20201216 Notulen raadsvergadering middag - beraadslagend
Tekst van het document
En als je daar vervolgens wat van zegt, als je een motie indient om taal bij te spijkeren, dan zitten partijen als GroenLinks, D66, de PvdA en de SP je een beetje stom aan te kijken terwijl dat juist nodig is om ervoor te zorgen dat we bij de volgende pandemie over een jaartje of twintig wel op tijd zijn en dat mensen het wel snappen. Goed, dan nog een paar vragen. Rekent het college zichzelf iets aan waar het gaat om het onder controle krijgen van het coronavirus? Wat gaat het college eraan doen om het draagvlak voor de coronaregels te vergroten? Is er enige vorm van causaliteit tussen enerzijds de afgekondigde maatregelen en anderzijds het aantal besmettingen of de druk op de zorg? Welke actie gaat het college ondernemen om slachtoffers zowel qua zorg als economisch te helpen en wat blijft er na deze tweede lockdown over van de begroting 2021 waarop we zo meteen met z’n allen een klap gaan geven. Tot slot nog twee vragen over de komende weken. Dat gaat in het bijzonder over kerst en Oud en Nieuw. Om met kerst te beginnen: drie gasten maximaal in huis. Maar ik denk dat veel Amsterdammers willen weten hoe hierop wordt gehandhaafd. Krijgen mensen bijvoorbeeld agenten langs de deur of gaan we net zoals België drones inzetten? Wat mij betreft uiteraard liever niet. Of doen we een beroep op de verantwoordelijkheid van Amsterdammers zelf.
En dan met betrekking tot Oud en Nieuw: de hoofdcommissaris zet twee keer zo veel agenten is als normaal. Het zou een zware nacht kunnen worden voor onze agenten, kan ik me zo voorstellen. Welke instructies krijgen de agenten mee van de korpsleiding, hoe is het beeld, verwacht de politie ongeregeldheden, relletjes of nog erger? Ik hoor het graag. Dank u wel. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Ceder. De heer CEDER: Er is al heel veel gezegd. Het worden een aantal zware weken, een tijd waarin we vooral naar elkaar horen om te kijken. Ik weet dat de neiging er is om te verzinken in wat ons overkomt en de blik op onszelf te richten. Toch zou ik vooral willen meegeven aan de raad en aan alle Amsterdammers die kijken, kijk vooral ook naar elkaar om. Juist in deze tijden zijn er veel mensen die niet worden gezien en die het misschien nog zwaarder hebben. Ik zal me beperken tot een paar korte vragen. Allereerst maak ik mij zorgen over de jongeren die nu eerder vakantie hebben, geen vuurwerk kunnen afsteken en ik vraag me af wat de burgemeester inschat qua risico’s in het licht van het aantal incidenten dat we de vorige keer hebben gezien. Ik vraag dit ook in het licht van het wapengeweld dat we het afgelopen jaar in de stad hebben gezien en ook het verbod op vuurwerk. Dus ik vraag me af of de burgemeester daarover een analyse kan geven, maar vooral ook wat zij van plan
37
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
is om de komende weken extra te doen om ervoor te zorgen dat we omtrent jongerenwerk ook de veiligheid kunnen waarborgen. Dan heb ik een vraag over kwetsbare kinderen. Tijdens de vorige lockdown waren wij het er unaniem over eens dat sommige kinderen kwetsbaarder thuis zijn dan op school. Als dat toen niet goed was, dan denk ik dat de situatie nu ook voor juist die kwetsbare groep ook niet goed is. Dus ik vroeg mij af als de scholen niet open gaan, wat de gemeente zou kunnen doen om wat verlichting te kunnen bieden specifiek voor deze groep waarvan we al eerder hebben aangegeven dat het soms onveilig thuis kan zijn vooral als je al deze weken thuis samen moet zijn. Ik maak mij ook zorgen over het toenemende vandalisme. Er zijn ruiten ingegooid bij teststraten in de Amsterdamse RAI en ook in Zuidoost zo heb ik vanochtend begrepen. Het blijft kennelijk niet alleen bij argumenten of opvattingen, maar dat lijkt zich te vertalen naar frustratie die zich uit in vandalisme. Ik vroeg me af of er nog extra maatregelen worden genomen de komende weken om teststraten of andere locaties te beschermen. Ik wil afronden met een oproep.
Hoewel het kerstdagen zijn zoals anders en het in heel veel opzichten toch ook donkere dagen zijn, wil ik iedereen bemoedigen met de centrale boodschap van ook juist deze kerstdagen namelijk dat wanneer alles duister is en donker lijkt te zijn, dat we toch een klein licht mogen verwachten en daarmee mogen we hoop blijven houden. En ik hoop ook dat dat ons motiveert om deze crisis, deze lockdown samen met elkaar door te komen. Tot zover. De VOORZITTER: Dan zijn we volgens mij aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de raad. We zijn nu ongeveer een uur bezig met deze actualiteit en dat lijkt mij een mooi moment voor een korte schorsing. Ik schors de vergadering tot 15.50 en dan gaan we door met de eerste termijn van de zijde van het college.
De VOORZITTER schorst de vergadering voor enkele minuten. De VOORZITTER heropent de vergadering.
De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA: Het is zoals mevrouw Poot inderdaad zei, een zware boodschap die door de premier afgelopen maandag werd meegedeeld. Overigens wat het een Rutte-ervaring die u had terwijl er naast u thuis werd geboord. Ik vond dat u zich daar net zo manhaftig/vrouwhaftig doorheen sloeg. Maar het was een hele akelige boodschap die de premier bracht voor alle Nederlanders en zeker ook voor de Amsterdammers die het moeten doen in een dichtbevolkte stad dicht op elkaar, dikwijls klein behuisd. Het was een zware klap voor onze ondernemers en dan met name de horecaondernemers, clubeigenaren die al op verschrikkelijke maanden kunnen terugkijken en het moeilijk hebben. Daar komt nu de detailhandel bij die ook een moeilijke tijd tegemoet gaat nu alleen nog maar essentiële winkels open mogen blijven. Zoals u weet en zoals ik ook gisteren in een boodschap aan de Amsterdammers heb gemeld, zijn wij ons zeer bewust van wat het lijden van de Amsterdamse bevolking op dit moment is. Dat geldt voor ondernemers maar dat geldt ook voor mensen die kwetsbaar zijn, die al heel lang thuis zitten of in verpleeghuizen verblijven, mensen die ziek zijn geworden en die zich grote zorgen maken over hun gezondheid. Het is ook een hele moeilijke periode voor jongeren en kinderen.
Ik weet uit eigen ervaring van mijn eigen kinderen dat de tijd veel langzamer gaat als je jong bent. Dus een jaar thuis zijn of een jaar minder naar school kunnen, minder activiteiten
38
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
hebben duurt veel langer dan wanneer je de vijftig bent gepasseerd. Het is dus zwaar voor jongeren. Wij steunen de maatregelen die het kabinet heeft genomen. Wel ben ik het met veel van de raadsleden eens dat het met name voor de kinderen in het onderwijs, in het primair onderwijs en de kleintjes op de kinderopvang heel erg zwaar is. Ik hoop dan ook dat direct na de kerstvakantie het primair onderwijs en de kinderopvang weer open kunnen. In die zin zal ik me ook tot het kabinet verstaan, maar daar teken ik direct bij aan dat wij de inschattingen volgen zoals die door het RIVM en het OMT worden gemaakt. Ik geloof dat het de heer Ernsting was die mij vroeg even stil te staan hoe dan de discussie verloopt in het Veiligheidsberaad. Wij zijn afgelopen maandagochtend op de hoogte gebracht van de uitkomsten uit het Catshuisberaad en de ministeriële commissie Crisisbestrijding. Daar is ons uitgelegd wat de noodzaak is van de extra maatregelen. Daarbij aanwezig was onder andere de heer Ernst Kuipers en de uitleg is vooral dat niet alleen het aantal besmettingen op een veel te hoog niveau blijft en ook weer stijgt – en dat zien we ook in Amsterdam terug – maar dat vertraagd daarmee de verwachting is dat het aantal ziekenhuisopnames in de kerstvakantie fors gaat toenemen en een niveau kan bereiken dat echt buitengewoon zorgelijk is.
