CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Projectnota Buikslotermeerplein.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 15 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennis nemen van het collegebesluit tot vaststelling van de projectnota Buikslotermeerplein (ZD2021-012739)31.866 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Daarom geldt als uitgangspunt dat er geen vervangend winkelprogramma buiten het bestaande winkelcentrum zal worden gerealiseerd. Wel is denkbaar dat het totale winkelprogramma afneemt in vergelijking met de bestaande situatie. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat geïsoleerd liggende winkels aan de randen de keuze maken te verhuizen naar het huidige hart van het winkelcentrum, zodat daar een sterk, aantrekkelijk en herkenbaar winkelcluster ontstaat. In 2019 heeft de gemeente Amsterdam het Bureau Stedelijke Planning (BSP) gevraagd te onderzoeken in hoeverre de huidige commerciële voorzieningenstructuur van Amsterdam Noord toekomstbestendig is en wat nodig is om deze te optimaliseren. Het onderzoek richtte zich op de functies detailhandel, horeca (exclusief hotels) en leisure in de periode tot 2030, met een doorkijk naar 2040. De conclusie betreffende de detailhandel onderschrijft voornoemd scenario.

Horeca Een toevoeging van horeca kan voor meer afwisseling van functies en levendigheid in het gebied zorgen. De aanwezigheid van horeca in combinatie met andere functies verhoogt de belevingswaarde van het Buikslotermeerplein; het verlengt de verblijfsduur (‘place to be’) en creëert een extra motief om het centrumgebied te bezoeken. Gezien de sterke groei

van stadsdeel Noord zal er een toenemende behoefte ontstaan voor horeca. Deze functie is op dit moment nog ondervertegenwoordigd in het stadsdeel, ten opzichte van de rest van de stad. Vanuit de omgeving is een veelgehoorde wens om naast goede koffie, ook meer goede cafés en restaurants met een gezond en betaalbaar aanbod toe te voegen.

Afb. 4.3.3: Horecavoorziening De Beren op Buikslotermeerplein

Afb. 4.3.4: Overzicht van maatschappelijke functies

35

In Noord is het toevoegen van hotels uitgesloten op basis van het Overnachtingsbeleid uit 2017. Vanwege de beoogde functiemenging in het gebied, geldt voor deze functie op het Buikslotermeerplein een ‘Nee, tenzij’ beleid. Op dit moment is er circa 3.500 m2 horeca aanwezig in het gebied. In de eindsituatie is denkbaar dat er ruimte zou kunnen zijn voor circa 15.000 m2 horeca. Deze significante groei is wel een voorlopige inschatting, die uiteindelijk wordt bezien in samenhang met de andere (toekomstige) functies en in samenhang met de fysieke mogelijkheden in de openbare ruimte; de functies van de pleinen en de verblijfskwaliteit. Met deze toevoeging kan mogelijk de juiste mix worden gevonden tussen horeca en wonen, werken en overige publieksvoorzieningen (detailhandel, cultuur en maatschappelijke voorzieningen). In de vervolgplannen zal de horeca in kwalitatieve zin én kwantitatieve zin nog een nadere uitwerking krijgen. Die uitwerking zal ingaan op de haalbare metrages en bandbreedtes per deelgebied/kavel, de verhouding tussen horeca en andere publieksfuncties, welke typen horeca passen in het gebied en wat de gewenste kwaliteit zou moeten zijn. En uiteraard in samenhang met de wensen / plannen in de rest van Stadsdeel Noord. Leisure en Cultuur Op dit moment is er ca. 16.000 m2 leisure in het gebied aanwezig.

In totaal is er ruimte voor circa 25.000 m2 leisure en cultuur, inclusief 1.800 m2 bvo voor maatschappelijke kunst- en cultuur(wijk) voorzieningen. Er liggen vooral kansen om het cultuuraanbod in Noord en het Buikslotermeerplein flink te verstevigen. Op enkele tijdelijke functies na is er geen cultuur aanwezig op het Buikslotermeerplein. Een toevoeging van circa 6.000 m2 tot 8.000 m2 cultuur is mogelijk. Cultuur (museum, podium of theater) in combinatie met grootschalige leisure, zoals ‘edutainment’ of ‘active leisure’ kunnen een impuls geven aan de belevingswaarde van het Buikslotermeerplein en een extra reden tot bezoek vormen. Door meer in te zetten op cultuur en leisure kunnen meer bezoekmogelijkheden gecreëerd worden naast het winkelen, de bezoekduur kan toenemen omdat deze functies ook combinatie-bezoek in de hand spelen..

36

Projectnota Buikslotermeerplein - Gemeente Amsterdam

Uitgangspunten •

Het Buikslotermeerplein biedt ruimte aan een veelheid aan cultuurinstellingen die zich richten op stedelijk niveau en op wijkniveau, zodat een breed aanbod ontstaat.

•

Het Centrumplein biedt ruimte voor een grote publiekstrekker.

•

Samen met andere functies zoals leisure en horeca zorgen culturele functies voor meer menging en reuring in het gebied: het wordt een ‘place to be’.

•

De voorkeur ligt bij cultuurfuncties die plekken op het Buikslotermeerplein activeren, andere functies in het gebied versterken en ook een aanvulling zijn op de culturele infrastructuur in Noord en de rest van de stad. Hierbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de ontwikkeling in de directe omgeving van het Buikslotermeerplein, zoals het stationsgebied.

•

Instellingen die een brede doelgroep in de omgeving aanspreken, vooral jongeren, zijn zeer gewenst.

•

•

•

Uitgangspunt nu is dat grootschalige culturele functies de eigen broek ophouden, zich verhouden tot de bestaande culturele instellingen in de stad/regio en de relatie leggen met Noord/de Noordelingen. Op termijn kan gekozen worden om als stad in een dergelijke functie te investeren. Dit is een politieke keuze, die op dit moment (nog) niet gemaakt is. De gemeentelijke ontwikkelstrategie om te komen tot een geschikte partij voor de grootschalige culturele functie bevat meerdere opties, zoals een prijsvraag waarbij meerdere partijen ideeën naar voren kunnen brengen. En ook een één-op-één selectiewijze waarbij de gemeente direct met een cultuurpartij afspraken maakt op een cultuurkavel. Bijvoorbeeld om de gebiedsontwikkeling aan te jagen in een vroeg stadium. Cultuurbeleid biedt ruimte om passende culturele wijkfuncties te ondersteunen vanuit de gemeente. Hierbij ligt in eerste instantie de focus op het behouden en versterken van de bestaande culturele infrastructuur in Noord.

Afb. 4.3.5: Pathé Amsterdam Noord, 12 zalen 2.500 stoelen

•

Kansen voor de korte termijn worden serieus onderzocht, zoals tijdelijke initiatieven (placemaking) of serieuze kandidaten voor een versnelling van de gebiedsontwikkeling.

•

Doorgroeikansen bieden aan tijdelijke initiatieven sluit aan bij het beleid om ruimte te maken voor bottom-up ontwikkelingen die tot vernieuwing leiden. Hierbij is het van belang nadrukkelijk ook te kijken naar/rekening te houden met doorgroeimogelijkheden (een permanente plek).

•

Meer ruimte voor (culturele) evenementen in de openbare ruimte en hier al rekening mee houden in de ontwerpfase van de openbare ruimte.

Kantoren en Bedrijven In het Amsterdamse Kantorenplan wordt het Buikslotermeerplein als aangemerkt als nieuwe kantoorlocatie en multimodaal vervoersknooppunt. Voor het gehele stadsdeel Noord wordt voor de periode 2023-2026 uitgegaan van een groeiperspectief van 50.000 tot 150.000 vierkante meter. De groei van Noord als kantorenlocatie ligt voor een belangrijk deel bij Buikslotermeerplein en het Hamerkwartier. Door de combinatie van goede bereikbaarheid (metro/OV,

auto en fiets) en het eigen karakter van Noord kan op het Buikslotermeerplein een zeer onderscheidende werkomgeving worden ontwikkeld. De gemeente onderzoekt momenteel de mogelijkheden om hier een kantoorprogramma van maximaal 85.000 m2 bvo te realiseren. Naast kantoren wordt ingezet op het realiseren van (kleinschalige) bedrijfsruimtes. Deze kunnen een positieve bijdrage leveren aan de -lokalewerkgelegenheid en de buurteconomie. In de omringende buurten - de Kleine Wereld, Plan Van Gool en de Waterlandpleinbuurt- zijn deze ruimtes nauwelijks aanwezig. De transformatie van het Buikslotermeerplein kan zo bijdragen en een impuls geven aan lokale initiatieven en ondernemers. Behalve sociaal-economische motieven zijn bedrijfsruimtes ook wenselijk van uit ruimtelijk oogpunt in verband met de beoogde levendigheid en diversiteit van de plint en het gehele Buikslotermeerplein. In de vervolgfase zal onderzocht worden wat een realistisch programma is, en of dit enkel in de plinten gesitueerd dient te worden, of in bijvoorbeeld in een ‘bedrijfsverzamelgebouw’ als onderdeel van bijvoorbeeld de kavel A2.

