CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1b. RVNTASM_Werkgroep II_Concept deelrapport 20210430.pdf

Raadscommissie Kunst Diversiteit en Democratisering 8 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van advies kunstraden inzake verkenning museale voorziening slavernijverleden (ZD2021-015738)24.341 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het museum staat op een historische plek in de Walowastraat, op 200 meter van het beroemde Poolse postkantoor en slechts drie kilometer verwijderd van de grensovergang Westerplatte. Gedurende de ontwikkelingsperiode van het museum, vooral de periode vlak voor de opening,

7

Deelrapport Nationale betekenis

waren het politieke wisselingen en een andere politieke wind die ook internationaal de aandacht trokken om de censurerende krachten die die nieuwe politiek meebrachten. “Het oorlogsmuseum van Gdansk werd zo een slagveld tussen twee geschiedenisverhalen. Een vaderland dat roept om mythes en heldenverhalen en een vaderland dat stevig genoeg is om de volle waarheid onder ogen te zien, inclusief de zwarte kanten. Dat is niet een specifiek Pools probleem. In landen als Nederland, België, Frankrijk en Groot-Brittannië ontstaan regelmatig soortgelijke schermutselingen als het gaat om de verwerking van de koloniale geschiedenis. [..] Volgens het nieuwe bewind was het museum ‘onpatriottisch’: het feit dat andere landen en het universele lijden van de burgers deel uitmaakten van de expositie betekende een gevaarlijke ondermijning – of ‘Europeanisering’ – van de speciale Poolse geschiedenis en identiteit. “, aldus Geert Makix. Inzichten: De doorlooptijd van concept tot uiteindelijk gebouw bij een nieuw te realiseren museum is vaak een lange weg die vele uitdagingen kent. Belangrijk hierbij is niet alleen een focus naar “binnen” te hebben maar vooral ook daar “buiten” te kijken en actief te zijn.

Van Nationaal Staatkundig Historisch Museum naar ProDemos – Nederland De allereerste ideeën voor een educatief centrum over democratie ontstonden in 1998. In dezelfde periode bedacht het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP), nieuwe educatieve activiteiten rond het Binnenhof onder de naam ‘Huis van de democratie’. Even kwamen de plannen stil te liggen door de mogelijke komst van het Nationaal Historisch Museum in Den Haag. Maar nadat in 2007 besloten was dat het NHM naar Arnhem zou gaan, kwam dit plan weer ter tafel. In datzelfde jaar breidde IPP de programma’s van De Haagse Tribune verder uit, van ruim 2.000 leerlingen in het eerste schooljaar naar rond de 7.000. In 2010 werd de nieuwe stichting Huis voor democratie en rechtsstaat opgericht. Het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP) en de Stichting Bezoekerscentrum Binnenhof (SBB) fuseerden met deze nieuwe stichting en zijn sindsdien een onderdeel van ProDemos – Huis voor democratie en rechtsstaat. Door voort te bouwen op activiteiten van een voorganger die zich volledig op educatie richtte, was er al een groot netwerk en afname vanuit scholen. Hierdoor was er, na het samengaan van de voorganger IPP met de nieuwe stichting, al sprake van een basis. Van daaruit zijn ze verder gegroeid en bieden ze nu naast educatieve programma’s ook debatten, exposities en cursussen aan. ProDemos heeft een sterk netwerk en werkt o.a.

samen met gemeenten, provincies, rechtbanken en onderwijsinstellingen. Verder wordt er ook zelf aan onderzoek gedaan. Inzichten: Het samengaan met partners in het veld die al een aanbod hebben waar je als organisatie op kan voortborduren is een grote meerwaarde. Ook zijn het aangaan van duurzame samenwerkingen met maatschappelijke instellingen belangrijk. National African American Museum of History and Culture – Verenigde Staten van Amerika In 2016 opende in Washington het National African American Museum of History and Culture ( NAAMHC), zijn deuren als onderdeel van de museumgroep van Smithsonian. De oprichting van het museum vond ruim 13 jaar eerder plaats in 2003.

8

Deelrapport Nationale betekenis

We hebben ervoor gekozen om dit voorbeeld mee te nemen, niet om de inhoudelijke keuzes die er voor het museum gemaakt zijn, maar om de verschillende proceskeuzes die genomen zijn ten tijde van de ontwikkeling. Deze zijn ons inziens waardevol voor het voorliggende traject hier in Nederland. In het boek A fool's errand schrijft Lonny Bunch, founding director van het NMAAHC, over de rol die een nationaal museum zou moeten vervullen. Waarbij een plaats van herinnering zijn belangrijk is, maar dat er van een museum van de 21e eeuw meer wordt verwacht. Hij was van mening dat ”Hoewel het museum de rijkdom én complexiteit van de Afrikaans-Amerikaanse geschiedenis en cultuur voor díe gemeenschap moet onthullen, moet het ook de uitdaging aangaan dat alle Amerikanen, ongeacht hun ras, gaan begrijpen hoe ze diepgaand gevormd en verbeterd zijn door die geschiedenis. Niet een plek door en voor zwarte mensen, maar het typische Amerikaanse verhaal”x In een recente webinar zei hij daar verder over: “It is important to understand that you are not creating something for a community, but for the heart of the society.” Ook vond hij dat het van cruciaal belang was om de aspiraties van het Amerikaanse volk voor een dergelijke instelling te begrijpen.

