CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. NZKG CES 2024_single page.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 26 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over Cluster Energie Strategie 2024 Noordzeekanaalgebied (VN2024-010872)31.621 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ten aanzien van de productie van waterstof op zee en de aanlanding daarvan, is recentelijk in een kamerbrief18 over demonstratieprojecten waterstof op zee,

GROTE VRAAG NAAR WATERSTOF

aangekondigd dat de toenmalige minister van EZK (nu: minister van Klimaat en

Waterstof speelt een cruciale rol in de verduur­zaming van de industrie in het

Groene Groei) kiest om een elektrolyser op zee van indicatief 30-50 MW te

NZKG. Niet alle industriële processen in het NZKG zijn geschikt voor recht-

demonstreren (Demo 1). De verwachting is dat de aanlanding plaatsvindt in het

streekse elektrificatie. Daar waar voor industriële processen hoge temperaturen

zuiden van de provincie Noord-Holland. Het ministerie van Klimaat en Groene

nodig zijn is waterstof belangrijk als energiedrager. Waterstof is ook een belang-

Groei is voornemens om na de zomer in nauwe samenwerking met de omgeving

rijke grondstof voor de chemische industrie en op termijn ook voor de staalindus-

en met behulp van Gasunie een ruimtelijke procedure te starten waarin de route

trie. Daarnaast is waterstof belangrijk in combinatie met (biogene) koolstof voor

voor aanlanding en aansluiting op het waterstofnetwerk op land onderzocht

de vervaardiging van fossielvrije brandstoffen voor de lucht- en scheepvaart.

wordt.

Waterstof zal niet alleen een belangrijke rol spelen voor het verduurzamen van de industrie, maar ook bij het verduurzamen van de logistieke sector. Waar mogelijk zullen transportmiddelen elektrificeren en voor zwaar transport en bouwmateriaal is waterstof de uitkomst. De vraag in het NZKG naar waterstof zal de komende decennia exponen­tieel stijgen.

18

32

Kamerbrief over de Voortgang demonstratieprojecten waterstof op zee (10 juni 2024, DGKE-DRE/59061394).

IMPORT

INFRASTRUCTUUR

In Noordwest-Europa is de verwachting dat de vraag naar waterstof enorm zal

Om de industrie in het NZKG van waterstof te kunnen voorzien is infrastructuur

groeien in de komende decennia en daarmee de potentie voor lokale productie

en capaciteit nodig om waterstof te vervoeren, op te slaan en over te slaan.

ruim zal overstijgen. Daarom is de import van waterstof, via en voor het NZKG,

Cruciaal hierbij is de ontwikkeling van het waterstofnetwerk NZKG, dat de IJmond

van groot belang (MIEK 2022). De aanpak in het NZKG is uniek vanwege de

en Amsterdam met elkaar verbindt als onderdeel van het landelijke waterstofnet-

bundeling van verschillende waterstofdrager-technologieën die het veilige

werk (MIEK 2021). Dit netwerk verbindt het NZKG met de andere industrieclus-

transport van groene waterstof mogelijk maken (zoals met vloeibare waterstof/

ters, de ondergrondse opslag in de zoutcavernes en via de toekomstige internati-

LH2 of vloeibare organische waterstofdragers/LOHC). Daarmee vormen ze een

onale pijpleidingen ook met het achterland. Daarnaast is de ontwikkeling van een

aantrekkelijk alternatief voor andere waterstof­dragertechnologieën met intrin-

lagedruk waterstofnetwerk (H2avennet en Zaannet) van belang om de overige

sieke veiligheids­uitdagingen. Bijkomend voordeel is dat de bestaande terminals

gebruikers te kunnen bedienen.

en nautische infrastructuur in de haven van Amsterdam zeer geschikt zijn voor de overslag van deze waterstofdragers (met name voor LOHC).

Hernieuwbare elektriciteit

groene waterstofproductie (elektrolyse)

Waterstofvervloeiing & export

Transport per schip

Import & opslag

Hervergassing

Waterstofdistributie & Gebruik

H2 O2

H2

H2

33

WATERSTOFPROJECTEN NOORDZEEKANAALGEBIED Waterstof is belangrijk als toekomstige grondstof voor staal en duurzame brandstoffen en als brandstof bij industriële processen waar hoge temperaturen noodzakelijk zijn. Tijdig en betaalbaar aanbod van waterstof door elektrolyse en import zijn van groot belang. Om de waterstofeconomie in het NZKG te realiseren is tijdige realisatie van het waterstofnetwerk NZKG, en de verbinding met het landelijk netwerk van belang. De kaart geeft de belangrijkste waterstofprojecten in het NZKG weer.

34

Legenda H2

Elektrolyse

Waterstofnetwerk Waterstofprojecten

Waterstoftankstation H2

Waterstofimportterminals

1

HeraCless, Tata Steel Nederland – waterstofroute

2

Waterstofnetwerk NZKG

3

H2era, HyCC – waterstofelektrolyse

4

Waterstofimport terminals

5

Synkero en Argent Energy – duurzame brandstoffenproductie

6

H2avennet, Firan – lokaal waterstofdistributienet

7

Hy4Am, Vattenfall – waterstofelektrolyse

8

Zaannet, Firan – lokaal waterstofdistributienet

IJmond

1

HeraCless

Zaanstad

H2

8

Amsterdamse haven 2

4 3

Noordzee

5 7

H2

6 Waterstofnetwerk NZKG

H2avennet

Schiphol

FIGUUR 5: WATERSTOFPROJECTEN IN HET NKZG

Waterstofnetwerk Nederland

35

Pijler 3: Warmte Voor sommige bedrijven in het NZKG kan het gasverbruik voor een belangrijk deel vervangen worden door de levering van stoom. Dit is vooral interessant en relevant waar toepassing van of toegang tot elektriciteit of waterstof niet aan de orde is, en waar stoom in de buurt opgewekt kan worden. In het Amsterdamse havengebied is een stoomnet in ontwikkeling, waarvan snelle realisatie gewenst is. Daarnaast kan de restwarmte van de industrie (warmte met een temperatuur lager dan 100 graden) ten goede komen aan de eigen processen, aan andere industrie of aan de gebouwde omgeving. Zo wil Vattenfall meerdere duurzame bronnen koppelen aan het warmtenet van Amsterdam West. Door deze koppeling kan met de warmte van AEB een groter gebied worden voorzien. Ook bij de Zaanse industrie wordt gekeken naar de mogelijkheid om hun restwarmte verder te benutten. Bij de productie van waterstof komt ook restwarmte vrij. Verkend wordt of de warmte van de geplande elektrolysers in het NZKG via een warmtenet voor andere industrie en in de gebouwde omgeving ingezet kan worden. Deze pijler is nog in ontwikkeling. De koppeling van vraag en aanbod van warmte is in theorie goed mogelijk. Maar in de praktijk leidt het vaak tot lastige dilemma’s, bijvoorbeeld over leveringszekerheid van warmte, verdeling van de kosten en het tot stand brengen van de vraag.

BUIZEN VOOR GEOTHERMIE IN NOORD-HOLLAND | Foto: Bas Beentjes

Pijler 4: Koolstof In het NZKG is een grote hoeveelheid aan fossiele CO₂-bronnen, of koolstofbron-

Het NZKG zet in op de ontwikkeling van verschillende aspecten van de gehele

nen. In 2021 was de CO₂-uitstoot in het NZKG 14,5 Mton. Na de verduurzaming

koolstofketen: CO₂-afvang, CDR, transport, CCS en CCU. Hiermee beoogt de regio

van de industrie is het de verwachting dat ca. 0,5 Mton per jaar aan CO₂-uitstoot

uit te groeien tot een succesvolle koolstofeconomie.

van fossiele oorsprong onvermijdbaar blijft. Tegelijkertijd wordt er in de regio ongeveer 1 Mton biogene (groene) CO₂ uitgestoten.

36

CO2-AFVANG EN CDR

CCS

In de jaren tot 2030 zullen CO₂-afvang installaties worden ontwikkeld voor de

De NZKG CO₂-infrastructuur zal aansluiten op het nationale CO₂-netwerk en

grote bronnen in het NZKG. AEB ontwikkelt momenteel een afvanginstallatie van

opslaglocaties onder de Noordzee (Porthos en Aramis). Naast de opslag onder de

± 0,5 Mton CO₂ op jaarbasis en TSN onderzoekt de mogelijkheden om ± 0,6 Mton

zee zijn er ook projecten in ontwikkeling om CO₂ te vervloeien en per schip CO₂

per jaar af te vangen. De potentieel af te vangen CO₂ in het NZKG in 2028 is 1 à

te transporteren naar mogelijke CCS-locaties. Tot aan 2030 zet de regio in op het

2 Mton op jaarbasis. Naast de grote CO₂-bronnen wordt overwogen om ook

gereedmaken van infrastructuur voor de uiteindelijke opslag van CO₂ (groen en

CO₂-afvang bij de kleinere industrie mogelijk te maken, bijvoorbeeld door het

grijs) om zo aan de doelstelling van 55% CO₂-emissiereductie in 2030 te voldoen.

