CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. RIVM rapportage monitoring NSL 2023.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 14 maart 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Monitoringsrapportage Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) 2023 en bijbehorende raadsinformatiebrief. (VN2024-000818)30.434 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Monitoringsrapportage NSL 2023 Stand van zaken Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit Dit rapport bevat een erratum d.d. 05-12-2023 op pagina 89 RIVM-rapport 2023-0394

Monitoringsrapportage NSL 2023

Stand van zaken Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit RIVM-rapport 2023-0394 Dit rapport bevat een erratum d.d. 05-12-2023 op pagina 89

RIVM-rapport 2023-0394

Colofon

© RIVM 2023 Delen uit deze publicatie mogen worden overgenomen op voorwaarde van bronvermelding: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), de titel van de publicatie en het jaar van uitgave. Het RIVM hecht veel waarde aan toegankelijkheid van zijn producten. Op dit moment is het echter nog niet mogelijk om dit document volledig toegankelijk aan te bieden. Als een onderdeel niet toegankelijk is, wordt dit vermeld. Zie ook www.rivm.nl/toegankelijkheid. DOI 10.21945/RIVM-2023-0394 P.A.M. de Smet (auteur), RIVM T. Hofman (auteur), RIVM M.S. Lammerts-Huitema (auteur), RIVM J.A. Couvreur (auteur), RIVM J.P. Wesseling (auteur), RIVM M.A.J. Coolen (auteur, hoofdstuk 5), Rijkswaterstaat Leefomgeving/InfoMil A.S. Sanders (auteur, hoofdstuk 5), Rijkswaterstaat Leefomgeving/InfoMil Contact: Peter de Smet Centrum voor Milieukwaliteit peter.de.smet@rivm.nl Dit onderzoek werd verricht in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in het kader van het project ‘Monitoring luchtkwaliteit’.

Dit is een uitgave van: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Postbus 1 | 3720 BA Bilthoven Nederland www.rivm.nl

Pagina 2 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

Publiekssamenvatting

Monitoringsrapportage NSL 2023 Stand van zaken Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit In het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) werken verschillende Nederlandse overheden sinds 2009 samen om de luchtkwaliteit te verbeteren. De monitor van het NSL is onder meer bedoeld om te kijken of Nederland de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit haalt. Als dat niet zo is, zijn extra maatregelen nodig om die grenswaarden toch zo snel mogelijk te halen. Het RIVM volgt daarom elk jaar de concentraties stikstofdioxiden en fijnstof in de lucht en rapporteert daarover. Voor beide stoffen wordt gekeken naar de bijdrage van wegverkeer. Voor fijnstof kijken we ook naar de bijdrage van veehouderijen. In 2022 voldeed Nederland voor wegverkeer bijna aan de Europese grenswaarden voor stikstofdioxide. Op één punt was er een overschrijding: direct naast de tunnelmond van de Maastunnel in Rotterdam. Ook voor fijnstof voldeed Nederland bijna aan de grenswaarden voor wegverkeer. Alleen een klein stuk weg van 200 meter bij Velsen lag boven de grenswaarde. Op enkele woonlocaties in gebieden met intensieve veehouderij werden de grenswaarden van fijnstof in 2022 nog steeds overschreden. Dat waren er net iets minder dan in 2021. De concentraties stikstofdioxiden en fijnstof waren in 2022 iets hoger dan tijdens de ‘coronajaren’ 2020 en 2021.

Nadat de coronamaatregelen waren opgeheven, was er meer verkeer en economische activiteit. Dit zorgde voor meer uitstoot. De concentraties waren daardoor hoger, maar wel minder hoog dan vóór de coronajaren. Het aantal overschrijdingen van de Europese norm voor deze stoffen was daardoor bijna hetzelfde als in eerdere jaren. Het ziet ernaar uit dat de luchtkwaliteit de komende jaren verder verbetert. Verkeer, industrie en veehouderijen zullen naar verwachting minder stikstofdioxide en fijnstof uitstoten. Dat komt bijvoorbeeld doordat elk jaar oudere auto’s worden vervangen door nieuwe en schonere auto’s, die minder of zelfs geen stikstofoxiden uitstoten. Op dit moment wordt in de Europese Unie onderhandeld over de herziening van de Europese richtlijn luchtkwaliteit. Dit zal tot nieuwe grenswaarden leiden. Hoe hoog de grenswaarden zullen zijn en wanneer deze wetgeving zal ingaan, is nog niet bekend. Op 1 januari 2024 gaat de Omgevingswet van start. De monitoring van de luchtkwaliteit is daar een onderdeel van, en gaat op dezelfde manier door als in het NSL. Kernwoorden: luchtkwaliteit, NSL, monitoring, fijnstof, PM10, stikstofdioxide, NO2 Pagina 3 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

Pagina 4 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

Synopsis

NSL 2023 monitoring report State of affairs of National Air Quality Cooperative Programme (NSL) Dutch public authorities have been working together to improve air quality through the National Air Quality Cooperation Programme (NSL) since 2009. The purpose of the NSL monitor is, among other things, to check whether the Netherlands complies with European limit values for air quality. If it does not, it needs to introduce additional measures to ensure it complies with these limit values as soon as possible. Each year, RIVM monitors the nitrogen dioxide and particulate matter concentrations in the air and reports on this. For both of these substances, RIVM looks at the contributions from road traffic. For particulate matter, it also looks at the contributions from livestock farming. In 2022, the Netherlands almost complied with the European nitrogen dioxide limit values for road traffic. It failed to do so at a single location, directly next to the entrance to the Maastunnel in Rotterdam. The Netherlands almost complied with the European particulate matter limit values for road traffic as well. The limit values were only exceeded along a small, 200-metre stretch of road near Velsen. At several residential locations in areas with intensive livestock farming, particulate matter concentrations exceeded the limit values in 2022.

This was the case for slightly fewer locations than in 2021. The concentrations of nitrogen dioxide and particulate matter were slightly higher in 2022 than during the ‘coronavirus years’ 2020 and 2021. After the coronavirus measures were lifted, traffic and economic activity went up. This resulted in higher emissions. The concentrations were therefore higher, but less high than before the coronavirus pandemic. As a result, the number of locations where the European limit values were exceeded was almost the same as in previous years. Air quality is expected to improve further in the coming years as traffic, industry and livestock farming are expected to emit less nitrogen dioxide and particulate matter. One reason for this is that older cars are replaced every year with newer cars, which emit less or even zero nitrogen oxides. The European Union is currently negotiating the revision of the European Air Quality Directive. This will lead to new limit values. It is not yet known how high the limit values will be and when this legislation will come into effect. The Environment and Planning Act will enter into force on 1 January 2024. Monitoring air quality is a component of this Act as well. This will be done in the same way as for the NSL. Keywords: air quality, NSL, monitoring, fine particles, PM10, nitrogen dioxide, NO2

Pagina 5 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

Pagina 6 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

Inhoudsopgave

Samenvatting — 9 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Inleiding — 15 Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) — 15 Monitoren van het NSL — 16 Betrokken partijen — 18 Uitvoering Monitoring NSL met CIMLK — 19 Regeling beoordeling luchtkwaliteit en Wet milieubeheer — 20 Toetsing aan de luchtkwaliteitsgrenswaarden — 20 Neveneffecten van coronamaatregelen — 21

2 2.1 2.2 2.3

Resultaten luchtkwaliteit langs wegen — 23 Resultaat luchtkwaliteit langs wegen voor 2022 — 24 Resultaat luchtkwaliteit langs wegen voor 2025 en 2030 — 28 Vergelijking resultaten Monitoringsronde 2023 met voorgaande ronden — 30 Onzekerheden en statistisch verwacht aantal overschrijdingen NO2 langs wegen — 33

2.4 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Resultaten luchtkwaliteit nabij veehouderijen — 35 Criteria voor invoer van veehouderijen — 35 Werkwijze luchtkwaliteit nabij veehouderijen — 35 Resultaten luchtkwaliteit nabij veehouderijen voor 2022 — 38 Vergelijking Monitoringsronde 2023 met voorgaande ronden — 40 Resultaten luchtkwaliteit nabij veehouderijen voor 2030 — 42 Invoer en onzekerheden — 45

