2. Bijlagen bij raadsinformatiebrief Stand van zaken netuitbreidingen - programma EVA.pdf
Tekst van het document
Bijlmer-Oost; Weesp-Zuid; ‘s Graveland; Amstelveen-Zuid.
Het aansluiten van het nieuwe 150kV-station op bovengenoemde 150kV-stations maakt echter geen onderdeel uit van dit project. Wel zal worden gekeken naar de ligging van het nieuw te realiseren station ten opzichte van de aan te sluiten stations. Samenvattend bestaat het project station A'dam ZO uit de volgende onderdelen: • •
• • •
de aanleg van een nieuw 380/150kV-station tussen de bestaande stations Diemen en Breukelen-Kortrijk; een bovengrondse verbinding van het nieuwe 380kV-station naar de bestaande bovengrondse 380kV-verbinding tussen Diemen en Breukelen-Kortrijk. De bovengrondse 380kV-verbinding bestaat uit een mastenrij naar Diemen en een mastenrij naar Breukelen-Kortrijk; een ondergrondse verbinding van het nieuwe 150kV-station naar de bestaande bovengrondse 150kV-verbinding tussen Diemen en Breukelen; noodzakelijke (tijdelijke) toegangswegen naar het nieuwe 380/150kV-station; landschappelijke inpassing van het nieuwe 380/150kV-station.
6
Figuur 1: afbeelding van een 380/150kV openluchtinstallatie (AIS-station)
Figuur 2: afbeelding van een opstijgpunt
1.3
Wie zijn er bij het project betrokken? In deze paragraaf zijn de betrokken organisaties en hun rollen en verantwoordelijkheden binnen het project beschreven. De ministers van KGG en VRO De minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) en de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) zijn het bevoegd gezag voor het vaststellen van een projectbesluit voor het uitvoeren van projecten gericht op uitbreiding van het landelijk
7
hoogspanningsnet op een spanningsniveau van 220kV of hoger. Sinds de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking is getreden, doorlopen deze energie-infrastructuurprojecten de projectprocedure. Als projectminister coördineert de minister van KGG de besluitvorming van het project. Zij legt, in overeenstemming met de minister van VRO, de definitieve locatie en het ontwerp van het nieuwe station vast in het projectbesluit. Het projectbesluit wordt gezamenlijk met de uitvoeringsbesluiten (benodigde vergunningen en ontheffingen) ter inzage gelegd. In paragraaf 1.7 van dit V&P staan de verschillende stappen in de projectprocedure uitgebreider beschreven. TenneT TenneT is als landelijk netbeheerder de initiatiefnemer voor de bouw en realisatie van het station A'dam ZO. Als beheerder van het landelijke hoogspanningsnet verzorgt TenneT het elektriciteitstransport van grote stroomproducenten van en naar de netten van de regionale netbeheerders. In een enkel geval transporteert TenneT stroom ook naar grote afnemers. RVO De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), een uitvoerende dienst van het ministerie van KGG, ondersteunt het ministerie met de vergunningverlening, informatievoorziening en communicatie rondom de projectprocedure.
Decentrale overheden Het ministerie van KGG en TenneT werken voor dit project nauw samen met de betrokken decentrale overheden: de gemeenten Amsterdam, Diemen en De Ronde Venen, de provincies Noord-Holland en Utrecht en het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. De gemeente, provincie en het waterschap binnen wiens gebied het station gepland wordt, kunnen het bevoegd gezag zijn voor het verlenen van bepaalde vergunningen en/of ontheffingen die nodig zijn om het nieuwe station te kunnen realiseren. Overige partijen Hoe inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij het project worden betrokken, vindt u terug in het voorstel voor participatie (deel 2 van dit V&P). 1.4
Uitgangspunten Er zijn een aantal uitgangspunten startpunt voor de verkenning naar de locatie voor het nieuwe station A’dam ZO. Voor het nieuwe station gelden de hieronder opgesomde (net)technische en ruimtelijke uitgangspunten. (Net)technische uitgangspunten: 1. Het 380kV-station wordt bovengronds aangesloten op de bestaande 380kVverbinding tussen Diemen en Breukelen-Kortrijk. Het 150kV-station wordt ondergronds aangesloten op de bestaande 150kV-verbinding tussen Diemen en Breukelen. Op verschillende punten in het landelijke hoogspanningsnet zijn er knelpunten op het elektriciteitsnet door netcongestie. Op de bestaande stations in de regio Amsterdam, waaronder het hoogspanningsstation Diemen, is onvoldoende ruimte om uit te breiden om deze knelpunten op te lossen. Om te voorkomen dat het elektriciteitsnet in de regio (verder) overbelast raakt, dient er een nieuw hoogspanningsstation te komen. De stationslocatie dient gunstig te liggen ten opzichte van de te voeden 150kV-stations in de regio Amsterdam. Hierdoor worden de hinder tijdens de aanlegfase, de ruimteclaim, de maatschappelijke kosten en de onderhouds- en beheeropgave van TenneT zoveel mogelijk beperkt; 2. De afstand tot de bestaande 380kV-verbinding is maximaal 2 kilometer.
Een bovengrondse 380kV-verbinding met een grotere afstand dan 2 kilometer van de bestaande 380kV-verbinding heeft een dermate grote ruimtelijke impact in dit gebied dat
8
een dergelijke locatie onhaalbaar wordt geacht. Daarnaast liggen buiten de straal van 2 kilometer aan de oost- en westkant de woonkernen van Weesp en Diemen/Amsterdam. Aan de noordzijde ligt het IJmeer en aan de zuidzijde ligt de Stelling van Amsterdam; 3. Het 380kV-station en het 150kV-station worden in principe als een gecombineerd station gebouwd. Een gecombineerd 380/150kV-station is het standaard ontwerp van TenneT. Het kost minder tijd om een gecombineerd station aan te leggen en de kosten ervan zijn lager. Bovendien is het makkelijker om het 380kV-station te verbinden met het 150kV-station omdat ze naast elkaar liggen. Er zijn geen extra kabels en geen extra tracering voor de kabels nodig om de stations met elkaar te verbinden. Dit zorgt voor minder tijd in de ontwerpfase, minder benodigde ruimte in de ondergrond en daarmee minder impact voor de omgeving; 4. Het station wordt gebouwd als een openluchtinstallatie (AIS-station). TenneT bouwt standaard een AIS-station, omdat die het meeste bijdraagt aan de leveringszekerheid waartoe TenneT wettelijk verplicht is. Een AIS-station is namelijk minder onderhoudsgevoelig en kan sneller worden gerepareerd dan installaties in een overdekt Gas Insulated Switchgear-station (GIS-station).
Omdat het nieuwe station A’dam ZO deel gaat uitmaken van een belangrijke hoogspanningsverbinding, die cruciaal is voor zowel de leveringszekerheid als de internationale elektriciteitsuitwisseling, dient het risico op langdurige storingen minimaal te blijven. Daarnaast heeft een AIS-station een lagere milieubelasting en bevat deze ook veel minder SF6-gas, een krachtig broeikasgas dat TenneT - in lijn met Europese regelgeving - zo min mogelijk inzet. Alleen indien de bouw van een AIS-station ruimtelijk niet mogelijk is, wordt een GIS-station overwogen, wat een kleiner ruimtebeslag heeft en volledig geplaatst is in een gebouw. In de als bijlage toegevoegde voorverkenning wordt op pagina 11 uitgebreider ingegaan op het verschil tussen een AIS-station en een GIS-station. Ruimtelijke uitgangspunten: 1. Het station ligt niet in het kerngebied van Unesco-Werelderfgoed de Hollandse Waterlinies. Een projectbesluit mag de kernkwaliteiten van werelderfgoederen niet aantasten. Dit is wettelijk verankerd in de Omgevingswet. Mogelijk kan hiervan afgeweken worden als er onvoldoende geschikte alternatieve (zoek)locaties beschikbaar zijn, maar daar is bij dit project geen sprake van; 2. Het station heeft een totaal benodigd oppervlakte van ongeveer 25 hectare. Het station heeft een grootte van ongeveer 400 x 500 meter (20 hectare).
