20201217 Notulen raadsvergadering middag - beraadslagend
Tekst van het document
21
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 17 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Kortom, het is een lastig project. Ik wens iedereen die ermee aan de slag is nog veel succes de komende maanden en misschien zelfs jaren. Voorzitter, ik heb twee moties. Allereerst om de bevoegdheid van de raad een beetje uit te breiden. Want toen de raad een enquête heeft gehouden en het rapport in 2009 met elkaar besproken heeft, heeft destijds GroenLinks-raadslid Van Pinxteren een verstandige motie ingediend, die de raad een budget geeft om dingen te onderzoeken bij investeringen voor projecten groter dan honderd miljoen. Van die bevoegdheid is eigenlijk nooit gebruikgemaakt. Volgens mij, is ook de kennis over deze bevoegdheid een beetje weggezakt. En misschien is het hard nodig om deze bevoegdheid een beetje aan te passen. Want vaak zien we, ook met dit project waar we nu over praten, dat ze aan het begin, bij de start, nog vrij overzichtelijk en vaak ook financieel best wel meevallen, maar dat de kosten steeds oplopen. Projecten waar we nu over spreken, daarvan zijn de kosten ook ooit begonnen onder de honderd miljoen en nu verder erboven. Hetzelfde geldt ook voor de tunnels, die we vandaag ook gehamerd hebben.
Kortom, mijn voorstel is, samen met de collega’s Ernsting en Boutkan, om de bevoegdheid van de raad om geld te reserveren voor extern onderzoek bij grote projecten uit te breiden voor die projecten die in de loop van het jaar van uitvoering over de honderd miljoen heen gaan of worden samengevoegd in een programma. Kortom, zodat wij onze expertise, die soms tekortschiet, kunnen inhuren door externen om ons te laten ondersteunen wat er echt nodig is. Een tweede motie is, voorzitter, om ook de Rekenkamer te betrekken bij dit lastige onderwerp. Niet nu direct, maar zo meteen als dit project hopelijk is afgerond, de Rekenkamer te vragen te onderzoeken hoe de besluitvorming is geweest. Maar ook om ons te helpen richting de toekomst. Want als dit project is afgerond, zullen we nog steeds heel vaak besluiten moeten nemen over uitbreidingen van dit ICT-project. Idem aanpassingen op het metronetwerk. Dat moet namelijk ook in de software worden veranderd. Anders blijft het waarschijnlijk keer op keer een vrij lastig geheel. Dus mijn verzoek is om de Rekenkamer nu al te vragen om dan onderzoek te gaan doen om terug te kijken als het afgerond is, maar ook ons te helpen richting de toekomst. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER: Dan zou ik graag het woord willen geven aan de heer Ernsting. De heer VROEGE: Ik zag een interruptie, voorzitter, van de heer Boutkan.
De VOORZITTER: Ik zie het nu ook. Dat is nog op de heer Vroege, denk ik, hè. Meneer Boutkan, ga uw gang. (De heer BOUTKAN: Ja, dat klopt. Ik heb een verhelderende vraag aan mijn collega Vroege. Dat gaat over de motie met betrekking tot het onderzoek. Ik vroeg me af, is het niet een beetje prematuur om nu al de Rekenkamer te vragen om onderzoek te doen naar iets wat nog lang niet is afgerond? En is dan de Rekenkamer het beste orgaan om ook dit te laten onderzoeken?) De heer VROEGE: Dank u wel voor deze vraag, zeg ik tegen collega Boutkan. Ja, ik denk het wel, want dit project loopt al enkele jaren. Je ziet dat de raad er eigenlijk te weinig kennis over heeft. En dat de besluitvorming de laatste jaren – ik ben de archieven ingedoken – best vaak verstopt zat. Eerst in de Noord/Zuidlijn, nu weer in dit soort projecten. Het is ICT. Sowieso geen onderwerp waar de raad vaak warm voor loopt. Het is ook nog
22
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 17 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
ICT bij Verkeer en Vervoer. Als ik nu vraag, hoe is de besluitvorming de laatste jaren gegaan, dan kunt u daar waarschijnlijk geen antwoord op geven. Ik kan het ook niet. En mijn fractie, ikzelf en mijn voorganger de heer Van Veen, zijn nog wel de raadsleden die het meest met dit onderwerp de laatste jaren aan de haal zijn geweest. Dus ik denk dat het verstandig is dat we hierop terug laten kijken en van te leren wat er beter had gemoeten. Maar vooral ook om ons te helpen als raad richting de toekomst. Ik heb ook contact gehad met de heer De Ridder, voorzitter, van de Rekenkamer. Hij vond het eigenlijk zelf ook wel, dat het een passend onderwerp was voor de Rekenkamer. Dus daar zie ik geen probleem, voorzitter. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Ernsting. De heer ERNSTING: In 2009 hebben we de enquête Noord/Zuidlijn gehad. Naar aanleiding van dit enquêterapport heeft inderdaad toenmalig GroenLinks-raadslid Jeanine van Pinxteren een motie in de raad ingediend, die is ook aangenomen, om standaard ook budget te reserveren voor een raadsonderzoek bij grote projecten, hoger dan honderd miljoen euro. We geven in die portefeuille Verkeer en Vervoer, in dat domein, veel geld uit, ook als raad. Vandaag hebben we eigenlijk zonder debat tweehonderdmiljoen euro uitgegeven zo ongeveer. Ik weet niet of iedereen dat doorheeft gehad. Maar er is veel gehamerd.
Het is goed ook om daar scherp op te blijven. Dat zit vaak in kleinere deelbedragen. Maar soms tellen die kleinere deelbedragen op wel binnen één programma of binnen een project tot boven de honderd miljoen euro. Het is dus ook heel scherp geweest van de heer Vroege om daar ook dan te kijken van, wat is dan de rol van de raad. Ik heb daar ook het afgelopen jaar bijvoorbeeld in het kader van de aanpak bruggen en kades veel aandacht voor gevraagd om dan ook als raad aan zet te blijven. En ook de budgetten te hebben om, als het nodig is, ook zelf onderzoek te doen in de gebruikte technieken, is de besluitvorming in orde en aanverwanten. Dus ik steun de motie – ik heb het ook mede getekend namens GroenLinks – over de uitbreiding van de motie van Pinxteren van harte. Over de tweede motie heb ik nog wel een opmerkingen. Want, volgens mij, kunnen wij allemaal, als raadsleden en als fracties, dingen aan de Rekenkamer meegeven, maar heeft de Rekenkamer een eigenstandige bevoegdheid om te besluiten wat zij wel of niet onderzoeken. Dus u heeft het al gevraagd. De heer Vroege heeft het al gevraagd aan de Rekenkamer. Ik vraag me dan nog af waar een motie voor nodig is, want volgens mij is het in de orde niet zo dat wij de Rekenkamer opdrachten kunnen geven. (De heer VROEGE: Inderdaad een goede opmerking van collega Ernsting.
Ik heb het uiteraard ook gewoon zelf neergelegd bij de Rekenkamer en gevraagd, een motie, zou u dat helpen, vroeg ik aan de heer De Ridder. Hij zei, als de raad dat bij motie vraagt, is de kans dat ik daar ‘ja’ tegen zeg natuurlijk een stuk groter, want dan neem ik het heel erg serieus. En meer serieus dan als er alleen maar een verzoek van de heer Vroege komt. Dus steun mij daarin, is eigenlijk via deze motie mijn vraag aan u. Uiteraard is het aan de Rekenkamer zelf om ‘ja’ of ‘nee’ te zeggen of ze het uiteindelijk gaan doen.) Ik zal er nog even over nadenken en mijn fractie daarover consulteren. Maar tot voor zover was mijn bijdrage. Dank u wel. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boutkan.
