CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. RIVM rapportage monitoring NSL 2023.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 14 maart 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Monitoringsrapportage Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) 2023 en bijbehorende raadsinformatiebrief. (VN2024-000818)30.434 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Zie het Erratum achter in dit rapport.

Pagina 26 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

Fijnstof overschrijdingen (PM10 en PM2,5) Voor PM10 komen in de huidige berekeningen twee overschrijdingen van de etmaalnorm voor. Deze overschrijdingen vinden plaats in de gemeente Velsen, waar de achtergrondconcentratie hoog is ten gevolge van industriële emissies. In totaal gaat het om 0,2 km weg (per rijrichting). Het betreft twee aaneengesloten wegvakken 22 van de Noordersluisweg in Velsen, waar ook in eerdere jaren overschrijdingen van de grenswaarden werden berekend. Voor een van de wegvakken wordt met ruim 52 μg/m3 voor 2022 ook een overschrijding van de jaarnorm (40,5 μg/m3) berekend. De gemeente Velsen geeft in Bijlage 6A een reactie op deze overschrijdingen. De test op de effecten van het meenemen van de maatregelen in de berekeningen leidt bij de PM10concentratie in Noord-Holland tot een toename van maximaal 0,07 μg/m3 en in Noord-Brabant tot maximaal 0,22 μg/m3. De rekenresultaten van het RIVM waarin de maatregelen in de maatregelgebieden per abuis niet zijn meegenomen, laten dus een lichte onderschatting in de concentraties fijnstof zien. Voor het al dan niet overschrijden van de PM10-grenswaarden maken de verschillen voor de drie steden ook hier niet uit. Er zijn ook berekeningen uitgevoerd voor de fijnere fractie van fijnstof (PM2,5), zonder overschrijdingen van de grenswaarde van 25 μg/m3 te constateren.

De test op het wel meenemen van de maatregelen leidt in Noord-Brabant tot een verhoging van maximaal 0,09 μg/m3 en in Noord-Holland van maximaal 0,08 μg/m3. De rekenresultaten van het RIVM waarin de maatregelen in de maatregelgebieden per abuis niet zijn meegenomen, laten dus een lichte onderschatting in de concentraties van de fijnere fractie van fijnstof zien. Voor het al dan niet overschrijden van de PM2,5-grenswaarden maken de verschillen voor deze drie steden eveneens niet uit. Bijna-overschrijdingen De berekeningen kennen een aanzienlijke onzekerheid. Om een idee te geven van wat het aantal overschrijdingen zou zijn als gemaakte aannamen tegenvallen, toont Tabel 2.2 het resultaat van het toetsen met toepassing van een bandbreedte van 2,5 μg/m3 voor NO2 ten opzichte van de wettelijke grenswaarde 23.

Zie voor meer uitleg over ‘wegvak’ Bijlage 1 Begrippenkader: Overschrijdingen per kilometer wegzijde (of rijrichting). Meer informatie over de toetsing met toepassing van een bandbreedte is te vinden in Bijlage 1.

22

23

Pagina 27 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

Tabel 2.2 Overschrijdingen NO2 en PM10 in kilometers rijrichting voor 2022, getoetst aan de wettelijke grenswaarde en met een bandbreedte van 2,5 μg/m3 voor NO2 en 5 overschrijdingsdagen (zonder zeezoutaftrek) voor PM10. Exclusief overschrijdingen bij veehouderijen.

NO2 km met overschrijding PM10 km met overschrijding

Grenswaarde > 40,5 μg/m3 2,1

Bandbreedte > 38 μg/m3 4,3

Grenswaarde > 35 dagen

Bandbreedte > 30 dagen (zonder zeezoutaftrek) 0,2

0,2

Als we voor NO2 aan 38,0 μg/m3 toetsen in plaats van aan de Nederlandse implementatie van de Europese grenswaarde van 40,5 μg/m3, dan zijn 22 wegsegmenten extra boven deze waarde berekend, met de kanttekening dat ook voor bijna-overschrijdingen geldt dat een aantal punten volgens de bevoegde gezagen niet als toetspunten zouden moeten worden aangemerkt. Zo geeft de gemeente Vijfheerenlanden aan dat de bijna-overschrijding onterecht als toetspunt is aangemerkt, vanwege het toepasbaarheidsbeginsel (bijlage 6A). In de tabel is dit onderscheid niet gemaakt. Als we PM10 concentraties toetsen aan de grens van maximaal dertig overschrijdingsdagen (zonder toepassing van de zeezoutaftrek) in plaats van het Europees toegestane maximum van 35 overschrijdingsdagen, dan wordt er geen éxtra locatie boven deze waarde gevonden. In totaal worden langs dezelfde 0,2 km weg (per rijrichting) ook meer dan dertig overschrijdingsdagen bepaald. Voor de toetspunten werden in voorgaande jaren ook overschrijdingen berekend. 2.2

Resultaat luchtkwaliteit langs wegen voor 2025 en 2030 Deze paragraaf toont de resultaten van de berekeningen voor de zichtjaren 2025 en 2030. Voor de prognose van 2025 is door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) een aangepaste raming gemaakt van de ontwikkelingen in de sector mobiliteit, komend vanuit een periode met coronamaatregelen die doorliep tot in 2021 (PBL et al., 2023). Eventuele langere-termijneffecten van de coronamaatregelen zijn niet meegenomen in de prognoses van het PBL (PBL et al., 2022). Het PBL veronderstelt dat de ontwikkeling van de economie op de langere termijn (vanaf 2025) weer op het groeipad van voor de coronapandemie zit. Tabel 2.3 laat zien dat voor 2025 en 2030 respectievelijk vier en vijf overschrijdingen van de Europese grenswaarde zijn berekend voor NO2. Het betreft in vier gevallen dezelfde punten in Den Haag die ook voor 2022 een overschrijding laten zien. Den Haag heeft deze vier toetspunten echter als onterecht aangemerkt (bijlage 6A). In 2030 is er een extra overschrijding berekend in Lansingerland, langs een toekomstig deel van rijksweg A16 die aansluit op de N209. Wegbeheerder RWS stelt dat het hier om een onterecht toetspunt gaat. De tabel geeft aan dat er in 2025 en 2030 geen berekende Pagina 28 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

overschrijdingen voor NO2 zijn, als de door de bevoegde gezagen aangemerkte ‘onterechte’ toetspunten niet meetellen. Tabel 2.3 Overzicht van het aantal NO2- en PM10-overschrijdingen per gemeente in kilometer rijrichting, berekend voor 2025 en 2030. Het aantal PM10overschrijdingen is inclusief zeezoutaftrek en exclusief de apart in hoofdstuk 3 gepresenteerde overschrijdingen bij veehouderijen. Een aantal berekende overschrijdingen zijn volgens het bevoegd gezag onterecht. Deze zijn per type bevoegd gezag aangemerkt met een ‘*’ (zie Bijlage 6A). Het aantal resterende overschrijdingen na aftrek van de als onterecht aangemerkte overschrijdingen is eveneens gegeven. 24

2025 NO2 Den Haag Nederland (berekend) Na aftrek ‘onterecht’ PM10 Velsen Nederland 2030 NO2 Den Haag Lansingerland Nederland (berekend) Na aftrek ‘onterecht’ PM10 Velsen Nederland

Totaal

Rijksweg

Gemeente

*0,4 0,4 -

-

*0,4 0,4 -

0,1 0,1

-

0,1 0,1

Totaal

Rijksweg

Gemeente

*0,4 *0,1 0,5 -

*0,1 0,1 -

*0,4 0,4 -

0,1 0,1

-

0,1 0,1

Voor PM10 is er voor 2025 en 2030 in Velsen nog een toetspunt met een concentratie boven de Europese etmaalnorm. Daarmee is langs 0,1 km weg voor PM10 een overschrijding berekend. Het betreft een wegvak 25 in Velsen waarvoor voor 2022 ook een overschrijding is berekend. In vorige monitoringsronden werd voor dit wegvak eveneens een overschrijding voor alle zichtjaren berekend. Naast het toetspunt met een overschrijding voor PM10 van de etmaalnorm in 2022, 2025 en 2030, en een overschrijding in 2022 van de jaarnorm, is er voor 2025 en 2030 geen extra overschrijding van de jaarnorm van PM10 berekend. Voor PM2,5 zijn in 2025 en 2030 geen overschrijdingen van de norm berekend. Toetspuntidentificaties van de berekende overschrijdingen staan in de digitale bijlage ‘Rapport 2023-0394 Bijlage overschrijdingen inclusief onterecht verkeer veehouderijen’ bij deze rapportage op de website van het RIVM (https://www.rivm.nl). 25 Zie voor meer uitleg over ‘wegvak’ Bijlage 1 Begrippenkader: Overschrijdingen per kilometer wegzijde (of rijrichting). 24