4 4.1 4.2 4.3 4.4

Kwaliteit lokale invoergegevens — 47 Onvolkomenheden in lokale invoergegevens — 47 Onderbouwen en accorderen invoergegevens — 49 Geen uitvoering motie ‘Van Tongeren’ – Steekproef voor invoergegevens van wegverkeer — 50 Beperkte controle voor invoergegevens van veehouderijen — 50

5 5.1 5.2 5.3

Voortgang projecten en maatregelen — 53 Achtergrond voortgangsformulieren — 53 Verwerking voortgangsformulieren — 54 Conclusies voortgang projecten en maatregelen — 54

6

Literatuur — 57 Bijlage 1 Begrippenkader — 61 Bijlage 2 Validatieresultaten rekenhart AERIUS Lucht — 65 Bijlage 3 Verklaring van verschillen in resultaten ten opzichte van voorgaande monitoringsronden — 70 Bijlage 4 Onzekerheden in aantallen NO2-overschrijdingen langs wegen in het NSL — 74 Pagina 7 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

Bijlage 5 Ruimtelijke verdeling van kans op overschrijding NO2grenswaarde in 2022, 2025 en 2030 — 75 Bijlage 6 Kwaliteit lokale invoer — 78 Erratum — 89

Pagina 8 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

Samenvatting

Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) In 2009 is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) opgezet. In dit programma werken de Rijksoverheid en de decentrale overheden samen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Het doel is dat Nederland overal aan de Europese grenswaarden voor concentraties van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) voldoet 1, en de periode van eventuele overschrijdingen zo kort als mogelijk duurt. Het is belangrijk om te melden dat dit rapport de concentraties stikstofdioxide in de lucht langs verkeerswegen in beeld brengt en toetst aan de concentratiegrenswaarden. Het gaat niet over de stikstofdeposities die belangrijk zijn in het stikstofbeleid in relatie tot biodiversiteit. Daarnaast behandelt het de berekende concentraties van fijnstof in de lucht door uitstoot langs verkeerswegen en door veehouderijen. Het NSL is verlengd tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Ook onder de Omgevingswet vindt de monitoring van luchtkwaliteit plaats, in nagenoeg ongewijzigde vorm. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 28 september 2018 de Aanpassing NSL 2018 2 vastgesteld. Het NSL en het bijbehorende maatregelenpakket zijn gericht op het zo snel mogelijk voldoen aan de grenswaarden. Deze aanvullende maatregelen zijn sinds 2019 onderdeel van de Monitoring NSL.

Monitoring NSL De monitoring van het NSL wordt uitgevoerd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Kenniscentrum InfoMil, dat per 1 januari 2024 verder gaat als Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). Deze twee organisaties vormen samen het Bureau Monitoring, voor de NSL-monitoring en voor de monitoring van het Schone Lucht Akkoord (SLA). Het doel van de NSL-monitoring – waarover dit rapport gaat – is het in kaart brengen de ontwikkeling van de luchtkwaliteit, en te achterhalen of Nederland voldoet aan de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof. Centraal onderdeel van de monitoring zijn de luchtkwaliteitsberekeningen door het RIVM, waarvoor de verantwoordelijke overheden de (lokale) invoergegevens aanleveren. Het RIVM vat de daaruit voortvloeiende rekenresultaten samen in deze rapportage. Om de luchtkwaliteitsdoelstellingen te halen, zijn NSLmaatregelen afgesproken. Kenniscentrum InfoMil vat de voortgang van de uitvoering van maatregelen en projecten van de decentrale overheden samen. Deze rapportage presenteert de resultaten van de veertiende NSLmonitoringsronde, voor het jaar 2022. Als vooruitblik zijn ook rekenresultaten op basis van prognoses voor 2025 en 2030 gepresenteerd. Voor het berekenen van concentraties zijn geactualiseerde gegevens over onder meer grootschalige concentraties, Getoetst wordt aan de nu geldende Europese grenswaarden.

Omdat de WHO adviseert de normen aan te scherpen, wordt momenteel door Europese Commissie, Europees Parlement en EU-lidstaten onderhandeld over strengere grenswaarden. 2 https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2018Z17192&did=2018D46645 1

Pagina 9 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

meteorologie, emissiefactoren, wegverkeer en veehouderijen gebruikt. De berekeningen van de lokale bijdrage van verkeer en veehouderijen zijn uitgevoerd op basis van de daarover aangeleverde gegevens van overheden. De overheden zijn zelf verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid van de aangeleverde gegevens. Om te bepalen of de Europese grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof worden overschreden, zijn concentraties berekend op door de bevoegde gezagen bepaalde en aangegeven locaties (toetspunten 3). Er is sprake van een overschrijding van de Europese grenswaarde als op een toetspunt een concentratie boven de grenswaarde wordt berekend. Om te bepalen aan welke concentraties de bevolking wordt blootgesteld, zijn ook op alle woonadressen in Nederland concentratieberekeningen uitgevoerd. Om te bepalen hoeveel bewoners aan welke concentraties worden blootgesteld, zijn de concentraties stikstofdioxide en fijnstof gekoppeld aan het aantal personen dat op elk adres woont. Naast het monitoren van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit, besteedde de NSL monitoringsrapportage voorheen ook aandacht aan de ontwikkeling van blootstelling van de bevolking aan de buitenluchtconcentraties stikstofdioxide en fijnstof. Dit jaar en voor alle monitoringsronden in oneven jaren tot 2030 gebeurt dat in het tweejaarlijkse monitoringsrapport van het Schone Lucht Akkoord (SLA).

Dat rapport beschrijft de blootstelling van de bevolking zoals het NSL-rapport deed, maar dan in een nog uitgebreidere vorm. Zo bevat dat rapport een uitsplitsing van blootstellingsbijdragen naar economische sector, indicatoren over bevolkingsblootstelling in relatie tot ziektelast en levensverwachting, en een schatting van de winst die beleidsscenario’s hierin kunnen opleveren. Daarom vervalt dit jaar in de NSLmonitoringsrapportage het onderwerp bevolkingsblootstelling. Dat geldt ook voor alle komende oneven jaren tot 2030, in de voortzetting van de monitoringsrapportage luchtkwaliteit onder de Omgevingswet. Die wet treedt per 1 januari 2024 in werking. In de komende even jaren zal de monitoringsrapportage luchtkwaliteit de bevolkingsblootstelling over het gepasseerde jaar wel zoals voorheen behandelen, omdat er in die jaren geen SLA-rapportage is. Toetsing aan grenswaarde stikstofdioxide (NO2) Met uitzondering van een beperkt aantal berekende overschrijdingen, voldeed Nederland op basis van de geleverde invoergegevens in 2022 overal aan de Europese grenswaarden voor stikstofdioxide. Rekening houdend met onzekerheden in de invoergegevens, zijn er naar schatting 116 wegvakken (ofwel langs 11,6 km weg) waar in 2022 statistisch gezien nog steeds een kans op een overschrijding bestond.

In 2022 is er volgens de berekeningen op een toetspunt in de gemeente Rotterdam nog één overschrijding van de stikstofdioxidegrenswaarde. In 2012 ging het in Nederland nog om 187,9 km weg. Den Haag en Leiden hebben windtunnelonderzoek laten uitvoeren, en correcties geleverd op de oorspronkelijke berekening van overschrijdingen onder invloed van de aanwezigheid van tunnelmonden. Voor die toetspunten zijn de uiteindelijk geen overschrijdingen gerapporteerd. Beide gemeenten Zie Bijlage 1 Begrippenkader: Toetspunten en rekenpunten wegverkeer en Toetspunten en rekenpunten veehouderijen.