CO₂-aanbod te aggregeren zodat volumes interessant worden voor transport en opslag door partijen. De verwachting is dat ook CDR de komende jaren wordt

CCU

doorontwikkeld en zijn intrede zal doen. Onderzoek laat zien dat CDR kan leiden

Tegelijkertijd worden CCU-technologieën ontwikkeld. De verwachting is dat deze

tot een reductie van 100 kton CO₂ in 2030 en minstens 1 Mton in 2050. Om

technologieën na 2030 op grote schaal geïntroduceerd worden waarmee de

CO₂-afvang rendabel te maken is ontwikkeling van de keten (infrastructuur, CCS

NZKG-regio zal uitgroeien tot een volwaardige koolstofeconomie. Groene CO₂ zal

en CCU) en subsidiering (SDE++) noodzakelijk. Het waarderen van de afvang van

worden ingezet voor de productie van synthetische brandstoffen voor de lucht-

biogene CO₂ voor het gebruik van CCU-toepassingen zal de afvang van CO₂

en scheepvaart, chemische bouwstenen, de productie van materialen en als

verder stimuleren.

grondstof voor de glastuinbouw. Om deze technologieën versneld tot ontwikkeling te brengen is de beschikbaarheid en betaalbaarheid van biogene CO₂,

CO₂-INFRASTRUCTUUR

elektriciteit en waterstof cruciaal.

Om de CO₂ af te vangen en vervolgens CCS/CCU toe te passen is een CO₂distributienetwerk noodzakelijk. Een potentieel van 1-2 Mton CO₂ op jaarbasis

AANLEG OCAP-LEIDING IN NOORD-HOLLAND – GREENPORT AALSMEER

maakt een CO₂-distributienetwerk in potentie mogelijk. Momenteel worden de mogelijkheden onderzocht om huidige CO₂-afvangprojecten met CCS-locaties te verbinden. De CO₂-infrastructuur kan in het Amsterdamse havengebied eveneens gebruikt worden om op andere locaties CO₂ te leveren, zodat deze op termijn kan worden ingezet voor o.a. bouwmaterialen, chemicaliën, brandstoffen (bv. SAF), plastics etc. De ontwikkeling van de zojuist genoemde technieken is afhankelijk van andere ontwikkelingen in de regio, zoals de beschikbaarheid van waterstof en voldoende elektriciteit. Ook lijkt een verbinding van het CO₂-netwerk met de IJmond (TSN) en de industrie in de rest van Noord-Holland interessant te zijn. De realisatie van een CO₂-netwerk NZKG vormt een belangrijke schakel voor de verduurzaming van de industrie in het NZKG.

37

Warmte- en CO2-projecten in het Noordzeekanaalgebied Op deze kaart zijn de belangrijkste CO2-afvang- en -transportprojecten en de belangrijkste warmte/stoomprojecten afgebeeld. CO2-afvang en -transport is belangrijk in het NZKG. Op deze kaart is te zien dat het regionale CO2-netwerk wordt verbonden met het nationale CO2-netwerk.

38

Legenda Legenda CO2-afvang CO2-afvang en CO en2-netwerk CO2-netwerk

Restwarmte Restwarmte en stoom en stoom

1

Warmtenet IJmond

2

AEB – CCS

2

AEB – stoomlevering (Aurora)

6

CO2-leiding (OCAP)

3

Stoomnet haven van Amsterdam

4

Warmteuitkoppeling Zaanstad

5 Vattenfall Hemweg – afvang restwarmte

Bedrijvenkaart Noordzeekanaalgebied

IJmond 4 HeraCless

Zaanstad 1

Amsterdamse haven

3

2

5

Noordzee 6

Schiphol

FIGUUR 6: WARMTE- EN CO 2-PROJECTEN IN HET NZKG

39

PIJLER 5: METHAAN/GROEN GAS Aardgas is een belangrijke transitiebrandstof in het NZKG. TSN zal eerst van kolen op aardgas overgaan en vervolgens op waterstof/biogas/e-methaan. Ook andere bedrijven gaan over op een ‘waterstof ready’ technologie maar zullen

ENERGIETRANSITIE NOORDZEEKANAALGEBIED

Noord-Holland Noord

eerst aardgas blijven gebruiken. De duur van het gebruik van aardgas is afhankeIJmond

lijk van prijs en beschikbaarheid van waterstof/biogas/e-methaan. Aanlanding Wind op Zee

Zoekgebied station A10 Noord

Beverwijk HeraCless

Ook zal gezien de netcongestie in het gebied mogelijk langer gebruikgemaakt

Zaanstad

H2

Oostzaan

moeten worden van bestaande aardgasgestookte (WKK-)installaties. Aardgas zal

ZaannetH2

op termijn worden vervangen door elektriciteit, waterstof en – in beperktere

Amsterdamse haven

mate – ook door groen gas.

A9 Zuid

Westpoort

Hemweg

H2

Vanaf 2030 ontstaat er in het NZKG vraag naar groen gas. Deze vraag in het NZKG

Noordzee Waterstofnetwerk NZKG

ontstaat met name bij TSN. Of de vraag naar groen gas lokaal of nationaal kan

Amsterdam-Zuidoost

worden opgelost, is nog niet duidelijk en moet nader worden onderzocht.

Schiphol

Daarnaast wordt in de Westpoort LNG (Liquid Natural Gas) gemaakt van groen gas. Waterstofnetwerk Nederland

FIGUUR 7: ENERGIETRANSITIE IN HET NZKG

40

H2avennet

3. VRAAG EN AANBOD Voor deze Cluster Energie Strategie is de energievraag en -aanbod voor het NZKG in beeld gebracht. Deze inzichten zijn verkregen naar aanleiding van interviews met industriële bedrijven (zie addendum 5 - lijst met de in de CES NZKG 2024 opgenomen bedrijven) en energieleveranciers in het NZKG. Zij hebben hun verduurzamingsplannen toegelicht en daarbij aangegeven welke energiebehoefte zij verwachten tussen nu en 2050. Deze gegevens zijn gebaseerd op een vertegenwoordiging van de bestaande industrie in het NZKG. Het bevat niet de nieuwe industrie die nog gevestigd wordt de komende decennia. Dit is van belang bij het interpreteren van de data

BEDRIJVENKAART NOORDZEEKANAALGEBIED

Van Wijngaarden Forbo RWZI Beverwijk Vattenfall Velsen Crown van Gelder International Tata Steel Nederland

(de totale vraag naar en aanbod van energie zal naar verwachting daardoor hoger

Lassie AAK OFI

Tijdens de interviews werd duidelijk dat de bedrijven tot 2030 een duidelijk

Verkade

Oiltanking Amsterdam AEB

transitiepad hebben maar dat het transitiepad tussen 2030 en 2050 veelal nog onzeker is. Voor deze periode is een inschatting gevraagd van de verduurzamings-

Waternet Argent Energy Renewi Greenmils/Orgaworld

strategie van bedrijven.

Synkero GIDARA Energy (AMA)

In het figuur hiernaast staan de bedrijven weer­gegeven die betrokken zijn bij

JS Cocoa Tate & Lyle Netherlands Zaanse Olie Raffinaderij

Exter RWZI Westpoort Bunge Zaandam Rietlanden OQ Nederland EVOS Cargill Amsterdam VTTI HyCC Sunoco

zijn).

Cargill Wormer

RWZI Zaandam Pieter Bon Cabot

Hansel Eurotank Bunge Amsterdam ICL Fertilizers Europe Vattenfall Hemweg Caransa

Ketjen

Sonneborn Refined Products Asfalt.nu Vattenfall Diemen

het opstellen van deze CES NZKG 2024. Schiphol

Er zijn 35 industriepartijen in de CES NZKG 2024 opgenomen, waarvan één energieleverancier (Vattenfall). Deze energieleverancier speelt een belangrijke rol in het energiesysteem van het NZKG.

FIGUUR 8: BEDRIJVENKAART

41

3.1 VRAAG

Voor de energiedragers elektrificatie, waterstof, warmte, koolstof en methaan/ groen gas is de vraag en het aanbod in 2021 (referentiejaar CES NZKG 2024) en de verwachte vraag en aanbod in 2030, 2035, 2040 en 2050 meegenomen.