Pagina 29 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

Toetsen met een bandbreedte (Tabel 2.4) levert in 2025 voor NO2 vier extra wegvakken (0,4 km) op met een NO2-concentratie groter dan 38,0 μg/m3. Deze liggen in de gemeente Haarlemmermeer langs de rijksweg A5. Het kan hier mogelijk gaan om punten die eveneens niet als toetspunten zouden moeten worden aangemerkt, gezien de toelichting van RWS op de naastliggende overschrijding langs de A5 in de voorgaande paragraaf en in bijlage 6A. In de tabel is geen onderscheid gemaakt naar al dan niet onterechte bijna-overschrijdingen. Voor 2030 levert het toetsen met een bandbreedte voor NO2 geen extra wegvakken op. Voor PM10 levert het toetsen aan de bandbreedte van vijf dagen in 2025 in Velsen een extra wegvak op, aansluitend op het wegvak met de overschrijding van de grenswaarde. Voor 2030 levert dit geen extra wegvakken op. Tabel 2.4 Overschrijdingen NO2 en PM10 in kilometers rijrichting voor 2025 en 2030, getoetst aan de wettelijke grenswaarde inclusief een bandbreedte van 2,5 μg/m3 voor NO2 en 5 overschrijdingsdagen (zonder zeezoutaftrek) voor PM10. Exclusief overschrijdingen bij veehouderijen.

Km. met overschrijding NO2 2025 2030 PM10 2025 2030 2.3

Grenswaarde

Bandbreedte

> 40,5 μg/m3 0,4 0,5 > 35 dagen 0,1 0,1

> 38 μg/m3 0,8 0,5 > 30 dagen (zonder zeezoutaftrek) 0,2 0,1

Vergelijking resultaten Monitoringsronde 2023 met voorgaande ronden In Figuur 2.1 is het aantal overschrijdingen langs wegen (in kilometer rijrichting) voor NO2 en PM10 te zien voor de gepasseerde jaren 2012 tot en met 2022. In de figuur zijn de toetspunten meegenomen waarvoor het RIVM een overschrijding berekende, en die door het bevoegd gezag vervolgens als onterechte overschrijdingen zijn aangemerkt. De figuur laat voor NO2 zien dat de daling die is opgetreden in het aantal berekende overschrijdingen in het gepasseerde jaar 2022 op het niveau is van 2018-2019. Het effect van de coronamaatregelen in 2020 en 2021 heeft bijgedragen aan het lage aantal in die jaren. Dat effect is in 2022 niet meer aanwezig. Er was in dat jaar sprake van een toename in de verkeersintensiteit en economische activiteiten ten opzichte van de twee jaren ervoor. Dit resulteerde in wat hogere achtergrondconcentraties en wegbijdragen voor NO2. Voor PM10 is het aantal overschrijdingen sinds 2019 gelijk, met tussen de 0,1 en 0,2 km per rijrichting. Het betreft voor al deze jaren steeds dezelfde locatie met overschrijdingen; de Noordersluisweg in de gemeente Velsen. De rekenresultaten van de prognose voor 2025 en 2030 geven een nagenoeg gelijk beeld voor de overschrijdingen, als in de vorige Pagina 30 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

monitoringsronde. Voor NO2 zijn in de huidige ronde vijf overschrijdingen op toetspunten berekend, maar die zijn door het bevoegd gezag op basis van foutieve gegevensinvoer als onterecht aangemerkt. Daarmee rekening houdend, is het resultaat voor NO2 gelijk aan dat van de drie voorgaande monitoringsronden. Voor PM10 is het aantal berekende overschrijdingen in 2025 en 2030 en hun locatie gelijk aan de raming van de vorige twee ronden. Resultaten kunnen van jaar tot jaar verschillen, door wijzigingen in onder meer de (reken)methodiek, locaties en aantal toetspunten, lokale invoergegevens en generieke invoergegevens, zoals grootschalige concentraties en emissiefactoren. De introductie in deze monitoringsronde van het nieuwe instrument CIMLK, als vervangend platform voor de gegevensuitwisseling, resulteerde in een aantal gevallen in onbedoelde onvolkomenheden in de invoergegevens. Deze zullen in komende monitoringsronden afnemen. De wijzigingen die de verschillen in monitoringsresultaat ten opzichte van de afgelopen monitoringsronde mede kunnen verklaren, zijn op hoofdlijnen toegelicht in Bijlage 3. De effecten van de coronamaatregelen op de berekende grootschalige achtergrondconcentraties in 2022 zijn eveneens in deze bijlage aangegeven.

Pagina 31 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

Figuur 2.1 Het aantal overschrijdingen langs wegen voor NO2 (boven) en PM10 (onder) in kilometer rijrichting, zoals berekend door de monitoringstool voor de gepasseerde jaren uit de verschillende monitoringsronden vanaf 2012 (MR2013). Van overschrijding grenswaarde is sprake als de jaargemiddelde concentratie NO2 > 40,5 µg/m3 en PM10 > 31,2 µg/m3 is. Let op: dit overzicht bevat alle berekende overschrijdingen, ook die waarvan het bevoegd gezag heeft aangegeven dat ze onterecht zijn. De verticale schaal is niet gelijk in beide figuren. Pagina 32 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

2.4

Onzekerheden en statistisch verwacht aantal overschrijdingen NO2 langs wegen De berekende resultaten van de monitoring zijn onderhevig aan verschillende onzekerheden. Voor een deel zijn onzekerheden in de resultaten het gevolg van onzekerheden in de generieke gegevens in de monitoring. Een gedetailleerde opsomming van onzekerheden in de generieke gegevens en modelonzekerheden is te vinden in paragraaf 5.2 in Van Zanten et al. (2013). Voor de lokale invoergegevens afkomstig van het lokaal bevoegd gezag ligt de verantwoordelijkheid – en dus ook de kwaliteitsborging – bij het desbetreffende gezag. Het bevoegd gezag beoordeelt de effecten van projecten en maatregelen en verwerkt deze in de invoer. Het RIVM draagt hier geen verantwoordelijkheid voor. De onzekerheden in de lokale gegevens zijn veelal niet bekend. Elke berekening van luchtkwaliteit kent een intrinsieke onzekerheid; op basis van vergelijkingen met metingen bedraagt de modelonzekerheid in de berekeningen langs wegen ongeveer 20-25 procent (95 procent betrouwbaarheidsinterval). Als een berekende concentratie bijvoorbeeld nagenoeg gelijk is aan de grenswaarde van 40 µg/m3, dan is er dus 5 procent kans dat de feitelijke concentratie lager is dan ongeveer 31 µg/m3 of hoger is dan ongeveer 49 µg/m3.

Om na te gaan hoe gevoelig de resultaten van de monitoring – en dus de aantallen overschrijdingen – voor NO2 zijn voor onzekerheden, is voor alle toetspunten bepaald hoe groot de kans is dat de achtergrondconcentraties of de lokale concentratiebijdragen zodanig toe- of afnemen dat er sprake is van een overschrijding, of juist niet meer. De som van alle kansen op overschrijdingen, klein en groot, geeft het statistisch verwachte aantal overschrijdingen. Meer informatie over de werkwijze is te vinden in Bijlage 4: Onzekerheden in aantallen NO2-overschrijdingen langs wegen in het NSL. Resultaten voor 2022, 2025 en 2030 De combinatie van het aantal locaties met NO2-concentraties in de buurt van de grenswaarde en de geschatte kans op lagere of hogere concentraties dan berekend, leidt tot een statistisch verwacht aantal overschrijdingen voor NO2 in 2022 van ongeveer 116 (overeenkomend met 11,6 km weg, per rijrichting). 26 Dit statistisch verwachte aantal overschrijdingen is dus geen worst case-aantal, maar het aantal overschrijdingen dat wordt verwacht als de concentratie op elke rekenlocatie exact zou kunnen worden bepaald. Dit berekende aantal statistisch verwachte overschrijdingen voor 2022 ligt ruim hoger dan het aantal voor 2021: toen waren het er ongeveer 23. Voor 2018 en 2019 waren het er respectievelijk nog ruim vijfhonderd en ongeveer tweehonderd.

