2. Ambtelijk Handboek - Zwemmen & zomerrecreatie.pdf
Tekst van het document
Nieuwe Meer, Ringvaart), het IJmeer, de grachten en de grote plassen is gemiddeld goed genoeg van kwaliteit, mede door de doorstroming. Na hevige regenbuien is de kans op overstorten van rioleringen groot en is het verstandig enkele dagen niet te zwemmen. In de polders in Buitenveldert, Nieuw-West en Zuidoost stroomt het water minder door en is de kwaliteit in algemene zinslechter. Binnen die gebieden zijn er echter uitzonderingen: bijvoorbeeld bij fout aangesloten riolen, punten waar bedrijven lozen op het oppervlaktewater (zeldzaam) of plekken met veel vogels (vogelpoep). Om te beoordelen of daar sprake van is kan gedurende één zwemseizoen op meerdere momenten een meting uitgevoerd worden. Indien daaruit blijkt dat de waterkwaliteit tenminste “aanvaardbaar” is, is er op dat vlak geen reden om wildzwemmen te ontmoedigen. Indien de waterkwaliteit structureel “slecht” is, is het verstandig zwemmen niet te faciliteren en te ontmoedigen, zie §6.2. Op wildzwemplekken wordt de waterkwaliteit in principe niet structureel of met regelmaat gemeten. De wildzwemplekken waar wél gemeten wordt gedurende het zwemseizoen zijn de uitzondering, niet de regel. De waterkwaliteit op specifieke wildzwemplekken wordt daarom ook niet gecommuniceerd, online of ter plaatse, om schijnveiligheid te voorkomen.
Dit is een belangrijk onderscheid tussen wildzwemplekken, waar de actuele waterkwaliteit veelal onbekend is, en officiële zwemlocaties, waar zwemmers wel actief en ter plaatsen geïnformeerd worden over actuele risico’s t.a.v. de waterkwaliteit. Zwemmers worden wel stadsbreed geïnformeerd over dat de waterkwaliteit in algemene zin wisselt en buiten de officiële zwemplekken niet gemeten wordt (zie §2.5). Na hevige piekbuien wordt conform het communicatieprotocol ook stadsbreed gecommuniceerd over de tijdelijke verslechtering van de waterkwaliteit, met het advies om niet in open water te zwemmen.
!
Indien een structureel probleem met de waterkwaliteit bekend is waardoor deze “slecht” is, is het verstandig zwemmen op deze locatie niet (verder) te faciliteren maar te ontmoedigen. Zie H6.
21
Inrichting en veiligheid Wildzwemplekken voldoen over het algemeen niet volledig aan de strenge eisen die gesteld worden aan officiële zwemlocaties. Wildzwemmen is daarmee altijd risicovoller dan zwemmen op een officiële zwemlocatie. Het kan wenselijk zijn maatregelen te treffen om het wildzwemmen in goede banen te leiden als er intensief wordt wildgezwommen (tientallen zwemmers tegelijkertijd op zomers dagen) om daarmee de veiligheid te verhogen. Het nemen van maatregelen op álle plekken waar wordt wildgezwommen is praktisch gezien onuitvoerbaar. Bij kleinschalig wildzwemmen worden daarom in principe geen maatregelen getroffen (zie voor verdere toelichting §5.1). Een intensief gebruikte wildzwemplek voldoet bij voorkeur aan de volgende randvoorwaarden: Er is een veilige mogelijkheid om in- en uit het water te komen, zoals een drenkelingentrap aan een steiger of kade of een aflopende oever. Er is geen conflicterend gebruik van het water binnen een straal van 25 meter (bijvoorbeeld een vaargeul met intensief scheepvaartverkeer, een op- en afstapplek voor passagiersvaart, een drukke vaarroute gemotoriseerde recreatievaart, een (jacht)haven, etc.). Of deze conflicterende functies zijn ingeperkt of voldoende helder gescheiden (zie bijlage 8.7).
Er zijn voor zo ver bekend geen vaste obstakels onder water (muren, damwanden, rotsblokken, palen, etc.) of bekende vaste obstakels zijn zichtbaar gemaakt en/of afgeschermd om het risico te beperken. De bodem heeft geen dusdanig zuigende werking dat het risico bestaat dat zwemmers vast komen te zitten in het slib. Het slib is niet dusdanig vervuild dat er sprake is van onacceptabele gezondheidsrisico’s voor zwemmers (zie §5.3.1). Er zijn voldoende vuilnisbakken aanwezig op de kant om vervuiling van het water te voorkomen. Om aan bovenstaande randvoorwaarden te voldoen kan het nodig zijn om maatregelen te treffen op plekken waar intensief wordt wildgezwommen. In bijlage 8.7 vind je een tabel met maatregelen die genomen kunnen worden om de veiligheid te verbeteren. Bij het inschatten van de risico’s op plekken waar intensief wordt wildgezwommen en bij het uitwerken van beheersmaatregelen kan extern advies ingewonnen worden. Bijvoorbeeld via het Nederlands Instituut Veiligheid Zwemlocaties.
!
Indien bovenstaande aspecten met betrekking tot veiligheid onvoldoende geborgd zijn en het probleem niet te verhelpen is, is het verstandig zwemmen op deze locatie niet (verder) te faciliteren en te ontmoedigen. Zie H6.
5.3.1
Omgang met vervuild slib i.r.t. wildzwemmen
Op een aantal plaatsen in Amsterdam is een vervuiling aanwezig in de waterbodem; op of in de waterbodem zitten nog oude chemische waterverontreinigingen die via het opwarrelen van het slib in het water en in de mond kunnen komen. Soms nemen baby’s ook slib, zand of modder via de hand in de mond. Als die bodem vervuild is kan dat gezondheidsrisico’s opleveren. Bij vervuild slib gaat het veelal om deeltjes van zware metalen, olie of asbest. De potentiële gezondheidsschade verschilt per verontreiniging en is vaak vooral voor kinderen groot. Als de zwemmers niet in contact raken met de verontreinigde bodem omdat het water zeer diep is zijn de risico’s laag, omdat de verontreiniging doorgaans niet in water oplost. In Amsterdam zijn veel van de noodzakelijke bodemsaneringen inmiddels uitgevoerd. Aan de orde zijn bijvoorbeeld nog saneringen rond oude gasfabrieken, waarbij de bodemvervuiling zich heeft verspreid (mobiele verontreiniging). Opruimen van deze verontreinigingen is niet altijd goed uitvoerbaar en vaak duur. Sanering is lang niet altijd een gemeentelijke aangelegenheid; ook de provincie, de waterschappen en Rijkswaterstaat kunnen hier een rol in hebben. Wanneer in een dergelijke omgeving wildzwemmen gefaciliteerd wordt is het wenselijk om de bodem te onderzoeken op mogelijke vervuiling. 22
Bij twijfel over gezondheidsrisico’s bij vervuilde waterbodem is de GGD de aangewezen adviseur. Indien de GGD adviseert dat de risico’s voor zwemmers - of voor een specifieke groep, zoals zwangere vrouwen of kleine kinderen- groot zijn, dient de zwemmer daarop gewezen te worden middels waarschuwingsborden (zie §6.2).
Toezicht op zwemmers Op wildzwemplekken in Amsterdam wordt geen toezicht gehouden op zwemmers. Er is dus geen sprake van lifeguards, strandwachten of badmeesters. Om te voorkomen dat de verkeerde verwachtingen ontstaan en om helderheid te bieden aan de Amsterdammer is het van belang dat in heel Amsterdam één lijn gevoerd wordt ten aanzien van (het niet houden van) toezicht op wildzwemplekken. Op intensieve wildzwemplekken wordt het ontbreken van toezicht gecommuniceerd op informatieborden (zie §5.5).
!
Ook op officiële zwemlocaties wordt in principe geen toezicht gehouden op zwemmers. Zie voor meer informatie §4.4.
Informatievoorziening Op kleinschalige wildzwemplekken worden in principe geen maatregelen getroffen i.r.t. het zwemmen. In lijn daarmee worden er ook geen informatieborden geplaatst. Als veiligheidsrisico’s aanleiding geven om het zwemmen te ontmoedigen kan dat middels waarschuwingsborden (zie §6.2). Op intensief gebruikte wildzwemplekken kunnen wel informatieborden geplaatst worden. Deze borden zijn van meerwaarde op plekken waar intensief gezwommen wordt en waar ook voorzieningen getroffen zijn om de veiligheid te vergroten of de leefbaarheid te borgen. Het beeld kan daar namelijk ontstaan dat het een ‘officiële zwemlocatie’ betreft met bijbehorende veiligheidseisen. Dat is echter niet het geval. Bezoekers moeten zich daar bewust van zijn. Een dergelijk informatiebord heeft daarmee drie doelen: Bezoekers informeren dat het géén officiële zwemplek betreft en hen doorverwijzen naar de officiële zwemplekken, via www.zwemwater.nl en de Zwemwater App. Aangeven wat de algemene risico’s zijn van wildzwemmen. Aangeven welke locatiespecifieke risico’s aanwezig zijn, indien bekend. In Amsterdam hanteren we een standaard opzet en vormgeving voor deze informatieborden die tot stand gekomen is in overleg met communicatiedeskundigen en juridisch adviseurs.