Daarnaast is er nog ruimte nodig voor de veiligheidsmaatregelen van het station (ongeveer 5 hectare); 3. Het station raakt geen woonkern. Woonkernen en vastgestelde woningbouwplannen vormen een fysieke belemmering voor de nieuwe stationslocatie en worden daarom zo veel mogelijk vermeden. Voor de bovengronds aansluiting op de bestaande 380kV-verbinding geldt dat, vanwege het voorzorgbeleid voor magneetvelden, nieuwe gevoelige bestemmingen zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Hierbij geldt een richtafstand van 500 meter tot gevoelige bestemmingen. De aanduiding ‘woonkern’ is geen concreet begrip en kent ook geen harde grens. Relevant hierbij is het vigerende voorzorgbeleid voor gezondheidsaspecten van elektromagnetische velden, zoals ook vastgelegd in de NOVI. Dit beleid schrijft voor dat zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij gevoelige bestemmingen, zoals woningen, binnen de 0,4 microtesla contour van een bovengrondse verbinding aanwezig zijn (zie ook rivm.nl/hoogspanningslijnen); 4. Het station heeft geen overlap met bovenregionale infrastructuur, omdat de ruimtelijke impact van de omvang van het station hiervoor te groot is. Het gaat hier bijvoorbeeld om wegen, primaire watergangen en spoorwegen. De aansluitingen op de bestaande verbindingen mag wel infrastructuur kruisen; 5.
Het station ligt niet in Natura 2000-gebied. Natura 2000-gebieden zijn wettelijk beschermd. In een Natura 2000-gebied mogen geen werkzaamheden worden uitgevoerd
9
die significant negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied. 1.5
Voorgeschiedenis Voorafgaand aan het publiceren van dit ‘voornemen en voorstel voor participatie’ (V&P) hebben het ministerie van KGG, TenneT en de decentrale overheden (de gemeenten Amsterdam, Diemen en De Ronde Venen en de provincies Noord-Holland en Utrecht) gezamenlijk een voorverkenning uitgevoerd. Het doel van deze voorverkenning was om binnen de gestelde uitgangspunten te komen tot een zoekgebied. Vervolgens zijn binnen dit zoekgebied een aantal zoeklocaties geselecteerd waarbinnen het nieuwe station en de verbindingen mogelijk gerealiseerd kunnen worden. In de zomer van 2024 hebben de betrokken partijen een proces opgestart om alle mogelijke zoeklocaties tussen de bestaande hoogspanningsstations Diemen en BreukelenKortrijk in beeld te brengen. Tijdens twee werksessies in juli en september 2024 hebben TenneT en de decentrale overheden aandachtspunten aangedragen voor een voorverkenning en de vervolgfase. De voorverkenning is afgestemd met de bestuurders van de betrokken decentrale overheden en vormt het vertrekpunt voor dit V&P. De voorverkenning is als een bijlage toegevoegd aan dit V&P (zie bijlage 1). De uitkomsten van de voorverkenning worden kort beschreven in de volgende paragraaf.
1.6
Zoekgebied en zoeklocaties In deze paragraaf beschrijven we beknopt de uitkomsten van de voorverkenning. Deze voorverkenning is als een bijlage toegevoegd aan dit V&P (zie bijlage 1). In figuur 3 is het zoekgebied voor het nieuwe station weergegeven op basis van de beschreven uitgangpunten in paragraaf 1.4. In deze figuur zijn ook de vier zoeklocaties aangegeven die uit de voorverkenning naar voren zijn gekomen als kansrijke zoeklocaties binnen dit zoekgebied. Dit zijn de zoeklocaties waar dit V&P betrekking op heeft. Deze vier zoeklocaties zullen binnen de projectprocedure nader worden onderzocht. De kansrijke zoeklocaties die in figuur 3 zijn weergegeven, zijn de uitkomst van het trechteringsproces zoals dat in de voorverkenning is doorlopen. In de voorverkenning zijn binnen het zoekgebied eerst 11 geografisch logische zoeklocaties onderscheiden. Deze zijn vervolgens getoetst aan de eerdergenoemde (net)technische en ruimtelijke uitgangspunten en een eerste keer beoordeeld op haalbaarheid. Op basis van deze beoordeling zijn een aantal zoeklocaties afgevallen. Alleen zoeklocaties A t/m D (zoeklocaties 5 t/m 8 uit de voorverkenning) worden als kansrijk beschouwd om verder te onderzoeken. Hieronder staan de kenmerken en een korte beschrijving van de kansrijke zoeklocaties.
Zoeklocatie A ligt in de Gemeenschapspolder deels in de gemeente Amsterdam (provincie Noord-Holland) en gemeente Diemen (provincie Noord-Holland). De Gemeenschapspolder is een gebied met een slagenlandschap van weilanden en sloten in een strokenverkaveling. Sommige delen zijn begroeid met bomen. Er is een groot gebied met volkstuinen aanwezig en er is lintbebouwing langs de dijk. Ook zijn er enkele regionale fietsroutes, diverse wandel- en ruiterpaden aanwezig. Recreatief is de polder van groot belang voor de inwoners van Diemen en Amsterdam Oost, IJburg en Zuidoost. Het gebied wordt omsloten door de spoorlijn tussen Amsterdam en Hilversum-Noord), het Amsterdam-Rijnkanaal (oost), het dorp Driemond en het riviertje de Gaasp (zuid) en de autosnelweg. Zoeklocatie B ligt deels in gemeente Amsterdam (provincie Noord-Holland) en gemeente De Ronde Venen (provincie Utrecht). Het gebied wordt gekenmerkt door een slagenlandschap met weilanden en sloten in een strokenverkaveling. Er is een drinkwaterbedrijf van Waternet in het gebied en zijn er enkele grote boerderijen aan de randen van het gebied. Het gebied wordt omsloten door het riviertje de Gaasp (noord,
10
noordoost), het riviertje de Gein (west, zuidoost), het randpark van de woonwijk Gein (west) en de Gaasperplas (noordwest). Zoeklocatie C ligt in de Aetsveldsepolder West in gemeente De Ronde Venen (provincie Utrecht). Het gebied kenmerkt zich door een slagenlandschap met weilanden en sloten in een strokenverkaveling. Het gebied wordt begrensd door de Provinciale weg (N236) (noord), het Amsterdam-Rijnkanaal (oost), een voortzetting van het slagenlandschap (zuid) en het riviertje de Gein (west). Het zuidelijke deel van dit gebied is gelegen in de Hollandse Waterlinies (Werelderfgoed). Zoeklocatie D ligt in de Aetsveldsepolder Oost en ligt in de gemeente Amsterdam (provincie Noord-Holland). Het gebied kenmerkt zich vooral door een slagenlandschap met weilanden en sloten in een strokenverkaveling. Er zijn een golfbaan, een volkstuinencomplex en enkele grote boerderijen aanwezig. Het gebied wordt begrensd door de Provinciale weg (N236) (noord), de woonwijk Aetsveld in Weesp (oost), een continuering van het slagenlandschap (zuid) en Amsterdam-Rijnkanaal (west). Het oostelijke deel van het gebied is gelegen in de Hollandse Waterlinies (UnescoWerelderfgoed).
Figuur 3: Kansrijke zoeklocaties in het zoekgebied: A - Gemeenschapspolder, B - Waternet Amsterdam Zuidoost, C - Aetsveldsepolder West, D - Aetsveldsepolder Oost (zoeklocaties A t/m D komen overeen met zoeklocaties 5 t/m 8 uit de voorverkenning)
In de voorverkenning is ook onderzocht of er andere zoeklocaties in beeld komen wanneer het station gescheiden, oftewel wanneer het 380kV-station en het 150kV-station los van
11
elkaar, gerealiseerd zou worden. Dit bleek niet het geval te zijn. Zie de voorverkenning in bijlage 1 voor een uitgebreidere toelichting. 1.7
Projectprocedure De Rijksoverheid coördineert de besluitvorming van energieprojecten met een nationaal belang. De minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) is hiervoor verantwoordelijk. Dit geldt onder andere voor uitbreidingen van het landelijk hoogspanningsnet op een spanningsniveau van 220kV of hoger. Sinds de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking is getreden, doorlopen deze energie-infrastructuurprojecten de projectprocedure.