Hij liet daarop door de commissie een reeks bijeenkomsten in het hele land organiseren om daar inzichten in te krijgen.xi Net als het Nationaal Historisch Museum dachten Bunch en zijn team al na over het vooraf activeren, zichtbaar zijn. De aanlooptijd werd zo goed mogelijk gebruikt om zowel het team in alles mee te nemen, als ook het publiek al te bereiken en te bouwen aan draagvlak. “Het personeel zou niet alleen moeten deelnemen aan alle voorbereidende inspanningen om een bouwprogramma te creëren, een bijbel die de curatoriale en architecturale beslissingen in de komende jaren zou bepalen, maar het zou ook programma's en producten moeten genereren die het idee zouden herformuleren dat het museum al bestond, alleen zonder structuur. [..] Ze zouden ook dienen om het publiek te informeren dat er vooruitgang werd geboekt en dat het museum zeker zou gebeuren.”xii Inzichten: Probeer zoveel mogelijk stakeholders te betrekken vanaf het begin het ontwikkelingstraject. Laat jezelf zien, deel je proces. Luister naar welke wensen en ideeën er zijn buiten je eigen zorgvuldig samengestelde werkgroep of klankbordgroep. Denk goed na over locatie en missie en maak ook de invulling en uitwerking daarvan onderdeel van een groter gesprek. Durf daarmee buiten je eigen comfortzone te treden.

Nationaal Holocaust Museum - Nederland In 2016 is er op initiatief van Joods Cultureel Kwartier een start gemaakt met de plannen voor de realisatie van een Nationaal Holocaust Museum. Datzelfde jaar betrok het museum i.o. de Kweekschool aan de Plantage Middenlaan, tegenover de Hollandsche Schouwburg. Ondanks dat er in Amsterdam in het Joods Cultureel Kwartier en in het Anne Frank Huis inhoud wordt gegeven aan delen van de Joodse geschiedenis ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en er ook op vele plekken in Nederland stil wordt gestaan bij delen van deze geschiedenis, wordt het als gemis gezien dat er geen plek is waar het complete verhaal van de Jodenvervolging verteld wordt. Dit was de motivatie om het plan ervoor te schrijven en op zoek te gaan naar financiering.

9

Deelrapport Nationale betekenis

Door de intrek in de Kweekschool kon er al een start gemaakt worden met wat ze zelf de “proeftuin” van het permanente museum noemden. De zogeheten fase 1. De keuze voor de plek was dan ook bewust. Een locatie die als plek binnen het narratief van de holocaust samen met De Hollandsche Schouwburg een belangrijke rol vervulde en daarmee als lieu de memoirexiii die betekenis kan herbevestigen en invoelbaar maken.xiv De initiatiefnemers worden gesteund door een grote en gedreven achterban in binnen- en buitenland. Met een doordacht plan en actieve fondsenwervingscampagne hebben ze veel zelf weten op te halen voor de realisatie van het permanente museum. Het museum heeft ook al een basiscollectie waar ze straks uit kan putten. Deze objecten zijn vooralsnog in beheer van het Joods Historisch Museum. Daarnaast wordt er ook een beroep gedaan op particulieren middels een oproep om deze collectie aan te vullen. Inmiddels is de financiering bijna rond en is de locatie gesloten voor de ontwikkeling van fase 2, het permanente museum. Inzichten: Voor een vervolgonderzoek voor het slavernijmuseum biedt de inzet en uitwerking van het Nationaal Holocaust Museum veel inspiratie. Zowel de manier waarop zij na hebben gedacht over de locatie, hoe zij het museum hebben gepositioneerd, maar ook de actieve houding individuen en bedrijven te verbinden aan het museum i.o.

( zowel door financiële steun te vragen maar ook actief in te zetten op particuliere verhalen en objecten). Interessant is nog de Masterscriptie van Sarah Jacobsxv te noemen, waar ook in wordt gegaan op o.a. het concept van musealisering van de Holocaust en de ontwikkeling van de herinneringscultuur. Interessante paralellen kunnen hiermee gemaakt worden met de musealiseringsprocessen van andere herinneringsculturen. House of European History – België (Europese Unie) In 2017 opende in Brussel het House of European History. Een plek met als doel burgers aan te moedigen na te denken en te debatteren over de geschiedenis van Europa en de Europese integratie. Misschien lijkt het idee van Nationale betekenis hier ver weg, maar trok toch onze aandacht. In een interview met Constanze Itzel, Head of Unit at the House of European History viel ons oog op deze uitspraak. “What form does best practice take for curators on transnational projects? [..] Curators on the project have to leave behind some aspects of their training and transcend ‘national thinking’ on historical relations. [..]. Inzicht: Het nadenken over de verhouding en betekenis van transnationaal en nationaal is een interessante gedachte om in de realisatie van het slavernijmuseum nader te onderzoeken. 4. Slotbetoog In deze bewegende wereld staan we nu aan de wieg van een Nationaal Slavernijmuseum in Nederland.

Onze hoop is daarbij dan ook dat dit nieuwe museum bij kan dragen aan de discussie over wat nationaal is en over nieuwe inzichten over de variëteit en dynamiek van identiteiten die aan dat nieuwe nationale concept ten grondslag kunnen liggen.

10

Deelrapport Nationale betekenis

We bespraken in de inleiding de veranderende museale wereld waarin concepten als Nationale betekenis vanuit de theorie geen eenduidige informatie opleveren en ook niet geheel onproblematisch zijn. Ook de praktijk geeft daar geen directe antwoorden op. Toch hebben wij getracht verschillende praktijkvoorbeelden in te brengen die vanuit specifieke aspecten, aanpak of focus handvatten zouden kunnen bieden, denkrichtingen zou kunnen geven en zouden kunnen inspireren. Waarbij de nationale betekenis niet zit in de losse aspecten, maar het gaat om de som der delen. We hopen daarmee dat onze overdenkingen en voorbeelden tezamen met de andere onderzoeken van dit voortraject een gedegen basis, maar ook een inspiratie zijn voor de realisatie, waarbij er ook een bijdrage geleverd wordt aan theorievorming over wat dit en hét museum van de toekomst in een diverse samenleving zou kunnen zijn. De inzichten die wij uit de quickscan hebben gehaald zijn zowel praktisch als theoretisch van aard en zijn zeker niet volledig, maar geven hopelijk richting voor de verdere verkenning. Deze zijn:  Zie het publiek niet alleen consument, maar ook als producent van kennis. Laat mensen actief deelnemen in het aanlooptraject maar straks ook in het museum. Sta daarin open voor de veranderende opvatting wie expert is en wie niet.

