CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Onderzoeksrapport Klimaatbestendig bouwen

RAAD 10 juli 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Overnemen van de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport Klimaatbestendig bouwen. (VN2025-008204)41.014 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

4.2.2

Inrichting en aansturing van de uitvoering

De verantwoordelijkheid is bestuurlijk eenduidig belegd Klimaatadaptatie wordt bestuurlijk aangestuurd vanuit de wethouder Openbare Ruimte en Groen.253 Brede afstemming van de aanpak van klimaatadaptatie vindt plaats in het bestuurlijk overleg duurzaamheid met de wethouder Duurzaamheid, Energietransitie en Circulaire Economie. De Strategie Klimaatadaptatie en Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie zijn in 2020 en 2021 door de toenmalige wethouder Bouwen, Wonen, Openbare ruimte en Groen aangeboden aan de raad. De voortgangsrapportages van 2022 en 2023 en de Agenda Klimaatadaptatie 2024-2026 zijn door de wethouder Openbare Ruimte en Groen aangeboden aan de raad. Het visiedocument Onze stad van morgen is in 2023 namens het voltallige college aan de raad aangeboden. Klimaatbestendig bouwen, als onderdeel van gebiedsontwikkeling, valt onder de wethouder Woningbouw, Grond en Ontwikkeling, Ruimtelijke Ordening en Deelnemingen (AEB). Dit maakt dat klimaatadaptatie en klimaatbestendig bouwen binnen meerdere bestuurlijke portefeuilles en bij verschillende wethouders liggen. Uitvoering klimaatadaptatie in programmatische cluster-overstijgende aanpak Klimaatadaptatie raakt verschillende gemeentelijke beleidsterreinen, zoals wonen, groen, openbare ruimte, waterbeheer en gezondheid. Het cluster Ruimte en Economie is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling en kaderstelling op het gebied van

62

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

klimaatadaptatie. Het onderwerp raakt echter ook aan andere directies en clusters, waaronder het cluster Gebiedsgericht werken en Stadsbeheer, het cluster Bedrijfsvoering en het cluster Sociaal. In de aanpak en organisatie van klimaatadaptatie zijn daarom volgens het college flexibiliteit en samenwerking belangrijk.254 Amsterdam heeft ervoor gekozen om klimaatadaptatie aan te pakken door middel van een programmatische clusteroverstijgende organisatie. Mede hierom is het Programma Klimaatadaptatie opgericht. Het ambtelijk opdrachtgeverschap van dit programma ligt bij de directie Verkeer en Openbare Ruimte. Het formuleren van beleid wordt geleid door de inhoudelijke beleidsdirecties. De directie Ruimte en Duurzaamheid, de directie Verkeer en Openbare Ruimte en Waternet formuleren het klimaatadaptief beleid.255 De directies dragen de verantwoordelijkheid voor de klimaatbestendigheid van hun respectieve opgave.256 Inrichting Programma klimaatadaptatie Klimaatadaptatie wordt ambtelijk gecoördineerd vanuit het Programma Klimaatadaptatie, dat in 2019 is opgericht. Het programma heeft een stuurgroep en een programmateam.

De stuurgroep bestaat uit vertegenwoordigers van Verkeer en Openbare Ruimte (V&OR), Ruimte en Duurzaamheid (R&D), het Ingenieursbureau (IB), Waternet, Grond en Ontwikkeling (G&O), Geneeskundige en Gezondheidsdienst Amsterdam (GGD Amsterdam) en Wonen (sinds december 2024). Het programmateam bestaat uit zo’n vijfentwintig medewerkers, afkomstig van de directies V&OR, R&D, IB, Waternet, G&O, GGD Amsterdam, Bureau Interim & Advies (BIA) en Communicatie, en werkt samen met overige betrokken directies, zoals Gemeentelijk Vastgoed, Wonen, en Sport en Bos. Het ambtelijk opdrachtgeverschap van het programma is neergelegd bij de directie V&OR, die tevens de voorzitter levert van de stuurgroep.257 Het programma is ingedeeld in een matrix van vier aandachtsgebieden en vier themawerkgroepen.258 In het organogram van het Programma Klimaatadaptatie is een overzicht opgenomen van de inzet van de functionarissen van de verschillende organisatieonderdelen aan het programma en de pijler waaraan ze werken (bijvoorbeeld onderzoek, communicatie, klimaatadaptatie integreren in projecten en processen).259 De stuurgroep Klimaatadaptatie heeft daarbij een actieve rol, zowel naar het programma als naar hun eigen directies toe, als het gaat om sturing, besluitvorming en escalatie waar nodig.

Figuur 4.1 - Organogram Programma Klimaatadaptatie

Bron: Gemeente Amsterdam, Organogram Programma Klimaatadaptatie, 31 juli 2023.

63

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Programma heeft faciliterende en coördinerende rol, geen uitvoeringsbevoegdheid Het programma faciliteert en coördineert, maar heeft geen primaire uitvoeringsbevoegdheid en voert zelf geen projecten uit. Het programma stimuleert klimaatadaptieve projecten en activiteiten met als uiteindelijk doel dat klimaatadaptatie geïntegreerd is in de reguliere werkprocessen. Daarnaast zorgt het programma voor de randvoorwaarden, zoals het ontwikkelen van standaarden en de ondersteuning van innovatieve projecten.260 Tevens fungeert het programma als centraal aanspreekpunt, houdt het overzicht van interne en externe ontwikkelingen en zorgt voor de juiste verbindingen en informatieverstrekking.261 De bezetting van het programma wordt gevormd door medewerkers vanuit de bestaande directies, die deze taken uitvoeren als onderdeel van hun reguliere werkzaamheden. Er is geen aparte ambtelijke capaciteit vrijgemaakt voor het programma. Bij de start van het programma was de inzet van programma ongeveer 13-14 fte.262 De verschillende directies houden hun eigen verantwoordelijkheden ten aanzien van klimaatadaptatie, waarbij het programma ondersteuning biedt met kennis en middelen. Het programma streeft de volgende resultaten na:263   

Het uitvoeren van en rapporteren over acties uit de StrategieKlimaatadapatie en Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie; Het organiseren van externe financiering, zoals het indienen van een aanvraag voor de rijkssubsidie Impulsregeling Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA); Het vergroten van bewustwording, het bevorderen van kennisdeling, en het maken van concrete afspraken over de benodigde acties, rollen en verantwoordelijkheden, kosten en financiering, zowel bij interne als externe partijen; Het analyseren en prioriteren van vraagstukken, risico’s en oplossingen op basis van kans en impact, en het ontsluiten van beschikbare kennis om geïnformeerd te kunnen handelen; Het integreren van klimaatadaptatie in werkprocessen en standaarden, zoals het Planen besluitvormingsproces Infrastructuur (PBI) en het Plan en Besluitvormingsproces Ruimtelijke Maatregelen (Plaberum) en de Hemelwaterverordening, en het verkennen van standaarden, normen en/of richtlijnen voor de thema’s hitte en droogte;

De indirecte beoogde resultaten zijn dat op termijn alle stadsactiviteiten klimaatadaptief worden uitgevoerd, van woningbouw tot gebiedsontwikkeling en herinrichting.264 Het programma heeft een tijdelijk karakter en is bedoeld om de transitie binnen de organisatie te faciliteren.265 Het doel is om klimaatadaptatie structureel te integreren in de werkzaamheden en daarmee de organisatie klimaatadaptief te maken.266 Omdat het programma tijdelijk is, wordt er gewerkt aan de structurele borging van taken in de lijnorganisatie en het evalueren van eventuele aanvullende behoeften. De verwachting is dat bepaalde taken, zoals monitoring, op de lange termijn centraal in de organisatie geborgd of georganiseerd moeten zijn.267 Benoemde voor- en nadelen van gekozen aanpak De ambtelijke organisatie benoemt zowel voordelen als nadelen van de gekozen aanpak.268 Een belangrijk voordeel is dat de opgave, vanwege het domeinoverstijgende karakter, beter kan worden georganiseerd binnen een programma waarin verschillende directies samenwerken. Daarnaast zorgt het programma voor extra aandacht en inzet op klimaatadaptatie, wat volgens de ambtelijke organisatie tot betere resultaten kan leiden.