Dat geldt ook voor het aantal opnames op de Intensive Care. Dat maakt de maatregelen noodzakelijk. De maatregelen hebben bij elkaar opgeteld vooral ten doel om het aantal contactmomenten tussen mensen zo veel mogelijk terug te dringen. We weten allemaal dat de meeste besmettingen thuis plaatsvinden, op school en op het werk en daarom is het van groot belang dat mensen zo veel mogelijk thuis werken en dat onderwijs de komende tijd niet plaatsvindt. En als mensen thuis zijn, moeten ze er rekening mee houden en heel weinig mensen thuis uitnodigen. Als regel geldt dat er thuis twee mensen mogen worden ontvangen met uitzondering van de kerstdagen, de 24ste, de 25ste en de 26ste, dan mogen er drie mensen thuis worden ontvangen. Het is van groot belang dat mensen zich daaraan houden. Dat is namelijk de enige manier waarop wij zo snel mogelijk naar een nieuwe fase toe kunnen waarin de stad toch weer meer opengesteld kan worden, de detailhandel zijn zaken kan hervatten, de horeca geleidelijk kan worden opengesteld en mensen hun sociale leven kunnen hervatten. Daar snakken we natuurlijk allemaal naar. Ik ga zo de specifieke vragen van de raadsleden na lopen. Zowel wethouder Kukenheim als wethouder Moorman hebben meegeluisterd en zullen specifieke vragen op hun terrein beantwoorden.
(De heer VAN SCHIJNDEL: Is het niet zo dat Amsterdam er toch wat anders in staat doordat we een grote stad zijn en ook doordat de economie veel harder dan de rest van Nederland wordt geraakt? Is er eigenlijk wel ruimte om de maatregelen van het kabinet niet te steunen vanuit Amsterdam?) Wij worden als stad en als regio heel hard geraakt. Er is landelijk sprake van een krimp van 5 procent en voor Groot Amsterdam, voor de Amsterdamse regio geldt dat de krimp inmiddels 6 procent tot 7 procent is. Onze economie is heel sterk afhankelijk van bezoekers, van horeca, van cultuur, van onderlinge ontmoetingen. Dat zie je ook gewoon terug in de economische neergang die de stad op dit moment doormaakt. Dus ja, wij hebben grote zorgen. Tegelijkertijd is de stad ook heel erg kwetsbaar voor volksgezondheidsrisico’s omdat we zo dichtbevolkt zijn. Dat betekent dat we omwille van de economie niet lichtzinnig mogen omgaan met de volksgezondheidsrisico’s die onze bevolking teisteren. Dat betekent hoe erg de economische neergang op dit moment ook wordt gevoeld, er voor ons geen reden kan zijn om lichtzinnig om te gaan met de beperkingen die worden opgelegd aan het verkeer tussen mensen omwille van de volksgezondheid.
(De heer VAN SCHIJNDEL: Als het nu zo is dat het midden januari niet is gelukt om die ziekenhuiscapaciteit weer te sparen, dan kan er een moment komen dat het toch verstandig is om om te zien naar een totaal ander
39
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
beleid. Drie maanden in deze lockdown blijven, dat is niet aanvaardbaar voor de stad. Kan de burgemeester daar in komen?) Ik kan alleen maar van harte hopen dat op 19 januari de besmettingscijfers zo zijn gedaald dat de R weer onder de 1 is en dan ook echt fors onder de 1, dat die op 0,8 zit waardoor wij onze stad wat kunnen gaan openstellen. Zoals u weet, is er de tijdelijke wet Covid. Daarin is bij wet vastgelegd wat de verantwoordelijkheden zijn van de gemeente. Daaronder hangen ministeriële regelingen waarin de maatregelen worden vastgesteld al naar gelang het besmettingsniveau. Op het moment dat wij ons als stad daarvan zouden losmaken, zijn we in overtreding van de wet en ik denk niet dat de heer Van Schijndel dat zou willen. (De heer VAN SCHIJNDEL: Laat ik het zo zeggen, als het er niet van komt midden januari dat de cijfers bevredigend zijn geweest, kan het college dan niet beter omzien naar ander wetenschappelijk advies, alternatief wetenschappelijk advies, eventueel in te winnen in het buitenland. Zoals het nu gaat, telkens twee weken vooruit beleid, dat is de maximale beleidshorizon, dan kan gewoon niet meer werken.) Anders dan de heer Van Schijndel heb ik wel vertrouwen in de wetenschappers die zijn verzameld in het OMT. Het is ook niet zo dat daar maar een stroming of een wetenschappelijke opvatting is vertegenwoordigd.
Het is een breed spectrum aan wetenschappers die ook een wetenschappelijk debat met elkaar voeren en die aansluiting hebben op wetenschappers in het buitenland. Anders dan u suggereert, zie ik ook geen grote afwijking in de Nederlandse wetenschappelijke opvattingen zoals die door het OMT naar buiten worden gebracht en bijvoorbeeld de opvattingen in Duitsland, Frankrijk, België, Engeland of bijvoorbeeld in weerwil van de opvattingen van nu nog president Trump door vooraanstaand arts Fauci naar buiten worden gebracht. Dus ik ga er eigenlijk vanuit dat Nederland deel uitmaakt van een internationale wetenschappelijke gemeenschap waarin een levendig debat plaatsvindt en waar een redelijke consensus bestaat over de te voeren lijn. Ik zou nog een opmerking willen maken voordat ik de verdere vragen beantwoord. Er werden verschillende vragen gesteld over wat de gemeente nu doet in reactie op de coronacrisis. Dan breng ik kortheidshalve even in herinnering dat de gemeente onmiddellijk na de eerste lockdown een noodkas van 50 miljoen euro heeft opengesteld waaruit zowel noodlijdende ondernemers in extreme omstandigheden geld hebben kunnen krijgen maar ook bijvoorbeeld sportclubs. Er is 18 miljoen euro gereserveerd voor de culturele sector en er is per keer gekeken waar extra geld naartoe moet.
Daarnaast is bij de begroting 2021 heel nadrukkelijk rekening gehouden met de effecten van de coronacrisis. Niet alleen is als gevolg van de coronacrisis een groot tekort ontstaan op de gemeentelijke middelen van 300 miljoen euro dat moet worden ingelopen, maar tegelijkertijd heeft het college nog een investering gedaan van om en nabij de 250 miljoen euro die in belangrijke mate ten goede moet komen aan het scheppen van werkgelegenheid en aan een groot aantal sociale investeringen die noodzakelijk zijn om het ergste coronaleed te repareren. Zal dat voldoende zijn? Dat zal natuurlijk te bezien zijn al naar gelang de ontwikkeling van corona en de snelheid waarmee het vaccin ook in Nederland kan worden geïmplementeerd. Ik ga er op het moment vanuit dat mocht blijken en we zullen allemaal hopen dat dat niet het geval is, er ook na 19 januari nieuwe lockdowns zullen zijn, dat er dan een open gesprek met de raad zal zijn over extra maatregelen die eventueel zouden moeten worden getroffen om de ergste pijn te ledigen. Dan zou ik willen ingaan op een aantal vragen. Als eerste de vragen van de heer Van Schijndel. Die vroeg om slim aanvullend beleid. Zoals ik u al aangaf, heeft de gemeente een groot aantal extra maatregelen genomen om de pijn te verminderen van de coronacrisis
40
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
op zowel onze lokale regionale economie als op het sociale leed dat dat veroorzaakt. Ten aanzien van de vaccinatie is het zo dat die plaatsvindt onder rijksregie. Daarover is zeer uitgebreid overleg. Dat neemt niet weg dat onze eigen GGD grote voorbereidingen treft om de vaccinatie zo snel mogelijk hier te kunnen starten. U zei dat het niet logisch was om die taakstelling te beleggen bij de GGD. Dat ben ik met u oneens. De GGD heeft grote ervaring met vaccinprogramma’s die de afgelopen jaren in Amsterdam zijn voltrokken en ze kan ook grootschalige vaccinprogramma’s voorbereiden. Die is daarmee nu al druk bezig. U stelde de vraag waarom gezonde 60’ers pas later aan de beurt komen. Dat heeft te maken met de aanwezigheid van vaccins en de opbouw van het vaccinatieprogramma zoals dat landelijk is afgesproken. U vroeg opnieuw naar het coronaziekenhuis. Daar vroeg ook de heer Flentge naar. Ik neem aan dat de wethouder daar uitgebreid op zal ingaan. Laat ik alleen zeggen dat ik het buitengewoon verstandig vind met het oog op de schaarste die er is in personeel – er is geen schaarste in bedden maar wel een schaarste in personeel – dat er vanuit de GGD’ s en de ROASregio met name wordt ingezet op samenwerking met huisartsenpraktijken waardoor mensen vaker thuis kunnen worden behandeld. Dat lijkt mij een heel verstandige omgang met de personele schaarste die er is.
