1. Projectnota Klaprozenweg Noord concept.pdf
Tekst van het document
we sterk rekening met de cultuurhistorische
Ì
De cultuurhistorische context komt
context. We staan voor de opgave om een
goed tot zijn recht in de verkaveling en
overgang te maken tussen drie gebieden, die
volumeopzet van de bebouwing langs de Klaprozenweg Noord.
cultuurhistorisch sterk verschillen: Ì
De structuur van de NDSM-werf Oost is
Ì
We benutten de gegeven zonering in
bepaald door de utilitaire eisen die de
drie openbare sferen (park, stadstraat,
werven met zich meebrachten. Grote
kade) maximaal om aantrekkelijke over-
volumes zonder dat daar een steden-
gangen tussen de NDSM-werf en de
bouwkundig concept aan ten grond-
tuindorpen te maken.
slag ligt. De Scheepsbouwloods is hét
Ì
De visuele relatie tussen de Klaprozen-
cultuur-historisch icoon in de directe
weg een de NDSM-werf is wederzijds.
omgeving. Een complex met grote, im-
Dat wil zeggen dat de stedenbouwkun-
posante, horizontale bouwvolumes dat
dige opzet vanuit beide gezichtspunten
vraagt om nieuwbouw die daar niet mee
wordt bepaald.
wedijvert. We moeten de massawerking,
Ì
het ritme en de positionering van de
Te onderzoeken punten:
nieuwbouw daarop afstemmen.
Ì
De tuindorpen zijn juist zeer zorgvul-
schermde stadsgezichten wordt in het
dig gecomponeerd. De schaal van de
ontwerpproces betrokken. Daarvoor is
bebouwing in deze woonwijken is klein
een Hoogbouw Effectrapportage opge-
en groen speelt er een belangrijke rol.
steld (zie bijlage 11).
Met name in het nabijgelegen buurtje Ì
Ì
In het ontwerp (fase 3) moeten we
Hogeland.
aangeven hoe het plan zich verhoudt tot
De nieuwbouw op NDSM-werf West
voornoemde monumenten en structu-
maakt juist een enorme schaalsprong
ren. Dan kunnen we goed inzichtelijk
wat bouwhoogte betreft en is in een
maken wat de gevolgen zijn voor de
strak stedenbouwkundig stratenplan
cultuurhistorische waarden.
geplaatst.
46
Het effect van hoogbouw op de be-
Scheepsbouwloods op NDSM-werf Oost
Kraan 13 NDSM-werf Oost
Vogelvlucht NDSM richting het noorden
47
Bouwhoogte en -volume Om een overgang te vormen tussen gebie-
Hoogbouw
den met een sterk verschillende dichtheid
Uit de HER (zie bijlage 11) blijkt dat de visu-
en bouwhoogte (Hogeland enerzijds en bij
ele impact van de nieuwbouw van Klaprozen-
NDSM West anderzijds) zullen de E-blokken
weg Noord nauwelijks invloed heeft op de
aan de zijde van de groenstrook tot maximaal beschermde stadsgezichten van Amsterdam. 4 lagen gebouwd worden en aan de zijde van Op bepaalde punten vanuit dichtbij gelegen de Klaprozenweg gemiddeld 7 bouwlagen.
gebieden, zoals Zijkanaal I, zouden hoogteac-
Deze verdeling komt onder andere voort uit
centen aan de Klaprozenweg Noord zichtbaar
de participatie. De maximale ontwikkelruimte kunnen zijn. Conform het beleid moet hoogvoor de E-strook is 60.000 m2 BVO. De FSI
bouw ingezet worden om de herkenbaarheid
(Floor Space Index) ligt tussen de 3,0 en 3,3.
van de structuur van de stad te vergroten. Met het ontwerp van het silhouet van de
De gemiddelde bouwhoogte van de D1-
Klaprozenweg Noord in de volgende fase zul-
strook is hoger: 8 lagen en een FSI van 6,5.
len we hiermee rekening houden. De nieuwe
Daarmee sluit het meer aan op de ontwikke-
hoogbouw mag niet de contour vanaf de
lingen van de NDSM-werf West. De verhou-
NDSM-werf gaan domineren. Daarom moet
ding tot de achterliggende loodsen van de
er niet teveel hoogbouw komen, zodat we
van NDSM-werf Oost is ook belangrijk. Deze
die beter kunnen spreiden en de hoogbouw
cultuurhistorisch waardevolle gebouwen zijn
werkelijk als ‘accent’ functioneert.
beeldbepalend en moeten zichtbaar blijven vanaf de Klaprozenweg. Om de zichtbaarheid van de loodsen vanuit het plangebied te garanderen zal beschikbare kavel niet helemaal gevuld worden de nieuwe bouwmassa. Door af en toe de hoogte in te gaan maken we op straatniveau meer openheid en de behouden we de zichtrelatie met de NDSM-werf. Een ander belangrijk motief voor het bepalen van de bouwhoogte is rust in het straatbeeld. De balans tussen open-dicht en verticale-horizontale bouwvolumes is bepalend voor het ontwerp.
48
Uitgangspunten Ì
Ì
het plangebied.
de E-strook is maximaal 4 lagen. Ì
Ì
Ì
Ì
De bebouwing aan de stadsstraat
Hoogbouwaccenten worden niet bij elkaar maar verspreid neergezet over
De bebouwing aan de noordzijde van Ì
Aansluitend op de regels van NDSM-
(zuidzijde van de E-strook) is gemiddeld
west wordt de footprint van hoogbouw-
7 lagen.
accenten bepaald op maximaal 575 m2.
De bebouwing van de D-strook is maximaal 8 lagen. (met uitzondering van de
Te onderzoeken punten
twee hoogte-accenten).
Ì
De positie van de hoogbouwaccenten.
De bouwhoogte in de D-strook is op
Hierbij is de leesbaarheid van de stad en
twee plekken 0 meter om het zicht op
het zicht vanaf Zijkanaal I en NDSM-werf
de NDSM-werf te behouden.
medebepalend.
Maximaal twee hoogbouwaccenten (van meer dan 30 meter) in de D-Strook en één hoogbouwaccent aan de westkant van de E-Strook.
Ì
Uitgangspunt blijft dat hoogbouwaccenten niet hoger zijn dan 37 meter, waarbij een enkele tot maximaal 45 meter mogelijk is als dat wenselijk blijkt vanuit stedenbouwkundig opzicht.
1
3
gemiddeld 7 lagen max. 4 lagen gemiddeld 8 lagen evt. accent (aantal) Bouwhoogte
49
Bestaande bebouwing De ligging van huidige bebouwing en kavels
dus het uitgangspunt. Het Nemo-depot ligt
is medebepalend voor de positionering
gedeeltelijk in het nieuwe profiel van de Klap-
van nieuwe bouwblokken. We zoeken naar
rozenweg. We moeten onderzoeken of dat
een nieuwe verkaveling die rekening houdt
betekent dat het gebouw getransformeerd of
met de bestaande verkaveling, zodat kavels
gedeeltelijk gesloopt moet worden.
ontstaan die gefaseerd ontwikkeld kunnen worden. Bij de Pantarlocatie (E2) wordt de
Uitgangspunten:
Scheepsbouwweg wordt doorgetrokken
Ì
tarlocatie.
en is sloop van het pand het uitgangspunt. Daarom voorzien we hier actieve grondver-
Sloop en verschuiving kavelgrenzen Pan-
Ì
Sloop en verschuiving kavelgrenzen Dblokken.
werving door de gemeente. In de andere bouwblokken van de E-strook (E1 en E3) valt
de bestaande bebouwing gedeeltelijk binnen Te onderzoeken punten: nieuwe rooilijnen. Dat maakt een gefaseerde
Ì
Sloop of transformatie van middelste
ontwikkeling, en eventuele transformatie met
gebouwen op E1 en Nemo-depot op
behoud van (delen van de) panden, mogelijk.
E3?
De D-blokken moeten, vanwege de herprofilering van de Klaprozenweg, volledig naar het zuiden verschuiven. Ook hier is sloop
E1
E2
E3
D1
behoud sloop of transformatie sloop Bestaande kavels
50
nieuwe kavels (indicatief)
Visuele relaties Er wordt een aantal nieuwe visuele relaties
Voldoende verbindingen vanaf de Klaprozen-
toegevoegd en een aantal bestaande zicht-
weg zijn essentieel voor een goed functio-
lijnen versterkt. De bestaande lange lijnen
nerende wijk. Daarom wordt in de D1-strook
zijn: de groenstrook van de Strekkerweg,
één of twee extra doorsteken gemaakt.
de Tt. Vasumweg en de Klaprozenweg. Het doortrekken van de Scheepsbouwweg naar
Uitgangspunten:
de Klaprozenweg heeft naast verkeerskundi-
Ì
Scheepsbouwweg en Modelmakersstraat worden doorgetrokken tot Klaprozenweg.
Ì
D-strook wordt verdeeld in 3 blokken met doorkijken naar de NDSM-werf.
