20240711 FKD conceptverslag openbare deel.pdf
Tekst van het document
Toeristen die per cruiseschip in Amsterdam aankomen gaan van hieruit ook veelal naar andere plekken. Lid BURGERS herhaalt zijn vraag hoe het college deze maatregel gaat evalueren en monitoren. Wethouder VAN BUREN deelt mee dat er eerst een periode is van uitfaseren en vervolgens zal dit worden meegenomen in de Aanpak Toerisme van de wethouder Mbarki. De wethouder geeft aan dat zij het niet eens is met het standpunt van lid Van Berkel dat met deze maatregel het kind met het badwater wordt weggegooid. Zij benadrukt dat de maatregel is genomen in voortdurend overleg met de betrokken partijen. Ook is er gekeken naar vergelijkbare situaties in andere steden in Europa. Lid VAN BERKEL vraagt wat er gaat gebeuren met de hotelkamers die nu leeg komen te staan. Wethouder VAN BUREN gaat ervan uit dat de hotelkamers weer bezet zullen raken. Lid VAN BERKEL is van mening dat er dan geen sprake is van minder toerisme in de stad en hij vraagt zich af welk probleem er met het onderliggende besluit wordt opgelost. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat het gaat om de ‘turn-arounds’, toeristen die in een hotelkamer verblijven voordat zij op een riviercruise aanmeren, dan is er ook nog sprake van de dagtoeristen die op de boot slapen en de overlast die er bestaat vanwege bevoorrading en busvervoer van grote groepen die de stad in gaan.
In de Aanpak Overtoerisme zijn ook andere maatregelen om het overtoerisme te bestrijden, zoals de hotelstop die zal worden ingevoerd. Lid VAN BERKEL komt regelmatig bij de aanmeerplek van riviercruiseschepen en hem valt op de ordentelijke manier waarop de toeristen zich manifesteren en zich bewegen door de stad. Hij legt vervolgens de wethouder een vergelijking voor, waarbij hij aangeeft dat het aantal riviercruisepassagiers in een jaar even groot is als het aantal reizigers dat zich door het Centraal Station bewegen in een week. Er is hier een totaal ander idee van ‘massa’. Het halveren, wat betekent het schrappen van 198.000 hotelovernachtingen, die dan weer worden gebruikt door andere toeristen, is in de optiek van de JA21 het inwisselen van hoogwaardig toerisme voor laagwaardig toerisme en heeft niets te maken met krimp van het aantal toeristen in de stad.
37
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 11 en 16 juli 2024
FKD
Wethouder VAN BUREN benadrukt nogmaals dat het besluit een van de vele maatregelen is en het gaat om het aantal overnachtingen en de drukte in de stad. Ook oppert de wethouder dat het wellicht ook nog een positief effect heeft op de drukte op de IJoever en komt daar ook wat meer vrije openbare ruimte. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Financiën 11. Bespreken van het rapport ‘Geobjectiveerde benchmark begroting Amsterdam’ (VN2024-009419) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat het punt is geagendeerd door de leden Lochtenberg (CDA) en Schmit (D66) om de nieuwe inzichten uit het rapport te bespreken. Lid LOCHTENBERG stelt dat Amsterdam in vergelijking met andere steden een lager ambitieniveau heeft om de straten schoon te houden, maar dat er per inwoner 40 euro meer aan wordt besteed. Dit komt deels door een ander beloningsbeleid dat wordt gevoerd, maar de 40 euro wordt via de gemeentelijke heffing opgebracht door Amsterdammers die zelf vaak ook een laag inkomen hebben en het CDA vraagt zich af of de gemeente dan wel een juist beleid voert. Lid Lochtenberg vraagt de wethouder het benchmark onderzoek als TKN-stuk te vertalen naar verschillende raadscommissies, waarbij het college de gemaakte beleidskeuzes onderbouwt.
Deze beleidskeuzes hebben invloed op de begroting 2025 en zo kan elke commissie hier zelf over nadenken met hun eigen wethouder. In het rapport staat vermeld dat het aandeel achterstallig onderhoud van bruggen en kades niet bekend is. Hij vraagt de wethouder hierop te reflecteren, aangezien hier een voorziening voor moet worden getroffen. In het stuk wordt vier keer melding gemaakt van hoge proceskosten door een complexe organisatie. Welke mogelijkheden ziet het college voor vereenvoudiging van de gemeentelijke organisatie? Lid SCHMIT mist tot zijn bezorgdheid het zicht op miljoenen voor efficiency die bereikt kan worden, maar hij ziet wel een ‘ravijn’ van 90 miljoen dat op de gemeente afkomt in 2026. Hij hoopte vanuit het benchmarkrapport duidelijke beleidslijnen aangereikt te krijgen om een efficiencyslag te maken. Maar er moet ook worden bepaald hoe die 90 miljoen wordt opgelost. Daarom vraagt lid Schmit aan de wethouder wat, gegeven de bovenstaande situatie, de volgende stappen zijn om toch te komen tot een wendbare begroting. Lid GARMY verwijst naar de aankondiging in het stuk van een vervolgonderzoek voor de nieuwe bestuursperiode. Hij meent echter dat deze discussie wordt gevoerd om een keuze te maken voor de begroting 2025. Hij vraagt wanneer dit vervolgonderzoek zal plaatsvinden en wat er wordt bedoeld met de nieuwe bestuursperiode.
Lid NAMANE is het opgevallen dat de gemeente Amsterdam relatief ruime eigen inkomsten heeft en daardoor meer kan uitgeven aan de openbare ruimte, het zorgdomein en toezicht en veiligheid. De prioriteiten liggen op sociale en fysieke thema’s, ongelijk investeren in gelijke kansen en een sociale en solidaire stad. Lid Namane vraagt de wethouder om spoedig met de aanbevelingen van Cebeon naar de raad te komen. Lid BURGERS geeft aan dat er bij de volgende aspecten uit het onderzoek onbegrip heerst bij de VVD:
38
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 11 en 16 juli 2024
FKD
De personele lasten zijn 24 procent hoger dan bij de referentiegemeenten. Hoe valt dit te rijmen met de opzet van het rapport die juist de verschillen in kostenbepalende omstandigheden probeert te objectiveren. Er worden wel verklaringen gegeven voor het hoogteverschil van de personele lasten en lid Burgers somt deze op zoals dit in het rapport wordt beschreven. Hij vraagt de wethouder toe te lichten hoe het kan dat de totale salarisbegroting van de gemeente 1,6 miljard euro bedraagt en de algemene dekkingsmiddelen A slechts 20 miljoen euro. Lid VAN PIJPEN vindt dit rapport en de toelichting erop een basis voor het goede politieke debat. Het heet dan ook ‘Inzicht in Beleid, Geld en Keuzes’. Zij vraagt de wethouder vanaf welk moment deze gegevens gebruikt gaan worden om het politieke debat te voeren. Voor GroenLinks is er een aantal aandachtspunten waar de fractie op een later moment op terug zal komen. Wethouder VAN BUREN stelt dat dit benchmarkonderzoek een waardevolle toevoeging is op de vergelijking die vorig jaar met het gemeentefonds is uitgevoerd en het geeft inzicht in de keuzes over de jaren heen. De keuzes worden gemaakt als onderdeel van de Planning & Control-cyclus en de begroting 2025 is daarvoor het eerstvolgende moment.
