CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1b. RVNTASM_Werkgroep II_Concept deelrapport 20210430.pdf

Raadscommissie Kunst Diversiteit en Democratisering 8 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van advies kunstraden inzake verkenning museale voorziening slavernijverleden (ZD2021-015738)24.341 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkenning

Nationaal Trans-Atlantisch SlavernijMuseum Rapport werkgroep 2

‘Concept’

Uitgevoerd door

Museum zonder Muren

Deelrapporten: Inleiding - Verantwoording en bevindingen 1 - Slavernijmusea wereldwijd 2 - Enquête museale instellingen 3 - Nationale betekenis 4 - Collectievorming 5 - Verkenning Museaal concept

Inleiding: Verantwoording en bevindingen

Verkenning

Nationaal Trans-Atlantisch SlavernijMuseum

Inleiding

Verantwoording en bevindingen Rapportage

Museum zonder Muren

Inhoud 1 - Opdracht 2 - Werkwijze 3 - Vijf deelrapporten: bevindingen 4 - Conclusie

-

28 april 2021

2

Inleiding: Verantwoording en bevindingen

1 - De opdracht Binnen de Verkenning Museale Voorziening Nederland Slavernijverleden heeft Stichting Museum zonder Muren (MzM) de opdracht gekregen de conceptuele mogelijkheden voor een toekomstig nationaal slavernijmuseum te onderzoeken. Zoals verwoord in de samenwerkingsovereenkomst (dd. 20 mei 2020) bevat de opdracht drie hoofdthema’s. Te weten: Nationale betekenis, Collectievorming en Museaal concept. Nationale betekenis a. Onderzoek naar de criteria waaraan een museale voorziening (conceptueel) dient te voldoen om nationale betekenis te verwerven. b. Ervaringen van vergelijkbare voorzieningen in binnen- en buitenland benutten om het museum nationaal (en internationaal) te positioneren. Collectievorming a. Visie over de wijze waarop de museale voorziening om wil gaan met collecties, rekening houdend met het concept van een netwerkmuseum. b. Bepalen of een eigen collectie realistisch en haalbaar is en waaruit deze collectie kan bestaan en in hoeverre gebruik gemaakt kan worden van bruiklenen van bestaande culturele instellingen. c. Afstemming op het bestaande aanbod van collectie beherende instellingen. d. Expertise uit het landelijke veld en internationaal benutten.

Verkenning museale concepten Het concept van een netwerkmuseum en het aanbod / programma dat bij een dergelijke voorziening nodig is, worden op hoofdlijnen uitgewerkt met gebruikmaking van expertise uit de landelijke en internationale museale wereld, best practices en (internationale) inspirerende voorbeelden en ideeën. Adviseur Werkgroep 4 Apart onderdeel binnen de opdracht betreft de adviesfunctie van Museum zonder Muren ten aanzien van Werkgroep 4 - Fysieke Ruimte. In de bewoording van de samenwerkingsovereenkomst: ‘MzM is vanwege haar deskundigheid en sterke conceptualisering de juiste partner bij de gemeentelijke werkgroep fysieke opgave van de museale verkenning'.

28 april 2021

3

Inleiding: Verantwoording en bevindingen

2 - Werkwijze Voor de uitwerking van de opdracht heeft Museum zonder Muren een kernteam gevormd, bestaande uit de MzM-partners Daniël Metz (projectleider) en Eva DeCarlo, bijgestaan door enkele adviseurs, onder wie Vincent van Velsen, Aspha Bijnaar, Annemarie de Wildt en Léontine Meijer-van Mensch. De thema’s Collectievorming en Verkenning museale concepten zijn door het kernteam uitgevoerd. Het thema Positionering en nationale betekenis is opgesplitst in deelopdrachten en uitgevoerd door externe experts, te weten Daniëlle Kuijten en Jules Rijssen (Imagine IC), Alex van Stipriaan en Jana Sevenhuijsen. Overige adviseurs, respondenten, geïnterviewde experts en geraadpleegde literatuur staan vermeld in de respectievelijke deelrapporten. Alle deelrapporten zijn gestoeld op het Plan van Aanpak (dd. 23 mei 2019) en de missie, visie en kernwaarden zoals geformuleerd gedurende de Verkenning en vastgelegd in de rapporten van Werkgroep 1. In de uitwerking is zo veel mogelijk afstemming gezocht met de Werkgroepen 1 en 2 en advies ingewonnen bij de voorzitter, museaal expert, scribent / historisch expert binnen de Regiegroep. Museum zonder Muren heeft daarnaast informatie ingewonnen bij Werkgroep 4 - Fysieke Ruimte. Uitwerking Het thema Positionering en nationale betekenis is lastig te vatten in een eenduidig rapport.

Om zowel de positionering als de nationale betekenis te kunnen duiden is besloten dit thema op te splitsen in drie deelrapporten. Er is een inventarisatie gedaan van slavernijmusea wereldwijd. Op grond van de bevindingen is een analyse is gemaakt, waarbij de mogelijkheden voor het toekomstige slavernijmuseum in perspectief worden geplaatst. Het Amsterdamse initiatief kan op vele vlakken voor vernieuwing zorgen. Vervolgens is onder 37 Nederlandse musea een enquête uitgezet om te polsen of het huidige museumlandschap voldoende ruimte biedt voor een apart slavernijmuseum. Het is tevens een manier geweest om de museumsector in de verkenning te betrekken. In de enquête delen museumexperts namens hun instellingen kennis en adviezen. De houding ten aanzien van het beoogde slavernijmuseum is overwegend positief. In het deelonderzoek Nationale betekenis is vooral gekeken hoe het toekomstige museum boven het lokale en het etnisch specifieke kan uitstijgen. Wat is nodig om het een museum voor alle Nederlanders te maken? Bij collectievorming is geput uit de kennis en ervaring van diverse erfgoedinstellingen. Er is onderzoek gedaan naar passende vormen van collectiebeleid en collectiebeheer. Daarnaast is een aanzet gedaan om te komen tot een eigen collectie (al dan niet in bruikleen), waarbij aandacht is voor alternatieve vormen van collectioneren, door o.a.

gebruik te maken van immaterieel erfgoed en mentaal erfgoed. Als onderdeel van collectievorming is een rapport opgesteld over netwerkmuseum vanuit conceptueel oogpunt. Diverse vormen van netwerkmuseum zijn gedefinieerd, waarbij keuzes zijn gemaakt voor het slavernijmuseum. Dit rapport is geïntegreerd met het rapport Netwerk & Partners opgesteld door IZI Solutions. In het rapport verkenning museale concepten worden modellen en scenario’s geschetst voor het toekomstige museum. Het is een inspiratiestuk gebaseerd op best practices van andere museale instellingen. Bij de uitwerking van dit rapport is zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij fysieke verkenning (o.a. locaties) van Werkgroep 4.

28 april 2021

4

Inleiding: Verantwoording en bevindingen

3 - Vijf deelrapporten Voor de Verkenning levert Werkgroep 2 vijf deelrapporten op. Bij twee deelrapporten zijn losse bijlagen toegevoegd. Een zesde deelrapport (Netwerkmuseum) is geïntegreerd met het rapport Netwerk & Partners dat door Werkgroep 3 wordt aangeleverd. Aanbevelingen voor het toekomstige slavernijmuseum staan vermeld in de respectievelijke deelrapporten. Bevindingen en conclusies Voor een snelle eerste indruk, vatten we de opgeleverde deelrapporten hierna kort en bondig samen. Per deelrapport benoemen we de belangrijkste bevindingen en voornaamste conclusies. Voor het volledige beeld met alle ins en outs, verwijzen we naar de afzonderlijke deelrapporten. Daarbij moet worden opgemerkt dat de eerste drie rapporten (Slavernijmusea wereldwijd, Enquête en Nationale betekenis) samen een antwoord geven op de vragen gesteld voor het thema ‘Nationale betekenis’. Het deelrapport Netwerkmuseum wordt hier niet besproken. De onderzoeksbevindingen zijn opgenomen in het rapport Netwerk & Partners van IZI Solutions. Opgeleverde deelrapporten Met vermelding van de auteur / hoofdonderzoeker 1 - Slavernijmusea Wereldwijd 2 - Enquête Nederlandse musea 3 - Nationale betekenis 4 - Collectievorming 5 - Verkenning museale concepten

