2021 09 15 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad - ondertiteling
Tekst van het document
Laat ik als eerste zeggen dat wat er voor de zomer is gebeurd met voormalig wethouder Ivens verdrietig is. In de eerste plaats voor degenen die hebben gemeld, in de tweede plaats voor de wethouder zelf, die hier zelf de uiterste consequentie aan heeft verbonden. Laat ik beginnen met uw vraag over openbaarmaking. Aan de raad wordt het rapport verstrekt in de vorm zoals het ook openbaar zal worden gemaakt aan de Wob-verzoekers. De Wob-versie geeft de mogelijkheid om het debat, indien daar behoefte aan bestaat, in het openbaar te voeren. We verwachten volgende week het rapport openbaar te maken en de raad krijgt het ook op dat moment. Ik moet u daarbij wel zeggen dat wij daarbij ook zoveel mogelijk rekening houden met de privacy van alle betrokkenen. Waarom kost het tijd om het openbaar te maken? Dat was ook een vraag die u stelde. Hier is de persoonlijke levenssfeer van meerdere mensen in het geding en de vereiste zorgvuldigheid in de beoordeling kost tijd. Dan stelde u de vraag naar waarom er niet eerder is ingegrepen. Het gaat niet om een totaal van elf meldingen, het gaat er om minder. Wij hebben – en dat heb ik ook beschreven in de brief – in de eerste instantie signalen ontvangen. Signalen zijn geen officiële meldingen.
Signalen betekent dat je met elkaar gaat praten en dat je dingen een beetje kan gaan uitzoeken, maar er ligt geen officiële melding bij het Bureau Integriteit. Wij hebben toen onderzoek laten doen en daarna afspraken gemaakt met de wethouder. Maar daar kon bijvoorbeeld geen officiële hoor en wederhoor bij plaatsvinden. Nadat dat was afgerond en wij dit hebben meegedeeld aan de betrokkenen zijn er wel officiële meldingen gedaan en die hebben geleid tot een onafhankelijk onderzoek. De uitkomsten van dat onderzoek zijn gedeeld met de melders en de wethouder en de wethouder heeft daar consequenties aan verbonden. Als u naar het tijdsverloop kijkt, dan denk ik dat wij – dat geldt voor mij en de gemeentesecretaris en het Bureau Integriteit – telkens hebben gereageerd op wat we binnenkregen. We hebben daar wel zorgvuldigheid in de richting van de betrokkenen en van de wethouder in acht willen nemen. We delen met u de wens om hier zoveel mogelijk openbaarheid bij te kunnen betrachten. Nogmaals, met respect voor de betrokkenen. Ik moet zeggen dat ik het daarbij dan ook op prijs heb gesteld dat ook de wethouder zelf, de voormalig wethouder, in zijn brief die openheid heeft betracht. Dank u. De plaatsvervangend voorzitter: Oké, dank u wel. Behoefte aan een korte vervolgvraag? Mevrouw Van Soest: Nee, voorzitter, ik wil de burgemeester bedanken voor de uitgebreide beantwoording. Dank u wel.
De plaatsvervangend voorzitter: Oké. Dank u wel voor het stellen van de vragen. Dan gaan wij door naar de volgende set mondelinge vragen en dat betreft de heer Van Schijndel, die ook vragen aan de burgemeester wil stellen over de aangekondigde nieuwe coronamaatregelen. Mijnheer Van Schijndel heeft het woord. De heer Van Schijndel: Dank u, voorzitter. In de Telegraaf lees ik dat die handhaving van de coronapas gewoon niet gaat lukken. Er zit ook een interviewtje met de heer Bruls bij, de voorzitter van het Veiligheidsberaad, dat als er een miljard ter beschikking wordt gesteld, dan nog kunnen al die gemeentes niet zo halsoverkop die maatregel gaan handhaven. Terecht, invoering van de coronapas stuit op groot maatschappelijk verzet. Er wordt onderscheid gemaakt tussen gevaccineerden en ongevaccineerden. Het leidt tot medische apartheid en polarisatie in de samenleving. Bovendien geeft de Koninklijke Horeca Nederland en de politievakbond ACP aan dat dit beleidsvoornemen in de praktijk niet te handhaven is. De hamvraag aan de burgemeester is: welke bestaande handhavingsprioriteiten zullen moeten worden losgelaten indien het onzalige plan van de Rijksoverheid wordt doorgezet? De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Schijndel. Dan geef ik het woord aan de burgemeester voor de beantwoording van deze vragen. Mevrouw Halsema: Dank u wel.
Ik hoef niet te herhalen wat wethouder Kukenheim hier al buitengewoon helder uiteen heeft gezet over het onderscheid in bevoegdheden zoals wij dat kennen tussen Rijk en lokaal bestuur en veiligheidsregio in deze. U stelt mij een vraag over de handhaving van de nieuwe maatregelen. We hebben in het veiligheidsberaad en ook in de veiligheidsregio afgesproken dat wij alleen handhaven bij exces. Dat verandert niet. Dat betekent dat wij niet op alles zullen kunnen handhaven en dat ook niet zullen doen. Daarbij is er sprake van een handhavingstekort, daar is het Rijk ook van op de hoogte. Wij zijn niet in staat om bijvoorbeeld de quarantaineplicht aan de deur bij overtreding van de nieuwe coronaregels alles te handhaven en zullen dat dan ook niet doen, ook gezien het grote aantal andere prioriteiten die we hebben. Wij handhaven wel bij exces. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Behoefte aan een vervolgvraag? De heer Van Schijndel: Ja. Dan is de nadere hamvraag natuurlijk: wat zijn excessen? Ik kan me voorstellen dat je, als je gaat adverteren ´kom naar ons, want wij handhaven niet als horeca-etablissement´, dat dat een exces zou kunnen zijn. Maar bijvoorbeeld steekproefsgewijs één op de tien aselect vragen naar die pas, zou dat ook een exces zijn? De plaatsvervangend voorzitter: De burgemeester. De heer Van Schijndel: Ik denk van niet. Mevrouw Halsema: Ik denk ook van niet.
Daarover zijn wij het eens. Nee, laat ik als eerste zeggen: ik heb gisteren ook wel, ik was natuurlijk aanwezig bij het Veiligheidsberaad en ik heb daarna ook in de pers wel bekendgemaakt dat ik ook grote zorgen heb over de invoering van een aantal van de nieuwe maatregelen en dan gaat het met name om de sluitingstijd om 00:00 uur. Wat u verder ook vindt van de coronapas, ik denk dat je er vertrouwen in hebt of je hebt er geen vertrouwen in. Maar als hij werkt om 23:00 uur, dan kan hij ook werken om 01:00 uur. Dan heeft eigenlijk de sluitingstijd heel weinig ratio. Mijn zorg zit er ook in is dat het van groot belang is dat jongeren verleid worden om zich te laten vaccineren. Nou ken ik een aantal jongeren en weet ik bij toeval dat ze weer uit zouden kunnen gaan en naar clubs kunnen gaan voor hen een belangrijk motief is om zich te laten vaccineren. Ik denk dat je die verleidingstrategie ook nodig hebt en je moet zorgen
dat jongeren zich niet afkeren, omdat ze het gevoel hebben dat ze opnieuw aan het kortste eind trekken bij het overheidsbeleid. Dus ik heb het kabinet gevraagd, overigens samen met het Veiligheidsberaad, om dit opnieuw in overweging te nemen en na te gaan of dit verstandig is. Dan in antwoord op uw vraag: mochten bijvoorbeeld na sluitingstijd er honderden mensen in cafés hangen, ik denk dat we dan van een exces moet spreken, als dat in strijd is met de regels die de Rijksoverheid heeft vastgesteld. De plaatsvervangend voorzitter: Oké, dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van deze set mondelinge vragen en gaan we naar de laatste. Dan kijk ik naar mevrouw Nanninga, die ik wil uitnodigen om zich naar het spreekgestoelte te begeven, omdat zij vragen gaat stellen, ook aan de burgemeester, over het bericht dat er ruiten zijn ingegooid in Bos en Lommer vanwege regenboogvlaggen. Mevrouw Nanninga, mag ik u het woord geven? Mevrouw Nanninga: Ja, dank u wel, voorzitter. Mijn vraag aan de burgemeester is natuurlijk een hele korte, eigenlijk.