3

Pagina 10 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

geven naar aanleiding van hun windtunnelonderzoeken een toelichting in bijlage 6A. In totaal berekende het RIVM voor 2022 op 21 toetspunten een overschrijding van de grenswaarde. Voor 20 daarvan stellen de betreffende wegbeheerders (enkele gemeenten, een provincie en Rijkswaterstaat) achteraf – na sluiting van de monitoringsronde en validatie van de berekeningen – dat het onterechte overschrijdingen zijn, omdat er op die punten geen mensen worden blootgesteld. Het betreft punten die op grond van het toepasbaarheidsbeginsel en/of het blootstellingscriterium niet voor een toetsing aan de grenswaarde in aanmerking komen. Arnhem geeft aan dat de berekening op twee toetspunten met een overschrijding vergeleken met metingen op die locatie een te hoge concentratie oplevert, en dat die overschrijdingen daarom als onterecht zijn aan te merken. De wegbeheerders hebben het voornemen die punten in de komende monitoringsronde om te zetten naar rekenpunten zonder toetsingsplicht aan de grenswaarden, of dit waar nodig nader te onderzoeken (zie paragraaf 2.1, bijlage 1 en 6A). Met uitzondering van de geconstateerde overschrijdingen, voldeed Nederland in 2022 overal aan de Europese grenswaarden voor stikstofdioxide. Het effect van de coronamaatregelen in 2020 en 2021 heeft bijgedragen aan het lage aantal overschrijdingen in die jaren. Het effect is in 2022 niet meer aanwezig.

Er was in dat jaar sprake van een toename in de verkeersintensiteit en economische activiteiten ten opzichte van de twee jaren ervoor. Dit resulteerde in een wat hogere achtergrondconcentraties en wegbijdragen voor NO2, en de daaruit voorvloeiende berekende concentraties. In de prognose voor 2025 en 2030 berekent het RIVM vier, respectievelijk vijf overschrijdingen voor NO2, op plaatsen die alle door de wegbeheerder zijn aangemerkt als onterechte toetspunten. In de volgende monitoringsronde zullen de wegbeheerders de classificering ervan aanpassen. Concluderend zijn er daarmee geen overschrijdingen van de huidige grenswaarde voor stikstofdioxide vastgesteld. Toetsing aan grenswaarden fijnstof (PM10 en PM2,5) Met uitzondering van een beperkt aantal overschrijdingen, voldeed Nederland in 2022 overal aan de Europese grenswaarden voor fijnstof (PM10). Bij toetsing aan de fijnstofgrenswaarde langs verkeerswegen komen op basis van de huidige invoer voor 2022 nog twee overschrijdingen voor. Dit komt overeen met 0,2 km weg per rijrichting, tegen 3,9 km in 2012. Het betreft twee aaneengesloten wegvakken 4 van de Noordersluisweg in Velsen, waarvoor ook in eerdere jaren overschrijding van de grenswaarden werd berekend. Voor één van de wegvakken wordt voor 2022 ook een overschrijding van de jaarnorm (40,5 μg/m3) berekend.

Zie voor meer uitleg over ‘wegvak’ Bijlage 1 Begrippenkader: Overschrijdingen per kilometer wegzijde (of rijrichting).

4

Pagina 11 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

De gemeente Velsen geeft in Bijlage 6A een reactie op deze overschrijding. Voor de zichtjaren 2025 en 2030 is in deze gemeente nog één overschrijding (0,1 km rijrichting) berekend. Het betreft hetzelfde toetspunt dat in 2022 een berekende overschrijding van zowel de dagnorm als de jaarnorm had. Rondom veehouderijen wordt in 2022 volgens de berekeningen bij negentien woningen (toetspunten) niet aan de grenswaarde van fijnstof voldaan. In totaal is er voor 5.315 toetspunten rond 1.407 veehouderijen een berekening gemaakt. In 2013 ging het nog om 111 woningen met te hoge PM10-concentraties. De overschrijdingen in 2022 werden voornamelijk veroorzaakt door de concentratiebijdragen van dertien veehouderijen. Overschrijdingen van de fijnstofgrenswaarde als gevolg van emissies door veehouderijen vinden plaats in gebieden met veel intensieve veehouderij, voornamelijk gelegen in Gelderland, Limburg en Noord-Brabant. De gemeente Nederweert telt acht overschrijdingen, twee minder dan in 2021. In Asten zijn het er vier, twee meer dan in vorige ronde. In de andere gemeenten betreft het één of twee overschrijdingen veroorzaakt door bijdragen van één veehouderij. Deze afname komt voor een groot deel door de dalende achtergrondconcentraties. Dit leidt direct tot lagere totale fijnstofconcentraties.

Berekeningen voor het gepasseerde jaar zijn uitgevoerd op basis van vergunde emissies van de veehouderijen, zoals opgenomen in het NSLmonitoringsinstrument 2023. In de huidige monitoringsronde is de bevoegde gezagen voor het eerst gevraagd om naast de geactualiseerde invoergegevens voor het gepasseerde jaar 2022 ook voor de prognosejaren 2025 en 2030 apart geactualiseerde gegevens in te voeren in CIMLK 5, voor zover mogelijk. Voorheen betrof het alleen een actualisatie van de invoergegevens voor het gepasseerde jaar. Met die veehouderijgegevens werd dan ook voor prognosejaren gerekend. In de huidige ronde berekent het RIVM de fijnstofconcentraties met de per prognosejaar aangeleverde geactualiseerde invoergegevens voor veehouderijen. Voor 2030 zijn er elf overschrijdingen berekend, die voortkomen uit bijdragen van acht veehouderijen. Deze overschrijdingen betreffen voornamelijk dezelfde woningen als berekend voor 2022, met bijdragen van dezelfde veehouderijen. Voor 2030 is er ten opzichte van de berekeningen in de vorige ronde een lichte daling berekend in het aantal overschrijdingen en het aantal veehouderijen dat daaraan bijdraagt. Het betreft daarbij veelal wel dezelfde woningen en veehouderijen waarvoor een overschrijding is berekend.

Voortgang uitvoering maatregelen en projecten Overheden geven bij de NSL-monitoring aan wat de voortgang in uitvoering van (bouw)projecten en van maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit is. De voortgangsformulieren zijn niet meer opgenomen Per 1 januari 2023 is de verouderde website van de NSL-monitoring vervangen door een nieuwe website. Deze heet Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK), en wordt gebruikt voor downloaden, actualiseren en weergeven van invoergegevens en rekenresultaten. Het instrument kan ook rekenen voor wegverkeer met aangeboden bestanden. Het CIMLK voldoet aan actuele veiligheidseisen, en is gebaseerd op recente technische ontwikkelingen.

5

Pagina 12 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

in het nieuwe monitoringsinstrument CIMLK, waar dat wel het geval was in de oude NSL-monitoringstool. Dat komt omdat er onder de Omgevingswet geen plicht meer is om de voortgang van projecten en maatregelen te monitoren. Om over dit laatste monitoringsjaar voor het NSL onder de Wet milieubeheer over de voortgang van projecten en maatregelen te kunnen rapporteren, is een uitvraag buiten het CIMLK om gedaan. Die uitvraag is alleen gestuurd aan die NSL-deelnemers die nog een openstaand dan wel lopend project (104 deelnemers) en/of een maatregel (34) hadden. In de praktijk is gebleken dat van een gestructureerde rapportage geen sprake was. Slechts van 37 van de 104 aangeschreven deelnemers is een reactie over de projecten ontvangen. Van de deelnemers met een maatregel reageerden er 12 van de 34. Een goede analyse hierop was niet zinvol, omdat die niets zegt over het totaal van de voortgang van NSL-projecten en -maatregelen in Nederland. De indruk is dat de stand van zaken in de voortgang van maatregelen en projecten nagenoeg gelijk is aan die van vorig jaar. Volgens de NSLpartners is 83 procent van de maatregelen afgerond, en is 9 procent in uitvoering. Alle maatregelen moeten tijdens de looptijd van het NSL zijn afgerond of in uitvoering zijn genomen.