De wethouder zegt toe dat het college inzichten uit dit rapport zal betrekken bij de keuzes in de begroting en de wethouder nodigt de raad uit om dit te doen. De wethouder kondigt aan dat tegelijkertijd met de begroting ook het dashboard zal worden gepubliceerd in de vorm van een openbare website. Op deze manier kan iedere Amsterdammer zich verdiepen in de begroting. Wellicht kunnen er in een volgende fase nog meer inzichten worden toegevoegd. Daarnaast wordt er ook een fundamentele bijsturing uitgewerkt, zodat ook een nieuw college betere keuzes kan maken en hiermee is er sprake van een voorbereiding op een nieuwe bestuursperiode. Het is de wethouder ook opgevallen dat Amsterdam op het gebied van afval en reiniging hoge kosten maakt, terwijl er toch een lager ambitieniveau is op dit terrein. De wethouder zal de oorzaak hiervan en wat eraan wordt gedaan nader in beeld brengen bij de commissie. Zij heeft dit momenteel uitgezet. Zij licht vervolgens toe dat alleen de afvalinzameling via die heffing wordt bekostigd; de straatreiniging wordt betaald uit de algemene middelen. De wethouder erkent dat voor beide disciplines geldt zoveel mogelijk effect per euro na te streven. Ook verwijst de wethouder naar de solidariteitsheffing aan draagkrachtigere Amsterdammers.
Bij de begroting zal het college de inzichten uit de benchmark toelichten en de wethouder wil daar nu niet op vooruitlopen. Het college gaat geen fundamentele keuzes maken gebaseerd op dit rapport alleen, omdat de praktische gevolgen van een grote verandering beter in beeld moeten worden gebracht, voordat er een besluit genomen kan worden. De komende periode worden hier opties voor uitgewerkt. Fundamentele keuzes worden gemaakt in een nieuw coalitieakkoord, maar bij de begroting zal het college komen met een aantal opvallende zaken uit deze benchmark. In reactie op de bijdrage van lid Schmit deelt de wethouder mee dat het ‘ravijn’ inmiddels nog maar 40 miljoen bedraagt en dit komt in 2027 op de gemeente af. Om hier op de goede manier op voorbereid te zijn heeft het Cebeon geadviseerd om te kijken naar openbare ruimte, grondexploitatie en het sociaal domein. Ook zal het college rekening houden met wat de raad opvalt in het rapport. Vervolgens reageert de wethouder op de opmerkingen die zijn gemaakt over de hoge kosten in verband met inefficiënte bedrijfsvoering. Het rapport geeft geen aanleiding om hiervan uit te gaan, anders had het college hier direct maatregelen op moeten nemen. Het rapport verbindt die hoge kosten aan de opgaven die het college heeft in de stad. Indien het college zou besluiten dat bepaalde zaken in de stad komen te vervallen, dan heeft dat ook gevolgen.
39
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 11 en 16 juli 2024
FKD
Lid BURGERS heeft nog geen bevredigend antwoord gekregen op zijn vraag over de hoge personeelslasten en de verklaring die hiervoor in het rapport wordt gegeven. Deze verklaring staat bij programma 2 en A, en geeft aan dat de dekkingsmiddelen voor de hoge personeelslasten minder dan 1 procent bedraagt en dat is voor de VVD geen plausibele verklaring. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat bij de validatie van het rapport is gekeken naar wat er verklaarbaar is. Voor bepaalde onderwerpen uit het Cebeon-rapport komt er nog een verdiepingsslag en het onderwerp dat lid Burgers nu opvoert is daar een van. Lid BURGERS meent dat dit rapport de waarheid weergeeft en hij zou zijn vraag graag aan de onderzoekers willen voorleggen. Wethouder VAN BUREN stelt dat het hier gaat om een benchmark en er is een vergelijking gemaakt met de benchmark gemeentes. De onderzoekers hebben geprobeerd plausibele verklaringen te geven voor de gegevens. De wethouder vraagt zich af of dit aan de orde is geweest in de technische sessie. Wellicht is het mogelijk de vraag voor te leggen voor ambtelijke beantwoording. De interpretatie is aan het college en de raad. Lid BURGERS vraagt of dit een toezegging is dat er nog een antwoord komt op zijn vraag, door wie dan ook. Wethouder VAN BUREN stelt lid Burgers in de gelegenheid om zijn vragen te stellen aan een deskundige ambtenaar om een verdiepingsslag te maken.
Lid LOCHTENBERG vraagt het college via de wethouder om toch nog eens goed te kijken naar de complexiteit van de organisatie. Wethouder VAN BUREN zegt toe dat hiernaar gekeken wordt. Zij benadrukt tevens dat Amsterdam niet veel meer ambtenaren heeft vergeleken met andere gemeenten, maar dat de gemeente wel veel meer zelf in de uitvoering oppakt. De wethouder vindt het niet meer dan logisch dat er aandacht blijft voor hoe het efficiënter kan. Er is gekozen voor een bestuurlijk stelsel met veel stadsdelen en dat moet gefaciliteerd worden. Lid VAN PIJPEN stelt in een punt van orde voor om dit voorliggende onderzoek samen met de onderzoekers te presenteren aan de gehele raad. Zij vraagt of hier animo voor is bij de commissie. De VOORZITTER inventariseert de belangstelling voor deze presentatie met handopsteken en concludeert dat hier een ruime belangstelling voor bestaat. Hij zal kijken hoe en wanneer deze presentatie gehouden kan worden. De VOORZITTER stelt vast dat dit onderwerp voldoende is besproken. Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 12. Bespreken van de Discriminatiemonitor 2023 en de raadsinformatiebrief (VN2024-009421) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat dit punt is geagendeerd door de leden Garmy (Volt), Bentoumya (GroenLinks) en Bobeldijk (SP) om de bevindingen uit de monitor met elkaar te bespreken.
Lid GARMY deelt mee dat uit een onderzoek is gebleken dat 96 procent van de Europese joden in het afgelopen jaar antisemitisme heeft ervaren. De discriminatiemonitor
40
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 11 en 16 juli 2024
FKD
toont aan dat discriminatie bij alle Amsterdammers in het afgelopen jaar is gestegen, terwijl het meldingspercentage extreem laag is en de omvang van discriminatie is waarschijnlijk niet volledig in beeld. De reden voor de lage meldingsbereidheid is dat er geen vertrouwen is dat er iets met de melding wordt gedaan. Dit roept om actie en lid Garmy vraagt de wethouder welke betekenis zij geeft aan deze informatie en welke acties er worden ondernomen om de situatie te verbeteren. Vervolgens beschrijft lid Garmy dat het aantal gevallen van discriminatie toeneemt en het haast onmogelijk lijkt om dit te bestrijden. Ook in de monitor ontbreken duiding en de ondernomen acties bij de genoemde cijfers. Voor lid Garmy voelt het logisch om de monitor samen met de acties te bespreken en de voortgang en het effect hiervan mee te nemen. Lid Garmy wil het liefst voorkomen dat de onderdelen binnen dit onderwerp allemaal onafhankelijk van elkaar aan de orde komen en hij verzoekt de wethouder om de rapportages voortaan gebundeld te bespreken. Integraliteit bij dit onderwerp is van belang. Tevens roept hij de wethouder op om de monitor jaarlijks te bespreken in plaats van tweejaarlijks, zoals dat nu is gepland. Lid BENTOUMYA beschrijft in welke mate discriminatie in de Amsterdamse samenleving voorkomt en welke mensen hier het slachtoffer van zijn.
De monitor geeft de situatie in 2023 weer, maar Lid Bentoumya maakt zich ernstig zorgen voor de toekomst. De samenstelling van het huidige kabinet maakt het vertrouwen op verbetering niet veel groter. Dit noodzaakt het college en de raad om zich nog sterker te maken om dit probleem aan te pakken. Aangezien de identiteit van mensen zich niet beperkt to één aspect, vraagt zij de wethouder om het vervolgonderzoek intersectioneel uit te voeren. In aansluiting op wat lid Garmy aangaf in zijn bijdrage, stelt lid Bentoumya dat de bekendheid van het meldpunt ‘dicriminatie.nl’ omhoog moet. Zij vraagt naar de mogelijkheid om het gemeentelijk meldpunt en ‘discriminatie.nl’ op elkaar af te stemmen, zodat het effect wordt vergroot. Als laatste lijkt het haar noodzakelijk om ook met daders in contact te treden. In het onderzoek is hier ruimte voor gemaakt: ‘Onderzoek naar Daderschap’ en zij vraagt de wethouder dit mee te nemen. Lid BOBELDIJK brengt eveneens de meldingsbereidheid onder de aandacht. De SP heeft gelijkwaardigheid hoog in het vaandel en vindt dat discriminatie niet getolereerd moet worden. De eerste stap is dat dit niet normaal moet worden gevonden en dat gevallen dus gemeld moeten worden om te voorkomen dat het als normaal wordt gezien. Het is voor lid Bobeldijk belangrijk dat er wordt ingezet op meer meldingsbereidheid.