Figuur 4: Schematische weergave van de projectprocedure voor het station A'dam ZO
De projectprocedure eindigt met het nemen van het projectbesluit. De minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) en de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) nemen samen dit besluit. Hierin worden de definitieve locatie en het ontwerp van het
12
nieuwe station A'dam ZO vastgelegd en staan alle maatregelen die genomen worden om de uitvoering van het project mogelijk te maken. De projectprocedure kent twee fasen: de verkenningsfase en de planuitwerkingsfase. In deze paragraaf worden deze fasen verder toegelicht. Tijdens de procedure kunt u op verschillende momenten reageren, een zienswijze indienen of in beroep gaan. Hieronder bij de beschrijving van de stappen leest u hoe dit werkt. Fase 1: de verkenningsfase Stap 1: Voornemen en voorstel voor participatie De projectprocedure start met de bekendmaking van dit ‘voornemen en voorstel voor participatie’ (V&P). In het V&P staat beschreven wat het project inhoudt, wie erbij betrokken zijn, hoe de procedure eruitziet en op welke manieren u kunt reageren. Iedereen kan reageren op de verschillende onderdelen van het V&P. Het V&P is het startpunt van de verkenning naar een geschikte locatie voor het nieuwe station A'dam ZO. Stap 2: Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept-NRD) Na het V&P volgt de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept-NRD). Dit is het onderzoeksplan: een belangrijk document in de mer-procedure (de procedure bij een milieueffectrapport (MER) noemen we de mer-procedure). Deze procedure onderzoekt de milieugevolgen van het project op de verschillende locaties (alternatieven) en zorgt ervoor dat deze worden meegewogen in de besluitvorming.
In de concept-NRD staan welke locaties (alternatieven) in het plan-milieueffectrapport (plan-MER) verder worden onderzocht en hoe deze onderzoeken worden gedaan. De concept-NRD wordt ter inzage gelegd zodat reacties hierop meegenomen kunnen worden in de definitieve versie. Ook wordt de concept-NRD voor onafhankelijk advies voorgelegd aan de Commissie mer. Stap 3: Vaststellen Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Na publicatie en terinzagelegging van de concept-NRD, zullen de reacties hierop betrokken worden bij de definitieve Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De definitieve NRD wordt vastgesteld door de minister van KGG in overeenstemming met de minister van VRO. Stap 4: Ontwerpvoorkeursbeslissing en Integrale Effectenanalyse (inclusief plan-MER) Voor de in de NRD opgenomen locaties (alternatieven), worden vervolgens de effecten op het milieu en de omgeving in kaart gebracht. Dit gaat bijvoorbeeld over mogelijke hinder voor planten, dieren en omwonenden. Ook wordt onderzocht hoe deze hinder verminderd of gecompenseerd kan worden. Naast milieueffecten spelen andere factoren een rol bij de besluitvorming, zoals: • • • •
Technische haalbaarheid – kan de locatie goed worden aangesloten op het bestaande elektriciteitsnet? Kosten – wat zijn de investerings- en onderhoudskosten? Toekomstbestendigheid – blijft de locatie geschikt bij een groeiende energievraag en toekomstige uitbreidingen? Omgeving – wat zijn zorgen, kansen en wensen en meekoppelkansen vanuit omgevingspartijen? Wat zijn de belangrijkste en onderscheidende aandachtspunten per stationslocaties voor de omgeving?
De onderzoeksresultaten worden vastgelegd in de Integrale Effectenanalyse (IEA). Het plan-MER maakt hier onderdeel van uit. Het ministerie van KGG vraagt vervolgens de Commissie mer om onafhankelijk advies over de inhoud van het milieueffectrapport. De Commissie mer toetst de inhoud van het milieueffectrapport en beoordeelt of het alle informatie die nodig is bevat.
13
Op basis van de Integrale Effectenanalyse (inclusief plan-MER) wordt door de minister van KGG, in overeenstemming met de minister van VRO, een voorkeurslocatie gekozen en vastgelegd in de ontwerpvoorkeursbeslissing. Deze ontwerpvoorkeursbeslissing wordt, samen met de IEA (inclusief plan-MER), ter inzage gelegd. Vervolgens kan iedereen gedurende 6 weken een zienswijze indienen op de ontwerpvoorkeursbeslissing. Stap 5: Vaststellen voorkeursbeslissing Vervolgens stellen de ministers van KGG en VRO de definitieve voorkeursbeslissing vast. In hun afweging om te komen tot een definitieve voorkeursbeslissing nemen de ministers de ontvangen zienswijzen en adviezen vanuit de betrokken bestuursorganen en de Commissie mer mee. Daarmee wordt de verkenningsfase afgesloten. Fase 2: de planuitwerkingsfase Stap 6: Voorbereidingsbesluit Met een voorbereidingsbesluit wordt de locatie tijdelijk gereserveerd om te voorkomen dat er zich nieuwe belemmeringen voor het hoogspanningsstation kunnen voordoen. Een voorbereidingsbesluit gaat altijd vooraf aan een ander besluit, in dit geval het projectbesluit. De minister van KGG, in overeenstemming met de minister van VRO, neemt en publiceert dit voorbereidingsbesluit. Stap 7: Ontwerpprojectbesluit en project-MER In de planuitwerkingsfase worden de milieueffecten van de in de voorkeursbeslissing gekozen locatie gedetailleerder in beeld gebracht.
Vervolgens worden de definitieve locatie en het ontwerp van het nieuwe station vastgelegd in het ontwerpprojectbesluit. Dit projectbesluit beschrijft ook de permanente en tijdelijke maatregelen die er genomen moeten worden om de uitvoering van het project mogelijk te maken. Bijvoorbeeld het aanleggen van een tijdelijke weg naar de bouwlocatie of het verleggen van een ondergrondse leiding. Het ontwerpprojectbesluit wordt ter inzage gelegd, gelijk met de ontwerpuitvoeringsbesluiten (benodigde vergunningen en ontheffingen) die genomen worden om de uitvoering van het project mogelijk te maken. Op het ontwerpprojectbesluit en de ontwerpuitvoeringsbesluiten kan iedereen een zienswijze indienen. Stap 8: Vaststellen projectbesluit Vervolgens stellen de ministers van KGG en VRO het definitieve projectbesluit en de uitvoeringsbesluiten vast. De ontvangen zienswijzen worden betrokken bij het nemen van het definitieve projectbesluit. Het definitieve projectbesluit en de definitieve uitvoeringsbesluiten zijn besluiten waartegen beroep kan worden ingesteld bij de Raad van State. Formele inspraakmomenten in de procedure Tijdens de procedure betrekken we de omgeving bij de voorbereiding van de besluiten (zie ook deel 2 van dit V&P). Er zijn 4 momenten waarop u kunt reageren. Dit kan 3 keer in de verkenningsfase en 1 keer tijdens de planuitwerkingsfase (zie onderstaande tabel).
Daarnaast is het na de vaststelling van het projectbesluit nog mogelijk om in beroep te gaan bij de Raad van State.
1. 2. 3.
Besluiten of documenten ter inzage
Reageren door
Kennisgeving voornemen en voorstel voor participatie (dit document) De concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (onderzoeksplan) De ontwerpvoorkeursbeslissing
Reactie Reactie Zienswijze
14
4. 5.
Het ontwerpprojectbesluit en de ontwerpuitvoeringsbesluiten Het definitieve projectbesluit en de definitieve uitvoeringsbesluiten
Zienswijze Beroep bij de Raad van State (rechtszaak)
In bovenstaande tabel zijn de besluiten en documenten opgenomen die ter inzage worden gelegd. Op verschillende manieren brengen we dit onder de aandacht (zie paragraaf 2.3 van dit V&P). De besluiten en documenten zijn dan te vinden op een website van de Rijksoverheid: www.rvo.nl/hss-amsterdam-zo. In een periode van zes weken kan iedereen reageren. Een zienswijze is een formele reactie op een document dat ter inzage ligt. De ministers betrekken de zienswijzen bij het definitieve besluit. In een nota van antwoord bij het definitieve besluit worden de zienswijzen beantwoord. Op het V&P dat ter inzage ligt kan een reactie worden ingediend. Deze reacties worden beantwoord in een reactienota en betrokken bij het vervolg van de procedure. In onderstaande tabel vindt u een overzicht van de belangrijkste stappen in de projectprocedure voor het station A'dam ZO. Periode o.b.v. huidige planning
Procedurestap
Toelichting
Mei t/m juni 2025
Publicatie en terinzagelegging van het ‘voornemen en voorstel voor participatie’ (V&P)
Met de publicatie van het V&P is de verkenningsfase begonnen. Na publicatie van het V&P kunt u voor een periode van zes weken hierop reageren. Ook zullen er drie openbare inloopbijeenkomsten in het gebied georganiseerd worden. Tijdens deze inloopbijeenkomsten wordt u geïnformeerd over het project, de procedure en de participatie.
