.
49
4.3. Risicoanalyse Het voorbereiden en tot uitvoering brengen van gebiedsontwikkeling op het RAI-terrein kent de nodige risico’s. Op de eerste plaats kent transformatie in stedelijke gebieden in de regel allerlei financiële-, logistieke en omgevingsonzekerheden en beperkingen. Ook bestuurlijke gevoeligheden en ambities spelen een rol en in die zin is het vaststellen van de Uitgangspuntennota al een belangrijke maatregel. In de nu volgende fase zijn de risico’s nog niet uit te drukken in geld of tijd: er zijn immers nog geen grondexploitatie en vastgestelde planning. Het risico is op dit moment te kwalificeren naar onzekerheden om te komen tot een transformatie van het RAI-gebied. Lukt het de RAI om vanuit de uitgangspunten en ambities in de Uitgangspuntennota te komen tot een haalbare, maakbare en financierbare transformatieopgaaf van het RAI-terrein? Eén van de risico’s is dat de plannen van de RAI niet worden gerealiseerd en dat daardoor de ambities van de gemeente Amsterdam op deze plek in minder dan de beoogde mate kunnen worden ingevuld, zoals: • de realisatie van extra woningen; • het verbeteren van duurzaamheid en kwaliteit van de openbare ruimte; • de verbeterde oost-westverbinding voor fietsers; • verminderen overlast expeditieverkeer; • logistieke ambities.
Het is daarmee primair een risico met gevolgen voor (het niet of minder kunnen verbeteren van) de kwaliteit en in mindere mate financieel of tijdgebonden. Als mogelijke oorzaken voor het risico zijn benoemd: • businesscase voor transformatie blijkt niet haalbaar; • centrale beleidswijzigingen, bijvoorbeeld op het gebied van milieunormen of ten aanzien van de mogelijke afwaardering van treinstation RAI, die de ontwikkel-mogelijkheden beperken. De belangrijkste maatregel om bovenstaande oorzaken en daarmee de risico’s te beheersen is om als project actief in gesprek te blijven met de partners: zowel met de RAI als met de (beleids-) afdelingen binnen de gemeente. In de vervolgfase worden de risico’s concreter uitgewerkt. Dan zullen mogelijk ook andere issues spelen zoals het al dan niet aanleggen van een logistieke tunnel. Op langere termijn wordt dit doorontwikkelde risicodossier voorbereid op beheersing van een grondexploitatie.
50
Uitgangspuntennota RAI
Figuur 49: Amstelhal gezien vanuit het Beatrixpark - 1968 [Stadsarchief Amsterdam/ Arsath Ro’is, J.M.]
Figuur 48: INVULLEN [BRON]
Gemeente Amsterdam
51
Uitgangspuntennota RAI
5. Financiën In dit hoofdstuk wordt beschreven wat de financiële consequenties zijn van de gebiedsontwikkeling van het RAI-terrein vanuit gemeentelijk grondbeleid en het vigerende erfpachtcontract. Daarnaast wordt aangegeven op welke manier de gemeentelijke bijdrage – als invulling van de publieke meerwaarde – wordt bepaald.
5.1. Grondbeleid en vigerend erfpachtcontract Basis voor het waarderen van de beoogde transformatie is het vigerende erfpachtcontract met de RAI met tijdvak tot 2066. Vanuit vastgesteld Grondbeleid wordt elke bestemmings- en bebouwingswijziging door G&O vertaald naar een meerwaarde berekend vanuit het verschil van de erfpachtgrondwaarde tussen het huidige en het nieuwe programma. De erfpachtgrondwaarde per functie wordt door de gemeente genormeerd residueel bepaald en zal per saldo toenemen. De toenemende erfpachtgrondwaarde wordt vervolgens vermenigvuldigd met een canonpercentage, met een canonverhoging als uitkomst. De hogere canon wordt jaarlijks aan de gemeente Amsterdam betaald.
5.2.
Bepaling gemeentelijke bijdrage
Om te kunnen bepalen wat een eventuele gemeentelijke bijdrage aan de planuitwerking van de RAI zal zijn, moet duidelijk worden gemaakt welke kosten bijdragen aan het publieke belang. Een manier om de publieke meerwaarde te bepalen is het opstellen van een maatschappelijke kosten- batenanalyse (MKBA). De publieke meerwaarde zou in het geval van de ontwikkeling van de RAI kunnen liggen bij de inrichtingskosten van de openbare ruimte en de positieve effecten van een logistiek systeem, voor dat deel dat deze onderdelen bijdragen aan het publieke belang. Echter, voornoemde projectonderdelen zijn slechts voorbeelden. De planuitwerking door de RAI komt in de vervolgfase en daar zal blijken welke projectonderdelen een publieke meerwaarde genereren als basis voor de gemeentelijke bijdrage. De formule ter bepaling van de gemeentelijke bijdrage is als volgt: Het aandeel maatschappelijke baten wat toe te bedelen is aan de gemeente Amsterdam gedeeld door het totaal aan maatschappelijke baten wordt vermenigvuldigd met die investeringen die een publieke meerwaarde genereren. De gemeentelijke bijdrage kan hierbij nooit hoger worden dan het totaal aan maatschappelijke baten wat aan de gemeente Amsterdam wordt toebedeeld en de totale investering die de publieke meerwaarde genereerd. Arcadis heeft in 2020 in opdracht van de RAI een MKBA opgesteld.