CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2021 09 15 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad - ondertiteling

RAAD 15 september 2021, gemeente Amsterdam61.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

Is het proportioneel? Nou ja, dat is best een onderwerp van gesprek, ook wat mij betreft. Maar dit zijn de regels die wij met elkaar hebben vastgelegd. U zegt nu: het is sky high, 85 keer door rood fietsen. Mag ik u eraan herinneren dat uw fractie heeft ingestemd met die boetes? En u heeft elk recht om van mening te veranderen. Elk recht, laat daar geen misverstand over bestaan. Dat zouden meer mensen in de politiek moeten doen, van mening veranderen. Dat zou interessant zijn, dat we eens een keer naar elkaar luisteren en denken: goh, u heeft best een argument. Dus ik ontzeg u niet het recht om van mening te veranderen, maar ik vind het wel ingewikkeld dat u nu zegt dat het sky high is en dat u daar enorme aanstoot aan neemt, terwijl u in 2017 heeft ingestemd en dat nu de facto alleen een verlaging van de boete voorligt. U vroeg mij naar een duiding van de Raad van State. Flinke tik is geloof ik de term die u gebruikte. Nou, zo heb ik dat helemaal niet opgevat. We hebben gewoon het advies gelezen en gemeend de boete te moeten verlagen. Dat is wat we hebben gedaan. Voorzitter, ik geloof dat er een interruptie is. De voorzitter: Ja, alleen bepaal ik het moment waarop daar tijd voor is. Mevrouw Naoum Néhmé, aan u het woord. Mevrouw Naoum Néhmé: Voorzitter, ik geloof niet dat de wethouder de teksten van de uitspraak van de Raad van State heeft gelezen.

Het is maar goed ook, anders had hij zich misschien diep geschaamd. Maar los daarvan, ik vind … Misschien kan ik het zeggen, om bestuurlijke reactie aan het begin. De irritatie, dat spat ervan af en dat vind ik onnodig. Want ja, VVD en neoliberalisme, die grijsgedraaide plaat kennen we natuurlijk allemaal inmiddels. Maar hij heeft nu de kans om te laten zien dat hij alles niet is wat de VVD wel is. Dat hij wel in staat is om de menselijke maat hier door te voeren, dat hij wel in staat is om vanuit vertrouwen in mensen beleid te voeren. Dus ik snap niet dat bij ieder agendapunt wat in dit huis komt, dat deze wethouder in het bijzonder het niet kan laten om aan het neoliberalisme en de VVD te refereren, terwijl hij voor de historische opgave is geplaatst in 2018 tot vandaag de dag om het verschil te maken. Kan hij daar misschien op reflecteren hoe het kan dat hij zich altijd wel meet of aanmeet met de VVD? De voorzitter: De wethouder. De heer Groot Wassink: Nou, voorzitter, ik ben toch in de veronderstelling dat we net een agendapunt behandeld hebben waarin ik de VVD in elk geval niet heb genoemd. Dus uw stelling klopt in elk geval niet. En als u veronderstelt dat ik buitengewoon geïrriteerd zo zijn, dan weet u denk ik niet hoe mijn irritatie eruitziet. De voorzitter: ‘…’ (buiten microfoon).

De heer Groot Wassink: Nou, daar ben ik me dan ook weer niet bewust van. Nee, maar voorzitter, ik begrijp het echt niet. Kijk, en schaamte is best een emotie die ik herken, hoor. Maar nee, die heb ik niet gevoeld bij het lezen van die uitspraak. We worden gecorrigeerd. We hebben in 2017 met elkaar beleid vastgesteld, we hebben daar volgens mij eind 2020 heeft dat geleid tot een nieuwe boetetabel. Er is een uitspraak geweest van de Raad van State. Nou, daar hou je je aan, dat is wat je doet als wethouder. Dus we passen de boete aan, die boete ligt nu voor. Maar dat neemt niet weg dat de essentie – en dat is misschien waar ik de meeste moeite mee heb – dat de menselijke maat geldt niet alleen voor degene die een economische activiteit opzet. De menselijke maat en het doel van ons handelen, het doel van dit college is het algemeen belang te dienen. Het algemeen belang is dus nooit te vereenzelvigen met het commerciële belang. Het algemene belang is woningonttrekking, het algemene belang waarom wij dit strikte beleid hebben ingesteld is woningonttrekking en het voorkomen van overlast. Tot voor 2017 vond u dat unaniem. En nogmaals, u mag daarvan terugkomen, elk recht. Maar dit is de essentie waarom we dit begonnen zijn. De voorzitter: Mevrouw Naoum Néhmé, en ik zou de wethouder willen vragen iets korter in zijn antwoorden te zijn. Mevrouw Naoum Néhmé.

Mevrouw Naoum Néhmé: Voorzitter, het algemeen belang is dat de wet wordt gehandhaafd, maar dan ook voor iedereen. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat er sprake is van wat we noemden ook in de commissie selectieve hardvochtigheid. Want bij het kraakbeleid is er opeens de term vergiskraken, dat heeft deze wethouder in 2018 gezegd: “Voorlopig ga ik bij die vergiskraak in Amsterdam-Oost daar niks aan doen, geen juridische stappen.” En als vakantieverhuurders zich oprecht kunnen vergissen, hebben we geen waarschuwing, geen administratieve boete. Nee, dan is het direct je kop eraf. En dat is … Ik daag hem eigenlijk uit om te reflecteren op misschien wel de dubbele standaarden die we hanteren in dit huis. Voor krakers geldt de wet niet, maar voor vakantieverhuurders … Ja, voor vakantieverhuurders is het niet hard, is het niet keihard, dan is het … Nou ja, misschien bestaat de term nog niet met boetes van 12.000 euro of 22.000 euro. De voorzitter: De wethouder. De heer Groot Wassink: Nou, voorzitter, ik kan me toch ook nog best wel wat kritiek heugen van verschillende andere fracties en maatschappelijke organisaties, die buitengewoon kritisch waren op het optreden van – moet ik herhalen – niet ik, maar deze burgemeester ten aanzien van kraken. Want ik heb, zoals u al te goed weet, geen enkel instrument om wat dan ook te doen tegen kraken.

Want optreden tegen kraken is namelijk niet iets waar de wethouder van Sociale Zaken over gaat. Dat is echt een ander domein. Ik vind ook uw vergelijking echt mank gaan, want nogmaals, u zet nu kraken naast vakantieverhuur en ik vind dat echt wel van een hele andere orde. Omdat bij vakantieverhuur je heel doelbewust een economische een economisch activiteit ontwikkelt en ik vind het niet meer dan normaal als je een economische activiteit ontwikkelt, dat je je vergewist van de regels. We hebben, nogmaals, unaniem lik-op-stukbeleid vastgesteld, omdat wij allen ons zorgen maakten over de impact van vakantieverhuur op deze stad. Daarom, voorzitter, is het ook precies het punt waar de heer Boomsma, die zegt: kun je nou niet starten met bijvoorbeeld 750 euro als een startboete niet proportioneel. U zegt zelf 500. Dan is mijn antwoord nee, want Amsterdam is niet te vergelijken met Utrecht. Ik vind het al best beledigend op zichzelf. Maar ook gewoon in aard en omvang van de problematiek is het niet vergelijkbaar en ik zal u uitleggen waarom. Omdat een kamer of een woning in het centrum van Amsterdam 250 euro per nacht doet. Dat betekent dat je een premie zet op het ontduiken van de regels, eindeloos doorverhuren, want als je gepakt wordt: drie nachtjes kwijt.

Who cares? Want laten we eerlijk zijn, dit is een aard en omvang van een verhuur die ook voor ons buitengewoon moeizaam te handhaven is. Laten we daar eerlijk in zijn. Dus dat je een aanvankelijke boete hebt die misschien maar – uw voorstel – twee

nachten verhuur heeft, is bijna een aanmoediging om je niet aan de regels te houden. Dat vind ik er dus heel moeizaam aan, omdat je daarmee het lik-op-stukbeleid ondergraaft. Voorzitter, ik wil graag … De voorzitter: Voor u doorgaat, laatste keer mevrouw Naoum Néhmé. Mevrouw Naoum Néhmé: Voorzitter, het voorbeeld wat ik aanhaalde was voor deze burgemeester. Toen was de wethouder locoburgemeester, dus ik heb het voorval zorgvuldig gekozen, de vergiskraker. Maar misschien kan hij reflecteren op het punt: geldt de wet voor iedereen, ja of nee? Want waarom zou die eigenlijk onverkort en keihard moeten gelden voor vakantieverhuurders, maar als in deze stad mensen kraken heeft hij eigenlijk met een … – hoe zeg je dat? – met de mantel der liefde in 2018 in Oost eigenlijk toegestaan dat er iets bestond als vergiskraken en ook goedgepraat dat daar niet op gehandhaafd is. Is de wet voor alle Amsterdammers de wet, of is de wet niet voor alle Amsterdammers de wet? Dat is volgens mij de hamvraag die hier ligt. De voorzitter: De wethouder. De heer Groot Wassink: Nee, maar voorzitter, nou wordt die mooi, want dit is wel een hele rare omkering. Ik ben wethouder, ik houd de wet. De wet is voor iedereen gelijk, iedereen moet zich aan de wet houden en tot voor kort was dat ook het standpunt van de VVD.

