CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Omgevingsplan Amsterdam_Basisregeling_Regels_versie 14 september 2022.docx

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 11 januari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van bijgevoegde raadsinformatiebrief inzake de voorontwerpwijziging Omgevingsplan Amsterdam (Omgevingsplan Amsterdam, Basisregeling) en participatie. (VN2022-037824)41.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Artikel 2.49 Beoordelingsregels 1.

De omgevingsvergunning wijziging naar een beperkt kwetsbaar gebouw wordt alleen verleend als: a.

de wijziging naar een beperkt kwetsbaar gebouw niet in strijd is met artikel 2.4;

b.

zwaarwegende economische of maatschappelijke redenen dit rechtvaardigen;

c.

alle redelijke maatregelen om de gevolgen van een ramp te bestrijden zijn getroffen; en

d.

er zijn voldoende mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen in geval van een ramp bij de activiteit met het beperkingengebied.

2.

Bij het beoordelen van de aanvraag om de vergunning wordt rekening gehouden met het advies van de veiligheidsregio.

3.

In aanvulling op het eerste lid geldt dat de omgevingsvergunning niet wordt verleend indien het beperkt kwetsbare gebouw geheel of gedeeltelijk staat ter plaatse van de aanduiding ‘plaatsgebonden risico 10-5 windturbine’.

Artikel 2.50 Vergunningvoorschriften Aan de omgevingsvergunning wijziging naar een beperkt kwetsbaar gebouw kunnen voorschriften worden verbonden ter bescherming van beperkt kwetsbare gebouwen. Artikel 2.51 Aanvraagvereisten Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wijziging naar een beperkt kwetsbaar gebouw voor het toelaten van een beperkt kwetsbare gebouwen worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.

de zwaarwegende gewichtige economische of maatschappelijke redenen voor de realisatie van het beperkt kwetsbare gebouw of het gebruik van de gronden;

b.

alle redelijke maatregelen die worden getroffen om de gevolgen van een ramp te bestrijden; en

c.

de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen in geval van een ramp bij de activiteit met het beperkingengebied.

17

Paragraaf 2.4.7 Beperkingen voor zeer kwetsbare, kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen en kwetsbare en beperkt kwetsbare locaties in een beperkingengebied vuurwerk (gereserveerd) Paragraaf 2.4.8 Beperkingen voor zeer kwetsbare, kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen en kwetsbare en beperkt kwetsbare locaties in een beperkingengebied ontplofbare stoffen (gereserveerd)

Afdeling 2.5 Overige algemene regels over het gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen (voorheen gesteld door het Rijk) Paragraaf 2.5.1 Algemeen Artikel 2.52 Maatwerkvoorschriften 1.

Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen over deze afdeling, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenmethoden.

2.

Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in deze afdeling.

Paragraaf 2.5.2 Gebruik van bouwwerken Artikel 2.53 Verbod op overbewoning woonruimte 1.

2.

Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners: a.

wordt een woonruimte niet bewoond door meer dan één persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; en

b.

wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan één persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte.

Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden.

Artikel 2.54 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is. Artikel 2.55 Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk 1.

Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

2.

Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a.

het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal;

b.

het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en

c.

het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt.

18

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken, bedoeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 2.56 Regel die bepaalt in welke gevallen huisvesting in verband met mantelzorg is toegestaan 1.

In afwijking van artikel 2.4, eerste lid, is het gebruiken van een bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg toegestaan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de activiteit wordt verricht:

3.

a.

ter plaatse van de aanduiding ‘beperkingengebied plaatsgebonden risico’;

b.

ter plaatse van de aanduiding ‘belemmeringengebied buisleidingen gevaarlijke stoffen’;

c.

ter plaatse van de aanduiding ‘vrijwaringsgebied vuurwerk’;

d.

ter plaatse van de aanduiding ‘explosieaandachtsgebied vuurwerk’;

e.

ter plaatse van de aanduiding ‘vrijwaringsgebied ontplofbare stoffen voor civiel gebruik’;

f.

ter plaatse van de aanduiding ‘civiel explosieaandachtsgebied’.

Ter plaatse van de aanduiding ‘ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen’ is het eerste lid niet van toepassing als de activiteit wordt verricht: a.

op een locatie waar de activiteit op grond van het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een locatie voor een vergunningplichtige milieubelastende activiteit, transportroute of buisleiding of vanwege de ligging in een belemmeringenstrook voor het onderhoud van een buisleiding; of

b.

op een locatie binnen een afstand als bedoeld in: 1.

artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is;

2.

artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

3.

artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

4.

artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;

5.

artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

6.

artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

7.

artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;

8.

artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

9.

artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is;

10. artikel 4.914, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 11. artikel 4.962, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 12. artikel 4.963, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

19

13. artikel 4.1008, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, het tweede lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; of 14. artikel 4.1101, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; of c.

op een locatie binnen een afstand als bedoeld in: 1.

artikel 4.1042, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving;

2.

bijlage VIII, onder A en B het Besluit kwaliteit leefomgeving;

3.

artikel 4.1051, eerste lid, aanhef en onder b, en tweede lid, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover de afstand, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, tweede lid, aanhef en onder b, of derde lid van dat artikel van toepassing is; of

4.

bijlage IX, onder A tot en met C bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Paragraaf 2.5.3 In stand houden en gebruiken van open erven en terreinen (heel par. 22.2.5 BS) Artikel 2.57 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken 1.

Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 2.57 aanwezig.

Tabel 2.57 Brandgevaarlijke stoffen ADR-klasse1

Omschrijving

Verpakkingsgroep

2 UN 1950 spuitbussen & UN 2037 houders, klein, gas 3

Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen)

n.v.t.

Toegestane maximum hoeveelheid 50 kg

Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten

II

25 liter

III

50 liter

3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C 4.1, 4.2, 4.3

4.1: brandbare vaste stoffen, II en III 50 kg zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders 4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink 4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide 5.1 Brandbevorderende stoffen zoals II en III 50 liter waterstofperoxide 5.2 Organische peroxiden zoals dicumyl n.v.t. 1 liter peroxide en di-propionyl peroxide 1 Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171).