Door neveneffecten van de coronamaatregelen zijn er in heel Nederland voor 2020 en 2021 aanzienlijk lagere NO2concentraties op toetspunten berekend dan voor 2018 en 2019. Het aantal toetspunten met waarden in de buurt van de grenswaarde is voor 26

Zie Erratum achter in dit rapport. Pagina 33 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

2020 en 2021 sterk gedaald, waardoor het statistisch verwachte aantal overschrijdingen ook lager is dan voor 2018 en 2019. Wel is het aantal voor 2021 hoger dan voor 2020. In 2022 is er een verdere toename te zien van toetspunten met waarden in de buurt van de grenswaarde, waardoor er ook een toename is in het verwachte aantal overschrijdingen ten opzichte van 2021. In 2022 is dit aantal nog wel lager dan in 2019. Dit aantal statistisch verwachte overschrijdingen is groter dan het aantal volgens de wettelijk vastgelegde methode berekende overschrijdingen in paragraaf 2.1, omdat nu de kansen van alle ‘net-niet-overschrijdingen’ ook in kaart zijn gebracht. Dit aantal wordt een klein beetje – maar lang niet volledig – gecompenseerd door locaties die net boven de grenswaarde zijn gemodelleerd, en er in werkelijkheid net onder zitten. Deze analyse toont aan dat er sprake is van enkele bijna-overschrijdingen die niet uit het oog mogen worden verloren. Voor 2025 en 2030 bedraagt het statistisch verwachte aantal overschrijdingen respectievelijk 22 en 8. In Bijlage 5 is de ruimtelijke verdeling van de hoogste kans op overschrijding van de NO2-grenswaarde in 2022, 2025 en 2030 op gemeenteniveau weergegeven (Figuur B5.1).

Pagina 34 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

3

Resultaten luchtkwaliteit nabij veehouderijen

In dit hoofdstuk worden de resultaten van de berekeningen voor fijnstof nabij veehouderijen gepresenteerd. Binnen de NSL Monitoring wordt speciaal aandacht besteed aan de intensieve veehouderij, omdat veehouderijen lokaal een significante bijdrage kunnen leveren aan de concentraties fijnstof. 3.1

Criteria voor invoer van veehouderijen De bevoegde gezagen is verzocht veehouderijen in de monitoringstool in te voeren, als ze voldoen aan ten minste één van de criteria zoals die in de Monitoringsronde 2018 zijn geformuleerd (Rutledge-Jonker et al., 2018): • De totale vergunde emissie fijnstof van een veehouderijbedrijf is groter dan 500 kg per jaar, in een gebied waar de jaargemiddelde achtergrondconcentratie fijnstof hoger is dan 27 μg/m3. • De totale vergunde emissie fijnstof van een veehouderijbedrijf is groter dan 800 kg per jaar, ongeacht de hoogte van de jaargemiddelde achtergrondconcentratie. • De individuele luchtkwaliteitsberekening bij vergunningverlening van een veehouderijbedrijf resulteert in een totaal aantal overschrijdingsdagen van dertig of meer per jaar. • Het bevoegd gezag heeft redenen om aan te nemen dat het invoeren en doorrekenen van een veehouderijbedrijf om een andere reden relevant is om een goed en verdedigbaar beeld van de luchtkwaliteit te krijgen. In overleg met het ministerie van IenW is ook dit jaar afgezien van intensieve kwaliteitscontroles op de invoergegevens voor veehouderijen, om redenen die zijn gegeven in paragraaf 1.2. Er is wel een beperkt aantal automatische controles op veehouderijgegevens uitgevoerd.

Dit leidde ertoe dat diverse bevoegde gezagen is verzocht de invoergegevens voor veehouderijen in een korte verlengde actualisatieperiode opnieuw en in goede orde aan te leveren, al dan niet onder begeleiding van Bureau Monitoring. Dit resulteerde erin dat het RIVM voor een aantal belangrijke jurisdicties uiteindelijk de fijnstofconcentraties voor toetsing aan de grenswaarden kon berekenen. Tijdens die berekeningen constateerde het RIVM nog enkele onvolkomenheden in de invoergegevens, waardoor de concentratie fijnstof niet op alle receptoren was te berekenen. Het RIVM informeert de bevoegde gezagen hierover in de aanloop naar de aankomende Monitoringsronde 2024, met het verzoek de oorzaken van de onvolkomenheden weg te nemen.

3.2

Werkwijze luchtkwaliteit nabij veehouderijen In de Monitoringsronde 2023 zijn zowel de generieke als de lokale veehouderijspecifieke invoergegevens geactualiseerd. De generieke gegevens bestaan onder meer uit de grootschalige jaargemiddelde achtergrondconcentraties, de meteorologische gegevens en de emissiefactoren. De lokale veehouderijgegevens bestaan onder meer uit vergunde aantallen dieren, stalsystemen, locaties en kenmerken van Pagina 35 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

emissies, en ligging van toetspunten. De actualisatie van deze lokale veehouderijgegevens is door de bevoegde gezagen in het monitoringsinstrument CIMLK uitgevoerd. De rekenresultaten voor de fijnstofconcentraties in relatie tot veehouderijen zijn gebaseerd op de vergunde gegevens, zoals die door het bevoegd gezag zijn ingevoerd in CIMLK. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de in juni 2023 beschikbaar gekomen versie van het ISL3a-model. 27 In dit model zijn onder meer de meteorologische parameters, jaargemiddelde achtergrondconcentraties en RAVemissiefactoren toegepast die in maart 2023 zijn bekendgemaakt door de staatssecretaris van IenW. 28 Bij de berekening met het ISL3a-model wordt de veehouderijbijdrage bij de achtergrondconcentratie opgeteld. Dit zorgt voor dubbeltellingen, omdat de veehouderijen ook worden meegenomen in de berekening van de achtergrondconcentraties. De resultaten zijn hiervoor gecorrigeerd. De concentraties fijnstof worden berekend voor het gepasseerde jaar 2022 en de zichtjaren 2025 en 2030. Op het moment van het opstellen van deze rapportage lukte het – om onduidelijke redenen – echter niet om de concentraties voor 2025 met ISL3a succesvol door te rekenen, terwijl dit wel lukte voor 2022 en 2030.

Omwille van de tijdige publicatie concentreert deze rapportage zich daarom op de toetsing van de fijnstofconcentraties aan de grenswaarden voor het gepasseerde jaar 2022 en het prognosejaar 2030. Het RIVM streeft ernaar de rekenresultaten voor het prognosejaar 2025 bij de publicatie van dit rapport beschikbaar te stellen in CIMLK. Voor de berekening van het gepasseerde jaar is onder meer gebruikgemaakt van de geactualiseerde lokale veehouderijgegevens, jaargemiddelde achtergrondconcentraties voor 2022 en meteorologische gegevens voor 2022. In de berekening van de lokale bijdrage rondom veehouderijen in 2025 en 2030 is met de introductie van het CIMLK in deze monitoringsronde de bevoegde gezagen verzocht lokale veehouderijgegevens te gebruiken die zij voor deze prognosejaren voorzien. Deze gegevens zijn gecombineerd met prognoses voor de jaargemiddelde achtergrondconcentraties voor 2025 en 2030. Voor beide prognosejaren is dezelfde rekenmethode gehanteerd die is toegepast in de vier voorgaande monitoringsronden (De Smet et al., 2019, 2020, 2021, 2022). Deze maakt gebruik van de veranderingen in de grootschalige achtergrondconcentraties (GCN) tussen 2021 (het recentste jaar waarvoor emissies van de Emissieregistratie beschikbaar zijn) en zichtjaren 2025 en 2030.

