2. NZKG CES 2024_single page.pdf
Tekst van het document
In 2023 is de bouw gestart voor een elektrische boiler (E-boiler) in Diemen die fossielvrije elektriciteit gaat gebruiken om water te verwarmen voor het warmte-
De ontwikkeling van een CO₂-netwerk NZKG kan deze projecten verdiepen,
net van Amsterdam-Zuid en -Oost, Almere en Diemen. De bouw zal naar verwach-
verbreden en versnellen.
ting begin 2025 gereed zijn.
KOOLSTOF
4.3 STATUS VAN DE VERDUURZAMINGSPROJECTEN
Aurora/CCS AEB wil CO₂ afvangen uit de rookgassen van de installaties en deze opslaan in
De status en de verwachte tijdslijn voor ingebruikname van de verduurzamings-
lege gasvelden op de Noordzee. In totaal zo’n 480 Kton. Zo kan AEB een derde van
projecten die zijn aangedragen door de industrie zijn weergegeven in het
zijn fossiele CO₂ reduceren. De plannen voor de afvanginstallatie en de opslag
hiernaast afgebeelde figuur.
hebben inmiddels subsidie gekregen van de Rijksoverheid. Naar verwachten zal in 2028 de afvang en opslag van de CO₂ operationeel zijn. Ook TSN is voorne-
De projecten die zijn benoemd in onderstaande figuur zijn vaak afhankelijk van
mens CO₂ af te vangen (zie paragraaf HeraCless).
de infrastructuurprojecten. Deze worden besproken in paragraaf 6.2 (infrastructuurprojecten). Vertraging in de infrastructuurprojecten, betekent automatisch
CO2-terminal In de haven van Amsterdam zijn er plannen om een CO₂-terminal te realiseren die met behulp van de koude energie van vloeibare waterstof CO₂ vervloeit (ca. 2 Mton/jaar), zodat de vloeibare CO₂ vervoerd kan worden naar opslaglocaties of gebruikslocaties.
64
vertraging in de verduurzamingsprojecten van de industrie.
FIGUUR 23: Status van de verduurzamingsprojecten HeraCless Synkero Waterstof in Diemencentrales Inzet H2 bedrijfsprocessen H2era Hemweg 200 MW (Hy4Am) H2A (LOHC import) EOS (H2 import cryogeen) Elektrificatie van de Industrie Aansluiting nieuwe Industrie CCS (Aurora) Stoomnet
2022 Studie
2023 Plan
2024 FEED
Ontwerp
2025 Constructie
2026 Bandbreedte
2027
2028
2029
2030
2031
2032
In bedrijf
65
4.4 KNELPUNTEN EN RISICO’S BIJ DE VERDUURZAMINGSPROJECTEN
tarieven, energiebelasting enz.). Doordat buurlanden regelingen als de Volume Correctie Regeling (VCR) en Indirecte Kosten Compensatie (IKC) wel hanteren, en de
Voor het realiseren van de verduurzamingsprojecten bij de industrie moeten
netwerkkosten niet zo stijgen als in Nederland, wordt het level playing field en
investeringsbeslissingen worden genomen. Onderstaande knelpunten werken
daarmee de investeringsruimte in Nederland nadelig beïnvloed. De business case
belemmerend om deze beslissing te kunnen nemen en zouden idealiter opgelost
voor het grootschalig toenemend gebruik van elektriciteit is hierdoor een belangrijk
moeten zijn om de projecten te realiseren.
knelpunt en de haalbaarheid van de projecten is in het geding.
NETCONGESTIE
FINANCIERING VAN DE NOODZAKELIJKE INFRASTRUCTUUR BINNEN EN BUITEN DE POORT
Op dit moment is er op veel plekken in het NZKG netcongestie op het midden-
Voor de elektrificatie van industriële processen is extra of nieuwe bekabeling
spanningsnet van Liander (50 kV). Deze congestie wordt de komende jaren (2025-
noodzakelijk, zowel binnen als buiten de poort, naar een onderstation. Deze
2032) stapsgewijs opgelost door verzwaringen aan het middenspanningsnet.
kosten komen voor rekening van de initiatiefnemer van het project (de industrie),
Daarnaast heeft TenneT een vooraankondiging gedaan voor netcongestie op het
en drukken veelal flink op de businesscase. Neem als voorbeeld de verzwaring
hoogspanningsnet (150 kV) in heel Noord-Holland. Hier wordt momenteel
van de bekabeling bij de elektrificatieroute. De kosten voor een zwaardere
onderzoek naar gedaan door TenneT. De verwachting is dat de resultaten van het
aansluiting kunnen per bedrijf oplopen tot enkele miljoenen, mede ingegeven
onderzoek in de tweede helft van 2024 zullen worden gepubliceerd. Het midden-
door de afstand tot het onderstation. De assets (de bekabeling) worden geen
spanningsnet is afhankelijk van de capaciteit van het hoogspanningsnet.
eigendom van het bedrijf (deze zijn en blijven eigendom van de netbeheerder) en
Daarmee wordt de oplostermijn van de netcongestie van TenneT leidend.
de kosten leveren geen directe cashflow op, terwijl deze kosten wel essentieel zijn voor de verduurzaming en de continuïteit van het bedrijf. Zekerheid in de
Deze netcongestie vertraagt de verduurzaming van de regio, voorgenomen
vorm van assets en cashflow zijn twee belangrijke pijlers bij traditionele bancaire
projecten kunnen niet (tijdig) gerealiseerd worden. Daarnaast is het een grote
financiering en dat is nu net waar de schoen wringt. De eigendomsconstructie
uitdaging nieuwe bedrijven te vestigen. Vooral de relatief grote ontwikkelingen,
bemoeilijkt het gebruik van alternatieve financieringsmodellen voor de financie-
zoals de productie van fossielvrije brandstoffen, worden hierdoor geraakt. Voor de
ring van energie-infra door bedrijven in combinatie met de bestaande subsidie
projecten die direct aangesloten zijn op het 380 kV-net (o.a. HeraCless, HyCC)
regelingen en fiscale maatregelen. Bestaande subsidieregelingen en fiscale
speelt dit niet, omdat de netcongestie niet speelt op het 380 kV-netvlak.
maatregelen bieden onvoldoende ruimte om de gap te dichten, waardoor investeringsbeslissingen uiteindelijk worden uit- of afgesteld.
HOGE ENERGIEPRIJZEN EN NETWERKKOSTEN
Aanvullende subsidie- of garantieregelingen zijn essentieel om een incentive te
De kosten voor elektriciteit zijn sterk gestegen door hoge energieprijzen, stijging van
bieden voor bedrijven. Zonder additionele financiële prikkels loopt de verduurza-
de netwerktarieven en hogere energiebelastingen. De haalbaarheid van de elektri
ming van de industrie hierdoor vertraging op.
ficatieprojecten en de productie van waterstof met elektrolysers wordt in steeds grotere mate bepaald door de kosten van elektriciteit (energieprijzen, netwerk
66
PRIJS EN BESCHIKBAARHEID WATERSTOF
In het NZKG ervaren partijen een vertraging bij de vergunningverlening door het
De toepassing van waterstof is grotendeels afhankelijk van beschikbaarheid en
gebrek aan toetsingskaders voor waterstof(dragers).
prijs. In 2018 was de verwachting dat groene waterstof in 2030 competitief zou zijn t.o.v. grijze waterstof26. Momenteel ligt het prijspeil van groene waterstof
De landelijke ambities op waterstof worden nog onvoldoende vertaald naar de
(aangeboden in Nederland) tussen de 8 – 12 euro per kilo. Dat is vele malen
ruimtelijke inpassing ervan. Nationale regie op het aanwijzen van ruimte (incl.
hoger dan de prijs van grijze waterstof die tussen 2 – 3 euro per kilo ligt . De
milieu en veiligheidscontouren) voor nieuwe waterstoftoepassingen ontbreekt.
huidige verwachting is dat de prijs van groene waterstof in 2030 ook nog
Hetzelfde geldt voor de wijze waarop lokale overheden met aandachtsgebieden
aanzienlijk boven de prijs van blauwe en grijze waterstof ligt. Het is cruciaal om
moeten omgaan. In een drukbevolkt gebied als het NZKG (waar allerlei ruimte-
het prijsverschil tussen groene waterstof en fossiele alternatieven te dichten om
lijke functies met elkaar concurreren en naast elkaar bestaan) is het noodzakelijk
de toepassing van waterstof in industriële processen te realiseren.
dat hierover duidelijkheid komt vanuit het Rijk, zodat projecten op de goede plek
27
en veilig gerealiseerd kunnen worden en er een gelijk speelveld is met de rest
REALISATIE RANDVOORWAARDELIJKE WATERSTOF-INFRASTRUCTUUR
van Nederland.