20

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als: a.

de in tabel 2.57 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is;

b.

de stof deugdelijk is verpakt, waarbij:

c. 3.

1.

de verpakking tegen normale behandeling bestand is;

2.

de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en

3.

geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en

de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.

Het eerste lid is niet van toepassing op: a.

brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor;

b.

brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel;

c.

voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken;

d.

gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter;

e.

dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en

f.

brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.

4.

Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.

5.

In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen.

Artikel 2.58 Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen 1.

De eigenaar of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan het open erf of terrein en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het open erf of terrein tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

2.

Degene die een open erf of terrein gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

3.

Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten op een open erf of terrein overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a.

het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal;

b.

het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en

c.

het nalaten van het normale onderhoud waardoor het open erf of terrein zich niet in een zindelijke staat bevindt.

21

Artikel 2.59 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een open erf of terrein niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat dit in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.

Hoofdstuk 3 Ruimtelijke regels over het gebruik van gronden en bouwwerken Afdeling 3.1 Algemeen Artikel 3.1 Toepassingsbereik 1.

De regels in dit hoofdstuk hebben betrekking op het gebruiksdoel van locaties en het gebruik van gronden en bouwwerken.

2.

Dit hoofdstuk is niet van toepassing ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen'. Daar wordt het gebruiksdoel van gronden en bouwwerken bepaald door de bestemming die op grond van het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan geldt.

Artikel 3.2 Vervallen Artikel 3.3 Gereserveerd Artikel 3.4 Gereserveerd Artikel 3.5 Gereserveerd Artikel 3.6 Gereserveerd Artikel 3.7 Gereserveerd

Afdeling 3.2 Gebruiksdoelen van locaties, toegestaan gebruik en regels over dat gebruik Paragraaf 3.2.1 Wonen Subparagraaf 3.2.1.1 Algemene regels over wonen Artikel 3.8 Toepassingsbereik 1.

2.

Deze paragraaf is van toepassing op: a.

het gebruiksdoel van locaties ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: wonen'; en

b.

het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van wonen.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van locaties ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: wonen'.

Artikel 3.9 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: wonen', toegestaan gebruik 1.

De locatie ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: wonen' heeft als gebruiksdoel wonen.

22

2.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: wonen' mogen worden gebruikt ten behoeve van wonen.

3.

Een ander gebruik van woonruimte of van bij woonruimte behorende bouwwerk dan voor wonen, is uitsluitend toegestaan voor zover dit in deze paragraaf is aangegeven en met inachtneming van de daarvoor geldende regels.

Artikel 3.10 Omvang en situering van wonen 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte wonen' is de maximum brutovloeroppervlakte die ten behoeve van wonen mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'aantal woningen' is het maximum aantal woningen de daar bepaalde waarde.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin wonen is toegestaan' is wonen uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin wonen niet is toegestaan' is wonen niet toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag.

Artikel 3.11 Specifieke regels over het gebruik van het bij een woonruimte behorend erf 1.

Onverminderd artikel 2.10 is het verboden een bij een woonruimte behorend bijgebouw te gebruiken voor bewoning.

2.

In aanvulling op artikel 2.10 is het verboden een motorrijtuig op het bij een woonruimte behorend erf te parkeren, tenzij dit plaatsvindt: a.

binnen een daartoe klaarblijkelijk bedoeld bouwwerk; of

b.

buiten een daartoe klaarblijkelijk bedoeld bouwwerk, voor zover de bestaande inrichting van de openbare ruimte en de aansluiting van het erf op de openbare weg hieraan niet in de weg staan.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'parkeren op eigen terrein niet toegestaan' is, in afwijking van het tweede lid, onder b, het stallen van een motorrijtuig op het bij een woonruimte behorend erf, ongeacht de bestaande inrichting van de openbare ruimte en de aansluiting van het erf op de openbare weg, niet toegestaan.

4.

Het in het tweede lid opgenomen verbod is niet van toepassing op een motorrijtuig op twee wielen of op een gehandicaptenvoertuig als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Artikel 3.12 Het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis 1.

Het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis is toegestaan, maar uitsluitend voor zover: a.

het gebruik van de woonruimte en het erf ten behoeve van bewoning overheersend blijft; en

b.

het beroep of bedrijf aan huis door de bewoner zelf wordt uitgeoefend.

2.

Het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis dat gepaard gaat met geluidhinder of geurhinder is niet toegestaan.

3.

Het uitoefenen van bedrijfsmatige seksuele dienstverlening is niet toegestaan.

4.

Op degene die een beroep of bedrijf aan huis uitoefent berust de bijzondere zorgplicht datgene in het werk te stellen wat redelijkerwijze kan worden verlangd om hinder op de woonomgeving als gevolg van de uitoefening van het beroep of bedrijf aan huis te voorkomen.

5.

Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen over de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis om onaanvaardbare hinder voor het woon- en leefklimaat tegen te gaan.

Artikel 3.13 Beperkende regel over waar short stay is toegestaan Het gebruik van woonruimte ten behoeve van short stay is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'short stay toegestaan'. 23

Artikel 3.14 Garageboxen 1.

Ter plaatse van de aanduiding ‘garagebox’ geldt dat uitsluitend een of meer garageboxen ten behoeve van wonen is toegestaan.

2.

Het gebruik van de garagebox voor bewoning is niet toegestaan.

Subparagraaf 3.2.1.2. Regels over specifieke woonvormen en doelgroepen Artikel 3.15 Locaties aangewezen voor bedrijfswoningen 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is woonruimte aangewezen als bedrijfswoning.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is het verboden woonruimte op een andere wijze in gebruik te hebben dan als bedrijfswoning.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is maximaal één bedrijfswoning toegestaan.

4.

In afwijking van het derde lid, zijn ter plaatse van de aanduiding 'twee bedrijfswoningen toegestaan' twee bedrijfswoningen toegestaan.

