CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2021 09 15 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad - ondertiteling

RAAD 15 september 2021, gemeente Amsterdam61.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

Dan is het woord aan mevrouw De Fockert. Ondertussen maak ik even bekend dat wij erachter zijn gekomen om welke motie het gaat van de heer Kreuger. Dat is motie nummer 668, ‘Maak werk van de taaleis’. Dan is het woord aan mevrouw De Fockert. Mevrouw De Fockert: Dank u, voorzitter. Even een noot van orde: die motie hebben wij nog niet, dus ik hoop dat die gedistribueerd kan worden. Voorzitter, ik had net al even een debatje met de heer Kreuger en met mevrouw Martens. Dat is eigenlijk ook het verhaal wat ik in de commissie heb gehouden. We hebben 150.000 laaggeletterden en die mensen kunnen in meer of mindere mate – want laaggeletterd is een heel breed begrip – minder goed meedoen aan de samenleving. Dat merk je in corona extra veel. Bijvoorbeeld deze week, coronapas wordt aangekondigd. Ik heb heel veel mensen gesproken die bang zijn: hoe kan ik nog een kopje koffie gaan drinken, want ik weet niet hoe ik zo’n ding moet downloaden op mijn telefoon, of ik heb geen telefoon, et cetera. Het zijn die kleine dingen die wij misschien allemaal ons niet beseffen, omdat wij het allemaal wel kunnen, maar dat zijn belemmeringen voor mensen om mee te doen. Dat zorgt voor isolatie, dat zorgt voor armoede, dat zorgt voor gezondheidsproblemen.

Voorzitter, daarom ben ik ook … Ik ben heel erg voor investeringen in volwasseneneducatie, dat is mijn vak, maar daardoor weet ik ook dat het belangrijk is om vooral ook te kijken: hoe werf je mensen, hoe begeleid je mensen, hoe hou je mensen binnen? En mijn kritiek – nou ja, kritiek – mijn aanvulling, mijn feedback in de commissie was: ik zie dat niet terug in de jaarrapportage. En ik denk, voordat we zeggen: ik ga een blanco cheque uitschrijven van 1 miljoen, wil ik weten hoe we het geld nu besteden, zodat we dat ook zo effectief mogelijk kunnen. De voorzitter: Dank u wel. Ja, ik ben even in dubio. U wilt interrumperen. De heer Kreuger. De heer Kreuger: Dank, voorzitter. Ja kijk, weten hoe je je geld uitgeeft, dat snap ik wel. Maar u bent toch gewoon wel met me eens dat het sowieso gewoon tekort is? Dat als je maar 5000 mensen in het traject kan stoppen, dat het een no-brainer is of er meer geld bij moet als je 150.000 laaggeletterden hebt. De voorzitter: Ik meld even dat u nog één minuut heeft. Mevrouw De Fockert.

Mevrouw De Fockert: Voorzitter, ik heb volgens mij echt al tien keer gezegd dat ik het liefst heel veel geld in laaggeletterdheid wil besteden, maar ik wil dat wel doelmatig doen, want het is publiek geld, dus ik wil eerst weten hoe we het geld nu besteden. Zo simpel is het. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Martens. Mevrouw Martens: Dank u wel, voorzitter. Nou ja, ik vind het ontzettend prachtig, voorzitter, dat nu de rollen zijn omgedraaid, dat JA21 en de VVD GroenLinks ervan moeten overtuigen dat er onvoldoende geld wordt uitgetrokken voor laaggeletterden. Ik wil eigenlijk voortborduren op wat de heer Kreuger zojuist zei. We kijken naar het bedrag, naar het aantal instromers – dat zijn er 5000 voor het bedrag dat we nu uitgeven – en we hebben zestien procent werkloosheid in Amsterdam. Is GroenLinks dat niet in ieder geval met ons eens dat er meer middelen nodig zijn, dat we daarnaar moeten zoeken? Want wij gaan natuurlijk niet over hoe de wethouder haar sollicitatieprocedure indeelt. Dus mijn vraag aan GroenLinks: moeten we niet gewoon meer geld uitgeven? De voorzitter: Mevrouw De Fockert. Mevrouw De Fockert: Voorzitter, ik ga niet herhalen wat ik al vaker zei. De reden waarom ik nu niet de motie steun is omdat we nu niet weten hoeveel we hebben uitgegeven, waaraan we het hebben uitgegeven en of het effectief is.

Oftewel, of het de mensen die lage basisvaardigheden hebben helpt om hun doel te bereiken. De voorzitter: Mevrouw Martens. Mevrouw Martens: Dank u wel, voorzitter. Dus als ik het goed begrijp gaan we na drieënhalf jaar collegeperiode gaat GroenLinks vragen aan de wethouder om te onderzoeken of we de middelen wel op de juiste manier inzetten. Is GroenLinks dan van mening dat als we het model anders indelen, we met het huidige bedrag wel al die laaggeletterden aan de Nederlandse taal kunnen helpen? De voorzitter: Mevrouw De Fockert. Mevrouw De Fockert: Voorzitter, ik begin een beetje het gevoel te krijgen – en dat zeg ik niet graag in dit huis – maar dat mijn collega’s de stukken niet gelezen hebben. We bespreken een jaarrapportage wat de eerste rapportage is van het beleid. Het is het eerste jaar, een coronajaar, waardoor we nog extra problemen hebben gehad om het beleid überhaupt uit te voeren. Dus als mijn collega zegt: na drieënhalf jaar gaan we het evalueren. Nee, we gaan na het eerste jaar onderzoeken hoe we het hebben uitgegeven. De voorzitter: Mevrouw Martens. Mevrouw Martens: Dank u wel, voorzitter. Die opmerking van mijn collega, die leg ik maar even naast mij neer, omdat dat natuurlijk niet de manier is waarop wij met elkaar omgaan.

Mijn vraag is: is GroenLinks van mening dat wij op dit moment voldoende geld uitgeven om laaggeletterden aan de Nederlandse taal te helpen? De voorzitter: Mevrouw De Fockert. Mevrouw De Fockert: Voorzitter, volgens mij heb ik deze vraag al meerdere malen beantwoord, ook in mijn interrupties met de collega’s.

De voorzitter: Dank u wel. Er zijn geen andere sprekers. Ah, mevrouw El Ksaihi. Goed, voor er verwarring ontstaat, mevrouw El Ksaihi heeft het woord. Mevrouw El Ksaihi: Dank u wel, voorzitter. Ik moet zeggen, persoonlijk raakt dit onderwerp mij enorm, dus daarom dacht ik: ik wil toch ook wel het woord voeren, als dochter van een laaggeletterde en dochter van een analfabete moeder, die trouwens ondertussen wel haar mbo niveau 2-diploma heeft gehaald. Daarbij dacht ik wel: het is natuurlijk echt wel, ik ben het natuurlijk helemaal eens met JA21, met de VVD en met GroenLinks dat het een breed gedragen onderwerp is. Laat ik vooropstellen dat ik die insteek echt wel waardeer en ook echt wel overeind wil houden. Maar ik ben het in die zin wel eens met GroenLinks dat we op een gegeven moment ook moeten zeggen: kijk hoeveel we nou investeren, maar wat levert het ons ook op? Ik ben er echt van overtuigd dat alleen meer geld niet altijd de oplossing is. In die zin is mijn moeder een heel goed voorbeeld, want die heeft helemaal geen taaltrajecten gedaan. Die heeft juist op haar werk de taal geleerd en die is daarna pas opleidingen gaan doen.