Ì
Overige geledingen van de blokken (E-strook) zijn optioneel maar zijn geen visuele verbindingen.
ge ook ruimtelijke voordelen: er ontstaat een nieuwe zichtrelatie met de NDSM-werf Oost door de grote ruimte tussen de bestaande loodsen. Aanvullende doorsteken en zichtlijnen naar de NDSM-werf dragen bij aan de het gevoel van nabijheid. Vanuit de Klaprozenweg zélf is ook enige openheid wenselijk. Continuïteit van de gevelwand is belangrijk
voor het functioneren van de stadstraat, maar Te onderzoeken punten: voor de zon, het uitzicht en de verbindingen
Ì
Positie doorkijken D-strook.
met de achterliggende wijk is het ongunstig als er een te lange ononderbroken gevelwand is.
mogelijke verbindingen structuur-/zichtlijnen lange zichtlijnen Visuele relaties
51
Rooilijnen De rooilijnen worden bepaald door:
De D1-strook zal in zijn geheel naar het zui-
Ì
wenselijke routes, ruimtes en zichtlijnen
den schuiven. Uitgaande van een overstek in
Ì
bestaande kavelgrenzen
de zuidelijke gevel worden deze blokken op
Ì
definiëren van ontwikkelbare kavels
de begane grond en de eerste verdieping 18 meter diep en op de overige verdiepingen 22
De aansluiting op de duidelijke structuur van
meter. Deze sluiten dan aan bij de rooilijn van
Hogeland is reden om de rooilijnen uit deze
‘Het Dok’.
buurt over te nemen in de E-blokken. Daarmee leggen we een functionele en visuele
Uitgangspunten:
relatie tussen de wijk en de Klaprozenweg.
Ì
Om voldoende ruimte te bieden aan de parkstrook ligt de noordelijke rooilijn van de E-blokken ongeveer op de huidige kavelgren- Ì zen. Bewoners hebben gevraagd om meer variatie in de bouwblokken zodat de be-
Ì
bouwing geen aaneengesloten muur wordt.
Rooilijnen in verlengde Scheepsbouwweg en de Modelmakersstraat en mede aangepast op profiel Klaprozenweg. Aan noordzijde E-blokken voldoende ruimte voor parkstrook. D-Strook verschuift naar zuiden met overstek aan Tt. Vasumweg.
Bovendien moeten we rekening houden met faseringen binnen de kavels. De bouwvolu-
Te onderzoeken punten:
mes zullen daarom meer variëren in hoogte,
Ì
breedte, plastiek en transparantie De rooilij-
Exacte ligging dwarsstraten, geleding blok, doorkijken.
nen aan de Klaprozenweg worden aangepast op de ligging van het nieuwe profiel.
E1
E2
E3
D1
vaste rooilijn mogelijke n.t.b. fasering en geleding kavels terugliggende rooilijn begane grond en 1e verdieping Rooilijnen
52
7.00
3.50
3.50
7.00
3.00
19.00
7.00
3.00
19.00
Voorbeeld doorsnede D-Blokken en TT Vasumweg (met kade en inpandige leveranciersstraat)
53
Openheid plint Essentieel voor het slagen van de stadstraat
Uitgangspunten:
en de relatie met zowel de NDSM-werf als
Ì
Open plinten aan de Klaprozenweg.
het Hogeland zijn de gevelwanden aan de
Ì
Transparante plinten in de D-blokken richting Cornelis Douweskanaal.
Klaprozenweg en de mate van transparantie. Bij een stadstraat hoort een hoge mate
Ì
Rustiger woonzijde aan Strekkerweg.
van activiteit, openbaarheid en openheid. Alle plinten aan de Klaprozenweg moeten
Te onderzoeken punten:
deze kwaliteit hebben. Aan de kant van
Ì
de D-blokken moet bovendien een zekere transparantie zijn om de zichtbaarheid van het water (Cornelis Douweskanaal) en de overzijde (NDSM-werf Oost) te verbeteren. Dat stelt eisen aan vormgeving, programmering en gebruik. Het ligt voor de hand om aan de luwe noordzijde van de E-blokken woningen en/of de entrees van woningen te realiseren. Hier kan dus een grotere mate van privacy en geslotenheid gerealiseerd worden.
Open plinten (inkijk) Transparante plinten (doorkijk) Woonzijde Plinten
54
De mate van openheid en transparantie in combinatie met de functies.
Oriëntatie De oriëntatie van de gevels en entrees is
entrees en voorgevels gemaakt worden. Aan
belangrijk voor het contact met de openbare
beide zijden moet voldoende leven op straat
ruimte. Het maken van alzijdige bouwblokken komen, maar er moet ook ruimte zijn voor is daarom een algemeen uitgangspunt. Alle
verblijf in de luwte.
lange zijden van de bouwblokken grenzen
Nutsvoorzieningen ten behoeve van de
aan primaire openbare ruimten met hoge
nieuwe blokken dienen een geïntegreerd on-
verblijfskwaliteit, te weten: de groenstrook,
derdeel te zijn van de bebouwing en worden
de Klaprozenweg en de Tt. Vasumweg. De
niet in de openbare ruimte geplaatst.
E-blokken zijn diep genoeg om zowel aan zuidzijde als noordzijde entrees en voor-
Uitgangspunten:
kanten te maken. Ook aan de verlengde
Ì
Zo veel mogelijk alzijdigheid in gevels
Scheepsbouwweg moeten voorkanten
Ì
Entrees E-blokken in ieder geval aan Klaprozenweg, Strekkerweg en Scheepsbouwweg
komen. Aan de Klaprozenweg is de ruimte in het profiel te beperkt om de bebouwing goed bereikbaar te maken voor voetgangers,
Te onderzoeken punten:
fietsers en auto. Daarom moet bij de ondiepe Ì
Entrees en oriëntatie D-blokken
D-blokken goed nagedacht worden over hoe aan de Klaprozenweg en de Tt. Vasumweg de
mogelijke entreezijde
stadstraat verkeer (doorgaand+bestemming)
entreezijde
gemengd verkeer (bestemming)
Oriëntatie
55
4.3 Openbare ruimte: naar een groene woonomgeving Groen, spelen en sport
er een financiële afdracht gedaan aan de
Het bestaande groen is niet goed bruikbaar
intensivering van een sportpark
en heeft weinig ecologische waarde. De
in de nabije omgeving. De uitwerking van
‘parkzone’ bestaat uit veel snippergroen:
het groen is onderdeel van de volgende
rondom het kruispunt Cornelis Douwesweg,
fase van de planvorming en het partici-
de groene zoom langs het Zijkanaal I en de
patieproces. Omwonenden hebben veel
oever van het Cornelis Douweskanaal. We
ideeën aangedragen. Er liggen kansen voor
kunnen de kwaliteit van dit groen verbete-
sport- en beweegroutes naar de omgeving.
ren door herinrichting, samenvoeging en
Daarmee komen er betere ruimtelijke en
juiste programmering. Ook kan het groen
sociale banden tussen de Klaprozenbuurt en
sterker verbonden worden met groen in
de omliggende buurten.
de omgeving. Door de herinrichting van
Uitgangspunten:
de parkstrook voegen we beter gebruiks-
Ì
nemen we openbare spel- en sportvoor-
Ì
Gebruikswaarde en ecologische waarde versterken.
zieningen op. Zo realiseren we ca. 25.000 m2 groen en sport waarmee de groen- en
Versnippering van het groen opheffen en verbinden met omgeving.
groen en ecologisch groen toe. In dit groen
Ì
Groen en sport combineren als een
sportnorm (gebaseerd op het centrumste-
integrale opgave samen met NDSM-
delijk woonmilieu) in voldoende mate wordt
werf Oost.
gerealiseerd. Voor de (georganiseerde)
Te onderzoeken punten:
veldsporten is de ruimte niet geschikt en
Ì
te klein om kansrijk te zijn. Daarom wordt
56
Uitwerking gebruiks- en ecologisch groen.
Parkzone De groene stukken rondom de Strekkerweg
Uitgangspunten:
kunnen worden samengevoegd tot een
Ì
Ruimte rond de Strekkerweg wordt
ruimte die de huidige en toekomstige wij-
hoogwaardige parkstrook met diverse
ken met elkaar verbindt. Deze groenstrook
functies.
moet een plek worden voor verschillende
Ì
Verbinden groene ruimte in de oost-
doelgroepen: jongeren en ouderen, gezin-
west richting het groen van Cornelis
nen, sporters en wandelaars. Een plek waar
Douwesweg met het groen van
spelen, sporten, groenbeleving en ecologie
Zijkanaal I.
samengaan. Er kunnen niet veel nieuwe
Ì
Verbinden spelen en ontmoeten tussen
bomen geplant worden in verband met de
hoven Hogeland en E-blokken in
zware kabels en leidingen in de grond.
Noord-zuid richting.
We moeten nog onderzoeken hoe we het
Te onderzoeken punten:
groen gaan inrichten. De relatie noord-zuid
Ì
Leidende thema’s inrichting ‘Parkzone’.
kan bijvoorbeeld worden verbeterd. De
Ì
De mogelijkheden voor kunst in de
bewoners hebben eerder aangegeven wat
openbare ruimte. De parkzone is daar
hun aandachtspunten zijn: minder steen, be-
binnen het plangebied de meest ge-
houd van bomen, meer spelen, ontmoeting,
schikte locatie voor.
meer afvalbakken en dergelijke.