Artikel 3.16 Locaties aangewezen voor studentenhuisvesting Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend studentenwoningen’ mag woonruimte uitsluitend worden gebruikt als studentenwoning. Artikel 3.17 Locaties aangewezen voor zorgwoningen Ter plaatse van de aanduiding 'zorgwoning' mag woonruimte uitsluitend worden gebruikt als zorgwoning. Artikel 3.18 Gereserveerd Artikel 3.19 Gereserveerd Artikel 3.20 Gereserveerd Artikel 3.21 Gereserveerd

Subparagraaf 3.2.1.3 Regels over activiteiten waarvoor een vergunningplicht op grond van de Huisvestingsverordening geldt Artikel 3.22 Het gebruik van woonruimte of bijbehorende opstallen voor het aanbieden van Bed and Breakfast 1.

Het is verboden woonruimte te gebruiken voor Bed and Breakfast, tenzij daarvoor de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde vergunning is verleend, en uitsluitend voor de duur van die vergunning.

2.

Het is verboden bij woonruimte behorende bijgebouwen te gebruiken voor Bed and Breakfast.

3.

Onverminderd het bepaalde in de Huisvestingsverordening geldt het verbod, bedoeld in het eerste en tweede lid, niet ter plaatse van de aanduiding 'Bed and Breakfast toegestaan'.

Artikel 3.23 Kamerverhuur 1.

Woonruimte is uitsluitend toegestaan in de vorm van zelfstandige woonruimte, tenzij: a.

de woonruimte is gerealiseerd op grond van een buitenplanse omgevingsvergunning voor zover die vergunning voorziet in het realiseren van onzelfstandige woonruimten; of

b.

de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde omzettingsvergunning is verleend.

24

2.

In aanvulling op het eerste lid, onder a en b, is onzelfstandige woonruimte ook toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'onzelfstandige woonruimte toegestaan'.

3.

Als onzelfstandige woonruimte is toegestaan, is ter plaatse van de aanduiding ‘minimum aantal onzelfstandige woonruimten’ het minimum aantal onzelfstandige woonruimten de daar bepaalde waarde.

4.

Als onzelfstandige woonruimte is toegestaan, is ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal onzelfstandige woonruimten’ het maximum aantal onzelfstandige woonruimten de daar bepaalde waarde.

Artikel 3.24 Woningvorming Het is verboden een woonruimte te verbouwen tot twee of meer woonruimten, tenzij daarvoor de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde woningvormingsvergunning is verleend.

Paragraaf 3.2.2 Maatschappelijke dienstverlening Subparagraaf 3.2.2.1 Algemene regels over maatschappelijke dienstverlening Artikel 3.25 Toepassingsbereik 1.

2.

Deze paragraaf is van toepassing op: a.

het gebruiksdoel van locaties met de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening'; en

b.

het gebruik van gronden en bouwwerken voor maatschappelijke dienstverlening.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening.

Artikel 3.26 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening', toegestaan gebruik 1.

De locatie ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening' heeft als gebruiksdoel het bieden van maatschappelijke dienstverlening.

2.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening' mogen worden gebruikt ten behoeve van het bieden van maatschappelijke dienstverlening.

Artikel 3.27 Omvang en situering van maatschappelijke dienstverlening 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlak maatschappelijke dienstverlening' is de maximum bruto-vloeroppervlakte van maatschappelijke dienstverlening de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin maatschappelijke dienstverlening is toegestaan' is maatschappelijke dienstverlening uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Subparagraaf 3.2.2.2 Regels over specifieke vormen van maatschappelijke dienstverlening Artikel 3.28 Kinderopvang 1.

Kinderopvang is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kinderopvang toegestaan'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin kinderopvang is toegestaan' is kinderopvang uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'geen geluidgevoelige ruimten' zijn geen geluidgevoelige ruimten toegestaan.

25

Artikel 3.29 Onderwijs 1.

Een basisschool is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'basisschool toegestaan'.

2.

Een instelling voor het bieden van voortgezet onderwijs is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'voortgezet onderwijs toegestaan'.

3.

Een instelling voor het bieden van middelbaar beroepsonderwijs is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'middelbaar beroepsonderwijs toegestaan'.

4.

Een hogeschool of universiteit is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'hogeschool en universitair toegestaan'.

5.

Ter plaatse van de aanduiding 'geen geluidgevoelige ruimten' zijn geen geluidgevoelige ruimten toegestaan.

6.

Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op het geven van avondonderwijs.

Artikel 3.30 Ziekenhuizen en daarmee vergelijkbare instellingen 1.

Het bieden van medische zorgverlening in een ziekenhuis of universitair medisch centrum is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'ziekenhuis toegestaan'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'geen geluidgevoelige ruimten' zijn geen geluidgevoelige ruimten toegestaan.

Artikel 3.31 Verpleeghuizen en verzorgingshuizen 1.

Een verpleeghuis of verzorgingshuis is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'verpleeghuis of verzorgingshuis toegestaan'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'geen geluidgevoelige ruimten' zijn geen geluidgevoelige ruimten toegestaan.

Artikel 3.32 Overige instellingen met een gezondheidszorgfunctie 1.

Voor overige instellingen met een gezondheidszorgfunctie geldt dat die, voor zover het gaat om een gezondheidszorgfunctie met bedgebied, uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'overige instellingen met gezondheidszorgfunctie met bedgebied toegestaan'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'geen geluidgevoelige ruimten' zijn geen geluidgevoelige ruimten toegestaan.

Artikel 3.33 Kinderboerderijen Een kinderboerderij is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kinderboerderij'. Artikel 3.34 Begraafplaatsen Een begraafplaats is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats toegestaan'. Artikel 3.35 Crematoria Een crematorium is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'crematorium toegestaan'.

Subparagraaf 3.2.2.3 Locaties waar uitsluitend specifieke vormen van maatschappelijke dienstverlening zijn toegestaan Artikel 3.36 Beperking ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend school(werk)tuin' Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend school(werk)tuin' is maatschappelijke dienstverlening uitsluitend in de vorm van een school(werk)tuin toegestaan.