4.4 Mobiliteit en parkeren De toekomstige inrichting van de openbare ruimte sluit aan op de stedenbouwkundige transformatie naar een levendig, divers, stedelijk gebied met een mix van voorzieningen en woningen: het Hart van Noord. Het scheiden van (verkeers)functies in de openbare ruimte wordt zoveel mogelijk vermeden. Het motto is mengen, een cruciaal kenmerk van een levendige openbare ruimte. In dat verlengde wordt ook ingezet op het stimuleren van meerdere functies van de openbare ruimte. Uiteraard blijft veilige verkeersafwikkeling altijd het uitgangspunt. In de vervolgfase wordt door de eigenaren van het winkelcentrum in samenwerking met de gemeente een mobiliteitsstudie verricht, onder meer naar de bereikbaarheid van het gebied, de parkeeropgave, laden & lossen. Dit moet resulteren in een mobiliteitsstrategie voor de transformatie van het winkelcentrum. Deze strategie is in eerste instantie een collectieve opgave. Vervolgens wordt als uitgangspunt gehanteerd dat elke ontwikkeling de eigen parkeeropgave moet oplossen. Bij het opstellen van de mobiliteitsstudie is het Mobiliteitsplan Noord 2040 kaderstellend.

Stadsdeel Noord heeft een quickscan uitgevoerd naar de mogelijkheden de IJdoornlaan deels te verlagen en het realiseren van doorgaande voetgangers- en fietsroutes langs de laan, beiden met als doel de huidige barrièrewerking te verminderen. De uitkomst was dat verlagen van de weg niet aan de orde is en doorgaande langzaam verkeersroutes op de korte en middellange termijn niet haalbaar zijn. Laatstgenoemde conclusie wordt onderschreven door het Mobiliteitsplan Noord. Deze studie vormt een overkoepelende aanpak voor de bereikbaarheid van Noord (voor langzaam en snelverkeer inclusief openbaar vervoer) in de periode 2020 – 2040, gebaseerd op een mogelijke verdubbeling van het inwoneraantal van Noord. In het Mobiliteitsplan wordt de IJdoornlaan genoemd als een belangrijke parallelle oost-westverbinding in Noord, en is gecategoriseerd

als een 50 km.per uur gebiedsontsluitingsweg, Plusnet OV met opwaardering naar HOV, zonder doorgaande infrastructuur voor fietsers en voetgangers. Het Mobiliteitsplan gaat er tevens uit van een stapsgewijze invoering van parkeerregulering in Noord, om te sturen op minder automobiliteit in heel Noord. Openbaar Vervoer Het bestaande openbaar vervoernetwerk is het uitgangspunt voor de planvorming. De huidige eindhalte bij het Olof Palmeplein wordt in het ontwerp meegenomen. In de vervolgfase moet worden onderzocht of de ligging en bereikbaarheid van bestaande haltes in en rondom het plangebied verbeterd moeten worden.

Door de Werkgroep Elektrisch Laden/Zero Emissie Bus wordt momenteel onderzocht of deze eindhalte geschikt gemaakt kan worden voor elektrisch laden. De gevolgen hiervan zijn vooralsnog onduidelijk. Het GVB studeert op het optimaliseren van de bestaande eindhalte met naar alle waarschijnlijkheid een grotere eindhalte als resultaat. Bij het opstellen van deze projectnota zijn de uitkomsten van beide onderzoeken nog niet bekend. Over bovenstaande moet bestuurlijke besluitvorming plaatsvinden. De uitkomsten worden in de vervolgfase uitgewerkt. Het project zet in op het handhaven van de huidige situatie. Dit is passend bij het voorgestelde programma bestaande uit woningen in combinatie met maatschappelijke voorzieningen. Opwaarderen van de bestaande eindhalte tot busstation past niet binnen deze ambitie.

Autoverkeer In lijn met stedelijk beleid (Programma Autoluw, transitie 50 km. per uur straten naar 30 km/uur) heeft langzaam verkeer de prioriteit. De auto blijft weliswaar welkom in het gebied maar is steeds meer te gast. Het vertrekpunt is het realiseren van 30 km/ uur straten met gemengde verkeersfuncties in straten waar de auto nog welkom is. Daarnaast verschijnen autovrije gebieden en straatjes waar voetgangers en fietsers de ruimte krijgen. Het voorstel is in elk geval de wegen Buikslotermeerplein noord en zuid en de Th. Weeversweg af te waarderen van 50 naar 30 km/ uur. Hierbij moet wel rekening gehouden worden met de bus en het laad- en losverkeer van het bestaande winkelcentrum. Het interieur van het plangebied krijgt een autoluw karakter. De nadruk ligt hier op het gebruik van de openbare ruimte door voetgangers. Dit geldt zeker voor het centraal gelegen groene plein.

Afb. 4.4.1: Verkeersstructuur nieuwe situatie

37

Fietsers In het Meerjarenplan Fiets 2017 – 2022 worden de Amsterdamse ambities geformuleerd met betrekking tot het gebruik van de fiets. Doel is de huidige positie als één van de fietshoofdsteden te versterken en de huidige fietsinfrastructuur verder te verbeteren. In Amsterdam, als compacte wereldstad blijkt de fiets namelijk één van de belangrijkste zo niet het belangrijkste vervoersmiddel te zijn. In het Meerjarenplan staan drie belangrijke doelstellingen geformuleerd: •

comfortabel doorfietsen

•

gemakkelijk fietsparkeren

•

het nieuwe fietsen

dat de slechte staat van de fietsroutes (achterstallig onderhoud), de onoverzichtelijkheid ervan en het ontbreken van goede voorzieningen, zoals fietsparkeren, bij de voorzieningen het fietsgebruik niet stimuleert. De transformatie van het Buikslotermeerplein dient bij te dragen aan de voornoemde ambitie om het beoogde percentage verplaatsingen per fiets te bereiken. Het Meerjarenplan fiets onderschrijft de nut en de noodzaak te investeren in een goede fietsinfrastructuur in Noord. Naast het verbeteren van de routes is het vinden van een goede en veilige fietsparkeerplek nabij de bestemming een cruciale factor om fietsgebruik te stimuleren. Het aantal stallingsplekken dient afgestemd te worden op het huidige en toekomstige programma. Dit is een integraal onderdeel van de opgave.

Deze doelstellingen zijn vertaald naar ambities, acties en uitgangspunten om het fietsgebruik in Amsterdam te stimuleren. Het valt buiten het bestek van voorliggende nota om uitgebreid hierop in te gaan. Wel relevant zijn een tweetal constateringen in de nota met betrekking tot Amsterdam Noord. 1.

2.

Gemiddeld pakt 36% van de Amsterdammers voor een verplaatsing de fiets, in Amsterdam Noord is dat gemiddeld 27%. Het doel is om dit percentage te laten groeien tot ten minste 35% in 2025. De percentages betreffen heel Amsterdam Noord. Voor de individuele woonwijken zijn geen concrete percentages bekend.

Buikslotermeerplein (noordzijde)

Aangekomen op het Buikslotermeerplein dienen voldoende fietsparkeerplekken aanwezig te zijn, bovengronds of ondergronds, gemakkelijk te vinden voor bezoekers, sociaal veilig en overzichtelijk. In de vervolgfase dient nader onderzocht te worden om hoeveel fietsparkeerplekken het gaat, en hoe deze kwalitatief ingepast kunnen worden, op logische plekken in verband met de gewenste gebruiksvriendelijkheid.

Buikslotermeerplein (zuidzijde)

De kwaliteit van de huidige fietsinfrastructuur in Amsterdam Noord is relatief slecht, in vergelijking met stadsdelen waar de fiets aanmerkelijk vaker gebruikt wordt.

Plusnet fiets Plusnet fiets - nieuw Afb. 4.4.2: Fietsnetwerk nieuwe situatie

Projectnota Buikslotermeerplein - Gemeente Amsterdam

Langzaam verkeerverbindingen tussen De Kleine Wereld en het Buikslotermeerplein zijn voor verbetering vatbaar. Door de verhoogde ligging van de IJdoornlaan bestaan deze uit een aantal viaducten.

