2021 09 15 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad - ondertiteling
Tekst van het document
meer op, op het moment dat het pand terugvalt omdat ze de huurpenningen niet kunnen voldoen? Daar zit dan dus geen claim aan vast. De voorzitter: De wethouder. De heer Everhardt: Het antwoord is: ja. De voorzitter: Mevrouw Bloemberg. Mevrouw Bloemberg-Issa: Dank, voorzitter. Begrijp ik goed dat de rol van de burgemeester, dat u daarmee bedoelt dat het vanuit het college en dat er vaak meerdere mensen aan tafel hebben gezeten? Mijn tweede vraag is: vindt de wethouder ook niet dat de raad in een eerder stadium geïnformeerd had moeten worden, en wil het college dat een volgende keer als zoiets speelt doen? De voorzitter: De wethouder. De heer Everhardt: Nou, om op die tweede vraag het antwoord te geven. Dit is echt stap één in dat proces wat we gaan doorlopen. En er is inderdaad, dat heeft mijn collega ook al toegelicht, er zijn stappen noodzakelijk inderdaad in die eerste fase, de nulfase zou ik haast willen zeggen, om inderdaad met een Rijksvastgoedbedrijf, die gewoon eigenaar is van dit pand, tot een overeenstemming te kunnen komen. Daar zijn taxaties over geweest, over inderdaad de beoordeling van kunst – dat heeft mijn collega ook net toegelicht – om dat goed te harden. Dan is dat gehard, gaat het naar het college, het college neemt het besluit en komt dan naar u als stap één in het proces die we hierna ook gaan volgen.
Over de rol van de burgemeester, nou, wat ik heb aan toegelicht is dat de burgemeester natuurlijk ook haar contact heeft met ondernemers in de stad, dus ook met deze stichting. Ook zij heeft daar de gesprekken mee gevoerd, dat is wat ik u daarover terug kan geven. Dan, mevrouw de voorzitter, kom ik bij de Partij voor de Ouderen, nog een specifieke vraag over de principenota. Dat wordt nader uitgewerkt. Ik heb u gezegd, dit is stap één, maar dat komt echt bij u terug. Ook bij het bestemmingsplan, dan gaan we het natuurlijk over hoogtes en breedtes hebben. Wat ik u wel wil aangeven is dat dit onder het regime van het gebied Parnas valt en daar zijn andere hoogtes en breedtes met elkaar afgesproken. Nogmaals, over de specifieke invulling, daar komen we op terug zodra we met het bestemmingsplan naar u toe gaan komen. Dan, de VVD-fractie heb ik al beantwoord. Dan de GroenLinks-fractie. Ja, dat wordt meegenomen. Dat is een simpele vraag, daar kan ik simpel op antwoorden: dat wordt meegenomen. Dan JA21, eigenlijk heb ik al aangegeven hoe wij hierin hebben geopereerd als college en hoe ik daar zelf tegenaan kijk. Over de taxaties, D66-fractie nog daar een vraag over gesteld.
Ik heb toegelicht, daar is een proces doorlopen met Rijksvastgoedbedrijf en daarmee hebben we in ieder geval een prijs kunnen vaststellen die inderdaad objectiveerbaar is en daarom – en dat is ook weer in de technische sessie met u toegelicht – met dit voorstel zo bij u terecht zijn gekomen. Daarmee, mevrouw de voorzitter, heb ik in ieder geval antwoorden gegeven op mijn gestelde vragen. Ik kijk nog even naar de Partij voor de Ouderen over twee moties die zij heeft ingediend. Ik kijk even naar u, … De voorzitter/mevrouw Halsema: Gezien de aard van de moties lijkt het mij logisch dat ik als … U heeft inmiddels uw motie 644 herschreven, dat is motie accent geworden, waarbij het verzoek zich niet meer richt tot de Rekenkamer, maar tot het Bureau Integriteit. Daarmee valt het onder mijn portefeuille, dat betekent dat ik preadvies zou moeten geven. Niet als voorzitter van de raad, maar als burgemeester. De andere lijkt mij ook logischer, maar dat betekent dat wij even een wissel nodig hebben. De plaatsvervangend voorzitter: Ik geef het woord aan de burgemeester.
Mevrouw Halsema: Dank u wel. Er liggen twee moties voor. Als eerste motie 643 waarin wordt gezegd dat de wethouder Financiën en Economie van dit dossier afgehaald moet worden en zijn taken moeten worden overgenomen door een ander lid van het college. Laat ik als eerste zeggen dat hier een collegebesluit voorligt en dat besluit wordt door het hele college gedragen. Daarmee wordt het irrelevant wat de politieke achtergrond is van degene die hier het woord voert, want het hele college is verantwoordelijk voor wat hier wordt gezegd. Wij halen geen wethouders van dossiers af, dat ligt in de boezem van de coalitiefracties die daartoe besluiten kunnen nemen en daarmee laat ik het oordeel bij de raad. Dan de tweede, 644accent. Die heeft u gewijzigd en u vraagt Bureau Integriteit te verzoeken om te onderzoeken of er in het traject sprake is geweest van belangenverstrengeling. Dan moet er een vermoeden van belangenverstrengeling zijn, voordat ik daartoe opdracht kan geven. Dat vermoeden is er niet, dus ik ontraad de motie. De plaatsvervangend voorzitter: Ik zie een interruptie volgens mij van mevrouw Van Soest. Mevrouw Van Soest, gaat uw gang. Mevrouw Van Soest: Dank u wel, voorzitter. Is daar een aangifte voor nodig, of kunt u uitleggen hoe we dat in gang zouden kunnen zetten? Heeft u enig advies voor mij? De plaatsvervangend voorzitter: De burgemeester.
Mevrouw Halsema: Ja, daar wil ik u graag op adviseren. U kunt een melding doen en die melding zal dan getoetst worden of ze inderdaad onderzoekswaardig is voor het Bureau Integriteit en dat betekent dat ik dan vervolgens opdracht kan geven aan het Bureau Integriteit om onderzoek te doen. Dat staat u altijd vrij. De plaatsvervangend voorzitter: Goed, dan zijn we volgens mij aan het einde gekomen van de beantwoording door de burgemeester en daarmee ook aan het einde van de eerste termijn. Dan kijk ik nog even of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is het geval, dan geef ik daar het voorzitterschap ook weer voor over aan de burgemeester. Dan zou ik de heer Boomsma alvast willen vragen om richting het spreekgestoelte te lopen en dan hebben wij even een voorzitterswissel. De voorzitter: Goed, dan gaan wij door met de tweede termijn en dan geef het woord aan de heer Boomsma. De heer Boomsma: Dank, voorzitter. Ten eerste wil ik zeggen, ik twijfel absoluut niet aan de integriteit van deze wethouder, absoluut niet. Dat wil ik toch even gezegd hebben. Ik denk wel dat je de schijn van belangenverstrengeling alsnog moet vermijden en daardoor heb ik toch nog wel een vraag, omdat ik toch denk, als je puur dit sec bekijkt, dan is het nou handig als de wethouder van dezelfde partij et cetera, dat dat een schijn kan geven.