Ik heb zelfs toen ik locoburgemeester was – volgens mij weet ik eigenlijk niet of ik dat toen was, nou ja, misschien ook wel – u bedoelt onder de voormalige VVDwaarnemend burgemeester, was ik nog steeds niet bij machte om op te treden tegen kraken. U overschat mijn mogelijkheden. Ook als locoburgemeester en toenmalig wethouder der Sociale Zaken had ik niet die mogelijkheid. En ik heb geen enkele herinnering aan het goedpraten van welke kraak dan ook. Natuurlijk, ik heb hier in deze zaal wel eens gestaan en gezegd: ja, ik keur kraken in dit pand af. Dat is niet omdat ik daar niet gevoelens bij had, maar omdat ik vind dat vanuit mijn functie ik me daaraan heb te houden. Dus in die zin ben ik nog misschien – en ja, dit geeft een beetje een wat ongemakkelijk gevoel, of een vieze smaak in mijn mond – ben ik in dit opzicht sinds ik deze functie heb wel meer VVD dan u. Want ik zeg: regels zijn regels en daar heb je je dus aan te houden. Dus ook bij vakantieverhuur. Dus geeft het geen pas om lik-op-stukbeleid wat we in 2017 unaniem met elkaar hebben vastgesteld, waar nu alleen een verlaging van de boete voorligt, nu via een zijspoor te willen slopen. Twee opmerkingen nog, voorzitter. Menselijke maat heb ik voldoende gehad. Mevrouw Rooderkerk heeft een motie ingediend over communicatie. Ik ben het wel met u eens.

Kijk, wij hebben al verschillende acties op het gebied van communicatie en ik vind primair dat als jij zo nodig je huis moet verhuren, dat je daar een eigen verantwoordelijkheid in hebt. Laten we daar niet kinderachtig in zijn. Ik wil best nog eens een keer communiceren dat de boetebedragen zijn aangepast. Omdat de essentie van wat wij doen is het tegengaan van de woningonttrekking en het beperken van overlast. Dus ik geef u een positief preadvies op uw motie. Dan over de proportionaliteit, want natuurlijk zoek ik ook bij die proportionaliteit. Wij zien dat, gezien de enorme druk op de woningmarkt, deze vrij stevige boetes in ieder geval een afschrikwekkende werking lijken te hebben en is dus ook het amendement dat de heer Boomsma voorstelt – waar hij eigenlijk een aanmoediging zet op je niet houden aan de regels – een slecht idee, dus een negatief preadvies voor de heer Boomsma. Maar ten aanzien van uw onderzoek ben ik bereid om te zeggen: laten we nou eens een jaar kijken en laten we dan eens kijken of we proportionaliteit kunnen aantonen. Laten we nou eens kijken: hoeveel mensen zijn er bijvoorbeeld in de financiële problemen gekomen door de boete? Ik heb daar wel ideeën bij, maar laten we dat eens onderzoeken. Wie zijn die mensen die die boete hebben gekregen, hoe valt dat precies? Ik vind dat een terecht punt, ik zeg u dat bij deze toe.

En dus, voorzitter, met deze twee preadviseringen sluit ik mijn bijdrage af.

De voorzitter: Dank u wel. Is er misschien behoefte aan een tweede termijn? Anderen? Dat is niet het geval. Dan hebben we hiermee dit onderwerp voldoende besproken en dan gaan wij door naar het volgende onderwerp … De heer Groot Wassink: Is er ook een plaspauze? De voorzitter: Nee. Dat is … Mevrouw Van Soest: Voorzitter? Sorry, maar krijgen we nog een preadvies op de moties van … De voorzitter: Dat heeft de wethouder gegeven, maar hij wil het vast wel even voor u halen. Ga uw gang, kort graag. De heer Groot Wassink: Motie ja, amendement nee. Jeugd(zorg) 13. Vaststellen van de Verordening tot wijziging van de Verordening geldelijke voorzieningen externe commissieleden VN2021-022811 De voorzitter: Goed, daarmee gaan wij door naar het onderwerp agendapunt 13. Daarbij zijn geen moties en amendementen en heeft zich één spreker gemeld. Even voordat ik het ga aankondigen, vraag ik aan de heer Bakker of hij inderdaad het onderwerp nog … ‘Vaststellen van de verordening … Ik geloof het wel. ‘Vaststellen van de Verordening tot wijziging van de Verordening – interessant – geldelijke voorzieningen externe commissieleden’. Er zijn geen moties en amendementen ingediend en alleen de heer Bakker heeft gevraagd het woord te voeren. Zijn er andere leden die alsnog het woord willen voeren? Dat is niet het geval. Het woord is aan de heer Bakker. De heer Bakker: Dank u wel, voorzitter.

Inderdaad een titel waar je over zou struikelen, geldelijke voorzieningen externe commissieleden. Een korte opmerking bij de voorliggende stukken over een regionaal expertisecentrum. Het is een goede zaak … De voorzitter: Mijnheer Bakker, ik moet u even onderbreken, want ik mis de wethouder. Dit is wethouder Kukenheim en die is niet aanwezig. Gaat u even zitten, dan bellen we haar even. Dan schors ik voor, nou, wat zal het zijn, tot half negen. Schorsing De voorzitter: Goed, ik heropen deze vergadering en wij gaan door met het ‘Vaststellen van de Verordening tot wijziging van de Verordening geldelijke voorzieningen externe commissieleden’. Het woord is aan de heer Bakker van de SP. De heer Bakker: Dank u wel, voorzitter. Zoals ik al zei, verreweg het belangrijkste punt van deze avond. Een korte opmerking bij de voorliggende stukken over een regionaal expertisecentrum. Het is een goede zaak dat Noord-Hollandse gemeenten de krachten en kennis gaan bundelen in het kader van de jeugdhulpverlening. Het is ook prima dat Amsterdam zijn kennis en kunde ervoor inzet om dit op te zetten, maar voorzitter, wat de SP tegen de borst stuit is de vergoeding voor de commissieleden waarover gesproken wordt. Voorgesteld wordt om de commissieleden een vergoeding van 125 euro per uur te geven. Ons wordt uit de stukken niet

duidelijk of hier een bovengrens of een maximum aan wordt gesteld. Maar laat ik helder zijn, voorzitter, de SP vindt het niet uit te leggen dat we commissieleden gaan honoreren voor 125 euro per uur, in deze tijden van gigantische tekorten in de GGZ en de Jeugdzorg met lange wachtlijsten. Op verschillende plekken in het land is zelfs sprake van een opnamestop. Past er dan niet enige matiging en bescheidenheid en kunnen we het geld niet efficiënter gebruiken? Voorzitter, nu begrijpen wij dat het expertisecentrum bovenal de uitvoering is van landelijk beleid en dat de wethouder in deze geen doorslaggevende rol speelt, zoals zo vaak op het zorgdossier. Maar omdat het nu toch de raad passeert, willen we ons niet onbetuigd laten. Kan de wethouder daar een mooi commentaar op geven? De voorzitter: Dat is aan de wethouder. Het woord is aan de wethouder. Mevrouw Kukenheim: Dank, voorzitter. Dank ook voor de inbreng van de heer Bakker van de SP, waarvan ik eigenlijk had verwacht dat ik een compliment zou krijgen, omdat we nu eindelijk mensen die in de zorg werken eens behoorlijk gaan betalen. Want dat is wat hier gebeurt. Dus dit zijn mensen die werken voor de Jeugdzorg, dat is toch een van de allerzwaarste zorgposities in dit land. Ik had eigenlijk gehoopt dat u zei: complimenten dat deze mensen ook een goed salaris krijgen – waar u toch ook heel vaak voor naar buiten gaat.