Enkel de onderdoorgang bij De Wieden is van hoogwaardige kwaliteit. Van belang is dat de fietser of voetganger op logische wijze in het centrum van Noord aankomt. Dit is gerelateerd aan de herontwikkeling van de bestaande parkeerterreinen, de barrièrewerking van de bestaande wegen en het uitsluitend functionele karakter van de routes.

IJdoornlaan

Als verklaring worden onder meer genoemd dat in Noord de afstand tussen de woning en de voorzieningen vaak groot is vergeleken met overige stadsdelen waar meer gefietst wordt. Het gemak waarmee met de auto geparkeerd kan worden in de directe woonomgeving en nabij de voorzieningen speelt eveneens een rol. Ook wordt geconstateerd 38

Concreet betekent dit dat de bestaande routes voor fietsers (en voetgangers) ingrijpend verbeterd en uitgebreid moeten worden. De bestaande routes lopen nu dood in het winkelcentrum. In de toekomst moeten dit doorgaande verbindingen worden. De huidige oostwestverbindingen, Buikslotermeerplein Noord en Zuid, zijn in potentie ideale langzaam verkeerroutes. Deze doorkruisen de landschappelijke structuren van de Noordhollandsch Kanaalzone, de Buikslotermeerpolder en het Baanakkerspark. Bij de nadere uitwerking zou het accent moeten liggen op het creëren van mooie, groene routes tussen het Baanakkerspark en het Noordhollandsch Kanaal.

Th.Weeversweg

De genoemde reservering voor Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) op de IJdoornlaan biedt wellicht kansen als het gaat om verbeterde bereikbaarheid van het winkelcentrum en de uitstraling van de mogelijke halte Buikslotermeerplein als belangrijke entree tot het (winkel)centrum.

Hoofdnet fiets Hoofdnet fiets- nieuw

Parkeren Het parkeren op het Buikslotermeerplein is altijd al een gespreksonderwerp geweest en dat zal gedurende de gebiedsontwikkeling niet anders zijn. Het is van belang om het onderwerp parkeren op te splitsen in drie fases. •

Fase 1: Parkeren op het Buikslotermeerplein anno nu

•

Fase 2: Parkeren op het Buikslotermeerplein tijdens de gebiedsontwikkeling

•

Fase 3: Parkeren op het Buikslotermeerplein na gebiedsontwikkeling

Fase 1: Het parkeren op het Buikslotermeerplein anno nu Het concept van het winkelcentrum ging uit van een bovenlokaal winkelcentrum met een regionale aantrekkingskracht waarbij de bereikbaarheid met de auto zeer belangrijk is. De grote parkeervelden rondom het winkelcentrum laten dat zien. De gemeente en de winkeliers gingen destijds uit van zeer ruime parkeernormen. Om dit te waarborgen maakte de CVvE met de gemeente afspraken over het parkeren. Dit is vastgelegd in de Vaststellingsovereenkomst. Hierin zijn onder meer afspraken gemaakt over te hanteren parkeernormen, aanwezigheidspercentages en (dus) de benodigde parkeercapaciteit. In de afgelopen jaren is vanwege uiteenlopende redenen een parkeerregime ingevoerd bij het winkelcentrum; eerst een blauwe zone en later betaald parkeren. Een reden om betaald parkeren in te voeren was de oplevering van P2, de Bomengarage, en P5, de Opgang. Dit was ook een onderdeel van de Vaststellingsovereenkomst. Daarbij functioneerde het parkeren op maaiveld ook even als ware het parkeergarages. Ze werden afgesloten met slagbomen en genummerd met P1 tot en met P6. De slagbomen zijn kort na invoering afgeschaft voor normaal betaald parkeren maar de nummering van de parkeervelden is wel hetzelfde gebleven. Het idee is dat P1, P3, P4 en P6 na de gebiedsontwikkeling ook parkeergarages worden. P2 en P5 zijn dat immers al.

Voor de ligging van de bestaande parkeerterreinen en garages P1 t/m P6 zie afbeelding 2.7.4 Verkeersstructuur bestaande situatie. In 2004 heeft de toenmalige Stadsdeelraad in september een stedenbouwkundig plan vastgesteld (onderdeel projectbesluit) met een aantal

parkeeruitgangspunten, zoals het parkeren vindt op eigen terrein plaats en veelal inpandig en met dubbelgebruik. Deze uitgangspunten gelden nog steeds en zijn in lijn met het huidige parkeerbeleid zoals de Nota Parkeernormen auto uit 2017 en de Agenda Autoluw uit 2020. De recentere ontwikkelingen op het Buikslotermeerplein, zoals het Warderschip en de Branding, zijn daarom ontworpen met een eigen parkeergarage. Ook zijn de zes binnenterreinen, die eerst fungeerden als openbare parkeerlocaties, in erfpacht uitgegeven aan de CVvE voor het laden en lossen van de winkelpanden en het parkeren van personeel. Het gaat om circa 200 parkeerplaatsen. In principe worden daarom ook geen bewonersen bedrijfsvergunningen uitgegeven op het Buikslotermeerplein voor zowel bestaande bouw als nieuw te ontwikkelen kavels. Het idee van de eerdergenoemde uitgangspunten is dat elke kavelontwikkeling zijn eigen parkeervraag oplost en het maaiveldparkeren schaars zal zijn. De schaarse capaciteit zal daarbij in ieder geval nodig zijn voor onder andere incidentele laad- en losplekken, deelauto’s, K+R/taxistandplaatsen, openbare gehandicaptenparkeerplaatsen, eventuele Cantaparkeerplekken en maaiveldlaadplekken voor elektrische auto’s of Light Electric Vehicles (LEV’s/micromobiliteit).

Ook moeten parkeerplekken op maaiveld overblijven in deelgebied C, het Olof Palmeplein, om de huidige ongeveer zeventig vergunninghouders een plek te geven. Door de schaarse parkeerplekken in de openbare ruimte blijft op maaiveld meer ruimte over voor onder andere voetgangers, fietsers, groen/bomen en aantrekkelijke verblijfsplekken. Fase 2: Het parkeren op het Buikslotermeerplein tijdens de gebiedsontwikkeling In de Vastellingsovereenkomst staat dat tijdens de gebiedsontwikkeling altijd voldoende parkeerplaatsen beschikbaar moeten zijn voor het winkelend publiek. Waar en met welke parkeercapaciteiten is een puzzel die nog moet worden uitgewerkt. Bij de gebiedsontwikkeling is het projectgebied van het Buikslotermeerplein opgedeeld in drie deelgebieden:

•

Centrumplein: bioscoop, kantoren, cultuur

•

Winkelcentrum: hoofdzakelijk winkels met de mogelijkheid tot het toevoegen van woningen en andere functies

•

Olof Palmeplein: hoofdzakelijk wonen met aanvullende functies zoals scholen en andere maatschappelijke voorzieningen

Zoals eerder genoemd is het uitgangspunt daarbij dat iedere kavelontwikkeling (en dus deelgebied) zijn eigen parkeervraag oplost. Voor drie supermarkten zal dit in de tijdelijke en definitieve situatie hoogstwaarschijnlijk niet gelden. Gezien de huidige ligging van de supermarkten Lidl en Jumbo op respectievelijk kavel B1 en B2 (Winkelcentrum) ligt het voor de hand dat de klanten van de Lidl parkeren in P1 (Centrumplein) en de klanten van de Jumbo in P6 (Centrumplein). Dat doen ze nu ook, alleen zijn P1 en P6 geen parkeergarages. De klanten van de huidige Albert Heijn parkeren op het Olof Palmeplein, terwijl de supermarkt op kavel B5 ligt (huidige winkelcentrum). De parkeervraag van deze supermarkten zal dus door verloop in andere deelgebieden worden opgelost, tenzij het parkeren op eigen kavel (ruimtelijk/financieel) mogelijk wordt. Dat is nu nog niet het geval en afhankelijk van de (vastgoed)eigenaren. Het is ook mogelijk dat winkels zich verplaatsen binnen het huidige winkelcentrum of naar een ander deelgebied. Vooral de supermarkten willen een goede parkeerlocatie in de buurt hebben Fase 3: Het parkeren op het Buikslotermeerplein na gebiedsontwikkeling Het stedelijk beleid voor nieuwbouw, en dus het Het stedelijk beleid voor nieuwbouw, en dus het uitgangspunt, is parkeren op eigen terrein.