Dat is volgens mij een extra ziekenhuis op dit moment niet. Maar daarop zal de wethouder uitgebreid ingaan. (De heer FLENTGE: De burgemeester stelt dit onderwerp nadrukkelijk ter discussie en daarom voel ik mij verplicht te reageren. Hier weer, wederom, ondanks mijn vaak gegeven uitleg, wordt het argument gebruikt alsof het gaat om de bedden. Maar het gaat mij juist om het ontzorgen van het ziekenhuispersoneel. Het gaat mij nu juist om het ontzorgen van de verpleegkundigen en de artsen. Juist op een plek waar je meerdere bedden in een voormalig ziekenhuis hebt, is dat veel gemakkelijker te organiseren, veel efficiënter dan via de huisartsen. Dan moet je van huisbezoek naar huisbezoek en naar huisbezoek. Dat is nu juist de essentie. Dus ik zou de burgemeester willen vragen niet steeds het argument voor meer bedden te gebruiken, omdat ik juist nadrukkelijk zeg dat het mij gaat om het ontzorgen van ziekenhuispersoneel.) Normaals, de wethouder zal daar uitgebreider op ingaan. Laat ik u wel zeggen dat de opvatting die u bij herhaling geeft over de bijdrage van het Slotervaartziekenhuis niet door de experts wordt gedeeld. Dat lijkt mij wel een belangrijke boodschap. Ik zou u willen vragen om deze discussie uitgebreider te voeren met de wethouder. (De heer FLENTGE: Dit laat ik mij niet aanleunen, zeg ik tegen de burgemeester.
Ik spreek experts, mevrouw de burgemeester, ik spreek hen juist en juist van hen krijg ik het verhaal te horen. Ik check dat soort zaken. Dan kan het zijn dat u wellicht andere experts beluistert en hoort, dat zou kunnen, maar ik laat me natuurlijk niet aanleunen dat ik hier ergens in een kamertje een plannetje zit te verzinnen. Het is nadrukkelijk bedoeld om het ziekenhuispersoneel te ontzorgen en het is nadrukkelijk afgestemd met juist mensen die op de IC werken, IC-artsen. Ik hoop toch dat die ruimte daartoe open blijft. Ik ga straks wel de discussie aan met de wethouder Zorg.) (De VOORZITTER: Graag spreken via de voorzitter en interrupties graag kort en bondig.) Het was zeker niet mijn bedoeling te suggereren dat u plannetjes op een achterkamertje maakt. Daar lijkt u mij helemaal de persoon niet naar. Ik zou de discussie verder graag aan de wethouder willen laten. Dan vroeg de heer Van Schijndel mij of er overleg plaatsvindt met de supermarktketens. Dat overleg wordt landelijk op dit moment gevoerd. Vanuit het ministerie
41
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
van EZ is er overleg met de branches en de grote ketens. U heeft natuurlijk ook gemerkt dat er enige onduidelijkheid was vandaag over de omschrijving van essentiële winkels, wat non-food is, wat food is, wat open mag, wat wel open mag. Inmiddels is er vanuit het ministerie van Justitie meer duidelijkheid geschapen waardoor ook wij duidelijkheid in de handhaving hebben. (De heer VAN SCHIJNDEL: Het onderwerp dat zojuist bij de heer Flentge werd behandeld, dus de politieke keuze voor een groot hospitaal. We weten dat na tien jaar marktwerking in de zorg heel veel zorgmedewerkers zijn vertrokken. Die zijn andere dingen gaan doen. Je zou heel veel mensen die nu stil zitten en een goede bijdrage kunnen leveren, een sign-on fee kunnen geven. 10.000 euro, kom daar werken. Je hebt zo de handen aan het bed bij elkaar als je daar wat geld voor over hebt. Dat is iets wat bij de landelijke overheid kan worden neergelegd?) (De VOORZITTER: Mijnheer Van Schijndel, ik heb een beetje moeite met deze interruptie omdat die gewoon een heel nieuw plan op tafel legt. Dat mag op zich maar het idee is dat sprekers in eerste termijn een bijdrage houden en daar kunnen ze zeggen wat ze te melden hebben. Vervolgens wordt daarop door het college gereageerd. En vervolgens kunt u naar aanleiding van die reactie concreet interrumperen.
Dit is nogal een algemeen, nieuw betoog waar ik als voorzitter vanuit het ordeperspectief wat moeite heb. Ik zou de burgemeester eigenlijk willen vragen verder te gaan met de beantwoording en vervolgens te kijken of de twee wethouders ook nog het woord zouden willen voeren. We moeten wel echt op een ordelijke wijze met elkaar vergaderen. Ik geef het woord aan de burgemeester.) Ik was gebleven bij mevrouw Poot en die vroeg of er met het oog op de nieuwe lockdown extra maatregelen nodig zijn. Zoals u weet, hebben we veel handhaving ingezet de afgelopen maanden op het tegengaan van besmettingen. We gaan er eigenlijk vanuit dat er met de nieuwe lockdown geen extra inspanningen nodig zouden zijn, want als het goed gaat, zou dit moeten betekenen dat er minder mensen op straat zijn. Omdat veel winkels dicht zijn, omdat de horeca dicht is, zou dat juist moeten leiden tot minder overtredingen op straat. Wij weten tegelijkertijd dat veel van de overtredingen plaatsvinden in huiselijke sfeer. Dat onttrekt zich aan onze overheidsbevoegdheden. Daar kunnen we niet op handelen behalve als er sprake is van illegale feesten bijvoorbeeld. Daarop zijn we zeer alert en we hebben meerdere keren gevraagd om via de overlastmeldingen dat bij ons aan te geven zodat we daarop kunnen handelen. Dan vroeg u of er extra initiatieven waren.
Ik ben ervan overtuigd dat zowel wethouder Kukenheim als wethouder Moorman daarover graag iets willen zeggen. Wij hadden inderdaad voor de kerstvakantie een groot aantal initiatieven voorbereid met name gericht op jongeren en kinderen bijvoorbeeld op sport en ook andere initiatieven zoals Midwinter Mokum. De nieuwe lockdown beperkt de mogelijkheden om activiteiten te organiseren; binnen mag er veel minder. Dat wordt dus allemaal opnieuw beoordeeld. Tegelijkertijd heeft het kabinet gelukkig een uitzondering gemaakt voor kwetsbare groepen en daaronder vallen ook kwetsbare jongeren en daaronder valt ook de mogelijkheid om dagbesteding te organiseren voor diegenen die kwetsbaar zijn. Daarover zal wethouder Kukenheim het een en ander zeggen. Dan de heer Van Dantzig. Die maakte zich grote zorgen wat dit opnieuw betekent voor ondernemers, voor mensen die heel kwetsbaar zijn en voor kinderen en jongeren. Ik deel volledig in die zorg. Ik denk dat het er voor de komend tijd ook op aankomt dat wij als gezonde Amsterdammers, Amsterdammers die zich krachtig en sterk voelen, zo veel mogelijk inzetten voor onze mede-Amsterdammers die het moeilijk hebben. Ik heb gisteren
42
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
ook een oproep gedaan aan iedereen om ook via het platform Wij Amsterdam.nl zo veel mogelijk hulp te zoeken als je die nodig hebt en je aan te melden op het moment dat je misschien eens boodschappen voor iemand anders kunt doen of iemand kunt bijstaan. En let alsjeblieft ook eens op vrienden die schulden aan het opbouwen zijn. We zullen elkaar echt een beetje door deze crisis heen moeten helpen en dat zal voor een deel op de schouders van de gemeente terecht komen, maar dat is ook heel erg een medeverantwoordelijkheid van ons allemaal om vanuit het maatschappelijk middenveld, vanuit de kerken, de moskeeën, vanuit sportorganisaties en andere zo veel mogelijk voor elkaar te zorgen. Dan stelde u nog een aantal specifieke vragen over de kinderdagverblijven en de lagere scholen. Daarop heb ik u inmiddels antwoord gegeven. Ik deel eigenlijk ook wel uw opvatting daarover. De heer Boomsma. Die vroeg om een extra inventarisatie van de effecten van deze lockdown. Laat ik daarop zeggen dat het kabinet natuurlijk al heeft aangegeven dat de maatregelen die zijn genomen, moeten mee-ademen met deze lockdown en dat betekent dat er extra ruimte zou moeten zijn op het moment dat er negatieve effecten zijn van deze lockdown op de detailhandel, op ondernemers, in de horeca en op andere. Maar wij blijven natuurlijk ook inventariseren wat de effecten zijn.