In de prognoses van de achtergrondconcentraties voor 2025 en 2030 is verondersteld dat de ontwikkeling van de economie vanaf 2025 weer op het pad is van voor de coronapandemie. Tot en met 2025 is in de achtergrondconcentraties nog enig na-ijleffect van de coronamaatregelen verwerkt (zie bijlage 3). De pandemie heeft geen effect meer op de concentraties en de rekenresultaten voor 2030. https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/slag/isl3a/ https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/luchtkwaliteit/vraag-en-antwoord/hoe-kan-ik-luchtvervuilingberekenen 27 28

Pagina 36 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

De berekende waarden zijn vervolgens getoetst aan de grenswaarden voor fijnstof. De resultaten voor de zichtjaren 2025 en 2030 moeten als indicatief worden beschouwd, aangezien lokale veehouderijgegevens in de komende jaren danig kunnen veranderen. De Monitoringsrapportage 2013, Bijlage 3 (Van Zanten et al., 2013) bevat aanvullende informatie over de werkwijze van de monitoring nabij veehouderijen. In het kader van de monitoring van het NSL zijn de rekenresultaten getoetst aan de grenswaarden op locaties die buiten het terrein van een inrichting liggen. Deze locaties heten toetspunten. 29 Het betreft hier locaties van burgerwoningen, plattelandswoningen 30 en een categorie overig. 31 Er zijn deze ronde 1.407 veehouderijen meegenomen in de luchtkwaliteitsberekeningen voor het rekenjaar 2022, en respectievelijk 1.417 en 1.411 voor de zichtjaren 2025 en 2030. In totaal is voor 2022 op 8.678 locaties gerekend (9.038 voor 2025 en 2030). Diverse door te rekenen locaties zijn meerdere keren in de database ingevoerd, omdat ze in de buurt liggen van verschillende dicht bij elkaar gelegen veehouderijen, die elk afzonderlijk in het monitoringsinstrument zijn ingevoerd met een overlap in de door te rekenen locaties. Zonder deze overlap is er op 8.824 unieke locaties voor 2022 gerekend (9.023 voor 2025 en 2030).

Daarnaast betreft het gedeeltelijk locaties waar niet hoeft te worden getoetst, omdat hier sprake is van bedrijfswoningen. Uiteindelijk is de fijnstofconcentratie voor 2022 op 5.315 unieke toetspunten getoetst aan de Europese grenswaarden voor PM10. Voor 2025 en 2030 was dit op 5.344 toetspunten. Paragraaf 3.4 gaat nader in op de aantallen doorgerekende toetspunten en betrokken veehouderijen door de jaren heen. Het aantal toetspunten is hiermee n ten opzichte van vorige monitoringsronden wederom toegenomen. Ter vergelijking: in Monitoringsronde 2022 werden in totaal 1.376 veehouderijen meegenomen in de luchtkwaliteitsberekeningen. De fijnstofconcentratie werd toen op 4.856 unieke toetspunten getoetst aan de Europese PM10grenswaarden. Er is een aantal veehouderijen nieuw toegevoegd, maar er zijn er ook enkele verwijderd ten opzichte van de vorige ronde. Er is een uiteindelijke toename van 31 veehouderijen voor het gepasseerde jaar. De toename van het aantal doorrekeningen op toetspunten voor 2022 is bijna 460. Daarmee lijkt het dat bevoegde gezagen in deze monitoringsronde hebben gewerkt aan het invoeren van ontbrekende veehouderijen en relevante receptoren (woningen) rondom veehouderijen, in lijn met eerdere verzoeken van Bureau Monitoring.

De resultaten in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de gegevens zoals die door de gemeenten zijn ingevoerd in het monitoringsinstrument CIMLK. Deze gegevens – en daarmee ook de rekenresultaten voor de desbetreffende locaties – bevatten mogelijk onvolkomenheden. Gemeenten en provincies zijn in de gelegenheid gesteld een toelichting Dit uitgangspunt wijkt af van de toetsing bij de vergunningverlening. Bij vergunningverlening hoeft een individuele veehouderijlocatie alleen niet op zijn eigen terrein van de inrichting te toetsen. In het kader van het NSL hoeft een individuele veehouderijlocatie niet op zijn eigen terrein van de inrichting te toetsen en ook niet op het terrein van een andere inrichting. 30 Een plattelandswoning is een voormalige agrarische woning die op grond van het bestemmingsplan mag worden bewoond door derden. 31 Zie voor meer uitleg Bijlage 1 Begrippenkader: Toetspunten en rekenpunten veehouderijen. 29

Pagina 37 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

te geven op de invoergegevens en de daaruit berekende overschrijdingen. Van een aantal van de berekende en gerapporteerde overschrijdingen kan het bevoegd gezag achteraf aangeven dat deze onterecht zijn. Veelal betreft dit locaties die ten onrechte als toetspunt aangemerkt zijn, of toetspunten die per abuis op de verkeerde locatie zijn ingevoerd. De desbetreffende overschrijdingen worden in zo’n geval in de rapportage benoemd als ‘volgens het bevoegd gezag onterecht’. In bijlage 6A geven de bevoegde gezagen een toelichting op de door hen als onterecht aangemerkte overschrijdingen. Het bevoegd gezag kan eventuele onvolkomenheden in de invoerdata corrigeren tijdens de actualisatiefase van de volgende monitoringsronde, in dit geval die van 2024. De invoergegevens van enkele bevoegde gezagen bevatten onvolkomenheden, waardoor op een aantal receptoren geen concentratie was te berekenen. Het RIVM zal de betreffende bevoegde gezagen hierop in de aanloop naar de volgende monitoringsronde attenderen, zodat deze onvolkomenheden in een volgende ronde zijn te vermijden. Het RIVM wijzigt gegevens tijdens of na de actualisatieperiode niet eigenhandig, zelfs niet op verzoek van het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag dient de gegevens zelf te controleren en te corrigeren. 3.3

Resultaten luchtkwaliteit nabij veehouderijen voor 2022 In deze paragraaf worden de resultaten van de fijnstofconcentraties voor het gepasseerde jaar 2022 weergegeven. In Tabel 3.1 en Tabel 3.2 zijn deze resultaten opgenomen. In zeven gemeenten zijn overschrijdingen van de etmaalnorm voor fijnstof op de locaties van één of meerdere woningen (toetspunten) rondom dertien veehouderijen berekend. De concentratiebijdragen van deze veehouderijen leiden – meestal in combinatie met de bijdragen van andere bronnen die in de achtergrondconcentraties zijn verwerkt zijn – tot overschrijdingen van de grenswaarde. In totaal betreft het negentien toetspunten met een overschrijding. De overschrijdingen vinden plaats in Gelderland, Limburg, Noord-Brabant en Overijssel. Daarbuiten is op geen enkel toetspunt een overschrijding van de jaarnorm berekend. Van de berekende overschrijdingen in Barneveld, Ede en Nijkerk geeft het bevoegd gezag achteraf aan dat het ‘onterechte overschrijdingen’ betreft. In bijlage 6A geven deze gemeenten een toelichting op de door hen als onterecht aangemerkte overschrijdingen. Het betreft alle overschrijdingen die het RIVM voor 2022 in de provincie Gelderland berekende. Tellen we de onterechte overschrijdingen niet, dan is er elders in het land sprake van vier gemeenten met één of meer overschrijdingen.

Pagina 38 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

Tabel 3.1 Aantal overschrijdingen van de PM10-etmaalnorm, berekend nabij veehouderijen in 2022. Het ‘maximum aantal overschrijdingsdagen’ is bepaald zonder toepassing van de zeezoutaftrek. Een aantal berekende overschrijdingen is volgens het bevoegd gezag onterecht. Deze zijn aangemerkt met een ‘*’ (zie Bijlage 6A). Het aantal resterende overschrijdingen na aftrek van de als onterecht aangemerkte overschrijdingen is eveneens gegeven. 32

Aantal veehouderijen dat bijdraagt aan overschrijding

Gelderland Barneveld* Ede* Nijkerk* Limburg Nederweert Noord-Brabant Asten Someren Overijssel Wierden Totaal Na aftrek ‘onterecht’

Aantal toetspunten met overschrijding

Maximum aantal overschrijdingsdagen

*2 *1 *1

*2 *1 *2

*70 *85 *50

5

8

97

2 1

4 1

102 42

1 13 9

1 19 14

38

Het aantal overschrijdingen (en overschrijdingsdagen) is erg gevoelig voor een beperkte toename in de berekende concentraties. Om deze gevoeligheid en de onzekerheden in de berekening te kwantificeren, zijn twee situaties in Tabel 3.2 weergegeven. De tabel geeft per gemeente het aantal toetspunten weer waar sprake is van een aantal overschrijdingsdagen groter dan de etmaalnorm van 35 overschrijdingsdagen (met zeezoutaftrek) en het aantal toetspunten waar sprake is van een aantal overschrijdingsdagen groter dan dertig, zonder zeezoutaftrek. Deze bandbreedte 33 van vijf overschrijdingsdagen, vertaald naar concentratie, komt overeen met een bandbreedte van ruim 1 µg/m3 onder de etmaalnorm. Per gemeente geeft de tabel ook het aantal veehouderijen dat bijdraagt aan de overschrijding op de toetspunten. Tabel 3.2 illustreert dat de berekende concentraties fijnstof op een aantal locaties nabij veehouderijen net onder de etmaalnorm liggen. Bij een verhoging van de concentratie met ruim 1 µg/m3 zou het aantal overschrijdingen voor 2022 stijgen van 19 naar 35, inclusief de onterechte overschrijdingen. Na aftrek van de onterechte overschrijdingen stijgt het van 14 naar 30 toetspunten, en zou er in 7 éxtra gemeenten sprake zijn van overschrijdingen van de etmaalnorm. Deze analyse brengt het aantal bijna-overschrijdingen in beeld.

