CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Onderzoeksrapport Klimaatbestendig bouwen

RAAD 10 juli 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Overnemen van de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport Klimaatbestendig bouwen. (VN2025-008204)41.014 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Dit maakt het volgens het programma mogelijk om de voortgang te monitoren en te evalueren of de genomen maatregelen daadwerkelijk effect hebben. Monitorinformatie beschijft uitsluitend de voortgang op actviteiten Tot nu toe evalueert de gemeente het klimaatadaptatiebeleid via de voortgang van uitvoeringsactiviteiten. Hierdoor is niet duidelijk wanneer de gemeente daadwerkelijk voortgang boekt of in hoeverre de ingezette maatregelen en het klimaatadaptatiebeleid in

80

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

de breedte effectief zijn. Bovendien is het onduidelijk wanneer het college bijstellingen in de aanpak noodzakelijk vindt. Wel is duidelijk dat het college actief nieuwe informatie en ontwikkelingen, zoals de KNMI'23-scenarios, gebruikt om de ambities aan te passen. In de voortgangsrapportage is aangegeven dat de nieuwe klimaatscenario’s worden geëvalueerd en kunnen leiden tot aanpassingen in focus, aanpak en doelen.408 Inzet van actuele risicokaarten om maatregelen te prioriteren In de Voortgangsrapportage 2022 geeft de gemeente aan dat zij al over veel kennis en informatie over klimaatverandering beschikt. En, daar waar informatie ontbreekt, doet de gemeente aanvullend onderzoek.409 Een voorbeeld hiervan is de hitterisicokaart. Hierin worden gegevens over de gevoelstemperatuur op buurtniveau gecombineerd met gegevens over de openbare ruimte, potentiële blootstelling aan hitte, kwetsbare groepen en het vermogen van bewoners en bezoekers om zich aan te passen aan de hitte.410 Volgens dezelfde methodiek zijn risicokaarten ontwikkelt voor de andere klimaatthema’s.

Deze informatie zal worden gebruikt om de inzet van klimaatadaptieve maatregelen te prioriteren.411 De gemeente legt de prioritering "daar waar de noden het hoogst zijn", omdat de beschikbare (financiële) middelen beperkt zijn.412 Drie focuspunten in de Voortgangsrapportage 2022 In de Voortgangsrapportage 2022 wordt aangegeven dat de eerste stappen op het gebied van klimaatadaptatie zijn gezet, maar dat er nog veel werk te doen is om in 2050 klimaatbestendig te zijn. De gemeente blijft werken aan de vijf oplossingsrichtingen uit de Strategie Klimaatadaptatie en blijft focussen op het stimuleren en ondersteunen van projecten en het integreren van klimaatadaptieve oplossingen in de gemeentelijke processen.413 Daarnaast wordt benoemd dat de gemeente zich ook steeds moet afvragen welke risico’s het wil accepteren en welke niet. Het is aldus de gemeente niet meer mogelijk alle risico’s ‘weg te adapteren’.414 Het college specificeert echter niet welke risico’s mogelijk geaccepteerd zullen worden. De ambtelijke organisatie geeft aan dat voor een risicodialoog over de schade en acceptatie van risico's meer gegevens nodig zijn en dat ook andere (externe) stakeholders betrokken moeten worden.415 Vanwege de complexiteit van klimaatadaptatie en beperkte (financiële) middelen wil de gemeente gaan prioriteren.416 Daarbij worden drie focuspunten voor de komende tijd benoemd. 1.

2.

3.

Werken waar de noden het hoogst zijn De gemeente neemt maatregelen waar de nood het hoogst is, bepaald op basis van een analyse van de gecombineerde risicokaart én de programmering van bestaande projecten.417 Deze risicokaart, die de risico’s van klimaatstress (veroorzaakt door hitte, droogte, neerslag en overstromingen) analyseert, wordt verwacht in de eerste helft van 2023. Op basis daarvan kan een besluit worden genomen over de prioritering. Klimaatadaptatie als regionale opgave Verder wordt benoemd dat gefocust wordt op regionale strategische vraagstukken, omdat de hele regio Amsterdam kwetsbaar is.418 Daarnaast spelen vraagstukken op het gebied van watersysteem, woningbouw, mobiliteit, vitale infrastructuur en economie. De gemeente zoekt de verbinding met partners in de regio, waaronder de waterschappen, om antwoord te geven op regionale strategische vraagstukken die bijdragen aan een klimaatadaptief Amsterdam. Klimaatadaptatie als domeinoverstijgende opgave Er is prioriteit voor de uitbreiding van de aanpak van het fysieke domein (openbare ruimte) naar het sociale domein (kwetsbare Amsterdammers), het economische domein (risico’s voor (financiële) schade) en het veiligheidsdomein (risico’s voor gezondheid en samenleving).

81

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Bijsturing noodzakelijk De Voortgangsrapportage 2023 geeft aan dat de KNMI-klimaatscenario’s van oktober 2023 wijzen op grotere risico’s dan verwacht, wat versnelde en urgentere maatregelen vereist.419 Dit is volgens het college ook aanleiding om de stresstesten te herzien en een bovenregionale stresstest uit te voeren.420 Het landelijke Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie ontwikkelt hiervoor een standaard methodiek. Het college wil prioriteiten stellen op basis van risicokaarten voor hitte, droogte, neerslag en overstromingen, om de meest urgente knelpunten aan te pakken en verdere acties te bepalen.421 In 2023 zijn deze kaarten ontwikkeld om de grootste knelpunten te identificeren.422 De volgende stap is het koppelen van de risicokaarten aan de beheercyclus, zodat gerichte klimaatadaptieve maatregelen genomen kunnen worden. De rapportage benadrukt dat zo snel mogelijk moet worden bekeken welke extra stappen genomen moeten worden om klimaatadaptatie met de noodzakelijke urgentie aan te pakken.

Huidige maatregelen schieten tekort voor klimaabestendigheid in 20250 De tweede voortgangsrapportage (2023) benoemt dat de huidige acties uit de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie niet genoeg zijn om Amsterdam goed voor te bereiden op het toekomstige klimaat.423 De geïdentificeerde acties komen voort uit bestaande organisatiestructuren en programmering en worden beperkt door de beschikbare (financiële) middelen.424 Om de stad veilig en leefbaar te houden, is er volgens het college meer nodig. Lange termijn benodigdheden worden in kaart gebracht In de Agenda Klimaatadaptatie 2024-2026 onderstreept het college opnieuw dat de activiteiten die genoemd worden in de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie onvoldoende zullen zijn om Amsterdam in 2050 goed voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering.425 De stad moet zich continu aanpassen, maar mist hiervoor volgens het college een passende, structurele organisatie en financiering.426 De agenda laat zien welke acties er de komende jaren worden ondernomen. Voor de periode 2024-2026 wil de gemeente per portefeuille ook de lange termijn benodigdheden voor klimaatadaptatie inzichtelijk maken ter voorbereiding op de nieuwe coalitieperiode.427 Dit zal gebeuren in lijn met landelijke ontwikkelingen, zoals de herijking van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie in 2026, op basis van nieuwe stresstesten.

