CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2021 09 15 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad - ondertiteling

RAAD 15 september 2021, gemeente Amsterdam61.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE AMSTERDAM d.d. 15 september 2021

1.

Algemeen deel

a.

Mededelingen De voorzitter: Goedemiddag, ik wil u verzoeken om allemaal te gaan zitten op uw eigen plekken. Dan open ik bij deze de gemeenteraad. Het is onze eerste raadsvergadering sinds de zomer. Ik hoop dat u allemaal een beetje heeft kunnen uitrusten. We hebben natuurlijk een heftige periode achter ons en hij is nog niet voorbij als een gevolg van de coronapandemie. We zijn wel gelukkig allemaal bij elkaar. U staat voor een intensief jaar, niet alleen natuurlijk in uw taken als gemeenteraadslid, maar er komen ook verkiezingen aan, dus laat ik u vanaf deze kant in ieder geval allemaal succes wensen het komend jaar. Goed, ik heet u allen welkom en deze vergadering zal uit twee dagdelen bestaan. We vergaderen zoals gezegd in fysieke vorm. We hebben nog wel een aantal voorwaarden om aanwezig in de raadzaal te kunnen zijn, die blijven nog gelden. Ik herhaal ze even. Houdt in de raadzaal tenminste anderhalve meter afstand, dat geldt nog steeds, tot dat mogelijk de nieuwe maatregelen van kracht zijn. Er zijn vaste momenten waarop gelopen mag worden, op andere momenten blijft u zitten. De woordvoerders hebben de mogelijkheid om vanaf hun spreekgestoelte te spreken, interrupties worden nog gedaan vanaf de zitplaats. Na ieder agendapunt zal de voorzitter kort de vergadering schorsen om, indien nodig, woordvoerders te wisselen.

Dit zijn ook de momenten waarop u de zaal even kunt verlaten, houdt u daarbij aan de looprichting. Er kunnen en mogen geen papieren worden uitgedeeld in de zaal, eventuele moties en amendementen die u wilt indienen dient u te mailen naar de raadsgriffie. Vanavond aan het einde van de vergadering vindt de stemming plaats. Houdt u er rekening mee dat dit vanaf 20:00 uur vanavond kan beginnen. U kunt bij de stemming stemverklaringen geven bij de agendapunten.

b. Vaststellen van de notulen van de raadsvergadering op 7 en 8 juli 2021 De voorzitter: Dan gaan we door met agendapunt 1B, het vaststellen van de notulen van de raadsvergadering op 7 en 8 juli 2021. Kunnen deze worden goedgekeurd? Dat is het geval. c.

Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan gaan wij naar de agenda. Ik ga ervan uit dat u akkoord kunt gaan met deze agenda, waarbij wij de volgorde hanteren van de tentatieve volgorde die u heeft ontvangen. De heer Flentge, gaat uw gang. De heer Flentge: Dank, voorzitter. Ik wil de voorzitter vragen om agendapunt 1G, 1H, 1I en 1J voorlopig af te voeren van de agenda. Dit betreft de benoeming van de nieuwe wethouder. Het volgende is het geval, u moet mijn stem maar even vergeven, want dat is een lerarenkwaaltje, op geen enkele manier gerelateerd, noch ziekte. Het volgende is het geval: de vrouw van de beoogde wethouder, Jakob Wedemeijer, heeft een gerechtelijke procedure lopen tegen de gemeente. Dit is recent ook door ons netjes gemeld intern, in aanloop naar vandaag. Nog recenter heeft de heer Wedemeijer een intern advies ontvangen van de gemeentejurist en dat geeft aan dat het risico is dat het beeld ontstaat dat er dingen door elkaar lopen als Jakob Wedemeijer wethouder is en zijn vrouw een rechtszaak heeft lopen tegen diezelfde gemeente. Dat soort onterechte onduidelijkheid willen wij niet laten ontstaan en we willen dit gewoon even netjes oplossen. Daar hebben we even – ik hoop natuurlijk en ook naar verwachting – even korte tijd voor nodig. Het verzoek dan ook is om het

agendapunt vooralsnog uit te stellen, zodat we daartoe in staat worden gesteld. Met excuus voor mijn stemgeluid. De voorzitter: Dank u wel. Dank u wel voor de mededeling. Dat betekent voor de administratie nu dat de agendapunten 1G, 1H, 1I, 1J worden afgevoerd van de agenda en opnieuw geagendeerd kunnen worden als u zover bent. Goed, anderen? Gaat uw gang. Mevrouw Bloemberg, even voor de duidelijkheid. Mevrouw Bloemberg-Issa: Dank u wel, voorzitter. Mijn pasje werkt niet. Ik wilde graag een ordevoorstel doen om agendapunt 29 over de Lutkemeerpolder af te voeren, omdat bespreking niet meer nodig is. De voorzitter: Ik zie dat anderen daarmee kunnen instemmen en dat betekent dat agendapunt 29 komt te vervallen. Dan zou ik zelf nog willen vragen om bij het mondelinge vragenuur, waarbij alle vragen zijn doorgelaten, de vragen die aan mij gericht zijn gecombineerd te kunnen behandelen – ik bedoel achtereenvolgens, niet gecombineerd – aan het einde van het vragenuur. Dat gaat om de vragen van het lid Nanninga, Van Soest, Van Schijndel en nog eens Nanninga. De vragen één, twee, vier en zeven aan het eind van het mondelinge vragenuur, zodat wij even een wissel van voorzitters kunnen doen. Ik geloof dat u daarmee akkoord bent. Dan mevrouw Roosma.

Mevrouw Roosma: Voorzitter, ik zou ook graag het voorstel willen doen – en dat schijnt ook afgestemd te zijn met anderen – om agendapunt 25, kennisnemen van de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie, ook op dit moment af te voeren, omdat er nog een ander stuk betrokken zou worden bij de discussie en dat zou onder de woordvoerders zijn afgestemd. De voorzitter: Kunnen de anderen daarmee instemmen? Dat is het geval. Dan betekent het dat die nu komt te vervallen, agendapunt 25. Zijn er nog anderen? Mevrouw Roosma. Mevrouw Roosma: Excuus, ik heb nog een punt, maar misschien komt dat bij het hameren aan de orde. Maar het gaat over punt 7, het vaststellen van de biz-verordeningen. Er staat nu op ‘hameren’ en wij zouden dat voorstel toch graag even kort bespreken. De voorzitter: Dat kan, dan voegen we hem toe aan de agenda, waar hij natuurlijk al opstaat, maar dan heeft u spreektijd. Zijn er nog anderen? Dat is niet het geval. Ik stel voor de volgende stukken … O, en dan stel ik vast dat we nu conform hebben besloten met de aanpassing van de zojuist gedane voorstellen. Ik stel voor dat de volgende stukken bij de agendapunten geen inhoudelijke behandeling nodig hebben en dat deze punten in ieder geval gehamerd kunnen worden. 4. Afwijken van de Structuurvisie voor een nieuw bestemmingsplan voor de bestaande maïsteelt op ongenummerde percelen aan de Liergouw. Agendapunt 11.

Uiten van wensen en bedenkingen over de nieuwe standaard achtervangovereenkomst Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Agendapunt 12. Uiten van wensen en bedenkingen inzake het lidmaatschap van de Nederlandse Vereniging van Sociale Innovatie. 14. Vaststellen van de Agenda Urban Sports 2021-2025. 20. Niet opheffen van de opgelegde geheimhouding op twee documenten inzake het Wob-verzoek van Sloepvrienden over schadeclaims GWT 2016. 32. Bekrachtigen van de geheimhouding op de stukken die worden genoemd in de bekrachtigingsovereenkomst van het college aan de raad. 33. Beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet voor de verwerving van een pand. Agenda 19 tot en met 1J komen te vervallen. U heeft bij binnenkomst van de zaal een stembrief ontvangen voor de benoemingen. De stembrieven dienen voor het einde van de middag ingeleverd te worden in de postbus bij de publieksingang in de foyer, zodat na afloop van de middagvergadering de stembrieven geteld kunnen worden door de leden van het stembureau. Dat zijn deze

keer, voorzitter van het stembureau: Imane Nadif. De leden: Anne Marttin en Nenita La Rose. Reserve staan Jasper Groen, Kevin Kreuger en Jennifer Bloemberg. d. Mededeling van de ingekomen stukken De voorzitter: Dan gaan we door met agendapunt 1D, mededeling van de ingekomen stukken. Op grond van artikel 55, lid 1 van het reglement van orde, zijn de volgende verzoeken ontvangen voor wijziging van afhandeling. Van het lid Van Soest: ingekomen stuk nummer 28, in handen van het college ter afhandeling en een afschriftantwoord naar commissie FED. Ingekomen stuk nummer 30, in handen van het college ter afhandeling en een afschriftantwoord naar commissie AZ. Afschriftantwoord ingekomen stuk nummer 46 naar commissie RO. Afschriftantwoord ingekomen stuk nummer 53 naar commissie AZ. Kan ik er hiermee van uitgaan dat u zich verder kunt vinden in de afhandelingsvoorstellen? Dat is het geval. e.