Een nadeel dat de ambtelijke organisatie ziet is dat sommige directies het programma mogelijk als aanleiding kunnen zien om minder eigen verantwoordelijkheid te nemen, omdat zij ervan uitgaan dat het programma de taken overneemt.269 Bovendien kent een programmaorganisatie doorgaans minder continuïteit in bezetting en is het van tijdelijke

64

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

aard. Om die reden werkt het programma aan het structureel borgen van de huidige taken, zodat deze op de lange termijn door de lijnorganisatie kunnen worden voortgezet.

4.2.3

Inzicht in rollen en verantwoordelijkheden

Stakeholders in beeld gebracht, maar niet hun rollen en verantwoordelijkheden In de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie worden de partijen benoemd die betrokken zijn bij het maken van een klimaatadaptieve stad. Amsterdam en ook de waterschappen zijn onderdeel van een groot speelveld, waarin wordt samengewerkt met Amsterdammers, bedrijven in de stad, kennisinstellingen en vele andere betrokkenen.270 Partners die genoemd worden zijn de provincie Noord-Holland, Veiligheidsregio, Rijkswaterstaat, maatschappelijke organisaties/ngo's en woningbouwcorporaties. De verschillende partijen worden verdeeld in de samenwerking tussen gemeentelijke programma’s, stadsdelen en gebiedsgericht werken, regionaal en extern. Wat precies de rollen en de verantwoordelijkheden zijn van de genoemde partners, is niet volledig benoemd. De gemeente ziet haar rol vooral in het samenwerken, bijvoorbeeld met de netwerkpartners van het programma Rainproof (nu: netwerkaanpak Weerproof), het stimuleren (door subsidies), het faciliteren (w.o.

tegelservice), en het reguleren (Hemelwaterverordening).271 De stadsdelen vervullen vooral een signalerende rol in hun gebieden en zijn betrokken bij het ontwerpen en klimaatbestendig maken van de openbare ruimte, het integreren van klimaatbestendigheid in bestemmingsplannen en het adviseren over omvormingsprojecten.272 De gemeente streeft ernaar de samenwerking met de stadsdelen te intensiveren. Met de regionale partners wil de gemeente kennis en expertise delen en gezamenlijk "grote regionale opgaven" aanpakken, zoals het weerbaar maken van de stad en het omgaan met overstromingsrisico’s en veiligheid. De samenwerking met externe partners wil de gemeente verder uitbreiden, waarvoor diverse activiteiten zijn opgenomen in de uitvoeringsagenda. Met name de rollen van de externe partner worden niet verder gespecificeerd.

Figuur 4.2 - Schema betrokken partijen bij bouwen aan klimaatadaptieve stad

Bron: Gemeente Amsterdam, Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie, april 2021, p. 52.

65

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

De rol van de directies bij klimaatadaptatie In het Rapportage- en Ontwikkelplan (ROP) zijn de rolopvattingen van de directies bij klimaatadaptatie in beeld gebracht en vastgelegd. Dit betreft zowel de huidige rollen als de rollen die de directies van plan zijn te vervullen. Het ROP doet ook voorstellen om rollen die nog niet duidelijk zijn belegd, toe te wijzen aan specifieke organisatieonderdelen. Zo stelt V&OR bijvoorbeeld voor om de rol bij de evaluatie en standaardisatie van innovaties bij de inrichting van de openbare ruimte, zoals de toepassing van duurzame materialen, te beleggen bij Stedelijk Beheer.273 Daarnaast worden in het ROP acties beschreven om de rollen van de directies verder uit te werken. De GGD Amsterdam heeft bijvoorbeeld een werkgroep opgericht om de rol van het sociale domein in klimaatadaptatie verder uit te werken.274 De GGD Amsterdam heeft aangegeven dat deze werkgroep er niet is, maar dat er wel een stuurgroep Duurzaamheid bestaat op directieniveau waarin klimaatadaptatie is ondergebracht. Daarnaast heeft de GGD Amsterdam een coördinator Duurzaamheid voor het hele cluster Sociaal, die de relatie legt met klimaatadaptatie. Verder bevat het ROP randvoorwaarden voor wat nodig is om de voorgestelde rollen te kunnen vervullen.

Zo benadrukt G&O het belang van coördinatie van beleidsinitiatieven, het aankaarten van knelpunten bij het bestuur, de uitvoerbaarheid van beleid, en het opnemen van klimaatadaptief beleid door de inhoudelijke beleidsdirecties met wie G&O samenwerkt.275 Bij woningcorporaties moet afstemming plaatsvinden, en de kosten, uitvoering en financiële dekking moeten inzichtelijk zijn.276 Stakeholder in beeld brengen bij projecten Projecten volgen het Plaberum-proces, waarin expliciet wordt voorgeschreven dat de (interactie met) stakeholders en andere overheden in beeld moet worden gebracht. Dit omvat onder andere een krachtenveldanalyse om de belangen, invloed en standpunten van stakeholders binnen het planproces te verkennen. Daarnaast wordt een inventarisatie uitgevoerd, waarin stakeholders worden gecategoriseerd op basis van hun rol en de mate van betrokkenheid bij het programma.

4.3 Evenwicht tussen ambities en middelen Norm: ambities en middelen (kosten, capaciteit en deskundigheid) zijn in evenwicht. In deze paragraaf gaan we na of het college:  

de kosten voor de uitvoering in beeld heeft en beschikbaar (dekking); de benodigde capaciteit en deskundigheid in beeld en beschikbaar heeft.

4.3.1

Inzicht in uitvoeringskosten

Totale kosten voor de uitvoering van klimaatadaptatiebeleid niet inzichtelijk gemaakt De Strategie Klimaatadaptatie en Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie bieden geen gedetailleerd inzicht in de benodigde capaciteit en financiële middelen voor de uitvoering van de klimaatadaptatie-inspanningen en om de doelstellingen te realiseren. Het wordt wel belangrijk gevonden dat alle betrokken organisatieonderdelen benodigde capaciteit vrijmaken om bij te kunnen dragen aan de uitvoering van klimaatadaptatie.277 De Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie zou hieraan een nadere uitwerking moeten geven,278 maar geeft eveneens geen inzicht in de totale kosten voor de uitvoering van de ambities van

66

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

het klimaatadaptatiebeleid en de geplande acties. Het college verwacht echter wel hogere kosten voor klimaatadaptatie in zowel het fysieke als sociale domein, met ook financiële gevolgen voor bewoners, bedrijven en andere betrokkenen.279 Het is vooralsnog ook onduidelijk hoe deze kosten onderling moeten worden verdeeld. In de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie worden twee aspecten met betrekking tot de financiering van klimaatadaptatiebeleid genoemd. Ten eerste dat de bijkomende kosten voor klimaatadaptatiemaatregelen in bestaande projecten vaak al zijn meegenomen in de bestaande projectbudgetten.280 Daarnaast wordt vermeld dat jaarlijks 10% van de onderhoudsopgave voor de openbare ruimte en groenvoorzieningen wordt toegewezen aan vernieuwende oplossingen voor klimaatadaptatie. Volgens de ambtelijke organisatie zijn deze middelen voor innovaties in de openbare ruimte en groenvoorzieningen in het algemeen. En niet specifiek voor klimaatadaptatie. Het exacte bedrag wordt niet genoemd. Het is hiermee niet navolgbaar hoeveel geld er wordt besteed aan klimaatadaptatie binnen individuele projecten.281 Dekkingsbronnen voor de acties uit de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie in beeld De Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie geeft een overzicht van de bronnen waaruit de financiële dekking voor de geplande acties wordt gehaald, waarbij geen specifieke bedragen worden vermeld.