Vierde kwartaal 2025
Publicatie en terinzagelegging van de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept-NRD) en publicatie van de reactienota ‘voornemen en voorstel voor participatie’ (V&P)
De reactienota (waarin u ons antwoord op uw reactie op het V&P vindt) zal samen met de concept-NRD worden gepubliceerd. Na de publicatie van de concept-NRD kunt u voor een periode van zes weken een reactie indienen op de concept-NRD. Ook zullen er één of meerdere inloopbijeenkomsten in het gebied georganiseerd worden.
Eerste kwartaal 2026
Vaststellen definitieve Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)
De ontvangen reacties op de concept-NRD zullen betrokken worden bij het vaststellen van de definitieve Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). In de definitieve NRD staan de locatie- en verbindingsalternatieven die in het milieueffectrapport (plan-MER) verder worden onderzocht.
Eerste kwartaal 2027
Publicatie en terinzagelegging van de ontwerpvoorkeursbeslissing en Integrale Effectenanalyse (inclusief plan-MER)
Aan het eind van de verkenningsfase legt de minister van Klimaat en Groene Groei (KGG), samen met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) de keuze voor de voorkeurslocatie van het station vast in de ontwerpvoorkeursbeslissing. Deze ontwerpvoorkeursbeslissing wordt, samen met de Integrale Effectenanalyse (inclusief plan-
15
MER), ter inzage gelegd en voor een periode van zes weken kan iedereen hierop een zienswijze indienen. Ook zullen er één of meerdere inloopbijeenkomsten in het gebied georganiseerd worden. Tweede kwartaal 2029
Publicatie en terinzagelegging van het ontwerpprojectbesluit en de ontwerpuitvoeringsbesluiten
In het ontwerpprojectbesluit is de ruimtelijke inpassing van het station op de locatie tot op detailniveau uitgewerkt. Het ontwerpprojectbesluit wordt samen met de ontwerpuitvoeringsbesluiten ter inzage gelegd. Vervolgens kan iedereen voor een periode van zes weken hierop een zienswijze indienen. Ook zullen er één of meerdere inloopbijeenkomsten in het gebied georganiseerd worden.
Vierde kwartaal 2029
Publicatie van het definitieve projectbesluit en de definitieve uitvoeringsbesluiten (incl. Nota van Antwoord)
Na het verwerken van uw zienswijzen op het ontwerpprojectbesluit en de ontwerpuitvoeringsbesluiten, stelt de minister van Klimaat en Groene Groei (KGG), samen met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), de definitieve besluiten vast. Deze worden samen met de Nota van Antwoord gepubliceerd. U kunt tegen het definitieve projectbesluit en de definitieve uitvoeringsbesluiten beroep instellen bij de Raad van State.
1.8
Samenhang met andere projecten TenneT Het project station A'dam ZO hangt samen met andere projecten die TenneT in de regio uitvoert voor de versterking van het regionale hoogspanningsnet. Om alles goed te laten verlopen, wordt er gezocht naar afstemming tussen de verschillende projecten. Dit betekent dat gekeken wordt naar de momenten waarop belanghebbenden betrokken of geïnformeerd moeten worden. Bijvoorbeeld door gezamenlijke inloopbijeenkomsten te organiseren of door brieven met projectinformatie te combineren. TenneT coördineert de uitvoering van de verschillende projecten om uitval op het net te voorkomen en veilig te werken. Soms moeten de werkzaamheden van het ene project bijvoorbeeld eerst klaar zijn voordat een ander project kan beginnen. Er zijn raakvlakken met onder andere de volgende projecten: Verzwaren bestaande 380kV-verbinding Diemen - Breukelen-Kortrijk Het nieuwe station A'dam ZO moet, via een bovengrondse aansluiting, worden aangesloten op de bestaande bovengrondse 380kV-verbinding tussen Diemen en Breukelen-Kortrijk. Van deze hoogspanningsverbinding worden de bestaande geleiders, de lijnen waar de stroom doorheen gaat, vervangen door geleiders met een grotere transportcapaciteit. Tegelijkertijd vindt er ook onderhoud plaats aan de masten van deze verbinding, die in de jaren 70 is gebouwd.
Waar nodig worden onderdelen vervangen of versterkt, zoals bliksemafleiders en staalwerk. Bij een aantal masten wordt ook de fundatie versterkt. De projectprocedure voor het verzwaren van de bestaande 380kV-verbinding zal deels parallel lopen aan de projectprocedure voor het nieuwe station A'dam ZO. Uitbreiding van en aansluiting op aantal 150kV-stations in de regio
16
Op dit moment voorzien we meerdere verbindingen vanaf het nieuwe 150kV-station A'dam ZO naar bestaande en nieuwe 150kV-stations in de omgeving. De 150kV-stations waarvan nu bekend is dat die straks waarschijnlijk aangesloten worden op station A'dam ZO zijn: •
•
•
•
1.9
Bijlmer-Oost: op het nieuwe 150kV-station Bijlmer-Oost worden een aantal stations van Liander aangesloten, waarmee TenneT de aanvragen van Liander en daarmee de toenemende capaciteitsvraag in regio Amsterdam kan faciliteren; Weesp-Zuid: Liander bouwt een nieuw 150/10kV-station Weesp-Zuid naast de locatie van het bestaande 50/10kV-station. Het huidige 50/10kV-station wordt vervolgens verwijderd. Het nieuwe 150/10kV-station Weesp-Zuid wordt rechtstreeks aangesloten op station A’dam ZO; ’s Graveland: het bestaande 150kV-station ’s Graveland is nu rechtstreeks aangesloten op station Diemen, maar zal worden aangesloten op het nieuwe station A’dam ZO; Amstelveen-Zuid: het bestaande 150kV-station Amstelveen-Zuid wordt aangesloten op station A’dam ZO. Indien station A’dam ZO heel noordelijk wordt gerealiseerd, dan sluit het 150kV-station Amstelveen-Zuid aan op het nog te realiseren 150kVstation Bijlmer-Oost, dat vervolgens aansluit op station A’dam ZO.
Overige ontwikkelingen Naast de projecten van TenneT, zijn er ook nog andere nationale en regionale programma’s en projecten die mogelijk raakvlak hebben met het project station A'dam ZO. Het Programma Windenergie Amsterdam 2030 en de Partiële herziening Omgevingsvisie Diemen 2040 Het Programma Windenergie Amsterdam 2030 beschrijft hoe de gemeente Amsterdam uitvoering geeft aan de doelstelling voor de opwek van duurzame energie door middel van windturbines. In het programma worden een aantal gebieden aangemerkt als mogelijk geschikt voor de plaatsing van grootschalige windturbines op het grondgebied van de gemeente Amsterdam. Hieronder vallen onder meer de gebieden Diemerscheg en Weesperkarspel. Deze gebieden overlappen met zoeklocaties A en B uit dit V&P. De zoeklocatie A overlapt ook met het projectgebied voor een windturbine in de partiële herziening van de Omgevingsvisie Diemen 2040. Dit zal meegenomen worden in het vervolg van de projectprocedure voor het station A'dam ZO. Deltaprogramma Centraal Holland (waterberging) Als gevolg van klimaatverandering en een toenemende druk op de ruimte worden de wateropgaven in Centraal Holland, het jongste gebied binnen het Deltaprogramma, steeds urgenter. Om voor waterveiligheid te zorgen, wateroverlast aan te pakken en om over voldoende zoetwater te beschikken, is ruimte nodig.
Zodat de beschikbare ruimte en het watersysteem beter in balans komen, er meer ruimte geboden wordt aan het water en gezorgd wordt voor een robuust en klimaatbestendig watersysteem. NOVEX-gebieden Groene Hart en MRA Het zoekgebied voor het station A’dam ZO valt binnen de zogenoemde NOVEX-gebieden Groene Hart en MRA (Metropoolregio Amsterdam). In het programma NOVEX (Nationale OmgevingsVisie EXecutiekracht) zijn 16 gebieden aangewezen waar veel complexe opgaven bij elkaar komen. Zo moet er bijvoorbeeld ruimte gevonden worden voor woningbouw, economische bedrijvigheid en opwek van schone energie. Realisatie nieuwe woonwijk in de Bloemendalerpolder In de Bloemendalerpolder wordt een nieuwe woonwijk Weespersluis gerealiseerd. Deze nieuwe woonwijk verrijst aan de noordzijde van Weesp tussen A1 in het noorden, de Vecht in het oosten en het Amsterdam-Rijnkanaal in het westen. Hier worden gefaseerd ruim 2.750 woningen gebouwd. Naar verwachting is Weespersluis in 2026-2027 volledig opgeleverd en bewoond.