Een tweede stap voor de SP is het daadwerkelijk bestrijden van discriminatie en actie ondernemen om de tolerantie tussen mensen te verhogen. Lid LUST geeft aan welk belang de discriminatiemonitor heeft om inzicht te krijgen in de omvangrijke impact die discriminatie heeft op het leven van mensen. Lid Lust beschrijft de populatie van Amsterdam als een collage van minderheden die elkaar door gebrek aan empathie, door onverdraagzaamheid en afkeuring soms geweld aan doen in de breedste zin van het woord. Wat haar opvalt in de discriminatiemonitor is dat de LHBTIQ-cijfers zich beperken tot alleen de eerste drie letters, LHB en daardoor geen inzicht geeft in discriminatie ervaringen van trans-, intersekse- en queer-personen. Zij vraagt de wethouder hoe dit bij de volgende editie van de monitor wordt rechtgetrokken, aangezien het juist deze groepen zijn die het vaak zwaar te verduren hebben in de samenleving. Zij suggereert dat de politiecijfers behulpzaam kunnen zijn om ook dit gat in de cijfers op te vullen, aangezien lid Lust heeft gelezen dat deze in het geheel niet zijn meegenomen in de statistieken van de monitor. Zij vraagt de wethouder hierop te reflecteren, want lid Lust vindt dit vreemd.
41
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 11 en 16 juli 2024
FKD
Lid DIDDEREN beschrijft dat nog meer mensen dan vorig jaar zich gediscrimineerd voelen en lid Didderen geeft aan welke gevolgen discriminatie heeft voor een individu. Ook lid Didderen stelt vast op basis van de cijfers dat er onvoldoende vertrouwen bestaat bij de slachtoffers in het systeem dat hen zou moeten beschermen. Alleen symptoombestrijding is volgens lid Didderen niet voldoende, het is ook belangrijk om de onderliggende oorzaken aan te pakken en de PvdD is blij met de focus die de wethouder heeft op dit probleem. Aanvullend op de reeds gestelde vragen door vorige sprekers wil lid Didderen het volgende weten van de wethouder: − Wat zijn volgens de wethouder de onderliggende oorzaken van de toename van discriminatie? − Hoe kan hier aan de voorkant al iets mee gedaan worden? − Welke oorzaken kan de wethouder benoemen voor het feit dat Amsterdammers zich vaker gediscrimineerd voelen dan andere mensen? − Het lijkt lid Didderen interessant om een hele rapportage met actiestappen te wijden aan personen die discrimineren en zij vraagt hoe de wethouder hier tegenover staat. Lid BOUHASSANI stelt dat de monitor in staat stelt meer inzicht te verwerven in hoe het ervoor staat met discriminatie in de Amsterdamse samenleving en zij geeft aan dat de cijfers voor de PvdA geen verrassing zijn.
Zij beschrijft de situatie op het gebied van discriminatie en voegt toe dat met het nieuwe kabinet de tolerantie in de samenleving ook onder grote druk komt te staan. Lid Bouhassani roept op om zich te blijven uitspreken tegen discriminatie, de juiste norm te behouden en vast te blijven houden aan de waarde om mensen als mensen te blijven zien. Ook lid Bouhassani stelt de gebrekkige meldingsbereidheid aan de kaak. Zij is van mening dat de lage naamsbekendheid hier mede schuldig aan is. Zij vraagt de wethouder al iets te zeggen over de campagne die gestart is, over het aanspreken van omstanders met betrekking tot het handhaven van de norm. Zij wil graag weten of hier al reacties op zijn gekomen. Tot slot vraagt zij of meldingen die bijvoorbeeld gedaan worden bij onderwijsinstellingen en bij werkgevers bij de monitor zijn betrokken. Wethouder MELIANI leidt de beantwoording op de vragen in door te stellen dat deze eerste discriminatiemonitor beschouwd kan worden als een thermometer over de aard en de omvang van discriminatie in Amsterdam. De monitor zal vanaf nu een keer in de twee jaar verschijnen. Een hogere frequentie heeft geen zin, want dat zal aan de trend niets veranderen. Er is wel jaarlijks een update vanuit het meldpunt discriminatie.nl. middels het jaarverslag. De monitor laat een verontrustend beeld zien van de realiteit voor veel Amsterdammers.
Het percentage Amsterdammers dat te maken kreeg met discriminatie is gestegen naar 18 procent en dat is boven het landelijk gemiddelde. De wethouder neemt aan dat er binnen de groepen die worden gediscrimineerd meer bewustzijn is ontstaan over wat discriminatie is. Maar vaak wordt door het slachtoffer ook niet herkend dat er sprake is van discriminatie, zoals in het onderwijs of op de stageplek. De wethouder gaat ervan uit dat de campagnes hierbij het verschil kunnen maken, alleen is dit moeilijk te toetsen. Er is inderdaad te weinig meldingsbereidheid, ziet de wethouder ook. Zij noemt een aantal redenen waarom slachtoffers geen melding maken. Zij schetst vervolgens de ontwikkelingen in de samenleving die invloed hebben op de meldingsbereidheid. De duiding is altijd ingewikkeld omdat er wordt gemeld op basis van gevoel. Pas in het gesprek dat volgt op de melding komt het bewustzijn van wat het slachtoffer is overkomen. Het is niet voldoende om op basis van de cijfers tot actie over te gaan, want het is niet altijd duidelijk wat er achter die cijfers zit.
42
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 11 en 16 juli 2024
FKD
In antwoord op de vraag van lid Lust geeft de wethouder aan dat zij niet goed de reden weet waarom de TIQ+- personen niet bij de monitor zijn betrokken. Zij zegt toe dat deze groep wel een plek krijgt in de volgende monitor. De politiegegevens en de gegevens over meldingen in het onderwijs kunnen hier eveneens bij betrokken worden. Ten behoeve van het intersectionele onderzoek lopen er momenteel gesprekken over hoe deze resultaten meegenomen kunnen worden in de volgende monitor. De focus op daderschap komt in deze monitor niet goed aan bod. Toen de onderzoekers dit constateerden en hier mee verder wilden gaan, bleek er al onderzoek te zijn gedaan hiernaar en dit is in 2021 gepubliceerd onder de naam ‘Openlijk en Onomwonden Racisme’. Lid BENTOUMYA vraagt de wethouder of de resultaten van dat onderzoek kunnen worden meegenomen in de acties van de gemeente. Wethouder MELIANI zegt dit toe. Ten aanzien van de naamsbekendheid is er een nieuw plan in de maak bij het meldpunt en zij hebben de gemeente gevraagd om ondersteuning bij uitbreiding omdat zij meer en veelomvattender taken krijgen. Zij zullen binnenkort een Plan van Aanpak indienen en de wethouder zal dit delen met de commissie. De wethouder onderzoekt samen met de burgemeester en het meldpunt op welke manier het vertrouwen om te melden kan worden vergroot.
