CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Rapportage verkennend onderzoek Voorwaarden opvang dak- en thuisloze LHBTIQ.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 18 januari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Raadsbrief ter afdoening motie (nr. 742.21) inzake opvang dakloze lhbtiq+’ers TA2021-001255 (VN2022-043957)20.274 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De ervaringen zijn dermate positief dat men heeft besloten de eenpersoonskamers te behouden, doordat duidelijk is geworden dat de begeleiders zich nu beter kunnen richten op de inhoudelijke begeleiding naar integratie in de samenleving. ‘Door corona zijn we van tweepersoonskamers overgegaan naar eenpersoonskamers. Daardoor kunnen we meer bezig zijn met inhoudelijk begeleiden, in plaats van beheersmatig begeleiden. Voorheen waren we veel tijd kwijt aan het sussen van ruzies.’ (persoonlijk begeleider dag en nachtopvang) Medewerkers van deze locatie pleiten nu voor een volgende verbeterslag: een hele afdeling of verdieping reserveren voor vrouwen en lhbtiq’ers. Deze groepen hebben het qua veiligheid en welzijn het zwaarst in de opvang, is hun jarenlange ervaring. Lhbtiq+- experts en beleid De organisaties die in Amsterdam opvang bieden aan dak en thuislozen verschillen sterk in de mate waarin het personeel begeleiding krijgt op de lhbtiq+-sensitief werken. Enkele van de locaties hebben medewerkers, die gespecialiseerd zijn in hulp en zorg aan lhbtiq+-personen. De geïnterviewde professionals van deze locaties noemen de waarde van experts binnen de eigen organisatie, waar men een beroep op kan doen. Een van de organisaties die opvang biedt heeft een team van experts dat samen met de GGD en lhbtiq+ belangenorganisaties werkt op een locatie in het Wallengebied.

De kennis van dit team is stedelijk bekend en collega’s uit de hele stad kunnen een beroep op hen doen. Medewerkers die zich binnen de eigen organisatie als ‘expert’ inzetten voor de lhbtiq+ personen plaatsen de kanttekening dat er over het algemeen te weinig uren zijn voor hun expert-rol. Zij pleiten daarnaast voor een bredere deskundigheid van het gehele personeel op lhbtiq+ door middel van trainingen. 20

‘We hadden 1,5 jaar geleden een team van drie medewerkers dat in gesprek is gegaan met alle afdelingen, we konden hen alle vragen stellen. Zo haal je deskundigheid binnen dat team. Die willen we nu weer terug, voor de kennis en het begrip van lhbtiq+’. (medewerker maatschappelijke opvang) Een tweede aspect dat veelvuldig is benoemd is het personeelsbeleid. Op locaties waar sprake is van vaste teams en van duidelijke afspraken over de omgang met lhbtiq+ cliënten halen we de meest positieve ervaringen op. Zowel medewerkers als cliënten ervaren veiligheid bij de vaste gezichten en heldere procedures. We spraken een bewoonster van een begeleid wonen locatie, die zeven jaar geleden is begonnen is met haar transitie. Zij kijkt terug op vele jaren van psychische problematiek en periodes in nachtopvang, psychiatrische instellingen en in een omslagwoning. Tijdens ons gesprek geeft ze aan dat ze nu eindelijk gelukkig is. Gevraagd naar de reden geeft ze het volgende antwoord: ‘Ik heb vroeger vaak genoeg in nachtopvang gezeten, voor de wet ben je man, dus werd je op de mannenzaal gezet. Al zou er maar één locatie in de stad zijn, waar ik heen had gekund.. dat had alles gescheeld. Ik heb nu pas rust. ..Het lekkere met de begeleiding hier, is dat niemand onderscheid maakt. Vanaf het eerste begin heb ik me altijd meteen als vrouw geaccepteerd gevoeld door de begeleiding en de bewoners.

Ik ben blij dat er een andere persoon is die in transitie is. Het was even wennen, ik was niet meer de enige, maar al heel snel dikke vriendinnen. We kunnen hier ons zelf zijn. Ik had jaren een omslagwoning, werd steeds weer verlengd, ik was psychisch instabiel, met drie opnames in een inrichting per jaar. Ik maakte schulden. De omslagwoning was ook niet veilig in de buurt. Ik werd met de nek aangekeken en uitgescholden door oudere Nederlanders en mensen met een migratieachtergrond, terwijl je zou denken dat die ouderen lang genoeg leven om te weten dat wij ook mensen zijn. Ik wil er nooit meer terug. Nu ik hier woon heb ik geen opnames meer gehad, ik denk ik ga never nooit meer op mijzelf. Ik weet nu dat ik die verplichtingen niet aan kan van zelfstandig wonen.’ (bewoonster begeleid wonen locatie) Een medewerker van de locatie wijst er op dat de dagelijkse begeleiding door een vast team wordt verzorgd, zij noemt het de belangrijkste reden dat bewoners veel veiligheid ervaren. ‘Het team is al heel lang bij elkaar, vijf collega’s werken er al 10 jaar lang. Ze geven een veilig gevoel aan iedereen die binnenkomt. Je wordt aangesproken zoals jij zelf wil. Ik voelde mij als jongste ook direct opgenomen. We zijn allemaal in vaste dienst.

Je ziet dat bij andere afdelingen meer roulatie is, minder hechte teams, dat geeft medewerkers en bewoners een onveiliger gevoel.’ En andere verklaring voor de positieve ervaring van lhbtiq+- bewoners met deze locatie is het feit dat bewoners worden betrokken bij sollicitatieprocedures. In de literatuur vinden we veel ondersteuning voor het betrekken van lhbtiq+-personen bij de sollicitatiegesprekken, omdat de sensitiviteit en aansluiting bij de doelgroep van sollicitanten daardoor sneller in beeld in komt. In de conclusies gaan we daar verder op in. Opvang voor lhbtiq+-personen uit de Oekraïne Op een geheime locatie in de stad is een opvang gecreëerd voor 36 lhbtiq+-personen die na de inval van Rusland uit de Oekraïne zijn gevlucht. De opvang, aanvankelijk gestart vanuit een persoonlijk initiatiefxxxii wordt momenteel praktisch en financieel ondersteund door lhbtiq+ belangorganisaties, fondsen en de gemeente. De bewoners zijn in hoge mate zelf verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken op de locatie. Volgens de oprichter is de zelfredzaamheid van de groep de basis voor het succes van deze opvang. Hij herkent dat het hier niet gaat om de ‘gemiddelde’ doelgroep van dak- en thuislozenopvang, maar vindt deze werkwijze voldoende bewezen om als voorbeeld te dienen voor een nieuwe locatie voor alleen dak en thuisloze lhbtiq+- personen.

21

‘Het gaat om zelfwerkzaamheid en het betrekken bij dagelijkse taken. En verder geen nadruk op het individu, maar op de groep. Je mag open zijn over de spanningen tussen individuen, maar moet voorkomen dat het tegenstellingen worden door er over te praten. Wij hebben de ervaring dat het kan. Mijn advies? Organiseer als gemeente een plek waar de regenboog community een veilig onderdak kan vinden en van daaruit krijgt iedereen een individueel traject, want elk individu heeft een eigen oplossing nodig. Wie dat moeten doen? Mensen uit de regenboog community, dat is de belangrijkste voorwaarde. Geen hetero’s in de begeleiding, die kunnen niet invoelen wat er nodig is. Onderdeel zijn van onze community is belangrijker dan diploma’s.’ (initiatiefnemer opvang lhbtiq+-personen uit de Oekraïne)

Wat zijn knelpunten? Intake en/of screening Al eerder in deze rapportage is geconstateerd dat het onbekend is hoe groot de groep dak- en thuisloze lhbtiq+’ers in Amsterdam is, die wel recht op de opvang heeft, maar deze mijdt uit angst voor een onveilige omgeving en daardoor buiten het zicht van de opvang blijft. Ook is niet duidelijk hoeveel ‘verborgen’ lhbtiq+’ers in de opvang zitten. Uit de interviews met een groot aantal medewerkers van opvangvoorzieningen begrijpen we dat bij de screening en/of intake met regelmaat de seksuele voorkeur of gender identiteit niet aan het licht komt. In dit kader is vaker genoemd dat medewerkers van de centrale screeningsbalie Bijzondere Doelgroepen signalen missen dat het om een lhbtiq+ persoon gaat, of dat de persoon in kwestie problemen heeft die het gevolg zijn van een coming-out. Doordat cliënten vaak moeite hebben dit uit zichzelf te benoemen, wordt de problematiek van lhbtiq+-personen nogal eens onderschat, vertelt een medewerker van een opvanglocatie. ‘Wij willen dat de gemeente gaat kijken of de medewerkers er wel geschikt zijn. Ik ga zelf af en toe mee naar de Jan van Galenstraat. Niet alle medewerkers die screenen vragen door, nog steeds niet. Dat heeft te maken met sensitiviteit en inzicht.