De kosten voor de uitvoering van de acties uit de agenda worden gedekt door verschillende reeds toegekende middelen, waaronder:282 

 

specifieke klimaatadaptatiebudgetten, waaronder voor het gesprek met de stad, kennisdeling, onderzoek en monitoring, en de structurele integratie en stimulering van kansrijke projecten (Stedelijk Mobiliteitsfonds, Fonds Stadsbehoud, Groengelden, Rioolheffing, Duurzaam Herstel en Hernieuwd Coalitieakkoord); budgetten voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte, waarbij klimaatadaptatie wordt meegenomen; gemeentelijke subsidieregelingen voor groen en verduurzaming, zoals de Subsidieregeling Groen en Subsidieregeling blauw-groene daken Amsterdam 2020. Benoemd wordt dat het hier gaat om een bedrag van € 500.000; budgetten van het Rijk, provincie en waterschappen bedoeld voor klimaatadaptatie, waaronder de (Tijdelijke) Impulsregeling Klimaatadaptatie van het Nationale Deltafonds en diverse (Europese) subsidieregelingen voor onderzoek en innovatie, in samenwerking met kennisinstituten en marktpartijen.

Het college vermeldt geen knelpunten met betrekking tot de dekking van de acties in de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie. In de komende jaren blijft de gemeente zoeken naar cofinanciering via (gemeentelijke) programma’s of externe partijen.283 De exacte bedragen van de toegekende middelen worden niet altijd specifiek vermeld, maar zijn deels te achterhalen uit andere gemeentelijke documenten. De financiering voor veel acties uit de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie en de Agenda Klimaatadaptatie, zoals het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed en het Scale Up-project voor sportparken, komt uit bestaande budgetten van de betreffende portefeuilles.284 Dit geldt ook voor acties van regionale partners van de gemeente, zoals de waterschappen.285 Klimaatadaptieve maatregelen in de openbare ruimte worden zoveel mogelijk opgenomen in projectramingen en gefinancierd vanuit deze projecten.286 Voor een groot deel worden de maatregelen bekostigd vanuit de grondexploitatiesv.287 De realisatie van klimaatadaptieve maatregelen is daarmee

v

Dit betreft een specifiek gebied, waarvoor de grondopbrengsten, de kosten voor de inrichting van de

openbare ruimte, het bouwrijp maken van kavels en de ambtelijke kosten worden berekend en waaruit deze kosten worden gefinancierd.

67

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

voornamelijk afhankelijk van de beschikbare middelen binnen de verschillende portefeuilles en projecten in de stad. Benodigde middelen voor structurele organisatie ontbreken Het college is van plan de kosten van klimaatadaptatiemaatregelen beter in beeld te brengen en te onderzoeken hoe deze gedekt kunnen worden, met name voor het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte.288 Zodra meer duidelijkheid is over de benodigde middelen, zouden extra middelen kunnen worden aangevraagd bij het Fonds Stadsbehoud.289 Eén actie in de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie richt zich op het verkennen van de structurele meerkosten van klimaatadaptieve maatregelen en het inzichtelijk maken van de financiële consequenties van deze maatregelen.290 In de Voortgangsrapportage 2023 wordt vermeld dat deze actie nog niet is afgerond en in uitvoering is.291 In de Agenda Klimaatadaptatie geeft het college aan dat de benodigde middelen voor een passende, structurele organisatie en financiering momenteel ontbreken.292 In de periode 2024-2026 zal de gemeente per portefeuille de lange termijn benodigdheden voor klimaatadaptatie inzichtelijk maken, ter voorbereiding op de volgende coalitieperiode.293 Wat opvalt in de Begroting 2025 is dat de doelstelling voor klimaatadaptatie met andere doelstellingen binnen het programma Openbare ruimte en mobiliteit concurreert.

"De stapeling van opgaven is in 2024-2028 niet inpasbaar in het portfolio ORM. De opgaven voor de groeiende stad zijn daarom afgeschaald en in iets mindere mate geldt hetzelfde voor de duurzaamheidsambitie en voor klimaatadaptatie. Beide opgaven nemen echter wel financiële ruimte in die in het verleden kon worden aangewend voor de instandhoudingsopgave. Dit gegeven leidt er in het portfolio ORM toe dat bestaande functies niet volledig in stand kunnen worden gehouden en dat er onvoldoende ruimte is om achterstalligheid in te lopen vanuit de investeringen."294 Centraal budget voor klimaatadaptatie (Programma Klimaatadaptatie) Het college heeft vanuit het coalitieakkoord voor de periode 2023-2026 een incidenteel bedrag van € 7 miljoen gereserveerd voor klimaatadaptatie.295 Dit bedrag wordt onder andere aangewend voor de structurele integratie van klimaatadaptatie binnen de organisatie en het stimuleren van kansrijke projecten.296 Met de middelen is een tijdelijk programma opgezet om klimaatadaptatie via verschillende projecten te bevorderen en uiteindelijk te integreren in de reguliere werkprocessen.297 298 De gefinancierde activiteiten omvatten onder andere het opzetten van een leeromgeving, het ontwikkelen van standaarden, het organiseren van een netwerkaanpak, het opstellen van een communicatiestrategie en het uitvoering van (innovatieve) projecten.299 Tot september 2023 is €

1,2 miljoen van de € 7 miljoen uitgegeven.300 Uitvoeringskosten en kosten voor eventuele calamiteiten en risico’s zijn geen onderdeel van de € 7 miljoen.301 Er is geen centraal budget beschikbaar waaruit alle uitvoeringskosten van klimaatadaptatie worden betaald.w Benodigde financiële middelen voor klimaatadaptatie veelal niet opgenomen in de Rapportageen Ontwikkelplannen van de directies Binnen het Programma Klimaatadaptatie is afgesproken dat de directies die het meest betrokken zijn bij klimaatadaptatie een rapportage- en ontwikkelplan maken. Voor de meeste directies geldt dat er geen financiële middelen, specifiek voor klimaatadaptatie, beschikbaar zijn. De ROP's van Waternet, Geneeskundige en Gezondheidsdienst Amsterdam, Grond en Ontwikkeling, Ingenieursbureau, Verkeer en Openbare ruimte en Gemeentelijk w

De ambtelijke organisatie geeft aan dat een deel van het centrale budget wordt ingezet voor

uitvoeringskosten. Echter, er is niet aangegeven welk specifiek deel van dit budget bestemd is voor de uitvoeringskosten van klimaatadaptatie.

68

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Vastgoed bevatten geen informatie over de benodigde of extra middelen voor klimaatadaptatie. De financiering voor klimaatadaptatie wordt vooral via bestaande programma’s geregeld. In de ROP’s wordt de financiering meerdere keren besproken, maar zonder specifieke bedragen te vermelden, met uitzondering van de ROP van Ruimte en Duurzaamheid. Zo merkt van de directie Grond en Ontwikkeling (hierna: G&O) in het ROP op dat de visiestukken van het bestuur wensen en ambities bevatten, maar de financiële consequenties hiervan niet inzichtelijk zijn gemaakt.302 G&O wijst op de stapeling van nietgedekte ambities en pleit ervoor dit dilemma gezamenlijk, vanuit alle betrokken directies, aan het bestuur voor te leggen.303 Het Programma Klimaatadaptatie zou hierbij een trekkende, coördinerende en ondersteunende rol moeten spelen. Het Ingenieursbureau (hierna: IB) stelt dat financiering voor projecten en duurzaamheidsdoelstellingen (waar klimaatadaptatie onderdeel van is) voornamelijk via bestaande projecten en programma's verloopt.304 IB wil met opdrachtgevers bespreken hoe structurele financiering van deze doelstellingen kan worden geregeld. De directie Verkeer en Openbare Ruimte (hierna: V&OR) benoemt dat financiële randvoorwaarden voor klimaatadaptatiemaatregelen twee sporen kunnen volgen, die beide een andere aanpak vereisen:305 1.

2.

Klimaatadaptatie is een 'extra', wat moeilijk te financieren is, met als oplossing het terugleggen van de kosten bij het bestuur of het vormen van een nieuw fonds vanuit de rioolwaterheffing; Klimaatadaptatie is een randvoorwaarde voor alle projecten, waarbij maatregelen vanaf het begin in de projectbudgetten worden opgenomen.