Voor alle ontwikkelingen rondom waterstof in het NZKG is de tijdige uitrol en passende fasering van de benodigde waterstofinfrastructuur cruciaal. Hierbij gaat
VERGUNNINGVERLENING EN RUIMTELIJKE PROCEDURES
het om verbinden van aanbieders (vanuit elektrolysers en importterminals) met
Ondanks de vele inspanningen met betrekking tot het versnellen van ruimtelijke
gebruikers van waterstof, met opslaglocaties voor leveringszekerheid en met een
en vergunningsprocedures, duren ze vaak lang. In het NZKG ervaren partijen
eventuele vraag naar waterstof in het achterland. De vertraging van de Delta
vertraging bij de vergunningverlening. Deze procedures vormen in de realisatie
Rhine Corridor is dan ook zeer zorgelijk. Een alternatieve verbinding (IJselmeer-
van projecten bij de industrie en bij energie-infrastructuurprojecten een belang-
route of Betuweroute) naar de opslaglocaties in het Noorden en het achterland is
rijk knelpunt.
zeer gewenst. Zonder voldoende vertrouwen in de tijdige beschikbaarheid van de waterstofinfrastructuur zal geen van de projecten gerealiseerd worden. Dit zou
De energietransitie is innovatief van aard en vereist voldoende structurele
een enorme vertraging opleveren voor het behalen van de klimaatdoelen.
capaciteits- en kennisopbouw bij deze partijen, waarbij er nationaal wordt samengewerkt om van elkaar te leren. Hoewel wij in onze regio goed samenwerken op dit
WET- EN REGELGEVING WATERSTOF
vlak zien we gezamenlijk de nodige risico’s. Het is cruciaal dat ons vergunnings-,
De wettelijke kaders voor waterstof in nieuwe toepassingen, in nieuwe dragers en
toezicht- en handhavingsstelsel goed functioneert, als een samenspel tussen
op een nieuwe schaal zijn ontoereikend of ontbreken. Dit maakt beoordeling van
aanvragers, gemeenten, provincies, omgevingsdiensten en het Rijk.
vergunningaanvragen lastig, leidt tot onzekerheid in de markt en vormt daarmee een barrière richting het nemen van de investeringsbeslissingen die nodig zijn.
roene waterstof wordt geproduceerd door groene elektriciteit. Blauwe en grijze waterstof wordt geproduceerd met aardgas. Bij blauwe waterstof wordt de geproduceerde G CO₂ opgeslagen onder de grond, bij grijze waterstof wordt de CO₂ uitgestoten in de lucht. 27 ChangeINC. Elekrolyser zonder membraan maakt groene waterstof net zo goedkoop als grijze, 2024. 26
67
STIKSTOFREGELS
De onzekerheden rondom fossiele subsidies en het niet altijd aansluiten van
De industrie en de netwerkbedrijven hebben te maken met de gevolgen van de
nieuwe subsidieregelingen tasten de investeringsbereidheid over de gehele linie
stikstofregels. Nieuwe vergunningen kunnen veelal niet worden verleend omdat de
aan. Kapitaalintensieve investeringen voor de verduurzaming van de industrie
eisen van stikstof uitstoot dusdanig zijn dat zelfs bij een reductie van stikstofuit-
kennen vaak een langere levensduur dan het huidige bancaire financierings
stoot (t.o.v. de huidige situatie) geen vergunning kan worden afgegeven. Hierdoor
instrumentarium momenteel biedt qua looptijden, waardoor ook hier een mis-
haken industriepartijen af om hun verduurzamingsprojecten uit te voeren.
match plaatsvindt. Nieuwe bancaire financieringsvormen komen nog onvoldoende op gang. Ook hier geldt dat duidelijkheid over en bekendheid met (aanvullende)
De stikstofproblematiek heeft grote impact op de ontwikkelmogelijkheden van
waarderingsgrondslagen en vernieuwend financieringsinstrumentarium directe
de verschillende verduurzamingsprojecten incl. energie-infrastructuurprojecten.
investeringen in de verduurzaming efficiënt en toegankelijk kan maken.
Met name een juridisch houdbaar kader, waarbij stikstofruimte voor verduur zamingsprojecten (ook voor de lange termijn) gegarandeerd wordt, is nodig om
KOOLSTOF
investeringszekerheid te bieden aan bedrijven.
Er is een gebrek aan duidelijke visie op Europees, Nederlands en lokaal niveau over CO₂-emissiedoelstellingen, met name voor negatieve emissies en vermin-
FINANCIERING VERDUURZAMINGSPROJECTEN
derde scope 3 emissies door circulaire productieketens via CCU. Dit zorgt voor
Voor veel verduurzamingsprojecten geldt nog altijd een onrendabele top. Onzeker-
onzekerheid over de vraag naar en beschikbaarheid van biogene CO₂, terwijl dit
heden over kosten, marktontwikkelingen, waardering van emissiereducties en
hard nodig is als input voor bijv. de productie van fossielvrije brandstoffen.
transitietechnologieën leveren een onzekere businesscase op. Daarnaast is er een verschil waarneembaar tussen het grootbedrijf en het MKB. Met name MKB-bedrijven ervaren veel onduidelijkheid over de beschikbaarheid van financiering bij
ontbreekt, zoals biogene en fossiele CO₂, wat de realisatie van negatieve
verduurzamingstrajecten of energiebesparende maatregelen. Ook ontbreekt het hen
emissies belemmert.
vaak nog aan kennis van en capaciteit voor het inpassen van nieuwe economische modellen van de energietransitie die de businesscase ten goede komen. Denk hier
• Er is gebrek aan eenduidige kwantificering van opgeslagen koolstof, waardoor de ontwikkeling van een CO₂-markt wordt bemoeilijkt.
bijvoorbeeld aan het Energy as a Service model. Bij Energy as a Service wordt het
• Er is onduidelijkheid over erkenning van atmosferische CO₂ naast biogene
verduurzamingstraject uitbesteed aan een externe partij welke de investerings
CO₂, en gebrek aan beleid over het onderscheid tussen atmosferische,
kosten op zich neemt. Via een abonnementsvorm betaalt een bedrijf voor de
68
• Administratieve scheiding en verhandeling van verschillende soorten CO₂
biogene en fossiele CO₂.
energiekosten en onderhoudskosten van de installatie. Energy as a Service voorkomt
• Er ontbreken specifieke doelstellingen voor het realiseren van negatieve
dat een bedrijf een grote investeringsbeslissing moet nemen en biedt een externe
emissies en het gebruik van CO₂ voor hergebruik binnen vastgestelde
partij expertise in de verduurzaming van bedrijfsprocessen.
tijdframes.
WARMTE
AANPASSING VAN HET ARBEIDSAANBOD VIA SCHOLING
De specifieke vraag naar de warmtebron is afhankelijk van de aard van het
Er is op de arbeidsmarkt een nijpend tekort aan technische expertise. Om een
productieproces, de leveringszekerheid, de rentabiliteit en het gedeelte fossiel-
goede aanpassing van de arbeidsmarkt tijdig te realiseren moet geanticipeerd
grondstoffenverbruik dat vervangen kan worden door warmte- of stoomlevering.
worden op de arbeidsvraag die de komende jaren ontstaat.
Dit creëert een warmtevraag die significant verschilt in vorm en omvang tussen industriële bedrijven, waardoor matching veel ingewikkelder is dan het op eerste
Op welke locaties voor bovenstaande knelpunten een beroep wordt gedaan op
gezicht lijkt. Dit bemoeilijkt de inpassing van restwarmte voor koppeling tussen
het Rijk kunt u lezen in hoofdstuk 8, paragraaf 8.4.
industrie en bebouwde omgeving. Hiervoor is coördinatie nodig tussen vraag en aanbod; het Programmabureau NZKG pakt dit de komende periode op.
BESCHIKBAARHEID WATER De beschikbaarheid van water staat onder druk: in de afgelopen jaren is Nederland meermaals geconfronteerd met watertekorten. De industrie heeft in haar processen koel- en proceswater nodig. Vanwege de druk op het watersysteem is niet langer vanzelfsprekend dat water voor alle doeleinden beschikbaar zal zijn. Reductie van zoetwatergebruik wordt een opgave voor het hele Noordzeekanaal gebied, mede door de verwachte komst van nieuwe watervragende industriële processen, zoals de productie van waterstof. Wellicht kan een deel van deze problematiek opgelost worden door het uitkoppelen van de restwarmte naar een warmtenet voor de verwarming van de gebouwde omgeving zodat minder koelwater nodig is (zie kopje warmte).
69
5. FLEXIBILITEIT De steeds sterker stijgende vraag naar netcapaciteit verloopt sneller dan dat netbeheerders energie-infrastructuur kunnen aanleggen. Het elektriciteitssysteem is toe aan een update. Zowel het uitbreiden en verzwaren van netten, als het slimmer gebruiken van de bestaande capaciteit zijn daarbij onmisbare bouwstenen.