17
18
Deel 2: Voorstel voor participatie 2.
Het voorstel voor participatie In dit voorstel voor participatie leest u hoe het ministerie van KGG en TenneT u gaan betrekken bij het project station A’dam ZO. KGG is als coördinerend bevoegd gezag verantwoordelijk voor de projectprocedure en de procedurele communicatie. Zij publiceert de stukken in de procedure, organiseert de inloopbijeenkomsten in het projectgebied en beantwoordt vragen vanuit de omgeving met betrekking tot stukken die ter inzage liggen. TenneT is als initiatiefnemer verantwoordelijk voor de projectcommunicatie. Na het lezen van dit hoofdstuk weet u onder andere: • hoe we de omgeving bij het project betrekken; • hoe u kunt meedenken; • hoe u uw belangen onder de aandacht kunt brengen; • hoe u een formele reactie kunt indienen; • en waar u informatie kunt vinden. We nodigen u van harte uit om mee te denken, uw kennis en ervaringen te delen en aandachtspunten of kritische vragen met ons te bespreken. Het belang van participatie Het nieuwe station A’dam ZO is nodig voor de stroomvoorziening nu en in de toekomst. Het moet voorzien in de elektriciteitsvoorziening voor Amsterdam Zuidoost en de omliggende regio, waaronder Diemen, De Ronde Venen en Amstelveen. De bouw en het gebruik van het station hebben ook gevolgen voor de directe omgeving. Omwonenden, organisaties en bedrijven kunnen veranderingen merken.
Die veranderingen kunnen invloed hebben op hun leefomgeving of hun werk. Het ministerie van Klimaat en Energie (KGG) en TenneT vinden het belangrijk om vroegtijdig in gesprek te gaan met de omgeving. Uit eerdere projecten blijkt dat samenwerking met inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen waardevolle informatie en inzichten oplevert. Door participatie kunnen we beter rekening houden met de belangen en wensen uit de omgeving. Ook krijgen we zicht op zorgen en vragen die er leven. Zo zorgen we ervoor dat die op tijd op tafel komen en kunnen we hierover met elkaar in gesprek gaan. Het ministerie van KGG en TenneT hanteren bij participatie de onderstaande vijf uitgangspunten. Een uitgebreidere beschrijving van de uitgangspunten leest u in bijlage 3. • We begrijpen de belangen en hebben zicht op wat er speelt; • We betrekken partijen en inwoners bij de keuzes die we maken en geven openheid over de afwegingen; • We nemen onze rol en verantwoordelijkheid serieus en zorgen voor een helder proces; • We streven naar een oplossing die waarde heeft voor alle partijen; • We zorgen voor maatwerk per project.
2.1
Denkt u met ons mee? In deze paragraaf leest u over de terinzagelegging van dit ‘voornemen en voorstel voor participatie’ (V&P). Terinzagelegging van het V&P Dit document ligt van 9 mei 2025 tot en met 19 juni 2025 ter inzage. De kennisgeving van dit V&P is gepubliceerd in de Staatscourant en in diverse lokale en regionale huis-aanhuisbladen.
19
Tijdens de terinzagelegging organiseert KGG, samen met TenneT, drie inloopbijeenkomsten in het projectgebied. Deze bijeenkomsten zijn voor iedereen die geïnteresseerd is in het project toegankelijk. •
• •
De eerste inloopbijeenkomst vindt plaats op maandag 19 mei 2025 van 19.0021.00 uur in Up Events Amsterdam Golfbaan Weesp (adres: Basisweg 2, 1383 NC te Weesp); De tweede inloopbijeenkomst vindt plaatst op maandag 2 juni 2025 van 19.0021.00 uur in De Sprong Abcoude (adres: Geinplein 3, 1391 JN te Abcoude); En de derde inloopbijeenkomst vindt plaats op dinsdag 3 juni 2025 van 19.0021.00 uur in Buurthuis Gein (adres: Wisseloord 83, 1107 NB te AmsterdamZuidoost).
Tijdens deze inloopbijeenkomsten kunt u vragen stellen over dit V&P en het project. De aankondiging van deze bijeenkomsten vindt u onder andere in de lokale nieuwsbladen, via de websites van TenneT (www.tennet.eu/nl/projecten/provincies/noordholland/hoogspanningsstation-amsterdam-zuidoost) en Bureau Energieprojecten (www.rvo.nl/hss-amsterdam-zo) en in de Staatscourant. Waarover kunt u meedenken? U kunt kennis en ideeën inbrengen of laten weten wat u vindt van het project. Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan de volgende onderwerpen: •
• •
• • •
Suggesties voor mogelijke locaties van het nieuwe station en voor de aansluitingen op de bestaande 380/150kV-verbindingen tussen Diemen en Breukelen-Kortrijk, binnen het zoekgebied en binnen de uitgangspunten zoals beschreven in paragraaf 1.4 van dit V&P; Ideeën voor de landschappelijke inpassing van het nieuwe station; Aandachtspunten voor het uitvoeren van onderzoek naar mogelijke stationslocaties en naar de verbinding van het nieuwe 380 kV-station met de bestaande 380kV-verbinding tussen Diemen en Breukelen-Kortrijk; Gebiedskennis en informatie over lokale of ruimtelijke ontwikkelingen in het zoekgebied; Belangen en issues die spelen in de omgeving, en organisaties of personen die mogelijk betrokken moeten worden; Wensen ten aanzien van betrokkenheid en informatievoorziening gedurende het project.
Hoe kunt u meedenken? • U kunt formeel uw reactie indienen bij het ministerie van KGG; • Of u kunt deelnemen aan één van de participatie-activiteiten. De participatieactiviteiten staan beschreven in paragraaf 2.2. Wat wordt met uw formele reactie gedaan? Uw formele reactie op dit V&P wordt zorgvuldig gelezen en meegewogen. Alle reacties die binnen de aangegeven termijn zijn ingediend, worden gebundeld en voorzien van een inhoudelijke reactie in een reactienota. In de reactienota wordt toegelicht hoe KGG is omgegaan met de ontvangen reacties. Indien uw reactie aanleiding geeft tot een aanpassing van dit V&P, wordt dat in de reactienota toegelicht. De reactienota zal samen met de concept-NRD worden gepubliceerd. In totaal zijn er 4 momenten tijdens de procedure waarop u kunt reageren. Deze formele inspraakmomenten vindt u terug in paragraaf 1.7 van dit V&P. Wilt u geen reactie indienen, maar heeft u wel een vraag? Neem dan contact op met het ministerie van KGG en/of TenneT via onderstaande contactgegevens.
20
Voor informatie over de inhoud en participatie van het project: TenneT TSO • Algemeen informatienummer: 0800 - 83 66 388 • www.tennet.eu/nl/projecten/provincies/noord-holland/hoogspanningsstation-amsterdam-zuidoost • Projectleider TenneT: Robert de Wit, robert.de.wit@tennet.eu, tel. 06 - 3899 4314 Voor informatie over de procedure, documenten en participatie: Het ministerie van KGG • Algemeen informatienummer: 070 - 379 89 79 • www.rvo.nl/hss-amsterdam-zo • Projectleider KGG: Martijn van Son, m.vanson1@minezk.nl, tel. 06 - 3198 4480
2.2
Participatie-activiteiten KGG en TenneT organiseren voor het project station A'dam ZO diverse participatieactiviteiten. In deze paragraaf leest u om welke activiteiten het precies gaat. Voor alle participatie-activiteiten geldt dat we onderzoeken of het mogelijk is om aan te sluiten bij bestaande overlegstructuren wanneer dat wenselijk is. Denk daarbij aan overleggen vanuit andere projecten in de regio of omgevings- of dorpstafels. In onderstaande tabel leest u de verschillende activiteiten die voor verschillende deelnemers worden georganiseerd.
Activiteit
Toelichting
Wij denken hierbij o.a. aan de volgende deelnemers: Gemeente Amsterdam, gemeente Diemen, gemeente De Ronde Venen, provincie NoordHolland, provincie Utrecht en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht.
Werksessie
TenneT organiseert, samen met KGG, in ieder geval werksessies met een aantal omgevingspartijen. Deze overleggen zijn vooral bedoeld voor betrokken overheden en belangenorganisaties als deze een relatief grote rol (gelet op proces, inhoud of netwerk) en/of grote belangen in relatie tot de zoeklocaties hebben.