Afscheid Dehlia Timman De voorzitter: Dan gaan wij nu afscheid nemen van één van onze raadsleden. Mevrouw Timman, hier aanwezig. Ik mag eerst iets tegen u zeggen, geloof ik. Daarna mag u hier staan en dan kunt u ook nog iets zeggen. Mevrouw Timman, soms is een vertrek uit de gemeenteraad in het belang van onze stad. U bent voorgedragen als bestuurder bij stadsdeel Centrum na het vertrek van Mascha Ten Bruggencate. Toevallig of niet, in uw maidenspeech in april 2015 sprak u over het belang van de gebiedsagenda’s van de verschillende bestuurscommissies in de stad. In uw nieuwe functie gaat u deze samen met bewoners en ondernemers in de praktijk brengen. In de raad heeft u een solide reputatie opgebouwd. Zelf heeft u eens gezegd dat vaak over u wordt gezegd te genuanceerd te zijn. Nou weet ik niet of dat überhaupt een handicap kan zijn, maar juist deze karaktereigenschap is in uw nieuwe functie van bestuurder heel waardevol. Om tot besluitvorming te kunnen komen in ons ingewikkelde stadshart is het telkens laveren tussen de belangen van bewoners, bezoekers en ondernemers. Uw economische achtergrond komt hierbij goed van pas en uw instelling zal u daarbij zeker helpen. U vertrekt en u blijft. Dank voor al het goede werk van de afgelopen jaren, tabee en welkom. Gaat uw gang, mevrouw Timman. Mevrouw Timman: Ja. Ik mag één keer zonder pas.

De voorzitter: Nou moet de camera nog even bijgesteld worden. Mevrouw Timman: Iets omhoog, graag. De voorzitter: Ja. Het was waarschijnlijk meer op mijn lengte afgesteld. Mevrouw Timman: Dit gaat iets minder soepel dan ik had bedacht, maar … Ik ga toch maar beginnen, want jullie kunnen mij gewoon zien, toch? Daar hebben we het beeld niet voor nodig. De voorzitter: De camera is nog steeds bezig het plafond te onderzoeken. Ik zou … Mevrouw Timman: Ja. Dank ook aan de gemeenteraadsleden, mijn collega’s, het college, de griffie en ondersteunende bodes, de ambtenaren die misschien aanwezig zijn en de journalisten. Dank dat ik nog op een fatsoenlijk tijdstip afscheid kan nemen van jullie. De burgemeester zei het al: het is een afscheid, maar zo voelt het niet helemaal. Want mijn nieuwe werkplek zit letterlijk in hetzelfde gebouw om de hoek en mijn kamer kijkt uit op het terras van de koffiekamer, dus ik kan jullie zien roken, babbelen, wat je maar wilt. Maar het is

wel het afscheid van het politieke ambt van volksvertegenwoordiger en lid van de gemeenteraad van de hoofdstad van dit land. Daar wil ik wel graag nog iets over zeggen, omdat ik dat bijna acht jaar, twee termijnen, met heel veel liefde, toewijding, maar ook wel af en toe met tranen heb gedaan. Politiek is moeilijk, of tenminste: ik vind het moeilijk. Hoe komt dat nou? Nou, een aantal dingen die jullie misschien zullen herkennen, of niet. Complimentjes, en dan moet ik eigenlijk zeggen; gemeende complimentjes zijn schaars in de politiek. Kritiek daarentegen, overal en overal vertegenwoordigd. Daarnaast heb je nog een skillset voor het debatteren, schrijven, agenderen, profileren, noem het maar op, die je je eigen moet maken. Maar bovenal – en dit is echt mijn blik erop – dient politiek een dienend beroep te zijn. Dan bedoel ik niet dienend aan het eigen ego, wat je soms zou kunnen denken als je op een woensdagmiddag toevallig binnenkomt. Bij die observatie spaar ik mezelf niet, want niks menselijks is mij vreemd. Ook ik heb daar bij tijde wel last van. Maar dus niet aan het ego, maar wel aan de maatschappij. Wat is dan die maatschappij? Daar gaat het politieke debat over, daar hebben wij het hier over, daar strijden wij hier over. Want een maatschappij, een samenleving is niet een statisch gegeven waar een absolute waarheid van toepassing is.

Het is een dynamisch, sociaal construct wat veranderd met de tijd, wat verandert onder invloed van grote dingen, zoals technologische verandering, internet, sociale media. Maar ook dingen buiten ons land: oorlogen elders in de wereld waardoor veel mensen onze kant op vluchten en onderdak zoeken, een klimaatcrisis die aan de hand is, die we het hoofd moeten bieden, die zorgt voor natuurrampen. Al die grote dingen hebben invloed op dat maatschappijbeeld en ook de persoon die hier staat, de persoon die het politieke ambt uitoefent. Ook die persoon kleurt dat beeld met zijn politieke kleur. En dat is goed, hè? Dat is goed dat we hier strijden over wat het juiste maatschappijbeeld is, welk beeld dienen wij? Want dat zorgt ervoor dat wij toetsen en verscherpen, dat we dat beeld scherp krijgen, omdat het van nature diffuus is. Dat is wat het politieke debat dient te doen. Dan heb ik nog één wens, voordat ik hier straks de deur uitloop en jullie verder laat gaan met de vergadering. Wees scherp op de inhoud. Voer dat debat, maar wees zacht op de persoon. Immers, politiek is al moeilijk genoeg. Dat gezegd hebbende wens ik jullie een fijne campagnetijd toe. Nogmaals, hou elkaar een beetje heel, en tot ziens. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Timman, lieve Dehlia, ook voor de behartenswaardige woorden en we zullen eraan denken. f.

Installatie kandidaat-raadsleden De voorzitter: Goed, dan gaan wij door met agendapunt 1F, installatie kandidaat-raadsleden. Ik geef het woord aan mevrouw Roosma, in verband met het onderzoek van de geloofsbrieven van de kandidaatraadsleden, de heer Miedema en de heer Vink. Gaat uw gang. Mevrouw Roosma: Dank, voorzitter. De commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven, ingezonden door de heer Arjen Jelle Miedema, de heer Bart Lennaert Vink, benoemd verklaard tot lid van de gemeenteraad op respectievelijk 1 september en 7 september heeft de eer de raad mede te delen dat zij de geloofsbrieven en de verdere bij de Kieswet gevorderde stukken heeft onderzocht en dat zij deze in orde heeft bevonden, terwijl haar niet is gebleken van het bestaan van uitsluitingsgronden of van een onverenigbaarheid. De commissie adviseert de raad op grond hiervan tot de toelating van de heer Miedema en de heer Vink als lid van de gemeenteraad. De voorzitter: Dank u wel. Ik stel voor overeenkomstig het advies van de commissie te besluiten en in te stemmen met de toelating als raadslid van de gemeenteraad de heer Miedema en de heer Vink. Ik zou onze raadsgriffier willen vragen de kandidaat-raadsleden de raadzaal binnen te geleiden voor het afleggen van de belofte. Welkom heren, beiden in deze raadzaal. Ik verklaar dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden,

rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen. De heer Miedema: Dat verklaar en beloof ik. De heer Vink: Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: Dan wil ik u namens de gehele gemeenteraad feliciteren met uw installatie. Bloemen zullen bij u thuis, nog in verband met corona, bij u thuis worden bezorgd. Welkom. k.