Dan kan de wethouder zeggen: dat mag gewoon conform onze beleidsregel Integriteit en Overeenkomsten. Maar daar staat ook in dat verschillende partijen dan het niet moet zo zijn dat er vermogen wordt geschonken, of dat er samenwerkingsverbanden zijn. Dus mijn vraag is dan wel even of dat niet zo geïnterpreteerd kan worden, dat gaat dan niet om de persoon, maar om de partij. Ik weet niet of het … Dat is een vraag die ik dan ook aan de collega’s stel: is het niet toch beter om in zulk soort gevallen elke schijn te proberen te vermijden en dat bij een andere wethouder te beleggen? Nogmaals, ik twijfel niet aan de integriteit van deze wethouder, het gaat mij nu om de schijn. Dan, voorzitter, een aantal jaar geleden stond ik hier om aandacht te vragen voor een fanfare, de ATM in Noord. Die huurden een pand in Amsterdam-Noord dat zij zelf hadden verbouwd en die kregen toen van deze gemeente, van het vorige college, een huurverhoging naar 38.000 euro per jaar en die moesten een huur gaan betalen die veel hoger lag dan wat nu zal worden gevraagd voor dit pand aan de Zuidas aan Rob Defares, of de initiatiefnemers. Mijn vraag is dan toch: dat is ook een particulier initiatief, die kregen niet of nauwelijks subsidie en ik vind dat dan ook een
cadeau voor de stad. Als mensen hun eigen tijd en energie besteden aan het runnen van een fanfare, allerlei kinderen muziek leren bespelen, ja, dat vind ik nou ook echt een cadeau voor de stad. Ik vind het dus gek dat de gemeente het ene jaar een enorme huurverhoging oplegt aan zo’n marchingband, zo’n fanfareclub – die nu niet meer bestaat, mede omdat ze dat niet konden betalen – maar dan hier wel op de Zuidas voor zo’n initiatief daar een andere benadering kiest. Hoewel ik dus heel goed begrijp hoe enthousiast men ook wordt over zo’n particulier initiatief en zo’n mecenas. Dus dat is het enige wat ik toch nog wel zou willen opmerken en ik denk dat het zeker interessant is om te kijken naar andere mogelijke instellingen in de stad. Ik denk dat die er zeker bestaan die voor een huurprijs die toch, ja, onder de vijf euro per vierkante meter komt aan kostprijs, ja – nou ja, goed, in ieder geval vijftig per jaar – maar goed, in ieder geval een hele lage huur en dan heel veel kunnen toevoegen aan de stad als ze in staat worden gesteld om tegen zo’n huur hun activiteit te ontplooien. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. De heer Boutkan, heeft u behoefte aan een tweede termijn? Niet het geval. Mevrouw Bloemberg? Mevrouw Bloemberg-Issa: Dank, voorzitter.
Ik vind het lelijk hoe dit proces is gegaan en ik wil ook nog even benadrukken, de Partij voor de Dieren vindt kunst en cultuur ontzettend belangrijk. Wij vinden het belangrijk dat daar goede voorzieningen voor zijn in deze stad. Ik heb de wethouder Kunst en Cultuur gehoord met een heel passievol betoog over het belang van cultuur en dat is niet de kern waar dit debat over gaat. Dat is onder andere het proces hoe dit is gegaan, dat de raad niet is meegenomen. En de wethouder Zuidas hoor ik zeggen: dit is stap één. Maar eigenlijk had stap één eerder aan de orde moeten komen, als het aan ons lag. Want wij waren graag meegenomen in dit proces, zodat dit nu misschien stap drie was geweest, waarbij we dan over een heel krediet zouden gaan stemmen, zodat er in ieder geval niet al die vragen en onzekerheden zouden leven die er nu wel zijn. Dus wij willen toch het college oproepen om in het vervolg daar echt anders naar te gaan kijken, om de raad mee te nemen in dit soort zaken. Want uiteindelijk is de raad het hoogste orgaan hier en zijn wij het die bepalen of er iets doorgaat. En als dat met een half plan is, dan kunnen wij in ieder geval daar onze suggesties nog over meegeven, zonder dat we daar direct over hoeven te stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Kuiper, ChristenUnie. Heeft u behoefte aan een tweede termijn? Niet het geval.
Mevrouw Van Soest? Dan de heer Bakker, SP? Mevrouw Naoum Néhmé? Mevrouw Nadif? Dat gaat snel. Mevrouw Nanninga? Ook niet. Mevrouw Bosman? Niet. Dan is het woord aan de wethouder van Cultuur. Mevrouw Meliani: Dank, voorzitter. Het is niet echt een vraag, maar er was wel een zorg en ik snap die zorg. Even specifiek refererend naar de ATM Marchingband. Dat is een beetje uit de mode en dat heeft te maken dat heel veel jongeren niet willen wandelen, marchen. Tenminste, niet in Amsterdam. Wat ze wel willen is met zijn allen in een zaaltje en daar bleek gewoon, dat was een beetje ingewikkeld. Dat is eigenlijk wat ze wilden en de meeste mensen zijn vertrokken in de omgeving, de oudere groep, dus daarom zijn ze uit elkaar gegaan. De huur was een reden, omdat ze ieder een keer van pand naar pand moesten, dus dat geef ik u gelijk. Ik heb er van alles aan gedaan om ze hier te houden, maar ze gaven aan dat er geen jonge mensen zich nog willen aanmelden voor deze marchingband. Dus dat wil ik wel zeggen. Wat betreft, er zijn nog wel andere partijen. Als je soortgelijke organisaties denk ik wel dat we moeten proberen zoveel mogelijk van dit soort organisaties te ondersteunen. Daar ga ik mijn best voor doen, dus dat ondersteun ik en ik snap uw zorg. We moeten ook zorgen dat dit soort initiatieven die echt lokaal zijn, dat we daar ook plekken voor gaan vinden. Dankjewel.
De voorzitter: Dank u wel. Dan het woord aan wethouder Everhardt.
De heer Everhardt: Dank u wel, richting de CDA-fractie, dank ook voor de uitgesproken worden trouwens. Maar u vroeg de vraag ook mede aan uw raadsgenoten. Maar kijk, hoe wij daarin staan, dat is ook wat ik in mijn eerste betoog heb aangegeven: als college hebben we dit initiatief echt beoordeeld – en zo moeten we dat doen – op basis van inhoud en toegevoegde waarde en maatschappelijke meerwaarde, zonder aanziens des persoons. Dan maakt het dus niet uit of ze in het verleden hebben gedoneerd aan welke politieke partij dan ook, dat is niet de beoordeling. Ik heb ook verwezen naar de beleidsregel. Als u vindt dat daar verandering in zou moeten komen, ja, dat is aan u. Dat is volgens mij ook wat ik u heb horen zeggen, dat dat misschien dan nog een keer onder de loep moet worden genomen, maar dat laat ik dan aan u als raad. Hetzelfde geldt, Partij voor de Dieren, over processen. Als we andere processen moeten doorlopen, dan moeten we daar het debat met elkaar over hebben, als raad en college, want u als raad bepaalt inderdaad dan hoe we dan anders zouden moeten gaan opereren in voorkomende gevallen. Maar dat is echt een vraag die ik terugleg bij u. Wij handelen zoals we nu met elkaar hebben afgesproken. Daarmee, mevrouw de voorzitter, … De voorzitter: Dank u wel. Daarmee zijn wij gekomen aan het einde … Mevrouw Van Soest.
Mevrouw Van Soest: Voorzitter, dank voor uw uitleg hoe wij met de motie om moeten gaan. Maar op dit moment willen wij hem even intrekken, de laatste, aangepaste motie. De voorzitter: Dat is motie 644accent, die wordt ingetrokken en dan heeft u nog motie 643 die u in stemming brengt. Goed, dank u wel daarvoor en wij zorgen dat dit niet, als opmerking van de orde, van uw krappe restant spreektijd afgaat. Dan zou ik toch nog één onderwerp willen bespreken voor de avondpauze, want we lopen behoorlijk achter. Dat is het volgende, agendapunt 6. Ik stel voor dat we doorgaan tot ongeveer half zes, tien over half zes. Kunt u daarmee instemmen? Om te kijken of we toch nog wat vaart kunnen maken. Deelnemingen 6.
Vaststellen van de Nota beleidskader verbonden partijen 2021 VN2021-015382 De voorzitter: Dan gaan we door met agendapunt 6, ‘Vaststellen van de Nota beleidskader verbonden partijen 2021’. Hiervoor zijn twee amendementen ingediend. Als eerste amendement 637 van de leden Boutkan cum suis inzake ‘Toezicht op maximale publieke transparantie over beloning bij verbonden partijen’ en amendement 650 van de leden Veldhuyzen cum suis inzake ‘Bevordering van culturele en etnische diversiteit in besturen en Raden van Commissarissen van deelnemingen’. Dan hebben zich gemeld om het woord te voeren de leden Boutkan en Boomsma, mevrouw Nadif, Veldhuyzen. Dat is het. Dan is het woord aan de heer Boutkan. De heer Boutkan: Dank, voorzitter. Heel kort in verband met de spreektijd. Wij vinden dit amendement belangrijk, waarin we het college vragen om gebruik te maken maximaal van de aandelersbevoegdheid om transparantie in de bezoldiging voor elkaar te krijgen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, dat was kort maar krachtig. Dan, ik zie de heer Boomsma niet in de zaal. Mocht hij nog terugkeren, dan kan hij nog als laatste het woord krijgen. Mevrouw Nadif. Mevrouw Nadif: Voorzitter, dank u wel. Ja, ik steun inderdaad amendement van het lid Boutkan.