Er zijn verschillende mogelijkheden tot flexibiliteitsoplossingen. In dit hoofdstuk
De energietransitie brengt een systeemverandering teweeg van een centraal,
5.1 FLEXIBILITEIT EN NETCONGESTIEONDERZOEK
worden kortetermijnoplossingen rondom netcongestie onderzocht, de inzet van flexibiliteitsmiddelen in de verdere toekomst omschreven en de ontwikkeling van energyhubs op bedrijventerreinen in beeld gebracht. De onderzoeken zijn tot stand gekomen middels interviews met bedrijven en netbeheerders.
statisch en vraag-gestuurd energiesysteem naar een decentraal, dynamisch en aanbod-gestuurd systeem. Dit vraagt een meer diverse en dynamischere opwek
Uit interviews met bedrijven is gebleken dat zij zoeken naar een oplossing om
van elektriciteit, meer decentrale opwek, de aanpassing van productieprocessen
flexibel om te gaan met elektriciteitsaanbod, bijvoorbeeld door de inzet van
en flexibel gebruik van elektriciteit. Flexibiliteit is niet tijdelijk, maar een cruciale
e-boilers en elektrolysers.
eigenschap van toekomstige vraag en aanbod.
Uit de dataverzameling en interviews met de industriepartijen blijkt dat de inzet van flexibiliteitsmiddelen toeneemt.
In dit hoofdstuk wordt het flex-potentieel van de regio beschreven. Het flexpotentieel van het energiesysteem verwijst naar de mate waarin het systeem in
Veel industriepartijen willen niet meer afhankelijk zijn van het aanbod en de
staat is om:
beprijzing van één energiedrager, wat nu vaak aardgas is. De energievoorziening
1) snel te reageren op veranderingen in de vraag naar en het aanbod van
voor bedrijven wordt in de toekomst flexibel(er) ingericht, zodat geschakeld kan
elektriciteit;
worden tussen energiedragers. Bedrijven in het NZKG zetten hun verduur
2) energieopslagsystemen te integreren;
zamingsprojecten in met een multifunctioneel aanbod van energie door: gas (met
3) en duurzame energiebronnen te integreren.
boiler), elektriciteit (met e-boiler), biomassa (met boiler of warmtekrachtkoppeling) en/of waterstof (als energiedrager of als batterij). Op deze manier kunnen
70
Het benutten van dit potentieel kan helpen om pieken en dalen in de vraag naar
bedrijven afhankelijk van de prijs en het aanbod van energie wisselen tussen
elektriciteit op te vangen. Er zijn een aantal technieken die helpen om invulling
energiedragers. Bovendien wordt verwacht dat er meer prijsprikkels zullen komen
te geven aan flexibiliteit. Deze worden beschreven in addendum 6.
die gericht zijn op het oplossen van netcongestie.
TABEL 2: Kansrijke mogelijkheden achter de poort voor flexmiddelen
Het gaat hier om ca. 33% van het gecontracteerde vermogen (2,7 GW) in 2030 van de bedrijven die zijn meegenomen in de CES NZKG 2024.
Bedrijf
Flexibiliteit
Vermogen
Flex
Divers
Elektrolyser
700 MW
Ja
Divers
E-boilers
100-150 MW
Ja
(bijvoorbeeld voor een e-boiler). Pas na het verwezenlijken van de aansluiting
Divers
In bedrijf houden Warmtekrachtkoppeling (WKK)
5-50 MW
Ja
kunnen bedrijven deze flexmiddelen inzetten. De behandeling van de aanvraag
Tijdsgebonden contract
10-30 MW
Walstroom
Voor veel verduurzamingsprojecten zijn grotere elektriciteitsaansluitingen, veelal op het regionale hoog en middenspanningsnet van Liander noodzakelijk
van een dergelijke aansluiting is vaak vertraagd als gevolg van netcongestie bij Ja
netbeheerders. Waardoor de verduurzamingsprojecten, met een mogelijkheid tot flexibiliteit niet kunnen worden gerealiseerd. Het is wenselijk dat deze cirkel doorbroken wordt. Mogelijk dat aanpassing van contractvormen hiervoor een
TABEL 3: Overige bedrijven waarbij mogelijk flexibiliteit is
oplossing biedt. In de huidige regelgeving wordt de reservering van netcapaciteit voor een bedrijf gebaseerd op het piekmoment waar de industrie 24/7 gebruik
Bedrijf
Flexibiliteit
Vermogen
Flex
van kan maken.
Datacenters
Noodaggregaten
200 MW
Tijdsgebonden contract
Alternatieve contractvormen, zoals tijdsgebonden, springen in op de ruimte die er
Diverse
Als overgestapt wordt naar (bio)WKK
10-30 MW
Later
wél is op het elektriciteitsnet. Alleen tijdens de piekbelasting op het net kan een bedrijf dan geen (of minder) aanspraak doen op gecontracteerd vermogen. Dit capaciteitsbeperkingscontract met vaste tijdsvensters (CBC-T) wordt sinds begin dit jaar in congestiegebieden aangeboden aan bedrijven op de wachtlijst. Ook kan gekeken worden naar flexpotentieel binnen het huidige proces: waar zit de piekvraag en kan deze meer gespreid worden zodat er ruimte ontstaat voor andere doeleinde/flexmiddelen achter de meter bij het bedrijf.
71
Bedrijventerreinen in het NZKG met energiehubs In het NZKG zijn 12 bedrijventerreinen met actieve energiehubs. De ligging van deze bedrijventerreinen is weergegeven op de kaart.
Legenda 1 2 3
Elektrolyse
Waterstofnetwerk Havengebied IJmuiden
H2
De Grote Hout, Velsen-Noord Waterstofprojecten De Houtwegen, Heemskerk
Waterstoftankstation H2
Waterstofimportterminals
4
Beverwijk Business Docks (BBD)
5
Molenwerf, Uitgeest
6
Molletjesveer-Noorderveld, Wormerveer
7
Industriegebied de Liede en Bedrijventerrein PolanenPark
8
Bedrijvenpark De President, Hoofddorp
9
Businesspark Nieuw Vennep-Zuid
10 Schiphol Trade Park, Hoofddorp 11 HoogTij, Zaanstad 12 Energie Coöperatie Amsterdamse Haven (ECAH)
72
5 3
IJmond
6 4
Zaanstad
2 1 11
Amsterdamse haven 12
Noordzee
7 8 9
10
Schiphol
FIGUUR 24: OVERZICHT BEDRIJVENTERREINEN NZKG MET ENERGIEHUBS
73
LUCHTFOTO BEDRIJVENTERREIN HEEMSKERK | Foto: Bram van de Biezen
ENERGIEHUBS IN HET NZKG
Hier vinden op dit moment pilots plaats om ervaring op te doen, waaronder in het
Naast kansrijke opties bij individuele bedrijven zijn er op bedrijventerreinen ook
westelijk havengebied/ECAH. Tot die tijd worden er geen andere initiatieven
kansrijke opties tussen bedrijven onderling. Hierbij kan gedacht worden aan
opgestart dan de huidige pilots. De lering uit de pilots dient voor verdere uitrol en
gezamenlijke batterijopslag, afspraken over het afstemmen van energieverbruik
opschaling. Daarnaast wordt gewerkt aan de mogelijkheid van een groeps-TO
of gedeelde contracten via een energiecoöperatie.
(transportovereenkomst), dit is wettelijk nog niet mogelijk. Daar is eerst een codewijziging voor nodig, die op zijn vroegst eind 2024 wordt verwacht.
In het NZKG zijn meerdere initiatieven om energyhubs te vormen. Deze energyhubs bevinden zich in verschillende stadia; de ene is nog in ontwikkeling terwijl de ander reeds operationeel is. Binnen bestaande wet- en regelgeving is het GroepsCBC (capaciteitsbeperkend contract) een mogelijkheid in congestiegebieden.