Waarom doen we dit op deze manier? Eigenlijk een paar redenen. We vragen ze om via deze adviesfunctie, omdat ze voor heel Noord-Holland werken en het onverstandig is om dit te gaan aanbesteden – zou u ook heel blij mee moeten zijn, volgens mij, want u houdt volgens mij niet van aanbesteding in de zorg – je wil ze dus niet onderdeel maken van een van die aanbestedingscontracten van de verschillende gemeentes. En waarom 125 per uur? Omdat deze mensen heel belangrijk werk voor ons doen en vaak ook een medischspecialistische achtergrond hebben – denk bijvoorbeeld aan psychiaters, jeugdpsychiaters – en daar zijn deze tarieven passend voor, voorzitter. Dus dat is eigenlijk de reden waarom ik dit de gemeenteraad voorleg. De voorzitter: Dank u wel. Is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval, dan hebben we hiermee dit onderwerp voldoende besproken. Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed 15. Instemmen met het Initiatiefvoorstel Gemeentelijke kunst in de verkoop van het lid Van Soest en kennisnemen van de bestuurlijke reactie VN2021-030036 De voorzitter: Dan gaan wij door naar agendapunt 15, dat is het ‘Instemmen met het Initiatiefvoorstel Gemeentelijke kunst in de verkoop van het lid Van Soest en kennisnemen van de bestuurlijke reactie’. Mevrouw Van Soest, u wilde volgens mij een opmerking van de orde maken. Ga uw gang. Mevrouw Van Soest: Dank u wel, voorzitter.

Ik wilde graag het agendapunt doorschuiven vanwege mijn spreektijd. Dank u wel. De voorzitter: Ik zie dat her en der met teleurstelling wordt gereageerd, maar het is wat het is. Goed, bij deze is deze afgevoerd van de agenda en kan die terugkeren als u dat wil op een volgende agenda.

Openbare Ruimte en Groen 16. Vaststellen van het Kader Hondenlosloopgebieden VN2021-020967 De voorzitter: Dan gaan wij door naar agendapunt 16, het ‘Vaststellen van het Kader Hondenlosloopgebieden’. De volgende moties zijn bij dit agendapunt ingediend. Motie 647 van het lid A.L. Bakker inzake ‘Ecologische adviezen’; motie 648 van het lid A.L. Bakker inzake ‘Grasaren’. Het woord is alleen gevraagd door mevrouw Bakker. U heeft het woord. Mevrouw Bakker: Ik zal beginnen. Wij vonden het een prima beleidskader voor de hondenlosloopgebieden in de stad. Fijn dat het er eindelijk ligt. Na de behandeling in de commissie waren er nog twee zorgen die bij mij waren blijven liggen en dat was als eerste een over de grasaren. Want zoals ik in de commissie al zei, honden en grasaren gaan slecht samen, want grasaren zijn de zaden van een … Dat is een bloeiende grasspriet eigenlijk en die heeft de eigenschap dat die met die weerhaakjes kan gaan kruipen in de vacht. Dus wat er kan gebeuren is dat het in de oren terechtkomt of in een oog, achter het oog, het kan abcessen veroorzaken. Allemaal heel naar, dus heel goed dat we ook als uitgangspunt zo min mogelijk grasaren willen, dus dat we gaan kort maaien in hondenlosloopgebieden. Maar het kan gebeuren dat we toch een gebied in zo’n hondenlosloopgebied ecologisch willen beheren en dan kan het voorkomen dat we wel grasaren zien.

Dus vandaar mijn motie om dat dan ook aan te geven ter plaatse, zodat mensen met een hond zien dat ze extra moeten opletten. Het andere punt was, ik vond het heel goed om te lezen dat het advies van de stadsecoloog als uitgangspunt wordt genomen, er staat zelfs dat het leidend is. Maar de wethouder heeft dit toegelicht in de commissie en zei toch wel dat de politiek uiteindelijk een beslissende stem heeft. Dus bij het aanwijzen van een hondenlosloopgebied kan het dan toch zijn dat het schadelijk kan zijn voor de ecologie. Nou ja, goed, dan vinden wij in ieder geval dat dat transparant moet zijn hoe die besluitvorming tot stand is gekomen, dus vandaar mijn motie om het advies van de stadsecoloog dan ook openbaar te maken. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er andere sprekers? Dat is niet het geval, dan is het woord aan de wethouder. De heer De Vries: Ja, die toen hij vanavond na de avondmaaltijd hier naartoe ging nog even de hond aaide en zei: nu komt het belangrijkste onderwerp van de avond. Die was het daar ook van harte mee eens. Voorzitter, de twee door de Partij voor de Dieren ingediende moties hebben sympathie van het college. Wij moeten echt wel aangeven dat we natuurlijk die ecologische adviezen eigenlijk altijd al wel openbaar maken, dat zijn geen geheime adviezen.

Maar we zullen, daar zie ik uw motie toe oproepen, er ook voor zorgen dat bij het nemen van een besluit in het besluit vervat is wat het advies was van de ecoloog op dat onderwerp. Dan kan er ook een doorverwijzing zijn naar een website waar dat advies vervolgens helemaal uitgebreid te lezen is, als het niet in het besluit zelf geheel kan worden opgenomen. Dus in die zin nemen wij die motie over. Wat anders ligt het bij die bordjes, want we zijn wel een beetje huiverig voor het plaatsen van allerhande bordjes overal. Dus als er een hondenlosloopgebied is, dan wordt daar natuurlijk een bordje geplaatst dat het een losloopgebied is. Daar zit een verwijzing op dat bord naar de website voor meer informatie en op de website zullen we – als dat al niet gebeurd is, gaan we dat zeker ook doen – de risico’s die er zijn, waaronder risico’s voor bloeiend gras en wat daarvan af kan komen, vermelden. Maar om er dan aparte bordjes over dit soort onderwerpen bij te zetten, daar adviseert het college negatief over. Dus mijn advies is: laat het bij één bordje, hondenlosloopgebied, een verwijzing naar de site voor informatie en op de site heel duidelijk maken wat de verschillende dingen zijn waar je aan moet denken als je je hond laat loslopen in Amsterdam. De voorzitter: Dank u wel. Is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval.

Dan hebben wij ook dit agendapunt voldoende behandeld.

Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit 17. Vaststellen van de Wijzigingsverordening Legesverordening Amsterdam 2021 VN2021-016297 De voorzitter: Dan staat er op de agenda – en ik meen al te weten dat mevrouw Van Soest ook dit agendapunt wil schrappen – 17, ‘Vaststellen van de Wijzigingsverordening Legesverordening Amsterdam’. Deze kan gehamerd worden. 18. Instemmen met het uitvoerings- en budgetbesluit herinrichting Koninginneweg VN2021-021956 De voorzitter: Dan gaan wij door naar agendapunt 18, ‘Instemmen met het uitvoerings- en budgetbesluit herinrichting Koninginneweg’. Hier zijn twee moties op ingediend. Motie 654 van de leden Marttin cum suis inzake ‘Rood glad asfalt op fietspad’; motie 665 van het lid Boomsma inzake ‘Kies voor klinkers’. Het woord is aan mevrouw Marttin. Zijn er andere sprekers? Dat is niet het geval … Mevrouw IJmker. Dan is het woord aan mevrouw Marttin. Mevrouw Marttin: Dank u wel, voorzitter. De Koninginneweg gaat opnieuw ingericht worden. Er moet groot onderhoud gepleegd worden onder de grond aan de kabels en leidingen en boven de grond wordt er gekeken naar het verbeteren van de veiligheid en het reduceren van de snelheid daarmee. Dat vinden wij allemaal hele goede ideeën en ook het uitvoeringsbesluit kunnen we eigenlijk op de belangrijkste punten volgen. Er is echter één punt, ja, dat is wel wat knellend.

Daar hebben we het al eerder over gehad en dat is de inrichting van het fietspad. In het voorstel zoals het er nu ligt wordt er dan gekozen voor klinkers. Klinkers op het fietspad vinden we een slecht idee. Dat is oncomfortabel voor ouders met kinderen, ouderen, als je spullen wil vervoeren. Het kan gevaarlijk worden als het gaat verzakken of juist die tegels worden opgetild, die klinkers. Het kan glad worden in de winter. Nou, er zijn een heleboel bezwaren en ik denk dat iedereen die fietst wel eens een keer iets daarvan heeft meegemaakt. Dus wij willen de wethouder vragen door middel van een motie om af te zien van de klinkers en te kiezen voor het vertrouwde gladde asfalt. Die motie dien ik in namens een groot deel van de raad en ik hoop dat de wethouder daar serieus naar gaat kijken, zodat ook fietsers veilig en comfortabel gebruik kunnen gaan maken van de Koninginneweg als die heringericht is. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw IJmker en ik zie dat inmiddels ook de heer Boomsma klaarstaat, die ik vast even erop voorbereid dat hij 25 seconden heeft. Mevrouw IJmker. Mevrouw IJmker: Dank, voorzitter. De Koninginneweg gaat prachtig worden met meer ruimte voor fietsers en voetgangers, een extra rij bomen en toegankelijke tramhaltes. GroenLinks is dan ook blij met het nieuwe ontwerp dat nu voorligt.