26

Artikel 3.37 Beperking ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend kinderboerderij' Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend kinderboerderij' is maatschappelijke dienstverlening uitsluitend in de vorm van een kinderboerderij toegestaan.

Paragraaf 3.2.3 Zakelijke en administratieve dienstverlening (kantoor) Artikel 3.38 Toepassingsbereik 1.

2.

Deze paragraaf is van toepassing op: a.

het gebruiksdoel van locaties met de aanduiding 'gebruiksdoel: zakelijke en administratieve dienstverlening'; en

b.

het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van zakelijke en administratieve dienstverlening.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: zakelijke en administratieve dienstverlening'.

Artikel 3.39 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: zakelijke en administratieve dienstverlening', toegestaan gebruik 1.

De locatie ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: zakelijke en administratieve dienstverlening' heeft als gebruiksdoel zakelijke en administratieve dienstverlening.

2.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: zakelijke en administratieve dienstverlening' mogen worden gebruikt ten behoeve van zakelijke en administratieve dienstverlening.

3.

Voor zover sprake is van dienstverlening met een meer dan ondergeschikte baliefunctie of met overwegend rechtstreeks contact met de klant, is sprake van consumentgerichte dienstverlening als bedoeld in paragraaf 3.2.4, en is dit gebruik niet in overeenstemming met het in het eerste lid bedoelde gebruiksdoel.

Artikel 3.40 Omvang en situering van zakelijke en administratieve dienstverlening 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte zakelijke en administratieve dienstverlening' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van zakelijke en administratieve dienstverlening mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin zakelijke en administratieve dienstverlening is toegestaan' is zakelijke en administratieve dienstverlening uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Artikel 3.41 Beperkingen met betrekking tot baliefuncties 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'baliefunctie uitgesloten' is zakelijke en administratieve dienstverlening met baliefunctie uitgesloten.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'baliefunctie uitsluitend op begane grond toegestaan' is zakelijke en administratieve dienstverlening met baliefunctie uitsluitend toegestaan in de eerste bouwlaag.

Artikel 3.42 Aanbieden aan derden van vergader- en congresfaciliteiten 1.

Het aanbieden van faciliteiten aan derden voor het houden van vergaderingen en congressen is toegestaan voor zover dit ondergeschikt is aan het hoofdgebruik van zakelijke en administratieve dienstverlening.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte verhuurbare vergader- en congresfaciliteiten' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve het aanbieden aan derden van faciliteiten voor het houden van vergaderingen en congressen mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde. 27

Paragraaf 3.2.4 Detailhandel en consumentgerichte dienstverlening Subparagraaf 3.2.4.1 Algemene regels over detailhandel en consumentgerichte dienstverlening Artikel 3.43 Toepassingsbereik 1.

2.

Deze paragraaf is van toepassing op: a.

het gebruiksdoel van de locaties ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: detailhandel en consumentgerichte dienstverlening'; en

b.

het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel en consumentgerichte dienstverlening.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: detailhandel en consumentgerichte dienstverlening'.

Artikel 3.44 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: detailhandel en consumentgerichte dienstverlening', toegestaan gebruik 1.

De locatie ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: detailhandel en consumentgerichte dienstverlening' heeft als gebruiksdoel detailhandel en consumentgerichte dienstverlening.

2.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: detailhandel en consumentgerichte dienstverlening' mogen worden gebruikt ten behoeve van detailhandel en consumentgerichte dienstverlening.

Artikel 3.45 Omvang en situering van detailhandel en consumentgerichte dienstverlening 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte detailhandel en consumentgerichte dienstverlening' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van detailhandel en consumentgerichte dienstverlening mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin detailhandel en consumentgerichte dienstverlening is toegestaan' is detailhandel en consumentgerichte dienstverlening uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte detailhandel' is de maximum brutovloeroppervlakte die ten behoeve van detailhandel mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin detailhandel is toegestaan' is detailhandel uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

5.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte consumentgerichte dienstverlening' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van consumentgerichte dienstverlening mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

6.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin consumentgerichte dienstverlening is toegestaan' is consumentgerichte dienstverlening uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Artikel 3.46 Ondergeschikte verkoop van ter plaatse bereide etenswaren [gereserveerd] AANPASSEN OP NIEUW HORECABELEID Artikel 3.47 Het verstrekken van etenswaren en dranken [gereserveerd] AANPASSEN OP NIEUW HORECABELEID Artikel 3.48 Locaties waar detailhandel niet is toegestaan of waar uitsluitend een afhaaldepot van goederen is toegestaan 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel niet toegestaan' is detailhandel in afwijking van artikel 3.44 niet toegestaan. 28

2.

Ter plaatse van de aanduiding ‘uitsluitend afhaaldepot goederen’ is uitsluitend het leveren aan de consument van elders of elektronisch aangekochte goederen toegestaan.

Subparagraaf 3.2.4.2 Vormen van detailhandel en consumentgerichte dienstverlening die uitsluitend zijn toegestaan op aangewezen locaties Artikel 3.49 Beperkende regel over waar loketverkoop is toegestaan De uitoefening van loketverkoop is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'loketverkoop toegestaan'. Artikel 3.50 Beperkende regel over waar sekswinkels zijn toegestaan Een sekswinkel is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'sekswinkel toegestaan'. Artikel 3.51 Gereserveerd Artikel 3.52 Beperkende regel over waar een verkooppunt motorbrandstoffen is toegestaan 1.

Een verkooppunt motorbrandstoffen is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen toegestaan'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen toegestaan' is de verkoop van LPG uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'verkoop LPG toegestaan'.

Artikel 3.52a Beperkende regel over waar smartshops, headshops, seedshops, growshops en naar de aard daarmee vergelijkebare vormen van detailhandel en / of consumentgerichte dienstverlening zijn toegestaan Een smartshop, headshop, seedshop, growshop en naar de aard daarmee vergelijkebare vormen van detailhandel en / of consumentgerichte dienstverlening zijn niet toegestaan, met uitzondering van: a.

smartshops ter plaatse van de aanduiding ‘smartshop;

b.

headshops ter plaatse van de aanduiding ‘headshop’;

c.

seedshops ter plaatse van de aanduiding ‘seedshop’;

d.

growshops ter plaatse van de aanduiding ‘growshop’.