De omstanderscampagne helpt enorm hierbij, ook al omdat hierbij beelden zijn gebruikt die rechtstreeks uit de werkelijke samenleving afkomstig zijn. Lid GARMY suggereert dat het noodzakelijk is dat de effectiviteit van de maatregelen die worden genomen kan worden gemeten en hij stelt voor om erover na te denken hoe dit gerealiseerd kan worden. Wethouder MELIANI geeft aan dat zij de suggestie van lid Garmy en de onderbouwing ingewikkeld vindt. Zij is van mening dat deze eerste discriminatiemonitor heeft aangetoond dat het nog beter kan en dat hier dingen naast gelegd kunnen worden. De wethouder zegt toe te blijven onderzoeken welke vorm hier het beste bij past en waar de commissie zich ook in kan vinden. Zij erkent de noodzaak die lid Garmy met zijn vraag aan de orde stelt. Lid BOUHASSANI vraagt de wethouder of zij naast de meldingen die in het onderwijs worden gedaan ook de meldingen die bij werkgevers worden gedaan mee kan nemen in de monitor. Wethouder MELIANI komt terug op haar eerdere toezegging hierover. Zij zal eerst onderzoeken wat er mogelijk is met het registreren van de meldingen die in het onderwijs en op de werkvloer worden gedaan. De meldingen bij de politie kunnen wel meegenomen worden. De VOORZITTER stelt vast dat het agendapunt voldoende is besproken. Dienstverlening 13.
Bespreken van de raadsinformatiebrief Staat van Uitvoering Dienstverlening 2023 (VN2024-009418) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en geeft aan dat dit onderwerp is geagendeerd door de leden Garmy (Volt) en Lochtenberg (CDA) om de kansen voor verbetering en optimalisatie te bespreken.
43
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 11 en 16 juli 2024
FKD
Lid GARMY mist in de raadsbrief de aandacht voor de knelpunten en de signalen vanuit de uitvoering. De brief is wat Volt betreft een iets te rooskleurige voorstelling van zaken. Hij stelt de volgende vragen aan de wethouder: − Welke concrete knelpunten en signalen zijn er in de uitvoering geconstateerd? − Welke specifieke klachten en problemen signaleren medewerkers in hun dagelijks werk? − Ook plaatst lid Garmy vraagtekens bij de beantwoording van de vragen over de Amsterdam-app. Hoe gaat de verschuiving van het contact met de Amsterdammers naar deze app begeleid worden? − Hoe wordt er gerapporteerd over de dienstverlening die via deze app plaatsvindt? Lid BOBELDIJK geeft aan dat in de rapportage wel een rapportcijfer staat vermeld, maar hij zou ook graag het streefcijfer vernemen. Lid IJMKER vestigt de aandacht op het belang van het offline contact, omdat een groot deel van de Amsterdammers niet in staat of in de gelegenheid is om digitaal met de gemeente in contact te treden. Zij pleit ervoor om hier aandacht voor te blijven houden, ook al wordt er nu geprobeerd om zoveel mogelijk Amsterdammers de Amsterdam-app te laten gebruiken. Lid NAMANE vraagt of er verschil in dienstverlening kan worden waargenomen tussen medewerkers die vast in dienst zijn en medewerkers die met een tijdelijk dienstverband werken bij het klantencontactcentrum en bij de stadsloketten.
Lid MANGAL vraagt op welke manier de effectiviteit wordt gemeten van het contact met de burgers. Hij vraagt zich af op welke parameters wordt gestuurd als hij connotaties waarneemt als ‘wachttijd’ en ‘afgehandeld’. Wat houdt dit laatste precies in, wil hij weten. Het lijkt hem goed dat de burgers met een vraag snel te woord worden gestaan, maar wat is dan de kwaliteit van het gesprek? Daar kan lid Mangal geen informatie over vinden en hij vraagt de wethouder dit toe te lichten. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat de Amsterdam-app pas onlangs is gelanceerd en nog volop in ontwikkeling is. Aan de app-gebruikers wordt feedback gevraagd en dat wordt gebruikt bij de verdere ontwikkeling. De wethouder kan toezeggen dat zij de commissie schriftelijk informeert welke ideeën voor de toekomst van de app er leven. De Staat van Uitvoering Dienstverlening geeft een feitelijk beeld van de dienstverlening van het afgelopen jaar. De gemeente is dagelijks bezig met verbetering van de dienstverlening en het resultaat komt terug in het klanttevredenheidscijfer. De wethouder zal achterhalen wat het streefcijfer is, zodat dit naast het rapportcijfer kan komen. Voor de volgende rapportage zal de wethouder trachten met nog meer informatie te komen over de klanttevredenheid. Ook uit de enquêtevragen na een gepleegd telefoongesprek kan men informatie ophalen met betrekking tot de klanttevredenheid.
De wethouder benadrukt dat er te allen tijde aandacht blijft voor de niet-digitale dienstverlening. Zij zal hier in het vervolg meer over rapporteren. Als antwoord op de vragen van lid Mangal geeft de wethouder aan dat er wel wordt gestuurd op snel contact leggen, maar niet op snel afhandelen. De kwaliteit van het gesprek is het belangrijkste. Hier wordt op gecoacht en gesprekken worden opgenomen voor leerdoeleinden. De burger moet in principe met één contact afdoende worden geholpen. Lid MANGAL meent dat burgers die niet goed geholpen zijn niet zullen deelnemen aan de enquête aan het einde van het telefoongesprek. Hij vraagt de wethouder hoe dat in beeld kan komen.
44
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 11 en 16 juli 2024
FKD
Wethouder VAN BUREN is het niet eens met deze redenering en zij meent dat juist mensen die vinden dat ze niet goed werden geholpen eerder geneigd zijn om aan de enquête deel te nemen. In sommige gevallen worden mensen teruggebeld door medewerkers om tot een oplossing te komen. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen het soort medewerker als het gaat om de dienstverlening. De wethouder benadrukt dat alle medewerkers van het klantencontactcentrum en de stadsloketten goed zijn getraind voordat ze de Amsterdammers helpen. De wethouder heeft geen signalen ontvangen dat er sprake zou zijn van verschil in dienstverlening. Lid NAMANE meent dat een medewerker die langer in dienst is en beter de weg kent op werk ook de werkzaamheden beter kan uitvoeren. Wethouder VAN BUREN noemt nogmaals de training vooraf en voegt daaraan toe dat er sprake is van ingewerkt worden door meer ervaren medewerkers. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voor nu voldoende is besproken. Personeel en Organisatie 14. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de salarisuitkering van medewerkers met een bijzondere werktijdenregeling (VN2024-009006) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat het onderwerp is geagendeerd door het lid Mangal (DENK).
Eerste termijn Lid MANGAL verwijst naar de bijdrage van een inspreker bij een van de vorige vergaderingen, die de commissie ervan op de hoogte bracht dat er een onjuiste invoer in zijn P&O werd gedaan. Lid Mangal vraagt of hij hierover vanuit het college meer informatie kan krijgen. Hij heeft gehoord dat er een proef is, waarbij Ortec gegevens uit AFAS haalt. Hierbij komen fouten voor bij het vaststellen van het aantal uren van medewerkers. De gemeente gaat uit van Ortec als de juiste bron, terwijl de gegevens uit AFAS worden gehaald. Lid Mangal vraagt de wethouder dit toe te lichten. Ten tweede geeft lid Mangal aan dat volgens berichten de jaarurensystematiek niet is geaccordeerd door de or. Dit had wel gemoeten. Ook hiervoor vraagt lid Mangal om een toelichting van de wethouder. Lid NAMANE vindt het pijnlijk dat deze langslepende kwestie van fouten bij de salariëring nog steeds niet is opgelost, ondanks de inzet van diverse taskforces. Zij vraagt de wethouder te bevestigen dat de medewerkers hebben gekregen waar ze recht op hebben. Zo niet, dat hoopt lid Namane dat dit snel wordt geregeld.