Mondelinge vragenuur De voorzitter: Goed, wij gaan door met deze vergadering en dan gaan we over naar de mondelinge vragen. Zoals al aangekondigd beginnen we met de vragen aan wethouder De Vries, dan vragen aan wethouder Groot Wassink, dan aan Kukenheim en dan aan wethouder De Vries als laatste van Kreuger. Dan is er een voorzitterswissel en dan vinden de vragen aan mijn adres plaats. Dan als eerste vragen van het lid Miedema inzake de uitspraak van de rechter in Amsterdam dat Uber haar chauffeurs in loondienst moet nemen. Nou, dat is een razendsnelle start, mogen we wel zeggen. Aan u het woord. De heer Miedema: Dank, voorzitter. Het kan snel gaan. Zo bleek ook afgelopen maandag. Maandag heeft de rechter geoordeeld dat Uber haar chauffeurs in dienst moet nemen en zich aan de cao Taxi moet houden. Dat is heel erg goed nieuws – er is sprake van arbeid, van loon en van gezag – in de eerste plaats voor de chauffeurs zelf. De afgelopen tijd hebben ik en vele andere raadsleden gesprekken gevoerd met de FNV en met Uberchauffeurs. Dat waren gesprekken die indruk hebben gemaakt. Ten eerste is het dan ook een felicitatie waard voor FNV, die met deze uitspraak een belangrijke stap zette richting goed werk en eerlijk loon voor alle taxichauffeurs. Van het college wil de PvdA het volgende weten.

Hoe duidt het college deze uitspraak van de rechter, maar ook het feit dat Uber tegen deze uitspraak in beroep is gegaan? Ten tweede, welke implicaties heeft dit voor het Social Charter, maar belangrijker nog, voor de vervolgafspraken die we recent met Uber hebben gemaakt? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan wethouder De Vries. De heer De Vries: Dank u wel, voorzitter. Allereerst inderdaad een mooi eerste optreden van de heer Miedema, dus gefeliciteerd daarmee, ook namens het college. Dit gaat wel inderdaad over een onderwerp waar wij als college ook al jaren mee bezig zijn, overigens ook op verzoek van u als raad, namelijk: hoe verandert de organisatie zich in de taxiwereld? We hebben natuurlijk door de opkomst van de platformeconomie echt grote veranderingen gezien in de taxiwereld en deze uitspraak markeert daar ook weer een belangrijk moment in, naar het oordeel van het college. Want namelijk, de rechtbank geeft klip en klaar aan dat in zijn oordeel sprake is van een werknemer-werkgever-relatie tussen het platformbedrijf Uber en de taxichauffeurs die met de Uber-app rijden. Wij zijn natuurlijk geen professoren in het recht in het college, dus we hebben niet een juridische analyse scherp nu over de uitspraak.

Maar als je de elementen van de uitspraak bekijkt, dan valt wel op dat er vergelijking zit in eerdere uitspraken die in bijvoorbeeld Engeland en andere landen gedaan zijn over de relatie tussen Uber en de taxichauffeurs. Dus er zit wel degelijk een verband in. Het zou dus best wel eens kunnen zijn dat deze uitspraak ook in beroep standhoudt, namelijk dat

Uber eigenlijk gewoon een bedrijf is waarbij de taxichauffeurs in dienst zijn. Wat betekent dat? Dat betekent in de Nederlandse context dat een cao-wet moet worden nageleefd, het betekent dat de werkgever zich als werkgever moet opstellen en de werknemer als werknemer. Dat verandert heel veel in de taxiwereld, waar natuurlijk gewoon mensen zelfstandig ondernemer waren die taxi reden en waar ze gebruik maakten, bijvoorbeeld in de oude situatie van TCA, van de diensten van TCA, maar niet een werknemersrol hadden naar TCA. TCA vulde dat ook niet in als werkgever. Bij Uber moet dat dus nu wel, gelet op de manier waarop Uber werkt. Dus dat gaat veel veranderen. Betekent dat ook iets voor het Social Charter wat wij met Uber hebben gesloten? Naar het oordeel van het college betekent dat wel wat minder voor het Social Charter misschien, maar één ding is wel van belang. Namelijk de afspraken die wij met Uber hebben gemaakt gingen vooral over: hoe gedragen taxichauffeurs en dus Uber zich in de stad? Is het veilig, hoe wordt er gereden? Daar hebben we afspraken over gemaakt, die afspraken zijn goed nagekomen ook door Uber, dat heeft u gezien in de evaluatie van het Social Charter.

Eén afspraak is nog niet nagekomen, daarom hebben wij ook altijd gezegd dat het Social Charter nog niet geheel is afgerond, namelijk de afspraak inzichtelijk te maken of er nou voldoende verdiensten zijn van de taxichauffeurs voor het werk wat ze doen. Daar is nog onderzoek lopende vanuit het ROA, een onderdeel van de universiteit van Maastricht. Wij zijn natuurlijk nog meer dan anders na deze uitspraak in blijde verwachting van de resultaten van het onderzoek, want die gaan ook veel belangrijker worden, omdat het inzichtelijk biedt of er inderdaad voldoende geld op de plank komt voor de chauffeurs die voor Uber rijden en of dat dan voldoet aan de cao-normen die we met elkaar in dit land hebben gesteld. Dat wordt een zeer interessant onderzoek, daar zullen ook veel mensen zich over gaan beraden. Ben ik bereid om met Uber in gesprek te gaan? Uiteraard, wij zijn sowieso al met Uber in gesprek over de uitvoering van het Social Charter. Maar ik weet zeker dat dit een belangrijk gespreksonderwerp met hun gaat worden, waarbij ik altijd heb gezegd, dat heb ik ook in de commissie gedeeld … Sorry. Ja, helder. De voorzitter: Ik wou dat dat bij iedereen zo goed werkte. Gaat uw gang voor een vervolgvraag. De heer Miedema: Dank u, voorzitter. De wethouder zei er al wat over. Het is denk ik goed dat we onderkennen dat dit een belangrijke uitspraak is.

Ik ben ook blij dat het college dat doet. Het lijkt me heel goed om hierover wel met Uber in gesprek te gaan, ook op korte termijn, en de raad hierover te informeren. Dus ik zou graag willen dat de wethouder dat ook toezegt, om ons niet alleen over het onderzoek dat loopt te informeren, maar ook over de gesprekken die nu met Uber hierover, over deze uitspraak, zullen moeten worden gevoerd. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder. De heer De Vries: Ik heb eerder met Uber gesproken en ik ga dat weer doen. Ik heb twee dingen tegen ze gezegd. Jullie vormen in die zin een mooie innovatie in de taxiwereld, omdat dingen gaan veiliger, ook voor de klant en ook voor de chauffeur. Maar het model van Uber is op gebaseerd zoveel mogelijk ritten te realiseren tegen een zo laag mogelijke prijs. Dat heeft een groot effect op de mobiliteit in onze stad, het heeft een aanzuigende werking dat weer meer mensen van automobiliteit gaan gebruikmaken in plaats van de fiets bijvoorbeeld. Dus er zitten ook wel degelijk andere kanten aan dat Uber. De derde, dat heb ik ook toen al, maar dat ga ik ook zeker op basis van deze uitspraak met u doen, ik ben ook voor dat er gewoon een economisch rechtvaardige taxiwereld is, waarbij mensen een normale boterham kunnen verdienen met een taxibedrijf. In zoverre kan Uber daar een positieve en een negatieve rol in spelen.

Precies dit is wat deze uitspraak zegt en waarom het gesprek met Uber inderdaad zeer zinvol is. De voorzitter: Dank u wel. Een vervolgvraag.

De heer Vroege: Dank u wel, voorzitter. Een verrassende uitspraak van de rechter, we vonden ook de vele chauffeurs die, zoals de PvdA-wethouder vorige week nog zei, helemaal niet willen in loondienst treden van een organisatie, maar juist bewust hebben gekozen om zelfstandig ondernemer te zijn, juist omdat ze dan ook flexibel kunnen werken. Namelijk switchen op de dag tussen platform, taxicentrale en eigen klanten. Dat is juist één van de krachten van onze taximarkt, dat het aanbod de vraag kan volgen. Mijn vraag aan wethouder De Vries: wat gaat hij doen om te zorgen dat die flexibiliteit die chauffeurs nu hebben – om de vraag te volgen door verschillende aanbieders achter elkaar te kunnen dienen – te waarborgen, zodat die flexibiliteit van chauffeurs, maar ook van de klanten, gewaarborgd blijft op de Amsterdamse taximarkt? De voorzitter: Dank u wel. De heer De Vries: Dank u wel, voorzitter. Zoals de heer Vroege van D66 zegt: de taxiwereld zat zo in elkaar. Je bent zelfstandig en je rijdt voor jezelf, je rijdt eventueel met een taxicentrale. Maar Uber heeft natuurlijk – en de platformeconomie, niet alleen Uber, maar ook bedrijven die hetzelfde doen als Uber – die hebben natuurlijk de taxiwereld veranderd. Daar heeft de rechter nu de uitspraak over gedaan, zodanig dat er een werkgever-werknemer-relatie is ontstaan in de ogen van deze rechtbank.