Artikel 3.52b Beperkende regel over waar geldwisselkantoren zijn toegestaan Een geldwisselkantoren is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘geldwisselkantoor’. Artikel 3.52c Beperkende regel over waar telefoneerinrichtingen en belhuizen zijn toegestaan Een telefoneerinrichting of belhuis is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘telefoneerinrichting’. Artikel 3.52d Beperkende regel over waar internetcafés zijn toegestaan Een internetcafé is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘internetcafé’.

Subparagraaf 3.2.4.3 Regels over supermarkten Artikel 3.53 Beperkende regels over waar supermarkten en mini-supermarkten zijn toegestaan 1.

Detailhandel in de vorm van een supermarkt is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt toegestaan'.

2.

Detailhandel in de vorm van een mini-supermarkt is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'mini-supermarkt toegestaan'. 29

Artikel 3.54 Locaties waar uitsluitend een supermarkt is toegestaan Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend supermarkt toegestaan' is detailhandel alleen in de vorm van een supermarkt toegestaan. Consumentgerichte dienstverlening als zelfstandige activiteit is niet toegestaan. Artikel 3.55 Omvang en situering van supermarkten 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte supermarkt' is de maximum brutovloeroppervlakte die ten behoeve van een supermarkt mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin een supermarkt is toegestaan' is een supermarkt uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal supermarkten' is het maximum aantal supermarkten dat is toegestaan de daar bepaalde waarde.

Artikel 3.56 Omvang en situering van mini-supermarkten 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte mini-supermarkt' is de maximum brutovloeroppervlakte die ten behoeve van een mini-supermarkt mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin een mini-supermarkt is toegestaan' is een minisupermarkt uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Subparagraaf 3.2.4.4 Locaties waar uitsluitend specifieke vormen van detailhandel zijn toegestaan Artikel 3.57 Locaties bedoeld voor grootschalige detailhandelsvestigingen en perifere detailhandel 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend grootschalige detailhandel' is detailhandel alleen in de vorm van een grootschalige detailhandelsvestiging toegestaan. Shop-in-shop en verkoop van dagelijkse artikelen zijn binnen een grootschalige detailhandelsvestiging niet toegestaan.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend perifere detailhandel' is detailhandel alleen in de vorm van perifere detailhandel toegestaan.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend ABC-goederen' is detailhandel alleen in de vorm van de verkoop van auto's, boten, caravans en tenten toegestaan.

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend woninginrichting' is detailhandel alleen in de vorm van de verkoop van artikelen op het gebied van woninginrichting, waaronder keukens, badkamers en meubelen toegestaan.

5.

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend bouwmarkt' is detailhandel alleen in de vorm van doe-het-zelf bouwmarkten toegestaan.

6.

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend tuincentrum' is detailhandel alleen in de vorm van tuincentra toegestaan.

7.

Ter plaatse van de in het eerste tot en met het zesde lid bedoelde locaties is consumentgerichte dienstverlening als zelfstandige activiteit niet toegestaan.

8.

Als aan een locatie meerdere van de in lid 1 tot en met lid 6 bedoelde aanduidingen zijn gegeven, dan zijn op die locatie al de desbetreffende vormen van detailhandel toegestaan, met uitsluiting van overige vormen van detailhandel.

30

Subparagraaf 3.2.4.5 Gebiedsspecifieke beperkingen met betrekking tot detailhandel en consumentgerichte dienstverlening [gereserveerd]

Paragraaf 3.2.5 Bedrijf (Industrie, ambacht, groothandel, opslag en transport) Subparagraaf 3.2.5.1 Algemene regels over bedrijven Artikel 3.58 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op: a.

het gebruiksdoel van locaties met de aanduiding 'gebruiksdoel: bedrijf'; en

b.

het gebruik van gronden en bouwwerken voor de uitoefening van een bedrijf.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: bedrijf'.

3.

In deze paragraaf wordt onder bedrijf verstaan een bedrijf gericht op het bedrijfsmatig produceren, bewerken, verwerken, herstellen, opslaan, verhuren, distributie en groothandel van goederen.

4.

Onder bedrijf wordt niet verstaan het verhuren van goederen aan in hoofdzaak consumenten. In dat geval is sprake van detailhandel.

5.

In deze paragraaf wordt onder Lijst van bedrijfsactiviteiten verstaan de Lijst van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage IV.

Artikel 3.59 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: bedrijf', toegestaan gebruik 1.

De locatie ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: bedrijf' heeft als gebruiksdoel de uitoefening van een bedrijf.

2.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: bedrijf' mogen worden gebruikt voor de uitoefening van een bedrijf.

Artikel 3.60 Regels over omvang en situering bedrijf 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlak bedrijf' is de maximum brutovloeroppervlakte die ten behoeve van bedrijf mag worden benut de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf op de begane grond' is een bedrijf uitsluitend toegestaan in de eerste bouwlaag.

Subparagraaf 3.2.5.2 Vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit bedrijf in verband met milieuhinder Artikel 3.61 Vergunningplicht voor bedrijf 1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bedrijf een bedrijf op te richten of de bedrijfsvoering van een bedrijf te wijzigen.

2.

Het verbod geldt niet voor het wijzigen van een bedrijf als die wijziging niet leidt tot meer uitstoot van geluid, stof en geur.

Artikel 3.62 Uitzondering vergunningplicht voor toegestane milieuhindercategorieën Ter plaatse van de aanduiding 'maximale milieuhindercategorie' geldt het verbod, bedoeld in artikel 3.61 niet voor bedrijven waarvan de activiteiten in de Lijst van bedrijfsactiviteiten vallen in een milieuhindercategorie die gelijk of lager is dan de ter plaatse van de aanduiding bepaalde milieuhindercategorie.