32 Toetspuntidentificaties van de berekende overschrijdingen staan in de digitale bijlage ‘Rapport 2023-0394 Bijlage overschrijdingen inclusief onterecht verkeer veehouderijen’ bij deze rapportage op de website van het RIVM (https://www.rivm.nl). 33 Meer informatie over de toetsing met toepassing van een bandbreedte is te vinden in Bijlage 1.

Pagina 39 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

Tabel 3.2 Aantal toetspunten per gemeente waarvoor in 2022 een overschrijding is berekend van de PM10-etmaalnorm (> 35 overschrijdingsdagen, inclusief zeezoutaftrek) en met een bandbreedte (> 30 overschrijdingsdagen, zonder zeezoutaftrek) en het aantal veehouderijen met een bijdrage aan deze overschrijdingen. Een aantal berekende overschrijdingen is volgens het bevoegd gezag onterecht. Deze zijn aangemerkt met een ‘*’ (zie Bijlage 6A). Per bevoegd gezag is het aantal toetspunten (en veehouderijen) - na aftrek van de als onterecht aangemerkte overschrijdingen - achter de schuine streep gegeven. 34

Gelderland Barneveld* Ede* Epe Lingewaard Nijkerk* Limburg Horst aan de Maas Nederweert Noord-Brabant Asten Best Meierijstad Someren Overijssel Wierden Totaal Na aftrek ‘onterecht’ 3.4

Aantal toetspunten (veehouderijen) met > 35 dagen overschrijding van grenswaarde

Aantal toetspunten (veehouderijen) met > 30 dagen overschrijding van grenswaarde

*2 (*2) / *1 (*1) / *2 (*1) / -

*4 (*4) / 2 (2) *1 (*1) / 1 (1) 1 (1) *3 (*1) / 1 (1)

8 (5)

1 (1) 15 (9)

4 (2) 1 (1)

5 (3) 1 (1) 1 (1) 1 (1)

1 (1) 19 (13) 14 (9)

1 (1) 35 (25) 30 (22)

Vergelijking Monitoringsronde 2023 met voorgaande ronden Door de jaren heen zijn de methodologische uitgangspunten bij de monitoring van de veehouderijen regelmatig aangepast. Gedurende Monitoringsronden 2014 t/m 2017 is de systematiek ruwweg gelijk gebleven. In Monitoringsronde 2018 zijn de criteria om veehouderijen in te voeren gewijzigd. Deze criteria zijn ook in de huidige monitoringsronde gebruikt. Daarnaast is ernaar gestreefd het aantal (soms al langer bestaande) onvolkomenheden in invoergegevens terug te dringen. De gemeenten zijn in voorgaande ronden herhaaldelijk geattendeerd op mogelijk ontbrekende veehouderijen in de monitoringstool, met het verzoek deze – indien relevant – alsnog toe te voegen. De praktijk wees uit dat de gemeenten dit aandachtspunt in het algemeen goed oppakten en eventuele relevante veehouderijen invoerden. In deze ronde is daarom licht ingezet op dit aandachtspunt. Er traden echter wel problemen op met de datakwaliteit van aangeleverde invoergegevens. Die hadden te maken met het in gebruik nemen van het CIMLK als nieuw monitoringsinstrument, en met het enigszins aangepaste uitwisselformaat van de invoergegevens voor veehouderijen (zie paragraaf 3.1 en hoofdstuk 4).

In de huidige monitoringsronde is de systematiek verder 34 Toetspuntidentificaties van de berekende overschrijdingen staan in de digitale bijlage ‘Rapport 2023-0394 Bijlage overschrijdingen inclusief onterecht verkeer veehouderijen’ bij deze rapportage op de website van het RIVM (https://www.rivm.nl).

Pagina 40 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

grotendeels gelijk aan die in voorgaande ronden. De resultaten van de afgelopen ronden kunnen daarom op hoofdlijnen met elkaar worden vergeleken. Tabel 3.3 geeft voor de laatste negen monitoringsronden een overzicht van het aantal overschrijdingen van de grenswaarden voor fijnstof voor de gepasseerde jaren. Het aantal toetspunten met een overschrijding van de etmaalnorm is tussen 2013 en 2022 gedaald van 111 naar 19, terwijl het aantal veehouderijen is gestegen van 509 naar 1.407 en het aantal doorgerekende toetspunten van 2.558 naar 5.315. Het aantal toetspunten met een overschrijding van de jaarnorm is in deze periode gedaald van vier naar nul. De afname in het aantal overschrijdingen is voor een groot deel toe te schrijven aan de dalende achtergrondconcentraties. Mede door neveneffecten van de coronamaatregelen zijn er voor 2020 en 2021 in heel Nederland lagere PM10-concentraties op toetspunten berekend dan voor de andere jaren. Het aantal toetspunten met waarden in overschrijding is voor 2020 en 2021 daardoor mogelijk extra gedaald. In 2022 zijn de achtergrondconcentraties weer in lijn met de dalende trend van voor 2020 (zie Bijlage 3). Daarmee is het aantal toetspunten in overschrijding ook weer terug op het trendniveau van voor 2020. Er zijn in deze ronde enkele knelpunten berekend die het bevoegd gezag achteraf aanmerkt als onterecht. Dit is niet in de tabel verwerkt.

Tabel 3.3 Het aantal toetspunten waarvoor een overschrijding van de PM10etmaalnorm en van de PM10-jaarnorm is berekend, en het aantal veehouderijen met een bijdrage aan de overschrijdingen van deze normen. Let op: dit overzicht bevat ook overschrijdingen waarvan gemeenten hebben aangegeven dat ze onterecht zijn. MR = monitoringsronde.

Jaartal (MR)

2013 (MR2014) 2014 (MR2015) 2015 (MR2016) 2016 (MR2017)2 2017 (MR2018) 2018 (MR2019) 2019 (MR2020) 2020 (MR2021) 2021 (MR2022) 2022 (MR2023)

Aantal veehouderijen 509 565 636 636 1.175 1.297 1.358 1.369 1.376 1.407

Aantal Aantal toetsAantal toetsunieke punten met punten met toetsetmaalnormjaarnormpunten overschrijding1 overschrijding1 2.558 111 (63) 4 (5) 2.586 89 (57) 3 (3) 2.678 46 (34) 1 (1) 2.678 35 (29) 0 (0) 4.245 44 (36) 2 (2) 4.613 64 (47) 3 (2) 4.792 25 (27) 0 (0) 4.823 13 (10) 0 (0) 4.856 15 (16) 0 (0) 5.315 19 (13) 0 (0)

Tussen haakjes staat het aantal veehouderijen met een bijdrage aan een overschrijding. In MR2017 zijn de veehouderijgegevens niet geactualiseerd, en daarmee gelijk aan MR2016. In deze ronde zijn alleen de achtergrondconcentraties geactualiseerd. Zie de Monitoringsrapportage 2017, hoofdstuk 3 (Rutledge-Jonker et al., 2017) voor meer informatie hierover. 1 2

De berekende overschrijdingen voor 2022 (Tabel 3.2) komen voor in een aantal gemeenten die in één of meer eerdere monitoringsronden ook overschrijdingen hadden, al dan niet door het bevoegd gezag als onterecht aangemerkt: Barneveld, Ede, Nederweert, Asten, Someren en Wierden. Het betreft grotendeels toetspunten waarvoor in één of meer voorgaande monitoringsronden – al dan niet onterecht – ook een Pagina 41 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

overschrijding werd berekend. Het gaat daarbij meestal om de bijdragen van dezelfde veehouderijen. Ten opzichte van de vorige ronde is in Nederweert het aantal toetspunten in overschrijding afgenomen. Asten kent een toename van twee overschrijdingen. Scherpenzeel en Peel en Maas hadden overschrijdingen in 2021, maar niet in het gepasseerde jaar 2022. Alle gemeenten in de provincie Gelderland met overschrijdingen in 2022 kenden geen overschrijdingen in 2021. Barneveld en Ede kenden in monitoringsronden vóór de coronapandemie wel overschrijdingen. Die werden door het bevoegd gezag toen echter als onterecht aangemerkt. Voor Nijkerk werden in minstens vier voorgaande ronden geen overschrijdingen berekend. Ook in de huidige monitoringsronde zijn de overschrijdingen door deze drie gemeenten achteraf aangemerkt als onterecht (zie 3.3). Het Overijsselse Wierden kende in 2019 eveneens een overschrijding. Het toepassen van een bandbreedte van vijf extra overschrijdingsdagen resulteert voor 2022 in acht gemeenten waarvoor ook in 2021 meer dan dertig overschrijdingsdagen werd berekend. Van de andere vier gemeenten met meer dan dertig overschrijdingsdagen geldt dit voor meerdere ten opzichte van jaren kort voorafgaand aan 2021.