Volgens het college zal klimaatverandering in de toekomst ertoe kunnen leiden dat er fundamentele keuzes gemaakt moeten worden over de taken en verantwoordelijkheden van de gemeente. Dergelijke vraagstukken worden meegenomen in een herijking van de Strategie Klimaatadaptatie in 2026.428

5.2 Informatievoorziening aan de raad Norm: de informatievoorziening aan de gemeenteraad is toereikend. In deze paragraaf bespreken we in hoeverre:  

De beleidsdoelen zijn afgestemd met de gemeenteraad; De gemeenteraad tijdig en volledig wordt geïnformeerd over de realisatie van de ambities en over wijzigingen in de beleidsdoelen.

82

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

5.2.1

De betrokkenheid van de raad

5.2.2

Kwaliteit van de informatievoorziening

Het beleid is vastgesteld door het college Het college heeft op 28 mei 2019 de bestuursopdracht Klimaatadaptatie vastgesteld. De Strategie Klimaatadaptatie werd op 4 februari 2020 door het college vastgesteld en vervolgens ter kennisname naar de raad gestuurd. De strategie is tijdens de raadsvergadering van 10 en 11 juni 2020 geagendeerd en besproken. Naar aanleiding hiervan heeft de raad twee moties aangenomen: één over een onderzoek naar een norm voor waterberging (motie 697) en één over maatregelen op eigen terrein (motie 696). De Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie is eveneens door het college vastgesteld en op 20 april 2021 ter kennisname naar de raad gestuurd. Het is op 6 oktober 2021 tijdens de raadsvergadering besproken waarop geen moties zijn ingediend. In de voordrachten van de Strategie en Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie wordt aangegeven dat er geen financiële consequenties met zich meebrengen, en er worden dan ook geen extra financiële middelen gevraagd voor de uitvoering.

In het licht van de kaderstellende taak van de gemeenteraad is het nodig dat het college de raad periodiek over de voortgang informeert. Deze informatie moet betrouwbaar zijn, zodat de raad in staat is haar controlerende en kaderstellende functie uit te oefenen en eventueel het college te verzoeken bij te sturen indien nodig. Aangezien klimaatadaptatie in meerdere programma’s van de begroting en jaarrekening wordt behandeld, richten we ons hier uitsluitend op de integrale voortgangsrapportages. Geen voortgangsinformatie over ambities De ambities zijn vastgelegd in de Strategie Klimaatadaptatie. Uit het onderzoek blijkt niet dat de gemeenteraad door het college periodiek wordt geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van de ambities van het klimaatadaptatiebeleid. Jaarlijkse voortgangrapportages over de uitvoering van de acties Het college informeert de raad jaarlijks over de voortgang van het Uitvoeringsprogramma door middel van een voortgangsrapportage. Tot nu toe zijn er twee voortgangsrapportages uitgebracht (in november 2022 en 2023). Daarnaast wordt er over de voortgang gerapporteerd in de Agenda Klimaatadaptatie.

De voortgangsrapportage en de agenda zijn ter kennisname aangeboden aan de raad en geagendeerd in raadscommissies en raadsvergaderingen.bb Dashboard Klimaatadaptatie In mei 2023 presenteerde het college een eerste versie van het Dashboard Klimaatadaptatie.429 De aanleiding was een verzoek van de raad tijdens de bespreking van de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie om meer inzicht te krijgen in de klimaatbestendigheid van de stad. Het dashboard moet beter inzicht geven in de kwetsbaarheid van Amsterdam voor klimaatverandering, de inspanningen, de klimaatbestendigheid en het monitoren van de voortgang. Het is daarmee een tool die ondersteunt en richting geeft bij het klimaatbestendig maken van de stad.430 In het dashboard is de informatie over klimaatadaptatie gebundeld. In deze eerste versie van het dashboard zijn de bestaande stresstestkaarten opgenomen.431 De stresstesten geven

bb

De Voortgangsrapportage 2022 is geagendeerd in de raadsvergadering van 15 februari 2023, de

Voortgangsrapportgage 2023 in de raadsvergadering van 15 januari 2024. De Agenda klimaatadaptatie is geagendeerd in de raadsvergadering van 9 oktober 2024.

83

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

inzicht in de kwetsbaarheid van Amsterdam op de klimaatthema's hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen.432 Het dashboard geeft naast de stresskaarten een overzicht van de meest opvallende recente klimaatadaptieve projecten.433 De inspanningen betreffen de projecten vanuit de Impulsregeling (17), Kansrijk project (11), RESILIO (12) en acties uit de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie (12). Het dashboard zal geleidelijk verder worden aangevuld.434 In de Agenda Klimaatadaptatie staat dat het dashboard in de afgelopen periode is geüpdatet met aanvullende informatie, waaronder de risicokaarten.435 Om welke aanpassingen het precies gaat, is niet duidelijk. In het dashboard zelf staat dat het nog steeds een eerste versie betreft. Hoewel het dashboard momenteel inzicht biedt in de risico’s en kwetsbaarheden met betrekking tot klimaatadaptatie, geeft het nog geen informatie over de klimaatbestendigheid van de stad. Hierdoor draagt het dashboard op dit moment nog niet bij aan de navolgbaarheid van het beleid voor klimaatbestendigheid. Binnen de ambtelijke organisatie wordt de informatie op het dashboard onder andere gebruikt voor het maken van de quickscans voor projecten.436 Ook wordt het dashboard ingezet voor kennisdeling en bewustwording, onder andere via het leertraject klimaatadaptatie.

De risicokaarten op het dashboard worden gebruikt voor de programmering van onderhoudswerkzaamheden in de stad. Overige informatie met betrekking tot klimaatadaptatie Op 10 oktober 2023 ontving de raad een raadsinformatiebrief, waarin het college de raad informeert over de nieuwe klimaatscenario’s van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) en wat deze betekenen voor Amsterdam.437 Daarnaast ontving de raad pop 19 juni 2024 een brief naar aanleiding van mondelinge vragen over het verkrijgen van inzicht in de benodigde financiële middelen voor klimaatadaptatie.438 Deze brief werd besproken bij de behandeling van de Agenda Klimaatadaptatie 2024-2026 in de commissie Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water op 4 juli 2024, maar niet in de raadsvergadering. In de brief geeft het college informatie over in de financiële middelen voor klimaatadaptatie. De brief noemt eerder genoemde middelen (zoals de coalitiemiddelen, € 2 miljoen uit de rioolheffing voor regenbestendige maatregelen, € 5,5 miljoen cofinanciering van het Rijk voor 18 geselecteerde projecten, en € 5 miljoen EU-subsidie voor Tuindorp Oostzaan (zie hoofdstuk 4). Het college wijst in de brief ook erop dat klimaatadaptatie vaak niet expliciet in de begroting wordt vermeld en dat uitvoering afhankelijk is van bestaande budgetten.