31

Artikel 3.63 Uitzondering vergunningplicht ter plaatse van de aanduiding ‘functiemenging’ Ter plaatse van de aanduiding 'functiemenging' geldt het verbod, bedoeld in artikel 3.61 niet voor de volgende bedrijven en bedrijfsactiviteiten: a.

vervaardigen van kleding en toebehoren, anders dan het bewerken of verven van leer, met een maximum bruto-vloeroppervlakte van 200 m2;

b.

drukken en kopiëren, anders dan drukkerijen van dagbladen en drukkerijen met vlak of rotatie-diepdruk;

c.

grafisch afwerken en andere grafische activiteiten waaronder reproductie en zetten;

d.

binderijen;

e.

vervaardigen van glas, aardewerk, cement-, kalk- en gipsproducten, voor zover het vermogen van elektrische ovens gezamenlijk minder dan 40kW bedraagt;

f.

vervaardigen van medische en optische apparaten en instrumenten, met inbegrip van reparatiewerkzaamheden;

g.

stofferen van meubels met een maximum bruto-vloeroppervlakte van 200 m2;

h.

vervaardigen van sierraden en dergelijke;

i.

aannemersbedrijven met werkplaats, timmerwerkfabrieken (inclusief vervaardiging overige artikelen van hout) en meubelmakerijen met een maximum bruto-vloeroppervlakte van 200 m2;

j.

bekleden van het interieur van auto’s;

k.

repareren van goederen ten behoeve van particulieren, anders dan auto's, motorfietsen en gemotoriseerde vaartuigen;

l.

ontwikkelen van foto's en films;

m. vervaardigen van producten van metaal (exclusief machines/transportmiddelen) in een gesloten gebouw, met een maximum bruto-vloeroppervlakte van 200 m2. Artikel 3.64 Beoordelingscriteria omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bedrijf De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.61 wordt alleen verleend als het bedrijf niet meer geluid, geur en stof uitstoot dan bedrijven die op grond van artikel 3.62 tot en met 3.63 op die locatie zijn toegestaan. Artikel 3.65 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bedrijf 1.

2.

Bij de aanvraag om de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.61 worden de volgende gegevens verstrekt: a.

een beschrijving van de voorgenomen activiteit;

b.

een beschrijving van de te verwachten uitstoot van geluid, geur en stof; en

c.

een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen om de uitstoot van geluid, geur en stof in de omgeving te beperken.

Indien de aanvraag betrekking heeft op de wijziging van een bedrijf worden de volgende gegevens verstrekt: a.

een beschrijving van de voorgenomen wijzigingen;

b.

een beschrijving van de te verwachten uitstoot van geluid, geur en stof als gevolg van de gewijzigde bedrijfsactiviteit; en

c.

een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen om de uitstoot van geluid, geur en stof als gevolg van de gewijzigde bedrijfsactiviteit te beperken.

Artikel 3.66 Voorschriften omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bedrijf Om te borgen dat er wordt voldaan aan artikel 3.64 kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.61 voorschriften verbinden waarbij onder meer: 32

a.

het treffen van maatregelen of voorzieningen kan worden verplicht;

b.

aan de bedrijfsactiviteit beperkingen kunnen worden gesteld;

c.

aanwijzingen kunnen worden gegeven.

Subparagraaf 3.2.5.3 Vormen van bedrijf die uitsluitend zijn toegestaan op aangewezen locaties Artikel 3.67 Beperkende regel over waar risicobedrijven zijn toegestaan 1.

Bedrijven waar een activiteit plaatsvindt die in Bijlage VII t/m X bij het Besluit kwaliteit leefomgeving is aangewezen, zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'risicobedrijf toegestaan'.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op: a.

windturbines;

b.

bedrijven waar een gasdrukregel- en meetstation staat, voor zover:

c.

1.

de afstanden genoemd in tabel 4.421 van het Besluit activiteiten leefomgeving op het eigen terrein van het bedrijf blijven; en

2.

er wordt geen andere activiteit uitgevoerd die in Bijlage VII t/m X bij het Besluit kwaliteit leefomgeving is aangewezen;

bedrijven waar een propaantank staat, voor zover: 1.

de afstanden genoemd in Tabel 4.899 van het Besluit activiteiten leefomgeving en in Tabel A.7 van bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving op het eigen terrein van het bedrijf blijven; en

2.

er wordt geen andere activiteit uitgevoerd die in Bijlage VII t/m X bij het Besluit kwaliteit leefomgeving is aangewezen.

Artikel 3.68 Beperkende regel over waar activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken zijn toegestaan Bedrijven die activiteiten uitoefenen die in artikel 5.78b van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn aangewezen als activiteit die in aanzienlijke mate geluid kan veroorzaken, zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken toegestaan'. Artikel 3.69 Beperkende regel over waar datacenters zijn toegestaan Een datacenter is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'datacenters toegestaan'. Artikel 3.70 Beperkende regel over waar windturbines zijn toegestaan Een windturbine is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'windturbine toegestaan'. Artikel 3.71 Beperkende regel over waar complexe bedrijven zijn toegestaan Bedrijven die milieubelastende activiteiten uitoefenen die in Afdeling 3.3 ('Complexe bedrijven') van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen, zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'complexe bedrijven toegestaan'. Artikel 3.72 Beperkende regel over waar Rie-bedrijven zijn toegestaan Bedrijven die in bijlage 1 van richtlijn nr.

2010/75/EU van het Europees parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (PbEU L334) zijn aangewezen, zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'Rie-bedrijven toegestaan'.

33

Subparagraaf 3.2.5.4 Locaties waar uitsluitend specifieke vormen van bedrijven zijn toegestaan Artikel 3.73 Locaties bedoeld voor havengebonden bedrijven Ter plaatse van de aanduiding 'havengebonden bedrijf' zijn uitsluitend bedrijven toegestaan die voor aanen/of afvoer van goederen mede afhankelijk zijn van het vervoer over water. Artikel 3.74 Locaties bedoeld voor windturbines Ter plaatse van de aanduiding 'windturbine' zijn uitsluitend windturbines toegestaan.

Paragraaf 3.2.6 Culturele voorzieningen Artikel 3.75 Toepassingsbereik 1.

2.