 Vind balans tussen de eigen motivatie en het formuleren van het belang voor de samenleving als geheel.  Heb oog voor de veranderende kijk op de functie en plek van een museum  Denk na hoe het gesprek over concepten als nationaal en nationale betekenis oproepen van erfgoed in te zetten.  Denk na over dialoog tussen transnationaal en nationaal, wat brengen de verschillende kijkrichtingen aan uitwerkingen.  Heb oog voor de ontwikkelingen in het museale veld rondom herinneringscultuur.  Maak van het ontwikkelingstraject geen intern en naar binnen gericht proces, maar richt je tijdens de gehele ontwikkeling ook naar buiten.  Wees zichtbaar- communiceer over de voortgang. Houd daarmee de energie en de intenties vast, ook van de buitenwacht.  Denk aan waar de krachten liggen van de initiatiefnemers in dit traject en zet die in. o Kijk waar je al activiteiten kan opstarten in het aanlooptraject. o Gebruik die tijd ook voor experiment en gesprek.  Essentieel daarbij is het betrekken van zoveel mogelijk stakeholders in het gehele traject, wees ook zorgvuldig in wie je daartoe rekent. Laat jezelf niet verleiden tot uitsluiting op basis van tegenovergestelde sentimenten. Erfenissen zitten in vele dingen. Gewenst en ongewenst. Zo ook in musea.

Niet alleen de spullen die zij herbergen zijn een erfenis, maar ook als plek dragen ze bij aan de beeldvorming door waar ze in het verleden voor stonden. Het bouwen van iets nieuws wat vervolgens de naam van het museum zal dragen, overerft daarmee ongewenst wat was en zal de dialoog moeten aangaan om te komen tot dat wat het graag zou willen zijn.

11

Deelrapport Nationale betekenis

5. Aanbevelingen Wil het NTASM een Nationaal Museum zijn, dan is het belangrijk te beseffen dat het dit predicaat moet ‘verdienen’. Welke precieze stappen daarbij horen, maakt geen onderdeel uit van de museale verkenning. De kwartiermaker zal daar de eerste invulling aan moeten geven. Een aantal vertrekpunten voor het nationale karakter van het museum zijn: Nationaal netwerk Het nationale karakter blijkt uit de keuze voor een netwerkmuseum dat betekenisvolle relaties aangaat met een aantal verwante en/of relevante musea verspreid over Nederland. Het NTASM moet de inhoudelijke motor zijn voor dat proces. Dat start al in de voorbereidingsfase van het museum. Nationale presentatie De trans-Atlantische slavernij, het verzet, de veerkracht en de doorwerking staan centraal. Dat biedt in het museaal concept ruimte voor actuele thema’s, een breed palet aan presentatie mogelijkheden en tot de verbeelding sprekende invalshoeken. De ontwikkelingen in Nederland zijn daarvan onderdeel. Daarmee kunnen we -met behoud van de museale kern- een breed museaal programma presenteren dat ook brede groepen in Nederland zal kunnen aanspreken. Nationaal bereik Het NTASM wil zich richten tot alle Nederlanders. Dat stelt ook fysieke eisen aan de locatie, bereikbaarheid, omvang, omgeving (park/water), flexibele inrichting. Deze eisen zijn meegenomen in het deelrapport ‘Museaal concept’.

Het museum is er klaar voor.’

12

Deelrapport Nationale betekenis

5. Bronnen en noten Gebruikte literatuur: Benjamin, R., Museums of the People, by the People, for the People, Museum -ID Bunch III, L.G.,(2019) A fool's errand, creating the national museum of African American History and Culture in the Age of Bush, Obama, and Trump, Smithsonian Books Washington D.C. Byvanck, V. en Schilp, E (2010), Schetsen voor een Nationaal Historisch Museum, Uitgeverij SUN Byvanck, V. en Schilp, E. (2012) Blauwdruk, Plannen, schetsen en geschiedenis van het Nationaal Historisch Museum(2008-2011), Uitgeverij SUN Kromhout, B. (2008) ‘Marijnissen bezorgd over koers NHM’. In: Historisch Nieuwsblad, 11 december. Leeuwen, van L,. (2019) Het slavernijmuseum komt er, maar wiens verhaal gaat het vertellen? In: Vrij Nederland 15 juni Mak, G. (2019) Het Museum van de Tweede Wereldoorlog in Gdansk. In: Historiek 14 november Oosterbaan, W. (2014), Ons Erf: identiteit, erfgoed, culturele dynamiek. De Bezige Bij Amsterdam Pijbes, W. (2009) ‘Kamer, bemoei je niet met het Historisch Museum’. In: de Volkskrant 16 juni Robins, S. (2007) ‘Can't forget, can't remember’: reflections on the cultural afterlife of the TRC , Critical Arts: A Journal of South-North Cultural Studies, 21:1, 125-151 Slager, S. (2020) Een nationaal historisch museum gaat de polarisatie niet oplossen. In: Trouw 23 februari Wilson, M.O.

