03 Mercatorpark_stedenbouwkundig plan_2020_SMALL-gecomprimeerd.pdf
Tekst van het document
19,2 m
3m setback (7m hoog) doorgang
< MO.3 11,5 m 13,5 m
81 m
buitenruimte 9 m
BCR 70% FSI 2,1 max. hoogte 11,5m/ 13,5m NAP bvo ca. 4.500m2 parkeren op maaiveld MO.3 is een zelfstandig alles-in- een schoolgebouw. Het bouwveld bevat ruimte voor de gymzaal en het schoolplein voor kleine kinderen. De rest van de buiten ruimte van de school- schoolplein, auto- en fiets parkeren bevindt zich buiten het bouwveld.
* BCR: Building Coverage Ratio ** FSI: Floor Space Index
Mercatorpark | Stedenbouwkundig plan
55
3.4 Openbare ruimte Mercatorpark is populair en wordt al door velen goed gebruikt, maar het kan en moet beter. Met veel nieuwe bewoners moet de openbare ruimte een hogere kwaliteit en gebruikswaarde krijgen.
Veel woningen maar óók groen.
^ plan openbare ruimte: huidige situatie
In het Mercatorpark wordt flink gebouwd en toch blijft het groen. Dit krijgen we voor elkaar door slim om te gaan met de beschikbare ruimte en daar waar kan groen toe te passen in plaats van verharding. We benutten de openbare ruimte zo optimaal mogelijk door multifunctioneel gebruik van bestaande en nieuwe groene ruimten en voorzieningen. In paragraaf 3.4.1. wordt deze aanpak verder toegelicht. In de huidige situatie is een groot deel van de buitenruimte van de speeltuin en de gemeentewerf verhard. In de nieuwe situatie wordt dit anders en krijgt vooral Mercatorpark oost een parkachtig karakter met onder andere een speeltuin in plaats van een speelplein. Ook functies als parkeren wordt zoveel mogelijk inpandig opgelost, ook voor bezoekers, waardoor deze ruimte toegekend kan worden aan het groen. Langs de rand van het plangebied wordt de bestaande structuur van het groen- blauwe raamwerk behouden en waar nodig aangevuld. Denk onder andere aan een verbreding van het water en een ecologische oever in de noordelijke rand. Aan de rand, langs het water, worden nieuwe plekken gemaakt met een wandelroute.
een deel van de nieuwe ligweide openbaar toegankelijk worden gemaakt en voor andere activiteiten worden gebruikt. Hiermee ontstaat er een aaneengesloten openbare ruimte waarin gebouwd kan worden. Zo kunnen in Mercatorpark, ondanks het toevoegen van woningen, het groen en de sport- en speelvoorzieningen in minimaal dezelfde omvang behouden blijven. De gemeentewerf heeft een prachtige, 60 jaar oude bomenrij in L-vorm. Na verplaatsing van de werf blijft deze bomenrij behouden en kan ze als een backbone worden opgenomen in de nieuwe ontwikkeling. Ook de andere bestaande bomen in Mercatorpark, die van goede kwaliteit zijn, worden beschermd bij het bouwen. Er wordt alles aan gedaan ze te behouden, zodat de nieuwe bewoners
^ spelen in het groen
De ligweide van het zwembad en de gemeentewerf vormen nu obstakels in de openbare ruimte. Door het hek rondom de werf, weg te nemen en de werf uit te plaatsen, ontstaat meer eenheid. De ligweide van het zwembad wordt daarnaast verkleind waardoor meer ruimte openbaar wordt. Daarnaast kan buiten het zwemseizoen ^ verborgen bomenlaantje op het terrein van de werf
^ plan openbare ruimte: schetsontwerp Mercatorpark | Stedenbouwkundig plan
57
terechtkomen in volwassen groen. Bomen die alsnog moeten wijken zullen worden gecompenseerd zoals bepaald in de bomenverordening van Amsterdam. Door middel van een bomenbalans wordt in het ontwerp openbare ruimte bepaald hoe dit wordt gedaan. Hierin spelen de grootte van de nieuwe bomen, verbetering van ecologische zones, andersoortige beplantingen en grondverbetering ook een rol.
bereikbaarheid van het gebied voor voetgangers en fietsers. •
•
•
•
Het behouden en versterken van de groene kwaliteit van het gebied.
•
De bestaande, kwalitatief goede bomen zichtbaar maken en onderdeel laten zijn van het stedenbouwkundig plan
•
De openbare ruimte inzetten als natuurlijke verbinding tussen de oude en de nieuwe bebouwing.
•
Samenhang creëren tussen de verschillende bouwkavels.
•
De ruimte voor sport en spel in minimaal de huidige omvang behouden en samen met de buurt en toekomstige gebruikers vormgeven.