GroenLinks steunt dan ook de motie, zojuist aangekondigd door de VVD, voor asfalt en dat we daarmee kiezen voor meer comfort voor de fietsers. Maar het ontwerp laat ook goed zien met welke dilemma’s we te maken hebben in dit soort gevallen. Wij hebben namelijk nog wel een zorg. De Koninginneweg moet een dertig kilometer per uur-weg worden en met de keuze voor zwart asfalt op de rijbaan is het belangrijk dat deze straat geen autoracebaan wordt, zoals we zien bijvoorbeeld op de Willemsparkweg. We begrijpen dat onze voorgestelde oplossing, namelijk kiezen voor streetprint, in dit geval geen optie is in verband met geluidsoverlast voor bewoners, dus dat begrijpen we natuurlijk ook. Maar de bewoners maken zich ook zorgen over de verkeersveiligheid. Een zorg die wij delen. Dus vraag ik de wethouder welke snelheidsbeperkende maatregelen mogelijk zijn om te zorgen dat de Koninginneweg echt een veilige, leefbare straat wordt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Boomsma.

De heer Boomsma: Kies de klinker. Het is natuurlijk onzin dat je niet over klinkers kunt fietsen. Dat is mooier, zeker in zo’n negentiende-eeuwse straat. Dat zou beschermd stadsgezicht moeten zijn. Kijk, dat de VVD de asfaltpartij is snap ik, maar dat nu GroenLinks en D66 ook massaal de asfaltpartijen worden, terwijl dat nota bene een fossiele brandstof is waar dat van wordt gemaakt. Ik vind het onbegrijpelijk, dus kies de klinker. De voorzitter: Dank u wel. Er hebben zich geen andere sprekers gemeld, dan is het woord aan de wethouder. De heer De Vries: De wethouder herinnert zich uit zijn tijd dat hij nog stadsdeelpoliticus was altijd dat er werd gezegd: wat is er politiek aan een stoeptegel? Wellicht, nou, de heer Boomsma kan daar zeker politiek over maken. Ik ben het ook met hem eens, want het gaat hier dus wel degelijk om kiezen. Als je voor de klinker kiest in de stoep, dan doe je een zet richting verkeersveiligheid. Als je voor asfalt kiest, doe je een zet richting fietscomfort. Als je kiest voor streetprint, doe je ook een zet richting verkeersveiligheid, maar tegen geluidsproblematiek, waar in de Koninginneweg, daar wordt veel gereden, dat zal dan wel zeker ook in die wat smallere straat te horen zijn. Dus er is hier geen oplossing die alle doelen dient.

Wat dat betreft, het college heeft er vertrouwen in, gelet op de diepgaande discussie die in de commissie hier gevoerd is over dit onderwerp, dat de raad een afgewogen oordeel kan geven over de verschillende keuzes die voorliggen. Wij voeren de keuze die u maakt uiteraard uit, zeg ik even tegen mevrouw Marttin die daarnaar vroeg. Maar ik zou er wel op willen wijzen, en dat zei mevrouw IJmker ook, als we geen klinkers kiezen, dan wordt het lastiger om snelheidsremming te doen. We gaan er natuurlijk wel naar kijken, we maken de weg wat smaller. De weg is niet meer kaarsrecht, ook omdat er haltes zijn en dergelijke. Dus er zijn wel wat dingen waar we ons op kunnen verlaten en natuurlijk gaan we sowieso, dat is het voornemen en daar wordt nu in de stad hevig over gediscussieerd, integraal van vijftig naar dertig en dat zal ook een stap zetten. Maar ja, met klinkers is het wel iets makkelijker, dat geef ik ook de heer Boomsma toe. De voorzitter: Dank u wel. Is er behoefte aan een tweede termijn? U zou wel willen, denk ik. Goed, dan is hiermee dit onderwerp ook voldoende besproken. 19. Instemmen met de Nota van Uitgangspunten voor de herinrichting van de Marnixstraat Noord VN2021015203 De voorzitter: Dan gaan wij door naar agendapunt 19, ‘Instemmen met de Nota van Uitgangspunten voor de herinrichting van de Marnixstraat Noord’.

Er is één motie ingediend van het lid Ernsting inzake ‘Marnixstraat Noord leefbaar en veilig met een lage maximumsnelheid’. Bij dit agendapunt hebben zich gemeld om het woord te voeren mevrouw Van Soest … Mevrouw …: Nee, ze heeft geen spreektijd meer. De voorzitter: Helaas. De heer Bakker, SP, en ik neem aan de heer Ernsting. Verder heeft zich niemand gemeld. Dan is het woord aan de heer Bakker. De heer Bakker: Dank u wel, voorzitter. De plannen voor de Marnixstraat Noord zijn acceptabel wat de SP betreft. Het is de hoogste tijd dat de verkeerssituatie in dit gedeelte van de stad wat aandacht krijgt. Tijdens de spits is de straat oversteken soms een hele klus en als het druk is, dan is lopen een ware crime. Omdat de straat zo nauw is, lijkt er soms te zijn gekozen voor parkeerplekken in plaats van bomen. Gelukkig lijken deze plannen het meeste van dit gedeelte te verhelpen. De nadruk op de fiets en het openbaar vervoer juicht de SP van harte toe. Ook de nadruk op meer groen is volgens mijn partij erg belangrijk. Ondanks de laatste zomer is in de toekomst de kans op hittegolven nog groot dankzij het veranderende klimaat. Maar ook als we weer een

heel natte zomer krijgen, dan is meer groen voor het water weg kan lopen zeer waardevol. Toch is de SP van mening dat de plannen niet ver genoeg gaan. Zo is de overgebleven parkeerstrook aan de straat compleet overbodig. Zeker in de buurt moet er een megalomane garage onder de Singelgracht komen en het Frederik Hendrikplantsoen krijgt daarbij een enorme drukte erbij. Hier komen dan achthonderd parkeerplekken, bijna vier keer het aantal dat zou verdwijnen als we allebei de parkeerstroken zouden transformeren. Waarom vervangen we niet beide parkeerstroken met een flexibele strook? Tenslotte zou er na de oplossing van de garage meer dan genoeg parkeerruimte moeten zijn op loopafstand. Ook maken we hiermee nog ruimte vrij voor een goot en andere voorzieningen waar iedereen iets aan heeft, niet alleen autobezitters. Dit college heeft een groene en autoluwe ambitie uitgesproken, nu is het moment om daar de daad bij het woord te voegen. Kortom, radicale autoluwheid. De voorzitter: Dank u wel. Voor u weggaat, u heeft een interruptie van de heer Vroege. De heer Vroege: Ja, onder naam van Rooderkerk. Dank u wel, voorzitter. Ik had gehoopt toch dat de heer Bakker, als voorloper van Jan met de iPad, volgende keer ook met een iPad ons zijn tekst voorleest, zeg maar. Dat komt misschien ook de leesbaarheid ten goede.

Maar de heer Bakker had het erover dat er wel viermaal zoveel parkeerplekken bij zouden komen in de garage als er weggaan. Dat is natuurlijk flauwekul, voorzitter, want onder aanvoering van mezelf en collega Ernsting is de opheffingsnorm daar een-op-een. Oftewel, er komt geen parkeerplek bij in de omgeving. Dat bent u toch met mij eens? De heer Bakker: Nee, anders zou ik dat niet gesteld hebben. Dus wij vinden dus in dit geval een berekening die ervoor zorgt dat in de Singelgrachtgarage zoveel parkeerplaatsen erbij gaan en dan moet het ook daadwerkelijk ook weg van de straat. De voorzitter: De heer Vroege. De heer Vroege: Ja, maar nogmaals, de plannen zijn dat er achthonderd parkeerplekken in de openbare ruimte worden opgeheven, in De Pijp, maar ook in West, zeg maar. Dat zijn de plannen, dat hebben we uitgebreid hier een jaar geleden met elkaar besproken. Dan moeten we niet doen alsof het niet zo is. De heer Bakker: Nee, laat dat dan maar … De voorzitter: De heer Bakker. De heer Bakker: Laat dat dan maar zien. De voorzitter: Goed, dan is het woord aan de heer Ernsting. De heer Ernsting: Voorzitter, dank u wel. De Marnixstraat Noord, een prachtige straat met veel verkeer, met name fietsers en ov. Het is dan ook een fiets- en ov-corridor en dat is hartstikke goed. Die gaan we herinrichten, maar de ruimte is heel krap.