In figuur 9 is een overzicht opgenomen van de ontwikkeling van de totale vraag

Verbruik (bij vraag en aanbod) van energiedragers staat weergegeven in TWh. Bij

naar energie per energiedrager van de industrie in het NZKG tot 2050. Deze

waterstof en CO₂ is de vraag en aanbod ook weergegeven in Kton. Indien aan de

energievraag is gebaseerd op de huidige plannen van de industrie. Hierin is de

orde, is het vermogen weer­gegeven in Megawatt (MW).

vraag naar elektriciteit van nieuwe industrie (fossielvrije brandstoffen en elektrolysers) voor zover bekend en geconcretiseerd in huidige projecten, meegenomen. Ook is de energievraag van de elektriciteitscentrales meegenomen. In het NZKG zijn twee productielocaties voor elektriciteit meegenomen in de CES NZKG 2024 (de Vattenfall centrales Hemweg en Diemen). Daarnaast zijn in deze

FIGUUR 9: Vraag naar energiedragers in het NZKG (in TWh)

grafiek ook de twee gasgestookte centrales van Vattenfall meegenomen (Hemweg en Diemen).19

60

De energievraag in 2021 in het NZKG bedraagt 55 TWh. De ontwikkeling van de 50

energievraag neemt af tot 2050 tot 41 TWh. Deze daling wordt voor het grootste deel veroorzaakt door de verduurzamingsroute van TSN (HeraCless), waarbij TSN van kolen overstapt op (groen) gas, waterstof en elektriciteit.

40

Het verbruik van fossiele brandstoffen (aardgas en kolen) wordt richting 2050

30

geleidelijk afgebouwd. Vanaf 2030 wordt de inzet van kolen in het staalproces bij TSN afgebouwd. Deze is in 2050 geheel verdwenen. Richting 2050 zullen steeds

20

meer processen die nu op gas (of kolen) worden uitgevoerd met behulp van elektriciteit, waterstof of groen gas worden uitgevoerd. De vraag naar deze energiedragers neemt tot 2050 dan ook toe.

10

0

De energiemix richting 2050 kent nog grote bandbreedtes. Zoals aangegeven zijn 2021 Elektriciteit

2030 Waterstof

Aardgas

19

42

2035 Kolen

Groen gas

2040

2050

de plannen van de industrie voor deze periode ingeschat en niet in detail bekend. Ze zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van de energiedragers, de infrastructuur en de beprijzing ervan. Daarnaast ontwikkelt zich de komende decennia een

 p en nabij het terrein van TSN staan 3 elektriciteitscentrales van Vattenfall, VN24, VN25 en IJM01. Deze leveren elektriciteit aan TSN geproduceerd op basis van restgassen van TSN zelf. O Deze zijn ‘intern gesaldeerd’, en zijn niet meegenomen in de grafiek van vraag (figuur 8) en aanbod (figuur 10). Deze centrales worden naar verwachting na afronding van fase 2 uit gebruik genomen. In de huidige situatie wekken ze grosso modo evenveel elektriciteit op als de TSN-site verbruikt.

vraag naar elektriciteit en andere energiedragers c.q. grondstoffen (zoals

WATERSTOF

waterstof en koolstof) door nieuwe industrie. De ontwikkeling van nieuwe

Waterstof wordt in de industrie toegepast bij processen die vanwege de beno-

industrie leidt naar verwachting tot een grotere vraag naar elektriciteit, waterstof

digde hoge temperaturen niet kunnen elektrificeren. Daarnaast ontstaat er een

en koolstof dan in bovenstaande grafiek staat aangegeven. Hoe groot deze vraag

vraag naar waterstof bij nieuwe industrie, bijvoorbeeld bij de productie van

is en hoe deze zich ontwikkelt is op dit moment niet duidelijk.

synthetische brandstoffen. Ook zien we dat bedrijven, die niet kunnen elektrificeren door netcongestie, verkennen of waterstof uitkomst kan bieden.

Hieronder wordt kort ingegaan op de ontwikkeling van de energievraag per energiedrager. Vervolgens zal nog worden ingegaan op de energievraag in de

De vraag naar groene waterstof ontwikkelt zich naar verwachting tussen nu en

regio in relatie tot de energievraag van TSN.

2030 tot 3 TWh (dit komt overeen met ca. 100 Kton waterstof). De verwachte vraag naar waterstof in 2030 en 2040 is lager dan in de CES NZKG 2022 werd

ELEKTRICITEIT

voorzien. Dit heeft te maken met de bijstelling van het HeraCless project van TSN

De vraag naar elektriciteit neemt naar verwachting toe van ongeveer 4 TWh

(zie hoofdstuk 4.1). De verwachte vraag naar waterstof in het NZKG groeit door

in 2021 tot 15 TWh in 2035, in 2050 is de vraag naar elektriciteit gestegen tot

naar 2050 tot ruim 15 TWh (wat overeenkomt met 465 Kton).

20 TWh, en dus vervijfvoudigd.

WARMTE Naast de elektrificatie van de processen in de industrie (wat leidt tot een

De vraagontwikkeling bij de industrie van warmte en/of stoom is in vergelijking

toename van de vraag van elektriciteit bij de industrie) zorgen nieuwe indus-

met de vraag naar andere energiedragers te klein om zichtbaar te zijn in de

trieën, zoals de productie van waterstof (elektrolysers) en productie van fossiel-

grafiek. Deze gaat van 0,5 TWh in 2021 tot 0,2 TWh in 2050. De grootste afname

vrije brandstoffen (synthetische kerosine, methanol), voor een toename van de

in de vraag gebeurt tussen 2021 en 2030, na 2030 blijft de vraag constant.

vraag naar elektriciteit. De verwachting is dat deze nieuwe industrieën zich de komende jaren ontwikkelen en uitbreiden, en dat de vraag naar elektriciteit ook

Industriële bedrijven geven aan dat zij de beschikbare restwarmte zoveel

daardoor toe gaat nemen.

mogelijk zelf gebruiken om aan hun eigen lage temperatuur warmtevraag te voldoen. In de regio IJmond zijn ook midden- en kleinbedrijven benaderd die

Daarnaast gaat naar verwachting de ontwikkeling omtrent verplichtingen ten

een warmtevraag hebben tussen de 70 graden en 90 graden Celsius.

aanzien van walstroom een grotere rol spelen in de elektriciteitsvraag in het gebied. Vóór 2030 zal er 30 MW aan capaciteit gerealiseerd worden, het energieequivalent van 22.000 woningen. Vanwege de netcongestie is de planning rondom andere terminals onduidelijk. De verwachte vermogensvraag naar walstroom in Amsterdam kan na 2030 (afhankelijk van ontwikkeling regelgeving) toenemen van 58 MW (kansrijk scenario) tot 280 MW (ideaal scenario)20. 20

CE Delft, Afwegingskader ontwikkeling walstroom Port of Amsterdam ten behoeve van een passende strategie en gebiedsvisie, 2022.

43

KOOLSTOF (CO₂) ENERGIEVRAAG NZKG (ZONDER TATA STEEL NEDERLAND)

Binnen het NZKG is momenteel beperkt vraag naar CO₂. Deze vraag zal in de

De totale vraag naar energiedragers in zowel 2021 als richting 2050 wordt voor het grootste deel

toekomst worden ingevuld door de nieuwe industrie voor de productie van

ingevuld door TSN. Wanneer TSN niet mee wordt geteld, is de totale energievraag in 2021 13 TWh

synthetische brandstoffen, zoals methanol, SAF’s, etc. in het westelijk haven­

en stijgt deze richting 2050 tot 19 TWh.

gebied. Door de huidige onzekerheid rondom de beschikbaarheid en prijs van

De vraag naar aardgas neemt af, en de vraag naar elektriciteit en waterstof neemt sterk toe.

biogene CO₂, groene waterstof en elektriciteit, zijn een aantal CCU-projecten naar

Figuur 10 laat de vraagontwikkeling van energie zien zonder de energievraag van TSN.

achter geschoven. Dit heeft als gevolg dat de verwachte vraag tot 2030 kleinschalig is en de focus komende jaren zal liggen op technologieontwikkeling.

FIGUUR 10: Vraag naar energiedragers in het NZKG zonder TSN (in TWh)

Na 2030, wanneer de toekomst zich beter laat voorspellen, wordt een toename

20

verwacht aan CCU-bedrijven. Onder andere de productie van eSAF zal toenemen, mede gedreven door de connectie met luchthaven Schiphol en de bijmeng­ verplichting van duurzame brandstoffen in de luchtvaart die in 2025 van start

16

gaat. De ingeschatte vraag naar CO₂ in 2050 van deze bedrijven is >2,5 Mton CO₂. Om een voorschot te nemen op deze vraag is het verstandig om in een vroeg

12

stadium de benodigde CO₂-infrastructuur aan te leggen en ervoor te zorgen dat straks voldoende biogene CO₂ beschikbaar is voor CCU-toepassingen.

8

Er is ook vraag naar CO₂ buiten het NZKG bij de glastuinbouw. Via een pijpleiding kunnen de partijen die CO₂ vragen, verbonden worden aan de punt bronnen die

4

CO₂ aanbieden. Afhankelijk van de hoeveelheden zou dit ook per schip of per 0

vrachtwagen kunnen worden geleverd. 2021 Elektriciteit

2030 Waterstof

Aardgas

2035 Groen gas

2040

2050

METHAAN/GROEN GAS Vanaf 2030 ontstaat er een vraag naar groen gas. Van 0,5 TWh in 2030 tot 4,4 TWh in 2050. Deze vraag wordt, op basis van de huidige plannen, bijna geheel ingevuld door TSN. TSN zal gebruikmaken van een techniek voor de productie van staal waarbij gas en waterstof kunnen worden uitgewisseld. Het transitiepad van TSN, HeraCless, wordt beschreven in hoofdstuk 4. Er zal waarschijnlijk altijd een vraag naar (groen) gas blijven in het NZKG.