23
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 17 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
De heer BOUTKAN: Ik kan even een heel korte bijdrage doen. ten aanzien van de motie van de heer Vroege om nu al de Rekenkamer te vragen om dat onderzoek op de rol te gaan zetten, daar twijfel ik ook over. Ik vind dat we een beetje vooruitlopen op de zaken. Dus ik zal daar nog even over nadenken en het er ook met mijn fractie over hebben. Ja, en de eerste motie, daar staat natuurlijk ook mijn naam onder. Maar ik zou hem ook van harte willen aanbevelen aan de collega’s, omdat het, denk ik, heel belangrijk is dat wij als raad in positie worden gebracht om bij dit soort belangrijke en vooral ook grote – en misschien zou wethouder Dijksma zelfs wel zeggen ‘meeslepende’ – projecten om daar ook onderzoeksbudget voor te hebben. Want ook bijvoorbeeld in het programma aanpak wegtunnels, waar bijna tweehonderdvijftig miljoen in omgaat en ook best wel wat risico’s in zitten, ook dat wordt zo uitgegeven. Dus ik steun het van harte. Ik denk dat we alles wat we kunnen doen om de raad te versterken hierin hartstikke belangrijk is voor ons, als raadsleden. Tot zover. De VOORZITTER: Dan zijn we, volgens mij, aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de raad. Dan zou ik graag wethouder Everhardt het woord willen geven om de moties van een preadvies te voorzien.
Waarbij ik over motie 1644 van de heer Vroege, waar het om het meenemen in het inwerkprogramma van de raadstoets het presidium, mocht deze motie worden aangenomen, dat natuurlijk op zich zal nemen. Dus dat kan ik de heer Vroege alvast toezeggen. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Everhardt. Wethouder EVERHARDT: Ik dank de D66-fractie om mijn rol als wethouder in historisch perspectief te plaatsen. Daar ga ik me rekenschap van geven. De twee moties. Gezien de tijd ga ik me daartoe beperken op dit moment. Ik voel me namelijk vooral ook aangesproken als wethouder Financiën, zou ik haast willen zeggen. 1644. Ja, de huidige regeling komt natuurlijk voort uit de wijze lessen, die tien lessen, die zijn getrokken uit het project Noord/Zuidlijn. En één daarvan is inderdaad die bewuste en onderbouwde besluitvorming waar uiteraard onderzoek en toetsing aan vooraf gaan. Dat kost tijd en geld. Maar het is wel goed om de juiste vraagstelling dan te krijgen. En ja, ik ben meer dan bereid om dat inderdaad met een mogelijke aanpassing, zoals gevraagd in de motie, aan u voor te leggen, zodat u daar het besluit over kan nemen. We moeten goed vastpakken wanneer gaan grenzen overschreden worden, wanneer gaan we dan het besluit nemen om dat onderzoek te starten. Maar dat zal ik nader uitwerken en daar kom ik bij u op terug. Maar er is geen enkel bezwaar om dat te doen.
Dus geen bezwaar op deze motie. Dan de andere motie. Er past mij wat bescheidenheid vanuit het college, want dit is volgens mij een vraag van de raad aan de raadsleden zelf en de rol van het presidium die daarin speelt. Als ik het goed begrijp, is dat inderdaad het onderzoek plaatsvindt als de afronding van het project moet plaatsvinden. Dus dat begrijp ik. Daarom heb ik ook geen bezwaar tegen deze motie. Maar het is duidelijk aan de raad zelf gericht. Daarmee, meneer de voorzitter, kom ik aan het slot van mijn inbreng. De VOORZITTER: Dan zijn we, volgens mij, ook aan het einde gekomen van de behandeling van agendapunt 28. Ik neem aan dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Dat is inderdaad niet het geval. Dan ronden we daarmee agendapunt 28 af.
24
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 17 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
De discussie wordt gesloten.
32. Instemmen met het Kunstenplan 2021-2024. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1566) De VOORZITTER: Dan gaan we door naar het volgende agendapunt. Dat betreft het instemmen met het Kunstenplan 2021-2024. Dat is agendapunt 32. Daarvoor zijn ingediend een aantal moties, die ik graag met u zal delen. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 213° Motie van het lid De Grave-Verkerk inzake het Kunstenplan 2021-2024 (Evaluatie administratieve lastendruk) (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1640). Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Bij de evaluatie van het Kunstenplan 2021-2014 de administratieve lastendruk voor culturele instellingen bij AFK-aanvragen specifiek te evalueren en – als hiertoe aanleiding is – aanbevelingen te formuleren voor een verlichting van de administratieve lastendruk. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 214° Motie van het lid de Grave-Verkerk inzake het Kunstenplan 2021-2024 (gebruik resterende noodgeld voor acute hulpinstellingen onder de zaaglijn) (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1641).
Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: De resterende 5,7 miljoen euro uit de noodkas voor culturele instellingen toe te voegen aan het Kunstenplan uiterlijk per ultimo december 2020 en deze zo spoedig mogelijk (zo nodig naar rato) toe te (laten) kennen aan de (kleinere) culturele instellingen die in het Kunstenplan een positieve beoordeling kregen maar onder de zaaglijn zijn komen te vallen. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 215° Motie van de leden De Grave-Verkerk, Boomsma en Ceder inzake het Kunstenplan 2021-2024 (Red Art Zuid) (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1648). Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Uit de middelen die in het Kunstenplan 2021-2024 zijn gereserveerd voor de exploitatie van culturele voorzieningen in de wijken 73 duizend euro te onttrekken en dit bedrag in te zetten noodsteun aan stichting Art Zuid. De motie maakt deel uit van de beraadslaging.
25
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 17 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 216° Motie van de leden De Grave-Verkerk, Boomsma en Ceder inzake het Kunstenplan 2021-2024 (Red het Bostheater) (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1649). Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Uit de middelen die in het Kunstenplan 2021-2024 zijn gereserveerd voor de exploitatie van culturele voorzieningen in de wijken 315 duizend euro te onttrekken en dit bedrag in te zetten noodsteun aan het Bostheater. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 217° Motie van de leden De Grave-Verkerk, Boomsma en Ceder inzake het Kunstenplan 2021-2024 (Red museum Het Schip) (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1650). Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Uit de middelen die in het Kunstenplan 2021-2024 zijn gereserveerd voor de exploitatie van culturele voorzieningen in de wijken 147185 euro te onttrekken en dit bedrag in te zetten noodsteun aan Museum Het Schip. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 218° Motie van de leden Boomsma, Biemond, Nadif en De Grave-Verkerk inzake het Kunstenplan 2021-2024 (Zorg voor voldoende muziekonderwijs in Zuidoost) (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1682).
Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Zich in te spannen zodat het Leerorkest komend jaar niet gedwongen wordt om haar activiteiten qua muziekonderwijs te verminderen. En bij het uitblijven van voldoende sponsor- of andere inkomsten een voorstel voor te leggen aan de gemeenteraad voor het voldoende op peil houden van het muziekonderwijs in Zuidoost. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 219° Motie van de leden Boomsma en De Grave-Verkerk inzake het Kunstenplan 2021- 2024 (Cultuureducatie: behoud ambities voor muziekonderwijs) (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1688). Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Er zorg voor te dragen dat het aantal scholen en kinderen dat de verschillende aanbieders van muziekeducatie van lessen en onderwijs kunnen voorzien niet
26
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 17 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
afneemt, en indien dit wel dreigt te moeten gebeuren, dat terug te koppelen aan de gemeenteraad ter bespreking. De motie maakt deel uit van de beraadslaging.