Nou, het is hartstikke goed dat er heel veel auto’s van de straat verdwijnen en het is ook goed dat hier wordt uitgerold wat inderdaad breder in de stad in ontwikkeling is, het kwam net ook al even ter sprake, namelijk de verlaging van de maximumsnelheid van vijftig naar dertig kilometer per uur. Dat gaat heel veel verkeersslachtoffers schelen. In toenemende mate vind ik het werkelijk onacceptabel dat mensen zich op straat onveilig voelen in het verkeer en kans lopen om verkeersslachtoffer te worden. Ik vind eigenlijk dat we terug moeten streven naar een Vision Zero, nul verkeersslachtoffers. Dat is het enige doel waar we eigenlijk naartoe zouden moeten. Ook de Marnixstraat lijdt onder

verkeersonveiligheid, in ieder geval ook de ervaring van verkeersonveiligheid en dat heeft daar ook te maken met de snelheid van het openbaar vervoer. In de beleidsvoornemens van vijftig naar dertig blijft er op sommige plekken ruimte voor het openbaar vervoer om vijftig kilometer te rijden in het kader van de reissnelheid, maar dan met name in de brede straten met een vrijliggende tram- of busbaan. Maar hier is het een hele smalle straat en hebben die snelst rijdende bussen met name een groot gevolg voor de mate van onveiligheid die mensen ervaren. Daar lijdt ook de fietsstraat onder. Dus ik heb een motie ingediend om te onderzoeken – want nu staat er nog in de uitgangspunten dat het ov vijftig mag blijven rijden hier – om ook te kijken of dertig hier voor het ov niet ook mogelijk is. Ik hoop dat de wethouder die motie wil uitvoeren. De voorzitter: U heeft een interruptie. De heer Kreuger. De heer Kreuger: Dank, voorzitter. Is de heer Ernsting zich ervan bewust dat dit wel financiële gevolgen heeft, ook bijvoorbeeld voor het GVB? De voorzitter: De heer Ernsting. De heer Ernsting: Nou ja, het zou gevolgen kunnen hebben voor de reistijden, hè? Daar gaat het dan over, dat een bus er langer over doet om van de ene plek naar de andere te komen. Maar ik denk dat het grootste reistijdverlies hem veel meer zit in de kruispunten dan in de strekkende meters van een baanvak.

De voorzitter: Dan de heer Vroege. De heer Vroege: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, de plannen om in de stad dertig de norm te maken, dat moet leiden tot een betere verkeersveiligheid en minder slachtoffers. Maar de heer Ernsting spreek niet over het aantal slachtoffers, maar het veiligheidsgevoel. Dat is toch heel wat anders dan de objectieve cijfers. Vindt hij dat een veiligheidsgevoel ook reden moet zijn om overal in de stad maar de snelheid terug te brengen, ook al is dat voor de effectieve veiligheid helemaal niet, maakt dat niet uit? De voorzitter: De heer Ernsting. De heer Ernsting: Ik vind nadrukkelijk beide. Als we een fietsvriendelijke stad willen zijn – wat volgens mij D66 ook altijd propageert, of zegt te willen doen – met name voor kwetsbare fietsers, de fietsers van acht jaar oud of de fietsers van tachtig jaar oud, dan moet je ze ook een veilig gevoel geven. De voorzitter: De heer Kreuger heeft alsnog een interruptie. Ga uw gang. De heer Kreuger: Dank, voorzitter. Ik moest even nadenken. Maar mag het van GroenLinks meer geld kosten als dat zou betekenen dat je dan dus inderdaad meer geld kwijt bent aan je ov, omdat je langzamer rijdt en er dus langer over doet om ergens te komen? De voorzitter: De heer Ernsting.

De heer Ernsting: Ik zou het in de eerste plaats zoeken in de kruispunten, waarbij de bussen en de trams dan makkelijker de kruispunten kunnen oversteken en daar de reistijd gecompenseerd kan worden. De voorzitter: De heer Kreuger.

De heer Kreuger: Dank, voorzitter. Bedoelt u dan ongelijkvloerse kruispunten? Want dan word ik wel enthousiast. De voorzitter: De heer Ernsting. De heer Ernsting: Nee, ik bedoel gewoon dat auto’s langer voor een rood stoplicht moeten stilstaan. De voorzitter: De heer Van Schijndel. De heer Van Schijndel: Dank u, voorzitter. De heer Ernsting behandelt een aantal zeer belangrijke onderwerpen. Het gaat mij even over materiaalkeuze en de esthetische ervaring van de herinrichting. Ik herinner mij dat Guusje ter Horst, hier wethouder geweest, die wordt nog steeds herinnerd vanwege haar keuze voor stoepranden: natuurstenen, zwart basalten stoepranden in het centrum. Ze zijn echt nog steeds, ik vind ze erg mooi. Heeft GroenLinks misschien ook een voorkeur voor dus niet betonnen, maar natuurstenen stoepranden? Dat wilde ik vragen. De voorzitter: De heer Ernsting. De heer Ernsting: Ik moet zeggen dat ik op deze plek niet weet wat de materiaalkeuze precies gaat zijn, maar we zitten nog maar in de nota van uitgangspunten. De natuurstenen banden horen bij het grachtenprofiel momenteel in het Handboek Puccini Rood en dat vind ik vooralsnog prima. De voorzitter: Dank u wel. Er hebben zich geen andere sprekers gemeld, dan is het woord aan de wethouder. De heer De Vries: Dank u wel, voorzitter.

Ik zou graag tegen de heer Bakker van de SP willen zeggen dat volgens mij het voorstel is wat hij vraagt. Dus wij heffen waar nu nog twee parkeerstroken zijn eentje op en vervangen die door een servicestrook, wat dus niet uitsluitend bedoeld is voor parkeren, maar ook voor andere zaken zoals fietsparkeren, groenvoorzieningen en dergelijke. U dringt erop aan parkeerplaatsen onder de grond te brengen. Dat is het beleid en doel van het college, zoals overigens ook door de heer Vroege toegelicht. Alleen, er zal altijd een zekere mate van parkeren nodig zijn. Denk aan mensen met een handicap, of laad- en losvoorzieningen. Dus het heeft zin om ook af en toe parkeren mogelijk te maken en die servicestrook combineert alles. Dus volgens mij voldoet het voorstel aan uw vraag, maar ik hoor graag als ik dat verkeerd zie. In antwoord op de heer Ernsting zou ik willen zeggen: ja, inderdaad, het voorstel van vijftig naar dertig gaat niet alleen maar over statistiek. Het gaat er niet alleen maar over: krijgen we dan X procent minder verkeersslachtoffers? Hoe belangrijk dat op zichzelf ook is, hè, dat wil ik totaal niet bagatelliseren. Het is een hele goede reden om om die reden alleen al de snelheid terug te brengen. Maar het gaat er ook over dat we ons veilig en aangenaam door de stad kunnen verplaatsen, of te kunnen verblijven.

Dat veiligheidsgevoel wordt natuurlijk ook beïnvloed, dat zien wij als college ook wel, door de snelheid waarmee er gereden kan worden op de vrije bus- en trambaan. Dus uit dat oogpunt snapt het college uw voorstel. Maar het voorstel van vrije bus- en trambanen voor vijftig te kunnen gebruiken dient wel een doel, hè? De heer Kreuger noemde het al, de doorstroming van het openbaar vervoer. Daar zitten ook kosten aan, maar er zit ook natuurlijk de wens aan dat je het openbaar vervoer ook een goede positie wil geven in vergelijking met bijvoorbeeld autoverkeer. U vraagt om een onderzoek. Nou, dat is natuurlijk altijd een goed idee. Maar daar gaan wij dus nadrukkelijk ook wel de uitstraling die een dergelijke beweging heeft naar in ieder geval het functioneren van het openbaar vervoer, maar ook op andere plekken in deze stad. Want we willen ook niet hebben dat er een soort van plak- en puzzelwerk ontstaat over waar wel en niet bepaalde snelheden kunnen worden gehaald, ook al omdat dat kan betekenen bijvoorbeeld dat een buschauffeur of een tramchauffeur