(2016) Begin with the Past, building the national museum of african american history and culture, Smithsonian Books Washington D.C. Aanbevolen aanvullende literatuur: Bennett T. (1995) The Birth of the Museum: History, Theory, Politics, London: Routledge Boswell, D. & Evans, J. (eds.) (1999) Representing the Nation: A Reader – Histories, Heritage and Museums, London & New York: Routledge Cooke, S. and McLean, F. (2002a) ‘Our Common Inheritance: Narratives of self and other in the Museum of Scotland’, in D. Harvey et al., (eds.) Celtic Geographies: Landscape, Culture and Identity, 109-122, London: Routledge Crooke, E. (2001) ‘Confronting a troubled history: which past in Northern Ireland’s museums?’ International Journal of Heritage Studies, 7(2), 119-136. Dicks, B. (2000) Heritage, Place and Community, Cardiff: University of Wales Press Fladmark, J.M. (ed.) (2000) Heritage and Museums: Shaping National Identity, Shaftesbury: Donhead Publishing, 2000 Holo, S.R. (1999) Museums and Identity in Democratic Spain, Liverpool: Liverpool University Press Kaplan, F.E.S. (ed) (1994) Museums and the Making of ‘Ourselves’: The Role of Objects in National Identity, London and New York: Leicester University Press Karp, I. & Lavine, S. D. (eds) (1991) Exhibiting cultures: the poetics and politics of museum display, Washington, DC, Smithsonian Institution Press. Karp, I., Kraemer, C. M.

& Lavine, S. D. (eds) (1992) Museums & communities: the politics of public culture, Washington, DC, Smithsonian Institution Press.

13

Deelrapport Nationale betekenis

Macdonald, S. (2003) ‘Museums, national, postnational and transcultural identities’, museum and society, 1(1), 1-16 Macdonald, S. and Fyfe, G. (eds.) (1996) Theorizing Museums, Oxford: Basil Blackwell McLean, F. and Cooke, S. (2000) ‘Communicating National Identity: Visitor Perceptions of the Museum of Scotland’, in J. M. Fladmark, Museums and Cultural Identity: Shaping the image of nations, 147-60, Shaftesbury: Donhead Simpson, M. (2001) Making representations: Museums in the Post-Colonial Era, London, Routledge. Online bronnen https://www.museumvereniging.nl/media/meer_dan_waard.pdf https://www.boekman.nl/wp-content/uploads/2011/11/81_Elshout.pdf https://jck.nl/nl/longread/bouwen-aan-het-nationaal-holocaust-museum https://jonet.nl/nationaal-holocaust-museum-officieus-van-start/ https://jck.nl/nl/page/helpt-u-ook-mee https://unfoldingeunamus.wordpress.com/2012/12/06/visitor-studies-at-european-nationalmuseums/ https://framerframed.nl/wp-content/uploads/2015/11/Decolonising-Museums.pdf https://www.museumvereniging.nl/media/publicationpage/publicationFile/musea-voormensen.pdf

14

Deelrapport Nationale betekenis

Noten i ii iii iv v vi

Vertaald uit Museums and National Identity van Fiona McLean uit Museums and Society 2005

vii

Illustratief in dit kader is de actie van Mwazulu Diyabanza en anderen die het Afrika in Museum Berg en Dal betraden en een tentoongestelde beeldje’ meenamen’dat daar op een onrechtmatige wijze terecht was gekomen https://www.oneworld.nl/lezen/discriminatie/sociaal-onrecht/mwazulu-diyabanza-wil-afrikaanse-schatten-van-musea-terug/

viii

Byvanck en Schilp, schreven bij het stoppen van het project, het document Blauwdruk, Plannen, schetsen en geschiedenis van het Nationaal Historisch Museum (2008-2011). Hierin beschrijven ze uitgebreid over het gehele proces dat zij doorlopen hebben en biedt wellicht nog aanvullende ideeën over aanpak en uitwerking.

ix x xi xii xiii

https://historiek.net/museum-van-de-tweede-wereldoorlog-in-gdansk/128752/

xiv xv

https://jck.nl/nl/longread/bouwen-aan-het-nationaal-holocaust-museum

Op de Museale Weegschaal, Rijksdienst Cultureel Erfgoed, p31 Meer dan Waard, Museum Vereniging, 2011 https://museum-id.com/museums-people-people-people-richard-benjamin/ Oosterbaan, W. (2014), Ons Erf: Identiteit, erfgoed en culturele dynamiek, “The national museum is a European invention, established to define and stabilise knowledge and national identities in a continent possessing a rich history of expansion, innovation, migration and territorial conflict.” (EuNaMus Report no 7 (Uitgave van de EU), 2012 [http://liu.diva-portal.org/smash/get/diva2:573632/FULLTEXT01.pdf]

Bunch III, L.G.,2019, A Fools errand, p27-p28 Mabel O Wilson - Begin with the Past NMAAHC, p42 Bunch III, L.G.,2019, A Fools errand, p44 Pierre Nora: Les Lieux de Mémoire (1984-1992). In dit werk betoogt hij dat we zoveel over het geheugen spreken, omdat er nog maar zo weinig van over is; dat er plekken van herinnering zijn, omdat er geen milieu van herinnering meer is en dat de versnelling van de geschiedenis ons confronteert met het verschil tussen echte herinnering en geschiedenis Jacobs, S (2019) Eindelijk een nationaal holocaust Museum; Ontwikkelingen in musealisering en herinnering

15

Deelrapport Collectievorming

Verkenning

Nationaal Trans-Atlantisch Slavernijmuseum Deelrapport 4

Collectievorming Rapportage

Daniël Metz Inhoud 1 - Collectievorming 1.1 Onderzoek en bronnen 1.2 Uitgangspunten 1.3 Onderzoeksvragen 1.4 Aanbevelingen 2 - Collectiebeleid 2.1 Opstellen van een collectieplan 2.2 Eigen collectie versus bruiklenen 2.3 Beginnen met niets 2.4 Aanbevelingen voor collectiebeleid 3 - Collectiebeheer 3.1 Depotruimte 3.2 Behoud en beheer 3.3 Samenwerkingsmogelijkheden 3.4 Aanbevelingen voor collectiebeheer 4 - Inventarisatie collecties 4.1 Bestaande collecties 4.2 Alternatieve collecties 5 - Welke objecten vertellen het verhaal? 5.1 Voorbeelden 6 - Bronnen en referenties