(Alex van Stipriaan) (Jana Sevenhuijsen) (research: Daniëlle Kuijten / Imagine IC) (Daniël Metz) (Eva DeCarlo)

6 - Netwerkmuseum (Daniël Metz & Eva DeCarlo) [Dit rapport is geïntegreerd in het rapport Netwerk & Partners van IZI Solutions]

28 april 2021

5

Inleiding: Verantwoording en bevindingen

Deelrapport 1 - SLAVERNIJMUSEA WERELDWIJD Een inventarisatie, gemaakt van een 25-tal museale voorzieningen met betrekking tot het slavernijthema, leert het volgende: Europa Engeland en Frankrijk zijn de Europese voortrekkers met elk drie serieuze museale voorzieningen die stuk voor stuk onderdeel zijn van een groter museaal geheel. Ze zijn zonder uitzondering ondergebracht in historische –vaak ‘schuldige’– gebouwen in de belangrijkste havensteden waar de trans-Atlantische slavernij werd georganiseerd. En vertellen dus het verhaal hoe de stad betrokken was bij het slavernijsysteem. Die beperkte (lokale) blik is de reden dat er nu gepleit wordt voor een grotere nationale en internationale impact in de vorm van zelfstandige slavernijmusea in de hoofdsteden Londen en Parijs. De Verenigde Staten De VS kende natuurlijk al de zogenoemde plantagemusea, maar de meeste museale instellingen waar niet de slaveneigenaars maar slaafgemaakten en hun nazaten centraal staan, dateren van na 2000. Zij zijn vrijwel allemaal gehuisvest in speciaal voor dit doel opgezette, architectonisch interessant vormgegeven gebouwen. Het prestigieuze National Museum of African American History and Culture (NMAAHC) in Washington, is voorbeeld stellend. Met twaalf grote expositieruimtes verdeeld over zeven verdiepingen. Met ruimtes waar de bezoeker tot rust kan komen, om alles te verwerken.

Met een bibliotheek en theaterruimte voor lezingen en optredens. En met jaarlijks meer dan een miljoen bezoekers. Brazilië en Afrika Brazilië, ooit de grootste slaveneconomie en ook een van de laatste afschaffers, heeft geen pure slavernijmusea, maar wel musea die de geschiedenis in het geheel van Afro-Braziliaanse cultuur tonen. De Atlantische kant van Afrika heeft een andere positie, omdat het in feite vooral met de mensenhandel te maken heeft gehad als slachtoffer, maar ook als medeplichtige. Slavernijmusea bevinden zich ook hier voornamelijk op ‘schuldige plaatsen’, zoals forten en slavenmarkten. Wat we hieruit kunnen leren? -Op een aantal exemplarische voorbeelden in Amerika na, zijn er weinig musea die de slavernij belichten vanuit het perspectief van de slaafgemaakten en hun nazaten. Zwarte gemeenschappen voelen zich daardoor onvoldoende gerepresenteerd. Om in Nederland echt een verschil te maken, is het van belang de Afro-Nederlandse gemeenschappen vanaf het begin te betrekken en eigenaar te maken van het proces. -In Europa bevinden de meeste slavernijmusea zich in havensteden. Het ontbreekt aan nationale uitstraling. In Londen en Parijs maken exposities over slavernijverleden onderdeel uit van grotere musea en zijn daardoor minder zichtbaar. Voor beide steden bestaan initiatieven voor nationale musea. Amsterdam kan in deze trend de voorzet geven.

-Het zijn de musea met een eigen gebouw die zich kunnen losmaken van het dominante westerse perspectief. Nieuwbouw maakt het bovendien mogelijk de focus te leggen op trots en veerkracht in plaats van slachtofferschap. Nederland kan het verschil maken met een nationaal museum voor het trans-Atlantisch slavernijverleden gevestigd in een prominent eigen gebouw in de hoofdstad.

28 april 2021

6

Inleiding: Verantwoording en bevindingen

Deelrapport 2 - ENQUÊTE NEDERLANDSE MUSEA Om museale instellingen in Nederland te betrekken bij de Verkenning Museale Voorziening Nederlands Slavernijverleden is er een enquête onder 37 Nederlandse musea uitgezet. Vrijwel alle instellingen reageerden positief. Een greep uit de terugkoppeling: Reacties, verwachtingen en conclusies -De respondenten zien de noodzaak van een trans-Atlantisch slavernijmuseum om een langdurige blinde vlek in het historisch bewustzijn recht te zetten. Zij geven aan dat het goed is wanneer permanent aandacht wordt besteed aan het slavernijverleden. “Het onderwerp verdient een eigen huis.” -Alle respondenten willen kennis en collecties delen. Maar behalve het aanreiken van kennis, hebben zij vooral behoefte aan advies en ervaring. Het toekomstige slavernijmuseum kan zich ontwikkelen tot (gerenommeerd) kenniscentrum, waar andere instellingen op kunnen terugvallen. -Gevraagd naar de meerwaarde van een zelfstandig trans-Atlantisch slavernijmuseum binnen het Nederlandse museumlandschap, worden kernwoorden genoemd als: bewustwording, herinnering, erkenning, herkenning, informeren, discussieplatform bieden, relaties met heden leggen. -Respondenten hopen dat het slavernijmuseum een net zo’n gewichtige plaats gaat innemen als het Nationale Holocaust Museum (i.o.). Het museum zou een baken moeten zijn van hoop en trots.

-Een nieuw Slavernijmuseum moet de verbinding zoeken, vooral ook met groepen die vooralsnog minder bekend zijn met het slavernijverleden. Daarbij zal het museum ook eigentijdse (digitale) middelen moeten inzetten om het verhaal van de slavernij voor het voetlicht te brengen. Het gebouw waarin het Slavernijmuseum wordt gevestigd, zal gezichtsbepalend (een ‘landmark’) moeten zijn’. -Meest gehoorde kritiek is dat de slavernij in Azië niet in de doelstelling van het toekomstige museum is opgenomen. Deze keuze wordt door de meeste instellingen niet begrepen. -------------“Slavernij wordt niet begrepen als fenomeen dat impact heeft gehad op en voortkomt uit een bepaalde cultuur. Met name in relatie tot andere historische gebeurtenissen zoals de holocaust die steviger in het nationale bewustzijn genesteld zijn.” Van Abbemuseum -------------“Een aantal 'topstukken' zal nodig zijn als zichtbaar bewijsmateriaal en voor de historische sensatie. Dat ligt nog best lastig, hebben wij ook ondervonden, er is veel verloren gegaan en bij wat er nog beschikbaar is zijn veel problemen met de ‘provenance’.” Openluchtmuseum Arnhem

28 april 2021

7

Inleiding: Verantwoording en bevindingen

Deelrapport 3 - NATIONALE BETEKENIS Voor deze opdracht is een quickscan gedaan naar ‘Nationale betekenis’ binnen de museale context. En gezocht naar het antwoord op vragen als: Wat betekent het concept nationaal in een museale context? Het concept nationale betekenis levert vanuit de theorie geen eenduidige informatie op en kan op verschillende manieren worden bekeken. Zo worden musea die zorgdragen voor de collecties van het rijk in hun status bevestigd als zijnde van nationale betekenis of belang. Ook collecties zelf worden aangemerkt als collecties van nationale betekenis of belang. Daarnaast zijn er musea die een nationaal verhaal vertellen, waardoor zij van nationale betekenis zijn. Zowel het proces van toekennen als het labelen van iets als ‘nationaal’ is de afgelopen decennia kritisch bevraagd. Wie bepaalt of iets van nationale betekenis is? De veranderende samenlevingen wereldwijd zorgen voor (vaak verhitte) debatten over waar ‘nationaal’ voor staat, of voor zou moeten staan. In het verlengde van deze discussies worden musea vragen gesteld als: wie vertelt het verhaal, wie bepaalt wat we zien, wiens waarheid wordt hier verteld? Een steeds grotere groep eist dat deze maatschappelijke instituten ruimte bieden aan bijvoorbeeld multi-perspectiviteit en nadenken over het dekoloniseren van collecties, presentaties, praktijken en musea.