denkt: mocht ik hier nou vijftig, of niet in dit stuk? Dus u snapt ook dat dat een rol speelt. Dus, maar laten we alles op een rijtje zetten voor u. Er komt nog een moment dat we opnieuw over de Marnixstraat spreken en dan hoort u van ons. De voorzitter: Oké, dank u wel. Is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. Dan hebben wij dit onderwerp ook voldoende behandeld. Dan gaan wij door en dan kan er even een kleine change zijn, wethouder De Vries maakt plaats voor wethouder Moorman. Ik schors voor één minuut. Schorsing Reiniging 21. Kennisnemen van de raadbrief Afvaloffensief VN2021-021036 22. Kennisnemen van de raadbrief inzake ongevraagd advies stadsdeelcommissie West aanpak afvalproblematiek VN2021-019569 De voorzitter: Ik heropen deze vergadering en ik verzoek iedereen heel vriendelijk doch dringend om te gaan zitten. Wij bespreken de agendapunten 21 en 22 gevoegd. 21 is ‘Kennisnemen van de raadsbrief Afvaloffensief’ en 22 is ‘Kennisnemen van de raadsbrief inzake ongevraagd advies stadsdeelcommissie West aanpak afvalproblematiek’. Er hebben zich twee sprekers gemeld, de heer Boomsma en mevrouw Kuiper. De heer Boomsma heeft tien seconden bedongen. Daar zijn we mee akkoord, maar we houden natuurlijk strak de hand aan. Ga uw gang. De heer Boomsma: Dank, voorzitter.

Ziet de wethouder kans om het aantal containeradoptanten te verhogen? En een andere vraag is, ondergrondse containers stinken en dat is buitengewoon irritant. In Barcelona heb je bijvoorbeeld stanksensoren die worden geplaatst. Kan de wethouder onderzoeken of dat ook in Amsterdam mogelijk is? De voorzitter: Volgens mij zit u binnen de tien seconden, dus complimenten daarvoor. Mevrouw Kuipers. Mevrouw …: Hij had toch ook een motie ingediend? De voorzitter: Kuiper. Nee, er is geen motie ingediend bij dit onderwerp. Dat klopt, toch? Nee. Mevrouw Kuiper. Mevrouw Kuiper: De aanpak van de afvalproblematiek is iets wat veel aandacht krijgt van onze inwoners. Niet altijd positief, zeker niet. Hoewel we ons best doen om op slimmere manieren de afvalophaal te organiseren, zijn er nog op veel plekken regelmatig volle containers. Bewoners moeten dan verder lopen, of geconfronteerd worden met een constant beeld van enkele zakken of een bult afval naast de container. Dit voorjaar vroeg de ChristenUnie in de commissie specifiek naar de afhandeling van de bijplaatsingen, de bijplaatsingen wanneer wij die zelf bij de vuilophaal constateren. Kan het zo georganiseerd worden dat wanneer containers geleegd worden, het bijgeplaatste vuil nog diezelfde dag opgeruimd is? Daarbij waar mogelijk natuurlijk ook nog even een check of er gehandhaafd kan worden op het verkeerd aanbieden van afval.

De wethouder gaf toen aan dat men na het weghalen van de container ervoor dient te zorgen – dus de medewerkers – dat de plek schoon achterblijft. Staan er vuilniszakken naast de bak, dan moeten die daarin gedeponeerd worden. Als er grofvuil staat of bijvoorbeeld chemisch afval, dan moet er een melding gedaan

worden, zodat een collega het op komt halen. Er wordt bekeken of het mogelijk is deze collegiale meldingen sneller af te handelen. Mijn vraag is of dit inmiddels al mogelijk is. De ervaring leert namelijk dat er nog genoeg plekken zijn waar containers wel geleegd worden, maar bijplaatsingen niet direct worden opgeruimd. Dit trekt weer opnieuw vuil aan. Hoe wil het college ervoor zorgen dat de werkinstructie, zoals door de wethouder beschreven, nog beter wordt uitgevoerd? Daarnaast schreef het college in het voorjaar dat er per stadsdeel een lijst is van honderdvijftig plekken waar de meeste overlast van afval wordt geconstateerd en waar men nu dus bijna dagelijks wil langsgaan. Is dat al praktijk? Zo ja, kunnen we een overzicht krijgen van die honderdvijftig plekken per stadsdeel? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Er hebben zich geen andere sprekers gemeld. Ah, pardon, nee, ik vergis me. Mevrouw Van Pijpen, daarna mevrouw Rooderkerk. Ga uw gang. Mevrouw Van Pijpen: Dank u wel, voorzitter. Het is toch goed om hier wat over te melden, want we zien allemaal nog steeds ook inderdaad soms het vele vuilnis ook langs de containers. Ik fietste hier vanochtend naartoe en ik zag ook bij mij in de straat weer een boel zakken staan naast de bak. Het is goed dus dat het afvaloffensief er is, ik heb dat ook steeds aangegeven, dus dat kunnen we ook alleen maar ondersteunen.

Natuurlijk zijn er ook wel vragen of de resultaten goed genoeg zijn, maar ook op andere punten hebben we ons daar ook al voor ingezet om ook te zorgen dat we hiervoor de juiste informatievoorziening krijgen. We zijn er ook volop mee gestart, ook mede naar aanleiding van de Duisenbergrapportage en de motie die toen is aangenomen. Dus dat wordt vervolgd, dus ik heb daar nu inderdaad op dit moment geen concrete vraag over. Maar ik wil het toch even noemen, want ik denk dat soms de discrepantie tussen aan de ene kant wat we op papier lezen en de ervaring van veel Amsterdammers, dat we daar echt wat mee moeten ook als raad. Nou, dan nog een ander punt. Afvaloffensieven zijn natuurlijk goed als het nodig is, maar wil je het echt aanpakken bij de bron, dan is minder afval natuurlijk het allerbelangrijkste en vermindering van het aanbod van afval door minder verpakkingsmaterialen. Ook de verbinding van de circulaire agenda en ook misschien die communicatie over die circulariteit zou misschien ook wel eens kunnen helpen bij dat afvaloffensief. Zo zijn er ook bijvoorbeeld wel ideeën over recyclepunten die wat dichter bij mensen staan. Er was een recyclecontainer in De Pijp, die is op het moment een soort van verdwenen lijkt het, of althans, dat is onduidelijk. Ik kom daar binnenkort over te spreken bij de commissie, dus u hoeft daar nu nog niet direct antwoord op te geven, wethouder.

Maar, om ook maar aan te geven hoe belangrijk het is dat we bij het afvaloffensief niet alleen kijken naar opruimen, maar ook zorgen dat we minder afval hebben. Ik wil het daarbij laten tot nu toe. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Rooderkerk. Mevrouw Rooderkerk: Dank u, voorzitter. Voor de zomer riep ik op tot meer bakken, meer legen, meer vegen, om het afvalprobleem op te lossen. Of laten we zeggen, tegen te gaan. Maar de vragen die ik hier stelde aan de wethouder, daarop werd verwezen naar het stadsdeel. Vervolgens stelde mijn collega vragen in het stadsdeel en werd weer terugverwezen naar de wethouder. Kortom, we hebben een afvalprobleem, maar we weten niet wie daar nu voor verantwoordelijk kan worden gehouden, of wie dit gaat oplossen. Gelukkig was daar wethouder Moorman die aangaf met de stadsdelen in gesprek te gaan om afspraken te maken over de bevoegdheden. Dat is belangrijk, want we zijn inmiddels al drieënhalf jaar onderweg dat we dit huidige systeem hebben, dus dat is nogal zorgelijk en we krijgen 159.000 meldingen van afvaloverlast van bewoners vorig jaar. Stadsdeel West heeft daarom ook maar een ongevraagd advies gemaakt om hier in de raad te bespreken, wat ook van een reactie is voorzien, waarvoor dank.