In de praktijk betekent dat elke kavelontwikkeling in principe zijn eigen parkeervraag opvangt waardoor elk deelgebied zijn eigen parkeervraag kan oplossen. Financieel is daarmee ook helder wie wat betaalt. Let wel: gemeenschappelijke parkeergarages zijn niet uitgesloten, omdat hiermee dubbelgebruik en dus efficiënter ruimtegebruik wordt gestimuleerd. Wie wat betaalt, wordt daarmee ingewikkelder. Zoals eerder benoemd bestaat het gebied uit drie deelgebieden. Daarbij heeft, strategisch en conceptueel

gezien, elk deelgebied op basis van de huidige nummering van parkeerlocaties in het gebied (P1 t/m P6) twee openbare hoofdparkeergarages. •

Centrumplein: nieuwe parkeergarages P1 en P6 (plus evt. P7)

•

Winkelcentrum: bestaande parkeergarages P2 (448 pp) en P5 813 pp)

•

Olof Palmeplein: bestaande parkeerveld P3 (159 pp) en nieuwe parkeergarage P4

Centrumplein Het Centrumplein ligt nabij het stationsplein van de Noord/Zuidlijn. Rondom het Centrumplein zijn vooral kantoren, horeca en cultuur gepland. De bioscoop is al gerealiseerd en heeft een theoretische parkeervraag van 375 plekken. Deze parkeervraag en de nieuwe functies moeten een plek krijgen in twee of drie nieuwe parkeergarages (P1, P6 en evt. P7). De mogelijkheid bestaat ook dat het één grote parkeergarage wordt onder diverse A-kavels. De ontwikkelaars van de afzonderlijke kavels moeten in onderling overleg tot een parkeeroplossing komen. Het gaat dan onder andere om de ontwikkeling en de exploitatie. Winkelcentrum Momenteel bevindt zich hier vooral detailhandel. De ambitie is hier in de toekomst een aanzienlijk woonprogramma aan toe te voegen in combinatie met andere functies zoals horeca, leisure en maatschappelijke voorzieningen. In dit deelgebied bevinden zich al twee bestaande parkeergarages P2 (448 plekken) en P5 (813 plekken). Deze garages zijn bedoeld voor de parkeervraag van de huidige commerciële functies in het gebied. De parkeergarages zijn eigendom van de gemeente, die ze ook exploiteert. Het winkelgebied zelf is eigendom van circa 80 erfpachters, variërend van grote vastgoedontwikkelaars tot kleine eigenaren die ook winkelier zijn.

De gemeente lost hiermee het parkeren van de commerciële partijen op, zoals ook is vastgelegd in de Vaststellingsovereenkomst. De vraag rijst of dit zo moet blijven. Het exploiteren van parkeergarages voor commerciële functies is immers geen overheidstaak. Een variant zoals op het Gelderlandplein waarbij de eigenaar van het winkelcentrum het parkeren in eigen hand heeft,

39

Afb. 4.4.3: Mogelijke oplossingen voor parkeren

40

Projectnota Buikslotermeerplein - Gemeente Amsterdam

ligt hier meer voor de hand. Dit wordt nog onderzocht en besproken met de CVvE van het winkelcentrum.

bijvoorbeeld voor de eerdergenoemde drie supermarkten of woningen.

Bij het toevoegen van veel woningen geldt in de basis parkeren op eigen terrein, zoals ook heeft plaatsgevonden voor de woonblokken het Warderschip en de Branding. Het oplossen van (een deel van) de parkeervraag op het Centrumplein of het Olof Palmeplein is toegestaan wanneer blijkt dat er voldoende parkeerplekken beschikbaar zijn en op voorwaarde dat voor de nieuwe woningen in het winkelcentrum contracten worden afgesloten voor de desbetreffende parkeergarages

Wat betreft deelmobiliteit wordt aangesloten op het vastgestelde stedelijk beleid. In de volgende fase wordt dit per deelgebied en per kavel verder uitgewerkt. Deelconcepten zullen elektrisch zijn, behalve voor gewone deelfietsen. In de gebouwde parkeervoorzieningen en in de openbare ruimte dienen voorzieningen voor elektrisch laden gerealiseerd te worden. Het exacte aantal dient nader bepaald te worden, gebaseerd op het vastgestelde gemeentelijke beleid. Het fiets- en scooterparkeren

Olof Palmeplein De hoofdfunctie in dit gebied is wonen met aanvullende (maatschappelijke) functies, zoals een school en andere sociale voorzieningen. Voor de bestaande woningen op het Olof Palmeplein zijn ongeveer zeventig parkeervergunningen uitgegeven die weer een plek moeten krijgen in het gebied. De nieuwe woningen zullen op eigen terrein parkeren, en dat vraagt om een nieuwe parkeergarage (P4). Het bestaande parkeerveld P3 (159 plekken) kan in de toekomst een parkeergarage worden met eventueel woningen of andere functies.

Parkeren voor fietsen en scooters moet ook in een vroeg stadium worden meegenomen en een plek krijgen op aantrekkelijke locaties in het gebied. De parkeervraag moet voldoen aan de Nota Parkeernormen Fiets/ Scooter. De locaties en de fietsparkeercapaciteit is ook afhankelijk van het bouwprogramma en zal in een latere fase, net als het parkeren voor de auto (per ontwikkelkavel en deelgebied), verder worden uitgewerkt.

Afb. 4.4.4: Fietsenstalling en groen plein: Strawinskylaan Amsterdam, Foto: Jan de Vries

Dubbelgebruik, deelmobiliteit en elektrisch rijden Uiteraard vindt dubbelgebruik plaats binnen de deelgebieden, maar is ook op het schaalniveau van het Buikslotermeerplein denkbaar. Parkeerplekken voor kantoren op het Centrumplein kunnen bijvoorbeeld in het weekend beschikbaar zijn voor het winkelend publiek. Uit de aanwezigheidspercentages zal eerst moeten blijken of dit mogelijk is. De gemeente gaat uit van dubbelgebruik en zal dit, zo mogelijk, meegeven aan ontwikkelaars. Ook moeten afspraken tussen ontwikkelaars worden gemaakt over (gedeelde) parkeeroplossingen en de parkeerexploitatie. Het ligt daarbij voor de hand dat de parkeergarages openbaar zijn, dat er sprake is van één overkoepelend parkeerregime in de parkeergarages wat is afgestemd met het parkeerregime in de openbare ruimte, op maaiveld in de directe omgeving. Het dubbelgebruik en de overloop tussen de deelgebieden maakt dat de parkeerplekken efficiënter worden gebruikt en biedt flexibiliteit in het parkeren nabij bestemmingen, Afb. 4.4.5: Fietsenstalling onder openbare ruimte: Strawinskylaan Amsterdam, Foto: Jan de Vries

41

4.5 Tijdelijke inrichting en placemaking Sloop Waddenwegviaduct en tijdelijke inrichting Centrumplein In 2020 is het Waddenwegviaduct gesloopt. Na de opening van de bioscoop is dit de volgende belangrijke ingreep bij de herontwikkeling van het Buikslotermeerplein. Het maakt de daadwerkelijke veranderingen binnen het gebied voelbaar en geeft in ruimtelijke zin direct een indruk van het ontwikkelingspotentieel. In een volgende fase -ontwikkeling A1-kavel- zal ook de rotonde worden verlaagd en aansluiten op het maaiveld van het Buikslotermeerplein. Voor de herinrichting van de weg Buikslotermeerplein-zuid wordt een apart plan opgesteld. Het grote openbaar gebied dat is vrijgekomen met de sloop van het viaduct, het nog te slopen parkeerdek ten westen van de Jumbo en het opheffen van de parkeerterreinen ten westen van het viaduct, kan niet direct worden ingericht met de definitieve voorstellen uit deze nota. De planvorming over de herinrichtingsvoorstellen is nog niet afgerond en zal nog jaren in beslag nemen. Omdat het geen optie is het vrijgekomen gebied de komende jaren braak te laten liggen, is een tijdelijk herinrichtingsontwerp gemaakt. De uitvoering is reeds gestart en moet in het derde kwartaal van 2021 afgerond zijn. Ambitie van de tijdelijke inrichting is om met relatief bescheiden middelen de gebruiks- en verblijfskwaliteit van het gebied een sterke impuls te geven.