De borden dienen altijd uitgevoerd te worden conform onderstaande opzet, in de huisstijl, met het gebruik van de juiste kleuren en iconen. Deze borden hebben alleen betrekking op de situatie omtrent het zwemmen, maar kunnen indien nodig gecombineerd worden met aparte leefregelborden gericht op het voorkomen van overlast (zie H7).
23
Figuur 1 Voorbeeld van het standaard informatiebord voor intensief gebruikte wildzwemplekken. Afmeting van het bord is standaard 1000 mm (h) bij 1400 mm (b) en word bevestigd op een bestaand object zoals een hek of muur, op twee palen of een buisframe. Iconen die niet van toepassing zijn op een specifieke locatie kunnen worden verwijderd. Het icoon rechtsonder wordt - indien nodig- voorzien van een locatie specifieke waarschuwing en anders verwijderd.
Beheer Op plekken waar veelvuldig gezwommen wordt is een voldoende beheerniveau belangrijk om risico’s op het vlak van veiligheid en gezondheid te beperken. Daarom geldt voor plekken waar intensief wordt wildgezwommen dat in het beheer in het bijzonder aandacht moet zijn voor: Het vissen van grofvuil voor de start van het zwemseizoen (1 mei) om het risico op objecten op de bodem te beperken. Het voldoende legen van de afvalbakken tijdens het zwemseizoen (1 mei tot 1 oktober) om vervuiling in het water en het aantrekken van ratten te beperken. Indien nodig kunnen in de zomermaanden tijdelijk extra afvalbakken geplaatst worden. Het dagelijks verwijderen van zwerfvuil om het risico op rattenoverlast te beperken en het tegengaan van rattenplagen indien die zich voordoen. Het met spoed weghalen van dode dieren gedurende het zwemseizoen (1 mei tot 1 oktober) om het ontstaan van ziektes tegen te gaan. Het twee tot drie maal daags reinigen van de openbare toiletten (indien aanwezig) gedurende het zwemseizoen (1 mei tot 1 oktober).
24
6 Welke maatregelen kunnen genomen worden om zwemmen te beperken? Op locaties waar géén zwemverbod geldt op basis van het Bpr of de Whvbz, maar wel aanleiding is het zwemmen te ontmoedigen, kan zwemmen worden ontmoedigd met behulp van waarschuwingsborden en waar nodig kan de inrichting worden aangepast. Zie verder §6.2. Op locaties waar wel een zwemverbod geldt op basis van het Bpr kunnen door de gemeente verbodsborden worden geplaatst, kan het zwemverbod gehandhaafd worden en is het verstandig ook de inrichting aan te passen als die uitnodigt tot zwemmen. Zwemverboden op grond van het Whvbz worden door de provincie opgelegd en gehandhaafd. Zie verder §6.1.
Omgang met zwemverboden 6.1.1
Handhaving van zwemverboden
Handhaving op zwemverboden vanuit het Bpr is in Amsterdam gericht op excessen en vindt in principe alleen plaats op locaties waar sprake is van onaanvaardbare veiligheidsrisico’s. Bijvoorbeeld bij het springen van bruggen op risicolocaties of bij zwemmen in de vaargeul van drukke scheepvaartroutes. Handhaving op zwemverboden vindt plaats door Nautisch Toezicht binnen de directie THOR, de BOA’s van de Havendienst in havenwater en incidenteel door de politie. Handhavers die handhaven op het land kunnen dus niet handhaven op zwemverboden op grond van het Bpr. Overlast door zwemmers is in beginsel geen reden om over te gaan tot handhaving van zwemverboden op grond van het Bpr, gezien het feit dat het Bpr toeziet op zwemverboden op grond van nautische overwegingen, niet op leefbaarheid. Daarnaast is de handhavingscapaciteit beperkt en bovendien zorgt zwemmen op zich vaak niet direct voor overlast. Overlast volgt vaak uit ander gedrag zoals het betreden van privé eigendom, het afspelen van harde muziek, barbecueën, schreeuwen, overmatig alcoholgebruik, etc. Indien er sprake is van overlast die de leefbaarheid bedreigt dan dient primair ingezet te worden op het tegengaan danwel handhaven van dit gedrag (zie ook §7.4) of het ontmoedigen van intensieve recreatie en/of zwemmen door de fysieke inrichting van de openbare ruimte aan te passen (§6.2 en §7.3). 6.1.2
Plaatsen van verbodsborden
Op locaties waar sprake is van onacceptabele veiligheidsrisico’s die niet kunnen worden weggenomen én waar sprake is van een zwemverbod op grond van het Binnenvaartpolitiereglement (Bpr) kan dit zwemverbod kenbaar gemaakt worden met borden, om zwemmen te ontmoedigen. In Amsterdam gebruiken we daarvoor een standaard verbodsbord waarop tevens het artikel van het Bpr vermeld staat. Dit bord plaatsen we niet overal waar een zwemverbod geldt. Dat zou namelijk betekenen dat al onze bruggen en grachten vol staan met borden. Het bord plaatsen we alleen op locaties waar een zwemverbod van kracht is en daarnaast I) veelvuldig gezwommen wordt en II) sprake is van onaanvaardbare veiligheidsrisico’s en III) de intentie bestaat om te handhaven. Locaties waar een dergelijk bord wenselijk kan zijn, zijn bijvoorbeeld drukke vaarwegen waar frequent gezwommen wordt in of nabij de vaargeul en de omgeving van sluizen en bruggen waar vanaf gesprongen wordt, de vaargeul in.
25
NB: voor het toepassen van bebording gericht op het nautisch verkeer - zoals aanmeer- en ankerverbodenwordt de Europese standaard gevolgd zoals opgenomen in het Binnenvaartpolitiereglement, Bijlage 7 Verkeerstekens. 6.1.3
Opleggen van zwemverboden
Indien het vanwege onaanvaardbare veiligheidsrisico’s onwenselijk is dat er op een specifieke locatie gezwommen wordt, kan er voor gekozen worden een zwemverbod in te stellen. Dat gebeurt bij voorkeur pas nadat alle mogelijke instrumenten om zwemmen te ontmoedigen (zie §6.2) zijn toegepast en indien men ook voornemens is het verbod te handhaven. Er zijn twee mogelijke wegen om een zwemverbod op te leggen: op grond van het Binnenvaartpolitieregelement en op grond van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden. Artikel 8.08 van het Bpr omschrijft de plekken waar een zwemverbod geldt en biedt onder g de mogelijkheid in aanvulling op de onder lid a t/m f omschreven locaties aanvullende locaties aan te wijzen (zie bijlage 8.1). De grondslag hiervoor moet dan te herleiden zijn op de belangen waarop het BPR toeziet, die met name scheepvaart gerelateerd zijn. Dat aanwijzen gebeurt door de ‘bevoegde autoriteit’. Wie de bevoegde autoriteit is, is bepaald in artikel 5 van het Vaststellingsbesluit Bpr. Relevant daarbij is, bij welk openbaar lichaam een vaarweg in beheer is. De Amsterdamse situatie omtrent de ‘bevoegde autoriteit’ is uitgewerkt in bijlage 8.9.
Artikel 11 van de Whvbz geeft de Gedeputeerde Staten (lees: de provincie) onder meer de bevoegdheid om een zwemverbod in te stellen of een negatief zwemadvies te geven op een plaats waar gezwommen wordt, indien omstandigheden daartoe uit oogpunt van hygiëne of veiligheid van de bezoekers aanleiding geven. Dit geldt dus ook voor wildzwemplekken.