Is het mogelijk om bewoners die een vlag ophangen, want dat moet natuurlijk gewoon kunnen in Amsterdam, welke vlag dan ook, dat die op een bepaalde manier toestemming krijgen om daar een simpel cameraatje of webcammetje bij te zetten om zo vandalisme te voorkomen? En als het plaatsvindt, dat ze dan in ieder geval met hun domme snufferd op beeld zijn, wat het de politie ook weer iets makkelijker maakt. Want het zou natuurlijk echt heel jammer zijn als mensen zich zo geïntimideerd voelden hierdoor dat ze dat dan maar niet meer doen. Maar ik weet ook wat de regels zijn aan camera’s. Dus misschien dat je een soort hyperlokale APV zou kunnen maken of zo’n soort truc, dat mensen zelf ook het gevoel hebben dat ze een beetje controle hebben over hun eigen veiligheid. Want dat speelt denk ik ook best wel mee. De plaatsvervangend voorzitter: De burgemeester. Mevrouw Halsema: Dank u wel. Dank u wel dat u ook de vraag stelt hierover. Ik denk dat wij het met elkaar eens zijn dat het van groot belang is dat dit soort vandalen worden opgepakt, maar ik moet u ook zeggen dat achter uw schijnbaar eenvoudige vraag een wereld schuilgaat van privacyregelgeving-techniek, et cetera. Zo weet ik bijvoorbeeld uit mijn hoofd, maar ik wil het best nog eens even voor u nagaan of daar iets creatiefs op te verzinnen is, maar dat je met particuliere camera’s niet voorbijgangers op straat mag filmen.
Dus je mag hem wel op je eigen pand richten. Dus ik zou eens even moeten nagaan wat daar mogelijk is, want het kan natuurlijk wel zijn dat op het moment dat je iets op je raam hebt hangen en iemand die zit aan dat raam, dat daar iets mogelijk moet zijn. Maar als iemand van grote afstand iets naar je raam toegooit, dan is dat natuurlijk een voorbijganger op straat en dat betekent dat je eigenlijk met een vrij grote boog mensen moet kunnen filmen. Ik denk dat de privacywetgeving zich daartegen verzet, maar ik zal het nog even voor u nagaan. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Behoefte aan een vervolgvraag nog? Nee. Dank u wel, mevrouw Nanninga. De heer Veldhuyzen voor een vervolgvraag. Zijn er behalve … Want de heer Vroege heeft nog een vervolgvraag en mevrouw Poot ook, zie ik. Verder nog andere leden die een vervolgvraag hebben? Dan zijn dat nog de twee leden die zo een vervolgvraag hebben, want we zijn ook al bijna op het uur. Dan heeft de heer Veldhuyzen nu het woord voor het stellen van een vervolgvraag. De heer Veldhuyzen: Dank, voorzitter. Ik zou de burgemeester graag willen vragen welke vormen van voorlichting en ook het betrekken van lokale gemeenschappen de gemeente de afgelopen maanden eigenlijk heeft georganiseerd en ook wat er de aankomende maanden nog extra op de planning staat? Want dat is volgens mij echt heel erg nodig.
Wij denken aan straatcoaches, buurtouders, bewonerscommissies, vrouwennetwerken, gewoon ouders, scholen, sociaal werkers, religieuze sleutelpersonen, sportclubs, verenigingen. Alles en iedereen moet eigenlijk meedoen met voorlichting om ervoor te zorgen dat dit niet
gebeurt. Want als je kijkt naar de daders, dan zijn het eigenlijk bijna altijd kinderen of in ieder geval jongeren en altijd mannen en heteroseksuele mannen. Maar wellicht dat de burgemeester mij hier wat wijzer in kan maken. De plaatsvervangend voorzitter: De burgemeester. Mevrouw Halsema: Laat ik als eerste zeggen dat het daderprofiel iets minder eenduidig is dan u nu zegt. Dat maakt het ook meteen ingewikkelder. Als tweede: ik ben het met u eens en dat hebben wij vorige week in de commissie AZ en de dag daarvoor door wethouder Groot Wassink nog heel uitgebreid ook gezegd. Weet u, het is heel ernstig en het is ook onacceptabel dat leden uit de LHBTI-gemeenschap in Amsterdam zich onveilig voelen of worden geïntimideerd. Het is ook een fictie om te denken dat je alleen met repressie dit kan tegengaan op het moment dat er intolerantie diep in onze samenleving zit, hoe ernstig ook. Dat betekent dat de hele samenleving in het geweer moet komen, maar dat is ook exact wat ik vorige week heb gezegd. Namelijk scholen, ouders, woningcorporaties, maatschappelijke organisaties, bedrijven, sportverenigingen, iedereen heeft zijn deel te nemen, en ervoor zorgen dat bij ons op straat in onze samenleving wij trots zijn op onze LHBTI-gemeenschap en zorgen dat ze zich in alle vrijheid over onze straten kunnen bewegen, in plaats van dat mensen zich geïntimideerd voelen.
Voor de meer precieze voorstellen die u doet zou ik u toch heel graag willen verwijzen naar de brief die is gestuurd aan de commissie, volgens mij voorafgaand aan de commissie … Klopt dat? Ja, voorafgaand aan de commissie waar de heer Groot Wassink bij zat. En de antwoorden die wij vorige week tijdens twee commissievergaderingen echt heel uitgebreid hebben gegeven. De plaatsvervangend voorzitter: Oké, dank u wel. De heer Vroege voor een vervolgvraag. Gaat uw gang. De heer Vroege: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, twee weken geleden hebben we uitgebreid over de demonstratie en wat er voorafging gesproken, maar sindsdien is er een transpersoon van zijn of haar fiets getrapt in West en vlogen er stenen door de ruiten en de eieren tegen de ruiten van een aantal bewoners die solidair waren met de LHBTI-gemeenschap. De homohaat, de transhaat, de intolerantie en onverdraagzaamheid lijkt steeds meer zichtbaar te worden en dat is zorgelijk. Iedere keer als we hierover spreken, de voorzitter, dan zegt de burgemeester: maar ik ben bezig met een Regenboogveiligheidsalliantie, die hiermee moet helpen. Mijn concrete vraag vandaag is: wanneer gaat die Regenboogveiligheidsalliantie concreet met acties komen en kunnen de bewoners van Amsterdam ook zien en merken dat er daadwerkelijk ook zichtbaar stappen worden gezet? De plaatsvervangend voorzitter: De burgemeester.
Mevrouw Halsema: Dank u wel. Ja, het is wel lastig als u mij vorige week vraagt: wanneer komen ze met stappen? En dan een week later zegt: waarom zijn ze nog niet met stappen gekomen? Dat wordt wel ingewikkeld. Laat ik daarover nog eens het volgende zeggen: de Regenboogalliantie is een samenwerkingsverband van een groot aantal LHBTI-organisaties in onze stad, met de politie en de gemeente samen. Die is opgericht anderhalf jaar geleden en heeft vertraging opgelopen omdat eigenlijk in eigen kring men tijd nodig had om te beslissen wie de leiding had en hoe men verder wilde gaan. Sinds deze zomer is de alliantie operationeel en zijn wij met ze in overleg welke acties er nu kunnen volgen. Ik zal u daarover berichten. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Dan als laatste mevrouw Poot voor het stellen van een vervolgvraag. Dat is op de zoemer, want wij zijn bijna op het uur. Dus mevrouw Poot.
Mevrouw Poot: Heel mooi, dank u wel. Ja, want naast dat dit de zoveelste uiting is van anti-LHBTI-sentimenten is het natuurlijk ook gewoon een regelrechte intimidatie en wat mij betreft zelfs een bedreiging van de vrijheid van meningsuiting. Want bewoners in deze flat zijn nu bang om een dergelijke regenboogvlag op te hangen. Dat is wat mij betreft onacceptabel in een vrije stad. Dus dubbel reden om alles op alles te zetten om deze daders op te sporen. Desnoods, zou ik zeggen, met camera’s waar we het over hebben en met lokvlaggen desnoods, om de daders op te sporen. Maar daar gaat mijn vraag niet over, voorzitter. Mijn vraag gaat over: bewoners zijn geïntimideerd, bewoners zijn bang om hun mening te uiten met een regenboogvlag. Hoe kunnen we deze bewoners helpen en is het mogelijk om deze bewoners transparant mee te nemen in het onderzoek wat er gaande is naar de daders? Dus oftewel: als er daders gepakt zijn, dat ook met deze bewoners te communiceren, zodat zij niet meer angstig hoeven te zijn. De plaatsvervangend voorzitter: De burgemeester. Mevrouw Halsema: Dank u wel. Als eerste: u heeft gelijk, u noemt het vrijheid van meningsuiting. Het klopt, de vrijheid van expressie in onze stad in de meest brede zin. Om te kunnen zijn wie je wil zijn, niet kunnen uiten de manier die je verkiest.