Er is behoefte aan meer inzicht in de totale financiële benodigdheden, maar door de verwevenheid met andere domeinen is een volledig totaalbeeld moeilijk te geven. Het college werkt aan het inzichtelijk maken van de benodigdheden per portefeuille voor de volgende coalitieperiode. Op 20 december 2024 volgde een brief over de aanpak van de meest urgente knelpunten voor klimaatadaptatie.439 Deze aanpak is een uitwerking van motie 510.23, ingediend door Bakker en Van Renssen, die werd aangenomen na de raadsbespreking van het Dashboard Klimaatadaptatie op 19 juli 2023. In de motie verzocht de raad het college om de meest urgente knelpunten in de stad met betrekking tot extreme hitte, droogte, overstroming en wateroverlast te identificeren en te zoeken naar koppelkansen binnen de beheercyclus van de openbare ruimte. De brief vermeldt 14 buurten waar hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen grote risico’s vormen. Voor de grootste knelpunten is onderzocht hoe deze aangepakt kunnen worden. In 2024 is deze aanpak toegepast voor drie buurten (cluster Slotervaart-Zuid, cluster Banne-Buiksloot en cluster BijlmerOost) en onderzocht welke extra klimaatadaptieve maatregelen nodig zijn. De kosten van de maatregelen wordt geschat op circa 15 miljoen euro. Hiervoor is vooralsnog geen dekking in de begroting. Voor de overige

84

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

11 buurten wordt in 2025 en 2026 dezelfde aanpak doorlopen. De knelpunten en oplossingen zullen aan de raad worden voorgelegd. Voorts zijn raadsbrieven verstuurd over de afdoening van aangenomen moties, waaronder de brief van 15 september 2023 over de afdoening van de motie (459) inzake een betere klimaatbestendigheid bij het planten en/of herplanting van bomen in Amsterdam (19 juli 2023)440, en de brief van 8 december 2021 over de motie (265) met betrekking tot de vaststellen van de Hemelwaterverordening Amsterdam441. In de laatste genoemde brief concludeert het college dat de financiële impact van de ophoging van de norm voor een regenbui van 60 naar 70 mm in de Hemelwaterverordening te groot is om de motie uit te kunnen voeren binnen de beschikbare middelen. Op 22 november 2023 stuurde het college een brief over de afhandeling van zes raadsmoties met betrekking tot klimaatadaptatie. 442 Een van deze moties was motie 69, ingediend door de leden Van Renssen, Noordzij en Krom, waarin het college werd gevraagd de kosten in kaart te brengen van de (materiële) schade (aan de openbare ruimte) als gevolg van hevige neerslag (zoals een regenbui van 90 mm/uur). Ook werd gevraagd te onderzoeken hoe de kosten van andere vormen van schade, zoals schade aan infrastructuur, groen in eigendom van Amsterdam en woningen en gebouwen, inzichtelijk gemaakt kunnen worden.

Het college geeft in de beantwoording aan de raad een inschatting van de kosten van wateroverlast. cc Deze zijn als volgt: 

Bij een bui van 70 mm/uur wordt de directe schade geschat op € 483 miljoen. Daar komt nog indirecte schade van 162 miljoen bij, wat neerkomt op een totaal van € 646 miljoen. Bij een bui van 90 mm/uur loopt dit op tot € 704 miljoen directe schade en € 232 miljoen indirecte schade, een totaal van € 936 miljoen.

Inzicht in de kosten van andere vormen van schade is er (nog) niet, omdat de bestaande methoden voor het inzichtelijk maken van klimaatgerelateerde schade nog (te) veel onzekerheden zouden bevatten. Het college geeft aan dat de uitkomsten van dit onderzoek de noodzaak om de stad klimaatbestendig in te richten onderstrepen en tegelijk de complexiteit aantonen van het vertalen van schade naar kosten.dd Daarnaast zijn er andere moties met betrekking tot klimaatadaptatie afgedaan, zoals de motie (023) over het intensiveren van hittemaatregelen (24 januari 2024), de motie (405) over de publiek-private samenwerking om te voorkomen dat regenwater via het riool wordt afgevoerd (9 oktober 2024), en motie (871) over de pilot voor het gebruik van regenwater bij huishoudelijke activiteiten (6 november 2014).ee

cc

De schadekosten van wateroverlast zijn geraamd met de Wolkbreukschadeschatter van TAUW, gebaseerd

op twee extreme neerslaggebeurtenissen in Amsterdam (70 mm/uur en 90 mm/uur). De schadeschatting is een benadering. De schatting maakt onderscheid tussen directe kosten (schade aan panden en de schoonmaakkosten van wegen) en indirecte kosten (zoals de kosten van onbereikbaarheid van plus- en hoofdnetten). Deze schatting is slechts een gedeeltelijke weergave van de werkelijke schade, aangezien andere indirecte schadeposten, zoals de toename in verkeersongevallen, schimmel in woningen of het uitvallen van vitale en kwetsbare infrastructuur, niet zijn meegenomen. dd

De ambtelijke organisatie geeft aan dat er begin 2025 een onderzoek is gestart naar de kosten van

klimaatadaptieve maatregelen, de kosten van de schade als we niets doen en naar waar de baten liggen. ee

Motie 023 is afgedaan met de raadsbrieven van 28 mei 2024 en 4 juni 2024. Motie 405 is afgedaan in de

knelpuntenaanpak klimaatadaptatie, die op 20 december 2024 naar de raad is gestuurd. Motie 871 is al afgedaan op 29 mei 2015.

85

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Tot slot zijn op verschillende momenten vragen van raadsleden, gesteld tijdens raadsvergaderingen, schriftelijk door het college beantwoord. Een voorbeeld hiervan is een raadsbrief verzonden op 16 september 2024 als reactie op twee toezeggingen over het Amsterdamse Hitteplan.443 Monitor Groen 2022 Naast de integrale voortgangsrapportage wordt de raad geïnformeerd via de Monitor Groen, die we hier noemen omdat groen een belangrijk instrument is voor het klimaatbestendig maken van de stad. De monitor komt voort uit de Groenvisie 2020-2050 en de Omgevingsvisie 2050. De gemeente maakt in de monitor echter geen directe koppeling met de Strategie en Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie. De Monitor Groen 2022 (november 2023) brengt het groen in Amsterdam voor het eerst integraal in kaart vanuit een breed perspectief.444 Daarbij wordt ook ingegaan op de waarde van groen voor klimaatadaptatie. Daarbij worden twee indicatoren beschreven voor de potentiële waarde van groen voor klimaatadaptatie: het infiltratievermogen van de grond en het vermogen om hitte te verminderen.445 Hier worden onder andere kaarten getoond van de verhouding verhard en onverhard in functionele gebieden in Amsterdam, en het aandeel landoppervlak dat bedekt is door bomen die schaduw geven.