44

NIEUWE INDUSTRIE

Het Amsterdamse brandstoffencluster is een cruciale schakel in de wereldwijde

Zoals eerder beschreven zal het NZKG zich, onder meer in de Amsterdamse haven,

energiemarkt, met name als opslag-, blending- en tradinghub van nu nog

richten op het ontwikkelen van een groene industrie met een sterke afhankelijk-

olieproducten. Vanuit deze marktpositie zijn er volop kansen in de nieuwe

heid van de zeehavenlogistiek. Deze nieuwe en groene industrie is dé manier om

energiemarkten, denk aan SAF, Bio/E-methanol, waterstof en biogas. De opbouw

stromen te verduurzamen, lading te binden aan de regio, en de relevantie van het

van de tankopslagmarkt voor nieuwe, groene brandstoffen vraagt om kennis,

NZKG te versterken. Daarbij zal de schaarse beschikbare ruimte ingezet worden

kapitaal, logistieke verbindingen en terminalcapaciteit en -equipment van de

voor de transformatie van vitale sectoren (energie, voedsel en bouwgrondstoffen).

bestaande brandstoffenmarkt. Het huidige Amsterdamse brandstoffencluster leent zich goed voor deze nieuwe stromen. De terminals zijn met relatief

Hoe en wanneer deze nieuwe industrie zich ontwikkelt en welke vraag naar

beperkte aanpassingen geschikt te maken om veilige vormen van waterstof en

energiedragers hier op welk moment mee gemoeid is, kunnen we niet met

andere fossielvrije brandstoffen op te slaan, mits bedrijven bereid zijn forse

zekerheid voorspellen. Wat wel zeker is, is dat nieuwe industrie leidt tot een

investeringen in de haven te blijven doen. Indien de beoogde marktpositie van de

grotere vraag naar infrastructuur dan nu wordt ingeschat op basis van de vraag en aanbod van energiedragers. We erkennen hierin namelijk de extreme afhankelijkheid van marktpartijen, investeerders en regulerende overheden, nationaal en internationaal. Het gaat om een vervangingsmarkt: de afbouw van fossiele brandstoffen kan eenvoudigweg niet zolang er geen groene alternatieven voorhanden zijn. Het tempo van afbouw van fossiele brandstoffen is afhankelijk van de beschikbaarheid van betaalbare en betrouwbare non-fossiele brandstoffen. Anders dan bij de afbouw van steenkolen is er niet per direct een vervangende brandstof voorhanden. De bestaande vraag naar fossiele brandstoffen van (zware) industrie, luchtvaart, scheepvaart, chemie en zwaar wegtransport moet vervangen worden door duurzame alternatieven. Elektrificatie, zoals voor personenvervoer, is in deze sectoren vaak niet goed mogelijk. Bovendien, is het grootste deel van de op- en overgeslagen brandstoffen in de haven van Amsterdam bestemd voor exportmarkten buiten Europa, die veelal – ook conform het akkoord van Parijs – een langer transitiepad naar ‘net zero’ kennen. BOUW VAN NIEUWE DUURZAME FABRIEK BUNGE IN ZAANSTAD | Foto: Joanne de Lijster

45

haven van Amsterdam in fossiele brandstoffen inderdaad op deze manier wordt

3.2 AANBOD

ingenomen, heeft dit uiteraard een significant effect op de vraag naar energie (in verschillende modaliteiten) in het NZKG. Dit wordt in het voorbeeld hiernaast

Aan de industrie in het NZKG is ook gevraagd naar de productie/aanbod (import-

toegelicht.

terminals) van de energiedragers. Op deze manier ontstaat een beeld van de productie van energiedragers in het NZKG. Dit is weergegeven in figuur 11.

Deze vraag zit zoals gezegd niet in de data. Hetzelfde geldt voor andere activiteiten richting 2050 zoals de opschaling van import en productie van waterstof en

Het totale aanbod (TWh) van energiedragers stijgt tussen 2021 en 2050; van

fossielvrije brandstoffen of de circulaire industrie die nog in de kinderschoenen

12 TWh in 2021 tot 20 TWh in 2050. De productie van waterstof en het aanbod

staat richting de doelen van 2050. Bij het plannen, prioriteren en aanleggen van

van wind op zee stijgen het snelst in het NZKG. In deze grafiek is het verwachte

energie-infrastructuur is het daarom slim om, hoewel de exacte projecten nog

aanbod vanuit wind op zee via een stippellijn weergegeven, omdat het uiteinde-

niet altijd gedefinieerd zijn, toch rekening te houden met deze ontwikkelingen

lijke aanbod dat aanlandt in het NZKG nog niet bekend is.

ten behoeve van een toekomstbestendig energiesysteem in het NZKG. Want hoewel veel onzeker is, weten we wel zeker dat het vestigen van havengebonden industrie tot een hogere vraag naar de benoemde energiedragers leidt dan die

FIGUUR 11: Projectieaanbod van energiedragers in het NZKG (in TWh) 45

van de huidige bedrijvigheid in het gebied. 36

Voorbeeld: Vraag naar energiedragers synthetische brandstoffenproductie Westpoort

27

Hoewel, net als bij waterstof, het NZKG (maar ook Nederland of Europa) niet in staat zal zijn alle energie(dragers) zelf te produceren, is om uiteenlopende redenen een significant deel eigen produc-

18

tie wenselijk, onder andere om hiermee de robuustheid en leidende rol als brandstoffencluster in te kunnen nemen ten behoeve van zowel de verduur­zamingsopgave als het verdienvermogen van het

9

NZKG. In 2050 zou het hiervoor bijv. wenselijk zijn ten minste 2-3 medium size producenten te vestigen die gezamenlijk ca. 300 kton brandstoffen produceren. Hiervoor zou in totaal de volgende additionele vraag ontstaan van deze drie initiatieven (grove schatting): • elektriciteit: 30-100 MW (vraag zal dalen naarmate techniek ontwikkelt)

46

•

biogene CO₂: 750 kton

•

waterstof: 150 kton

0

2021 Elektriciteit

2030 Waterstof

2035 Aardgas

Groen gas

2040 Wind op zee

2050

ELEKTRICITEIT Het totale elektriciteitsaanbod in het NZKG wordt bepaald door productie door centrales, het aanbod van elektriciteit gevormd door hernieuwbare opwek op land (zon en wind) en opwek op zee (wind op zee) dat aanlandt in het NZKG. Productie door centrales De in het NZKG geproduceerde hoeveelheid elektriciteit neemt naar verwachting af van ongeveer 9 TWh in 2021 naar ongeveer 4 TWh in 2050 (zie figuur 10)21. Dit wordt veroorzaakt door de verminderde productie (draaiuren) van de gas­ gestookte elektriciteitscentrales in het NZKG (centrales van Vattenfall op de Hemweg en Diemen). Hernieuwbare opwek op land De ambitie voor decentrale opwekking op land is opgenomen in de Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid (RES NHZ). De ambitie in de RES NHZ is om 2,7 TWh op te wekken in het NZKG. Hiervoor zijn zoekgebieden aangewezen, die momenteel verder worden uitgewerkt. Wat het exacte opwekaanbod wordt in het NZKG is nog onduidelijk. Aanbod van elektriciteit wordt mogelijk ook gecreëerd vanuit de zoekgebieden van de RES NHN. In perioden van lage belasting en hoge productie wind (op land) en zon kan er transport ontstaan vanuit Noord-Holland Noord naar het NZKG. Hierdoor ontstaat (tijdelijk) een groter aanbod van elektriciteit in het NZKG. REALISATIE AANLANDING WIND OP ZEE IN WIJK AAN ZEE | Foto: Programmabureau NZKG

Aanlanding wind op zee In de regio landt 2,1 GW vanuit wind op zee aan bij Wijk aan Zee. In het programma VAWOZ22 wordt onderzoek gedaan naar de aanlanding van maximaal vier verbindingen van 2 GW na 2031 in Noord-Holland Zuid. Hoeveel elektrische verbindingen daadwerkelijk ingepast kunnen worden in het energiesysteem hangt van vele factoren af, zoals elektriciteitsvraag nabij de aansluitlocatie. 21 22

Dit is exclusief de productie van de Velsencentrales van Vattenfall. Zie voetnoot 19. Programma VAWOZ 2031-2040, concept notitie reikwijdte en detailniveau, ministerie van EZK, d.d. 09-02-2024.

47

Hiervoor zijn 4 mogelijke aansluitlocaties (inclusief converter­station) opgenomen

EXTRA AANLANDING WIND OP ZEE

in de Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) VAWOZ; te weten:

Uit de systeemanalyse23 van het NZKG kan geconcludeerd worden dat, bovenop

(zoekgebied) A9-Zuid 380 kV, Vijfhuizen 380 kV, Velsen 150 kV/TSN (700 MW na

de bovengenoemde 4,8 GW vanaf 2035, nog 2 GW extra kan aanlanden in het

2035) en zoekgebied A10-Noord 380 kV.