Ik had een vraag over het amendement van het lid Veldhuyzen, in hoeverre het juridisch mogelijk is als het gaat om etniciteit, om dat dan te kunnen registreren. Verder, het lid Boomsma heeft nog aangegeven tijdens de commissie dat we het beleidskader terug moeten laten komen na de bespreking van de enquête met
betrekking tot het AEB, omdat dat ook te maken heeft met deelnemingen. En ik heb nog één laatste vraag en ik heb dit ook al besproken in de commissievergadering. In het verleden heeft het college uitgesproken dat juridische stappen om groei van Schiphol tegen te houden mogelijk zijn, maar dat het college niet voornemens was deze uit te voeren. Ik vraag me af, met dit beleidskader, is het college van dit standpunt afgestapt? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan het woord aan de heer Veldhuyzen. De heer Veldhuyzen: Dank, voorzitter. Ik houd het ook heel kort, wil alleen in het algemeen even een opmerking maken dat BIJ1 achter de schermen aan het onderzoeken is hoe we nou als gemeente een rol kunnen spelen om ervoor te zorgen dat er eigenlijk democratisering plaatsvindt binnen die deelnemingen, want wij als partij zien heel vaak dat werknemers het meer voor het zeggen hebben, maar daar kom ik later nog een keer op terug. Ik kondig nu alleen even onze motie aan, … Of, een amendement gaan wij indienen, hebben we al ingediend, om naast het streven voor betere genderverhoudingen in besturen en RvC’s van deelnemingen ook te streven naar, ja, betere verhoudingen op het gebied van culturele en etnische diversiteit. Daar houd ik het bij. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Volgende keer uw eigen pasje, want u heeft nu in de tijd van GroenLinks gesproken.
Maar aangezien zij zelden krap in hun tijd zitten, dacht ik: ach. Goed. Dan, de heer Boomsma. De heer Boomsma: Dank, voorzitter. Ik wil alleen opmerken dat ik eigenlijk het niet passend vind om dit nu te behandelen in de raad, want we hebben een enquêtecommissie die nog met conclusies komt en ik zou het dus veel passender en beter vinden om daar gewoon op te wachten. De voorzitter: Dank u wel. Dan is daarmee de eerste termijn van de raad ten einde en geef ik het woord aan de wethouder. De heer Everhardt: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Als ik het goed heb begrepen is er in ieder geval één vraag vanuit GroenLinks gesteld en twee amendementen ingediend die ik zal preadviseren. De vraag van GroenLinks. Nee, het college is niet van het standpunt afgestapt. In de brief van 2019 kunt u ook aangeven wat onze onderbouwing daarvan is, dus dat is mijn antwoord daarop. Dan kijk ik even, mevrouw de voorzitter, naar de amendementen. Dan moet ik even de … Want ik heb de juiste documenten en dan kan ik ook het nummer erbij noemen. Amendement 6… Mevrouw Nadif: … voorzitter, want het gaat over het vorige punt. De voorzitter: Ah, oké. Mevrouw Nadif. Mevrouw Nadif: Voorzitter, in het beleidskader staat heel erg duidelijk dat wij een actieve rol gaan nemen als raad.
Mocht de raad daartoe besluiten, gaat dan het college dat uitvoeren? Dat is eigenlijk de vraag, op het moment dat het verzoek bij de raad ligt. De voorzitter: Victor … Goed, herstel: wethouder Everhardt. De heer Everhardt: Ja, als ik het even zo snel mag duiden. Wat wij voorstellen is, dat gaan we doen, laat dat helder zijn. U als raad bent sowieso de baas, dus u kunt daar altijd richting aan geven. Maar uw vraag ging
specifiek over juridische stappen en daarin hebben wij als college in ieder geval niet een ander standpunt over ingenomen. De voorzitter: Mevrouw Nadif. Mevrouw Nadif: Ook als de raad het alsnog nodig vindt om dat te doen? De voorzitter: De wethouder. De heer Everhardt: Als u als raad besluit om inderdaad ook dat instrument in te zetten, dan zullen we daar vast een goed debat eerst met elkaar over hebben en dan zal u het standpunt van het college op dat moment daarover horen. En als de raad iets beslist, ja, dan is het zoals de raad beslist. Dat is hoe we het met elkaar hebben afgesproken. De voorzitter: Gaat u door. De heer Everhardt: Ja, daar kan ik nog een heel exposé over houden, maar laten we dat … De voorzitter: Dat is niet de bedoeling. De heer Everhardt: Nee, dat dacht ik al. Dan, amendement … De voorzitter: Laatste vraag van mevrouw Nadif. Mevrouw Nadif: Ja, nee, maar dan wil ik daar toch wel over zeggen. Als u dat laatste zegt, dan betekent dat dus dat het standpunt wel degelijk aangepast is. Want voorheen was het: ook al zou de raad daartoe besluiten, dan nog wordt het niet uitgevoerd. Dat is eigenlijk het verschil. De voorzitter: De wethouder. De heer Everhardt: Ik heb hier nu niet betoogd dat wij vooraf als college instemmen met inderdaad de richting die u als raad dan gaat kiezen.
Dus we gaan het debat dan daarover voeren en dan zult u de argumenten van het college op dat moment krijgen. Als u nu vraagt: wat is ons standpunt? Dan blijven we bij hetzelfde standpunt. Dan, mevrouw de voorzitter, kom ik bij amendement 637. Dat is het amendement van Boutkan cum suis en daar hebben wij geen bezwaar tegen, om het zo te formuleren. Dan kom ik, mevrouw de voorzitter, bij amendement … De voorzitter: 650 van de leden Veldhuyzen cum suis. De heer Everhardt: Ja, en die ga ik negatief preadviseren, omdat het amendement overbodig is. Het amendement vraagt om te streven en te rapporteren over culturele en etnische diversiteit in besturen en Raad van Commissarissen. In diezelfde alinea is dit al opgenomen, in de zin: “De gemeente vraagt in ieder geval aan haar deelnemingen jaarlijks te rapporteren over diversiteit”, in den brede. Dus daarmee hebben we dat punt gecoverd. Dank u wel, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: De heer Veldhuyzen heeft toch een vraag. Ga uw gang.
De heer Veldhuyzen: Dank u, voorzitter. Ja, dit klopt dus niet helemaal, want ik heb dus de rapportages nagekeken waarnaar wordt verwezen, waarin diversiteit als indicator inderdaad wordt meegenomen. Maar in die rapportages gaat dat alleen om genderverhoudingen. Dus bij de jaarverslagen over de deelnemingen heb ik hier al eerder een motie ingediend, maar die formulering was ook niet helemaal lekker. Maar het klopt dus niet dat dit aspect van diversiteit, en dat is etnische en culturele diversiteit, al is gewaarborgd op dit moment, omdat er nu alleen over genderverhoudingen wordt gesproken. De voorzitter: De wethouder. De heer Everhardt: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. We hebben hier ter sprake met een nieuw beleidskader. U kent de inzet van het college, dit is wat wij voorstellen en daarover gaan we rapporteren. Ik denk dat we daar nog het debat met elkaar aan moeten gaan of dat naar uw tevredenheid is of niet en dan heb ik u in ieder geval nu goed gehoord. Maar ik blijf bij hetzelfde standpunt. De voorzitter: De heer Veldhuyzen. De heer Veldhuyzen: Nou ja, heel kort dan nog, want wij dienen wel gewoon die motie in, omdat het tot nu aan toe dus niet gebeurt. En goed, ook als de wethouder die ontraadt, dan ben ik in ieder geval wel blij dat de wethouder zegt dat hij mij gehoord heeft en dan hopen we dat we toch nog ergens gaan komen. De voorzitter: De wethouder.
De heer Everhardt: Ik hoorde niet direct een vraag. En het is een amendement die u trouwens indient, maar dat terzijde. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Economische Zaken 7.