Het ontwerp is een voorbode op wat in deze nota beschreven is: een stedelijk, zeer groen centrumplein en sluit aan de bij de geformuleerde uitgangspunten. Naast de tijdelijke groene inrichting wordt ook P1 opgeknapt, het parkeerterrein ten oosten van de bioscoop. Op de locatie van het oude parkeerdek bij de Jumbo verschijnt een nieuw, kwalitatief hoogwaardig parkeerterrein. Ook is voorzien in een 30 km/uur weg tussen de twee parkeerterreinen die vooral dienst doet als fietsroute (Plusnet Fiets). Het tijdelijke plan moet meerdere jaren functioneren en vormt het visitekaartje van het project. Het kan symbool staan voor de start van de succesvolle transformatie naar een aantrekkelijk, groen en cultureel sterk centrumgebied.

Placemaking Buikslotermeerplein Het ontwerp voor de tijdelijke inrichting legt een hoofdopzet vast voor de routing van fietsers, voetgangers en autoverkeer. De overige ruimte is zoveel mogelijk groen gemaakt. Hierbij is bewust gekozen de programmering en inrichting ervan vrij te laten. Het is zaak hierover met de buurt, ondernemers en alle andere betrokkenen te overleggen en samen te komen tot de daadwerkelijke invulling en programmering van het gebied. Deze vorm van samenwerking heet placemaking. Placemaking is een methodiek waarbij de openbare ruimte wordt benaderd vanuit het perspectief van de mensen die deze plekken gebruiken. Niet zozeer een ontwerp staat centraal, maar vooral de gezamenlijke zoektocht naar het toevoegen van gebruikswaarde en belevingswaarde in de publieke ruimte. Kort gezegd: het gaat om het activeren en maken van fijne plekken. Deze werkwijze kan een belangrijke bijdrage leveren aan de toekomstige ontwikkeling van het gebied door ruimte te bieden aan initiatieven die mogelijk ook van blijvende waarde worden op het Buikslotermeerplein.

In een latere fase kunnen ook andere plekken op het Buikslotermeerplein worden toegevoegd aan de aanpak, zoals het marktplein en het winkelcentrum. De partijen in het winkelcentrum (CVvE) hebben al aangegeven dat zij in een volgende fase óók actief willen bijdragen aan de placemakingaanpak. Op dit moment is de gemeente een belangrijke aanjager (en financier) van de aanpak. Op termijn kan deze rol worden overgenomen door andere omgevingspartijen in bijvoorbeeld een stichting of coalitie. Vlindertuin De vlindertuin is één van de ideeën uit de bijeenkomsten met de omgeving. Het maken van meer groene plekken is een veelgehoorde reactie uit de

Proces In de zomer van 2020 zijn twee buurtbijeenkomsten georganiseerd waarin ideeën uit de omgeving zijn opgehaald. De centrale vraag was: ‘Hoe maken we van het Buikslotermeerplein een fijne en geliefde plek?’. Na de bijeenkomsten zijn alle ideeën gerapporteerd en is met een aantal geïnteresseerden een placemanagementteam opgezet. Hierna volgden meerdere sessies met zo’n twintig deelnemers uit de omgeving. Binnen dit traject is de vlindertuin van Mot in Mokum ontstaan en doorontwikkeld. De groepssamenstelling is zeer divers en bestaat uit omwonenden, ondernemers uit het winkelcentrum, Hogeschool Inholland, de Cultuurtafel en de ondernemersvereniging. Kader Als vervolg op de opgehaalde ideeën is een vervolgaanpak geschreven voor placemaking op het Buikslotermeerplein. De focus ligt op het gebied voor de bioscoop en tussen het winkelcentrum en Stadsloket: het Centrumplein. Hier is de komende jaren ruimte voor initiatieven en activiteiten. In de aanpak is veel aandacht voor groen, sporten en ontmoeten. Afb. 4.5.1: Tijdelijke inrichting Centrumplein

42

Projectnota Buikslotermeerplein - Gemeente Amsterdam

buurt. Het idee om een vlindervriendelijke bloementuin aan te leggen vanuit Mot in Mokum wordt dan ook breed gedragen door de deelnemers. De vlindertuin heeft een plek gekregen naast de bioscoop, voor de periode van drie jaar, en is aangelegd in het voorjaar 2021. De tuin is door Mot in Mokum ingericht met behulp van vrijwilligers. Daarnaast worden educatieve bijeenkomsten georganiseerd over de planten en vlinders. Hoewel de tuin tijdelijk is wordt nu al onderzocht hoe het vlindervriendelijke concept kan worden doorgezet in de beplanting van de openbare ruimte op het gehele Buikslotermeerplein.

214 deelnemers aan enquête over ontwerpdilemma’s BSMP PlaceGame Videoverslag

Afb. 4.5.2: Vlindertuin

Aantal kijkers nog niet bekend bij schrijven van deze nota, omdat het videoverslag gelijktijdig met deze nota verschijnt.

Afb. 4.5.3: Aankondiging Place Game, Buikslotermeerplein

Afb. 4.5.4: Hemaplein Buikslotermeerplein

Afb.6.3: Aankondiging Placegame, Placemaking Plus

Gemeente Amsterdam

55

Afb. 4.5.5: Skatepark op Centrumplein

Afb. 4.5.6: 1001 stoelen in Buikslotermeerplein gebied

Afb. 4.5.7: Tijdelijk Paviljoen Bret, Amsterdam-Sloterdijk

43

4.6 Duurzaamheid IIn de Amsterdamse duurzame gebiedsontwikkeling staan zes thema’s: duurzame energie en aardgasvrij, uitstootvrije mobiliteit en schone lucht, klimaatadaptatie (groen, ecologie en water), natuurinclusief bouwen, circulair gebouwde omgeving en afval. Voor het Buikslotermeerplein wordt een aantal duurzame aspecten sterk gepositioneerd zodat ze bijdragen aan de identiteit en het functioneren van het gebied en zo onderdeel worden van de stedenbouwkundige, architectonische en ecologische planvorming. Het thema duurzaamheid heeft drie hoofduitgangspunten:

mobiliteitsverandering en het vergroenen met als inzet een schonere lucht en een aangenamere leefomgeving. Binnen het thema gezondheid past ook het stimuleren van sport, spel en beweging, het creëren van een rookvrije en gezonde voedselomgeving, gezonde woningen en plekken die rust en ontspanning bieden. Ambitie is de openbare ruimte rondom geplande scholen, kinderopvanglocaties, speeltuinen, sportplekken en zorginstellingen rookvrij te maken. Een tweede ambitie is het realiseren van een gezonde voedselomgeving. In deze context moet onderzocht worden of bijvoorbeeld het beperken van het aantal fastfoodrestaurants tot de mogelijkheden behoort. Ook kan gedacht worden aan ‘eetbaar groen’ in de vorm van stadslandbouw of openbare moestuinen in de openbare ruimte te realiseren.

1.

Adaptief en duurzaam casco

2.

Gezond Buikslotermeerplein

In de vervolgfase worden de thema’s en ambities van een Gezond Buikslotermeerplein verder uitgewerkt.

3.

Klimaatadaptief en natuurinclusief Buikslotermeerplein

3.

1.

Adaptief en duurzaam casco

Het Buikslotermeerplein als stedenbouwkundig plan wordt een voorbeeld voor adaptief en flexibel bouwen. Flexibele bouwstructuren hebben de toekomst. De hele bouwketen zit momenteel in een transitie naar slimmere, snellere en duurzamere bouwsystemen. Juist op het Buikslotermeerplein, waar weinig ruimte is voor bouwplaatsen en waar slim en prefab gebouwd moeten worden, ligt een opgave om deze adaptie en flexibele bouw als basis te nemen. Biobased bouwen en specifiek houtbouw (CLT) zijn hierbinnen zeer kansrijk. Adaptief bouwen houdt in dat gebouwen in hun levensduur aanpasbaar zijn, met flexibel indeelbare plattegronden, en meebewegen met veranderende functies en ander gebruik. Demontabel bouwen betekent dat het gebouw na gebruik zodanig uit elkaar gehaald kan worden dat de materialen op hetzelfde niveau kunnen worden hergebruikt. Dat vraagt onder andere om aangepaste verbindingsconstructies. 2.