We zullen zien of dat in hoger beroep standhoudt, maar dat is de situatie van nu. Ik begrijp dat ook wel. Dus u kunt zeggen: wat doe ik eraan? Nou, door te doen wat de heer Miedema vraagt, namelijk een gesprek met Uber aan te gaan. Want ik kan daar niet zoveel aan doen, het ligt ook bij Uber en de chauffeurs. Als zij vinden dat ze eigenlijk liever een centrale die oproepen doet en een zelfstandige ondernemer-model willen, dan zal er in het Ubersysteem naar het oordeel van deze rechter echt iets moeten veranderen, waardoor er geen onevenredige gezagsverhouding is tussen Uber als bedrijf en de taxichauffeurs. Want dat is de kern van de reden waarom er nu door de rechtbank is gezegd: ja, het is eigenlijk gewoon een bedrijf met werknemers en u dient zich daarnaar te gedragen met zijn allen. De voorzitter: Dank u wel. Een vervolgvraag door de heer Bakker. De heer Bakker: Dank u wel, voorzitter. Ten eerste ook hartelijk dank aan de heer Miedema met deze eerste vraag van de Partij van de Arbeid. Erg goede vragen. In het vervolg daarop krijg ik vele reacties van taxichauffeurs die vragen wat de impact van deze uitspraak is, gezien het feit dat nu direct er enorme problemen op het gebied van broodwinning voor inderdaad zelfstandige ondernemers in deze stad heerst.

De vraag is dan ook: als we dus een Social Charter hebben gehad al die tijd, waarin dus eigenlijk Uber in overtreding was, hoe gaat de wethouder nu deze uitspraak in de praktijk brengen door hem te handhaven? Dus hoe gaan we kijken als Uberchauffeurs dus in dienst genomen moeten worden, hoe dat dat ook daadwerkelijk gebeurt? Want het is nu op dit moment speelt dat in de stad, dat we te maken hebben met chauffeurs die echt letterlijk hun broodwinning zien verminderen door de wijze waarop Uber zich gedraagt in deze stad. En hoe gaat dat zich verhouden tot Social Charter? De voorzitter: Dank u wel. De wethouder. De heer De Vries: Dank u wel, voorzitter. Kijk, nogmaals, misschien ter aanvulling op wat de heer Miedema zei, het zat ook deels in de vraag: ik ga natuurlijk ook met het FNV en met de taxichauffeurs hierover in gesprek en niet alleen met Uber. Want het gaat mij steeds om die beide kanten van de taximarkt. Ik wil ook expliciet met de taxichauffeurs en hun vertegenwoordigers het gesprek aangaan over hoe het functioneert. In de gesprekken die ik dit voorjaar heb gehad is mij wel gebleken dat het heel slecht gaat met de taxiwereld. Dat zal u niet verbazen, de coronapandemie is juist voor deze sector heel heftig. Dus bovenop al het andere wat we al hebben rondom deze Uberkwestie is dat het feit en is dat de realiteit van veel taxichauffeurs. Ik vind dat

we het daar ook als gemeente over moeten hebben, in ieder geval ik doe mijn best daarvoor. Dat gezegd zijnde, één van de centrale punten in het Social Charter was nu juist: wat is nu het inkomen van een taxichauffeur, de verdiensten die hij kan halen uit deze markt en hoe werkt Uber daarop? Daarom hadden we dat onafhankelijke onderzoek van de Universiteit van Maastricht ingesteld, waarop de resultaten nog niet volledig rond zijn. Dus het is juist een centraal onderdeel van het Social Charter, om het daar wel met elkaar over te hebben. Daar komt nu nog dus de factor bij dat ook gesproken is over de werkgever-werknemerrelatie, de cao-verbanden en de cao-loonvoorwaarden die daar ook bij horen, als factor die daar een rol bij gaat spelen in het gesprek. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw IJmker tot slot. Mevrouw IJmker: Het is goed om te horen dat het college nog herhaalt dat wij ons inzetten voor een economisch rechtvaardige taximarkt en GroenLinks ziet ook deze uitspraak wel als een stap in de goede richting. Maar we kennen natuurlijk meer van dit soort platforms in de stad met vergelijkbare verdienmodellen, ook buiten de taxibranche.

Dus ben ik benieuwd hoe het college kijkt naar de gevolgen van deze uitspraak voor deze platforms, maar ook voor het vraagstuk van wie wanneer zelfstandige is en wat het betekent voor de toekomst, voor de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid, ook voor ZZP’ers. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder. Ah, ik begrijp dat wethouder Groot Wassink hier een antwoord op geeft. Gaat uw gang. De heer Groot Wassink: Dank u wel, voorzitter. Dit is wel een vrij algemeen geformuleerde vraag, wat dit betekent voor de toekomst van de sociale zekerheid bijvoorbeeld. Nee, maar ik denk dat deze uitspraak heel belangrijk is en misschien ook wel doorslaggevend gaat zijn voor de omstandigheden bij andere platforms. Ik denk dat dat nog wel een discussie is die lang zal lopen, die ook bijvoorbeeld gaat langs de lijnen van het rapport van de commissie Borstlap, waarvan ik zeer hoop dat een toekomstig kabinet – als er een kabinet komt – stappen in gaat zetten. Kijk, voor ons is denk ik actueler dat zelfstandigheid, schijnzelfstandigheid, hoe dat nu verder gaat. Zoals wethouder De Vries ook aangaf: een grote groep taxichauffeurs maakt onder andere gebruik van de Tozo. Die regeling houdt natuurlijk op per 1 oktober, gaat over naar de Bbz. Daar gaan wij nog wel naar kijken, of daar ook mogelijkheden zijn om eventueel nog ondersteuning in te bieden. Maar dat heeft nog wel haken en ogen.

Maar in algemene zin zou ik zeggen dat deze uitspraak een bijdrage zou kunnen leveren aan het terugdringen van de doorgeslagen flexibilisering van de arbeidsmarkt en dat lijkt me goed nieuws. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van deze mondelinge vragen en dan gaan we door met de vragen aan wethouder Groot Wassink van het lid Roosma inzake de opvang van Afghaanse vluchtelingen. Mevrouw Roosma, u heeft het woord. Mevrouw Roosma: Dank, voorzitter. Wij waren natuurlijk een aantal weken geleden getuige van een heftige en chaotische en schandalig late evacuatie van Afghanen uit Nederland of Afghaanse Nederlanders uit Nederland, die vervolging van de Taliban in hun land vrezen. Deze Afghanen zijn naar Nederland gekomen, een aantal van hen hebben een status en zijn inmiddels thuis, maar een groot aantal van hen verblijft nog in opvanglocaties in het land. Dit zijn grote opvanglocaties, ook afgelegen of niet altijd even geschikt voor langdurige opvang. Dat betekent dat we eigenlijk nog op zoek zijn naar nieuwe plekken om Afghanen op te vangen. We hopen natuurlijk ook dat het kabinet spoedig, als dat kan, de evacuaties weer opnieuw zal gaan hervatten. Het kabinet heeft ook een oproep gedaan aan gemeentes in Nederland om ervoor te zorgen dat, om te vragen of er ook meer opvanglocaties ter beschikking kunnen worden gesteld. Ook als het gaat over

tijdelijke huisvesting van vergunninghouders heeft het kabinet een oproep gedaan, eind augustus. Ik vind dat wij als Amsterdam, als hoofdstad het goede voorbeeld moeten geven en dat we solidariteit moeten tonen met de Afghanen en dat als we iets kunnen betekenen, dat we dat ook moeten doen. Burgemeester Halsema heeft daar ook mooie woorden al over gesproken toen in eerste instantie een tijdelijke locatie van het Marineterrein is ingericht, maar helaas is die weer, of nou ja, onder omstandigheden is die weer gesloten, die mensen zijn naar elders verplaatst. Eigenlijk wil ik graag van het college weten: wat kunnen we doen om toch in Amsterdam ook ons steentje hieraan bij te dragen en een opvanglocatie te openen? Verricht het college al activiteiten op dit gebied? Wordt er ook nog geanticipeerd op eventuele groei in de toekomst van dat er meer mensen nog komen? En zien we nog mogelijkheden om mensen tijdelijk te kunnen huisvesten? Vergunninghouders heb ik het dan over. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan wethouder Groot Wassink. De heer Groot Wassink: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik denk dat iedereen de emoties die mevrouw Roosma uitspreekt ten aanzien van de situatie in Afghanistan, dat iedereen die deelt. Wij hebben inderdaad directe bereidheid getoond om mensen op te vangen. Dat was op een defensieterrein, het Marineterrein.