Dus het is niet allemaal, ik denk dat het wel heel erg gaat om maatwerk en dat er heel erg moet gekeken worden: hoe kunnen we ook door te doen dingen leren? Maar ook inderdaad naar elkaar kijken: hoe kunnen we nou gaandeweg in de stad, welke projecten hebben we allemaal lopen? Taal is een onderdeel daarvan, maar het is niet alleen taal. Ik denk, wat dat betreft laat het Taaloffensief juist heel goed zien hoeveel we eigenlijk al doen. En ja, het is nooit genoeg, want het is inderdaad een schande dat we met 150.000 Amsterdammers hebben die laaggeletterd zijn. Maar ik zou het woord schaamte trouwens hier niet willen gebruiken, want dat is juist precies het probleem bij dit onderwerp, dat mensen zich heel veel schamen. Door dit onderwerp juist schaamte erop te zetten en het ook hier zo te betitelen, zeggen we steeds dat mensen zich moeten schamen voor het onderwerp, dat wij als college of als gemeenteraad ons moeten schamen dat het er is. Ik denk wel oprecht dat heel veel mensen, of het nou geen kansen zijn, niet in de gelegenheid zijn gesteld, noem maar op. Vanuit die kant zeg ik heel erg dat, ja, we kunnen nooit genoeg doen, maar ik vind wel oprecht dat we moeten kijken: wat levert het ons op en hoe kunnen we daarmee omgaan? De voorzitter: Eerst de heer Kreuger, daarna mevrouw Martens. Mijnheer Kreuger. De heer Kreuger: Dank, voorzitter.

Waarom vindt D66 dit nu precies een goed moment om te kijken of het geld wel goed wordt uitgegeven? Want – nou, het zit in de naam, vanaf 1966 bestaat het al – waarom komt dat dan nu pas dat we gaan kijken of er effectief beleid wordt gevoerd? De voorzitter: Mevrouw El Ksaihi. Mevrouw El Ksaihi: Dank u wel, voorzitter. Nou, dat is natuurlijk een beetje flauw om te refereren naar 1966, want ik denk dat D66 zich altijd al heeft ingezet. Laat ik vooropstellen, als ik nu ook kijk naar de nieuwe verkiezingen, ons verkiezingsprogramma. Als woordvoerder heb ik me er enorm mee bemoeid, het staat ook weer netjes in ons verkiezingsprogramma dat we het opnemen, dat we ook meer willen investeren. Dus het gaat ook op een gegeven moment dat je ook keuzes moet maken. Die keuze nu is op het moment dat ik zeg: we moeten kijken wat het oplevert. Zodat ik straks ook een gedegen besluit kan nemen om te zeggen: we moeten wel of niet meer investeren. Daar vind ik het nu gewoon te vroeg om dat te zeggen. De voorzitter: De heer Kreuger. De heer Kreuger: Ja, precies, te vroeg om te investeren. Maar in de motie staat toch 2022? De voorzitter: Mevrouw El Ksaihi.

Mevrouw El Ksaihi: Dank u wel, voorzitter. Wat mij betreft gaat het erom dat we eerst het onderzoek moeten afwachten om te kijken wat het oplevert. Om bij voorbaat een blanco cheque uit te delen, daar pas ik gewoon voor. De voorzitter: Dan, het woord aan mevrouw Martens. Mevrouw Martens: Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen om te zeggen dat ik absoluut niet wil onderdoen aan het verhaal dat mevrouw El Ksaihi zojuist vertelt. Dit gaat puur om de inhoud. Is het nou niet gewoon de situatie dat D66 en GroenLinks weten dat ze niet in staat zijn, gezien hun positie in de coalitie, om hier meer geld voor vrij te maken? Als mevrouw El Ksaihi nu gewoon ook eerlijk aangeeft dat ze opnieuw meer geld beschikbaar wil maken in haar verkiezingsprogramma, betekent dat dan niet gewoon dat het u nu niet lukt om hier meer geld voor vrij te maken? Via de voorzitter. De voorzitter: Mevrouw El Ksaihi. Mevrouw El Ksaihi: Dank u wel, voorzitter. Fijn dat u mijn verhaal niet wil ondermijnen – dat is ook helemaal niet gelukt, dus dat scheelt. Maar het is wel goed om te benadrukken dat ik zei dat we geld vrij willen maken. Ik heb niet gezegd hoeveel, ik heb niet gezegd of het meer is. Dat is wel de nuance die ik aanbreng.

Kijk, en ik denk dat, volgens mij zijn we het eens dat we met zijn allen zeggen dat het een belangrijk onderwerp is, maar de enige nuance is dat wij zeggen: we nemen een pas op de plaats en we kijken eerst aan om te kijken wat het ons oplevert. Waar gaat ons geld, dat is ook gewoon publiek geld, wat we ermee doen? Dan is de volgende stap, en wat mij betreft kunnen we elkaar daar misschien wel vinden als de uitkomst is dat het inderdaad anders kan, of dat het meer moet. Maar dat is voor mij gewoon nu een stap te snel. Dus misschien zie ik u volgend jaar of over twee jaar, zeker met uw ambitie, maar laten we vooropstellen dat het voor nu te snel is. De voorzitter: Mevrouw Martens. Mevrouw Martens: Voorzitter, daar laat ik het dan ook bij. Dus even resumé, “Laat iedereen vrij, maar niemand vallen” betekent in dit geval: we gaan eerst onderzoeken wat het kost, wie er ondertussen valt maakt niet uit, maar we hebben er geen geld voor. De voorzitter: Mevrouw El Ksaihi. Mevrouw El Ksaihi: Volgens mij is dat een slogan die de VVD heel goed kan inzetten, maar als je eens kijkt hoeveel wij op dit moment hebben geïnvesteerd als college in het onderwerp is dat natuurlijk echt totaal niet waar. Daar laat ik het bij. De voorzitter: Dank u wel. Andere sprekers hebben zich niet gemeld, dan is het woord aan wethouder Moorman. Mevrouw Moorman: Voorzitter, dank u wel.

Het gekke was dat het debat door de tijd heen ineens toch een randje kreeg waarvan ik dacht: nou hebben we misschien toch niet genoeg geluisterd naar mevrouw Timman. Want volgens mij zijn we het ontzettend met elkaar eens en volgens mij is er niemand in de raad die zegt: dit is niet belangrijk. Ik vind het ook niet dat we het er te weinig over hebben. Sterker nog, ik denk dat we het niet eerder zoveel hierover hebben gehad. Er ligt het offensief, we hebben nu de jaarrapportage. Dingen kunnen natuurlijk altijd beter, maar, en dat heb ik u ook al aangegeven in de commissie en dat geef ik dan toch ook wel een beetje terug aan de partijen die natuurlijk ook een vertegenwoordiging hebben in de Tweede Kamer:

we krijgen gewoon echt veel te weinig geld van het Rijk. Het Rijk trekt de WEB-gelden uit, ik heb u ook uitgelegd, wij krijgen daar als gemeente geen extra geld bij voor de begeleiding. Amsterdam maakt 7 miljoen vrij om dit te doen. Dat is een ongekend hoog bedrag, dat is veel meer dan ooit is uitgegeven in Amsterdam – zeg ik toch ook in de richting van mevrouw Martens, terwijl de VVD toch ook vaak in een college heeft gezeten is er nog nooit eerder zoveel uitgetrokken – en we maken ook veel meer vrij dan in allerlei andere gemeentes. En natuurlijk heeft mijnheer Kreuger gewoon groot gelijk als hij zegt dat dit gewoon politieke keuzes zijn, dat het gaat om prioriteiten. Dat u het budgetrecht heeft en dat u ook natuurlijk kan verschuiven. En dat als wij dit met zijn allen belangrijk vinden, dat hier ook nog meer geld naartoe zou moeten. Ik vind het heel pijnlijk dat wij vorig jaar ook bij de ingewikkelde gesprekken die we hebben moeten voeren naar aanleiding van de coronacrisis en daarmee dus ook de impact op onze begroting, dat we ook hebben moeten zeggen dat de structurele middelen die we hiervoor vrij hebben gemaakt voor een deel ook weer incidenteel gemaakt zijn. Gelukkig maar voor een deel en niet helemaal. Maar dat zal ook een druk leggen bij de nieuwe coalitiepartijen na de verkiezingen om hier opnieuw geld voor vrij te maken.