V&OR beschouwt het tweede spoor als een structurele oplossing en moedigt directies waarmee het samenwerkt aan om een keuze te maken tussen de twee sporen vanwege de hoge lange termijnkosten van klimaatverandering.306 V&OR wil klimaatadaptatie standaard in elk project opnemen als uitgangspunt bij de kostenberekening, en ook als veiligheidsrisico behandelen om discussies over de maatregelen en bijhorende kosten te voorkomen.307 De gemeente verkent de structurele meerkosten van klimaatadaptieve maatregelen in de openbare ruimte om meer zicht te krijgen in de financiële consequenties van klimaatadaptatie.308 Er wordt ook gestreefd om klimaatadaptatie vanaf 2023 op te nemen in de normkosten voor wegen.

Het ROP van Gemeentelijk Vastgoed vermeldt dat er bij de vaststelling van de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie en de Groenvisie geen structurele middelen zijn toegekend voor investeringen, beheer en onderhoud.309 Voor maatregelen zoals groene daken, verticaal groen en klimaatadaptieve terreinen is structureel budget nodig, maar Vastgoed beschikt hier niet over om panden en terreinen volledig klimaatadaptief en groen te maken en het beheer te financieren.310 Desondanks zijn in 2022 enkele klimaatadaptieve maatregelen en tools gerealiseerd.311 De directie Ruimte en Duurzaamheid (hierna: R&D) benoemt als enige in het ROP specifieke middelen voor klimaatadaptatie en stelt dat in het coalitieakkoord € 7 miljoen incidenteel beschikbaar is voor klimaatadaptatie, bestemd voor de uitvoering van de Strategie Klimaatadaptatie en de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie, en het stedelijk programmateam

69

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Klimaatadaptatie waaraan R&D deelneemt.312 Voor 2023-2024 zijn Groengeldenx beschikbaar voor de uitvoering van de acties in het ROP, waaronder voor de coördinatie en ondersteuning. Na 2024 zijn deze middelen niet meer beschikbaar en worden de R&Dwerkzaamheden gedekt uit de middelen uit het coalitieakkoord. Er is nog geen verdere dekking vastgesteld voor klimaatadaptatie.313 Gezien het belang van klimaatadaptatie voor de veiligheid en leefbaarheid van de stad adviseert R&D om klimaatadaptatie structureel binnen R&D te blijven organiseren. Incidentele toegekende middelen voor klimaatadaptatie Naast de toegekende middelen voor het Programma Klimaatadaptatie zijn er nog aanvullende middelen die voor klimaatadaptatie zijn vrijgemaakt en/of verkregen via toegekende subsidies (zie onderstaande tabellen). De budgetten zijn niet altijd expliciet gelabeld als klimaatadaptatie. Hieronder worden de interne gemeentelijke gereserveerde middelen en externe toegekende middelen (ontvangen subsidies) voor klimaatadaptatie weergegeven.

Tabel 4.1 - Interne toegekende middelen voor klimaatadaptatie Toegekende middelen

Bedrag

Duurzaam herstelplan, motor klimaatadaptatie (na corona) De coronacrisis vergrootte de druk op de openbare ruimte en het groen in de stad, waardoor de waarde van groene buitenruimtes en vitale sectoren zoals zorg, ICT en energievoorziening toenam. Ook benadrukte het de urgentie om de stad weerbaar en toekomstbestendig te maken.314 Klimaatadaptatie is daarom toegevoegd als motor voor het duurzaam economisch herstel van de stad na de crisis. Met een extra investering wordt ingezet op het klimaatadaptief vergroenen van honderd plekken in de stad, met focus op gebieden met hittestress en waterproblemen.315

€ 2,5 miljoen

Middelen voor regenbestendige maatregelen in de openbare ruimte Voor de periode 2024-2026 wordt jaarlijks € 2 miljoen uit de rioolheffing gereserveerd voor regenbestendige maatregelen in de openbare ruimte.316 Welke regenbestendige maatregelen dit precies zijn wordt uit de documentatie niet duidelijk.

€ 2 miljoen

Aanvullende middelen voor klimaatadaptatie Voor 2025 is € 2 miljoen extra beschikbaar gemaakt voor klimaatadaptatie.317 De specifieke inzet van deze middelen is nog niet volledig gedefinieerd.

€ 2 miljoen

Tabel 4.2 - Extern toegekende middelen voor klimaatadaptatie

x

Toegekende middelen

Bedrag

Impulsregeling klimaatadaptatie De gemeente heeft samen met waterschap Amstel, Gooi en Vecht

€ 5,3 miljoen

De zogenaamde groengelden zijn ondergebracht bij het programma Wonen en groen. Het budget wordt

gebruik voor de uitvoering en het investeren in méér en beter groen voor mens en dier. Bron: Gemeente Amsterdam, Begroting 2024, p. 104.

70

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Toegekende middelen

Bedrag

een maatregelenpakket met zeventien projecten ingediend bij het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA).318 Voor dit pakket, met een totale investering van bijna € 16 miljoen, is een subsidie van € 5,3 miljoen toegekend.319 De uitvoering van deze projecten is gepland voor 2027.320 Met de toegekende middelen zullen onder andere extra waterberging worden gerealiseerd, openbare ruimtes worden vergroend, meer bomen worden gepland en zal gezorgd worden dat het grachtenwater beter kan doorstromen naar gemaal Zeeburg.321 Enkele voorbeelden van deze projecten zijn de projecten in Boelelaan Midden en Martin Luther Kingpark.322 EU subsidie RESILIO Het RESILIO-projecty, dat liep van 2018 tot 1 augustus 2022, was een samenwerking tussen de gemeente Amsterdam, Waternet, MetroPolder Company, Rooftop Revolution, Hogeschool van Amsterdam, Vrije Universiteit, Stadgenoot, De Alliantie en De Key.323 324 Het project werd mede gefinancierd door het Europees Regionaal Ontwikkelingsfonds (ERDF) via het Urban Innovative Actionsprogramma, met een subsidie.325 Met het RESILIO-project zijn veertien slimme blauw-groene daken aangelegd.326

€ 4,8 miljoen

Subsidie Tuindorp Oostzaan De gemeente heeft een subsidie van de EU ontvangen voor het klimaatbestendiger maken van Tuindorp Oostzaan.327 Het project is een samenwerking tussen de gemeente Amsterdam, GGD Amsterdam, Hogeschool van Amsterdam, architectenbureau One Architecture, ontwerpbureau Muzus, Universiteit van Amsterdam, Kenniscentrum Bodemdaling en Funderingen, Waternet en woningcorporatie Ymere.

€ 5 miljoen

4.3.2

Inzicht in capaciteit en deskundigheid

De benodigde capaciteit en deskundigheid zijn niet op centraal niveau bepaald In de Strategie Klimaatadaptatie en Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie wordt niet specifiek aangegeven welke capaciteit en deskundigheid op gemeentelijk niveau nodig is voor klimaatadaptatie dan wel klimaatbestendig bouwen. Wel bevatten de Strategie Klimaatadaptatie en de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie afspraken en voornemens, met wisselende mate van detail, voor de verschillende directies. De verdere uitwerking van de benodigde capaciteit is opgenomen op directieniveau in de verschillende Rapportage- en Ontwikkelplannen (ROP’s) Klimaatadaptatie van de organisatieonderdelen binnen de ambtelijke organisatie. Op gemeentebreed niveau is er leertraject ‘Klimaatadaptatie’ om kennis binnen de ambtelijke organisatie te verbreden over klimaatadaptatie. Gemeentebreed opleidings- en kennisaanbod Het leertraject ‘Klimaatadaptatie in de openbare ruimte’, geïnitieerd door R&D en het Programma Klimaatadaptatie en georganiseerd in samenwerking met het lectoraat Water in en om de Stad van de Hogeschool van Amsterdam, heeft als doel de kennis over klimaatadaptatie binnen de gemeentelijke organisatie te versterken en beter te borgen.328

y

RESILIO staat voor ‘Resilience Network of Smart Innovative Climate-adapative rooftops’.