1

Deelrapport Collectievorming

1. Collectievorming

Een museum bestaat bij de gratie van een betekenisvolle collectie, voor het publiek toegankelijk gemaakt in een overzichtelijke en aantrekkelijke presentatievorm. Zo’n collectie kan geleend zijn, in eigendom of volledig digitaal. Voor een nieuw museuminitiatief is het nog maar de vraag of er voldoende relevant materiaal is om een (fysieke) collectie samen te stellen. Bovendien stelt het onderwerp ‘slavernijverleden en doorwerking’ specifieke eisen en verwachtingen. In dit rapport wordt gekeken naar collectievorming, waarbij de volgende vragen aan bod komen: Is het zinvol en wenselijk een eigen collectie te vormen? Uit welke soorten objecten kan zo’n collectie bestaan? Welke criteria zijn van belang bij het opstellen van collectiebeleid? En wat komt kijken bij het beheer van een collectie? 1.1 Onderzoek en bronnen Voor dit rapport is gesproken met een groot aantal professionals uit de museumsector en andere erfgoedinstellingen. Daarnaast is gebruik gemaakt van de resultaten van de enquête speciaal voor deze verkenning uitgezet onder 37 musea in Nederland. De algemene tendens die daaruit naar voren komt is dat het gevoel van urgentie voor een apart slavernijmuseum breed wordt gedeeld. De bereidheid tot samenwerking en het delen van expertise is groot. Over de vorm en omvang van een eigen collectie wordt verschillend gedacht. De antwoorden zijn in dit rapport verwerkt.

Door beperkingen gerelateerd aan de covid-19 pandemie konden slechts een beperkt aantal werkbezoeken worden afgelegd. Relevante werkbezoeken waren aan Imagine IC (Amsterdam), Buku - Bibliotheca Surinamica (Amsterdam), Amsterdam Museum, Maritiem Muzeeum Vlissingen, Zeeuws Museum (Middelburg), Zeeuws Archief (Middelburg), Tropenmuseum (Amsterdam) en Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (locatie Rijswijk). Van de laatste drie instellingen is het depot bezocht. Voor andere beheerinstellingen, waaronder Allard Pierson/Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, was een fysiek bezoek niet mogelijk. Interviews met conservatoren hebben plaatsgevonden door middel van video-call. Ook internationale werkbezoeken waren beperkt mogelijk. De volgende instellingen zijn bezocht: Afrika Museum (Tervuren, België), Musée d'Histoire Nantes en het Memorial de l'abolition de l'esclavage, beide in Nantes (Frankrijk). Verder is geput uit eerdere museumbezoeken, waaronder de uitgebreide collectie Surinamica in het Völkerkundemuseum in het Duitse Herrnhut. Het gebrek aan reismogelijkheden is deels ondervangen door een digitale internationale expert meeting. Dit maakte het mogelijk experts te spreken van het NMAAHC-Smithsonian in Washington en andere gerenommeerde museale instelling op het gebied van slavernijverleden.

Tot slot is gebruik gemaakt van publicaties, rapporten en handleidingen op het gebied van collectiebeleid en -beheer. Een overzicht van de geraadpleegde bronnen en interviews is opgenomen aan het eind van dit rapport.

2

Deelrapport Collectievorming

1.2 Uitgangspunten Het toekomstig Nationale trans-Atlantische Slavernijmuseum (NTASM) stelt zich in de missie ten doel ‘de perspectieven, de kracht en de strijd van de slaafgemaakten en hun nazaten [te tonen] waarbij het Nederlands trans-Atlantisch slavernijverleden, de erfenissen en de doorwerkingen daarvan centraal staan. Daarbij wil het een katalysator voor verandering zijn’.i In de uitwerking van deze doelstelling staan trots, waardigheid, representatie, dekolonisatie en emancipatie centraal. Het zijn tevens de uitgangspunten voor dit onderzoek naar collectievorming. Inhoudelijk staat het museum voor een lastige opgave. De onderwerpen die het wil aansnijden liggen ogenschijnlijk ver uit elkaar. Het NTASM gaat over mensen, maar ook over systemen waarin slavernij werd vergoelijkt. Het gaat over trots en waardigheid van slaafgemaakten en hun nazaten, maar ook over verwerking van trauma. Het gaat over het verleden, maar ook over de doorwerking tot in het heden. Het gaat over gebeurtenissen en omstandigheden ver weg, maar waarin Nederland een bepalende rol heeft gespeeld. Om de uiteenlopende aspecten te vatten in een samenhangende collectie is niet eenvoudig. Belangrijk uitgangspunt is dat het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van de slaafgemaakten en hun nazaten.

Daarbij wordt in acht genomen dat het verhaal en de boodschap van het museum de hele Nederlandse samenleving aangaan. _________________________________________________________________ ‘Voor mensen met een koloniale achtergrond is de geschiedenis nooit ver weg. Het is deel van de dagelijkse realiteit. Objecten in een museum spreken daardoor direct tot de verbeelding’. [Documentaire ‘Nieuw Licht’] _________________________________________________________________ Het NTASM wil een educatieve plek zijn voor jong en oud en voor alle groeperingen in de Nederlandse samenleving en voor bezoekers uit het buitenland. Het is een plek waar je kritisch leert nadenken over burgerschap en wat het betekent om te leven in de huidige pluriforme samenleving. Het museum is een plek waar je je kunt verwonderen, een plek van ontmoeten en van dialoog. Meer dan andere musea zal het een museum zijn van verhalen, waar heden en verleden samenkomen. Daarbij zal veel aandacht zijn voor de biografische waarde van de collectie, d.w.z een verzameling voorwerpen met een duidelijk persoonsgebonden, biografisch verhaal. Aan de hand van deze verhalen wordt de geschiedenis invoelbaar gemaakt. In het kader van collectievorming kan het ook zo zijn dat objecten worden gezocht bij een mooie verhalen. De objecten ondersteunen het verhaal.