De gerapporteerde uitvoeringsfase van maatregelen laat zien dat aan deze eis nagenoeg (83 procent + 9 procent = 92 procent) is voldaan. De aanvullende maatregelen die onderdeel zijn van de Aanpassing NSL 2018 6, zijn sinds 2019 onderdeel van de NSL-monitoring. Het betreft 87 aanvullende maatregelen, waarvan ruim een derde in uitvoering is en de helft is afgerond. Soms betreft het maatregelen die geen concrete einddatum hebben, maar een doorlopende uitvoering of toepassing kennen. Wel is in de loop van de jaren voor 53 NSL-maatregelen een ‘Voornemen verzoek ontheffing uitvoeringsplicht’ ingediend. De motivaties om deze maatregelen niet (meer) uit te voeren zijn, veelal gerelateerd aan veranderde inzichten over nut en noodzaak van bijdragen aan verbeteringen van de luchtkwaliteit, en aan behaalde verbeteringen in de luchtkwaliteit op zich. Van alle in het NSL opgenomen projecten is bijna 51 procent in uitvoering of afgerond. Mogelijke vertraagde uitvoering van projecten brengt de doelstellingen van het NSL niet in gevaar, doordat de eerder berekende bijbehorende verkeersemissies ook bij latere uitvoering lager zullen uitvallen. Dat het Nationaal Samenwerkingsprogramma met de inwerkingtreding van de Omgevingswet eindigt, betekent niet dat het monitoren van de luchtkwaliteit en het treffen van maatregelen stopt. De monitoring loopt onder de Omgevingswet nagenoeg ongewijzigd door.

Daarnaast heeft het bevoegd gezag vaak een uitvoeringsagenda, beleidsnota of een programma waarmee naar een schonere en gezondere luchtkwaliteit en leefomgeving wordt gestreefd. Daarin zijn maatregelen verankerd om die beleidsdoelen na te streven. Verder heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een bestuurlijk programma, ‘Het Schone Lucht Akkoord’ (SLA), waarin deelnemers met elkaar én individueel maatregelen nemen om onder 6

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2018Z17192&did=2018D46645 Pagina 13 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

meer gezondheidswinst voor iedereen in Nederland te realiseren. In dit programma is een rapportage 7 beschikbaar over de stand van zaken in de uitvoering van maatregelen en pilots die overheden binnen het SLA nemen. Dit akkoord heeft een looptijd tot en met 2030. Statistisch verwachte aantal overschrijdingen stikstofdioxide De concentraties van stikstofdioxide en fijnstof liggen op diverse locaties binnen enkele μg/m3 van de grenswaarden. Hierdoor is het aantal overschrijdingen gevoelig voor onzekerheden in de berekeningen, en kunnen geringe stijgingen van de concentraties het aantal overschrijdingen sterk beïnvloeden. De onzekerheidsmarge in de invoergegevens (zowel lokaal als generiek) is aanzienlijk. Uit vergelijkingen tussen metingen en berekeningen blijkt dat de onzekerheid in de berekende concentratie voor individuele locaties enkele microgrammen per kubieke meter (μg/m3) bedraagt. Net als in voorgaande monitoringsronden is een extra analyse voor stikstofdioxide uitgevoerd, en is het statistisch verwachte aantal overschrijdingen langs verkeerswegen berekend. Bij deze analyse wordt rekening gehouden met de combinatie van het aantal locaties met stikstofdioxideconcentraties in de buurt van de grenswaarde, en met een kansverdeling voor lagere of hogere concentraties dan berekend.

Dit statistisch verwachte aantal overschrijdingen is het aantal overschrijdingen dat wordt verwacht als de concentratie op elke rekenlocatie exact zou kunnen worden gemeten. Het berekende aantal statistisch verwachte overschrijdingen voor 2022 ligt met 116 (overeenkomend met 11,6 km weg per rijrichting) hoger dan het aantal voor 2021 en 2020, toen het er respectievelijk 23 en 5 waren. Dat is nog altijd ongeveer 87 minder dan in 2019. Door neveneffecten van de coronamaatregelen waren er voor 2020 en 2021 voor heel Nederland aanzienlijk lagere NO2-concentraties op toetspunten berekend dan voor 2019. Het aantal toetspunten met waarden in de buurt van de grenswaarde is in 2022 gedaald ten opzichte van 2019, het jaar voorafgaand aan de coronamaatregelen, waardoor het statistisch verwachte aantal overschrijdingen ook lager is dan in 2019.

Monitoring - Schone lucht akkoord: https://www.schoneluchtakkoord.nl/thema/monitoring/#:~:text=Jaarlijks%20rapporteren%20alle%20SLA%2D deelnemers,jaarlijks%20de%20voortgang%20te%20rapporteren. 7

Pagina 14 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

1

Inleiding

Deze rapportage is de veertiende en tevens laatste monitoringsrapportage van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) onder de Wet milieubeheer. Omwille van de leesbaarheid wordt sinds Monitoringsrapportage NSL 2014 achtergrondinformatie ontsloten door verwijzingen naar andere bronnen, waaronder voorgaande rapportages. In Bijlage 1 is een begrippenkader te vinden, waarin belangrijke termen zijn uitgelegd. 1.1

Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) Door de Europese Commissie zijn in 1998 grenswaarden voor luchtkwaliteit opgesteld, waaraan alle lidstaten moeten voldoen. Omdat Nederland niet tijdig aan de Europese grenswaarden kon voldoen, heeft de overheid in 2008 een verzoek tot uitstel respectievelijk vrijstelling (derogatieverzoek) van de grenswaarden bij de Europese Commissie ingediend. In dit verzoek tot uitstel is het NSL 8 opgenomen. Het NSL is een programma waarin de Rijksoverheid met de decentrale overheden samenwerkt om overschrijdingen van de concentratiegrenswaarden op te lossen (Minister van VROM, 2009). In april 2009 heeft de Europese Commissie goedkeuring gegeven aan het door Nederland ingediende derogatieverzoek (VROM, 2009). Nederland kreeg uitstel tot juni 2011 om aan de grenswaarden voor fijnstof (PM10) te voldoen, en tot 2015 voor stikstofdioxide (NO2). De looptijd van het NSL is tweemaal verlengd. In het Besluit tweede verlenging NSL (Ministerie van IenM, 2016) is vastgelegd dat de periode waarop het NSL betrekking heeft per 1 januari 2017 is verlengd tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Met de uitvoering van het NSL beogen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en de participerende overheden twee hoofddoelen te bereiken (Minister van VROM, 2009): • Het verbeteren van de luchtkwaliteit ten behoeve van de volksgezondheid, met als concretisering het overal voldoen aan de Europese grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). In het geval van een eventuele overschrijding dient de periode van overschrijding zo kort mogelijk te zijn. • Het bieden van ruimte voor van ruimtelijke projecten en het bijdragen aan de onderbouwing ervan. De systematiek van het NSL is beschreven in het derogatieverzoek en in het kabinetsbesluit tot vaststelling van het NSL. Bij de vaststelling is gekeken hoe de luchtkwaliteit zich zou ontwikkelen op basis van de autonome ontwikkeling, in combinatie met de effecten van voorgenomen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit en de effecten van ruimtelijke projecten. Na vaststelling van het NSL is het via een meldingsprocedure vervangen en toevoegen van projecten en maatregelen toegestaan, zolang deze binnen de doelstellingen passen. 8

https://www.infomil.nl/onderwerpen/klimaat-lucht/luchtkwaliteit/regelgeving/wet-milieubeheer/nsl Pagina 15 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

Het ministerie van IenW heeft op 28 september 2018 de Aanpassing NSL 2018 vastgesteld. Samen met het NSL is de Aanpassing NSL 2018 gericht op het zo snel mogelijk voldoen aan de grenswaarden. De Aanpassing NSL 2018 brengt geen wijzigingen aan in het functioneren van het NSL. Het is een aanvulling op het NSL, die beoogt de resterende overschrijdingen van de grenswaarden van NO2- en PM10-concentraties 9 versneld op te lossen. Hiertoe werden met de Aanpassing NSL 2018 een knelpuntenanalyse en een pakket met passende maatregelen aan het NSL toegevoegd. Deze aanvullende maatregelen zijn sinds 2019 onderdeel van de Monitoring NSL. 1.2

Monitoren van het NSL Om zicht te houden op het halen van de doelen van het NSL, is het belangrijk om de voortgang te monitoren. Dit gebeurt door middel van een monitoringsprogramma. De uitvoering van de monitoring is in 2009 neergelegd bij Bureau Monitoring. Bureau Monitoring werkt in opdracht van het ministerie van IenW. Binnen Bureau Monitoring werken het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en Kenniscentrum InfoMil (onderdeel van Rijkswaterstaat Leefomgeving) samen. Bureau Monitoring levert jaarlijks een monitoringsrapportage, met daarin de resultaten van de monitoring. 10 Het doel van het NSL is om in heel Nederland aan de Europese grenswaarden – in dit rapport ook wel normen genoemd – te voldoen. Omdat het voldoen aan die normen voor stikstofdioxide en fijnstof centraal staat in het NSL, is de presentatie van de resultaten in deze rapportage daar ook specifiek op gericht. De luchtkwaliteitsberekeningen zijn uitgevoerd vanuit het door het ministerie van IenW vastgestelde beleidskader. Dit houdt in dat de berekeningen zijn uitgevoerd op basis van door de overheden aangeleverde gegevens en toetspunten, en met de door de wet voorgeschreven rekenmethoden en generieke invoergegevens. In de Overleggroep NSL Monitoring is afgesproken dat berekeningen worden uitgevoerd voor zowel het gepasseerde jaar als voor zichtjaren.