Tot slot worden de indicatoren samengenomen om voor elk groengebied in de stad tot één index voor klimaatadaptatie te komen.446 Deze index geeft aan in welke mate het groen in potentie een bijdrage kan leveren aan de klimaatadaptatie van dit gebied. Er worden enkel voor het jaar 2022 cijfers gegeven; er zijn geen vergelijkbare cijfers uit eerdere jaren, waardoor geen veranderingen door de jaren heen zichtbaar zijn. Tevens wordt geen concrete link gemaakt met de doelstellingen en ambities uit het klimaatadaptatiebeleid. Ook komen droogte en overstroming niet aan de orde. De ambtelijke organisatie geeft aan dat de Monitor Groen 2022 de eerste versie was en dat gewerkt wordt aan een verfijning, ook op het gebied van klimaatadaptatie. Dit omvat bijvoorbeeld het toevoegen van meer data en het mogelijk maken om een trend te tonen van de waarde van groen in relatie tot klimaatadaptatie in Amsterdam. Begroting en jaarverslag Klimaatadaptatie wordt niet altijd expliciet gelabeld in de begroting en het jaarverslag van de gemeente en is versnipperd ondergebracht in meerdere programma's en programmaonderdelen.

Zo komt het terug in de programma's Bouwen, Wonen en Duurzaamheid (programmaonderdeel: Duurzaamheid en Milieubeheer), en Openbare ruimte, Water, Groen en Vervoer (programmaonderdelen: Verkeer, vervoer en parkeren, Beheer en onderhoud openbare ruimte, en Groen en dierenwelzijn).447 Ook wordt klimaatadaptatie genoemd binnen het programma Bestuur en organisatie (programmaonderdeel: Facilitair werken in de fysieke leefomgeving).448 Daarnaast wordt klimaatadaptatie in de hoofdlijnen van de begroting genoemd.449 De doelrealisatie is alleen op basis van de indeling van de begroting en jaarverslag navolgbaar. Klimaatadaptatie wordt daarbij bij verschillende doelen genoemd, maar er is geen rechtstreekse relatie met de ambities uit de Strategie.

86

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

6

Klimaatbestendig bouwen in de praktijk In dit hoofdstuk beantwoorden we de derde deelvraag:

Welke instrumenten en klimaatadaptieve maatregelen zijn in de geselecteerde casussen toegepast voor klimaatbestendige bouw, wat waren de afwegingen en welke lessen en kansen kunnen uit de huidige opzet en uitvoering van klimaatbestendige bouw worden geleerd? We gingen aan de hand van vier casussen na welke keuzes zijn gemaakt en welke ervaringen er zijn opgedaan bij het realiseren van klimaatadaptieve maatregelen in nieuwbouwprojecten. We brengen ook in kaart welke lessen (kansen en knelpunten) deze casussen bevatten voor de toekomstige klimaatbestendige woningbouw in Amsterdam. De focus ligt daarbij op de keuzes voor instrumenten en maatregelen en de afwegingen die daarbij gemaakt zijn.

Conclusie

Uit het casusonderzoek blijkt dat de gemeente Amsterdam tot nu toe vooral juridische en beleidsmatige instrumenten gebruikt om klimaatadaptieve maatregelen te stimuleren. Namelijk bestemmingplan, waterneutrale bouwenvelop en kavelpaspoort. De uitzondering hierop is de Hemelwaterverordening waarin wel een hogere norm voor waterberging is opgenomen dan wettelijk is vereist. Wat betreft rolinvulling positioneert de gemeente zich dus voornamelijk als de rechtmatige overheid. In (veel) mindere mate kiest de gemeente de rol van samenwerkende of presterende gemeente. In de uitwerking van klimaatbestendig bouwen hecht de gemeente sterk aan vastlegging in beleid, regels, procedures en aan naleving van afspraken. De overwegingen hiervoor zijn niet expliciet, maar mogelijk terug te herleiden naar het ambitieniveau van de gemeente. Volgens dit beleid richt de gemeente zich op de wettelijke eisen. De belangrijkste lessen uit het casusonderzoek zijn dat klimaatbestendig bouwen gedragen moet worden door duidelijke gemeentelijke ambities en voldoende financiële ruimte. Verder is het nodig dat alle partijen inzicht hebben in de specifieke klimaatrisico’s van het plangebied, zodat de juiste maatregelen de aandacht krijgen. Ook maakt de stapeling van duurzaamheidseisen en ambities dat projectontwikkelaars onvoldoende de juiste prioriteiten kunnen stellen.

Tenslotte geldt dat klimaatadaptatie wel aan de orde komt, maar vooral vanuit waterberging en als er door groen- blauwe maatregelen hiervoor ook winst wordt geboekt. Hetzelfde geldt voor maatregelen vanuit ruimtelijke kwaliteit. Klimaatadaptatie is dan wel geen primair uitgangspunt, maar de maatregelen hebben wel dit effect. De meeste instrumenten en maatregelen zijn nu gericht op het voorkomen van wateroverlast. Andere klimaatrisico’s zoals hitte en droogte krijgen nog weinig aandacht. Het gemeentebrede thema kansengelijkheid zien wij niet terug in het casusonderzoek. Hier is in de projectteams geen specifieke aandacht naar uitgegaan.

87

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Onderzoeksperiode 2018-2023 Voor het casusonderzoek hebben wij gebiedsontwikkelingsprojecten geselecteerd die zijn geïnitieerd en/of uitgevoerd in de periode 2018-2023. Als start hebben wij benoemd de datum van vaststelling van het investeringsbesluit door de gemeenteraad. Deze periode is gekozen omdat in 2018 de eerste klimaatkaarten zijn uitgekomen en het Deltaprogramma 2018 is gepubliceerd. Hierin hebben overheden de urgentie uitgesproken om klimaatadaptatie te versnellen en te intensiveren. Binnen de gemeente Amsterdam is in 2019 de bestuursopdracht Klimaatadaptatie vastgesteld naar aanleiding van de studie van het KNMI naar de gevolgen van extreem weer in de metropoolregio Amsterdam. Met de bestuursopdracht startte het college met het verbinden van de ontwikkeling van de stad met de aanpassing van de stad aan de gevolgen van extreem weer. De bevindingen in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de afzonderlijke casusrapporten waarin ook de bronvermelding is opgenomen.

6.1 Gebiedsontwikkeling nieuwbouwprojecten 6.1.1

Typering van de casusprojecten

In de gebiedsontwikkeling in Amsterdam is sprake van drie verschillende typen projecten, namelijk: 1. 2. 3.