Ik moet zeggen dat ik het zelf best jammer vond dat dat van dergelijke korte duur was. Wij zijn inderdaad in contact met het kabinet, in contact met de ministeries om te kijken of er tijdelijke huisvesting al dan niet ofwel van groepen Afghanen ofwel in andere concepten. Want opvang hangt natuurlijk ook weer samen met de huisvesting van vergunninghouders, of daar doorbraken in mogelijk zijn. Concreet zijn we dus aan zoeken naar opvanglocaties en we kijken ook naar nieuwe concepten voor huisvesting van statushouders. Ik hoop dat op korte termijn daar het contact met de ministeries ook over is afgerond. Als dat positief is zullen we u daar natuurlijk zo snel mogelijk over berichten. De voorzitter: Mevrouw Roosma, een vervolgvraag. Mevrouw Roosma: Ja, voorzitter, misschien dan iets over die termijn. Kan de wethouder misschien iets zeggen hoe snel dat kan? De heer Groot Wassink: Nou, dat is heel moeilijk … De voorzitter: De wethouder. De heer Groot Wassink: Excuus, voorzitter. Nou, dat is moeilijk. Wij hebben een eerste ambtelijke inventarisatie van mogelijke opvangplekken afgerond. Daarover zijn we nu in gesprek, maar dat is wel ook weer een ragfijn spel met COA, ministerie en anderen. Dus hoe snel dat tot echt een zaak leidt, dat kan ik gewoon niet zeggen, dat is van te veel factoren afhankelijk.

Maar wij hebben in ieder geval goed in kaart waar we eventueel noodvoorzieningen zouden kunnen treffen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Veldhuyzen voor een vervolgvraag. De heer Veldhuyzen: Dank, voorzitter. BIJ1 is heel erg blij met de inzet van het college om zoveel mogelijk te kunnen doen als dat wat we kunnen voor Afghaanse vluchtelingen. Ik zou hier graag alleen nog de suggestie willen meenemen dat er 120.000 vierkante meter leeg komt te staan op de Zuidas, dus dat is wellicht ook nog een mooie plek om deze statushouders te huisvesten. Dat was hem. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder.

De heer Groot Wassink: Voorzitter, ik geloof niet dat wij … Dat is, naar ik denk dat de heer Veldhuyzen het heeft over Rijksvastgoed. Daar gaan wij niet over. De heer …: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Dan de heer Van Schijndel. De heer Groot Wassink: Wij nemen elke optie mee, mijnheer Veldhuyzen. De heer Van Schijndel: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de heer Groot Wassink praten over nieuwe concepten van huisvesting waarover wordt nagedacht. Kan hij daar wat meer over zeggen? En in hoeverre wordt nu ontzien de voorraad sociale woningen waar heel veel Amsterdammers op zitten te wachten? De voorzitter: De wethouder. De heer Groot Wassink: Voorzitter, statushouders die toegewezen zijn hebben net zo goed recht op een sociale huurwoning als andere mensen die hier legaal verblijven als Nederlanders. Dus ik snap dit niet. Volgens mij is het gewoon zo dat we dat ook met elkaar hebben afgesproken. Maar andere voorzieningen of tijdelijke voorzieningen zijn bijvoorbeeld dat je na kunt denken om mensen te huisvesten in hotels of dergelijke. Het gaat natuurlijk toch over mensen die nog in procedure zitten.

Daar zou je azc-capaciteit voor in kunnen zetten, maar gezien de druk op de COA-locaties zou het best kunnen – in ieder geval, dat is ook de oproep vanuit het kabinet – om daar creatief in te zijn en te kijken of je al dan niet in tijdelijkheid andere voorzieningen kunt treffen die dus misschien, Stayokay’s en dat soort zaken. In het hele land is dat nu in onderzoek. De voorzitter: Dank u wel. Verder geen vervolgvragen. Dan – mijnheer Van Schijndel, u kunt blijven staan – gaan we over naar de vragen aan wethouder Kukenheim, van het lid Van Schijndel inzake de wenselijkheid voorrang te geven aan minder ingrijpende maatregelen dan de invoering van een verplichte coronapas. De heer Van Schijndel: Ja, dank u wel, voorzitter. Het is duidelijk: Forum vindt die coronapas een absoluut onding. Het stuit op groot maatschappelijk verzet. Ten onrechte wordt dus een belangrijk onderscheid gemaakt tussen gevaccineerden en ongevaccineerden. Het wordt ongevaccineerden erg lastig gemaakt om deel te nemen aan het sociale leven in de horeca en in de cultuur. Daarom menen wij dat er kan worden gekeken naar andere, minder verregaande maatregelen om de volksgezondheid te beschermen terwijl ze de vrijheid van burgers niet aantasten. Dan hebben we het dus over opnieuw het alsnog opschalen van de coronazorg en het werken aan adequate luchtverversing in de horeca en op de kantoren.

Dat zijn hele belangrijke maatregelen, daar gebeurt niks mee. Krachtens artikel 2 Wet publieke gezondheid is de gemeente bevoegd, maar in deze situatie ook verplicht die onderwerpen te onderzoeken. De speciale epidemiologische situatie van Amsterdam – veel horeca, veel kantoren, lage vaccinatiegraad – dwingt daar ook toe. Nu zelfs het Rijk het grote belang van luchtverversing eindelijk publiekelijk heeft erkend – dat was midden augustus, op de persconferentie van de minister-president en De Jonge – is de vraag welke stappen het college wil zetten om hier in de stad zowel de opschaling van die coronazorg als adequate luchtverversing te bevorderen. Een algemene vraag. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de wethouder. Mevrouw Kukenheim: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, nog een keer uiteenzetten om te beginnen hoe de bevoegdheden verdeeld zijn. We hebben te maken met een A-ziekte, dat is een lange lijst. A-ziektes staan

onder landelijke aansturing, dus dat betekent dat het beleid landelijk wordt gemaakt. Het geeft eigenlijk alleen maar de mogelijkheid om eventueel strengere regionale maatregelen te bedenken als de epidemiologische situatie daarom vraagt. Maar het geeft zeker geen ruimte tot soepelere maatregelen. Dat ten aanzien van uw eerste deel van de vragen. Dan vraagt u eigenlijk naar de bevoegdheden ten aanzien van ventilatie van de gemeente Amsterdam. Wij zien toe op de handhaving van het bouwbesluit en de eisen over ventilatie maken daar deel van uit en zorgt ervoor dat de ventilatie in alle gebouwen op niveau is. De ventilatie-eisen bestonden overigens ook al voor de pandemie. Eigenaars van gebouwen kunnen dus zelf besluiten om meer te ventileren, maar het effect daarvan, de overdracht, daarvoor verwijs ik u naar de discussie met het RIVM. Voor scholen – dat hebben we ook eerder met u gewisseld, we hebben dat volgens mij ook schriftelijk nog een keer gedaan – hebben we al voor de pandemie heeft de gemeente en ook de GGD heel veel aandacht. Dus de meeste schoolgebouwen in deze stad zijn al aangepakt, de verbetering van de ventilatie door de faciliteiten te verbeteren, ook de bewustwording, het feit dat mensen kunnen kijken hoe het in de lokalen bijvoorbeeld, hoe het ermee staat. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Een vervolgvraag van de heer Van Schijndel.

De heer Van Schijndel: Dus de wethouder kwalificeert mijn verzoek om te kijken naar die ventilatie en ook de opschaling van de zorg als andere maatregelen of lichtere maatregelen dan de maatregelen die nu landelijk worden genomen. Maar het zijn dus niet strengere maatregelen, dat is waar, het zijn gewoon andere. Dus daarnaast staan de maatregelen die, naar ik betoog, nodig zijn juist in de stad Amsterdam en waar het college dus wel degelijk bevoegd is en in staat is op grond van haar gemeentelijke bevoegdheden en de bevoegdheden uit de Wet publieke gezondheid, om die CO2metertjes – zoals ze in België al een half jaar hebben – ook in de horeca verplicht te stellen, of in de kantoren. Of daar tenminste het gesprek over aan te gaan met de werkgevers van de kantoren. Dus dat kunt u gewoon doen … De voorzitter: Mijnheer Van Schijndel, u bent door de minuut heen die er staat voor uw tweede vraag. Dus u kunt er nog een vraagteken aan vast plakken. Mooi zo. De wethouder. Mevrouw Kukenheim: Dank u wel, voorzitter. Ik maakte een onderscheid tussen: waar wordt het beleid gemaakt? Ik heb u uitgelegd dat in het verband met een A-ziekte het beleid landelijk wordt gemaakt.

Dan vraagt u mij: wat kunnen we lokaal nog ten aanzien van die ventilatie? Toen heb ik u aangegeven: als het gaat om bijvoorbeeld eigen gebouwen, ik heb het voorbeeld genoemd van de schoolgebouwen, omdat daar juist kinderen zijn. Dat vinden we natuurlijk kwetsbare mensen, dus hebben we al voor de pandemie daar echt een enorme operatie op gehad. Dat is heel indrukwekkend geweest en ik moet nog zien welke andere stad dat op die manier heeft aangepakt. Hebben we dus ook mee geboft tijdens de pandemie, zeker voor die mensen die dat heel belangrijk vinden. Voor wat betreft de panden die niet van onszelf zijn, dan kijk je toch wat die eigenaren daarop kunnen doen. Toen heb ik u daarbij geschetst in welk kader de gemeente dan bevoegdheden heeft en dat vloeit voort eigenlijk uit het bouwbesluit waar wij toezien op de handhaving. De voorzitter: Dank u wel. Er zijn geen vervolgvragen van anderen. Mijnheer Van Schijndel. Dan komt dit … Mijnheer Van Schijndel, het is afgelopen. Nee, nee, nee. Helaas. Ja, ik zie al dat u klaarstaat voor een derde vraag, maar die is er helaas niet. Dan hebben wij hierna vragen van het lid Kreuger aan wethouder De Vries over de zorg over de totstandkoming en uitvoering van de Nota Varen. Het woord is aan de heer Kreuger. De heer Kreuger: Dank u wel, voorzitter.

Het Amsterdamse vaarbeleid, we hebben er de afgelopen jaren veel over gesproken, ook veel besluiten over genomen. Dat begon met de Nota Varen deel één, daar werd onder andere geregeld hoeveel exploitatievergunningen er zouden komen. Dat zijn er dus 550 geworden. Daarna

kwamen de terugverdientijden en daarna de Nota Varen deel twee. Daarin werden onder andere de ligplaatsen geregeld. Het schetst dan ook onze verbazing dat er op 11 september een bericht op LinkedIn kwam te staan vanuit het Programma Varen en daarin werd gevraagd of mensen een suggestie hadden om op een eerlijke en transparante manier 400 ligplaatsen te verdelen onder 550 vergunninghouders. Mijn eerste reactie was sowieso dat het niet een hele handige post was. Hij is ook later weer verwijderd. Brengt mij wel bij de volgende vragen en dat is of de wethouder het met mij eens is dat er toch wel echt heel veel onhandige dingen gebeuren bij dit vaarbeleid. Waarom wordt deze vraag nu nog gesteld? Want we hebben de Nota Varen deel twee natuurlijk al, hebben we al een besluit over genomen, dus waarom ligt deze vraag überhaupt nog voor? De vraag stellen is natuurlijk hem ook beantwoorden: hoe zou de wethouder dit nu op dit moment oplossen? En voorziet, dan moet ik even terug naar de ligplaatsen, want die 400 die werden genoemd, die herken ik niet vanuit de Nota Varen deel twee, dan staan er 478. Dus wat is nou het aantal? En hoe ziet het college de impact van de toewijzing van te weinig ligplaatsen als het gaat om de terugverdientijd en het aantal exploitatievergunningen? Want dat heeft natuurlijk impact op elkaar.

Dan in de laatste plaats: is er door dit college al onderling gesproken over het indrukken van de noodknop? Er zitten gewoon heel veel Amsterdamse ondernemers in diepe onzekerheid. Heel veel van hen hebben geeneens meer een nagel om hun eigen kont te krabben, dus wellicht dat het tijd wordt om die knop toch een keer in te drukken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan de wethouder. De heer De Vries: Dank u wel, voorzitter. Ik ben het met de heer Kreuger eens dat het wel goedbedoeld wellicht was, maar niet een hele handige methodiek om dit nu op LinkedIn op deze manier te posten. Daar is overigens het programma, voordat überhaupt ik daar wetenschap van had, zelf al tot die conclusie gekomen door het bericht weer in te trekken. Wat ik voor me zie is dat de raad de Nota Varen heeft vastgesteld. Zoals u zegt: we zijn nu volop bezig in de uitwerking ervan. Er gaan veel dingen goed, er gaan ook dingen mis, dat hebben we ook af en toe in de commissie besproken. Dat is natuurlijk de aard der zaken en ook uw controlerende rol die u op een goede manier invult, dat natuurlijk vaak ook de nadruk komt te liggen op de dingen die niet lekker lopen, want daar gaan we het dan met elkaar over hebben om te proberen ze beter te maken. Maar er gaan ook een hoop dingen op dit moment goed.

Als het gaat om het hele beleid heb ik u een evaluatie toegezegd, die gaan we ook in de commissie en zo nodig in de raad behandelen, die komt over een paar weken ook naar u toe. Ik zet daar op dit moment de laatste puntjes op de i. We hebben daar natuurlijk uiteraard de reders ook uiterst bij betrokken: wat vonden zij nou van hoe deze loting op dit moment is gegaan? De reders hebben twee initiatieven genomen die ik meeneem en die ook aansluiten bij uw vraag over de noodknop. Het eerste initiatief wat ze genomen hebben is of er toch niet op een andere manier omgegaan kan worden met de verschillende onderdelen van de rondvaartsector. Dat is een voorstel dat is ingediend, daar gaan wij op reageren. We hebben op dit moment contact met de indieners wat zij vinden van onze conceptreactie. Maar dat gaat mee met de evaluatie, zodat alles in één pakket kan worden. Want het tweede initiatief wat de reders hebben genomen gaat op het verzoek of de invoering van het systeem wat we nu op 2024 hebben gezet met een jaar of langer vertraagd kan worden, zodat de overgang vanuit de coronasituatie gemakkelijker kan worden gemaakt. Op dat voorstel gaan wij uiteraard ook reageren en dat nemen we ook mee in die evaluatie.

In zoverre u met de noodknop bedoelt dat het hele systeem ter discussie kan worden gesteld, dat voorstel zullen wij, is ook niet op die manier vanuit de reders gevraagd, maar dat zullen wij niet op eigen initiatief als college nu indienen. Maar uiteraard, als u als raad een evaluatie krijgt, dan heeft u natuurlijk alle gelegenheid om daarover te praten en daar uw eigen debat over te voeren. Ik hoorde al een lichte kuch in mijn oor. De voorzitter: Ik dacht het subtiel te doen. Mijnheer Kreuger.

De heer Kreuger: Dank u wel en ook dank voor de antwoorden. Of u nog wat kan vertellen over de relatie tussen de terugverdientijden en het tekort aan ligplaatsen. Want dat doet natuurlijk wat met de terugverdientijd: op het moment dat iemand zijn boot moet verplaatsen naar een jachthaven waar een hoger tarief wordt gerekend, dan klopt de terugverdientijd niet meer en dus ook de termijn van de exploitatievergunning. De heer De Vries: Excuses … De voorzitter: Het woord is aan de wethouder. De heer De Vries: Nogmaals excuses voor het feit dat ik te vroeg begon. Daar was ik niet op ingegaan, dus excuses, mijnheer Kreuger. U heeft volkomen gelijk, als je in een, of u heeft gelijk dat wanneer je in een jachthaven ligt de kans groter is – maar niet helemaal zeker – dat je wellicht meer moet betalen voor het liggen dan wanneer je bij de gemeente een plek huurt. Dat is juist onderdeel van het ligplaatsbeleid voor na 2024 wat wij nog gaan vaststellen met elkaar. Dus daar wordt op dit moment hard aan gewerkt en u zal daar ongetwijfeld in ieder geval over worden geïnformeerd, zo niet ook dat ter bespreking krijgen in de commissie. Dat geeft u alle gelegenheid om op dat moment over het onderwerp met ons van gedachten te wisselen. De voorzitter: Dank u wel. Een vervolgvraag van mevrouw Van Soest. U mag weer bij het spreekgestoelte staan, maar u hoeft niet, hoor.

U mag van mij ook wel even blijven zitten. Gaat uw gang. Mevrouw Van Soest: Dank u wel, voorzitter. Mijn vervolgvraag is wanneer wij die evaluatie tegemoet kunnen zien. Heeft u al een datum? De voorzitter: Wethouder. De heer De Vries: De bedoeling volgens mij is van de commissie begin november. De voorzitter: Dank u wel. Er zijn geen andere vervolgvragen. Dan is hiermee ook dit setje vragen afgehandeld. Ik schors een enkel moment om even van voorzittershamer te wisselen. Schorsing De plaatsvervangend voorzitter: Ik heropen de vergadering. Aan de orde zijn de mondelinge vragen van mevrouw Nanninga aan de burgemeester inzake het dragen van Jodensterren bij de coronademonstratie in het weekend van 4 en 5 september. Mevrouw Nanninga, u heeft het woord. Mevrouw Nanninga: Dank u wel, voorzitter. Ja, we hebben het allemaal gezien, hè? Die coronademonstratie. Dat kan, dat mag natuurlijk, daar mag je iets van vinden, daar mag je voor of tegen demonstreren. Daar zijn uitingen bij gedaan die vrij misselijkmakend zijn geweest. Echt zonder enige ironie jezelf vergelijken, omdat je een pasje moet laten zien, met slachtoffers van de Holocaust.

Onze fractie heeft ook meteen deze vraag aangekondigd op die dag en gelukkig heeft de burgemeester daar ook op gereageerd in diverse media, ook afschuw uitgesproken en ook gezegd, want dat zou eigenlijk mijn vraag zijn geweest natuurlijk: kan daar niks aan gedaan worden? Het is niet strafbaar, heb ik begrepen. Nou ja, nou ben ik ook niet zo van het verbieden, ook lelijke dingen niet per se, maar dan heb ik een andere vraag: zou het wel mogelijk zijn om afspraken te maken met de organisatie van zulke demonstraties? Want er gebeuren wel vaker dat soort antisemitische dingen, ook bij anti-Israël-demo’s. Dat je met de organisatie afspraken kunt maken als je dus die aanvraag

doet voor zo’n demo, dat de organisatie mensen in die crowd die dat soort dingen doen echt actief aanspreekt en het actief ontmoedigt. En als dat niet gebeurt, of dat dan gevolgen kan hebben voor een eventuele volgende demonstratieaanvraag door dezelfde organisator. Of zou dat te veel ingrijpen in het demonstratierecht? Dat was eigenlijk mijn vraag, om te kijken of we dit soort dingen kunnen voorkomen. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mevrouw Nanninga. Dan geef ik het woord aan de burgemeester voor de beantwoording van deze vragen. Mevrouw Halsema: Dank u wel. We zijn het er inderdaad over eens dat wat wij hebben moeten zien op de Dam volstrekt stuitend, smakeloos was en ook getuigend van een pijnlijk gebrek aan historisch besef. Maar u heeft ook gelijk, het is smakeloos, maar het is niet strafbaar. De Jodenster is op zichzelf geen strafbaar symbool. Omdat er in de uiting geen negatieve conclusies over Joden worden getrokken of wordt aangezet tot discriminatie van Joden is er geen sprake van strafbaarheid. De sterren werden in dit geval gedragen als kritiek op het coronabeleid. Zodoende kan er binnen en buiten een demonstratie niet worden opgetreden tegen het dragen van de Jodensterren.

Wel – en daar heeft u terecht naar verwezen – heb ik een aantal malen de gelegenheid gegrepen om daar mijn oordeel over uit te spreken en ook indringend gevraagd aan de organisator van de demonstratie om het te veroordelen en er afstand van te nemen. Het zal ook onderwerp van gesprek zijn met de organisator bij een volgende demonstratie. De vraag meer precies die u stelt is of er voorwaarden kunnen worden verbonden aan de demonstratie. Ik zal dat opnieuw voor u nazoeken, maar het lijkt mij ingewikkeld. Dat zou het moeten worden opgenomen in de Wom-voorschriften en dat betekent dat er volgens mij een risico voor de openbare orde zou moeten zijn of sprake van mogelijke strafbaarheid. Als dat niet het geval is, dan lijkt het mij moeilijk om het op te nemen in de Wom-voorschriften, wat niet wegneemt dat de organisator zich wel moet realiseren dat het gevolgen heeft voor de wijze waarop wij als overheid op hem vertrouwen en op de organisatie vertrouwen bij de voorbereiding van demonstraties. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. Ik kijk of er behoefte is aan een vervolgvraag bij mevrouw Nanninga. Dat is niet het geval … Mevrouw Nanninga: Ik ben blij met dit antwoord en dat daar ook naar gekeken kan worden. Ik hoop dat daar toch iets meer aan gedaan kan worden dan tot nu toe het geval was. De plaatsvervangend voorzitter: Waarvan dan maar even akte.

Dank u wel, mevrouw Nanninga. Er is behoefte aan het stellen van een vervolgvraag zo te zien bij mevrouw Van Soest, of komt u al voor uw eigen andere vragen? Dat laatste, hè? Is er behoefte aan vervolgvragen op dit onderwerp? Dat is het geval. Maar graag via de microfoon. De heer Veldhuyzen was volgens mij als … Nou ja, de heer Ernsting is dan bij deze als eerste. U kunt gewoon daar in een rijtje op anderhalve meter afstand gaan staan. De heer Ernsting. De heer Ernsting: Dank u wel, voorzitter. Ook GroenLinks vond het afschuwelijk om te zien hoe inderdaad met het dragen van die sterren eigenlijk de Holocaust werd gebagatelliseerd, zo mogen we het wel zeggen. Mijn vervolgvraag is eigenlijk: volgens mij is bagatellisering of ontkenning van de Holocaust an sich niet strafbaar in het Nederlandse strafrecht, maar kan het wel vallen onder groepsbelediging in de artikelen in het strafrecht die daaromtrent zijn vastgesteld in onze wet. Ik vroeg me af of er aangifte is gedaan en of zulke uitingen ook aangiftewaardig zouden kunnen zijn. Dat was de vraag. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ernsting. De burgemeester voor de beantwoording.

Mevrouw Halsema: Voor zover ik weet, maar dat kan ik nog apart voor u uitzoeken, is er geen aangifte gedaan. Maar ik kan dat even – ook als er andere vragen zijn die ik nu niet kan beantwoorden – nog even de raad doen toekomen. Wat betreft groepsbelediging, zoals ik al opmerkte werden er geen negatieve conclusies over Joden getrokken en was er wat dat betreft ook niet sprake van het aanzetten tot discriminatie van Joden. Het was vooral echt een gruwelijke vorm van smakeloosheid, de vergelijking met de Holocaust. Maar of er dan sprake kan zijn van groepsbelediging, dat lijkt mij ingewikkeld in deze zaak. De plaatsvervangend voorzitter: De volgende vervolgvraag is van de heer Veldhuyzen. Mijnheer Veldhuyzen, gaat uw gang. De heer Veldhuyzen: Ja, dank. Het is echt … De plaatsvervangend voorzitter: U moet, mijnheer Veldhuyzen, nog even de microfoon, uw eigen pasje … U heeft hem bij u, zie ik. Gaat uw gang. De heer Veldhuyzen: Ja. Dank, voorzitter. Ik sluit me aan bij de vragen van mijn ambtsgenoten, maar ik had zelf ook eigenlijk een vraag en die is al grotendeels beantwoord.