Vaststellen van 21 biz-verordeningen en het intrekken van 40 biz-verordeningen VN2021-021884 De voorzitter: Daar ga ik onmiddellijk door met agendapunt 7, het ‘Vaststellen van 21 biz-verordeningen en het intrekken van 40 biz-verordeningen’. Hiervoor is één motie ingediend, motie 656 van de leden Nadif cum suis inzake het ‘Vergemakkelijken van een doorstart van een bestaande biz’. Niemand heeft hier het woord gevraagd. Mevrouw Nadif? Mevrouw Nadif: Ja, excuses, het aanmelden is niet goed gegaan, dus we moeten nu vanuit GroenLinks iedere keer doen aan het begin van het agendapunt. Wij hebben met bizzen gesproken en die hebben aangegeven dat wanneer zij die doorstart willen maken van een biz, dat zij precies hetzelfde moeten doen als het maken van een nieuwe biz. En ja, dat is gewoon heel veel geld, heel veel tijd en zo willen we kijken hoe we dat kunnen vergemakkelijken, vandaar deze motie. De voorzitter: Dank u wel. Andere sprekers? Dat is niet het geval, dan is het woord aan de wethouder. De heer Everhardt: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik begrijp heel goed de oproep ook vanuit GroenLinks om daarnaar te kijken en dat onderzoek te doen. Dat lees ik ook in het stuk, daar ben ik ook toe bereid. Maar ik moet u wel aangeven dat wij wel in een wettelijk kader zitten waarin het nog niet zo eenvoudig is om zaken
zomaar te vereenvoudigen. Maar ik zal daar in ieder geval onderzoek naar doen en zo heb ik de motie gelezen, dus positief preadvies. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we hier het onderwerp genoeg mee behandeld. Nou ga ik even iets stouts doen. Op de agenda staat nu agendapunt 8, dan moet de voorzitter aanwezig zijn, want anders wilde ik het even omkeren. Mevrouw …: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Is er iemand anders die dit even … Ah, Tirza kan voorzitten, mooi. Dan doen we even, dan gaan we over naar agendapunt 9, maar schors ik een enkel moment voor een voorzitterswissel. Schorsing Algemene Zaken 8.
Uiten van wensen en bedenkingen bij het voorgenomen collegebesluit betreffende de oprichting van de Stichting Amsterdam 750 VN2021-008989 De plaatsvervangend voorzitter: We gaan door met agendapunt 8. Is iedereen aanwezig die het woord moet voeren? O ja, en dat is ‘Uiten van wensen en bedenkingen bij het voorgenomen collegebesluit betreffende de oprichting van de Stichting Amsterdam 750’. De volgende moties zijn bij dit agendapunt ingediend: motie 639 van het lid Van Dantzig inzake het ‘Programmaplan Amsterdam 750’. Volgende personen hebben het woord gevraagd: mevrouw Bakker – maar als mijnheer Van Dantzig graag voor wil, dan kan dat, want volgens mij is mevrouw Bakker nog niet in de zaal – het lid Van Soest en heer Van Dantzig. Die staat hier al, gaat uw gang. De heer Van Dantzig: Voorzitter, in verband met de spreektijd zo kort mogelijk. In het hart van dit fantastische plan voor 750 jaar staat de aandacht om Amsterdam weer gay capital of the world te maken. D66 vindt dat dat niet onbenoemd kan en wil nog een suggestie geven om dat plan nog beter te maken, mocht dat al kunnen, om Amsterdam als gayway to Europe weer te vieren door speciale uitnodigingen te sturen naar LHBTIrechtenvoorvechters over de hele wereld. Bedankt. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Soest. U stond wel op mijn lijst. Nou, dat is wat het is.
Als er geen verdere sprekers zijn, en ik denk dat dat het geval is, ik ben even aan het kijken. Nee, dan geef ik het woord aan de burgemeester. Mevrouw Halsema: Dank u wel. Ik zou de heer Van Dantzig willen bedanken dat hij inderdaad nog eens herinnert aan de thema’s van Amsterdam 750. En het klopt dat het belang van Amsterdam als gay capital een centraal onderdeel uitmaakt van dat programma, bijvoorbeeld in een editie van het vrijdenkersfestival ‘Stadslucht maakt vrij’ dat in de aanloop naar 2025 elk jaar gaat plaatsvinden. Hiervoor zullen ook een keer voorvechters uit binnen- en buitenland uit de gay capital worden uitgenodigd. Desalniettemin, het duurt nog een paar jaar voordat het zover is en het kan nooit kwaad dat de raad nog eens onderlijnt hoe belangrijk dit is, dus geen bezwaar tegen de motie. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Nee? Dat dacht ik al. Dan gaan we door naar het volgende agendapunt en schors ik de vergadering voor enkele minuten … – voor enkele momenten, excuus – voor een voorzitterswissel.
Schorsing De voorzitter: Goed, door mijn schuld, laat ik dat er maar meteen bij zeggen, is wethouder Groot Wassink onderweg naar een werkbezoek, aangezien ik had gezegd: aan jouw agendapunt komen we niet meer toe voor de eetpauze. Alleen was u als raad zoveel sneller dan we hadden gedacht. Ik stel toch voor dat we nu gaan eten, want anders dan moeten we nu al door naar agendapunt 13 en ik vermoed dat dat ook logistieke problemen gaat geven. Dus ik wens u een smakelijk eten en ik zie u vanavond. Schorsing Benoemingen Raadsaangelegenheden 35. Benoemen van leden in raadscommissies VN2021-024179 De voorzitter: Goedenavond, ik heropen deze vergadering en ik heb eerst wat administratie af te handelen. We hebben een uitslag benoemingen. Excuus. ‘Benoemen van leden in raadscommissies, VN2021… Dat hoef ik niet voor te lezen. Goed, benoemd is tot lid in de raadscommissie Financiën, Economische Zaken en Duurzaamheid de heer Bart Vink, met veertig voor, twee tegen, één blanco. Benoemd is tot lid in de raadscommissie Kunst, Diversiteit en Democratisering de heer Bart Vink, veertig voor, twee tegen, één blanco. 36. Benoemen van de voorzitter van de Rekeningencommissie VN2021-024196 De voorzitter: Benoemd is tot voorzitter van de Rekeningencommissie de heer Bart Vink, veertig voor, twee tegen, één blanco. Onderwijs 37.
Benoemen van een lid in de Raad van Toezicht AWBR VN2021-015227 De voorzitter: Benoemd is tot lid in de Raad van Toezicht van de AWBR de heer Ross Vandiar, 43 voor. Tot dusver de administratie. Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid 9.
Instemmen met het gewijzigde initiatiefvoorstel 1 juli vieren we samen van de leden La Rose, Blom, Taimounti, Flentge, A.L. Bakker en de voormalige leden Simons en Ceder en kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het oorspronkelijke voorstel VN2021-029105 De voorzitter: Dan gaan we door met agendapunt 9, het ‘Instemmen met het gewijzigde initiatiefvoorstel 1 juli vieren we samen van de leden La Rose, Blom, Taimounti, Flentge, A.L. Bakker en de voormalige leden Simons en Ceder en kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het oorspronkelijke voorstel’. Komt die aan. Goed, bij dit voorstel zijn geen moties of amendementen ingediend en de volgende leden hebben gevraagd om het woord te voeren: de leden La Rose, Blom, Taimounti, Flentge, A.L. Bakker en Kuiper. Dan geef ik als eerste het woord aan mevrouw La Rose. Ga uw gang.
Mevrouw La Rose: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ook dank aan het college en de wethouder in het bijzonder voor deze bestuurlijke reactie. Wij kunnen ons vinden in het advies van het college om het voorstel licht gewijzigd in te dienen, door verwijzing naar de Algemene termijnenwet te schrappen. Voorzitter, het college geeft aan dat het meest geëigende collectief om de benoeming van 1 juli als algemeen erkende feestdag te bewerkstelligen het samenwerkingsverband van de G4 is. Dat is wat ons betreft prima, want samen sta je sterker. Het is verheugend te zien dat er landelijk ook meer en meer initiatieven rond dit onderwerp worden ontplooid. Want voorzitter, wij zien dat de wethouder betrokken is bij dit onderwerp en dat waarderen wij. Dit terug kunnen zien in de praktijk en hierbij onze voortrekkersrol als hoofdstad behouden, dat geeft hoop. Bij het Rijk blijven aandringen over dit mijns inziens zeer belangrijke onderwerp is noodzakelijk. Wij kijken samen met het college dan ook graag vooruit, maar met het verleden als drijfveer. Voorzitter, tot ver in de negentiende eeuw was de stad Amsterdam betrokken bij slavenhandel en slavernij en dit strekte zich uit over de hele wereld, van New York, Nieuw-Amsterdam tot Curaçao en Suriname en ook tot in de Oost.