Het slavernijmuseum gaat graag op deze eis in. Hoe gaan nieuwe nationale musea om met deze veranderende tijden? Om inzicht te krijgen hoe nieuwe nationale musea in de afgelopen jaren getracht hebben in deze veranderde tijden een plek te veroveren, hebben we een aantal van deze musea nader bekeken, waaronder: Nationaal Historisch Museum (niet uitgevoerd), het Nationaal Holocaust Museum (i.o.) in Amsterdam, WWII Museum (Polen) en House of European History (België). De inzichten die uit de quickscan zijn gehaald hebben zowel praktisch als theoretisch waarde en geven richting aan de verdere verkenning voor het slavernijmuseum. Enkele voorbeelden:  Vind balans tussen de eigen motivatie en het formuleren van het belang voor de samenleving als geheel.  Heb oog voor de veranderende kijk op de functie en plek van een museum.  Betrek zoveel mogelijk stakeholders in het gehele traject, wees ook zorgvuldig in wie je daartoe rekent. Laat jezelf niet verleiden tot uitsluiting op basis van tegenovergestelde sentimenten. Kortom Het toekomstige slavernijmuseum zal boven het lokale en het etnisch specifieke moeten uitstijgen. Het moet een museum worden dat kan bijdragen aan de discussie over wat nationaal is en over nieuwe inzichten m.b.t. de variëteit en dynamiek van identiteiten die aan dat nieuwe nationale concept ten grondslag liggen.

Een nationaal museum is een museum voor alle Nederlanders!

28 april 2021

8

Inleiding: Verantwoording en bevindingen

Deelrapport 4 - COLLECTIEVORMING Voor een nieuw museuminitiatief is het nog maar de vraag of er voldoende relevant materiaal is om een (fysieke) collectie samen te stellen. Bovendien stelt het onderwerp ‘slavernijverleden en doorwerking’ specifieke eisen en verwachtingen. In dit rapport wordt gekeken naar collectievorming, collectiebeleid en collectiebeheer. Eigen collectie versus bruikleen Voor het NTASM lijkt een mengvorm van eigen collectie en bruiklenen uit bestaande collecties het meest wenselijk. Op deze manier blijft het museum slagvaardig met minimale lasten voor collectiebeheer. Tegelijk voorziet het in een heel specifiek verzamelbeleid dat de doelstelling van het slavernijmuseum ondersteunt. Kwaliteit boven kwantiteit Het museum kan volstaan met een zogenoemde ‘collectie van betekenis’ waarbij niet de kwantiteit, maar de kwaliteit voorop staat. Bij deze benadering staat de biografische waarde van de collectie centraal; het persoonlijke, menselijke verhaal achter collectiestukken. Bij het collectioneren wordt zo veel mogelijk uitgegaan van het criterium ‘door zwarte handen gemaakt’. Voor extra aantrekkingskracht en herkenbaarheid van het museum is het goed één of meerdere topstukken te bezitten. Alternatieve collecties Slaafgemaakten hebben doorgaans weinig tastbare voorwerpen en documenten nagelaten. Derhalve zal gezocht moeten worden naar alternatieve bronnen.

Dat vergt niet alleen een andere manier van collectioneren. Maar ook om andere categorieën. Denk daarbij aan immaterieel erfgoed, zoals taal, cultuur en gebruiken, maar ook aan mentaal erfgoed, waarmee de gevolgen van het slavernijverleden op de huidige samenleving zichtbaar worden. Collectiebeheer Voor de eigen collectie, maar ook voor bruiklenen, zijn faciliteiten nodig. Zo is het voor kleine en kwetsbare objecten wenselijk een eigen geklimatiseerd depot te bezitten. Zeker wanneer kan worden aangenomen dat het NTASM in de beginjaren vooral kleine persoonlijke artefacten zal verwerven. Vanwege de kwetsbaarheid en handzaamheid, maar ook vanwege de emotionele binding, is het goed om de objecten dicht bij het museum te hebben. Samenwerking Het verzamelen van relaties is minstens zo belangrijker als het verzamelen van objecten. Sterker; meer dan ooit ligt de nadruk op het aangaan van relaties. Een museum kan allianties aangaan met verwante erfgoedinstellingen om elkaars expertise en depotruimte te benutten dan wel aan te vullen. En afspraken te maken over collectiebeheer, bruiklenen, acquisitie- en aankoopbeleid en het samenstellen van exposities. Documenteren en (her)interpreteren Bovendien gaat het ook om het documenteren, (her)interpreteren en duiden van erfgoed. Het slavernijmuseum kan nieuwe waarden toekennen aan bestaande collecties en deze in een nieuwe context plaatsen.

Waar tot nu toe alleen het perspectief van de machthebbers bepalend was, krijgen slaafgemaakten en hun nazaten nu een stem. Dat is niet alleen een meerwaarde voor eigen doeleinden, het is een waardevolle toevoeging aan bruiklenen uit andere instellingen. En kan in dat opzicht dus zelfs als tegenprestatie worden aangereikt.

28 april 2021

9

Inleiding: Verantwoording en bevindingen

Deelrapport 5 - VERKENNING MUSEALE CONCEPTEN Het museum specialiseert zich in het onderzoeken, presenteren en verbreiden van kennis over het leven en handelen van slaafgemaakten in het Nederlands Atlantisch gebied en hun nazaten. Die kennis is onder meer te vinden in de (mondelinge) overleveringen en tradities, in talen, verhalen, spreekwoorden, muziek, lichamelijke expressie, ambacht, kunst, schriftelijke bronnen, literatuur en wat dies meer zij. Bezoekers van het museum worden aan het denken gezet. De rijke culturele erfenis wordt gepresenteerd op een manier die nieuwe inzichten geeft in de geschiedenis. Het museum als levend organisme Het museum is geen statische verzamelplaats van voorwerpen en feiten. Het is een levend organisme dat constant in beweging is. Het ademt nieuwe kennis en wordt gevoed door de interactie met het publiek. Het is een plek van ontmoeting en een plek om de menselijke verbondenheid te vieren. Om in leven en actueel te blijven, werken het museum en de gemeenschap samen als gelijkwaardige partners. Samen transformeren ze traditionele eenrichtingscommunicatie naar een wederzijdse dialoog. Het is een 'veilige ruimte'; een veilige plek die ruimte biedt voor zinvolle ontmoetingen en uitwisselingen met gelijkgestemden en met mensen die de wereld anders zien.

De sleutel ligt in flexibiliteit, zowel in het doorvoeren van verandering als in de fysieke inrichting. De ruimtes in het museum zijn flexibel en multi-inzetbaar voor programmering, educatie en evenementen. Prominente plek aan het water Uit respect en eerbied voor de nazaten van slaafgemaakten en hun voorouders, verdient het museum een prominente plek met een exterieur dat trots en veerkracht uitstraalt. Ter verkenning zijn meerdere locaties beoordeeld met een aantal wenslocaties aan het IJ, de nieuwe culturele hotspot van Amsterdam. Het open water is een verwijzing naar de Amsterdamse zeehaven, intercontinentale handel en de transporten van slaafgemaakten. Het benadrukt de verbinding met de voormalige overzeese koloniën. Bovendien geeft water ruimte, rust en het gevoel van avontuur. Het staat symbool voor het kosmische, het cyclische: water is altijd in beweging: leven en dood en weer nieuw leven. Gelegen in een park Het museum komt te liggen in een parkachtige omgeving, een plaats van bewustwording en ontmoeting, maar ook van recreatie en ontspanning. Het museum begint in de openbare ruimte. Zo verlaagt het park de drempel tot een gevoelig onderwerp. Een aantrekkelijk park met goede voorzieningen draagt tevens bij aan de maatschappelijke acceptatie van de plek. Het heeft een toegevoegde waarde voor de stad.