Die wordt aangetast op een heftige manier op het moment dat er intimidatie plaatsvindt, vlaggen gescheurd worden, eieren tegen ruiten gegooid worden en mensen geslagen worden, want dat gebeurt ook. Dat is een schande, daarover zijn u en ik het eens. Dan wat betreft de vraag die u stelt. Op het moment dat bewoners aangifte doen verloopt natuurlijk de verdere communicatie over een strafzaak en over opsporing en vervolging via politie en justitie en niet via de gemeente. Kan de gemeente ook geen informatie delen over daders, dat is natuurlijk gewoon aan het Openbaar Ministerie. Wat ik wel kan doen is ervoor nog eens in de driehoek bespreken, want daar lijkt u een beetje naar te zoeken, is dat er ook voldoende slachtofferzorg is en mensen voldoende begeleid worden in bijvoorbeeld het verloop van het strafproces als dat plaatsvindt. Overigens één van de grote problemen daarbij is, bij het gooien van eieren tegen ruiten of iets anders, is dat vaak de daders al langer vertrokken zijn tegen de tijd dat de politie arriveert. De plaatsvervangend voorzitter: Oké, dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van het mondelinge vragenuur. Dan geef ik zo dadelijk het voorzitterschap weer over aan de burgemeester, zal ik zo kort voor schorsen. Die schorsing kan gelijk gebruikt worden om ook van woordvoerders te wisselen.
Wij gaan zo dadelijk verder met agendapunt 3, dat betreft het vaststellen van het stedenbouwkundige plan Groenehuyzen-Blomwijckerpad en daarvoor zou ik ook wethouder Van Doorninck willen vragen om achter de collegetafel plaats te nemen. Ik schors de vergadering tot 14:45 uur, zodat iedereen ook nog even een hele korte pauze kan nemen. De vergadering is geschorst tot 14:45 uur en de burgemeester neemt het dan weer over. Schorsing Agendapunten Grondzaken 3.
Vaststellen van het stedenbouwkundig plan Groenehuyzen-Blomwijckerpad, grondexploitatie en het beschikbaar stellen van een krediet VN2021-019943 Schorsing
De voorzitter: Ik heropen deze vergadering en we gaan door met agendapunt 3, het vaststellen van het stedenbouwkundig plan Groenehuyzen-Blomwijckerpad, grondexploitatie en het beschikbaar stellen van een krediet. Er zijn bij mijn … Er zijn wel moties en amendementen ingediend. Als eerste amendement 653 van de leden Boomsma cum suis inzake ‘Meer middenhuur, maar parkeerplaatsen’. ‘Meer middenhuur, meer parkeerplaatsen’? Of minder? Meer? Voordat ik me ga branden aan een politieke discussie, ik herhaal even zoals hij volgens mij voor de heer Boomsma moet zijn. Boomsma cum suis inzake ‘Meer middenhuur, meer parkeerplaatsen’. Dan motie 649 van de leden De Fockert cum suis inzake ‘Woningbouw gaat vóór parkeren’. Bij dit agendapunt heeft tot nu toe zich alleen de heer Boomsma gemeld om het woord te voeren. Mevrouw De Fockert. Gaat uw gang, mijnheer Boomsma. De heer Boomsma: Dank, voorzitter. Heel goed om hier woningen te gaan realiseren, die hebben we nodig. Maar de Wildemanbuurt heeft meer dan 85 procent sociale huur, dus wij zouden willen voorstellen om wat meer woningen in het middensegment te realiseren dan de 175 die hier door het college worden voorgesteld, om echt tot een meer gemengde wijk te komen en dat ook sneller te doen.
Dan wat betreft het parkeren, dat lijkt bijna opgeschreven als een soort inkoppertje voor de raad om dit op te lossen, want dat is natuurlijk een hele rare cirkelredenering: we gaan niet ontwikkelen, want we kunnen pas wat doen als de parkeerdruk zo hoog is en we kunnen nu nog niks doen aan de parkeerdruk totdat die zo hoog is. Dat slaat natuurlijk nergens op, dus dat moet worden aangepakt. Alleen wij vinden niet dat meteen het automatisme zou moeten zijn: dan gaan we dus een betaald parkeerregime invoeren. Wij zouden zeggen: als je al weet dat bij nieuwbouw de parkeerdruk zo hoog wordt, kijk dan ook naar de mogelijkheden om gewoon extra parkeerplaatsen te realiseren, ook bij die nieuwbouw. Dat is volgens mij goede ruimtelijke ordening. De voorzitter: Een interruptie. Mevrouw De Fockert. Mevrouw De Fockert: Dank u, voorzitter. Stelt mijn collega Boomsma dan voor om minder woningen te bouwen, zodat er meer parkeerplaatsen kunnen komen? De voorzitter: De heer Boomsma. De heer Boomsma: Ja, dat kan een gevolg zijn, maar volgens mij zou je dat moeten onderzoeken op zijn minst, of er ruimte is voor meer parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Het is daar op zich heel ruim opgezet. Misschien kan het er inderdaad toe leiden dat je net wat minder woningen realiseert, maar wel woningen waar mensen gewoon nog lekker kunnen parkeren. De voorzitter: Gaat u door.
De heer Boomsma: Dan staat er in het stuk: “Afhankelijkheid van invoering parkeerregime in relatie tot woningbouw speelt bij tal van projecten.” Volgens mij vinden we dat allemaal onwenselijk. Kan de wethouder zeggen bij hoeveel projecten dat dan speelt? Wij vinden dat natuurlijk een slecht argument om te dralen en wachten met het realiseren van woningen, dus wij zouden zeggen: ga daar gewoon snel mee door. Maar wat ons betreft zul je dan toch ook moeten kijken naar de mogelijkheid van meer parkeerplaatsen en daarom een amendement. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw De Fockert. Mevrouw De Fockert: Dank u, voorzitter. We gaan bouwen in de Wildemanbuurt en dat heeft lang op zich laten wachten, sinds 2010, dus het is goed dat we snel aan de slag kunnen. Daarom is het extra jammer –
collega Boomsma zei het al – dat we door een soort rare cirkelredenering in ons parkeerbeleid moeten wachten. De heer Boomsma heeft al aangegeven waar hij voor kiest. Wij hebben ook een motie ingediend, volgens mij komt die ook best wel overeen met wat de heer Boomsma bijvoorbeeld zou willen, namelijk: onderzoek eens, waar zijn die knelpunten? Ons huidige parkeerbeleid zorgt ervoor dat nieuwbouw niet mogelijk is. We willen allemaal meer woningen, we hebben allemaal het woonprotest gezien. Zorg er dan ook voor dat we daar snel mee aan de slag kunnen. Ik dien deze motie samen met D66 in. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Voordat u weggaat, u heeft een interruptie van de heer Boutkan. De heer Boutkan: Dank u wel, voorzitter. Nee, ik heb de tekst van het dictum gelezen en daar staat in kaart te brengen waar dat het geval is en waar nodig een voorstel voor passend parkeerbeleid voor te leggen aan de raad. Wat ik mij nou afvroeg: wat is dan de positie van het stadsdeel? De voorzitter: Mevrouw De Fockert. Mevrouw De Fockert: Voorzitter, volgens mij is de procedure zo dat als er nieuw parkeerbeleid komt, dat het voorgelegd wordt aan de raad, dat dat eigenlijk altijd al gebeurt en dat het stadsdeel daar een advies over geeft. Ik zie niet in waarom dat nu zou afwijken. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw De Jager.
Waren er nog meer mensen die het woord willen voeren? Mevrouw Kiliç. Anderen? Mevrouw De Jager heeft het woord. Mevrouw De Jager: Ja, het is door de vorige sprekers al deels toegelicht. Er is een groot tekort aan huizen, we willen zo snel mogelijk bijbouwen, juist in het middensegment. Nu liggen er concrete plannen voor een hoop nieuwe huizen, maar die liggen stil totdat er betaald parkeren is ingevoerd. Dat moet eerst, anders wordt de parkeerdruk te hoog. Het lijkt mij heel helder wat ons te doen staat: volgens mij moeten we gewoon betaald parkeren gaan invoeren en zo snel mogelijk starten met de bouw. Ik heb begrepen dat de PvdA nog een beetje twijfelt over deze motie. Ik zou hen toch willen proberen te overtuigen, volgens mij gaat huizen hier wel boven de auto. Je bent niet voor niks bij een woonprotest. Ik zou denken dat jullie deze motie ook kunnen steunen, ik zou dat dat in elk geval hopen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Kiliç. Mevrouw Kiliç: Dank u wel, voorzitter. Als groene autopartij vinden wij als DENK het onbestaanbaar dat een gratis parkeerzone zonder parkeerdruk in Nieuw-West met een pre-emptive strike wordt gebombardeerd tot betaald parkeren-gebied.