Zwemmen ontmoedigen Als er geen zwemverbod geldt, maar zwemmen wel onverstandig of onwenselijk is, kunnen er maatregelen getroffen worden die de zwemlocatie voor zwemmers onaantrekkelijk maken. 6.2.1
Ontmoedigen met fysieke ingrepen in de bestaande stad
Door de inrichting van een locatie aan te passen kan zwemmen ontmoedigd worden. Dat kan door bijvoorbeeld: Het water onbereikbaar te maken door middel van begroeiing op het land, zoals struiken; De oever moeilijk begaanbaar maken door toepassing van basaltkeien; Het water onaantrekkelijk of minder toegankelijk te maken door middel van waterplanten, drijvende tuinen of riet; Een aanwezige steiger te verwijderen; Een aanwezig drenkelingentrapje te verplaatsen; Het water onbereikbaar te maken door een obstakel, zoals een hek. Dit is echter de minst aantrekkelijke optie vanwege beheerkosten, visueel onaantrekkelijk, aantasting openbare ruimte en het risico dat zwemmers van het obstakel af gaan springen. Een veelvoorkomend risico is het springen van bruggen in de vaargeul of in ondiep water. Springen van de brug is verboden en kan in sommige gevallen worden ontmoedigd door fysieke maatregelen op de brug, zoals het bevestigen van plantenbakken aan de leuning. De mogelijkheden daartoe zijn echter sterk afhankelijk van het ontwerp van de brug.
26
6.2.2
Ontmoedigen met waarschuwingsborden
Op locaties waar géén sprake is van een zwemverbod, maar wél ernstige veiligheidsrisico’s bekend zijn (aanhoudend slechte waterkwaliteit, objecten onder water, onderstromen, vervuilde bodem, etc.), kan een waarschuwingsbord geplaatst worden om zwemmen te ontmoedigen. Er wordt dan een standaard driehoekvormig waarschuwingsbord geplaatst, voorzien van een icoon in de huisstijl (zie bijlage 8.5), met een onderbord met toelichting.
NB: voor het toepassen van bebording gericht op het nautisch verkeer - zoals aanmeer en ankerverbodenwordt de Europese standaard gevolgd zoals opgenomen in het Binnenvaartpolitiereglement, Bijlage 7 Verkeerstekens. 6.2.3
Ontmoedigen vanuit de gebiedsontwikkeling
Het is van belang dat er bij gebiedsontwikkelingen rekening wordt gehouden met de behoefte om te zwemmen en recreëren aan het water, zie ook paragraaf 1.1 en 2.4.2. Door voldoende officiële zwemlocaties en veilige wildzwemplekken aan te leggen kan worden voorzien in de behoefte van Amsterdammers en wordt het risico beperkt dat men gaat zwemmen op locaties waar dit niet wenselijk is. Veilig faciliteren is dus altijd de beste manier om conflicten in de gebruiksfase te vooromen. Als voor specifieke kades of oevers binnen de gebiedsontwikkeling toch besloten wordt dat zwemmen niet wenselijk of niet toegestaan is, dient het ontwerp er ook op gericht te zijn dat er niet gezwommen gaat worden. Hoewel het voorkomen van zwemmen in de praktijk zeer lastig is zijn er in het stedenbouwkundig ontwerp en de inrichting van de openbare ruimte wel maatregelen te nemen om zwemmen en intensieve recreatie te ontmoedigen, zoals: De locatie door middel van bebouwing in de schaduw plaatsen; Geen verblijfsruimte creëren aan de waterkant; De strook grenzend aan het water bestemmen voor terrassen; Het water fysiek onbereikbaar maken door het aanplanten van een dikke rietkraag; Geen afmeervoorzieningen of verblijfsvoorzieningen zoals steigers of vlonders toepassen; Langs kades drijvende tuinen/floatlands plaatsen om zwemmen te bemoeilijken3.
3 Collega’s binnen vakgebied ecologie staan positief tegenover het introduceren van drijvende eilanden. Tegenwoordig wordt wel geëist
van deze drijvende eilanden dat deze uit natuurlijke materialen als kokos en wilg bestaan. Floatlands kennen echter ook risico’s. De afweging is locatieafhankelijk, goede afstemming met ecologen en Waternet is vereist.
27
7 Welke maatregelen kunnen genomen worden om overlast te beperken? Grote aantallen recreanten aan de waterkant kunnen voor overlast zorgen. Omdat we als gemeente het recreëren, verblijven en ontmoeten in de openbare ruimte waar mogelijk willen faciliteren4, is van belang dat er ook voldoende maatregelen genomen worden die overlast beperken zodat de leefbaarheid niet in het geding komt.
Voldoende voorzieningen Een goede manier om het risico op overlast te beperken, is het realiseren van voorzieningen die bezoekers faciliteren en daarmee ongewenst gedrag beperken. Denk aan voldoende fietsenrekken, die zorgen dat bezoekers hun fietsen niet op stoepen en tegen woningen plaatsen. Voldoende afvalbakken zodat afval weggooien makkelijk kan en zwerfvuil beperkt wordt. Toiletten om het risico op wildplassen en wildpoepen tegen te gaan. Of drenkelingtrappetjes op strategische plaatsen, om te voorkomen dat zwemmers bijvoorbeeld vlakbij of zelfs via een woonboot of tuin in- en uit het water klimmen. De juiste inrichting van een plek, met voldoende voorzieningen, kan dus bijdragen aan het beschermen van de leefbaarheid. Daarbij bestaat altijd het spanningsveld dat faciliteren van verblijf ook kan leiden tot meer bezoekers; hierin moet per locatie een afweging gemaakt worden.
Communicatie Leefregelborden Leefregelborden worden gebruikt om aan te geven welk gedrag we van bezoekers verwachten en welke activiteiten wel/niet zijn toegestaan. Bij voorkeur is een leefregelbord een op zichzelf staand bord en zijn de leefregels géén onderdeel van een ander bord. Leefregelborden en de standaard informatieborden gericht op zwemmen (zie §4.5 & §5.5) of waarschuwingsborden gericht op zwemmen (zie §6.2) worden dus naast elkaar gebruikt. Houd de tekst op het leefregelbord zo beknopt mogelijk, communiceer alleen wat echt belangrijk/noodzakelijk is. Voor meer informatie over leefregelborden, zie de Bordengids Amsterdam zoals gepubliceerd door V&OR. Of mail met vragen naar beleid.openbareruimte@amsterdam.nl. Toezichthouders Naast het plaatsen van leefregelborden kan het op locaties wenselijk zijn om toezichthouders in te zetten. Dat is het meest zinvol op momenten dat op basis van het weer intensieve recreatie wordt verwacht. Toezichthouders spreken bezoekers aan op hun gedrag en hebben de mogelijkheid om indien nodig op te schalen naar Handhaving; toezichthouders delen dus géén boetes uit. Hiermee zijn zij de oren en ogen op locatie, om zo overlast te beperken.
Om te bepalen of op een locatie inzet van Toezichthouders wenselijk en noodzakelijk is het belangrijk om inzicht te hebben in de situatie op locatie en om op basis van de weersverwachting te bepalen op welke momenten de inzet moet plaatsvinden.
4 Zie de Visie Openbare Ruimte (2017), de Watervisie (2016) en de Omgevingsvisie (2020).
28
Fysieke ingrepen om verblijf (op bepaalde tijdstippen) te ontmoedigen Goed faciliteren van bezoekers van een wildzwemplek is een manier om een belangrijk deel van de overlast van recreanten te verminderen. Overlast op specifieke tijdstippen, met name in de avond en de nacht wordt hiermee echter niet tegengegaan. De meeste recreanten zullen de plek in de loop van de avond verlaten, maar niet allemaal. Dit kan in de nachtelijke uren voor omwonenden leiden tot met name geluidsoverlast. Om de recreanten ertoe te bewegen de waterkant na een bepaald tijdstip te verlaten kan een aantal maatregelen worden toegepast om de verblijfsplek onaantrekkelijk te maken, zoals: De verblijfsplek (op een bepaald tijdstip) onaantrekkelijk maken met een beregeningsinstallatie; De verblijfsplek (op een bepaald tijdstip) onaantrekkelijk te maken met behulp van verlichting of geluid.
Als het op geen enkel moment wenselijk is dat de waterkant gebruikt wordt voor recreatie dan kan de verblijfsplek permanent onaantrekkelijk worden gemaakt door: Het gras niet te maaien, of de locatie in te zaaien met een kruidenmengsel; Schaduw te creëren en de verblijfsruimte te beperken door een hoge dichtheid aan bomen; De verblijfsruimte beperken door het plaatsen van borders; De verblijfplek onaantrekkelijk te maken door gebruik van onprettig bodemmateriaal (waarbij toepassing van een groenvariant vanwege milieudoelstellingen de voorkeur heeft boven verharding).
