CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. 20250701 Gebiedsgericht Omgevingsprogramma Nieuw-West.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 3 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het Gebiedsgericht Omgevingsprogramma Nieuw-West (GOP Nieuw-West) (VN2025-010627)23.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De inzet is daarom grotendeels om het verbeteren van bestaande groene ruimtes die de potentie hebben om veel meer betekenis te krijgen voor de stad. Zo combineren we verdichting en vergroening. Bij al het groen in Nieuw-West zijn het veranderende klimaat, de eenzijdige biodiversiteit en het beheren van het groen aandachtspunten. Van diepe polders moet 5% tot 10% gereserveerd worden voor waterberging, bij voorkeur de diepste delen, om wateroverlast als gevolg van aanhoudende regenval of piekbuien te voorkomen. Per locatie en per ondergrond moet worden onderzocht wat de meest duurzame, passende beplantingssoort is. Deze opgaven vragen om een uitwerking nodig voor de beleidsprincipes ‘water en bodemsturend’, waarbij gevolgenbeperking bij overstroming een rol speelt. 38

Legenda Richtlijn voor de omgang met groen: Het kan zijn dat door verdichting minder groen overblijft. Een voorwaarde is dan een vergroting van de waarde van bestaand groen, door als voorwaarde te stellen dat het groen wat terugkomt en blijft, een grotere ecologische, klimaatadaptieve, sociale, recreatieve dan wel andere waarde heeft dan het groen dat aanwezig was. Een tweede mogelijkheid is de gevraagde vergroening te realiseren in één van de vier Groen Focusopgaven. Bij minder groen is er de verplichting om gebouwen te vergroenen of meer natuurinclusief te maken. Nadere handvatten voor de uitwerking van het berekenen van het groen zijn de volgende: een gebiedsgerichte invulling van de groennorm betekent dat in Nieuw-West het semi-

gebruik geïntensiveerd en georganiseerd wordt en stadsrandprogramma’s een plek vinden (denk aan stadslandbouw, sport, schooltuinen, vrije ruimte, het goed inpassen van het nieuwe bedrijvencentrum Lutkemeerpolder en kermisexploitanten). Het sportpark Ookmeer kan een schakel vormen tussen het Sloterpark en de scheg van West. Daarnaast vraagt de intensivering van het sportpark om een nieuw ontwerp. Zonering in georganiseerde sport en urban sports zal helderheid brengen in gebruik en beheer. Het sportpark wordt voorzien van openbare sport- en speelvoorzieningen en publieke (buurt)voorzieningen en de overmaat aan parkeren en bermen worden vergroend zodat het kwalitatief een wezenlijk groen onderdeel van de scheg vormt.

publieke en collectieve groen meegerekend wordt als gebruiksgroen.

De prioriteit voor het rigoureus vergroenen ligt bij deze vier Groen Focusopgaven: Dit betekent dat we beschikbare groengelden of bovenplanse investeringen allereerst inzetten op deze vier opgaven. Het gaat hier meestal om kwalitatieve verbetering en vaak niet om het kwantitatief toevoegen van groen (behalve bij de opgave in buurten).

Groene pleinen en straten in de buurten. Er zit een grote opgave in het groener inrichten van de verharde straten en pleinen. We zien vooral ruimte in brede verharde stoepen en soms in de overmaat aan verharde verkeersruimte. Centraal in de woonbuurten en gekoppeld aan een (maatschappelijke) voorziening vormen de pleinen het middelpunt voor het buurtleven. Vergroening van deze plekken draagt bij aan klimaat adaptieve openbare ruimte en aangenamer dagelijks verblijf. We zetten in op buurten waar de hittestress hoog is (zie de kaart op pagina 75). Hierbij is er een grote overlap met de Focusgebieden van het Nationaal Programma Samen Nieuw-West. De groene scheg met de Sloterplas en de tuinen van West De belangrijkste thema’s van de verbeteringen van deze groene long zijn: verbinden, verrijken en vergroenen. Verbinden gaat over het verbeteren van de fiets- en voetgangersinfrastructuur. We verrijken door enerzijds de waterkwaliteit, de biodiversiteit en de natuur te verbeteren en anderzijds de functies en het gebruik van de openbare groene ruimte te zoneren. Vergroenen door op diverse plaatsen groen toe te voegen of het groen op te waarderen qua beleving, inrichting en ecologie.

In de hoek van de Zuidwestoever wordt met de inpassing van de Nieuwe Meervaart en de herinrichting van de oevers ook de recreatieve en culturele waarde van de zuidwestoever voor de stad vergroot, met een nieuwe ‘stedelijke culturele recreatieve hotspot’. In de Osdorperpolders worden langs de bebouwing van de Osdorperweg op strategische plekken bospercelen geplaatst die een verrijking van zowel het landschap als de biodiversiteit vormen. De gemeente heeft de ambitie dit gebied door te ontwikkelen naar een robuust, duurzaam en hoogwaardig landschapspark. Waarin een landschappelijk karakter geborgd is, recreatief

Groot Oeverlanden Deze groene ruimte en de plas zijn onderbenut. Met de verdichting van Nieuw-West en de verdere ontwikkeling van de Zuidas en Schinkelkwartier vraagt een deel van het gebied om een inrichting en programmering die meer recreatief gebruik mogelijk maakt. Daarnaast zijn er delen waar de stadsnatuur juist beschermd wordt ten behoeve van de ecologische waarde en stilte die er te vinden is. Sportpark Sloten is onderdeel van dit landschapspark. De watergangen als biodivers en recreatief netwerk De geoptimaliseerde waterzuiverende grachten in Nieuw-West zijn van belang voor de klimaatadaptatie qua regenbuien. De watergangen zijn in de toekomst rijk aan planten en dierenleven en bevatten kwalitatief goed water. Er komt een zonering van de wateren voor het wel op niet bevaren en met welke type vaartuigen. Het gebruik voor kano’s en kleine (stille) bootjes door de bewoners is optimaal. De ecologische verbindingen in de scheg zijn van noord naar zuid en van oost naar west geoptimaliseerd. De Sloterplas vormt hierdoor het ecologische en recreatieve hart voor Nieuw-West zoals de bedenkers in het AUP voor ogen hadden.

Richtlijn voor de invulling van groen: Zoeklocatie stadsbos Rust: Gebieden met een hoge ecologische waarde, en hoven dichtbij de woning. Reuring: Gebieden in parken en in meer stedelijke gebieden met een hoge recreatieve waarde. Ruis: gebieden die verder weg liggen van woningen, vaak gebruikt voor sport en evenementen. Binnen het Wederopbouwgebied de aaneenschakeling van groene elementen van kleine tot grote schaal leesbaar houden. 39

4.3 Publieke ruimte De publieke ruimte wordt een uitnodigende huiskamer van Nieuw-West. We werken daarom aan een publieke ruimte (straten, lanen, fiets- en wandelroutes en pleinen) met verblijfskwaliteit die actieve mobiliteit stimuleert. Het ontwerp van de openbare ruimte is volgens de principes van ‘Amsterdam maakt ruimte’: toekomstbestendig in te richten - met aandacht voor brede welvaart, binnen de sociale en ecologische grenzen, gebaseerd op waarden. Nieuw-West ontwikkelt zich bovendien tot een complete stedelijke kern in de metropoolregio. Hiervoor is het verbeteren van cruciale verbindingen, zowel binnen het stadsdeel als naar de omgeving, essentieel. De lange oost-west en noord-zuid straten en lanen zijn voor langzaam verkeer belangrijke verbindingen. Langs deze straten is het belangrijk levendige functies te plaatsen en te behouden. We reserveren ruimte voor toekomstige bus-, metro- en tramlijnen. Het groen, blauwe Raamwerk uit het oorspronkelijke plan is hiërarchisch opgebouwd, van landschap, park, parkstrook, groenstrook, hof naar voor- of achtertuin. Het is nog grotendeels in tact en is van grote betekenis voor (recreatieve) doorgaande fietsroutes en groen in de buurt. Het ‘grijs’ van het Raamwerk wordt getransformeerd naar een aangenaam netwerk van stadsstraten- en lanen die voetganger- en fietsvriendelijk zijn.