Ik hoop ook echt allemaal oprecht, en als ik u zo hoor hier, dat u daarvoor gaat kiezen, want dit is belangrijk. Want inderdaad, het is een schande dat in een rijk land zoals Nederland zoveel mensen eigenlijk niet goed kunnen meekomen in de samenleving. Sterker nog, dat er ook heel veel jongeren zo al van school komen. Dus hier moeten we in investeren, dat ben ik helemaal met u eens. Maar ik heb u ook laten zien dat we ook al heel veel doen. 5000 trajecten klinkt niet veel op een totaal van 150.000, dat ben ik met u eens, mijnheer Kreuger, maar het is wel heel veel meer dan dat er op heel veel andere plekken gebeurt. En het is ook niet makkelijk. Dan kom ik meteen ook bij uw motie, want u zegt: wij moeten die taaleis uitvoeren. Dat doen we. Dat doen we heel netjes, de wet geeft dat ook aan en wij gaan daarover in gesprek. Als wij zien dat taal een belemmering is voor mensen om aan het werk te gaan, bieden wij ook echt een traject aan. Dat moet je altijd wel met maatwerk doen, omdat ook – en dat hebben meerderen van u ook gezegd en aangegeven – het pijnlijk en soms moeilijk is om met mensen daarover te praten. Zeker als het gaat over NT1’ers kan dat ook veel schaamte en veel taboe hebben. Dus dat moet je goed doen en dat moet je niet doen met meteen heel veel straf daarbij. Als u het heeft over weigeren, dan klinkt dat daar toch een beetje in door.

Terwijl we ook weten, en daar is natuurlijk ook regelmatig onderzoek naar gedaan, het juist mensen meenemen, begeleiden het allerbeste werkt. Dat is ook precies wat onze klantmanagers doen. Dus ik vind uw motie … Ik begrijp het best, ik vind de toon af en toe zou ik anders hebben gekozen, maar ik moet gewoon zeggen: hij is eigenlijk overbodig, want we zijn hier al mee bezig. Dan kom ik bij uw andere motie, van mevrouw Martens. Ik moet even geholpen worden, want ik had het net over 668, dan denk ik dat ik het nu heb over 663, dat is uw motie? Ik denk dat u heel verbaasd zou zijn als ik zou zeggen: daar geef ik een positief preadvies. Niet eens zozeer omdat ik het oneens ben met de strekking, want dat heb ik net goed toegelicht, maar omdat we toch niet gewoon zijn in deze gemeenteraad om ongedekte moties met een positief preadvies te larderen. Dan kom ik tot slot bij de motie van mevrouw De Fockert en dat is motie 645. Kijk, ik begrijp dit wel. Sterker nog, ik denk dat als ik op uw plek zou zitten, dat ik exact dezelfde bijdrage had geleverd. Want wij willen natuurlijk ons richten op de effecten. Dan heb ik ook nog een keer, met mijn excuses, u de verkeerde cijfers aangeleverd. Nou, daar heeft u inmiddels een addendum voor gekregen met de juiste cijfers.

Maar u wil natuurlijk veel meer weten dan: hoeveel mensen hebben het traject gevolgd en hoeveel mensen hebben het traject afgerond? U wil gewoon weten: wat is daar dan mee bereikt, en welk traject heeft nou het grootste effect? Want ja, we geven wel geld uit, maar dat is ook maar een beperkt budget en dat moeten we zo effectief mogelijk doen. Dus ik snap uw wens. Het is niet makkelijk, zeg ik ook meteen. Maar ik vind toch dat we daar zo goed mogelijk opvolging aan moeten geven, dus ik denk dat u allemaal positief kunt zijn over de strekking dat we ons zo goed mogelijk moeten richten op de effectiviteit van onze inzet. Dat geeft u weer in uw motie, dus ik kan daar positief over zijn.

De voorzitter: Goed, is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval, geloof ik. Dan hebben we daarmee dit onderwerp ook voldoende besproken en ga ik door naar agendapunt 24 en daarvoor even een kleine wisseling. Ik schors een halve minuut, zodat wethouder De Vries de plek van wethouder Moorman kan innemen. Schorsing Openbare Ruimte en Groen 24. Kennisnemen van de reactie op het ongevraagde advies inzake werken rond bomen van de stadsdeelcommissie West VN2021-021258 De voorzitter: Ik heropen deze vergadering en ik zou u willen vragen om te gaan zitten. Dan kunnen wij door met agendapunt 24, ‘Kennisnemen van de reactie op het ongevraagde advies inzake werken rond bomen van de stadsdeelcommissie West’. Daarbij is één motie ingediend, motie 640 van het lid Van Pijpen inzake ‘Bescherm bomen beter bij werken in de openbare ruimte’. Het is ook mevrouw Van Pijpen die het onderwerp heeft gepiept. Zijn er anderen die het woord willen voeren? Dat is niet het geval. Mevrouw Van Pijpen heeft het woord. Mevrouw Van Pijpen: Dank u wel, voorzitter. O, mijn iPad draait. Ja, voorzitter, er wordt veel gewerkt in de openbare ruimte in onze stad en daarbij moeten bomen worden beschermd zodat ze op lange … O, ik denk dat het weer 2-1 is nu, ook heel belangrijk. Maar voetballen rond bomen is ook soms schadelijk voor bomen. Maar nee, maar dat terzijde.

Maar het is belangrijk dat die bomen beschermd worden, zodat ze ook op de lange termijn geen schade ondervinden van de werkzaamheden. Vaak gaat dat gelukkig goed, maar soms zien we ook wel hele minimale bescherming van de bast van de boom en een beperkt aantal latjes, of is er ook te veel ‘…’ bijvoorbeeld door de beschadiging door rijdend materieel of anderszins. Mijn partijgenoot Anneke Veenhoff heeft in stadsdeelcommissie West daarom dit geagendeerd, eerst in het stadsdeel en mede op basis van het advies hebben we dit ook besproken in de commissie. Hieruit is ook gebleken dat het instrument van de Bomen Effect Analyse heel belangrijk is en soms wordt dat gebruikt, maar het is nog niet verplicht. Met deze motie die we nu indienen willen we dat deze wel verplicht wordt, zodat én goed onderzoek wordt gedaan én goede bescherming van bomen de norm is en aannemers hier ook toe worden verplicht. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de wethouder. De heer De Vries: Dank u wel, voorzitter. En dank ook aan de fractie van GroenLinks om dit op de agenda te zetten. Het college is het ermee eens dat, ja, zoveel waarde aan bomen in deze stad wordt gehecht ook door ons, dat bij werkzaamheden die bomen ook goed beschermd moeten zijn.