Allereerst omdat het college het met haar beleid zelf zover heeft laten komen, dan zelf ook nog te beroerd is om serieus te kijken naar uitbreiding van parkeerplaatsen en dan het kunstmatige dilemma vervolgens over de muur gooit om de gemeenteraad het te laten uitvechten. Dat allemaal terwijl de fijnmazigheid van het ov is geruïneerd en de prijs van het ov is gestegen. Maakt niet uit. Dat was achtergrondmuziek. De voorzitter: Met een excuus. Mevrouw Kiliç: Dat betekent dat in de nieuwe woningen mensen moeten komen wonen die dat wel kunnen betalen, die wel flink wat meters kunnen maken naar bus- of tramhalte. Dat er mensen komen wonen die de huidige bewoners komen wegdrukken. Dit plan schreeuwt gentrificatie. Hoe wordt dit voorkomen? En hoe wordt voorkomen dat de loodgieter bij thuiskomst nog eens een vermogen kwijt is aan parkeerkosten? Hoe
wordt voorkomen dat de stoffeerder zijn auto kwijt kan na een lange dag hard werken? Hoe wordt voorkomen dat kleine ondernemers, gezinnen en mensen met een kleine beurs worden verstoten naar buiten de stad? Waar kan ik dat vinden in dit plan, voorzitter? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw De Fockert. Mevrouw De Fockert: Dank u, voorzitter. Excuus. Ik hoor DENK zichzelf als groene autopartij neerzetten. Dat verheugt me, denk ik, al weet ik niet helemaal wat het betekent. Maar mijn vraag is een andere, want mijn collega heeft het over ov of auto’s, maar volgens mij zijn er tal van andere vervoersmiddelen, zoals fiets, elektrische fiets. Waarom zou dat moeten vernauwen tot alleen maar met de auto ergens kunnen komen? De voorzitter: Mevrouw Kiliç. Mevrouw Kiliç: Dat is afhankelijk van hoe goed je ter been bent, wat je gezinssamenstelling is. Het zijn allemaal van andere factoren afhankelijk van welk vervoersmiddelen je gebruik zou kunnen maken. Dus ik beperk me niet tot alleen de auto, maar het is wel een bepaalde doelgroep die dan gebruik maakt van de auto of het ov of de fiets. De voorzitter: Gaat u door. Dank u wel. Er hebben zich geen andere sprekers aangemeld, dan is het woord aan wethouder Van Doorninck.
Mevrouw Van Doorninck: Dank u wel en dank ook aan de leden die blij zijn dat we hier nu eindelijk kunnen gaan bouwen, want dat heeft natuurlijk ook stilgelegen en het is denk ik ook voor de buurt heel erg belangrijk dat we hier aan de slag kunnen. De meeste bijdragen gingen met name inderdaad dat we het plan hebben moeten opknippen in twee deelgebieden, vanwege inderdaad het parkeerregime. Het niet zijn van een parkeerregime, waarbij wij niet voldoende parkeerplaatsen kunnen hebben en het dus ook voor de ontwikkelaar niet mogelijk is om bijvoorbeeld een gebouwde parkeervoorziening te maken, want die is dan niet exploitabel als er verder in de buurt geen betaald parkeren is. Ik verbaas me een beetje over de bijdrage van DENK, waarbij gedaan wordt of dit een gekunstelde manier van doen is. Wij hebben bijvoorbeeld in de rechtszaak, als het gaat om de J.P. Heijestraat, is één van de belangrijkste redenen waarom de omgevingsvergunning door de rechter ongeldig is verklaard of niet geldig is verklaard, omdat wij niet konden aantonen dat wij genoeg parkeerplaatsen konden voorzien voor die ontwikkeling. Dus dat is gewoon, als wij een goede ruimtelijke ordening willen doen moeten wij laten zien dat we genoeg parkeerplekken kunnen realiseren en dat kan hier niet als er geen betaald parkeren is, want dan wordt die druk te hoog, dus dan is het er niet.
Het idee om maar meer parkeerplaatsen te maken, natuurlijk is er in het gebied gekeken. Als wij dit zonder parkeerregime zouden willen doen is er echt veel te weinig plek voor de hoeveelheid huizen die we hier heel graag willen bouwen. Dus ik werp het toch wel verre van mij dat dit een gekunsteld probleem is. Dit is een wezenlijk probleem, waar we zeker in het stadsdeel Nieuw-West al vaker tegenaan zijn, of lopen. Er zijn twee projecten op dit moment in Meer en Vaart – de heer Boomsma vroeg ernaar – waar dit nog meer speelt. Er ligt nu een motie voor om een inventarisatie te maken, dat lijkt mij sowieso een goed idee. Maar we komen het vaker tegen en dat is gewoon zo omdat we wel aan het verdichten zijn in deze stad om zoveel mogelijk woningen te bouwen. En ik moet zeggen: het opgeven van woningen voor parkeerplekken zou niet een keuze zijn die dit college maakt. Eigenlijk andersom: woningen voor parkeerplekken. De voorzitter: Mevrouw De Jager.
Mevrouw De Jager: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde daar graag een verduidelijkende vraag over stellen aan de wethouder. Klopt het dat als het amendement van het CDA en VVD zou worden aangenomen, dat er dus minder huizen komen dan nu in het oorspronkelijke plan zitten? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Van Doorninck: Er komen dan minder woningen, omdat wij dan parkeerplaatsen zouden moeten gaan maken. Ik denk dat het ook een grote invloed heeft op de openbare ruimte, want ik geloof ook dat er hier kennelijk een keuze wordt gemaakt voor een andere openbare ruimte dan waar de raad meestal op aandringt, namelijk het behalen van een groennorm, het behalen van prettige openbare ruimte, et cetera. Parkeerplaatsen voldoen niet aan de groennorm, dat kan ik u zeggen. Ik ga even inloggen. De voorzitter: Een interruptie van de heer Boomsma. De heer Boomsma: Voorzitter, nee, dat klopt niet. Want in ons amendement staat precies hetzelfde aantal woningen en dan staat er alleen het verzoek om te onderzoeken of het aantal parkeerplaatsen ook kan worden uitgebreid, wat ook het verzoek is van de deelraad. Dat is dus een onderzoek, dus daarmee is helemaal nog niet gezegd dat er minder woningen zouden moeten komen, maar om dus de opties daarvoor te inventariseren. De voorzitter: De wethouder.
Mevrouw Van Doorninck: Ja, maar op het moment dat je, voor sociale woningen geldt natuurlijk een andere parkeernorm dan voor middeldure huurwoningen. Dus dan moeten er nog meer parkeerplaatsen komen. Die gaan ergens ten koste van, want we hebben al onderzoek gedaan wat er aan parkeermogelijkheden in de buurt zijn. Die zijn er – zoals ik net zei – maar zeer beperkt voor in vergelijking tot het aantal woningen wat er komt. Dus dan zullen er keuzes gemaakt moeten worden en dan zou het college inderdaad kiezen om daar huizen te bouwen en niet parkeerplekken. Dus uiteindelijk hebben we, zoals ik net uitlegde, op het moment dat je huizen gaat bouwen moeten wij ook in het kader van een goede ruimtelijke ordening kunnen laten zien dat er ruimte is voor parkeren. Op het moment dat er geen parkeerregime geldt, dan wordt die parkeerdruk te hoog en hebben wij dus al bij de J.P. Heijestraat gemerkt dat we dan ook teruggefloten worden door de rechter. Ik denk dat ik dan al eigenlijk stiekem een beetje een preadvies heb gegeven op het amendement, dat ik deze moet ontraden, omdat die ruimte er inderdaad niet is in de openbare ruimte. Dat het bovendien ook lastig is, gezien de Daeb en niet-Daeb, om dat door elkaar te doen is voor de financieringsmogelijkheden heel erg – financieringsstromen, moet ik zeggen, excuus – heel erg lastig.