Die vinden het lastig om gesprekken aan te gaan met homo’s, lesbiennes en trans, het beestje te benoemen want dan moeten ze verder doorvragen. Als iemand wel erkent dat hij tot de lhbtiq+ wordt er niet meer doorgevraagd ‘wat voor opvang zou jij willen?’ ‘Hoe zouden mensen jou moeten begeleiden’. Ze hebben er geen feeling mee. Dat geldt ook voor deel medewerkers in de opvang trouwens.’ (medewerker maatschappelijke opvang) Veiligheid grote locaties Geïnterviewden zijn het er over eens dat de veiligheid het meest in gedrang komt bij locaties met slaapzalen of gedeelde kamers en douches. Over de gehele linie geldt dat de grootschalige opvang; slaapzalen (zoals bij dag en nachtopvang, winteropvang en corona-opvang) meer van de beveiliging en toezicht vraagt, dan kleinere locaties en ruimten. Volgens vrijwel alle geïnterviewden komt het voor dat lhbtiq+- personen - met name personen in transitie, trans vrouwen en ‘feminiene’ homoseksuelen – met regelmaat last ondervinden van intolerante gedragingen van medebewoners in de opvang xxxiii, zoals uitschelden, misgenderen en handtastelijkheden. Enkele geïnterviewden hebben verteld over (pogingen tot) aanranding in grote locaties.

Er is regelmatig benoemd dat personen uit deze groepen zich in de grotere algemene voorzieningen voor nacht- en winteropvang niet veilig voelenxxxiv, ook omdat zij er niet altijd op kunnen rekenen dat begeleiders of beveiligers reageren als zij worden lastiggevallen. Sommige medewerkers reageren 22

lacherig of kijken weg. Hoewel de grote locaties vaak aan honderden mensen per jaar onderdak bieden, zijn er per locatie maar enkele personen bekend die zich openlijk uiten als lhbtiq+. Dezelfde constatering doen begeleiders die werkzaam bij opvanglocaties met slaapzalen. Zij signaleren dat het garanderen van de veiligheid en rust dermate veel tijd vraagt van begeleiders, dat er geen ruimte is voor gesprekken met kwetsbare lhbtiq+-personen. Tegelijktijdig voelen zij dat niet alle medewerkers op deze locaties, zowel begeleiders als beveiligers, positief denken over lhbtiq+-personen die open zijn over hun genderidentiteit of orientatie. ‘Ik heb jaren gewerkt bij het mobiel team en de winteropvang. Er zijn diverse cliënten die zeggen ik wil nooit meer nachtopvang.. Ik heb een trans gesproken die zegt: ’Ik loop letterlijk met mijn hand voor mijn kont en geslachtsdeel, want ze bedreigen constant. En sommige begeleiders kijken er naar en lachen erom’. (teamleider opvanglocatie) ‘Bij grootschalige opvang is er niet voldoende ruimte bij begeleiders om gesprek aan te gaan en mensen gaan zelf ook het gesprek niet aan uit veiligheid. Grootschalige opvang heeft te maken met te veel wisselend personeel, veel zzp’ers en personeel dat in principe niet positief kijkt naar lhbtiq. Wij pleiten daarom voor een afdeling voor vrouwen en trans personen, vrouwelijke beveiligers en een eigen opgang.

Bij de reguliere opvang willen we voldoende en getraind personeel op lhbtiq+-sensitief werken.’(maatschappelijk werker bij nacht- en winteropvang) Wanneer uit de screening of toeleiding naar voren komt dat een trans persoon of vrouw dakloos is, dan hebben medewerkers van het mobiel team regelmatig moeite met het vinden van een geschikte locatie waar trans personen of vrouwen op een aparte kamer kunnen slapen. ‘Het is een groot probleem, als je als mobiel team belt naar de nachtopvang en je geeft aan ‘we hebben een trans vrouw’, dan zal je zal geen aparte plek vinden voor een vrouw. Het kan ook gebeuren dat het aanmeldcentrum zegt ‘we kunnen het als nachtopvang niet aan, er moet eerst een behandelaar aan gekoppeld zijn’. (medewerker mobiel team) Getraind en vast team Als het gaat om de tevredenheid over de veiligheid op een opvanglocatie lijkt de mate waarin er gewerkt wordt met een vast team en de mate waarin men open gesprekken of trainingen heeft gevolgd over de inclusie van bepalend. Het is nog geen praktijk dat alle teams trainingen kunnen of van het management moeten volgen. Enkele teamleiders hebben daarom zelf het initiatief genomen, vertelt een van hen. ‘We hebben zelf een bedrijf ingehuurd om met teams eens te sparren ‘over lhbtiq+’. Ons team is divers qua culturele en religieuze achtergronden, dat is ook een reden om met elkaar te spreken.

Het gesprek aangaan met medewerkers heeft veel zin. Het heeft opgeleverd dat mensen anders gaan kijken naar lhbtiq+personen. Sommige mensen zagen het als iets vies, ook vanuit hun geloof…. We zijn vervolgens met twee jonge medewerkers apart het gesprek aangegaan. We hebben gevraagd: hoe ga je er mee om als je een klant hebt die homo is? Ga je er professioneel mee om? Professioneel handelen is het minste wat we van je mogen verwachten, ook als je er vanwege andere overtuigingen of achtergronden moeite mee hebt. Eén heeft zijn ontslag ingediend, met de ander werken we nu juist heel goed samen.’ (teamleider 24- uurs opvanglocatie)

5.3

Basisvoorwaarden voor inclusieve(re) opvang

In deze paragraaf schetsen we welke voorwaarden volgens de geinterviewde stakeholders en de literatuur bijdragen aan zo inclusief mogelijke opvangvoorzieningen voor lhbtiq+. 23

Duidelijk beleid en regels Veel geïnterviewden ervaren dat veiligheid, in brede zin, allereerst vraagt om duidelijke keuzen met betrekking tot personeelsbeleid en het handhaven van de huisregels op de locaties. Voor deze bevinding vinden we ondersteuning in internationaal onderzoek: National Alliance to End Homelessness (2009); National Center for Transgender Equality (2011). ‘Je moet een vorm van sociale veiligheid creëren. Je moet duidelijke procedures hebben voor het personeel en voor de cliënten. Voor cliënten moeten er heldere klachtprocedures zijn, als je onheus bent bejegend moet je duidelijk weten wat je kan doen, dat kan in de vorm van een vertrouwenspersoon en heldere stappen die volgen op de melding. Het moet zowel voor bewoner als professionals een duidelijk proces zijn hoe die klachten worden afgewikkeld, het proces dient transparant te zijn om veiligheid en vertrouwen van de cliënten te creëren. De enige manier om iemand het gevoel te geven dat je veilig bent, is laten zien dat je er echt naar handelt!’. (teamleider maatschappelijke opvang) Het belang van heldere huisregels en het handhaven daarvan wordt beschreven in meerdere internationale onderzoeken. Zo tonen onderzoeken naar de veiligheid op opvanglocaties aan dat er huisregels moeten zijn die expliciet de veiligheid van lhbtiq+ garanderen en dat die bekend moeten zijn bij medewerkers en cliënten.

Voorwaarde voor effect op de veiligheid is dat bij overtreding van de regels direct wordt opgetreden (zie ook: Abramovich, 2013; Cull et al., 2006; Hunter, 2008). Alle medewerkers handelen professioneel De uitkomsten van interviews en literatuuronderzoek onderstrepen het belang van trainingen en gesprek over werken met lhbtiq+-personen (zie ook vorige hoofdstuk). Medewerkers van opvangvoorzieningen moeten minimaal in staat zijn professioneel te handelen en de eigen ‘oordelen over de doelgroep opzij te zetten, ook als de eigen persoonlijke, religieuze of culturele overtuigingen niet aansluiten bij de doelgroep’. Om de veiligheid te garanderen moeten alle medewerkers– ook degenen die in als zzp’er worden ingehuurd - een professionele basishouding hebben en alle cliënten in gelijke mate beschermen. Personeelsleden moeten altijd professioneel en onbevooroordeeld handelen, zonder uitzondering een open houding hebben naar mensen met een lhbtiq+ achtergrond. Belangrijk is dat naast de professionals die werken op begeleiding en zorg, ook de professionals die zich bezighouden met toezicht en beveiliging zijn getraind om te werken met de doelgroep. Personeelsleden die moeite hebben de eigen oordelen opzij te zetten, dragen volgens geinterviewde cliënten en collega’s niet bij aan de inclusie en veiligheid van lhbtiq+ in opvanglocaties en zijn daarom niet geschikt.