Dat is natuurlijk een algemene verplichting, maar door het voorstel te kijken met een Boom Effect Analyse kun je daarop inzoomen en scherper kijken. We zijn het dus met de strekking van de motie zijn we positief over. Wel twee kanttekeningen. We moeten even heel goed kijken welk moment het beste moment is voor het aanleveren van de Bomen Effect Analyse, dus wanneer moet je dat vragen, zeg maar. Is dat bij start van de werkzaamheden, of is dat eerder, bij de vergunningverlening? En het tweede wat wij wilden zeggen is, en dat is ook goed om te weten. Als gemeente bij eigen werkzaamheden doen wij dit al. Als we het ook aan andere initiatiefnemers opleggen – dat kan, hè, dat is een beetje het idee van uw motie ook – maar het leidt natuurlijk wel tot een verhoging van administratieve lasten en kosten. Wij denken dat je dat in dit geval mag vragen van

initiatiefnemers, maar het is natuurlijk wel zo dat we ook dit soort dingen altijd weer even in ogenschouw moeten nemen als we nieuwe regelgeving of nieuwe normen met elkaar stellen. De voorzitter: Mevrouw Van Pijpen. Mevrouw Van Pijpen: Dank u wel, voorzitter, en dank, wethouder. U vraagt nog even zo: wanneer moet je dat doen? Volgens mij staat in de motie heel helder bij de vergunningverlening, waarbij volgens mij ook het punt van de administratieve lasten eigenlijk relatief is, want die vergunning moet toch verleend worden, dus daar zijn al administratieve lasten bij. Dus het lijkt me dat dat toch ook niet per se sterk verhogend zou werken. Maar ik hoor dat u positief bent over de motie, dus dat is fijn. De voorzitter: De wethouder. De heer De Vries: Voorzitter, nou inderdaad, het moment van vergunningverlening is op zich het logische moment, dus daar zijn we het dan over eens. Alleen, dat zijn inderdaad dubbele administratieve lasten, want wij moeten er dan als vergunningverlener naar kijken iedere keer dat daar een Bomen Effect Analyse komt. Maar die moet ook opgesteld worden door de initiatiefnemer en dat zijn ook administratieve lasten, want het gaat toch om, de meeste aannemers hebben niet een dergelijke ecologische kennis, die zullen ze dus moeten inhuren en dan moeten ze dat mee leveren en dergelijke.

Dus u moet zich voorstellen – en dat is daarom dat ik deze winstwaarschuwing meegeef – dat dit leidt tot verhoging van administratieve lastendruk. Wat in dit geval mogelijk het waard is, omdat het ons om onze Amsterdamse bomen gaat. De voorzitter: Mevrouw Van Pijpen. Mevrouw Van Pijpen: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik ben toch een beetje verrast hierover, over deze opmerking. Ik wil daar geen verkeerde beeldvorming over laten ontstaan, omdat ook in het advies van de stadsdeelcommissie en ook van de wethouder bij de bespreking in de commissie nadrukkelijk werd gezegd dat het meegenomen werd in de projectkosten, waardoor het dus ook door aannemers gedragen wordt. Dus dat het geen extra kosten voor de gemeente als zodanig met zich meebrengt. Dat klopt toch, wethouder? De voorzitter: De wethouder. De heer De Vries: Ik denk dat ik het nog even duidelijker moet zeggen. Kijk, als wij een dergelijke vergunning beoordelen, een WIOR-vergunning, dan moeten wij dus naar alle aspecten in die vergunning kijken. Dus als dan standaard daar een Bomen Effect Analyse bij zit die er voorheen niet verplicht bij zat, moeten we daar ook naar kijken, want anders dan nemen we onze eigen vergunningverlenende rol niet serieus. Dus dat is toch extra werk. Uiteindelijk kunnen wij dat dan nog eventueel als we dat willen in leges verwerken, onze eigen administratieve lasten.

Voor de initiatiefnemers geldt dat zij moeten zorgen dat daar een document over die Bomen Analyse, dat moeten ze produceren. Dat kost hun geld, dat is gewoon extra geld. Ik zeg, nogmaals, voor de derde keer, ik snap dat dat het ons waard is, want het gaat om onze bomen, maar we moeten ons er ook bij realiseren, elke keer als we iets extra’s vragen van een initiatiefnemer, een commerciële partij, een buitenstaander die iets wil doen, dan zadelen we deze met extra administratieve lasten in de vorm van geld, mensen, op. De voorzitter: Dan de heer Van Lammeren.

De heer Van Lammeren: Dank u wel, voorzitter. De vraag is gewoon, want ik merk enige terughoudendheid bij de wethouder en ik had gehoopt dat de wethouder deze motie gewoon volledig ging omarmen. De vraag is, als die motie wordt aangenomen vanavond, gaat u hem dan gewoon met spoed uitvoeren en inregelen? De voorzitter: De wethouder. De heer De Vries: Voorzitter, ik ben verbaasd over deze interruptie, want ik heb volgens mij gezegd dat ik het een heel goed plan vind voor onze bomen. Ik heb er daarnaast – daarnaast, en niet ertegenover – bij gezegd dat dit administratieve lastendruk oplevert, maar dat doet niks af aan mijn positieve preadvies. Ik wil alleen meegeven – en dat is ook gezond, denk ik – dat we ons er rekenschap van geven wat de gevolgen zijn van ons beleid zoals we dat stellen. Dat lijkt me gezond, maar dat doet niets af aan mijn enthousiasme voor het feit dat we de bomen in Amsterdam goed bewaren. De voorzitter: De heer Van Lammeren. De heer Van Lammeren: Waarvan akte. Maar de tone of voice van de wethouder met alle mitsen en maren deed dat niet zo overkomen, maar ik ben blij dat u deze motie omarmt. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder, was u aan het eind van uw betoog? De heer De Vries: Niet anders dan te zeggen dat ik blij ben dat de heer Van Lammeren mij de gelegenheid bood om nog eens enthousiast over onze Amsterdamse bomen te praten.

De voorzitter: Goed, dank u wel. Dan zijn wij hiermee … Of, heeft mevrouw Van Pijpen behoefte aan een tweede termijn? Dan hebben wij hiermee dit onderwerp ook voldoende behandeld. Dan kunnen wij door. Agendapunt 26 was geagendeerd door mevrouw Van Soest, maar zij heeft inmiddels laten weten dat dit afgevoerd kan worden voor nu. Dan hebben wij agendapunt 27 en daarvoor hebben we wethouder Groot Wassink nodig. Ik schors voor vijf minuten. Schorsing Inkoop 27. Kennisnemen van onderzoeken met betrekking tot de casus integriteit inkoop Zuidoost en kennisnemen van de bijbehorende bestuurlijke reactie VN2021-018307 De voorzitter: Ik heropen deze vergadering en aan de orde is agendapunt 27, ‘Kennisnemen van onderzoeken met betrekking tot de casus integriteit inkoop Zuidoost en kennisnemen van de bijbehorende bestuurlijke reactie’. Er zijn de volgende moties ingediend: motie 641 van het lid Yilmaz inzake ‘Casusonderzoek naar gemelde misstanden’; motie 642 van de leden Yilmaz cum suis inzake ‘Melder misstanden beter beschermen’. Het woord is gevraagd door de heer Yilmaz, moet ik daar nog andere sprekers aan toevoegen? De heer Veldhuyzen. Dat is het. Dan is het woord aan de heer Yilmaz. De heer Yilmaz: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, mijn collega heeft het in de commissie al aangegeven, maar ik wil toch herhalen dat deze zaak erg onbevredigend aanvoelt.