Ambtelijk overleg
Tijdens de projectprocedure vinden ambtelijke overleggen plaats tussen KGG, TenneT en de betrokken decentrale overheden (gemeenten, provincies en waterschap).
Gemeente Amsterdam, gemeente Diemen, gemeente De Ronde Venen, provincie NoordHolland, provincie Utrecht en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht.
Bestuurlijk overleg
Tijdens de projectprocedure vindt periodiek bestuurlijk overleg plaats met bestuurders van de betrokken decentrale overheden, met name rond procedurele mijlpalen.
Gemeente Amsterdam, gemeente Diemen, gemeente De Ronde Venen, provincie NoordHolland, provincie Utrecht en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht.
21
Inloopbijeenkomst
Voor inwoners, bedrijven, bestuursorganen en maatschappelijke organisaties organiseert KGG, samen met TenneT, inloopbijeenkomsten. Zo'n bijeenkomst is bij uitstek geschikt om geïnteresseerden te informeren en om vragen te beantwoorden. Bezoekers kunnen persoonlijk met ons in gesprek gaan over hun ideeën en suggesties, zodat we die - waar mogelijk - kunnen meenemen in de verdere uitwerking van de plannen.
Alle geïnteresseerden
Persoonlijk contact
Persoonlijk contact is in iedere fase mogelijk. Onze contactgegevens vindt u onderaan paragraaf 2.1 van dit V&P. U kunt contact met ons opnemen als u vragen heeft, met ons in gesprek wilt of informatie met ons wilt delen.
Alle geïnteresseerden
In contact met omgevingspartijen Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste omgevingspartijen die wij op dit moment in beeld hebben. Deze lijst is mogelijk nog niet compleet. Ziet u een bepaalde partij of organisatie nog niet in de lijst staan, die u wel van belang acht voor de ontwikkeling van het nieuwe station? Neem dan contact met ons op. Onze contactgegevens vindt u onderaan paragraaf 2.1 van dit V&P. Medeoverheden Gemeente Diemen
Gemeente Amsterdam (stadsdeel Zuidoost en stadsgebied Weesp)
Gemeente De Ronde Venen
Provincie Utrecht
Provincie NoordHolland
Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV)
Rijkswaterstaat (A10, Amsterdamrijnkanaal)
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Dorpsraden/burgerinitiatieven/verenigingen Vereniging Diemerscheg
Tuindersvereniging Driemond
Vrienden van het Diemerbos
Tuindersvereniging 'Van Houten’
Volkstuinvereniging Frankendael
Stichting Dorpsraad Driemond
Volkstuinvereniging Linnaeus
Buurtplatform Gein
Spaar het Gein! Natuur- en milieuorganisaties Natuurmonumenten
Milieudefensie
Noord-Hollands Landschap
Staatsbosbeheer
Natuur- & Milieufederatie
Recreatie NoordHolland
Stichting Flora en Faunabeheer Weesp
Vechtplassencommissie
Overig Gasunie
Golfbaan Weesp
Spa Weesp
Drinkwaterbedrijf Waternet
LTO Noord, regio West
22
In gesprek met grondeigenaren Op het moment dat er concrete(re) locaties in beeld zijn voor het nieuwe station neemt TenneT contact op met de grondeigenaren voor nadere afstemming. 2.3
Delen van informatie over het project Website Het project wordt op twee websites toegelicht: •
•
www.rvo.nl/hss-amsterdam-zo Hier vindt u informatie over de projectprocedure en de besluitvorming. Ook zijn op deze website alle officiële documenten terug te vinden. Denk daarbij aan dit ‘voornemen en voorstel voor participatie’ (V&P). www.tennet.eu/nl/projecten/provincies/noord-holland/hoogspanningsstationamsterdam-zuidoost Op deze website vindt u informatie over het project (het wie, wat, waar en het waarom), nieuwsberichten, de projectviewer (interactieve kaart) en onze contactgegevens.
Digitale nieuwsbrieven Wilt u op de hoogte blijven van het laatste nieuws rondom dit nieuwe station? Meldt u zich dan aan voor de digitale nieuwsbrief van TenneT. Regelmatig komt een nieuwsbrief uit waarin u kunt lezen wat de stand van zaken is van het project en hoe de werkzaamheden vorderen. U kunt zich aanmelden via de website van TenneT: www.tennet.eu/nl/projecten/provincies/noord-holland/hoogspanningsstation-amsterdamzuidoost. Inloopbijeenkomsten KGG organiseert, samen met TenneT, drie inloopbijeenkomsten in het gebied tijdens de terinzagelegging van dit V&P. Deze bijeenkomsten zijn voor iedereen die geïnteresseerd is in het project toegankelijk. Tijdens de inloopbijeenkomsten kunnen bezoekers met ons in gesprek gaan, vragen stellen en suggesties en ideeën aandragen. Bij elke formele procedurestap worden er één of meerdere inloopbijeenkomsten in het projectgebied georganiseerd. Dit vindt u terug in paragraaf 1.7 van dit V&P. Projectviewer De projectviewer is een interactieve online kaart van TenneT die inzicht geeft in het project. Deze is te vinden op de website van TenneT: www.tennet.eu/nl/projecten/provincies/noord-holland/hoogspanningsstation-amsterdamzuidoost. Deze online kaart geeft het zoekgebied en de zoeklocaties weer. Daarnaast kan iedereen via de projectviewer een vraag stellen over het project. Ook geeft de projectviewer informatie over de fase van het project.
23
Bijlagen Bijlage 1: Voorverkenning De voorverkenning is als een los bestand gepubliceerd op de website van het project: www.rvo.nl/hss-amsterdam-zo.
24
Bijlage 2: Schematische weergave verbindingen
25
Bijlage 3: Uitgangspunten participatie Het ministerie van KGG en TenneT hanteren bij participatie de onderstaande uitgangspunten. •
We kennen de belangen en weten wat er speelt We zorgen dat we relevante belangen kennen door al vroeg in het project contact te leggen met overheden, grondeigenaren, omwonenden, bedrijven en (belangen)organisaties. Waarschijnlijk kennen we nog niet alle relevante omgevingspartijen. U kunt ons ook benaderen als we nog niet met u in contact zijn. In de contacten besteden we tijd aan het begrijpen van elkaars belangen, beelden, ideeën en plannen. Dit stelt ons ook in staat om de belangrijkste belangen (kwesties) vroegtijdig boven tafel te krijgen en te bespreken met de partijen die hier belang bij hebben.
•
We nemen partijen en inwoners van het gebied mee in te maken keuzes en we zijn transparant over afwegingen We delen actief en open informatie over het project. We zijn duidelijk over welke vraagstukken opgelost moeten worden en hoe het proces eruitziet om te komen tot een locatiekeuze voor het 380/150kV-station, plus de daarbij behorende aansluitingen. Door deze informatie tijdig te delen en te bespreken, zijn belangen, pijnpunten en kansen al vroeg duidelijk. Dat is belangrijk want dan is er nog voldoende tijd om samen naar oplossingen te zoeken. Later in het project zijn de mogelijkheden daarvoor vaak beperkter. Het ministerie van KGG maakt keuzes op basis van zorgvuldige afwegingen. Daarbij laat zij zien hoe zij de omgevingsbelangen hierin heeft betrokken en welke afwegingen er zijn gemaakt.
•
We vertellen een helder verhaal met een duidelijke rol en verantwoordelijkheid KGG en TenneT voeren een maatschappelijke taak uit en we doen dat met respect voor de omgeving en belangen in de omgeving. Dat brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee richting burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen. Het moet voor iedereen in de omgeving duidelijk zijn wie we zijn, wat we doen en waarom we dat doen. Daarnaast zorgen we ervoor dat we bereikbaar en benaderbaar zijn, zodat u met bijvoorbeeld uw vragen, zorgen en inbreng altijd bij ons terecht kunt.
•
We streven naar een oplossing met waarde voor alle partijen TenneT moet op nationaal en regionaal niveau de leveringszekerheid van elektriciteit waarborgen. Dit is in ieders belang. Tegelijkertijd staan KGG en TenneT ook open voor het benutten van kansen in de directe omgeving van het project. Misschien kunnen er combinaties worden gemaakt met lokale of regionale ontwikkelingen, belangen of projecten (win-winsituaties). We zoeken samen naar oplossingen om de kwaliteit van het project voor de omgeving te verbeteren. Wij zetten onze expertise in en we benutten graag de kennis en kunde van omgevingspartijen.