Dit betekent dat voor nagenoeg alle gemeenten waarvoor in 2022 een overschrijding van de bandbreedte van vijf extra overschrijdingsdagen werd berekend, ook in een of meer voorgaande jaren bijnaoverschrijdingen werden berekend. De toename met 31 meer ingevoerde veehouderijen levert ruim 460 meer doorgerekende toetspunten op voor 2022. Van de negentien toetspunten met een overschrijding van de etmaalnorm betreft het zeven nieuwe overschrijdingslocaties ten opzichte van 2021. De berekende overschrijdingen van de etmaalnorm vinden voornamelijk plaats in gebieden in Gelderland, Limburg en Noord-Brabant waar veehouderijen dicht bij elkaar liggen. De achtergrondconcentraties in de gebieden met intensieve veehouderijen zijn relatief hoog. Dit komt mede door de cumulatieve uitstoot van fijnstof in of nabij een dergelijk gebied. 3.5

Resultaten luchtkwaliteit nabij veehouderijen voor 2030 In deze paragraaf zijn de indicatieve resultaten van de fijnstofconcentraties nabij veehouderijen voor het prognosejaar 2030 beschreven 35. In de huidige monitoringsronde is de bevoegde gezagen voor het eerst gevraagd om naast de geactualiseerde invoergegevens voor het gepasseerde jaar 2022 ook voor de prognosejaren 2025 en 2030 apart geactualiseerde gegevens in te voeren in CIMLK. Voorheen betrof het alleen een actualisatie van de invoergegevens voor het gepasseerde jaar. Met die veehouderijgegevens werd dan ook voor de prognosejaren gerekend. In de huidige ronde berekent het RIVM de fijnstofconcentraties met de per prognosejaar aangeleverde geactualiseerde invoergegevens voor veehouderijen. Daarmee kunnen Op het moment van het opstellen van deze rapportage lukte het RIVM – om onduidelijke redenen – niet om de concentraties voor 2025 met ISL3a succesvol door te rekenen. Omwille van de tijdige publicatie concentreert deze paragraaf zich op de toetsing van de fijnstofconcentraties aan de grenswaarden voor 2030. Het RIVM streeft er naar de rekenresultaten voor het 2025 bij de publicatie van dit rapport beschikbaar te stellen in CIMLK.

35

Pagina 42 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

de resultaten voor de prognosejaren enigszins afwijken van de prognoses in eerdere monitoringsrapportages. In de prognoses van de achtergrondconcentraties is voor 2025 nog een licht na-ijleffect van de coronamaatregelen voorzien. Voor 2030 is verondersteld dat de ontwikkeling van de economie weer op het pad is van voor de coronapandemie. De pandemie heeft daarmee een licht resterend na-ijleffect op de berekende fijnstofconcentraties op toetspunten voor 2025, en geen effect meer op die voor 2030 (Bijlage 3). Op basis van de door bevoegde gezagen te verwachten vergunde emissies van de veehouderijen, zoals ingevoerd in het CIMLK, gecombineerd met achtergrondconcentraties voor 2030, zijn in vijf gemeenten overschrijdingen van de etmaalnorm voor fijnstof berekend op één of meerdere toetspunten (Tabel 3.4). De overschrijdingen worden veroorzaakt door de concentratiebijdragen van acht veehouderijen. In totaal betreft het elf toetspunten met een overschrijding. De drie Gelderse gemeenten Barneveld, Ede en Nijkerk geven achteraf aan dat het in hun gemeente om onterechte overschrijdingen gaat. Na aftrek van deze onterechte overschrijdingen resteren er twee gemeenten (Asten en Nederweert), met in totaal vijf overschrijdingen veroorzaakt door vijf veehouderijen.

De toetspunten met door RIVM berekende concentraties hoger dan de etmaalnorm – ook die met een als onterecht aangemerkte overschrijding – bevinden zich voornamelijk in gebieden waar relatief veel veehouderijen dicht bij elkaar liggen: Gelderland, Limburg en Noord-Brabant. Het betreft merendeels dezelfde veehouderijen en toetspunten als berekend voor 2022. Het aantal toetspunten met een overschrijding van de etmaalnorm is voor 2030 lager dan voor 2022, en het betreft voor 2030 dezelfde locaties als voor 2022. In de berekeningen voor 2030 zijn de effecten van de coronamaatregelen niet meegenomen; de prognose is dat de achtergrondconcentratie ter plaatse van de toetspunten in de periode van 2021 tot en met 2030 daalt met ongeveer 3 µg/m3 (Bijlage 3).

Pagina 43 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

Tabel 3.4 Aantal indicatieve toetspunten per gemeente waarvoor in 2030 een overschrijding is berekend van de PM10-etmaalnorm (> 35 overschrijdingsdagen, inclusief zeezoutaftrek) en met een bandbreedte (> 30 overschrijdingsdagen, zonder zeezoutaftrek), en het indicatieve aantal veehouderijen met een bijdrage aan deze overschrijdingen. Een aantal berekende overschrijdingen is volgens het bevoegd gezag onterecht. Deze zijn aangemerkt met een ‘*’ (zie Bijlage 6A). Per gevoegd gezag is het aantal toetspunten (en veehouderijen) - na aftrek van de als onterecht aangemerkte overschrijdingen - achter de schuine streep gegeven. 36

Aantal toetspunten (veehouderijen) met > 35 dagen overschrijding van grenswaarde Gelderland Barneveld* Berg en Dal Ede* Epe Nijkerk* Putten Limburg Nederweert Noord-Brabant Asten Someren Totaal Na aftrek ‘onterecht’

*1 (*1) / *1 (*1) / *1 (*1) / -

Aantal toetspunten (veehouderijen) met > 30 dagen overschrijding van grenswaarde *1 (*1) /

1 (1) *1 (*1) / 1 (1) *3 (*1) / 2 (1) 1 (1)

4 (3)

5 (3)

4 (2) 11 (8) 8 (5)

4 (2) 1 (1) 18 (12) 15 (10)

Net als voor 2022 is de gevoeligheid van het aantal toetspunten met een overschrijding in 2030 onderzocht voor een beperkte toename van de berekende concentraties, en het daarmee samenhangende aantal overschrijdingsdagen. Tabel 3.4 geeft het aantal toetspunten per gemeente weer waar sprake is van een aantal overschrijdingsdagen groter dan de etmaalnorm (inclusief zeezoutaftrek) en bij toepassing van een bandbreedte van vijf dagen zonder de aftrek van het aantal toegestane zeezoutdagen. Tussen haakjes staat het aantal veehouderijen in de gemeente dat een bijdrage aan de overschrijdingen levert. Op achttien toetspunten – inclusief die waarvan het bevoegd gezag heeft aangegeven dat ze onterecht zijn – wordt het aantal overschrijdingsdagen bepaald op meer dan dertig per jaar. Er zijn twaalf veehouderijen in negen gemeenten die hieraan bijdragen. De drie Gelderse gemeenten Barneveld, Ede en Nijkerk geven achteraf aan dat er in hun gemeente onterechte overschrijdingen zijn. Na aftrek van deze onterechte overschrijdingen resteren er zeven gemeenten, met in totaal vijftien overschrijdingen van de 30-dagen bandbreedte, veroorzaakt door veehouderijen. Deze bandbreedte laat zien dat de berekende concentraties fijnstof voor 2030 op een aantal locaties nabij veehouderijen net onder de etmaalnorm liggen.

36 Toetspuntidentificaties van de berekende overschrijdingen staan in de digitale bijlage ‘Rapport 2023-0394 Bijlage overschrijdingen inclusief onterecht verkeer veehouderijen’ bij deze rapportage op de website van het RIVM (https://www.rivm.nl).