Gezond Buikslotermeerplein

Op dezelfde schaalniveaus zal de planvorming als geheel en per deelplan bijdragen aan het thema gezondheid. Op stedenbouwkundig niveau door

44

Projectnota Buikslotermeerplein - Gemeente Amsterdam

Klimaatadaptief en natuurinclusief Buikslotermeerplein

Rainproof Ook heeft het Buikslotermeerplein veel met wateroverlast te kampen. Dit komt doordat het een laaggelegen gebied is. Regenwater verzamelt zich vanuit de hoger gelegen omgeving (Waddenweg) waardoor winkels en ondergrondse parkeergarages risico lopen op waterschade. Het Buikslotermeerplein is een knelpunt dat in het programma Rainproof wordt beschreven als urgent. Rainproof wordt daarom integraal meegenomen bij het ontwerp van de openbare ruimte. Op bouwkavels wordt door de hemelwaterverordening eisen gesteld aan de opvang van regenwater. Hittestress In de zomer van 2018 leidde de aanhoudende hitte tot vijftig procent omzetverlies voor de Horecaondernemers, en ook winkeliers zagen hun klanten wegblijven. Dit soort situaties zullen vaker plaatsvinden in een veranderend klimaat. Steden kunnen zich hierop voorbereiden door meer groen in de (vaak versteende) stad aan te leggen. In de vervolgfase wordt onderzocht wat de invloed van de voorgestelde ontwikkelingen op hittestress zijn en hoe de inrichting met het oog op hittestress kunnen geoptimaliseerd kan worden. Het toevoegen van groen

zal daar zeker een onderdeel van uitmaken. Met behulp van groen worden ook koelteplekken gerealiseerd. Voor de gebouwen wordt gekeken hoe deze op een duurzame manier vanbinnen koel te houden zijn. Groen De kwaliteit en indeling van het groen zijn medebepalend voor de mate waarin groen bijdraagt aan het voorkomen van hittestress. De beoogde toename van groen in het gebied geeft echter op meer vlakken een meerwaarde dan voor hittestress. Substantieel meer groen in het gebied levert een grote bijdrage leveren aan de verbetering van de belevingswaarde. De buitenruimte van het Buikslotermeerplein kan door meer groen een plek worden die uitnodigt om er te verblijven en te bewegen. Mits goed overdacht heeft groen ook een toegevoegde waarde voor de biodiversiteit. Dit geldt niet allen voor de biodiversiteit van het groen zelf maar ook voor dieren. Door het bieden van voedsel en schuilplaatsen is leven mogelijk voor meer insecten, vogels en kleine zoogdieren als vleermuizen en eenhoorns. Daarbij helpen vleermuizen bijvoorbeeld weer tegen overlast van muggen. Verbindingen Het Buikslotermeerplein wordt omsloten door het Baanakkerspark, het Vliegenbos, sportpark Elzenhagen en het ruigtegebied bij de A10 dat een connectie heeft met Waterland. Het Buikslotermeerplein heeft dus veel kansrijke verbindingen met de omliggende groengebieden.

Afb. 4.6.1: Houtbouw

Afb. 4.6.2: Rainproof inrichitng van de openbare ruimte

Om het Buikslotermeerplein te verbinden met zijn omgeving moeten het groen en het water langzaam het gebied in komen. De taluds van de IJburglaan zijn groen. Door hun ligging kunnen ze worden ingericht voor de aanwezige flora en fauna zodat ze een verbinding vormen van oost naar west. Groen, blauwe en groenblauwe daken Door ook op daken water op te vangen (en dit te Door ook op daken water op te vangen (en dit te gebruiken in tijden van droogte) is het mogelijk om het riool te ontzien bij extreme buien. Gecombineerd met meer groen op dak draagt dit bij aan biodiversiteit en het klimaat binnen het gebouw. Ook zal het gebied in z’n geheel minder snel opwarmen. Dit worden ook wel groenblauwe daken genoemd. Groene en groenblauwe daken zijn op veel manieren in te richten waarmee bepaald wordt welke planten erop (kunnen) groeien en

Afb. 4.6.3: Natuurinclusieve straat

het leven van welke dieren ermee wordt ondersteund. Combinaties met bijvoorbeeld nestkasten kunnen de toegevoegde waarde van een groen(blauw) dak nog verder versterken. Polderdaken zijn ook mogelijk. Hier kan een habitat op groeien die hoort bij de soorten die in Waterland voorkomen. Waterbergende groenstroken In het hele gebied kan waar ruimte is en geen In het hele gebied kan waar ruimte is en geen voetgangers hoeven te lopen een verlaagde, waterbergende groenstrook aangelegd worden. Hier stroomt het regenwater naartoe zodat er extra bergingsruimte is, het drainerend werkt, de openbare ruimte vergroent en de biodiversiteit toeneemt. In de herprofileringsopgaven van de bredere wegen wordt hier aandacht voor gevraagd. Inheemse beplanting Inheemse beplanting is goed voor de lokale Inheemse beplanting is goed voor de lokale biodiversiteit en het lokale klimaat. Planten die hier zijn gekweekt en hier vanzelfsprekend groeien, passen zich gemakkelijker aan aan het klimaat waarin ze ‘leven’. Hierdoor nemen ze beter water op en zijn ze ook droogtebestendiger. Inheemse beplanting heeft bovendien een positief effect op de lokale fauna omdat die is ingesteld op deze bekende soorten. Faunavoorzieningen Vogels als de huismus, spreeuw en gierzwaluw broeden in holtes en kieren van gebouwen. Voor deze zogenaamde rotsbroeders is het aan te raden voorzieningen in de bebouwing op te nemen.

Deze soorten hebben meer habitateisen dan alleen een (nest)kast. Voedsel en verstopmogelijkheden moeten ook in de buurt zijn. Datzelfde geldt voor de vleermuizen die er in de holtes en kieren leven. Overige duurzaamheidsthema’s Energie Nieuwe gebouwen worden niet meer op aardgas aangesloten. Er wordt bij nieuwbouw gestreefd naar energieneutrale gebouwen. Op kavels die middels gronduitgifte op de markt worden gebracht is het de bedoeling dat zelfs energieleverende gebouwen worden gerealiseerd. Het feit dat de warmte in westelijke stadswarmtenet relatief duurzaam is, vormt hiervoor een goede basis. Toch gaat er ook onderzocht en worden of binnen de afspraken in

de overeenkomst met Westpoortwarmte/Vattenfall levering van lage temperatuur warmte mogelijk is. Levering van duurzame collectieve koude lijkt in ieder geval kansrijk. Indien mogelijk worden ook bestaande gebouwen aardgasvrij gemaakt door ze aan te sluiten op collectieve levering van warmte en koude. Hiermee kan, naast andere maatregelen, ook de bestaande bouw een stap duurzamer worden gemaakt. Het verstoken van biomassa is niet aan de orde op het Buikslotermerplein

niet zal wijzigen. In de vervolgfase moet voor het plangebied een integraal plan met betrekking tot huisvuilophaal opgesteld worden. De doelstellingen uit het Uitvoeringsplan Afval & Grondstoffen zijn hierbij leidend.

ophalen van afval. Door gezamenlijk in te kopen kan waarschijnlijk op kosten bespaard worden en kan in ieder geval het aantal vervoersbewegingen verminderd worden. Mogelijk wordt het daardoor ook rendabel om meer verschillende fracties in te zamelen.

Bedrijven kunnen zelf bepalen door wie ze hun afval laten ophalen. Hierdoor rijden er veel verschillende inzamelaars rond in Amsterdam. Er ligt een kans om bedrijven meer samen te laten werken bij het laten

Duurzame en circulaire materialen De milieuprestatie van de gebouwen (MPG) wordt op het Buikslotermeerplein beter dan minimaal vereist. In tenders wordt hierop uitgedaagd en bij ontwikkelingen op reeds uitgegeven grond is dit inzet van onderhandelingen. De materialen die worden toegepast in de bouw zijn bij voorkeur herbruikbaar. Op het Buikslotermeerplein wordt hierbij specifiek ingezet op biobased materialen met een duurzame oorsprong. Waar mogelijk wordt gekeken naar hergebruik van oude materialen. Materialen die vrijkomen bij de herinrichting van de openbare ruimte worden daarin beschikbaar gesteld voor hergebruik. Adaptief en demontabel bouwen zijn al als speerpunt benoemd. Waar mogelijk wordt aangesloten bij de nieuwste systematieken om de bouwmaterialen die in de gebouwen zijn opgeslagen vast te leggen in materialenpaspoorten. Duurzame mobiliteit Naast dat wandelen en fietsen in de toekomst beter gefaciliteerd worden op het Buikslotermeerplein wordt bij de ontwikkeling aangesloten op de Amsterdamse ambitie om elektrisch vervoer en deelmobiliteit te stimuleren. Zie ook paragraaf 4.4 Dubbelgebruik, deelmobiliteit en elektrisch rijden. Afval Huishoudelijk afval wordt door de gemeente ingezameld. Hiervoor dient zeker bij hoogbouw voldoende ruimte te worden gereserveerd. Het gemeentebestuur wil graag meer GFE opnieuw apart inzamelen.