Zone rondom Strekkerweg - impressie van nieuw park
57
Profiel Klaprozenweg Om een goed functionerende stadstraat met Het nieuwe, vergroende profiel zal bestaan verblijfskwaliteit te realiseren, moeten alle
uit (van zijkanten naar de middenas):
verkeersgebruikers en de bomen voldoen-
Ì
stoep
de ruimte hebben. De in aanbouw zijnde
Ì
éénrichtingsfietspad
bebouwing met torens tot ruim 70 meter van Ì
groenstrook met bomen
het Dok vraagt om een veel bredere stoep,
Ì
rijbaan
niet alleen vanwege de verblijfskwaliteit en
Ì
berm met bomen of bushaltes
om de noodzakelijke inrichtingselementen
Ì
vrij liggende busbaan
als fietsparkeerplekken te kunnen plaatsen, maar ook om een voetgangersgebied te
Uitgangspunten:
maken dat zich ruimtelijk goed verhoudt tot
Ì
Een zo groen mogelijke inrichting
de gebouwen.
Ì
Aanpassing kruising op korte termijn.
De bocht in de weg naar de Cornelis Dou-
Ì
Volledige herprofilering op de lange(re) termijn.
wesweg wordt flauwer gemaakt waardoor er een natuurlijkere entree en soepelere
Ì
Onafhankelijk van The Curve / flauwer maken bocht.
verkeersbeweging ontstaan. Daardoor hoeft de kavel van de Curve vooralsnog niet bij de
herinrichting te worden betrokken. Wel moet Te onderzoeken punten: het fietspad vanaf de Cornelis Douwesweg
Ì
Dekking en opdrachtgeverschap volledige herprofilering.
doorgetrokken worden aan de zuidzijde van de Klaprozenweg om aan te kunnen
Ì
Exacte maatvoering en fasering.
sluiten bij de Klaprozenweg in de Klaprozen-
Ì
Nemo-depot in relatie tot profiel.
buurt. Daarom is de keuze voor een geheel verschoven profiel op termijn onvermijdelijk. Het straatprofiel van de Klaprozenweg zal daarom pas na of gedurende de bouwontwikkeling opnieuw aangelegd worden, als de kavels zijn opgeschoven. (Zie de studie naar de inpassing van de stadstraat in bijlage 1 Scenario’s. Hierin wordt in woord en beeld gemotiveerd waarom inpassing van bestaande profiel in de stadstraat niet haalbaar is.)
58
(+ 70 m.)
bestaande kavel-
grenzen
benodigd de kavelgrenzen
Plangrens en bestaan-
Het Dok
Het Dok
bestaand Profiel ter hoogte van Het Dok
59
Auto Gebruikers en bewoners van de nieuwe
Uitgangspunten:
bebouwing zullen moeten parkeren op
Ì
Parkeren z.v.m. op eigen terrein en ondergronds.
eigen terrein, conform Amsterdams beleid. Zo hoeven we de schaarse openbare ruimte niet te gebruiken voor auto’s op straat en
Te onderzoeken punten:
kan het gebied zoveel mogelijk autoluw ge-
Ì
Entrees en aanrijroutes parkeren, keermogelijkheden en laden en lossen
maakt worden. Naar schatting worden 900 woningen gerealiseerd. Volgens de norm moeten er 90 parkeerplekken voor bezoekers gerealiseerd worden. Uitgangspunt is dat deze in principe ook op eigen terrein worden gerealiseerd. Aandachtspunten bij uitwerking zijn de routes naar de parkeergarages, de keermogelijkheden in het profiel en de wijze waarop het laden en lossen is geregeld. Het laden en lossen kan aan de achterzijde van de blokken (niet aan de Klaprozenweg).
P
P
P
P
P
Parkeergarage Doorgaand autoverkeer Bestemmingsverkeer/ laden/ lossen
Parkeren
60
P
Gecombineerde kruising In de Principenota is de ambitie uitgesproken Uitgangspunten: om de wijken op een logische manier met
Ì
Klaprozenweg.
elkaar te verbinden. In de Projectnota kiezen we voor de optie uit de Principenota om de
Scheepbouwweg verlengen tot aan de
Ì
Verkeersregeling gecombineerde kruising.
Scheepbouwweg direct te verlengen tot aan de Klaprozenweg. Dit beperkt de versnippering van groen. Aansluitroutes naar de
Te onderzoeken punten:
Klaprozenweg maken geen omwegen meer.
Ì
Er ontstaan dan twee t-splitsingen dicht bij el-
Oversteken fiets en voetganger bij kruispunt.
kaar, een zogeheten gecombineerde kruising. Door de geringe onderlinge afstand tussen deze t-splitsingen is het verkeerstechnisch mogelijk deze te regelen als één kruising. Dit heeft als grote voordeel dat de doorstroming van het auto- en OV-verkeer op de Klaprozenweg zal verbeteren.
Toekomstig profiel Klaprozenweg
61
Oversteekbaarheid De Klaprozenweg wordt zo ingericht dat
In het verlengde van het Koppelingpad en in
hij geen barrière meer vormt tussen de
de flauwe bocht van de Klaprozenweg kun-
NDSM-werf en de bestaande woonwijken,
nen (ongeregelde) oversteekplekken komen
maar juist een verbindende functie heeft.
die niet met verkeerslichten en een zebrapad
Daarom moeten er veilige oversteekplaatsen
geregeld zijn maar met signaleringsstroken.
en langzaamverkeer- verbindingen komen over de Klaprozenweg. We doen dit ook
Uitgangspunten:
vanwege sterke signalen vanuit de buurt. Een Ì
Maximale oversteekbaarheid Klaprozen-
essentieel kenmerk van een stadstraat is dat
weg.
de beide kanten van de straat met elkaar in verbinding staan. Men hoeft niet ver te lopen Te onderzoeken punten: om over te steken.
Ì
kruispunt.
om meerdere logische oversteekpunten te maken zonder dat de doorstroming van het snelverkeer daaronder lijdt. Gezien de grote aantallen fietsers en voetgangers is dat zeer wenselijk.
voetgangers evt. ongeregelde overoversteken fiets en voetganger Oversteekbaarheid
62
Exacte ligging en regeling oversteekpunten, zoals bij gecombineerde
De gecombineerde kruising biedt de kans Ì
Extra oversteekmogelijkheden. (bijvoorbeeld ter hoogte van The Curve)
Fiets De fietsroutes worden op een aantal punten
Uitgangspunten:
verbeterd:
Ì
Ì Ì Ì
Zijkanaal I..
Aan beide zijden van Klaprozenweg een éénrichtingsfietspad
Versterken fietsroute Westzijde van
Ì
De gemeente bepaalt de minimum
Verbindingen met Hogeland via Model-
fietsparkeereis aan de hand van de nota
makersstraat en Scheepsbouwweg
fiets- en scooterparkeren.
Brug over het Cornelis Douweskanaal Oost
In de Principenota is gekozen voor een te openen brug voor langzaam verkeer over het
Te onderzoeken punten: Ì
Ligging van brug over Cornelis Douwes Kanaal.
Cornelis Douwes Kanaal Oost, om een rechtstreekse fietsroute te kunnen maken langs de westzijde van Zijkanaal I. Deze brug dient niet alleen het projectgebied maar vooral hoofdfietsroutes en andere delen van de stad. Deze route sluit aan op de toekomstige fietsroute langs het IJ van en naar de Buiksloterweg. Vanwege de jachthaven en een watergebonden bedrijf in het kanaal moet de brug (op afstand) geopend kunnen worden.
fietsroutes nieuwe fietsroutes
Brug(gen) en fietsroute
63
4.4 Verbeelding van de uitgangspunten Onderstaande kaart is een beknopte weergave van de visie zoals beschreven in hoofdstuk 3, en de uitgangspunten zoals die zijn benoemd in dit hoofdstuk.
Ruimtelijke uitgangspunten kaart 1:6000 (A5)
The Curve (geen deel van plangebied)
64
Indicatief model bebouwingsmassa
65
4.5 Duurzaamheid Energie
“klimaatneutraal is het nieuwe normaal”.
Amsterdam wil in 2030 55 procent en in
Er is maar één moment om een gebouw
2050 95 procent minder CO2 uitstoten dan
optimaal klimaatneutraal te maken en dat is
in 1990. Daarnaast streeft de stad naar 100
het moment van nieuwbouw. Veel energie-
procent gebruik van duurzame energie in
besparende maatregelen brengen aanzien-
2050. In 2040 wil Amsterdam aardgasvrij
lijk hogere (maatschappelijke) kosten met
zijn. Deze ambities zijn vastgelegd in het
zich mee als ze pas later aangebracht of
coalitieakkoord “Een nieuwe lente en een
verbeterd worden.
nieuw geluid”. Dit geldt met name voor de meest basale De CO2-doelen zijn verder uitgewerkt in
energiebesparende maatregelen zoals extra
de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal
isolatie.