Daarnaast hebben wij natuurlijk ook echt gewoon een doelstelling op het gebied van sociale huur die we ook hier willen halen. Dan de motie van mevrouw De Fockert cum suis, mevrouw Jager. Hier kan ik een positief preadvies op geven. Ik zei al: sommige plekken zijn bekend, maar we zullen nog een bredere inventarisatie doen waar het misschien nog kan gaan spelen, waar het nog niet in ons blikveld is. Uiteraard doen we dat dan in nauwe samenwerking met het stadsdeel zoals we deze zaken doen. Dus deze motie gaan wij doen en ook collega-wethouder De Vries zal daar natuurlijk onderdeel van zijn. Mevrouw Kiliç heb ik volgens mij al deels beantwoord. Waar ik een beetje nog … Het leek alsof in het voorstel wat er nu bij het college voorligt, alsof daar al een betaald parkeerregime is. Dat is niet zo, wij houden ons aan de afspraken die er gemaakt zijn. Alleen, met het aannemen van de motie gaan we wel kijken wat er mogelijk is om toch deze middeldure huizen te gaan bouwen, mogelijk met een parkeerregime. Maar dat is in dit plan zoals het voorligt nog niet zo. Dat leek een beetje uit de bijdrage van DENK te schijnen, maar dat is dus nog niet zo.
De voorzitter: Een interruptie van mevrouw Naoum Néhmé. Mevrouw Naoum Néhmé: Voorzitter, ik snap dans niet waarom corporaties dan niet meer middeldure huurwoningen kunnen bouwen. Het punt van de wethouder over Daeb en niet-Daeb is volgens mij feitelijk onjuist. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Van Doorninck: Het heeft te maken met de financieringsstromen, waarbij het in één gebouw sociaal en middeldure huur soms voor een coöperatie heel erg lastig is. Dat heeft met die financieringsstromen van Daeb en niet-Daeb te maken. De voorzitter: Mevrouw Naoum Néhmé. Mevrouw Naoum Néhmé: Voorzitter, volgens mij klopt dit echt niet. Volgens mij klopt gewoon niet wat de wethouder hier zegt. De corporatie staat vrij om vanuit haar Daeb-hoedanigheid en niet-Daeb-hoedanigheid te handelen, dat kan in hetzelfde gebied en in hetzelfde gebouw. Maar inderdaad gelden andere voorwaarden voor de financiering, want ze mogen wel goedkope financiering benutten voor de Daeb en de duurdere financiering voor de niet-Daeb. Maar dat betekent dus wel dat ze meer middeldure huurwoningen kunnen bouwen. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Van Doorninck: Ik heb ook niet gezegd dat het niet mogelijk is, ik heb gezegd dat het voor de corporatie een heel lastig, een veel lastiger vraagstuk is dan het plan zoals dat voorligt.
En ook dat we daarmee, die afspraken zijn inmiddels hierover gemaakt en we hebben als stad ook een opgave als het gaat om sociale woningbouw. Het plan is zo dat we hier de sociale woningbouw grotendeels plannen en in het volgende plan, in Hoekenes, de middeldure huurwoningen. Vandaar dat dus het parkeerregime-vraagstuk opkomt. De voorzitter: Mevrouw Naoum Néhmé. Mevrouw Naoum Néhmé: Voorzitter, we hebben ook een opgave om middeldure huurwoningen te bouwen. We bouwen eigenlijk al dubbel zoveel sociale huurwoningen in Amsterdam als middeldure huurwoningen. Het college heeft in de eerste zes maanden van 2020 76 middeldure huurwoningen gebouwd. Dus wat krijgen we nou? Meent de wethouder dat echt serieus? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Van Doorninck: Wij hebben beide opgaves. Ook voor sociale woningbouw hebben we een opgave en ook voor middeldure huur. U was denk ik net zo blij als ik toen we het tweede kwartaal van dit jaar te horen kregen hoeveel middeldure huurwoningen dit jaar gebouwd zijn. Dus u kunt eeuwig blijven teren op vorig jaar, maar ik zou vooral naar dit jaar gaan kijken. Maar we hebben die opgaves beiden en mijn belangrijkste punt is: het is voor de woningbouwcorporatie heel lastig om dat in één gebouw te doen. Nogmaals, inderdaad: die opgave van middeldure huur is van groot belang. Vandaar ook zouden wij graag zo snel mogelijk met Hoekenes aan de slag willen.
De voorzitter: Dank u wel. Is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval, dan hebben we dit onderwerp hiermee voldoende besproken. Dan schors ik één minuut om even de wethouder Everhardt uit te kunnen nodigen om hier plaats te nemen en een wisseling van woordvoerders te hebben. Schorsing Zuidas en Marineterrein 5.
Instemmen met de investering voor aankoop van het voormalige rechtbankgebouw en instemmen met de nota van uitgangspunten kavel tijdelijke rechtbank VN2021-021893 De voorzitter: Goed, ik heropen deze vergadering en we gaan door met agendapunt 5: Instemmen met de investering voor aankoop van het voormalige rechtbankgebouw en instemmen met de nota van uitgangspunten kavel tijdelijke rechtbank. Hierbij hebben wij de volgende moties. Motie 643 van het lid Van Soest inzake ‘Haal wethouder Financiën en Economie van het dossier’. Motie 644 van het lid Van Soest inzake ‘Onderzoek naar belangenverstrengeling’. Motie 658 van de leden Nadif cum suis inzake ‘De toegankelijkheid van het museum voor mensen met een laag inkomen’. Er hebben zich – pardon – bij dit onderwerp gemeld om het woord te voeren de leden Boomsma, Boutkan, Bloemberg, Kuiper, Van Soest, Bakker, Naoum Néhmé. Ben ik dan compleet? Nadif, Nanninga. Dan is nu het woord aan … En Bosman. Dan is nu het woord aan de heer Boomsma. De heer Boomsma: Dank, voorzitter. Dit enorme brutalistische gebouw – het werd wel het betongerecht genoemd – ik heb zelf hele goede herinneringen aan dit gebouw en aan het moment dat ikzelf een aantal jaren geleden ook voor de rechter stond, nadat niemand minder dan Zijne Excellentie de minister-president van Nederland mij had uitgedaagd in een zaak, die ik overigens glansrijk heb gewonnen.
Helaas ontbreekt het mij aan de spreektijd om deze zaak verder uit de doeken te doen. Het is dus een gebouw met geschiedenis en voorzitter, het CDA is een groot voorstander van particulier initiatief en mecenaat en zeker ook voor de kunsten. Financieel is dit voor de gemeente, denk ik, gunstig. Maar het is ook voor de initiatiefnemers natuurlijk een buitengewoon gunstige deal, want zij krijgen een gigantisch complex voor een spotgoedkope huurprijs op de duurste grond van Amsterdam. Gezien het feit dat de initiatiefnemer toch één van de grootste donateurs is van de partij van de betrokken wethouder lijkt mij dat toch niet verstandig, in zo’n ongebruikelijke deal, waarbij de gemeente onderhands een gebouw aanschaft voor een club en zo’n pand koopt. Dus was het dan niet toch verstandiger geweest – is mijn vraag ook aan de wethouder – om dit bijvoorbeeld aan collega Meliani over te laten, om in ieder geval niet de schijn van belangenverstrengeling te willen wekken? Dan heb ik nog een andere vraag. De nieuwe huurders krijgen dus toestemming om in tien procent van het gebouw horeca te vestigen en dat is natuurlijk wel enorm. Dat gaat dan om 1800 vierkante meter horeca.
Mijn vraag is nu: wat is eigenlijk de verdiencapaciteit voor zo’n grote horecavestiging? Want ik heb wel gezien dat het de bedoeling is dat eventuele winsten daarvan worden uitgekeerd aan de stichting, maar dat vind ik nog niet voldoende. Ik ben benieuwd of daarnaar is gekeken en is dat niet eigenlijk dan toch, vergeleken met die huur, wel heel veel en biedt dat wel heel veel kansen? Dan de vraag: is het een cadeau voor de stad? Ik denk het, het is een cadeau voor de stad. Het is ook een cadeau aan de initiatiefnemer in die zin, maar het wordt wel een instelling voor hedendaagse kunst en de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het niet vanzelfsprekend is dat zo’n instelling een heel erg groot en breed publiek gaat aanspreken in Amsterdam. Ik heb het plan gelezen en moet zeggen: voor mijzelf is het ook nog redelijk abracadabra. Ik kan dat allemaal niet zo goed volgen, wat daar gaat gebeuren. Maar goed, dat doet er verder niet toe. De vraag is wel: is dit nu een plek waar heel veel mensen in Amsterdam daadwerkelijk op af zullen komen? Dus is er een soort idee of een soort doelstelling voor het publieksbereik?