Gemeentelijke locaties: gebieden waar – met name – de gemeente in erfpacht grond uitgeeft voor woningbouw; Transformatiegebieden: gebieden waar – met name – bestaande erfpachters/ eigenaren kantoren transformeren naar woningen; Stedelijke vernieuwing: ontwikkelbuurten waar – met name – corporaties hun bezit vernieuwen door sloop en nieuwbouw of renovatie.

De bovenstaande indeling is van belang vanuit het gezichtspunt van de gemeentelijke bevoegdheden en instrumenten. Afhankelijk van het type gebiedsontwikkeling heeft de gemeente meer of minder (publiekrechtelijke en privaatrechtelijke) instrumenten om klimaatadaptieve maatregelen te stimuleren en af te dwingen. Aanvullend op de formele bevoegdheden kan de gemeente kiezen voor organisatorische of beleidsmatige instrumenten om haar ambities op het gebied van klimaatadaptatie te bereiken. Onderstaande het overzicht van de vier gebiedsontwikkelingen die onderdeel zijn van het casusonderzoek

Tabel 6.1 – Samenstelling casusonderzoek Plangebied

Sloterdijk

Hamerkwartier

Strandeiland

H-buurt Midden

Type

Transformatie

Stedelijke vernieuwing

Gemeentelijke locatie

Gemeentelijke locatie

Stadsdeel

Nieuw-West

Noord

Oost

Zuidoost

Woningen

7.500 sociale - en middenhuur en huur vrije sector

7.500 sociale - en middenhuur en koop

8.000 sociale- en middenhuur en koop

500 sociale - en, middenhuur

Stationskwartier

88

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Plangebied

Sloterdijk

Hamerkwartier

Strandeiland

H-buurt Midden

Uitvoering: aanbesteding

Uitvoering: ontwerpfase

Uitvoering: voorbereiding aanbesteding

Stationskwartier Fase

Uitvoering: deelprojecten zijn opgeleverd.

Bron: Rekenkamer Amsterdam, Casusonderzoek Klimaatbestendig bouwen

6.1.2

Korte casusbeschrijving

Deze paragraaf bespreekt kort de onderscheidende kenmerken van de geanalyseerde casussen. De casussen zijn meer in detail uitgewerkt in de afzonderlijke casusrapporten. Sloterdijk Stationskwartier Het plangebied van Sloterdijk Stationskwartier ligt in stadsdeel Nieuw-West.

Figuur 6.1 - Ligging plangebied Sloterdijk Stationskwartier

Bron: Rekenkamer Amsterdam, Onderzoek Klimaatbestendig bouwen, Casusrapport Sloterdijk Stationskwartier, p. 5.

Sloterdijk Stationskwartier betreft grotendeels een transformatieproject, waarbij kantoren worden omgebouwd tot woningen. De doelstelling van de gebiedsontwikkeling is het realiseren van een groen en hoog stedelijk woon-werkgebied. Het gebied is in het verleden ontwikkeld als kantorengebied. Tijdens de economische crisis (2008) kende het gebied een periode van leegstand. De beschikbare kavels in het gebied zijn uiteindelijk nooit allemaal uitgegeven De gemeente heeft nog grondposities in het plangebied en kan voor de ontwikkeling van nieuwe gebouwen kavels in erfpacht uitgeven.450

89

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

De keuze voor woningbouw in Sloterdijk Stationskwartier is gemaakt in 2011. Bij het vaststellen van de Structuurvisie (2011) werd Sloterdijk Stationskwartier aangewezen als een van de te verdichten gebieden. In het Bestemmingsplan Sloterdijk Centrum (2013) zijn de uitgangspunten voor het gebied uitgewerkt en is woningbouw opgenomen als onderdeel van het bestemmingsplan. In Sloterdijk Stationskwartier worden tot 2040 maximaal 7.500 nieuwe woningen ontwikkeld. Ons onderzoek zoomde binnen de gebiedsontwikkeling Sloterdijk- Stationskwartier in op twee projecten, Vertical (projectontwikkelaar Heijmans) en Lycka van (woningcorporatie Eigen Haard). Beide projecten zijn intussen afgerond en de woningen zijn bewoond. Lycka is opgeleverd in 2021 en Vertical in 2023. Het project Lycka omvat 118 sociale huurwoningen. Vertical bestaat uit 168 vrije-sector woningen.451 De besluitvorming Sloterdijk Stationskwartier verliep in hoofdlijnen volgens onderstaand schema:

90

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Figuur 6.2 - Tijdlijn besluitvorming Sloterdijk Stationskwartier

Bron: Rekenkamer Amsterdam, Casusrapport Sloterdijk Stationskwartier, p. 7.

91

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Klimaatrisico’s van het plangebied Uit het casusonderzoek blijkt dat voor Sloterdijk Stationskwartier geen grote klimaatrisico's zijn benoemd. Er zijn verschillende locaties in het plangebied die kwetsbaar zijn voor wateroverlast. Dit komt primair omdat deze gebieden lager gelegen zijn waardoor de grondwaterstand hoger is. De kans op wateroverlast wordt mede veroorzaakt door opstuwing als gevolg van kelderbouw en wordt versterkt door de huidige klimaatscenario's.452 Over de klimaatrisico's droogte, hitte en overstroming in het plangebied is weinig beschreven. In algemene zin wordt gesproken van een hitte-eiland effect in de stedelijke omgeving, maar er wordt niet ingegaan op het risico van hittestress in het plangebied.453 De klimaatkarakteristiek is het resultaat van diverse analyses en modelleringen. Uit de Rainproof knelpuntenkaart bleek dat sommige locaties binnen het plangebied Sloterdijk Stationskwartier kwetsbaar zijn voor wateroverlast.ff Uit de knelpuntenanalyse bleek er minstens én extreem urgent knelpunt te zijn in Sloterdijk Stationskwartier. Bij hevige regenbuien kan hier ernstige schade optreden aan bijvoorbeeld vastgoed, vitale infrastructuur, ziekenhuizen en musea en ook kans op ernstige verkeershinder in het gebied.

Voor dit zeer urgente knelpunt heeft het programma Rainproof een factsheet opgesteld waarin de kans op schade en knelpunten bij extreme regenbuien is opgenomen. De Milieu Effectrapportage (MER) Haven-Stad, waar Sloterdijk Stationskwartier deel van uit maakt) heeft aangetoond dat het realiseren van een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem nodig is om extreme buien te kunnen opvangen. Met een grondwatertoets zijn de effecten van de planontwikkelingen (verharding en onderkeldering) op de grondwaterhuishouding in beeld gebracht. Hierbij is niet alleen rekening gehouden met de toen geldende klimaatomstandigheden, maar ook met de toen bekende scenario's voor de middellange (WH2050) en lange termijn (WH2085). Op grond hiervan is het advies om op te hogen, grondverbetering toe te passen, kelders grondwaterneutraal aan te leggen en eventueel ontwateringsmaatregelen (zoals een DIT riool) toe te passen. De detailbeschrijving en bronvermelding zijn opgenomen in het casusrapport Sloterdijk Stationskwartier. Strandeiland Het plangebied Strandeiland ligt in IJburg, Amsterdam-Oost. Strandeiland maakt deel uit van de IJburgarchipel, een groep van kunstmatige eilanden in het IJmeer. Op Strandeiland worden in totaal 8.000 nieuwe woningen ontwikkeld. Strandeiland is een gemeentelijke locatie. De grond is in eigendom van de gemeente Amsterdam en wordt in erfpacht uitgegeven.