Pagina 44 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

3.6

Invoer en onzekerheden De kwaliteit van de rekenresultaten wordt voor een groot deel bepaald door de kwaliteit van de invoer. Voor invoergegevens die afkomstig zijn van de lokale overheden ligt de verantwoordelijkheid – en dus ook de kwaliteitsborging – bij het betreffende bevoegd gezag. Op basis van de beschikbare informatie is het voor het RIVM niet mogelijk om een generieke analyse van alle aspecten van de kwaliteit en de onzekerheden van de invoergegevens uit te voeren. Wel heeft er een technische beoordeling plaatsgevonden om een berekening met het ISL3a-model te kunnen uitvoeren, op basis van de lokale invoergegevens die zijn aangeleverd door de lokale overheden. Er is niet beoordeeld of de gegevens in lijn zijn met de bestaande (vergunde) situatie bij de veehouderijen. De inhoudelijke kwaliteit van de gegevens, zoals aantallen dieren en stallen, is niet gecontroleerd. Deze gegevens zijn voor correct aangenomen. In afwijking met voorgaande rondes is dit jaar – in overeenstemming met het ministerie IenW – na sluiting van de actualisatieperiode alleen een beperkt aantal automatische controles op veehouderijgegevens uitgevoerd. De bevindingen hiervan worden vlak voor aanvang van Monitoringsronde 2024 teruggekoppeld naar de desbetreffende bevoegde gezagen.

Bij de controles voor de veehouderijgegevens is voornamelijk gekeken naar geldige invoerparameters voor de rekentools, de locaties van fijnstofbronnen en de locaties van toetspunten (zie paragraaf 4.4).

Pagina 45 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

Pagina 46 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

4

Kwaliteit lokale invoergegevens

Dit hoofdstuk bespreekt zaken die zijn gerelateerd aan de kwaliteit van de lokale invoergegevens. 4.1

Onvolkomenheden in lokale invoergegevens Na de sluiting van de actualisatieperiode van Monitoringsronde 2023 bleek een volwaardige validatie en doorrekening voor heel Nederland op basis van de ingevoerde gegevens niet goed mogelijk. De NSLrapportage zou onvoldoende het actuele overzicht op de nog bestaande knelpunten voor het gepasseerde jaar en de zichtjaren opleveren. De ingevoerde gegevens van diverse bevoegde gezagen bleken kwalitatieve onvolkomenheden te bevatten waardoor het RIVM geen berekeningen en toetsingen aan grenswaarden kon uitvoeren. Het betrof zowel de invoergegevens voor wegverkeer als die voor veehouderijen. De bevoegde gezagen bij wie de problemen met rekenen speelden, zijn allen benaderd met het verzoek om de invoergegevens in een korte verlengde actualisatieperiode opnieuw en in goede orde aan te leveren, al dan niet onder begeleiding van Bureau Monitoring. Dit resulteerde erin dat de meeste en vooral ook de belangrijkste bronhouders voor wegverkeer en veehouderijen gegevens aanleverden waarmee RIVM kon rekenen. Na de sluiting van deze korte verlengde actualisatieperiode, en na validatie van de berekeningen door het RIVM, geeft een aantal overheden gewoonlijk aan dat er nog onvolkomenheden in de invoergegevens zitten, of dat de invoer een toelichting behoeft.

Vaak betreft dit berekende en gerapporteerde overschrijdingen, waarvan het bevoegd gezag aan de hand van de berekende resultaten achteraf aangeeft dat deze overschrijdingen onterecht zijn. Dit komt doordat de invoerdata voor de berekening van de lokale bijdrage onvolkomenheden bleken te bevatten, of doordat overschrijdingen zijn berekend op ingevoerde locaties waarvan het bevoegd gezag achteraf stelt dat de luchtkwaliteit daar niet hoeft te worden beoordeeld. Dit kan bijvoorbeeld zo zijn omdat het publiek formeel geen toegang tot die locaties heeft, omdat de gemiddelde verblijfsduur van mensen er niet significant is 37, of omdat de Arbowetgeving op die locatie van kracht is. Het RIVM controleert deze opmerkingen niet. Door de beperkte doorlooptijd tot publicatie van deze rapportage na sluiting van de monitoringstool en validatie van de berekeningen kan het RIVM ook geen additionele berekeningen uitvoeren op basis van de correcte invoerdata. De desbetreffende overschrijdingen worden in dergelijke gevallen in de rapportage dan ook benoemd als ‘volgens het bevoegd gezag onterecht’, zowel bij het wegverkeer als bij de veehouderijen. De introductie in deze monitoringsronde van het nieuwe instrument CIMLK als vervangend platform voor de gegevensuitwisseling, resulteerde in een aantal gevallen in extra onbedoelde onvolkomenheden in de invoergegevens, die tot overschrijdingen 37

Zie voor uitleg Bijlage 1 Begrippenkader: Toepasbaarheidsbeginsel en blootstellingscriterium. Pagina 47 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

leidden. Bureau Monitoring heeft de betreffende bevoegde gezagen deze ronde additioneel geïnformeerd over alle berekende overschrijdingen als resultaat van de door hen aangeleverde gegevens, zodat zij in een volgende ronde extra alert zijn op de onbedoelde onvolkomenheden en die dan kunnen vermijden. De bevoegde gezagen kregen van Bureau Monitoring de gelegenheid te reageren op de berekende overschrijdingen. De ontvangen toelichtingen door bevoegde gezagen op de overschrijdingen voor wegverkeer en veehouderijen – al dan niet in verband met de invoergegevens – staan in Bijlage 6A. De rapportage geeft in hoofdstuk 2 en 3 meer details over de door de bevoegde gezagen als onterecht aangemerkte overschrijdingen. De afgelopen jaren hebben de inspanningen van Bureau Monitoring en de bevoegde gezagen om het aantal onvolkomenheden in de invoerdata terug te dringen vruchten afgeworpen. In deze ronde is er met de invoering van het monitoringsinstrument CIMLK sprake van een beperkte toename in het aantal onvolkomenheden. Deze terugval lijkt ernstiger dan hij is. De oorzaak van de meeste onvolkomenheden is bekend, en de bevoegde gezagen geven aan dat zij deze in de komende monitoringsronde zullen wegnemen. Het is de verwachting dat daarmee nagenoeg alle nu als ‘onterecht’ aangemerkte overschrijdingen niet meer in de komende monitoringsronde zullen voorkomen.

Geen tussentijdse doorrekening verkeer en controle veehouderijen In tegenstelling tot de vorige ronde heeft het RIVM in deze monitoringsronde tijdens de actualisatieperiode geen tussentijdse landelijke berekening voor wegverkeer uitgevoerd. Doel van die berekening was het bepalen van de toetspunten met een normoverschrijding voor NO2 en PM10 op de tot dan toe geactualiseerde gegevens, en deze resultaten vervolgens terug te koppelen naar de desbetreffende bevoegde gezagen. Hierdoor waren de bevoegde gezagen in staat de overschrijdingslocaties nader te bekijken en eventueel ‘onterechte’ overschrijdingen te herstellen die waren veroorzaakt door onvolkomenheden in de invoergegevens, dan wel om mogelijk een verzoek in te dienen voor het toepassen van een correctie op basis van windtunnelonderzoek. Het RIVM heeft tussentijds evenmin de invoergegevens voor veehouderijen gecontroleerd op onvolkomenheden in belangrijke parameters die nodig zijn voor het berekenen van overschrijdingen. Na sluiting van de actualisatieperiode is wel een beperkt aantal automatische controles op de veehouderijgegevens uitgevoerd. Dit leidde ertoe dat diverse bevoegde gezagen ook voor veehouderijen is verzocht de invoergegevens in de korte verlengde actualisatieperiode opnieuw aan te leveren, al dan niet onder begeleiding van Bureau Monitoring.