De voorzitter: Mevrouw Naoum Néhmé. Mevrouw Naoum Néhmé: Voorzitter, wat is erop tegen als zowel Amsterdam profiteert van dit project als ook de donateur? Want de heer Boomsma schetst hier: het is een cadeau voor de stad, maar de donateur profiteert er ook van. Wat is dan daarop tegen? De voorzitter: De heer Boomsma. De heer Boomsma: Daar is helemaal niks op tegen. Maar de vraag is: is het goede ruimtelijke ordening om juist dit gebouw, dit prominente grote gebouw van bijna 18.000 vierkante meter op de Zuidas, dus voor deze doelstelling aan te wenden? Ik begrijp dat er is een doelstelling om ook een culturele attractie te hebben op de Zuidas, dat begrijp ik. Maar is dit dan de meest geëigende en gewilde manier om daar invulling aan te geven? Dus vandaar mijn vraag: is er een prognose voor bezoekersaantallen en wat gaan we nou doen als die uiteindelijk niet worden gehaald? De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Boutkan. De heer Boutkan: Dank u wel, voorzitter. Zoals ik ook in de commissie heb gezegd staan wij positief tegenover de particuliere plannen voor de komst van een museum op de Zuidas. Wij hebben daar ook een aantal kritische vragen over gesteld, maar natuurlijk is ook één van de eerste vragen altijd: had hier nou iets anders kunnen komen? Bijvoorbeeld woningen, we zitten midden in een wooncrisis.
Nou, ik heb ook begrepen uit de technische sessie dat dat zeer complex is, dat dat ook technisch niet kan, dat het hele gebouw dan ook gestript moet worden en dat dat ook weer niet kan vanwege die monumentale status. Onze fractie vindt juist dit particuliere initiatief eigenlijk een heel mooi aanbod om het culturele aanbod van de stad te verrijken. Ook iets wat nog eens een keer aansluit bij de Zuidasvisie, waar wij ook als raad mee hebben ingestemd, namelijk dat er zichtbare aanwezigheid moet zijn van cultuur, maar dat er ook ruimte moet zijn voor de makers. Wij denken ook dat daar met dit museum aan wordt voldaan. De voorzitter: Moment. Mevrouw Van Soest en daarna mevrouw Bloemberg. Mevrouw Van Soest: Dank u wel, voorzitter. Ik vraag me af hoe u dat kan rijmen, dat wij 26 miljoen uit gaan geven aan een filantroop. Kunt u daar ook nog even nader op ingaan? De voorzitter: De heer Boutkan. De heer Boutkan: Ik denk dat de vraagstelling eigenlijk een beetje verkeerd is, want we gaan niet 26 miljoen uitgeven aan een filantroop, we gaan 26 miljoen uitgeven om een gebouw aan te schaffen, om dat vervolgens door te verhuren. Maar ik zal daar zo meteen in mijn bijdrage ook iets over zeggen. De voorzitter: Dan mevrouw Bloemberg. Mevrouw Bloemberg-Issa: Dank, voorzitter. Ik vind dat de Partij van de Arbeid wel heel positief over dit plan spreekt.
Het past binnen de Zuidasvisie, hoor ik de heer Boutkan zeggen. Maar er passen toch nog veel meer zaken binnen de Zuidasvisie? Er is maar één initiatiefnemer met een plan voor dit pand gekomen. Kan de heer Boutkan daar nog iets over zeggen? De voorzitter: De heer Boutkan.
De heer Boutkan: Dank u wel, voorzitter. Kijk, ik constateer – maar dan ga ik misschien ook een beetje op de stoel zitten van onze culturele woordvoerder – dat het culturele aanbod op de Zuidas, dat dat nou niet bijzonder sterk is. We hebben in die Zuidasvisie nou juist uitgesproken dat we dit heel graag willen, dus dat vind ik juist heel erg krachtig. Dat brengt mij ook op een ander argument, als ik door mag gaan met mijn betoog, dat is dat ik ook als woordvoerder Toerisme ook al heel vaak heb gezegd hoe goed het zou zijn als we op meerdere plekken in de stad – en niet alleen in het centrum of in de buurt van het Museumplein, ook aan de randen van de stad, op de Zuidas – ook meerdere voorzieningen zouden hebben die bezoekers trekken. Amsterdammers trekken, Nederlandse bezoekers, internationale bezoekers. Dus wat dat betreft vinden we dat ook een heel mooi aanbod. Natuurlijk hebben we ook gekeken naar … De voorzitter: Voor u doorgaat, mevrouw Bloemberg. Mevrouw Bloemberg-Issa: Dank, voorzitter. Ik hoor de heer Boutkan zeggen dat hij het heel krachtig vindt dat er hier plek voor cultuur komt en dat er veel bezoekers kunnen komen.
Maar is hij het dan niet met de Partij voor de Dieren eens dat het toch wel heel bijzonder is hoe dit gaat? Dat de gemeente een pand gaat aankopen en verhuren voordat het op de markt komt, wat eigenlijk verder niet gebeurt en waar andere initiatiefnemers dus ook gewoon buitenspel zijn gezet. De voorzitter: De heer Boutkan. De heer Boutkan: Nou, ik vind de woorden ‘andere initiatiefnemers buitenspel zijn gezet’, die vind ik eigenlijk heel hard. Ik ken namelijk geen andere initiatiefnemers. Wat ik gehoord heb en begrepen heb uit de technische sessie, waar mijn collega ook bij aanwezig zijn, was dat dit eigenlijk een heel erg incourant pand is. Een pand wat gekocht wordt zoals het nu is en waar je eigenlijk niet zo heel veel mee kan en waar de nodige tientallen miljoenen, vermoed ik zo, investeringen gedaan moeten worden. Dus dat vind ik wel een lastige vraag van mijn collega. De voorzitter: Mevrouw Bloemberg. Mevrouw Bloemberg-Issa: Dank, voorzitter. Dan heb ik nog een laatste vraag. Is de heer Boutkan er wel mee bekend dat andere initiatiefnemers ook de ruimte niet hebben gekregen om hier met plannen te komen? Omdat het gewoon niet bekend was. De voorzitter: De heer Boutkan. De heer Boutkan: Nou, voor zover ik weet is het zo dat als de stad Amsterdam het pand niet zou aankopen, dan zou het Rijksvastgoedbedrijf het gaan verkopen aan de hoogste aanbieder.
Eerlijk gezegd vind ik dat ook niet een heel aantrekkelijk scenario. Ik denk dat mijn collega ook weet dat wij niet een voorstander zijn van heel veel nieuwe hotels. Maar stel je voor dat dit nou verkocht zou worden aan een hotelontwikkelaar en dat we hier een hotel zouden krijgen. Daar moet ik eerlijk gezegd ook niet aan denken, dat vind ik ook geen positieve ontwikkeling. Ik was eigenlijk gebleven even bij de financiële risico’s … De voorzitter: Voor u doorgaat, mevrouw Van Soest had nog een interruptie. Gaat uw gang. Mevrouw Van Soest: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Boutkan, u weet ook dat er een hotelstop is, dus dat we daar niet aan gaan beginnen. Dus dat is een argument wat niet houdbaar is. Maar ik vraag me af, u leest ook kranten. Daarin staat dat de Zuidas leegloopt. Mooi idee om daar nou eens iets te gaan doen, want vandaag of
morgen zitten we daar met hele dure grond die we niet aan iedereen kunnen gaan verhuren. Hoe denkt u erover om daar het één en ander te realiseren? Dat kan toch ook? Dan hoeven wij geen 26 miljoen uit te geven aan belastinggeld. De voorzitter: De heer Boutkan. De heer Boutkan: Ik hoor heel veel vragen in één. Misschien is wel het allerbelangrijkste, maar dat moet denk ik de wethouder ook doen om iets te vertellen over die 26 miljoen, namelijk dat we dat niet zomaar uitgeven als belastinggeld en nooit meer terugkrijgen. Dat is één. Het andere punt over dat leeglopen van de Zuidas. Ik heb het artikel inderdaad ook gelezen. Ik vond dat daar nog wel wat op af te dingen valt, want de verhuizing van in dit geval die ene partij naar volgens mij het Tripolis-gebouw, dat is wat mij betreft ook gewoon Zuidas. Dus daar valt gewoon nog wel wat op af te dingen, op die stelling dat de Zuidas leegloopt. Ik ga verder met mijn betoog. De voorzitter: Nee, dat dacht ik niet. De heer Boutkan: Als dat mag van de voorzitter. De voorzitter: Nee, eerst mevrouw Van Soest nog een keer, laatste keer. Daarna de heer Veldhuyzen. Mevrouw Van Soest: Dank u wel, voorzitter. Maar mijnheer Boutkan, u weet ook waarom of die mensen allemaal weggaan van de Zuidas. Gewoon omdat ze de huur niet meer kunnen betalen.