Namens de collega’s van GroenLinks stelt het lid Namane twee vragen aan de wethouder: − Zijn medewerkers nog extra gecompenseerd, en zo ja, hoe? − Is het bekend of medewerkers in de financiële problemen zijn gekomen? Lid KROM heeft een verschil geconstateerd tussen de inhoud van de brief en de beantwoording door de wethouder op haar vragen bij de vorige commissie. Zij beschrijft de situatie ten aanzien van de fouten die er zijn gemaakt en is van mening dat het onacceptabel is dat de medewerkers op deze manier hiervan de dupe worden. Het scheelt in sommige gevallen wel 400 euro die zij onterecht minder krijgen aan salaris. Het is al sinds 2019 bekend dat het niet goed gaat met de salarissen en zij vraagt de wethouder hoe het
45
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 11 en 16 juli 2024
FKD
mogelijk is dat zij dit niet wist. In maart is er wel een taskforce ingericht om de problemen op te lossen, hoewel de wethouder nog niet op de hoogte was van de problemen. Zij vraagt de wethouder om dit toe te lichten. Zij vraagt of dit te maken heeft met de cultuurproblemen die tevens op andere terreinen zijn waargenomen. Lid Krom wil bovendien weten of er medewerkers in de problemen zijn gekomen door het gemis aan inkomsten. Zij verzoekt de wethouder om dit uit te zoeken, zodat er kan worden bepaald wat de gemeente hieraan kan doen. Tenslotte vraagt lid Krom welke gevolgen dit heeft voor medewerkers die te veel uren hebben gewerkt boven op de CAO-uren. Een inspreker heeft dit ook aan de orde gesteld. De wethouder heeft al eerder aangegeven dat dit niet voorkomt, maar lid Krom twijfelt eraan, aangezien het zou kunnen dat er informatie ontbreekt. Zij vraagt de wethouder of zij bereid is dit opnieuw uit te zoeken, zodat het zeker is dat meer werken dan toegestaan niet voorkomt. Wethouder VAN BUREN begint de beantwoording met een reactie op de toch wel technische vraag van lid Mangal. Dit salarissysteem is ingevoerd in 2022-2023 en uit onderzoek is gebleken hoe het komt dat de salarisbetalingen niet in één keer goed zijn gegaan. De wethouder heeft daar veel informatie over en op dit moment heeft het de volle aandacht om verbeteringen in het systeem door te voeren.
De taskforce blijft bestaan totdat het allemaal duidelijk is. De wethouder vindt het lastig te accepteren dat zij niet op de hoogte was en zij weet niet wat de reden daarvan is. Zij heeft meteen een raadsbrief gestuurd toen zij op de hoogte was gebracht, om ook de raad hierover te informeren en zij volgt de ontwikkelingen op de voet. In augustus wordt de roosterregeling geëvalueerd met de or en de salarisbetalingen zijn dan ook onderwerp van gesprek. De wethouder stelt dat de salarisstrook ingewikkeld is om te lezen en dat maakt het voor de medewerkers lastig om de gewerkte uren te controleren. Er zijn spreekuren ingesteld waar de medewerkers uitleg kunnen krijgen over hun salarisstrook. Er bestaan echter veel misverstanden over de uren. De wethouder is bereid om uit te zoeken wat er gebeurt, aangezien er wel wordt aangegeven dat die uren worden gecorrigeerd, maar dit is niet navolgbaar voor de medewerker. De wethouder zegt toe om na het zomerreces, als ook de evaluatie heeft plaatsgevonden, hierop terug te komen. De wethouder heeft de verzekering gekregen dat elke medewerker krijgt waar hij of zij recht op heeft. Er vindt indien nodig een correctie plaats na de 10 e van elke maand, en dan kan het voorkomen dat er een substantieel bedrag minder wordt uitbetaald en dat dit de maand daarop wordt rechtgetrokken.
De wethouder is van mening dat alles in het werk moet worden gesteld om te voorkomen dat dit gebeurt. Zij weet niet of medewerkers hierdoor in de financiële problemen zijn gekomen. Zij zal hier navraag naar doen. Lid NAMANE verzoekt de wethouder om met terugwerkende kracht te onderzoeken of de medewerkers die zich niet hebben gemeld hebben gekregen waar ze recht op hebben. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat haar is verzekerd dat alle medewerkers, ook de medewerkers die zich niet hebben gemeld, hebben gekregen waar ze recht op hebben. Het is niet nodig dat de medewerkers zich melden, aangezien dit via de leidinggevende in het systeem wordt aangepast. Lid KROM vraagt wanneer de wethouder terugkomt op dit onderwerp met haar bevindingen. Wethouder VAN BUREN zegt toe dat zij na het zomerreces, als ook de evaluatie heeft plaatsgevonden, hierop terugkomt bij de commissie. Lid VAN PIJPEN vraagt of er nog een andere vorm van compensatie wordt toegepast voor de gedupeerde medewerkers.
46
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 11 en 16 juli 2024
FKD
Wethouder VAN BUREN heeft geen informatie over medewerkers die in de financiële problemen zijn gekomen. Een medewerker die dit probleem heeft kan zich melden en dan worden er maatregelen zoals betalingsregelingen getroffen. De wethouder is bereid om met medewerkers met financiële problemen als gevolg van de gemaakte fouten in gesprek te gaan. Tweede termijn Lid MANGAL vraagt aandacht voor het nieuwe systeem van salarisverwerking, dat leidend is om de uren vast te stellen van de medewerkers. Dit wordt echter niet goed overgenomen uit het oude systeem. Lid Mangal vraagt zich af waarom het nieuwe systeem, dat eigenlijk nog op proef zou moeten zijn, leidend is in plaats van het oude systeem. Bovendien stelt hij dat niet alle medewerkers zijn meegenomen naar het nieuwe systeem. Volgens lid Mangal heeft de or nog geen goedkeuring gegeven aan de jaarurensystematiek, maar had dit wel moeten gebeuren. Hij vraagt de wethouder dit toe te lichten. Wethouder VAN BUREN kan niet bepalen wat de or wel of niet had moeten doen, aangezien dit ligt bij de medezeggenschap, de or en de directie. Lid MANGAL geeft aan dat het hier gaat om een wettelijke verplichting. Wethouder VAN BUREN kan hierover niet in discussie gaan, aangezien dit een gespreksonderwerp is tussen de Onderdeelcommissie en de or en zij zich daar niet in wil mengen.
Met betrekking tot de salarissystemen is de wethouder bereid om een technische sessie aan te bieden. Lid MANGAL geeft aan dat zijn vraag luidt waarom ervoor gekozen is om het nieuwe systeem leidend te maken, terwijl het nog niet goed de uren overneemt uit het oude systeem. Wethouder VAN BUREN heeft hier geen antwoord op. Zij weet dat er gekozen is voor het nieuwe systeem en dat er een taskforce is opgericht om ervoor te zorgen dat het goed gaat functioneren. Lid MANGAL wil weten waarom er niet voor is gekozen om het oude systeem leidend te houden. Wethouder VAN BUREN gaat ervan uit dat hier veel goede redenen voor zijn geweest, maar zij moet het antwoord op deze vraag schuldig blijven. Zij herhaalt het aanbod voor een technische sessie of zij kan lid Mangal in contact brengen met een deskundige ambtenaar. Zij vindt de discussie hierover niet thuishoren in deze commissievergadering. De VOORZITTER concludeert dat er vanuit lid Mangal, noch vanuit de andere commissieleden animo is voor een technische sessie hierover. Hij stelt vast dat dit onderwerp voldoende is besproken. 15. Bespreken van de Barometer Culturele Diversiteit 2023 (VN2024-008083) Op verzoek van lid Mangal (DENK) wordt dit punt van de agenda gehaald in verband met overlap met agendapunt 18. TOEGEVOEGD AGENDAPUNTEN
47
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 11 en 16 juli 2024
FKD
Evenementen 16. Bespreken van het uitvoeringsbeleid Pride en bijbehorende nota van beantwoording Nr.VN2024-008603 Dit agendapunt wordt besproken na agendapunt 3 in het ochtenddeel van de vergadering. Coördinatie Bedrijfsvoering 17. Bespreken van de berichtgeving over de naheffingsaanslag van € 62.000 vanwege onjuist registreren privégebruik van de dienstauto van burgemeester Halsema Nr. VN2024-010165 De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat het onderwerp is geagendeerd door lid Van Berkel (JA21). Lid VAN BERKEL deelt mee dat de gemeente een naheffing van 62000 euro plus een boete gekregen voor het niet opgeven van overschrijding van het aantal kilometers privégebruik van de dienstauto door de burgemeester. Wethouder Van Buren heeft uitgelegd dat dit kwam door het ontbreken van goede instructies aan haar ambtenaren bij de registratie en opgave. Lid Van Berkel stelt dat de boete aan de gemeente uiteindelijk ten laste zal komen aan de belastingbetaler, terwijl in hetzelfde geval bij een particulier de persoon zelf deze kosten zal moeten betalen. Een dergelijke kwestie tast de integriteit van en het vertrouwen in de gemeente aan en JA21 vindt dat zorgelijk. JA21 staat voor een betrouwbare overheid en een college dat eerlijk is over haar handelen.