Hiervoor is gemeentelijk beleid in de maak. Huisvuil wordt ingezameld middels ondergrondse containers. Bij de ontsluiting van het gebied dient hier rekening mee gehouden te worden. Dit heeft met name betrekking op het ‘interieur’ van het plangebied, omdat de ‘randen’ in de bestaande situatie reeds goed bereikbaar zijn en deze bereikbaarheid op hoofdlijnen Afb. 4.6.4: Water in de openbare ruimte

45

4.7 Aanjagers Centrumplein Het centraal gelegen plein in het Centrumplein symboliseert de ambitie van deze projectnota in Amsterdam Noord een kloppend, levendig, groen stadshart te realiseren. Dit stelt vanzelfsprekend eisen aan de programmering en het uiteindelijke ontwerp van het plein. Van groot belang is ook de relatie tussen het plein en de direct aangrenzende bebouwing. De sleutel tot het succes is een gemengde programmering van de omliggende gebouwen, en met name van de plint. De programmering van de plint moet bijdragen aan de levendigheid van het plein, en omgekeerd, moeten bezoekers van het plein uitgenodigd worden gebruik te maken van de voorzieningen in de plint. Het stedenbouwkundige decor van het groene hart wordt gevormd door de bestaande bioscoop, de Cultuurkavel, het Warderschip, de Bowling en de kavel A1. Dit zijn ook de kavels die, naar alle waarschijnlijkheid, het eerst tot ontwikkeling komen op het Buikslotermeerplein en van grote invloed zijn op het uiteindelijke karakter van het Centrumplein. In de aanloop van deze projectnota zijn de kavels ruimtelijk en programmatisch onderzocht. De bioscoop is hierbij als een gegeven beschouwd. Ontwikkeling van deze kavels kan fungeren als aanjager om de transformatie van het Buikslotermeerplein gestalte te geven.

Het gaat hier om de potentiële ontwikkelingen van de kavels A1, Cultuurkavel, het Warderschip en de Bowling. Per kavel wordt duiding gegeven aan de positionering, de uitgangspunten voor bouwmassa en het potentiele programma. Naast deze stedenbouwkundige onderbouwing wordt in hoofdstuk 6, Ontwikkelstrategie verder ingegaan op de mogelijke ontwikkelkaders voor deze kavels.

kavel A1

bioscoop

Bowling

Cultuurkavel

Warderschip

Afb. 4.7.1: Aanjagers op Centrumplein

Afb. 4.7.2: Cultuurkavel met ‘urban window’ aan het plein

De kavel A1 en het Warderschip maken deel uit van de bestaande grondexploitatie vernieuwing Boven ’t Y fase 2 (CAN fase II) en kunnen daarom voortvarend worden ontwikkeld

Afb. 4.7.3: Kavel A1, multifunctioneel gebouw

46

Projectnota Buikslotermeerplein - Gemeente Amsterdam

BUIKSLOTERMEERPLEIN AMSTERDAM NOORD

Afb. 4.7.4: Het Warderschip met toegevoegde woontoren en plint

Afb. 4.7.5: Bowling Noord: sta in de weg of kans voor herontwikkeling?

4.7.1 Kavel A1 Positie kavel in stedenbouwkundig kader Centrumplein Het huidig stedenbouwkundig kader gaat uit van een meer radicale vergroening en een zwaardere nadruk op het creëren van een reeks publieke pleinen en plekken. Voor het Centrumplein is gekozen om op de plek waar voorheen een museum bedacht was een groot groen ingericht plein te positioneren. Deze radicale keuze betekent dat er potentieel gebouwprogramma verloren gaat. Dit wordt gecompenseerd door de dichtheid van de gebouwen rondom dit groene plein te verhogen. Voornoemde cultuurfunctie is verplaatst naar de (blinde) oostwand van de bioscoop, waarmee het gevelfront aan dit plein versterkt wordt. De kavel A1 ligt direct ten zuiden aan het plein. De kavel krijgt hiermee stedenbouwkundig gezien een andere en meer prominente betekenis in het totaalplan. Programma Het te ontwikkelen programma op de kavel A1 is in de nieuwe setting aan het grote groene plein geoptimaliseerd naar maximaal 55.000 m2. De nadruk ligt op kantoorfuncties, maar door de ligging direct aan het grote plein worden er maatschappelijke en publieke functies aan toegevoegd. Het toegevoegd programma op het kavel is naast de ruimtelijke planaanpassing ook mogelijk door de zeer goede bereikbaarheid op loopafstand van het metrostation Noord. Het programma moet toekomstvast en duurzaam ontwikkeld kunnen worden.

Om die reden wordt in de verdere ontwikkeling van de kavel A1 maximaal gestuurd op flexibiliteit, waardoor het te ontwikkelen gebouw in de tijd aangepast kan worden naar nieuwe gebruikswensen en ook naar functies als wonen.

op hogere plekken in het gebouw ruimte komt voor terrassen, groen en natuur.

Afb. 4.7.1.1: Uitzicht vanuit kavel A1 op plein

Afb. 4.7.1.2: Impressie van kavel A1 met publieke plint

Afb. 4.7.1.3: Diagram stedenbouwkundig accent

Afb. 4.7.1.4: Diagram alzijdige uitstraling

Relatie met openbare ruimte Essentieel voor het slagen van de kavel A1 is het ‘plintprogramma’, dat betreft het gebouwd programma dat een directe relatie heeft met het nieuwe plein. Hier moet een wisselwerking ontstaan tussen gebouw en openbare ruimte die beiden versterkt en betekenis geeft. In de verdere uitwerkingen zal dit verder gedefinieerd worden. Deze wisselwerking tussen gebouw en openbare ruimte gaat verder dan alleen de onderste gebouwlagen. Belangrijk en kenmerkend bij de kavel A1 is dat niet alleen op het maaiveld maar ook Afb. 4.7.1.5: Diagram groene daken

47

4.7.2 Cultuurkavel Cultuurfuncties rondom het groene plein Rondom het groene plein is op meerdere locaties aandacht voor het toevoegen van een cultureel programma. Doel is de culturele infrastructuur van Noord ingrijpend te verbeteren. Door een divers palet aan cultuurfuncties toe te voegen rondom het plein, in combinatie met functies zoals horeca en leisure, ontstaat er meer levendigheid in het gebied. Cultuurkavel Direct aan het groene plein komt ontwikkelruimte voor een nieuw te bouwen cultuurkavel. Dit kavel wordt direct naast de huidige bioscoop gebouwd. Belangrijk is dat de aan te trekken cultuurfunctie zowel lokaalalsook bovenlokaal betekenis heeft. Het voorlopige uitgangspunt qua vloeroppervlak is circa 8.000 m2. Bouwhoogte Uitgangspunt wat betreft bouwhoogte is een minimum bouwhoogte gelijk aan de bioscoop. Wellicht kan er nog een accent bij dat uitstijgt boven de daklijn van de bioscoop. Dat zal in de verdere planvorming bestudeerd worden. Qua architectuur is het belangrijk dat er, net als bij de kavel A1, op meerdere niveaus in het gebouw een wisselwerking met het plein en de omliggende buitenruimte ontstaat. Dit kan bijvoorbeeld door het toepassen van ‘urban windows’ of grote getrapte terrassen.

Afb. 4.7.2.1: Impressie cultuurkavel met urban window

Afb. 4.7.2.2: Diagram accent aan plein en IJdoornlaan

48

Projectnota Buikslotermeerplein - Gemeente Amsterdam

Afb. 4.7.2.3: Diagram functionele relatie met de omgeving

Afb. 4.7.2.4: Diagram groene daken

4.7.3 Het Warderschip

Geschiedenis Het Warderschip, ontworpen door architectenbureau Jan Brouwer Associates, werd in 1993 gerealiseerd. Dit was het eerste woongebouw in het gebied ten westen van het winkelcentrum. Het paste bij de ambitie om het Buikslotermeerplein te verlevendigen door een woonfunctie toe te voegen in combinatie met overige functies in de plint. Het Warderschip bestaat uit acht bouwlagen: 5 woonlagen op een onderbouw van twee lagen met kantoren en horeca. Onder de grond bevindt zich een parkeerkelder in één laag. Kenmerkend voor het gebouw is de driehoekige beëindiging van de begane grond en 1e verdieping die doet denken aan de voorkant van een schip. Nieuwe ontwikkelruimte Het Warderschip ligt centraal in het plangebied en is daarmee zowel ruimtelijk als programmatisch een belangrijke schakel tussen het Centrumplein en het winkelcentrum. In de huidige vorm functioneert het gebouw vooral als woongebouw. De technische staat van de plint is zeer verouderd. Gekoppeld aan de bredere stedenbouwkundige ambities voor Buikslotermeerplein is er de kans om het programma uit te breiden en de ruimtelijke en architectonische kwaliteit, en met name de relatie met de belangrijke pleinen, verder te verbeteren en meer betekenis te geven.