En nu gaan we een cadeautje geven aan een filantroop? Mijn vraag is: kunt u zich daarin vinden? De voorzitter: De heer Boutkan. De heer Boutkan: Nee. Ik ga verder met mijn betoog, want die financiële risico’s … De voorzitter: Voordat u doorgaat, de heer Veldhuyzen heeft een interruptie. De heer Veldhuyzen: Dank, voorzitter. Nee, een oprechte vraag. Kijk, BIJ1 is ook voorstander van meer investeren in kunst en cultuur natuurlijk, maar dat er dan toch weer behoorlijk wat miljoenen worden geïnvesteerd in de Zuidas, terwijl er op dit moment mensen noodgedwongen buiten staan, op straat moeten slapen. Ik vraag me oprecht af, collega Boutkan, hoe voelt dat dan voor u als sociaaldemocraat, om dit dan te steunen? Terwijl er mensen letterlijk kapotgaan op straat, omdat we niet genoeg daklozenopvang hebben. De voorzitter: De heer Boutkan. De heer Boutkan: Eerlijk gezegd, voorzitter, met alle respect: ik vind dit een hele valse tegenstelling. Deze stad investeert ongelofelijk veel in daklozenopvang, in armoedebeleid en dit vind ik echt een hele valse tegenstelling die volgens mij geen recht doet aan de inhoud van dit debat. Ik ga dan ook verder met … De voorzitter: De heer Veldhuyzen, tweede interruptie. De heer Veldhuyzen: Nou, volgens mij is dit precies waar het om gaat. Want dit college heeft eerder al voor – wat was het? – 40 miljoen in OBA NEXT gestoken in de Zuidas.
Nu gaat er weer 25 miljoen hier naartoe. Jaarlijks wordt er meer dan een miljoen geïnvesteerd in het aantrekken van multinationals naar deze stad. Dat
is gewoon wat dit college doet. Tegelijkertijd slapen er mensen op straat en de PvdA is een linkse partij en ik vraag me af: hoe voelt het dan voor u als sociaaldemocraat? Ik stel die vraag gewoon nog een keer. De voorzitter: Dat is duidelijk. De heer Boutkan. De heer Boutkan: Kijk, mijn collega krijgt daarop hetzelfde antwoord. Mijn collega krijgt ook het antwoord dat die 36 miljoen die geïnvesteerd wordt, dat is niet iets wat zomaar wordt uitgegeven en nooit meer terugkeert. Nee, dat keert terug middels de huurpenningen. Want dat financiële risico voor de stad, de investeringen die we doen, daar heb ik natuurlijk ook naar gekeken en hebben we natuurlijk ook in onze fractie kritisch naar gekeken. Ik heb begrepen dat de kosten van aankoop en de proceskosten en de out-of-pocket-kosten, dat die ook volledig worden doorbelast wat dat betreft. Maar het zou ook goed zijn als de wethouder dat ook straks nog eens een keer bevestigd. Dan heb ik ook begrepen dat, mocht er wat gebeuren met deze foundation, waardoor het pand niet meer gehuurd kan worden en de huurpenningen in gevaar komen, dat dan ook het recht terugvalt naar de gemeente met de investeringen die dan ook gedaan zijn door de Hartwig Foundation. Kan de wethouder dat ook bevestigen? Mijn conclusie tot zover was in ieder geval dat er geen risico inzit.
Wat ik ook heel belangrijk vind is dat deze partij zich heel lang wil committeren om hier heel lang te blijven. Dit is niet iemand die even iets doet en dan weer weggaat. Nee, dit is een partij die hier lang wil blijven. Ik heb mij ook zorgen gemaakt over: is dit nou toch niet een vorm van subsidie? Ik heb daar ook contact over gehad natuurlijk met mijn collega van het CDA, die heeft daar ook kritische vragen over gesteld. Wat ik ook lees in de stukken is dat: nee, dit is geen verkapte subsidie, alleen het is een maatschappelijke prijs die doorbelast wordt. Wat ik ook belangrijk vind is, als het gaat om die horecafunctie, is dat ik gehoord heb – en ik hoor dat graag ook van de wethouder terug – dat er geen pachtconstructie komt met derden en dat dat ook contractueel wordt vastgelegd. En dat het ook betekent dat de inkomsten uit de horeca, die eigenlijk dan zeg maar tegen een lage huurprijs gedaan worden, dat die ook ten goede komen aan de stichting. Voorzitter, ik ben blij dat Amsterdam met dit initiatief iets nieuws krijgt binnen onze randvoorwaarden van onze stad wat ook van waarde is voor de stad en ook iets is wat duurzaam toevoegt aan het culturele aanbod. Ik denk niet dat het ieder decennium gebeurt dat er een partij voorbijkomt die dit wil doen, die wil investeren en die lang wil blijven in deze stad.
Dat gebeurt in dit geval door een ondernemer die ook al zijn sporen bewezen heeft, bijvoorbeeld met de IMC Weekendschool, die kinderen een nieuwe kans heeft gegeven, die iets doet met kansengelijkheid. Ik ben zelf ook wel eens heb ik de kans gehad om ooit een gastles te geven voor de kinderen van de IMC Weekendschool. Een prachtig initiatief, waar de stad ook trots op mag zijn en waar, denk ik, ook niet voor niks oud-burgemeester Cohen destijds ook zijn naam aan had verbonden. Ik vind het goed dat er ondernemers zijn die iets willen doen voor de stad Amsterdam. Tot zover. De voorzitter: Mevrouw Van Soest en daarna de heer Boomsma. Mevrouw Van Soest: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan de heer Boutkan. Hoe vindt u het dat wij twee jaar lang niet op de hoogte zijn geweest van deze onderhandelingen? Dat is vraag één. Vraag twee is: hoe kunt u het verkopen als sociaaldemocraat om, wij hebben gevochten, samen, in de vorige periode om daar sociale huurwoningen te zetten en nu gaat u met dit voorstel akkoord? Kunt u zich daar echt vannacht goed over slapen? De voorzitter: Mijnheer Boutkan. De heer Boutkan: Ik ben in de gelukkige omstandigheden dat ik meestal heel goed slaap. Wat ik goed vind is dat deze stad veel investeert in sociale woningbouw.
Ja, misschien is mijn collega het daar niet mee eens, maar dat we ook juist destijds over de Zuidas hebben gezegd dat daar ook sociale huur moet komen. Die
afspraak hebben we destijds gemaakt. Die is voor ons inderdaad heel belangrijk en die staat nog steeds recht overeind, die afspraak. Ik ben eerlijk gezegd uw eerste vraag even kwijt, met excuus. Mevrouw Van Soest: Voorzitter, ik heb geen antwoord op dat wij twee jaar lang niet geïnformeerd zijn over deze. Graag een antwoord. De heer Boutkan: Ja, daar wil ik ook wel antwoord op geven, want ik kan me heel goed voorstellen, dit soort processen, dit soort gesprekken, dat je dat in vertrouwelijkheid voert. Uiteindelijk is het aan ons als raad om te beslissen of we hiermee akkoord gaan, dat wordt aan ons voorgelegd. Dus wij zitten hier met zijn allen bij elkaar om een afweging te maken: vinden we dit wel of niet verstandig? Dus het is aan ons als raad om dit te doen. De voorzitter: Laatste keer, mevrouw Van Soest. Mevrouw Van Soest: Dank u wel, voorzitter. Maar mijnheer Boutkan, u kan nog steeds tegenstemmen vanavond. Maar mijn vraag is: het staat niet in het coalitieakkoord, dus u pleegt geen contractbreuk of wat dan maar ook. Dus ik adviseer u om u toch nog eens even met uw fractie te gaan beraden over deze voortgang. Dank u wel. De voorzitter: De heer Boutkan. De heer Boutkan: Ik hoorde geen vraag. Maar ik denk dat uit mijn bijdrage blijkt hoe wij vanavond gaan stemmen. De voorzitter: De heer Boomsma. De heer Boomsma: Dank.
Ik zie het enthousiasme van de heer Boutkan, maar hij zegt: hij kent geen andere instellingen. Maar denkt hij niet dat er toch best veel instellingen zouden kunnen zijn in de stad, die als je tegen de gemeente zegt ‘koop voor mij een pand en ik ga dat terug huren voor de kostprijs, namelijk enkele euro’s per vierkante meter’ en vervolgens ga ik daar hele belangrijke dingen doen, dat er best wel wat instellingen zijn die dat interessant zouden kunnen vinden? De voorzitter: De heer Boutkan. De heer Boutkan: Ja, dat zou zeker kunnen, maar ik denk dat we niet moeten vergeten dat we hier praten over een instelling die tientallen miljoenen moet investeren in een pand dat niet rendabel is. De culturele sector ken ik niet heel erg goed, maar ik denk dat er weinig culturele instellingen zijn die zomaar geld op de plank hebben liggen om te investeren in bakstenen. De voorzitter: De heer Boomsma. De heer Boomsma: Dat is waar, maar er zijn toch ook allerlei initiatieven die misschien niet tientallen miljoenen kunnen investeren, maar die wel een hele waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de stad? Misschien niet eens in de vorm van geld, maar puur door de inzet van vrijwilligers en de tijd die mensen besteden. Dus staat de PvdA dan ook open voor dat soort voorstellen en initiatieven? De voorzitter: De heer Boutkan.