De berekeningen voor een gepasseerd jaar zijn eenmalig vastgesteld, in tegenstelling tot de verwachtingen voor de zichtjaren, die elk jaar op basis van nieuwe inzichten worden geactualiseerd. Het zichtjaar 2030 is sinds Monitoringsronde 2018 in overleg met de NSL-partners aan de rapportage toegevoegd, omdat er behoefte is aan inzicht in de luchtkwaliteit op de middellange termijn. Bij de monitoringsronde 2023 is naar de wens van de overleggroep ook het korte-termijnzichtjaar 2025 toegevoegd. De luchtkwaliteitsnormen zijn opgesteld vanwege de effecten die de luchtkwaliteit op de volksgezondheid heeft. Bij de vaststelling van het NSL is het verbeteren van de luchtkwaliteit voor de volksgezondheid als eerste doel opgenomen. Zo staat het geformuleerd: ‘De achterliggende drijfveer hiervoor is dat het kabinet de schadelijke effecten van luchtverontreiniging op de gezondheid sterk wil verminderen’ Belangrijk is op te merken dat dit rapport de concentraties stikstofdioxide (NO2) in de lucht langs verkeerswegen adresseert, en de toetsing ervan aan de concentratiegrenswaarden. Het gaat niet over de stikstofdeposities die belangrijk zijn in het stikstofbeleid in relatie tot biodiversiteit. 10 http://www.nsl-monitoring.nl/rapportages-en-documenten 9

Pagina 16 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

(Minister van VROM, 2009, p. 50). Naast de aandacht voor het halen van de grenswaarden besteedde de NSL-monitoringsrapportage voorheen ook aandacht aan de ontwikkeling van blootstelling van de bevolking aan de buitenluchtconcentraties stikstofdioxide en fijnstof. Voor dit kalenderjaar (2023) en voor alle monitoringsronden in oneven jaren tot 2030 verschijnt voortaan het tweejaarlijkse monitoringsrapport van het Schone Lucht Akkoord (SLA) over de blootstelling van de bevolking aan de luchtkwaliteit. Het SLA legt nadruk op het realiseren van gezondheidswinst en het bereiken van de in 2005 door de WHO afgegeven advieswaarden. Deze worden nu door de Europese Commissie voorgesteld als grenswaarden voor 2030 en daarna. Het SLA-rapport beschrijft de bevolkingsblootstelling zoals ook het NSL-rapport deed, maar dan in uitgebreidere vorm. Daarom vervalt dit jaar in de NSLmonitoringsrapportage het onderwerp bevolkingsblootstelling. Hetzelfde geldt voor alle komende oneven jaren tot 2030, in de voortzetting van de monitoringsrapportage luchtkwaliteit onder de Omgevingswet. Die wet treedt per 1 januari 2024 in werking. In de komende even jaren zal de monitoringsrapportage luchtkwaliteit wel de bevolkingsblootstelling zoals voorheen behandelen, omdat er die jaren geen SLA-rapportage is.

Naar aanleiding van een op 16 juni 2011 in de Tweede Kamer aangenomen motie (de motie ‘Van Tongeren’11) heeft het ministerie van IenW het RIVM gevraagd om tijdens de Monitoringsronde 2011 een controle op de invoergegevens voor verkeer uit te voeren. Sindsdien vond er in elke ronde een controle plaats op de kwaliteit van invoergegevens van wegverkeer. Sinds 2017 vond er eveneens een controle plaats op de invoergegevens van veehouderijen. Vanaf Monitoringsronde 2022 is deze controle sterk afgeslankt. Dit was te rechtvaardigen, aangezien er sinds 2011 (verkeer) en 2017 (veehouderijen) elke ronde intensieve controles plaatsvonden met terugkoppeling naar de bevoegde gezagen. Hen werd verzocht gebleken onvolkomenheden in een volgende gelegenheid of ronde te verbeteren. Daaraan is met name in de laatste paar ronden goed gehoor gegeven, waardoor het aantal onvolkomenheden in de invoerdata in het algemeen flink daalde. Hiermee is in ruime mate tegemoet gekomen aan de motie Van Tongeren. De introductie in deze monitoringsronde van het nieuwe monitoringsinstrument CIMLK (Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit) voor de gegevensuitwisseling, ter vervanging van de NSLMonitoringstool, resulteerde in een aantal gevallen in onbedoelde onvolkomenheden.

Op plaatsen waar de problemen met rekenen en belangrijke onvolkomenheden speelden, zijn de betrokken bevoegde gezagen benaderd met het verzoek de invoergegevens in een korte verlengde actualisatieperiode opnieuw en in goede orde aan te leveren, al dan niet onder begeleiding van Bureau Monitoring. Dit resulteerde erin dat de meeste en vooral de belangrijkste bronhouders voor wegverkeer en veehouderijen gegevens aanleverden waarmee het RIVM wél kon rekenen. Deze activiteit is als deel van de uitvoering van de motie ‘Van Tongeren’ (Tweede Kamerstuk, 2011) aan te merken. Die motie vroeg ‘om steekproefsgewijs de invoer te controleren van (verkeers)gegevens bij de toepassing van verkeersmodellen die ten doel hebben de luchtkwaliteit te 11

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30175-120.html Pagina 17 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

berekenen’. Dit omdat ‘fouten met de invoer’ van gegevens ‘kunnen leiden tot een verkeerde voorstelling van zaken voor de luchtkwaliteit’. Na definitieve sluiting van de actualisatie is wederom een beperkt aantal (deels) automatische controles op gegevens van zowel wegverkeer als veehouderij uitgevoerd. De geconstateerde mogelijke onvolkomenheden worden in de aanloop naar aankomende Monitoringsronde 2024 teruggekoppeld naar de desbetreffende bevoegde gezagen, met het verzoek deze indien nodig te verbeteren. 1.3

Betrokken partijen Het NSL is een samenwerkingsprogramma, waarbij de invulling van de monitoring en de werkzaamheden van Bureau Monitoring worden afgestemd met de Overleggroep NSL Monitoring. De overleggroep bestaat uit vertegenwoordigers van de verschillende verkeerpartners (gemeenten, provincies, Rijkswaterstaat en het ministerie van IenW). 12 Veehouderijpartners zijn in 2020 en later niet opnieuw uitgenodigd. Hun deelname blijkt beperkt, omdat zij een eigen overlegstructuur kennen, met agendering van de emissies door veehouderijen. In de overleggroep is afgesproken dat naast het doorrekenen van de luchtkwaliteit in het afgelopen jaar ook een doorkijk wordt gemaakt naar de toekomst aan de hand van zichtjaren. Ook de monitoringsrapportage is met deze NSL-partners afgestemd. De samenwerkingspartners hebben de verantwoordelijkheid om de maatregelen voor verkeer die zijn opgenomen in het NSL uit te voeren. In het kader van de monitoring leveren zij tijdens de jaarlijkse actualisatie informatie over zowel de voortgang van de ruimtelijke projecten en maatregelen voor wegverkeer, als over eventuele wijzigingen daarin. Daarnaast leveren zij de meest actuele invoergegevens over verkeer en veehouderijen. Het is de verantwoordelijkheid van de betrokken overheden zelf dat alle aangeleverde informatie correct en volledig is.