De VOORZITTER: Dan hebben het woord gevraagd, de heer Boomsma, de heer Veldhuyzen, de heer Biemond, mevrouw De Grave-Verkerk en mevrouw Nadif. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boomsma. De heer BOOMSMA: Het is crisis in de kunstensector. Er dreigt een grote kapitaalen cultuurvernietiging. Heel veel zaken zijn natuurlijk nog onzeker. Ik wil wel zeggen, ik denk dat we blij mogen zijn met een wethouder die zo’n enthousiaste strijder is voor de kunst en zich op allerlei manieren inspant om die kunstensector zoveel mogelijk te steunen. En die ook niet doof bleek voor verschillende oproepen in de raad en in de stad. Dus dat is goed. Maar we zijn er nog niet. En de uitdaging blijft natuurlijk gigantisch. Ik denk wel dat bij het hele Kunstenplan vooral de verdeling van middelen, ook door het AFK, het een en ander niet goed is gelopen. Dat daar echt een integrale visie ook ontbrak; daar waar erfgoed eigenlijk niet voldoende plek kreeg. Dus het is belangrijk, denk ik, om dat goed te gaan evalueren. Dat is in gang gezet. Ik denk dat een onderdeel van die evaluatie ook moet zijn hoe men is omgegaan met het diversiteitscriterium. Het is geen geheim dat ik daar zeer kritisch over ben. Ik vind het niet goed zoals dat nu als het ware is opgelegd en toch op een bepaalde manier daar wordt opgedrongen. Ik vind dat je kunst vrij moet laten van staatsideologie. Ook deze.
Ik denk dat het belangrijk is dat als er de komende jaren toch geld vrijvalt, wat nu is belegd in het Kunstenplan, dat die terugkeert in de kunst. En dat die in ieder geval kan worden besteed aan kunst en dat het niet terugkeert naar de algemene middelen. Dan wil ik me voor nu vooral beperken tot cultuureducatie. Ik wil er nogmaals op wijzen hoe belangrijk de muziekeducatie is in deze stad. Amsterdam heeft echt een voorbeeldfunctie in Nederland met de Muziekschool, het Leerorkest en Aslan. Wij moeten dat aanbod behouden. Weinig is zo goed voor de ontwikkeling van kinderen, emotioneel, intellectueel, ook sociaal en is zo verbindend als muziek leren luisteren en maken. Ik vrees alleen dat de ambities, die de gemeente heeft voor muziekonderwijs, nog altijd groter zijn dan het budget. En zeker de komende jaren, omdat dat dat budget de komende jaren toch terugloopt. Volgend jaar wordt het nominaal gecompenseerd, maar daarna gaat het achteruit. Ik denk, ja, dat gaat op een gegeven moment schuren. Ik maak me daar zorgen over. Daarom heb ik twee moties ingediend. De ene was, geloof ik, nog niet bij de voorzitter gekomen. Die gaat er in algemene zin over dat ik vind dat we ervoor moeten zorgen dat het aanbod aan muziekonderwijs in de stad niet afneemt. Dat het aantal kinderen wat muziekonderwijs kan ontvangen niet afneemt. En dat we anders terug in gesprek moeten gaan.
En eentje specifiek over het Leerorkest. Een geweldig initiatief, dat met name actief is in Zuidoost. En dat ook dat op peil moet blijven. En ja, dat is op dit moment nog niet helemaal zeker. Dus ik denk dat het goed is dat de raad uitspreekt dat we daar echt voor moeten zorgen. En ja, dat als een andere financiering niet over de brug komt we dat opnieuw gaan bekijken. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER geeft het woord aan Veldhuyzen.
27
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 17 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
De heer VELDHUYZEN: Ja, ik heb niet veel spreektijd. De amendementen en moties van BIJ1 over de culturele sector laat ik grotendeels buiten beschouwing. Die heb ik al besproken bij de begroting. Ik wil het alleen wel hebben over Amsterdam&partners. Die krijgen jaarlijks 3,7 miljoen aan subsidie. In 2017 pleitte de SP nog om een subsidie te schrappen, omdat ze multinationals naar de stad probeerden te lokken met advertenties. En lonkten met teksten als ‘jouw wekelijkse huur is hier maandelijkse huur’. Volgens het college kan er niet één miljoen af van die subsidie om de bezuiniging op ateliers en broedplaatsen te schrappen. Maar laat ik heel duidelijk zijn: Amsterdam&partners is een gentrificatiemachine. Neem dat niet van mij aan, maar lees het op hun eigen website. Ik quote ‘Er wordt gefluisterd in de wandelgangen dat het groene Nieuw-West het Amsterdamse Kreuzberg aan het worden is. Tientallen broedplaatsen, heel veel nieuwe jongerenwoningen en steeds meer hippe koffietentjes.’ Ja, sorry, maar ik moet hier echt van kotsen. Ik vind Kreuzberg fantastisch, maar blijf met je gentrificerende poten af van Nieuw-West en de rest van onze stad. Ik heb me vanaf het begin ingezet om alle door het AFK positief beoordeelde instellingen te redden, zonder dit ten koste te laten gaan van budgetten van andere regelingen van het AFK.
Dat was mijn insteek, omdat ik het oneerlijk vind als er aan cherry picking wordt gedaan, omdat het juist de bedoeling was dat het AFK de subsidies voor het Kunstenplan zou verdelen. De coalitiepartijen zeiden, er is niet genoeg geld om iedereen te redden. Maar dat is niet waar. Er is geld. Er is alleen geen politieke wil. Er is structureel geld te vinden bij bijvoorbeeld de elf miljoen extra voor handhaving, vijf miljoen extra voor veiligheid, er is meer dan vier miljoen voor subsidies aan bedrijven, er is 3,7 miljoen voor de organisatie van topsportevenementen en er is 1,3 miljoen voor het aantrekken van multinationals, die deze stad alleen maar meer en meer onbetaalbaar maken voor kunstenaars. En believe me, zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar kom niet aanzetten met een slap verhaal over dat er geen geld is. Wees gewoon eerlijk en geef toe dat er geen draagvlak is in de coalitie om de culturele infrastructuur in Amsterdam te behouden. Dat gezegd hebbende, ik vind dat er onzorgvuldig is gehandeld, dat er geen goede integrale afweging is gemaakt. Ik zou bijna willen zeggen dat er sprake is van willekeur. Het zijn uiteindelijk vooral kleine instellingen en individuele kunstenaars die de pineut zijn van deze chaos. Maar goed, we moeten door met elkaar.
Ik hoop dat de wethouder alsnog iets kan betekenen voor de door het AFK positief beoordeelde instellingen die onder de zaaglijn vallen, maar die dus niet worden gered en die ook geen aanspraak kunnen maken op de nieuwe regeling ontwikkeling. Ik hoop ook dat de wethouder nog iets kan betekenen voor instellingen die aanspraak kunnen maken op de steun van het FDK, maar die daarvoor ook steun van de gemeente nodig hebben. Dank u, voorzitter. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Biemond. De heer BIEMOND: Ik hoop dat u mij goed hoort. Ik denk dat het belang van kunst en cultuur niet vaak genoeg benadrukt kan worden. Ik heb dit weleens samengevat in een van de vorige gemeenteraadsvergaderingen aan de hand van een gedicht van Ramsey Nasr. Dat heet De nutteloze noodzaak. Dat is, denk ik, precies de terminologie die past bij het belang van kunst en cultuur. Belangrijk voor de economie van deze stad. Er wordt vaak ook vergeten dat het een belangrijke sector is in de Amsterdamse economie. Maar juist in deze moeilijke tijd hebben we allemaal cultuur nodig. Niet alleen ter verstrooiing, maar ook voor steun en troost. Dus het vaststellen van het Kunstenplan is een belangrijk moment. We hebben eerder gesproken over de A-Bis, over de AFK-subsidies. Nu is eigenlijk de laatste loot aan de stam aan de beurt. Dat is het educatiedeel. Het belang daarvan is, denk
28
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 17 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
ik, door de heer Boomsma zojuist heel goed toegelicht. Daar sluit ik me graag bij aan. Het is goed dat SEP is meegenomen. Ik steun ook de motie van Boomsma over het Leerorkest Zuidoost, een belangrijk onderdeel. En ik steun ook de gedachte, dat heb ik ook eerder uitgesproken, dat we dit stelsel nog eens heel goed gaan evalueren. En dan wel in brede zin met alle betrokken partijen, waaronder de raad zelf. Want dat is, denk ik, hard nodig. Normaal zou nu een felicitatie op zijn plaats zijn ten aanzien van het vaststellen van het Kunstenplan, maar daar is natuurlijk de tijd niet naar. Het zijn barre tijden voor de kunsten cultuursector. Ik heb goede nota genomen van alles wat het college doet om de infrastructuur op orde te houden. Dat is heel wat. Het zal niet genoeg zijn, maar het is roeien met de riemen die we hebben. En ik wil daar graag de wethouder en al haar ambtenaren van harte voor bedanken. En verder iedereen in de sector heel veel sterkte wensen. Dank u wel. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw De Grave-Verkerk. Mevrouw DE GRAVE-VERKERK: Na al het overleg en de commissievergaderingen, wat in de krant heeft gestaan en noem maar op, zou ik graag, voorzitter, even de zaken op een rijtje willen zetten. De situatie zoals de VVD die ziet, en ik kan me niet voorstellen dat enig andere partij het anders zou zien, is deze.