Deze paragraaf is van toepassing op: a.

het gebruiksdoel van locaties met de aanduiding 'gebruiksdoel: culturele voorziening'; en

b.

het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van culturele voorzieningen.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: culturele voorziening'.

Artikel 3.76 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: culturele voorziening', toegestaan gebruik 1.

De locatie ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: culturele voorziening' heeft als gebruiksdoel het gebruik ten behoeve van een culturele voorziening.

2.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: culturele voorziening' mogen worden gebruikt ten behoeve van een culturele voorziening.

Artikel 3.77 Omvang en situering van culturele voorzieningen 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte culturele voorzieningen' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van culturele voorzieningen mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bezoekers culturele voorziening' is het maximum aantal bezoekers dat gelijktijdig aanwezig is binnen culturele voorzieningen de daar bepaalde waarde.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin culturele voorzieningen zijn toegestaan' zijn culturele voorzieningen uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Artikel 3.78 Beperkende regel over waar theaters en concertzalen zijn toegestaan Een theater of concertzaal is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'theater en concertzaal toegestaan'. Artikel 3.79 Beperkende regel over waar musea en expositieruimten zijn toegestaan Een museum of expositieruimte is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'museum en expositieruimte toegestaan'. Artikel 3.80 Beperkende regel over waar bioscopen en filmhuizen zijn toegestaan Een bioscoop of filmhuis is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bioscoop en filmhuis toegestaan'. Artikel 3.81 Beperkende regel over waar debatcentra zijn toegestaan Een debatcentrum is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'debatcentrum toegestaan'.

34

Paragraaf 3.2.7 Hotels Artikel 3.82 Toepassingsbereik 1.

2.

Deze paragraaf is van toepassing op: a.

het gebruiksdoel van de locaties ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: hotel'; en

b.

het gebruik van gronden en bouwwerken voor het exploiteren van een hotel.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: hotel'.

Artikel 3.83 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: hotel', toegestaan gebruik 1.

De locatie ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: hotel' heeft als gebruiksdoel het exploiteren van een hotel.

2.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: hotel' mogen worden gebruikt voor het exploiteren van een hotel.

Artikel 3.84 Omvang en situering van hotels 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte hotel' is de maximum brutovloeroppervlakte die ten behoeve van hotel mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin hotel is toegestaan' is het exploiteren van een hotel uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal hotelkamers' is het maximum aantal hotelkamers de daar bepaalde waarde.

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedden' is het maximum aantal slaapplaatsen dat in het hotel is toegestaan de daar bepaalde waarde.

5.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedden per kamer' is het maximum aantal slaapplaatsen dat per hotelkamer is toegestaan de daar bepaalde waarde.

Artikel 3.85 Bijbehorende faciliteiten uitsluitend voor hotelgasten 1.

Bij het hotel behorende faciliteiten voor hotelgasten mogen uitsluitend door hotelgasten worden gebruikt.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bijbehorende hotelfaciliteiten ook voor niet-hotelgasten' geldt dat bij het hotel behorende faciliteiten voor hotelgasten ook door niet-hotelgasten mogen worden gebruikt.

3.

Het aanbieden van faciliteiten aan derden voor het houden van vergaderingen en congressen is toegestaan voor zover dit ondergeschikt is aan het hoofdgebruik van hotel.

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte verhuurbare vergader- en congresfaciliteiten' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve het aanbieden van faciliteiten voor het houden van vergaderingen en congressen mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

Artikel 3.86 Verboden gebruik bijbehorende gronden en bouwwerken 1.

Onverminderd artikel 2.10 is het verboden de bij een hotel behorende gronden en bijbehorende bouwwerken te gebruiken voor het aanbieden van faciliteiten ten behoeve van overnachten of ten behoeve van bijbehorende faciliteiten voor hotelgasten en congresfaciliteiten.

2.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor het gebruik van gronden als horecaterras voor hotelgasten, tenzij artikel 2.10, derde lid van toepassing is.

Artikel 3.87 Mogelijkheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften 1.

Het bevoegd gezag kan, voor zover zij die nodig acht ter voorkoming van onaanvaardbare overlast op de omgeving, een maatwerkvoorschrift stellen over:

35

2.

a.

het gebruik van bij het hotel behorende faciliteiten voor hotelgasten door niet-hotelgasten;

b.

het gebruik van bij het hotel behorende gronden en bouwwerken als horecaterras voor hotelgasten.

Een maatwerkvoorschrift over het gebruik van bij het hotel behorende gronden en bouwwerken als horecaterras voor hotelgasten kan inhouden een verbod om bij het hotel behorende gronden en bouwwerken als horecaterras voor hotelgasten te gebruiken.

Paragraaf 3.2.8 Sportvoorzieningen Artikel 3.88 Toepassingsbereik 1.

2.

Deze paragraaf is van toepassing op: a.

het gebruiksdoel van locaties met de aanduiding 'gebruiksdoel: sportvoorziening'; en

b.

het gebruik van gronden en bouwwerken als sportvoorziening.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: sportvoorziening'.

Artikel 3.89 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: sportvoorziening', toegestaan gebruik 1.

De locatie ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: sportvoorziening' heeft als gebruiksdoel het gebruik als sportvoorziening.

2.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: sportvoorziening' mogen worden gebruikt als sportvoorziening.

Artikel 3.90 Gereserveerd Gereserveerd Artikel 3.91 Omvang en situering van sportvoorzieningen 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte sportvoorziening' is de maximum brutovloeroppervlakte die ten behoeve van sportvoorzieningen mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bezoekers sportvoorziening' is het maximum aantal bezoekers dat gelijktijdig aanwezig is de daar bepaalde waarde.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin sportvoorzieningen zijn toegestaan' zijn sportvoorzieningen uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Artikel 3.92 Beperkende regel over waar maneges zijn toegestaan 1.

Een manege is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'manege toegestaan'.

2.

Niet-overdekte paardenbakken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'niet-overdekte paardenbak toegestaan'.