Interne experts Op iedere opvanglocatie werken een of meerdere medewerkers met een lhbtiq+’ers achtergrond; de herkenning werkt ondersteunend bij het bespreekbaar maken van (vraagstukken rond) seksuele voorkeur, genderidentiteit of transitie. (zie ook de toolkit van de Substance Abuse and Mental Health Services Administration in de VS, 2011). Verder beschikt ieder team over een of meerdere medewerkers met ervaring en kennis van de relevante netwerken die nodig zijn voor vraagstukken van lhbtiq+’ers. Denk bij dit laatste aan goede contacten met (zelf)organisaties van en voor Amsterdamse Lhbtiq+’ers. Uit de literatuur en interviews maken we verder op dat het zinvol is om lhbtiq+ cliënten te betrekken bij het beleid (bijvoorbeeld door deelname aan een cliëntenraad) en de werving van personeel (Toolkit Substance Abuse and Mental Health Services Administration in de VS, 2011) 24

Samenwerking Amsterdam kent vele organisaties die geworteld zijn in de verschillende lhbtiq+ communities. Deze organisaties beschikken over relevante kennis, expertise en netwerken. Het is belangrijk samen te werken met organisaties die expertise hebben in specifieke subgroepen van de lhbtiq+ (Toolkit Substance Abuse and Mental Health Services Administration in de VS, 2011). De huidige (grotere) organisaties voor dak- en thuislozenopvang in Amsterdam lijken over en weer weinig gebruik te maken van elkaars expertises op het terrein van lhbtiq+ en weten ook relatief weinig over de lhbtiq+ deskundigheid van belangenorganisaties. Uitzondering vormen de (belangen) organisaties TransUnited Europa en Veilige Haven, die in het veld wel brede bekendheid genieten. Medewerkers van algemene en maatschappelijke opvangvoorzieningen hebben aangegeven behoefte te hebben aan een sociale kaart met ‘lhbtiq+ -deskundigheid’ in het veld, zodat er meer en effectiever kan worden samengewerkt.

25

5.4

Specifieke opvang nodig?

Volgens de doelgroep Hoewel enkele geïnterviewde dak- en thuisloze trans personen aangeven zich prettiger te voelen in een gemengde opvang, geeft de meerderheid aan behoefte te hebben aan een specifieke opvang voor en door ‘de groep’ waarmee men zich identificeert. ‘Als de mogelijkheid er zou zijn geweest om in een speciale lhbtiq+ opvang te wonen, dan had dat me wel goed gedaan. Ik zit hier nu goed, maar ik weet van mensen uit mijn directe omgeving dat het ook wel heel anders kan gaan.’ (lesbische jongvolwassene in maatschappelijk opvang jeugd) ‘Voor mij is het belangrijk om op een plek te zitten met mensen waarmee je vrienden kan maken. Je komt al uit een onveilige situatie dus dan wil je gewoon op een plek zitten waar je met mensen bent waarin je jezelf kan herkennen.’ ( intersekse persoon in maatschappelijke opvang jeugd) Wanneer we vragen hoe een aparte voorziening er uit zou moeten zien, noemen leden uit de doelgroep dat zij behoefte hebben aan herkenning van en deskundigheid bij teamleden. ‘De begeleiders hoeven niet per se uit de lhbtiq+-community te komen. Het is fijn als er iemand tussen zit, maar ik zou niet die harde eis stellen. Wat betreft begeleiders gaat het er het meest om dat iemand gewoon goed zijn werk doet. Ik vind het wel fijn als mensen kennis hebben van mijn culturele en religieuze achtergrond.

Ik ging bijvoorbeeld wel naar de eerste Arabische vrouw toe hier omdat die gewoon de achtergrond en cultuur kent.’ ( trans vrouw in maatschappelijke opvang). Volgens de experts en belangengroepen Ook geïnterviewden van belangengroepen en lhbtiq+ experts zijn overtuigd van de noodzaak van aparte voorzieningen en opvangmogelijkheden. ‘Nee, volledig veilige reguliere opvang is er nog niet. Een aparte voorziening is nu echt nodig. Je kunt nu niet beloven dat een algemene lhbtiq+-omgeving veilig is. Het is te riskant. Niet elke opvang is veilig. Dat is afhankelijk van populatie, peerpressure etc. Zo inclusief is de sfeer voorlopig nog niet. Dat ligt deels aan de medewerkers, maar ook als die oké zijn, ben je voor de veiligheid afhankelijk van de andere cliënten.’ (maatschappelijk werker die tot bi-culturele lhbtiq+-community behoort) Dat specifieke opvang nodig is, is inmiddels al jaren duidelijk. Dat het er nog niet is, is eigenlijk een schandaal. (medewerker belangenorganisatie lhbtiq+’ers) Iemand met dezelfde etnische of culturele achtergrond die ervaringsdeskundig is, kan vaak heel goed werken, maar het kan soms ook contraproductief zijn.

Soms bestaat de angst dat verhalen via de hulpverlener in het netwerk van de familie of de omgeving komen.’ (maatschappelijk werker die tot biculturele lhbtiq+ community behoort) Volgens medewerkers opvangvoorzieningen De meerderheid van de geinterviewde medewerkers van algemene en maatwerkvoorzieningen vindt de eigen locaties nog niet (volledig) voldoen aan de basisvoorwaarden van veiligheid voor lhbtiq+-personen. Zij zien de oplossing vooral in aparte voorzieningen (afdelingen of kamers) binnen de eigen locaties en in aparte kleinere opvanglocaties met specifieke kennis en een divers team.

26

We pleiten voor samenwerking tussen GGD voor behandeling, belangengroepen voor de persoonlijke begeleiding en dakloze opvang voor de expertise op re-integratie en zelfredzaamheid. (maatschappelijk werker opvang) ‘Het is belangrijk dat hulpverleners een vergelijkbare achtergrond hebben. Iemand die bijvoorbeeld seksueel geïntimideerd is door heteromannen, wil liever niet geholpen worden door een heteroman. Het grootste deel van de cliënten wil, als dat mogelijk is, sekse en cultuurspecifiek gematcht worden.’ (begeleider in maatschappelijk opvang) In een van de stadsdelen wordt binnenkort een aparte wooneenheid geopend voor lhbtiq+-personen. Een betrokken teamleider van de maatschappelijke opvangvoorzieining vertelt over dit initiatief; ‘Ik ben groot voorstander van kleinschalige voorzieningen, die bieden meer geborgenheid voor de doelgroep. Lhbtiq+- personen willen het liefst alleen naar opvangvoorzieningen met gelijkgestemden. Wij gaan starten met een groepswoning voor drie cliënten lhbtiq+, die een CTMO screening hebben gehad.

Het zijn mensen die in een opvangvoorziening niet veilig waren.’ (teamleider maatschappelijke opvang) Hoewel de meerderheid van de geinterviewde professionals er over eens is dat ‘de huidige grote locaties voor opvang de veiligheid lhbtiq+-personen onvoldoende kunnen garanderen’ , worden er toch ook wel vraagtekens gezet bij aparte voorzieningen voor dak- en thuisloze lhbtiq+-personen. Genoemde redenen zijn dat juist gezamenlijke opvang de integratie in de samenleving bevordert en dat aparte voorzieningen beschikbaar moeten zijn voor alle groepen extreem kwetsbaren onder de dak en thuislozen en niet alleen voor lhbtiq+-personen. ‘Ik ben geen voorstander van speciale opvang. Ik vind het lastig mensen als een aparte groep te zien. Samen op een opvang kan echt goed werken.’ (maatschappelijk werker algemene opvang) In het veld worden er wel vragen gesteld bij aparte lhbtiq+ locaties, niet iedereen is voorstander. Men vraagt zich af of we mensen niet juist gaan isoleren en of leren omgaan met spanningen er niet bij hoort.’ (regio manager maatschappelijk opvang) Enkele geinterviewde professionals en experts pleiten zeer nadrukkelijk voor een kleine opvangvoorziening voor specifiek transgenders, met name personen die bezig zijn met het transitietraject. ‘Meest kwetsbaar zijn de personen in transitie die op straat terecht komen.