De resultaten die in deze rapportage zijn gepresenteerd, volgen rechtstreeks uit deze aangeleverde gegevens. Van een deel van de berekende en gerapporteerde overschrijdingen geeft het bevoegd gezag achteraf – na sluiting van de monitoringstool en validatie van de berekeningen – mogelijk aan dat deze onterecht zijn (zie Bijlage 6A). Dit komt bijvoorbeeld doordat de invoerdata voor de berekening van de lokale bijdrage onvolkomenheden bleken te bevatten, of doordat overschrijdingen zijn berekend op ingevoerde locaties waarvan het bevoegd gezag achteraf stelt dat het de luchtkwaliteit daar niet hoeft te toetsen, bijvoorbeeld als een locatie als rekenpunt in plaats van als toetspunt ingevoerd had moeten zijn. Het RIVM kan na sluiting van de monitoringstool en validatie van de berekeningen geen aanvullende berekeningen uitvoeren op basis van gecorrigeerde invoerdata. De desbetreffende overschrijdingen worden in deze rapportage daarom benoemd als ‘volgens het bevoegd gezag onterecht’. Bevoegde gezagen kunnen eventuele onvolkomenheden in de invoerdata corrigeren tijdens de actualisatiefase van de volgende monitoringsronde, in dit geval die van 2024.

Het RIVM wijzigt gegevens tijdens of na de actualisatieperiode niet eigenhandig, zelfs niet op https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/regelgeving/wet-milieubeheer/nsl/verlengingnsl/ en de link naar PDF ‘Besluit verlenging NSL’ op deze webpagina geeft de deelnemende partners aan. 12

Pagina 18 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

verzoek van het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag dient de gegevens zelf te controleren en te corrigeren. 1.4

Uitvoering Monitoring NSL met CIMLK De monitoring kent een jaarlijkse cyclus van door de diverse partijen uit te voeren stappen Afspraken hierover en de planning van de jaarlijkse cyclus zijn vastgesteld in een document met de procesafspraken: ‘Uitvoering Luchtkwaliteit Monitoring NSL’ 13, versie 2023. Samengevat kunnen overheden de invoergegevens voor de monitoring gedurende een vastgestelde periode in het voorjaar actualiseren. Daarna worden met deze geactualiseerde gegevens voor wegverkeer landsdekkende berekeningen uitgevoerd met het rekenhart AERIUS Lucht 14 in het monitoringsinstrument CIMLK 15. Dit rekenhart is door het RIVM gevalideerd; de verslaglegging van de validatie is in detail te vinden in Visser en Wesseling, 2020 en Wesseling et al., 2020. Bijlage 2 bevat de validatieresultaten voor de NSL Monitoringsronde 2023. Berekeningen met de gegevens van de veehouderijen zijn uitgevoerd met ISL3a versie 2023. Het RIVM voert het inhoudelijke deel van de rapportage over de luchtkwaliteit uit (hoofdstukken 2 tot en met 4) en Kenniscentrum InfoMil beschrijft de voortgang van de projecten en de maatregelen (hoofdstuk 5). Bij het openbaar maken van dit rapport komen de geactualiseerde invoergegevens en resultaten in de monitoringstool beschikbaar via de website www.cimlk.nl/.

Per 1 januari 2023 is de sterk verouderde website van de NSLmonitoring vervangen door een nieuwe website met een nieuwe monitoringstool. Die heet Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK), voldoet aan actuele veiligheidseisen en is gebaseerd op recente technische ontwikkelingen. Daarmee samenhangend is het Informatiemodel Luchtkwaliteit aangepast, evenals het dataformaat van de uitwisselbestanden (www.cimlk.nl/documentatie). Het CIMLK is bedoeld om de komende jaren te voorzien in (1) de monitoring van luchtkwaliteit onder de Omgevingswet, (2) de monitoring voor het Schone Lucht Akkoord én (3) het doorrekenen van effecten op de luchtkwaliteit van een project of maatregel. Alle gegevens voor verkeer en veehouderijen van NSL Monitoringsronden 2022 en 2023 zijn in het CIMLK beschikbaar in het nieuwe data uitwisselformaat, via downloadopties en een interactieve kaartviewer. Invoergegevens en rekenresultaten voor verkeer en veehouderijen van monitoringsrondes voorafgaand aan de introductie van het CIMLK en zijn vernieuwde dataformaat, blijven in het oude dataformaat beschikbaar via www.cimlk.nl/documentatie, in de rubriek ‘Download NSL monitoringsronden’. De NSL-rekentool voor verkeer werd sinds 2010 in de NSL-monitoring gebruikt voor SRM-1 en SRM-2-berekeningen (Standaard Rekenmethoden 1 en 2) van de luchtkwaliteit.

Sinds 1 januari 2020 werd deze verouderde rekentool in de toen in gebruik zijnde NSLmonitoringstool niet langer ondersteund. Om de monitoring ten tijde van 13 14 15

https://iplo.nl/thema/lucht/monitoring-luchtkwaliteit/afspraken-planning/ Dit rapport noemt AERIUS Lucht veelvuldig de ‘rekentool’. Dit rapport noemt het monitoringsinstrument CIMLK veelvuldig de ‘monitoringstool’. Pagina 19 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

de uitgestelde inwerkingtreding van de Omgevingswet te laten doorgaan, is het rekenhart ‘AERIUS Lucht’ ontwikkeld en geïmplementeerd. SRM-1- en SRM-2-berekeningen in de NSLmonitoringstool werden in de periode april 2020-december 2022 met dit rekenhart uitgevoerd. Op 12 december 2022 ging het CIMLK van start als vervangend monitoringsinstrument voor de luchtkwaliteit. Dit instrument maakt ook gebruik van het rekenhart AERIUS Lucht, in vrijwel ongewijzigde vorm. Het CIMLK kan voor verkeer met de AERIUS Lucht-rekentool versie 2022 en 2023 rekenen. Het streven is om steeds de rekentoolversies van de afgelopen vier jaar voor publiek gebruik beschikbaar te houden. 1.5

Regeling beoordeling luchtkwaliteit en Wet milieubeheer De Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (Rbl 2007) vormt de basis voor de uitgevoerde berekeningen. Voor de huidige rapportage is uitgegaan van de vigerende versie uit april 2021, zoals die op wetten.overheid.nl is te vinden.

1.6

Toetsing aan de luchtkwaliteitsgrenswaarden Door de Europese Commissie zijn in 1998 grenswaarden voor luchtkwaliteit opgesteld, waaraan alle lidstaten moeten voldoen. De vigerende grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn opgenomen in de Europese richtlijn 2008/50/EG. 16 Nederland moet sinds juni 2011 aan de Europese grenswaarde voor fijnstof (PM10) voldoen, en sinds 2015 aan de Europese grenswaarde voor stikstofdioxide. De Europese grenswaarde voor de jaargemiddelde NO2-concentratie is 40 μg/m3. In de Rbl 2007 is daarbij een afrondingsregel opgenomen op één getal achter de komma (decimaal). Daarom wordt in deze rapportage 40,5 μg/m3 gehanteerd als concentratie waarop wordt getoetst, de zogenoemde toetswaarde. Concentraties hoger dan of gelijk aan deze toetswaarde gelden als overschrijding. Voor fijnstof (PM10) gelden twee normen: een jaarnorm en een etmaalnorm. Bij de jaarnorm is de grenswaarde een jaargemiddelde concentratie fijnstof van 40 μg/m3, en bij de etmaalnorm mag maximaal 35 dagen per jaar een fijnstofconcentratie boven de 50 μg/m3 voorkomen. Ook hier is voor de toetswaarde aan de norm de afrondingsregel toegepast: 40,5 μg/m3 bij de jaarnorm en 35,5 dagen bij de etmaalnorm. Bij toetsing van berekende concentraties fijnstof aan de grenswaarden, is het in het geval van een overschrijding toegestaan de concentraties zeezout in de lucht buiten beschouwing te laten.