74
IJMOND
ZAANSTAD MAAKSTAD
De synergie van verschillende projecten in de IJmond, zoals het toekomstig
Vanuit Zaanstad Maakstad werken de grootste industriële afnemers van elektri
productieproces van groen staal, elektrificatie en potentiële waterstofproductie,
citeit al enkele jaren samen op het gebied van energievoorziening en duurzaam-
creëert mogelijkheden op het gebied van flexibiliteit op het elektriciteitsnet.
heid. Een organisatie in Zaanstad onderzoekt bijvoorbeeld met nabijgelegen
Vraag en aanbod kunnen beter afgestemd worden en inzet van waterstof biedt
bedrijven de toepassing van een grote (50 MW) e-boiler.
een flexibel energieaanbod. Ook ontstaat er ruimte voor energieopslag of aanvullende waterstofproductie via elektrolysers. Bij elektrolyse komen zuurstof
Op verschillende bedrijventerreinen worden slimme energieoplossingen onder-
en warmte vrij. Warmte kan worden ingezet in de bewoonde omgeving of
zocht. Zo wordt een smart grid (slim energiesysteem) ontwikkeld op Molletjes-
industrie in de IJmond. De aanwezigheid van een diepzeehaven en reeds aanwe-
veer-Noorderveld in het noorden van Zaanstad waar sprake is van netcongestie.
zige infrastructuur maakt nieuwe activiteiten mogelijk en biedt mogelijkheid tot
In een smart grid worden technologie, data en infrastructuur gecombineerd om
het creëren van een energiehub voor industrie en bewoners in de IJmond.
een efficiënter en duurzamer elektriciteitsnetwerk te creëren.
Voor het creëren van verduurzamingsprojecten ondanks netcongestie op de
WESTPOORT
bedrijventerreinen in de IJmond zijn haalbaarheidsstudies gedaan welke zijn
Energie Coöperatie Amsterdamse Haven (ECAH)
verzameld in de regionale roadmap IJmond. In de roadmap worden slimme
Naast vertraging op de verduurzamingsopgave heeft netcongestie een vergaande
oplossingen in beeld gebracht. Deze roadmap heeft geleid tot initiatieven
invloed op het vestigingsklimaat in het NZKG en het Amsterdams havengebied.
op bedrijventerreinen. Een voorbeeld hiervan is het bedrijventerrein in Uitgeest-
Bedrijven en de Port of Amsterdam hebben daarom de Energie Coöperatie
Noord waar verschillende bedrijven de mogelijkheid voor een groepscontract
Amsterdamse Haven (ECAH) opgericht. Door de ontwikkeling van een virtueel
uitwerken. In Beverwijk werken bedrijven in 4 clusters samen aan slimme
netwerk en afspraken te maken met Liander, helpt ECAH de huidige netcapaciteit
oplossingen. Rondom het bedrijventerrein Houtwegen is een voorstel ontstaan
op korte termijn beter te benutten.
om bedrijven en tuinders aan een warmtenet te koppelen om te kunnen voorzien
Op lange termijn creëert de coöperatie kennis van de lokale energiemarkt met
in de warmtevraag.
passende oplossingen. ECAH zorgt voor informatieoverdracht aan haar leden, bijvoorbeeld over energieopwekking, -opslag en energiemanagement en initieert
Ook in de Zeehaven IJmuiden en Velsen-Noord zijn haalbaarheidsstudies
ook projecten om langetermijndoelen te behalen, zoals:
uitgevoerd naar slimme oplossingen voor netcongestie. Hierbij wordt ook
•
continuïteit en betrouwbaarheid van een duurzame energievoorziening;
rekening gehouden met de ontwikkelingen in dit gebied, zoals de aanleg van
•
minder afhankelijkheid van de markt door aanwezige expertise en gezamen-
walstroom en grootschalige elektrificatie.
lijke inkoop; •
omschakelen van fossiel naar volledig hernieuwbare energie;
•
versterken van onderlinge samenwerking; sterk lokaal en sociaal netwerk;
•
versterken vestigingsklimaat.
75
ZONNEPANELEN OP HET DAK VAN EEN BEDRIJF IN AMSTERDAM | Foto: Jesse Kraal
76
Om bedrijven tegemoet te komen heeft Liander een 30-tal bedrijven Capaciteits-
NETCONGESTIE ONDERZOEK NETBEHEERDERS
beperkingscontracten (CBC) aangeboden. Dit betekent dat een bedrijf gewoon
Uit eerder onderzoek door Liander is gebleken dat congestiemanagement een
gebruik mag maken van capaciteit op het net, zolang deze ook beschikbaar is.
beperkte tot geen oplossing heeft geboden in de verschillende congestie
Het is de verwachting dat de bedrijven met CBC-contracten pas op zijn vroegst in
gebieden. Er is zeer beperkt of geen flexibel vermogen beschikbaar gevonden bij
de loop van 2025, bij dreigende congestie, te maken zullen krijgen met capaci-
klanten met een bestaande aansluiting boven 1 Megawatt (MW) op het elektri
teitsbeperkingen vanuit Liander.
citeitsnet. Wel is een deel van de klanten op de wachtlijst, met een niet-ingewilligde transportaanvraag, bereid en in staat een bijdrage te leveren aan congestie-
Niet elk bedrijf gebruikt op hetzelfde moment stroom. ECAH en Liander hebben
management. De voorziene fysieke congestie op een station kan met deze vorm
een groepscontract gesloten waarin is geregeld dat de gecontracteerde capaciteit
van congestiemanagement deels worden verminderd.
van bedrijven kan worden gemiddeld. Ook bedrijven zonder CBC-contract kunnen hieraan bijdragen. Hierdoor worden pieken in stroomverbruik bij leden opgevuld
Het congestieonderzoek van TenneT (150 kV) wordt momenteel uitgevoerd. Er
met dalen bij andere leden. Als ondanks deze middeling de maximale capaciteit
kan in deze fase nog niks worden gezegd over de resultaten/conclusies. Het
van het net dreigt te worden overschreden kan ECAH via haar virtuele net extra
congestieonderzoek (afname) Noord-Holland wordt na de zomer gepubliceerd.
capaciteit bij leden benutten. Zo kunnen bedrijven de stroom blijven gebruiken die zij nodig hebben. Dit actief ingrijpen door ECAH heet balanceren. Binnen ECAH delen bedrijven gecontracteerde netcapaciteit virtueel met elkaar. In periodes dat de volle capaciteit van het net niet door een bedrijf wordt benut, komt de onbenutte capaciteit beschikbaar voor andere bedrijven die onderdeel zijn van ECAH. De coöperatie creëert zo een kortetermijnoplossing voor net congestie en verkrijgt voor de lange termijn kennis van de lokale energiemarkt. ECAH zorgt voor informatieoverdracht aan haar leden, bijvoorbeeld over energieopwekking, -opslag en energiemanagement en initieert ook projecten om langetermijndoelen te behalen zoals continuïteit en betrouwbaarheid van een duurzame energievoorziening. Een volledige lijst van de bedrijventerreinen is te vinden in Addendum 6.
77
6. SYSTEEM- EN INFRASTRUCTUURANALYSE 6.1 SYSTEEMANALYSE
gebouwde omgeving, mobiliteit enz.). Bij de ontwikkeling van de vermogensvraag op de onderstations is het belangrijk de totale vraag op zo’n onderstation in
Om inzicht te krijgen in de onderlinge afhankelijkheid van de geplande energie
beeld te hebben. Om de ontwikkeling van de vermogensvraag van de andere
infrastructuur en de werking van het energiesysteem in beeld te brengen is in het
sectoren (niet industrie) in beeld te krijgen is gebruik van gemaakt landelijk
NZKG is een clustersysteemanalyse uitgevoerd. Als basis voor deze analyse is
beschikbare gegevens over de verwachting van de groei.
gebruikgemaakt van de verzamelde data over de verduurzamingsplannen van de industrie in het NZKG.
Het clustermodel is een geïntegreerd model van het energiesysteem in het cluster over de periode 2021 – 2050. De uitkomsten van de clustersysteem
In deze systeemanalyse zijn de bedrijven, en hun toekomstige energievraag
analyse zijn verwerkt in deze CES NZKG 2024.
samengebracht in een model (TEACOS) met de plannen van de netbeheerders (elektriciteit) en met de plannen voor het aanleggen van andere infrastructuur (bijvoorbeeld een stoomnet of een (regionaal) waterstofnetwerk). De modellering
6.2 INFRASTRUCTUURANALYSE
van de netwerken voor elektriciteit, gas, waterstof en CO₂ is uitgevoerd op basis van publiek beschikbare data met betrekking tot netwerkstructuur, capaciteit en
De geïnventariseerde noodzakelijke aanpassingen van de energie-infrastructuur,
geplande projecten28.
die in het NZKG nodig zijn om de verwachte ontwikkeling van de verschillende energiedragers te kunnen accommoderen, omvat een groot aantal projecten
Naast de energievraag van de industrie, is ook de energievraag van de overige
waarbij verschillende partijen samenwerken. Deze projecten adresseren een
sectoren meegenomen in het model. Het NZKG kent een grote verscheidenheid
aantal urgente knelpunten die noodzakelijk zijn voor het mogelijk maken van de
van functies in een relatief klein gebied. Dit heeft vooral gevolgen voor de
energietransitie voor de industrie in het NZKG.