Regelgeving De APV biedt een aantal mogelijkheden voor het tegengaan van overlast die de leefbaarheid aantast, zoals overlast die veroorzaakt door muziek, barbecueën, of overlast gevend gedrag dat al dan niet wordt veroorzaakt door overmatig alcoholgebruik, etc. Overlast van muziek kan worden tegengegaan met behulp van Artikel 5.5 Hinder van toestellen, machines, e.d. 1. Het is verboden toestellen, geluidsapparaten of machines in werking te hebben, of anderszins handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving hinder wordt veroorzaakt of toe te laten dat deze handeling wordt verricht. Behalve geluidsoverlast van muziek komt ook overlast van schreeuwende mensen of groepen mensen met enige regelmaat voor op populaire zwemlocaties. Dit kan worden tegengegaan met behulp van Artikel 2.2 Samenscholing, ongeregeldheden, ordeverstoring en samenkomsten. 1. Het is verboden op of aan de weg of in een voor publiek toegankelijk gebouw of vaartuig deel te nemen aan een samenscholing of in groepsverband dan wel afzonderlijk onnodig op te dringen, anderen lastig te vallen, te vechten of op andere wijze de orde te verstoren. Als de overlast of het verstoren van de openbare orde onmiskenbaar wordt veroorzaakt door alcoholgebruik dan kan worden gehandhaafd op Artikel 2.17 Hinderlijk gebruik van drank. 1.
Het is verboden op of aan de weg, op het openbaar water of in een voor publiek toegankelijk gebouw alcoholhoudende drank te nuttigen als dit gepaard gaat met gedrag dat de openbare orde verstoort, het woon- en leefklimaat aantast of anderszins overlast veroorzaakt. In sommige gevallen kan worden besloten om een alcoholverbod in te stellen: 2. Het is verboden op door de burgemeester aangewezen wegen of weggedeelten alcoholhoudende drank te nuttigen of bij zicht te hebben in aangebroken flessen, blikjes en dergelijke. 29
Tot slot kan de rook- en stankoverlast die wordt ervaren door barbecues worden voorkomen door het instellen van een (gedeeltelijk) barbecueverbod volgens Artikel 5.8A Barbecueën. Het is verboden om te barbecueën in gebieden die door het college zijn aangewezen. N.B. hierbij moet worden opgemerkt dat de hierboven genoemde APV-artikelen om (geluids)overlast in de praktijk lastig te handhaven zijn. Het gaat hier om subjectieve hinder en een handhaver moet daarom zien en aantonen dat sprake is van hinder. Meer praktijkgerichte regelgeving zou wenselijk zijn. Dit punt heeft de aandacht vanuit andere beleidsvelden.
Handhaving Indien na inzet van maatregelen genoemd in de voorgaande paragrafen nog steeds sprake is van overlast die de leefbaarheid bedreigt dan is de inzet van handhaving noodzakelijk. Daarbij is het belangrijk dat in overleg met THOR wordt bepaald wanneer sprake is van overlast die de leefbaarheid bedreigt en dat daarover eenduidig wordt gecommuniceerd met omwonenden die na inzet van de maatregelen nog steeds overlast ervaren. De inzet is daarbij gericht op naleving van de APV, met als doel het borgen van de leefbaarheid. Waarbij THOR op locatie bepaalt hoe deze inzet vorm krijgt en de manier waarop de bevoegdheden worden ingezet. Voor het verbeteren van de inzet van handhaving bij overlast door recreanten (aan de waterkant) vindt - niet gerelateerd aan dit handboek- overleg plaats tussen Stadsdelen, OOV en THOR.
30
BIJLAGEN
31
8 Bijlagen Zwemverbod zoals opgenomen in het Bpr Binnenvaartpolitiereglement (Bpr), artikel 8.08 ‘Watersport zonder schip’ 1. Een persoon die zwemt of op andere wijze watersport bedrijft zonder gebruik te maken van een schip, moet voldoende afstand houden van een varend schip of een varend drijvend voorwerp of van een drijvend werktuig in bedrijf. 2. Zwemmen, watersport zonder gebruik te maken van een schip, en onderwatersport zijn verboden: a. op een wachtplaats of in de onmiddellijke nabijheid van een brug, een sluis of een stuw; b. in gedeelten van de vaarweg5 bestemd voor de doorgaande scheepvaart; c. in routes van veerponten; d. in havens en nabij de ingangen daarvan; e. in de nabijheid van meergelegenheden; f. in gebieden die zijn aangewezen voor snelvaren of waterskiën; g. in de door bevoegde autoriteit aangewezen gebieden ingesteld. 3. De bevoegde autoriteit kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het tweede lid. Aan de vrijstelling of ontheffingen kunnen voorschriften worden verbonden.
Organisatie en rolverdeling, huidige situatie Onderdeel
Bestuurlijk opdrachtgever
Uitvoering
Advisering Algemene advisering over zwemmen in open water Advisering over waterkwaliteit i.r.t. zwemmen Advisering over gezondheidsrisico’s i.r.t. zwemmen Advisering over nautische veiligheid i.r.t. zwemmen
Wethouder Water Wethouder Water Wethouder Zorg Wethouder Water
Advisering over nautische functies i.r.t. zwemmen
Wethouder Water
Verkeer & Openbare ruimte Waternet GGD THOR nautisch toezicht Divisie Havenmeester voor havenwater en CNB-water Programma Varen Divisie Havenmeester voor havenwater en CNB-water
Communicatie Algemene communicatie over zwemmen in Amsterdams open water Communicatie over gezondheidsrisico’s van zwemmen in Amsterdams open water Plaatsen van informatieborden op officiële zwemlocaties m.b.t algemene informatie en actuele waterkwaliteit Aanbrengen van onderborden op officiële zwemlocaties met waarschuwing / zwemverbod wanneer noodzakelijk Algemene berichtgeving na piekbuien op sociale media (riooloverstorten) Plaatsen van informatieborden op intensief gebruikte wildzwemplekken
Wethouder Water
Verkeer & Openbare ruimte
Wethouder Zorg
GGD
Provincie Noord-Holland
Provincie Noord-Holland
Provincie Noord-Holland
Stadswerken
Wethouder Water
Waternet
Dagelijks Bestuur Stadsdeel
Opdrachtgever: gebiedsteam stadsdeel Uitvoering: Stadswerken
5 De definitie van een ‘vaarweg’ luidt: “elk voor het openbaar verkeer met schepen openstaand water”
32
Plaatsen van waarschuwingsborden op plekken waar uitzonderlijke risico’s zijn bij wildzwemmen
Dagelijks Bestuur Stadsdeel
Opdrachtgever: gebiedsteam stadsdeel Uitvoering: Stadswerken
Toezicht en handhaving Aansturen van toezichthouders op het land DB Stadsdeel Aansturen van handhavers op het land Burgemeester Aansturen van handhavers op het water Burgemeester Advisering over de inzet van toezicht op zwemmers Burgemeester bij officiële zwemlocaties Aanpassing van inrichting op plekken waar gezwommen wordt Signaleren en agenderen van wensen tot Dagelijks Bestuur stadsdeel aanpassing Aanpassen van de inrichting van wildzwemplekken Dagelijks Bestuur Stadsdeel en officiële zwemplekken m.b.t. de wal, de oevers en de bodem
Aanbrengen van voorzieningen t.b.v. het afbakenen van het gebied waar schepen mogen komen (betonning, ballenlijnen, etc.) Realisatie van officiële zwemlocaties Coördineren van de trajecten richting een officiële zwemlocatie in Amsterdam Voorbereiding van projecten en budgetaanvraag gericht op het creëren van officiële zwemlocaties Aanwijzen van officiële zwemlocaties Onderzoek op potentiële officiële zwemlocaties en het doen van aanbevelingen over benodigde maatregelen Aanleg van nieuwe officiële zwemlocaties in de bestaande stad
Dagelijks Bestuur Stadsdeel in afstemming met de Wethouder Water
THOR THOR THOR Nautisch OOV Veiligheidsregio Gebiedsteam stadsdeel Kleinschalig: opdrachtgever SD, uitvoering SW Grootschalig: opdrachtgever V&OR uitvoering IB Vaarweg beheerder (zie bijlage 8.9)
Wethouder Water