Gesteld kan worden dat de Amerikaanse slavernij in zekere zin ook gezien kan worden als het product van grootschalige Europese slavenhandel. Meer en meer blijkt dat ook andere steden in Nederland zich met dergelijke praktijken bezighielden. Voorzitter, daarom wil ik nog eens benadrukken dat het goed is dat in G4-verband ook de wensen en initiatieven van gemeenteraden uit de andere grote steden worden meegenomen en aan het kabinet zullen worden overgebracht. Niet alleen de wensen van gemeenteraden, maar ook initiatieven van maatschappelijke organisaties worden meer en meer betrokken. Dat er vanuit de gemeente contact is opgenomen met de opstellers van bijvoorbeeld het Zwart Manifest is verheugend. Hoe breder het draagvlak voor dit initiatief, hoe beter. Voorzitter, het algemene maatschappelijk debat is 1 juli als afschaffingsdatum van de slavernij behoorlijk gebeiteld in het brede bewustzijn van onze gemeenschap. Maatschappelijke consensus over zo’n nationale dag ter herdenking van het slavernijverleden is dan ook van groot belang en de dialoog hierover moeten we blijven voeren. Ik wil hierbij kort memoreren aan het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden, die onlangs hun rapport van bevindingen aan de Kamer heeft aangeboden naar aanleiding van een breed gevoerde dialoog met verdiepende gesprekken.
Het Adviescollege heeft onder andere gesproken met jongeren, vertegenwoordigers van belangenorganisaties en een burgerpanel geraadpleegd en de conclusies en aanbevelingen van dit actuele thema verdient dus de aandacht. Het verdient de aandacht langs de lijnen van erkenning, excuses en herstel. Daarom, voorzitter, kijk ik uit naar het vervolg van de uitwerking van dit initiatiefvoorstel, met name ook vanuit onze eigen hoofdstad Amsterdam. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Blom. De heer Blom: Het is zo lang geleden dat ik niet eens weet welke kant ik hem moet doen. Voorzitter, dank u wel. Ook dank aan mijn collega’s en natuurlijk mevrouw La Rose voor het nemen van dit echt geweldige initiatief. Een initiatief die wat mij betreft ook een initiatief van hoop is. Ik zal niet ontkennen dat ik dat zo af en toe nodig heb, als we kijken naar de huidige situatie met toenemende polarisatie en verruwing, en soms zelfs vijandigheid in Nederland. Dan is het gewoon fijn om te zien dat, ja, er toch een steeds groter wordende groep Nederlanders is die een voorstander is van 1 juli als nationale feestdag, maar ook excuses, veel meer erkenning, veel meer aandacht.
Dat is gewoon heel goed en dat is een teken van hoop, wat mij betreft, te zien dat colleges van verschillende steden van de G4, colleges en politieke partijen het opnemen in hun verkiezingsprogramma’s, noem maar op. En natuurlijk ook maatschappelijke initiatieven. Er is onlangs een petitie aangeboden in de Tweede Kamer met volgens mij 60.000 handtekeningen of meer. Dus dat is hoopvol en tegen de stroom in, nogmaals, van die verruwing in de samenleving. Dat laat ook zien welk voorbeeld Amsterdam is en ook moet zijn in Nederland. Een voorbeeld van progressief zijn en een voorbeeld van verbinding, vrede, vrijheid en verdraagzaamheid. Dat is eigenlijk waar zo’n dag 1 juli om gaat en om moet
gaan. Het gaat om samenleven en samen herinneren, samen gedenken. Dat benadrukken we juist hiermee in deze tijd, datgene wat gemeenschappelijk is en gedeeld is. Ik heb er niet zo heel veel meer over te zeggen, behalve dat het, ja nogmaals, een teken van hoop is en dank ook aan de wethouder, de burgemeester en het gehele college dat de wijze waarop ze omgaan met dit thema, niet alleen Keti Koti als nationale feestdag, natuurlijk ook hét moment afgelopen jaar met de excuses die heel bijzonder werden gebracht en ook als dusdanig werden ontvangen. Die hoop, die hebben wij gewoon nodig. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan, de heer Taimounti is niet aanwezig. De heer Flentge. De heer Flentge: Dank, voorzitter. Ja, geschiedenis is je rekenschap geven van het verleden, zei Huizinga. Dat is wat we hier doen, denk ik, met dit initiatiefvoorstel, waarvoor speciale dank natuurlijk aan mevrouw La Rose. Ik plaats hem ook nadrukkelijk in de analogie van 4 en 5 mei, deze Keti Koti. Jezelf eerst herdenken, eerst herdenken van het verleden, van de vreselijke gebeurtenissen vanuit het verleden, en 5 mei het vieren van de bevrijding. Dat zou je natuurlijk bij Keti Koti op exact dezelfde wijze kunnen zien, dus ik plaats hem ook echt nadrukkelijk in die traditie en vind ook dat er dus aandacht moet zijn. In die zin onderschrijf ik de woorden van de heer Blom.
Er zit ook een zekere, zou je bijna kunnen zeggen, een zelfde soort verlegenheid in Nederland misschien wel. Of, misschien bijna beschetenheid, om het ook maar eens op een beetje plat Amsterdams te zeggen. Want ook de 5 mei-beviering, waar we nog steeds eigenlijk zo terughoudend zijn met het vieren, eens per zoveel jaar zo. De terughoudendheid waarmee we dat doen, in plaats van dat we dat nou echt daadwerkelijk laten zien dat dit voor ons een belangrijke dag is. Diezelfde verlegenheid – ik zal het woord beschetenheid hier maar even weggelaten – zie je hier eigenlijk ook een beetje bij Keti Koti terug. Dus in die zin gaat de analogie ook op. Ik zou hopen en wensen dat we dat een beetje loslaten en dat we die stappen gaan maken, juist in de analogie van die bevrijdings- en herdenkingsfeesten. Ik hoop dat we daar komende dagen stappen in zetten. Vanuit Amsterdam, moet ik zeggen, worden er flinke stappen gezet, dus die beschetenheid past niet het college, kan ik zeggen. Maar ik hoop dat hier wel stappen worden gezet zodat we in Nederland die stappen vooruit gaan maken, die wat mij betreft zeer noodzakelijk zijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik op mijn lijst staan mevrouw Bakker van de Partij voor de Dieren. Oké. Dan gaan we door met mevrouw Kuiper, ChristenUnie. Ook niet. Dan is … O, excuus, mevrouw Kuiper, ga uw gang. Mevrouw Kuiper: Ik zag al wat aankomen.
Dank u wel, voorzitter. Bijzonder om, nou, een vervolg te geven aan iets wat mevrouw La Rose en anderen en de heer Ceder al begonnen zijn. Namens de raad heeft u excuses gemaakt op Keti Koti en ik denk dat het heel erg mooi is dat we nu met dit voorstel komen. Dat het ook iets mag betekenen, niet alleen om terug te kijken, maar ook om vooruit te kijken. Want slavernij is niet voorbij en ik denk dat dat ook belangrijk is om te noemen. Ik hoop dat u hier ook nog even kort over heeft kunnen spreken met de Surinaamse president, dat wij dit mooie voorstel hebben gebracht in deze raad en ik hoop dat het wordt aangenomen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Uit de raad zijn er geen andere sprekers. Ah, excuus. Eerst de heer Khan, daarna de heer Veldhuyzen. Ga uw gang. Excuus, mijnheer Yilmaz. Er heeft een hele zomer tussen gezeten en ik heb er een beetje een potpourri van gemaakt. Ga uw gang. De heer Yilmaz: Geen probleem, voorzitter, kan gebeuren. Ik neem even waar voor collega Kiliç. Ik wil de voorzitter bedanken, destijds was ze denk ik een mede-indiener en dat zien wij nog steeds. Geïnspireerd door onze inspanning voor de excuses voor onze rol in het slavernijverleden, hopen we dat ook dit voorstel de nationale overheid zal doen inzien dat het erkennen van Keti Koti tot nationale feestdag zal bijdragen in de
erkenning en verwerking van de andere zijde van de medaille van de Gouden Eeuw. In gezamenlijkheid, uiteraard. Ik wil graag onze collega La Rose bedanken voor het initiatief, alsmede gedragen steun van het college. Succes in Den Haag, u heeft onze steun. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Veldhuyzen. De heer Veldhuyzen: Dank u, voorzitter. Ja, ik houd het heel erg kort. Ik wil het college in ieder geval bedanken voor hun inzet op dit onderwerp en natuurlijk collega La Rose heel erg bedanken. BIJ1 denkt dat dit gewoon een belangrijk onderdeel is van het dekolonisatieproces waar we doorheen moeten gaan en nou ja, het is een mooie stap. Er worden hier in deze raad veel goede stappen genomen denk ik en daar kan de rest van Nederland van leren. Daar houd ik het bij, dank u. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee is een einde gekomen – ik kijk nog even rond – aan de eerste termijn van de raad. Dan is het woord aan wethouder Groot Wassink. De heer Groot Wassink: Dank, voorzitter. En voorzitter, hoe verleidelijk het ook is om een historisch exposé te houden, zal ik dat niet doen. Ik dank de raad voor het aangepaste voorstel en in de richting van de heer Blom zou ik ten besluit willen zeggen: er is altijd hoop. De voorzitter: Dank u wel. Is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval, dan hebben we dit onderwerp voldoende besproken. Bouwen en Wonen 10.