Maar ik denk dat het goed is dat wij snel duidelijk krijgen hoe de bevoegdheden nu liggen en ik hoop ook dat de wethouder ons daar dan uiteraard van op de hoogte stelt. Wat D66 betreft krijgen de stadsdelen daarbij ook een grotere rol. Het is goed dat wij een

centrale organisatie hebben van de afvaldienst, maar het is ook belangrijk dat er lokaal op stadsdeelniveau prioriteiten kunnen worden vastgesteld. Ik vraag de wethouder dan ook om bij het volgende afvaloffensiefbericht daar ook een component van de stadsdelen in op te nemen, zodat wij als één organisatie straks werken aan het oplossen van het grote afvalprobleem. De voorzitter: Dank u wel. Andere sprekers hebben zich niet gemeld, dan is het woord aan de wethouder. Ga uw gang. Mevrouw Moorman: Voorzitter, dank u wel. Een belangrijk onderwerp om over te spreken, in die zin vond ik het jammer dat de heer Boomsma van het CDA maar tien seconden heeft, maar hij deed dat heel eloquent en snel en denk ik ook wel legde hij de vinger op de plek waar die ook moet liggen als het gaat om afval. Want hij zegt eigenlijk, en dat is ook waar we veel op wijzen, is het natuurlijk een probleem wat we gezamenlijk moeten oplossen. De basis moet op orde vanuit de stad – nou, daar wijst u allemaal op – maar tegelijkertijd kunnen we natuurlijk ook echt wel wat verwachten van onze bewoners. Nou, dan gaat het natuurlijk ook om het aanbod van afval, zoals mevrouw Van Pijpen natuurlijk ook heel goed aangeeft: hoe zorgen we ervoor met elkaar ook hoe we de stad zo goed mogelijk schoonhouden? Maar ook natuurlijk de producenten die daar natuurlijk ook een belangrijke rol in hebben.

Maar ook: wat kunnen wij van onze bewoners zelf vragen, de adoptanten? Wethouder Ivens heeft daar denk ik hele mooie stappen in gezet. Hij heeft ook gevierd dit jaar dat er 2500 adoptanten waren die inderdaad de bakken goed adopteren, bijhouden en schoonhouden. Maar het vraagt ook wat van de gemeente. Dus het vraagt ook dat wij de adoptanten daar zo goed mogelijk in ondersteunen, dat wij ook zorgen dat als zij een melding bij ons doen, dat we dat ook opvolgen. Want als we dat niet goed doen, dan is iemand ook weer heel snel afgehaakt. Daarom zetten wij wel permanent in op het werven van meer adoptanten en tegelijkertijd moeten we dat natuurlijk ook wel echt doen op een manier dat het ook voor ons beheersbaar blijft. Dus ik wil aan de heer Boomsma aangeven: groei daarin, dat zien we zeker zitten, willen we ook heel graag. Ik weet dat u eerst een motie in voorbereiding had waar u vroeg om een groei van duizend. Ik hoop zeker dat die op termijn gaat komen, dus dat doel delen we. Maar ik wil daarbij wel aangeven dat de organisatie dat ook echt moet bijbenen, want anders dan verliezen we meer dan dat we eigenlijk willen. Ik weet dat u ook nog een vraag had over het sleuteltje. Ook dat wordt opgepakt. In principe krijgt iedereen een sleuteltje van de bak, tenzij het een persbak is, want dan is het gevaarlijk en dan moet je eerst een training daarin hebben gehad en dan kan het niet.

Dan had u ook nog een vraag over het schoonmaken van de verschillende afvalbakken en of daar niet een, hoe noemde u dat ook alweer, een geur… De voorzitter: Sensor, een stanksensor. Mevrouw Moorman: Een stanksensor, een geursensor, dat wordt inderdaad in sommige steden gebruikt, ook in het buitenland. Wij maken de bakken in ieder geval regelmatig schoon. Twee keer per jaar worden ze helemaal schoongemaakt. Als er een klacht komt gaan we er ook op af. Maar, en u heeft het ook gelezen in de brief, we zijn aan het proberen die basis echt heel goed op orde te krijgen en om dan ook weer een nieuw systeem in te brengen, dat is gewoon complex. Dus het is niet zo dat we dat in de toekomst nooit zouden gaan doen, maar op dit moment is het echt nog even te vroeg. Dan de zeer relevante vragen van de ChristenUnie, die natuurlijk ook heel erg gaan om de basis op orde. Kijk, volgens mij hebben we allemaal hetzelfde doel. We willen gewoon heel graag een schone stad waar het goed op orde is. Soms is het dan echt heel frustrerend als je merkt dat een bak wordt geleegd, maar dat er iets naast staat en dat wordt niet meegenomen. Dat heeft ook te maken, en dat weet u ook, dat we soms verschillende systemen hebben. Nou moet dat natuurlijk zo goed mogelijk gekoppeld zijn en daar zijn we ook aan het werken, maar soms gaat het gewoon nog mis en dat moeten we ook gewoon met elkaar erkennen.

Dus daar zijn we gewoon … En er zijn best mooie resultaten te

melden, maar het is nog niet overal op orde. Dus we blijven hier gewoon met elkaar heel hard op werken en daarom hebben we ook die lijsten, waar u ook naar verwijst, met die verschillende plekken waarvan we zien: nou, dat is gewoon nog niet goed genoeg. U vraagt of u daar inzicht in mag krijgen. Ik zou u voor willen stellen dat we daar bij de technische sessie dan op terugkomen, want dat zijn namelijk hele dynamische lijsten. Die veranderen de hele tijd. Dus om nou een lijst te publiceren, ja, dan is het de volgende week weer anders en dat lijkt me ook niet handig. Dus laten we daar bij de technische sessie over doorpraten. Nou, voorzitter, dan heb ik ook nog de vraag van mevrouw Rooderkerk over: kunnen we daar bij de volgende update van het afvaloffensief meer inzicht krijgen over die bevoegdhedenstructuur? Ik heb u inderdaad aangegeven dat wij heel goed in overleg zijn met de stadsdelen daarover, dat gaat heel erg prettig. Maar ik kan me ook voorstellen, zeker ook gezien – we hebben daar ook een inspreker over gehad – de onduidelijkheid die daarover is, dat u daar meer van wil weten. Dus ik zeg u toe dat we bij de volgende update daar meer helderheid over geven. We gaan daar ook over praten in een volgende commissie en als u daar dan verder nog vragen over heeft, dan hoor ik u daar graag over.

Voorzitter, ik denk dat ik daarmee … De voorzitter: Een vraag van mevrouw Rooderkerk. Mevrouw Rooderkerk: Veel dank, hoor, aan de wethouder voor de beantwoording. Ik had nog een extra vraag gesteld, dat is ook om in de rapportage die we krijgen ook een volgende keer van het afvaloffensief, ook daar de stadsdelen echt in mee te nemen. Want we hebben natuurlijk een centrale organisatie, maar ik vind het ook goed dat wij op stadsdeelniveau prioriteiten kunnen zien en daar ook over gerapporteerd worden. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Moorman: Voorzitter, dat vind ik een hele goede suggestie. Dat moeten we eigenlijk natuurlijk sowieso doen, maar het is ook goed dat de raad ons daarop wijst en dat de raad zich daar ook in realiseert dat die samenwerking tussen stadsdelen en centrale stad hier ook echt cruciaal is. We hebben de stadsdelen nodig om de signalen goed door te geven. Tegelijkertijd willen we natuurlijk ook dat het gewoon effectief en efficiënt gebeurt en kunnen we dat ook op die manier goed centraal organiseren. Die samenwerking is heel cruciaal en daarom wil ik het niet alleen aan u rapporteren, maar moeten we dat ook zeker samen met de stadsdelen doen. Dus een goede oproep, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee hebben wij denk ik dit onderwerp voldoende besproken.

Niemand behoefte aan een tweede termijn? Volwasseneneducatie, Laaggeletterdheid en Inburgering 23. Kennisnemen van de Jaarrapportage Taaloffensief 2020 VN2021-023458 De voorzitter: Goed, dan gaan wij door met het volgende onderwerp, dat is ook met wethouder Moorman. Agendapunt 23, ‘Kennisnemen van de Jaarrapportage Taaloffensief 2020’. Daarbij zijn de volgende moties ingediend: motie 645 van het lid De Fockert cum suis inzake ‘Onderzoek de effectiviteit van ons taalbeleid’; motie 663 van de leden Martens cum suis inzake ‘Geen besparing maar investering in volwasseneneducatie’. En ik begrijp dat er drie moties worden ingediend door JA21: 666, 667 en 668, maar we hebben geen namen. De heer Kreuger: Ik ga er maar één indienen, maar er is denk ik iets misgegaan. De voorzitter: Nou, als u hem even kort uitlegt, dan weten we allemaal waarover het gaat. Ga uw gang.