Verkeer & Openbare ruimte
Dagelijks Bestuur Stadsdeel
Programmamanager stadsdeel Provincie Noord-Holland Omgevingsdienst Noord Holland Noord
Provincie Noord-Holland Provincie Noord-Holland
Dagelijks Bestuur Stadsdeel / Wethouder Water (indien zeer complex)
Kleinschalig: opdrachtgever SD, uitvoering SW
Wethouder Ruimtelijke ordening
Grootschalig: opdrachtgever V&OR uitvoering IB G&O
Wethouder Water
Waternet
Wethouder Openbare Ruimte
Stadswerken
Wethouder Water
Stadswerken
Wethouder Dierenwelzijn
GGD
Wethouder Dierenwelzijn
Dierenambulance (ontvangt hiervoor een vergoeding vanuit de gemeente)
Provincie Noord-Holland
Waterkwaliteitsbeheerder (zie bijlage 8.8)
Beoordelen van de waterkwaliteit op officiële zwemlocaties
Provincie Noord-Holland
Omgevingsdienst Noord Holland Noord
Meten van de waterkwaliteit op wildzwemplekken indien er zorgen zijn over de structurele kwaliteit Intensivering dagelijks beheer om vervuiling vanaf de wal met negatieve impact op de waterkwaliteit tegen te gaan
Wethouder Water
Waterkwaliteitsbeheerder (zie bijlage 8.8) Stadswerken
Aanleg van nieuwe officiële zwemlocaties als onderdeel van gebiedsontwikkeling Beheer van plekken waar gezwommen wordt Grofvuilvissen op officiële zwemlocaties en bekende wildzwemlocaties Schoonhouden van de wal op officiële zwemlocaties en wildzwemplekken Drijfvuil verwijderen op officiële zwemlocaties en wildzwemplekken Rattenoverlast beperken op officiële zwemlocaties en wildzwemplekken Dode dieren (kadavers) verwijderen op officiële zwemlocaties en wildzwemplekken Waterkwaliteitsbeheer Meten van de waterkwaliteit op officiële zwemlocaties
Wethouder Water i.s.m. wethouder Openbare Ruimte
33
Treffen van maatregelen om structurele problemen omtrent blauwalg te voorkomen
Bestuur Waterschap in afstemming met Wethouder Water
Treffen van maatregelen om structurele problemen omtrent E-coli waarden te voorkomen
Bestuur Waterschap in afstemming met Wethouder Water
Waterkwaliteitsbeerherder (zie bijlage 8.8) i.s.m. Stedelijk Beheer Waterkwaliteitsbeerherder (zie bijlage 8.8) i.s.m. Stedelijk Beheer en Waternet (indien riool gerelateerd)
34
Kernboodschap communicatie Doelgroep Inwoners van de gemeente Amsterdam Doel Het informeren over waar je veilig kan zwemmen en hen bewustmaken van de risico’s op de nietofficiële zwemplekken Frame Positief, waar kan het wél Kanalen - De Stadskrant - Social media kanalen van de Gemeente Amsterdam (Facebook, Twitter, Instagram) - De nieuwspagina www.amsterdam.nl - https://www.amsterdam.nl/sport/zwemmen/
Suggesties kop Zwemmen in de stad: geniet, maar wees voorzichtig! Geniet van zwemmen in de stad; pas goed op jezelf en op elkaar. [Kort] Als het warm is zwemmen veel Amsterdammers in onze grachten, kanalen en plassen. Dat is fijn, want bewegen is gezond en tijdens hete zomers is verkoeling meer dan welkom. Maar, zwemmen in open water kent ook risico’s. Wees dus voorzichtig, pas op voor boten en spring niet van de brug af!
Op zoek naar veilig zwemwater? Het zwembad is de meest veilige plek om het water in te gaan. Of kies voor een officiële zwemplek in of rond de stad, zoals de Nieuwe Meer en Strand IJburg. Hier worden de veiligheid en de waterkwaliteit gecontroleerd. Je vindt ze op www.zwemwater.nl. Ook buiten deze officiële zwemplekken kun je zwemmen. Bijvoorbeeld in een kanaal of in een plas bij jou in de buurt. Maar het water kan vervuild of onveilig zijn. Ook kunnen er boten varen of obstakels onder water liggen. Wees dus altijd voorzichtig als je zwemt in open water. Let op: zwemmen in open water is altijd op eigen risico!
Het meest veilig is het om te zwemmen in een zwembad of op een officiële zwemplek. Zwemmen op niet-officiële zwemplekken kan leiden tot ongelukken en gezondheidsklachten door: een slechte waterkwaliteit, bijvoorbeeld door blauwalg of bacteriën een bodem die vervuild kan zijn obstakels onder water die slecht zichtbaar zijn scheepvaart en gevaarlijke stromingen Wees dus extra voorzichtig als je hier het water in gaat.
[Lang] Steeds meer Amsterdammers zwemmen in open water, zoals grachten, kanalen en plassen. Dat levert veel plezier op en brengt verkoeling in hete zomers. Als gemeente streven we daarom naar zo veel mogelijk plekken waar je veilig kunt zwemmen. Maar, zwemmen kent altijd risico’s. Wees dus voorzichtig en pas goed op jezelf en op elkaar.
Het zwembad is het meest veilig Het zwembad is de meest veilige plek om af te koelen. Amsterdam heeft verschillende buitenbaden verspreid over de stad. Zwem je liever in open water of in de natuur? Op www.zwemwater.nl vind je de officiële zwemplekken in en om de stad. Hier worden de veiligheid en de waterkwaliteit regelmatig gecontroleerd. Als je wilt zwemmen in open water, zijn dit de meest veilige plekken. 35
Zwemmen buiten de officiële zwemplekken Ook buiten de officiële zwemplekken kun je het water in om te zwemmen. Maar, de veiligheid en de waterkwaliteit worden hier niet gecontroleerd. Ook moet je altijd oppassen voor boten en objecten onder water; duik dus nooit van de kant, er kan zomaar een fiets op de bodem liggen. Na hele hevige regenbuien is zwemmen in open water ook niet verstandig; je loopt het risico op maag- en darmklachten, omdat rioolwater overloopt in het oppervlaktewater. Pas dus goed op jezelf en op elkaar als je het water in gaat! Zwemverbod: plekken waar je niet mag zwemmen Op basis van landelijke wet- en regelgeving zijn er ook plekken in Amsterdam waar het verboden is om te zwemmen. Bijvoorbeeld in havens en in routes van de scheepvaart. Hier mag je dus niet het water in. Ook het springen van bruggen en het zwemmen bij sluizen is gevaarlijk en daarom overal in Nederland verboden. Informatie over zwemwater Kijk voor een overzicht van Amsterdamse buitenbaden, officiële zwemplekken en pierenbadjes op de zwemwaterkaart van Amsterdam: https://maps.amsterdam.nl/zwemwater/. Officiële zwemplekken rond Amsterdam vind je op https://www.zwemwater.nl/ en in de Zwemwater App, met een actueel zwemadvies en een waarschuwing als het water tijdelijk van slechte kwaliteit is. Voor vragen of klachten kun je bellen met de zwemwatertelefoon van de provincie NoordHolland.
Zie: https://www.zwemwater.nl/vragen-of-klachten.
36
Communicatiekalender Moment Start zwemseizoen Mei/juni
Kanalen
Boodschap
Zwemmen in de stad: geniet, maar wees voorzichtig!
Bijvoorbeeld bij: - Start meivakantie - Goede weersvoorspelling weekend
Het is fijn om weer te genieten van het water in onze stad, nu de dagen langer en warmer worden. Maar let wel op. Pas goed op jezelf en op elkaar. Want zwemmen in open water kent ook risico’s. Wees dus voorzichtig, pas op voor boten en spring niet van de brug af! Kijk voor meer informatie over veilig zwemmen in de stad op https://www.amsterdam.nl/sport/zwemmen/zwemmenstad-geniet-wees-voorzichtig!/
Mei/juni
Ga je zwemmen in de stad? Geniet, maar wees voorzichtig! Voor meer informatie over zwemmen in de stad, ga naar: https://www.amsterdam.nl/sport/zwemmen/zwemmenstad-geniet-wees-voorzichtig!/
Kanalen
Boodschap
Met mooi weer is het fijn om te zwemmen in de stad. Geniet van het water, maar pas goed op jezelf en op elkaar!
Bijvoorbeeld bij: - Start meivakantie - Goede weersvoorspelling weekend Beeldsuggestie Laat een officiële zwemlocatie zien. Zoals Strand IJburg, Sloterstrand, Gaasperplas. Foto’s zijn vindbaar via de gemeentelijke fotobank.