Het optimaliseren van de routing en
^ ontmoeten langs de watergang - impressie
De openbare ruimte optimaal benutten door multifunctioneel gebruik. Voorbeelden hiervan zijn: - Gebruik van de ligweide buiten het zwemseizoen voor sport en spel. - Een openbaar toegankelijk schoolplein. - Een groen schoolplein dat ook als onderdeel van het groen ervaren zal worden . - Bezoekersparkeren zoveel mogelijk zoeken in bestaande garages in de omgeving.
3.4.1 Aanpak De kwaliteit van de openbare ruimte is een belangrijke vestigingsvoorwaarde voor bewoners. In het Mercatorpark moet de gewenste hoge kwaliteit langs verschillende lijnen bereikt worden: • Het verhogen van de basiskwaliteit van de openbare ruimte (heel en schoon).
Het letterlijk ‘maken van ruimte’ door het verplaatsen van de gemeentewerf buiten het gebied en het verkleinen van de ligweide van het Mercatorbad.
•
Ruimte voor ontmoeting creëren op meerdere locaties.
3.4.2 Ruimte voor ontmoeting
^ ontmoeten en sporten in een informele campussfeer
Samenkomen op het schoolplein of in de schooltuin Het schoolplein, ook wel schooltuin genoemd door een overwegend groene inrichting, beslaat twee delen. Voor de onderbouw en de opvang is er een ruimte van ongeveer 600 m2 direct aan de school gelegen. Deze moet afsluitbaar zijn. Ten zuiden van de school, buiten de 300 meter grens van de milieuzone
A10, ligt de schooltuin voor de leeftijd 6-12 jaar. Deze is ongeveer 900 m2 maar de ruimte is minder afgebakend en daardoor flexibel. De schooltuin wordt onderdeel van de parkachtige openbare ruimte en toegankelijk voor iedereen. De bestaande bomen zorgen voor genoeg schaduw en begeleiden de routes van en naar school. Gelegen aan de schooltuin komt ook een multifunctionele buurtkamer en ruimte voor horeca. De gymzaal die zich zal bevinden in het schoolgebouw is ook buiten schooluren voor andere activiteiten beschikbaar. Ontmoeten in een informele campus sfeer Het westelijk deel van het plangebied krijgt een wat meer stedelijk karakter met ‘groen in de verharding’. Dit in tegenstelling tot het oostelijk deel waar ‘verharding in het groen’ het uitgangspunt is. Het gebied is doorwaadbaar, er is geen gesloten bouwblok, waardoor een informele campusstructuur ontstaat waar men woont, werkt en ontmoet. Centraal in het westelijk plangebied tussen de LTS-, het Triade-gebouw en de nieuwbouw op de READE-locatie, ontstaat een pleinvlak waar het gebied samenkomt. Hier is ruimte voor ontmoeting zowel op het bestaande terras als in openbaar gebied Het sportveld als ontmoetingsplek Nu en in de toekomst zal sporten in de openbare ruimte een belangrijke activiteit zijn in Mercatorpark.
Op dit moment zijn de sportlocaties bij elkaar gebundeld bij de speeltuin, in de toekomst zal het sporten zich meer verspreiden over het gebied. Sport wordt gecombineerd met ruimte voor ontmoeting. Zo zal op de hoek van de Burgemeester Hellfrichstraat en de Jan van Mercatorpark | Stedenbouwkundig plan
Breemenstraat de ruimte onder de bomen worden benut om een sportvoorziening te creëren. De straat is niet langer bereikbaar voor verkeer waardoor een plein ontstaat en ontmoeting en sporten samenkomen. Een toegankelijke watergang Het water en de groene taluds zijn belangrijk voor de groenbeleving van de buurt. Deze kwaliteit moet zichtbaar zijn en het water bereikbaar. Met een wandelroute langs het water en plekken om te verblijven wordt dit mogelijk.