modellering en de analyse van het elektriciteitssysteem. De onderstations van de netbeheerders Liander en TenneT worden door de industrie en door alle andere
6.2.1 I NFRASTRUCTUURAGENDA ELEKTRICITEIT – TENNET
sectoren (mobiliteit, gebouwde omgeving, bedrijventerreinen) gebruikt. In
De belangrijke elektriciteitsprojecten van TenneT worden weergegeven in het
sommige gevallen is slechts 5% van een onderstation in gebruik door de
volgende overzicht (figuur 24). De belangrijke elektrolyseprojecten (H2era en
industrie, en is het resterende deel in gebruik door andere sectoren (zoals de
Hy4Am, beiden groter dan 100 MW) zijn direct afhankelijk van de TenneT-infra-
28
78
Bij deze analyse is geen rekening gehouden met de relatie met andere clusters, en met (inter)nationale transporten.
structuur. Dit geldt ook voor sommige elektrificatieprojecten (groter dan 100 MW) van de industrie. De industriële verduurzamingsprojecten kleiner dan 100 MW worden aangesloten op het Liandernet en zijn daarmee ook afhankelijk van tijdige realisatie van de TenneT-infrastructuur. TenneT heeft de verwachte elektriciteitsvraag van de industrie (inclusief elektriciteitsproducenten en elektrolysers) doorgerekend in het kader van de infrastructuuranalyse. Geconcludeerd kan worden dat zowel op het 380 kVnetvlak als op het 150 kV-netvlak geen (nieuwe) knelpunten ontstaan als gevolg van de verwachte elektriciteitsvraag van de industrie in het NZKG. De MIEK-projecten die reeds in de CES NZKG 2022 zijn vastgesteld blijven ook in deze CES NZKG 2024 onverminderd actueel. De nut en noodzaak van de betreffende MIEK-projecten wordt ook in de CES NZKG 2024 in voldoende mate onderbouwd. Met name de snelle realisatie van 380/150 kV A9 Zuid, de realisatie van 150 kV Oostzaan en de uitbreiding op 380 kV Oostzaan zijn van groot belang voor de verduurzaming van de industrie. Van deze stations zijn veel projecten afhankelijk.
WERKZAAMHEDEN BIJ STATION OOSTZAAN | Foto: TenneT
Kanttekening hierbij is dat de verwachtingen van de vraag naar elektriciteit van de industrie in alle scenario’s hoger is dan de bandbreedte die TenneT eerder
Aanbeveling vanuit TenneT aan de industrie is om vraag en aanbod (bijv. van
heeft ingeschat (zie figuur 24). Deze constatering vraagt om nadere aandacht
offshore wind) goed op elkaar af te stemmen. Dit om vermogenstransporten over
c.q. onderzoek bij de op te stellen investeringsplannen (IP’s) en in de volgende
het 380 kV-netwerk van en naar het NZKG niet verder te laten toenemen en
CES NZKG. Mede omdat TenneT in de kwalitatieve netinfrastructuuranalyse
mogelijk zelfs te laten verminderen, om daarmee eventuele additionele
constateert dat de elektriciteitsinfrastructuur in de toekomst robuust is.
(complexe) netuitbreidingen/-investeringen in de toekomst te voorkomen.
79
FIGUUR 25: Voortgang projecten van TenneT T2. Verkenning WoZ-aanlanding T4. Nieuw 150 kV station Beverwijk en tracé Oterleek T5. Nieuw 380/150 kV station A9 Zuid T6a. Nieuw 150 kV station Sloterdijk T6b. Nieuw 150 kV station Westpoort T7. Vervanging 150 kV Hemweg T8. Uitbreiden 380 kV station Oostzaan T9. Nieuw 150 kV station Oostzaan T10. Netuitbreiding kop van Noord-Holland/A10-Noord 380 kV T11. Amsterdam Zuid-Oost 2022 2023
Plan
2024
FEED
2025
2026
Ontwerp
2027
2028
Constructie
2029
2030
2031
Bandbreedte
2032
2033
2034
2035
2036
In bedrijf
Target Grid perspectief Target Grid is de strategie van TenneT om de veranderingen van de energietransi-
Daarnaast wordt ook future-proof gebouwd. Dat wil zeggen dat als er nu –
tie te faciliteren. Die transitie zal voor de clusters betekenen dat de vraag naar
bijvoorbeeld – een vraag is van 2 GW maar we in de scenario’s zien dat er in de
elektriciteit sterk stijgt, al is niet met 100% zekerheid te zeggen hoe groot de
toekomst (na 2035) mogelijk 3 GW nodig is, dat TenneT daar nu dan ook al
vraag in de toekomst zal zijn. De strategie zegt daarover dat TenneT alvast wil
meteen rekening mee houdt.
beginnen met het voorbereiden voor de projecten die mogelijk kunnen zijn in
80
de periode na 2035 (tot die tijd loopt het investerings- plan), zonder meteen ook
Concreet voor de clusters wil dit zeggen dat als er een grote elektriciteitsvraag
een investeringsbeslissing voor die infrastructuur te nemen. Hierdoor wordt
voor de toekomst wordt verwacht (als uitkomst van een scenario) TenneT nu al
– als blijkt dat de infrastructuur nodig is – aan tijd gewonnen omdat dan al veel
wil beginnen met bijvoorbeeld strategische grondverwerving en de voorbereiding
voorbereidende werkzaamheden zijn gedaan.
van de vergunningverlening.
6.2.2 INFRASTRUCTUURAGENDA ELEKTRICITEIT – LIANDER
Het volgende overzicht geeft de planning weer van de belangrijkste elektriciteits
Liander investeert in de periode 2024 tot en met 2026 circa 1,5 miljard in de
projecten van Liander in het NZKG.
provincie Noord-Holland om het elektriciteitsnet te versterken. Om de vermogensgroei van de industrie te kunnen faciliteren is uitbreiding van het elektriciteitsnet noodzakelijk. Dit is reeds geconstateerd in de CES NZKG 2021 en de
FIGUUR 26: Voortgang projecten van Liander
CES NZKG 2022. De uitbreiding van het elektriciteitsnet is niet alleen van belang voor de industrie, maar ook voor onder andere de woningbouw, warmtetransitie,
L1. Hemweg 150/10 kV
duurzame opwek, groei en verduurzaming bedrijven. Het Noordzeekanaalgebied
L6. Westpoort 150/20 kV
kenmerkt zich niet alleen door havens en industrie, maar juist ook door de
L8. en 9. Oostzaan 150/50/10 kV
verwevenheid van wonen en werken. Dit zien we terug in de belasting van
L11. Beverwijk 50/10 kV
elektriciteitsstations en de drijfveren om het net te verzwaren. Er wordt verwacht dat het regionale elektriciteitsnet in het NZKG vanaf 2030 op sterkte komt. Een voorwaarde is wel dat alle geplande uitbreidingsinvesteringen door Liander en TenneT tijdig worden gerealiseerd. De netcongestie op het
L12. Petroleumhaven 50/10 kV L12. Sextantweg 50/10 kV L13. Zaandam Noord 50/10 kV L14. Zaandam West 50/10 kV
regionale net wordt onder andere door de uitbreiding en nieuwbouw van
L90. Basisweg 150/10 kV
elektriciteitsstations opgelost. Afhankelijk van het gebied binnen het NZKG
L91. Havenstad 150/10 kV
varieert de oplostermijn, het is de verwachting dat tussen 2025 en 2032 de
L92b. IJpolder 50/10 kV
verschillende nieuwbouw en uitbreidingen van Liander in bedrijf gaan. Gezien de
L93. Ruigoord 50/10 kV
vooraankondiging van congestie door TenneT in Noord-Holland betekent dit
L94. Zaanstad Hoogtij 50/10 kV
mogelijk dat hiermee de congestie niet wordt opgelost totdat het TenneT-net
L95. Velsen 50/10 kV
voldoende is uitgebreid. Liander heeft een kwalitatieve netimpactanalyse uitgevoerd op basis van de verwachte elektriciteitsvraag van de industrie vergeleken met de toekomstige
L96. IJmuiden 50/10 kV 2022 2023
Plan
2024
FEED
2025
2026
Ontwerp
2027
2028
Constructie
2029
2030
2031
Bandbreedte
2032
2033
2034
2035
2036
In bedrijf
netuitbreidingen. Dit heeft niet geleid tot nieuwe knelpunten, zodat geconcludeerd kan worden dat deze bestaande elektriciteitsprojecten onverminderd belangrijk zijn.
81
Het is wenselijk dat op een aantal aandachtspunten duidelijkheid komt met
De uitbreidingen van het elektriciteitsnet zijn langjarige trajecten. Voor de
betrekking tot de vermogensgroei binnen het NZKG:
realisatie van een nieuw Liander-elektriciteitsstation staat gemiddeld 5 tot 8 jaar. Doorlooptijden van meer dan 10 jaar komen ook voor en gezien de grote opgave
• Onzekerheden in route van 2030 naar 2050
is de kans groot dat doorlooptijden eerder richting de 8 jaar dan de 5 jaar gaan.