Moment Hoogseizoen zwemmen Juli/aug Bijvoorbeeld bij: - Start zomervakantie - Goede weersvoorspelling weekend
Zwemmen in open water kan gevaarlijk zijn. Wees dus extra voorzichtig als je het water in gaat, want: - misschien is de waterkwaliteit slecht, bijvoorbeeld door blauwalg of bacteriën - de bodem kan vervuild zijn - obstakels onder water zijn slecht zichtbaar - scheepvaart zorgt voor een gevaarlijke stromingen Het meest veilig is het om te zwemmen in een zwembad of op een officiële zwemlocatie. Kijk voor meer informatie op: https://www.amsterdam.nl/sport/zwemmen/zwemmenstad-geniet-wees-voorzichtig!/
37
Juli/aug
Er wordt weer volop gezwommen in de stad. Geniet, maar pas goed op. Want zwemmen in open water kan gevaarlijk zijn. Wees dus voorzichtig als je het water in gaat. Meer informatie over veilig zwemmen vind je hier: https://www.amsterdam.nl/sport/zwemmen/zwemmenstad-geniet-wees-voorzichtig!/
Kanalen
Boodschap
Op zoek naar verkoeling tijdens deze heerlijke, zomerse dagen? Amsterdam heeft veel water waarin je kunt zwemmen. Dat is fijn, want bewegen is gezond en verkoeling is nu meer dan welkom.
Bijvoorbeeld bij: - Start zomervakantie 16 juli t/m 28 aug 2022 - Goede weersvoorspelling weekend Beeldsuggestie Dit beeld is voor dit doel gemaakt en voldoet aan de Amsterdamse huisstijl.
Moment Bij verwachte hittedag mei t/m september
Maar, zwemmen in open water kent ook risico’s. Het water kan vervuild of onveilig zijn. Er kunnen stromingen zijn of obstakels onder water liggen. Wees dus altijd voorzichtig als je zwemt in open water, pas op voor boten en spring niet van de brug af! Op zoek naar veilig zwemwater? Je vindt de officiële zwemlocaties op https://maps.amsterdam.nl/zwemwater/
mei t/m september
Op zoek naar verkoeling? Geniet van het water, maar wees voorzichtig als je in open water zwemt. Het water kan vervuild of onveilig zijn. Er kunnen boten varen of obstakels liggen. Op zoek naar veilig zwemwater? Officiële zwemlocaties vind je op https://maps.amsterdam.nl/zwemwater/
38
Beeldsuggestie Laat een officiële zwemlocatie zien. Zoals Strand IJburg, Sloterstrand, Gaasperplas. Foto’s zijn vindbaar via de gemeentelijke fotobank.
Moment Bij verwachte riool overstorten mei t/m september, na hevige regenbuien
Kanalen
Boodschap
Afkoelen in het water? Nu even niet! Door de zware regen is de waterkwaliteit tijdelijk slechter. Afval- en regenwater is afgevoerd naar het oppervlaktewater. Zwem de komende dagen dus niet in de Amstel, de grachten of ander open water. Meer informatie over veilig zwemmen vind je hier: https://www.amsterdam.nl/sport/zwemmen/zwemmenstad-geniet-wees-voorzichtig!/
mei t/m september, na hevige regenbuien
Afkoelen in het water? Nu even niet! Door de zware regen is de waterkwaliteit tijdelijk slechter. Zwem de komende dagen dus niet in de Amstel, de grachten of ander open water. Lees meer over veilig zwemmen: https://www.amsterdam.nl/sport/zwemmen/zwemmenstad-geniet-wees-voorzichtig!/
Beeldsuggestie Laat een gracht, kanaal of de Amstel zien in een zomers seizoen, zonder scheepvaart en zonder zwemmers. Foto’s zijn vindbaar via de gemeentelijke fotobank.
39
Huisstijliconen zwemwater
40
Advies van de GGD inzake Zwemmen in open water Naast de gezondheid bevorderende effecten van zwemmen zijn aan het zwemmen in open water vrijwel altijd bepaalde risico’s verbonden. Zwemmers moeten zich hiervan bewust zijn en voor hun persoonlijke situatie een inschatting maken. 8.6.1
Waterkwaliteit en veiligheid
In tegenstelling tot water in zwembaden kunnen zich in open water altijd bijzondere omstandigheden voordoen: koude, onweer, plaatselijke verontreinigingen, riooloverstort, obstakels onder water, scherpe voorwerpen op waterbodem of oever, verraderlijke stromingen, aanwezigheid beroeps-/pleziervaart. De concentratie bacteriën en andere micro-organismen kan verhoogd zijn in open water. Hevige regenval verhoogt het risico op aanwezigheid van ziekteverwekkers in het water door o.a. straatvuil en/of het lozen van rioolwater en afspoelen landbouwgrond. Deze ziekteverwekkers verhogen de kans op infecties van met name het maagdarmstelsel, maar ook klachten van de ogen, oren en huid (bij open wondjes) kunnen optreden. 8.6.2
Gezondheidsrisico’s zwemmen in open water
De meest voorkomende aandoening is zwemmersjeuk. Een wormpje van eenden is hier de oorzaak van. Al kort na het zwemmen, kan men onder de rode bultjes zitten, die heftig jeuken, maar verder onschuldig zijn. In het water kan ook Cryptosporidium voorkomen. Deze parasiet veroorzaakt diarree. Andere veel voorkomende veroorzakers van diarree zijn de E-coli bacterie en het norovirus. Beide kunnen klachten van braken, diarree en misselijkheid geven. Een zeldzame, mogelijk ernstig verlopende ziekte is de ziekte van Weil. Deze ziekte wordt verspreid door een bacterie (leptospirose) in rattenurine. Via de slijmvliezen of kleine huidwondjes kan de bacterie uit het water in het lichaam terechtkomen. Botulisme kan in het water voorkomen. Besmetting van mensen is zeer zeldzaam. Aanraking met blauwalg kan irritaties aan ogen of huid veroorzaken. Andere klachten zijn hoofdpijn, maag- en darmklachten.
8.6.3
Benadering van gezondheid in relatie tot zwemmen
Vanuit het gezondheidsperspectief raadt de GGD aan gezondheid rondom de waterkant integraal te benaderen. De GGD gaat uit van de ‘One Health’ benadering. Dit principe gaat uit van een interdisciplinaire samenwerking om de gezondheid van mensen, dieren en milieu te verbeteren. Zo kunnen de voordelen van recreatie rondom water worden benut en wordt voorkomen dat volksgezondheid en dierenwelzijn onacceptabele risico’s lopen op negatieve effecten. Het advies is om locaties waar veel gezwommen wordt slim in te richten. Neem preventieve maatregelen en informeer recreanten. 8.6.4
Communicatieboodschappen zwemmen in relatie tot gezondheid
De GGD adviseert risico’s te blijven communiceren, ook als er maatregelen worden getroffen, en na een hevige regenbui extra te communiceren over de riooloverstorten. Vanuit de GGD worden met het oog op gezondheid de volgende adviezen meegegeven: - Zwem niet in lauw, stilstaand water. - Zwem niet in water waarin (blauw)algen zichtbaar zijn. - Zwem niet in water waarin dode dieren (vissen, watervogels) drijven. - Raak geen dode dieren aan. Als u dode dieren in het water ziet, waarschuw dan de gemeente. - Houdt altijd rekening met voorwerpen/obstakels onder het wateroppervlak (nooit duiken). - Houdt altijd rekening met scherpe voorwerpen op de bodem en langs de oevers. - Zwemmen met open wondjes wordt afgeraden. 41
-
Bij zwangerschap of bij mensen met een verminderde weerstand wordt het zwemmen in open water sterk ontraden. Drink nooit oppervlaktewater, ook niet als het er schoon uitziet. Spoel na zwemmen in open water huid en haren af met schoon kraanwater en droog u goed af. Consulteer huisarts bij gezondheidsklachten na zwemmen in open water. Maak in de communicatie een onderscheid tussen officiële en niet officiële zwemplekken.
Maatregelen ten behoeve van de veiligheid en gezondheid In hoofdstuk 5 is omschreven welke eisen gesteld worden aan officiële zwemlocaties. In hoofdstuk 5 is omschreven aan welke eisen een goede wildzwemplek moet voldoen. Onderstaande tabel biedt een overzicht van de mogelijke maatregelen die genomen kunnen worden om veiligheidsrisico’s te beperken en de situatie voor zwemmers te verbeteren. Deze maatregelen zijn afkomstig uit de Amsterdamse praktijk, ervaringen van andere gemeenten en het document ‘Handreiking Fysieke Veiligheid Zwemmers in Oppervlaktewater’ (DHV, 2008). Maatregelen met een * worden in principe alleen toegepast op officiële zwemlocaties. In aanvulling op de hieronder genoemde fysieke ingrepen kan op intensief gebruikte wildzwemplekken een informatiebord geplaatst worden waarop algemene en locatie specifieke risico’s benoemd zijn, zie §5.5. Op officiële zwemlocaties worden standaard informatieborden geplaatst door de provincie, zie §4.5. Op locaties waar zwemmen ontmoedigd dient te worden omdat de veiligheidsrisico’s onacceptabel zijn kan een waarschuwingsbord geplaatst worden, zie §6.2.2 . NB: voorzieningen die uitnodigen tot zwemmen en die worden aangebracht in openbaar water door particulieren zoals ballenlijnen, zonder de benodigde vergunningen of ontheffingen, worden in principe verwijderd.