71

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Het leertraject is toegankelijk voor medewerkers van alle directies die zich bezighouden met klimaatadaptatie. Het Dashboard Klimaatadaptatie is onderdeel van het leertraject, en wordt ingezet voor kennisdelingen en bewustzijn over klimaatadaptatie.329 In de ROP's is terug te lezen dat verschillende medewerkers van de directies deelnemen aan de leergang. In 2023 hebben vijftig medewerkers deelgenomen aan de Leergang Klimaatadaptatie.330 Het leertraject draagt volgens de directies bij aan kennisontwikkeling en borging. Het leertraject wordt onder andere genoemd in de ROB’s van V&OR, R&D, Waternet, Gemeentelijk Vastgoed, GGD Amsterdam en IB. Bij Waternet namen in 2022 tientallen medewerkers deel aan het leertraject Klimaatadaptatie. Voortzetting van het leertraject wordt belangrijk gevonden om alle betrokken collega’s verder te voeden met adaptatievraagstukken en oplossingen. Gemeentelijk Vastgoed liet vijftien medewerkers deelnemen aan het leertraject en streeft naar vijf nieuwe deelnemers in 2023.331 332 De gemeente ontwikkelt en verbetert het integrale opleidings- en kennisaanbod, dat vanaf 2026 beschikbaar zal zijn voor medewerkers van de gemeente.333 Hiermee zorgt de gemeente dat haar medewerkers over voldoende kennis en kunde beschikken om klimaatadaptatie toe te passen in hun werk.

Tot die tijd worden medewerkers opgeleid via het leertraject Klimaatadaptatie, zodat zij in staat zijn risico's in te schatten en de juiste klimaatadaptieve maatregelen te nemen in hun werk.334 In een interview is aangegeven dat voor klimaatadaptatie nog een leertraject nodig is om te bepalen welke maatregelen moeten worden genomen en hoe deze in een aanbestedingstraject gescoord moeten worden.335 De benodigde capaciteit en deskundigheid worden bepaald op directieniveau In het ROP wordt op directieniveau een overzicht gegeven van de voortgang met betrekking tot de in de Strategie Klimaatadapatie en in de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie vastgelegde afspraken en voornemens op dit onderwerp, evenals de taken van de desbetreffende directie en (veelal) de daarbij benodigde expertise op het gebied van klimaatadaptatie. De benodigde capaciteit voor de uitvoering van klimaatadaptatie wordt vaak niet specifiek benoemd. Een aantal directies heeft behoefte aan meer capaciteit voor en expertise over klimaatadaptatie. Dat geldt met name bij V&OR, Gemeentelijk Vastgoed en de GGD Amsterdam. De middelen voor de aanvullende capaciteit worden veelal gezocht binnen het bestaande budget van de desbetreffende directie.

V&OR streeft ernaar om op korte termijn expert te worden op het gebied van klimaatadaptatie en wil klimaatadaptatie toevoegen aan de nieuwe, integrale toets commissie (vervanger CVC en Commissie Puccinimethode).336 Dit om het als belang mee te laten wegen in de projecten, vergelijkbaar met (verkeers)veiligheid. Er is een tekort aan expertise en capaciteit en er is dan ook behoefte aan extra beleidscapaciteit (voor vroegtijdige advisering), uitvoeringscapaciteit (voor het ontwikkelen en integreren van standaarden in beleid) en een vaste coördinator voor klimaatadaptatie en duurzaamheidsthema’s.337 338 Gemeentelijk Vastgoed wijst op het ontbreken van structurele middelen voor het volledig klimaatadaptief maken van het gemeentelijke vastgoed. De GGD Amsterdam benoemt niet de benodigde capaciteit, maar vermeld dat er een centrale coördinator met projectondersteuning en werkgroepen zijn voor brede en specifieke

72

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

onderwerpen.z339 Het cluster sociaal heeft onvoldoende capaciteit om een goede invulling te geven aan de klimaatrechtvaardige transitieaa.340 Waternet vermeldt geen specifieke extra benodigde capaciteit voor klimaatadaptatie. Benoemd wordt dat het Programmateam Klimaatadaptatie van Waternet in 2022 aanpassingen en uitbreidingen heeft doorgevoerd, wat leidde tot een herziening van het programma sinds 2018.341 Extra capaciteit wordt gekoppeld aan lijnfuncties om de doorwerking en borging in de organisatie te versterken. In het ROP van G&O wordt nauwelijks ingegaan op de benodigde capaciteit, expertise en deskundigheid, noch op het bevorderen daarvan. R&D stelt als randvoorwaarde dat de bestaande capaciteit voor klimaatadaptatie in 2023 met dezelfde intensiteit zou worden voortgezet om de acties in het ROP te realiseren.342 Sinds de start van het Programma Klimaatadaptatie draagt R&D bij aan dit programma in capaciteit en middelen, aangestuurd door de programmamanager Klimaatadaptatie.343 R&D werkt ook binnen haar directie aan de borging van klimaatadaptatie, waarbij verschillende teams en medewerkers betrokken zijn. Het subteam Water & Klimaatadaptatie van het team Groene en Gezonde Stad is het aanspreekpunt en coördineert de acties, terwijl project- en teamleiders verantwoordelijk zijn voor de afzonderlijke projecten.

Kennisontwikkeling binnen directies Directies maken voor het opbouwen van expertise gebruik van het gemeentebrede Leertraject Klimaatadaptatie en bieden ook specifieke trainingen aan binnen de eigen directie. Bij R&D volgen dertig medewerkers een vierdaagse training over de effecten van klimaatverandering op de stad en maatregelen en oplossingen om klimaatstress te voorkomen. Daarnaast wordt kennis gedeeld met scholen en universiteiten, zoals de Universiteit van Amsterdam.344 Bij Gemeentelijk Vastgoed wordt kennis uit klimaatadaptieve projecten gedeeld op de TamTam-pagina "Duurzaam gemeentelijk vastgoed", en klimaatadaptatie wordt opgenomen in de leerlijn van het Programma Duurzaam Gemeentelijk Vastgoed, zodat medewerkers weten waar ze terecht kunnen voor budget en expertise.345 Gemeentelijk Vastgoed benoemt dat het beschikt over veel specialistische kennis, maar dat er ook kennis ontbreekt, die in kaart wordt gebracht door twee studentenonderzoeken. Het ROP van GGD geeft geen details over benodigde expertise, maar vermeldt wel hoe kennisuitwisseling plaatsvindt, bijvoorbeeld via de academische leergang.346 IB merkt op dat er een tekort is aan gedeelde basiskennis en bewustzijn over klimaatadaptatie bij medewerkers.347 Kennisontwikkeling en -overdracht naar alle betrokkenen, van opdrachtgever tot uitvoerder, is daarom noodzakelijk.

Ook ontbreken beleid en normering voor de uitvoering van maatregelen tegen hitte en droogte, waardoor deze niet vanzelf worden meegenomen bij de keuze van maatregelen. Acties zoals lunchlezingen, presentaties, de Quickscan Klimaatadaptatie, intranetberichten en het leertraject Klimaatadaptatie in de openbare ruimte, waaraan 39 IB-collega’s deelnamen, zijn ondernomen om de kennis te vergroten.348 349 Ook dragen periodieke intranetberichten en kennisuitwisseling met externe partners, zoals met de G4+ (Hogeschool van Amsterdam, Waternet, en de gemeenten Rotterdam, Utrecht en Amersfoort) over klimaatadaptatie, bij z

De GGD Amsterdam heeft aangegeven dat er geen werkgroep voor klimaatadaptatie is, maar wel een

stuurgroep Duurzaamheid op directieniveau waarin klimaatadaptatie valt, en een coördinator Duurzaamheid voor het cluster Sociaal, die de relatie met klimaatadaptatie legt. aa

Dit wordt door de GGD Amsterdam kortweg opgevat als een eerlijke verdeling van de lasten en voordelen

van klimaatmaatregelen, met speciale aandacht voor sociaaleconomische ongelijkheid en beleidsinstrumenten om kwetsbare groepen te ondersteunen.