Ten eerste heeft het ACAM-onderzoek geen nieuwe kwantitatieve data gevonden. Dat komt omdat er geen kwalitatief onderzoek heeft plaatsgevonden zoals het afnemen van interviews met betrokkenen. En ten tweede, in een second opinion van emeritus hoogleraar Huberts wordt gesproken van een gemiste kans om de gemelde misstanden niet te laten

onderzoeken door Deloitte. Daar zijn wij het mee eens. Onze vragen zijn niet beantwoord. Wij vinden dat voor eens en altijd helderheid verschaft dient te worden over de gemelde misstanden uit de schriftelijke vragen van collega Flentge uit 2018. Het college gaf in die beantwoording reeds aan dat er ongeregeldheden waren, waarvan sommige niet te verklaren zijn. Huberts stelt ook dat er nog een aantal zaken onduidelijk zijn, denk aan het feit dat het grootste terrein aan het Mandelapark voor vrijwel niets werd gegund aan een bedrijf. Daarvan zijn de contracten nog steeds niet gevonden. Dit is niet te verklaren. Dit is niet te verklaren aan de Amsterdammer. Wij geven belastinggeld uit, maar de bonnetjes zijn niet te vinden. Dat is de situatie nu. Die bonnetjes gaan we ook niet meer vinden, aangezien uit het Deloitte-onderzoek naar voren kwam dat het ontbreken van relevante documenten voortkwam bij tussen de tachtig en negentig procent van alle inkoop en aanbestedingen. Met andere woorden, we weten nog steeds niet hoe en waaraan wij belastinggeld hebben besteed. Voorzitter, zo kom ik tot mijn eerste motie. Wij verzoeken het college om een casusonderzoek uit te voeren naar alle gemelde misstanden, zoals gemeld in de schriftelijke vragen van de heer Flentge. Deze motie hebben wij al eerder ingediend en is aangenomen, maar het college weigerde om het uit te voeren.

Dat verzoek leggen wij dus opnieuw neer bij de raad. Dan voorzitter, deze casussen zijn aan het licht gebracht door een klokkenluider uit de organisatie. In plaats van dat er volledige duidelijkheid kwam over de meldingen, heeft de klokkenluider enorme schade geleden. Zijn baan is hij kwijtgeraakt, carrière is voorbij, enorme schuldenlasten en laat staan de mentale gevolgen hiervan. Hier moeten we iets mee. Het kan toch niet zo zijn dat een klokkenluider uiteindelijk werkloos achterblijft met schulden en vele andere gevolgen. Dat zal ook nog eens ontmoedigend werken voor andere klokkenluiders. De DENK-fractie doet nogmaals dringend een oproep aan het college om deze klokkenluider in ere te herstellen, te rehabiliteren binnen de organisatie en zijn schulden over te nemen, of dan wel op een andere manier te doen verdwijnen. Ook zou ik willen weten wat het college tot dusver voor deze persoon betekend heeft. Verder wil ik een tweede motie indienen die betrekking heeft op het versterken van de nazorg aan melders van mogelijke misstanden en klokkenluiders.

In de commissie vond het college ook dat het wel versterkt kon worden en met deze motie willen wij laten onderzoeken hoe dat eventueel zou kunnen, zodat huidige en toekomstige melders niet afgescheept kunnen worden door een mogelijke reactie, of in ieder geval zich niet ontmoedigd voelen door een nazorg die niet goed genoeg ontwikkeld is. We horen het graag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Veldhuyzen. De heer Veldhuyzen: Dank, voorzitter. Gezien de spreektijd houd ik het kort, maar ik ben heel erg benieuwd naar de antwoorden van de wethouder op de vragen van DENK, ook naar de preadviezen op de moties. Ik wil me voor nu vooral aansluiten ook bij het pleidooi over rechtvaardigheid voor de melder en vooral ook de economische positie van de melder. Ik wacht even met de rest van mijn vragen en opmerkingen totdat de wethouder heeft gereageerd. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Flentge, u wilt alsnog? Ga uw gang. De heer Flentge: Ik wil allereerst de wethouder bedanken voor het instellen van de emeritus hoogleraar, die denk ik uitstekend werk gedaan heeft om zaken toch uit te pluizen, terug te kijken en dat op een uiterst zorgvuldige wijze te doen. Dat is natuurlijk hetgeen wat ik zocht. Ik zocht steeds iets meer dan dat, maar dit was ook een mooie stap in ieder geval die er genomen werd.

Ik ben daar blij mee, ik was daar blij mee en ik vind ook dat de emeritus hoogleraar ook gewoon zorgvuldig en goed werk gedaan heeft en dat is volgens mij ook wel de mening die vanuit de melder vandaan komt. Het is lastig, het ebt een beetje weg, het onderzoek. Ik ben daar lang mee bezig geweest, ook met steun van DENK in een iets latere fase waarin we vaak samen optrokken. Je bent er lang mee bezig, je zoekt een uitweg, er blijft bij mij ook iets van onbehagen hangen.

Misschien wel bij meerderen, misschien ook wel bij u, misschien wel bij meer mensen. Er zit iets van onbehagen, omdat je op een of andere manier denkt: er is iets niet helemaal boven water gekomen. Of, iets niet, er zijn wel meer dingen niet boven water gekomen en op dit moment is het niet helemaal duidelijk waar we nog dan moeten zoeken, wat dan de vervolgstap zou moeten zijn. Het onbehagen blijft. Dus ik worstel daar een klein beetje mee, kan ik u eerlijk zeggen, maar ik neig nu langzamerhand een klein beetje te gaan kijken naar de melder zelf. Dat doet u ook, dat weet ik en ik vraag me af hoe de situatie bij hem is. Of de mogelijkheden … Ik vind het lastig, hoor, om hem als persoon te bespreken, maar in hoeverre de hulp nog steeds daadwerkelijk wordt aangeboden, zodat hij straks ook weer zijn werkende bestaan kan oppakken en hoe we dat doen om toch de komende periode hem wel te blijven steunen en ondersteunen. Want ik denk dat van zijn kant, ja, eigenlijk alleen maar gedaan heeft wat hij heeft moeten doen. Ik moet even nadenken over de moties en de voorstellen. Ik ga ook even wachten op de reactie van de wethouder. Nee, sommige zit ik nog mee te worstelen, maar daar komen we zo nog wel even op terug. De voorzitter: Dank u wel. Er zijn geen andere sprekers, dan is het woord aan de wethouder. De heer Groot Wassink: Dank, voorzitter.

En voorzitter, laat ik beginnen met aan te geven dat ik de woorden van de heer Yilmaz, onbevredigend, of de woorden van de heer Flentge, onbehagen, heel goed snap. Dat is namelijk ook het gevoel dat ik heb. Ik ben geconfronteerd met een situatie waar aanvankelijk inderdaad de heer Flentge vragen over gesteld heeft. Ik heb toen gemeend onderzoek te moeten doen. Dat onderzoek gaf eigenlijk geen aanknopingspunten om vervolgstappen te nemen. We hebben toen met elkaar ook uitgebreid gesproken over wat nou de mogelijkheden zijn om daar specifiek nog onderzoek voor te doen, om bijvoorbeeld casusonderzoek te doen. Ik heb ook met uw instemming toen gemeend om daar nog additioneel onderzoek naar te doen, zowel door de ACAM als de emeritus professor, die naar mijn stellige overtuiging een heel goed rapport heeft afgeleverd dat ons ook allemaal iets leert over hoe je omgaat met dit soort meldingen. Dus in die zin heb ik voor mijn gevoel niet één keer, maar twee keer echt het maximale gedaan om te kijken of we daar helderheid over zouden kunnen krijgen. Het is misschien een beetje waar dat de heer Yilmaz zegt: de bonnetjes zijn niet meer te vinden. Nee, dat is een constatering die er inderdaad is. Natuurlijk is dat onbevredigend. Natuurlijk is het buitengewoon vervelend dat de documentatie, waarvan je misschien zou willen dat die er was, dat die niet meer bestaat.