Voor 2040 en 2050 zijn de onzekerheden, zowel in de interviewdata als de data
Zoals in eerdere systeemstudies aangegeven pleit Liander voor toepassing van
waarover Liander beschikt, logischerwijs groter dan in 2030 en 2035. In de
meerdere energiedragers naast elektronen. Dit benadrukt de noodzaak om in de
interviewdata zien we dat aan de ene kant terug in relatief grote bandbreedtes
uitvoering van de CES hierop te blijven inzetten. Dit vereist keuzes en regie op
tussen verhaallijnen (zie addendum 8) en aan de andere kant dat vermogens
voorgenomen routes naar 2050.
uit 2030/2035 één-op-één worden overgenomen naar 2040 en 2050. De route die industriële partijen naar 2050 inslaan hangt af van het al dan niet beschik-
Voorkomen van knelpunten
baar komen van alternatieven voor de gasinfrastructuur, zoals bijvoorbeeld een
In het NZKG is een clustersysteemanalyse gedaan naar knelpunten op het
stoomnet of een waterstofnet naast het elektriciteitsnet.
elektriciteitsnet. Uit deze analyse komen een aantal knelpunten op het Liander-
• Elektrificatie logistiek vervoer Een aandachtspunt is de ontwikkeling ten aanzien van de elektrificatie van
der. Nieuwe stations geven letterlijk ruimte in het systeem. In sommige gevallen
logistiek vervoer. De netbeheerder verwacht in het Noordzeekanaalgebied dat
vindt bijvoorbeeld een verschuiving van de aansluiting van een bedrijf naar een
deze vermogensvragen enorme impact zullen hebben op het regionale net.
ander onderstation plaats, waardoor netcongestie voorkomen wordt. Door te
De zorg is dat bij de uitvraag van de industrie hier onvoldoende aandacht
schuiven in voedingsgebieden van stations kan het station met beschikbare
voor is geweest, en dat er een grote ‘laadbehoefte’ kan ontstaan bij industrie
ruimte belasting overnemen van een vollopend station. Hierdoor worden
en sectoren die niet ‘in scope’ van de CES-uitvraag zijn (bijvoorbeeld mobili-
knelpunten voorkomen en is er capaciteit voor verduurzaming van andere
teit).
industrie en sectoren. Ook eventuele bedrijfsverplaatsingen en de ontwikkeling
• Aandacht voor nieuwe ontwikkelingen met vermogensbehoefte Zo is de Energiehaven niet in scope van de uitvraag en zijn een beperkt aantal walstroomontwikkelingen meegenomen. De Energiehaven, maar ook juist walstroom aan de Energiehaven gekoppeld, kunnen van betekenis zijn voor de ontwikkeling van het regionale net. Deze ontwikkelingen zullen – voor zover mogelijk – worden meegenomen in de volgende ronde van de CES NZKG en in de investeringsplannen van de netbeheerders.
82
hoogspanningsnet (50 kV) voort. Hierover vindt overleg plaats met de netbeheer-
van een waterstofnet kunnen bijdragen aan respectievelijk meer of minder belasting van het regionale elektriciteitsnet.
6.2.3 INFASTRUCTUURAGENDA WATERSTOF Waterstofnetwerk NZKG, H2avennet en Zaannet Het waterstofnetwerk NZKG wordt ontwikkeld door HyNetworkServices (HNS, een dochteronderneming van Gasunie) en verbindt de grote vragers en aanbieders van waterstof in de regio. Dit netwerk is onderdeel van het landelijke netwerk. Hiermee wordt het NZKG verbonden met de andere industrieclusters, de opslagcapaciteit (zoutcavernes) in het Noorden van het land en met Duitsland. Het waterstofnetwerk NZKG is eind 2027 operationeel, de verbinding met Rotterdam is 2029 gereed en de realisatie van het gehele netwerk wordt in 2030 verwacht.29 Voor 2030 ligt de transportbehoefte die volgt uit de vraag en het aanbod van waterstof in lijn met de voorziene transportcapaciteit van zowel het waterstofnetwerk NZKG (circa 3-5 GW) als ook van het waterstofnetwerk Nederland (circa 10-15 GW).30 HNS werkt momenteel op basis van connection study agreements (zie
PROJECTKAART H2AVENNET WESTPOORT ( MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR PROVINCIE NOORD-HOLLAND )
addendum 7 voor het proces) voor een aantal industriële partijen aan de specifieke aansluitleidingen en eerste netwerkuitbreidingen. Deze overeen komsten sluiten trendmatig aan bij de opgave voor waterstof in de CES NZKG
Om vraag en aanbod te balanceren is opslag nodig. Door de verbinding van NZKG
2024. Het is de verwachting dat aankomend jaar meerdere partijen een aanslui-
met waterstofnetwerk Nederland krijgt het cluster ook toegang tot opslag die
ting aanvragen zodat het systeem in het cluster kan worden uitgebreid.
buiten de regio aan het netwerk gekoppeld zijn, bijvoorbeeld de zoutcavernes in Zuidwending. Dit aanvullend op de flexibiliteit die partijen binnen het Haven-
Voor waterstof is een landelijk dekkend transportnet nodig dat de vijf grote
Industrieel Complex zelf kunnen bieden. Waterstofopslag is al rond 2030 nodig
industrieclusters, opslag en het buitenland verbindt in 2030 en dat in de jaren
(Gasunie Infravisie). Daartoe werkt Gasunie aan de ontwikkeling van vier water-
erna verder wordt uitgebreid. Marktcommitment (in de vorm van transport
stofcavernes in Zuidwending.
overeenkomsten) voor het transportnetwerk is nodig om investeringsbesluiten voor de verbinding naar en in andere regio’s te nemen.
29 30
www.hynetwork.nl Hierbij dient te worden opgemerkt dat de opgegeven volumes niet direct iets zeggen over de gevraagde transportcapaciteit.
83
Op basis van de kwalitatieve analyse van Gasunie verwachten zij dat de huidige
6.2.4 INFRASTRUCTUURAGENDA WARMTE
ontwikkeling van vraag en aanbod van waterstof geaccommodeerd kan worden in
In potentie is het aanbod van warmte uit de industrie groot (zie hoofdstuk 3,
het toekomstige net. Daarnaast is het aannemelijk dat de gasinfrastructuur in de
figuur 10). In theorie lijkt dit een kansrijke optie, echter in de praktijk stuiten
toekomst beschikbaar komt voor het transporteren van waterstof, als gevolg van
warmteprojecten op allerlei bezwaren, m.n. ten aanzien van de financiering van
de daling van het gasverbruik.
de uitkoppeling en het transport van warmte. Onderzocht wordt welke mogelijkheden er zijn om de restwarmte van de industrie te kunnen koppelen aan de
Naast het hogedruknetwerk van HNS wordt gewerkt aan de ontwikkeling van
vraag in de omgeving. In het NZKG zijn desalniettemin verschillende warmte
H2avennet en Zaannet door Firan. Dit zijn lokale lagedrukwaterstofnetwerken in
projecten opgezet die hieronder worden beschreven:
het NZKG. De verwachting is dat industriepartijen die waterstof afnemen en elektrolysers hebben die waterstof produceren vanaf Q2 2026 kunnen worden
Warmtenetten Amsterdam
aangesloten op het gerealiseerde H2avennet. De planning van de realisatie van
Amsterdam heeft 2 grote warmtenetten die ongeveer 100.000 woningen,
H2avennet zal worden afgestemd op de oplevering van het hogedruknetwerk van
kantoren en andere gebouwen van warmte voorzien. Op dit moment wordt voor
HNS en de planningen van de potentiële invoerders. De algemene tendens is
deze warmtenetten restwarmte gebruikt van het AEB en elektriciteitscentrales
momenteel dat projecten vertragen. Daarom is het realistischer dat de ingebruik-
van Vattenfall. Westpoort Warmte (WPW) is de leverancier van stadsverwarming
name van deze kritieke infrastructuur pas opgang komt vanaf 2028. Het initiatief
in Amsterdam-Noord en -West. WPW is een joint venture waarin de gemeente
Zaannet bevindt zich nog in de studiefase. Deze regionale netten zullen t.z.t.
Amsterdam en Vattenfall Warmte N.V. beide voor 50% eigenaar zijn.
worden verbonden met het landelijke waterstofnetwerk. Stoomnet AEB AEB werkt aan een lokaal stoomnet in het Westelijk Havengebied waarmee het FIGUUR 27: Voortgang van de waterstof-infrastructuurprojecten
de nabijgelegen industrie stoom kan leveren uit de verbranding van afval. De ontwerpen van een stoomnet worden momenteel uitgewerkt. De verwachte start voor levering is 2026. Op dit moment is er echter nog geen FID genomen en
Waterstofnetwerk NZKG
worden de verschillende rollen van de betrokken partijen nog verder uitgewerkt
H2avennet
(o.a. de rol van Port of Amsterdam).