Zij hebben meervoud aan problematiek, niet alleen seksualiteit en identiteit. De struggle die daarbij komt veroorzaken andere problematiek, iemand heeft last van psychische problemen, gaat daardoor drinken of drugs gebruiken om problemen te dempen waardoor de problemen alleen maar groter worden, krijgt meer problemen vanwege geld en dus prostitutie, dan wordt het een vicieuze cirkel.’ (medewerker mobiel team) ‘Je hebt een specialistische opvang en begeleiding nodig voor deze groep. Met basic kennis van psychiatrie en verslaving, je moet kunnen zien dat het ene probleem het andere versterkt. Binnen de reguliere voorziening kunnen we deze doelgroep niet bedienen. Je zal moeten zorgen dat je gespecialiseerde clubs moet doen, met professionals en niet alleen vrijwilligers met belangengroepen.’ (maatschappelijk werker opvanglocatie) ‘Opvang voor de hele regenbooggroep is niet voldoende veilig. Er zijn nog veel lhb‘s die niet goed begrijpen wat de t inhoudt’. (medewerker belangenorganisatie). Ondanks de soms uiteenlopende visies van geinterviewde professionals is er breed draadvlak voor het starten van een locatie voor trans personen, waar de deskundigen van maatschappelijke opvang, de 27

belangenorganisaties, de GGD en VU MC samenwerken. Men denkt aan een locatie voor circa 6 – 8 personen.

5.4 Algemene aandachtspunten Als we opbrengsten van de interviews analyseren, komen we tot de volgende aandachtspunten (zie ook hoofdstuk 6). Professionals en ervaringsdeskundigen die met dak- en thuislozen werken signaleren dat het met enige regelmaat voorkomt dat dak- en thuisloze lhbtiq+’ers bij een screening bij de Balie Bijzondere Doelgroepen ten onterechte worden beoordeeld als ‘zelfredzaam’. Wanneer lhbtiq+-personen hun seksuele geaardheid en genderidentiteit en -expressie zelf niet aan de orde durven te stellen, blijft het onbenoemd en blijven soms essentiële problemen en behoeften buiten beeld. Onderliggende problematiek zoals verstoting komt niet snel ter sprake in een screeningsgesprek, vertellen geïnterviewde ervaringsdeskundigen. Volgens verschillende geïnterviewde professionals en belangenorganisaties zijn jongeren en hulpverleners vaak onvoldoende op de hoogte van het specifieke hulpverleningsaanbod voor lhbtiq+personen en van de lhbtiq+ expertise die sommige opvangvoorzieningen en medewerkers hebben. Meerdere medewerkers van opvangvoorzieningen die we gesproken hebben, gaven aan behoefte te hebben aan een ‘sociale lhbtiq+- kaart’.xxxv Een specifieke opvang voor dak- en thuisloze lhbtiq+-personen zal in een behoefte voorzien van een deel van de doelgroep.

Deze conclusie wordt ondersteund door de uitkomsten van de interviews met Amsterdamse stakeholders en Nederlands en internationaal onderzoek.xxxvi Met name voor de meest kwetsbare personen kan een specifieke opvanglocatie noodzakelijk zijn, om het leven weer verder op te bouwen. In dit kader worden (biculturele) personen in transitie, trans vrouwen en biculturele homoseksuele jongvolwassenen het meest genoemd. Zij hebben gemiddeld meer dan andere groepen te maken met onbegrip en agressie van medegebruikers van de opvang. Ook hebben zij meer dan andere groepen behoefte aan individuele begeleiding door ervaringsdeskundigen of mensen die zich ook als zodanig identificeren. Belangrijk is dat de cliënt zelf kan aangeven of die zich beter voelt in een setting van een algemene opvang, in een specifieke kamer (binnen de opvang) of in een specifieke opvanglocatie. De jongvolwassen trans personen die mee hebben gedaan aan dit onderzoek hebben verschillende behoeften op dit vlak. Uiteenlopend van zeer grote behoefte aan een opvang door en met trans personen, tot behoefte aan een opvang met diversiteit onder cliënten en medewerkers.

28

6 Samenvattende conclusies en aanbevelingen 6.1. Samenvattende conclusies In dit onderzoek stond de vraag centraal in hoeverre er in Amsterdam behoefte is aan specifieke opvang voor (jong)volwassen dak- en thuisloze lhbtiq+-personen. Aanvullend is gekeken naar de ervaringen met de huidige opvang in Amsterdam, naar vergelijkbare (inter)nationale ervaringen en naar mogelijkheden om de huidige opvang te optimaliseren voor dak- en thuisloze lhbtiq+-personen. Totale omvang van de doelgroep groter Er bestaat beperkt zicht op zowel de omvang van het totaal aantal dak- en thuislozen in Amsterdam, als op (de ontwikkeling van) het aandeel lhbtiq+’ers daarbinnen. Het is een vraagstuk waarnaar in Nederland en daarbuiten nog maar weinig onderzoek is gedaan en waarover weinig harde data bekend zijn. In Amsterdam zijn er - volgens geïnterviewden - veel meer dak- en thuisloze lhbtiq+-personen dan worden bereikt via de huidige opvangvoorzieningen. Inschattingen van de omvang van de niet-bereikte groep lopen uiteen, maar wat overeenkomt is dat men denkt dat personen met een migratieachtergrond en personen zonder verblijfsvergunningxxxvii naar verhouding vaker buiten beeld blijven.

Bij de jongvolwassenen is misbruik door volwassenen die woonruimte aanbieden ‘tegen een wederdienst’ door meerdere respondenten als een urgent probleem benoemd; er is weinig zicht op de situatie en omvang van deze groep jongvolwassenen. Daarnaast zijn er andere groepen kwetsbare dak- en thuisloze lhbtiq+’ers die formeel buiten het zicht van de reguliere opvang vallen, omdat ze niet aan de voorwaarden voor opvang voldoen. Het gaat dan onder andere om ongedocumenteerden. Verschillende respondenten gaven aan zich ernstig zorgen over deze laatste groep te maken, omdat een deel van hen zich niet veilig voelt op LVV of winteropvang en daarom een onzeker bestaan ‘op straat’ verkiest. Het gaat om een kwetsbare groep die volgens respondenten en literatuur op straat relatief vaak het slachtoffer is van verbaal en fysiek geweld. Ten slotte zijn er signalen dat de problematiek van lhbtiq+-personen bij de screening bij de centrale balie voor Bijzondere Doelgroepen niet altijd naar voren komt. Er zou geregeld sprake zijn van handelingsverlegenheid bij screeners en schroom bij dak- en thuisloze lhbtiq+’ers om hun gender identiteit of seksuele oriëntatie en expressie ter sprake te brengen. Vooral bij de lhbtiq+- dak- en thuisloze volwassenen zouden de screeners de achterliggende oorzaken van dakloosheid nog al eens missen (zoals het niet meer terug kunnen keren naar familie of woonomgeving).

Ervaringen met de huidige opvang Amsterdam kent verschillende vormen van opvang voor dak- en thuisloze personen, van kortdurende opvang zoals nachtopvang tot een langere periode opvang in combinatie met een zorgtraject. De meeste professionals en cliënten die we spraken konden vooral een beeld schetsen van de organisatie of de locatie waar zij zelf werkten of verbleven, waardoor de ervaringen per opvanglocatie nogal uiteen konden lopen. Ondanks de verschillen in ervaringen per individu en locatie, zijn er ook een aantal grote lijnen te ontdekken als het gaat om de veiligheid van dak- en thuisloze lhbtiq+-personen. Dat begint met de

29

constatering dat lhbtiq+-personen gebaat zijn opvang op kleine woonlocaties of afdelingen. Op die locaties heeft het personeel over de gehele linie meer ruimte voor begeleiding en gesprek met cliënten. Men is het er unaniem over eens dat de veiligheid van lhbtiq+-personen op grotere opvanglocaties met slaapzalen en gedeelde kamers en gedeelde douches het meest in het gedrang is. Die constatering geldt overigens voor de gehele groep dak- en thuislozen: slaapzalen vragen meer van de beveiliging en toezicht dan kleinere locaties, afgesloten afdelingen of eenpersoonskamers. Veiligheid Geïnterviewde stakeholders geven aan dat lhbtiq+- personen - met name personen in transitie, trans vrouwen en ‘feminiene’ homoseksuelen – met regelmaat last ondervinden van intolerante gedragingen van medebewoners in de opvang xxxviii, zoals uitschelden en misgenderen. In enkele grotere locaties zou mogelijk ook sprake zijn van handtastelijkheden en (pogingen tot) aanranding. Om de veiligheid te garanderen – moet er op alle opvanglocaties gewerkt worden met begeleiders en beveiligers die tenminste een professionele houding hebben ten opzichte van lhbtiq+-personen. De Amsterdamse opvangvoorzieningen zijn echter nog niet zo ver. Niet overal wordt direct en adequaat gereageerd op negatief gedrag van andere opgevangen dak- en thuislozen tegen lhbtiq+-personen.