Een aantal mensen in Nieuw-West is voor hun werk afhankelijk van de auto omdat ze op plekken wonen met een slechte ovbereikbaarheid, of op afgelegen plekken of op onregelmatige tijden werken. We zetten daarom in op nabijheid van voorzieningen, winkels, uitgaansplekken en parken. Ook zijn in 2024 de regels verruimd om bij herhuisvesting in een nieuwbouw woning parkeervergunningen te mogen houden. Tegelijkertijd is de auto voor velen een een gemaksproduct en makkelijk alternatief voor fietsen of OV. Het gebruik van de auto ligt hoger dan in andere delen van de stad. 40

Parkeeroplossingen zijn zo ontworpen dat zij in de loop der tijd makkelijk van functie kunnen wisselen. Parkeren in aparte parkeergebouwen of in niet gebouwde voorzieningen kunnen makkelijk vervangen worden wanneer er minder parkeerplekken nodig zijn, deze met openbare ruimte en groen. Bij voorkeur niet parkeren in de hoven.

Legenda We streven naar een continu en logisch netwerk voor voetgangers en fietsers en openbaar vervoer, dat zowel interne verbindingen als verbindingen met andere delen van de stad faciliteert. De belangrijkste oost-west en noord-zuidroutes zijn hierbij cruciaal. Deze routes komen later terug in het ‘kwintet’ van complexe opgaven. Het hoofdnetwerk is bedoeld voor alle modaliteiten. De focus verschuift van autoverkeer naar lopen, fietsen en openbaar vervoer. De straten en lanen zijn goed oversteekbaar, wat zorgt voor een goede interactie tussen de buurten aan weerszijden van de hoofdstructuur. De klimaatbestendige straten bieden ruimte voor fietsers, voetgangers, openbaar vervoer, parkeren, wonen en voorzieningen. Bestaande kwaliteiten zoals de manier waarop bomen en inrichting van de openbare ruimte interfereren met de architectuur en de stedenbouwkundige opzet worden versterkt. Stadstraten zijn levendige straten met straatwanden waar, naast ruimte voor wonen, een groot aandeel voorzieningen is. De stedelijke kwaliteit wordt versterkt door de openbare ruimte primair ten behoeve van fietsers en voetgangers in te richten, gecombineerd met verdichting van wonen, werken en voorzieningen. Er is voldoende ruimte in het profiel voor openbaar vervoer. Stadsstraten worden grotendeels begeleid door bebouwing, wat bijdraagt aan levendigheid en sociale veiligheid.

Stadslanen zijn veel gebruikte routes met een ruim en groen profiel, waaraan voornamelijk gewoond wordt, met her en der voorzieningen. Daar waar de lanen door de hoofdgroenstructuur gaan, is geen ruimte om bij te bouwen. De kwaliteit van deze lanen wordt verbeterd door de openbare ruimte aantrekkelijker te maken voor fietsers en voetgangers. Er is voldoende ruimte in het profiel voor openbaar vervoer. Straten met robuuste bomenstructuren. Waar nodig worden profielen aangepast om meer bomen te plaatsen en de ondergroei te snoeien voor een helderder profiel. Bomen langs watergangen worden verwijderd indien nodig voor de waterkwaliteit. Investeringen in groen helpen hittestress tegen te gaan en bevorderen de biodiversiteit. Bij nieuwe verbindingen (zoals de johan Jongkindstraat) moet de precieze locatie en het profiel nog uitgewerkt worden. Aangename doorgaande routes voor fietsers en voetgangers worden versterkt, met aandacht voor beleving en veiligheid. Versterken van het netwerk bij onduidelijke of ontbrekende schakels, aandacht voor belevingsaspecten en ervaren veiligheid in relatie tot snelheid verkeersdeelnemers en sociale veiligheid in parken en bij groenstroken. Groen-blauw Raamwerk, als structurerend element in het gebied, dat uitmondt in de

Pleinen als centrale ontmoetingsruimten. De pleinen worden ontworpen voor verschillende groepen, met speciale aandacht voor de rol van pleinen rond scholen en andere maatschappelijke instituten. De plinten aan het plein zijn open en dragen bij aan de levendigheid. De pleinen worden vergroend om hittestress tegen te gaan. Schematische weergave van een fijnmazig stratennetwerk rondom metro- en treinstations en het voorzieningencentrum Osdorp Centrum versterkt de potentie voor stedelijke functiemenging en verdichting. Een goede integratie van het openbare ruimte netwerk en het openbaar vervoer netwerk is essentieel, met ruimte voor fietsparkeren en deelmobiliteit als aanvulling op het openbaar vervoer. Indicatie van prettige woonstraten in de woonbuurten in de luwte. Ruimte voor deelmobiliteit, lopen en fietsen en meer ruimte voor verblijf, spelen en groen. OV-Stations Een goede integratie van het netwerk van openbare ruimtes en het openbaar vervoernetwerk is essentieel. Dit omvat bijvoorbeeld het creëren van ruimte voor fietsparkeren en deelmobiliteit als aanvulling op het openbaar vervoer, bij voorkeur in het station of ondergronds in plaats van op straatniveau. Daarnaast is er aandacht nodig voor de kwaliteit van de openbare ruimte rond de ingangen van (metro)stations. Nieuwe fietsverbinding Optie OV-verbinding Autowegen: Voorrang auto, voetganger afwezig of ondergeschikt

aanliggende landschapsparken. Deze waardevolle erfenis uit het originele plan wordt ingezet om doorgaande fietsroutes te begeleiden en brengt ordening aan in het gehele gebied. Bij de vernieuwing van originele bebouwing kan het raamwerk aanleiding zijn voor verbijzondering van de nieuwe opzet (zie pagina 52). 41

Sloterdijken Winterkoudeopvang, ouder- en kindteam met buurtteam, sporthal, sportzaal, gezinsopvang, VO school, woonbehandellocatie, 2x culturele wijkvoorzieningen, opvanglocatie/passantenpension.

4.4 Voorzieningen op stads- en gebiedsniveau In een verdichtende stad ontstaat druk op de ruimte, waardoor voorzieningen zoals logistiek, energie, circulaire economie en maatschappelijke voorzieningen dreigen te verdwijnen. Een complete stad maakt ook ruimte voor deze behoeften.

Geuzenveld-Slotermeer Meedoenlocatie, jongerencentrum XL, gezinsopvang, culturele wijkvoorziening.

In een meerkernige stad hebben voorzieningen betekenis op verschillende schaalniveaus: lokaal, voor het stadsdeel of de stad als geheel. Voorzieningen omvatten ook commerciële functies zoals sportscholen en zalenverhuur, en zijn van groot belang in de openbare ruimte. Denk aan speeltuinen, ontmoetingsplekken en sportfaciliteiten. Een energie-infrastructuur is essentieel voor de groei van Nieuw-West en vraagt om bovengrondse ruimtelijke inpassing. Gedragsverandering naar een circulaire economie wordt vergemakkelijkt door ruimte te reserveren op strategische locaties zoals OV-punten, winkelcentra en woonwijken. We werken toe naar stadshubs die goed bereikbare plekken zijn voor circulaire B2B- en B2C-diensten, zoals reparatieruimtes, opslagfaciliteiten voor deelgoederen en tweedehandswinkels. Deze ontwikkelingen zijn al zichtbaar in de Sloterdijken. Stedelijke en lokale voorzieningen hebben ruimte nodig. In bijgaande kaart hebben we een reservering opgenomen voor de grotere noodzakelijke voorzieningen. Zo creëren we een stadsdeel met ruimte voor wonen, werken, leren, sporten, spelen, cultuur en zorg. Aan de zuidwestkant van de stad wordt er door de gemeente een locatie voor afvaloverslagpunten, stadsnomaden, woonwagenstandplaatsen, flex-wonen, nachtcultuur gezocht. 42

Ringzone-West 4 x compacte sportparken, 3 x culturele/ sport wijkvoorziening, meewerkatelier. Onderstation Adaptieve maatregelen noodzakelijk zodat bij overstroming de vitale infrastructuur wordt beschermd.

Osdorpplein 2x culturele wijkvoorziening.

Schinkel Speeltuingebouw, K&C grootstedelijk, 2x kleinschalige woonbehandellocatie jeugd, 24-uurs opvang, daklozen(winter) opvang, gezinsopvang, zwembad, sporthal, MBO/HBO/WO, binnenplanse ruimte voor buitensport 1 ha, verkenning ruimte voor 1 of meer grootschalige opvangvoorziening(en).

Legenda De kaart toont locaties waar prioriteit wordt gegeven aan maatschappelijke voorzieningen en duurzaamheidsmaatregelen. De aangegeven plekken kunnen worden gezien als kansrijke locaties. Op deze locaties wordt er prioriteit gegeven aan de bovenplanse maatschappelijke opgaven, niet aan

Zoeklocatie geothermie (er zijn ruime reserveringen opgenomen die vragen om nader onderzoek, zodat de inpassing van andere functies niet onnodig worden geblokkeerd) Onderstation

woningbouwontwikkeling of commerciële ruimte.