Zaannet 2022 2023
Studie
2024
FEED
2025
2026
Ontwerp
2027
2028
Constructie
2029
2030
In bedrijf
2031
2032
2033
2034
2035
2036
Warmtenet IJmond In de IJmond wordt onderzocht of de restwarmte van de industrie ingezet kan worden in een warmtenet voor de gebouwde omgeving. Men is voornemens het warmtenet in delen te ontwikkelen, De afzonderlijke delen zullen uiteindelijk op elkaar aangesloten kunnen worden tot één open warmtenet in de IJmond.
84
Met het warmtenet kunnen in totaal circa 30.000 woningequivalenten duurzaam
Het project ontwikkelt zich in verschillende fases:
worden verwarmd. Het investeringsbesluit voor het warmtenet IJmond is
Fase 0 Vaststellen programma aanleg regionaal NZKG CO₂-netwerk.
vertraagd omdat er overeenstemming moet komen tussen gemeenten en
Fase 1 Aansluiten AEB met bestaande leidingen aan nationaal netwerk en/of
woningcorporaties.
Rotterdam (Porthos/Aramis) (2028). Fase 2 Aanleg deel van het NZKG-netwerk in de Amsterdamse haven dat
Warmtenet Zaanstad
producenten van synthetische brandstoffen verbindt met fase 1 (2028).
In Zaanstad is een warmtenet aanwezig ten behoeve van verwarming van de
Fase 3 Uitbreiden NZKG-netwerk naar de IJmond/TSN (2030-2032).
bebouwde omgeving, beheerd door Warmtenetwerk Zaanstad B.V. Dit net wordt
Fase 4 Aansluiten emitters in Noord-Holland boven het NZKG.
gevoed door duurzame warmte van BioForte, een lokale kleinschalige biomassacentrale. Momenteel worden alle warmtebronnen van Zaanstad, inclusief
Richting 2050 wordt voorzien dat het CO₂-netwerk in Nederland benut blijft31.
restwarmte van industriële bedrijven in kaart gebracht. Met een industrieel
Door verduurzaming vermindert weliswaar de afvang richting 2050 maar blijft
bedrijf in Zaanstad loopt daarnaast al een specifieke verkenning naar uitkoppe-
gedeeltelijk bestaan. Daarnaast heeft de industrie een blijvende behoefte aan
ling van hun warmte.
(duurzame) koolstof als grondstof voor producten zoals plastic, staal en voor de productie van brandstoffen (Gasunie Infravisie).
6.2.5 INFRASTRUCTUURAGENDA CO₂ In het NZKG wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een regionaal CO₂-netwerk
6.2.6 INFRASTRUCTUURAGENDA METHAAN
ten behoeve van de ontwikkeling van CCU (bijv. voor de productie van syntheti-
Op basis van de huidige data lijkt de transportcapaciteit voldoende om aan de
sche brandstoffen) en CCS. Dit regionale netwerk wordt verbonden met het
(veranderende) vraag naar aardgas richting 2030 te voldoen, waarbij mogelijk wel
nationale CO₂-netwerk.
door veranderende locaties van deze vraag binnen het NZKG uitbreidingen op gasontvangstations nodig zullen zijn. De ruimtelijke impact van (uitbreidingen
In het NZKG is potentieel 1-2 Mton CO₂ af te vangen op jaarbasis vanaf 2028.
op) deze gasontvangstations is beperkt en kan waar mogelijk op het bedrijven
Een regionaal NZKG CO₂-netwerk kan vraag en aanbod in de IJmond en de
terrein zelf worden gerealiseerd.
Amsterdamse haven met elkaar verbinden. Het ligt voor de hand om maximaal gebruik te maken van bestaande leidingen (het NZKG is reeds verbonden met het
Op de lange termijn neemt de transportbehoefte naar aardgas af32. Deels wordt
OCAP-netwerk, een CO₂-leiding verbonden met de glastuinbouw en Rotterdam)
aardgas vervangen door groen gas, waarbij dezelfde infrastructuur als voor
en de mogelijkheden van afvoer per schip te onderzoeken.
aardgas gebruikt kan worden. De gasinfrastructuur die vrijkomt door een afname van het gebruik kan wellicht (deels) worden ingezet voor het transport van bijvoorbeeld waterstof en mogelijk CO₂.
De mogelijke toename van het aanbod van CO₂ in NZKG in de scenario’s van de netbeheerders is vanwege aannames over de productie van blauwe waterstof en de locaties daarvan in het scenario Europese Integratie, zie ook addendum 7. 32 De mogelijke toename van de methaanvraag in NZKG in de scenario’s van de netbeheerders is vanwege aannames over de productie van blauwe waterstof en de locaties daarvan in het scenario Europese Integratie, zie ook addendum 7. 31
85
7. EFFECTENANALYSE De industriële verduurzamingsprojecten en de energieinfrastructuurprojecten hebben effect op de omgeving en de maatschappij. Het NZKG wordt gekenmerkt door de grote variatie aan functies in een klein gebied. Woningbouw, natuur en industrie zitten vaak dicht op elkaar en hebben effect op elkaar.
7.1 KLIMAATEFFECTEN De CO₂-uitstoot in 2021 van de industrie en energieproductie in het NZKG was 14,5 Mton. De uitstoot van de industrie was 12,1 Mton, waarvan 11,6 Mton34 vrijkwam bij de productie van staal bij TSN. In de tabel op de volgende pagina is voor de belangrijkste projecten (zie hoofdstuk 4.2) in beeld gebracht hoeveel klimaatwinst wordt behaald
Aan de hand van een aantal (relevante) indicatoren die gebruikt worden in de
per project.
Brede Basismonitor33 van de provincie Noord-Holland worden hieronder effecten van de projecten uitgezet. Deze indicatoren zijn: •
klimaateffecten
•
milieueffecten
•
ruimtebeslag
•
natuureffecten
•
economische effecten
De Brede Basismonitor is een instrument dat laat zien hoe de welvaart in de provincie Noord-Holland zich in de brede zin van het woord ontwikkelt. Hierbij gaat het om materiële thema’s als economie en werk, als om gezondheid, natuur, klimaat etc. 34 2021 was voor TSN geen goed referentiejaar. De CO2-uitstoot die vrijkomt bij de productie van staal bij TSN bedraagt 12,6 Mton baseline. 33
86
TABEL 4: Klimaateffecten van de belangrijkste verduurzamingsprojecten van de industrie
Project
Wie/wat
CO₂ reductie in 2030 (Mton per jaar)
HeraCless
Fase 1 HeraCless – overschakeling van de staalproductie van hoogovens naar DRP.
5 Mton (scope 1 en 2, gebaseerd op 12,6 Mton CO2-uitstoot baseline).
Besparing van energie bij de industrie
Diverse projecten bij de industrie, gericht op besparing van energie (bijv. hergebruik restwarmte, efficiëntere productieprocessen enz.)
0,05 Mton CO₂ (scope 1).
Elektrificatie via e-boilers en warmtepompen
Industrie (excl. energiecentrales).
0,04 Mton CO₂ (scope 1).
Inzetten van waterstof als brandstof
Industrie (excl. energiecentrales).
0,05 Mton (scope 1).
CO₂-afvang
AEB (aurora).
0,5 Mton (scope 1).
Stoom
AEB, levering van stoom aan omliggende industrie.
0,11 Mton (scope 1).
Overschakeling fossielvrije brandstoffen voor gascentrales
Vermindering van hoeveelheid elektriciteit geproduceerd met gascentrales, gedeeltelijk gecompenseerd met opwekking van elektriciteit en warmte uit duurzame bronnen.
1,05 Mton (scope 1).
Elektrolysers
HyCC (H2era, 500 MW) en Vattenfall (Hy4Am, 200 MW)
0,56 Mton (scope 3).
Groene waterstofproductie in het NZKG.
Fossielvrije brandstoffen (synthetische en biobrandstoffen)
Productie van synthetische kerosine uit waterstof en CO₂ (o.a. Synkero).
0,7 Mton (scope 3: vermeden CO₂-uitstoot van kerosine). 0,2 tot 0,5 Mton (scope 3 vermeden CO₂-uitstoot van andere brandstoffen, afhankelijke van productmix in 2030.
Totaal (ambitie in 2030)
6,8 Mton
87
ADDITIONELE KLIMAATWINST De additionele klimaatwinst met de uitvoering van de investeringsagenda
De realisatie van alle MIEK-projecten voor elektriciteitsinfrastructuur in het NZKG
(electrolysers, importterminals, fossielvrije brandstoffen etc.) levert een
levert in 2050 een emissiereductie op van 1,8 Mton CO₂, mits de toegenomen
klimaatwinst op van 3 Mton CO₂ (scope 2 en 3).
elektriciteitsvraag door groene stroom wordt ingevuld.