Lid Van Berkel stelt een aantal vragen: − Is deze naheffing gekomen, nadat de gemeente dit zelf bij de belastingdienst heeft aangemeld? − Wanneer kwam de gemeente er dan achter dat dit fout is gegaan? − Was het Woo-verzoek hiervan de aanleiding of is er een naheffing opgelegd na onderzoek door de belastingdienst? − In juni 2019 werd besloten dat collegeleden de dienstauto niet privé mogen gebruiken en volgens de brief van de wethouder staat de uitzondering in de notulen. Lid Van Berkel vraagt waarom deze uitzondering niet is opgenomen in het daadwerkelijke besluit; − Is de uitzondering daarmee wel rechtsgeldig? − Is het besluit inmiddels is aangepast en wanneer dit is ingegaan? JA21 heeft ook nog een vraag over de aard van de privé ritten: Bij de belastingdienst is woon-werkverkeer zakelijk, maar hoe is dit bij de burgemeester geregeld met een ambtswoning en een tweede woning elders? Wethouder VAN BUREN deelt mee dat de naheffing en de boete nog moeten worden opgelegd. Het college heeft het zelf gemeld bij de belastingdienst. Naar aanleiding van het Woo-verzoek kwam het college erachter dat het administratief niet goed op orde was. Het is wel besproken in een collegevergadering, maar het is daarna niet opgenomen in een besluit. Deze fout is direct hersteld en het proces is aangepast.
Lid VAN BERKEL vraagt of de wethouder een inschatting kan geven van de hoogte van de verzuimboete. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat dit maximaal 64000 euro zal zijn. Voor de burgemeester geldt de ambtswoning als het woonadres.
48
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 11 en 16 juli 2024
FKD
Lid VAN BERKEL stelt dat sinds het aantreden van de burgemeester zij valt onder beveiligde bewaking en dat hierdoor privégebruik van de dienstauto voor haar is uitgezonderd. Lid Van Berkel vraagt om een toelichting op de belastingopgave in dit geval. Het bevreemdt hem namelijk dat de naheffing jarenlang niet is gezien door de ambtenaren. Wethouder VAN BUREN stelt dat deze situatie met een dienstauto niet te vergelijken is met ‘een-auto-van-de-zaak’. De burgemeester hoeft dit zelf ook niet op te geven. De burgemeester valt onder beveiliging en er is afgesproken dat zij om die reden ook privé gebruik mag maken van de dienstauto. De wethouder benadrukt dat de burgemeester altijd haar privé kilometers heeft bijgehouden. De wethouder betreurt het dat dit in het proces niet goed is gegaan. Ook bij een andere wethouder heeft een correctie moeten plaatsvinden. Lid VAN BERKEL vindt het moeilijk te accepteren dat deze fout voor de gemeente weinig voeten in aarde heeft, terwijl dit in een particuliere situatie rampzalig zou uitpakken voor de persoon in kwestie. Voor de gemeente worden de kosten gewoon betaald door de belastingbetaler. Lid Van Berkel vraagt of er een juridische basis is om met terugwerkende kracht een besluit te nemen over iets wat al heeft plaatsgevonden en hij wil weten of daar advies over is ingewonnen.
Wethouder VAN BUREN geeft aan dat het besluit is genomen in het college en dit werd bekrachtigd in de notulen. Dit was noodzakelijk omdat de wet was veranderd. Voor de wethouder gaat de vergelijking met een particuliere persoon mank, aangezien het ambt van burgemeester van Amsterdam een bijzonder ambt is, waarvoor ook beveiliging moet gelden. Vervolgens legt zij uit dat de gemeente aangifte doet in de loonheffing van de gemeente. In onderhavig geval heeft de gemeente verzaakt om die aangifte te doen en in die zin valt de burgemeester daarbij niets in te verwijten. Lid VAN BERKEL wil nog weten wanneer het aangepaste besluit is ingegaan. Wethouder VAN BUREN deelt mee dat in 2019 landelijk de nieuwe regels zijn vastgesteld voor de rechtspositie van decentrale, politieke gezagsdragers en als uitwerking hiervan is in het college op 25 juni 2019 besloten over de nieuwe regels voor het gebruik van de dienstauto door collegeleden met ingang van1 september 2019. Lid VAN BERKEL vraagt of de commissie inzage kan krijgen in de notulen waar in de brief aan gerefereerd wordt en waarin staat dat de burgemeester bij wijze van uitzondering wel privé gebruik kan maken van de dienstauto. Wethouder VAN BUREN meent dat deze notulen openbaar zijn, maar ze weet dit niet zeker.
Zij citeert: ‘Er is in de notulen vastgelegd dat het verzoek van de burgemeester aan de gemeentesecretaris om uit te zoeken of zij privé kan rijden vanwege haar veiligheid’. Dit is ambtelijk uitgezocht en dit heeft niet geleid tot vastlegging in het collegebesluit. De notulen blijken niet openbaar te zijn. Lid VAN BERKEL vraagt of de notulen dan wel vertrouwelijk gedeeld kunnen worden. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat dit niet mogelijk is en zij vraagt lid Van Berkel haar op haar woord te geloven. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken en hij schorst de vergadering om 22.45 uur. De vergadering zal worden voortgezet op dinsdag 16 juli 2024 om 19.30. uur.
49
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 11 en 16 juli 2024
FKD
Dinsdag 16 juli 2024 19.30 – 22.10 uur Voorzitter: K. van der Veen Portefeuillehouders: wethouder Van Buren Commissiegriffier: W. Hens Verslaglegging: J. Poot (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: F.A. Namane (PvdA), J. van Pijpen (GL), E. Schmit (D66), H.C. Burgers (VVD), J.M. Krom (PvdD), I. Garmy (Volt), C. van Berkel (JA21), S. Khan (DENK), L.J.J. Lochtenberg (CDA), J. Badal (CDA), M. Perdok) Lijst Ahmani/Veldhuyzen), C. Kabamba (Lijst Kabamba) De VOORZITTER heropent de vergadering op 16 juli 2024 om 19.30 uur. 18. Bespreken van het rapport van Verweij-Jonker over ervaren discriminatie en andere vormen van ongewenst gedrag Nr. VN2024-010173 Dit agendapunt wordt besproken op dinsdag 16 juli 2024 vanaf 19.30 uur. Eerste termijn De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat de commissie per email is geïnformeerd over de reactie van de or op het onderzoek. Deze reactie is toegevoegd aan de stukken. Via de griffier zijn de onderzoekers van het Verweij-Jonker onderzoek uitgenodigd om het rapport toe te lichten, maar zij zijn hiertoe niet bereid gevonden. De voorzitter stelt voor om direct te beginnen met de inhoudelijke behandeling van dit agendapunt. Het onderwerp is geagendeerd door het lid Khan (DENK).