2050 en in lokale klimaatakkoorden. De
De ambitie van klimaatneutraal laat zich ver-
Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal
talen in een energieprestatiecertificaat (EPC)
2050 is op 3 maart 2020 vastgesteld door
van lager dan 0. Een EPC van maximaal 0,15
het college van B&W. De weg naar een
is echter al jaren het staande en nog steeds
aardgasvrije stad staat beschreven in de
geldige beleid. Toepassing van conventio-
Transitievisie warmte die in april 2020 is
nele koel- of verwarmingsinstallaties zoals
vrijgegeven voor inspraak.
HR-ketels, (traditionele) elektrische boilers en conventionele koelmachines is niet
Een van de manieren om de CO2-uitstoot
toegestaan. Ook lokale biomassa-gestookte
te verminderen is het bouwen van klimaat-
stookinstallaties (onder andere pelletkachel)
neutrale gebouwen onder het adagium
zijn niet toegestaan in verband met de ne-
Voorbeeld van zonnepanelen op het dak: IJburg college
66
gatieve effecten op de luchtkwaliteit.
van het stadswarmtenet door de wijk, waar-
Per 1 januari 2021 wordt de EPC vervangen
onder de hoofdleiding in de Klaprozenweg.
door de ‘Bijna Energie Neutrale Gebouwen’ (BENG). De gemeente zal richtlijnen
Stadswarmte: Klaprozenweg Noord is een
opstellen over hoe de EPC in de BENG te
concessiegebied voor stadswarmte en –kou-
vertalen. Aanvankelijk zullen de gemeen-
de voor Westpoort Warmte. Voor contract-
telijke ambities en de EPC van 0,2 die voor
partners is aansluiting op stadswarmte en
woningen via de crisis- en herstelwet kan
eventueel -koude verplicht, uitgezonderd
worden afgedwongen vertaald worden in
een stukje vrije ruimte. Voor andere partijen
BENG1-, BENG2- en BENG3-normen. In
geldt het overgangsrecht. Op grond van
de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal
motie 1404 uit 2017 streeft de gemeente
2050 is aangekondigd dat de Amsterdamse
tegelijkertijd naar toepassing van lage-tem-
eisen in de loop van de komende jaren zul-
peratuur warmtesystemen en het gebruik
len worden verscherpt.
van lokale duurzame warmtebronnen. Dit is in principe strijdig met stadsverwarming.
Op dit moment is er een gasnetwerk in
Gebouwen moeten in ieder geval een
Klaprozenweg Noord. Bij de nieuwbouw in
lage-temperatuur warmteafgiftesysteem
de wijk worden geen nieuwe gasaansluitin-
krijgen.
gen aangelegd. We streven ernaar om het bestaande netwerk van aardgasleidingen zo
Omdat de temperatuur stijgt, lijkt het ver-
snel mogelijk af te bouwen (behalve de gro-
standig een collectief systeem voor ener-
te aardgasleidingen die een groter gebied
giezuinige koeling aan te leggen. Anders
bedienen). Er lopen daarnaast ook leidingen
is de kans groot dat bewoners zelf met
Leidingen en verdeelstations van het stadswarmtenet oktober 2019
67
conventionele airconditioning gaan koelen.
aandacht omdat de hoogste gebouwen aan
Maar ook op gebouwniveau moeten we
de Klaprozenweg komen te liggen en daar-
maatregelen nemen om oververhitting te
door schaduw geven op het achterliggende
voorkomen. Mogelijk kunnen we in Klapro-
gebied dat ten noorden van deze hoge
zenweg Noord gebruik maken van warmte
gebouwen ligt. Naast zonne-energie kunnen
en koude uit het IJ, eventueel in combina-
de daken echter ook voor waterberging en
tie met stadswarmte en -koude. Voor de
het vergroten van de ecologische waarde
energiebesparing heeft dit grote voordelen.
worden gebruikt. Bij zonnepanelen in gevels
We gaan de mogelijkheden voor warmte en
moeten we extra aandacht besteden aan de
koude uit het IJ onderzoeken.
architectonische integratie. Installaties voor collectieve energievoorzieningen moeten
Los van stadswarmte moet duurzame
op de kavels worden gerealiseerd in plaats
energie op het kavel worden opgewekt.
van in de openbare ruimte.
Mede daarom moeten de gebouwen goed geplaatst zijn en moeten de daken optimaal geschikt worden gemaakt om zonne-energie op te wekken. Dat betekent dat we ook rekening moeten houden met beschaduwing. Schaduwwerking is een extra punt van
Voorbeeld van integratie van PV in de gevel: hotel Jakarta
68
Circulair Bouwen Op landelijk niveau is het streven om in
Voor de openbare ruimte geldt iets derge-
2030 50 procent minder primaire grondstof-
lijks, maar dan spreken we niet van sloop en
fen te gebruiken. In 2050 wil Amsterdam
nieuwbouw, maar van herinrichting.
volledig circulair zijn. Op 20 mei 2020 heeft de gemeenteraad ingestemd met de strate-
Hout dat wordt gebruikt is aantoonbaar
gie Amsterdam Circulair 2020-2025 en met
afkomstig van bossen die beheerd worden
het innovatie- en uitvoeringsprogramma
volgens de eisen van het FSC. Amsterdam
Amsterdam Circulair 2020-2021.
heeft hiertoe in 2012 het FSC-convenant getekend. In het gebied geldt voor de
Ongeveer 60 procent van het materiaalge-
Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) een
bruik in de wereld is gemoeid met de bouw
uitgangspunt van een MPG van maximaal
van gebouwen en wegen. Mede daarom is
0,8 €/m2 en een ambitie van 0,5 €/m2. Bij
de bouwketen een van de twee ketens waar
de laatste hoeven zonnepanelen niet te
Amsterdam op focust bij het circulair maken
worden meegeteld.
van de stedelijke economie. Om materialen beter te kunnen uitwisselen Bij circulair bouwen worden materialen
en te recyclen krijgen alle nieuwe gebouwen
gebruikt die bij de productie een zo laag
een materialenpaspoort, dat wordt opge-
mogelijke milieu-impact hebben en voor ge-
steld door de ontwikkelende partij. Om
lijkwaardige toepassingen herbruikbaar zijn.
gebouwen toekomstbestendiger te maken
Beter nog is het hergebruik van materialen
wordt zo veel mogelijk demontabel en flexi-
of het gebruik van gerecyclede materialen.
bel gebouwd. Dat laatste houdt in dat het
Er zal een inventarisatie gemaakt worden
mogelijk is in de toekomst gebouwen voor
van de grondstoffen die op dit moment in
andere functies te gebruiken. Demontabel
de buurt aanwezig zijn en die vrijkomen
wil zeggen dat de gebruikte materialen bij
bij sloop en herinrichting van de openbare
sloop of renovatie goed van elkaar te schei-
ruimte. Vervolgens bekijken we in hoever-
den en daardoor goed herbruikbaar zijn.
re deze grondstoffen opnieuw gebruikt kunnen worden. De duurzaamste oplossing
Om vervuiling van het oppervlaktewater
wat materialen betreft is om bestaande
tegen te gaan worden geen uitlogende
gebouwen te laten staan. Materialen uit
materalen zoals lood, koper en zink gebruikt
gebouwen die wel gesloopt worden kunnen
aan de buitenzijde van gebouwen.
het beste lokaal hergebruikt worden. Als er lokaal geen toepassingsmogelijkheden zijn voor deze materialen dan kunnen de materialen ook elders opnieuw gebruikt worden. 69
Schone lucht Vuile lucht is een sluipmoordenaar. Het is na
gepland.
roken, ongezonde voeding en gebrek aan
Indien de ontwikkeling en realisering van
beweging het vierde gezondheidsrisico in
een gevoelige bestemming past binnen het
Amsterdam. Daarom heeft het college het
geldende bestemmingsplan wijzigt er niets.
Actieplan Schone Lucht opgesteld - vast-
Als een bestemmingsplan al voorziet in de
gesteld in oktober 2019. Daarnaast zijn het
komst van een gevoelige bestemming, dan
Besluit gevoelige bestemmingen en Amster-
vormt de Richtlijn gevoelige bestemmingen
damse Richtlijn gevoelige bestemmingen
hiervoor geen beletsel. Van de Amsterdamse
luchtkwaliteit van toepassing.
richtlijn kan gemotiveerd worden afgeweken
Volgens het onderzoeksrapport blijft de
als (bijzondere) omstandigheden en belangen
luchtkwaliteit voor Klaprozenweg Noord/
hiertoe aanleiding geven. Als men binnen
Klaprozenbuurt ruim onder de landelijke
een ruimtelijk project toch gevoelige bestem-
grenswaarden voor luchtkwaliteit. Maar dat
mingen langs een drukke weg wil realiseren,
betekent niet dat we geen aandacht hebben
dan moet men dit beargumenteren en een
voor de luchtkwaliteit bij deze ruimtelijke
toetsing laten uitvoeren door de GGD Am-
ontwikkeling.
sterdam.