73

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

aan kennisontwikkeling en het bevorderen van deskundigheid en expertise.350 IB wil klimaatadaptatiekennis verankeren en onderzocht of andere specialismen binnen het IB kunnen bijdragen aan de implementatie van klimaatadaptatie. Externe kenniskringen en kennisdeling Externe kenniskringen zijn van groot belang voor de stad Amsterdam om kennis te delen en samenwerkingen te bevorderen. Het programma Rainproof (nu: netwerkaanpak Weerproof), bijvoorbeeld, is een brede samenwerking waarin kennis over klimaatbestendigheid wordt gedeeld. Op internationaalniveau deelt Amsterdam jaarlijks kennis tijdens evenementen, zoals het Smart City Expo World Congress in Barcelona, en participeerde de gemeente in de Coalition for Disaster Resilient Infrastructure van de Verenigde Naties.351 De gemeente biedt ook een bijdrage aan en/of (mede) organiseert evenementen, waaronder het jaarlijkse Nationaal Deltacongres en Amsterdam International Water Week.352 Innovatieve projecten zoals RESILIO (blauw-groene daken) dragen bij aan kennisuitwisseling met verschillende Europese steden.353 De gemeente gebruikt de resultaten van het project om het ontwerp, de financiering en de aanleg van blauw-groene daken te verbeteren.354 Kennisdeling vindt ook plaats via nationale programma's zoals vanuit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, de Nationale Adaptatiestrategie en Gemeentelijk Netwerk Klimaatadaptatie.355

Medewerkers van de gemeente nemen daarnaast deel aan diverse netwerken en klankbordgroepen, zoals die van het KNMI en het Smart City netwerk.356 Externe partijen voeren onderzoeken uit en delen deze kennis met de gemeente. Een voorbeeld van samenwerking op facultatieve basis is die met de Hogeschool van Amsterdam.357 Vermeldenswaard is ook het onderzoeksproject RED & BLUE, dat geïnitieerd is door Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling en wordt gefinancierd door de Nationale wetenschapsagenda.358 Hier wordt op de raakvlakken van gebiedsontwikkeling, klimaatadaptatie, financiering en governance via een breed consortium van academische kennisinstituten onderzoek verricht (2022-2027). Betrokkenheid van AGV en Amsterdam in de projectdefinitie heeft geleid tot Living Labs in Amsterdam. Een van de partners in het onderzoeksproject RED & BLUE is het Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Studies (AMS), een samenwerkingsplatform waaraan de TU Delft, Wageningen Universiteit en MIT deelnemen, in samenwerking met de Gemeente Amsterdam. AMS richt zich op onderzoek, innovaties, en onderwijsactiviteiten rondom stedelijke vraagstukken zoals energie, digitalisering, mobiliteit en klimaatadaptatie.

5

Navolgbaar beleid

In ons onderzoek richten we ons op de kwaliteit van de beleidsvoorbereiding. Hierin zijn drie aspecten voor ons van belang: een zorgvuldige beleidsvoorbereiding, de uitvoerbaarheid van het beleid en de navolgbaarheid van het beleid. Dit hoofdstuk beschrijft de navolgbaarheid van het beleid. We gaan na of het college een monitoringssysteem heeft ingericht, en hoe het collegeplanmatig de voortgang in klimaatadaptatie evalueert en bijstuurt. We brengen daarnaast in beeld in hoeverre de gemeenteraad volledig en tijdig geïnformeerd wordt over de voortgang in de ambities voor klimaatadaptatie en klimaatbestendig bouwen. Voor de navolgbaarheid van de ambities zijn wij uitsluitend uitgegaan van de integrale rapportages op de ambities in de Strategie Klimaatadaptatie en Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie.

74

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

In dit hoofdstuk beantwoorden we de deelvraag:

In hoeverre is het beleid navolgbaar? Conclusie Het college heeft geen plan voor systematische monitoring Er ontbreekt een nadere beschrijving op welke variabelen en met welke frequentie de exacte monitoring en de rapportages zullen worden ingericht. Op verzoek van de gemeenteraad is het college gestart met een jaarlijke verantwoordingscyclus. Het monitoren van de voortgang is vormgegeven via de jaarlijkse voortgangsrapportages. Hiermee is er sprake van bestuurlijke monitoring van het klimaatadaptatiebeleid. In het onderzoek zijn wij geen ambtelijke voortgangsrapportages over klimaatadaptatie tegengekomen, evenmin een ambtelijk gremium dat verantwoordelijk is hiervoor. Uit de voortgangsrapportages wordt duidelijk dat het college monitort op de voortgang van de acties in de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie en op actuele ontwikkelingen in klimaatverandering die vragen om aanpassing in het klimaatadaptatiebeleid voor Amsterdam. Er vindt geen monitoring plaats op de voortgang van de realisatie van de ambities uit de Strategie, de investeringsgebieden, zoals klimaatbestendig bouwen, of de effecten van de uitgevoerde acties op het bereiken van de ambities. Niet duidelijk hoe het college bijstuurt op tekort aan middelen en capaciteit De Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie is op schema en waar dit niet het geval is, geeft het college de oorzaken aan.

Wat betreft de bijsturing naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen benoemt het college de noodzaak tot intensivering van klimaatadaptatie en een gebrek aan voldoende financiële middelen. In het vervolg wordt voor ons niet duidelijk hoe het college hierop bijstuurt. Er is dus sprake van signalering maar we zien geen intensivering van de capaciteit of duidelijke verhoging van het budget. Er is wel sprake van prioritering van activiteiten. Wat dit betekent voor het uiteindelijk doel, namelijk een klimaatbestendig Amsterdam in 2050, wordt in dit onderzoek niet duidelijk. De gemeenteraad wordt beperkt geïnformeerd De gemeenteraad wordt door het college via dezelfde hierboven genoemde jaarlijkse voortgangsrapportages geïnformeerd over de voortgang in de uitvoering van de acties uit het klimaatadaptatiebeleid, maar ontvangt geen periodieke informatie over de voortgang van de realisatie van de ambities. Daarnaast heeft het college in diverse raadsbrieven de raad extra geïnformeerd over actualiteiten met betrekking tot het onderwerp klimaatadaptatie. Dit geldt onder andere voor de impact van de KNMI klimaatscenario’s 2023 voor Amsterdam. Tenslotte heeft het college een Dashboard Klimaatadaptatie opgesteld dat online te benaderen is. Het dashboard wordt ambtelijk onderhouden en geeft raadsleden informatie over klimaatrisico’s op het grondgebied van Amsterdam.

De raad wordt zijdelings over klimaatadaptatie geïnformeerd via de Monitor Groen en de gemeentelijke begroting en jaarverslag. Zowel het dashboard als de Monitor draagt op dit moment (nog) niet bij aan de navolgbaarheid van het beleid voor klimaatbestendigheid.

75

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

5.1 Planmatige monitoring Norm: de monitoring is planmatig ingericht. In deze paragraaf gaan we na in hoeverre:  

een systeem is ingericht voor planmatige en integrale monitoring van de voortgang van het beleid. de voortgang periodiek wordt gemonitord en zo wordt nodig bijgestuurd.

5.1.1

Inrichting monitoringsysteem

Geen monitoringsysteem uitgewerkt voor het klimaatadaptatiebeleid Wij zijn eerst nagegaan hoe het college de monitoring heeft ingericht. De inrichting van de monitoring vormt immers de basis voor het verkrijgen van inzicht in de voortgang van het beleid. Het college heeft in de Strategie Klimaatadaptatie en Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie geen concreet monitoringssysteem uitgewerkt om de voortgang en effectiviteit van het klimaatadaptatiebeleid te monitoren. Hoewel wordt aangegeven dat monitoring en evaluatie van de aanpak plaatsvinden via een iteratief proces en dat activiteiten waar nodig worden aangepast359, ontbreekt een nadere beschrijving op welke variabelen en met welke frequentie de exacte monitoring zal worden ingericht.