Lid KHAN geeft aan dat een overgroot deel van de werknemers die werken voor de gemeentelijke organisatie van Amsterdam, de ambtenaren, slachtoffer zijn van discriminatie, racisme en andere vormen van ongewenst gedrag, In veel gevallen zijn de daders de leidingevenden. De gemeente draagt de verantwoordelijkheid om haar ambtenaren een sociaal veilige werkomgeving te bieden en deze problemen vragen dan ook om institutionele oplossingen. Lid Khan verduidelijkt zijn betoog met een aantal voorbeelden uit de praktijk die hem ter ore kwamen via ambtenaren. Bij deze voorbeelden gaat het niet om de kwetsende uitlatingen an sich, maar dat deze leiden tot een ongelijke verdeling van status, macht en dus ook inkomen. Dit houdt in dat de carrièremogelijkheden niet langer afhangen van de individuele vaardigheden, maar dat er hardnekkige patronen van uitsluiting zijn waar te nemen en lid Khan spreekt van institutionele discriminatie en racisme. Nu de voornaamste bron van discriminatie en racisme blijkt bij de leidingevenden te liggen is het de vraag of het beleid daar voldoende op toegesneden is. Met drie punten tracht lid Khan aan te geven hoe daar verandering in kan komen: In verband met de bestaande machtsongelijkheid zal een goed gesprek geen oplossing bieden en is een persoonsgericht onderzoek na melding de beste optie.
Als blijkt dat er sprake is van verwijtbaar discriminatoir handelen door leidinggevenden dan dient de zwaarste sanctie te volgen te weten stoppen van het contract of ontslag. Er zijn tegenstellingen geconstateerd in het beleid: leidinggevenden die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van de gedragscode zijn tevens de grootste bron van discriminatie. Om dit patroon te doorbreken stelt DENK voor dat leidinggevenden elkaar dienen aan te spreken wanneer zij over de schreef gaan. Ten derde verwijst lid Khan naar de motie van GroenLinks die het college oproept om de sancties bij te houden. Hij wil graag weten wat de actuele cijfers hierbij zijn. Hij betwijfelt bovendien of alle ambtenaren op de hoogte zijn van het bestaan van het externe
50
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 11 en 16 juli 2024
FKD
meldpunt. Hij vraagt de wethouder aan te geven wie de casussen beoordeelt die terechtkomen bij het MDRA. Lid VAN BERKEL refereert aan het door lid Khan genoemde verband tussen de PVV als partijorganisatie en de misstanden in de ambtelijke organisatie van de gemeente Amsterdam. Hij vraagt lid Khan wat dit verband inhoudt. Lid KHAN geeft aan dat dit verband inhoudt de groeiende normalisatie van racisme en extreemrechts in de samenleving. Lid VAN BERKEL stelt dat de partijdeelname aan de coalitie onlangs van start is gegaan, terwijl de misstanden binnen de ambtelijke organisatie van Amsterdam al langer spelen. Het is voor lid Van Berkel nog niet duidelijk welk verband lid Khan hiertussen ziet. Lid KHAN meent dat JA21 vraagt naar de bekende weg en hij beschrijft waar de PVV voor staat in zijn ogen en dat dit verband houdt met de toegenomen normalisering van racisme in de samenleving. Lid VAN BERKEL stelt vast dat DENK een direct verband ziet tussen PVVdeelname aan de coalitie en de ‘normalisatie van racisme en discriminatie’, terwijl het in dit debat gaat over een situatie die al veel langer speelt. Hij preciseert zijn eerdere vraag en wil weten wat de oorzaak volgens lid Khan is van de PVV-deelname precies op dit beleid hier in Amsterdam. Lid KHAN is van mening dat de deelname van de PVV aan het kabinet een voorbeeld is van normalisering van racisme.
Volgens DENK zijn PVV-politici racisten, zoals dat door DENK wordt opgemaakt uit het verkiezingsprogramma. Via overheden kan racisme binnendringen in rijksorganisaties. Lid Khan vervolgt zijn betoog en vraagt de wethouder of het externe meldpunt ook kan worden opengesteld voor oud-medewerkers. Er heerst bij deze groep vaak nog een gevoel van onrechtvaardigheid. Vervolgens verwijst lid Khan naar het gerucht dat er ontslagprocedures lopen met een voorgeschiedenis met discriminatie. Deze ontslagprocedures zouden zijn ingezet naar aanleiding van een melding van discriminatie. Hij verzoekt de wethouder naar deze casussen te kijken en indien wenselijk ze te pauzeren en vervolgens de voorgeschiedenis extern te laten beoordelen. Tot slot roept lid Khan op het beleid van de wethouder te steunen en DENK zal dit beleid nauwlettend blijven volgen. Lid VAN PIJPEN begint haar betoog met een citaat uit de bijeenkomst van 23 november 2023 toen de eerste twee rapporten over dit onderwerp waren verschenen, en waarin wordt beschreven de schadelijke uitwerking die racisme heeft op de samenleving en in organisaties. Het Verweij-Jonker rapport toont aan dat het debat hierover nog steeds gevoerd dient te worden. De inhoud van het rapport is niet verrassend, aangezien er al veel signalen zijn afgegeven over uitsluiting en ongewenst gedrag in den brede.
Maar de omvang en de aard van de ongewenste gedragingen zijn voor lid Van Pijpen schokkend. Zij is blij dat er een hoge respons is geweest voor deelname aan het onderzoek en zij hoopt dat hierin het vertrouwen wordt weerspiegeld dat er is in de aanpak van het college. Dankzij het ingezette beleid is de informatie boven tafel gekomen. Dit beleid hecht grote waarde aan openheid en sluit aan bij de bestuursopdracht Diversiteit en Inclusie.de noodzaak van een stevig diversiteit-en-inclusiebeleid was er, is er en blijft er, volgens GroenLinks, en het moet de basis worden van een personeelsontwikkelingsbeleid. Lid Van Pijpen benadrukt dat GroenLinks de wethouder alle steun zal geven bij de ontwikkeling van haar beleid.
51
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 11 en 16 juli 2024
FKD
Lid Van Pijpen is benieuwd welke reacties er op het rapport zijn gekomen binnen de ambtelijke organisatie en of er sprake is van een schokeffect. Zij verwijst naar de eerdere motie van haar hand waarin het college wordt verzocht om concrete normering en sanctionering en om gegevens hierover. Zij hoort graag wat de uitvoering van deze motie heeft opgeleverd, aangezien het hier niet gaat over arbeidsconflicten, maar om gedrag dat bestraft moet worden. Het rapport heeft aan het licht gebracht dat er hier sprake is van een fundamenteel organisatiecultuur probleem, waarin dit gedrag dus blijkbaar mogelijk is. Ook wordt aangetoond dat leidinggevenden hier voor een groot deel voor verantwoordelijk zijn. Leidinggevenden zijn de spil in de uitvoering, maar hier moet de gemeente op kunnen vertrouwen.
Zij vraagt de wethouder te verklaren waarom juist leidinggevenden hierbij zo veel worden genoemd en zij stelt eveneens een aantal aanverwante vragen hierover: − Is de organisatie wel ingericht op een wijze waarop leidinggevenden feedback en tegenwicht kunnen krijgen? − Wat is de rol van P&O hierin? − Welke indicatoren worden er gebruikt om te zien of het goed gaat in een team en op een afdeling? − Wordt er interne feedback en intervisie gehouden bij ziekteverzuim? − Hoe is de ‘span of control’ voor leidinggevenden? GroenLinks vraagt de wethouder om nu fundamenteel en concreet aan de slag te gaan, waarbij ook organisatie-inrichting, functionering en sturing van en door het management onder de loep wordt genomen. Zij beschrijft vervolgens tot welke positieve veranderingen in de organisatie dit zou moeten leiden. Ook stelt lid Van Pijpen voor relevante trainingen verplicht te maken voor leidinggevenden, en het is van belang dat dit ‘evidence based’ cursussen zijn. Lid VAN BERKEL citeert uit het rapport van Verweij-Jonker dat trainingen vaak ook weinig tot geheel niet effectief zijn bij het verminderen van discriminatie en ander ongewenst gedrag. Lid VAN PIJPEN beaamt dat de trainingen nu te vrijblijvend zijn en ze geen onderdeel uitmaken van een fundamenteel beleid. Lid VAN BERKEL noemt een ander citaat, dat trainingen en andere interventies soms zelfs averechts kunnen werken.