NZKG. Hiervan wordt een deel geëxporteerd. Als er meer elektrolyse-capaciteit in de nabijheid van een aanlanding wordt gerealiseerd in het NZKG kan er ook meer

In figuur 12 is de vraag en het aanbod van elektriciteit weergegeven voor het

wind op zee aanlanden.

NZKG, inclusief aanlanding wind op zee. Hierbij is ervan uitgegaan dat vanaf 2026 2,1 GW aanlandt in Wijk aan Zee, na 2031 in ieder geval één van de vier

Definitieve besluitvorming over de aanlandlocaties van wind op zee vindt plaats

verbindingen van 2 GW aanlandt in het NZKG en vanaf 2035 700 MW aanlandt op

in het kader van VAWOZ.

de Velsencentrale op terrein van TSN. In totaal landt vanaf 2035 4,8 GW aan in

De regio staat open voor onderzoeken naar maximale aanlanding van wind

het Noordzeekanaalgebied.

op zee in het NZKG, onder voorbehoud van de technische mogelijkheden en ruimtelijke impact. Uiteindelijke positiebepaling hierover vindt plaats in het

FIGUUR 12: Vraag en aanbod elektriciteit inclusief wind op zee (in TWh) 30

regio-advies VAWOZ. Daarnaast wordt in VAWOZ onderzocht of aansluiting van een 2 GW-verbindingen op TSN-terrein mogelijk is. Komende tijd wrodt bekeken of en onder welke voorwaarden dit plaats kan vinden.

20

In VAWOZ wordt onderzocht of aansluiting van een 2 GW-verbinding op TSNterrein mogelijk is. Komende tijd wordt bekeken of en onder welke voorwaarden

10

dit plaats kan vinden.

0

-10

-20

-30

2021

Industrie productie

23

48

2030

Industrie vraag

Energieleverancier productie

2035

2040

Energieleverancier vraag

Wind op zee

2050

Overschot

 e systeemanalyse is uitgevoerd met een versimpeld model, de impact vanuit andere clusters (bijvoorbeeld Rotterdam) is niet meegenomen, ook zijn (inter)nationale transporten hierin D niet meegenomen.

WATERSTOF

Daarnaast wordt aanbod gecreëerd door de realisatie van een importterminal

In het NZKG zijn 2 projecten benoemd voor de productie van waterstof via

(project EOS, naar verwachting in 2028). Deze importterminal heeft een capaciteit

elektrolysers. Hiermee wordt in 2050 naar verwachting 112 Kton waterstof

van 200 kton per jaar. In het NZKG zijn meerdere partijen bezig met plannen voor

geproduceerd.

de import van waterstof. Deze plannen zijn nog onvoldoende concreet om mee te nemen in de projectie van het aanbod.

Figuur 13 laat zien hoe vraag van de industrie naar waterstof zich

FIGUUR 13: Vraag en aanbod waterstof (in Kton)

verhoudt tot het toekomstige aanbod door de elektrolysers en import­

600

terminal(s) in het NZKG. Als de capaciteit van de importterminal en de productie van de elektrolysers geheel ten goede komt aan de industrie,

400

is er tot 2040 een overschot van waterstof in het NZKG, en daarna een tekort aan waterstof. Dit tekort kan worden opgevangen door extra import (via het waterstofnetwerk of via extra importterminal(s)) of door meer productie van waterstof (elektrolyse). Om aan de vraag van de industrie in 2050 te kunnen voldoen, lijkt het wenselijk om zowel extra import als extra elektrolyse toe te voegen. Het heeft de voorkeur om deze extra elektrolyse met een aansluitpunt van wind op zee te combineren. Elektrolysers hebben een belangrijke functie bij de inpassing en balancering van het aanbod van variabele duurzame energiebronnen zoals wind op zee. Er is hierbij geen rekening gehouden met de vraagontwikkeling van bijvoorbeeld mobiliteit

200

0

-200

-400

-600

2021

Industrie vraag

2030

Elektrolyse

2035

Terminal import

Tekort

2040

2050

Overschot

(vrachtvervoer), of een toename van de productie van fossielvrije brandstoffen of doorvoer binnen Nederland of naar het achterland. Naar verwachting zal het gewenste aanbod dus aanmerkelijk hoger liggen en schiet het aanbod daarmee tekort voor de verwachte vraag.

49

WARMTE Het aanbod van warmte ontwikkelt zich van 2,5 TWh per jaar in 2021 tot bijna 6 TWh in 2050. Een aantal industriële bedrijven heeft aangegeven restwarmte uit te willen koppelen ten behoeve van de verwarming van de industrie en de bebouwde omgeving. Deze restwarmte is beschikbaar, maar wordt over het algemeen nog niet daadwerkelijk geleverd. Warmte kan enerzijds direct worden toegepast, anderzijds als voorverwarming voor bijvoorbeeld de productie van stoom.

Het figuur hiernaast laat zien dat er een overschot aan warmte is,

FIGUUR 14: Vraag en aanbod van warmte (in TWh)

dat door de industrie geleverd kan worden (van bijna 2 TWh naar ruim

6

4 TWh). De vraag naar warmte die voor 2021 is opgegeven betreft de interne warmtevraag van enkele bedrijven die wordt geleverd door

4

een eigen warmte-krachtkoppeling (WKK). Het overschot aan warmte kan geleverd worden aan de vragende partijen (zoals de bebouwde

2

omgeving). 0

Met een goede infrastructuur zou het aanbod van warmte in theorie te matchen moeten zijn met de (lokale) vraag naar warmte. Echter in de praktijk leidt het vaak tot lastige dilemma’s, bijvoorbeeld over leveringszekerheid van warmte, aanleg van infrastructuur en verdeling van de kosten en het tot stand brengen van de vraag.

-2

-4

-6

2021

Industrie vraag

50

2030

Overschot

Industrie productie

2035

2040

2050

KOOLSTOF

FIGUUR 15: CO2-emissies en CO2-afvang (in Kton)

Een aantal partijen (waaronder AEB) zijn voornemens CO₂ af te vangen (~1 Mton/

18

jaar) en te (laten) transporteren via bestaande leidingen (OCAP of Gasunie) naar Rotterdam. AEB werkt aan een CCS-installatie met een capaciteit van ongeveer

15

0,5 Mton, één-derde van de totale uitstoot, en ook TSN zal naar verwachting 0,6 Mton CO₂ per jaar afvangen en deze via leiding of per schip transporteren

12

naar opslaglocaties. Mogelijk is buiten het NZKG ook aanbod van CO₂ (bijv. HVC Alkmaar) om ingevoerd te worden op het te ontwikkelen regionale CO₂-netwerk

9

van het NZKG. Dit is weergegeven in figuur 15. 6

Twee derde van de uitstoot van afvalverbrandingsinstallatie wordt gezien als biogeen, dit betekent dat bij AEB straks ~0.3Mton biogene CO₂ wordt afgevangen die in de toekomst kan worden ingezet als grondstof voor CCU-toepassingen. Ook TSN ziet kansen om biogene CO₂ af te vangen vanuit het productieproces. Dit betekent dat er in principe genoeg biogene CO₂ beschikbaar is voor aangekondigde CCU-projecten in het NZKG. De onlangs gepubliceerde doelstelling voor

3

0

2021

CO2-emissies

2030

2035

2040

2050

CO2-afvang

negatieve emissies (CCS) leggen echter een groot beslag op de totale beschikbare biogene CO₂. Daarnaast is het ook van belang om rekening te houden met de extra energievraag die grootschalige CO₂-afvang met zich meebrengt.

METHAAN/GROEN GAS Tussen 2030 en 2040 ontstaat een relatief klein aanbod van groen gas (0,1 TWh)

Verdere opschaling van het CO₂-aanbod is mogelijk door bijvoorbeeld de

in het NZKG, dit verdubbeld richting 2050 tot 0,2 TWh.

CO₂-afvang van kleinere industriële uitstoters te aggregeren en daarmee aantrekkelijk te maken voor opslag door partijen. Ook kan het aanbod van biogene CO₂ gestimuleerd worden door de afvang ervan, ten behoeve van CCU-­toepassingen, beter te waarderen. Dit vergroot de haalbaarheid van afvang­installaties voor biogene CO₂.