Verbondenheid met de aarde is belangrijk in Afro-Nederlandse gemeenschappen. Dat zal tot uiting komen in de aanleg en de beplanting. Denk bijvoorbeeld aan kruiden en planten die in de traditionele keuken werden gebruikt, bij genezing of bij rituelen. In het park is ruimte voor sculpturen, theater, muziek over slavernijverleden en hedendaagse Afro-Nederlandse cultuur. Moederschip met satellieten Het museum zal functioneren als een moederschip met satellieten. Het moederschip staat in Amsterdam: het museum met kenniscentrum en gemeenschapsfuncties. De reikwijdte van de activiteiten beslaat het hele land en straalt uit tot ver daarbuiten. Vanuit Amsterdam zal heel Nederland worden meegenomen in de transitie naar een meer inclusieve samenleving en een beter begrip voor meerstemmige geschiedenis. Generaties kinderen zullen een gevoel van trots en verbondenheid worden bijgebracht. 28 april 2021

10

Inleiding: Verantwoording en bevindingen

4 - Conclusie Wil het NTASM een Nationaal Museum zijn, dan is het belangrijk te beseffen dat het dit predicaat moet ‘verdienen’. Welke precieze stappen daarbij horen, maakt geen onderdeel uit van de museale verkenning. De kwartiermaker zal daar de eerste invulling aan moeten geven. Een aantal vertrekpunten voor het nationale karakter van het museum zijn: Nationaal netwerk Het nationale karakter blijkt uit de keuze voor een netwerkmuseum dat betekenisvolle relaties aangaat met een aantal verwante en/of relevante musea verspreid over Nederland. Het NTASM moet de inhoudelijke motor zijn voor dat proces. Dat start al in de voorbereidingsfase van het museum. Nationale presentatie De trans-Atlantische slavernij, het verzet, de veerkracht en de doorwerking staan centraal. Dat biedt in het museaal concept ruimte voor actuele thema’s, een breed palet aan presentatiemogelijkheden en tot de verbeelding sprekende invalshoeken. De ontwikkelingen in Nederland zijn daarvan onderdeel. Daarmee kunnen we (met behoud van de museale kern) een breed museaal programma presenteren dat ook brede groepen in Nederland zal kunnen aanspreken. Nationaal bereik Het NTASM wil zich richten tot alle Nederlanders. Dat stelt ook fysieke eisen aan de locatie, bereikbaarheid, omvang, omgeving (park/water) en flexibele inrichting. Deze eisen zijn meegenomen in het deelrapport ‘Museaal concept’.

Het museum is er klaar voor!

28 april 2021

11

Deelrapport Slavernijmusea Wereldwijd

Verkenning

Nationaal Trans-Atlantisch Slavernijmuseum

Deelrapport 1

Slavernijmusea wereldwijd Rapportage

Alex van Stipriaan

Inhoud

Slavernijmusea wereldwijd - Een analyse Bijlage 1: Permanente slavernij-exposities in beeld Bijlage 2: Museale kenmerken en faciliteiten Bijlage 3: Museale toon van de slavernijexpositie -

1

Deelrapport Slavernijmusea Wereldwijd

Slavernijmusea wereldwijd Een analyse

Op basis van deskresearch en persoonlijk ervaringen van enkele hierbij betrokken onderzoekers is een inventarisatie gemaakt van een 25-tal museale voorzieningen met betrekking tot het slavernijthema, in Afrika, de Amerika’s en Europa. Het is niet meer dan een steekproef, want enerzijds is er nog veel meer in de betrokken en ook andere landen op dit terrein te vinden; anderzijds is er in landen waar dat ook verwacht kan worden vrijwel niets te vinden. Dat zegt iets over het belang dat in de betrokken samenlevingen aan dit thema wordt gehecht.

Europa De verschillen binnen Europa zijn groot. Zo zijn Denemarken, Zweden en Duitsland alle drie in bescheiden mate direct bij de trans-Atlantische slavernij betrokken geweest, maar daarvan is, op een enkele (tijdelijke) tentoonstelling na1, weinig te merken in hun museale veld. Wel staat nu in Kopenhagen, voor het voormalig Westindisch Pakhuis sinds 2018 een beeld van een rebelse zwarte vrouw van St. Croix, getiteld “I Am Queen Mary” dat refereert aan de Deense slavernijgeschiedenis en is gemaakt door twee zwarte kunstenaressen.2 Spanje en Portugal zijn daarentegen eeuwenlang zeer intensief bij de slavernij betrokken geweest, waren er eigenlijk de initiatiefnemers van en verantwoordelijk voor het tot slaafmaken van miljoenen Afrikanen, maar kennen waarschijnlijk nog minder herinneringsplekken dan de kleinste landen in deze geschiedenis. Geen enkel publiek monument en sinds 2016 slechts één klein museum in een havenstadje.3 Deze twee naties hangen nog sterk aan hun voormalige koloniale grootheid en moeten nog min of meer ‘from

1

In het Nationaal Deens Museum in Kopenhagen is op de eerste verdieping sinds 2017 een koloniale afdeling ingericht, getiteld ‘Stemmen uit het verleden’. Hier worden de levens van 34 personen belicht uit de Cariben, West-Afrika, India en Groenland. Slavernij is hier dus een onderdeel van. Op hun website wordt ook de Deense slavernijgeschiedenis apart behandeld. [https://en.natmus.dk/historical-knowledge/historical-themes/danishcolonies/the-danish-west-indies/slavery/] 2 De Afro-Deense kunstenaar Jeannette Ehlers en La Vaughn Belle, van de voormalige Deense Caribische kolonie, de Maagdeneilanden. Het kunstwerk en het pakhuis zijn onderdeel van het Nationale Museum voor Kunst. Senior curator van dit museum, Henrik Holm, zei bij de onthulling: “Never before has a sculpture like this been erected on Danish soil. Now, Denmark is offered a sculpture that addresses the past. But it is also an artwork for the future. ‘I Am Queen Mary’ tells a hidden and incredibly important story about how the enslaved and colonial subjects resisted Danish colonialism.” [ https://www.isupportstreetart.com/issa_media/public-sculpture-copenhagen-explores-denmarks-roleslavery/] 3 Dit betreft het Slavenmarkt Museum (Mercado de Escravos) in Lagos, Zuid-Portugal. 2

Deelrapport Slavernijmusea Wereldwijd

scratch’ aan hun de-koloniale bevrijding en emancipatie beginnen. Dit ondanks het feit dat er met name in Portugal een vrij grote Afro-Portugese gemeenschap is.4 Engeland en Frankrijk zijn in Europa de voortrekkers. In beide landen zijn er drie serieuze museale voorzieningen, naast vele kleinere initiatieven, of initiatieven met een toch wat andere insteek. Dat laatste is bijvoorbeeld La Route des Abolitions in Frankrijk, langs vijf plekken waar mensen hebben gewoond die hebben gestreden voor de afschaffing van de slavernij. Slechts een daarvan raakt aan het zwarte verzet, namelijk het fort op de grens met Zwitserland waar de resten liggen van de grote Haïtiaanse opstandelingenleider Toussaint Louverture die daar zijn laatste jaren gevangen zat. De route gaat dus voornamelijk over de Europese strijd voor afschaffing van de slavernij, net als bijvoorbeeld het geboortehuis van William Wilberforce in het Engelse Hull. Dat is echter iets heel anders dan wat wij met een slavernijmuseum beogen, want daarmee komt de aandacht grotendeels weer op Europa te liggen –in de laatste fase van het systeem- en gaat het ten koste van de geschiedenis van degenen om wie het systeem draaide, slaafgemaakten. Bijna alsof er gezegd wordt: ‘weliswaar hebben we de slavernij ingesteld en ervan geprofiteerd, maar we zijn ook zo beschaafd geworden dat we hem weer hebben afgeschaft’.

Een standpunt dat sommige zeer traditionele historici nog steeds wel eens verkondigen.