Tegelijkertijd moeten we daarbij wel aangeven dat anders dan bijvoorbeeld voor de rijksbegroting voor de gemeentebegroting natuurlijk geldt dat wij veel minder in de min mogen schieten dan het rijk dat kan. Dat betekent dat we ook beperkt zijn in de extra uitgaven die wij kunnen doen daar waar de nood het hoogst is. Het college hoopt natuurlijk dat met de investeringen die worden gedaan in de begroting 2021 er ook tegemoetgekomen wordt aan diegenen die het op dit moment het moeilijkst hebben. (De heer VAN DANTZIG: Met excuses dat ik wat te laat was. Het ging mij nog even om de ondernemers. Ik was op zoek naar een toezegging van het college dat er in februari of anders in de loop van het eerste kwartaal een voorstel wordt gedaan voor welke vrijheden we ondernemers kunnen geven vergelijkbaar met afgelopen zomer.) Wat ik van heel groot belang vind, ik denk in de eerste plaats voor de horecaondernemers omdat die het echt verschrikkelijk zwaar hebben maar ook bijvoorbeeld voor de clubs, dat is dat op het moment dat we weer mogen openstellen, die openstellingen duurzaam zijn en dat het niet betekent twee weken open en dan weer dicht. Met name voor horecaondernemers betekent dat ook voor de voorraden die ze aanleggen en bij de aanstelling van personeel dat juist die variatie en die onzekerheid heel moeilijk te dragen is. Wij zijn met Koninklijke Horeca Nederland in gesprek.
Het zijn overigens ook landelijke gesprekken die de Koninklijke Horeca Nederland voert om na te gaan hoe je een geleidelijke openstelling kunt doen waarbij je bijvoorbeeld eerst de ‘droge’ horeca, de restaurants en vervolgens de cafés een perspectief kunt geven dat duurzaam is. Dat geldt ook voor de clubs. De clubs maken ook deel uit van de zogenaamde Field Lab-overleggen waarbij we kijken of de sneltesten hen behulpzaam kunnen zijn in snelle openstellingen. We hebben ook gesprekken gevoerd met culturele instellingen om met hen na te gaan of we een model kunnen maken en dat model ligt er inmiddels hoe we langzaam maar zeker de bezoekersaantallen kunnen opbouwen zodat ze daarmee rekening kunnen houden en ook in hun programmering wat meer zekerheden kunnen krijgen voor het komend jaar. Het is, en dat voorbehoud moet natuurlijk wel altijd worden gemaakt, afhankelijk van de besmettingen; het is afhankelijk van de ontwikkeling van de sneltesten en het is afhankelijk van de snelheid waarmee we vaccinatieprogramma’s kunnen gaan uitvoeren. (De heer VAN DANTZIG: Ik vind het een heel fijn antwoord van de burgemeester, maar ik denk dat veel ondernemers ook op zoek zijn naar wat ze in de openbare ruimte kunnen doen. Hebben ze bijvoorbeeld meer
43
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
ruimte om hun terras weer op te stellen zoals in de zomer en wat gaan we mogelijk maken voor evenementen als dat weer veilig kan? Ik ga u nu niet om een uitspraak vragen, maar ik zou het fijn vinden als dat snel wordt betrokken in de plannen. Dan kunnen ondernemers daar een beetje op plannen.) U weet dat de regeling die we nu hebben ten aanzien van de uitgebreide terrassen tot 1 maart loopt. Wij zullen zelf moeten nagaan wat we daarna zullen doen. We zullen ook moeten waken voor precedentwerking en de klachten van bewoners want die zijn er namelijk ook. U heeft in Parijs gezien waar de tijdelijke regeling voor de uitgebreide terrassen zo’n precedentwerking had dat men niet meer bereid was terug te gaan. Dus we zullen daarnaar even zorgvuldig moeten kijken omdat we te maken hebben met krappe openbare ruimte waar behalve mensen die op terrasjes willen zitten, ook mensen die er langs willen lopen en inwoners die naar hun deur willen komen, vrijelijk gebruik van moeten maken. Als tweede zijn we als college bezig met het nadenken over hoe wij in de tussenliggende periode, dus de lockdown en hele strenge maatregelen en weer een echt vrije samenleving onze openbare ruimte zo effectief mogelijk kunnen gebruiken.
Ik heb samen met de wetenschapper Daniël de Niese nu een groep gevormd van wetenschappers waaraan ook architecten deelnemen, om na te denken over een creatieve invulling van de openbare ruimte in het voorjaar maar ook bijvoorbeeld over het gebruik van leegstaande gebouwen zodat we die voor studenten of anderen toegankelijk zouden kunnen maken waardoor we de krappe openbare ruimte die we in de stad hebben, zo veel mogelijk toegankelijk kunnen maken en beschikbaar kunnen maken voor ontmoetingen van onze inwoners op anderhalvemeter afstand zolang dat noodzakelijk is. De heer Boomsma stelde mij ook nog vragen over kunst- en cultuurinstellingen in de stad. Die hebben het echt afschuwelijk moeilijk. U zei dat ze weer open mochten voor dertig mensen en nu moeten ze weer dicht. Eerlijkheidshalve geldt met name voor de grotere instellingen dat ze ook niets opleverden en dat ze dat meer deden om enige continuïteit in de programmering te hebben en te laten merken dat ze er nog steeds zijn. Maar voor hun financiële zekerheid leverde dat heel weinig op. We hebben 18 miljoen euro beschikbaar gesteld. Daarvan is een deel al uitgegeven zoals u weet, maar wethouder Meliani heeft rekening gehouden met de problemen die er ook dit jaar zullen zijn.
Daarover heeft zij u per brief geïnformeerd en dat betekent dat de wethouder met de culturele instellingen in overleg is om te kijken op welke manier de gemeente voor het resterende bedrag ook dit jaar zo veel mogelijk kan bijspringen. Dan vroeg u nog naar extra jeugdwerk in de kerstvakantie. Wij hebben een beroep gedaan op het jeugd- en jongerenwerk ook met het oog op Oud en Nieuw om te kijken of ze zo veel mogelijk op straat kunnen zijn. Daarbij moet worden aangetekend dat ze natuurlijk niet verantwoordelijk zijn voor de leefbaarheid op straat en dat ook niet in hun functieomschrijving hebben staan. Met name op het moment dat het moeilijker op straat wordt, mogen we niet te veel van hen vragen. Daar komt bij dat het jeugd- en jongerenwerk het afgelopen jaar in full swing is geweest om zo veel mogelijk jongeren op te vangen. Wij zullen moeten kijken hoe dat met verloven en vakantiedagen bij hen zit. Laat ik wel van de gelegenheid gebruik maken dat ik er heel blij om was dat het kabinet heel nadrukkelijk zei dat er een uitzondering zou worden gemaakt voor alle paramedische beroepen waarbij heel nadrukkelijk hoort psychologen, specialistische jeugdhulp en anderen.