Vooral op grotere locaties en locaties met veel tijdelijke krachten voldoet het klimaat en de veiligheid niet altijd aan de basisvoorwaarden, menen betrokkenen. Een vaker genoemd voorbeeld van onveiligheid is dat pesterijen door de vingers gezien worden gezien als ‘het hoort erbij’. Ook de veiligheid op slaapzalen en bij gedeelde douches is vaak zorgelijk genoemd. Personeel, locatie en huisregels Stakeholders benadrukken dat veiligheid onder meer vraagt om duidelijke keuzen met betrekking tot personeelsbeleid (werving en selectie) en huisregels op de locaties. (zie ook: National Alliance to End Homelessness (2009); National Center for Transgender Equality (2011). Het personeel dat begeleiding en zorg op maat geeft, moet volgens de meeste respondenten behalve een professionele houding, ook kennis hebben van de problematiek van dak- en thuisloze lhbtiq+’ers en toegang hebben tot relevante netwerken, waaronder de (zelf)organisaties die zich specifiek op deze groepen richten. Een inclusievere opvang met medewerkers die zelf uit de doelgroepen afkomstig zijn, waarin dak- en thuisloze (biculturele) lhbtiq+’ers zich kunnen herkennen, kan verder belangrijk bijdragen aan de sociale veiligheid op een opvangplek. Tot slot is de locatie van belang. Een veilige plek is een plek in de stad waar zowel buiten als binnen de muren van de opvang een lhbtiq+ vriendelijk klimaat heerst.

Binnen de muren zijn er duidelijke huisregels die gehandhaafd worden. Specifieke opvang? Een groot deel van de geïnterviewde professionals en deskundigen van belangenorganisaties denkt dat het nog even duurt voordat de reguliere opvang voldoende inclusief is en pleit mede om die reden voor specifieke voorzieningen (aparte kamers, afdelingen of kleinschalige wooneenheden). Evenals geïnterviewde dak- en thuislozen benadrukken zij het belang van het combineren van specifieke voorzieningen met het bieden van begeleiding op maat, door divers samengestelde teams waar lhbtiq+deskundigen vanuit belangorganisaties, de opvang en de zorg samenwerken. Dit wordt ondersteund door Nederlands onderzoek en internationaal onderzoek. Ook vergelijkbare voorzieningen in het buitenland en in Utrecht maken duidelijk dat een specifieke opvang in een behoefte voorziet (zie paragraaf 4.1). 30

Als meest kwetsbare dak- en thuisloze lhbtiq+’ers zijn (biculturele) personen in transitie, trans vrouwen en biculturele homoseksuele jongvolwassenen het vaakst genoemd. Vooral degenen die zichtbaar genderdivers zijn hebben gemiddeld meer dan andere groepen te maken met onbegrip en agressie van medegebruikers van de opvang. Ook hebben zij meer dan andere groepen behoefte aan begeleiding door ervaringsdeskundigen of mensen die zich ook als lhbtiq+ identificeren. Sommige respondenten stellen dat dak en thuisloze transgenders het baat hebben bij een aparte opvangvoorziening.

6.2. Aanbevelingen In het verlengde van de conclusies, doen we hieronder de volgende aanbevelingen. 1. Start een kleinschalige opvang specifiek voor lhbtiq+ Op grond van de gesprekken die wij hebben gevoerd, de literatuur en de ervaringen in Utrecht, is de verwachting dat er voldoende belangstelling bestaat voor een of meerdere kleinschalige opvanglocaties, specifiek voor de meest kwetsbare Amsterdamse lhbtiq+’ers die dak- of thuisloos zijn geworden. We raden daarbij het volgende aan: 1. Zorg dat deze opvangplek minimaal voldoet aan eerdergenoemde voorwaarden voor een lbhtiq+-vriendelijke opvang, waaronder professioneel personeel, met kennis van problematiek dak- en thuisloze lhbtiq+’ers, waarvan er één of meerdere een lhbtiq+ achtergrond hebben en één of meerdere een biculturele achtergrond. 2. Werk bij de totstandkoming van de opvang samen met de lhbtiq+ (zelf)organisaties en met professionals die voor de doelgroepen relevante expertise en netwerken hebben, zoals Veilige Haven en het T-huis. 3. Maak gebruik van de ervaringen van specifieke voorzieningen/locaties en in Amsterdam en De Tussenvoorziening in Utrecht 4. Kies voor een veilige, lhbtiq+ vriendelijke plaats in de stad. 5. Geef bekendheid aan het bestaan van deze plek, maar houdt de locatie geheim 6.

Ga samenwerking aan met de Utrechtse Tussenvoorziening en de mogelijk toekomstige Haagse voorziening en verken de mogelijkheid tot het wederzijds opvangen van dak- en thuislozen die nu vanwege de regiobinding minder snel in aanmerking komen 2. Creëer verschillende soorten opvangplekken die expliciet lhbtiq+ vriendelijk zijn. Idealiter zijn alle opvangplekken in Amsterdam veilig voor dak- en thuisloze lhbtiq+’ers, maar die situatie is voorlopig nog niet haalbaar. Tegelijkertijd zijn er voor de enkele, hierboven aanbevolen specifieke opvang, te veel dak- en thuisloze lhbtiq+’ers in Amsterdam. Het is daarom aan te raden enkele opvangplekken voor volwassen en jongvolwassenen expliciet en herkenbaar als lhbtiq+ vriendelijk te benoemen. Dit zijn plekken: a. Met gereserveerde één-persoons kamers voor lhbtiq+ b. Waar geen enkele vorm van lhbtiq+ fobie wordt geaccepteerd; dit blijkt uit duidelijke huisregels die gehandhaafd worden; c. Met een vast team met professionele medewerkers met kennis van problematiek dak- en thuisloze lhbtiq+’ers, waarvan er één of meerdere een lhbtiq+ achtergrond hebben en één of meerdere een biculturele achtergrond d. Waar samengewerkt wordt met lhbtiq+ (zelf)organisaties e. Met uitingen (eventueel regenboogvlaggen) waarmee het lhbtiq+ vriendelijke karakter nadrukkelijk wordt onderstreept f. Op een veilige plek in de stad 31

g. Die eventueel gecertificeerd zijn, bijvoorbeeld met de Roze Loper 3. Zorg dat de huidige opvang inclusiever wordt Om de gehele dak- en thuislozenopvang toegankelijker, veiliger en inclusiever te maken, hebben de gemeente Amsterdam en diverse Amsterdamse aanbieders van opvang en lhbtiq+ belangenorganisaties de afgelopen jaren diverse stappen gezet. Dit beleid moet de komende jaren worden voortgezet en geïntensiveerd. We denken bij dit laatste onder andere aan de volgende punten, die (deels) door onze respondenten zijn aangedragen: -

-

-

-

Maak de toegang tot (maatwerk)voorzieningen voor dak- en thuislozen toegankelijker door alle professionals in de keten te (blijven) trainen zodat ze sensitiever worden voor de problematiek van lhbtiq+’ers en deze eerder en beter bespreekbaar gemaakt wordt. Laat deze trainingen evalueren en monitor de impact die ze hebben Investeer in een professionele basishouding van alle medewerkers in alle lagen van de organisaties. Dit betekent onder andere onbevooroordeeld handelen, zonder uitzondering een open houding hebben naar mensen met een lhbtiq+ achtergrond. Monitor dit geregeld. Stimuleer dat opvangorganisaties (doorgaan om) de samenstelling van hun personeel diverser en inclusiever maken. Inclusief personeelsbeleid moet hierbij altijd ten goede komen aan de veiligheid van de cliënten. Zorg dat professionals en jongeren kennis krijgen van de sociale kaart. We hoorden van verschillende respondenten dat zij en/of hun collega’s niet of onvoldoende kennis hebben van de (zelf)organisaties die veel expertise hebben over lhbtiq+. De informatie op de website straatapp biedt nu al de nodige informatie. Dit kan worden aangevuld en er kan meer bekendheid aan gegeven worden.