In de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie is alleen vermeld dat nog nader zal worden onderzocht hoe de voortgang en effectiviteit van ambities en maatregelen het beste kunnen worden gemeten en gevisualiseerd.360 Het college geeft wel aan dat plannen en opgaven regelmatig zullen worden geactualiseerd op basis van nieuwe inzichten en de effecten van uitgevoerde activiteiten en maatregelen.361 Relatie beleidscyclus klimaatadaptatie met DPRA De gemeente voert jaarlijks voortgangsgesprekken met het Rijk, dat de afspraken in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) monitort via 45 werkregio’s.362 De resultaten hiervan verschijnen in een voortgangsrapportage die elk jaar met Prinsjesdag aangeboden wordt aan de Tweede Kamer. Elke zes jaar start een nieuwe DPRA-cyclus, met een nieuwe stresstest.363 De gemeentelijk aanpak sluit hierbij aan. In voorbereiding op de nieuwe coalitieperiode en de herijking van het landelijke Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie bepaalt het college in 2024-2026 wat op de lange termijn nodig is om goed voorbereid te zijn op de gevolgen van klimaatverandering.364 In 2026 volgt een herijking van de Strategie.

Leren en normeren zijn ondergebracht in een iteratief beleidsproces Het college ziet het opdoen van nieuwe inzichten en het leren van opgedane ervaringen als een belangrijk onderdeel van het beleidsproces.365 De ambtelijke organisatie werkt hierbij volgens het college via een iteratief proces waarin genomen maatregelen worden gemonitord, geëvalueerd en waar nodig bijgesteld.366 Het proces voor de vertaling van ambities naar beleid door middel van nieuwe normen, richtlijnen en standaarden is in de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie beschreven.367 Hierin is aangegeven dat de implementatie en evaluatie van het klimaatadaptatiebeleid worden ingericht conform onderstaande model. Deze loopt van het signaleren van behoeften, verkenning en testen van mogelijke richtlijnen, tot het monitoren, evalueren en/of het bijstellen van de geïmplementeerde richtlijnen.

76

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Figuur 5.1 - Vertaling van ambities naar beleid

Bron: Gemeente Amsterdam, Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie, april 2021, p. 57.

Jaarlijkse voortgangsrapportages, gericht op Uitvoeringagenda Klimaatadaptatie. In dit onderzoek zijn wij geen ambtelijke voortgangsrapportages tegengekomen. Evenmin is een directie in de ambtelijke organisatie specifiek verantwoordelijk voor de monitoring van de voortgang van klimaatadaptatie. Sinds 2022 heeft het college drie keer gerapporteerd over de voortgang van de acties uit de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie. In 2022 en 2023 zijn voortgangrapportages opgesteld. In 2024 is er geen aparte voortgangsrapportage verschenen. Het college geeft hiervoor als reden dat in de plaats hiervan de Agenda Klimaatadaptatie 2024-2026 is gepresenteerd.368 In de Agenda Klimaatadaptatie blikt het college terug op de 59 acties uit de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie, evenals op de acties per oplossingsrichting die sinds de laatste voortgangsrapportage van 2023 zijn uitgevoerd.369 Eerste voortgangsrapportage 2022 Op verzoek van de gemeenteraad rapporteert het college de raad in november 2022 voor het eerst over de vorderingen van het klimaatadaptatiebeleid via een Voortgangsrapportage Klimaatadaptatie.370 Daarin wordt aangegeven dat vanaf 2022 een jaarlijkse rapportagecyclus zou worden gehanteerd.371 De rapportage gaat niet alleen over de voortgang van de activiteiten, maar ook over de richting die het college op wilde gaan op het gebied van klimaatadaptatie.372 De rapportage krijgt

hiermee een bredere functie dan enkel informeren over de voortgang, namelijk ook evaluatie en bijsturing. Hieronder bespreken we globaal de inhoud van de voortgangsrapportages 2022 - 2024. De Voortgangsrapportage 2022 biedt een overzicht van de voortgang van de activiteiten uit de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie.373 Daarnaast wordt in de rapportage de voortgang van de vijf oplossingsrichtingen uit de Strategie Klimaatadaptatie gepresenteerd, met een toelichting op de behaalde resultaten.374 Van de 59 activiteiten uit de activiteitenkalender zijn 19 voltooid, 12 doorlopend, 24 op schema, 2 vertraagd en 2 nog niet gestart.375

77

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

De meest concrete resultaten zijn daarbij onder andere voor de oplossingsrichting Structurele integratie met de Hemelwaterverordening en het Omgevingsprogramma Riolering 2022-2027 waarin normen opgenomen voor de hoeveelheid regen zowel bebouwing als de openbare ruimte moeten kunnen opvangen.376 Voor de oplossingsrichting Samen en in gesprek met de stad is de netwerkaanpak Rainproof uitgebreid naar de thema’s droogte, hitte en overstromingen. Daarnaast hebben Amsterdammers 170.000 tegels gewipt en zijn subsidieregelingen voor groene daken, gevels en blauw-groene daken ingezet.377 Voor de oplossingsrichting Kansrijke projecten is 3.300 m2 groen toegevoegd aan schoolpleinen, zijn 50 daken van het gemeentelijke vastgoed vergroend en zijn 25 nieuwe groene plekken gecreëerd. 378 Bij oplossingsrichting Kennisdeling en communicatie is lesmateriaal ontwikkeld voor middelbare scholen en is kennis gedeeld met externe partners over de vertaling van de KNMI’23- klimaatscenario’s naar een stedelijke omgeving.

379 Voor de oplossingsrichting Onderzoeken en monitoren is een hitterisicokaart ontwikkeld en is een thematische studie waterveiligheid uitgevoerd, waarvan de resultaten zijn gebundeld in het dashboard Klimaatadaptatie.380 Het college concludeert in de voortgangsrapportage dat ondanks dat er al veel in gang is gezet er nog een grote uitdaging resteert om Amsterdam te wapenen tegen klimaatverandering.381 Het college stelt ook dat nog veel werk te verrichten is om de ambitie voor 2050 te bereiken en dat de stad nu nog onvoldoende voorbereid is op de kans op extreme weersomstandigheden.382 Volgens het college is met de uitvoeren van de activiteiten uit de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie een eerste kleine stap gezet om de ambitie uit de Strategie Klimaatadapatie te realiseren.383 Snelle en flexibele aanpassingen zouden nodig zijn, en klimaatadaptatie zou standaard onderdeel moeten worden van de gemeentelijke activiteiten.

Door beperkte (financiële) middelen stelt het college dat het zou moeten prioriteren door inzet te plegen daar waar de nood voor klimaatadaptatie het hoogst is.384 De rapportage kijkt ook vooruit naar de komende periode, waarbij in ieder geval aandacht is voor de KNMI'23-klimaatscenario's.385 386 Het college noemt in het document dat het al analyses heeft voorbereid, zodat de gemeentelijke aanpak snel na publicatie van de KNMI'23-scenario's waar nodig aangepast zou kunnen worden.387 De gemeentelijke aanpak is ten tijde van het onderzoek nog niet aangepast. Tweede voortgangsrapportage In november 2023 volgde een tweede voortgangsrapportage. Ook hierin wordt gerapporteerd over de voortgang van de vijf oplossingsrichtingen uit de Strategie en op de activiteiten uit de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie. Dit keer wordt voortgeborduurd op de resultaten die zijn behaald sinds de voortgangsrapportage uit 2022.