•
Maatwerk per project Ieder project en iedere omgeving is uniek. Daarom streven we naar participatie die zo goed mogelijk past bij de omgeving en (de participatiebehoeften van) burgers, overheden, grondeigenaren, omwonenden, bedrijven en (belangen)organisaties.
26
Memo Versnelling koppelpunten A9 Zuid en Amsterdam Zuidoost Aan : Datum : Van :
Energyboard Noord-Holland 9 april 2025 Ingrid Post en Maarten van Poelgeest
Als onderdeel van de aanpak Netcongestie Noord Holland n.a.v. het congestieonderzoek, is ons door de Energyboard gevraagd om te kijken naar versnellingsmogelijkheden voor de realisering van de TenneT koppelpunten A9 Zuid en Amsterdam Zuidoost. Procedurele versnelling Het is niet voor het eerst dat gekeken wordt naar mogelijkheden om eerder te komen tot een locatiebesluit voor beide koppelpunten en de daarmee samenhangende omgevingsvergunning. Vooral bij A9 Zuid is eerder naar allerlei opties gekeken. Wij zouden er om die reden voor willen waken om opnieuw allerlei overleggen over versnelling te gaan organiseren. Alleen als er een concrete aanleiding dan wel kans is, zouden wij in een compacte setting die concrete aanleiding of kans willen bespreken. Voor snellere trechtering locatie geen draagvlak In de vorige vergadering van de Energyboard heeft TenneT de optie genoemd om bij Amsterdam Zuidoost op basis van een nog te maken regio-advies eerder en sneller te trechteren en eerder locaties te laten afvallen. Hoewel daar in de vergadering door diverse gemeenten negatief op gereageerd is, is deze optie nogmaals bekeken. De gemeente Amsterdam ziet weinig in deze optie, omdat dit volgens hen niet leidt tot een daadwerkelijke versnelling. Het te bouwen station zal, ongeacht de locatie leiden tot maatschappelijk verzet.
Op dat moment is een stevige inhoudelijke onderbouwing nodig en is het enkele feit dat er bestuurlijk een voorkeur bestaat voor een locatie juridisch onvoldoende. Het risico is dan groot dat bezwaren stand houden, waardoor juist grote vertraging wordt opgelopen. TenneT en KGG schatten dit anders in en zijn wel bereid dit risico te nemen. Wij hebben moeten constateren dat door gebrek aan overeenstemming deze optie niet verder verkend kan worden. Toepassen versnellingsopties LAN en MIEK Wij zien nog wel andere mogelijkheden die we graag willen bekijken onder voorwaarde dat dit de betrokken medewerkers bij A9 Zuid en Amsterdam Zuidoost nauwelijks belast. Concreet stellen we voor om te bekijken of de lopende initiatieven van het LAN en MIEK toegepast zijn of kunnen worden op de stations A9 Zuid en Amsterdam Zuidoost. Hierbij kan gedacht worden aan; − Best practices sneller bouwen (LAN): controleren of deze allemaal zijn toegepast; − Proceslijn (op hoofdlijnen) (LAN): door ketenverantwoordelijkheid A9 Zuid en Amsterdam Zuidoost zorgen dat dit prioriteit heeft op alle daarna geschakelde netvlakken; − Aansluiten als pilot bij het onderzoek ‘parellel starten van onteigening en minnelijk proces’; − Aansluiten bij de uniforme taxatiemethodiek grondprijzen;
1 van 3
− − −
Aansluiten bij ‘verkenning pilot proactief bouwen’, waarbij de bouwwerkzaamheden worden gestart vooruitlopend op (onherroepelijk verklaarde) vergunningen; Gebruik maken van verkorte procedure vanwege zwaarwegende maatschappelijk belang (instrument vanuit de omgevingswet); Proactief grondonderhandelingen starten op potentieel voorkeursbesluit.
Ook zien we nog mogelijkheden om een deel van de te doorlopen onderzoeken en procedures parallel te schakelen. We vinden het de moeite waard om hier nog één keertje naar te kijken en daarbij ook de procesgang bij A9 Zuid en Amsterdam Zuidoost naast elkaar te leggen. Voorwaarde is wel dat wij in voorbereiding eerst zelf bovenstaande opties voor het parallel schakelen en initiatieven LAN en MIEK op een rij zetten en deze vervolgens toetsen in een compacte sessie met TenneT, het bevoegd gezag en direct betrokken gemeente. Op die manier doen we zo min mogelijk een beroep op de tijd van betrokken medewerkers die aan beide projecten werken. Wij verwachten een inzet van hoogstens 3 uur per medewerker (1 uur voorbereiding/voorbereidend gesprek, 2 uur werksessie). Versnelling van de werkprocessen Een tweede kans die wij zien heeft te maken met het compacter organiseren van het werk zelf. Wij denken dat hier tijd te winnen. Op twee manieren. Wanneer gesteld wordt dat iets of iemand bijvoorbeeld 4 weken nodig heeft voor een bepaalde beoordeling/handeling etc., dan is vaak niet zo dat die persoon daar vier weken vijf dagen per week mee bezig is. Het zelfs zeer waarschijnlijk dat iemand daar twee dagen mee bezig is.
Wanneer in die situatie afgesproken kan worden dat de relevante documenten/onderzoeken bij wijs van spreken op maandag aangeleverd worden (harde belofte), dan kan vervolgens worden afgesproken dat het werk diezelfde vrijdag af is. In dit theoretische voorbeeld wordt op die manier drie weken gewonnen. De tweede manier heeft betrekking op het inplannen van (bestuurlijke) overleggen. Als iets klaar is en het vraagt om een (bestuurlijke) beoordeling, dan komt het vaak voor dat het betreffende overleg pas vier weken later is ingepland. De betreffende bestuurder is niet eerder beschikbaar en intern moet eerst een lang proces van annotaties worden doorlopen. Ook op dit punt zou dit veel sneller kunnen, mits men bestuurlijk en hoog ambtelijk bereid is om prioriteit te geven aan het project. Prioriteit betekent in dit geval het geen probleem vinden wanneer stukken enkele dagen voor het overleg aangeleverd worden en de bereidheid om dergelijke overleggen voorrang te geven in de agenda. Wij denken dat tijd te winnen is wanneer we op de hierboven beschreven manier door de werkplanningen gaan. TenneT en KKG hebben eerder aan aangegeven hier aan niet mee te willen werken. Ze vrezen dat dit betrokken medewerkers te veel tijd gaat kosten. Ook wij willen dat voorkomen en doen daarom een praktisch voorstel waarbij de tijd die gevraagd wordt zeer beperkt wordt.
Om die reden stellen wij voor: Wij krijgen inzicht in de verschillende werkplanningen. Wij gaan zelfstandig door de werkplanningen heen en bekijken waar winst te boeken is, vooral in de onderlinge afstemming en de geplande (bestuurlijke) overleggen. Per partner kunnen we één persoon één uur spreken over de werkplanning. Wanneer we onze analyse hebben gedaan, organiseren we een compacte werksessie van twee uur met TenneT, bevoegd gezag en direct betrokken gemeenten om ons beeld
2 van 3
toetsen en zo nodig bij te stellen. De tijdsbelasting per betrokken medewerker is hiermee beperkt (drie uur). Combinatie beide voorstellen Wanneer we bovenstaande voorstellen combineren, dan is de inzet van betrokken medewerkers nog meer te beperken. We denken dat een intake gesprek van 1,5 uur en een werksessie van drie uur zullen volstaan, waardoor de totale inzet per medewerker voor beide acties in totaal komt op 4,5 uur. Hiervoor hebben één iemand per direct betrokken instantie nodig. In onze beleving zijn dat TenneT, KGG, provincie, gemeente Haarlemmermeer en gemeente Amsterdam. Wij hopen van harte dat de Energyboard akkoord kan gaan met ons voorstel. Naast de hierboven genoemde opties voor versnelling zien wij geen andere opties meer. Mocht de Energyboard deze opties niet willen onderzoeken, dan stellen wij voor het werkspoor ‘Versnelling’ in de aanpak n.a.v. het congestieonderzoek op te heffen.