4. Maak de opvang toegankelijker; verbeter de screening en intake Een deel van de dak- en thuisloze lhbtiq+ doet geen beroep op de reguliere opvang, omdat ze bij voorbaat de verwachting hebben dat deze niet veilig is. Daarnaast geven verschillende professionals aan dat een deel van de dak- en thuisloze lhbtiq+’ers ten onrechte buiten de opvang en de hulpverlening blijft, omdat de professionals die de intake of screeningsgesprekken met hen voeren onvoldoende lhbtiq+-sensitief zijn. Hierdoor krijgen ze niet de gepaste hulpverlening en worden ze ten onrechte als zelfredzaam beschouwd. Het is daarom van belang dat er op verschillende plaatsen in de keten waar intake- en screeningsgesprekken plaats vinden, medewerkers aanwezig zijn die de achtergronden van lhbtiq+’ers kennen en die getraind zijn om met deze groepen het gesprek te voeren. De eerdergenoemde specifieke opvanglocatie en enkele expliciet lhbtiq+ vriendelijke plaatsen kunnen helpen de opvang toegankelijker te maken wanneer voldoende bekendheid wordt gegeven aan het bestaan van deze plaatsen. 5. Besteed ook aandacht aan andere groepen Dit onderzoek ging conform de opdracht over de opvang van dak- en thuisloze lhbtiq+’ers van 18 jaar en ouder. Andere ‘letters’ en leeftijdsgroepen vielen buiten het onderzoek.

Enkele respondenten vroegen bij de uitwerking van het beleid ook rekening te houden met kwetsbare groepen die buiten deze letters vallen, waaronder bijvoorbeeld non binaire dak- en thuislozenxxxix die relatief vaak te maken met geweld. (Vijlbrief et al., 2020) Ook wees een respondent op een groeiende, kwetsbare groep jongere lhbtiq+’ers onder de 18 jaar die onder de radar blijven. 32

6. Aandacht voor ongedocumenteerde lhbtiq+-personen is dringend noodzakelijk Verder willen we aandacht vragen voor het volgende: veel respondenten spraken hun zorgen uit over de in hun ogen uiterst kwetsbare positie van ongedocumenteerde lhbtiq+’ers. Zij schatten dat het om een naar verhouding groot deel van de ongedocumenteerden gaat die formeel buiten de reguliere opvang valt, maar geregeld wel een beroep doet op enkele (zelf)organisaties en hulpverleners. Een deel van hen krijgt ondersteuning via het Wereldhuis. 7. Vervolgonderzoek Tot slot willen we het belang van vervolgonderzoek benadrukken. Tijdens onze verkennende studie hebben we diverse signalen opgehaald die wij niet verder hebben kunnen onderzoeken, maar die wel om een vervolgstudie vragen. We denken hierbij allereerst aan de situatie van dakloze lhbtiq+ personen zonder geldige papieren in de Landelijke Vreemdelingen Voorziening, in de winteropvang en buiten de opvang; verder vragen we aandacht voor de situatie van jongvolwassenen die inwonen bij volwassenen, al dan niet gereguleerd en ten slotte vragen we aandacht voor de training en begeleiding van medewerkers in de beveiliging die werkzaam zijn in de opvang en zorg: hoe worden zij begeleid en getraind op omgaan met kwetsbare personen als de lhbtiq+ personen?

33

Bijlage: Literatuur Abramovich, I.A. (2012). No safe place to go: LGBTQ youth homelessness in Canada: reviewing the literature. Canadian Journal of Family and Youth, 4(1), 29–51. Abramovich, I. A. (2013). No fixed address: Young, queer, and restless. In S. Gaetz, B. O’Grady, K. Buccieri, J.Karabanow, & A. Marsolais (Eds.), Youth homelessness in Canada: Implications for policy and practice. Toronto, ON: Canadian Homelessness Research Network Press Abramovich, A., & Kimura, L. (2021). Outcomes for youth living in Canada’s first LGBTQ2S Transitional Housing Program. Journal of Homosexuality, 68(8), 1242-1259. Albert Kennedy Trust (2015). LGBT Youth Homelessness: A UK National Scoping of Cause, Prevalence, Response & Outcome. Albert Kennedy Trust. Blank, M. de & Naezer, M. (2022). Onzichtbaar in twee werelden: Hulpverlening voor transgender slachtoffers van huiselijk geweld en kindermishandeling. Amsterdam: Atria. Butter, E. & Omlo, J. (2021). Een verkennend onderzoek naar de preventie van schadelijke praktijken in Nederland. Over witte vlekken in beleid en effectieve interventies. Amsterdam/Utrecht Choi, S.K., Wilson, B.D.M., Shelton, J., & Gates, G. (2015). Serving our youth 2015: The need and experiences of lesbian, gay, bisexual, transgender, and questioning youth experienc- ing homelessness.

(Retrieved from the eScholarship website: http://escholarship.org/ uc/item/1pd9886n) City of San Francisco & Applied Survey Research. (2013). 2013 San Francisco homeless point- in-time count & survey. San Francisco, CA: Department of Homelessness and Supportive Housing Cochran, B. N., Stewart, A. J., Ginzler, J. A., Cauce, A. M. (2002). Challenges faced by homeless sexual minorities: Comparison of gay, lesbian, bisexual, and transgender homeless adolescents with their heterosexual counterparts. American Journal of Public Health, 92(5), 773– 777. Cooke, T. J., & Rapino, M. (2007). The migration of partnered gays and lesbians between 1995 and 2000. Professional Geographer, 59, 285–297. doi:10.1111/j.1467-9272.2007.00613.x Cray, A., Miller, K., & Durso, L.E. (2013). Seeking shelter: the experiences and unmet needs of LGBT homeless youth. (Retrieved from the Center for American Progress website: https://cdn.americanprogress.org/wp-content/uploads/2022/09/ LGBTHomelessYouth.pdf) Cull, M., Platzer, H., & Balloch, S. (2006). Out on my own: Understanding the experiences and needs of homeless lesbian, gay, bisexual, and transgender youth. Brighton, United Kingdom: Health and Social Policy Research Centre. Durso, L.E., & Gates, G.J. (2012).

Serving Our Youth: Findings From a National Survey of Services Providers Working With Lesbian Gay, Bisexual, and Transgender Youth Who are Homeless or at Risk of Becoming Homeless. (Retrieved from the Williams Institute website: http://williamsinstitute.law.ucla.edu/wp-content/uploads/Durso-Gates- LGBT-Homeless-YouthSurvey-July-2022.pdf). 34

Ecker, J. (2016). Queer, young, and homeless: A review of the literature. Child & Youth Services, 37(4), 325-361. Ecker, J., Aubry, T., & Sylvestre, J. (2019). A review of the literature on LGBTQ adults who experience homelessness. Journal of homosexuality, 66(3), 297-323. Ecker, J., Aubry, T., & Sylvestre, J. (2022). Experiences of LGBTQ adults who have accessed emergency shelters in a large Urban City in Canada. Social Work in Public Health, 37(2), 168-185. Frederick, T. J., Ross, L. E., Bruno, T. L., & Erickson, P. G. (2011). Exploring gender and sexual minority status among street-involved youth. Vulnerable Children and Youth Studies, 6(2), 166–183 Gangamma, R., Slesnick, N., Toviessi, P., & Serovich, J. (2008). Comparison of HIV risks among gay, lesbian, bisexual, and homeless heterosexual youth. Journal of Youth Adolescence, 37, 456– 464 Gattis, M.N. (2011). An ecological systems comparison between homeless sexual minority youths and homeless heterosexual youths. Journal of Social Service Research, 1–12 Gemeente Amsterdam. (2020). Een nieuwe start; samen op weg naar perspectief. Gemeente Amsterdam. (2020). Nota Regenboogbeleid 2021–2025. Gemeente Amsterdam (2021). Kortdurende Opvang Maatschappelijke Opvang Beschermd Wonen; Amsterdams Handboek Voor Professionals. Gemeente Amsterdam (2022). Amsterdams Akkoord. Amsterdams coalitieakkoord 2022-2026.