De heer Boutkan: Ja, maar ik denk niet in deze constructie met dit gebouw, waar zoveel geïnvesteerd moet worden, omdat je anders helemaal niks kunt doen in het gebouw. De voorzitter: De heer Boomsma, laatste keer. De heer Boomsma: Niks kan doen, dat is natuurlijk flauwekul. Het is gewoon een kantoorgebouw, er zijn een aantal zittingszalen, verder zijn het allemaal kantoren. Daar kun je natuurlijk ontzettend veel doen, ook al moet je inderdaad ook investeren. Maar zijn we het ermee eens dat het niet zo is dat je er niks anders kunt doen? De voorzitter: De heer Boutkan. Geen behoefte aan een antwoord? Goed, er zijn een hoop mensen. De heer Veldhuyzen, mevrouw Bloemberg, mevrouw Nanninga en mevrouw Bosman. Ik zou willen vragen – als ik zo’n beetje het speelveld overzie – om korte vragen te stellen, zodat we de vaart erin kunnen houden. De heer Veldhuyzen. De heer Veldhuyzen: Dank u, voorzitter. Ik hou het heel kort en ik wijk ook een beetje van het onderwerp af. Maar wanneer iemand van de coalitiepartij zegt: we doen zoveel voor sociale huur. Helemaal na het woonprotest van afgelopen zondag, dan denk ik: nee, sorry, maar dat ga ik hier echt niet meer accepteren. Veertig procent van wat jullie bouwen is sociale huur, zestig procent, de meerderheid, dat wordt gewoon overgelaten aan de markt. Het laatste wat we in het nieuws lazen dat was nog dat sociale huur juist is afgenomen.
Nou, daar houd ik het bij. Dank je. De voorzitter: De heer Boutkan. De heer Boutkan: Ik hoorde geen vraag, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Bloemberg. Mevrouw Bloemberg-Issa: Dank, voorzitter. De Partij van de Arbeid zegt: dit past binnen de randvoorwaarden. Dus ik zou de heer Boutkan willen vragen: wat vindt hij er dan van dat het geld waar de huur mee wordt betaald, dat dat afkomstig is van flitshandel? De voorzitter: De heer Boutkan. De heer Boutkan: Ja, daar heb ik geen opvatting over. De voorzitter: Mevrouw Bloemberg. Mevrouw Bloemberg-Issa: Was het niet de Partij van de Arbeid, onder andere, die ooit hier in de gemeenteraad daar wel een standpunt over had ingenomen? De heer Boutkan: Zeker. De voorzitter: De heer Boutkan. De heer Boutkan: Zeker. De voorzitter: Mevrouw Bloemberg.
Mevrouw Bloemberg-Issa: Dan concludeer ik dat de Partij van de Arbeid zegt principieel tegen flitshandel te zijn, maar dat er uiteindelijk in zo’n situatie als dit, dat dat dan even over het hoofd gezien wordt, waar het geld vandaan komt. De voorzitter: De heer Boutkan. De heer Boutkan: Voorzitter, wat ik toch wel een beetje lastig vind is dat er hier toch geprobeerd wordt een initiatief zoals dit in een wat kwaad daglicht te stellen, omdat het gefinancierd wordt door ondernemers die geld verdienen. Dat vind ik toch een beetje een lastige discussie. De voorzitter: Mevrouw Nanninga. Mevrouw Nanninga: Dank, voorzitter. Even voortbordurend op de vraag van de heer Boomsma. Ik hoor de heer Boutkan zeggen: er is geen andere partij in de markt die iets kan met dit pand. Maar is dat überhaupt geprobeerd? Zou de PvdA niet ook op het standpunt moeten zijn om dit überhaupt te proberen en openbaar aan te besteden, in plaats van zo half onderhands te gunnen? De voorzitter: De heer Boutkan. De heer Boutkan: Dat is zeker een terechte vraag. Ik ben natuurlijk bij die technische sessie geweest en daar heb ik ook gehoord hoe incourant dit pand is om daar andere dingen mee te doen. Maar wellicht dat de wethouder daar ook nog antwoord op kan geven, om dat te verduidelijken. De voorzitter: Mevrouw Nanninga.
Mevrouw Nanninga: Dus de heer Boutkan houdt op met namens de markt te denken en de Partij van de Arbeid zou eventueel openstaan voor het alsnog eens kijken naar wie al dan niet belangstelling zou kunnen hebben voor dit incourante edoch bijna gratis pand? De voorzitter: De heer Boutkan. De heer Boutkan: Nee, want de kans dat het Rijksvastgoedbedrijf … Kijk, er is volgens mij maar één kans dat het Rijksvastgoedbedrijf dit pand verkoopt aan de gemeente Amsterdam, met de voorwaarde dat dat is voor een maatschappelijke doelstelling. Als die kans niet gepakt wordt, dan is die kans voorbij en dan gaat het naar de open markt en dan hebben wij er helemaal niets, maar dan ook niets over te zeggen. De voorzitter: Mevrouw Nanninga. Mevrouw Nanninga: Dus daarom is dit nu pas bij ons in de raad gebracht terwijl de wethouder van D66 dit al twee jaar wist? De voorzitter: De heer Boutkan. De heer Boutkan: Dat is een vraag die volgens mij niet voor mij is. De voorzitter: Dan mevrouw Bosman.
Mevrouw Bosman: Nou, even naar aanleiding ook van de vragen van de heer Boomsma. Zijn werk- en verblijfplekken voor kunstenaars misschien een maatschappelijk doel dat dit initiatief zou kunnen dienen? De voorzitter: De heer Boutkan. De heer Boutkan: Ja, volgens mij komt er ook plek voor kunstenaars. Dus inderdaad, fijn dat mijn collega mij daaraan herinnert en ik heb dat inderdaad in de commissie ook gezegd: ja, dat gaat hier ook gebeuren. Er is ruimte voor kunstenaars. Dat past dus ook juist binnen die Zuidasvisie, waar we dat ook hebben gezegd, dat er ruimte moet komen voor kunstenaars. Dus dank. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de volgende spreker en dat is mevrouw Bloemberg. Gaat uw gang. Mevrouw Bloemberg-Issa: Dank, voorzitter. Na het cadeau van de Meervaart krijgt Amsterdam nu weer een cadeau dat door de raad gerommeld wordt. Je mag een gegeven paard niet in de bek kijken, maar het lijkt erop dat Amsterdam geen cadeau krijgt, maar dat Amsterdam een cadeau van 26 miljoen geeft aan de pril bestaande stichting van een miljardair. Een museum op peperdure grond tegen de goedkoopste prijs. Voorzitter, ik vond het verhaal van de wethouders vorige week in de commissie aan alle kanten rammelen. Nu blijkt deze miljardair ook nog eens één van de grootste donateurs van de D66-verkiezingscampagne te zijn, zo las ik in De Telegraaf.
Voorzitter, een D66-wethouder die met een D66-stadsdeelvoorzitter heel positief is over het miljoenenplan van een D66-donateur. De raad werd laat geïnformeerd en onder druk gezet met een deadline. Deze gang van zaken roept vragen op over de schijn van belangenverstrengeling. De Partij voor de Dieren wil dat er een integriteitsonderzoek wordt gedaan en dat er geen verbinding met de Hartwig Art Foundation wordt aangegaan zolang dat onderzoek loopt. Voorzitter, de vraag is vooral waarom we een miljoenenpand aankopen, terwijl we duizenden problemen in deze stad hebben die dringend om een oplossing en financiën vragen. Er is een tekort aan broedplaatsen, er is een tekort aan maatschappelijke ruimte en zelfs de financiën voor een fatsoenlijk toilet in de parken krijgen we met dit college niet voor elkaar. Het helpen van een miljardair aan een 26 miljoen euro kostend pand heeft in dat licht ook geen prioriteit, wat de Partij voor de Dieren betreft. Maar wel voor het college, zo blijkt. Al sinds 2019 zijn er gesprekken over dit museum, maar tot vorige week deelde het college geen informatie met het hoogste democratische orgaan van deze stad.