3 van 3
Bestuurlijk Overleg Taskforce Congestie Amsterdam, 24 maart 2025 Geachte leden van het bestuurlijk overleg, Afgelopen zomer verscheen de Themastudie Elektriciteitsnetwerk Amsterdam 3.0 (TSA 3.0). Deze studie laat aan de hand van een aantal scenario's de verwachte vraag naar elektriciteit zien in Amsterdam. De TFCA baseert haar scope voornamelijk op de bevindingen uit de TSA-onderzoeken. Naar aanleiding van TSA 3.0 heeft het Kernteam opdracht gegeven aan werkstroom 1A om de impact van deze studie op de TFCA-scope in kaart te brengen. Aan de hand van een reeks netarchitectuursessies hebben vertegenwoordigers vanuit Port of Amsterdam, TenneT, de gemeente Amsterdam en Liander deze impact gezamenlijk in kaart gebracht en op basis hiervan scopewijzigingen voorgelegd aan het Kernteam. Het Kernteam heeft deze scopewijzigingen in januari 2025 vastgesteld. Het Kernteam heeft een tijdelijke werkgroep Sextantweg/Sloterdijk/IJpolder aangewezen om de netarchitectuur in dit specifieke gebied nader te onderzoeken n.a.v. TSA 3.0. Uit dit onderzoek zijn geen aanvullende scope-wijzigingen voortgekomen. Het Kernteam legt deze scopewijzigingen middels deze oplegger aan u voor ter vaststelling. Daarnaast vraagt het Kernteam u de TFCA de opdracht te geven het Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035 (d.d.
28 februari 2022), onder andere op basis van deze scopewijzigingen, volledig te actualiseren. U ontvangt het geactualiseerde Ontwikkelingskader ter vaststelling vóór publicatie. Met deze vaststelling geeft u de TFCA ook opdracht de scopewijzigingen te implementeren in de integrale planning. Wij vragen u daarom concreet het volgende: Verzoek aan het BO om: • de onderstaande scenario-keuze en de daaruit voortvloeiende scopewijzigingen vast te stellen; • de TFCA de opdracht te geven op basis van deze scope-wijzigingen het Ontwikkelingskader én de integrale planning van de TFCA te actualiseren. Scenario-keuze De TFCA neemt het Datacenter-scenario, zoals beschreven in TSA 3.0, over. Scopewijzigingen 1. OS Watergraafsmeer 2 vervalt. 2. OS D-buurt vervalt. 3. OS K-buurt vervalt. 4. OS Weesp Zuid en OS Weesp Noord worden opgenomen in het Ontwikkelingskader. 5. OS Westpoort wordt uitgebreid van 240 naar 320 MVA. 6. Petroleumhaven wordt verkleind van 106 naar 53 MVA. Petroleumhaven wordt wel bouwkundig gereed gemaakt voor 106 MVA. 7. OS Westzaanstraat en OS Sextantweg kunnen 50kV blijven (i.p.v. opwaarderen naar 150 kV).
Er vervallen géén TenneT-stations. Het effect op de opgave m.b.t. de kabelverbindingen wordt momenteel verder onderzocht. Eventuele scope-wijzigingen worden meegenomen in de actualisatie van het Ontwikkelingskader. De scope op middenspanning (WS1B) blijft ongewijzigd. Met vriendelijke groet,
Kernteam TFCA
Bijlage: overzicht ongewijzigde stations n.a.v. TSA 3.0 Er zijn uit TSA 3.0 geen wijzigingen voortgekomen voor stations van TenneT. Het onderstaande overzicht geeft weer welke Liander stations ongewijzigd blijven: Stations zonder scope- en vermogenswijzigingen
Stations die uit de integrale planning zijn gehaald
1. Frederiksplein 2. Hoogte Kadijk 3. Rhijnspoor 4. Uilenburg 5. Watergraafsmeer-150 6. Zeeburgereiland fase 1 7. Zeeburgereiland fase 2 8. Westzaanstraat-50 9. Nieuwpoortstraat fase 1 10. Osdorp 11. Schipluidenlaan-50 12. Nieuwe Meer 2 13. Basisweg-50 fase 2 14. Hemweg-150 fase 1 (Nieuwe Hemweg) 15. Westpoort 150 16. Ruigoord-50 17. Schipluidenlaan-50 18. Slotermeer-50 19. Havengebied/Westpoort fase 1 20. Havengebied/Westpoort fase 2 21. Havenstad Zuid 22. Havenstad TenneT 23. Noord-Papaverweg-10 24. Noord-Papaverweg-50
De volgende stations zijn uit de integrale planning gehaald, omdat voor deze stations geen opwaardering op hoogspanning wordt voorzien: • •
Marnixstraat Basisweg-50 fase 1
Commissie Omgevingskwaliteit
Bezoekadres: Weesperplein 8 (Vm. Stadstimmertuin 4) Postbus 1409 1000 BK Amsterdam www.crk.amsterdam.nl
Integrale Commissie Advies nr. 2024-13 Status: definitief
Ambtelijk adviseur
Ruimtelijk kader middenspanningsruimtes 25 september 2024 Robert Winkel (voorzitter), Dana Ponec, Irma van Oort, Do Janne Vermeulen, Hanneke Kijne, Freek Schmidt, Jeroen Ruitenbeek, Marten Wassmann, Paul de Ruiter André Winder (M&A)
Secretaris
Paul Rosenberg
Toelichting
Frank Rietveld, Wim Poppinga Dirk Wijffels
Onderwerp Datum Commissie
CC
Achtergrond De energietransitie brengt een enorme opgave met zich mee: naar verwachting moeten er tot 2050 circa 2600 middenspanningsruimtes (MSR’s) in de bestaande stad worden bijgeplaatst. Dat proces is al gaande: door Liander en de gemeente is het Ontwikkelperspectief Distributienet opgesteld, waarin afspraken zijn gemaakt om een versoepeling en versnelling mogelijk te maken. Het Tijdelijke Beleidskader is bedoeld om de periode te overbruggen totdat er een ‘Nieuwe Stedelijke Standaard’, dan wel een nieuw Ruimtelijk Beleidskader voor nutsvoorzieningen in de openbare ruimte is vastgesteld. Liander maakt gebruik van een standaard MSR, de bekende kubus van grofweg drie bij drie meter en twee meter hoog. Door zijn afmetingen is deze standaard MSR in principe niet omgevingsvergunningplichtig. Maar vanwege de grote invloed op de kwaliteit van de openbare ruimte bestaat vanuit de stad de nadrukkelijke opdracht deze objecten zo goed mogelijk in te passen, waarbij ook een alternatieve vormgeving wordt onderzocht. Vraagstelling Is het tijdelijke beleidskader robuust genoeg om aan de inpassing van een groot aantal MSR’s in bestaand stedelijk weefsel richting te geven? Is de zgn.
‘Peperbus’ (nog steeds) geschikt als alternatief voor de standaard MSP? Zijn er nu al richtlijnen mee te geven voor de ontwikkeling van een nieuwe stedelijke standaard? De Commissie Omgevingskwaliteit adviseert de gemeente Amsterdam over de integrale kwaliteit van de fysieke leefomgeving: stedenbouw, architectuur, openbare ruimte, cultuurhistorie, duurzaam bouwen, welstand en monumenten
Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Riomte
Datum:25 september 2024 Ruimtelijk kader middenspanningsruimtes Pagina 2 van 4
Advies De commissie ondersteunt op hoofdlijnen de inhoud van het tijdelijk beleidskader. De stad Amsterdam staat samen met haar energiepartners voor een majeure opgave die vergelijkbaar is met de aanleg van het elektriciteitsnetwerk aan het begin van de 20ste eeuw. De opgave om circa 2600 MSR’s in te passen in de bestaande stad kan om die reden niet genoeg aandacht en ondersteuning krijgen. Het tijdelijk beleidskader is een belangrijk instrument om aan die opgave richting te geven. Het is bedoeld om de periode van zes jaar te overbruggen die nodig is voor het ontwikkelen van de nieuwe stedelijke standaard. Maar 60% van de MSR’s zal naar verwachting geplaatst worden binnen deze termijn van zes jaar en heeft een vervangingstermijn van vijftig tot tachtig jaar. Dat betekent dat de objecten die nu geplaatst worden blijven staan, ook wanneer over zes jaar een nieuwe stedelijke standaard beschikbaar is. De commissie heeft om die reden de volgende dringende aanbevelingen: - stel het ruimtelijk kader bestuurlijk vast zodat er niet steeds discussie kan ontstaat over algemene uitgangspunten; - zorg ervoor dat de stedenbouwkundige ontwerpers voldoende vertegenwoordigd zijn en voldoende zeggenschap hebben in de ‘driehoek’ die beslist over de plaatsing op buurtniveau. Het kader bevat veel behartenswaardige uitgangspunten voor de inpassing op microniveau.