Gevoelige bestemmingen
Mobiliteit en luchtkwaliteit
Voor de Klaprozenweg Noord is vooral de
In 2030 wil Amsterdam alleen nog maar
Amsterdamse richtlijn gevoelige bestemmin-
uitstootvrije voertuigen toelaten (Actieplan
gen luchtkwaliteit relevant. Het 2e uitgangs-
Schone Lucht). Er moet niet alleen nieu-
punt van deze richtlijn is dat er - ongeacht
we regelgeving komen, maar er moet ook
de luchtkwaliteit - geen nieuwe gevoelige
voldoende mogelijkheid zijn om elektrische
bestemmingen mogen worden gerealiseerd
voertuigen te laden. Klaprozenweg Noord
in de 1e lijns-bebouwing bij stedelijke wegen wordt daarom voorbereid op elektrisch met meer dan 10.000 motorvoertuigbewe-
vervoer. Dat betekent dat bij realisatie al bij
gingen per etmaal binnen een afstand van 50 minimaal 10 procent van de parkeerplekken meter van de rand van de weg. Op de Klaprozenweg zijn meer dan 10.000 motorvoertuigbewegingen per dag. Gevoelige bestemmingen zijn basisscholen, kinderopvang, verzorgings- en verpleegtehuizen. De richtlijn heeft alleen betrekking op nieuw te realiseren gevoelige voorzieningen als deze voorzieningen geheel of gedeeltelijk binnen de desbetreffende zones worden 70
Voorbeeld van elektrische deelmobiliteit
in de openbare ruimte en algemeen toe-
apart inzamelen van groente, fruit en etens-
gankelijke parkeergarages elektrisch kan
resten (GFE). De gemeente Amsterdam
worden geladen.
zamelt dit afval momenteel nog niet apart in. Maar in de naastgelegen buurt Buikslo-
Afhankelijk van de vraag naar elektrisch la-
terham gaan we GFE wel apart inzamelen,
den wordt op termijn het aantal laadplekken
al is nog niet precies duidelijk hoe. Mis-
verder uitgebreid. Alle parkeergarages wor-
schien dat we voor de Klaprozenweg Noord
den voorbereid op 100 procent elektrisch
kunnen aansluiten bij deze ontwikkeling.
laden. Dat betekent dat er minimaal loze leidingen liggen en dat er ruimte is voor een
Een randvoorwaarde voor goede afvalschei-
regelinstallatie. Bij VvE’s maakt het regle-
ding is dat in woningen ruimte is om het
ment elektrisch laden mogelijk. Dit moet er
afval tijdelijk gescheiden te bewaren. Dit is
toe leiden dat kopers en huurders met een
met name bij kleine woningen een aan-
vaste parkeerplaats op ieder moment een-
dachtspunt.
voudig een laadpunt kunnen aanvragen. Zie ook de Richtlijn voorbereiding laadpunten
Groen en Ecologie
in nieuw te bouwen of grondig te renoveren
Groen in de stad heeft een grote meerwaar-
parkeervoorzieningen. Deeloplossingen
de. In een stad met veel groen voelen men-
voor mobiliteit worden aangemoedigd bij
sen zich prettiger. Daarnaast biedt het de
herontwikkelingsgebieden. Onderzocht
mogelijkheid om te bewegen, te ontmoeten
wordt of er een mobility hub in Klaprozen-
en tot rust te komen. Groen levert ook een
weg Noord kan komen.
bijdrage aan de biodiversiteit, het afvangen van fijnstof, de opname van regenwater en
Afval
het tegengaan van hittestress. Op 13 mei
De gemeente Amsterdam streeft ernaar
is de groenvisie 2050 van de gemeente ter
om afval zoveel mogelijk bij de bron te
inspraak vrijgegeven.
scheiden. De essentie van het beleid is dat bewoners hun glas, papier, en plastic dicht
Momenteel is er een brede groenstrook
bij de woning kwijt kunnen in ondergrond-
in Klaprozenweg Noord. Die heeft nu nog
se containers, en het afval dat dan nog
weinig ecologische en belevingswaarde.
overblijft elders in de wijk kunnen brengen.
Omdat de groenstrook bovenop een grote
In principe worden ondergrondse containers
gasleiding ligt, kunnen er niet zomaar overal
geplaatst. Bij de locatiekeuze voor de con-
bomen geplant worden. We kijken of er in
tainers houden we rekening met maximale
deze groenstrook sportmogelijkheden kun-
loopafstanden en ondergrondse mogelijk-
nen komen. De sport- en spelmogelijkhe-
heden.
den die nu tussen de huidige woningbouw
Grote milieuwinst kan behaald worden met
aan de noordzijde aanwezig zijn worden 71
mogelijk verplaatst naar de brede groen-
Veel dieren voelen zich thuis in en om de
strook. Dat creëert mogelijkheden voor
stad, zolang ze goede schuilplekken en
meer en beter groen tussen de bestaande
broedplekken hebben die ze veilig kunnen
woningbouw. Ook kijken we of het groen in
bereiken. Een goede infrastructuur zonder
de wijk beter aangesloten kan worden op
barrières en met ecologische verbindingszo-
het groen van de oevers van Zijkanaal I.
nes is daarvoor essentieel. Tuinen en gebouwen kunnen met kleine ingrepen zo worden
Ook daken en gevels kunnen bijdragen aan
ingericht dat dieren zich er thuis voelen.
een groene wijk. Groene daken en gevels
Zwaluwpannen, vleermuiskasten, bijen-
hebben een toegevoegde waarde hebben
stenen, nestkasten en vlindervoegen zijn
voor de biodiversiteit, ze vangen fijnstof
allemaal voorbeelden van diervriendelijke
af en groene daken kunnen een waterber-
ontwerpen voor vogels en insecten. Het
gende functie hebben. Dan moet het dak
uitgangspunt bij nieuwbouw in Klaprozen-
wel sterk genoeg zijn. Bij lage daken waar
weg Noord is dat er natuurinclusief ge-
andere gebouwen op uitkijken hebben
bouwd wordt. Aan iedere ontwikkeling op
groene daken een toegevoegde waarde
de NDSM-werf wordt gevraagd om minimaal
voor beleving van de buurt. We willen
3, maar liever 5 natuurinclusieve maatre-
daarom vooral de lage daken groen maken
gelen per kavel te nemen. Meer informatie
en op die manier 40 procent groene daken
hierover staat in ‘Natuurinclusief bouwen en
realiseren. Een combinatie van groene daken
ontwerpen in twintig ideeën’.
met zonnepanelen is mogelijk. De ambitie
De belangrijkste kansen voor groen zijn de
is om met name de gevels aan de parkzijde
opwaardering van de huidige groenstrook
te vergroenen zodat er een overgang van
en groene gevels, met name aan de noord-
groen van het park naar de nieuwe bebou-
kant van de nieuwe bebouwing die aansluit
wing ontstaat.
op de groenstrook.
Voorbeeld van een groen dak (Vivaldi Zuidas)
Voorbeeld van een natuurinclusieve maatregel
72
Klimaatadaptatie Het klimaat verandert. Het weer wordt extre- waterafvoer en -berging gaan voldoen. mer. De zomers worden warmer en mogelijk
Hoewel de gevolgen van hevige neerslag
droger en de winters zachter en natter. Buien groot kunnen zijn, zullen toekomstige worden heviger en hevige buien komen vaker stadsbewoners waarschijnlijk nog meer last voor.
hebben van zogenaamde hittestress. Het
Door het veranderende klimaat en de verder
beste middel tegen hittestress is veel groen
verdichtende stad is een extra inspanning
in de buurt. Wat dat betreft kan er nooit te
nodig om de stad regenbestendiger te
veel groen in de wijk zijn. Zie voor groen de
maken en schade te voorkomen. Er moet bij
paragraaf hiervoor.
de inrichting van de buitenruimte (privaat en publiek) rekening gehouden worden met het tijdelijk opvangen van extreme buien. In de Hemelwaterverordening Amsterdam, die nu ter inspraak ligt, is vastgelegd dat er in Amsterdam in 2020 60 mm neerslag in een uur moet kunnen vallen zonder dat er schade ontstaat aan huizen en infrastructuur. Nieuw te ontwikkelen gebieden zullen daaraan moeten voldoen. Dit geldt niet alleen voor de openbare ruimte (zoals in het eerdere rioleringsplan), maar ook voor alle kavels. In een latere fase werken we uit hoe we in Klaprozenweg Noord aan de normen voor
10 cm 50 cm 84 cm
Uitkomst van een modelberekening van waar er water in Klaprozenweg Noord op het maaiveld komt te staan bij een regenbui van 120 mm gevallen in twee uur tijd in de huidige situatie. Bron: maps.amsterdam.nl/rainproof. Waterdiepte na 120 mm bui
73
74
Basisregels en ambities Duurzaamheid Basis
Ambitie
Energie
EPC maximaal 0,15 ≤ vertaald naar BENG
Alle maatregelen op kavel behalve eventueel stadsverwarming.
Zonnepanelen op hoogste daken
Eventuele zonnepanelen op gevel architectonisch geïntegreerd
Geen aardgas
EPC ≤ 0,0 vertaald naar BENG
Geen biomassa verstoken in de wijk
Energiezuinige koeling
Niet conventioneel verwarmen of koelen
Gebruik maken van warmte en koude uit oppervlaktewater.