Groot de, N., Vijlbrief, A., Emmen, M. (2018) Out on the Streets, Movisie, Utrecht. Hunter, E. (2008). What’s good for the gays is good for the gander: Making homeless youth housing safer for lesbian, gay, bisexual, and transgender youth. Family Court Review, 46(3), 543– 557 Huijnk, W., Damen, R., & Van Kampen, L. (2022, juli). Lhbt-monitor 2022; de leefsituatie van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender personen in Nederland. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Kann, L., McManus, T., Harris, W. A., Shanklin, S. L., Flint, K. H., Hawkins, J., Queen, B., Lowry, R., Olsen, E. O., Chyen, D., Whittle, L., Thornton, J., Lim, C., Yamakawa, Y., Brener, N., & Zaza, S. (2016). Youth Risk Behavior Surveillance - United States, 2015. Morbidity and mortality weekly report. Surveillance summaries (Washington, D.C. : 2002), 65(6), 1–174. https://doi.org/10.15585/mmwr.ss6506a1 Keuroghlian, A.S., Shtasel, D., & Bassuk, E.L. (2014). Out on the street: a public health and policy agenda for lesbian, gay, bisexual, and transgender youth who are homeless. American Journal of Orthopsychiatry, 84(1), 66–72. Khandor, E., Mason, K., Chambers, C., Rossiter, K., Cowan, L., & Hwang, S. W. (2011). Access to primary health care among homeless adults in Toronto, Canada: Results from the Street Health survey. Open Medicine, 5(2), E94–E103. Kromhout, M., & Wolf,S. (2019).

Biculturele trans personen in Amsterdam 35

Aandacht en aanbevelingen voor de specifieke problematiek van trans personen van kleur in Amsterdam. Amsterdam: Adviesraad Diversiteit en Integratie. Lepischak, B. (2003). Building community for Toronto’s lesbian, gay, bisexual, transsexual and transgender youth. Journal of Gay & Lesbian Social Services, 16(3), 81–98. Maccio, E. M., & Ferguson, K. M. (2016). Services to LGBTQ runaway and homeless youth: Gaps and recommendations. Children and Youth Services Review, 63, 47-57. Meijsen, E. & S. Timmerman (2020), Driedubbel Kwetsbaar; Verkenning van de situatie van dak- en thuisloze lhbti-jongeren in Nederland. Utrecht: Movisie Meris, D. (2001). Responding to the mental health and grief concerns of homeless HIV- infected gay men. Journal of Gay & Lesbian Social Services, 13, 103–111. doi:10.1300/ J041v13n04_12 Meyer, I. H. (2003). Prejudice, social stress, and mental health in lesbian, gay, and bisexual populations: conceptual issues and research evidence. Psychological Bulletin, 129(5), 674–697. https://doi.org/10.1037/0033-2909.129.5.674 Milburn, N. G., Ayala, G., Rice, E., Batterham, P., & Rotherham-Borus, M. J. (2006). Discrimi- nation and exiting homelessness among homeless adolescents. Cultural Diversity and Ethnic Minority Psychology, 12(4), 658–672. Moon, M.W., McFarland, W., Kellogg, T., Baxter, M., Katx, M.H., MacKellar, D., & Valleroy, L. A. (2000).

HIV risk behavior of runaway youth in San Francisco: Age of onset and relation to sexual orientation. Youth & Society, 32(2), 184–201. Mottet, L., & Ohle, J. (2006). Transitioning our shelters: making homeless shelters safe for transgender people. Journal of Poverty, 10(2), 77–101. http://dx.doi.org/10.1300/ J134v10n02_05 National Alliance to End Homelessness, National Network for Youth, Lambda Legal & National Center for Lesbian Rights (2009). National Network for Youth, Lambda Legal, & National Center for Lesbian Rights. National recommended best practices for serving LGBT homeless youth (Retrieved from http://www.endhomelessness.org/con- tent/general/detail/2239) National Centre for Transgender Equality. (2011). Making shelters safe for transgender evacuees. Washington, DC: National Centre for Transgender Equality. Nelson, G. (2010). Housing for people with serious mental illness: Approaches, evidence, and transformative change. Journal of Sociology and Social Welfare, 37, 123–146. Noell, J. W., & Ochs, L. M. (2001). Relationship of sexual orientation to substance use, suicidal ideation, suicide attempts, and other factors in a population of homeless adolescents. Journal of Adolescent Health, 29, 31–36. Nolan, T. C. (2006). Outcomes for a Transitional Living Program Serving LGBTQ Youth in New York City. Child Welfare League of America, Inc, 85(2), 385–406.

Porter, M., Russell, C., & Sullivan, G. (2003). Gay, old, and poor. Journal of Gay & Lesbian Social Services, 16,43–57. doi:10.1300/J041v16n02_03 36

Quintana, N.S., Rosenthal, J., & Krehely, J. (2010). On the Streets: The Federal Response to Gay and Transgender Homeless Youth. (Retrieved from the Center for American Progress website: https://cdn.americanprogress.org/wp-content/uploads/issues/ 2010/06/pdf/lgbtyouthhomelessness.pdf) Ray, N. (2006). Lesbian, gay, bisexual and transgender youth: An epidemic of homelessness. New York, NY: National Gay and Lesbian Task Force Policy Institute and the National Coalition for the Homeless. Retrieved from: http://www.thetaskforce.org Rew, L., Whittaker, T. A., Taylor-Seehafer, M. A., & Smith, L. R. (2005). Sexual health risks and protective resources in gay, lesbian, bisexual, and homeless heterosexual youth. Journal for Specialists in Pediatric Nursing, 10(1), 11–19 Rosario, M., Schrimshaw, E.W., & Hunter, J. (2012b). Risk factors for homelessness among lesbian, gay, and bisexual youths: A developmental milestone approach. Children and Youth Services Review, 34, 185–193. Rosenthal, D., Mallett, S., & Myers, P. (2006). Why do homeless young people leave home? The Australian and New Zealand Journal of Public Health, 30(3), 281–285. Ryan, C., Huebner, D., Diaz, R. M., & Sanchez, J. (2010). Family acceptance in adolescence and the health of LGBT young adults. Journal of Child and Adolescent Psychiatric Nursing, 23(4), 205–213 Sakamoto, I., Chin, M., Chapra, A., & Ricciardi, J. (2009).

A “normative” homeless woman? Marginalisation, emotional injury, and social support of transwomen experiencing home- lessness. Gay & Lesbian Issues and Psychology Review, 5,2–19. Savenije, T. (2012), Het Amsterdams hulpverleningsaanbod voor allochtone homoseksuele, lesbische, biseksuele en transgender jongeren. Samenvatting, conclusies en aanbevelingen. Amsterdam: GGD Amsterdam Seneich, E. (2010). Are specialized LGBT program components helpful for gay and bisexual men in substance abuse treatment? Substance Use & Misuse, 45, 1077–1096. doi:10.3109/ 10826080903483855 Shelton, J., Stakelum, R., & Dodd, S.J. (2020). LGBTIQ Youth Homelessness in Europe: Findings from a Survey of FEANTSA Membership Organisations. FEANTSA, True Colors United, and the Silberman Center for Sexuality and Gender at Hunter College. Spicer, S. S. (2010). Healthcare needs of the transgender homeless population. Journal of Gay & Lesbian Mental Health, 14, 320–339. doi:10.1080/19359705.2010.505844 Substance Abuse and Mental Health Services Administration (2011). Learning from the field: Programs serving youth who are LGBTQ and experiencing homelessness. (Retrieved from http://homeless.samhsa.gov/ResourceFiles/lgbt_listening_tour_report_ v.3.6.pdf)

Taylor-Seehafer, M., Johnson, R., Rew, L., Fouladi, R.T., Land, L., & Abel, E. (2007). Attachment and sexual health behaviors in homeless youth. Journal for Specialists in Pediatric Nursing, 12(1), 37–48 37

The Williams Institute (2019). LGBT Demographic Data Interactive. Los Angeles, CA: UCLA School of Law. Yu, V. (2010). Shelter and transitional housing for transgender youth. Journal of Gay & Lesbian Mental Health, 14(4), 340–345. http://dx.doi.org/10.1080/19359705.2010. 504476. Vijlbrief, A. Saharso, S. & Ghorashi, H. (2020). Transcending the gender binary: Gender non-binary young adults in Amsterdam, Journal of LGBT Youth, 17:1, 89106, DOI: 10.1080/19361653.2019.1660295 Walls, N. E., Hancock, &Wisneski, H. (2007). Differentiating the social service needs of homeless sexual minority youths from those of non-homeless sexual minority youths. Journal of Children & Poverty, 13(2), 177–205. doi:10.1080/10796120701520309 Wells, E.A., Asakura, K., Hoppe, M.J., Balsam, K.F., Morrison, D.M., & Beadnell, B. (2013). Social services for sexual minority youth: preferences for what, where, and how services are delivered. Children and Youth Services Review, 35(2), 312–320. Westerveld, N. (2022), Onzichtbaar Geweld. Lhbti+ en huiselijk geweld. Utrecht: Movisie. Whitbeck, L. B., Chen, X., Hoyt, D. R., Tyler, K. A., & Johnson, K. D. (2004). Mental disorder, subsistence strategies, and victimization among gay, lesbian, and bisexual homeless and runaway adolescents. Journal of Sex Research, 41(4), 329–342.