Het college stelt op basis van de rapportage dat er al veel is gerealiseerd en dat de meeste maatregelen uit de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie op schema liggen of zijn afgerond.388 Van de 59 maatregelen waren er 30 voltooid.389 Van de overige 29 lopende activiteiten lagen er 9 achter op schema, vaak doordat er vervolgonderzoek vereist was of er aanvullende acties nodig waren die niet van tevoren waren voorzien.390 Daarnaast wordt benoemd dat in 2023 klimaatadaptatie verder is geïntegreerd in de processen.391 Zo was klimaatadaptatie intussen een vereiste geworden in de Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte (USTOR) voor het onderhoud van de openbare ruimte en is de QuickScan Klimaatadaptatie ingevoerd. De QuickScan heeft voor 45 projecten vroegtijdig inzicht gegeven in de mogelijkheden om klimaatadaptief te werken.392 In het gesprek met de ambtelijke organisatie is benoemd dat in 2023 voor circa 100 projecten een QuickScans is uitgevoerd.393 Ook wordt benoemd dat in mei 2023 de eerste versie van het Dashboard Klimaatadaptatie is gepresenteerd. Het dashboard toont wat weersextremen voor

78

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Amsterdam zouden betekenen in termen van klimaatstress en klimaatrisico’s.394 Tot slot benoemt het college in de rapportage dat de maatregelen die zijn genomen, niet genoeg zullen zijn om Amsterdam goed voor te bereiden op het toekomstige klimaat.395 Uit de voortgangsrapportage komt niet duidelijk naar voren op basis van welke argumenten het college dit zegt. Het college geeft aan zo snel mogelijk de raad te informeren over de extra stappen die gezet moeten worden om dit aan te pakken.396 Agenda Klimaatadaptatie 2024-2026 Op 4 juni 2024 is de Agenda Klimaatadaptatie 2024-2026 door het college vastgesteld. Hierin geeft het college een korte terugblik op de acties die sinds het najaar van 2023 zijn uitgevoerd, na de voortgangsrapportage 2023. Deze terugblik volgt wederom de vijf oplossingsrichtingen uit de Strategie.

Voor de oplossingsrichting Structurele Integratie wordt gesteld dat de eerder opgestelde klimaatrisicokaarten gebruikt worden voor de prioritering van beheer en onderhoud in de openbare ruimte.397 Er zijn onder andere afspraken met woningcorporaties gemaakt om een samenwerkingsagenda voor klimaatadaptatie op te stellen.398 De Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland heeft klimaatverandering als prioritair risico opgenomen in het Regionaal Risicoprofiel van 2025-2028.399 Bij de oplossingsrichting Klimaatadaptatie in projecten (voorheen Stimulering en ondersteuning van kansrijke projecten genoemd) zijn onder andere op de Zeeburgerkade, Belgiëplein, sportpark Buiksloterbanne en Tuindorp Oostzaan, en MGR Bekkersschool klimaatadaptieve maatregelen getroffen.400 Ook is de pilot ‘Pluk de stad’ gestart, waarmee bewoners hun tuin kunnen vergroenen met planten uit de openbare ruimte.401 Voor drie andere oplossingsrichtingen wordt eveneens vermeld wat er is gerealiseerd. In de agenda geeft het college ook aan dat er met de KNMI’23-klimaatscenario's nieuwe informatie beschikbaar is gekomen over de gevolgen van klimaatverandering. Volgens de prognoses van het KNMI verandert het klimaat sneller en heviger dan was voorzien.

Om duiding te geven aan de nieuwe klimaatscenario's heeft de gemeente Amsterdam de Agenda Klimaatadaptatie opgesteld.402 Om in 2050 zo goed mogelijk voorbereid te zijn op het veranderende klimaat zijn er volgens het college extra maatregelen nodig. Net als structurele financiering.403 De agenda laat zien welke acties per (bestuurlijke) portefeuille uit zullen worden gevoerd in de periode 2024-2026 met de bestaande middelen en capaciteit. Met betrekking tot woningbouw worden er een aantal acties vermeld, waaronder: 

 

het vertalen van verschillende onderdelen van de landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving naar gemeentelijk beleid. De financiële gevolgen daarvan worden meegenomen in de bestuurlijke besluitvorming; het onderzoeken van alternatieve vormen van financiering voor klimaatadaptieve maatregelen binnen woningbouwprojecten; het uitvoeren van het Integraal Dakenplan. Hiermee wordt ongebruikte ruimte op daken ingezet om bij te dragen aan de grote opgaven van de stad, waaronder klimaatadaptatie.

Ook staan in agenda een aantal acties over de ruimtelijke ordening. De gemeente Amsterdam is zich er van bewust dat de juiste keuzes moeten worden gemaakt bij het ordenen en inrichten van de ruimte, zodat deze ook in de toekomst klimaatbestendig is. Ruimtelijke ordening die weinig tot geen rekening houdt met klimaatverandering, zal immers leiden tot hoge beheerkosten om deze in stand te kunnen blijven houden. Het college geeft aan dat door nu te investeren wordt voorkomen dat later reparaties nodig is. Er worden ook kansen benoemd om de stad groen, leefbaar en aantrekkelijk te maken:404 

bij ruimtelijke planning en ontwerp de regel ‘pas toe of leg uit’ toepassen voor klimaatadaptatie en het uitgangspunt ‘water en bodem-sturend’. Dit op stedelijk, gebieds- en projectniveau;

79

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

het ontwikkelen van een langetermijnvisie op Amsterdam als toekomstbestendige waterstad (2100 e.v.), in samenwerking met regionale, provinciale en landelijke partners, waarmee huidige en toekomstige acties in beeld worden gebracht; het onderzoeken van de impact van IPCC- en KNMI-klimaatscenario’s op de Omgevingsvisie 2050 en deze betrekken bij de monitoring en actualisatie van de Omgevingsvisie; het ontwikkelen van een Hoogtestrategie voor het maaiveld in de stad om water met natuurlijk verval op te vangen en af te voeren en daarmee de stad klimaatrobuuster te maken.

De agenda is ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad en op 9 oktober besproken in de raadsvergadering. In de bespreking diende de raad drie moties in, waarvan één werd aangenomen. Deze aangenomen motie (405.24) betreft de publiek-private samenwerking om regenwater niet via het riool af te voeren. Concreet wordt het college gevraagd een aanpak te ontwikkelen voor de geïdentificeerde regenwaterknelpunten, waarbij ook private grond, zoals binnentuinen, daken, industrieterreinen en bedrijven, wordt betrokken om gerichte oplossingen te vinden voor het vergroten van de waterbergingscapaciteit.405 Klimaatbestendig bouwen De acht investeringsgebieden die in de Strategie worden genoemd, waaronder klimaatbestendig bouwen, zijn geen onderdeel van de verschillende voortgangsrapportages. De voortgang in de realisatie op deze investeringsgebieden is geen onderdeel van de monitors. Hierdoor is er geen inzicht in de voortgang van de ambities voor klimaatbestendig bouwen.

5.1.2

Monitoring en bijsturing

Geen structurele ambtelijke monitoring Er vindt op gemeenteniveau nog geen monitoring plaats op de ambities van het klimaatadaptatiebeleid.406 Het Programma Klimaatadaptatie richt zich in eerste instantie op bewustwording en het inzichtelijk maken van de opgave, risico’s en mogelijke acties. We zijn in dit onderzoek geen ambtelijke voortgangsrapportages of formele overleggen tegengekomen waarin de voortgang van het klimaatadaptatiebeleid wordt gemonitord. Er is evenmin een bepaalde directie waarbinnen monitoringinformatie met betrekking tot klimaatadaptatie structureel wordt besproken. De meest direct bij klimaatadaptatie betrokken directies hebben met ondersteuning van het Programma Klimaatadaptatie een ROP opgesteld waarin zij met betrekking tot klimaatadaptatie aangeven welke risico’s zij voorzien. De ROP’s beschrijven de voortgang van de bijdrage van de directie aan de afspraken uit de Strategie Klimaatadaptatie en Uitvoeringsagenda. De opgestelde ROP’s uit 2022 dienden als bron voor de tweede voortgangsrapportage in 2023.407 De volgende stap is volgens het Programma Klimaatadaptatie een toetsing om te beoordelen of de juiste maatregelen worden genomen, of deze bijdragen aan de stedelijke doelen en of ze helpen risico’s te beperken. Ondanks dat geen structurele monitoring van de voortgang is, bestaat er wel een intentie om dit vast te leggen in een plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15784569/1