Dat een groot aantal Amsterdamse kunst- en cultuurinstellingen binnen het Kunstenplan gewoon eind van dit jaar, eind 2020, financieel vastlopen. Ze hebben niet meer de financiële middelen om de eindjes aan elkaar te knopen. Ze kunnen zich ook niet redden met extra publieksinkomsten vanwege de coronamaatregelen. Dit is natuurlijk een bijzonderheid van deze tijd. Hun plannen deugen. Die realiseren ook het Kunstenplan. Maar het budget van AFK was niet toereikend om hun subsidieaanvragen volledig te honoreren. Ze zijn onder de zaaglijn gevallen en kunnen de tekorten niet compenseren. Wat doet nou het college eraan? Als ik het wel begrijp – en ik hoor graag van de wethouder als het anders is – volgens mij, helemaal niets. Die instellingen gaan ten onder. We zien dat aankomen. Ze weten niet waar ze staan. Werkeloosheid van de medewerkers dreigt. ZZP’ers verliezen hun opdrachten en daarmee hun inkomen. En een kostbaar deel van de culturele infrastructuur dreigt verloren te gaan. Dat laat zich niet weer opbouwen, voorzitter. Dan is dit, wat de VVD-fractie betreft, helemaal geen dilemma of een moeilijke keuze, voorzitter. Ik sluit aan bij het hartstochtelijke pleidooi van de heer Veldhuyzen, die zegt: doe iets; doe iets nu. En daar ben ik het mee eens, voorzitter. Er vallen helemaal geen knopen door te hakken. Dit moet gewoon nu opgelost worden.
En die duidelijkheid moet er komen voor deze instellingen. Dat is ook mogelijk, voorzitter. Er is een bedrag van 5,7 miljoen euro beschikbaar. Dat moet worden ingezet. Dat kan ook worden ingezet. Dat geld zit nog in de noodkas 2020 voor de culturele sector. Nu heeft de wethouder in een brief, die al eerder ter sprake is gekomen in deze vergadering, voorgesteld – want daar hebben we het nog niet over gehad – om dat bedrag vast te gaan houden voor uitvoering van een ergens in de loop van 2021 nog vorm te geven plan. Dat plan is er dus nog niet. Althans, de raad weet van niks. Stel dat dat plan er komt, is dat ergens in 2021. Dan moet daar inspraak over plaatsvinden. Afstemming in de sector. Uitvoeringsadviezen. Het moet besproken worden in de raadscommissies. En niet in één raadscommissie. Nee, in alle raadscommissies. Ook daar moeten inspraak en uitvoeringsadviezen gegeven worden. Voorzitter, we zijn al over halverwege 2021 heen voordat daar iets van terecht komt. Zolang kunnen deze instellingen niet wachten. Het college, roep ik op, moet niet op het geld blijven zitten. Dat geld moet nu beschikbaar gesteld worden en gebruikt worden. Het voorstel van mijn fractie is, daar heb ik een motie voor opgesteld, om dat geld toe te voegen aan het AFK-budget en op die
29
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 17 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
manier alle onder de zaaglijn gevallen instellingen te helpen deze coronaperiode door te komen. Onze minister-president heeft gezegd, we komen er door. Daar heeft mijn fractie alle vertrouwen in. Dus dit is ook incidenteel en niet een structurele oplossing. Maar echt om nu de moeilijke tijden het hoofd te bieden. Voeg dit gewoon toe. Behoud de culturele infrastructuur en ook de werkgelegenheid van de mensen die bij de instellingen betrokken zijn. Wat de VVD-fractie betreft zou, als dit gebeurt, de invoering van de tweejarige regeling, zoals bedoeld in de voordracht onder beslispunten acht en negen, overbodig zijn. Los daarvan vinden we de regeling ontoereikend vanwege de maximering van de toe te kennen bedragen. En ook nog los daarvan vinden we de regeling een administratief gedrocht. Wij verzoeken daarom ook uitdrukkelijk om bij de evaluatie mee te nemen, naast de criteria die de heer Boomsma van het CDA heeft genoemd, ook hier goed naar te kijken om het leven van de culturele ondernemers ook wat makkelijker te maken. Dan dienen wij nog een drietal moties in, samen met het CDA en de ChristenUnie, gericht op het behoud van specifieke instellingen: museum Het Schip, het Amsterdamse Bostheater en Art Zuid. Dat willen we financieren, voorzitter, uit geld wat gereserveerd is voor kunst in de wijken. Maar voor die reservering is nog helemaal geen bestemming.
Dan kun je zeggen, ik hou het toch vast voor de wijken waarvoor dat geld bedoeld is, voor een aantal wijken. En voorzitter, ook hiervan zeggen we, doe dat nou niet; doe nou de naast bijliggende plichten. Doe het naast bijliggende. Doe wat het eerst gedaan moet worden. En zorg dat deze instellingen niet verzuipen. Ten aanzien van Art Zuid wil ik specifiek opmerken, voorzitter, dat juist dit kunstaanbod in de openbare ruimte vaak een eerste kennismaking is voor de jeugd met kunst. De scholendichtheid in Zuid is heel hoog. De scholieren komen uit de hele stad. Het is dus een belangrijk aanbod, laagdrempelig, kost niks, iedereen kan ernaar kijken. Wij, als VVD, zijn groot voorstander van kunst in alle wijken van de stad. Geen een uitgezonderd. Het brengt roering. Het draagt bij aan de eigenheid van de buurt en gemeenschapszin en is laagdrempelig. We vinden dat die doelstellingen gediend worden met het redden van deze kunstinstellingen. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Nadif. Mevrouw NADIF: Ik heb een beetje last van mijn keel, dus als ik af en toe hoest: mijn excuses. Toen het Kunstenplan in de raad kwam, had eerst mijn collega het woord, het lid Karaman. Hij had een heel mooie speech over hoe hij de kunst en cultuur zag in Amsterdam. En dat het ook een belichaming was van de ziel van de stad. Dat is precies hoe ik erover denk.
Dit was alleen voor de crisis. Het afgelopen jaar heeft de kunst- en cultuursector het heel zwaar gehad en ook heel zware klappen te verduren gekregen. Zoals de heer Biemond ook heel terecht zei, we roeien met de riemen die we hebben. Ik wil daarom ook de wethouder enorm bedanken voor haar lobby. Het lobbyen in de Tweede Kamer en niet zozeer ...-lobby; maar dat ook. En ook het feit dat er geld direct is vrijgemaakt voor de kunst- en cultuursector als het gaat om steunpakketten, als het gaat om in gesprek te gaan met de provincie, de Tweede Kamer, met de sector. Ik wil haar echt hier enorm voor bedanken. Met betrekking tot het Kunstenplan. Ik heb hier twee punten over. Ik zou heel erg graag willen- Want de Kunstraad heeft nog wat vragen gesteld over die projectsubsidie. Dus ik zou het heel erg fijn vinden als de wethouder hier nog op kan reflecteren op wat hierover is gezegd. En het stukje educatie, cultuureducatie. Tijdens de commissie heb ik
30
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 17 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
hier ook heel expliciet over gezegd dat ik het belangrijk vind dat alle kinderen gebruik kunnen maken van cultuureducatie. Aslan heeft hier heel hard voor gepleit, heel hard aan gewerkt. Je ziet dat ook in de vooruitgang als je kijkt naar de cijfers. Ik heb hier vragen over gesteld. De wethouder heeft aangegeven ook in gesprek te zullen gaan met Aslan. Ik was heel erg benieuwd wat het resultaat daarvan was. En wat de mogelijkheden nu zijn voor Aslan, ook binnen dit bestaande kunstplan. En verder ben ik heel erg blij met de motie die door de leden Boomsma en Biemond zijn ingediend als het gaat over muziekeducatie in Amsterdam Zuidoost. Daarom hebben wij die ook medeondertekend. Ik dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: Volgens mij, zijn we daarmee aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de raad. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Meliani voor beantwoording van de vragen en de ingediende moties te preadviseren. Wethouder MELIANI: Ja, dit is wel een heel bijzondere kunstplanperiode. Het is meestal, zoals de heer Biemond zei, een normaler moment waar je echt trots op bent, waar je bij stil moet staan. Namelijk, we hebben dan geld gegeven, vier jaar structurele subsidie, aan de cultuursector van deze stad. Daar is een enorm lang traject aan voorafgegaan voor de cultuurinstellingen. Zij hebben daar heel veel tijd ingestopt, plannen gemaakt.