Daarbij wordt in overleg met de Gemeente wel afgewogen of het wenselijk is om op de betreffende locatie aanvullende maatregelen te treffen om de veiligheid omtrent wildzwemmen te verhogen dan wel het wildzwemmen te ontmoedigen. Risico
Beheersmaatregel
Toelichting
Onveilige toegang tot water
Aanbrengen drenkelingentrappen
Bij het plaatsen van de drenkelingentrappen rekening houden met de omgeving. Bijvoorbeeld de trap niet direct naast een woonboot of dicht bij een woning. Dure en en complexe ingreep. Nodigt uit tot zwemmen en is daarmee met name geschikt voor toepassing op officiële zwemlocaties.
Aanleg van een zand- of kiezelstrand*
Obstakels onder water (damwanden, palen, rotsen, etc.)
Losse objecten op de bodem Onregelmatige/grillige bodem
Verwijderen uitsteeksels of scherpe randen langs kades Obstakel verwijderen Obstakel afschermen, bijvoorbeeld met boeien Obstakel zichtbaar maken, bijvoorbeeld met een waarschuwingsbord Grofvuil vissen
Plotselinge diepteverschillen dichtstorten met geschikt bodemmateriaal (zand) Knik verwijderen en het talud van de
NB: een dergelijke strandachtige inrichting kan ook worden toegepast bij bijvoorbeeld surfstranden en hondenstranden. In zo’n geval kan het nodig zijn bezoekers te informeren dat het geen officiële zwemlocatie betreft. Bijvoorbeeld door uitstekels te laten wegslijpen en glad af te laten werken. Fysieke aanpassing, neemt het risico weg maar kan kostbaar/complex zijn. Waarschuwing om gevaar te beperken, neemt het gevaar niet volledig weg. Waarschuwing om gevaar te beperken, neemt het gevaar niet volledig weg. Voor aanvang van het zwemseizoen grofvuil met grijpers laten verwijderen door Waternet. Dit gebeurt al op diverse plekken in de stad. Fysieke aanpassing, neemt het risico weg maar is relatief kostbaar. Fysieke aanpassing, neemt het risico weg maar is
42
Conflicten tussen zwemmers en scheepvaart
zwemzone gelijkmatig laten aflopen Ter plaatse van de knik in de waterbodem een ballenlijn plaatsen
relatief kostbaar.
Aanbrengen van een rode ballenlijn t.b.v. het weren van boten langs/voor de kade, op plekken met een afmeer/ankerverbod
Vormt een barrière voor de schepen. De kleur rood wordt aanbevolen om te markeren dat het géén ballenlijn t.b.v. zwemmers betreft. Een dergelijke ballenlijn blijkt effectief in de praktijk op Somerlust en Weesperzijde om de leefbaarheid te borgen. Is relatief eenvoudig en goedkoop te plaatsen. Bij voorkeur combineren met een informatiebord waarop wordt aangegeven waarom de ballenlijn er ligt, of een verbodsbord indien een zwemverbod geldt. Vormt een visuele markering rondom het gebied waar veilig gezwommen kan worden. Alleen toepassen op officiële zwemlocaties. Vormt een fysieke barrière tussen zwemmers en vaartuigen, voorkomt daarmee aanvaren. Kostbaar in aanleg en beheer en permanent. Risico is dat zwemmers van de palen/planken af gaan springen. Alleen toepassen op officiële zwemlocaties. Bijvoorbeeld een boothelling, ver genoeg buiten het gebied waar gezwommen wordt. Hiermee worden functies helder gescheiden. Biedt een heldere markering van de vaarweg, Beperkt het risico dat schepen dicht bij de wal varen. Voorkomt - mits gehandhaafd- dat schepen aanmeren langs kades/steigers die hiervoor niet bestemd zijn. Kan leefbaarheidsproblemen (overlast vanaf het water) tegengaan. Kan conflicten met zwemmers wegnemen. Voorkomt - mits gehandhaafd- dat schepen voor anker gaan in water dat hiervoor niet bestemd is. Kan leefbaarheidsproblemen (overlast vanaf het water) tegengaan.
Kan conflicten met zwemmers wegnemen. Voorkomt - mits gehandhaafd- dat schepen varen in water dat hiervoor niet bestemd is. Kan leefbaarheidsproblemen (overlast door scheepvaart) tegengaan. Kan conflicten met zwemmers wegnemen. Hiermee kan het risico beperkt worden dat (wild)zwemmers te water gaan op plekken waar schepen varen of afmeren. Verplaatsen kan alleen als daarmee nog steeds aan de gestelde veiligheidseisen t.b.v. drenkelingen wordt voldaan. Hiermee kan het risico beperkt worden dat (wild)zwemmers te water gaan nabij de havens, aanmeerplaatsen of de vaargeul. Naar voorbeeld van de recreatiesteiger Borneokade. Bijvoorbeeld aanmeren van schepen voor laden/lossen op aangewezen tijdstippen, daarbuiten een aanmeerverbod. Fysieke aanpassing, neemt het risico weg maar kan kostbaar/complex zijn.
Aanbrengen van een gele ballenlijn t.b.v. het markeren van een gebied voor zwemmers* Aanbrengen van een palenconstructie*
Aanwijzen/aanleggen van een geschikte locatie op boten en andere vaartuigen te water te laten Aanbrengen van betonning langs de vaargeul om de vaargeul te markeren Aanmeerverbod
Ankerverbod
Vaarverbod
Verplaatsen van (drenkelingen)trappen
Verplaatsen van recreatiesteigers
Werken met tijdsloten/flexibel gebruik
Zuigend slib
Bodemvervuiling
Bodemstructuur verbeteren, verwijderen zuigende bodemlaag (bijv. slappe bagger) en aanbrengen stabiele zandlaag. Bodemsanering
Waarschuwing om risico te beperken, neemt het gevaar niet volledig weg.
Fysieke aanpassing, neemt het risico weg maar kan kostbaar/complex zijn.
43
Kaart met de waterkwaliteitsbeheerders
44
Bevoegde autoriteit conform het Bpr Artikel 8.08 van het Bpr verwijst naar het ‘bevoegde autoriteit’ voor het aanwijzen van plekken waar een zwemverbod geldt of het verlenen van ontheffingen van het algemeen geldende zwemverbod. Het is dus belangrijk te weten wie het bevoegde autoriteit is. Deze bijlage geeft inzicht in de Amsterdamse situatie. Voor vaarwegen in beheer bij het rijk geldt de Beschikking aanwijzing bevoegde autoriteiten Bpr. Voor wateren in beheer bij het rijk, binnen de gemeente Amsterdam, zijn de volgende functionarissen aangewezen als bevoegde autoriteit in de zin van artikel 8.08 van het Bpr: - Artikel 1, aanhef en onder b verklaart in algemene zin bevoegd: de desbetreffende hoofdingenieur-directeur van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat. - Artikel 1, aanhef en onder g verklaart bevoegd: de directeur-generaal Rijkswaterstaat voor zover het betreft de vaarwegen in beheer bij het rijk in het Noordzeekanaal-gebied tot en met het afgesloten IJ. De directeur-generaal Rijkswaterstaat heeft aan de directeur van het Centraal-Nautisch beheer Noordzeekanaalgebied mandaat gegeven van zijn bevoegdheden als bevoegde autoriteit Bpr voor het Noordzeekanaalgebied. Dit mandaatbesluit dateert van 19 maart 2013.