38

Bijlage: Respondenten Voor dit onderzoek hebben we geprobeerd een breed spectrum aan betrokkenen, professionals en ervaringsdeskundigen te spreken. In totaal hebben we met 38 direct betrokken personen gesproken. Op een enkel gesprek na, vonden alle gesprekken face-to-face en op locatie plaats. Met sommige respondenten zijn meerdere gesprekken gevoerd en in een aantal gevallen was er sprake van een gesprek met twee respondenten tegelijk. De opdrachtgever is op de hoogte van alle gesprekken die wij hebben gevoerd. Met een aantal respondenten, waaronder de ervaringsdeskundigen, hebben we de afspraak gemaakt dat ze anoniem blijven. Om die reden staan hieronder alleen het aantal personen en de organisaties vermeld die een bijdrage hebben geleverd aan het onderzoek. We willen alle respondenten heel hartelijk danken voor hun vertrouwen en het delen van hun expertise, ervaringen en inzichten.

HvO- Querido(verschillende locaties)

6

PerMens (verschillende locaties)

5

Opvangvoorziening Elandsstraat

4

Leger des Heils (verschillende locaties)

2

Opvang Oekraïners

1

GGD, T-huis

2

Regenbooghuis/ Pink Marrakech

1

Transgender Netwerk Nederland

2

De Tussenvoorziening (Utrecht)

1

Gemeente Den Haag

1

Veilige Haven

1

Trans United Europe

2

Wereldhuis

2

(jong)volwassen lhbtiq+ dak- en thuislozen

8

39

Bijlage: Amsterdamse voorzieningen voor dak- en thuislozen Mensen die in Amsterdam dak- of thuisloos worden, kunnen een beroep doen op uiteenlopende voorzieningen. Voordat mensen worden toegelaten tot een voorziening, wordt onderzocht of ze hiervoor in aanmerking komen. Of dak- en thuislozen voor deze voorzieningen in aanmerking komen en, als dat het geval is, voor welke voorzieningen ze in aanmerking komen is onder andere afhankelijk van: -

de vraag of ze beschikken over een geldige verblijfsvergunning, de mate waarin sprake is van psychische kwetsbaarheid of fysieke dreiging, de mate waarin sprake is van zelfredzaamheid en een sociaal netwerk waarop een beroep kan worden gedaan. hun leeftijd.

Voor dak- en thuisloze Amsterdammers moeten de buurtteams voor (dreigend) dak- en thuislozen het eerste aanspreekpunt zijn, ongeacht de mate van zelfredzaamheid. De buurtteams, ingesteld in april 2021, doen een eerste intake van deze cliënten. Zij kunnen gebruikmaken van de expertise van Amsterdam Extra (gecontracteerde aanbieders voor Begeleid Thuisxl). Dak- en thuislozen kunnen behalve bij een buurtteam voor een eerste intake ook terecht bij andere verwijzers.xli Wanneer volwassen dak- en thuisloze Amsterdammers geen verwijzer hebben, kunnen zij zich ook melden bij de ‘Screeningsbalie Bijzondere Doelgroepen’ op de Jan van Galenstraat 323, ook wel het ‘daklozenloket’ genoemd. De aanmelding wordt vervolgens getoetst door de Centrale Toegang Maatschappelijke Opvang (CTMO,xlii ook wel de Centrale Toegang), een centraal toegangspunt van de GGD voor de voorzieningen Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MOBW). Afhankelijk van de situatie zijn er voor dak- en thuislozen verschillende voorzieningen. -

-

-

Voor dak- en thuislozen die als “niet zelfredzaam” worden beschouwd zijn er algemene voorzieningen en zogenaamde ‘maatwerkvoorzieningen’. Algemene voorzieningen voor niet zelfredzame mensen zijn: de kortdurende en nachtopvang, de winterkoude regeling, de winteropvang en de noodopvang gezinnen. Maatwerkvoorzieningen voor niet zelfredzame mensen met meervoudige problematiek (o.a. psychische problematiek, schulden, verslaving, ontbrekend netwerk) zijn: Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MOBW), waarbij ‘een bed’ wordt gecombineerd met begeleiding. Daklozen met een inkomen, ook wel economisch dak- en thuislozen of zelfredzame dak- en thuislozen genoemd, kunnen bijvoorbeeld tegen een vergoeding terecht in een algemene voorziening als een passantenhotel of -pension; Daklozen (al dan niet met kinderen) die als gevolg van huiselijk geweld geen huisvesting meer heeft, worden doorverwezen naar Blijfhuizen; Dak- en thuisloze personen zonder verblijfsvergunning kunnen in aanmerking komen voor opvang in speciale 24-uurs opvang in het kader van de pilot Landelijke Vreemdelingen Voorziening.

Opvang voor dak en thuislozen die niet zelfredzaam zijn 40

Kortdurende opvang Kwetsbare dak- en thuisloze volwassenen, die binnen hun eigen netwerk geen alternatieve opvangmogelijkheden hebben en een regiobinding met Amsterdam hebben, kunnen gebruik maken van algemene voorzieningen zoals de kortdurende dag- en nachtopvang (hierna kortdurende opvang), een voltijd verblijf gedurende een periode van in beginsel 10 dagen en afhankelijk van de omstandigheden maximaal drie maanden.xliii Er zijn 270 plekken op verschillende locaties van het Leger der Heils en HVO. Daklozen van 18 tot 22 jaar kunnen ook terecht bij Maatschappelijke Opvang Atlantisplein, een opvang speciaal voor jongeren, waar ze maximaal 10 nachten kunnen blijven. Er wordt aan mensen die 23 jaar of ouder zijn een eigen bijdrage gevraagd van 5 euro tot 7,50 euro per etmaal. Voor 18-22 jarigen is de opvang gratis. Een dak- en thuisloze kan zich melden bij een buurtteam of een andere verwijzer, die kijkt of de persoon in aanmerking komt voor kortdurende opvang. Als dat het geval is wordt iemand verwezen naar de GGD en op een wachtlijst geplaatst worden.

Winterkouderegeling Als het buiten heel slecht weer is, dan gaat de winterkouderegeling van kracht. De GGD's van de vier grote steden besluiten gezamenlijk wanneer deze regeling geldt. Op deze dagen kunnen dak- en thuislozen terecht bij de dag- en nachtopvang aan de Transformatorweg 6. Na een intakegesprek door een medewerker van de GGD wordt de dak- en thuisloze doorverwezen naar een opvanglocatie waar ze kosteloos de nacht door kunnen brengen.

Noodopvang gezinnen Een dakloos gezin kan via het buurtteam worden aangemeld bij het Centraal Meldpunt Dakloze Gezinnen (CMDG) van de GGD. Gezinnen die vier jaar of langer legaal in Amsterdam wonen, kunnen maximaal drie maanden in de noodopvang blijven voor 400 euro per maand. Soms kan dit met 3 maanden verlengd worden. Er zijn nu nog 220 plekken. Dat worden er binnenkort 200. Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MOBW) Een deel van de Amsterdamse opvang van dak – en thuislozen kan een beroep doen op de MOBW, een onderdeel van de in 2015 ingevoerde Wet maatschappelijke ondersteuning.xliv In het vuistdikke handboek ‘Kortdurende opvang Maatschappelijke opvang Beschermd wonen, handboek voor professionals’ (verder ‘het handboek’) wordt aangegeven dat de MOBW is bedoeld voor mensen “met een stapeling van psychosociale en/of psychiatrische en/of Licht Verstandelijke Beperking (LVB) en andere complexe ondersteuningsvragen, al dan niet met een achtergrond van dak- en thuisloosheid. Zij zijn (nog) niet in staat zelfstandig en zonder begeleiding te wonen.” De doelgroepen van de MOBW zijn: •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12227246/1