En vervolgens kunnen ze niet open, hebben ze te maken met al die beperkingen. Dat is heel erg pijnlijk. Daardoor is het ook heel moeilijk om te zeggen, wat fijn dat we hier op dit moment zijn beland. Tegelijkertijd zijn we wel trots dat wij, als stad, en ook u, als raad, een enorm hart heeft voor de cultuursector. Ook dank aan de VVD dat u ook de cultuursector een warm hart toedraagt. Dat geldt eigenlijk voor alle anderen. Daar wil ik u voor danken. Daar hebben we de afgelopen periode ook heel hard aan gewerkt met zijn allen, om te kijken wat we wel kunnen doen. Er zijn altijd pijnlijke momenten, namelijk je kan het ook niet krijgen. Dat zijn onder andere de 37 instellingen waar vaak over is gesproken, die wel positief zijn geadviseerd, maar waar geen financiering voor was. Er was gewoon een financieel kader. In dat kader moest gewerkt worden. En dat was er niet. Ik wil nog even iets algemeens zeggen over waar ik toch wel trots op ben. Dat is namelijk dat we blijven investeren. Dat is onder andere ook in het Amsterdamse Bos. Daar ga ik het straks nog even over hebben voor wat betreft de exploitatie. Maar de renovatie van het Amsterdamse Bos was een van de prioriteiten ook van dit college. Namelijk, ja, het Bostheater was toe aan vernieuwing. Wij hebben aangegeven in de investering dat we dat belangrijk vinden.
Het was heel teleurstellend dat het AFK vervolgens heeft besloten daar geen subsidie voor te reserveren. Dat geldt eigenlijk voor meerdere keuzes die het AFK heeft gemaakt. Daar hebben we natuurlijk vaker over gesproken. Daar heeft de heer Boomsma ook iets over gezegd. Over hoe je dat de volgende keer, als je evalueert, op een andere manier zouden moeten gaan inrichten. In ieder geval, we gaan uitgebreid evalueren hierover, zodat dit soort dingen eigenlijk de volgende keer niet gebeuren. Wel zijn we blij dat we iets hebben kunnen betekenen voor Ons’ Lieve Heer op Solder. Dat betekent wel dat we binnen de bestaande budgetten van het AFK geld hebben overgeheveld uit de projectsubsidies van zes ton per jaar naar de Amsterdam ..., waardoor ook Ons’ Lieve Heer op Solder een plek wordt binnen de Amsterdamse basisinfrastructuur. Want we zien het toch als een belangrijke erfgoedinstelling in de binnenstad. Dat hebben we hoog nodig, wat mij betreft. Daar hebben we ook het een en ander voor kunnen doen.
31
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 17 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
We blijven ook investeren in nieuwe projecten, zoals ook het Amsterdam Museum, waar we een flinke renovatie gaan doen. We hebben daarnaast natuurlijk ook vaak gesproken over OBA Next. Daar vinden een heleboel raadsleden wat van. We zijn ook blij dat we dat kunnen blijven doen. En dat we ook de nieuwe Meervaart gaan realiseren. Het voorwaardenkrediet, dat komt nog uw kant op. Maar daarover gaan we vast nog langer in gesprek. Daarnaast ook de culturele voorzieningen. En dan heb ik het over de kleinschaligere culturele voorzieningen in de wijken. In Noord, Nieuw-West en Zuidoost zijn veel minder van dit soort culturele instellingen dan in de rest van de stad. Daarom heb ik ook gezegd, daar moeten we geld voor reserveren. Ook dat is iets waar ik heel trots op ben. Dan zijn er heel veel vragen gesteld over hoe kan het dat een aantal andere erfgoedinstellingen, maar ook instellingen die bijvoorbeeld in de openbare ruimte, die toegankelijk zijn – zoals het Openluchttheater – buiten de boot zijn gevallen. Daar hebben we lang over gesproken. We hebben aan het AFK opdracht gegeven om te zorgen dat die instellingen alsnog een aanvraag hebben kunnen indienen. Dat is onder andere het Amsterdamse Bostheater, het Vondelparktheater, Openlucht, het Museum van Loon, maar ook het Compagnietheater. Er zijn er nog een aantal meer. Dat zijn allemaal instellingen die plekken hebben en exploitatie.
Daarmee heb ik ook aan de vraag die vanuit de raad kwam, kunnen voldoen. Een andere, die ik ook nog wil benoemen, is SEP. Daar hebben we ook plek gevonden, ook in dit Kunstenplan. De Stichting Educatieve Projecten is opgenomen in het cluster cultuureducatie. Daar ben ik ook heel erg blij mee. Volgens mij, hebben we nu toch iets fijns te vieren. Dat wilde ik graag benoemen. Er is één ding waar meerdere raadsleden iets over hebben gezegd; en daar heb ik net al iets over gezegd. Voor de instellingen waar we helaas niet direct iets voor hebben kunnen betekenen – tenminste, niet structureel – namelijk, de 37 instellingen. Dat zijn er een heleboel. Het AFK heeft besloten hen geen subsidie toe te kennen, omdat er geen subsidie was. De raadsleden hebben aangegeven, waarom kunnen we ze niet ondersteunen? De middelen zijn beperkt. Wat ik wel heb gedaan in de brief die ik verstuurd heb, dat is het herstelplan kunst en cultuur. Het lid De Grave-Verkerk heeft daar ook het een en ander over gezegd. Kunnen we niet iets voor ze doen? Ik wil zo graag hen ook meer geven, maar de middelen zijn er niet. Het enige wat er is, is dit herstelplan wat in totaal de 5,7 waar u aan refereerde, samen met de ruim 15 miljoen waar we voor gelobbyd hebben richting het rijk, het totale bedrag van ruim 21 miljoen, daar gaan we een regeling voor maken. Ik kan u beloven dat we dat zo snel mogelijk gaan maken.