51

3.3 VRAAG EN AANBOD IN RELATIE TOT SCENARIOBEELDEN VAN DE NETBEHEERDERS De landelijke netbeheerders maken voor het inventariseren van langetermijn­ plannen van de industrie gebruik van vier verhaallijnen van II3050: 1. Decentrale initiatieven (DEC) 2. Nationaal leiderschap (NAT) 3. Europese integratie (EUR) 4. Internationale handel (INT) Deze vier verhaallijnen worden volledig beschreven in Addendum 8. Deze verhaallijnen zijn door vijf van de 35 geïnterviewde bedrijven ingevuld, te weten: TSN, Bunge, Crown van Gelder International, Ketjen en Tate & Lyle (de zogenaamde uitgebreide interviews). De andere bedrijven in het cluster waren niet verplicht deze verhaallijnen in te vullen en deden dat ook niet. In de kwalitatieve doorrekening van de netbeheerders is gerekend met het voorkeurs­ scenario zoals dat is ingevuld door het bedrijf zelf. In deze paragraaf worden figuren (waaiers) gepresenteerd per modaliteit. Deze figuren laten de plannen rond de verduurzaming van de industrie zien en worden in de scenariobeelden van de Investeringsplannen (IP’s) en verkenning (II3050) van de netbeheerders geplaatst, voor zowel de vraag als het aanbod. In Hoofdstuk 6 (Infrastructuuranalyse) wordt ingegaan op de betekenis voor de infrastrucWIJK AAN ZEE MET TSN OP DE ACHTERGROND | Foto: Programmabureau NZKG

52

tuur van deze bevindingen.

ELEKTRICITEIT De elektriciteitsvraag in het NZKG wordt zoals reeds in paragraaf 3.1 staat

In de waaier voor het aanbod (zie figuur 17, hieronder) worden de grote elektri­

aangegeven, gedomineerd door de elektriciteitsvraag van TSN. Daarnaast laat de

citeitscentrales in het cluster meegenomen, evenals de decentrale opwek, als

data een hoger verbruik van elektrolysers zien dan eerder was aangenomen

ook de aanlanding wind op zee. De opwek van de gasgestookte centrales neemt

(oftewel; er zijn meer concrete plannen voor elektrolyse dan door de netbeheer-

af, tegelijkertijd ontwikkelt de aanlandig van wind op zee zich. Afhankelijk van

ders is aangenomen). Het hogere verbruik van de elektrolysers en de toenemende

aannames van aanlandingslocaties ontwikkelt het aanbod van elektriciteit in het

vraag van TSN naar elektriciteit (zie HeraCless) zorgt voor een verbruik boven de

NZKG zich.

bandbreedte in de scenario’s van de netbeheerders voor elektriciteit in 2030 en 2035 en verder (zie figuur 16).

Voor 2040-2050 ligt het verwachte aanbod van elektriciteit grotendeels binnen de scenario’s.

FIGUUR 16: Vraag naar elektriciteit (in TWh)

FIGUUR 17: Aanbod van elektriciteit (in TWh)

16

20,0

14

17,5

12

15,0

10

12,5

8

10,0

6

7,5

4

5,0

2

2,5

0

2020

Scenario’s netbeheerders

2030

DEC

EUR

2040

INT

NAT

Referentie

2050

0,0

2020

Scenario’s netbeheerders

2030

DEC

EUR

2040

INT

NAT

2050

Referentie

53

WATERSTOF De vraag naar waterstof past op de scenariobeelden van de netbeheerders. Voor wat betreft het aanbod van waterstof is er een lagere verwachting te zien ten opzichte van de scenario-bandbreedte. Het relatief stabiele aanbod aan de onderkant van de bandbreedte in latere jaren is te verklaren doordat enkel twee concrete elektrolyseprojecten en één terminal zijn meegenomen. In feite weten we nu al dat er drie terminals waterstof zullen importeren en het aanbod hiermee hoger komt te liggen. FIGUUR 18: Vraag naar waterstof (in TWh)

FIGUUR 19: Aanbod van waterstof (in TWh)

20,0

60

17,5

50

15,0 40

12,5

30

10,0 7,5

20

5,0 10

2,5 0,0

2020

Scenario’s netbeheerders

54

2030

DEC

EUR

2040

INT

NAT

Referentie

2050

0

2020

Scenario’s netbeheerders

2030

DEC

EUR

2040

INT

NAT

Referentie

2050

CO2

METHAAN/GROEN GAS

Een aantal bedrijven geeft aan zich voor te bereiden op CO₂-afvang. Het CO₂-

De in de CES NZKG 2024 opgegeven vraag naar methaan van directe GTS-­

aanbod ten behoeve van CCUS kan vanaf 2028 tussen de 1-2 Mton op jaarbasis

aansluitingen op de industrie in het referentiejaar komt redelijk overeen met

worden, en ligt in de bandbreedte van de scenario’s netbeheerders.

klantinformatie van Gasunie. Het gebruik van (aard)gas blijft ongeveer op hetzelfde niveau naar 2030 om daarna gestaag te dalen.

FIGUUR 20: Aanbod van CO₂ (in Kton)

FIGUUR 21: Vraag naar methaan (in TWh)

3.500

30

3.000

25

2.500

20

2.000 15 1.500 10 1.000 5

500 0

2020

Scenario’s netbeheerders

2030

DEC

EUR

2040

INT

NAT

Referentie

2050

0

2020

Scenario’s netbeheerders

2030

DEC

EUR

2040

INT

NAT

2050

Referentie

55

4. VERDUURZAMINGSPROJECTEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste verduurzamings­ projecten die van invloed zijn op de energie-infrastructuur in het NZKG beschreven.

4.1 HERACLESS Tata Steel Nederland heeft de ambitie om in 2045 CO₂-neutraal te zijn24. Om dit te bereiken, gaat TSN groen staal produceren met nieuwe installaties die de bestaande hoogovens en kooksfabrieken vervangen.

TSN heeft onlangs aan de Tweede Kamer de plannen gepresenteerd voor de productie van groen staal, het HeraCless-project. Dit is een van de belangrijkste

De huidige basis voor staal is ijzererts en kolen, die momenteel als sinter, pellets

verduurzamingsprojecten in het NZKG, omdat het significant bijdraagt aan de

en kooks worden ingezet in de hoogoven voor de productie van ruwijzer. Hierbij

energietransitie, de vraag naar energiedragers, de reductie van CO₂-uitstoot in

komt CO₂ vrij, waarbij het meeste CO₂ vrijkomt bij de hoogovens. In de toekomst

de regio en een gezondere leef­omgeving in de IJmond. In de eerste paragraaf

gaat TSN staal produceren met DRI-technologie. De DRI-technologie die toege-

worden de plannen van TSN kort toegelicht.

past wordt, is een relatief nieuwe staalproductietechnologie waarbij ijzererts direct wordt gereduceerd met behulp van aardgas en/of waterstof in de DRP

De genoemde verduurzamingsplannen van de andere industrie in het NZKG

(Direct Reductie Plant). Het eindproduct, DRI (Direct Reduced Iron), wordt

worden beschreven aan de hand van de pijlers elektriciteit, waterstof, warmte,

vervolgens met behulp van elektriciteit gesmolten in de Electric Arc Furnace

koolstof en methaan/groen gas. Daarnaast worden in dit hoofdstuk de belang­

(EAF) en Reducing Electrical Furnaces (REF’s) (beide ook wel smeltovens ge-

rijkste knelpunten beschreven.

noemd), waarna het ruwijzer verder kan worden verwerkt. Hiermee vervangt TSN de hoogovens en kooksfabrieken, door twee nieuwe processen; één op basis van aardgas/waterstof om het ijzererts te reduceren tot DRI, en één op basis van (groene) elektriciteit om het DRI vervolgens te smelten. Deze transitie kan niet in 1 keer, maar gebeurt in 3 fasen. Deze fasen worden hiernaast besproken.

24

56

NRD HeraCless, januari 2024, Tata Steel en Royal Haskoning DHV.

FASE 1

De DRP zal met inzet van aardgas een reductie van CO₂-uitstoot van bijna 40%

In fase 1 (2030) worden de grootste Hoogoven (BF7) en Kooks- en Gasfabriek 2

realiseren. Dit is een daling van het energieverbruik met ongeveer 26%.

(CGP2) vervangen door een DRP en een elektrische smeltoven (EAF), inclusief nieuwe secundaire metallurgie voor deze route. Deze installaties gaan in 2030 in

CO₂-afvang blijft in de DRI-route een mogelijkheid voor de verdere verduurza-

bedrijf om een CO₂-reductie van 5 Mton per jaar te realiseren (dit komt neer op

ming van TSN. Momenteel wordt onderzocht of en zo ja hoe de CO₂ het beste

reductie van 40% ten opzichte van 12,6 Mton CO₂-basislijn).

afgevangen, getransporteerd, opgeslagen en/of gebruikt kan worden. Indien CCS/CCU een oplossing is, wordt dit naar verwachting 2 jaar na het in bedrijf

De DRP is ‘waterstof ready’. In de opstartfase zal aardgas worden gebruikt voor de

komen van de nieuwe installaties toegepast (in 2032). Opties zijn opslag in lege

reductie. Afhankelijk van de betaalbaarheid en de beschikbaarheid kan de

gasvelden op de Noordzee met transport via pijpleiding of schepen of aansluiting

hoeveelheid waterstof worden opgeschaald tot maximaal 80%. Het resterende

op de OCAP-pijpleiding.

percentage (20%) wordt opgevangen door bio-methaan en e-methaan. De snelheid van de opschaling van waterstof/bio-methaan/e-methaan is

FASE 2

afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende betaalbare waterstof/

In fase 2 wordt de volgende grote stap gemaakt om de uitstoot verder te

bio-methaan/e-methaan in de regio.

reduceren. Rond 2037 worden de tweede Hoogoven (BF6) en Kooks- en Gas­ fabriek 1 vervangen door een tweede DRP en twee smeltovens (mogelijk REF’s). De verwachting is dat er rond 2037 voldoende waterstof beschikbaar is om deze

FIGUUR 22: GEFASEERD TRANSITIEPAD TSN

Today

DRP op waterstof/bio-methaan/e-methaan te bedrijven (afhankelijk van de

Phase 1

Phase 2 – plans

kosten en beschikbaarheid van deze energiedragers).