Vaststellen van de Wijzigingsverordening Huisvestingsverordening nieuwe woonruimteverdeling en differentiatie boetebedragen toeristische verhuur VN2021-020957 De voorzitter: Dan gaan we door met agendapunt 10. Deze twee moties. Agendapunt 10, het ‘Vaststellen van de Wijzigingsverordening Huisvestingsverordening nieuwe woonruimteverdeling en differentiatie boetebedragen toeristische verhuur’. Er zijn ingediend twee, een motie en een amendement. Als eerste motie 638 van het lid Rooderkerk inzake de ‘Gemeentelijke communicatie met betrekking tot het boetelabel vakantieverhuurders’; amendement 661 van de leden Boomsma cum suis inzake ‘Proportionaliteit boetebedragen toeristische verhuur’. Het woord hebben gevraagd de volgende leden: Rooderkerk, Boomsma, Van Soest, Naoum Néhmé. Kan ik daar nog anderen aan toevoegen? Mevrouw Van Pijpen, mijnheer Yilmaz, mevrouw Kuiper. Dan zijn we er. Dan geef ik als eerste het woord aan mevrouw Rooderkerk. Mevrouw Rooderkerk: Dank u, voorzitter. Het is een goede zaak dat we elke vorm van woonfraude proberen op te sporen en misbruik te bestraffen. Maar dat ontslaat ons niet van de plicht om na te gaan of de opgelegde boete of straf in overeenstemming is met het vergrijp.
We moeten aan de ene kant illegale en overlastgevende hotels tegengaan en aan de andere kant individuele bewoners die een boete krijgen beboeten op een manier dat dat proportioneel is. Daarbij moet wat D66 betreft de menselijke maat leidend zijn. Daarom moeten de regels voor toeristische verhuur op drie punten wat ons betreft verbeterd worden. Eén, gematigde boetes; twee, communicatie; en drie, proportionaliteit. Om te beginnen met de gematigde boetes. We zijn blij om te zien dat in het voorstel wat nu voorligt voor mensen met weinig geld, of wanneer een boete niet geheel verwijtbaar is, een halvering van de straf van de boete plaatsvindt. Daarnaast wordt de tabel op punten gedifferentieerd en ook omlaag bijgesteld, zodat er per unieke situatie maatwerk mogelijk is. Dat vinden wij goed.
De voorzitter: Moment. Mevrouw Naoum Néhmé. Mevrouw Naoum Néhmé: Voorzitter, mevrouw Rooderkerk zegt halvering van de boete. Wat is het nieuwe bedrag eigenlijk, na de halvering? De voorzitter: Mevrouw Rooderkerk. Mevrouw Rooderkerk: Dat hangt er vanaf wat het oude bedrag was, maar als mensen … Ja, dat is het enige antwoord dat ik kan geven, want het is differentiatie in boetes. Dus u kunt zien in de stukken welke tabel dat is. Als bij mensen dus weinig geld hebben, of er is sprake van dat het niet helemaal verwijtbaar is, dan vindt een halvering van de boetes plaats. Dat is ook op voorspraak van de Raad van State, dus ik vind het heel goed dat het beleid daarop aansluit. De voorzitter: Mevrouw Naoum Néhmé. Mevrouw Naoum Néhmé: Voorzitter, halvering is altijd halvering ten opzichte van het oorspronkelijke bedrag. Na de halvering wordt de boete 11.600 euro. Voor de halvering was het bijna 22.000, wat 85 keer zoveel is als iemand die door rood licht rijdt. Vindt u dan die 11.600 euro, vindt u dat matig en proportioneel? Complimenteert u het college daarvoor? De voorzitter: Mevrouw Rooderkerk. Mevrouw Rooderkerk: Nou, de boete waar mevrouw Naoum Néhmé nu op duidt, dat is een boete voor eigenlijk illegale hotels. Dus dat gaat om overtredingen waarbij meer dan dertig dagen verhuurd is, waar te veel personen aanwezig zijn.
Wat ons betreft zijn dat nou de vergrijpen waarvan het echt nodig is dat wij een lik-op-stukbeleid en dat we dat soort overlastgevende hotels tegengaan. Dus dat lijkt mij zeker goed. Daarnaast wordt het dus ook nog aangepast als er sprake is van die twee zaken die ik net noemde. Dat lijkt mij de menselijke maat. De voorzitter: Mevrouw Naoum Néhmé. Mevrouw Naoum Néhmé: Voorzitter, er is welgeteld één wijziging naar aanleiding van de Raad van Stateuitspraak en het hele boetebeleid voor de rest is ongewijzigd gebleven. Dus één wijziging, van 22.000 naar 11.600. Dan spreekt u over illegale hotels. Als iemand niet 30 dagen verhuurt, maar 31 dagen, vindt u dan gematigd en proportioneel dat die dan 11.600 euro moet betalen? De voorzitter: Mevrouw Rooderkerk. Mevrouw Rooderkerk: Hier haalt mevrouw Naoum Néhmé opnieuw wat zaken door elkaar. De leefbaarheidsovertreding is naar 11.000 euro gegaan, maar er zijn ook boetes van 20.000 euro waarbij het gaat om illegale hotels die gerund worden en waarbij het dus evident is dat dat overlast geeft en dat dat het hele jaar wellicht gebeurt. Als mensen dan een boete krijgen, dan is het een bedrijfsmatige, doelbewuste inzet die daar wordt gepleegd en daar hebben wij samen met de hele raad een beleid op vastgesteld, wat volgens mij heel goed is. Maar die halveringen, dat kunt u ook in het stuk vinden, dat gaat dus nog daar bovenop.
Dan ga ik door naar mijn tweede punt, dat is de communicatie. Ons bereiken veel signalen van bewoners die onbedoeld een kleine overtreding begaan en met een hoge boete te maken krijgen. Daar hebben we het ook inderdaad over gehad. Wat ons betreft is het van belang dat wij, nu er nieuwe boetetabellen komen en weer
een nieuwe wijziging, dat daar goed over wordt gecommuniceerd en voorlichting is richting bewoners. We hebben die nu ook geregistreerd, dus daarom heb ik een motie ingediend om te vragen om toeristische verhuurders met de registratie en vergunninghouders schriftelijk hierover te informeren. Zo zorgen we dat welwillende bewoners beter op de hoogte zijn en ook voor een afschrikwekkend effect voor degenen die minder goede bedoelingen hebben. Dan mijn derde punt, het moet proportioneel zijn. Gezien de verhalen van bewoners moeten we ons blijven afvragen of het beleid dat wij hebben, of het past bij de ernst van het vergrijp. Daarom wil ik de wethouder vragen om daarnaar te kijken en een evaluatie te doen van de huidige boetes en daarmee terug te rapporteren aan de raad, zodat wij dat kunnen bespreken, zodat wij voor ogen kunnen houden of het aan de ene kant ervoor zorgt dat wij illegale overlastgevende hotels hard aanpakken, want dat is ook waarom dit is ingesteld, en aan de andere kant voor individuele bewoners de menselijke maat leidend laten zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Pijpen, een interruptie en daarna de heer Boomsma. Mevrouw Van Pijpen: Nou doet die het, ja. Dank u wel, voorzitter. Even over dat laatste punt, een evaluatie na een jaar. Ik bedoel, daar zijn we natuurlijk niet tegen, dus dat lijkt me goed.