Bovendien zijn meerdere verhalen bij een object mogelijk waardoor gelaagdheid in het narratief ontstaat. Om blijvende impact te maken, zal het museum een dynamisch karakter moeten krijgen. Het museum wil de aandacht van de bezoeker vasthouden, ook buiten de muren van het museum. Dat kan door het programmeren van relevante

3

Deelrapport Collectievorming

wisseltentoonstellingen, lezingen, theatervoorstellingen en debatten, maar ook de vaste opstelling zal multi-inzetbaar zijn. Gelaagdheid maakt het mogelijk meerdere perspectieven te tonen en uiteenlopende bezoekersgroepen aan te spreken. Die gelaagdheid zit in de diversiteit van de getoonde collectie (kunst- en gebruiksvoorwerpen, foto’s, muziek, dans, volksverhalen) en in het toegepaste narratief waardoor de opstelling blijft boeien en verbazen. Naast afwisseling van objectsoorten en presentatievormen dragen verdiepende informatielagen bij aan de museumervaring. Bij een kralenketting kan een tekstbordje hangen met uitleg voor volwassenen en kinderen, er zijn audiofragmenten te horen en er is een link naar meer uitleg op de website van het museum. Het brede palet aan mogelijkheden om kennis op te doen is erop gericht leken, kenners en experts te bedienen. (zie deelrapport Programmering en activiteiten). Bij het collectioneren wordt zo veel mogelijk uitgegaan van het criterium door zwarte handen gemaakt. Hier is wel een ruime interpretatie nodig. Deze omvat eveneens gedragen, eigendom geweest of gekoesterd door slaafgemaakten of hun nazaten en de Afro-Nederlandse gemeenschappen in bredere zin. Het kan gaan om kleding, kunst- en gebruiksvoorwerpen, instrumenten, brieven, etc.

Voorwerpen die met onderdrukking te maken hebben worden niet geschuwd, maar vormen niet de basis van de collectie. Het slavernijsysteem waarin men leefde, de machthebbers en de strafmaatregelen komen aan bod in delen van het museum die zijn bestempeld als ‘Ondertussen in Nederland’. (zie deelrapport Verhaal). Zo kan bijvoorbeeld het interieur van een grachtenpand worden nagebouwd, met daarin een schilderij van een regent met zwarte bediende, een glas met embleem van de WIC en brieven en documenten over de koop en verkoop van slaafgemaakten. Aangezien het de eerste keer is dat een museum met een nationaal karakter het verhaal vertelt vanuit het perspectief van de Afro-Nederlandse gemeenschappen, zal het op zoek moeten naar passende niet niet-eurocentrische manieren om dat verhaal te vertellen. Gezocht wordt naar vernieuwende manieren van collectievorming, waarbij verder wordt gekeken dan een verzameling fysieke objecten. Waarbij evenveel aandacht is voor immaterieel erfgoed. Waarbij de emotionele lading van verhalen en erfgoed met zorg en aandacht wordt geduid. Hoe een niet-eurocentrisch museum eruit gaat zien is nog de vraag. Inspiratie kan worden geput uit projecten in het buitenland, waaronder de Tembe Art Studio in Moengo, Suriname. Daar worden kunst en cultuur onder meer overgedragen door middel van interactie met de bezoeker.

Nieuwe vormen van collectiebeleid en collectiebeheer komen aan bod in de volgende hoofdstukken. Een aantal voorbeelden van praktische presentatiemogelijkheden aan de hand van bovenstaande criteria is opgenomen in het deelrapport Verhaal en Representatie van werkgroep 1.

4

Deelrapport Collectievorming

1.3 Onderzoeksvragen Als eerste wordt ingegaan op vraagstukken rond collectiebeleid (hoofdstuk 2). Aan welke criteria dient collectiebeleid te voldoen? Wat zijn de voor- en nadelen van een eigen collectie ten opzichten van bruiklenen? Verder worden voorbeelden gegeven van eigentijdse verzamelvormen, zoals co-collectie. Vervolgens wordt gekeken naar collectiebeheer (hoofdstuk 3). Objecten, in eigen beheer of in bruiklenen, hebben professionele zorg nodig. Denk daarbij aan restauratie, registratie en depotopslag. Op welke manieren kan het museum dat zelf organiseren en in hoeverre kan gebruik worden gemaakt van externe faciliteiten en expertise? Waar zou die collectie uit kunnen bestaan? En wat doe je wanneer weinig fysieke objecten beschikbaar zijn om een verhaal te vertellen? Bij de Inventarisatie collecties (hoofdstuk 4) wordt gekeken naar bestaande collecties en alternatieven bij gebrek aan fysiek materiaal. Tot slot kijken we naar Welke objecten vertellen het verhaal? (hoofdstuk 5). Hier wordt ingegaan op vraagstukken rond specifieke objectsoorten. 1.4 Aanbevelingen Vooruitlopend op het rapport worden hier de belangrijkste aanbevelingen. Aanbevelingen collectievorming  Bij keuzes over collectievorming staan representatie, perspectief en veerkracht van slaafgemaakten en hun nazaten centraal.  De collectie is meer dan een verzameling objecten.