Het lijkt mij heel erg belangrijk dat ook in de kerstvakantie en de komende weken mensen aan het werk zijn en beschikbaar blijven voor bijvoorbeeld kwetsbare gezinnen, kwetsbare jongeren en kinderen die hulp nodig hebben en in nood kunnen raken. Dan de heer Ernsting. Overwegingen vanuit het Veiligheidsberaad heb ik gegeven. Hij stelde vragen over de quarantaine. Er liggen schriftelijke vragen van mevrouw Van
44
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Pijpen en aanvullende schriftelijke vragen van de heer Mbarki. De beantwoording is gereed en kan volgens mij uitgaan. Andere vragen zullen door de wethouder worden beantwoord. Vragen over vaccinatie heb ik al beantwoord. Dan sprak de heer Veldhuyzen van BIJ1 zijn grote zorgen uit over de effecten van de crisis op met name de meest kwetsbare inwoners van de stad. Daarover zal ook de wethouder het een en ander zeggen. Wij hebben wel onmiddellijk bij de nieuwe lockdown de nachtopvang in kleine groepen weer opengesteld. De heer Veldhuyzen stelde vragen over het geweld tegen de GGD. Er is sprake geweest van ruiten die werden ingegooid bij de locatie Zuidoost enkele weken geleden. Dit is ’s nachts gebeurd. Dat heeft niet geleid tot onrust bij het personeel of tot gevoelens van onveiligheid. Het onderzoek daarnaar loopt volop maar op dit moment hebben we geen concrete aanwijzingen wie daarvoor verantwoordelijk kan zijn. Laat ik daarbij wel opmerken dat de veiligheid van diegenen die zich voor ons inzetten, het GGD-personeel voorop maar ook zorgpersoneel en ambulancemedewerkers, onze volle aandacht heeft. Op de GGD-testlocaties is overdag bewaking aanwezig waardoor daar enige veiligheid wordt geboden.
En zoals u misschien heeft meegekregen zijn we vorige week een campagne gestart gericht op het eren van de helden van onze stad en dat gaat natuurlijk over de handhavers, politie, ambulancepersoneel, brandweer, zorgpersoneel onder het motto Elke held verdient een speld, eer je helden waarbij wij aandacht vragen voor diegenen die de publieke taken voor ons onder de moeilijkste omstandigheden uitoefenen. Ik zou zeggen, spread the word, geef aandacht aan deze actie en zorg dat de mensen die publieke taken uitoefenen door ons met respect worden behandeld. De heer Flentge ging uitgebreid in op de relatie tussen Black Friday en nieuwe besmettingen. Laat ik als eerste zeggen dat het ook in Amsterdam te druk was op Black Friday en andere dagen, maar dat we er wel redelijk in zijn geslaagd die drukte te spreiden over de stad en dat met crowd control redelijk beheersbaar te houden. De relatie die u legt met besmettingen is volgens de experts onduidelijk. Men weet niet precies wat de oorzaak op dit moment is van de nieuwe stijgingen. Black Friday kan daarin een rol hebben gespeeld maar dat ligt niet heel erg voor de hand omdat het meestal toch buiten is en mensen elkaar vluchtig in winkels ontmoeten. Tegelijkertijd kan het niet worden uitgesloten en dat is de reden waarom de winkels nu worden gesloten met uitzondering van een aantal winkels.
De grootste besmettingen liggen op dit moment in de thuissfeer, op school en op werk. We weten dat de meeste besmettingen in winkels onder het personeel in winkels zitten. De opmerkingen die u maakte over het noodhospitaal zullen verder door de wethouder worden beantwoord. De heer Kreuger stelde de vraag waarom demonstaties worden toegestaan. Zoals u weet, gaat dat om een grondwettelijk recht en dat betekent dat wij onder voorwaarden demonstraties in Amsterdam toestaan. Dat doen we al sinds de corona is losgebarsten en daarvan hebben er inmiddels honderden plaatsgevonden. Vervolgens stelde u de vraag naar de godsdienstvrijheid en de aanwezigheid van te grote groepen mensen in kerken, moskeeën en synagogen. Wij zijn daarover in contact met de kerkgemeenschap, moskeeën en synagogen en we doen een beroep op hen om zo veel mogelijk thuis te blijven en afstand te houden. Zoals u weet, is dit net als bij de demonstratievrijheid grondwettelijk vastgesteld en dat stelt beperkingen aan het vermogen om daarop te handhaven. Dan vroeg u nog wat het college doet om de ellende te repareren. Ik denk dat ik daarop net heel uitgebreid ben ingegaan met de noodkas die we hebben opengesteld van 50 miljoen euro, de investeringen van 250 miljoen euro die worden gedaan om zowel de economische als de sociale schade te repareren. Tot slot vroeg u nog hoe wij naar Oud en Nieuw kijken.
Wij bereiden Oud en Nieuw buitengewoon grondig voor. Inmiddels heeft u ook gezien dat de commissaris daarover publiekelijk uitspraken heeft gedaan. Wij gaan uit van een dubbele
45
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
inzet van politie dit jaar. Tegelijkertijd vragen we bijvoorbeeld aan moskeeën en ouders om op straat te zijn om ervoor te zorgen dat jongeren zich zo veel mogelijk gedragen. We hopen op een zo groot mogelijke inzet van jeugd- en jongerenwerk en van handhaving. (De heer VAN SCHIJNDEL: Even over de kerkgebouwen. In Zuidoost heeft een kwart van de Ghanese gemeenschap inmiddels antistoffen. Het is bekend dat er op sommige plekken door evangelische christenen gewoon aan geen enkele luchtverversing wordt gedaan of de hand wordt gehouden aan de anderhalvemetermaatregel. Hoe bereikt de burgemeester deze kerkelijke gemeenschappen?) Direct na het bekend worden van het onderzoek over de besmettingsrisico’s bij verschillende groepen in Amsterdam waaruit inderdaad bleek dat het besmettingsrisico bij de Ghanese gemeenschap sterk afweek van het gemiddelde, en opliep tot ik meen bijna 25 procent, dus buitengewoon ernstig, heb ik een digitale ontmoeting gehad met zo’n dertig vertegenwoordigers van de Ghanese gemeenschap. Daarbij waren veel kerkelijke vertegenwoordigers aanwezig. Er is uitgebreid gesproken over de risico’s en ook over het onbegrip dat er in de Ghanese gemeenschap bij een deel van de mensen is omdat men de taal niet goed verstaat, daardoor slecht op de hoogte is. De GGD richt sindsdien een aantal extra inspanningen op de Ghanese gemeenschap.
Dat doet ze in samenspraak met vertegenwoordigers en leiders uit de Ghanese gemeenschap. Daarbij wordt ook in de eigen taal gecommuniceerd en wordt er zo veel mogelijk voorlichting gegeven. Wij verstaan ons ook met de kerken, de Ghanese kerken in Zuidoost. Ze zijn ervan op de hoogte hoe groot onze zorgen zijn. Wij hebben er bij hen sterk op aangedrongen de kerkdiensten te beperken en zo veel mogelijk digitaal te doen en rekening te houden met de afstand die moet worden gehouden. De heer Ceder stelde ook nog vragen ten aanzien van Oud en Nieuw en volgens mij heb ik die inmiddels beantwoord en daarmee ben ik aan het einde van de vragen gekomen. (De heer KREUGER: Ik weet niet of het het goede loket is, maar ik hoorde de burgemeester iets zeggen over het spreken van de taal en het daarmee samenhangende aantal besmettingen. Begrijp ik hieruit dat het college zo meteen de motie over de extra taalles alsnog positief gaat preadviseren?) Zoals u weet, praat u nu met de burgemeester. Ik weet niet wat de afweging is geweest in het politieke overleg van het college om daar positief of negatief op te zijn. Daarvoor moet u bij de verantwoordelijke wethouder zijn. De VOORZITTER: Ik zie dat de burgemeester aan het einde is gekomen van haar eerste termijn. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Kukenheim.