Havensteden en hoofdsteden Zowel in Engeland als in Frankrijk zijn de musea gevestigd in de belangrijkste havensteden waar de trans-Atlantische slavernij werd georganiseerd: Liverpool, Bristol, Londen, Nantes, Bordeaux, La Rochelle. Geen van deze voorzieningen is een zelfstandig museum, allemaal zijn ze onderdeel van een groter museaal geheel. En allemaal zijn ze gehuisvest in bestaande historische gebouwen, pakhuizen in Engeland, kastelen in Frankrijk. Daarmee maken ze onwillekeurig toch deel uit van de economische imperiale uitstraling van Engeland en diens moderniteit en de Franse uitstraling van eeuwenoude internationale grandeur. En allemaal zijn ze (daardoor) onderdeel van de stadsgeschiedenis en vertellen dus het verhaal hoe hun stad betrokken was bij het slavernijsysteem. Dat is een eerste stap, want op lokaal niveau brengt het de huidige bevolking wel dichter bij het thema. Maar tegelijk blijft het daarmee ook een eurocentrische blik houden en komen degenen om wie het in de kern draait er bekaaid vanaf. Alleen het International Slavery Museum in Liverpool, probeert dit te doorbreken door een verhaal in drie delen te tonen: het leven in West-Afrika, het tot slaaf maken, en de erfenis van slavernij. Overal wordt (enige) aandacht gegeven aan de negatieve erfenissen en doorwerking van de slavernij in het hier en nu en nergens wordt de term racisme geschuwd.

Tegelijk typeert het 4

In die gemeenschap is wel het initiatief genomen voor een slavernijmonument in Lissabon, maar het is nog niet gerealiseerd. Het werk heet ‘Plantage - Welvaart en Nachtmerrie’ en is van de Angolees-Portugese kunstenaar Kiluanji Kia Henda. [https://contemporaryand.com/magazines/memorial-in-lisbon-recoveringhistory-that-was-made-invisible/] 3

Deelrapport Slavernijmusea Wereldwijd

de Europese presentaties dat er nogal wat nadruk op slachtofferschap ligt en weinig op de strijd en de (culturele) veerkracht van de Afrikanen in diaspora, al is er in Liverpool wel een Black Achievers Wall. Die beperkte (lokale) blik is de reden dat er nu gepleit wordt voor zelfstandige slavernijmusea in Londen en in Parijs. Alleen al het feit het de twee hoofdsteden betreft geeft het een grotere nationale en internationale impact. Dat is echter nog geen garantie dat daarin het verhaal van de slaafgemaakte mens in de Atlantische wereld en diens huidige positie daarin nu ook veel meer centraal zal staan, of dat die musea een belangrijke maatschappelijke impact zullen hebben. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de volgende quote, naar aanleiding van het Londense initiatief: [London’s mayor], Sadiq Khan has given his backing to a proposal from the [socialist] Fabian Society to establish a British slavery museum in London in order “to deepen our understanding of the past and strengthen our commitment to fight racism and hatred in all its forms”. Britain’s role in transatlantic slavery is one of the most misrepresented in the national memory – a tale littered with lies told to hide the dark side of the island’s story. [However,a new slavery museum in London], no matter how critical the message, is not going to have any impact on racial inequality.

We should support a new museum because it is an important step in telling a truthful story about Britain. But to pretend this is any solution to racism is actually to obscure just how deeply the problem is ingrained in society.” (Kehinde Andrews, professor of Black Studies at Birmingham City University, in The Guardian 19-08-2019) Hoe het ook zij, het Westeuropese museale veld is in in ieder geval in beweging, alle bestaande museale trans-Atlantische slavernijvoorzieningen dateren van na 2006 en in drie hoofdsteden (Londen, Parijs, Amsterdam) wordt aan nieuwe (nog) meer impactvolle musea gewerkt. De nadruk op de mensenhandel en het systeem van slavernij lijken tot nu toe echter wel vaak de slachtofferpositie van de slaafgemaakten en hun nazaten te benadrukken en daarmee een beeld van ongelijkheid impliciet te bestendigen.

De Verenigde Staten Amerikaanse slavernijmusea zijn anders. Ook hier geldt dat er veel in beweging is en dat de meeste museale instellingen op dit gebied van na 2000 dateren5 en er momenteel enkele belangrijke in aanbouw zijn of zeer recent geopend (African American Music in Nashville en het International African American Museum6 in de grootste Amerikaanse slavenhaven van 5

Met uitzondering van bijvoorbeeld de Charles H. Wright Museum of African American History (1965) in Detroit en de Schomburg Library (1925) in New York. 6 “The IAAM: To honor the untold stories of the African American journey”. “Dit museum gaat over een reis die eeuwen geleden in Afrika begon en nog steeds voortduurt. Het gaat over de reis van miljoenen Afrikanen, 4

Deelrapport Slavernijmusea Wereldwijd

Charleston). Natuurlijk waren er daarvoor al veel plaatsen die gekoppeld waren aan het slavernijverleden, met name plantagemusea, maar daarin kwam en komt de bezoeker veel over het leven van de slaveneigenaars te weten en heel erg weinig over het leven van slaafgemaakten, laat staan hun nazaten. Zulke tot museum omgebouwde voormalige plantages –meestal hoofdzakelijk beperkt tot het weelderige huis van de slavenhouder- zijn ook elders in wat wel ‘plantation America’ wordt genoemd, veel te bezichtigen. Zij bestendigen echter juist de stilte over het slavernijverleden, omdat het verhaal van de slaafgemaakten niet of nauwelijks aan bod komt, laat staan vanuit hun perspectief. Dit soort musea komt hierna verder niet meer aan bod. In vrijwel alle hier onderzochte Amerikaanse musea wordt het racisme en de pijn van het verleden bepaald niet geschuwd, maar er lijkt in hun benadering meer dan elders ook een toon van verwerking, verzoening en samenkomen te zitten. Het meest duidelijk wordt dat verwoord door de eerste directeur van het, voor bijna iedereen in dit veld voorbeeldstellende National Museum of African American History and Culture (NMAAHC) in Washington, dr. Lonny Bunch: “I think the museum needs to be a place that finds the right tension between moments of pain and stories of resiliency and uplift.

There will be moments where visitors could cry as they ponder the pains of the past, but they will also find much of the joy and hope that have been a cornerstone of the African-American experience. Deze meer toekomst-gerichte benadering, zit natuurlijk enigszins in de Amerikaanse cultuur in het algemeen, maar is ook het gevolg van het feit dat de Afro-Amerikaanse geschiedenis zich allemaal in eigen huis heeft afgespeeld, de ellende na 1865 bepaald niet was afgelopen en er ook nu nog keiharde strijd geleverd wordt. De toon van trots en hoop en verzoening heeft dus een sterke wishful thinking dimensie in een werkelijkheid die dramatisch anders is. En omdat de slavernij en zijn dramatische erfenissen in de altijd in de VS zelf hebben plaats gevonden en er sinds het midden van de vorige eeuw een sterke burgerrechtenbeweging actief is, wordt in dat land al veel langer dan in Europa aandacht gegeven aan de slavernij. Dat maakt het eigenlijk des te opmerkelijker hoe jong ook daar de meeste museale instellingen op dit terrein nog zijn en dat ook daar de hoofdstad tot vijf jaar geleden geen museum over slavernij kende. Die specifieke toon wordt onderstreept door het feit dat vrijwel al deze musea zijn gehuisvest in speciaal voor dit doel opgezette, architectonisch interessant vormgegeven gebouwen. Daar spreekt ook trots en toekomstgerichtheid uit. De Europese musea zijn

gevangengenomen en gedwongen over de Atlantische Oceaan in de gruwelijke en onmenselijke Middle Passage, die aankwamen bij Gadsden's Wharf in Charleston, South Carolina en andere havens in de Atlantische wereld. Hun arbeid, weerstand en vindingrijkheid en dat van hun nakomelingen hebben ieder aspect van onze wereld vormgegeven”. 5

Deelrapport Slavernijmusea Wereldwijd

daarentegen vrijwel zonder uitzondering ondergebracht in historische –vaak ‘schuldige’– gebouwen, wat een wellicht zwaardere, somberder uitstraling geeft. Zoals gezegd is het NMAAHC voorbeeld stellend. Het is prestigieus, want behorend tot de nationale Smithsonian musea, gevestigd aan de National Mall in Washington, tussen het Witte Huis en het Capitool en is het enige van de onderzochte musea dat jaarlijks meer dan een miljoen bezoekers ontvangt. Het gebouw telt twaalf grote expositieruimtes verdeeld over zeven verdiepingen, waarvan drie ondergronds, inclusief de slavernij-afdeling. Het geheel heeft bijna een kwart miljard dollar gekost, waarvan, zoals in de VS gebruikelijk, veel bij private partijen vandaan kwam. Alles aan het gebouw ademt ruimte en dat het op alle terreinen volgens de nieuwste inzichten tot stand is gekomen. Een hele verdieping is aan educatie gewijd, er zijn ruimtes waar de bezoeker tot rust kan komen, om alles te verwerken; er is een bibliotheek en theaterruimte voor lezingen en optredens en ook de groene omgeving ademt rust. De zalen zijn zo ruim opgezet dat er bijvoorbeeld ook een complete slavenwoning staat opgesteld en grote hedendaagse kunstwerken goed tot hun recht komen. Het nadeel daarvan is misschien dat het intimiteit ontbeert, maar dat is persoonlijk en in het algemeen wellicht ook Amerikaans.