Maar de essentie is natuurlijk of er voldoende grond is om het middel dat u voorstelt in te stellen. Ik neem wel aanstoot aan wat u zegt, dat wij iets weigeren uit te voeren. Ik heb echt met alles wat ik in me heb geprobeerd met u te zoeken naar die waarheidsvinding. Er is geen sprake van dat wij weigeren iets uit te voeren, want wij moeten ons ook houden aan de regels die we met elkaar hebben afgesproken waar het gaat over bijvoorbeeld die persoonlijke onderzoeken. Dan heb je echt iets nodig. Je kunt niet zomaar die onderzoeken afkondigen, dan heb je echt een aanleiding, of een vermoeden, of een melding heb je nodig. Ik wil in dat verband toch ook graag de heer Huberts citeren, die naar mijn opvatting … Het is niet mijn bedoeling om met u te verzanden in een twist over wie welk citaat het beste gebruikt. Maar de heer Huberts constateert, citaat: “Het Bureau Integriteit heeft mijns inziens adequaat gereageerd op de veelvormige informatie van de melder over de inkoop en aanbestedingen in Zuidoost en zijn twijfel over het beleid en de organisatie en de integriteit van betrokkenen, met name de leidinggevenden, met direct contact, veel informatie-uitwisseling en met uiteindelijk de conclusie dat de verschafte informatie te weinig grond bood voor een op individuen gericht integriteitsonderzoek door Bureau Integriteit.” De voorzitter: Ik moet u onderbreken.

Wij moeten schorsen, want de livestream is uitgevallen. Ik schors voor hoelang het duurt en ik laat de bel luiden.

Schorsing De voorzitter: Nou, dat was heel kort. U kunt weer gaan zitten, hij doet het weer. Mooi. Waar was u gebleven? Ik neem aan dat u het zelf nog weet. De heer Groot Wassink: Dank u, voorzitter. Ik citeerde het rapport van de heer Huberts, waar wij ook in de commissie vrij uitvoerig met elkaar over van gedachten hebben gewisseld, die aangeeft dat, hoe onbevredigend ook, er simpelweg te weinig grond is om een dergelijk onderzoek te starten. Het is dus geen onwil, want die suggestie deed u een beetje, “weigeren uit te voeren”, uw citaat. Het is geen onwil, maar het is onvermogen. Wij kunnen niet op basis van de ons ter beschikking staande informatie een dergelijk onderzoek doen. Ik heb er altijd naar gestreefd om zowel aan waarheidsvinding te doen in dit dossier, als wel de melder te ondersteunen. Ik kan niet in detail ingaan op de ondersteuning die wij de melder hebben geboden, dat zou moeizaam zijn ook vanuit privacyoverwegingen. Maar weet dat wij in contact staan met de melder, dat ik aangegeven heb dat we hem zowel met schuldenproblematiek als werk proberen te helpen. Dus mijn inzet is steeds gericht op het zorgen voor de melder, dat hij een nieuw perspectief in zijn leven krijgt.

Maar ik moet daar ook bij zeggen dat het gemak waarmee u zijn arbeidsrechtelijke situatie, die zoals u weet onder de rechter is geweest, verbindt aan hetgeen voorligt niet een-op-een te koppelen is. Maar weet dat dit college in directe relatie staat en probeert de melder de passende nazorg te bieden. En ja, het is onbevredigend, maar ik kan niet anders dan constateren na de onderzoeken die wij gedaan hebben dat de grond om hetgeen u vraagt in uw motie ontbreekt. Dat betekent dat ik niet over kan gaan tot hetgeen u vraagt. En dat is, nogmaals, niet omdat ik dat niet zou willen, maar omdat de grond ontbreekt. We moeten daar ook zuiver met elkaar in zijn, hè? We moeten ook de regels die we met elkaar afspreken daarin handhaven. En ook de heer Huberts constateert dat. Dus dat betekent dat ik negatief moet zijn ten aanzien van uw motie over het casusonderzoek, maar uw andere motie over nazorg ten aanzien van klokkenluiders kan ik positief preadviseren. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De heer Veldhuyzen. De heer Veldhuyzen: Een vraag aan de wethouder. Wat kunnen we dan nog wel? Kunnen we nog iets? De voorzitter: De wethouder.

De heer Groot Wassink: Nogmaals, hoe onbevredigend ook en hoeveel onbehagen het ook geeft, denk ik dat we met de verschillende onderzoeken die we hebben gedaan – Deloitte, ACAM, Huberts – die eigenlijk allemaal constateren: er is geen grond om nu nog een andere vorm van onderzoek in te stellen. Dat is even kort samengevat de conclusie en dat gaat voor een gedeelte over het ontbreken van documenten om het onderzoek te doen, maar gaat ook over het ontbreken van gronden om bijvoorbeeld persoonsgericht onderzoek te doen. Daarmee betekent het denk ik – en ik snap heel goed dat u dat onprettig vindt – maar dat elke grond voor verder onderzoek op dit moment ontbreekt. Dat is niet uit een weigerachtigheid dat ik dit constateer, maar dat zijn wel de feiten waar we mee hebben te dealen. Vind ik dat prettig? Nee. Betreur ik dat? Jazeker. Maar op een eerder moment had zwaarder onderzoek gekund, maar op dit moment ontbreekt elke grond en vrees ik dat we ons moeten concentreren op nazorg voor de melder. De voorzitter: Dank u wel. Ik neem aan dat het onderwerp hiermee voldoende is besproken. Ik geloof dat dat het geval is. Dat betekent dat wij door kunnen gaan naar het volgende onderwerp.

28. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Inkopen met Invloed, Leidraad Sociaal Opdrachtgeverschap en afdoening motie 88 VN2021-021278 De voorzitter: Dat is onderwerp 28, ‘Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Inkopen met Invloed, Leidraad Sociaal Opdrachtgeverschap en afdoening motie 88’. Hierbij zijn twee moties ingediend: motie 659 van de leden IJmker cum suis inzake ‘Inkoop verantwoorde technologie’ en motie 660 van de leden El Ksaihi cum suis inzake ‘Sturen op resultaat’. De volgende leden hebben gevraagd het woord te voeren: IJmker, Biemond. Zijn er anderen? Mevrouw El Ksaihi. Dan is het woord aan mevrouw IJmker. Mevrouw IJmker: Dank, voorzitter. Inkoop is een bijzonder belangrijk middel om onze ambities in de praktijk te brengen, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, of het stimuleren van sociale firma’s. Daarom ook onze motie samen met D66 om de positie van sociale firma’s in de stad nog beter te versterken. Dan, bij het lezen van het visiedocument Inkopen met Invloed kreeg ik sterk de indruk dat het hoofdstuk over innovatie is geschreven in een tijd waarin we nog geen wethouder Digitale Stad hadden, want onze vastgestelde Agenda Digitale Stad stelt duidelijk publieke waarden centraal in hoe we als stad willen omgaan met data en technologie. Het visiedocument daarentegen staat vol van termen als innovatie en slimme oplossingen.