Maar is de D66-fractie het wel met me eens dat we dat ook in bredere zin dan moeten doen? Dus niet alleen ook over de boetes, maar ook over het feit of we inderdaad ook de leefbaarheid en ook de woningonttrekking ook inderdaad minder is geworden … De leefbaarheid beter en de woningonttrekking minder. De voorzitter: Mevrouw Rooderkerk. Mevrouw Rooderkerk: Nou, daar valt zeker over na te denken, omdat natuurlijk het doel van het beleid is om te zorgen dat het de leefbaarheid vergroot van de stad. Maar waar ik nu even op focus was meer de boetes, of dat ook ervoor zorgt dat mensen het kunnen betalen en dat het ook past bij de ernst van de situatie. Daar hoop ik dat ik ook wel GroenLinks aan mijn kant heb, omdat het toch ook altijd goed is om voor ogen te houden voor wie je het doet en dat het beleid dat we hebben ook niet onnodig schaadt. De voorzitter: De heer Boomsma. De heer Boomsma: Dank. Dus D66 wil dan gaan evalueren over een jaar hoe het zit. Maar wat moet de wethouder dan precies gaan evalueren, wat de hoogte van de boetes is en of dat passend is? Want dat kunnen we toch gewoon nu ook al met elkaar bespreken? Daar hebben we een hele discussie over gevoerd in de commissie, daar heeft de Raad van State zich over uitgesproken. Dus wat moet dan nu nog worden onderzocht daarover? De voorzitter: Mevrouw Rooderkerk.
Mevrouw Rooderkerk: We hebben een uitspraak van de Raad van State en naar aanleiding daarvan is de tabel aangepast, dus dat is al gebeurd. Nu zie ik een amendement liggen van het CDA en die zegt: doe maar zoveel euro boete. Ja, ik vind dat we ons moeten blijven baseren op de feiten. Door zelf een bedrag te bedenken lijkt mij niet de beste manier als raad. Ik heb dan liever dat we gewoon goed onderzoeken wat de meldingen zijn die zijn gedaan bij de bewoners die bijvoorbeeld in beroep gaan tegen de gemeente en dat we op basis daarvan kunnen constateren: dit is wel een goed bedrag. Want we moeten dus aan de ene kant rekenschap geven van die grote illegale hotels die het hele jaar door draaien en aan de andere kant van die individuele bewoners. Wat dan een goed bedrag is, nou, dit is nu het bedrag wat is voorgesteld en wat ons betreft evalueren we dat, zodat we op basis van onderzoek dan kunnen kijken of dat proportioneel is.
De voorzitter: De heer Boomsma. De heer Boomsma: Maar je kunt toch nu ook al wel enige uitspraak doen? Vindt D66 het dan proportioneel dat als iemand een administratieve fout maakt, dat die dan bijna 8000 euro boete moet betalen, ook als het bijvoorbeeld niet zo bedoeld was? We kunnen dan toch net zo goed nu al besluiten: nou, de eerste keer krijg je een waarschuwing van nog steeds een hoge boete van 500 euro, om een voorbeeld te noemen. Dat hoeven we toch niet eerst een jaar te gaan uitdelen en daarna gaan evalueren of het niet te hoog is? De voorzitter: Mevrouw Rooderkerk. Mevrouw Rooderkerk: Nou, nu noemt de heer Boomsma alweer een ander bedrag en dat is nou juist het punt. Laten we dat echt doen op basis van de feiten, want mij bereiken ook de signalen – en dat is ook precies de reden dat ik om deze evaluatie vraag – mij bereiken ook de signalen van bewoners die zeggen: goh, ik had het per ongeluk verkeerd gedaan en ik heb nu een hele grote boete. Maar aan de andere kant zien wij ook gewoon – dat is waarom we dit beleid hebben ingesteld, dat moeten we nu niet vergeten – dat er gewoon hele grote illegale hotels worden gerund die gewoon echt ervoor zorgen dat überhaupt het hele verhuurbeleid onder druk staat.
En iets daartussenin is waar we op uitkomen, dat is wat er nu in het beleid zit en wat ons betreft, geef ik ook aan, moeten we daar wel goed naar gaan kijken of dat ook passend is of niet. De voorzitter: Mevrouw Naoum Néhmé. Mevrouw Naoum Néhmé: Voorzitter, van harte eens om illegale hotels kei- en keihard aan te pakken. Kent mevrouw Rooderkerk het vernietigende rapport van de Amsterdamse Rekenkamer over de handhaving in deze stad door dit college op vakantieverhuur? De voorzitter: Mevrouw Rooderkerk. Mevrouw Rooderkerk: Ja. De voorzitter: Mevrouw Naoum Néhmé. Mevrouw Naoum Néhmé: Kan ze dan toelichten dat dan precies werkt volgens haar dat als de Rekenkamer zegt: dit college handhaaft dramatisch op vakantieverhuur, welke relatie er dan is met hele hoge boetes, die alleen maar gewone mensen treffen, mensen die zich oprecht vergist kunnen hebben, en illegale hotels niet kunnen afschrikken. Hoe werkt de relatie nou eigenlijk tussen die twee? De voorzitter: Mevrouw Rooderkerk. Mevrouw Rooderkerk: Volgens mij heb ik net aangegeven hoe ik denk over die boetes. Kijk, we hebben er vorige commissie een discussie over gehad, toen werd er gezegd vanuit heel veel partijen: nee, we moeten gewoon de boetes doen zoals we ze hebben. Wat mij betreft moeten we daar dus goed naar kijken.
Alleen, ik vind het te makkelijk om dan nu een random bedrag te noemen, ik wil gewoon dat we dat dan op een manier doen dat het ook klopt. Dus dat we juist gaan kijken naar die handhaving, kijken wat daar op wordt gehaald, wat er voor beroep wordt gedaan en dan gewoon een goed, solide voorstel hebben, of dat dit is, of dat het omlaag wordt bijgesteld. Dat is dus precies waarom we de evaluatie willen vragen. De voorzitter: Dank u wel. Was u aan het eind? Dat is het geval. Dan is het woord aan mevrouw Van Soest, die natuurlijk eigenlijk geen spreektijd meer heeft, hè? Hoeveel heeft mevrouw Van Soest nog? Ja, dat denk ik
ook. Ik denk dat het nog wel eens een ruime schatting zou kunnen zijn. Goed, dan is het woord aan mevrouw Naoum Néhmé. Mevrouw Naoum Néhmé: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, wie de wet overtreedt, moet vanzelfsprekend beboet worden. Alleen, tegelijkertijd moeten we denk ik constateren met zijn allen dat het maatschappelijk denken over straffen, boetes opleggen natuurlijk is opgeschoven. Zeker in het kader van het debat over de menselijke maat en een nieuwe bestuurscultuur, waar vele partijen van in deze raad zitten die in Den Haag natuurlijk hele grote woorden hebben gesproken – en terecht – over de noodzaak van terugkeer van menselijke maat in het bejegenen van mensen die oprechte vergissingen gemaakt kunnen hebben. Vanuit die context en vanuit de gevoelige nederlaag die Amsterdam heeft geleden bij de Raad van State – die heeft gezegd: u hanteert een niet-proportioneel boetebeleid – vinden wij dat datgene wat er voorligt van het college nog altijd niet evenredig en niet proportioneel is, want ook vakantieverhuurders kunnen zich om zeer uiteenlopende redenen vergissen. Daarom hebben wij samen met het CDA een amendement ingediend waarbij we zeggen: voor de eerste keer is er een veel lager bedrag wat je dan kunt krijgen, 500 of 700 euro, in plaats van 11.000 of 21.000.