Hier wordt echt een verhaal verteld, letterlijk van beneden naar boven, waarvan het overgrote merendeel overigens de post-slavernijtijd betreft. Dat geeft natuurlijk alle ruimte om de Afro-Amerikaanse cultuur een prominente plek te geven, want die ontwikkeling liep gewoon door en was en is deel van de hele samenleving. Rond twee decennia voor de opening in 2015 is het museum begonnen met verzamelen, vaak bij mensen thuis, wat een groot bindend effect heeft. Inmiddels telt de collectie zo’n 40.000 items. Toch is het opmerkelijk dat met het zoekwoord ‘slavery’ in de online collectie-database slechts 614 items verschijnen. Oftewel 98 % van de collectie betreft niet direct aan slavernij gerelateerde objecten, meestal van na 1865. Niet alleen geeft dat hoeveel belang er gehecht wordt aan de laatste anderhalve eeuw, maar ook dat het uit latere periodes gemakkelijker verzamelen is dan uit de slavernijperiode. Er wordt in het NMAAHC dan ook met evocatieve opstellingen gewerkt, zelfs nabouw, wat in andere Amerikaanse musea (en elders) ook veel gebeurt. In sommige musea worden slavenruimen, slavenwoningen, poppen en anderssoortige evocaties en replica’s ingezet om de slavernij maar zo dicht mogelijk bij de bezoeker te brengen. Toch zijn veel slavernijexposities –niet het NMAAHC– ook tamelijk ‘plat’, in de zin van veel documenten, prenten en teksten en weinig 3-D.

Verschil Europa en de rest van de wereld Het grote verschil tussen Europa en de rest van de Atlantische wereld is dat de geschiedenis waarom het allemaal draait hier eeuwenlang werd georganiseerd, maar het vond ver van huis plaats. Pas zeer recent is die geschiedenis ook in levenden lijve in huis komen wonen en 6

Deelrapport Slavernijmusea Wereldwijd

kon ook West-Europa niet meer om de erfenissen heen (Zuid-Europa moet daaraan nog beginnen). Dat besef dringt nu pas door: er moet ruimte gemaakt worden voor deze geschiedenis. Letterlijk in musea, figuurlijk in het nationale geschiedverhaal. Het verhaal van Caribische en Braziliaanse slavernijmusea is weer wat anders. Net als in Noord-Amerika heeft de slavernij daar in huis plaats gevonden, maar de nazaten van de slaafgemaakten vormden er een veel groter deel van de bevolking, heel vaak zelfs de meerderheid. Toch zijn de ervaringen heel verschillend. In Cuba emancipeerden de nazaten pas na de revolutie van Fidel Castro en werd er plaats voor hen ingeruimd in het nationale verhaal en in musea. Op Curaçao werd er pas iets van het verhaal getoond toen er door een Nederlandse miljonair een museum werd neergezet, dat overigens weinig over Curaçao ging. Belangrijker daar zijn de grass roots initiatieven die weinig tonen van het slavernijverleden, maar zoveel te meer van de Afro-Curaçaose cultuurgeschiedenis. Suriname is op zichzelf bijna één groot museum over slavernij-geschiedenis (van marrondorp tot historisch fort), maar toont daar museaal gezien weinig van, wellicht uit angst om de balans tussen de verschillende cultuurgroepen, met ieder een eigen geschiedenis, te verstoren.

Daar tegenover staat Guadeloupe, waar met heel veel Frans geld –bijna neo-koloniaal– een enorm en gezichtsbepalend modern museum is neergezet. Gezien de omvang gebeurt er echter relatief niet zo heel veel,, waardoor het niet erg veel impact lijkt te hebben. Brazilië, ooit de grootste slaveneconomie en ook een van de laatste afschaffers, heeft zowel oude als nieuwe musea, die net als het NMAAHC geen van alle pure slavernijmusea zijn, maar die geschiedenis wel tonen in het geheel van Afro-Braziliaanse cultuur. Het Museo Afro Brasil in Sao Paolo is absoluut inspirerend. Groot, moderne architectuur, veel Afrikaanse en AfroBraziliaanse cultuurobjecten, in combinatie met heel veel hedendaagse kunst, een theater, veel events, een bibliotheek en een rustgevend park rondom. In het hartje van Afro-Brazilië, Salvador da Bahia staan zelfs drie musea die gericht zijn op de de Afro-cultuur, waarvan een onderdeel is van de universiteit. Ze zijn alle drie in historische gebouwen gehuisvest, midden in de stad. Brazilië heeft zich de laatste eeuw altijd geprofileerd als de ‘grootste etnische democratie ter wereld’. Pas de laatste tijd bevrijden Afro-Brazilianen zich van dit opgelegde beeld, omdat de realiteit volstrekt anders is. In de musea is dat echter nog nauwelijks te zien.

De Atlantische kant van Afrika heeft weer een andere positie, omdat het in feite vooral met de mensenhandel te maken heeft gehad, als slachtoffer en als mede-handelaar. Slavernijmusea bevinden zich daar voornamelijk ook op ‘schuldige plaatsen’, zoals forten en slavenmarkten. Door gebrek aan middelen zijn de meeste van de musea in deze plaatsen niet erg goed onderhouden, ouderwets van inrichting en nogal eens gericht op het ‘spectaculaire’ van de wreedheid van de mensenhandel. Dat heeft echter ook te maken met het ongemakkelijke van deze geschiedenis, waardoor het ook niet als erg eigen wordt ervaren. Het wordt veelal gezien als meer iets voor toeristen en voor pelgrimages van Afrikanen uit de diaspora. Voor de Slave Lodge in Kaapstad geldt dat niet, onder meer omdat de slavernij daar ter plekke plaatsvond en in handen was van Europeanen, met name Hollanders. 7

Deelrapport Slavernijmusea Wereldwijd

Hoe verschillend de slavernijmusea ook zijn, nergens ontbreekt het slavernij-icoon bij uitstek: de slavenboeien. Ook opvallend is dat op alle drie de continenten kan de bezoeker kennismaken met de Surinaamse slavernij, omdat overal de prenten uit het boek van John Gabriel Stedman worden getoond. Zij zijn iconisch geworden voor de slavernij, vrijwel niemand weet dat ze op Suriname betrekking hebben. En ten slotte, alleen in West-Afrika, maar dan wel wijd verspreid kent inmiddels ieder slavenfort zijn ‘door of no return’. Plastische symboliek en verbeelding zijn wereldwijd in hoge mate kenmerkend voor de presentatie van het slavernijverleden. De meeste recent gebouwde (en rijke) musea beschikken over theaterachtige ruimtes voor het presenteren van alle mogelijke vormen van immaterieel erfgoed, voor lezingen, voorstellingen, workshops e.d. Een minderheid, met name in de VS en Europa, maar bijvoorbeeld ook in Suriname, beschikken over een eigen bibliotheek. Alleen de modernste (en rijkste) musea dus in de VS en in (veel) mindere mate in Europa beschikken over een onderzoekscentrum, of vormen dat met hun eigen, uitgebreide curatoriale staf en nodigen daar researchers en kunstenaars in residence bij uit. Naamgeving Tot slot nog iets over de naamgeving, dat wil zeggen over de identiteit die de stichters van de musea hun instelling hebben meegegeven.