Lage temperatuur warmteafgifte Let op: concessie stadswarmte en koude Circulair Bouwen 2
2
Een MPG van 0,8 €/m (exclusief zonnepanelen)
Een MPG van 0,5 €/m (exclusief zonnepanelen)
Aantoonbaar FSC-hout toepassen
Sloopafval hergebruiken, liefst in de wijk
Geen uitlogende materialen aan de buitenzijde
Flexibel (toekomstbestendig) bouwen
Materialenpaspoort
bouwen • Demontabel Hergebruik/transformatie waar mogelijk
Bodem
Voldoende dikke leeflaag met schone grond.
Gesloten grondbalans
Schone lucht
10% van de algemeen toegankelijke parkeerplaatsen heeft een elektrische laadvoorziening
Voorbereid op 100% elektrisch laden.
Ruimte voor deelvoertuigen.
Voldoen aan Amsterdamse richtlijn gevoelige bestemming luchtkwaliteit.
Een mobility hub binnen de wijk
Ruimte voor deelconcepten op ieder kavel.
Groen en Ecologie
Natuurinclusief bouwen (per kavel 3 maatregelen)
Groene gevels met name aan de zijde van het park.
40% Groene daken
Minimaal 5 natuurinclusieve maatregelen per kavel.
90 mm regen in een uur zonder schade
Gevoelige objecten zoals elektriciteitskasten op een kleine verhoging plaatsen of waterdicht maken.
Klimaatadaptatie
60 mm regen in een uur zonder schade in de openbare ruimte en op de kavels, vastgehouden water afvoeren in 24 uur.
Afval
Ruimte en voorzieningen voor gescheiden afvalinzameling van huishoudelijk afval in de openbare ruimte.
Ruimte in de openbare ruimte reserveren om in de toekomst meer fracties in te kunnen zamelen dan nu het geval is.
Voldoende geschikte ruimte in woningen om afval te kunnen scheiden.
Aansluiten bij de inzameling van GFE in Buiksloterham.
75
5. Scenario’s
5.2 Stedenbouwkundige verkenning
5.1 Inleiding
Ì
Het model ‘Gelede blokken’ gaat uit van een stedenbouwkundige typologie en
Deze stedenbouwkundige scenario’s zijn
bepaalde uniformiteit: hoven in de E-blok-
een noodzakelijke stap voor het onderzoek
ken en atrium- of corridortypologie bij de
naar de haalbaarheid, ontwikkelstrategie en
D-blokken. Daarbij is een geleding toege-
het aanscherpen van uitgangspunten. Het
past die in de blokken kleinere onafhanke-
maken van stedenbouwkundige scenario’s
lijke ontwikkelingen mogelijk maakt.
is voorgeschreven in Plaberum fase 2. De
Ì
Het model ‘Integrale blokken’ gaat uit van
studie is opgebouwd uit een aantal stappen.
grotere blokken die integraal ontwikkeld
Die maken inzichtelijk wat de ruimtelijke en
worden. De opzet bestaat uit een volledig
programmatische voor- en nadelen zijn. De
bebouwd basement met een bovenbouw.
eerste stap is kijken naar de mogelijkheid om
De continuïteit van het basement maakt
het bestaande profiel in te passen in de am-
het mogelijk om met de bovenbouw te
bitie van de stadstraat. Nadat daar antwoord
variëren. Daarbij worden meer hoogteac-
op gegeven is volgt:
centen gemaakt.
Ì
Stedenbouwkundige verkenning
Ì
Het model ‘Samengestelde blokken’ gaat
De stedenbouwkundige verkenning bevat
ook uit van grotere blokken maar dan in
drie modellen die verschillen in stedenbouw-
meer samengestelde vorm rondom een
kundige typologie. De conclusie uit deze
binnenplaats. De fasering van ontwikke-
verkenning vormt de basis voor de volgende
ling gebeurt dan op het gebouwniveau.
stap.
Het model gaat daarnaast uit van een
Ì
grote variatie aan bouwhoogtes, waaron-
Volumestudie
der een toren.
Met een geoptimaliseerd model uit stap 1 worden 3 modellen gemaakt met een ander
Ì
Algemene conclusies zijn:
totaalprogramma. Op basis van de financiële
- De balans tussen open en dicht en tussen
en ruimtelijke afwegingen wordt een keuze
hoog- en laagbouw.
gemaakt welk model wordt uitgewerkt.
- Hoogbouw alleen ten behoeve van ste-
Ì
Programmascenario’s
denbouwkundige kwaliteit inzetten.
Met dit model worden programmascenario’s
- Grote ontwikkelkavels ten behoeven
gemaakt. Twee variabelen (aandeel niet-wo-
van ruimtelijke flexibiliteit, programma en
nen en de wijze waarop sociale woningbouw
ontwikkelstrategie.
wordt gerealiseerd) leiden tot vier scenario’s.
- Geleding en hoogteverschillen dragen bij aan de schaalverkleining. - Het is slechts in beperkte mate mogelijk om bestaande bebouwing te behouden.
76
Gelede blokken
Integrale blokken
Samengestelde blokken
77
5.3 Volumestudie De modellen uit de vorige stap worden
Uit de modellen blijkt dat het gebied een
gecombineerd tot één optimaal model in de ‘maximaal laadvermogen’ heeft: een grens volumestudie. De blokken zijn samengesteld waarboven de ruimtelijke kwaliteit afneemt uit verschillende gebouwcomplexen en
en de druk op het groen en het verkeer
geleed in twee of drie fases wat een
toeneemt. Dit ligt rond de 95.000 m2 BVO.
onafhankelijke ontwikkeling mogelijk maakt. De stedenbouwkundige typologie betreft hoven in de E-blokken en corridortypologie met torens bij de D-blokken. Wonen gebeurt hoofdzakelijk bovenverdiepingen,
Model A
Model B
Model C
niet-wonen op begane grond. De E-blokken
80.000 m2
95.000 m2
110.000 m2
zijn maximaal 4 lagen aan de parkzone (noordzijde). Er wordt ondergronds geparkeerd. Geen torens in de E-strook. De volumemodellen verschillen op de volgende punten in het totaal programma in BVO, resp. 80.000, 95.000 en 110.000 m2. Dat heeft gevolgen voor de bouwhoogtes aan de Klaprozenweg.
Model B
78
5.4 Programmascenario’s
Scenario B1 wonen/niet-wonen
Met model B wordt de scenariostudie ge-
85/15
daan. Twee variabelen leiden tot vier scenario’s: Ì
Het aandeel niet woonfuncties: 15 procent en 25 procent.
Ì
De wijze waarop het percentage sociale woningen wordt gerealiseerd: op kavelniveau of op gebiedsniveau. Scenario B2
De ruimtelijke opzet van de scenario’s is
wonen/niet-wonen
identiek. Desondanks hebben de scenario’s
85/15
voor- en nadelen. Als het aandeel niet-wonen groter dan 15 procent wordt, passen deze functies niet meer in z’n geheel op de begane grond. Ze komen dan ook op de verdiepingen. Dat beperkt de flexibiliteit omdat de verdiepingen vooral geschikt zijn voor kantoren.
Scenario B3 wonen/niet-wonen
Het verdelen of concentreren van de sociale
75/25
woningbouw kent zowel voor- als nadelen: Het voordeel van een menging op kavelniveau is een hogere integratie van woningsegmenten/doelgroepen. Het nadeel is een complexere ontwikkeling door fragmentatie. Het voordeel van concentratie op sociale woningbouw op gebiedsniveau is dat er in
Scenario B4
het resterende gebied meer flexibiliteit is om
wonen/niet-wonen
te sturen op de gewenste verdeling van het
75/25
woonprogramma. Het nadeel is dat kosten en opbrengstpotentie niet evenredig verdeeld worden over de kavels. De volledige weergave van de scenario-studie is te vinden in de bijlagen. 79
5.5 Ontwikkelingskaart Deze kaart is de vertaling van de uitgangspunten en scenario’s in randvoorwaarden. Deze kan in de volgende fase gebruik worden als basis voor een toetsbaar stedenbouwkundig kader (bijvoorbeeld een spelregelkaart).
44
4 1
1
3,1 7
20
3,1
3,3 77
Legenda 4
3,0 7
28
4
4 20 10 m
3,3
10 m
3,0 7
7 28
Ontwikkelingsveld 13
1
19
8,7
22,5 m. ->
2 6,5 1 2 6,5 8,7 11 11 13 Gedeelte van ontwikkelingsveld met beperkt aantal bouwlagen 19 15 m. ->
22,5 m. ->
15 m. ->
3
3
Gedeelte van ontwikkelingsveld bestemd als openbare ruimte. Bouwhoogte 0. Loca�e bepaald Gedeelte van ontwikkelingsveld bestemd als openbare ruimte. Bouwhoogte 0. Loca�e indica�ef en n.t.b. Overstek vanaf eerste of tweede verdieping Minimaal 50% te benu�en
Legenda Ontwikkelingskaart 1:6000 (A5)
Publieke plint. Geen wonen m.u.v. entrees voor bovengelegen woningen
3,0
FSI (Floor Space Index)
Ontwikkelingsveld
8
Maximaal aantal bouwlagen
Gedeelte van ontwikkelingsveld met beperkt aantal bouwlagen
8
Gemiddeld aantal bouwlagen.