De voorziene planvorming betreft het rondom uitbreiden, het architectonisch verbijzonderen en opnieuw programmeren van de plint en een toevoeging van een woontoren.

De plint (de onderste twee lagen) wordt rondom geheel vernieuwd en uitgebreid waardoor er een nieuwere en sterkere relatie tussen het te vernieuwen marktplein en gebouw kan ontstaan. De inzet is om de plint als flexibel indeelbaar robuust casco neer te zetten, waardoor het meerdere functies kan borgen. De toren wordt op deze centrale plek in het plan een van de nieuwe herkenningspunten van het Buikslotermeerplein. De vorm van de toren is dusdanig gekozen dat de impact wat betreft bezonning en uitzicht op de bestaande woningen in het Warderschip minimaal is. Programma Er ontstaat een uitbreidingsmogelijkheid tot ca. 4.800 m2. De plint kan multifunctioneel geprogrammeerd worden. Het is cruciaal dat de programmering van de plint een directe wisselwerking aangaat met de aanliggende openbare ruimte. Hierdoor krijgt het gebouw meer betekenis en waarde voor het hele gebied. Voorbeelden van betekenisvolle invulling zijn een verlengstuk van de bestaande markt in thema horeca/food, een mix van commercieel en sociaal programma. Van detailhandel wordt voorlopig niet uitgegaan.

Afb. 4.7.3.1: Diagram voorstel aanpassing van het Warderschip

In de toren komt een woonprogramma. Het gebouw is ruimtelijk onderdeel van het Warderschip. Vanwege de bestaande segmentering in het Warderschip -koop en sociale huur- is in de toren een middelduur huurprogramma gedacht, mede inspelend op de grote vraag naar woningen in dit segment in Amsterdam (Noord). Ontwikkelkaders De begane grond, eerste verdieping en de zogenaamde Punt van het Warderschip zijn in het verleden door de gemeente aangekocht en onteigend. Voor de ontwikkeling van het Warderschip worden na deze projectnota de volgende ruimtelijke en programmatische kaders voorgesteld: •

Sloop van de punt voor een nieuwe woontoren van maximaal zeventig meter met honderd procent middensegment woningen en voorzieningen in de plint. Stedenbouwkundig markeert deze woontoren de belangrijke schakelfunctie tussen de twee pleinen.De vorm van de toren moet zodanig worden uitgewerkt in de bouwenvelop, zodat de impact wat betreft bezonning en uitzicht op de bestaande woningen in het Warderschip minimaal is.

Afb. 4.7.3.2: Diagram positie torenvolume als landmark tussen 2 pleinen

Afb. 4.7.3.3: Diagram onbelemmerd uitzicht vanuit bestaand gebouw

Afb. 4.7.3.4: Diagram betekenis alzijdige plint

Afb. 4.7.3.5: Diagram groene daken

49

•

Diversiteit van functies in een vernieuwde plint (horeca, bedrijfsruimte en maatschappelijke voorzieningen) van het bestaande gebouw, die extra betekenis en meerwaarde geven aan het marktplein. Ruimtelijke en architectonische upgrade van de plint (begane grond en eerste verdieping) passend bij uitstraling van de overige gebouwdelen en de toekomstige stedenbouwkundige structuur. De architectonische verbetering van de plint geeft het gebouw extra waarde en karakter. Op het dak van de plint is ook een groen ingerichte dak bedacht, passend bij de duurzame ambities van het project.

•

Hoog ambitieniveau op het gebied van duurzaamheid en beperking overlast tijdens de bouw (nader uit te werken in kavelpaspoort)

50

Projectnota Buikslotermeerplein - Gemeente Amsterdam

Afb. 4.7.3.6: Referentie levendige plint

Afb. 4.7.3.7: Referentie multifunctionele ruimte

Afb. 4.7.3.8: Onderzoek ontwikkelkader

Afb. 4.7.3.9: Centraal accent in de omgeving

Afb. 4.7.3.10: Impressie woontoren aan centrumplein

Afb. 4.7.3.11: Impressie plint en toren aan marktplein

4.7.4 Bowling Geschiedenis De Bowling is gerealiseerd in de jaren ‘80 van de vorige eeuw. De oorspronkelijke functie was cultuurgebouw met op de begane grond ruimte voor een kiosk en dansavonden en bovenin de Bowling Noord. Cultuurhistorisch is het geen belangrijk gebouw. Het is wel onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van het Buikslotermeerplein. De gemeente heeft in 2011 de Bowling aangekocht met het doel het gebouw te slopen. In eerdere plannen voor het Buikslotermeerplein was dit nodig voor de bouw van een parkeergarage op deze locatie. Door omstandigheden heeft de sloop nooit plaatsgevonden. De Bunker, zoals het pand ook wel door Noorderlingen wordt genoemd, is 2016 gekraakt. Sindsdien wordt gewoond in de oorspronkelijke Bowling. Op de begane grond is een kringloopwinkel gevestigd.

Bowling in huidige planvorming Na de sloop van het Waddenwegviaduct neemt de Bowling een prominente plek in op het Buikslotermeerplein. Het gebouw is veel zichtbaarder geworden en functioneert mede als ‘beëindiging’ van het marktplein. Het is een controversieel gebouw in Noord. Iedereen heeft er een mening over. Veel mensen vinden het een lelijk gebouw en willen dat het alsnog wordt gesloopt. Anderen zijn van mening dat het onlosmakelijk deel uitmaakt van de geschiedenis van het Buikslotermeerplein en na een architectonische upgrade een tweede kans verdient. Er zijn reeds meerdere ideeën en initiatieven voor het gebruik en de programmering van de Bowling.

Bowling, die als kansrijk wordt gezien om het gebouw nieuw leven in te blazen. Programma Het gebouw beschikt over 1.700 m2 bvo, met 570 m2 op de begane grond. De overige 1.130 m2 bevinden zich op de eerste verdieping. Bij nieuwe programmering is het van belang dat er een wisselwerking ontstaat tussen het gebouw en de omliggende pleinen. Dit kan met meerdere soorten programma´s. Ook de ‘vijfde gevel’, het dak, moet betrokken bij de programmering. Dit kan een bijzondere en levendige plek worden, met een fraai uitzicht over beide pleinen.

Ontwikkelkaders voor de toekomst van de bowling Het gebouw heeft een uniek en rauw karakter en maakt deel uit van de historie van het Buikslotermeerplein. De insteek is het gebouw een tweede kans te geven met een nieuwe exploitatie, een aangepaste programmering inclusief een architectonische upgrade. Mocht deze tweede kans niet slagen, dan kan het gebouw alsnog gesloopt worden en vervangen door een qua maat en schaal vergelijkbaar gebouw of object.

Afb. 4.7.4.1: Foto Bowling Noord

Afb. 4.7.4.2: Diagram schakelpunt tussen twee pleinen

Afb. 4.7.4.3: Bowling met bredere doorgang

Afb. 4.7.4.4: Referentie paviljoen, Norman Foster

Afb. 4.7.4.5: Diagram versterken relatie met de omgeving

Afb. 4.7.4.6: Diagram dak als podium/terras inzetten

Afb. 4.7.4.7: Diagram indien sloop: object met kleinere footprint

In de voorliggende projectnota wordt uitgegaan van het - tijdelijk - handhaven van de Bowling. Uit een ruimtelijke verkenning blijkt dat een (klein) gebouw wenselijk is als intermediair tussen het groene centrumplein en het marktplein. Dit kan met de bestaande Bowling of met nieuwbouw. Ruimtelijk is van belang dat het gebouw geen sta-in-de-weg wordt, maar een centrale ontmoetingsplek tussen beide pleinen vormt. Duidelijke looproutes langs en onder het gebouw zijn van belang, evenals de programmering van het gebouw en de naastgelegen plinten van het Warderschip en kavel A5. Na transformatie van beide kavels ontstaat er nieuwe ruimtelijke context voor de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10878365/1