TABEL 5: Overzicht van de additionele klimaatwinst van projecten in het NZKG
Project
Omschrijving
Beoogde indirecte CO₂-reductie in 2030
Elektrolysers
Groene waterstofproductie in het NZKG (H2era en Hy4Am).
0,56 Mton (scope 3).
Importterminals waterstof
Import van 200 kton groene waterstof die wordt gebruikt als grondstof of als brandstof ter vervanging van fossiele grondstoffen in het NZKG.
200 kton groene waterstofimport ter vervanging van fossiele grondstoffen geef een emissiereductie van 1,77 Mton.
Duurzame brandstoffen (synthetische en biobrandstoffen)
Productie van synthetische kerosine uit waterstof en CO₂ (o.a. Synkero).
0,7 Mton (scope 3: vermeden CO₂-uitstoot van kerosine). Alsmede 0,2 tot 0,5 Mton (scope 3 vermeden CO₂-uitstoot van andere brandstoffen, afhankelijk van productmix in 2030).
Totaal
88
3 Mton CO₂
7.2 MILIEUEFFECTEN Voor het daadwerkelijk inpassen van nieuwe ambities en concrete projecten voor de energietransitie en verduurzaming van de industrie is milieuruimte nodig. Concreet gaat het onder andere over omgevingsveiligheid (voorheen externe veiligheid), geluid en mogelijk ook geur. Milieuruimte is één van de schaarse middelen in het NZKG en kan dus een risicofactor vormen om projecten gerealiseerd te krijgen. De druk op de beschikbare fysieke en milieu- risicoruimte zal in de komende jaren fors toenemen. Dit doordat het oude fossiele systeem tijdelijk naast het nieuwe niet-fossiele energiesysteem zal bestaan en duurzame energiedragers vaak een ander (groter) risicoprofiel kennen. Maar ook doordat andere opgaven, zoals de woningbouwopgave, een claim leggen op de beschikbare ruimte. Om de energietransitie te faciliteren is meer risicoruimte nodig, anders zal deze niet slagen.
OVERZICHTSFOTO TSN | Foto: TSN
Door het realiseren van bovengenoemde transities en emissiereductie bij de
De provincie Noord-Holland heeft ook Industrieterreinen van Regionaal Belang
industrie kan juist ook weer milieuruimte ontstaan in de toekomst. Kortom, de
aangewezen. Dit houdt in dat de provincie zonebeheerder is en bij vergunning-
opgave is zowel ruimtelijk als in tijd. Deze opgave wordt ook benoemd in het
verlening toetst aan de grenswaarden van geluidsbelasting van alle inrichtingen
Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied.
op het gezoneerde industrieterrein.
In het NZKG zijn twee regimes uit de provinciale omgevingsverordening relevant:
Het Programmabureau NZKG heeft een inventarisatie laten maken van de ruimte
dat zijn de Industrieterreinen van Provinciaal Belang (IPB) en de Industrieterrei-
en milieucontouren voor de energieprojecten in het NZKG35.
nen van Regionaal Belang (IRB). De bedoeling van het IPB is om ruimte te reserveren voor activiteiten die ondersteunend zijn aan de energietransitie,
Voor de meeste CES-projecten36 is in principe al geluidruimte op de gezoneerde
circulaire economie, havengebonden activiteiten en hoge categorie milieubedrij-
industrieterreinen gereserveerd. Voor omgevingsveiligheid geldt dit niet, het
ven. Om de IPB ligt een milieucontour, waarbinnen het van belang is dat in de
huidige risicobeleid biedt onvoldoende risicoruimte (Bron: Evaluatie externe
ruimtelijke afweging rekenschap wordt gegeven van de milieueffecten van de
veiligheidsbeleid gebiedsvisie Westpoort, RHDHV). Duurzame energiedragers
industrie op dit gebied. Het belang van een gezonde leefomgeving dient hier
kennen namelijk een ander (vaak groter) risicoprofiel. Nieuw gemoderniseerd
afgewogen te worden.
risicobeleid is nodig om aan deze randvoorwaarde te kunnen voldoen.
35 36
RHDHV, ruimtebeslag en milieueffecten energietransitie NZKG, 2024. De CES-projecten zijn de projecten die in de CES benoemd worden; zowel infrastructuur als industrieprojecten.
89
Een grote kanttekening hierbij is dat dit onderzoek zich alleen heeft gericht op
Daarnaast kan geluid dat voldoet aan wet- en regelgeving alsnog hinderlijk zijn
de nu bekende projecten. Veranderingen zijn inherent aan een transitie. Het is
voor omwonenden. Zo is er nog geen specifieke landelijke wetgeving voor
onmogelijk om de aard en impact van toekomstige energieprojecten die nodig
laagfrequent geluid in Nederland en is de frequentie van piekgeluiden momen-
zullen zijn voor de verduurzaming van het NZKG in te schatten. Toekomstige
teel nog niet genormeerd, terwijl juist dit soort geluiden veel hinder
activiteiten en de schaal van de projecten zullen bepalend worden voor de
veroorzaken.
benodigde milieuruimte in de toekomst, waarbij je ervan uit kunt gaan dat de schaal in 2050 vele malen groter is dan waar de concrete projecten nu opgeteld
Om te bepalen of er voldoende geluidsruimte aanwezig is binnen de geluidszo-
op uit komen. Dit onderzoek moet binnen deze context beschouwd worden.
nes is onderzoek voor ieder project nodig. Mogelijk zijn er extra kosten gemoeid met mitigerende maatregelen of zijn ruimtelijke aanpassingen nodig dan wel
OMGEVINGSGELUID
andere maatregelen. Ook kan dit een negatief effect hebben op het tijdspad voor
Alle energietransitie-projecten in het NZKG liggen binnen de geluidzones van de
de vergunningverlening.
gezoneerde industrieterreinen. Voor de meeste bekende CES-projecten is in principe al geluidruimte op de gezoneerde industrieterreinen gereserveerd. Er
Omdat voor bedrijven met een milieuvergunning per vergunningenprocedure
zijn echter veel projecten nog vertrouwelijk van aard, hierdoor is het onbekend of
bekeken moet worden of het past kan dit voor verschillende projecten op
een dergelijk project past binnen de geluidszone.
gezoneerde industrieterreinen leiden tot knelpunten. •
De geluidszones van alle industrieterreinen, behalve Hoogtij, hebben weinig
Voor bedrijven met een milieuvergunning moet per vergunningenprocedure
ruimte voor nieuwe projecten. Daarom moet per project/vergunning beoor-
gekeken worden of de nieuwe activiteit in de beschikbare geluidruimte past.
deeld worden of het inpasbaar is in de geluidszone.
Kanttekening hierbij is dat de projecten op locaties liggen waar al relatief veel
•
TSN is gevestigd op een industrieterrein van regionaal belang. Het bedrijf
geluid wordt geproduceerd. Toename van de geluidproductie kan een knelpunt
gebruikt het grootste deel van de geluidruimte die beschikbaar is op dit
zijn in deze gebieden: de beschikbare geluidruimte zit vaak al aan zijn grenzen.
industrieterrein, daarnaast gebruiken ook andere bedrijven op dit terrein geluidruimte. De geluidruimte is volgens de zonebeheerder (OD NZKG) met de geluidproductie van deze bedrijven zo goed als vol en met name in de nacht is er op dit terrein volgens de zonebeheerder geen geluidruimte beschikbaar voor nieuwe activiteiten. Dit betekent dat het project HeraCless
GEZONEERD INDUSTRIETERREIN
binnen de kaders die bestaan moet worden uitgevoerd. Voor dit project wordt een MER opgesteld waarvoor onlangs de cNRD is gepubliceerd.
Een gezoneerd industrieterrein is een type industrieterrein waarin specifieke regels gelden met betrekking tot geluid. Binnen deze terreinen moet per project beoordeeld worden of de geluid productie van het project inpasbaar is in het zonebeheer van het terrein.
90
•
Het project Energiehaven vindt plaats binnen de geluidszone van TSN. Uit nader onderzoek moet blijken of er voldoende geluidruimte is.
De beschikbare geluidruimte per industrieterrein is indicatief samengevat in de
Voor veel typen projecten in de CES NZKG 2024 geldt dat zowel de aandachts
onderstaande tabel.
gebieden van belang zijn als het plaatsgebonden risico met de PR 10-6 contour als norm37.
TABEL 6: Beschikbare geluidruimte per gezoneerd industrieterrein
Projecten waar er effecten zijn op omgevingsveiligheid zijn: Gezoneerd industrieterrein
Beschikbare geluidruimte
•
waterstofelektrolyse;
•
waterstofbuisleiding;