De heer Kreuger: Misschien laat ik ze wel allemaal staan, misschien haalt er eentje het wel toevallig. Je weet het nooit. De voorzitter: Een mens moet hopen. De heer Kreuger: Ja, precies. Het Taaloffensief, echt een heel belangrijk onderwerp dat hier in deze raadzaal, vinden wij als JA21, te weinig aandacht krijgt. Dat is heel erg jammer, want volgens mij is juist dat Taaloffensief en het leren van de taal iets waar iedereen zich in zou moeten kunnen vinden. Dan toch blijft echte actie uit en pakken we het niet met zijn allen op. Want het niet kunnen spreken of goed schrijven van Nederlands is voor heel veel mensen gewoon een reden dat ze aan de kant blijven staan. Ook JA21 moet daar gewoon eerlijk bij zeggen dat wij dat probleem ook niet in één keer kunnen oplossen, want het gaat echt om gigantische aantallen. Het gaat om 150.000 mensen die laaggeletterd zijn, die dus niet zo goed als wij met zijn allen zouden willen kunnen meedraaien in de maatschappij. Het geld dat wij hiervoor reserveren, dat gaat om zo’n 10,7 miljoen, dat is dus echt een druppel op een gloeiende plaat, zeker als je bedenkt dat er nog altijd geen rem zit op migratie. Maar goed, dat is een discussie die elders wordt gevoerd, dus laat ik mij beperken tot wat we kunnen regelen in deze zaal.

Daar moet ik ook meteen bij zeggen dat ik weet dat we het vanavond niet gaan regelen, want de wethouder heeft al een paar keer gezegd dat die ruimte er gewoon niet is. Ik moest ook meteen weer denken aan de discussie die hier net was tussen de heer Boutkan en de heer Veldhuyzen over de bibliotheek – of wat was het, dat theater of dat culturele ding – waar 26 miljoen heen ging. Voor mij … De voorzitter: Een museum, mogelijk. De heer Kreuger: Voor mij is het allemaal één pot nat, jongens, dus … Maar ja, daar wordt dan 26 miljoen aan uitgegeven, terwijl er slapen gewoon mensen op straat en dan wordt daarvan gedaan alsof dat een debattrucje is. Maar dat is natuurlijk wel zo. Het is gewoon zo, als je 26 miljoen daar uitgeeft, dan kan je het niet daar uitgeven. Dus het is geen flauw trucje, het zijn gewoon prioriteiten. Nou, wat ons betreft worden die prioriteiten anders gesteld. We weten dat we het nu niet gaan krijgen, dus ik zal samen met de VVD een motie indienen om bij de begroting 2022 1 miljoen euro extra te reserveren. Dan moeten we nog gewoon kijken waar we dat geld vandaan halen, van mijn part haal je gewoon van elk factuurtje die er wordt gestuurd 1 euro af en dan heb je misschien wel een miljoen bij elkaar, je weet het niet. De andere motie, dat gaat over de taaleis. Dan moeten er natuurlijk allemaal mensen, die moeten op gesprek komen … En er is een interruptie.

De voorzitter: Ik zag hem nog niet, u was eerder dan ik. Mevrouw De Fockert. Mevrouw De Fockert: Dank u wel, voorzitter. De heer Kreuger had best zijn betoog verder af mogen maken, hoor. We hebben dit debatje natuurlijk in de commissie WIO ook gehad. Ik ben voor meer investeringen in taalonderwijs, altijd. Maar mijn vraag aan de heer Kreuger is: hoe wil hij dat precies gaan uitgeven? De voorzitter: De heer Kreuger. De heer Kreuger: Dank, voorzitter. Nou kijk, om te beginnen gaat het natuurlijk om … Nou ja, handjes is misschien een beetje een raar woord, maar het gaat er gewoon om mensen die het uitvoeren. Dus er moeten gewoon meer mensen betrokken raken bij het taalproces en inderdaad mensen echt begeleiden. Ik geloof ook niet zozeer dat we mensen een online cursusje kunnen geven en dat ze dan er maar mee aan de slag gaan, maar het gaat echt om de persoonlijke begeleiding, de persoonlijke interesse van iemand die die mensen gaat helpen.

De voorzitter: Mevrouw De Fockert. Mevrouw De Fockert: Dank u wel, voorzitter. Hele mooie plannen, maar kan mijnheer Kreuger mij aanwijzen in de jaarrapportage waar dat nu onvoldoende gebeurt? De voorzitter: De heer De Kreuger … De heer Kreuger, pardon. De heer Kreuger: Ja, dit is echt een hele merkwaardige vraag. We hebben 150.000 laaggeletterden, er gaan er 5000 in een traject en dan gaat u aan mij vragen waar de kink in de kabel zit? Er zijn gewoon te weinig handjes. De voorzitter: Mevrouw De Fockert. Ah nee, dit leek bijna een uitnodiging voor een interruptie en dat is zeker niet de bedoeling. De heer Kreuger kan doorgaan met zijn betoog. De heer Kreuger: Dank u wel, voorzitter. Er moeten allemaal mensen op gesprek komen om te kijken hoe het met ze gaat, die in de bijstand zitten. Om in dat gesprek op te nemen waarom zij niet meedoen aan bijvoorbeeld een uitnodiging voor een taalcursus of iets dergelijks, zodat we de reden achterhalen waarom mensen daar nee tegen zeggen. Daarom dien ik een motie in samen met het CDA en de VVD en wij hopen uiteraard op brede steun. Dank u wel. De voorzitter: Moment. Mevrouw Van Soest, u heeft tien seconden. Ik denk dat u het nog beter kan dan de heer Boomsma, ga uw gang. Mevrouw Van Soest: Oké, dank u wel.

Mijnheer Kreuger, wij hebben het besproken in de commissie en toen heb ik aangegeven dat de wethouder juist een hele grote bulk geld uit het Rijk kreeg. Waarvoor doet u daar geen beroep op? Ik heb het toen aangegeven, maar de wethouder vond het heel slim bedacht, maar geen toezegging gekregen. De voorzitter: De heer Kreuger. De heer Kreuger: Het is langs me heen gegaan, maar ik zal de vraag nu zo doorgeven. Volgens mij heeft de wethouder het gehoord, dus misschien dat ze dat kan meenemen in de beantwoording. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Martens. Mevrouw Martens: Voorzitter, dank u wel. We hebben vanavond het afscheid gehad van mevrouw Timman en die gaf ons allemaal mee dat het heel erg makkelijk is om elkaar aan te vallen, maar dat we elkaar onvoldoende complimenten geven. Dat wil ik via deze weg graag doen aan de heer Kreuger, voorzitter. Want volgens mij was zijn bijdrage de bijdrage die wij hier allemaal zouden willen geven, en dan apolitiek. Dit is een onderwerp, voorzitter, dat wat mij betreft geen coalitie versus oppositiebijdrage zou moeten zijn. Daarop voortbordurend, we hebben hier vele debatten over gehad, ook mevrouw De Fockert is hier heel erg nauw betrokken bij.

Maar als we kijken naar de begroting, voorzitter, dan kan ik niet anders concluderen dan dat het niet anders zou moeten zijn dan dat de wethouder, voorzitter, teleurgesteld is in het bedrag dat er wordt vrijgemaakt om dit enorme probleem op te lossen. We kijken als een stad dat Amsterdam is tegen een percentage van zestien procent laaggeletterden aan en volgens mij is dat iets waar wij ons allemaal voor zouden moeten schamen. Wij hebben moties ingediend vanavond en wij kunnen op zoek naar dekkingen gaan, wij kunnen flauw doen door autoluw aan te dragen, de uitgeprocedeerde asielzoekers, maar volgens mij

hebben we een bedrag nodig dat, zoals de heer Kreuger zei, misschien wel uit twintig verschillende potjes moet komen om dit bij elkaar te schrapen. Ik zou dan ook al mijn collega’s hier willen oproepen daaraan bij te dragen om te kijken hoe we meer geld kunnen vinden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Een interruptie van mevrouw De Fockert. Mevrouw De Fockert: Dank u, voorzitter. En dank aan mevrouw Martens voor het betoog. Nogmaals, ik ben voor meer investeringen. Nu heeft de VVD het verkiezingsprogramma al gepubliceerd – dat is een voordeel voor ons – en daar zie ik wel in staan dat ze meer willen doen aan laaggeletterdheid, maar ik zag daar niet in staan dat de VVD ook echt meer gaat investeren. Is dit de inzet voor de verkiezingen? Dan teken ik die graag. De voorzitter: Mevrouw Martens. Mevrouw Martens: Voorzitter, dank u wel. En wat leuk dat u dan een debat heeft met de lijsttrekker, want ik kan inderdaad ontzettend veel, hoop ik, straks invloed uitoefenen op waar we het aan gaan uitgeven. Voorzitter, als mevrouw De Fockert ons verkiezingsprogramma goed heeft gelezen, heeft zij gezien dat, in tegenstelling tot dit stadsbestuur, wij ruim in de financiën zitten en dus een heel groot bedrag over laten om eventueel uit te geven aan projecten die al gaandeweg op onze weg komen. Daar wil ik het graag bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10627290/1