Phase 3 Path way to net zero

FASE 3

Indicative

Fase 3 is de verduurzaming van overige installaties door elektrificatie en/of BF6

BF7

het vervangen van aardgas door waterstof/bio-methaan/e-methaan als

BF6 1 DRP

CGP1

CGP2

CGP1

1 EAF

2 DRPs

2 REFs

1EAF

elektrificatie niet mogelijk is. Deze fase loopt parallel aan fase 1 en 2. Momenteel wordt uitgezocht welke maatregelen geschikt zijn voor welke processen. Installaties die hier onder andere in worden meegenomen zijn: Pelletfabriek, Staalfabriek, Walserijen, Bekledingslijnen en de installaties van het energie­ bedrijf.

57

Daar waar elektrificatie niet mogelijk is, wordt afhankelijk van het tijdspad van de

4.2 VERDUURZAMINGSPROJECTEN VAN DE INDUSTRIE IN HET NZKG

waterstof economie steeds meer waterstof ingemengd in de hoofdinstallaties en ‘overige’ installaties of gebruikgemaakt van bio-methaan en/of e-methaan.

In deze paragraaf worden de belangrijkste verduurzamingsprojecten benoemd die zijn opgehaald bij de industrie in IJmond, Westpoort en Zaanstad. De eerste

Het HeraCless-project samen met de transitie van de overige installaties leidt

stap die de industrie zet om te verduurzamen is besparen, het benutten van

tot een CO₂-neutrale staalproductie in 2045. Met de nieuwe installaties van

restwarmte en het zelf opwekken van duurzame energie (indien mogelijk).

Fase 1 en 2, samen met andere maatregelen van fase 3 wordt een CO₂-reductie

Volgende stap is de verduurzamingsprojecten; de projecten waarbij de gas­

van ca. 90% verwacht in 2040 t.o.v. 12,6 Mton per jaar baseline.

gestookte processen worden geëlektrificeerd of overgestapt wordt naar waterstof, biogas of stoom.

BESPARING

TABEL 1: Verwachte reductie CO₂-uitstoot TSN

De meeste industriële bedrijven hebben hun energiebesparingsplannen eind

Fase 1

Fase 2

Fase 3

58

Maatregel

Inbedrijfname

CO₂-reductie

1 DRP en 1 EAF (smeltoven) vervangen hoogoven 7 en Kooksen Gasfabriek 2

2030

5 Mton

1 DRP en 2 REF’s (smeltovens) vervangen Hoogoven 6 en Kooks- en Gasfabriek 1

2037

Verduurzaming overige installaties

Continue

2023 in moeten leveren bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). In het kader van de CES NZKG 2024 hebben wij vanuit RVO geen zicht op deze plannen gekregen. Door de gesprekken met de industrie is hierover wel informatie opgehaald. Bij energiebesparingsprojecten zijn de volgende mogelijkheden genoemd:

6,3 Mton

• vermindering energievraag (door bijvoorbeeld aanpassen van productie­ processen); • hergebruik van warmte; • inzet eigen duurzame opwek (zonnepanelen, windmolens).

VERDUURZAMINGSPROJECTEN De industrie in het NZKG heeft overwegend behoefte aan hoge temperaturen, waardoor elektrificatie niet altijd een optie is. Tegelijkertijd geeft de industrie ook aan, dat als gevolg van de ontwikkelingen in de energiekosten (commodity, netwerkkosten en energiebelasting) zij ervoor kiezen om zo lang mogelijk flexibel te blijven met hun plannen. Dit betekent dat zij niet op voorhand willen kiezen voor een bepaalde route (waterstof of elektriciteit), maar de mogelijkheid openhouden om te switchen tussen verschillende energiedragers, afhankelijk van tijd, prijs en aanbod. Elektrificatie van de processen en toepassing van waterstofbranders zijn de voornaamste transitie­paden die genoemd worden. Er zijn ook industrie­partijen die voor CCU/CCS (CO₂-afvang en -transport) kiezen, of indien mogelijk aansluiten op het stoomnet. Hieronder wordt per pijler ingegaan op de projecten. De concrete projecten zijn meestal nog vertrouwelijk van aard, de beschrijving blijft daardoor globaal.

ARTIST IMPRESSIE HERACLESS | Foto: Tata Steel Nederland

59

ELEKTRIFICATIE Binnen het NZKG hebben veel industriepartijen plannen om hun processen (deels) te elektrificeren, met warmtepompen, e-boilers, elektrische ovens. De plannen zijn vaak nog in een voorbereidend stadium, al hebben sommige bedrijven al dusdanig concrete plannen om te elektrificeren dat ze een grotere elektriciteitsaansluiting hebben aangevraagd bij de netbeheerders. Deze projecten zijn vooralsnog voorzien vanaf 2026, maar kennen een grote afhankelijkheid van de infrastructuurprojecten van TenneT en Liander (zie hoofdstuk 6). In het NZKG zijn 2 industriepartijen met een gas­gestookte WKK-installatie. Binnen nu en de komende 10 jaar zullen installaties worden afgeschakeld of van een andere groene brandstof worden voorzien (bijvoorbeeld biomassa of waterstof). De WKK wordt in de meeste gevallen vervangen door een e-boiler of een warmtepomp (voor de warmte), gecombineerd met een zwaardere stroomaansluiting (voor de elektriciteit), en eventueel gecombineerd met duurzame opwek en een batterij. Dit vraagt om grote investeringen en besluitvorming hierover wordt veelal uitgesteld door de netcongestie. Industriepartijen zonder WKK, maar wel met een warmtevraag die nu met gas wordt ingevuld, stappen over op elektrificatie indien dit voor de gevraagde temperaturen mogelijk is.

Door de netcongestie liggen veel van deze projecten stil, en worden investeringsbeslissingen pas genomen op het moment dat zekerheid is AANLEG INFRASTRUCTUUR IN OOSTZAAN

60

| Foto: TenneT

over het verkrijgen van een zwaardere elektriciteitsaansluiting.

WALSTROOM

BUNKEREN

De scheepvaart speelt een grote rol in het Noordzeekanaal. Vanaf 2030 zijn container-

Port of Amsterdam ontwikkelt zich tot een Multi Fuel Port, waarbij de scheepvaart alle

schepen, cruiseschepen, passagiersschepen, en gecombineerde passagiers- en vracht­

fossielvrije brandstoffen kan bunkeren (ook die op dit moment niet actief door de markt

schepen (meer dan 12 passagiers) groter dan 5000 GT (gross tonnage, waarmee het

gebruikt worden). Nu en ook in de komende jaren probeert zij nieuwe ontwikkelingen en

formaat van een schip wordt aangeduid) verplicht van walstroom gebruik te maken.

innovaties zoveel mogelijk te faciliteren en te stimuleren. Naast drie locaties in de haven

Dit betekent dat zij gedurende de tijd dat ze aan de kade liggen, voor processen gebruik

waar vanaf de wal truck-to-ship gebunkerd kan worden, worden de mogelijkheden van het

maken van elektriciteit in plaats van hulpmotoren. Dit vermindert de CO₂-, stikstof- en

ship-to-ship bunkeren van alle soorten brandstoffen via een te ontwikkelen dynamische

fijnstof­uitstoot van schepen. Het gebruik van walstroom vermindert ook de geluidsover-

bunkerkaart van de haven in 2025 zichtbaar gemaakt. Hoewel het slechts een pilot

last en verbetert de luchtkwaliteit voor nabijgelegen woningen, bedrijven en personeel

betreft, geeft Port of Amsterdam zelf al het goede voorbeeld door het representatie­

op de terminal. Tegelijkertijd is de gevraagde capaciteit voor walstroom groot.

vaartuig, de ‘Neo Orbis’, te laten varen op NaBH4 (een vaste poedervorm van waterstof). Ook neemt de haven bijv. deel aan het programma RH2INE; in dit programma wordt

WALSTROOM AMSTERDAMSE HAVEN

beoogd binnenvaartcontainerschepen te laten varen op twee containers met waterstof

Vanaf 2025 kan de zeecruise gebruikmaken van walstroom bij Passenger Terminal

als brandstof.