Gedeelte van ontwikkelingsveld bestemd als openbare ruimte. Bouwhoogte 0. Loca�e bepaald
2
Maximaal aantal hoogteaccenten. Tot max. 45 meter hoog met max footprint van 575 m2.
Gedeelte van ontwikkelingsveld bestemd als openbare ruimte. Bouwhoogte 0. Loca�e indica�ef en n.t.b.
Bestaande bebouwing. Te behouden.
Overstek vanaf eerste of tweede verdieping Minimaal 50% te benu�en
Bestaande kavelgrenzen
Publieke plint. Geen wonen m.u.v. entrees voor bovengelegen woningen
Eventuele knip in ontwikkeling. Loca�e indica�ef
3,0
FSI (Floor Space Index)
Plangrens
8
Maximaal aantal bouwlagen
808
Gemiddeld aantal bouwlagen. Maximaal aantal hoogteaccenten.
Impressiebeeld - voorbeeld
81
6. Ontwikkelstrategie Op NDSM-werf Noord heeft de gemeente
Regie via publiek- en privaatrechtelijke instru-
nagenoeg geen grond. Vrijwel alle gronden
menten
zijn in erfpacht uitgegeven, met uitzondering
De gemeente wil via publiek- en privaatrech-
van de openbare ruimte. Zowel ten noorden
telijke middelen de regie op de transformatie
als ten zuiden van de Klaprozenweg zijn er
voeren. Het Projectbesluit Klaprozenweg
relatief veel verschillende erfpachters. Dit
Noord en het daaropvolgende Investerings-
betekent dat de gemeente niet geheel vrij is
besluit zijn hierbij leidend en vormen het
om zelf de gewenste ontwikkeling en vooral
kader waaraan de plannen worden getoetst.
het tempo waarin dat gebeurt, te bepalen.
Alleen een plan dat binnen de kaders van de
In dit gebied is de gemeente in hoge mate
hiervoor genoemde planproducten valt, krijgt
afhankelijk van de erfpachters om het gebied medewerking van de gemeente. te ontwikkelen. Hoewel de gemeente vrijwel
Publiekrechtelijk wil de gemeente regie voe-
geen vrije kavels tot haar beschikking heeft,
ren via juridisch-planologische instrumenten,
zal zij haar rol pakken en zich niet afwachtend zoals het al dan niet meewerken aan bouwopstellen. We hebben de verantwoordelijk-
plannen die buiten de mogelijkheden van het
heid om leiding te geven aan het transforma- huidige bestemmingsplan vallen. Het plangetieproces.
bied valt uiteen in drie verschillende bestemmingsplannen: NDSM-werf Oost, Tuindorp
Rol van de gemeente
Oostzaan en Cornelis Douwes II. Geen van
Omdat er vrijwel geen vrije kavels zijn,
de bestemmingsplannen maakt momenteel
kunnen we geen klassiek actief grondbe-
woningbouw mogelijk binnen de grenzen van
leid voeren. Maar het andere uiterste, een
het projectgebied.
klassiek faciliterend grondbeleid, is hier ook niet wenselijk omdat we tempo willen in de
Privaatrechtelijk zal de gemeente regie voe-
woningbouwontwikkeling. We zoeken naar
ren door overeenkomsten met erfpachters
een balans tussen actief en passief optreden.
aan te gaan, waarin we de gewenste transfor-
Enerzijds neemt de gemeente een facili-
matie en de erfpachtvoorwaarden vastleg-
terende rol op zich waarbij er (onder voor-
gen. Alleen met deze privaatrechtelijke
waarden) wordt meegewerkt aan zelfbouw
overeenstemming werken we mee aan een
door erfpachters. Anderzijds onderzoekt de
afwijking van het betreffende bestemmings-
gemeente waar we (strategisch) verwervingen plan om woningbouwontwikkeling mogelijk moeten doen voor de gewenste gebiedsont-
te maken. In vrijwel alle erfpachtcontracten
wikkeling.
die reeds zijn gesloten met de erfpachters zijn geen woonbestemmingen overeenge-
82
komen. Plannen voor woningbouw worden
kunnen nemen in de gebiedsontwikkeling.
vastgelegd in een afsprakenbrief (haalbaar-
Dit kan bovendien een langdurig en kostbaar
heidsfase) gevolgd door een ontwikkelover-
verwervingsproces vergemakkelijken.
eenkomst (verdere uitwerking gemaakte afspraken). We sluiten deze overeenkomsten voordat er een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. De gemaakte afspraken resulteren na vaststelling van het Investeringsbesluit in een erfpachtaanbieding. Verwervingsstrategie Voor de Klaprozenweg Noord is er een bestuurlijke opdracht om in het gebied ook de functie wonen mogelijk te maken. Hierbij is (strategische) verwerving niet uitgesloten. Voordelen van verwerving zijn dat de gemeente meer regie heeft bij bijvoorbeeld (woning)programmering, fasering en ruimtelijke kwaliteit. Maar verwerving heeft ook nadelen en risico’s. Wet voorkeursrecht Gemeenten In 2017 is vanwege de voorgenomen herstructurering van de kruising Atatürk, Klaprozenweg en Ms. van Riemsdijkweg een ‘Wet voorkeursrechte gemeente’ (Wvg) gevestigd op het erfpachtperceel van Stichting Pantar. De Wvg zorgt ervoor dat vastgoedeigenaren en erfpachters, als zij hun grond en/of vastgoed willen verkopen, deze altijd eerst aan de gemeente te koop moeten aanbieden tegen marktconforme voorwaarden. Dit verschaft de gemeente een sterkere positie op de grondmarkt, zodat we meer regie 83
7. Planning en Proces -9 15
Indicatieve planning Klaprozenweg Noord
20 20
2017
2018
2020
2021
B&W besluit 15-5-2018
2. Haal‐ baarheid
(plan‐ en besluitvormingsproces ruimtelijke maatregelen)
4. Uit‐ voering
???
???
???
Indicatieve planning K Informeren
3. Ont‐ werp
???
F1: Principebesluit = Verkenning + Strategie + besluit wenselijkheid ontwikkeling
Fasen uit het Plaberum
Fasen uit het Plaberum
(plan- en besluitvormingsproces ruimtelijke maatregelen)
84
2019
1. Verken‐ ning
2017 1. Verkenning
2019
Vervolg planning afhankelijk van besluit Gemeenteraad
Participatie + inspraak + advies Stadsdeel
4. Uitvoering
202
B&W besluit 15-5-2018 Participatie + inspraak + advies SD
F3: Investeringsbesluit = Plan + financiering, “Go-No-Go” besluit Raadsbesluit uitgesteld
GO-NO-GO besluit F4: Realisering = Voorbereiding en realisering marktpartij en gemeente Vroegste start Participatie div. uitvoering onderwerpen + Ca 2 jr na Advies SD Participatie investerings- + besluit
inspraak + advies Stadsdeel
3. Ontwerp
2020
F2: Projectbesluit = Onderzoek naar haalbaarheid
Raadsbesluit Q2/2021
Informeren
2. Haalbaarheid
2018
College Raadsbe Q2/20
nning Klaprozenweg Noord
20
2021
???
???
???
??? F1: Principebesluit = Verkenning + Strategie + besluit wenselijkheid ontwikkeling
F2: Projectbesluit = Onderzoek naar haalbaarheid
Vervolg planning afhankelijk van besluit College of Gemeenteraad College- of Raadsbesluit Q2/2021
F3: Investeringsbesluit = Plan + financiering, “Go-No-Go” besluit Participatie + inspraak + advies SD
Raadsbesluit uitgesteld
GO-NO-GO besluit F4: Realisering = Voorbereiding en realisering marktpartij en gemeente Participatie div. onderwerpen + Advies SD
Vroegste start uitvoering Ca 2 jr na investeringsbesluit
85
8. Participatie en communicatie Zie bijlage 12 Participatie voor de volledige
uitgelegd waarom bepaalde wensen niet
verslaglegging van het participatietraject.
meegenomen zijn.
Vertrekpunt participatie
De communicatie was er tijdens het par-
Op 7 december 2017 was er een inloop-
ticipatieproces steeds op gericht om de
avond waar belangstellenden hun ideeën en
omliggende buurten actief te benaderen
reacties konden geven op de principenota.
via verschillende kanalen/middelen. De
Naar aanleiding van de ambities in de nota,
uitnodigingen voor de startbijeenkomst,
kwamen hier verschillende aandachtspunten
het droomatelier en de slotbijeenkomst zijn
naar voren, onder andere over de hoogte
in een groot gebied verspreid. (Tuindorp-
van de bouwblokken langs de Klaprozen-
Oostzaan Oost, De Bongerd, NDSM-werf,
weg en de huidige verkeersdrukte, achter-
rond zijkanaal I). In totaal ging het om 6000
stallig onderhoud en parkeerdruk in de wijk.
adressen.