Er zal aandacht zijn voor de ‘biografische waarde’ van de collectie. Dat wil zeggen erfgoed in brede zin, waarbij persoonlijke verhalen en herinneringen een beeld schetsten van gebeurtenissen en omstandigheden.  Breng gelaagdheid aan in de collectie, met historische objecten, immaterieel erfgoed en moderne kunst. De permanente opstelling moet ook frequente bezoekers blijven boeien.  Hanteer innovatieve en niet-eurocentrische vormen van collectiebeleid en collectiebeheer, die passen bij het onderwerp en de gemeenschappen die het museum vertegenwoordigt. Aanbevelingen collectiebeleid  Maak gebruik van mengvorm tussen bruiklenen en een bescheiden eigen collectie.  Eigen ‘collectie van betekenis’ opbouwen. De biografische waarde van de collectie staat centraal.  Erfgoedbreed verzamelen. Niet alleen fysieke objecten, ook immaterieel en mentaal erfgoed vastleggen als deel van de collectie.  Verzamelen van relaties is minstens net zo belangrijker als het verzamelen van objecten. Zet een netwerk op van verwante erfgoedinstellingen, waarbinnen afspraken worden gemaakt over collectiebeheer, bruiklenen en (gezamenlijk) acquisitie- en aankoopbeleid.

5

Deelrapport Collectievorming

 Inventariseer welk erfgoed zich bevindt in collecties in binnen- en buitenland. Onderzoek aan de hand daarvan welke hiaten nog gedicht moeten worden en welke rol het NTASM daarin inneemt.  Maak gebruik van collectie mobiliteit binnen de Collectie Nederland.  Pas nieuwe vormen van verzamelen toe: participatief verzamelen en grass roots verzamelen.  Het verwerven van een topstuk zou het NTASM op de kaart zetten.  Voorkom neokoloniaal collectiebeleid. Aanbevelingen voor collectiebeheer  Een inpandig depotruimte is noodzakelijk, vooral voor kwetsbare objecten en objecten die veel worden gehanteerd.  Grote objecten onderbrengen bij verwante erfgoedinstellingen.  Zoek samenwerking op het gebied van Beheer en Behoud. Veranker de strategische samenwerking in een duurzaam netwerk.  Het NTASM specialiseert zich in de documentatie van objecten vanuit niet-westers perspectief.  Pas nieuwe vormen van collectiebeheer toe, zoals co-collectie.  Maak onderscheid tussen collectiestukken en gebruikscollectie. Aanbevelingen inventarisatie collecties  Materiaal over het Nederlands slavernijverleden is te vinden in een groot aantal klassieke erfgoedinstellingen: musea, archieven, overheidscollecties en wetenschappelijke instellingen. Kijk ook naar kerkelijke collecties, privé-verzamelingen en buitenlandse collecties.

 Leg alternatieve collecties aan gebruik makend van immaterieel erfgoed, mentaal erfgoed, privé collecties, data-collecties, gebouwd erfgoed, ‘discutabel erfgoed’ en hedendaagse kunst.

6

Deelrapport Collectievorming

2. Collectiebeleid

Voor ieder museum is het van belang een collectiebeleid te formuleren. Het collectiebeleid geeft aan wat de instelling met een collectie wil. Het helpt bij het stellen van prioriteiten, geeft inzicht in de samenstelling en betekenis van de collectie en helpt kritisch te blijven kijken met oog op de museumvisie. Daarnaast legitimeert het collectiebeleid de positionering van de collectie tussen gelijksoortige collecties en verschaft het aanknopingspunten voor samenwerking met collega-instellingen.ii Onderwerpen die bij collectiebeleid aan bod komen zijn: collectievorming, collectiebeschrijving, collectiewaardering, behoud en beheer, registratie en het gebruik van de collectie. Deze beschrijving staat doorgaans vastgelegd in een collectieplan. ___________________________________________________________ Nothing, not raising money, hiring staff, managing the bureaucracy of the institution, or dealing with the museum’s council caused me greater concern than the challenge of building a national collection. If there was one axiom that shaped the museum careers of curators of color, it was the belief in the paucity of objects that illustrate African American history and culture. [Lonnie Bunch, A fool’s errand, p. 90]

___________________________________________________________

Het NTASM begint zonder collectie. De vraag over de wenselijkheid en/of noodzaak van een collectie zal dus eerst beantwoord moeten worden. Wat zijn de voor- en nadelen van een eigen collectie ten opzichten van bruiklenen. Met het oog op de bijzondere relatie die het museum beoogt aan te gaan met nazaten van slaafgemaakten kan gekeken worden naar alternatieve manieren van verzamelen en collectiebeheer, die beter aansluiten bij behoeften en wensen vanuit de Afro-Nederlandse gemeenschappen. 2.1 Opstellen van een collectieplan Goed collectiebeleid begint bij het opstellen van een collectieplan. Een collectieplan is een aparte notitie ter aanvulling van het beleidsplan van een instelling. Hierin staan strategische keuzes over beheer en gebruik van de collecties vastgelegd, zoals verwerving en afstoten, digitalisering, fotografie, inventarisatie en presentatie. Het is een document waarin kernwaarden van het museum zijn vertaald naar praktische richtlijnen, waarop ten alle tijden kan worden teruggevallen. Voordelen van een collectieplan in een notendop: het biedt inzicht en houvast, helpt prioriteiten te stellen, werpt een kritische kijk op de collectie, is handig bij het vastleggen van procedures, helpt om acties en beslissingen te verantwoorden en zorgt voor een betere afstemming met andere instellingen.