3.4.3 Plekken aan de stadsstraten De Jan Evertsenstraat-West, die Mercatorpark aan de zuidkant begrenst, heeft een heel ander karakter dan het oostelijk deel van de Jan Evertsenstraat. Het oostelijk deel is stedelijker. Kleine winkeltjes staan daar zij aan zij en direct om de hoek wordt gewoond. In Mercatorpark zijn de voorzieningen geconcentreerd in enkele grote gebouwen. De Jan EvertsenstraatWest, met daarlangs een watergang, staat losser van de omliggende bebouwing. De stedenbouwkundige strategie is erop gericht de straat en de (toekomstige) woonbuurt aan elkaar te koppelen door op een aantal plekken letterlijk en figuurlijk een brug te slaan. Daar worden kleinschalige voorzieningen geconcentreerd die voor levendigheid zorgen. Ze worden gecombineerd met de bestaande grootschalige stedelijke voorzieningen: Entreeplek Jan van Galenstraat De ruimte tussen Triade en het zwembad wordt verkleind. Een nieuwe compactere entreeplek biedt centraal de noordelijke toegang tot het plangebied. Entreeplek Jan Evertsenstraat Tussen de voormalige LTS en twee nieuwe bouwblokken ligt een goed op de zon gelegen 59
ruimte. Deze biedt aan de huidige zuidelijke toegang met brug over het water meer kwaliteit met aanvullend programma als een supermarkt. Entreeplek Jan Evertsenstraat/Ortheliuskade Deze plek biedt vanuit het Rembrandtpark voor het langzaam verkeer toegang tot het plangebied. De ruimte biedt zicht op de nieuwe school en de kop van het woonblok. Hierin past een horecagelegenheid met
terras aan het water en aan de route naar het Rembrandtpark. Extra brug Tussen de twee woonblokken aan de Jan Evertsenstraat wordt een extra loopbrug toegevoegd om de nieuwe woonbuurt nog beter met de straat te verbinden ondanks de verschillen in hoogte en de barriëre van het water.
300 m grens A10
LIGWEIDE 7100 M2
SPORTEN 2300 M2
SPELEN KDV EN ONDERBOUW 700 M2
SCHOOLPLEIN 900 M2
^ toekomstig ruimtegebruik per functie Mercatorpark Locatie Mercatorpark Zwembad Sport Spel
Huidige situatie Ligweide Openbaar Openbaar (excl. Schoolplein) KDV en Onderbouw
Gewenst
Ontwerp
Laagseizoen
minimaal
Op basis van SP
flexibel
19297 1800 3000
7500 1800 2100
7600 1800 4781
7100 2300 4781
-400 +500 +2681
0
700
600
600
0
0 nvt
900 140
900 200
900 200
0 +60
(binnen 300m grens)
Verschil
Schoolplein openbaar
(binnen 300 m.grens) parkeren
Fietsparkeren tbv bezoekers
3.4.4 Ruimte voor sport en spel
3.4.5 Materialisatie en Puccini
Spelen en sporten in het Mercatorpark is in de huidige situatie vooral voor de omliggende woonbuurten van belang. In de nieuwe ontwikkeling komt op z’n minst de hoeveelheid sport en spel terug. Maar er wordt ook meer ruimte gemaakt, waarmee rekening wordt gehouden met de nieuwe bewoners in Mercatorpark zelf. Het nieuwe schoolplein dat openbaar toegankelijk wordt, zorgt al voor een ruimte van ongeveer 900 m2 aan speelvoorziening. Extra speelvoorziening ontstaat op het terrein van de te verplaatsen gemeentewerf, onder de bestaande bomenrijen. Hier is ook ruimte voor andersoortig bewegen en verblijven. Met de nieuwe verdeling van de ruimte zullen de hoeveelheid vierkante meters voor verblijven, sport en spel in het oostelijk deel van Mercatorpark met bijna 50% toenemen ten opzichte van de huidige situatie.
Voor de doorgaande profielen zal aangesloten worden op Puccini rood en groen. Op accentlocaties wordt mogelijk, binnen de kaders van Puccini, afgeweken hiervan. Uitgangspunt is een beperkt palet aan materialen. In het oostelijk deel van het plangebied zal worden aangesloten op de parkinrichting van het Rembrandtpark om het groene karakter van dit gebied te versterken. ‘Verharding in het groen’ is hier leidend. In het westelijke deel wordt aangesloten op de stedelijke omgeving en is ‘groen in verharding’ de basis.
Een deel van de huidige sportvoorzieningen komt terug langs het bomenlaantje, aan de westzijde van de ligweide. Een ander deel zal zijn plek vinden op de hoek van de Burgemeester Hellfrichstraat en de Jan van Breemenstraat, zoals hierboven beschreven. De ligweide bij Sportplaza Mercator wordt alleen ‘s zomers intensief gebruikt. Een deel van de ligweide kan buiten het seizoen ingezet worden voor extra sport in de openbare ruimte. Dit flexibel ruimtegebruik maakt het mogelijk de beperkte vierkante meters zo optimaal mogelijk in te zetten en het beheer van de ruimtes te delen. Naast sport in de openbare ruimte biedt Mercatorpark ook verenigingssport. Dit gebeurd in SportPlaza Mercator maar ook in het voormalig LTS-gebouw: Het Gymlokaal . De gymzaal van de nieuw te bouwen basisschool vult deze voorziening aan buiten schooltijden. Daarnaast kan ook in andere complexen aangevuld worden voor nog meer diversiteit.