Er zijn geen andere partijen met een grondpositie in het gebied.454 De keuze voor woningbouw in Strandeiland is gemaakt in 1996 toen de gemeente besloot om IJburg aan te leggen. Strandeiland maakt onderdeel uit van IJburg fase 2.455 De besluitvorming Strandeiland verliep in hoofdlijnen volgens onderstaand schema:

ff

Dit knelpunt ligt grotendeels in Sloterdijk 2. Het gedeelte dat ligt in Sloterdijk Centrum zijn het Carascoplein

en Piarcoplein.

92

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Figuur 6.3 - Tijdlijn besluitvorming Strandeiland

Bron: Rekenkamer Amsterdam, Casusrapport Strandeiland, p. 6.

Klimaatrisico’s van het plangebied Strandeiland wordt regenbestendig ontwikkeld zodat de locatie bestand is tegen periodes van droogte, hevige regenval en storm. Dit is een algemeen geformuleerd uitgangspunt voor de klimaatrisico's van het plangebied.456 De focus ligt hierbij op de klimaatrisico's wateroverlast en overstroming.

93

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Uit de uitgevoerde analyses en rekenmodellen (Rainproof en Hemelwatermodellering) blijkt dat Strandeiland gevoelig is voor wateroverlast.457 Bij de ontwikkeling van Strandeiland gaat veel aandacht uit naar het beperken van wateroverlast. Er is bij de aanleg van het eiland voor gezorgd dat het water goed weg kan en hemelwater niet wordt afgevoerd via het riool maar geïnfiltreerd in de bodem. Ook is een goed doorlatend zandpakket aangebracht. De plannen voor de inrichting van de openbare ruimte bevatten ook diverse maatregelen voor het bergen en infiltreren van hemelwater, zoals wadi's. Droogte is een aandachtspunt binnen de gebiedsontwikkeling van Strandeiland. Door de maatregelen om het risico op wateroverlast te beheersen (via waterberging en waterafvoer) kan er juist droogte ontstaan in periodes wanneer er weinig regen valt. Bij Strandeiland is tot nu toe minder aandacht besteed aan het vasthouden van water. Een goede grondwaterstand is echter een belangrijke voorwaarde voor een gezonde groene omgeving. Op Strandeiland is er veel groen gepland in verband met het tegengaan van hittestress. Het projectteam is zich ervan bewust dat hier nog specifieke maatregelen voor moeten worden getroffen. Deze worden opgenomen in het Plan Openbare Ruimte. Analyses om de klimaatrisico's ten aanzien van hitte en droogte vast te stellen zijn niet uitgevoerd.

Ten aanzien van hitte is de overweging dat er nog onvoldoende bekend is om het risico op hitte-stress en/of het ontstaan van stedelijke hitte-eilanden te bepalen. Wel zijn er ten aanzien van hitte, ambities en doelstellingen opgenomen in het Investeringsbesluit, het Stedenbouwkundig Plan en het Plan Openbare Ruimte. Dit is gebaseerd op het eerder genoemde algemeen uitgangspunt. Het college wil hitte-eilanden op Strandeiland voorkomen door het aanplanten van groen in de openbare ruimte. En door groen in de margestroken, op de daken, de gevels en de (binnen) tuinen van de gebouwen.458 De detailbeschrijving en bronvermelding zijn opgenomen in het casusrapport Strandeiland. Hamerkwartier Het plangebied van Hamerkwartier ligt in stadsdeel Noord. Het gebied betreft het bedrijventerrein Hamerstraat in Amsterdam Noord aan de noordoostelijke IJ-oever.459

Figuur 6.4 - Ligging Hamerkwartier

Bron: Rekenkamer Amsterdam, Klimaatbestendig bouwen, Casusrapport Hamerkwartier, p. 6.

94

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Hamerkwartier is grotendeels een transformatiegebied. De eigendomsverhoudingen in het gebied zijn gevarieerd. Een deel van de kavels is particulier bezit. De overige grond is eigendom van de gemeente en is als bedrijfskavel of woningperceel in erfpacht uitgegeven. Voor enkele kavels zijn huurovereenkomsten afgesloten.460 De keuze voor woningbouw in Hamerkwartier is gemaakt in 2011. Bij het vaststellen van de Structuurvisie 2011werd Hamerkwartier aangewezen als een locatie die zich op de lange termijn zou kunnen transformeren tot een gemengd werk-woongebied. In Koers 2025 is Hamerkwartier aangewezen als een van de versnellingslocaties voor versnelde woningbouwontwikkeling. Alle bestaande en nieuwe gebouwen worden in Hamerkwartier samengevoegd in bouwblokken en kavels. Een van die kavels is Kromhout. Woningcorporatie Eigen Haard heeft de Kromhouthal in het Hamerkwartier gekocht. In Kromhout wil de woningcorporatie 609 woningen realiseren, bestaande uit 180 sociale huurwoningen, 241 middenhuur woningen en 188 woningen in de vrije sector.461 De besluitvorming Hamerkwartier verliep in hoofdlijnen volgens onderstaand schema:

Figuur 6.5 - Tijdlijn Hamerkwartier

Bron: Rekenkamer Amsterdam, Casusrapport Hamerkwartier, p. 9.

95

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Klimaatrisico’s van het plangebied. In de projectdocumentatie van het Hamerkwartier worden hitte en droogte beschouwd als algemene en stedelijke risico's voor Amsterdam en voor het plangebied. In de investeringsnota ligt de nadruk op wateroverlast. De organisatie geeft aan dat de inschatting van dit risico is gebaseerd op de resultaten van de Rainproof-analyse en de (grond)watertoets en de klimaatrisico’s, zoals deze gepubliceerd zijn op het gemeentelijke dataplatform. 462 Naast wateroverlast worden hitte en droogte door de gemeente beschouwd als algemene en stedelijke risico's voor Amsterdam en ook voor het plangebied Hamerkwartier.463 Overstroming is in het geheel niet benoemd als klimaatrisico voor het plangebied. Hamerkwartier ligt buitendijks, maar zou in de komende decennia beschermd zijn door de Oranjesluizen en de sluizen van IJmuiden. De betrokken woningcorporatie ziet hittestress als het belangrijkste klimaatrisico voor Hamerkwartier, vooral door de grote mate van verharding in het plangebied. Het verhardingspercentage in het gebied is tussen de 60-80%, wat betekent dat een groot deel van de oppervlakte verhard is. Dit geeft grote kans op hittestress en maakt het gebied ook extra kwetsbaar voor de effecten van droogte.464 De klimaatkarakteristiek is het resultaat van diverse analyses en modelleringen.