Ook dit resulteerde erin dat het RIVM voor een aantal belangrijke jurisdicties de concentraties voor toetsing aan de grenswaarden kon berekenen. Bevoegde gezagen kunnen eventuele resterende onvolkomenheden in de invoerdata corrigeren tijdens de actualisatiefase van de volgende monitoringsronde, in dit geval die van 2024. Het RIVM wijzigt tijdens of na de actualisatieperiode eigenhandig geen gegevens, zelfs niet als het bevoegd gezag daarom vraagt. Het bevoegd gezag dient de gegevens Pagina 48 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

zelf te controleren en te corrigeren. Dit om een goede, duidelijke en reconstrueerbare datastroom en dataverantwoording te hebben. 4.2

Onderbouwen en accorderen invoergegevens Om inzicht te krijgen in de kwaliteit van de jaarlijks aangeleverde invoergegevens, is informatie nodig over de uitgangspunten, over de effecten van maatregelen en over de gebruikte methode bij de totstandkoming van de invoergegevens. Wegbeheerders zijn verplicht om een referentie naar een verantwoordingsdocument in het monitoringsinstrument op te nemen. In de opgegeven referenties wordt vaak verwezen naar een model en/of naar telgegevens, of (in mindere mate) naar een online beschikbare onderbouwing. In de Monitoringsronde 2023 zijn geen wegbeheerders vrijgesteld van actualisatie van invoergegevens voor verkeer. Deze ronde hebben 129 van de 376 bevoegde gezagen met actualiseringsrechten – d.w.z. wegbeheerders zijnde gemeenten, provincies, waterschappen en RWS – verkeersgegevens geactualiseerd. Daarvan hebben er 78 (60%) hun actualisatie geaccordeerd en een verplichte onderbouwing meegegeven. Er zijn 51 wegbeheerders die een accordering van hun actualisatie achterwege lieten. De andere 247 bevoegde gezagen met actualisatierechten hebben in deze actualisatieronde geen activiteit getoond. Deze gegevens voor wegverkeer zijn wel meegenomen in de berekeningen van overschrijdingen.

De onderbouwingen van de wegbeheerders staan in de digitale bijlage ‘Rapport 2023-0394 Bijlage onderbouwingen verkeer en veehouderijen’ 38 bij deze monitoringsrapportage. Vijf bevoegde gezagen hebben geen geactualiseerde verkeersgegevens aangeleverd, maar wel geaccordeerd voor 2022, 2025 en 2030. Daarnaast heeft een provincie niet geactualiseerd voor 2025, en wel geaccordeerd 39. Tenslotte heeft een gemeente niet geactualiseerd voor 2030 en wel geaccordeerd, omdat de prognosegegevens ongewijzigd zijn. Ook voor de actualisatie van veehouderijgegevens zijn deze monitoringsronde geen vrijstellingen verleend aan bevoegde gezagen. Daarnaast hebben NSL-partners door te accorderen bevestigd dat ze de invoercriteria voor veehouderijgegevens, zoals beschreven in paragraaf 3.1, volledig in acht hebben genomen bij het actualiseren van de gegevens. Als er voor is gekozen om van de criteria af te wijken, dan is deze keuze soms bij het accorderen verantwoord. De vrijwillige onderbouwingen van de NSL-partners met veehouderijen zijn te vinden in de digitale bijlage ‘Rapport 2023-0394 Bijlage onderbouwingen verkeer en veehouderijen’ bij deze monitoringsrapportage. In deze monitoringsronde hebben 376 bevoegde gezagen de rechten ontvangen om veehouderijgegevens te actualiseren en te accorderen.

In totaal hebben 55 bevoegde gezagen gegevens geactualiseerd, waarvan er 11 hun actualisatie accordeerden. Drie bevoegde gezagen hebben De tabellen met de door de bevoegde gezagen ingevoerde onderbouwingen (voor verkeer en veehouderijen) staan in de digitale bijlage ‘Rapport 2023-0394 Bijlage onderbouwingen verkeer en veehouderijen’ bij deze rapportage op de website van het RIVM (https://www.rivm.nl). 39 In het geval geen actualisatie op – in dit geval - 2025 plaatsvindt, maar wel voor 2022 en 2030, rekent het RIVM voor 2025 op basis van de gekopieerde data uit Monitoringsronde 2022 zoals die door RIVM was klaargezet voor 2025. Het betreft de ingevoerde data van Monitoringsronde 2022 voor het jaar 2021, want dat is de basisvulling waarmee de Monitoringsronde 2023 van start ging. Dit is uitgebreid en nadrukkelijk gecommuniceerd voorafgaand aan de start van Monitoringsronde 2023. Indien het bevoegde gezag wel voor 2022 actualiseerde maar niet voor 2025, kan het rekenresultaat voor 2025 mogelijk uit de pas lopen met de resultaten van 2022 en 2030. 38

Pagina 49 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

geen actuele gegevens aangeleverd, maar wel geaccordeerd, omdat zij stellen dat er geen wijzigingen zijn. De andere 318 bevoegde gezagen met actualisatierechten hebben in deze actualisatieronde geen activiteit getoond. Dit betekent dat het RIVM voor 2022, 2025 en 2030 rekent met veehouderijgegevens uit de vorige monitoringsronde. Het is daarbij belangrijk te beseffen dat in dat geval rekenresultaten voor 2022 en 2025 voor die jurisdicties geënt zullen zijn op de invoergegevens van het jaar 2021 van de vorige monitoringsronde. Deze gegevens dienden bij de aanvang van de actualisatieperiode van Monitoringsronde 2023 als basisvulling voor 2022 en 2025. Bureau Monitoring heeft hierover voorafgaand aan de start van Monitoringsronde 2023 met nadruk gecommuniceerd. Het aantal bevoegde gezagen dat veehouderijgegevens actualiseerde is ten opzichte van vorige ronde met ruim de helft gedaald. Dit heeft zijn oorzaak deels in de overgang naar een nieuw monitoringsinstrument en de aangepaste uitwisselbestanden, en heeft daarnaast te maken met de onwennigheid van een aangepaste werkwijze voor het invoeren van veehouderijgegevens. 4.3

Geen uitvoering motie ‘Van Tongeren’ – Steekproef voor invoergegevens van wegverkeer In paragraaf 1.2 is gemotiveerd waarom het RIVM – in overeenstemming met het ministerie van IenW – geen uitgebreide uitvoering heeft gegeven aan de motie ‘Van Tongeren’ (Tweede Kamerstuk, 2011. Die motie vroeg ‘om steekproefsgewijs de invoer te controleren van (verkeers)gegevens bij de toepassing van verkeersmodellen die ten doel hebben de luchtkwaliteit te berekenen’. Dat is omdat ‘fouten met de invoer’ van gegevens ‘kunnen leiden tot een verkeerde voorstelling van zaken voor de luchtkwaliteit’). Daarmee vervalt Bijlage 6B in deze rapportage. Details over de wijze van uitvoering van deze motie op de invoergegevens van wegverkeer en de reacties van bevoegde gezagen op de bevindingen zijn (als voorbeeld) te vinden in De Smet et al., (2020 en 2021).

4.4

Beperkte controle voor invoergegevens van veehouderijen In paragraaf 1.2 is gemotiveerd waarom het RIVM – in overeenstemming met het ministerie van IenW – zeer beperkt controle op de invoergegevens van veehouderijen heeft uitgevoerd. Na sluiting van de actualisatieperiode is wel een beperkt aantal automatische controles op de veehouderijgegevens uitgevoerd. Zoals paragraaf 1.2 en 4.2 aangeven, leidde dit ertoe dat een aantal bevoegde gezagen is verzocht de invoergegevens opnieuw aan te leveren. Dit leverde voor de belangrijkste jurisdicties een completere aanlevering op, waarmee het RIVM wel kon rekenen. De naderhand geconstateerde onvolkomenheden worden vlak voor aanvang van Monitoringsronde 2024 teruggekoppeld naar de desbetreffende bevoegde gezagen. Indien nodig kunnen zij de gegevens dan in die ronde aanpassen. Met de uitvoering van een beperkte controle op veehouderijgegevens zonder terugkoppeling met bevoegde gezagen in de huidige ronde, vervalt Bijlage 6C in deze rapportage. Details over de uitgebreide wijze van uitvoering van een controle op de invoergegevens van veehouderijen Pagina 50 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

en de reacties van bevoegde gezagen op de bevindingen staan (als voorbeeld) in De Smet et al., (2020 en 2021). Bij de automatische controles op de veehouderijgegevens in Monitoringsronde 2023 is voornamelijk gekeken naar de volgende aspecten: A. Geldige invoerparameters voor de rekentools, bijvoorbeeld stalafmetingen, bronhoogten, uittreesnelheid en afmetingen emissiepunt. B. Locaties van emissiebronnen: liggen alle bronnen van één veehouderijbedrijf voldoende dicht bij elkaar en is de afstand tot de opgegeven toetspunten logisch?

Pagina 51 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

Pagina 52 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

5

Voortgang projecten en maatregelen

In dit hoofdstuk is de respons in 2023 van deelnemers aan het NSL over de stand van zaken van de lokale maatregelen en projecten uit het NSL weergegeven. Onderstaand is aangegeven dat dit niet de voortgang is, zoals die jaarlijks werd gerapporteerd. Voor de voortgangsrapportage projecten en maatregelen wordt verwezen naar de rapportage over 2021 40. 5.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13871414/1