Wethouder KUKENHEIM: Dank voor de inbreng van de raadsleden, want het is echt wel een hele grote heftigheid. Dat heeft iedereen wel gezegd. Je merkt gewoon dat de Amsterdammers het geduld en de mentale staat uit hun tenen moeten halen om aankomende weken door te gaan en tegelijkertijd zie je dat in de zorgsector de mensen de moed in de schoenen zakt. Je ziet de aantallen mensen die worden besmet, oplopen maar ook wat serieuze zorg nodig heeft. Om daarmee te beginnen wil ik in de eerste plaats met name de leden Flentge en Van Schijndel danken om nog een keer te spreken over de opschaling van de coronamaatregelen. Waarover we het natuurlijk helemaal eens zijn met elkaar, is dat het belangrijk is dat op een goede manier te doen. Dus ik snap heel goed waarom u die vragen stelt en ik ben het ook met u eens dat je moet proberen het zo in te
46
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
richten dat ziekenhuizen worden ontlast op het moment dat ze serieuze zorg, operatiezorg met name, moeten afschalen. Daarmee zijn we het ook heel erg eens. Dan is de vaag hoe we dat op z’n slimst doen. Dan moet u zich voorstellen dat er een bepaald type patiënten is dat niet in dat ziekenhuis hoeft te liggen. Dat zijn de mensen die wel ziek zijn en aandacht nodig hebben, maar niet per se in een kliniek hoeven liggen en dat zijn mensen die thuis kunnen blijven maar wel onder supervisie van een huisarts of een wijkverpleegkundige. Dat is nu heel erg goed ingeregeld. Ik ben bij de wijkverpleegkundigen langs geweest en die zijn echt blij met de wijze waarop ze nu de overdracht vanuit de ziekenhuizen krijgen en de contacten met de huisartsen kunnen voeren. De werkdruk is hoog maar het is een systeem dat goed werkt. Dus dat is voor een aantal patiënten natuurlijk hartstikke fijn. Uiteindelijk wil je het liefst thuis zijn als dat veilig kan. Dat is goed voor je. Maar er is ook een groep patiënten die te goed is voor het ziekenhuis maar te slecht om het thuis helemaal alleen te doen. Die wil je dus in een kliniek hebben. De vraag is dan waar die mensen heen gaan. Daarvoor hebben we in de stad klinieken. Dat zijn revalidatieklinieken of klinieken die nu zijn ondergebracht in de VVT-sector. Dat zijn de verpleegtehuizen, de verzorgingstehuizen.
Die zijn traditioneel voor precies die groepen ingericht en die kunnen we opschalen omdat er genoeg ruimte is. Maar daar ontbreekt het personeel. Dus op de vraag of we meer coronakliniekzorg kunnen creëren door in aparte ruimten iets nieuws te maken, is eigenlijk het antwoord vanuit dat veld, nee, gebruik daarvoor die leegstaande bedden in de VVT- en revalidatiesector voor want daar lopen al verpleegkundigen en artsen rond. Als we meer personeel hebben, willen we die graag daar erbij hebben want dan maken we veel efficiënter gebruik van dat personeel. Als we dat op een andere plek zouden moeten doen, zou je toch echt die mensen wegtrekken uit die VVT-sector waarvoor we nu al een nieuwe vraag aan Defensie moeten stellen om bij te springen vanwege de personeelstekorten. Dus het creëren van extra klinieken om de ziekenhuizen te ontlasten, daarmee ben ik het echt eens. Maar met de ROAS, de zorgprofessionals samen - en daarin zit ook de vertegenwoordiging van diezelfde IC-medewerkers waarnaar de heer Flentge verwees – zeggen dat je dat beter kunt doen met de VVT-sector en de revalidatiesector samen. Als je mensen extra kunt hebben, kun je ze beter daarheen sturen. Daar is nog ruimte om te groeien. Daar zijn bedden leeg. Dat is beter dan een hele aparte ruimte inrichten – of dat nu in het gebouw van het voormalige Slotervaartziekenhuis is of in de RAI. Daar kiest men dus niet voor.
Ik vind dat een heel navolgbaar verhaal. Dus ik denk dat het heel slim is daar geen personeel te onttrekken maar vooral daar te groeien in coronazorg zoveel we kunnen en mensen te interesseren om daar weer te gaan werken, in die VVT- en verpleegsector. We kunnen proberen mensen te verleiden grotere contracten te nemen. We zien natuurlijk mooie samenwerkingsverbanden met bijvoorbeeld de horeca zodat ook daar mensen ontlast worden en er heel gericht zorg kan worden gegeven. We blijven dat gesprek met de ROAS constant voeren. Morgen zitten we weer aan tafel om er echt voor te zorgen dat dit soort zaken goed worden benut. (De heer VAN SCHIJNDEL: Ik ben het helemaal eens met de wethouder. Eerst de VVT-sector en de verpleegsector benutten, dat is het meest efficiënt. Natuurlijk. Maar waar moeten we in het beleid nu vanuit gaan? Dat is toch dat de crisis drie maanden of misschien nog wel langer duurt. Er zal uiteindelijk toch veel meer eenvoudige extra coronazorg nodig zijn. Dat moet dan op een grootschalige locatie. Is de wethouder bereid hiermee ten minste rekening te houden?) Als je in een situatie zou komen, en dan hebben we het echt over een als, dansituatie en dat is nu niet het geval, dat de VVT-sector genoeg personeel heeft en helemaal geoptimaliseerd is en je hebt nog steeds klinieken nodig, natuurlijk kun je dan kijken of we nieuwe klinieken kunnen oprichten.
Dat is vanzelfsprekend. Maar dat is nu niet aan de orde.
47
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
(De heer VAN SCHIJNDEL: En dat ben ik helemaal niet met de wethouder eens. Het is nu juist wel aan de orde want er moet in de overheidsplanning worden uitgegaan van de mogelijkheid dat het minder goed loopt dan je zou mogen verwachten. Dan ben je dus te laat als er over twee maanden opeens een nieuw, groot coronahospitaal moet worden ingericht. Dat kost immers twee maanden tijd. Is de wethouder dat met mij eens?) Ik vind dat je dit constant in de gaten moet houden en dat je niet in een keer zegt, zo is het nu eenmaal en we gaan nu blind de toekomst in. Daarom zitten we met alle partijen te kijken wat er elke keer weer gebeurt, dus met de ROAS, de organisatie waar al die partijen samenkomen, de GGD, de VVT-sector, de ziekenhuizen van de hele regio. Maar moet je op dit moment een oud ziekenhuisgebouw of de RAI gaan inrichten met bedden, met personeel dat vervolgens niets te doen heeft terwijl we wel dat personeel nodig hebben in de VVT-sector om daar te optimaliseren – en ik zeg u net dat we wederom Defensie daarvoor een vraag gaan sturen – dan vind ik dat onverstandig. (De heer VAN SCHIJNDEL: Mensen werken zelfs in de overheidssector met scenarioplanning. Dus u kunt nu toch al voorbereidingen treffen, administratief en bestuurlijk, zodat er daadwerkelijk een ziekenhuis wordt opgericht als we over een maand die nieuwe fase ingaan. Dat kunt u nu toch al gaan doen.
Dat is eigenlijk gewoon uw plicht.) Er wordt zeker met scenario’s gewerkt, maar de realiteit is dat we over een maand niet opeens een verveelvoudiging van zorgpersoneel hebben. Was het maar zo. Dus in de scenario’s waarmee we werken, moeten we ook realistische scenario’s maken. Dat zijn scenario’s waarbij je beseft dat er een tekort is aan zorgpersoneel. Vandaar dat er vormen worden gevonden om de mensen die we hebben, zo efficiënt mogelijk in te zetten en zo goed mogelijk te ondersteunen. Dat doen we dus door mensen thuis te verzorgen voor wie dat veilig is, mensen binnen de VVT-sector op te vangen en daar kan nog worden gegroeid als we maar genoeg mensen hebben. En dat doen we door andere mensen dan die uit de VVT-sector ondersteuning te laten bieden zodat de medisch geschoolde mensen hun handen vrij hebben voor de medische handelingen en anderen, bijvoorbeeld mensen uit de hospitality of de luchtvaart, juist andere zaken uit hun handen nemen. Dat is een hele goede ontwikkeling. Daarnaast werken wij natuurlijk heel erg met een agenda om ervoor te zorgen dat dat zorgpersoneel robuuster van omvang is. Daarvoor is het actieplan Tekorten in de zorg heel erg belangrijk.