Vindt lid Van Pijpen dan nog steeds dat dit moet worden opgelegd? Lid VAN PIJPEN is van mening dat training in een totaalpakket van maatregelen noodzakelijk en effectief is. Lid VAN BERKEL refereert nogmaals aan de stelling uit het rapport dat trainingen vaak weinig effectief zijn tot geheel ineffectief. Hij vraagt zich af hoe dit rijmt met de woorden van lid Van Pijpen. Lid VAN PIJPEN geeft aan dat ze dit al heeft aangegeven en vervolgt haar betoog. Zij vraagt de wethouder om snel met een brede veranderaanpak te komen, waarbij organisatie-inrichting en -sturing worden meegenomen, niet vrijblijvend en met diversiteit en inclusie als basisprincipe. Zij vraagt in die aanpak om speciale aandacht voor het Bureau Integriteit. Tot slot beschrijft lid Van Pijpen de hedendaagse maatschappelijke context waarin gestreden moet worden tegen discriminatie en racisme. Zij roept op tot het stellen van een duidelijke Amsterdamse norm waarbij uitsluiting, racisme en pestgedrag niet worden getolereerd. Zij roept de wethouder en het GMT op om snel te komen met een Plan van Aanpak om dit fundamentele probleem op te lossen.
52
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 11 en 16 juli 2024
FKD
Lid BADAL verklaart in zijn betoog dat hij het betreurt dat de onderlinge omgang binnen de gemeente zo verstoord is geraakt en hij stelt dat veel medewerkers ooit met een rugzak vol dromen en verwachtingen zijn begonnen bij de gemeentelijke organisatie. Uit de monitor is gebleken dat er sprake is van discriminatie in de stad, wat zich ook vertaalt naar de gemeentelijke organisatie en dit is verworden tot een breed maatschappelijk probleem in de diverse samenleving. De or heeft inmiddels een reactie gegeven, er is een aan de werkgroep Inclusie en Diversiteit gevraagd input te geven en medewerkersbetrokkenheid is nodig om de voorgestelde veranderingen door te voeren. Ook constateert lid Badal dat een stevige regie van de gemeentesecretaris nodig is voor de implementatie en het tijdspad. Het is van cruciaal belang dat de communicatie over de voortgang en de impact van de veranderingen helder, transparant en up-to-date is. Lid Badal vraagt de wethouder te reflecteren op de reactie van de or en aan te geven hoe zij deze zal betrekken bij het proces. Lid LOCHTENBERG citeert uit het jaarverslag van 2016 de ambitie van de gemeente inzake haar werkgeverschap en de bestrijding van het ziekteverzuim. Ook haalt lid Lochtenberg het rapport van de toenmalig Ombudsman aan, die een minder rooskleurig beeld schetst van de toenmalige situatie bij de gemeentelijke organisatie.
Lid Lochtenberg stelt dat het sindsdien alleen maar slechter is geworden. Dit raakt de bedrijfsvoering in al haar aspecten. Uit gesprekken met ambtenaren kan lid Lochtenberg opmaken dat zij moeite hebben om verantwoordelijkheid te nemen en voor elkaar op te komen. En bij klachten nemen de leidinggevenden geen verantwoordelijkheid om het op te lossen. Hij vraagt de wethouder en het gehele college of hier ook in hun ogen sprake van is en welke oplossingen er zijn voor dit probleem, zoals het aanpakken van de bron. Als laatste stelt hij de vraag wat er over een jaar concreet is verbeterd en wat is er gedaan aan deze problemen die al zo lang spelen. Lid PERDOK constateert naar aanleiding van de discriminatiemonitor, het VerweijJonkerrapport en uit eerdere signalen dat ook in de ambtelijke organisatie discriminatie een groot probleem is. Er wordt veelvuldig door respondenten aangegeven dat de bron van discriminatie een leidinggevende is en dat het daarbij meestal gaat om discriminatie op basis van huidskleur en etniciteit. Lid Perdok stelt dat er sprake is van institutioneel racisme. Namens haar fractie deelt zij mee dat zij volledig kan instemmen met de inzet van de wethouder, die al van het begin af aan heeft erkend dat het probleem speelt.
De wethouder heeft aangegeven dat het verbeterproces lang kan duren en dat er met verschillende interventies op meerdere terreinen moet worden ingezet. Zij heeft een aantal vragen voor de wethouder, vooral feiten die zij niet heeft kunnen lezen in het rapport: − Waarom wordt er alleen gekeken naar het afgelopen jaar? − Waarom wordt er niet per afdeling uiteengezet hoe ernstig de situatie is? − Hoe staat het met de tevredenheid over de behandeling van klachten door Bureau Integriteit? − Waarom wordt er niet gevraagd naar de bronoorzaken? − Op welk moment is er aan medewerkers de kans geboden om input te leveren over hoe het beter kan? Namens haar fractie spreekt zij de verwachting uit dat dit rapport aan veel medewerkers de moed verleent om zich te melden en de gemeente moet goed voorbereid zijn hierop. Veel medewerkers voelen zich niet veilig genoeg om discriminatie te melden en er komen bijzonder weinig meldingen binnen bij Bureau Integriteit. Lid Perdok vraagt zich af welke groep op de bescherming van de gemeente moet kunnen rekenen, de medewerkers die nu slachtoffer zijn van ongewenst gedrag, de Amsterdamse burger, die moet kunnen vertrouwen op een gemeente die ervoor ze is of de
53
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 11 en 16 juli 2024
FKD
gezagsdragers die al vele jaren deze angstcultuur bij de gemeentelijke organisatie in stand houden. Haar fractie is geschrokken van de omvang van de misstanden en van het feit dat het nooit een aanleiding is geweest om het probleem aan te pakken. Lijst A/V is vastberaden om samen met de raad en het college ervoor te gaan zorgen dat er echt iets verandert en de ambtenaren de veilige werkplek te bieden die ze verdienen. Lid Perdok vraagt de wethouder hoever zij bereid is te gaan om de cultuurverandering te bewerkstelligen. Lid Perdok stelt vervolgens dat het niet juist is om de slachtoffers op te zadelen met de verantwoordelijkheid voor deze situatie, bijvoorbeeld door ze trainingen aan te bieden. Het zijn de medewerkers die aan de top staan die voor verandering moeten zorgdragen. Lid Perdok somt op welke veranderingen er voor haar fractie zichtbaarder moeten worden: meer transparantie bij de klachten en de behandeling ervan, meer onafhankelijk onderzoek naar misstanden binnen de organisatie en harde consequenties. Ook pleit zij voor nog een onafhankelijk meldpunt, aangezien de bestaande niet goed werken. De Lijst A/V is voor compensatie en nazorg voor de slachtoffers, zowel sociaal als financieel.
Tenslotte geeft lid Perdok aan dat haar fractie bereid is om mee te denken bij het zoeken naar oplossingen en waar nodig zal komen met moties en voorstellen om slachtoffers te bieden waar zij recht op hebben. Lid NAMANE deelt mee dat het al bekend was dat discriminatie en racisme plaatsvindt binnen de organisatie, maar de omvang hiervan wordt nu pas goed duidelijk en die vindt zij schokkend. Ook de PvdA is het opgevallen dat leidinggevenden vaak als dader worden aangemerkt, terwijl al eens aan de orde kwam in de commissie dat hier juist een belangrijk deel van de oplossing ligt. Lid Namane noemt op welke soorten van discriminatie er blijken voor te komen en zij benadrukt dat dit onacceptabel is als de gemeente, zoals jaren geleden uitgesproken, de beste werkgever wil zijn die er is. Het verheugt lid Namane dat de raad eensgezind is over ongewenst gedrag en discriminatie. Zij heeft waargenomen dat de wethouder niet bang is om tot op de kern uit te zoeken waar het misgaat. Het Verweij-Jonker onderzoek is een onderdeel van vele maatregelen die al zijn genomen en waarvan er in het najaar van 2024 nog meer zullen volgen. Lid Namane geeft aan dat ze hoopt dat dit snel zal gebeuren.