De aanwezigen gaven aan graag te willen meedenken over de inrichting van de
We hebben veel tijd besteed om ervoor te
groenstrook Strekkerweg. Samen met
zorgen dat de betrokkenen voldoende ken-
informatie uit verschillende gesprekken
nis hadden. Bij elk participatiemoment werd
met buurtbewoners en informatie van het
een relatie gelegd met eerdere bijeenkom-
gebiedsteam hebben de opbrengsten van
sten en besluiten. Informatie was helder een
deze inloopavond geleid tot een verdere
eenduidig te vinden op de projectenweb-
invulling van het participatieproces.
site en van elk participatiemoment was kort na de bijeenkomsten een publieksvriendelijk
Dit proces startte in mei 2019, samen met
verslag online te vinden. Alle participatie-
alle partijen uit het projectgebied en de
momenten vonden in het projectgebied zelf
omliggende buurten. De opgehaalde infor-
plaats en een persoonlijke, open benade-
matie van de verschillende participatiemo-
ring stond hierbij centraal.
menten heeft invloed gehad op de keuzes van het projectteam. Het projectteam heeft
Hieronder volgt een beknopte weergave
soms voorstellen één op één overgenomen.
van de verschillende participatiemomenten.
Er bleven ook belangrijke meningsverschil-
De uitgebreide verslagen en de opgehaalde
len. In deze gevallen heeft het projectteam
input van de aanwezigen zijn te vinden in
tijdens de verschillende participatiemo-
bijlage 13 bij dit projectplan.
menten zo goed en transparant mogelijk 86
Startbijeenkomst participatieproces 21 mei
van de themawandeling, workshop steden-
2019
bouw en droomatelier groen.
De bijeenkomst vormde de aftrap van het participatietraject. Ruim 90 mensen waren
Themawandeling 5 juni 2019
aanwezig om zich te laten informeren over
Tijdens de wandeling bekeken we met een
de vertrekpunten vanuit de principenota
groep omwonenden van het plangebied
en het proces. Zij kwamen voornamelijk uit
alle verschillende wensen en keuzes voor
het Hogeland en een aantal uit de Bongerd.
het gebied en hoe deze met elkaar samen-
Daarnaast konden zij hun ideeën en zorgen
hangen. Een groep van 17 bewoners uit
te delen over de volgende onderwerpen:
het Hogeland (Tuindorp Oostzaan) en de
ruimtelijke modellen bebouwing Klap-
Bongerd liep mee. De wandeling maakte
rozenweg
de impact van de gebiedsontwikkeling een
invulling programma Klaprozenweg:
stuk tastbaarder en concreter. Tijdens de
Klaprozenweg als moderne stadstraat
wandeling uitten buurtbewoners de wens
Ì
gewenste functies groenstrook
om de nieuwe inrichting van de hofjes en de
Ì
inrichting pleintjes aan de groenstrook
groenstrook naar voren te halen.
Ì
relatie projectgebied met de rest van
Ì Ì
Ì
noord
Workshop stedenbouw 1- 11 juni 2019
planning en proces van de participatie.
Tijdens de startbijeenkomst bleek dat een belangrijk punt voor omwonenden de
Naast zorgen over schaduwwerking van
invloed van de nieuwbouw op het zonlicht
de nieuwe bebouwing, de doorstroming
in de tuinen en de woningen is. Daarom
van het verkeer op de Klaprozenweg en
werd tijdens de workshop stedenbouw
mogelijkheden om de Klaprozenweg over
stilgestaan bij de resultaten van het eerste
te steken, hoorden we ook veel positieve
bezonningsonderzoek. De 20 aanwezigen
geluiden. Mensen waren enthousiast over
(buurtbewoners en andere betrokkenen)
de ideeën voor een stadstraat en de moge-
dachten vervolgens mee over de verschil-
lijkheid om aan beide kanten van de straat
lende mogelijkheden voor de gebouwen
te fietsen en te lopen. Ook was er veel
die in het projectgebied kunnen komen. Uit
waardering dat het groen wordt aangepakt
de gesprekken blijkt dat bewoners zichtlij-
en waren er veel ideeën om het beter te
nen naar de NDSM-werf belangrijk vinden,
maken. Er waren weinig reacties over de
vooral voor het gevoel van ruimte. Ook de
verbindingen naar en door het gebied.
route van en naar de gebouwen heeft veel
Aanwezigen konden zich op deze avond
aandacht, vanwege de huidige verkeers- en
voor de participatieactiviteiten inschrijven
parkeerdruk in de buurt. Daarnaast gingen
en stemmen op de naamgeving van het
de gesprekken over de voorzieningen die
projectgebied. De opgehaalde informatie
onderin de gebouwen zouden kunnen ko-
vormde de basis voor de gesprekthema’s
men en die eraan kunnen bijdragen dat de 87
Klaprozenweg een aantrekkelijk en levendi-
wensen mee aan het team dat verantwoor-
ge straat wordt.
delijk is voor het beheer en het onderhoud van de openbare ruimte in het Hogeland.
Workshop stedenbouw 2- 10 september 2019
Het droomatelier stond ’s ochtends bij IKC
Tijdens de tweede workshop stedenbouw
Noordijk en ’s avonds in de groenstrook
werd stilgestaan bij de resultaten van drie
Strekkerweg. Aan passanten werd gevraagd
onderzoeken: het bezonningsonderzoek,
wat hun dromen zijn voor de groenstrook.
een onderzoek naar de huidige kabels en
Ook kwamen een tweetal schoolklassen van
leidingen en een verkeersonderzoek. Het
basisschool Klein Amsterdam langs (groep
belangrijkste doel van deze workshop was
3 en 4). In totaal zijn er op 18 september
om te laten zien wat we met de eerder
ongeveer 80 dromen opgehaald. De wen-
opgehaalde aandachtspunten en wensen
sen voor de groenstrook lopen uiteen. Van
hadden gedaan. Deze zijn vertaald in een
een wandelpark met bloemen, kronkelende
voorlopige kaart met stedenbouwkundige
paden en bankjes tot avontuurlijke speel-
uitgangspunten op hoofdlijnen. Tijdens de
plekken en mogelijkheden om in de open
workshop bleek dat de aanwezigen heel
lucht te sporten. Er zijn vier hoofdlijnen: alle
tevreden zijn dat de E-blokken zijn om-
wensen hebben te maken met sporten, spe-
gekeerd, dus dat de hoogste kant aan de
len, natuur en dier en verblijfsplekken. Bijna
Klaprozenweg komt. Het voorstel voor het
iedereen wil dat de groenstrook vooral een
doortrekken van de Scheepsbouwweg vindt
fijne plek wordt waar jong en oud elkaar kan
men positief omdat dit het verkeer door de
ontmoeten. Slechts enkele buurtbewoners
buurt zal verminderen. Ook is het goed dat
willen dat de groenstrook blijft zoals hij nu
er geen weg door de groenstrook komt.
is. Een sneltekenaar maakte van alle dromen
Sommigen vinden nog steeds dat er te veel
een tekening. De tekeningen waren van 26
woningen komen, maar ze begrijpen dat
september tot en met 2 oktober te bekijken
daar niet aan te ontkomen valt.
in de buurtkamer in de Nageljongenstraat.
Droomatelier Groen en tentoonstelling 18 september 2019
Slotbijeenkomst participatieproces Najaar
Het doel van deze workshop was om de
2020
ideeën te horen van een brede groep, zoals
Dit was het slot van het participatietraject.
buurtgenoten die wat verder van de groen-
Hierna startte de formele inspraakperiode
strook afwonen, kinderen en hun ouders.
van 6 weken waarin iedereen desgewenst
Daarnaast had het atelier nog een tweede
formele zienswijzen kan indienen. De bijeen-
doel: het ophalen van wensen voor de in-
komst had een informerend karakter. We
richting van de drie hofjes aan de Strekker-
brachten de aanwezigen op de hoogte van
weg. Het projectteam geeft de opgehaalde
de resultaten van het participatieproces, van
88
de verschillende haalbaarheidsonderzoeken
Mooie parkstrook:
en van het vervolgproces. Ook hebben we
Ì
De wensen voor een nieuwe inrichting
verantwoording afgelegd over de keuzes
van de parkstrook Strekkerweg lopen
die in het projectplan zijn gemaakt.
uiteen van meer sportfaciliteiten en betere speelmogelijkheden voor ou-
Samenvattend
dere kinderen tot wilde begroeiing en
Samenvattend en gegroepeerd per thema
meer planten en bloemen. Gemeen-
heeft het participatietraject tot nog toe het
schappelijke deler is dat omwonenden
volgende opgeleverd:
willen dat er ruimte is in de Parkstrook
Toevoegen van woningen om de druk op de
om elkaar te ontmoeten.
Amsterdamse woningbouw te verlichten: Ì
Ì
Ì
Tijdens de verschillende participa-
Net als op de plankaart uit het project-
tieactiviteiten bleek verder dat de
plan houden we vast aan een driede-
bewoners van de hofjes die aan de
ling van de E-blokken (de gebouwen
Groenstrook wonen willen dat hun
tussen de Klaprozenweg en de Strek-
hofjes worden opgeknapt. Het project-
kerweg). Deze driedeling sluit aan bij
team heeft daarom afgestemd met de
de stedenbouwkundige structuur in de
collega’s van beheer en onderhoud
wijdere omgeving.
om de wensen van de buurtbewoners
De wens uit de wijken is om het grond-
kenbaar te maken en het onderhoud
vlak van de E-blokken zo goed moge-