Om de wateroverlast in het projectgebied in beeld te brengen zijn verschillende analyses uitgevoerd, waaronder de Rainproofanalyse en de (grond)watertoets, waarvan de resultaten zouden zijn opgenomen in de investeringsnota en het stedenbouwkundig plan. De waterparagraaf is echter niet als bijlage toegevoegd aan de (openbare versie van de) investeringsnota. Ook de Rainproofanalyse is niet als bijlage opgenomen.465 Het projectteam geeft aan dat het stedenbouwkundig plan voor Hamerkwartier is ontwikkeld met aandacht voor de belangrijkste klimaatrisico’s, zoals deze gepubliceerd zijn op het gemeentelijke dataplatform (Data Amsterdam). De gemeente Amsterdam heeft in 2022 een dashboard opgesteld met klimaatstresstesten voor hitte, droogte, wateroverlast en overstroming. In 2023 is dit dashboard aangevuld met risicokaarten. De detailbeschrijving en bronvermelding zijn opgenomen in het casusrapport Hamerkwartier. H-buurt Midden H-Buurt Midden betreft een stedelijk ontwikkelingsgebied in Amsterdam-Zuidoost.

Figuur 6.6 - Locatie plangebied H-buurt Midden

Bron: Rekenkamer Amsterdam, Casusrapport H-buurt Midden, p. 6.

96

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

De gemeente Amsterdam is eigenaar van de kavels in het plangebied.466 Op de locaties van de parkeergarages Hakfort en Huigenbos komen woningen. De parkeergarage Huigenbos is intussen gesloopt.467 In totaal komt er ruimte voor circa 500 woningen.468 De keuze voor woningbouw in H-buurt Midden is gemaakt in 2016. In Koers 2025, Ruimte voor de stad, is het Plangebied H-buurt Midden aangeduid als onderdeel van de lopende gebiedsontwikkelingen. De besluitvorming H-buurt Midden verliep in hoofdlijnen volgens onderstaand schema:

Figuur 6.7 - Tijdlijn besluitvorming H-buurt Midden

Bron: Rekenkamer Amsterdam, Casusrapport H-buurt Midden, p. 7.

Klimaatrisico’s van het plangebied Wateroverlast is aangemerkt als het belangrijkste klimaatrisico in het gebied.469 Het plangebied kent een hoge grondwaterstand en er zijn knelpunten wat betreft afvoer van hemelwater tijdens en na (hevige) regenbuien. Dit is vooral het resultaat van de uitgevoerde

97

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Quickscan water H-buurt Midden en de Rainproofanalyse en oplossingenkaart voor de bestaande situatie in het plangebied.470 Droogte en overstroming zijn niet expliciet aangemerkt als (relevante) risico’s voor het plangebied.471 In het stedenbouwkundig plan is echter wel een maatregel beschreven om het risico van overstromingen te voorkomen, namelijk het plaatsen van waterdrempels. Hittestress krijgt eveneens beperkte aandacht.472 Er wordt vooral in algemene termen over het risico gesproken. Zo wordt in het stedenbouwkundig plan gesteld dat het plangebied Hbuurt een "stedelijk warmte-eiland" is en dat dit betekent dat voor de bebouwing en de openbare ruimte in het plangebied maatregelen getroffen moeten worden.473 Een verdere uitwerking van het risico op hittestress is niet opgenomen in het projectdossier. De detailbeschrijving en bronvermelding zijn opgenomen in het casusrapport H-buurt Midden.

6.2 Kernbesluiten gebiedsontwikkeling

Klimaatbestendig bouwen start met de locatiekeuze, idealiter op basis van de kwetsbaarheden van de locatie. Inzicht in de specifieke klimaatrisico's van het plangebied is nodig voor een effectieve inzet van instrumenten en maatregelen.

6.2.1

Locatiekeuze

De keuze voor woningbouw in de gebiedsontwikkelingen in het casusonderzoek is vastgelegd in de Structuurvisie Amsterdam 2040. Deze Structuurvisie (gepubliceerd in 2011) heeft voor woningbouw een belangrijk uitgangspunt, namelijk Intensivering van het grondgebruik in de bestaande stad. Dit betekent dat er ruimte komt voor de bouw van 70.000 woningen, tot 2040. Die ruimte wordt mede gevonden in intensiever gebruik van de toenmalige bedrijventerreinen en in een grotere mix van wonen en werken.474 Klimaatrisico’s die relevant zijn voor de (on)geschiktheid van de geselecteerde locaties voor woningbouw zijn in de Structuurvisie van 2040 niet genoemd. Het algemene uitgangspunt is wel dat ook Amsterdam geconfronteerd wordt met klimaatverandering en dat het nodig is om de stad robuust te maken tegen extremer weer. Richtlijnen daarin zijn het stimuleren van de aanleg van groene daken en het klimaatbestendig bouwen van de nieuwe wijken aan de IJ-oevers.475 Het college wil bij intensivering rekening houden met het waterbergend vermogen van de stad. Intensivering moet dus klimaatbestendig gebeuren, met voldoende water en groen of alternatieve waterberging.476 De focus op het bouwen aan een klimaatbestendige metropool is gericht op het voorkomen van wateroverlast door de veranderende neerslagpatronen.

Droogte en hitte zijn als het ware afgeleiden hiervan.477 De locatiekeuze speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van klimaatbestendige nieuwbouw, omdat de gebiedskenmerken (de klimaatrisico's) voor een deel bepalen welke maatregelen er nodig zijn om tegen welke kosten klimaatbestendige woningbouw te realiseren. De locatiekeuzes voor de beoordeelde gebiedsontwikkelingen zijn gemaakt in de periode 2011-2016. Voor zover herleidbaar is daarin geen expliciete afweging gemaakt over de geschiktheid van de locatie in relatie tot de klimaatrisico's in het gebied. De klimaatkwetsbaarheid van een bouwlocatie was toen nog geen expliciet punt van aandacht in de woningbouw. De visie op de ontwikkeling van bouwlocaties heeft zich landelijk verder ontwikkeld sinds de vaststelling van de Structuurvisie Amsterdam. Ambities met betrekking tot het meewegen van

98

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

klimaatkwetsbaarheden in de locatiekeuze voor gebiedsontwikkeling zijn in de MRA sinds 2018-2019 geformuleerd. Op nationaal niveau is begin 2024 het Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving vastgesteld. Dit kader is richtinggevend om bij de keuzes over locaties voor (woning)bouw meer rekening te houden met de grenzen van het water- en bodemsysteem. Hiermee kunnen verantwoorde keuzes gemaakt worden waar het beste gebouwd kan worden.478 Uit het casusonderzoek is naar voren gekomen dat gemeente Amsterdam (nog) niet actief bezig is met het implementeren van deze richtlijn. De Structuurvisie is intussen vervangen door de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Hierin is klimaatadaptatie in algemene zin opgenomen, maar (nog) niet het hierboven genoemde ruimtelijk kader.