GroenLinks vindt dat een verkeerde manier van kijken, want wat ons betreft beginnen we eerst met welk probleem we willen aanpakken en kiezen daarna de beste passende oplossing. Dat kan natuurlijk een digitale oplossing zijn, maar dan wel met verantwoorde technologie. Dus vragen we via een motie samen met de SP en Partij voor de Dieren aan het college om ook in haar inkoopbeleid de uitgangspunten van ons databeleid vast te leggen. Denk bijvoorbeeld aan voorwaarden over data delen, privacy by design, open source en duurzame ICT. Want dit is juist een kans om deze uitgangspunten in de praktijk te brengen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Biemond. Geen behoefte. Dan mevrouw El Ksaihi. Mevrouw El Ksaihi: Dank u wel, voorzitter. Ik moet het helaas kort houden in het kader van spreektijd. Maar: resultaten, resultaten, resultaten en daarvoor hebben we een motie die we samen met GroenLinks indienen. De voorzitter: Dank u wel. Andere sprekers hebben zich niet gemeld, dan is het woord aan de wethouder. De heer Groot Wassink: Dank, voorzitter. Voorzitter, ik was eigenlijk wel enthousiast over de moties die zijn ingediend, maar resultaten, resultaten, resultaten … Ik begin een beetje in toenemende mate allergisch te worden voor dit soort sloganisme zoals een zekere mijnheer Koerhuis het heeft over bouwen, bouwen, bouwen.

Dat is natuurlijk altijd maar een frame wat zeer beperkte geldigheid heeft, hè? Ik zou betaalbaarheid misschien nog wel meer belangrijk vinden als het gaat over de woningmarkt. Maar, laat ik zeggen, resultaten, resultaten, resultaten, ik snap uw zoektocht. In de commissie hebben we daar denk ik een goed gesprek over gehad, dat ik aan de ene kant uw behoefte goed snap en aan de andere kant ook wel even moet kijken: hoe doe je dat dan precies? Want we hebben natuurlijk ook andere doelstellingen met het inkoopbeleid, die ook waardevol zijn, waar we volgens mij het ook met elkaar over eens zijn en daar moeten we goed naar kijken. Dus ik kan positief over uw motie zijn, maar gunt u mij nou even die tijd om goed te kijken hoe je dit precies doet. Want we hebben het hier wel over resultaten bij sociale firma’s, die mogelijk kunnen kannibaliseren op andere resultaten die wij ook belangrijk vinden. Dus dat vergt gewoon even, en dat is natuurlijk het lot van de bestuurder, dat je dan in nuances je moet uitdrukken, we moeten er wel even zorgvuldig in zijn wat we dan precies met elkaar willen en hoe we dat precies doen. Maar ik kan positief zijn over uw motie. Dan ten aanzien van de motie van het lid IJmker, voorzitter. Ja, ik … Innovatie snap ik zelf ook, dat vind ik ook een nietszeggend woord, ja, dat ... Slimme oplossing ben ik overigens wel voor hè.

Dat, ja, zoals de voorzitter zegt, innovatie is ongeveer de menselijke maat van een jaar geleden hè. Dat is natuurlijk zo’n platgetrapt pad, ja, daar weet je

ook niet meer zo goed wat je daar nou precies mee moet. Maar ik snap uw motie heel goed, ik werd er ook enthousiast van. Ik denk dat het heel terecht is dat u op deze omissie wijst dus ik zal ook uw motie positief willen preadviseren. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval, dan hebben we hiermee dit onderwerp voldoende besproken. Dan zou ik de wethouder willen vragen om even plaats te maken voor wethouder Kukenheim. En ik schors voor één minuut. 28A. Kennisnemen van wachtlijsten bij Hulp bij het huishouden. VN2021-025034 De voorzitter: Ik heropen deze vergadering. Op de agenda staat agendapunt 28A, kennisnemen van wachtlijsten bij Hulp bij het huishouden. Er zijn twee moties, motie 655 van het lid Kuiper inzake, zorgplicht van de gemeente, motie 657 van de leden Van Pijpen cum suis inzake, pal staan voor de Hulp bij het huishouden, zorg voor wie het nodig heeft. Het woord hebben gevraagd de leden Van Pijpen, Kiliç, Kuiper en Bakker, SP. Dan is als eerste mevrouw Pijpen, Van Pijpen, excuus, aan het woord. Mevrouw Van Pijpen: Ja, voorzitter, dank u wel. Uit de brief van de wethouder over de wachtlijsten bij de Hulp bij het huishouden spreekt grote compassie met deze vorm van zorg en ondersteuning en hen die het nodig hebben.

En dat is ook nodig want Hulp bij het huishouden is de basis van ons zorg- en ondersteuningssysteem, net zo belangrijk als elke vorm van specialistische zorg in het ziekenhuis. Het stelt mensen in staat hun leven op de rit te houden, zelfstandig te blijven wonen in hun vertrouwde omgeving en zo ook nog eens duurdere zorg uit te sparen. Het is een win-win zou je zeggen, en alle reden om daar fors op te investeren. Helaas is niets minder waar, al decennialang is er sprake van versoberen, verminderen, verslechteren. Elke keer weer. Elke stap die gezet wordt om iets te veranderen in deze vorm van zorg is eigenlijk altijd een verslechtering. Ook als die stap met de beste bedoelingen wordt genomen. Voor GroenLinks is essentieel dat we een systeem hebben waarbij iedereen gelijk is, en niet je bankrekening … De voorzitter: Voor u doorgaat, u heeft een interruptie van mijnheer Warmerdam. De heer Warmerdam: Dank u, voorzitter. Ik heb de motie gelezen van GroenLinks en dan kan ik niet anders concluderen dat GroenLinks een miljonair op de grachtengordel een door de gemeente gesponsorde schoonmaker gunt, maar ook als dat betekent dat een Amsterdammer met een kleine portemonnee in een vies huis moet leven en in ongewassen kleren moet lopen.

Dus mijn vraag aan mevrouw Van Pijpen is, hoever mogen de consequenties gaan voordat GroenLinks bereid is om uit theoretisch principe op te geven? De voorzitter: Mevrouw Van Pijpen. Mevrouw Van Pijpen: Ik ben nog niet eens toegekomen aan mijn motie, dus ik stel voor dat ik eerst mijn betoog afmaak en dan kan de heer … Wil ik daarna de heer Warmerdam ook antwoord geven. De voorzitter: Mijnheer Warmerdam. De heer Warmerdam: Ik ben toch wel heel erg benieuwd wat mevrouw Van Pijpen, welke keuze ze maakt, want daar gaat haar motie wel over. De voorzitter: Mevrouw Van Pijpen.

Mevrouw Van Pijpen: Ik heb mijn motie nog helemaal niet toegelicht, dat wil ik graag eerst doen. En dat is voor een deel al een antwoord op de vraag, die ik dus zo ga geven. De voorzitter: Dan zou ik zeggen, gaat u door. Mevrouw Van Pijpen: Dank u wel. Voor GroenLinks is het essentieel dat we een systeem hebben waarbij iedereen gelijk is en niet je bankrekening of je achtergrond bepaalt of je zorg en ondersteuning krijgt maar de noodzaak. Want zorg en ondersteuning zijn algemene voorzieningen. Het is een groot goed dat in Nederland de Ajax-spits, heel toepasselijk, met een blessure na een tackle naar dezelfde dokter kan gaan als de huishoudelijk medewerker die van een trapje is gevallen. Het is een groot goed dat we kijken naar wat je nodig hebt en daar met elkaar voor in solidariteit betalen. En die solidariteit, dat betekent, betalen naar draagkracht, toegang naar noodzaak. In deze brief wordt nu echter ook de mogelijkheid voor toegang op basis van inkomen neergezet. Even kijken. En wij snappen heel goed dat de wethouder alles op alles zet om de problemen nu op te lossen, maar het is ook een glijdende schaal. En dan denkt u, zo’n vaart zal het niet lopen. Maar helaas, de geschiedenis juist van de huishoudelijke zorg laat anders zien.