Het is namelijk opvallend hoe weinig van de zelfstandige musea de term ‘slavernij’ in hun naam hebben. Als het gaat om afdelingen in meer algemene musea dan ligt dat anders, waarschijnlijk juist om het onderscheid met de rest van het museum goed duidelijk te maken. Maar dan nog zijn ook die namen zorgvuldig gekozen en zeggen ze iets over de identiteit van het gepresenteerde geheel. In alle gevallen gaat het om stadsmusea en hebben de slavernij-afdelingen namen als ‘Bristol and the Transatlantic Slave Trade’, London, Sugar & Slavery, 1600 – today, ‘De organisatie van het slavernij-systeem in het Caribisch gebied & ‘De strijd voor afschaffing’ (Bordeaux), ‘De Slavenhandel’& ‘Slavernij’ (Nantes). In alle gevallen maakt de naam zelf of de context duidelijk dat het perspectief van de betreffende stad het uitgangspunt is. Dat wil overigens niet zeggen dat er geen aandacht wordt besteed aan wat er in de slavernij zelf gebeurde, maar uitgangspunt is de relatie met de stad. Heel anders is het gesteld met de min of meer zelfstandige slavernijmusea. Het International Slavery Museum in Liverpool, heeft weliswaar een eigen naam en organisatie, maar is wel onderdeel van en zit in één gebouw met de Merseyside Museums. Het moet zich dus duidelijk onderscheiden van de rest en koos voor een naam met slavernij erin.

Dat systeem is zijn identiteit, ook al hebben pré-slavernij Afrika en post-slavernij ontwikkelingen eveneens een belangrijke plaats. Het ‘international’ in de naam vertelt dat het over meer dan de relatie met Groot Brittannië gaat.

8

Deelrapport Slavernijmusea Wereldwijd

Het Amerikaanse Legacy Museum zou kunnen duiden op een museum dat de trots op de culturele erfenissen toont, maar het omgekeerde is het geval gezien de ondertitel From Enslavement to Mass Incarceration (van slavernij tot massale gevangenisopsluiting), wat de slachtofferpositie sterk benadrukt. Hetzelfde geldt voor het Mémorial ACTe. Nergens wordt duidelijk waar deze naam voor staat of dat het eventueel ergens een acroniem van is. De ondertitel laat echter aan duidelijkheid niets te wensen over: Caribisch Centrum van uitingen en herinnering van de slavenhandel en slavernij (Centre Caribeën d’Expressions et de Mémoire de la Traite et de l’Esclavage). Nog weer een andere positie kiest het National Museum for African American History and Culture in Washington, dat dus helemaal geen slavernij is zijn naam heeft, maar gekozen heeft voor de geschiedenis en de cultuur van Zwart Amerika. Het grootste deel van het museum betreft dan ook de post-slavernij geschiedenis, maar die is natuurlijk wel doordrenkt met de erfenissen en doorwerkingen van het slavernijverleden. De permanente afdeling in het museum die wél specifiek aan de slavernij is gewijd heet ‘Slavery and Freedom’. Hier is dus bewust gekozen voor een toekomst gerichte naam, niet alleen ‘Slavernij’.

Bij vrijwel alle andere musea verwijst de identiteit van het betreffende museum naar de Afro-geschiedenis (Underground Railroad Freedom Center), de Afro-cultuur (African American Music, alle drie de Braziliaanse musea en het Curaçaose Kas di Pal'I Maishi), of naar een Afro-held (Charles Wright, Arturo Schomburg, Tula). Dat zijn dus allemaal namen die eerder getuigen van trots dan van slachtofferschap. En ten slotte zijn er de museumnamen die een verwijzing zijn naar de specifieke locatie (Kura Hulanda, St. George d'Elmina Castle, Ouidah, Slave Lodge). Van de zestien op zichzelf staande slavernijgerelateerde musea is slechts voor vier een (verklarende tweede) naam gekozen die naar louter slavernij verwijst. Drie hebben een neutrale (locatie)naam die niet direct naar de slavernij verwijst en in tien gevallen is gekozen voor een naam die vooral verwijst naar kracht en culturele trots.7 Niet toevallig zijn dit allemaal de musea waarin Zwarte stakeholders verantwoordelijk waren voor de totstandkoming van de instelling. Deze keuze voor een identiteit van kracht en trots vormt dus veruit de meerderheid in het landschap van de moderne slavernijmusea.

7

Alle andere slavernij-afdelingen hebben geen specifieke naam meegekregen. Het Intercontinental Slavery Museum (Port-Louis, Mauritius) staat naast een museum en gedenkplaats voor de geschiedenis van de contractarbeiders daar en moet zich daarvan dus onderscheiden, ook is het nog in oprichting en hoeft het nog niet de definitieve naam te zijn. Het Bin Jelmood House is vernoemd naar de slavenhandelaar die daar in de jren 1940 nog woonde en mensen verhandelde. Musea op voormalige slavenplantages, wereldwijd, dragen meestal nog steeds de plantagenaam die het door de eigenaar ooit is gegeven. 9

Bijlage 1 Permanente slavernij-exposities in beeld De meeste bijschriften zijn overgenomen van de museum websites Het National Museum of African American History and Culture (Washington) https://nmaahc.si.edu/

“Het National Museum of African American History and Culture is het enige nationale museum in de VS dat uitsluitend gewijd is aan de documentatie van het Afrikaans-Amerikaanse leven, de geschiedenis en de cultuur. Het werd opgericht door een Act of Congress in 2003, na decennia van inspanningen om de bijdragen van Afro-Amerikanen aan de VS onder de aandacht te brengen. Tot op heden heeft het museum meer dan 36.000 artefacten verzameld en zijn bijna 100.000 personen lid geworden. Het museum is op 24 september 2016 voor het publiek geopend als het 19e en nieuwste museum van het Smithsonian Institution. Het herbergt veel meer dan slavernijgeschiedenis en heeft ook vele tijdelijke exposities.

De Slavernij en Vrijheid expositie, op de ondergrondse verdiepingen heeft de volgende thema’s: The Making of the Atlantic World (15th -18th centuries) / African Peoples / European Peoples / Trade and Contact / The Middle Passage and the Transatlantic Slave Trade / Colonial North America / The American Revolution / The Paradox of Liberty and The Founding of America / Free Communities of Color and the Limits of Freedom / Slavery and the Making of a New Nation / The Domestic Slave Trade / African American Freedom Struggles / Abolitionist Movements / Slave Resistance / Everyday Acts of Rebellion / Life and Work during Slavery / The Civil War and the Coming of Freedom / Emancipation and Reconstruction. De historische afdeling omspant drie verdiepingen die drie tot vier uur kosten om er rond te kijken. Als je dit gedeelte uitkomt is er een zogenaamd ‘Contemplative Court’ die is ontworpen als plek om rustig te reflecteren op wat je net allemaal hebt gezien en meegemaakt. Er is verder ook een theater, zogenaamde ‘community galleries’ en een hele verdieping ingericht voor educatie.”

The Legacy Museum: From Enslavement to Mass Incarceration & The Memorial (Montgomery) https://museumandmemorial.eji.org/museum?gclid=CjwKCAiAoOz-BRBdEiwAyuvA69qkbC9IllglXZud2ipDbWAyWgptyWbxF-fj3b62r870NJeGLEZKVRoCmjUQAvD_BwE

“Het National Memorial for Peace and Justice (2018) is het eerste monument van het land dat is gewijd aan de erfenis van tot slaaf gemaakte zwarte mensen, mensen die geterroriseerd zijn door lynchen, Afro-Amerikanen die vernederd zijn door rassenscheiding en Jim Crow, en mensen van kleur belast met hedendaagse aantijgingen van criminaliteit en met politiegeweld.” “Het Legacy Museum is gebouwd op de plaats van een voormalig pakhuis waar tot slaaf gemaakte zwarte mensen werden opgesloten. Het bevindt zich halverwege tussen een historische slavenmarkt en het belangrijkste rivierdok en treinstation waar tienduizenden tot slaaf gemaakte mensen werden verhandeld tijdens het hoogtepunt van de binnenlandse slavenhandel. Montgomery's nabijheid tot de vruchtbare Black Belt-regio, waar slavenhouders grote groepen slaafgemaakten verzamelden om de rijke grond te bewerken, verhoogde Montgomery's bekendheid in de binnenlandse handel, en tegen 1860 was Montgomery de hoofdstad van de interne slavenhandel in Alabama, een van de twee grootste slavenstaten in Amerika. Bezoekers ervaren een krachtig gevoel van plaats wanneer ze het museum binnenkomen en replica's van slavenpennen confronteren, waar je kunt zien, horen en dichtbij kunt komen hoe het was om gevangen te zitten in afwachting van de verkoop in het nabijgelegen veilingblok.