Voorzieningen zonne-energie De knopen en centra zijn geschikt voor maatschappelijke voorzieningen met een stedelijke betekenis, bijvoorbeeld theaters, middelbaar en hoger onderwijs. De inzet is om hier ook dit soort programma een plek te geven. Groen-blauwe hotspots. Plekken waar, gebruik makend van de landschappelijke kwaliteit, de stedelijke betekenis wordt vergroot door een culturele, recreatieve en sportprogrammering, voor de buurt en de stad.

Wijkhub - mobiliteit Op sommige plekken wordt richting gegeven aan het type maatschappelijke voorzieningen, omdat deze als opgave in beeld zijn: Optie woonwagenlocatie

Optie sportlandschap als invulling van de bovenplanse sportopgave

Optie ongeorganiseerde buitensport

Locaties, die vanwege de bereikbaarheid en ontwikkelopties, kansrijk zijn voor bovenplanse maatschappelijke voorzieningen. Gebiedsontwikkeling op deze plekken betekent dat dit soort functies onderdeel zijn van de programmatische opgave. Eventueel kunnen locaties gebruikt worden voor nutsvoorzieningen.

Zoekgebied Stadsbos

Rondom de voorzieningen- en buurtpleinen ligt een opgave om bestaande buurtvoorzieningen te behouden en intensiveren. Bestaande sportterreinen met georganiseerde sport worden geïntensiveerd en gediversifieerd. De extra vierkante meters voor (anders) georganiseerde buitensport die ontstaan bij het bijbouwen van woningen (volgens de huidige prognose: lopende projecten + ruimte in de OVA, zie de aantallen op pagina 64) zullen worden gerealiseerd door in de bestaande sportparken te intensiveren. Mocht de hoeveelheid toegevoegde woningen zoveel worden dat het sportaanbod niet toereikend is, dan geldt de 1, 2, 3-methodiek (sport in de buurt, optimaliseren bestaande parken, sport op nieuwe locaties). Ontwikkellocatie Nieuwe Meervaart Focusgebieden van het Nationaal Progamma Samen Nieuw-West. Hier wordt ingezet op buurt (ondersteunende) voorzieningen, wanneer we zien dat er onvoldoende aanbod in de buurt is. Hiermee wordt invulling gegeven aan ongelijk investeren voor gelijke kansen.

Maatschappelijke voorzieningen die al bestaan of in een verder of minder vergevorderde fase planvorming zitten. In de teksvakken worden de voorzieningen die al bekend zijn genoemd. Er is een aantal grote infrastructurele reserveringen gemaakt voor mogelijke toekomstige ingrepen: Mogelijke verbinding met de A5 (zie Omgevingsvisie Amsterdam 2050, pagina 100) Mogelijke oost-west metro of snelle tramlijn Het hoofdnetwerk openbare ruimte biedt op verschillende manieren ruimte aan maatschappelijke voorzieningen: Stadsstraten: Langs deze straten zitten veel winkels, (maatschappelijke) voorzieningen, werkruimte en horeca in de plinten en in solitaire gebouwen. Stapstenen: Langs deze delen van straten zitten her en der voorzieningen en commerciële functies, veelal in solitaire gebouwen. Stadslanen: Langs deze lanen wordt voornamelijk gewoond. Her en der (vooral op kruisingen) bevinden zich (maatschappelijke) voorzieningen, werkruimte en eventueel horeca en winkels in solitaire gebouwen en in plinten. 43

Plein ‘40-’45 Concentratie van verschillende functies, sterk gericht op retail, cultuur en leisure. Daarnaast ook ruimte voor wonen, werk en (dagelijkse) voorzieningen.

4.5 Hoogstedelijke en stedelijke buurten Nieuw-West wordt op sommige plekken stedelijker, met levendige straten, winkels, werkruimtes en voorzieningen. We verdichten waar meer mensen zijn: bestaande stedelijkheid wordt uitgebreid en versterkt. Voor deze ontwikkeling zijn de opgaven: • • •

• • • • • •

Het juiste programma op de juiste plek: verdichting, menging en de ‘kleur’ van het economisch programma, gebaseerd op de omgeving en verbindingen. Grootstedelijke programma’s met (commerciële) voorzieningen, werk en wonen in centra en knooppunten. Stedelijke voorzieningen, winkels en horeca langs stadsstraten, kruisingen en pleinen. Dit kan in de vorm van ‘stapstenen’. Een ‘stapsteen’ is een niet-woonfunctie op een verbinding tussen twee stedelijke gebieden. Ruimte voor lokaal ondernemerschap en buurtvoorzieningen in buurten en niet-woonbebouwing. De intensivering van de omliggende bedrijventerreinen, zodat verschillende typen werk nabij zijn. Bouwen voor de buurt oor andere woontypologieën toe te voegen zodat er doorstroom mogelijk is, en zodat jonge mensen ook de woonmarkt op kunnen. Nieuw-West heeft een mix van betaalbare, midden- en dure woningen. Nieuwe buurten zijn gemengd, met (solitaire) gebouwen voor werk en commerciële ruimtes. De meeste nieuwe woongebouwen zijn stedelijk, met rustige (collectieve) tuinen en voordeuren aan de straat.

In stedelijke buurten staat het creëren van meer woonplekken en niet-woonfuncties voorop. Het erfgoedperspectief is hier van ondergeschikt belang. Verdichting kan hier ten koste gaan van bestaand groen, maar de kwaliteit ervan moet dan wel verbeteren. In het algemeen geldt dat bij verdichting rekening dient te worden gehouden met de risico’s en kansen vanuit water en bodem.

Lambertus Zijlplein Draagkracht van de kern van geuzenveld versterken door het bijbouwen van extra woningen. Dit is een ingewikkelde opgave omdat er weinig bouwmogelijkheden zijn.

BCO (Akerpoort) Concentratie van verschillende functies, sterk gericht op retail en leisure. Daarnaast ook ruimte voor werk en (dagelijkse) voorzieningen.

Stationskwartier Lelylaan Concentratie van wonen, werk en mogelijk opleiding, ondersteunend programma, zoals horeca, cultuur en winkels.

Stadscentrum Osdorpplein Concentratie van verschillende functies, sterk gericht op retail, veel cultuur, leisure en wonen. Daarnaast ook ruimte voor opleiding, werk en (dagelijkse) voorzieningen.

NB! De kaart toont de stedelijke laag waar verdichting in principe wenselijk is. Door de eigendomssituatie of eventueel recente renovatie is het niet overal even waarschijnlijk dat

44

Stationskwartier Sloterdijk Concentratie veel verschillende functies: wonen, werk, opleiding, leisure, (nacht)horeca, cultuur en winkels.

het ook werkelijk tot verdichting komt op korte termijn.

Innovatiedistricten Schinkel Concentratie van wonen, werk en opleiding (onder andere het medische cluster is er onderdeel van), ondersteunend programma, zoals horeca, sport, cultuur en winkels.

Legenda Hoogstedelijke buurten: Dit zijn knooppunten en centra met betekenis op buurt-, wijk-, gebieds-,

Bestaande bebouwing die door de ruimtelijke opzet of programmering de stadsstraten en lanen

stads- en regionaal niveau. Hier vind je een concentratie van winkels, maatschappelijke en culturele

begeleidt.

voorzieningen, horeca, kantoren en onderwijs in plinten en solitaire gebouwen. Het streven is om 20% of meer van de bebouwing in te zetten voor niet-wonen (commerciële ruimte en maatschappelijke

Intensivering bedrijven- en werkgebieden. Verdichting van deze gebieden, zodat er meer ruimte

voorzieningen). De verdichtingsopgave in deze gebieden is hoog, met een FSI* van 2 tot 3. Dit

komt voor (stadsverzorgende) bedrijven, werkgelegenheid en voorzieningen.

betekent dat de FSI van de bouwblokken, inclusief de stoep, tussen 2,5 en 6 moet liggen. Wonen in deze buurten betekent dat dagelijkse en stedelijke voorzieningen, openbaar vervoer en veel

Stadsstraten: Langs deze straten zitten winkels, (maatschappelijke) voorzieningen, werkruimte en

levendigheid dichtbij zijn. De voordeuren zitten meestal aan de straatkant, niet aan de binnenkant

horeca in de plinten en in (bestaande) solitaire gebouwen. Deze functies hebben betekenis voor

van het blok. Wanneer er een parkeeropgave op eigen grond is, gebeurt dat ondergronds, onder een

buurt, wijk en gebied. Wonen aan een stadsstraat betekent dat dagelijkse voorzieningen en OV voor

volwaardig groen dek of in verzamelgebouwen.

de deur zijn en veel levendigheid op straat. Bewoners, werkenden, bezoekers en passanten maken

Verdichting kan leiden tot minder groen. De groenopgave wordt ingevuld door privégroen, groen op

gebruik van de openbare ruimte.

gebouwen en in de buurt, bomen in de openbare ruimte met voldoende grondpakket en investeringen in de vier Focusopgaven. Te compenseren bomen na kap komen terug in het projectgebied of in

Stapstenen: Langs deze delen van straten zitten her en der voorzieningen en commerciële

straten en pleinen van andere buurten in het stadsdeel.

functies, veelal in (bestaande) solitaire gebouwen. Deze functies hebben betekenis op buurt-, wijk-, gebiedsniveau. Daarnaast wordt er voornamelijk gewoond.

Zoals hoogstedelijke buurten, maar is al in ontwikkeling of voorlopig geen zicht op structurele verandering wegens eigendomssituatie of recente aanpak. Toevoeging van bebouwing met behoud

Stadslanen: Langs deze lanen wordt voornamelijk gewoond. Her en der (vooral op kruisingen) in

van het bestaande bebouwing is ook mogelijk.

solitaire gebouwen en in plinten bevinden zich (maatschappelijke) voorzieningen, werkruimte en eventueel horeca en winkels. Wonen aan een stadslaan betekent dat dagelijkse voorzieningen en

Gemengde stadsbuurten liggen aan stadslanen, straten of nabij knooppunten en centra, met

vaak ook OV dichtbij zijn en levendigheid op straat. Bewoners, enkele werkenden en passanten

dagelijkse voorzieningen en openbaar vervoer dichtbij. Hoofdstraten en pleinen zijn levendig, met

maken gebruik van de openbare ruimte.

voordeuren aan de straatkant. Bouwblokken krijgen een FSI van 1,8 tot 2,5, zodat de buurt een FSI van 1,5 tot 2 heeft. Nieuwe woningen zijn vooral appartementen. Ongeveer 10-25% van de ruimte

Hoogstedelijke centra met betekenis op stads- of regionaal niveau.

binnen elke buurt is voor maatschappelijke en commerciële functies. Mensen willen voorzieningen en werken in de nabijheid. Dit kan ook in vrijstaande gebouwen.

Voorzieningenpleinen met betekenis op buurt- en wijkniveau. Als ankerpunten in het gebied

Verdichting kan groen verminderen, maar wordt gecompenseerd door buurtgroen, privégroen,

is er ruimte voor een afwijkende ruimtelijke opzet. Er is hier in plinten en (bestaande) solitaire

groen op gebouwen, bomen en investeringen in landschapsparken. Te kappen bomen worden

gebouwen een concentratie van winkels, (maatschappelijke) voorzieningen en horeca. Het

gecompenseerd in het projectgebied of elders in het stadsdeel. De groene kwaliteit en rust van

aandeel niet-wonen is 20-30%. Wonen in de omgeving betekent dat dagelijkse voorzieningen en

binnengebieden wordt gewaarborgd door ondergronds parkeren, parkeren onder een volwaardig

OV dichtbij zijn, terwijl het relatief rustig is. Bewoners en enkele bezoekers en passanten maken

groen dek of in verzamelgebouwen, met besloten hoven die niet altijd toegankelijk zijn.

gebruik van de openbare ruimte.

Zoals gemengde stadsbuurten, maar is al in ontwikkeling of voorlopig geen zicht op structurele

Ontwikkellocatie Nieuwe Meervaart

verandering wegens eigendomssituatie of recente aanpak. Toevoeging van bebouwing met behoud van het bestaande bebouwing is ook mogelijk. Verdichting van deze gebieden, zodat er meer ruimte komt voor (stadsverzorgende) bedrijven, werkgelegenheid en voorzieningen.

*FSI (Floor Space Index) = bruto vloeroppervlak / oppervlakte van het grondvlak We gebruiken deze indicator om de mate van dichtheid aan te geven Met betrekking tot de invulling van economische ruimte in het gebied zal onder andere de ‘Uitwerking ruimte voor productie en maakindustrie’ (op pag. 68 aangekondigd in de Ontwikkelstrategie 2035, Amsterdam 2024) behulpzaam zijn. 45

4.6 Buurten in de luwte Nieuw-West heeft rustige buurten die in de luwte liggen, waar het vaak prettig leven is. Kinderen kunnen veilig op straat spelen en buren ontmoeten elkaar. Deze buurten hebben waardevolle hoven die als speel- en ontmoetingsruimte dienen. Sommige buurten hebben echter achterstallig onderhoud en hebben baat bij de verbetering van de openbare ruimte. Soms zijn er weinig mogelijkheden voor bestaande bewoners om door te kunnen stromen naar een woningtype dat beter bij hun leven op dat moment past. Denk aan jongeren die een eigen starterswoning zoeken, ouderen die een kleinere, gelijkvloerse woningen zoeken en gezinnen op zoek naar een grotere woning. De verharde openbare ruimte van straten en pleinen vraagt om herinrichting voor een aangename verblijfsruimte, een gezonde leefomgeving en klimaatadaptatie. De groenopgave uit verdichtende buurten kan hier deels worden gerealiseerd. Zo profiteren ook buurten rondom vernieuwingswijken. Buurtgroen kan ook worden ingezet als buurtmoestuin, zodat bewoners zonder eigen tuin kunnen tuinieren en voedsel verbouwen. De bestaande woningvoorraad heeft vaak lage energielabels en vraagt om verduurzaming. Vve’s in het stadsdeel hebben behoefte aan ondersteuning bij het verduurzamen van vastgoed. Lichte verdichting kan meer financiële mogelijkheden voor vve’s creëren.

Nieuw-West heeft veel bestaande bedrijfsruimte die vaak betaalbaarder is dan nieuwbouw. Betaalbare werkruimte is belangrijk voor de vitaliteit van buurten, bewoners en lokaal ondernemerschap. Het is cruciaal om betaalbare werkruimte te behouden, ook in de rustige buurten. 46

Legenda Buurten in de luwte behouden grotendeels hun karakter en ruimtelijke opzet. Het Omgevingsprogramma wijst bepaalde buurten in Nieuw-West specifiek aan als “buurten in de luwte”. De opgave in deze buurten is het verduurzamen van de woningvoorraad, het verbeteren van de openbare ontmoetingsplekken en het vergroenen van de openbare ruimte. Dat betekent dat in “buurten in de luwte” niet of nauwelijks wordt verdicht, alleen als dit bijdraagt aan bovengenoemde opgaven. Eventuele veranderingen dragen bij aan de sociaal-maatschappelijke en verduurzamingsopgave (zoals waterretentie en het tegengaan van hittestress) van de buurten zelf. Niet-woonruimte is van belang voor lokaal ondernemerschap. We behouden de bestaande voorraad aan betaalbare werkruimte zoveel mogelijk, omdat de huidige vraag veelal gericht is op betaalbare werkruimte. Dat betekent dat de bestaande commerciële in deze buurten niet herontwikkeld worden mits er een gelijkwaardig betaalbaar alternatief voor de bedrijfsruimte is. De groenstructuur in de buurten behouden we in principe, maar kan veranderen als dat leidt tot een vergroting van de gebruiks- en natuurwaarde. Klimaatadaptatie (waterretentie en verminderen van hittestress) vraagt om de herinrichting van de openbare ruimte.

Dit zal tevens bijdragen aan de vergroening van het stadsdeel (en geeft invulling aan de groennorm die voortkomt uit de verdichting van het stadsdeel). De verwachting is dat de invoering van parkeerregimes de vraag naar parkeren op straat doet dalen en dat deze vrijgekomen ruimte kan worden ingezet om te vergroenen. In bijlage E is een gebiedsindeling toegevoegd voor het berekenen van de groennorm.

Bijzondere groene rand. Waar de hoven verbonden zijn met de hoofdgroenstructuur is de ecologische waarde van belang. Daar vraagt het om beplanting die bijdraagt aan die kwaliteit. Buurt/-wijkcentrum: Deze pleinen zijn de uitzonderingen in de buurten in de luwte waar wel verdicht kan worden ten behoeve van de sociaal-economische betekenis en ruimte voor wonen. Dat maakt dat we ruimte maken voor extra (maatschappelijke) voorzieningen, werken en wonen. Er is hier in plinten en solitaire gebouwen een concentratie van winkels, (maatschappelijke) voorzieningen en beperkt ruimte voor horeca. Het aandeel niet-wonen is 20-30%. Wonen in de omgeving betekent dat dagelijkse voorzieningen en vaak ook OV dichtbij zijn, terwijl het toch relatief rustig is. Bewoners en enkele bezoekers en passanten maken gebruik van de openbare ruimte. De buurtpleinen, waar voorzieningen omheen liggen, zijn belangrijk voor sociale interactie en sociaal-economische functies. Door de inrichting van deze pleinen te verbeteren en ruimte te bieden aan niet-woon programma wordt de betekenis vergroot. Het is verstandig om te starten daar waar er energie en maatschappelijke draagkracht vanuit de buurt is. Deze openbare plekken zijn met een fijnmazig netwerk vervlochten met de buurt. Bestaande maatschappelijke voorzieningen, zoals scholen, gebedshuizen, kinderopvang.

Deze voorzieningen zijn onlosmakelijk verbonden met sociale structuren in de buurt.

In de buurten in de luwte bieden de hoven plek om de buren te ontmoeten en voor kleine kinderen om te spelen. Ook zijn de hoven vaak openbaar toegankelijk.

47

4.7 Omgang met het bestaande en erfgoed Behouden en vernieuwen In het Omgevingsprogramma kijken we nadrukkelijk hoe we de bestaande stad met huidige kwaliteiten kunnen inzetten om de opgaven van deze tijd te realiseren. Hierbij kijken we niet alleen naar ruimtelijke kwaliteiten maar ook naar mogelijke sociale structuren die aan een bestaande plek verbonden zijn. Ook vanuit duurzaamheidsperspectief heeft deze aanpak de voorkeur. Er is namelijk veel winst te behalen met een circulaire inzet van bouwmaterialen. Bij circulaire gebiedsontwikkeling wordt er zorgvuldig omgegaan met het bestaande; zo hoeven er minder nieuwe materialen en energie gebruikt te worden. Cultuurhistorie Nieuw-West heeft een lange geschiedenis die nog steeds af te lezen is aan het gecultiveerde polderlandschap en de dorpen Sloten en Oud-Osdorp. Na de Tweede Wereldoorlog, toen er een enorme behoefte was aan woningen, werd de stad hier uitgebreid volgens het Algemeen Uitbreidingsplan. Het plan was geïnspireerd door de principes van De Stijl, de kunstbeweging die aan de wieg stond van de modernistische kunst. Het uitgangspunt was een optimistisch geloof in een betere, gezondere en welvarende toekomst. De Westelijke Tuinsteden zijn aangelegd volgens vernieuwende stedenbouwkundige en architectonische ideeën, die braken met het traditionele gesloten bouwblok met doorlopende straatwanden.

De oude chaotische stad met slechte woningen maakte plaats voor licht, lucht 48

en ruimte. Verschillende functies als wonen, werken, verkeer en recreatie zijn grotendeels gescheiden. Het groen is hiërarchisch opgebouwd, van landschap, park, parkstrook, groenstrook, hof naar voor- of achtertuin (dit groen-blauwe raamwerk is opgenomen in de kaart over de publieke ruimte op pagina 40). De helderheid waarmee in Nieuw-West met behulp van de bomen stedenbouwkundige structuur is aangebracht en ondersteund in samenhang met de bebouwing, was en is een gigantische kwaliteit. We noemen dit de bomentaal. De infrastructuur kent eveneens een hiërarchische opzet van autoweg, stadslaan, wijkweg, buurtstraat, woonstraat en stoep. Volgens het principe van de wijkgedachte hebben de buurten eigen voorzieningen zoals winkels en scholen. Volgens het gedachtegoed van het Nieuwe Bouwen is gestreefd naar een sterke relatie tussen bebouwde en onbebouwde ruimte, de positie van bijzondere bebouwing in het groen, de herhaling van bouwblokken en afwisseling van hoogen laagbouw. De architectuur is overwegend modern, in baksteen of systeembouw, met een sobere en zorgvuldige uitstraling. De uitgangspunten zijn nog steeds herkenbaar in de stedenbouwkundige opzet en gaan ook op voor het huidige tijdperk. Veel bebouwing heeft inmiddels een status van cultureel erfgoed.

goedkope woningen, sociaal onveilige situaties en beschrijven de grote complexen als woonfabrieken waar geen ruimte is voor eigen expressie en ontmoeting. Ze geven soms aan liever in een nieuwbouwwoning te wonen. Nadrukkelijk is er ook een grote groep bewoners die juist het erfgoed, de opzet en het gedachtengoed enorm waardeert.

Bewoners Toch blijkt dat voor een aantal bewoners niet herkenbaar is wat er zo bijzonder aan de architectuur en stedenbouw is. Ze zien in de huidige opzet

Binnen de voormalige tuinsteden van Amsterdam is het Rijkswederopbouwgebied in Slotervaart, Slotermeer en rond de Sloterplas aangeduid als bijzonder erfgoed door de Rijksdienst Cultureel

Hoogbouw Hoogbouw is een belangrijk onderdeel van het oorspronkelijke AUP-ontwerp en komt voor op zorgvuldig gekozen plekken in de tuinsteden. Hoogbouw komt voor als reeksen en/of ensembles in aparte bouwvelden of binnen verkavelingseenheden die gekoppeld zijn aan de belangrijkere infrastructuur Het wordt gebruikt als compositorisch middel, zoals bij de Sloterplas, waar hoogbouwensembles de ruimtelijkheid accentueren. Hoogbouw verschijnt zelden als solitair gebouw of als beëindiging van formele zichtlijnen. Richting Er zijn 3 typen vormen van waardering van het cultuur historisch erfgoed: • Monumenten en ordewaarderingen • Beschermde dorps- en stadsgezichten • Het Wederopbouwgebied van nationaal belang

Erfgoed: ‘Amsterdam Westelijke Tuinsteden, een Wederopbouwgebied van nationaal belang’. In 2016 is door het rijk en betreffende gemeenten een intentieverklaring ondertekend over de omgang met deze gebieden. Hierin staat dat de gemeenten de kernkwaliteiten zullen borgen als onderdeel van een ontwikkelingsgerichte bescherming in ruimtelijk beleid. In het Omgevingsprogramma leggen we deze afspraken vast. In het Rijkswederopbouwgebied is weinig ruimte voor verdichting. Uitzondering daarop zijn plekken

waar andere stedelijke opgaven prioriteit krijgen. Dat speelt langs doorgaande straten, waar we de stedenbouwkundige samenhang en leefbaarheid, en het aantal woningen en andere functies willen vergroten en bij HOV knooppunten. Grotere wijzigingen en uitzonderingen op de bestaande bebouwingsstructuur zijn hier mogelijk, met respect voor de oorspronkelijke opzet. Dit geldt voor de zuidkant Lelylaan, Calandlaan, en noordkant Burgemeester Röellstraat. De insteek is om bij elke verandering zorgvuldig te kijken naar de bestaande situatie en om vervolgens ingrepen met grote nauwkeurigheid te doen. Buiten het Rijkswederopbouwgebied worden er plekken genoemd om flink te verdichten, met name in Osdorp, maar ook in Slotermeer en Geuzenveld. In plaats van overal een beetje te veranderen en toe te voegen, kiezen we hiermee voor het vergroten van het contrast. Relatie met welstandsbeleid De Commissie Omgevingskwaliteit adviseert binnen vastgestelde stedenbouwkundige kaders. In de welstandsnota staan aanvullend daarop criteria voor transformatie op het schaalniveau van het gebouw, bijvoorbeeld voor het isoleren van een gevel. In de komende jaren zal het welstandsbeleid herijkt worden in verband met de grote verduurzamingsopgave van de bestaande woonvoorraad in de naoorlogse wijken.

Het Wederopbouwgebied van nationaal belang van de Westelijke tuinsteden en de beschermde stadsgezichten vormen de onderlegger voor de Erfgoed regime kaart

Het Omgevingsprogramma neemt de ordewaarderingen op en geeft stedenbouwkundige

regels bij panden met een hoge architectonische waarde en met een hoge stedenbouwkundige waarde. Een hoge architectonische waarde geeft meer reden tot behoud van de oorspronkelijke materialen. Brede waarden benadering Bij alle ingrepen is de vraag: hoe kunnen we bestaande waarde behouden en nieuwe waarde toevoegen aan een plek? De kwaliteiten willen we behouden of versterken, plekken met minder bestaande waarden bieden kansen om kwaliteit toe te voegen. Qua waarden kijken we onder andere naar: functionele waarde, sociaal maatschappelijke waarde, stedenbouwkundige waarde, transformatiewaarde en erfgoedwaarde. Het Omgevingsprogramma specificeert hoe bij elke opgave van bestaande waarden in stand gehouden kunnen worden. Daarbij wegen financiële aspecten ook mee. Op hoog stedelijke en gemengd-stedelijke plekken ligt de prioriteit bij verdichting en minder bij behoud van het bestaande. Op plekken die benoemd zijn als hoogstedelijke en gemengde buurten ligt de prioriteit bij de verdichting. In de rest van Nieuw-West kijken we nadrukkelijk eerst naar mogelijkheden voor behoud, renovatie, hergebruik en toevoegingen voordat we aan sloop/nieuwbouw denken. Ook de waarde van bestaande woningplattegronden die vaak zeer goed uitgedacht zijn, is van belang. Dat betekent dat er op sommige plekken minder ruimte is om programma toe te voegen.

49

Regimes Westelijke Tuinsteden De Westelijke tuinsteden zijn van grote cultuurhistorische waarde. Het Wederopbouwgebied van nationaal belang in Slotermeer, Slotervaart en Osdorp wordt bij transformaties en sloop/nieuwbouw met extra voorzichtigheid en nieuwsgierigheid naar bestaande waarden behandeld. Renovatie is hier vrijwel altijd restauratief van aard, met behoud van originele materialen, waarbij wel gekeken wordt of waarden zoals woonkwaliteit en sociale veiligheid verbeterd moeten worden. Belangrijk is de waarde van bestaande beeldkwaliteit waar gevelwanden, materiaalgebruik, en de inrichting van de openbare ruimte aan bij dragen. Ook moet de verhouding tussen de hoogte van de langsgevel en de aangrenzende ruimte, die van oorsprong minimaal 2:3 is, behouden blijven. Alleen in de regimes AUP Nieuwe Stijl en Maximale Vernieuwing laten we dit los. Maar ook hier is de voorkeur om tenminste binnen de hoven de verhouding te behouden. Oud-Osdorp en Sloten behouden hun beschermende regimes. Erfgoed in topstaat We wijzen een aantal plekken aan waar we ons inzetten voor erfgoed in topstaat. De openbare ruimte wordt hier hoogwaardig ingericht en beheerd en de bebouwing wordt hoogwaardig gerenoveerd, voorbij de gangbare eisen zoals een goede bouwtechnische staat. Op die manier kan iedereen de plekken herkennen als mooie plekken met een bijzonder verhaal, plekken om trots op te zijn.

Bijzondere plekken met de kwaliteit van de woningen, gebouwen en openbare ruimte in topstaat door extra inzet op onderhoud en renovatie en restauratie. 50

Legenda

Maximaal behoud Bestaande verkaveling en opzet blijven gehandhaafd. Bebouwing en stedenbouwkundige structuur: Open verkaveling in een groene ruimte. Parkeeroplossingen zijn flexibel en kunnen in de loop der tijd een andere functie krijgen. Spelregels voor repeterende bebouwing op de volgende pagina. Openbare ruimte: De openbare ruimte wordt versterkt volgens de tuinstadgedachte, waarbij bomen een rol spelen in het definiëren van ruimtes. Het bestaand stratenplan blijft exact gehandhaafd. Alle schaalniveaus groen blijven gehandhaafd. De Bomentaal Nieuw-West wordt toegepast. Straatprofielen zijn asymmetrisch. Hoven zijn openbaar en groen. Elke hof is bereikbaar en zichtbaar van buiten het bouwblok. Hoven kunnen gespiegeld worden zodat een leesbare voor- en achterzijde ontstaat. Precisie ingrepen Oorspronkelijke opzet is uitgangspunt bij verandering. Bebouwing en stedenbouwkundige structuur: Open verkaveling in een groene ruimte. Parkeeroplossingen zijn flexibel en kunnen in de loop der tijd een andere functie krijgen. Spelregels voor repeterende bebouwing op de volgende pagina. Openbare ruimte: De openbare ruimte wordt versterkt volgens de tuinstadgedachte, waarbij bomen een rol spelen in het definiëren van ruimtes. Het bestaande stratenplan blijft gehandhaafd. Alle schaalniveaus groen blijven gehandhaafd. De Bomentaal Nieuw-West wordt toegepast.

Straatprofielen zijn asymmetrisch. Hoven en groenstroken zijn collectief (niet per se openbaar). Hoven zijn bereikbaar en zichtbaar van buiten het bouwblok. Hoven kunnen gespiegeld worden en getransformeerd worden naar semi-openbare functie zodat een leesbare voor- en achterzijde ontstaat. AUP Nieuwe stijl Gedachtengoed AUP, repetitie en openheid zijn uitgangspunt bij verandering. Bebouwing en stedenbouwkundige structuur: Bij voorkeur geen volledig gesloten bouwblokken; er is altijd een zichtrelatie tussen een hof en de openbare ruimte. Spelregels voor repeterende bebouwing op de volgende pagina. Parkeeroplossingen zijn flexibel en kunnen in de loop der tijd een andere functie krijgen. Openbare ruimte: In de openbare ruimte is de hiërarchische opbouw van het groen waarbij bomen een belangrijke compositorische rol spelen, nog altijd aanwezig. Het groene, blauwe en grijze Raamwerk blijft in stand. Bestaand stratenplan mag worden gewijzigd mits hiërarchie in stand blijft. Alle schaalniveaus groen blijven gehandhaafd. Bomentaal Nieuw-West wordt toegepast op schaal van het groen, blauwe Raamwerk en het netwerk van stadsstraten en -lanen (zie de kaart op pagina 40). Straatprofielen zijn asymmetrisch. Er zijn doorkijken naar de hoven van buiten het bouwblok. Maximale vernieuwing Grootscheepse wijziging bestaande situatie mogelijk.

Bebouwing en stedenbouwkundige structuur: Wijzigingen dragen bij aan de stedenbouwkundige samenhang en opzet van het groene, blauwe en grijze raamwerk. Lagere schaalniveaus worden bepaald vanuit stedenbouwkundige plannen en ander beleid. Spelregels voor repeterende bebouwing op de volgende pagina. Parkeeroplossingen zijn flexibel en kunnen in de loop der tijd een andere functie krijgen. Openbare ruimte: Bomentaal wordt minimaal op het niveau van het groen, blauwe Raamwerk en het netwerk van stadsstraten- en lanen toegepast (zie de kaart op pagina 40).

Pré AUP De opzet en het silhouet van de dorpen, linten en vrijstaande bebouwing wordt gehandhaafd. Bebouwing en stedenbouwkundige structuur: Het silhouet van de dorpen, linten en vrijstaande bebouwing en de ervaarbaarheid daarvan vanuit de directe omgeving wordt gehandhaafd. Bebouwing heeft een individueel karakter. Nieuwbouw situeren in samenhang met de historische verkavelingsrichting en opzet. Bouwhoogte, schaal en volume nieuwbouw in overeenstemming met historische structuur. Bestaande doorzichten (waaronder de stegen) vanaf wegen naar achterland behouden. Bebouwing blijft bij aanwezigheid van sloten minimaal twee meter uit de oeverlijn. Binnen de dorpskern Sloten de rooilijn handhaven; Openbare ruimte: het groene, blauwe en grijze Raamwerk blijft in stand. Bestaand straten- en stegenpatroon blijft gehandhaafd. Bestaand slotenpatroon en de verkavelingsrichting blijft exact gehandhaafd. Hoogteverschillen (o.a. kades, dijken, polders) blijven zo veel mogelijk intact. Behoud van groene oevers van de sloten, een houten beschoeiing kan wel. Nog bestaande bruggen worden niet door een dam vervangen. Kavels mogen niet geheel verstenen (bebouwing en verharding); bij voortuinen dient vóór de voorgevelrooilijn minimaal 50% van het erf groen te blijven. Inheemse en/of historisch voorkomende boomsoorten toepassen.

Post AUP Stedenbouwkundige en architectonische samenhang in de omgeving wordt versterkt. Bebouwing en stedenbouwkundige structuur: Wijzigingen dragen bij aan de stedenbouwkundige structuur en samenhang op gebiedsniveau. Wijzigingen dragen in verkaveling, volume en typologie bij aan de stedenbouwkundige en architectonische samenhang in de omgeving. Wijzigingen passen qua schaal en typologie bij de plek binnen en buiten het raamwerk. Openbare ruimte: De inrichting wordt bepaald vanuit stedenbouwkundige plannen en ander beleid en houdt rekening met het groen, blauwe Raamwerk en het netwerk van stadsstraten en -lanen (zie de kaart op pagina 40).

Stadsstraten- en lanen Beschermd stadsgezicht, erfgoed in topstaat Wederopbouwgebied van nationaal belang Rijks- of gemeentelijk monument Architectuur Top (ordekaart AUP - tussenwaarderingen A+B = 8-10 pt.) Doorgaande straten en lanen en infrastructurele elementen zijn aanleiding om hoogbouw zorgvuldig te positioneren, passend bij het ruimtelijk systeem. In de centra is hoogbouw in clusters tot 70 meter mogelijk, op geschikte plekken. Rondom stations is de hoogste hoogbouw in clusters mogelijk (grens is de toegestane hoogte volgens het Luchthaven indelingsbesluit), op geschikte plekken.

51

Spelregels repeterende bebouwing

Bouwmogelijkheden op plekken met hoge cultuurhistorische waardering

Ensembles in Nieuw-West bestaan altijd uit een reeks van repeterende, identieke bouwblokken of stempels. Een ensemble is altijd gelijk aan een architectuureenheid, ieder ensemble is door één architect (of collectief van architecten) ontworpen. De bebouwing binnen een ensemble kent hierdoor een hoge mate van herhaling, ritme en afstemming in architectuur (stijl, materiaalen kleurgebruik) en woningtypes. In onderstaande tabel is voor de repeterende bouwblokken aangegeven welke wijzigingen er mogelijk zijn. Deze tabel geldt dus niet voor unieke gebouwen of gebouwensembles, die bijvoorbeeld vaak voorkomen in voorzieningen stroken of als maatschappelijke voorziening. Zie voor meer uitleg de Nota Bijlage 2 Cultuurhistorische verkenning Nieuw-West (2013).

Een aantal plekken in Nieuw-West heeft een hoge cultuurhistorische bescherming, maar zijn toch ingedeeld bij het regime ‘AUP-Nieuwe Stijl’ of ‘Maximale Vernieuwing’. We geven hier dus relatief veel ontwerpruimte ten opzichte van het huidige beleid zoals Ordewaardering, monumentenstatus, beschremd stadsgezicht, welstandsnota en bestemmingsplannen. De prioriteit ligt op deze plekken bij andere maatschappelijke belangen zoals het bijbouwen van woningen, het versterken van de sociale structuren en samenhang en minder op behoud van het erfgoed.

0. bestaande situatie behouden, zeer kleine aanpassingen eventueel mogelijk in overleg met M&A

1. ondergeschikte wijzigingen en toevoegingen

2. massa van eenheden aanpassen bij gelijksoortige stempel

3. basisvorm stempel veranderen met behoud van stempelritmiek

4. Nieuwe ritmiek van stempels, die kan reageren op de context

5. vrije verkaveling, ritmiek loslaten

6. verhouding hoogte langsgevel versus breedte ruimte

oorspronkelijk Maximaal behoud

min 2:3 Precisie-ingrepen

min 1:1 AUP nieuwe stijl

Maximale vernieuwing

52

7. Verbijzonderingen (ook in een andere orde van grootte) in reeks langs raamwerk groen, blauw, straten en lanen wanneer dit de stedenbouwkundige samenhang vergroot

Op deze plekken zullen er bij de start van projecten verdichtingscenario’s met behoud van waardevolle bebouwing worden uitgewerkt. Dat betekent dat er wordt gekeken naar de mogelijkheden om volume toe te voegen, zoals optoppen, aanbouwen of bijbouwen. In de lichtere regimes is er daarbij de vrijheid om de bestaande stempelritmiek aan te passen. Als blijkt dat de verdichtingsmogelijkheden dan wel kwaliteitsimpuls met behoud van bestaande bebouwing beperkt is, worden scenario’s met gedeeltelijke of gehele sloop uitgewerkt. De uitkomst hiervan zal worden voorgelegd aan het bestuur en waar nodig de gemeenteraad. De lopende gebiedsontwikkelingsprojecten in Nieuw-West zijn opgenomen in het Omgevingsprogramma en hoeven dus geen koers te wijzigen na vaststelling van het Omgevingsprogramma. De locaties van het kwintet vormen hierop een uitzondering. Ze zijn zodanig van belang voor de stedelijke samenhang dat de in het Omgevingsprogramma Nieuw-West genoemde opgaven met betrekking tot verdichting en verbindingen de prioriteit krijgen. Dat betekent: We voorzien dat dit bij de Meer en Vaart bij Osdorpcentrum, de fietsroutes door het Osdorpcentrum, de Burgemeester Fockstraat en aan de westkant en de noordoostkant station Lelylaan leidt tot herijking van de plannen.

Legenda

Lopende projecten Gebieden met deze aanduiding zijn gebieden waarin op het moment van vast stellen van dit programma een project loopt. Dit kan een vastgesteld project zijn, zoals de Van Deysselbuurt, of projecten die al vergevorderd zijn in gesprekken binnen en buiten de gemeente. Verbeteren routes tussen HOV knooppunt Sloterdijken en Slotermeer Gebieden met deze aanduiding liggen langs de belangrijkste langzaam verkeer route naar Sloterdijk. Het zijn locaties die nu geen goede begeleiding vormen van de route richting Sloterdijk, waardoor het gevoel ontstaat dat je in een afgelegen dorpje bent, in plaats van in de buurt van een van de belangrijkste HOV knooppunten van Amsterdam. Woningbouw rondom HOV knooppunt Lelylaan en verbeteren aanvoerroutes Gebieden met deze aanduiding liggen op korte afstand van station Lelylaan en de HOV routes hiernaar toe. Amsterdam heeft als streven meer programma, zowel wonen als niet wonen toe te voegen in de buurt van HOV knooppunten. Bovendien is het voor Nieuw-West belangrijk om de publieke ruimte in de buurt van deze knooppunten geschikter te maken voor voetgangers, fietser en OV. De aangewezen gebieden kunnen hier een belangrijke rol in spelen. Draagkracht kleinere kernen en stadsstraten Gebieden met deze aanduiding liggen nabij de kleinere (winkel-) centra of stadsstraten.

Het gaat hier om het centrum van Osdorp, het Lambertus Zijlplein, Plein ‘40-’45 en de Jan Evertsenstraat. Hier kan het toevoegen van extra woningen bijdragen aan het vergroten van de draagkracht voor voorzieningen en het voortbestaan hiervan garanderen.

Rijks- of gemeentelijk monument binnen de ontwikkelgebieden Wederopbouwgebied van nationaal belang

53

4.8 Het kwintet

Het kwintet

Het Omgevingsprogramma maakt duidelijk dat er een aantal grote, complexe projecten is in Nieuw-West dat randvoorwaardelijk is voor het verbeteren van het stadsdeel. In de Ontwikkelstrategie (27 juni 2024) zijn deze geland in de Strategische zones. In het Omgevingsprogramma wijzen we binnen deze strategische zones Uitsnede Strategische zones Ontwikkelstrategie 2035 vier plekken aan die essentieel zijn om aan te pakken. Het vijfde project komt direct uit de Omgevingsvisie. Op deze vijf plekken, ‘het kwintet’, is er sprake van een complexe opgave waarvoor integrale inzet en grotere investeringen nodig zijn, omdat ze anders niet van de grond komen. Zonder deze projecten op te pakken kan de kans om de vitaliteit van de omringende buurten te verbeteren, door verdichting en menging, niet verzilverd worden. Bereikbaarheid en voorzieningenniveau gaan hand in hand.

2

3 4

Voor elk van deze complexe projecten zal na vaststelling van het Omgevingsprogramma met een verkenning onderzocht worden wat al loopt en wat er met welke inzet in gang gezet kan worden om de bredere ontwikkeling aan te jagen. Alleen de Anderlechtlaan kan nog even wachten. De andere projecten kunnen nu al als vliegwiel voor de ontwikkeling van het gebied werken.

5

54

1

Legenda

1

2

3

1. Pieter Calandlaan - Cornelis Lelylaan Deze stadsstraat en stadslaan hebben veel potentie als aangename verbindingen tussen het centrum van Osdorp en oud West. Aan de zuidzijde willen we zo veel mogelijk begeleidende bebouwing met voordeuren, niet-woonprogramma in plinten en solitaire gebouwen. Aan de noordzijde komt een belangrijke groene verbinding, het Lelypark. De openbare ruimte wordt opnieuw ingericht zodat deze wandel- en fietsvriendelijk is. Bij de herontwikkeling van de bebouwing tussen de Lelylaan en de Calandlaan dient er rekening gehouden te worden met een mogelijke hoogwaardige OV-verbinding. Dat vraagt om voldoende ruimte om die lijn op een later moment in te kunnen passen. Ook is het verbeteren van langzaam verkeer tussen de gebieden ten noorden en zuiden van de Lelylaan een opgave. In stippellijn is het gebied aangegeven dat kan profiteren van de ontwikkelingen en verbeteringen in het projectgebied. 2. Burgemeester Fockstraat tussen Sloterdijk en de Burgemeester de Vlugtlaan Deze rustige en voor auto’s doodlopende straat heeft nu vooral betekenis voor de buurt, terwijl het juist een cruciale verbinding is tussen Sloterdijk Centrum en de noordkant van Nieuw-West. Om de verbinding op een vanzelfsprekende manier betekenis te geven voor Nieuw-West is het van groot belang om de inrichting, met name voor voetgangers en fietsers, beter te maken.

Stedelijk ligt er de wens om een openbaar vervoer route langs deze lijn op lange termijn niet onmogelijk te maken. Bebouwing kan bijdragen aan een betere oriëntatie en levendigheid van de aangrenzende openbare ruimte. In stippellijn is het gebied aangegeven dat kan profiteren van dit ontwikkelingen en verbeteringen in het projectgebied. 3. Spoorpark Ringzone West Het Spoorpark doorkruist en verbindt de verschillende buurten van de Ringzone met een groene wandel en recreatiezone langs het water aan het spoortalud. In deze ecologische zone is ruimte om te spelen, om te verblijven, te ontmoeten en is een fijne wandelroute langs de buurten vanaf het Mercatorpark door het Overtoomse Veld, langs Station Lelylaan de Koningin Wilhelminaplein, de Delflandpleinbuurt , het Schinkelkwartier tot aan de Nieuwe Meer. Het is daarmee een ontbrekende noord zuid route in het door Oost-West infrastructuur doorsneden gebied. Het Spoorpark wordt in fases gerealiseerd. De eerste paar fases in Overtoomse Veld zijn reeds in 2019 en 2024 opgeleverd, met 3 cafe’s, een speelplek bij het water, een nieuw gemaal, schooltuinen, en ecologische oevers. In stippellijn is het gebied aangegeven dat kan profiteren van dit ontwikkelingen

en verbeteringen in het projectgebied. Aansluiting op het toekomstige station Johan Huizingalaan moet zorgvuldig worden vormgegeven.

4

5

4. Meer en Vaart - Troelstralaan Een belangrijke verbinding in Nieuw-West is de verbinding tussen het centrum van geuzenveld en het centrum van Osdorp over de Troelstralaan naar de Meer en Vaart. De verbinding is nu met name een autoverbinding. Bovendien stuit de Troelstralaan, die vanuit Geuzenveld komt niet goed aan in Osdorp en is daarmee geen logische noordzuidverbinding. In het noorden van deze verbinding ligt de nadruk vooral op een goede aansluiting en het faciliteren van de fiets en voetganger. De opgave is om hier in twee richtingen betere (landschappelijke) routes te maken. In het zuiden vormt de meer en vaart een barriere tussen de buurten aan de westzijde en de oostzijde. Stadscentrum Osdorpplein kan veel meer kwaliteit en betekenis krijgen als het echt aan de Sloterplas komt te liggen. Hoe kan de barrièrewerking van de Meer en Vaart worden verminderd? De inpassing van de nieuwe Meervaart en herinrichting van de zuidwestoevers van de Sloterplas spelen hierin een belangrijke rol, maar ook de inrichting en verkeersfunctie van de Meer en Vaart. Aanpassingen aan deze verbinding vragen om een afweging op de schaal van de gehele verkeerstructuur van Nieuw-West. In stippellijn is het gebied aangegeven dat kan profiteren van de ontwikkelingen en verbeteringen in het projectgebied. 5.

Anderlechtlaan - Oeverlanden Dit is dé belangrijkste westelijke route vanuit Nieuw-West naar de Oeverlanden. Momenteel zijn de Oeverlanden verborgen en wordt de ruimte gedomineerd door auto’s en rommelige functies. Dit vraagt om een betere inrichting en toegankelijkheid. Op de lange termijn kan hier een halte van de doorgetrokken Noord-Zuidlijn komen, wat de plek een nieuwe positie in de stad zou geven. We willen voorkomen dat keuzes in gebiedsontwikkeling, infrastructuur, groen en openbare ruimte deze halte onmogelijk maken of niet benutten. In stippellijn is het gebied aangegeven dat kan profiteren van de ontwikkelingen en verbeteringen in het projectgebied. Ook kan een ontsluiting op de kop van sportpark Sloten worden gekoppeld aan deze opgave. De huidige entree aan de Sloterweg is een knelpunt. Een ontsluiting aan de oostkant ontlast de Sloterweg, versterkt de verbinding met het Schinkelkwartier en biedt de kans om het sportpark beter te organiseren en te verbeteren.

55

56

Hoofdstuk 5 Werken met het Gebiedsgericht Omgevingsprogramma

In dit hoofdstuk kijken we vooruit. Op welke manier kunnen we zorgen dat de doelstellingen in dit document ook werkelijkheid worden. 57

5.1 Het Omgevingsprogramma in praktijk Het Omgevingsprogramma beschrijft een duidelijke richting voor die voortvloeit uit de Omgevingsvisie. Het is tot stand gekomen in samenwerking met een verscheidenheid aan betrokkenen; voor al deze groepen vormt het Omgevingsprogramma een kader waar ze op terug kunnen grijpen om ontwikkelingen in Nieuw-West in samenhang te realiseren. Samen Stadmaken betekent ook voor de uitvoering van het Omgevingsprogramma dat er direct vanaf de start van een ontwikkeling wordt opgetrokken met buurtbewoners en andere betrokkenen om de plannen voor een specifieke plek vorm te geven. Bij de start van elke ontwikkeling wordt het Omgevingsprogramma gebruikt om de opgaven voor een specifieke plek, gebied of verbinding op te stellen. Het kader voor ontwikkeling kan door individuele projecten als ruimtelijke onderbouwing gebruikt worden voor afwijking van het Omgevingsplan. Tegelijkertijd biedt het ook de ruimte om op projectniveau een uitwerking te maken. Er wordt alleen afgeweken van deze uitgangspunten wanneer er integraal gekeken vanuit het schaalniveau van het stadsdeel een zwaarwegend maatschappelijk belang is om af te wijken.

De directie Ruimte & Duurzaamheid zal de voortgang van de uitvoering van het Omgevingsprogramma monitoren (onder andere door de Monitor Omgevingsvisie) en een aanjagende functie vervullen in samenwerking met Grond & Ontwikkeling en de Stadsdeelorganisatie. Monitoring om bij te houden of de doelen van het programma worden behaald wordt nog uitgewerkt. 58

5.2 Financieringsmethoden Werking van het Omgevingsprogramma Het Omgevingsprogramma concretiseert de Omgevingsvisie en schetst een toekomstbeeld voor Nieuw-West met de verschillende keuzes en ruimtelijke ingrepen die daarvoor nodig zijn. Het Omgevingsprogramma zet die ingrepen niet zelf in gang. Het Omgevingsprogramma werkt op de volgende drie manieren: •

•

•

Kaderstellend – Ten eerste stelt het Omgevingsprogramma kaders voor ontwikkeling als er volgens de reguliere werkwijze aan de openbare ruimte of aan (her-) ontwikkeling van bebouwing wordt gewerkt. Deze kaders stellen voorwaarden aan wat we zelf en anderen in het gebied doen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de mate van verdichting (in een bandbreedte) of waar ruimte moet worden gemaakt voor maatschappelijke voorzieningen. Prioriterend – Daarnaast prioriteert het Omgevingsprogramma ingrepen die voortkomen uit een beleidsopgave om afwegingen over inzet van capaciteit en middelen vooruit te helpen. Een voorbeeld is om de prioriteit te geven aan het vergroenen van buurtpleinen, als er ruimte is in het Programma Stadsverbetering. Agenderend – Tenslotte agendeert het Omgevingsprogramma een aantal complexe opgaven expliciet die nodig zijn om de ambitie uit de Omgevingsvisie voor dit gebied dichterbij te brengen. Opgaven die voortkomen uit het werken aan een meerkernige stad en de nieuwe, verstevigde inzet op het werken in dit soort woongebieden, bijvoorbeeld het aanpakken van de Lelylaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15872521/1