De hoogte van de zeezoutaftrek is locatieafhankelijk. Dit geldt zowel voor de aftrek op het jaargemiddelde als voor de aftrek op het aantal overschrijdingsdagen. Deze aftrek is toegepast in alle tabellen en figuren waarin wordt getoetst aan de fijnstofgrenswaarde. Onderzoek toont een empirische relatie aan tussen het aantal dagen overschrijding van de etmaalnorm en de jaargemiddelde concentratie 16

http://data.europa.eu/eli/dir/2008/50/oj

Pagina 20 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

fijnstof. Uit deze relatie blijkt dat als aan de etmaalnorm is voldaan, er ook aan de jaarnorm is voldaan (Rbl 2007). Daarom wordt in de monitoringsrapportage primair getoetst op de overschrijding van de etmaalnorm. Na toepassing van de zeezoutaftrek betreft de toetswaarde van fijnstof 31,2 μg/m3 (zie Bijlage 1 voor meer informatie). Voor de fijnere fractie van fijnstof (PM2,5) is in de Europese richtlijn een viertal grenswaarden en blootstellingscriteria opgenomen. De enige grenswaarde die voor deze rapportage relevant is, betreft een grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie. PM2,5-concentraties mogen maximaal 25 μg/m3 zijn. In verband met de afrondingsregel in de Rbl 2007 wordt in deze rapportage 25,5 μg/m3 als toetswaarde gehanteerd. 1.7

Neveneffecten van coronamaatregelen Voor zover ze nog doorwerkten in 2022, zijn de neveneffecten van de coronamaatregelen die in 2021 nog een deel van het jaar van kracht waren zo veel mogelijk meegenomen in de voorliggende monitoringsrapportage voor het gepasseerde jaar 2022. Zo is voor de grootschalige achtergrondconcentraties (GCN; Hoogerbrugge et al. (2023)) gecontroleerd of de toepassing van de emissies over 2021 – als meest recente beschikbare emissiedata – tot verkeerde inschattingen kan leiden. Voor het grootste deel van de sector mobiliteit is uiteindelijk de emissie van 2021 gebruikt. De uitzondering was de sector luchtvaart. Voor de sector luchtvaart is een verhoging van 44 procent toegepast op de emissies zoals die voor het jaar 2021 zijn gerapporteerd in de Emissieregistratie, als grove benadering van de emissieniveaus in 2022. De voorliggende rekenresultaten geven voor het gepasseerde jaar 2022 een vergelijkbaar beeld als het beeld dat wordt geschetst in de rapportage van de onderliggende grootschalige achtergrondconcentraties (GCN) voor dat jaar (Hoogerbrugge et al., 2023). Details over de effecten op de achtergrondconcentraties voor 2022 zijn gegeven in Bijlage 3.

Pagina 21 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

Pagina 22 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

2

Resultaten luchtkwaliteit langs wegen

Dit hoofdstuk beschrijft de resultaten van de monitoring van de luchtkwaliteit op de toetspunten nabij wegen voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (zowel PM10 als de fijnere fractie fijnstof PM2,5). De resultaten van de berekeningen 17 voor het gepasseerde jaar 2022 en de zichtjaren 2025 en 2030 zijn te vinden in respectievelijk paragraaf 2.1 en 2.2. In paragraaf 2.3 staat een beknopte duiding van de verschillen met de vorige monitoringsronden. Bijlage 3 geeft een overzicht van de veranderingen in de generieke invoergegevens, ter verklaring van verschillen met de vorige monitoringsronden. In paragraaf 2.4 zijn de onzekerheden en het statistisch verwachte aantal overschrijdingen beschreven. Op https://www.cimlk.nl/kaart zijn op de kaart voor monitoringsronden van 2021, 2022 en 2023 de resultaten op alle rekenpunten langs verkeerswegen te bekijken. Naast NO2, PM10 en PM2,5 zijn ook rekenresultaten beschikbaar voor roet (elemental carbon, EC). Voor oudere NSL-monitoringsronden zijn de resultaten als downloadbare bestanden beschikbaar op https://www.cimlk.nl/documentatie. De in dit hoofdstuk gepresenteerde resultaten zijn exclusief de resultaten nabij veehouderijen. Deze worden in hoofdstuk 3 gepresenteerd. In de tabellen is dit vermeld door middel van de tekst ‘exclusief veehouderijen’. De emissies van veehouderijen zijn wel in de achtergrondconcentraties meegenomen.

Berekeningen zijn uitgevoerd met het rekenhart AERIUS Lucht, versie 2023 van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Dit Nederlandse rekenmodel voldoet ruimschoots aan de door de Europese Unie gestelde eisen aan onzekerheden bij het gebruik van rekenmodellen voor het toetsen aan de grenswaarden (Wesseling et al., (2013, 2018 en 2020) en RIVM (2022)). De resultaten in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de gegevens zoals die door de wegbeheerders in de monitoringstool zijn ingevoerd. Deze gegevens – en daarmee ook de rekenresultaten voor de desbetreffende locaties – bevatten onvolkomenheden. Van enkele berekende en gerapporteerde overschrijdingen geeft het bevoegd gezag soms achteraf aan dat deze volgens hen onterecht zijn. De desbetreffende overschrijdingen zijn in deze rapportage in dat geval benoemd als ‘volgens het bevoegd gezag onterecht’. Zie Bijlage 6A voor de door wegbeheerders aangeleverde toelichtingen op de invoergegevens en berekende overschrijdingen.

De invoergegevens voor de berekeningen voor het gepasseerde jaar zijn zoveel mogelijk gebaseerd op metingen, bijvoorbeeld de actuele meteorologische gegevens, en het gebruik van praktijkemissies voor de bepaling van de emissiefactoren. De invoergegevens voor prognosejaren maken mede gebruik van meetgegevens, maar moeten daarnaast ook gebruikmaken van verwachtingen, bijvoorbeeld over de ontwikkeling van het wagenpark. Voor de meteorologische gegevens is gebruikgemaakt van een langjarig gemiddelde weersituatie. 17

Pagina 23 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

2.1

Resultaat luchtkwaliteit langs wegen voor 2022 Deze paragraaf toont de resultaten van de NO2-, PM10- en PM2,5concentraties voor het gepasseerde jaar 2022. Voor 2022 zijn 21 overschrijdingen van de grenswaarde voor NO2 berekend (Tabel 2.1). Het is belangrijk dat dit rapport de concentraties stikstofdioxide (NO2) in de lucht langs wegen in beeld brengt en toetst aan de concentratiegrenswaarden. Het gaat niet over de stikstofdeposities die belangrijk zijn in het stikstofbeleid in relatie tot biodiversiteit. Tabel 2.1 Overzicht van het aantal NO2- en PM10-overschrijdingen per gemeente in kilometer rijrichting 18, berekend voor 2022. Het aantal PM10-overschrijdingen is inclusief zeezoutaftrek, en exclusief de apart in hoofdstuk 3 gepresenteerde overschrijdingen bij veehouderijen. Een aantal berekende overschrijdingen zijn volgens het bevoegd gezag onterecht. Deze zijn per type bevoegd gezag aangemerkt met een ‘*’ (zie Bijlage 6A). Het aantal resterende overschrijdingen, na aftrek van de als onterecht aangemerkte overschrijdingen, is eveneens gegeven. 19

2022 NO2 Amsterdam Rotterdam Den Haag Arnhem Haarlemmermeer Schiedam Utrecht Hoekse waard Nederland (berekend) Na aftrek ‘onterecht’ PM10 Velsen Nederland

Totaal

Rijk

Provincie

Gemeente

0,2 0,2 0,6 0,2 0,6 0,1 0,1 0,1 2,1 0,1

*0,1 *0,1 *0,1 *0,1 *0,1 0,5 -

*0,5 0,5 -

*0,2 0,1 *0,6 *0,2 1,1 0,1

-

0,2 0,2

0,2 0,2

NO2 overschrijdingen Voor NO2 zijn in Amsterdam twee overschrijdingen berekend op locaties waar in eerdere monitoringsronden voor de jaren 2016 t/m 2018 – en voor 2019 in de nabijheid – ook overschrijdingen werden berekend. De gemeente Amsterdam stelt in een toelichting (bijlage 6A) dat het om twee onterechte toetspunten gaat, en dat ze deze in de volgende monitoringsronde niet meer als toetspunten zal aanmerken, maar als rekenpunten. In en rond Rotterdam is op vier toetspunten een overschrijding voor NO2 berekend. In Rotterdam betreft het twee overschrijdingen, waarvan een langs een gemeentelijke weg nabij de zuidelijke tunnelmond van de Maastunnel. De tweede overschrijding ligt bij de fietsterminal naast de zuidelijke tunnelmond van de Beneluxtunnel in de rijksweg A4. Dit is Voor ‘rijrichting’ kan ook ‘wegzijde’ worden gelezen. Zie voor meer uitleg Bijlage 1 Begrippenkader: Overschrijdingen per kilometer wegzijde (of rijrichting). Toetspuntidentificaties van de berekende overschrijdingen staan in de digitale bijlage ‘Rapport 2023-0394 Bijlage overschrijdingen inclusief onterecht verkeer veehouderijen’ bij deze rapportage op de website van het RIVM (https://www.rivm.nl). 18