We kunnen inderdaad de instellingen, die nu buiten de boot vallen – waaronder die 37 – niet heel erg lang laten wachten. Dus ik zal ook mijn uiterste best doen om te zorgen dat zij daar ook aanspraak op kunnen maken. Dat is de motie die u heeft ingediend. Daar wil ik dan gelijk even naar toe. U zegt eigenlijk, laten we dat geld – een deel van die 5,7 – nou aan deze groep geven. Als ik dat doe, gaan we één jaar een groep ondersteunen. Wat doen we het jaar daarna? En het jaar daarna? Ik wil wel ruimte maken binnen die 21 miljoen voor deze groep, dat ze er aanspraak op kunnen maken. Maar dat ga ik doen op basis van inventarisatie. Dat zijn we nu aan het uitzenden. Op basis van die cijfers kijken we welke coronasteun zij nodig hebben. Maar dat is geen structurele subsidie. Dus ik ga deze motie dan ook ontraden. (Mevrouw DE GRAVE-VERKERK: Dank aan de wethouder voor het ingaan op ‘waar staan we nu’. Daar begon ik ook in mijn bijdrage mee. Hoe staan we er nou voor? Ziet de wethouder ook dat aan het eind van dit jaar een aantal kunstinstellingen gewoon tegen medewerkers zullen moeten gaan zeggen, wij gaan jou, gewaardeerde medewerker, ontslaan en jou,
32
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 17 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
gewaardeerde ZZP’er, geen opdrachten geven? Waarmee deze mensen onmiddellijk weer in andere regelingen rollen als het gaat om het leiden naar ander werk en het leiden naar andere opdrachten. Dat niet het kind met het badwater verdronken wordt, voorzitter. Want ik zou graag van het college willen horen wat het tijdspad is rond het herstelplan. En ik zou ook graag willen dat de wethouder eens met mij meerekent hoe het Amsterdamse Bostheater, gelet op de maximering die er zit binnen die twee-jaarregelingen- Daar krijg je maximaal honderdduizend euro van. Dat is niet voldoende. En of niet daarmee ook het geld wat de gemeente Amstelveen heeft gereserveerd voor het Amsterdamse Bostheater, als Amsterdam een behoorlijke matching doet, in gevaar komt door deze opstelling. Kan de wethouder daarop reageren, voorzitter?) De VOORZITTER: Ik geef graag wethouder Meliani het woord. Ik wil haar ook vragen, als ze zo dadelijk weer verder gaat, steeds even de nummers te noemen bij de preadviezen van de moties of amendementen. Maar reageert u eerste even op mevrouw De Grave-Verkerke. Wethouder MELIANI: Dan even snel dan de motie die ik net negatief geadviseerd heb. Dat is de motie 1641, gebruik het resterende noodgeld voor acute hulp instellingen onder de zaaglijn. Maar wat het lid De Grave-Verkerk zegt, u heeft gelijk: mensen verzuipen. Dat moet zo snel mogelijk.
Wat wij moeten doen, is wel een regeling treffen die kan en die klopt. Dat betekent dat we op basis van echte cijfers moeten gaan kijken waar de steun nodig is. Dat hebben we de vorige keer ook gedaan. Dat gaan we nu weer doen. Ik zal u gelijk aan het begin van het nieuwe jaar een tijdsplan sturen, zodat de instellingen- En dat we ook nauw contact houden met de instelling, waar ze staan op dit moment. Ik kan nu niet zeggen, exact, op welke dag ik het ga sturen. Maar geeft u mij even de ruimte. Maar weet dat wij die noodzaak zien om dat zo snel mogelijk te doen. Wat betreft het Amsterdamse Bostheater. U heeft gelijk. De regeling, de tweejarige regeling, die is ingesteld voor het Bostheater, is namelijk honderdduizend euro voor al die instellingen per instelling voor een jaar. Wij hebben vervolgens tegen het AFK gezegd, één jaar is wat ons betreft niet genoeg. Wij bieden de mogelijkheid om het met een jaar te verlengen, waardoor je dus twee jaar een aanvraag van een ton kan indienen. De andere instellingen kunnen daar wel mee uit de voeten. Maar het Amsterdamse Bostheater heeft een bedrag van driehonderdvijftienduizend geadviseerd gekregen. Dat betekent dat ze te weinig hebben. Maar we hebben nog een paar andere knoppen om aan te draaien.
Namelijk, in de renovatie van het Bostheater kunnen we het zo, in het renoveren, dat een heleboel kosten straks niet meer gemaakt hoeven te worden. Dat is één. Er is een motie aangenomen door Amstelveen, waarin een bedrag toegezegd is van vijftigduizend euro. Het Amsterdamse Bostheater heeft daarnaast vijftigduizend euro aangevraagd bij het AFK Innovatie van vijftigduizend euro. En de provincie heeft drieëntwintigduizend euro aangevraagd. Daarnaast is er ook vanochtend in het andere gesprek iets ingediend – en mogelijkerwijs zou u daarin mee kunnen tekenen – waarin we gaan kijken waar het Bostheater nog meer ondersteuning nodig heeft bij het budget van de wijkvoorzieningen. Zo hebben wij voldoende vertrouwen dat we hiermee het Amsterdamse Bostheater kunnen ondersteunen. Dan ga ik even verder naar de andere moties die ingediend zijn. Wat betreft Red Art Zuid, dat is motie 1648. Helaas moet ik deze ontraden, want we hebben het AFK in het
33
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 17 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
leven geroepen. Die heeft een negatief advies gegeven. Het is wel goed om op basis van die inhoud ook te bepalen of je wel niet advies geeft. Dat zijn er veel meer. Er zijn namelijk instellingen die positief geadviseerd zijn. Die wilt u redden. Maar u wilt nu ook iets doen voor de negatief geadviseerde instellingen. Ze hebben bovendien geen acute financiële problemen als gevolg van de coronacrisis. Dus ik ga deze afraden. Dan de motie 1649, red het Bostheater. Ook ingediend door de VVD, het CDA en de ChristenUnie. Daarin wordt gevraagd om het volledige bedrag wat is aangevraagd van driehondervijftienduizend euro te onttrekken uit de culturele voorzieningen. Ik heb net even gerefereerd naar de andere motie die eerder is ingediend, waarin we veel meer de ruimte krijgen. En waarom ik vraag eigenlijk, u kunt een gewijzigd voorstel indienen of de andere medeondertekenen. Dat is natuurlijk helemaal aan u. Maar de wijkvoorzieningen zijn voor ons heel belangrijk als college. Want die wijkvoorzieningen zitten bijvoorbeeld- In NieuwWest hebben we bijvoorbeeld de OBA XL. Dat is een samenwerking met Oxville Cinema voor film en een samenwerking met nog een andere partij voor literatuur, die nu bezig zijn met een prachtige wijkvoorziening in Nieuw-West. Een ander voorstel is bijvoorbeeld op het Buikslotermeerplein waar ze al verregaande ideeën hebben. En dat geldt ook voor Zuidoost.
Bijvoorbeeld het Bijlmerparktheater wil graag een extra zaal en wil uitbreiden. Daar willen we gewoon geld voor reserveren. Als we dan het totale bedrag nu helemaal weghalen, dan kunnen we dat niet meer doen. Als u bijvoorbeeld een gewijzigd voorstel, bijvoorbeeld waarin wij de ruimte krijgen hoeveel er dan nodig is, dan kan ik dat wel positief adviseren. Dus ik u dat willen vragen te doen. Tenminste, dat is het voorstel, dat adviseren we. Red Museum Het Schip. Het Museum Het Schip heeft gewoon een positief advies gekregen. Zij hebben ook ruim honderdvijftigduizend euro en hebben eigenlijk het dubbele nodig. Zoals ik net heb aangegeven, zien we daar, zoals in de motie die eerder is ingediend, de ruimte om te kijken of wij vanuit de wijkvoorzieningen toch iets van financiering voor deze prachtige plek kunnen realiseren. Dus ik zou zeggen, zoals die nu ligt, deze motie – en dat is motie 1650, red Museum Het Schip – moet ik dan helaas ontraden op deze manier. De motie cultuureducatie, behoud ambities voor muziekonderwijs. Ja, ik moet zeggen, dat is geen bezwaar. Ik denk dat u gelijk heeft, meneer Boomsma. Er loopt namelijk een convenant tussen de gemeente en de schoolbesturen. Die loopt in 2023 af. Wij willen dus daarom ook tijdig met hen, de schoolbesturen, in gesprek over hoe we na ’23 het muziekonderwijs beter kunnen vormgeven en financieren.