Artikel 3.93 Beperkende regel over waar kunstijsbanen zijn toegestaan Een kunstijsbaan is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kunstijsbaan toegestaan'. Artikel 3.94 Beperkende regel over waar sportscholen en fitnesscentra zijn toegestaan Sportscholen en fitnesscentra zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'sportschool toegestaan'. Artikel 3.95 Beperkende regel over waar zwembaden zijn toegestaan 1.

Zwembaden zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'zwembad toegestaan'.

36

2.

Onder een zwembad wordt in deze paragraaf verstaan zowel een bebouwde als onbebouwde voorziening voor het lesgeven in zwemmen, de zwemsport en het recreatief beoefenen daarvan.

3.

Niet-overdekte zwembaden zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'niet-overdekt zwembad toegestaan'.

Artikel 3.96 Locaties bedoeld voor watersport-gerelateerde faciliteiten Ter plaatse van de aanduiding 'watersportvoorzieningen' zijn geen andere sportvoorzieningen dan watersportgerelateerde faciliteiten toegestaan.

Paragraaf 3.2.9 Faciliteiten op het gebied van ontspanning en vermaak Artikel 3.97 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op: a.

het gebruiksdoel van locaties met de aanduiding 'gebruiksdoel: ontspanning en vermaak'; en

b.

het gebruik van gronden en bouwwerken voor faciliteiten op het gebied van ontspanning en vermaak.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: ontspanning en vermaak'.

3.

Onder faciliteiten op het gebied van ontspanning en vermaak worden uitsluitend verstaan: a.

faciliteiten gericht op spel en vermaak;

b.

kartbanen;

c.

dierentuinen;

d.

speelautomatenhallen;

e.

casino's;

f.

wellness.

Artikel 3.98 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: ontspanning en vermaak', toegestaan gebruik 1.

De locatie ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: ontspanning en vermaak' heeft als gebruiksdoel het exploiteren van faciliteiten op het gebied van ontspanning en vermaak.

2.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: ontspanning en vermaak' mogen worden gebruikt ten behoeve van het exploiteren van faciliteiten op het gebied van ontspanning en vermaak.

Artikel 3.99 Omvang en situering van faciliteiten op het gebied van ontspanning en vermaak 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte faciliteiten voor ontspanning en vermaak' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van faciliteiten op het gebied van ontspanning en vermaak mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bezoekers faciliteiten voor ontspanning en vermaak' is het maximum aantal bezoekers dat gelijktijdig aanwezig is de daar bepaalde waarde.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin faciliteiten voor ontspanning en vermaak is toegestaan' zijn faciliteiten op het gebied van ontspanning en vermaak uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Artikel 3.100 Beperkende regel over waar faciliteiten op het gebied van spel en vermaak zijn toegestaan Een faciliteit gericht op spel en vermaak is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'spel en vermaak toegestaan'.

37

Artikel 3.101 Beperkende regel over waar kartbanen zijn toegestaan Kartbanen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kartbaan toegestaan'. Artikel 3.102 Beperkende regel over waar dierentuinen zijn toegestaan Dierentuinen zijn uitsluiten toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'dierentuin toegestaan'. Artikel 3.103 Beperkende regel over waar speelautomatenhallen zijn toegestaan Een speelautomatenhal is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'speelautomatenhal toegestaan'. Artikel 3.104 Beperkende regel over waar casino's zijn toegestaan Een casino is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'casino toegestaan'. Artikel 3.105 Beperkende regel over waar wellness is toegestaan Een wellness is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'wellness toegestaan'.

Paragraaf 3.2.10 Seks en erotiek Subparagraaf 3.2.10.1 Prostitutiebedrijven Artikel 3.106 Toepassingsbereik 1.

2.

Deze subparagraaf is van toepassing op: a.

het gebruiksdoel van locaties met de aanduiding 'gebruiksdoel: prostitutiebedrijf';

b.

het gebruik van gronden en bouwwerken voor een prostitutiebedrijf.

Deze subparagraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: prostitutiebedrijf'.

Artikel 3.107 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: prostitutiebedrijf', toegestaan gebruik 1.

De locatie ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: prostitutiebedrijf' heeft als gebruiksdoel het exploiteren van een prostitutiebedrijf.

2.

Gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: prostitutiebedrijf' mogen worden gebruikt voor een prostitutiebedrijf.

Artikel 3.108 Beperkende regel over waar raamprostitutie is toegestaan 1.

Het exploiteren van een raamprostitutiebedrijf is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'raamprostitutiebedrijf toegestaan'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'raamprostitutiebedrijf toegestaan' is het exploiteren van een prostitutiebedrijf uitsluitend in de vorm van een raamprostitutiebedrijf toegestaan.

Artikel 3.109 Omvang en situering prostitutiebedrijf 1.

Het exploiteren van een prostitutiebedrijf is uitsluitend toegestaan in een hoofdgebouw. Op het eventueel bij het hoofdgebouw behorend erf en in de daarop aanwezige erfbebouwing is, in afwijking van artikel 2.10, eerste lid, een bedrijfsmatig gebruik voor een prostitutiebedrijf niet toegestaan.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin een prostitutiebedrijf is toegestaan' is het exploiteren van een prostitutiebedrijf uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

3.

De bestaande bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van een prostitutiebedrijf wordt gebruikt, mag niet worden vergroot. 38

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal prostitutieramen' is het maximum aantal ramen waar achter een prostituee zich presenteert het daar bepaalde aantal.

Subparagraaf 2.3.10.2 Seksinrichtingen Artikel 3.110 Toepassingsbereik 1.

2.

Deze subparagraaf is van toepassing op: a.

het gebruiksdoel van locaties met de aanduiding 'gebruiksdoel: seksinrichting;

b.

het gebruik van gronden en bouwwerken voor het exploiteren van een seksinrichting.

Deze subparagraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: seksinrichting.

Artikel 3.111 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: seksinrichting, toegestaan gebruik 1.

De locatie ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: seksinrichting heeft als gebruiksdoel het exploiteren van een seksinrichting.

2.

Gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: seksinrichting mogen worden gebruikt voor het exploiteren van een seksinrichting.

Artikel 3.112 Omvang en situering seksinrichtingen 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12187350/1