Het collectiebeleidsplan heeft doorgaans een geldigheid van vijf jaar en wordt dan herzien. Zo blijft het collectiebeleid dynamisch en actueel.iii

7

Deelrapport Collectievorming

Voor een museum in oprichting biedt het collectieplan bovendien de mogelijkheid om gericht te collectioneren, nog voordat de fysieke museumfaciliteit is geopend. Het helpt bovendien voorkomen dat het museum objecten verwerft waar het later geen behoefte aan blijkt te hebben. Het is dan ook van belang om, voorafgaand aan het opstellen van een collectieplan, een inventarisatie te maken van beschikbare objecten in bestaande collecties. Voor een inventarisatie kan het overzicht in 1.1 en 1.2 van dit rapport als uitgangspunt dienen. Wanneer de inventarisatie is opgesteld kan worden beoordeeld in welke mate het wenselijk of noodzakelijk is een eigen collectie op te bouwen. Gekeken kan worden welke objecten ontbreken in bestaande collecties en in hoeverre het nieuwe museum die hiaten kan vullen. Daarnaast is er de vraag naar de meerwaarde van objecten in eigen beheer en in hoeverre een collectie het bestaansrecht van het museum versterkt. Aan deze vragen liggen principiële waarden ten grondslag, die bepalend zijn voor de koers van het museum op het gebied van collectiebeleid. 2.2 Eigen collectie versus bruikleen Het bezit van een eigen collectie is geen vereiste voor een museum. Een instelling als de Kunsthal in Rotterdam ontleent haar bestaansrecht voor een belangrijk deel aan het feit dat het geen collectie heeft.

De Kunsthal fungeert als het ware als een lege doos waar thematische exposities worden gehouden. Desondanks heeft de instelling een sterke en herkenbare identiteit en worden de exposities alom gewaardeerd. Experts waarschuwen geen dure collectie aan te leggen. Het is niet nodig te verzamelen wat er al is. Veel materiaal, waaronder schilderijen met Afrikaanse bedienden, is beschikbaar in andere collecties. Het slavernijmuseum zou idealiter geen geen eigen collectie bezitten. Dat past beter bij deze tijd, waarin musea hun collecties steeds meer als last ervaren. Het niet bezitten van een collectie bespaart kosten voor acquisitie, beheer en behoud en het houdt het museum wendbaar, fluïde en actueel. In zo’n situatie zou het museum volledig op bruiklenen, reproducties en multimediale presentatievormen zijn gestoeld. De werkelijkheid laat echter zien dat het in bestaande collecties veelal ontbreekt aan materiaal om het slavernijverleden vanuit niet-westers perspectief te laten zien. Het slavernijmuseum kijkt met een heel andere blik naar de geschiedenis en de samenleving. Het vult een lacune en heeft daardoor haast een museale plicht te verzamelen wat nog niet verzameld is. Daarnaast is de verwachting dat particulieren het museum gaan zien als gedroomde bewaarplaats van persoonlijke erfstukken en andere betekenisvolle bezittingen.

Waar zouden die stukken anders bewaard moeten worden dan in dit museum? Zodoende wordt aanbevolen een heel specifieke eigen collectie op te bouwen vanuit het perspectief van de slaafgemaakten en hun nazaten, als tegenhanger van de reeds bestaande collecties die voornamelijk vanuit het dominante, westerse perspectief zijn opgebouwd. Reeds bestaande collecties vertegenwoordigen de blik

8

Deelrapport Collectievorming

van de dominante partij, de blik van bovenaf. Juist het niet-westerse perspectief, van onderaf, maakt de collectie van het slavernijmuseum uniek en betekenisvol.iv Een eigen collectie heeft voor- en nadelen. Enerzijds biedt het een grote mate van autonomie in het organiseren van tentoonstellingen, zonder afhankelijk te zijn van een derde partij, cq bruikleengever. Bovendien wordt voor objecten in eigen beheer doorgaans geen verzekering afgesloten, wat kosten scheelt. En een eigen collectie verschaft een zekere mate van legitimiteit en status. Het vormt het ‘sacrale hart’ van het museum. Nadelen van een eigen collectie zijn onder meer de hoge kosten voor beheer en behoud (depot, onderhoud en restauratie) en het schept verplichtingen ten aanzien van het regelmatig tonen van stukken uit eigen beheer. Het maakt het museum in dat opzicht minder flexibel. Heel wat musea hebben tegenwoordig hun beleid gericht op het afstoten van delen van de collectie. Daarmee trachten ze meer vrijheid te krijgen om in te spelen op actuele onderwerpen. Een ander argument om objecten wel in de collectie op te nemen is dat de instelling zelf kan bepalen hoe objecten word gebruikt, bij voorbeeld de mate van geaccepteerde vergankelijkheid (slijtage van een object in een tentoonstelling). Met name papier en textiel kunnen bij langdurige blootstelling aan daglicht of aanraking beschadigd raken.

Bij een eigen gebruikscollectie kan geleidelijke erosie als onvermijdelijk worden geaccepteerd. Overzicht van voor- en nadelen van een eigen collectie versus bruiklenen:

Eigen collectie Voordelen

   

Nadelen

   

Zelf bepalen hoe en wanneer objecten te gebruiken. Verzekeringskosten zijn lager Versterkt legitimiteit. Verschaft status en maakt het museum sacraal. Zelf risico van erosie bepalen. Hoge kosten voor beheer en behoud. Tentoonstellingsverplichting van eigen collectie. Eigen collectie kan tot last worden. Veel musea hebben afstootbeleid.

Bruiklenen   

 

Lage kosten voor beheer en behoud. Niet gebonden aan eigen collectie. Flexibel in het bepalen van tentoonstellingen. Makkelijk inspelen op de actualiteit. Hoge kosten voor transport en verzekeringen. Beperkingen t.a.v expositie mogelijkheden. Textiel en papier worden niet langer dan 3 maanden op zaal getoond. Bruikleengevers kunnen hoge eisen stellen aan de omgeving waar objecten worden getoond.

Voor het NTASM lijkt een mengvorm het meest wenselijk. Dat wil zeggen een kleine eigen collectie aangevuld met bruiklenen uit bestaande collecties. Op deze manier

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10884896/1