Ooit van verzekerde zorg ingebed in de thuiszorg, naar een voorziening, die in plaats van zorg opeens Hulp bij het huishouden werd, met minder uren voor gebruikers en voor werknemers, uitholling van hun positie en arbeidsvoorwaarden. En ik heb het allemaal van dichtbij meegemaakt. Maar het is tijd om dat te stoppen, dat versoberen, verminderen en verslechteren. We moeten dat nu doen, we moeten verbeteren, verbinden en versterken. Een algemene … De voorzitter: Voor u doorgaat, ik neem aan dat u inmiddels de motie heeft uitgelegd? Mevrouw Van Pijpen: Bijna. De voorzitter: Mijnheer Warmerdam heeft een interruptie. De heer Warmerdam: Ik hoor heel veel woorden van mevrouw Van Pijpen over die inkomensafhankelijke toegang waar ze tegen ageert. Maar nog steeds weet ik niet, voor wie kiezen wij nu? Want we moeten een keuze maken met een beperkt budget, kiezen we nu voor die Amsterdammer met de kleine portemonnee of voor die miljonair op de grachtengordel? Mevrouw Van Pijpen: GroenLinks kiest voor een algemene voorziening voor zorg waar we met elkaar in solidariteit voor betalen, en daarom kiezen wij voor een systeem met bijdrages op grond van inkomen maar toegang op grond van wat je nodig hebt. Dat is waar GroenLinks voor kiest.

En daarom, en zeg ik er dan ook maar meteen bij, wij zijn ook heel blij met de forse inzet op de lobby om meer geld en andere regels, waarover de wethouder in de brief ook rept. En dat steunen wij dan ook meer dan van harte en geven haar daarbij graag ook een steun in de rug. En dat we voor probleemsituaties waar we nu zorg nodig hebben proberen oplossingen te bedenken, daar kan niemand tegen zijn, en daar werken we ook graag aan mee. En daarom heb ik ook een motie die de algemene voorziening nog eens benadrukt, een solidaire voorziening, maar ook dat we met elkaar verder praten over de wijze waarop we nu acute problemen op gaan lossen. En die motie dien ik mede in namens de PvdA, SP en DENK. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Warmerdam. De heer Warmerdam: Nou, namens D66 concludeer ik dat GroenLinks hier een soort omgekeerde Robin Hood pleegt waarbij we fundamentele en urgente diensten van armere Amsterdammers afpakken en die geven aan de rijkere Amsterdammers, en dat vindt D66 niet sociaal.

De voorzitter: Mevrouw Van Pijpen, en ik moet er even bij zeggen dat ik u stiekem een vierde interruptie heb gegeven dus daarmee bent u ook aan het eind. Ga uw gang. Mevrouw Van Pijpen: Voorzitter, ik concludeer dat het woord solidariteit toch echt een hele verkeerde invulling krijgt bij D66. Dank u wel. De voorzitter: Dan staat op mijn lijstje, mevrouw Kiliç. Voert u het woord, mijnheer Yilmaz? Ga uw gang. De heer Yilmaz: Dank u wel, voorzitter. Ik moet voor de vierde keer lezen, ik vind dat niet zo heel fijn maar ik heb even geen andere keuze, excuses. Ik sta hier weer namens mijn collega Kiliç. Voorzitter, wat er gebeurt bij Hulp bij huishouden is bizar, het budget dat daalt met meer dan 5 miljoen terwijl de wachttijd om hulp te krijgen oploopt naar drie jaar. Het is weer een ordinaire bezuinigingsmaatregel vanuit Den Haag die op het bordje van de gemeente wordt gegooid. Hier heb je minder geld, los het maar op. Voorzitter, daarnaast zie ik niet hoe ik mij dit moet voorstellen. Iemand die uit het ziekenhuis wordt ontslagen heeft huishoudelijke hulp nodig, maar moet daar straks drie jaar op wachten.

Of een oudere die gevallen is maar in de participatiemaatschappij er niet zo ernstig aan toe is om in een verzorgingstehuis terecht te kunnen, die de VVD vakkundig tien jaar lang heeft ontmanteld met behulp van de andere partij, die moet dus drie jaar wachten voordat hun afwas kan worden gedaan, huis wordt gestofzuigd en hun kleren worden gewassen. En zo verword ook het participatiebeleid door het afvallen van hen die hulpbehoevend zijn. Dit kan echt niet. Ik hoor graag hoe deze gemeente denkt dit het hoofd te kunnen bieden zonder de zorgmedewerkers, ja, ook zij zijn zorgmedewerkers, uit te knijpen en op een onmogelijke tijdklok te zetten waardoor de hulpbehoevenden langzaamaan verslonzen en achteruitgaan in hun woonbeleving door hun ouderdom, medische conditie of een kleine portemonnee omdat ze de hulp gewoonweg zelf niet kunnen betalen tijdens de wachttijd. Hulp hoeft niet aan te komen kloppen als mensen al genezen zijn, in het ziekenhuis zijn opgenomen met ergere kwalen omdat ze niet goed hebben kunnen revalideren of zelfs zijn overleden. Ja, voorzitter, zo halen we die bezuinigingen van 5 miljoen wel ja. Als het college hier hard tegenin gaat bij het Rijk, heeft zij onze steun volledig. Maar we gaan niet marchanderen met hulpbehoevenden, en al helemaal niet als ze ook nog eens een kleine portemonnee hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.

Dan is het woord aan mevrouw Kuiper. Mevrouw Kuiper: Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank aan de wethouder, ze heeft ons zoals beloofd op de hoogte gehouden van de situatie van de wachtlijsten voor de huishoudelijke hulp. De kosten rijzen de pan uit, we weten allemaal dat een andere systematiek vanuit het Rijk hiervoor heeft gezorgd. Terecht heeft ze dan ook op verzoek van de raad een indringende brief geschreven naar de minister De Jonge over deze onhoudbare situatie. En ik citeer één zin die mij zeer aanspreekt, voor 2022 vrezen we een situatie waarbij geen of slechts enkele cliënten geholpen kunnen worden en de wachttijd voor velen mogelijk oploopt tot onbepaalde tijd. Dit geeft heel duidelijk weer hoe urgent het is. Kortom, hier stort een stuk sociale infrastructuur van onze stad in. Sta mij toe een vergelijking te maken met het instorten van, of de dreiging van de instorting van bruggen en kades. Vinden we allemaal heel belangrijk, dat is de fysieke instorting. Daar moeten we alles aan doen om dat te voorkomen. Er wordt een heel groot plan gemaakt, jarenlang, korte, langere, middellange termijn, en eigenlijk is er een vergelijking mogelijk met wat hier gaande is. We hebben overzichten gehad van hoelang de wachttijden oplopen van mensen. Tezamen met die brief, maar dat is nog geen oplossing.

In deze raadsvergadering wordt ons gevraagd om 29 miljoen te investeren in de aankoop van een gebouw op de Zuidas. De ChristenUnie vindt het onverteerbaar dat we deze sociale infrastructuur, waar we het net over hadden, de huishoudelijke zorg, voor onze ogen zien wegzinken en hier nog geen aanvalsplan voor klaarligt van dit college. We zitten nu in een situatie waarin zelfs voor urgente gevallen bij veel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10627290/1