6.2.2

Inzicht in klimaatrisico's

Om een effectieve keuze te maken voor de inzet van instrumenten en maatregelen is het van belang dat de gemeente inzicht heeft in de specifieke klimaatrisico's van het plangebied en deze communiceert met de projectbouwers en uiteindelijk ook de toekomstige eigenaars en bewoners. De ambities voor klimaatbestendig bouwen in het plangebied (als onderdeel van klimaatadaptatie) zijn idealiter (mede) gebaseerd op de klimaatrisico's van het plangebied. Analyse van klimaatrisico's Klimaatbestendige nieuwbouw wordt idealiter mede vormgegeven vanuit de klimaatrisico's van de beoogde bouwlocatie. Klimaatrisico's zijn in meer of mindere mate, met wisselende scope en diepgang, voor alle casussen in beeld gebracht. Klimaatrisico's extreme neerslag en wateroverlast zijn in beeld Vanuit de historische uitrol van het programma Rainproof is er sinds jaren aandacht voor het in kaart brengen van het risico op wateroverlast door extreme neerslag. Dit blijkt ook in ons onderzoek, waarbij dit risico het meest vaak in beeld is gebracht. Voor 3 van de 4 casussen is het risico op wateroverlast projectspecifiek onderzocht. Uit het casusonderzoek komt naar voren dat met name risico's op wateroverlast als gevolg van extreme neerslag in kaart worden gebracht door middel van een Rainproofanalyse (inclusief de Rainproof knelpunten/ oplossingenkaart) en de Watertoets.

Minder, maar toenemende aandacht voor de klimaatrisico's hitte, droogte en overstroming. Na wateroverlast gaat de meeste aandacht uit naar hitte en droogte, hoewel voor geen enkele casus een specifieke analyse is uitgevoerd naar het risico op hitte en hittestress. In enkele casussen wordt uitsluitend in algemene termen gerefereerd aan risico op hitte als gevolg van klimaatverandering. De risico's zijn genoemd, maar niet specifiek in beeld gebracht. Uit het casusonderzoek blijkt niet dat de klimaatrisico's hitte, droogte en overstroming specifiek voor een plangebied zijn geanalyseerd. Een uitzondering hierop is gebiedsontwikkeling Strandeiland. In het project Strandeiland is het risico op overstroming wel specifiek geanalyseerd voor dit plangebied. De focus ligt momenteel op het in kaart brengen van de risico's op wateroverlast en overstroming. Hitte en droogte zijn nog in ontwikkeling. De bewustwording hierover groeit wel. Analyses maken beperkt gebruik van beschikbare data. De gemeente kan voor de analyse van klimaatrisico's gebruikmaken van openbare informatie met betrekking tot kwetsbaarheden, maar ook van eigen analyses en onderzoeken. Hetzij op gemeentelijk niveau, hetzij specifiek voor de gebiedsontwikkeling. Uit

99

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

het casusonderzoek blijkt dat vooral projectspecifieke analyses zijn uitgevoerd zoals de Rainproofanalyse, de Watertoets en de Milieueffectrapportage. Er zijn echter meer analysemogelijkheden en informatiebronnen om de klimaatrisico's van een plangebied te bepalen. Om redenen die in het onderzoek niet zijn gebleken is binnen de beoordeelde casussen hiervan geen gebruik gemaakt. Het gaat dan om: 

Stresstesten gemeente Amsterdam: De gemeente Amsterdam heeft in 2022 een dashboard opgesteld met klimaatstresstesten voor hitte, droogte, wateroverlast en overstroming. In 2023 is dit dashboard aangevuld met risicokaarten. Aan de hand hiervan brengt de gemeente Amsterdam de bekende klimaatkaarten in kaart. Uit het casusonderzoek blijkt dat deze informatie binnen de projecten niet wordt gebruikt en/of niet bekend is. Regionale stresstesten: Bij woningbouw is het risico op schade door klimaatverandering sterk gekoppeld aan de kenmerken van de locatie. In het kader hiervan is in 2019 de klimaatatlas opgesteld vanuit de Metropoolregio Amsterdam (MRA) om de metropoolregio te ondersteunen bij het in beeld brengen van de klimaatopgaven en een uniform beeld te geven voor de gehele regio. De Klimaatatlas MRA geeft voor de gehele MRA een uniform beeld van de impact van hitte, overstromingen, extreme regen en droogte.

Uit het casusonderzoek kwam naar voren dat deze informatie niet bij alle projectorganisaties bekend is. Bij een van de casussen is specifiek aangegeven dat de informatie uit het gemeentelijk dashboard niet werd herkend.

6.3 Het gemeentelijk instrumentarium

De gemeente heeft voor het borgen van klimaatbestendige bouw verschillende instrumenten ter beschikking. De instrumenten die de gemeente kiest zijn afhankelijk van meerdere aspecten. Onder andere van de planspecifieke factoren maar ook wie de andere betrokkenen zijn en de rol die de gemeente zelf kiest. Hieronder geven we per gebiedsontwikkeling van het casusonderzoek een overzicht van de instrumenten die de gemeente heeft ingezet ten behoeve van klimaatbestendigheid. Klimaatbestendigheid Sloterdijk Stationskwartier Sloterdijk Stationskwartier moet een 'groene en duurzame woonstad' worden.479 Uit het casusonderzoek blijkt niet dat er nadere, expliciete ambities of doelstellingen zijn benoemd voor klimaatadaptatie. Hieronder het overzicht van de instrumenten die zijn ingezet bij Sloterdijk Stationskwartier. 

In het Bestemmingsplan zijn er geen expliciete beleidsregels opgenomen ten aanzien van klimaatadaptatie. Wel besteedt de waterparagraaf van het bestemmingsplan aandacht aan onderwerpen die indirect een relatie hebben met klimaatadaptatie en de klimaatrisico's in het gebied. Het gaat onder andere om de uitgangspunten voor waterkeringen, waterberging en de waterkwaliteit in het plangebied.480 De primaire normering is de Keur van het waterschap Amstel Gooi en Vecht ‘waarin is vastgelegd dat hemelwater moet worden hergebruikt of vertraagd afgevoerd.481 In de beleidsregels bij het bestemmingsplan staat verder dat het nemen van beschermingsmaatregelen op perceel- en gebouwniveau in een volgende projectfase wordt uitgewerkt. Deze vallen onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en de betreffende ontwikkelaar.482

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15784569/1