19

Pagina 24 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

een toetspunt van Rijkswaterstaat (RWS). RWS merkt dit aan als een onterecht toetspunt (bijlage 6A), omdat er ter plekke geen mensen langdurig worden blootgesteld (blootstellingscriterium). Er wordt ook een overschrijding vastgesteld bij een toetspunt van RWS aan de Vlaardingerdijk in Schiedam, langs de A4. De gemeente zelf heeft er acht meter verderop een rekenpunt dat zij niet aanmerkt als toetspunt. RWS stelt dat het bezien vanuit het blootstellingscriterium een onterecht toetspunt is. Ook het vierde toetspunt in overschrijding is van RWS. Het is gelegen in de gemeente Hoekse Waard, in de berm van de A29 en in de buurt van de zuidelijke mond van de Heinenoordtunnel. RWS stelt dat het om een onterecht toetspunt gaat, omdat het ontoegankelijk is voor het publiek (toepasbaarheidsbeginsel). Voor Den Haag zijn op zes toetspunten overschrijdingen voor NO2 berekend, waarvan er vier op de Binckhorstlaan liggen, ter hoogte van de noordelijke tunnelmond van de Victory Boogiewoogietunnel. Een vijfde toetspunt met overschrijding ligt ter hoogte van een tunnelmond op de Neherkade en het zesde ligt nabij de noordelijke tunnelmond van de Koningstunnel. Al deze overschrijdingen worden door de gemeente Den Haag als onterecht aangemerkt, omdat ze volgens het toepasbaarheidsbeginsel niet als toetspunten aangemerkt hadden moeten zijn (zie bijlage 6A).

Als deze punten niet als toetspunten zouden worden gerekend, dan zou er voor Den Haag helemaal geen sprake zijn van een overschrijding van de grenswaarde voor NO2. De gemeente Den Haag heeft een windtunnelonderzoek laten uitvoeren voor toetspunten nabij diverse tunnelmonden. Correctiewaarden uit dit onderzoek zijn meegeleverd in de actualisatie. Op die toetspunten zijn geen overschrijdingen berekend. Ook Leiden heeft windtunnelonderzoek laten uitvoeren en correcties op de betreffende toetspunten geleverd. Voor die punten zijn geen overschrijdingen berekend. Beide gemeenten geven naar aanleiding van hun windtunnelonderzoeken een toelichting in bijlage 6A. In Arnhem is het aantal berekende overschrijdingen voor NO2 van twee in 2019 naar nul in 2020, één in 2021 en weer naar twee in 2022 gegaan 20. Het betreft in 2022 dezelfde locaties aan de Eusebiusbuitensingel als in 2019, met een concentratie die ruim boven de grenswaarde ligt. Arnhem merkt deze twee overschrijdingen aan als onterecht te hoog berekend, gezien de ter plaatse gemeten concentraties. In bijlage 6A geeft Arnhem een toelichting op deze als onterecht aan te merken overschrijdingen. In de gemeente Haarlemmermeer zijn zes overschrijdingen berekend voor NO2. Het betreft vijf overschrijdingen langs provinciale wegen (N205, N232 en N201) en één langs de rijksweg A5, direct aansluitend aan het Schipholterrein.

De provincie Noord-Holland en RWS stellen dat deze punten ten onrechte als toetspunten zijn aangemerkt, omdat ze niet voldoen aan de toetsingscriteria (bijlage 6A). Tenslotte is er voor NO2 nog een overschrijding in Utrecht berekend voor een toetspunt van RWS langs de A2, nabij de noordelijke mond van de Zie NSL-monitoringsrapportages van voorgaande jaren: https://www.rivm.nl/lucht/onderzoeksresultatenpublicaties 20

Pagina 25 van 89

RIVM-rapport 2023-0394

Leidsche Rijntunnel. RWS merkt ook dit punt aan als onterecht toetspunt. 21 Samenvattend zijn er voor de toetsing aan de grenswaarde van NO2 op 21 toetspunten overschrijdingen berekend. Dat staat gelijk aan 21 wegdelen van 100 meter, dus 2,1 km aan overschrijding. De bevoegde gezagen stellen echter dat twintig van deze toetspunten niet als punten voor een toetsing aan de grenswaarde in aanmerking zouden moeten komen, op grond van het toepasbaarheidsbeginsel en/of blootstellingscriterium (bijlage 1 en 6A) of omdat de berekende concentraties op toetspunten in vergelijking met metingen op die locaties onrealistisch hoog uitvallen. Het betreft twee punten van de gemeente Amsterdam, zes punten van de gemeente Den Haag, twee van de gemeente Arnhem, vijf punten van de provincie Noord-Holland en vijf punten van Rijkswaterstaat als wegbeheerders, c.q. bevoegde gezagen. Daarmee zijn deze overschrijdingen als ‘onterecht volgens bevoegd gezag’ aan te merken, en in Tabel 2.1 als zodanig met een asterisk gemarkeerd. Als deze niet worden meegeteld zou dit betekenen dat er in Nederland uiteindelijk voor 2022 nog één toetspunt (0,1 km rijrichting) is met een overschrijding voor NO2. De wegbeheerders hebben het voornemen de onterechte toetspunten in de komende monitoringsronde aan te passen. Het worden dan rekenpunten zonder toetsingsplicht aan de grenswaarden.

Na de bekendmaking van de door het RIVM berekende resultaten van deze monitoringsronde is geconstateerd dat de resultaten voor 2022 in de provincies Noord-Holland en Noord-Brabant zijn berekend zonder de effecten van maatregelen in de berekening mee te nemen. In alle andere provincies zijn de opgegeven maatregelen voor alle jaren wel in de berekening meegenomen. De reden voor deze omissies is onbekend. Na constatering van het ontbreken van de maatregelen in de berekeningen was het helaas niet meer mogelijk de complete rekenslag te herhalen, zonder een tijdige rapportage in gevaar te brengen. De consequentie is dat in de maatregelgebieden in Noord-Holland en NoordBrabant berekende concentraties voor NO2 op SRM-1 locaties, die nu in de monitoringstool zitten, iets te hoog kunnen zijn. Er is dus sprake van enige overschatting. Niet in alle delen van de provincies zijn er maatregelen. In die delen zijn de berekende concentraties wel correct. Worden de gegevens van de genoemde provincies voor 2022 gedownload en doorgerekend met de rekentool van CIMLK, dan worden de verschillen bij een vergelijking met de ook in de download aanwezige monitoringresultaten direct zichtbaar. Een test van de effecten in NoordHolland laat zien dat voor NO2 in Amsterdam op de binnenstedelijke drukkere SRM1-straten op veel locaties verschillen tussen 0,5 en 1,0 μg/m3 voorkomen.

Op enkele locaties zijn de verschillen groter dan 1,0 μg/m3. Op de meeste wat rustigere binnenstedelijke locaties zijn de verschillen kleiner dan 0,5 μg/m3. De test in Noord-Brabant laat zien dat in de binnenstad van Eindhoven op verschillende locaties verschillen voorkomen van tussen 1,0 en 3,0 μg/m3. Op een enkele locatie zijn de verschillen iets groter. In Tilburg is dit tussen de 0,5 en maximaal 1,0 μg/m3. Voor het al dan niet overschrijden van de NO2-grenswaarden maken de verschillen voor deze drie steden niet uit. 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13871414/1