En als je een recidief bent, of je gaat zeg maar vaker in de fout, of je runt een illegaal hotel, ja, dan moet je gewoon met hele strakke hand van de staat te maken krijgen. Mijn vraag aan de wethouder is, los van het preadvies: de Raad van State heeft ons hele flinke zeg maar uitspraken gedaan en hoe kan het dan, wethouder, dat er maar welgeteld één aanpassing is in de boetebedragen? Die ook heel duidelijk op pagina 1 van de flap staan, namelijk één bedrag wordt aangepast van 21.000 naar 11.000, en voor de rest, die sky high bedragen, het is ongelooflijk. In dit land, als iemand door rood licht rijdt, dan betaalt die 260 euro ongeveer. Nou, in Amsterdam leggen we iemand voor die meer nachten verhuurt dan het aantal toegestane nachten 85 keer de boete die we iemand opleggen die iemand willens en wetens in gevaar heeft gebracht in het verkeer. Nou, ik zie de relatie niet. De relatie is ook zoek, dus daarom graag een reflectie van de wethouder daarop. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan een groot excuus, want ik had u even overgeslagen. Het woord is aan de heer Boomsma. En ik meld u meteen even dat u nog anderhalve minuut heeft voor de rest van de avond. De heer Boomsma: Voorzitter, wij moeten vandaag de Huisvestingsverordening repareren voor wat betreft de boetes voor vakantieverhuur.
Iedereen is het erover eens dat dat goed moet worden gehandhaafd, strak, en excessen moeten worden bestreden. Maar, voorzitter, om mensen met een eigen huis die op vakantie hun woning verhuren en een foutje maken bij de eerste overtreding al meteen 8700 euro boete te geven, of bijna 12.000 omdat er een persoon te veel verblijft, dat vinden wij inderdaad excessief en niet proportioneel. Daarom dat amendement. In de commissie kwam de wethouder met een aantal slechte argumenten om dit niet te doen en zegt: je moet je maar informeren over de regels. Maar de regels zijn natuurlijk wel heel vaak veranderd de afgelopen tijd en dan zegt de wethouder: ja, het moet afschrikwekkend zijn, de raad wilde lik op stuk en krijgt nu ook lik op stuk. Dat is waar, maar lik op stuk is nog niet hetzelfde als bijna 12.000 euro boete voor zo’n overtreding. Ook 750 euro is al zeer afschrikwekkend. De wethouder wil ook Amsterdam niet met Utrecht te vergelijken. Nou, in Utrecht is een motie aangenomen met steun van allerlei partijen, waaronder D66, om die eerste boete naar het lage af te stellen. Niet op 150 euro zoals in Utrecht, wij zeggen dan 500. Dat vinden wij nog steeds afschrikwekkend, maar wel nog met enige menselijkheid, vandaar dit amendement. De voorzitter: Poeh, zeg. Ik denk dat u nu even adem mag halen. Dan is het woord aan … Nou raak ik even de tel kwijt. Mevrouw Van Pijpen.
Mevrouw Van Pijpen: Dank u wel, voorzitter. Laten we even kijken naar het agendapunt, ik heb het ook in de commissie gezegd, we bespreken hier de Huisvestingsverordening waarin we ook het
woonruimteverdelingssysteem met elkaar vastleggen. Voorafgaand aan deze vergadering sprak ik met iemand die ons had gemaild, u allen ook – wij waren overigens de enigen van wie zij een reactie had gekregen, maar dat terzijde, u kunt het nog goedmaken – een dakloze Amsterdammer die 31 is, binnenkort haar jongerenwoning moet verlaten. Ze werkt in de zorg, daar heeft ze twee banen en heeft dadelijk geen huis meer en ze is ten einde raad. En om maar even ook op het agendapunt te komen, daarom is het ook goed dat we in de Huisvestingsverordening in het nieuwe verdelingssysteem ook vaststellen waarbij jongeren extra situatiepunten kunnen krijgen. Dus daarvoor ook hulde voor dat voorstel. In verband daarmee zou ik ook aan alle vakantieverhuurders – en ook aan sommigen hier in de raad – die in verband met de bepalingen over het lik-op-stukbeleid en de boetes zich zorgen maken over hun mogelijkheden voor verhuur. Als je je aan de regels houdt, is er niets aan de hand, laten we dat vooropstellen. Want u vergeet ook niet een rekening te sturen naar een huurder van uw kamer voor die nacht. En mocht u zich toch zorgen maken over de administratieve lasten die komen kijken bij vakantieverhuur, u kunt natuurlijk ook die kamer verhuren aan een van die jongeren die hard op zoek is naar een kamer. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Yilmaz.
De heer Yilmaz: Dank u wel, voorzitter. Ook nu zal ik waarnemen voor collega Kiliç. We zijn het eens met het beleid, maar hebben toch onze vraagtekens over de menselijke maat. Natuurlijk moeten we huisjesmelkers en commerciële partijen aanpakken, maar wanneer particulieren zich hebben gehouden aan alle andere regels voor tijdelijke verhuur van hun huis of kamer, vinden we het moeilijk een menselijke maat te vinden in de huidige beboeting. Daar moet meer proportionaliteit in zijn en we hopen dat we rechtszaken met particulieren kunnen voorkomen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Kuiper. Ga uw gang. Mevrouw Kuiper: Voorzitter, de aanpak van vakantieverhuur is niet makkelijk. Veel partijen, waaronder de ChristenUnie, willen deze vorm van verhuur best stevig inperken. We hebben dan ook vaak beleid van het college gesteund als het ging om inperkingen van het aantal nachten bijvoorbeeld. Ook stevige boetes voor overtreding van de regels lijken ons gepast, omdat vakantieverhuur echt veel impact kan hebben op de leefbaarheid van onze buurten. Wel vinden wij dat een bedrag van 8700 euro als boete voor een eerste geconstateerde overtreding, die mogelijk het gevolg van vergeetachtigheid of een menselijke fout kan zijn, of niet geïnformeerd zijn, echt niet proportioneel.
Daarom dienen we samen met het CDA en de VVD, DENK en Forum voor Democratie een amendement in om dat bedrag voor een eerste overtreding aan te passen. Het gaat ons ook om de proportionaliteit, de menselijke maat. Dat is wat wij hierbij willen inbrengen, want een boete van vele duizenden euro’s is niet wat de ChristenUnie betreft een overheid die we moeten willen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Er hebben zich geen andere sprekers gemeld en dan is het woord aan de wethouder. De heer Groot Wassink: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, er zijn verschillende fracties geweest die het woord hebben gevoerd zonder dat ze een vraag aan mij hebben gesteld, dat is overzichtelijk en prettig. Maar er zijn volgens mij toch wel wat punten gemaakt waar ik op in zou willen gaan. Laat ik allereerst beginnen met de fractie van de VVD. Dat is natuurlijk toch opvallend, de fractie die altijd het heeft over regels zijn regels en ‘misbruik moet worden gestraft’, die het dan nu heeft over de menselijke maat, zeker in relatie tot de bestuurscultuur. Ook in de commissie werd heel nadrukkelijk de link gelegd met de toeslagenaffaire, wat ik een volstrekt krankzinnige vergelijking vind, omdat in de toeslagenaffaire heel nadrukkelijk, heel nadrukkelijk
vanuit wantrouwen op mensen gesanctioneerd is, waar het hier echt over iets heel anders gaat. Je besluit zelf om een commerciële activiteit te starten, namelijk het verhuren van je huis. Dat is legaal, maar je hebt je aan regels te houden. In de Participatiewet, nog zo’n andere verderfelijke wet waar een gestold wereldbeeld van wantrouwen door neoliberaal beleid maar al te zeer is vastgelegd, is echt anders. Dat is niet een economische activiteit waar je je aan de regels moet houden, waar je je van tevoren moet verwittigen dat je snapt wat je doet. Zoals je als je een café begint ook moet weten aan welke regels je je moet houden. Dat is echt fundamenteel iets anders. Ik heb er wel moeite mee dat de menselijke maat – want daar hebben we het dan heel vaak over – dat u de menselijke maat alleen lijkt te zien voor degene die een commerciële activiteit opzet. En natuurlijk vind ik dat ook voor degene die een commerciële activiteit opzet de menselijke maat moet gelden. Maar de menselijke maat die wij hier met elkaar in deze stad hebben gedefinieerd gaat ook over woningonttrekking, gaat ook over overlast. Dat is de essentie waarom wij met elkaar dit beleid hebben vastgesteld. Dat is de essentie waarom wij met elkaar gezegd hebben in 2017: dit zijn de boetes waar we voor kiezen, omdat wij woningonttrekking en overlast heftig vinden.