Daar zitten we zelfs nu al veelvuldig met onderwijs vanuit de werkkant en met de werkgevers van zorginstellingen aan tafel om te kijken wat we op de korte, de middellange en langetermijn kunnen doen om ervoor te zorgen dat er genoeg personeel is. (De heer VAN SCHIJNDEL: Een interruptie op een ander punt en dat is het gebrek aan zorgpersoneel. Dat is dat plan dat de afgelopen tien jaar tienduizenden zorgmedewerkers zijn vertrokken en dat je ze laat herintreden met een financiële vergoeding van zeg maar 10.000 of 15.000 euro. Dat zou je bij het rijk kunnen bepleiten.) Er zijn twee dingen waarop je kunt sturen. De heer Van Schijndel pleit heel erg voor een soort bonus. De eerlijkheid is dat de bonussen in de praktijk tot nu toe – we hebben dat ook bij het onderwijs geprobeerd – niet heel goed werken. De vraag is of dat het meest efficiënt is op het moment dat het een te grote bonus wordt. Wat wel heel goed zou werken en waarvan ik een groot voorstander zou zijn, is domweg de mensen in de zorg beter betalen. Ik denk dat u het daarmee eens bent en ik denk dat de heer Flentge het daar in ieder geval mee eens is. We moeten deze mensen gewoon beter betalen, zeker de mensen die dit werk doen in de grote steden waar het gewoon duurder is om te wonen. U weet dat het college daarom voorrangsregels heeft gemaakt voor zorgpersoneel en ook voor andere
48
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
publieke beroepen. We hebben in de afgelopen periode heel ruimhartig parkeervergunningen weggegeven en we zijn op alle flanken die randvoorwaarden die binnen onze macht liggen, aan het verbeteren. Zeker aan de arbeidsvoorwaardenkant, en dat ligt bij het rijk en bij de werkgevers en werknemers, moet veel worden verbeterd. Dat geef ik u meteen. De VOORZITTER: Ik kijk even naar de klok. Het is 16.45 uur en er zijn ook nog vragen gesteld aan andere wethouders. Ik zou de actualiteit vanmiddag willen afronden zodat we vanavond kunnen beginnen aan de begroting, toch ook niet een onbelangrijk onderwerp. Ik zou daarom willen voorstellen dat wethouder Kukenheim haar eventuele termijn afmaakt en dat we dan naar de volgende wethouder gaan. Of bent u al zo ver? Wethouder KUKENHEIM: Dit was het stukje opschaling coronazorg. Dan nog de vragen over de sneltesten. Ik denk dat het in de toekomst heel goed is. Op dit moment doen we dat bijvoorbeeld al met een bus en daar komt binnenkort een tweede bus bij, een bus van de GGD om eigenlijk de locatie te gaan testen. We hebben dat in Noord vrij succesvol gedaan. Maar dat zijn nog wel altijd mensen die komen testen naar aanleiding van klachten. Zeker als je denkt, kunnen we niet bij scholen staan, dan is dat helemaal niet wijs om te doen als dat op basis van klachten is.
Sneltesten zonder symptomen, dus asymptomatisch sneltesten, daar zijn de validaties van de testen en ook de materialen die je daarvoor nodig hebt, nog niet geschikt om dat kleinschaliger en mobieler te doen. Zodra dit zo is, is dat natuurlijk helemaal geen gek idee en dan gaan we daarmee zeker aan de slag. Op dit moment doen we het dus al in Noord en binnenkort ook in Zuidoost met een bus – naast het feit dat we sneltesten al wel gebruiken in de grote testlocaties. We hebben net van de week weer een nieuwe geopend, een grote testlocatie in Noord. Gevraagd is naar jongerenwerk en sport en voor beide geldt dat we zeker voor deze periode een programma hebben gemaakt. Dat hadden we al gemaakt, Midwinter Mokum. Nu bouwen we dat programma om zodat het is gericht op kwetsbare jongeren want daar hebben we de mogelijkheid om binnen de regels veel te organiseren. Gelukkig is het zo dat je met sport voor de jeugd onder de 18 jaar buiten heel veel mag. Je mag gewoon in groepen blijven trainen. We kunnen de Cruijffcourts goed blijven gebruiken de Krayicekvelden etc. Zeker voor die kwetsbare groepen kunnen we ook binnenactiviteiten organiseren als dat op een veilige manier gebeurt en dat zullen we zeker doen. Per stadsdeel zijn daar hele lijsten van en op dit moment wordt dat helemaal doorgenomen hoe we dat zo goed mogelijk voor de kwetsbare jeugd beschikbaar krijgen.
Daarnaast is het zo en daarover heeft de burgemeester ook al wat gezegd, dat alle activiteiten en zorg in het kader van de Wmo, en dan moet u denken aan dagbesteding en de Jeugdwet, gewoon kunnen doorgaan. Als daarvoor hulp nodig is om dat extra te doen, omdat er bijvoorbeeld plekken sluiten, dan gaan we daar samen met aanbieders naar kijken. Dat is echt heel erg belangrijk want je hebt gezien dat de les van de eerste lockdown is dat met name mensen die afhankelijk waren voor hun dagritme van de dagbesteding en de GGZ-hulp, het echt zwaar hadden toen dat stopte. Dus dat willen we heel graag laten doorgaan. De heer Boomsma en de heer Van Dantzig hebben aandacht gevraagd voor de kwetsbaarheid van de clubs en verenigingen zelf, van sportaanbieders nu er veel minder mag. Dat is absoluut het geval. Het goede is dat we aan het begin vlak voor de zomer met de noodkas een flink bedrag hebben vrijgemaakt voor sportinstellingen. Dat kunnen ook sportaanbieders zijn. Dat hebben we in een aantal tranches gedaan. Omdat we net de derde tranche hebben gehad, kunnen veel aanbieders nog varen op het geld dat toen is vrijgekomen. We houden heel goed in de gaten wat er in dat veld gebeurt en we voeren dat
49
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
gesprek met name ook met het rijk om over de brug te komen voor deze groepen en instellingen. Ik zou nog iets willen zeggen over thuisquarantaine. Dat is het laatste en dat is een heel specifieke vraag geweest aan mijn adres. Heel kort. De raadsleden die daarover schriftelijke vragen hebben gesteld, krijgen nog voor het reces hun antwoord. We zorgen ervoor dat dat netjes is uitgewerkt. We hebben onderzocht of dat een oplossing is voor mensen die het thuis zwaar hebben, maar ik moet er eerlijk over zeggen dat het weghalen van mensen uit een huishouden op het moment dat ze zijn besmet, voor de gezondheid maar een hele kleine meerwaarde heeft omdat vaak, zo leert de ervaring, hun huishouden ook besmet is. Als je mensen dan in een hotel gaat onderbrengen, dan zie je dat er extra risico wordt gelopen omdat er sprake is van verplaatsing. Het thuisfront moet sowieso ook in quarantaine. Dat is vaak al wel besmet. Je zou hotelpersoneel helemaal moeten omscholen, want je moet anders met deze mensen omgaan. Dus het ligt niet voor de hand om dit als een soort grootschalige oplossing te gaan invoeren. Wat we wel doen, is dat we de BCO-mensen hebben gekoppeld aan Voor elkaar en aan het Rode Kruis zodat de BCO’ers als ze mensen informeren over het feit dat ze positief zijn getest, meteen kunnen vragen of ze dat gaan redden in quarantaine en wat heeft u daarvoor nodig.