We zouden niet willen dat straks allemaal kinderen geen muziekonderwijs meer krijgen. Dus dat is meer algemeen. Dat was die motie. Dus ik ga u hierover informeren. Dus geen bezwaar tegen deze motie. De andere is wat specifieker. Dat is muziekonderwijs in Zuidoost, ingediend- En ik weet daar het nummer eigenlijk niet van. Van het CDA inderdaad, samen met de PvdA, geloof ik, en GroenLinks, ingediend om in te spannen dat het Leerorkest het komend jaar niet gedwongen wordt om haar activiteiten van muziekonderwijs te verminderen. Even kijken. Ja, zij komen een bedrag te kort van honderdvijfenveertigduizend euro. Ze gaan aanvragen indienen bij verschillende fondsen. We hebben onlangs een gesprek gehad. Zodra, als dit allemaal akkoord wordt bevonden, hebben we binnenkort – morgen zelfs – weer een gesprek. Dat hopen we, dat dit aangenomen wordt. Wat belangrijk is, dat bedrag hebben ze nodig om extra scholen les te geven. Zij willen dat wij borg staan. Een aantal vragen, als er geld vrijgevallen wordt, wat mogelijkerwijs gaat gebeuren – namelijk van het Jongeren Cultuurfonds – om dat bedrag te gaan reserveren om ze daarmee te gaan ondersteunen. Mocht dan de aanvraag, die ze indienen, alsnog gehonoreerd worden, houden we dat geld vast voor allerlei andere projecten. Dus ik ben positief. Ik ben ook geen bezwaar tegen deze motie.
34
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 17 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Dan de motie evaluatie administratieve lastendruk. Dat is een motie van de VVD. Ik ben het echt volledig met u eens, mevrouw De Grave-Verkerk. Ik heb zelf in de cultuursector gewerkt en ik weet hoeveel tijd je kwijt bent met allerlei rompslomp. In tijden van crisis moet je natuurlijk allerlei andere dingen gaan doen. We gaan het sowieso evalueren. En dan gaan we kijken hoe we hier ook nog in de evaluatie zorgen dat heel veel culturele instellingen niet alleen maar bezig met die administratie lasten. Dus tegen aanneming van deze motie geen bezwaar. Ik ben aan het kijken of ik nog meer moties heb, maar volgens mij zijn dit ze, voorzitter. Dan ben ik klaar. De VOORZITTER: Volgens mij, was u er ook inderdaad. Als we goed hebben meegeschreven. Dank u wel, mevrouw Meliani. Ik kijk nog even of er toevallig nog behoefte is aan een tweede termijn. Dat is wel het geval bij mevrouw De Grave-Verkerk, zie ik. U hoeft niet te typen, mevrouw De Grave-Verkerk, ik zie u gewoon. En ik zie bijna paniek en dat willen we natuurlijk niet. U krijgt gewoon het woord. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw De Grave-Verkerk. Mevrouw DE GRAVE-VERKERK: Want af en toe zit je net in de Sjef van Oekelshow waar vroeger de boekenkast omviel. Bij mij valt heel vaak de iPad om. Dat wou ik eigenlijk in deze vergadering proberen te vermijden. Dank aan de wethouder voor de beantwoording.
Ik richt mij, voorzitter, tot de collega’s, omdat het nu net lijkt of de VVD een greep wil doen in de kas van de reserveringen voor voorzieningen in de wijken. Dat is niet het geval, voorzitter. Het gaat over een jaarlijkse reservering van anderhalf miljoen euro om in 2024 iets te gaan doen tot exploitatie van voorzieningen die er nog helemaal niet zijn op dit moment. En het valt niet uit te sluiten – ik hoop het niet, maar het kan – dat ze er in 2026 ook nog niet zijn, omdat we niet weten hoever we achter gaan lopen door de crisis die er toch wel is. Daarom richt ik mij tot de collega’s, voorzitter, om toch nog even goed te kijken, wat vragen we nou precies. We vragen een bedrag wat ongeveer een derde is van die jaarlijkse reservering, nu te stoppen in reddenswaardige kunstinstellingen en te zorgen dat zij deze tijd goed doorkomen. Ik zou bijna berustend willen zeggen: dan zien we volgend jaar wel weer verder, voorzitter. De VOORZITTER: Ik kijk of er nog andere leden zijn die het woord willen in de tweede termijn. Die kunnen dat via de chat laten weten. Maar, volgens mij, is dat niet het geval. Dan ga ik het woord geven nog, kort, aan mevrouw Meliani om te reageren op mevrouw De Grave-Verkerk. En dan gaan we tot een afronding komen. De VOORZITTER geeft het woord aan Wethouder MELIANI: Nou vind ik mevrouw De Grave-Verkerk gewoon een heel leuke vrouw.
Ik heb geen vraag gehoord, maar ik vind het toch fijn om even te reageren. Even de 1,45 miljoen die gereserveerd is, die gebruiken we eigenlijk in eerstvolgende jaren voor het programma. Ik hebben net een aantal voorbeelden van projecten die we echt willen doen, gegeven. Dat wil ik daar echt voor reserveren. En daarnaast ruimte maken voor de andere twee, het Bostheater en Het Schip. Ik zou allebei graag willen doen. Ik hoop dat u dat begrijpt, dat ik het zo jammer zou vinden als we nu al het geld gaan gebruiken en in ’23 veel minder geld overhouden voor de exploitatie van die instellingen. Want over een paar jaar hebben we meer geld nodig. En als we dat nu allemaal
35
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 17 dec. 2020
R
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
gebruiken- En volgens mij, moeten we niet al onze problemen naar de toekomst leggen, maar kunnen we nu ook een heleboel oplossen. (Mevrouw NADIF: Excuses, ik was bezig met de motie-administratie. Mijn vraag over Aslan. Of ik heb die gemist. Of u daar nog even op in zou kunnen gaan.) Aslan heeft primair geld aangevraagd, wat ze gehonoreerd hebben gekregen. Tenminste, door de adviescommissie van het AFK. Ze hebben, volgens mij, ruim een miljoen aangevraagd, maar het financiële kader is maar vijfeneenhalf miljoen. Dat betekent dat zij hun ambities hebben moeten bijstellen. Wel hebben ze meer gekregen van ons, namelijk driehonderdvijftigduizend euro, waarvan twee ton voor de huisvestingslasten. Want ze hebben een mooi, prachtig gebouw. Weer een culturele voorziening in NieuwWest, waar we heel blij mee zijn. Maar die kosten zijn hoog, namelijk twee ton. De vraag is, als zij zo weinig overhouden, kunnen ze dan wel alle scholen ondersteunen? Zij hebben een ambitie om acht scholen extra te helpen. We kunnen kijken of wij bijvoorbeeld, samen met de Muziekschool Amsterdam- Zodat ze samen kunnen optrekken om ook die scholen – die zitten voornamelijk in West, in Nieuw-West – om die ook te ondersteunen. Dat is er één. De tweede zou kunnen zijn om ook het stadsdeel te vragen om de huur bij te dragen. Namelijk, daar zit een gebouw wat het stadsdeel misschien mogelijkerwijs kan ondersteunen.
Bijvoorbeeld in Noord ondersteunen ze ook vanuit het stadsdeel voor de locatie, dat doen ze ook in Zuidoost. We gaan in gesprek met het stadsdeel om te kijken of ze hierin kunnen bijdragen. Daar zit ongeveer de oplossing. De VOORZITTER: Wij kijken of wij het onderwerp kunnen afronden. Althans, de beraadslaging daarover en de stemmingen volgen natuurlijk nog. Dat is het geval. Dan hebben we daarmee agendapunt 32 afgerond. De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER: Dan gaan we zo dadelijk door naar agendapunt 33. Dat betreft het aanwijzen van het IJplein tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht. Maar voordat wij dat gaan doen, zou ik de vergadering graag kort willen schorsen tot 15.00 uur. In de tussentijd vraag ik de griffie om even de recente spreektijden op de chat te zetten, zodat iedereen ervan op de hoogte is, want er beginnen fracties door hun spreektijd heen te raken. Misschien slecht nieuws voor de betreffende fracties, wel goed nieuws voor de vaart van de vergadering. Dus dan gaan we zo dadelijk, om 15.00 uur, met elkaar door. En dan gaan we verder met agendapunt 33. Ik schors de vergadering. De VOORZITTER schorst de vergadering. Voorzitter: burgemeester Halsema De VOORZITTER heropent de vergadering.
33. Aanwijzen van het IJplein (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1565)
36
tot
gemeentelijk
beschermd
stadsgezicht.