Want ik vraag me af: hoe kan het dat er soms wel wordt opgetreden als er activisten zijn met antifascistische t-shirts, waarop je ziet dat er een hakenkruis in een prullenbak wordt gegooid, wat dus duidelijk antinazistisch is, terwijl er niet wordt opgetreden tegen mensen die het leed van Joodse mensen zo bagatelliseren door Jodensterren te dragen? Maar dat was niet het enige wat er bij die demonstratie gebeurde. Ik vind ook dat mensen mogen demonstreren, maar er liepen daar ook mensen met prinsenvlaggen. Dat zijn vlaggen die werden door de NSB gebruikt, die nu eigenlijk alleen nog maar door neonazi’s worden gebruikt. Ik vraag me dan af: is er niet, want juridisch gezien kan er dus niks worden gedaan, maar kan de burgemeester zich hier dan wellicht toch nog over uitspreken? Waarom antifascistische, antinazistische symbolen door de politie worden aangepakt, maar dit niet? De plaatsvervangend voorzitter: De burgemeester voor de beantwoording. Volgens mij moet u nog even opnieuw inloggen met uw pasje ‘…’. De burgemeester. U staat nog op mevrouw Kukenheim. Mevrouw Halsema: Dank u wel. Volgens mij richt uw commentaar zich niet op de demonstratie die het onderwerp is van de vraag, maar op een andere demonstratie. Laat ik er het volgende over zeggen.

Het oordeel of uitingen tijdens een demonstratiestrafwaardig zijn ligt niet bij mij, ligt niet bij het bestuur, zijn niet politiek en niet links of rechts georiënteerd, niet pro- of antifascistisch, maar worden op strafwaardigheid beoordeeld door het Openbaar Ministerie. Dat betekent dat wordt nagegaan of bepaalde uitingen strafbaar zijn. Waar u nu precies naar verwijst weet ik niet, maar ik weet wel dat bijvoorbeeld ACAB-uitlatingen, die zijn strafbaar. Daar kan worden opgetreden, dat gebeurt in vervolg op een inschatting van de officier van justitie. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Nee, geen vervolgvraag, want er is geen ruimte voor een vervolgvraag. Nee, die is er gewoon niet. Nee. Dan geef ik het woord aan mevrouw Kuiper van de ChristenUnie voor het stellen van een vervolgvraag. U heeft daar ook één minuut de tijd voor. Mevrouw Kuiper: Dank, voorzitter. Allereerst dank ook aan collega Nanninga voor het stellen van de vragen en ook de aanvullende vragen. Ook de ChristenUnie heeft een aanvullende vraag. Daar waar de strafwaardigheid lastig is om aan te pakken, dus via die route, de afschuw is wel heel groot in de stad. Ook de ongerustheid neemt toe over de mate waarin dit soort situaties ontstaan en mensen zo’n ster dragen.

De afschuw is echt groot en mijn vraag is: heeft de burgemeester de mogelijkheid om te spreken met de organisatoren over de impact aan de gevoelskant ook bij de Joodse achterban, maar ook veel breder in de samenleving? Dat men

allereerst beseft hoe dit aankomt. Dus echt op moreel niveau een grondig gesprek met de organisatoren. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. De burgemeester. Mevrouw Halsema: Dank u wel. Ik heb in het verleden gesproken met de organisator. Samen met de driehoek inmiddels vindt er eigenlijk elke week een ambtelijk gesprek plaats. Ik moet daarbij wel zeggen dat ik de wijze waarop de organisatie afstand heeft genomen van het dragen van de Jodensterren halfhartig vond. Omdat hij zei dat hij het zelf, gezien het verleden van zijn ouders, vond dat het niet kon, maar zich kon voorstellen dat anderen het wel deden. Dat betekent dus dat een gesprek wel moeizaam wordt, omdat eigenlijk de bereidheid om je te verplaatsen in het leed onze stad aanwezig, het historisch leed dat de stad draagt, gebrekkig is. Ik ben daar eerlijkheidshalve ook boos over. Maar dat neemt niet weg dat de demonstratievrijheid daarbij nog steeds beschermd is. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Dan is er nog een vervolgvraag van de heer Van Schijndel, die daarvoor nu het woord heeft. De heer Van Schijndel: Dank u, voorzitter. Even over die verantwoordelijkheid van de organisator, de heer Reijinga. Die organisator heeft bij elkaar getrokken een zestigtal organisaties, bewegingen, die allemaal tegen dat corona zijn. Daar zitten altijd heethoofden tussen.

Waarom zegt de burgemeester nou aan het eind van haar beantwoording van de vragen van mevrouw Nanninga dat in het vervolg het vertrouwen er minder is in deze organisator, de heer Reijinga? Dat vind ik niet terecht. Je kan hem niet verwijten dat er die gekken rondlopen die wansmakelijkheden uiten, dat valt niet in redelijkheid hem te verwijten, denk ik. De plaatsvervangend voorzitter: En de vraag is: is de burgemeester het daarmee eens? Oké. De burgemeester. Mevrouw Halsema: Dank u wel. Een heel belangrijk onderdeel van de demonstratievrijheid is ook de vrijheid van organisaties om het zelf te organiseren. Daarbij geldt een grote mate van eigen verantwoordelijkheid voor het verloop van de demonstraties. Over het algemeen geldt dat organisaties bij ons in een beter en in een slechter perspectief kunnen staan. Dat laat de demonstratievrijheid onverlet, maar het betekent wel dat wij oplettender zijn. Dat geldt niet alleen voor deze organisator, dat geldt ook voor anderen. En wel degelijk als organisator, die allerlei organisaties verzamelt, met ons afspraken maakt over ordediensten, verloop van de organisatie – want dat is namelijk ook verbonden aan de ruimte die de demonstratie wordt toegekend om door de stad te lopen – om op historische plaatsen aanwezig te zijn.

Daarmee creëren wij ook de ruimte die het protest nodig heeft, maar dat betekent wel degelijk dat er een eigen verantwoordelijkheid is. Niet alleen geldt dat bij de voorbereiding, maar dat geldt ook bij de wijze waarop je na afloop als het heeft plaatsgevonden afstand neemt van wat er is gebeurd en de wijze waarop je dat voordeelt. Daar heb ik wel zorgen over in dit geval. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van deze set mondelinge vragen en dan gaan wij door naar de volgende. Dat betreft … Nee, mevrouw Van Soest wilde een andere vraag stellen, denk ik. Mevrouw Van Soest, u komt voor uw eigen nieuwe vragen over het aftreden van de heer Ivens als wethouder, als ik het goed heb. Klopt dat? Mevrouw Van Soest, dan heeft u bij deze twee minuten de tijd om uw vragen te stellen. Mevrouw Van Soest: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, afgelopen zomer werden we opgeschrikt door het plotselinge aftreden van wethouder Ivens wegens grensoverschrijdende opmerkingen jegens vrouwelijke

medewerkers, waarvan Ivens zelf schreef dat deze handelswijze in strijd is geweest met de richtlijnen voor integer bestuur. In totaal zijn er elf signalen geweest, dat zijn elf signalen te veel. Hoe kan dat, burgemeester? Waarom is hier niet eerder ingegrepen? De burgemeester stelt zelf dat sommige signalen niet snel en adequaat zijn opgepakt. Waarom niet, burgemeester? Is de wethouder de hand boven het hoofd gehouden? Zijn er ook voor 2019 signalen geweest over de gedragingen van de wethouder en hebben de misstanden die wethouder Ivens heeft begaan ook invloed gehad op zijn beleid? Zo ja, graag een toelichting daarop. Naar aanleiding van de laatste vier meldingen gaf de burgemeester opdracht voor een onafhankelijk extern onderzoek. De Partij van de Ouderen wil dat het onderzoeksrapport met de raad wordt gedeeld. De gedragingen en het aftreden van de wethouder Ivens raken het stadsbestuur in het hart. Van enige schimmigheid kan dan ook geen sprake zijn, het aanzien en de geloofwaardigheid van de politiek staan hiermee op het spel. De stad heeft recht op volledige openheid en mijn laatste vraag is: is het college bereid om het rapport met de raad te delen, zodat we volledige transparantie betrachten? Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Soest. Ik geef het woord aan de burgemeester voor de beantwoording. Mevrouw Halsema: Dank u wel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10627290/1