Voor vaarwegen die in beheer zijn bij een ander openbaar lichaam dan het rijk, is de bevoegde autoriteit: de personen die worden aangewezen telkens door het bestuur van het openbaar lichaam (artikel 5, eerste lid sub b van het Vaststellingsbesluit Bpr). Voor vaarwegen die niet in beheer zijn bij enig openbaar lichaam is de bevoegde autoriteit: de personen die worden aangewezen door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin telkens de vaarweg is gelegen (artikel 5, eerste lid sub c van het Vaststellingsbesluit Bpr). Om te weten wie de bevoegde autoriteit is die een zwemverbod kan instellen (in aanvulling op de in het Bpr al gedefinieerde plaatsen) of ontheffing kan verlenen van een zwemverbod, moet dus eerst vastgesteld worden wie het beheer heeft van de betreffende vaarweg. 8.9.1
Vaarwegbeheerders in Amsterdam
Het Rijk heeft een aantal vaarwegen aangewezen als van nationaal belang. Dit gaat met name om de vaargeul in het IJ en het Amsterdam-Rijnkanaal. Er bestaat soms onduidelijkheid over waar exact de grens loopt tussen het beheergebied van Rijkswaterstaat en Amsterdam, vooral in de Zijkanalen. De Provincie Noord-Holland heeft in de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 in bijlage 9 vaarwegen aangewezen die van provinciaal belang zijn (lijst A en lijst B). Van vaarwegen op lijst A (bijvoorbeeld Amstel zuidelijk van Berlagebrug) is de provincie zelf vaarwegbeheerder. Van vaarwegen op lijst B (bijvoorbeeld Amstelroute tussen Berlagebrug en Oosterdok, Kostverlorenvaartroute) is de provincie de bevoegde autoriteit maar heeft zij een andere partij als vaarwegbeheerder aangewezen. Binnen Amsterdam is meestal de gemeente dan door de provincie aangewezen als vaarwegbeheerder. Binnen de gemeentelijke organisatie is die rol belegd bij programma varen. Een digitale kaart van Waterrecreatie Nederland geeft enig inzicht in de vaarwegbeheerders op Amsterdams grondgebied.
45
8.9.2
Amsterdamse aanwijzingsbesluiten
In zijn besluit van 10 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de algemeen directeur en de directeur Strategie en Transities van Waternet aangewezen als bevoegde autoriteit in de zin van artikel 8.08, tweede lid van het Bpr. Deze aanwijzing geldt voor de bij de gemeente in beheer zijnde vaarwegen en de bij niemand in beheer zijnde vaarwegen. In de toelichting wordt een onderscheid gemaakt tussen nautisch vaarwegbeheer door Waternet op twee doorgaande routes en nautisch vaarwegbeheer op de overige vaarwegen binnen Amsterdam door programma Varen. Vervolgens wordt in de toelichting enerzijds gesteld dat voor het nautisch vaarwegbeheer, personen werkzaam bij Waternet dienen te worden aangewezen als bevoegde autoriteit bedoeld in het Bpr. Anderzijds zegt de toelichting dat de aanwijzing betrekking heeft op bevoegdheden van de bevoegde autoriteit voor de gehele vaarwegen waarvoor Waternet het nautisch vaarwegbeheer uitvoert. Op 21 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders de (senior) inspecteurs en de coördinator vaarwegen werkzaam bij het team Nautisch Toezicht en Handhaving (van de directie THOR) aangewezen als bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 8.08, tweede en derde lid Bpr, voor wat betreft de bij de gemeente in beheer zijnde vaarwegen.
Dit besluit is wat reikwijdte betreft duidelijker geformuleerd (de bij de gemeente in beheer zijnde vaarwegen). Anders dan bij de ‘Waternet-aanwijzing’ voorziet het besluit ook in de bevoegdheid ontheffing te verlenen van een zwemverbod. Wel zit er een gedeeltelijke dubbeling in de beide aanwijzingsbesluiten. Bij de ‘THOR-aanwijzing’ zijn in hetzelfde besluit ook boa’s die werkzaam zijn bij het team Nautisch Toezicht en Handhaving belast met de opsporing van het o.a. het bij of krachtens het Bpr strafbaar gestelde (dus bijvoorbeeld ook het negeren van het zwemverbod dat bij of krachtens artikel 8.08 geldt. Op 16 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders de directeur van het cluster Ruimte en Economie aangewezen als bevoegde autoriteit in de zin van het Bpr. Dit besluit heeft betrekking op alle bij de gemeente in beheer zijnde vaarwegen en op alle bevoegdheden die het Bpr aan de bevoegde autoriteit toekent, met uitzondering van handhavingstaken.
46
Deze aanwijzing kent dubbelingen met de hiervoor genoemde ‘Waternet-aanwijzing’ en ‘THORaanwijzing’. Bij besluit van 1 juli 2020 heeft de directeur R&E (in de hoedanigheid van bevoegde autoriteit in de zin van het Bpr) mandaat gegeven aan de programmamanager Programma Varen voor het uitoefenen van de bevoegdheden die toekomen aan de bevoegde autoriteit als bedoeld in het Binnenvaartpolitiereglement, met uitzondering van handhavende bevoegdheden. Dit betreft dus tevens het instellen van een zwemverbod in door de gemeente beheerd vaarwater en het verlenen van ontheffing daarvan.
Juridische verdieping: overlap tussen het begrip badinrichting en aangewezen zwemlocatie Wat opvalt is de ruime definitie van het begrip badinrichting die in de wet gehanteerd wordt: een voor publiek toegankelijke plaats (behorende tot bij AmvB aangewezen categorieën) welke is ingericht om te worden gebruikt voor het zwemmen of baden. Een van de bij AmvB aangewezen categorieën betreft de badinrichting ingericht voor het zwemmen of baden in oppervlaktewater. De wet en de AmvB houden er op verschillende plekken ook rekening mee dat een door GS aangewezen zwemlocatie tevens een badinrichting is. Bij zo’n samenloop gelden de regels voor aangewezen locaties, maar óók die voor badinrichtingen in oppervlaktewater. Dat is onder meer van belang voor het gegeven dat bij zo’n badinrichting in voldoende mate toezicht moet worden uitgeoefend, terwijl dat vereiste voor een aangewezen zwemlocatie niet geldt. Dat roept de vraag op of aangewezen zwemlocaties in Amsterdam tevens een badinrichting zijn en zo ja, wie dan als de houder kan worden aangemerkt op wie verplichtingen rusten zoals het uitoefenen van toezicht. Ook in de notitie ‘Zwemmen in oppervlaktewater – hoe zit dat’ van de Reddingsbrigade wordt er op gewezen dat de criteria om een aangewezen locatie tevens als een badinrichting in oppervlaktewater aan te merken op verschillende manieren zijn te interpreteren.
In dezelfde notitie wordt ook vermeldt dat provincies en omgevingsdiensten hier verschillend mee omgaan. In de notitie wordt ten aanzien van een badinrichting in oppervlaktewater aangenomen dat er een vorm van bedrijfsmatige exploitatie aanwezig is en dat de locaties vaak zijn omheind en er betaald moet worden om er te mogen zwemmen. De wet geeft geen definitie van het begrip ‘houder’. De term houder komt echter al in de eerste versie van de wet (toen nog de wet hygiëne en veiligheid zweminrichtingen). De definitie van een zweminrichting in die wet is bijna identiek aan die van een badinrichting in de huidige wet. In de memorie van toelichting bij het ontwerp voor de wet is onder meer de volgende toelichting op het begrip ‘houder’ opgenomen: Artikel 2. De uit deze wet voortvloeiende verplichtingen rusten op de houder van een zweminrichting. Met houder wordt hier bedoeld degeen voor wiens rekening en risico de inrichting, al dan niet met winstoogmerk, wordt beheerd. De toelichting heeft het ook over ‘de exploitant’: Aan het voorstel, vervat in het ontwerp, ligt de gedachte ten grondslag dat de exploitant van een voor het publiek opengestelde zweminrichting er zorg voor moet dragen, dat hygiënische en veilige omstandigheden in zijn inrichting heersen. Maar tegelijkertijd zegt de toelichting:
47
Aan het publiek gelegenheid tot zwemmen geven zal meestal wel geschieden tegen het heffen van enige geldelijke vergoeding. Dit is echter voor de toepassing van het ontwerp, indien het tot wet wordt verheven, irrelevant. Kennelijk was de reikwijdte van het begrip ook de Tweede Kamer niet geheel duidelijk. In de Memorie van Antwoord gaat de staatssecretaris nogmaals in op de betekenis van het begrip houder, maar ziet hij toch geen aanleiding een definitie op te nemen: Met betrekking tot de term „houder" van een zweminrichting is de ondergetekende van mening, dat daaronder in het maatschappelijk verkeer - bijvoorbeeld in woordsamenstellingen als „hotelhouder" of „garagehouder" - pleegt te worden verstaan degene voor wiens rekening en risico de inrichting wordt gedreven, en niet degene die slechts als feitelijke beheerder optreedt. Inderdaad zal de „houder" van de onderhavige inrichtingen veelal een rechtspersoon zijn; de ondergetekende ziet daarin echter voor het gebruik van deze term geen bezwaar. Hij wijst erop dat de term in de Wet op de bejaardenoorden (Stb. 1963, 18) op dezelfde wijze en, blijkens de memorie van antwoord aan de Tweede Kamer, in dezelfde betekenis wordt gebruikt in de uitdrukking „de houder van een bejaardenoord".