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 17 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
De VOORZITTER: Goedemiddag, ik heropen deze vergadering. Wij gaan door met agendapunt 33, het aanwijzen van het IJplein tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht. Er zijn geen moties ingediend. Bij mijn weten heeft zich maar één spreker gemeld. dat is ofwel mevrouw De Grave-Verkerk of mevrouw Naoum Néhmé van de VVD. Klopt dat? Zijn er anderen die het woord willen voeren? Dan geef ik het woord aan- Is er iemand van de VVD, die het woord wil voeren? Dat betekent, volgens mij, dat iedereen afziet van een bijdrage en dit punt vanavond gehamerd kan worden. De discussie wordt gesloten.
34. Vaststellen van de Wijzigingsverordening wonen 2021 en wijzigen van het beleidskader Huisvestingsverordening 2020. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1538) De VOORZITTER: Dan gaan wij door naar agendapunt 34, het vaststellen van de Wijzigingsverordening wonen 2021 en wijzigen van het beleidskader Huisvestingverordening 2020. Ik neem aan dat wethouder Ivens ook luistert. Ja, ik zie hem in beeld. Bij dit onderwerp zijn de volgende moties ingediend. De VOORZITTER deelt mee dat het volgende amendement is ingekomen: 220° Amendement van de leden Naoum Néhmé, Boomsma en Ceder inzake aanscherping definitie zelfstandige woonruimte B&B’s. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1638) besluit: Artikel 3.9.6 lid 1 d. ‘’de ruimte waar de toeristen slapen is een deel van een zelfstandige woonruimte, inhoudende dat de verhuurde ruimte bouwkundig is verbonden met de rest van de woonruimte zonder dat hier een verdieping, buitenplaats of andersoortige ruimte tussen zit;’’ te wijzigen in: Artikel 3.9.6 lid 1 d. ‘’de ruimte waar de toeristen slapen is een deel van een zelfstandige woonruimte;’’ en Artikel 3.9.6 lid 2 d.
“de toeristen slapen in het deel van de zelfstandige woonruimte zoals in de vergunning vermeld, inhoudende dat de verhuurde ruimte bouwkundig is verbonden met de rest van de woonruimte zonder dat hier een verdieping, buitenplaats of andersoortige ruimte tussen zit;” te wijzigen in: Artikel 3.9.6 lid 2 d. “de toeristen slapen in het deel van de zelfstandige woonruimte zoals in de vergunning vermeld;” Het amendement maakt deel uit van de beraadslaging.
37
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 17 dec. 2020
R
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 221° Motie van de leden Naoum Néhmé en Boomsma inzake vergunningsstelsel vakantieverhuur (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1639). Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Te stoppen met het vergunningsstelsel voor vakantieverhuur; De regels omtrent dit vergunningsstelsel te schrappen Huisvestingsverordening 2021.
uit
de
De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 222° Motie van het lid De Jong inzake onderzoek naar wijkindeling Amsterdam. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1662). Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Een onderzoek te starten naar de wijkindeling en in hoeverre deze adequaat is voor bijvoorbeeld het instellen een quotum, daarbij te bezien of hier maatwerk kan worden toegepast als hierdoor beleidsdoelen niet worden gehaald en de resultaten voor de behandeling van de Huisvestingsverordening 2022 met de raad te delen. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat het volgende amendement is ingekomen: 223° Amendement van het lid Hammelburg inzake het wijzigen van de Wijzigingsverordening Wonen 2021 (Onnodige aanscherping regel B&B’s) (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1671) besluit: In artikel I Wijzigingsverordening Wonen 2021, betreffende wijzigingen in de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020: 1. In onderdeel A, subonderdeel 1, ‘‘In onderdeel c wordt “onzelfstandige woonruimte binnen” vervangen door “deel van”.’’ te wijzigen in ‘’In onderdeel c wordt ‘’onzelfstandige woonruimte binnen’’ vervangen door ‘’ruimte binnen’’.”. 2.
In onderdeel II in artikel 3.9.6 eerst lid, onderdeel d, de zinsnede “de ruimte waar de toeristen slapen is een deel van een zelfstandige woonruimte, inhoudende dat de verhuurde ruimte bouwkundig is verbonden met de rest van de woonruimte zonder dat hier een verdieping, buitenplaats of andersoortige ruimte tussen zit;” te wijzigen in “de ruimte die aan toeristen wordt verhuurd is een deel van een zelfstandige woonruimte;’’. 3. In onderdeel II in artikel 3.9.6 tweede lid, onderdeel d, de zinsnede “de toeristen slapen in het deel van de zelfstandige woonruimte zoals in de vergunning vermeld,
38
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 17 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
inhoudende dat de verhuurde ruimte bouwkundig is verbonden met de rest van de woonruimte zonder dat hier een verdieping, buitenplaats of andersoortige ruimte tussen zit; en’’ te wijzigen in “de toeristen slapen in het deel van de zelfstandige woonruimte zoals in de vergunning vermeld; en,’’ 4. In II. Artikelsgewijze toelichting, onder Huisvestingsverordening 2020, in onderdeel A, de passage: ‘’Allereerst wordt de definitie van Bed & Breakfast (B&B) enigszins verduidelijkt. Een B&B is een deel van een zelfstandige woning. In de oude definitie stond: ‘een onzelfstandige woonruimte binnen de zelfstandige woonruimte’. Hoewel dit niet zozeer fout was, riep dit verwarring op met kamerverhuur waarbij sprake is van omzetting van een zelfstandige woonruimte naar meerdere onzelfstandige woonruimten. Om deze verwarring weg te nemen wordt thans gesproken van ‘een deel van de zelfstandige woonruimte’.’’ te wijzigen in: ‘’Allereerst wordt de definitie van Bed & Breakfast (B&B) enigszins verduidelijkt. Een B&B is binnen een zelfstandige woning. In de oude definitie stond: ‘een onzelfstandige woonruimte binnen de zelfstandige woonruimte’. Hoewel dit niet zozeer fout was, riep dit verwarring op met kamerverhuur waarbij sprake is van omzetting van een zelfstandige woonruimte naar meerdere onzelfstandige woonruimten.
Om deze verwarring weg te nemen wordt thans gesproken van ‘een ruimte binnen een zelfstandige woonruimte’.’’ 4 In II. Artikelsgewijze toelichting, onder Huisvestingsverordening 2020, in onderdeel II, artikel 3.9.6, eerste lid, de passage: ‘d. de ruimte waar de toeristen slapen is een deel van een zelfstandige woonruimte, inhoudende dat de verhuurde ruimte bouwkundig is verbonden met de rest van de woonruimte zonder dat hier een verdieping, buitenplaats of andersoortige ruimte tussen zit; Een B&B mag alleen worden gehouden in een deel van een zelfstandige woonruimte. De ruimte waar de toeristen slapen mag zodoende niet op zichzelf een zelfstandige woonruimte zijn en de ruimte dient direct bouwkundig verbonden te zijn met de woonruimte. Een woonruimte is zelfstandig als deze beschikt over (cumulatief) een eigen keuken, toilet, wasgelegenheid en opgang. Deze voorwaarde beschermt de samenstelling van de woonruimtevoorraad omdat anders een zelfstandige woonruimte die bewoond kan worden door een huishouden permanent verhuurd kan worden aan toeristen. Bergingen of zolders die alleen via een gemeenschappelijke ruimte bereikt kunnen worden mogen op grond van deze voorwaarde ook niet gebruikt worden als slaapverblijf voor de toeristen. Dit beschermt de leefbaarheid van de woningvoorraad.
Het is niet wenselijk dat de toeristen op afstand slapen van de exploitant van de B&B die het toezicht moet kunnen houden en om te voorkomen dat buren overlast ervaren van toeristen in de gemeenschappelijke ruimtes. De verhuurde ruimte is dus bouwkundig verbonden met de rest van de woonruimte zonder dat hier een verdieping, buitenplaats of andersoortige ruimte tussen zit.’ te wijzigen in: