1b. RVNTASM_Werkgroep II_Concept deelrapport 20210430.pdf
Tekst van het document
Het Surinaams Museum in Fort Zeelandia (Paramaribo) http://www.surinaamsmuseum.net/
Het Surinaams Museum is een cultuurhistorisch museum met een grote collectie etnografische en historische voorwerpen, archeologische vondsten, koloniaal meubilair, textiel, beeldende kunst, oude kaarten en historische foto's. Het museum is gevestigd in Fort Zeelandia, in het historische centrum van Paramaribo dat op UNESCO’s werelderfgoedlijst staat. Het heeft een dependance in de wijk Zorg en Hoop waar het museumdepot, de bibliotheek en de studiezaal zijn gehuisvest. De educatieve afdeling van het museum is gevestigd in een van de historische officierswoningen bij Fort Zeelandia.
Kura Hulanda, Curaçao
Het museum Kurá Hulanda is een antropologisch museum in Willemstad, Curaçao. Het is in 2001 opgericht door de Nederlandse zakenman Jacob Gelt Dekker en toont wat hij in de loop der jaren heeft verzameld op het gebied van de geschiedenis van de slavernij, WestAfrikaanse rijken, precolombiaans goud, Mesopotamische vondsten en Antilliaanse kunst.. Het museum is gelegen op de plaats van een vroeger slavendepot vlakbij de Sint Annabaai, in hartje Otrobanda.
Museo Tula in Landhuis Knip (Curaçao)
H et Tula museum vertelt “het complete verhaal over onze slaven held!” Museum Tula, gevestigd in landhuis Kenepa, geeft veel aandacht aan het Afro-Curaçaose erfgoed.
Museum Kas di Pal'I Maishi (Curaçao)
Kas di Pal'I Maishi is een traditioneel kleistenen huis met een rieten dak, ruim 130 jaar geleden gebouwd. Het laat de manier zien waarop de Afro-Curaçaose, plattelandsbevolking woonde tot ongeveer 1950. De constructiewijze dateert van vóór 1700 en valt samen met de komst van tot slaaf gemaakte Afrikanen. Binnen bevindt zich een klein museum met typische huishoudelijke attributen uit het verleden. In de achtertuin kunt u rond lunchtijd plaatselijke gerechten geserveerd krijgen. Dit museum maakt deel uit van het Afro-Curaçaose erfgoed.
Liverpool: International Slavery Museum https://www.liverpoolmuseums.org.uk/international-slavery-museum
“Het museum is het enige in zijn soort [waarschijnlijk wordt bedoeld in het VK] en kijkt naar de aspecten van historische en hedendaagse slavernij. Verwacht te worden meegenomen op een tot nadenken stemmende en ontroerende ontdekkingsreis die begint bij het leven vóór de slavernij. Het kijkt naar de mensen van West-Afrika en hun rijke en gevarieerde geschiedenis en cultuur die zich ontwikkelde, lang voordat de Europese slaven er waren. Aan het begin van het museum kunnen jongeren de replica van de Igbo-familie verkennen en meer te weten komen over de traditionele Afrikaanse cultuur. Het verhaal gaat verder met de slavernij, met een inloop audiovisueel scherm dat de gruwelen en omstandigheden vastlegt
die werden doorstaan door slaven op slavenschepen over de Atlantische Oceaan. Dit hoofdstuk van het museum wordt verteld door mensen die van hun identiteit werden ontdaan en door bemanningen als dieren werden behandeld. Het laatste deel van het museum verzamelt herinneringen aan het racisme en de discriminatie waarmee de zwarte bevolking te maken heeft, zelfs na de afschaffing van de slavenhandel. Dit is echter niet het einde van de tentoonstelling, het museum duikt in de geest van mensen van Afrikaanse afkomst en hoe dit de huidige culturele samenlevingen van Amerika en Europa heeft beïnvloed. Bezoekers worden aangemoedigd om de Black Achievers Wall, de Freedom Wall en de Campaign Zone te bezoeken, die regelmatig tentoonstellingen toont over hoe miljoenen over de hele wereld nog steeds als objecten worden verkocht en gedwongen worden te werken voor weinig of geen loon.” Jaarlijks komen ongeveer 350.000 bezoekers naar dit museum.
Bristol: M Shed https://www.bristolmuseums.org.uk/m-shed/
“De transit loods uit de jaren 1950, oorspronkelijk M Shed genaamd, op de historische werf van Bristol is omgetoverd tot een museum. M Shed prikkelt tot nadenken en daagt de perceptie uit van wat het heeft betekend om hier door de eeuwen heen te wonen aan de hand van de herinneringen van de mensen die de stad hebben gevormd. M Shed verkent de geschiedenis van de stad, van de prehistorie tot de 21e eeuw. Verhalen over de stad en haar mensen zijn naar boven gehaald door samen te werken met experts en gemeenschappen in de hele stad - een proces dat zal voortduren gedurende het verdere bestaan van het museum. Rijke collecties objecten, kunst en archieven spelen een belangrijke rol om die verhalen tot leven te brengen. De Bristol People-galerij op de eerste verdieping verkent de activiteiten uit het heden en verleden die Bristol maken tot wat het is. De belangrijkste thema's zijn creëren, handelen, uitdagen en vieren. Ontdek dingen die in Bristol zijn gemaakt, van muziek en kunst tot industrie en technologie Lees meer over het handelsverleden en internationale banden van de stad Lees meer over Bristol's betrokkenheid bij de transatlantische slavenhandel Dompel jezelf onder in een van de vele festivals, evenementen en vieringen die in de stad worden gehouden Ontdek hoe mensen uit Bristol in de loop van de tijd hun rechten hebben betwist”
Museum of London Docklands https://www.museumoflondon.org.uk/museum-london-docklands/permanent-galleries/london-sugar-slavery
In dit voormalige pakhuis worden negen permanente tentoonstellingen gepresenteerd. Een daarvan is ‘London, Sugar & Slavery, 1600-today’, op de derde verdieping. “Discover how the trade in enslaved Africans and sugar shaped London” Het gebouw van het museum staat centraal in dit verhaal. Het werd gebouwd ten tijde van de trans-Atlantische slavenhandel, om de suiker op te slaan van de West-Indische plantages waar slaafgemaakte mannen, vrouwen en kinderen werkten. De titel bij de foto rechtsonder luidt: Vechten voor Vrijheid: ontdek de inspanningen van degenen die ervoor vochten om een einde te maken aan de slavernij, van Caribische revolutionaire tot Britse campagnevoerders. Deze tafel was in bezit van het abolitionistische parlementslid Thomas Buxton. Ieder kwartier een licht en geluidsshow over de levens van de mensen tijdens de slavenhandel.
Kasteel van de Hertogen van Bretagne, Historisch Museum van Nantes (Frankrijk) https://www.chateaunantes.fr/en/the-museum/discover-the-museum/
Van de 32 zalen die de geschiedenis van Nantes presenteren is er in tien zalen iets te zien over de slavernij en de Atlantische handel en twee daarvan zijn volledig gewijd aan het thema Nantes als slavenhandelshoofdstad. In totaal zijn hiervandaan zo’n 2.000 slavenreizen georganiseerd. Dat wordt buiten het museum ook herdacht in een grote herdenkingsplaats langs de rivier waar 2.000 plaquettes zijn geplaatst met de namen van de slavenschepen, de handelsposten in Afrika en de Amerika’s. Langs het herdenkingspad zijn citaten te lezen in alle 47 talen van de landen die betrokken zijn geweest bij de slavenhandel.
Musée d’Aquitaine Bordeaux https://www.chateaunantes.fr/en/the-museum/discover-the-museum/
Dit historisch museum in een oud gebouw in het centrum van Bordeaux presenteert de geschiedenis van deze stad door de tijden heen. “De 18e eeuw begint met een zaal over Bordeaux’ maritieme handel aan de hand van navigatie-objecten en scheepsmodellen. Vervolgens komt de driehoekshandel ter sprake en aan het einde van de eeuw is Bordeaux de een na belangrijkste slavenhandelshaven van Frankrijk. In de volgende zaal wordt de werkwijze van de handel in gevangenen door Afrikaanse kooplieden uitgelegd, waarbij veel vooroordelen worden doorbroken. De tragedies van de uitgemoorde inheemse bevolking en de rampen als gevolg van de koloniale oorlogen worden niet vergeten. In de derde zaal wordt de organisatie van het slavenstelsel op de Suiker eilanden in perspectief geplaatst. De documenten hier getuigen van de levensomstandigheden en sociale relaties op de plantages. De verkoop van slaven, lichamelijke mishandeling, kindermoord, de organisatie van het werk, sterfte, kiesrecht, huwelijk en opstanden worden zo opgeroepen. De laatste ruimte toont de strijd voor afschaffing, die aan beide zijden van de oceaan werd gevoerd, en richt zich vervolgens op de gevolgen van slavernij in onze samenlevingen door de politieke, sociale en culturele erfenissen te bevragen.”
Bin Jelmood House (Doha, Qatar)
De tentoonstelling belicht de rol die slavernij heeft gespeeld in de ontwikkeling van beschavingen door de menselijke geschiedenis heen. Bin Jelmood House schuwt niet om te erkennen dat Qatar en andere Golfstaten geen onschuldige omstanders waren. Bin Jelmood House was een geschikte plek voor de tentoonstelling, aangezien dit huis, net als vele anderen, ooit tot slaaf gemaakte arbeiders gebruikte.
St. George Castle Museum in fort Elmina, Ghana http://www.everycastle.com/Elmina-Castle.html
In het museum wordt o.a. getoond: foto's met afbeeldingen van St. George's Kasteel door de eeuwen heen; vitrines over de Asantes van Elmina en over lokale handelsactiviteiten met de Europeanen; gouden gewichten; ketenen; muurschilderingen; lokaal textiel, krukken, stenen werktuigen, keramiek, flessen, klei, glas en kralen. Het museum biedt rondleidingen aan door het Fort van St George van Elmina . Bezoekers kunnen de bezienswaardigheden van de voormalige pakhuizen en slavenkerkers, kapellen en gouverneurskamer in zich opnemen. Ook een interessante plek is de cel waar ooit een koning van Asante gevangen werd gehouden.
History Museum of Ouidah (Benin)
Het is binnen verboden te fotograferen, dus daar zijn geen foto’s van beschikbaar Vanaf hier kan de slavenroute gelopen worden, 4 km. Langs vele symbolische kunstwerken, naar het grote slavernijmonument op het strand, waar ooit de slaafgemaakten werden ingescheept.
Het Ouidah Historisch Museum bevindt zich in het oude Portugese fort in Ouidah. Het fort werd gebruikt om tot slaaf gemaakte Afrikanen tegen te houden en te vervoeren als onderdeel van de Transatlantische slavenhandel. De collecties van het museum zijn gegroepeerd in zes grote tentoonstellingsthema's: het Portugese fort (waarin het museum is gevestigd), het koninkrijk Xwéda, het koninkrijk Dahomey, de slavenhandel, Vodun en de culturele banden tussen Benin en de Nieuwe Wereld. Deze collecties bestaan uit artefacten, foto's en objecten die een belangrijke betekenis hebben voor de geschiedenis en cultuur van de lokale omgeving van het museum. Het toont de impact die mensen uit Benin hebben gehad op de culturen van de Nieuwe-Wereldmaatschappij, evenals de effecten van massale repatriëring naar Benin na de teloorgang van de slavenhandel. Ook toont het hoe de slavenhandel de lokale omgeving beïnvloedde. De belangrijkste focus ligt op de economische en sociale processen die de slavenhandel in Benin heeft gecreëerd.
Slave Lodge (Kaapstad, Zuid-Afrika) https://www.iziko.org.za/museums/slave-lodge
“De Iziko Slave Lodge heeft een aantal zalen die de geschiedenis van de slavernij aan de Kaap tonen. Het oorspronkelijke gebouw (1679), werd gebruikt om mannen, vrouwen en kinderen op te sluiten die -voornamelijk door de VOC- als slaven naar de Kaap werden vervoerd in de 17e en 18e eeuw. Deze onvrijwillige immigranten hebben bijgedragen aan de rijkdom en diversiteit van de geschiedenis, het erfgoed en de cultuur van Zuid-Afrika.” De bovenste verdieping hoort niet bij de slavernijtentoonstelling en toont de voormalige koloniale rijkdom met Chinees keramiek, veel zilverwerk en glas. Ze willen er graag van af en willen er veel meer een national erfgoed en historische afdeling van maken. Er is alleen al heel lang geen geld voor.
Intercontinental Slavery Museum (Port Louis, Mauritius) https://www.coquillebonheur.com/en/news/intercontinental-slavery-museum-project.html
Het museum, waartoe in 2020 definitief door de overheid is besloten, wordt gehuisvest in het oude militaire hospitaal dat nog door slavenhanden is gebouwd. Mauritius was enige tijd bezet door Nederland, dat er ook de eerste slaafgemaakte Afrikanen naartoe bracht.
Bijlage 2 Museale Kenmerken en Faciliteiten Groen betekent: ja of aanwezig Museum
Sinds
NMAAHC
2015
The Legacy Museum: From Enslavement to Mass Incarceration (Montgomery)
2018
The National Underground Railroad Freedom Center (Cincinnati) The Charles H. Wright Museum of African American History (Detroit) The National
2004
Stand alone
Afd. in…
Hist risch pand
Pand met relatie tot slavernij?
Nieuw gebouwd als Afroof slavernijmuseum
omvang
12 exporuimtes samen ca 8.000 m² Locatie was een slavenpakhuis
1.000 m²
1965
2.000 m²
2022
5.200 m²
Thea- Bibl. WorkTer/ shop / AudiKennis torium centrum
Hedendaagse kunst
Evoca- park water tief
Museum of African American Music (Nashville) The Schomburg Research Center
1925
Onderdeel van NY Public Library
Museu Afro Brasil (Sao Paolo, Brazilië) Museu AfroBrasileiro (Univ.van Salvador da Bahia) MAFRO & MUNCAB Mémorial ACTe (Guadeloupe) Kura Hulanda (Curaçao) Museo Tula en Kas di Pal’i Maishi (Curaçao) Surinaams Museum (Paramaribo) Openluchtmuseum Fort NieuwAmsterdam,Surina me International Slavery Museum (Liverpool) Bristol
11.000 m²
2015
7.200 m²
2002 2007
Cultureel museum
1968
2007
v/h fort en gevangenis 20 ha. park Merseyside Maritime Mus. M Shed
3e etage 1 vd 5
Museum of London Docklands
2007
Musée d’Aquitaine (Bordeaux)
2009
Nantes (museum en 2012 Mémorial
the Bin Jelmood Museum (Doha, Qatar) St. George Castle Museum in fort Elmina (Ghana)
c.2015
History Museum of
1967
themaafdelingen 3e etage, 1 vd 9 themaafdln. Stadsmuseum In hertogelijk kasteel Stadsmu seum
the Msheireb Museums
1998
Ouidah (Benin) The Slave Lodge (Kaapstad, ZuidAfrika)
1998
50/50 Gedeeld met soort koloniaal museum
800m² in 4 zalen 2á3 complete zalen en 8 deels, v.d. 32 zalen totaal
The Intercontinental Slavery Museum (Port-Louis, Mauritius)
c.2023
Bijlage 3 Museale toon van de slavernijexpositie Museum NMAAHC The Legacy Museum: From Enslavement to Mass Incarceration (Montgomery) The National Underground Railroad Freedom Center (Cincinnati) The Charles H. Wright Museum of African American History The National Museum of African American Music (Nashville) The Schomburg Research Center Museu Afro Brasil (Sao Paolo, Brazilië) 3x Salvador da Bahia Mémorial ACTe (Guadeloupe) Kura Hulanda (Curaçao) Museo Tula en Kas di Pal’i Maishi (Curaçao) Surinaams Museum (Paramaribo) Openluchtmuseum Fort Nieuw-Amsterdam (Suriname) International Slavery Museum (Liverpool) Bristol Museum of London Docklands Musée d’Aquitaine (Bordeaux) Nantes (museum en Mémorial the Bin Jelmood Museum (Doha, Qatar) St. George Castle Museum in fort Elmina (Ghana) History Museum of Ouidah (Benin) The Slave Lodge (Kaapstad, Zuid-Afrika) The Intercontinental Slavery Museum (Port-Louis, Mauritius)
Focus meer op Kracht
Focus meer op Pijn
Gelijke focus
Deelrapport Enquête museale instellingen
Verkenning
Nationaal Trans-Atlantisch Slavernijmuseum
Deelrapport 2
Enquête museale instellingen Rapportage:
Jana Sevenhuijsen
Inhoud Verantwoording Analyse van de respons Staalkaart van reacties Conclusies Bijlage 1 - Vragen van de enquête Bijlage 2 - Overzicht van benaderde musea -
1
Deelrapport Enquête museale instellingen
Verantwoording
Om museale instellingen in Nederland te betrekken bij de Verkenning Museale Voorziening Nederlands Slavernijverleden is ervoor gekozen een enquête uit te zetten. De enquête heeft tot doel de musea te informeren en te bevragen. De vragen betreffen collectie, programmering, publiek, kennisniveau, etc. De enquête bestaat uit tien vragen. De vragen zijn opgesteld door de verschillende werkgroepen: werkgroep 1 (Inhoud) aangestuurd door NiNsee, Werkgroep 2 (Concept) aangestuurd door Museum zonder Muren en Werkgroep 3 (Publiek) aangestuurd door IZISolutions. Elke werkgroep heeft vragen aangeleverd waaruit een selectie is gemaakt. Deze selectie is gemaakt door basis van een goede verdeling de deelonderwerpen. Er is gekozen voor tien vragen om de enquête bondig te houden wat ertoe leidt dat mensen bereidwilliger zijn de enquête in te vullen. In totaal zijn 37 museale instellingen aangeschreven (zie bijlage 2). Bij de keuze van deze instellingen is in eerste instantie gekeken naar enige relatie tot het onderwerp. Bepaalde hebben in het verleden aandacht besteed aan het Nederlands slavernijverleden of hebben relevante collecties. Verder is gebruik gemaakt van het netwerk van platform Musea Bekennen Kleur (https://museabekennenkleur.nl/). Bovendien is gekeken naar een landelijke spreiding van Maastricht tot Groningen.
Ten slotte is ervoor gekozen om voor deze enquête archiefdiensten buiten beschouwing te laten. De respondenten zijn benaderd door middel van een persoonlijke email. Vooraf is onderzocht welke museummedewerkers het best benaderd konden worden. In de email stond een link naar Google Forms, waar de enquête online ingevuld kon worden. Google Forms is makkelijk te bedienen en toont de vragen overzichtelijk. Aan de achterzijde worden de resultaten eveneens overzichtelijk getoond. Ze zijn makkelijk af te lezen en te downloaden. Het volledige bestand met antwoorden is in ons bezit. In dit rapport wordt enkel een staalkaart van meest opvallende reacties gegeven.
2
Deelrapport Enquête museale instellingen
Analyse van de response
De enquête is uitgezet onder 37 museale instellingen verspreid over Nederland. Daarvan hebben uiteindelijk 23 gereageerd. Daarbij dient opgemerkt dat alle vier de instellingen van het Nationaal Museum voor Wereldculturen zijn aangeschreven. Uit correspondentie werd duidelijk dat ze namens het NMVW één gezamenlijk antwoord zouden leveren. 23 instellingen hebben de enquête ingevuld, dit is een percentage van 62,2%. 3 van de 37 instellingen (waaronder NMVW) hebben aangegeven niet mee te kunnen werken door tijdgebrek. Van 11 van de 37 instellingen hebben we geen reactie ontvangen. Dit is een percentage van 29,7%. Medewerkers met verschillende functies binnen de instellingen hebben de enquête ingevuld. 9 van de 23 respondenten is conservator. Dit is een percentage van 41%. Op de tweede plaats komt hoofd collecties, vaak in combinatie met een andere functie. Dit betreft 4 personen en een percentage 18,2%. Verder is de enquête ingevuld door een directeur, hoofd educatie of wetenschappelijk medewerker. Vrijwel alle instellingen hebben positief gereageerd op de komst van een nationaal transAtlantisch slavernijmuseum. Er zijn enkele kritische vragen, maar geen afwijzende geluiden geuit. Van enkele de instelling die niet hebben geantwoord kwam wel het bericht dat ze geïnteresseerd zijn en op de hoogte willen blijven van de vorderingen.
3
Deelrapport Enquête museale instellingen
Staalkaart van reacties
Hieronder volgt een aantal voorbeelden uit de reacties per vraag. Hier zijn de meest opvallende antwoorden opgenomen. Ook worden de antwoorden weergegeven die meermaals door de musea worden genoemd. De namen van de betreffende musea staan dan tussen haakjes weergegeven. Tevens worden enkele letterlijke citaten gegeven.
Vraag 1 - Op welke wijze besteedt uw organisatie aandacht aan het slavernijverleden? Vooral kleinere musea zeggen nog geen aandacht te besteden aan het slavernijverleden, met als argument dat ze weinig objecten hebben met relatie tot dit onderwerp. Wel wordt vaak genoemd dat binnen de organisatie goed wordt gekeken naar de veranderingen in de terminologie. De musea geven aan actief de oude termen te vervangen door meer passende termen. (Stedelijk Museum Alkmaar, Rijksmuseum, Zeeuws Museum) Enkele musea geven aan een Canonmuseum te zijn. Vanuit de canon besteden ze aandacht aan de vensters: VOC, slavernij, Max Havelaar, Anton de Kom, Indonesië en Het Caribisch gebied. (MuZEEum Vlissingen en het Openluchtmuseum Arnhem) Bonnefanten museum: “Op dit moment zijn dat voor ons doen relatief veel kunstwerken vanwege de tentoonstelling SAY IT LOUD.
Deze internationale groepstentoonstelling laat werk zien van hedendaagse kunstenaars die zich verhouden tot onderwerpen die samenhangen met diversiteit, het koloniale verleden, de beeldvorming of de interpretatie hiervan.” Mauritshuis: “Het Mauritshuis heeft een wetenschappelijk onderzoeksproject opgezet 'Revisiting Dutch Brazil and Johan Maurits', waarbij een groep van 4 internationale historici vernieuwend onderzoek doen naar tot nu toe onderbelichte aspecten aan de geschiedenis van Nederlands-Brazilië en Johan Maurits, met speciale aandacht voor slavernijgeschiedenis.” Het Haags Historisch Museum: “In 2013 organiseerden we een grote expositie op locatie, in 2014 initieerden we de ontwikkeling van twee publieksproducten (stadswandeling en schoolplaat) en faciliteerden we (mede) het onderzoek van Valika Smeulders over Den Haag en Slavernij waarop de publieksproducten gebaseerd werden.” Rijksmuseum: “Tentoonstelling Slavernij februari - mei 2021, inclusief een publieksprogramma, onlineprogramma, en catalogus. Daarnaast, in de reguliere vaste opstelling, van februari 2020 tot februari 2021, extra tekstbordjes die verwijzen naar het thema. De tijdens deze periode opgedane kennis wordt vervolgens verwerkt in een volgende vaste opstelling.”
4
Deelrapport Enquête museale instellingen
Vraag 2 - Welke collecties en objecten heeft uw organisatie op het gebied van het slavernijverleden of kolonisatie? De musea lijken redelijk inzicht te hebben van objecten met betrekking tot slavernijverleden in hun collecties. Een aantal musea geeft aan objecten hebben betreffende het VOC of WIC verleden. De collecties zijn veelal digitaal ontsloten en doorzoekbaar via de collectiedatabase op hun website. (Museum van Loon, Mauritshuis, Stedelijk Museum Alkmaar, MuZEEum, Westfries Museum) Maritiem Museum Rotterdam: “Het koloniale verleden is uiteraard ruim vertegenwoordigd in de collectie en omvat de periode vanaf de 16de eeuw tot ver in de twintigste eeuw. Het museum bezit een groot aantal oude drukken van vóór 1800, onder meer gericht op de Nederlandse expansie overzee waarin onder meer het slavernijverleden wordt verbeeld. Verder dient genoemd te worden de collectie cartografie, in het bijzonder de collectie Vaandrager die gericht is op Suriname, Berbice en de Antillen waartoe bijvoorbeeld de vroegst (1671) gedrukte plantagekaart van Suriname behoort.
Ook van belang is de collectie picturalia (schilderijen, tekeningen en prenten) en verder onder meer de collectie technische tekeningen, affiches van rederijen, beeldhouwwerken en een collectie scheepsmodellen van buiten Europa.” Museum Prinsenhof Delf: “Museum Prinsenhof Delft heeft een deel van de verzameling van het voormalige Museum Nusantara opgenomen in haar collectie. Deze objecten zijn voor een groot deel te relateren aan het koloniale verleden tussen Nederland en Indonesië. Daarnaast zijn er portretten in de collectie van het museum van personen die direct of indirect betrokken waren bij de activiteiten van de VOC of WIC.” Mauritshuis: “En niet te vergeten het belangrijke schilderij van twee Afrikaanse mannen door Rembrandt - deze mannen zijn niet met zekerheid geïdentificeerd, maar moeten onderdeel zijn geweest van de Afrikaanse gemeenschap in Amsterdam in de 17de eeuw, en buurtgenoten zijn geweest van Rembrandt. Zij zijn waarschijnlijk via de WIC in de Republiek terecht gekomen.”
Vraag 3 - Welke programmering, activiteit(en) en educatiematerialen heeft uw organisatie op het gebied van het slavernijverleden of kolonisatie? Over het algemeen is te zeggen dat als musea over objecten beschikken gerelateerd aan het slavernijverleden zij hier in hun educatiematerialen ook aandacht aan besteden. Musea die beschikken over weinig tot geen objecten geven vaak aan hier nu nog niets mee te doen. Westfries Museum: ‘Het museum kiest er bewust voor in exposities en andere publieksactiviteiten de thema's slavernijverleden en kolonisatie te agenderen. Voorbeelden : exposities 'Depok' over de geschiedenis van een gemeenschap van voormalig tot
5
Deelrapport Enquête museale instellingen
slaafgemaakten in Nederlands-Indië (2019). Vertelwandeling ' Tabo en jij' stadswandeling aan de hand van het levensverhaal van de zwarte bediende Tabo Jansz’.
Vraag 4 - Aan welk aspect van het slavernijverleden zou u binnen uw instelling meer aandacht willen besteden? Vrijwel alle musea geven aan meer aandacht te willen besteden aan het slavernijverleden. Of dit nou is op het gebied van tekstbordjes, educatief materiaal of in de vaste opstelling. Hier wordt de link met het hedendaagse steeds gelegd. Welke erfenissen zien we terug in ons dagelijks leven? Thema’s als inclusie en diversiteit komen in de antwoorden geregeld terug. (Maritiem MuZeeum, Museum Prinsenhof Delft, Stedelijk Museum Alkmaar) Stedelijk Museum Alkmaar: “De tentoonstelling de Gouden Eeuw van Alkmaar. Deze tentoonstelling staat er al een tijdje. Wordt in 2022 aangepast. Hangen veel topstukken maar toch weinig ruimte. We vertellen nu een heel eenzijdig beeld. Hier zijn we ons van bewust en willen we actief iets mee doen. Paar dingen al gedaan. Bij de teksten zijn aanvullingen gekomen/ veranderd die werk vanuit meerder perspectieven laten zien. Bepaalde bewoordingen zijn veranderd, bijvoorbeeld de thematekst van de Gouden Eeuw en waarom deze aangepast gaat worden in de volgende tentoonstelling” Opvallend vaak wordt het slavernijverleden in Azië genoemd. Diverse musea willen daar meer aandacht aan besteden.
(Stedelijk Museum Alkmaar, Indisch Herinneringscentrum, Museum van Loon) Indisch Herinneringscentrum: “Betrek ook de onderbelichte Aziatische slavenhandel zodat slavenhandel in zijn geheel onderwerp wordt van het nieuwe museum.”
Vraag 5 - Wat is volgens u de meerwaarde van een zelfstandig trans-Atlantisch slavernijmuseum binnen het Nederlandse museumlandschap. Welke rol zou het kunnen vervullen? Kernwoorden die hier worden genoemd zijn: bewustwording, herinnering, erkenning, herkenning, informeren, discussieplatform bieden, relaties met heden leggen. (Zuiderzeemuseum, Zeeuws MuZEEum, Museum Het Rembrandthuis) Veel musea geven aan dat het goed is wanneer permanent aandacht besteed wordt aan het slavernijverleden. Het onderwerp verdient een eigen huis. (Rijksmuseum, Haags Historisch Museum, Centraal Museum, Mauritshuis, Museum van Loon, Stedelijk Museum Alkmaar, Bonnefanten museum)
6
Deelrapport Enquête museale instellingen
Rijksmuseum: “Het is belangrijk het specifieke verhaal van de trans-Atlantische slavernij permanente aandacht te geven. De koloniale hiërarchie die toen is opgebouwd, werkt nog altijd door in de samenleving, in de vorm van ras-denken en ongelijke kansen. Een slavernijmuseum kan dat zorgvuldig laten zien en is daarom van grote educatieve en maatschappelijke waarde.” Ook wordt door een groot aantal musea aangegeven dat het belangrijk is om samen te werken met andere musea. (Nederlands Fotomuseum, Joods Cultureel Kwartier) Een aantal personen is kritisch en geeft aan dat een losstaand slavernijmuseum geen meerwaarde heeft maar geïmplementeerd kan worden in al bestaand musea. (Bronbeek, Openluchtmuseum Arnhem) Openluchtmuseum: “Eerlijk antwoord: ik vind slavernij en (post)-kolonialisme een te belangrijk en breed maar tegelijkertijd ook te moeilijk verhaal om over te laten aan één museum. Het Openluchtmuseum trekt in gezonde tijden 550.000 bezoekers die sinds vijf jaar allemaal iets mee kunnen krijgen over deze onderwerpen.
Als elk Nederlands museum zich de vraag zou stellen hoe vanuit eigen verhaal en collectie aandacht te besteden aan deze geschiedenis, bereiken we als museale wereld meer dan dat het onderwerp wordt van een one-issue-museum, dat na opening ongetwijfeld even een flinke stroom bezoekers zal trekken, maar wat daarna - vrees ik - gedoemd is tot een kwijnend bestaan, omdat zo'n zwaar onderwerp doorgaans niet tot een gezellig uitje leidt.” Museum Bronbeek: “Ik zie geen meerwaarde, slavernij staat niet los van de geschiedenis en zou beter binnen de bestaande musea behandeld kunnen worden. Gezien de ervaring met museum-initiatieven en de financiering daarvan, vrees ik dat een slavernijmuseum uiteindelijk weer ten onder gaat. Inderdaad: welke rol, voor wie?”
Vraag 6 - Welk verhaal en/of welk perspectief mag volgens u niet ontbreken in een toekomstig trans-Atlantisch slavernijmuseum? Het leggen van een link met het heden wordt als heel belangrijk gezien, denk aan racisme, maar ook empowerment en Black Lives Matter. Vaak wordt de doorwerking van het slavernijverleden naar het heden genoemd. Laat de persoonlijke verhalen van nazaten zien. Welke gevolgen ervaren zij hier tot op de dag van vandaag van? Hierbij worden ook letterlijke parallellen naar het heden getrokken, waaronder ‘sweatshops’. (Nederlands Fotomuseum, Haags Historisch Museum, Museum Prinsenhof Delft, Nederlands Openluchtmuseum, Museum Kaap Skil, Mauritshuis, van Abbemuseum, Bonnefanten museum, Amsterdam Museum, Indisch Herinneringscentrum, Centraal Museum, Museum Het Rembrandthuis, van Abbemuseum, Bonnefanten museum)
7
Deelrapport Enquête museale instellingen
Ook het vertellen van het verhaal vanuit meerder perspectieven komt vaak terug. Dus bijvoorbeeld van de personen die veel geld hebben verdiend met de slavenhandel versus hun slaafgemaakte bedienden. (Joods Cultureel Kwartier, Zeeuws MuZEEum, Museum van Loon, Amsterdam Museum, Stedelijk Museum Alkmaar) Museum het Rembrandthuis: ‘Ik zou het goed vinden als er ook aandacht is voor beeldvorming. Hoe de beeldcultuur de ondergeschikte positie van zwarte mensen eeuwenlang heeft bevestigt en versterkt. Maar laat ook zien dat het anders kan en dat er ook kunst is die reden geeft tot empowerment’.
Vraag 7 - Waar moet het trans-Atlantisch slavernijmuseum volgens u aan voldoen om nationale en internationale betekenis te verwerven? Kernbegrippen die hier genoemd worden: actueel, urgent, genuanceerd, duidend, niet belerend, beeldend. (Zuiderzeemuseum, Museum Kaap Skil, Amsterdam Museum) Het museum zou een onderzoekersrol op zich moet nemen en dat ontwikkelen tot gerenommeerd kenniscentrum. Hierbij wordt benadrukt dat het belangrijk is om samen te werken met het onderwijs. Het onderwerp niet alleen in het museum behandelen maar ook in de geschiedenisles. (Haags Historisch Museum, Museum Prinsenhof Delft, Maritiem Museum, Mauritshuis, Museum van Loon, Westfries Museum, van Abbemuseum, Stedelijk Museum Alkmaar, Bonnefante museum) Ook wordt aangegeven dat het belangrijk is dat het museum toegankelijk is voor veel verschillende doelgroepen en verbindingen legt tussen het heden en verleden.
(Rijksmuseum, Joods Historisch Museum, Centraal Museum, Westfries Museum) Amsterdam Museum: “Een museum dat opgericht wordt de 21e eeuw heeft baat bij een bewuste positionering van de vorm 'museum', en benut de kans om een maatschappelijke rol te spelen en volop in te zetten op audiovisuele middelen, digitale communicatie en programmering, actualiteit en het aanspreken van jonge diverse doelgroepen door veel samenwerkingen aan te gaan, (naast de meer traditionele rol van een museum dat staat voor beheer, behoud, en het centraal stellen van objecten).” Openluchtmuseum Arnhem: ‘Een aantal 'topstukken' zullen nodig zijn als zichtbaar bewijsmateriaal en voor de historische sensatie. Dat ligt nog best lastig, hebben wij ook ondervonden, er is veel verloren gegaan en bij wat er nog beschikbaar is zijn veel problemen met de provenance (herkomst)’.
8
Deelrapport Enquête museale instellingen
Vraag 8 - Waar ligt, volgens u, het kennisniveau van het Nederlands publiek betreffende het slavernijverleden? Hoe kan het publiek meer betrokken worden? Vrijwel alle instelling antwoord hetzelfde, namelijk: laag. Ze geven allemaal aan dat ze hier graag iets aan willen doen en dat bewustwording vaak ontstaat wanneer mensen zich meer gaat inlezen/interesseren. Doorgaans kennen Nederlanders de nationale geschiedenis alleen van de hoogte punten. Het gaat eigenlijk nooit over de zwarte bladzijden uit de eigen geschiedenis. Er heerst weerstand en ontkenning als het over dit soort onderwerpen gaat. (Indisch Herinneringscentrum, Joods Cultureel Kwartier, Centraal Museum, Mauritshuis, Museum van Loon, Bonnefanten museum, Museum Prinsenhof Delft) Van Abbemuseum: “Slavernij wordt niet begrepen als fenomeen dat impact heeft gehad op en voortkomt uit een bepaalde cultuur. Met name in relatie tot andere historische gebeurtenissen zoals de holocaust die steviger in het nationale bewustzijn genesteld zijn.” Museum Prinsenhof Delft: ‘Ik denk dat de meeste Nederlanders ondertussen wel weten van het bestaan van ons slavernijverleden, maar dat het bij velen ontbreekt aan meer concrete kennis hierover. Ik denk dat een fysieke vaste plek voor deze geschiedenis, zoals het transAtlantisch slavernijmuseum, een goede manier is om het publiek hier meer bij te betrekken.
En dat in relatie hiertoe educatie een sleutelrol kan spelen, door bijvoorbeeld schoolklassen uit te nodigen, lezingen te organiseren, publicaties te verzorgen e.d.’.
Vraag 9 - In hoeverre en op welke manier(en) zou u uw expertise, kennis en collectie met betrekking tot het slavernijverleden kunnen en willen delen met een toekomstig transAtlantisch slavernijmuseum? Alle respondenten zijn bereid kennis en ervaring te delen, of dit nou gaat over het uitlenen van collectiestukken, kennisuitwisseling of het betrekken van doelgroepen. Bepaalde musea geven aan niet veel kennis te hebben van het slavernijverleden maar wel te willen helpen met meer praktische zaken en als klankbordgroepen. Opvallend zijn de geluiden dat de musea zich juist verheugen op de kennis en expertise van het toekomstige slavernijmuseum. (alle deelnemende musea) Westfries Museum: ‘Het Westfries Museum staat open voor het delen. De missie van het museum luidt niet voor niets 'Bewaren om te delen'. Ik zie dat vooral ook als tweerichtingsverkeer. Ook wij hebben behoefte aan kennis en expertise, collectie op dit terrein’. Bonnefantenmuseum: ‘Alle kennis die wij in huis hebben delen wij graag met collega musea. In dit geval denk ik echter dat het andersom zal zijn: wij kunnen ongetwijfeld veel leren van een trans-Atlantisch slavernijmuseum’.
9
Deelrapport Enquête museale instellingen
Vraag 10 - Welke verdere aanbevelingen of adviezen heeft u voor de verkenning van het nieuwe trans-Atlantisch slavernijmuseum? De respondenten wensen het initiatief om tot een Trans-Alantisch slavernijmuseum te komen veel succes toe. Er zijn ook kritische geluiden. Zo wordt door meerdere instellingen geadviseerd het Nederlandse slavernijverleden mondiaal te behandelen, dus ook de Oost te betrekken. Als argument wordt gegeven dat daarmee een breder draagvlak wordt gecreëerd. (Indisch Herinneringcentrum, Museum Prinsenhof Delft, Mauritshuis, Westfries Museum) Om een breed draagvlak te genereren wordt tevens gewezen op zorgvuldige participatie van de gemeenschappen van nazaten van de trans-Atlantische slavernij. Daarnaast wordt geadviseerd verder te kijken dan de Randstad. Het is belangrijk voor het nationale karakter om actief de rest van Nederland te betrekken, waar het kennisniveau over het slavernijverleden lager ligt. (Nederlands Fotomuseum, Maritiem Museum, Museum Kaap Skil, Museum van Loon, van Abbemuseum, Bonnefanten museum, Amsterdam Museum, Haags Historisch Museum, Museum Prinsenhof Delft, Zeeuws MuZEEum) Rijksmuseum: ‘Ik zou het geen museum voor alleen de Afro-Caribische doelgroep maken en niet alleen over de geschiedenis in gekoloniseerd gebied laten gaan.
Ik zou ook in vogelvlucht contractarbeid, de migratie naar Nederland en de historische sporen in de Nederlandse samenleving laten zien. Dan wordt duidelijk dat het ons allemaal aangaat, en welke blinde vlekken velen hebben’. Haags Historisch Museum: ‘Hoor niet alleen publiek uit de grote steden (of museumprofessionals). Geef juist anderen een stem. Ontwikkel een landelijk karakter. Wees niet bang om ‘schurend’ te willen zijn. Plaats het verleden in context. Organiseer inspraakbijeenkomsten. Of informatiebijeenkomsten. Wees multi disciplinair. Probeer inclusief te presenteren en het goede voorbeeld te geven’. Maritiem Museum Rotterdam: ‘Een nieuw Slavernijmuseum moet de verbinding zoeken, vooral ook met groepen die vooralsnog minder bekend zijn met het slavernijverleden. Daarbij zal het museum ook eigentijdse (digitale) middelen moeten inzetten om het verhaal van de slavernij voor het voetlicht te brengen. Het gebouw waarin het Slavernijmuseum wordt gevestigd, zal gezichtsbepalend (een ‘landmark’) moeten zijn’. Rembrandthuis: ‘Verlies niet uit het oog dat mensen ook graag iets willen hebben om trots op te zijn. Zoek ook naar positieve verhalen’. Van Abbemuseum: ‘Neem overzichtelijke stappen. Bouw het rustig op vanuit realiseerbare resultaten, die ambitieus zijn, maar wel haalbaar. Stel samenwerking centraal.
Kijk naar de musea met relevante collecties, de bestaande kennispartners, en educatiepartners. Ga niet zelf verzamelen, maar wordt een adviseur voor collectieontwikkeling van bestaande verzamelingen’.
10
Deelrapport Enquête museale instellingen
Conclusies
Van de 37 benaderde musea hebben 23 de enquête ingevuld. De antwoorden getuigen van een grote betrokkenheid bij het onderwerp. Dat is onder meer te zien aan de uitvoerige en welgemeende reacties en de blijken van steun ten aanzien van het initiatief. De instellingen die de enquête niet hebben ingevuld, hebben dat voornamelijk gedaan uit tijdgebrek. Er zijn geen berichten van afkeuring ontvangen. De respondenten zien de noodzaak van een trans-Atlantisch slavernijmuseum om een langdurige blinde vlek in het historisch bewustzijn recht te zetten. Een enkeling vraagt zich af of het niet kan worden ondergebracht bij een bestaand museum. De meerderheid onderschrijft echter de meerwaarde van een autonoom museum, een ‘landmark’, als permanent baken tegen onwetendheid. Zelf voelen de instellingen de verantwoordelijkheid om het meerstemmig perspectief in hun eigen instellingen door te voeren. Dat wordt al gedaan door tekstbordjes in de vaste opstelling te herzien. Daarnaast zouden ze meer willen doen aan bijvoorbeeld tentoonstellingen en educatie. Het ontbreekt ze op dit moment echter aan kennis en middelen. Om nationale uitstraling te genereren wordt geadviseerd vroegtijdig in te zetten op een breed draagvlak. Kijk verder dan bepaalde bevolkingsgroepen, betrek Nederlanders buiten de Randstad en praat met mensen buiten de museumsector. Aan bereidheid tot samenwerking is geen gebrek.
Alle respondenten geven aan kennis en collecties te willen delen. Maar behalve het aanreiken van kennis, hebben zij vooral behoefte aan advies en ervaring. Het toekomstige slavernijmuseum kan zich ontwikkelen tot kenniscentrum, waar andere instellingen in Nederland op kunnen terugvallen voor advies. Meest gehoorde kritiek is dat de slavernij in Azië niet in de doelstelling van het toekomstige museum is opgenomen. Deze keuze wordt door de meeste instellingen niet begrepen. Uitbreiding van de doelstelling zou de prille kennis over slavernij in Nederlands-Indië erg vooruit helpen en het draagvlak voor het toekomstige museum zou erdoor toenemen. Als laatste wordt het initiatief veel succes toegewenst. Respondenten hopen dat het net zo’n gewichtige plaats gaat innemen als het Nationale Holocaust Museum (i.o.). Maar naast de erkenning ervaren leed en de correctie van een historische omissie zou het museum ook een baken moeten zijn van hoop en trots.
11
Deelrapport Enquête museale instellingen
Bijlage 1
Enquête Museale Voorziening Nederlands Slavernijverleden Geachte heer/mevrouw, Graag verzoeken wij u deze vragen zo gedetailleerd mogelijk te beantwoorden. De vragen zijn gerelateerd aan de ontwikkeling van het nieuwe slavernijmuseum. Het doel van dit slavernijmuseum is historisch bewustzijn creëren bij een groot publiek betreffende de transAtlantische slavenhandel. Instelling: ............. Ingevuld door: ........... Functie binnen de organisatie: ...........
1. Op welke wijze besteedt uw organisatie aandacht aan het slavernijverleden? 2. Welke collecties en objecten heeft uw organisatie op het gebied van het slavernijverleden of kolonisatie? 3. Welke programmering, activiteit(en) en educatiematerialen heeft uw organisatie op het gebied van het slavernijverleden of kolonisatie? 4. Aan welk aspect van het slavernijverleden zou u binnen uw instelling meer aandacht willen besteden? 5. Wat is volgens u de meerwaarde van een zelfstandig trans-Atlantisch slavernijmuseum binnen het Nederlandse museumlandschap. Welke rol zou het kunnen vervullen? 6. Welk verhaal en/of welk perspectief mag volgens u niet ontbreken in een toekomstig trans-Atlantisch slavernijmuseum? 7. Waar moet het trans-Atlantisch slavernijmuseum volgens u aan voldoen om nationale en internationale betekenis te verwerven? 8. Waar ligt, volgens u, het kennisniveau van het Nederlands publiek betreffende het slavernijverleden? Hoe kan het publiek meer betrokken worden? 9. In hoeverre en op welke manier(en) zou u uw expertise, kennis en collectie met betrekking tot het slavernijverleden kunnen en willen delen met een toekomstig trans-Atlantisch slavernijmuseum? 10. Welke verdere aanbevelingen of adviezen heeft u voor de verkenning van het nieuwe trans-Atlantisch slavernijmuseum? Hartelijk dank voor uw medewerking aan het onderzoek.
12
Deelrapport Enquête museale instellingen
Bijlage 2
Overzicht van de benaderde musea Volgnr 1. 2. 3. 4. 5.
Museum Amsterdam Museum Bonnefanten Centraal Museum Museum het Rembrandt Huis Tropen Museum
Stad Amsterdam Maastricht Utrecht Amsterdam Amsterdam
Deelname Wel Wel Wel Wel Niet
6.
Museum Volkenkunde
Leiden
Niet
7.
Wereldmuseum
Rotterdam
Niet
8.
Afrika Museum
Berg en Dal
Niet
9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23.
Rijksmuseum Stedelijk Museum Van Abbe Museum Zeeuws Museum De Pont museum Haags Historisch Museum Mauritshuis Stedelijk Museum Alkmaar Westfries Museum Zeeuws Maritiem MuZEEum Museum van Loon Nederlands Fotomuseum Museon Joods Historisch Museum Nederlands Openlucht museum Zuiderzee Museum Kaap Skil Museum Rotterdam
Amsterdam Amsterdam Eindhoven Middelburg Tilburg Den Haag Den Haag Alkmaar Hoorn Vlissingen Amsterdam Rotterdam Den Haag Amsterdam Arnhem
Wel Niet Wel Wel Niet Wel Wel Wel Wel Wel Wel Wel Niet Wel Wel
Enkhuizen Texel Rotterdam
Wel Wel Niet
24. 25. 26.
Opmerking
Hebben aangegeven betrokken te willen zijn in de toekomst. Hebben aangegeven betrokken te willen zijn in de toekomst. Hebben aangegeven betrokken te willen zijn in de toekomst. Hebben aangegeven betrokken te willen zijn in de toekomst.
Hebben aangegeven betrokken te willen zijn in de toekomst. 13
Deelrapport Enquête museale instellingen
27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. 35. 36. 37.
Museum Prinsenhof Batavialand (Batavia Werf) Noordelijk Scheepsvaartmuseum Schunck Het Scheepvaartmuseum Moluks museum Maluku Indisch herinneringscentrum Bronbeek Maritiem Museum FramerFramed Allard Pierson/ UvA
Delft Lelystad Groningen
Wel Niet Niet
Heerlen Amsterdam Den Haag Den Haag Arnhem Rotterdam Amsterdam Amsterdam
Niet Niet Niet Wel Wel Wel Niet Wel
14
Deelrapport Nationale betekenis
Verkenning
Nationaal Trans-Atlantisch Slavernijmuseum
Deelrapport 3
Nationale betekenis Rapportage
Museum zonder Muren Research
Daniëlle Kuiten, met medewerking van Jules Rijssen (Imagine IC)
Inhoud 1. Introductie 2. Nationale betekenis in museale context 3. Nationale musea in Nederland 4. Voorbeelden uit de praktijk 5. Slotbetoog 6. Bronnen en noten -
1
Deelrapport Nationale betekenis
1. Introductie Voor deze opdracht is een quickscan gedaan naar ‘Nationale betekenis’ binnen de museale context. Het toekomstige slavernijmuseum zal boven het lokale en het etnisch specifieke moeten uitstijgen. Het moet een museum worden voor alle Nederlanders. Dat is de wens van zowel de gemeente, het rijk als de belangengroepen uit de Afro-Nederlandse gemeenschappen. De onderzoeksvraag luidt: Welke elementen zijn nodig voor een museum om nationale betekenis te verwerven en zijn er specifieke aandachtspunten m.b.t. de oprichting van een museum over het Nederlandse slavernijverleden? Het onderzoek heeft tot doel globaal inzicht te krijgen in theorie en praktijk voorbeelden + aanbevelingen voor verder onderzoek. Voordat er antwoorden gegeven worden op de onderzoeksvraag, wordt eerst onderzocht wat het concept nationaal in een museale context betekent en stellen we de vraag wie mag bepalen of iets van nationale betekenis is. Daarna wordt dieper ingegaan op de veranderende contexten en rol van het instituut museum, die van belang zijn voor het toekomstige slavernijmuseum. Het onderzoek eindigt met enkele cases in binnen- en buitenland, die op hun eigen manier handvatten kunnen leveren voor verder onderzoek of inspiratie.
Nationale betekenis* Nationale (h)erkenning* Nationaal Belang* Nationale Identiteit* Can't forget, can't remember Sue Williamson, SA
2
Deelrapport Nationale betekenis
2. Nationale betekenis in museale context Het concept nationale betekenis in een museale context kan op verschillende manieren bekeken worden. Musea die zorgdragen voor de collecties van het rijk worden in hun status bevestigd als zijnde van nationale betekenis of belang. Ook collecties zelf worden aangemerkt als collecties van nationale betekenis of belang (bijvoorbeeld het Mauritshuis en het Rijksmuseum). Daarnaast zijn er ook musea die een nationaal verhaal vertellen, waardoor zij van nationale betekenis zijn (denk aan het Nederlands Openlucht Museum). Het is zowel het proces van toekennen van die betekenis als het labelen van iets als nationaal wat de afgelopen decennia kritisch bevraagd wordt. De veranderende samenlevingen wereldwijd zorgen voor verhitte debatten over waar “nationaal” voor staat of voor zou moeten staan. Die debatten gaan over dingen als machtsverhoudingen, representatie, zichtbaarheid en sociale rechtvaardigheid. In het verlengde van deze discussies worden musea vragen gesteld als: wie vertelt het verhaal, wie bepaalt wat we zien, wiens waarheid wordt hier verteld? Een steeds grotere groep eist dat deze maatschappelijke instituten ruimte bieden aan bijvoorbeeld multi-perspectiviteit en nadenken over het dekoloniseren van collecties, presentaties, praktijken en musea. Veranderprocessen die niet altijd gemakkelijk en vanzelfsprekend zijn.
Veel traditionele musea vinden het moeilijk te onderkennen dat ook zij moeten meegaan met de tijd, om een plek te behouden in die veranderende wereld. Fiona McLean schrijft in 2005 hierover dat de bredere debatten die momenteel gevoerd worden over identiteit nieuwe uitdagingen vormen voor het museumvak. Op macroniveau is er een transformatie van identiteit tegen de achtergrond van dekolonisatie, imperialistische nalatenschap, globalisering en het verval van de natiestaat. Op nationaal niveau is er de uitdaging van reconciliatie en het bevorderen van nationale integratie met oog voor pluraliteit en diversiteit van identiteit. Hierbij gaat ze in op de rol die musea van oudsher speelden waarbij nationale musea impliciet een bijdrage leverden aan de constructie van nationale identiteiten, en de manieren waarop ze verschillen uiten of zwijgen kunnen weerspiegelen en beïnvloeden hedendaagse percepties van identiteiten binnen het nationale kader.i Het Rijksmuseum in Amsterdam wordt vaak gepresenteerd als de plek waar de Nederlandse identiteit getoond wordt. Ook de politiek gebruikt het graag als boegbeeld voor Nationale trots.
Maar heeft het ook nationale betekenis? Waarin zit die betekenis? Zit dit in hoe eenieder in de samenleving zich kan verbinden en herkennen in het verhaal dat verteld wordt? Of gaat het hier over een nationaal beeld dat ons een identiteit (gewenst of ongewenst) verschaft? Over De Nachtwacht wordt bijvoorbeeld in de publicatie Op de Museale Weegschaal geschreven: “Het schilderij heeft bovendien nog altijd een actuele waarde als icoon van nationale identiteit.” Er wordt niet gekeken naar vragen als wie deze waarde bepaalt en of die waarde vaststaat of steeds opnieuw bevestigd wordt.ii Ook in de publicatie Meer dan Waard uit 2011 van de Nederlandse Museumvereniging, komen we verwijzingen naar onder andere nationale betekenis tegen. Zo lezen we dat musea “Schatkamers van objecten en verhalen van (inter)nationale, regionale en lokale betekenis” zijn. “Ze geven uitdrukking aan een gedeelde geschiedenis en aan onze identiteit.” [..] “Het beheren en tentoonstellen van objecten en de bijbehorende verhalen is een kerntaak met een grote maatschappelijke betekenis. De objecten die musea bewaren, of ze nu een lokale, regionale, nationale of internationale betekenis hebben, zijn belangrijk voor ons allemaal.” Als
3
Deelrapport Nationale betekenis
verduidelijking wordt dat waardeoordeel uitgelegd als “Iets is van nationale betekenis omdat het het verhaal vertelt vanuit een nationaal perspectief, collectie met nationale waarde toont of unieke educatieve waarde heeft.”iii Wiens perspectief het nationale perspectief is en dus wiens verhaal verteld wordt, blijft in het midden. Wie bepaalt wat van nationale waarde is? Als we verder ingaan op de betekenis en lading van nationaal dan valt op te merken dat bij elke instelling deze waarde(ring) andere emoties meebrengt en daarom ook op andere manieren geladen zou moeten worden. Zo heeft het initiëren van een nationaal kunstmuseum, een nationaal historisch museum, nationaal holocaustmuseum of een nationaal slavernijmuseum bij elke genoemde instelling andere uitdagingen. Dit alles heeft te maken met waar het collectieve geheugen zich al genesteld heeft en wat er van de samenleving gevraagd wordt om zich daar mee te verbinden,zeker als niet iedereen daarin dezelfde emoties deelt. Waarbij ook aspecten als waar Nationaal voor staat, Nederland of koninkrijk, wie tot dat nationale mogen behoren essentieel zijn. Bij nationale narratieven kwam het in het verleden vaak neer op waar we 'collectief' trots op waren- wat we wilden vieren of dat wat we 'collectief' zagen als trauma- wat we wilden herdenken.
We zetten hier bewust collectief tussen aanhalingstekens omdat die groepsgedachte (zowel opgedrongen als zelfverkozen) in onze ogen een construct is en daarmee een onecht beeld geeft. Het is de constructie van hoe de geschiedenissen aan ons verteld worden, samen met een (te eenzijdige) selectie van feiten, data en objecten die mede bepalen hoe ons herinneren gevormd wordt. Dit is in een superdiverse samenleving niet langer houdbaar. Wij denken hierbij ook aan De leugens die ons Binden van Kwame Anthony Appiah. Wat gebeurt er met een nationaal narratief waar gebeurtenissen voor verschillende groepen in de samenleving een uiteenlopende betekenis hebben? Hoe geven we vorm aan botsende herinneringen? En wie mag wel en niet deelnemen? Tegelijkertijd met het wankelende idee van het museum als nationale identiteitsbouwer, is ook de rol van de expert (conservatoren, curatoren, historici etc) als bepaler van wat “ons erfgoed” is, aan het veranderen.
Richard Benjamin, hoofd van het Internationaal Slavery Museum, stelt naar aanleiding van het ontwikkelingsproces van dit museum dat in 2006 in Liverpool opende, eveneens dat we als museumprofessionals naar onszelf, onze curatorpraktijken, tentoonstellingsprogrammering, acquisitiebeleid, educatieve activiteiten en alle klantendiensten zoals marketing en ontwikkeling moeten kijken en onszelf moeten afvragen: voor wie is dit bedoeld? Kunnen we oprecht zeggen, wanneer we een vorm van verhaal ontwikkelen en uiteindelijk beschikbaar maken voor het publiek, dat we democratisch handelen?iv Het is ook juist dit gesprek dat bij Imagine IC al ruim 20 jaar vanuit Zuidoost gevoerd wordt. Waarbij vanuit de gedachten van erfgoed democratie bottom-up gewerkt wordt. In een tijd waar in die superdiverse samenleving veel over 'identiteit' wordt gesproken, over 'canons' en 'erfgoed' is het belangrijk dat erfgoedinstellingen kritisch durven te reflecteren op hun eigen praktijk. Vooral omdat juist erfgoed vaak inzet is van een nostalgische reflex, waarmee we houvast en zelfbevestiging zoeken bij een vermeende gemeenschap van like-minded. En om deze valkuil zoveel als mogelijk te ontwijken creëren wij in onze erfgoedpraktijk doelbewust ruimte voor alternatieve en botsende visies.
4
Deelrapport Nationale betekenis
Deze veranderende kijk op de plek en functie van musea in de samenleving zorgt inmiddels al een tiental jaren voor mooie initiatieven vanuit participatie en co-creatie, projecten over meerstemmigheid, maar zorgt ook regelmatig voor een tegenbeweging waarbij begrippen als 'ons' en 'wij' op scherp worden gezet. Zo lees je in de inleiding van Ons Erf: Identiteit, erfgoed en culturele dynamiek : “De toegenomen belangstelling wordt ook veroorzaakt door de angst dat 'onze” cultuur en 'onze identiteit' ten onder gaan in de maalstroom van snelle veranderingen.” v De hernieuwde interesse rondom een Nationaal Historisch Museum in Nederland vorig jaar sluit hier ook bij aan. 'Ons erfgoed' en 'wie wij zijn' blijken emotionele vraagstukken die mensen doen bewegen. En hoewel zwaar bediscussieerd, zijn daarom die traditionele musea nog niet geheel uit beeld verdwenen. 3. Nationale musea in Nederland Nederland kent een aantal musea die min of meer zijn aangewezen als van nationale betekenis, o.a. vanwege hun collectie en die dus ook (deels) door de overheid worden betaald en gegarandeerd. Dat zijn de zogenaamde rijksmusea, 15 in totaal. Daarnaast is er sinds de 19e eeuw een heel cluster in Leiden: Rijksmuseum van Natuurlijke Historie (nu Naturalis), Rijksmuseum van Oudheden, Rijksmuseum voor Volkenkunde (nu NMVW, waardoor dit als geheel rijksmuseum is geworden) en Rijksmuseum Boerhaave.
Ook zijn er musea die ‘Nationaal’ of ‘Nederlands’ in hun naam hebben en daarmee ook een status hebben die voor de hele natie van belang is en daarmee ook internationaal: Nationaal Militair Museum (Soesterberg), Nederlands Openlucht Museum (Arnhem), Nederlands Fotomuseum (Rotterdam), (v/h Nederlandsch) Spoorwegmuseum (Utrecht). Het Amsterdamse Scheepvaartmuseum heet op de website het ‘National Maritime Museum’. En dan zou er natuurlijk een Nationaal Historisch Museum komen. De meeste musea maken die claim van ‘(inter)nationaal’ niet in hun naam maar zijn het soms wel: Het Stedelijk Museum en Joods Historisch Museum. Het overgrote deel pretendeert niet prominent een (inter)nationaal museum te zijn, maar zijn wel soms het enige in Nederland: Kattenmuseum, Tasjesmuseum, Draaiorgelmuseum. Vele hebben juist een lokale identiteit: Drents Museum, Amsterdam Museum, Groninger Museum, NoordBrabants Museum, of zijn naar iets of iemand vernoemd: Catharijne, Van Abbe, Tropen. Maar ook die willen er in principe voor iedereen zijn. Dus wat betekent de claim van ‘Nationaal’ in de museumnaam? Dat het deel is van cq bijdraagt aan de identiteit van de veranderende natie, waarmee iedereen zich kan identificeren en/of waarin iedereen zich in gerepresenteerd voelt.
Een nationaal museum is dus per definitie politiek, in de brede zin des woords en daarmee per definitie een plaats van zowel sociaal-culturele strijd als sociaal-culturele verbinding. Musea zijn van oudsher een constructie en presentatie van nationale identiteit. Anno nu zijn musea ook een soort nostalgische reflex van houvast en zelfbevestiging zoeken bij een gemeenschap van gelijkdenkenden. Om die valkuil te vermijden moet er in de erfgoedpraktijk bewust ruimte worden gemaakt voor alternatieve en botsende visies. Nationale musea zijn in de 19e eeuw ontstaan om de natie te definiëren, d.w.z. zowel naar binnen
5
Deelrapport Nationale betekenis
toe als naar buiten toe bepalen: dit zijn ‘wij’ en de rest is ‘jullie’, wij horen bij elkaar en daar horen jullie niet bij. In de huidige samenleving is een nationaal museum een instituut van nostalgie van die oude, vermeende ‘wij’, dat vooral bestemd is voor toeristen, maar niet meer representatief is voor de nieuwe natie, die eigenlijk opnieuw moet worden uitgevonden en waar velen niet aan willen of hun ogen voor sluiten, getuige de toenemende bocht naar rechts in de politiek (geen veranderingen meer, liefst terug naar wie we ooit waren). De betekenis van een nationaal museum is nu meer nog dan vroeger vooral naar binnen gericht: wie is deze samenleving, waarmee identificeren mensen zich, hoe zorgen we ervoor i.p.v. nostalgisch exclusief, vooruitkijkend inclusief te worden. Hier ligt de uitdaging om een uitermate betekenisvol en voorbeeld stellend museum te worden: zo doe je dat dus. Er moet voor de bezoeker een duidelijke connectie zijn tussen wat ze kennen en de grotere context en/of omgekeerd! Je mag dus nooit van één verhaal uitgaan.vi 4. Voorbeelden uit de praktijk Terug naar de vraag die ons voorligt: welke elementen zijn nodig voor een museum om nationale betekenis te verwerven.
Het bovenliggende stuk laat zien dat dit in deze tijd geen eenvoudige opgave is dat te definiëren.vii Maar het geeft ook de mogelijkheid om mee te gaan in de ontwikkelingen en onderdeel te zijn van de vernieuwing voor het museale veld van de toekomst. Om inzicht te krijgen hoe nieuwe nationale musea in de afgelopen jaren getracht hebben in deze veranderde tijden een plek te veroveren, hebben we een aantal van deze musea (projecten) nader bekeken. Daar het hier een quickscan betreft zullen we de cases maar kort introduceren en proberen daarin die aspecten die bij zouden kunnen dragen aan het formuleren van praktische handvatten te belichten. Voor de uitgebreidere uitleg en achtergronden van deze cases verwijzen wij graag naar de meegeleverde literatuurlijst die we voor deze scan gebruikt hebben. Nationaal Historisch Museum (2008-2011) - Nederland Het gesprek over een Nationaal Historisch Museum loopt al vanaf 1998, in de tijd dat het Rijksmuseum dicht was voor de verbouwing. Een lobby van politici, waarbij Jan Marijnissen (SP) een centrale rol heeft gespeeld. Volgens hem hebben Nederlanders een zorgwekkend gebrek aan historische kennis. Het museum zou een plek moeten worden ter bevordering van ‘cultureel burgerschap’. In 2006 stemde de Tweede Kamer voor het Nationaal Historisch Museum op te richten, met daarin een centrale rol voor de Canon.
In het museum zou niet zoals in meeste musea de collectie centraal staan, maar het verhaal en de bezoeker. Het museum had geen ambitie een eigen historische collectie aan te leggen. Het moest als een Huis van Geschiedenis, een Publieke Plek en een Forum dienen. Het museum moet historische verbeelding aanwakkeren (Huis van Geschiedenis). Daarnaast moest het een publieke functie vervullen. Geschiedenis is namelijk niet een zaak van professionals alleen. De herinneringen, expertises en verbeelding van bezoekers, amateurs, liefhebbers en getuigen werden gezien als van onschatbare waarde voor het geschiedenisverhaal. Het museum moest ook dienen tot beter burgerschap. Gesprekken over gedeelde ervaringen en geschiedenissen vormden
6
Deelrapport Nationale betekenis
hiervoor een voorwaarde (Forum). Vanaf het moment dat Valentijn Byvanck en Erik Schilp, de toenmalige directeuren van het Nationaal Historisch aan de slag gingen wilde ze een merk bouwen. Met een herkenbaar beeldmerk dat dienst deed voor vele activiteiten die in de aanloop naar de definitieve betrekking van een pand op verschillende locaties in het land plaatsvonden. Hierdoor werd er vanaf het begin gewerkt aan nationale zichtbaarheid, werd er geëxperimenteerd met verschillende vormen om te zien wat zou werken en kon er aan een opbouw van draagvlak (dat voorbij de politiek reikte) gewerkt worden. Een belangrijk ankerpunt voor het Nationaal Historisch Museum was ook de inzet op educatie. Vanaf 2009 nam Het Nationaal Historisch Museum taken van Anno ( wat wel wordt gezien als de voorloper van het NHM) over en zo ook het merk Anno voor zijn jeugdactiviteiten en educatieve projecten. Ook de samenwerking tussen Anno en stichting die de Canon van Nederland beheert, entoen.nu, werd door het Nationaal Historisch Museum voortgezet. Het project en daarmee de realisatie van het beoogde museumgebouw strandde uiteindelijk in 2011. Hierbij speelde een groot aantal uiteenlopende factoren een rol. Een van de veel gehoorde bezwaren tijdens het gehele traject was de bemoeienis van de politiek. De politiek moet niet op de stoel van inhoud gaan zitten.
Eenzelfde bezwaar werd meer recentelijk ook weer uitgesproken toen een herijking van de canon op de politieke agenda werd gezet. Achteraf bekeken bleek een van de grote uitdagingen, los van de bemoeienissen van de politiek, de grote afhankelijkheid van de medewerking van museale partners en dat het balanceren van de verschillende wensen en belangen daarin veel tijd kostte.viii Was het Nationaal Historisch Museum er wel gekomen als zij zelf een schatkamer aan spullen had gehad die door de politiek als waardevol voor de natie geacht werden? Waren de burgers de straat op gegaan om die spullen die voor hen van zoveel waarde zijn, dan te beschermen en te zorgen dat deze een plek zouden krijgen? Inzichten: Het al in een vroeg stadium activiteiten organiseren, ook al is het gebouw er nog niet zorgt voor zichtbaarheid en draagvlak. Daarmee geef je ook al de mogelijkheid te experimenteren en aan je aanbod te werken. Verder denk goed na over het al dan niet vormen van en eigen collectie. WWII Museum - Polen In 2017 opende in Polen de deuren van het in 2008 opgerichte WWII Museum, ondanks alle politieke rumoer. De stad Gdańsk markeert de plek waar de Tweede Wereldoorlog uitbrak en was daarmee de aangewezen plek voor een museum over de Tweede Wereldoorlog.