Als u dat niet kunt oplossen in uw eigen netwerk, hoe kunnen we u gaan koppelen aan mensen die u daarbij kunnen helpen? Dat werkt hartstikke goed. Dat vind ik leuk om te melden en dat is ook echt iets wat we moeten uitbouwen om juist kwetsbare mensen die in quarantaine moeten te gaan stutten en steunen. Tot zover. (De heer VAN SCHIJNDEL: De vraag die ik had gesteld over het georganiseerde bedrijfsleven. Dus al die honderdduizenden ondernemingen heb je niet aan een touwtje maar toch is het wel belangrijk om met het georganiseerde bedrijfsleven in Amsterdam te praten over de kantoren en de luchtverversing daar die op orde moet worden gemaakt. De efficiënteritus moet worden tegengegaan. Wat gaat de wethouder op dit vlak doen?) De gemeente is op verschillende manieren in gesprek met het georganiseerde bedrijfsleven. De burgemeester heeft daarover al iets gezegd. Wethouder Everhardt is daarover intensief in gesprek. Wat ik vanuit de publieke gezondheid kan zeggen, is dat de GGD hygiëneadviezen geeft en adviezen geeft en Webinars kan organiseren over hoe je omgaat met momenten waarop het niet anders kan dan bij elkaar te komen en wat is dan een veilige manier om te werken. Wat doe je qua afstand houden en wat doe je met luchtverversing. Dus die informatie wordt door de GGD gegeven bijvoorbeeld in de horeca. Op het moment dat we zien dat ergens veel besmettingen zijn, komen we langs.
En dan niet met het geheven vingertje van wat doen jullie nou, maar vooral met de vraag, hoe kunnen we jullie helpen om het hier veiliger te maken voor je klanten, voor je personeel. Dus daarin is veel mogelijk. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Moorman. Wethouder MOORMAN: Veel vragen over het onderwijs wat heel begrijpelijk is. Ik denk dat iedereen er door is overvallen dat ook het onderwijs in z’n geheel sloot en vijf weken dicht blijft. Terecht zijn daarover veel zorgen geuit. Ik heb ze even in vier categorieën gezet met daarin wat verschillende elementen en ik probeer ze allemaal af te lopen. De eerste is kwetsbaarheid, dan de laptops, de ventilatiesystemen en ik eindig met hoe we achterstanden gaan herstellen. De vragen over kwetsbaarheid. Er wordt heel expliciet door het rijk aangegeven dat er uitzonderingen mogen worden gemaakt voor kwetsbare leerlingen die naar school
50
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
mogen gaan. Er wordt vervolgens bij aangegeven dat het aan de scholen is om te bepalen wat kwetsbaar dan is. Ik denk dat leraren en scholen in de afgelopen periode een heel goed beeld hebben gekregen van welke leerlingen in een kwetsbare thuissituatie zitten wat hun mentale gezondheid maar ook hun leerprestaties enorm in de weg kan zitten. Ik heb in de vorige lockdown gemerkt dat de scholen uitstekend in staat zijn om die leerlingen naar school te laten gaan en ze de begeleiding te bieden die ze daarin nodig hebben. Er is ook een aantal specifieke groepen waarbij extra zorgen zijn bijvoorbeeld de groep-8-leerlingen die natuurlijk straks vlak na de lockdown in een Citotoetsronde komen op basis waarvan een schooladvies wordt gegeven. We weten uit het onderzoek dat is gedaan dat de eerste lockdown al een enorme impact heeft gehad op schoolresultaten en dat zal dus nogmaals gebeuren. Ook daar is door de scholen gevraagd of we de leerlingen in die groep 8 die we als kwetsbaar kunnen aanmerken, dus dat is specifiek maatwerk, binnen de gegeven richtlijnen kunnen opvangen. Ik denk dat het heel goed is dat ze dat doen. Ik wilde ook nog specifiek aangeven dat dit natuurlijk allemaal geldt voor het speciaal onderwijs en het speciaal basisonderwijs.
Terecht vraagt de heer Flentge daarvoor aandacht want ook daar zitten natuurlijk veel kwetsbare leerlingen die een goede begeleiding nodig hebben. Dan kom ik bij de laptops. We hebben in de vorige ronde als gemeente Amsterdam heel veel laptops uitgereikt, uit m’n hoofd meer dan 6700 en ook nog wat internetverbindingen. Daarvan is een evaluatie gemaakt. Die heeft u of net ontvangen of die is naar u onderweg. Dat heeft heel goed gewerkt. We hebben die laptops in beheer gegeven van de scholen. Veel van die laptops zijn ook weer ingeleverd bij de scholen. Dat is goed nieuws want die kunnen nu dus ook weer worden uitgedeeld door de scholen. Dat gebeurt nu in ruime mate. Uiteraard hebben we ook een inventarisatie uitstaan of dit voldoende is of dat er meer moet worden geboden. Er is ook een rijksregeling waarvan gebruik gemaakt kan worden. Helaas is het wel zo dat die laptops pas 19 januari worden uitgereikt. Dat is wel wat laat want dan zijn we hopelijk al weer uit de lockdown. We hebben ook gevraagd aan stichting Leergeld of zij nog kan bijspringen en we zullen dat financieel ondersteunen. Dan ga ik graag naar de ventilatiesystemen. U heeft eerder meermaals informatie ontvangen over hoe het staat met de ventilatiesystemen in Amsterdam. Gelukkig staan we er door ons programma Gezonde schoolgebouwen beter voor dan veel andere gemeenten.
Daarin is de afgelopen jaren dan ook fors geïnvesteerd: 40 miljoen euro. Het is nog niet in alle scholen op orde. Dat is ook waar. Ik ben bang dat het niet gaat lukken om dat in vijf weken allemaal op orde te krijgen. Daarvoor is het echt te complex. Er wordt wel heel goed naar gekeken en u krijgt in het eerste kwartaal een goede update van hoe het ervoor staat met de ventilatie en daarin worden scholen goed ondersteund. Een specificatie daarvan nog. De heer Boomsma had het over de luchtcirculatie. Er wordt geadviseerd om dat uit te zetten, dus dezelfde lucht wordt niet steeds ververst. Dat is een soort besparingsmaatregel die je op de meeste ventilatiesystemen ook kunt uitschakelen. Dan wordt het iets duurder, maar het is wel gezonder. Dat is in dezen verstandig, denk ik. Tot slot zijn er verschillende vragen gesteld over hoe het nu moet met de achterstand die leerlingen oplopen. We kunnen er vanuit gaan dat die ook echt wordt opgelopen. Ik denk dat het belangrijk is ons dat te realiseren. Dat is een hele nare en vervelende boodschap maar de staat van het primair onderwijs heeft dat heel duidelijk aangetoond. De heer Mbarki verwees ook nog naar Iliass El Hadioui die daarop heeft gewezen. Dat heet in wetenschappelijke termen learning loss, dus dat je vaak ziet tijdens een zomervakantie dat kinderen stil staan of zelfs achteruitgaan in hun leerprestaties.
Nou ja, dat zien we nu eigenlijk drie keer binnen een jaar gebeuren. Dus kinderen hebben de zomervakantie gehad maar ook de lockdown daarvoor en nu deze periode weer. Dus we kunnen er echt vanuit gaan dat dat een forse impact zal hebben zowel cognitief als ook
51
Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
sociaal-emotioneel en er zal echt wel wat moeten gebeuren om dat te herstellen. Zoals u weet heb ik gepleit voor een nationale aanpak van kansenongelijkheid en ik hoop ook echt dat dat ervan komt op verschillende aspecten. Daarover heb ik natuurlijk overleg met het ministerie maar ook met mijn collega-wethouders in de andere grote steden. Ondertussen doen we wat we kunnen. Wethouder Kukenheim verwees net al naar het programma Midwinter Mokum. Dat zullen we helaas iets moeten aanpassen, maar dat zullen we daar waar mogelijk laten doorgaan voor de meest kwetsbare leerlingen. Zoals ik al zei, ook noodopvang wordt geboden daar waar het echt heel hard nodig is. Ik hoop met deze vier categorieën alle vragen te hebben beantwoord en ik wil heel graag de oproep van de burgemeester ondersteunen dat ik hoop dat het lukt om de scholen als het kan met alle maatregelen die daarvoor moeten worden genomen, weer wat eerder open te laten gaan. (De heer KREUGER: Ik was net bij de burgemeester bij het verkeerde loket, maar misschien zit ik hier wel goed. Ik had een vraag gesteld over extra geld voor taallessen. De burgemeester haalde net aan dat het niet spreken van de taal een negatief effect heeft op de verspreiding van het virus. De wethouder Zorg heeft dat ook een keer gezegd. Toch hebben de Onafhankelijke Raadsfractie en de VVD een negatief preadvies gekregen op extra geld voor taallessen.