Amsterdam (PTA). Deze aansluiting heeft een capaciteit van 20 MW en kan ook voor de riviercruise gebruikt worden. De planning rondom andere terminals zijn in afwachting van netcongestie. Voor de riviercruise en de binnenvaart zijn diverse openbare ligplaatsen al voorzien van walstroom. Bij Shell in Amsterdam Noord is recent een snellaadstation voor kleinere binnenvaartschepen en duwboten geopend.

WALSTROOM VOOR DE IJMOND Zeehaven IJmuiden heeft een subsidietoekenning gekregen om een 6 MVA walstroomvoorziening (capaciteit van 10 MW) aan te leggen voor de ferry IJmuiden-Newcastle. De rederij, DFDS, gaat voor deze route nieuwe schepen laten bouwen, die walstroomgereed zijn en ook kunnen varen op een batterij (hybride). Deze schepen zullen in 2028 gereed zijn. Daarnaast wordt een haalbaarheidsstudie (inclusief tracéstudie) uitgevoerd voor walstroom voor cruiseschepen in de IJmondhaven. Ook de behoefte aan walstroom voor de offshore zeeschepen wordt hierbij meegenomen. Hiervoor is bij Liander een 10 MVA stroomaansluiting aangevraagd. WALSTROOM IN AMSTERDAM PORT OF AMSTERDAM

61

WATERSTOF

Productie van waterstof: elektrolysers

Inzet van waterstof als brandstof

In het NZKG zijn een aantal elektrolysers voorzien. In Westpoort werkt HyCC aan

Voor processen waar de hoge temperatuur niet via elektrificatie bereikt kan

de ontwikkeling van het project H2era, een 500 MW elektrolyser. Deze elektro­

worden, wordt ingezet op waterstof. Bij veel industriële processen in het NZKG

lyser levert waterstof aan afnemers in het Amsterdams havengebied. Daarnaast

zijn dergelijke hoge temperaturen noodzakelijk, denk hierbij aan het drogen van

werkt Vattenfall aan de realisatie van het project Hy4Am, een 200 MW elektro­

eindproducten of het smelten van grondstoffen. Door de hoge benodigde

lyser in de Westpoort.

temperatuur zijn deze processen lastig te elektrifi­ceren. Daarnaast wordt door de industriepartijen aangegeven dat zij geen (fysieke) ruimte zien voor elektrificatie

Elektrolysers kunnen flexibel opereren, zodat de productie kan worden aangepast

in de fabriek, waardoor de overschakeling op waterstof of een andere duurzame

aan de beschikbare elektriciteit uit wind op zee; als het hard waait wordt veel

brandstof noodzakelijk is om de CO₂-uitstoot te verminderen.

waterstof gemaakt, als het minder waait, wordt de productie teruggeschroefd.

Het aanbod van elektriciteit wordt nu voor het grootste deel ingevuld door

Waterstof importterminals

gasgestookte elektriciteitscentrales. Om te voldoen aan de CO₂- doelstellingen

Gezien de verwachte tekorten aan groene waterstof in het NZKG, Nederland en

worden deze gasgestookte centrales steeds minder ingezet (dit is ook terug te

Europa zijn er momenteel plannen voor de realisatie van meerdere waterstof­

zien in figuur 10, waarbij het industriële aanbod van elektriciteit daalt). De

importterminals in de haven van Amsterdam (o.b.v. LOHC en LH2). Momenteel

gasgestookte energiecentrales worden de komende decennia klaargemaakt om

wordt zowel gewerkt aan de realisatie hiervan bij bestaande terminals als aan

over te schakelen op fossielvrije brandstoffen (zoals waterstof). Hierdoor neemt

het ontwikkelen van een greenfield importterminal. De verwachting is dat vanaf

de CO₂-uitstoot bij de productie van elektriciteit af. Of waterstof daadwerkelijk

2028 200 kton waterstof geïmporteerd kan worden25, mits de randvoorwaarden

ingezet kan worden, is afhankelijk van veel factoren, waaronder de beschikbaar-

voor deze projecten op orde zijn. Port of Amsterdam werkt samen met de

heid en de betaalbaarheid (zie ook volgende paragraaf).

betrokken terminals, ketenpartners en publieke autoriteiten aan de ontwikkeling van de hele toeleveringsketen voor de import van groene waterstof via de haven

Inzet van waterstof als grondstof

van Amsterdam. Ook zijn een aantal van deze partijen verenigd in het H2A-plat-

Waterstof is een grondstof voor o.a. de productie van fossielvrije brandstoffen

form, een netwerk dat de samenwerking versterkt en aandacht vraagt voor

t.b.v. de verduurzaming van de scheep- en luchtvaart. In Westpoort zetten partijen

de kansen en uitdagingen van deze ambities.

in op de productie van fossielvrije brandstoffen in een variëteit aan producten. Voorbeelden hiervan zijn Synkero (voor synthetische kerosine voor Schiphol), Argent (biodiesel), Titan (bio-LNG), AMA (bio-methanol), Greenergy (biodiesel) en Orgaworld (biogas). Voor deze partijen zijn waterstof, biogene CO₂ en elektriciteit de hoofdingrediënten voor het productieproces.

25

62

Project EOS.

Focus op LH2

Ook vermindert het de vraag naar alternatieve energiedragers, waardoor het

In Westpoort werkt waterstofmidstreambedrijf Gaslog met partijen uit de

bijvoorbeeld de druk op het elektriciteitsnet kan helpen beperken. De ontwerpen

importwaardeketen aan de ontwikkeling van een vloeibare waterstofimport­

van de infrastructuur worden momenteel uitgewerkt voor levering aan enkele

terminal, onder de noemer ‘project EOS’. De eerste fase van dit project behelst de

specifieke klanten. Hiermee kan in potentie zo’n 140 kton CO₂ gereduceerd

import van 200 kton duurzame waterstof per jaar (6,6 TWh equivalent) vanaf

worden. De verwachte start voor levering is eind 2026. Er zijn nog geen concrete

2028. Deze waterstof zal worden geleverd aan gebruikers in het NZKG en

afspraken gemaakt.

daarbuiten die het voor verschillende toepassingen zullen gebruiken. De waterstofdistributie vindt plaats d.m.v. hervergassing en invoeding in zowel de waterstofbackbone als het H2avennet, alsook via binnenvaartoplossingen en trucks. Omdat bij de hervergassing van vloeibare waterstof veel kou vrijkomt, onderzoekt Gaslog ook de optie om deze koude te gebruiken voor de vervloeiing van CO₂ t.b.v. export en opslag. Focus op LOHC In de haven van Amsterdam zijn ook veel kansen voor waterstofimport op basis van vloeibare organische waterstofdragers (LOHC’s). Deze lenen zich er bij uitstek voor om via bestaande terminals en andere bestaande infrastructuur overgeslagen te worden. Tankopslagbedrijf EVOS verkent momenteel in samenwerking met andere partijen in de keten hoe de voorzieningen die nodig zijn voor het ontkoppelen van de te importeren waterstof (dehydrogeneringsproces). Een dergelijke fabriek zou mogelijk een capaciteit leveren van 50 kton waterstof per jaar.

WARMTE Stoomlevering AEB heeft vergevorderde plannen voor het leveren van stoom aan de nabijgelegen industrie, opgewerkt uit de verbranding van afval. Dit stoomnet stelt de bestaande industrie in staat het gasgebruik van huidige processen te verlagen en faciliteert tegelijkertijd toekomstige projecten die een stoombehoefte hebben. AANLEG WARMTENET IN NOORD-HOLLAND | Foto: Johannes Abeling

63

Warmtelevering aan de bebouwde omgeving

CCU-projecten

AEB levert warmte aan Westpoort Warmte (WPW, een joint venture waarbij

In de Amsterdamse haven ontwikkelen zich verschillende CCU-projecten. Het

Vattenfall Warmte N.V. en gemeente Amsterdam beide voor 50% eigenaar van

gaat hier in het bijzonder om projecten met betrekking tot synthetische brand-

zijn). Vattenfall wil op termijn meerdere duurzame bronnen (zoals geothermie)

stoffen zoals synthetische kerosine, methanol en andere biobrandstoffen. Ook

koppelen met het warmtenet van Amsterdam West. Vattenfall werkt bijvoorbeeld

voor het afvangen van vrijgekomen energie van diverse bronnen, het uit de

aan plannen voor een aardwarmtecentrale op het Hemwegterrein. Daarmee

atmosfeer onttrekken van CO₂ en het vervloeien van CO₂ ten behoeve van de

wordt warmte geleverd aan het stadswarmtenet vanuit een bron diep onder de

verwerking tot grondstof en/of ter vervanging van aardgas, zijn projecten in

grond. Door deze koppeling kan met de warmte van AEB een groter gebied

verregaande ontwikkeling. Hiermee wordt niet alleen een bijdrage geleverd aan

worden voorzien. Ook de bestaande (gasgestookte) energiecentrale Hemweg 9

de vermindering van CO₂ van de industrie zelf, maar wordt ook ingezet op

levert warmte aan het warmtenet.

vermindering van CO₂ in andere sectoren zoals wegtransport, zeetransport, luchtvaart en tuinbouw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14521662/1