Verhalen uit de eerste hand van slaafgemaakte mensen tonen de beelden en geluiden van de slavenhandel. Uitgebreid onderzoek en videografie helpen bezoekers het raciale terrorisme van lynchen en de vernedering van de Jim Crow South te begrijpen. Boeiende beelden en informatieve exposities bieden bezoekers de mogelijkheid om de Amerikaanse geschiedenis van raciaal onrecht en de erfenis ervan te onderzoeken, en dynamische verbanden te leggen tussen generaties Amerikanen die zijn beïnvloed door het verhaal van raciale verschillen.”

The National Underground Railroad Freedom Center (Cincinnati) https://freedomcenter.org/

“Het National Underground Railroad Freedom Center, gelegen aan de noordelijke oever van de Ohio River, viert de helden van de vrijheid, van het tijdperk van de Underground Railroad tot de hedendaagse tijd, compleet met inspirerende verhalen en praktische activiteiten.”

The Charles H. Wright Museum of African American History (Detroit) https://www.thewright.org/

“Het leerzame avontuur begint natuurlijk in Afrika, voordat het de Atlantische Oceaan oversteekt via de tragische Middle Passage. Tijdens de tentoonstelling is er een vaste focus op de heroïsche gewone mensen die persoonlijke levens, spirituele tradities en culturele instellingen hebben opgebouwd in onderdrukkende situaties. Verken verder een van de vele andere exposities in het museum. Deze tonen een breed scala aan onderwerpen, van de rol van Afro-Amerikanen op het gebied van wetenschap en technologie tot popcultuurgerichte functies.” De collectie is ongeveer even groot als die van het NMAAHC en trekt jaarlijks meer dan een half miljoen bezoekers.

The Schomburg Center for Research in Black Culture (New York) https://www.nypl.org/locations/schomburg

“Het Schomburg Centre for Research in Black Culture in Harlem is een van 's werelds toonaangevende culturele instellingen die zich toeleggen op het onderzoek, het behoud en het tentoonstellen van materialen gericht op Afro-Amerikaanse, Afrikaanse diaspora en Afrikaanse ervaringen. Als onderzoeksafdeling van The New York Public Library biedt het Schomburg Center diverse programma’s en collecties met meer dan 11 miljoen items die de rijkdom van de wereldwijde zwarte geschiedenis, kunst en cultuur belichten.”

Museu Afro Brasil http://www.museuafrobrasil.org.br/en/programming/exposition/long-term-exhibition

“De collectie van het museum is onderverdeeld in verschillende secties: Afrika, arbeid, slavernij, heilig en profaan, Afro-Braziliaanse religies, geschiedenis & herinnering, en kunst. Het museum heeft de grootste kunstcollectie van Afro-nazaten in de Amerika’s , met meer dan 6.000 objecten, waaronder schilderijen, beeldhouwwerken, lithografieën, foto's, documenten en etnologische objecten. Het museum toont ook de Afrikaanse invloeden op de Braziliaanse samenleving en cultuur.

De afdeling ‘Afrika’ is gewijd aan de culturele, historische en artistieke rijkdom van de Afrikaanse bevolking. Het toont een grote verscheidenheid aan functies en esthetische concepten die de enorme technische capaciteit van de makers en de diversiteit van dit continent aantonen. De afdeling ‘Arbeid en Slavernij’ richt zich op de kennis en technologische ontwikkeling van de slaaf gemaakte Afrikanen en hun nazaten. Zowel in de landelijke als de stedelijke omgeving was de kennis van de Afrikanen essentieel voor de economische ontwikkeling. Naast de schilderijen, gravures en sculpturen die een deel van deze bijdrage verbeelden, kunnen de bezoekers documenten en andere objecten bewonderen die betrekking hebben op het slavernijleven, zoals: suikerrietmolen, suikerbroodvormen, timmerlieden en smidswerktuigen. De afdeling ‘Afro-Braziliaanse Religies’ is gewijd aan religies en Braziliaanse rituelen die gebaseerd zijn op Afrika. Wereldbeelden en mythologieën worden benadrukt door een rijke iconografie over heiligen, orixás en andere entiteiten die in Brazilië worden aanbeden. Bezoekers kunnen ook plezier beleven aan de kledingstukken van Egungun en orixás, evenals muziekinstrumenten, schilderijen, gravures, sculpturen en foto's die aan dit thema zijn gewijd.”

Museu Afro-Brasileiro van de Universiteit van Salvador da Bahia (MAFRO) en het Nationale Museum van Afro-Braziliaanse Cultuur (Muncab)

Het MAFRO is een instelling voor het verzamelen, bewaren en publiek maken van collecties die verband houden met Afrikaanse en AfroBraziliaanse culturen, met als doel Afrika en het belang van dit continent bij de vorming van de Braziliaanse cultuur te begrijpen. Contacten met de lokale gemeenschap is hierbij van groot belang. Dit project is oorspronkelijk opgezet door de beroemde antropoloog en fotograaf Pierre Verger in 1974. Het Muncab is nog een museum in oprichting, maar heeft al vele tentoonstellingen en andere projecten gemaakt. Het museum moet een levend centrum van herinnering en geschiedenis zijn en is een antwoord op “de culturele black-out die in het land ontstond onder de hypocriete [politiek van de zogeheten] raciale democratie. Een hardnekkige en perverse instelling, die nog steeds de overhand heeft vanwege het gebrek aan overheidsbeleid en positieve maatregelen om een einde te maken aan rassendiscriminatie, racisme, sociale vooroordelen en alles wat de vooruitgang van Afro-nazaten verhindert.”

Mémorial ACTe GUADELOUPE

De Mémorial ACTe werd in 2015 in Guadeloupe geopend. “Dit Caribisch Herinneringscentrum voor Slavenhandel en Slavernij is allereerst een symbolische plek, een mausoleum als eerbetoon aan de vroegere slaven. Maar naast deze eerste functie van

herinnering en overpeinzing, is het ook een innovatief museum vanwege zijn architectuur en opstelling, waarbij de geschiedenis en de voorwerpen uit het verleden worden gecombineerd met nieuwe technologieën en hedendaagse kunst. Door een gedeeld collectief geheugen met betrekking tot de slavenhandel en slavernij te creëren, speelt de Mémorial ACTe een belangrijke rol bij het begrijpen van de wereld van vandaag en de interculturele verhoudingen. Deze plek moet helpen om de grote uitdaging van de 21e eeuw samen leven - aan te gaan.” In 2017 kreeg het de Europese Museum Prijs van de Raad van Europa, want dit “outstanding, exciting and innovative museum, matches exactly the Council of Europe criteria. Originally designed as a memorial, the MACTe has become not only a living and dynamic space for the commemoration of the slave trade, (a link between Africa, the Americas and Europe), but also for the celebration of the resilience of human beings. It invites tolerance and encourages creativity so as to open up new perspectives”.

Openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam (Suriname) https://www.facebook.com/sofnainnieuwamsterdam/

Fort Nieuw Amsterdam is een baken in de Surinaamse geschiedenis en bijzonder cultureel erfgoed. De fysieke plek waar twee rivieren en het verleden samen komen. Die plaats in de geschiedenis rechtvaardigt de belangrijke rol die het Fort in de toekomst krijgt als centrum waar gestreefd wordt naar bewustwording van en kennis over de Surinaamse eenheid. Als openluchtmuseum is het de bedoeling dat Fort Nieuw Amsterdam naast erfgoedcentrum ook centrum wordt van educatie en vrijetijdsbesteding. Met de herinrichting als museum is in 2008 begonnen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10884896/1