^ tabel met ruimteverdeling per functie in m2 openbare ruimte
De toe te passen materialen dragen bij aan de rainproof opgave in dit gebied en het duurzaam (her)gebruik van materialen in Amsterdam.
^ een parkachtige omgeving
^ sporten in het groen Mercatorpark | Stedenbouwkundig plan
61
3.5 Mobiliteit en parkeren Plangebied Mercatorpark zit ingesloten in een parkachtige omgeving met voldoende ruimte en infrastructuur voor het langzaam verkeer. Het gebied wordt begrensd door de Jan van Galenstraat aan de noordzijde, Orteliuskade aan de oostzijde, Jan Evertsenstraat aan de zuidzijde en de S105/Rijksweg A10 aan de westzijde. Het plangebied heeft voor het autoverkeer direct aansluiting op de straten Jan Evertsenstraat en Jan van Galenstraat die zorgen voor de uitwisseling, afvoer en doorstroming van het verkeer. Direct op de grens en in de nabijheid van het deelgebied is voldoende aanbod van het openbaar vervoer o.a. richting het centrum van de stad, bus- en/ of treinstations. Bij de ontwikkeling en de uitwerking van het nieuwe programma staan de voetganger en de fietser centraal. Voor de invulling van de openbare ruimte zal voornamelijk ingespeeld worden op het bieden van voldoende ruimte voor deze doelgroep zodat ze zich veilig en
comfortabel kunnen verplaatsen van-, naar- en door het plangebied. De functie van de verkeersinfrastructuur in Amsterdam is onder andere om de stad op een veilige manier bereikbaar te houden zowel van buitenaf als intern. De belangrijkste routes voor voetganger, fietser, openbaar vervoer en de auto zijn opgenomen in het beleidskader verkeersnetten. Hierin zijn verschillende gradaties opgenomen; •
Plusnetten: verkeersinfra gericht op het bieden van (doorstroom)kwaliteit voor grote verkeersstromen met de hoogste prioriteit.
•
Hoofdnetten: verkeersinfra gericht op het behouden van voldoende ruimte om het verkeer te kunnen afwikkelen
•
Basisnetten: verkeersinfra met standaard inrichtingseisen en wat buiten de Plus- en Hoofdnetten valt.
^ plus- en hoofdnet voetgangers 62
Mercatorpark | Stedenbouwkundig plan
63
3.5.1 Verkeersdeelnemers
^ plus- en hoofdnet fietsers
^ plus- en hoofdnet opnebaar vervoer
Langzaam verkeer In- en nabij het plangebied is in voldoende mate Plus/Hoofdnet infra voor voetgangers en fietsers aanwezig. Volgend op het beleid van de stad wordt binnen het plangebied erop geanticipeerd om meer ruimte te creëren voor het langzaam verkeer (voetganger en fiets) en het minderen van het autogebruik. Het nieuwe programma wordt enerzijds gerealiseerd in een parkomgeving en anderzijds gerealiseerd in de nabijheid van een park (Rembrandtpark). De opgave van het programma binnen het plangebied is fors en dat vraagt om extra aandacht voor het waarborgen en het bieden van veilige, aantrekkelijke fiets- en wandelroutes en voldoende openbare ruimte om te ontspannen, sporten en/of te recreëren. Daarnaast wordt gewerkt aan de volgende aspecten: •
Verbeteren van de oversteekbaarheid en toegankelijkheid van- en naar het plangebied;
•
Verbeteren van de sociale veiligheid bij de onderdoorgangen onder de A10, Jan Evertsenstraat en Jan van Galenstraat om het gebruik van de passages te stimuleren;
•
Door de komst van een ‘alles-in-eenschool’ is de verwachting dat het aandeel jonge voetgangers zal toenemen (fiets- en looproutes van en naar school), dit vraagt extra aandacht voor het realiseren van extra oversteekvoorzieningen op de routes naar en nabij de school.
Openbaar Vervoer Plangebied Mercatorpark is geen onderdeel van Plus-/Hoofdnet OV. In de nabijheid van het plangebied zijn de volgende Plus-/Hoofdnetten OV aanwezig: • Jan Evertsenstraat is Plusnet tram. Ten westen van de kruising Jan EvertsenstraatAdmiraal Helfrichstraat zijn in de huidige situatie tram- en bushaltes aanwezig. Op deze haltes stoppen de bussen 371, 398 en N82 (371 en 398 zijn spits/ streekbussen, N82 is een nachtbus). In de nabijheid van het plangebied zijn de volgende OV voorzieningen aanwezig: • bus en tramhaltes ter hoogte van de Hoofdweg en het Mercatorplein, loopastanden zijn ca. 450-500m. •
metronet van de Ringlijnstation Jan van Galenstraat, loopafstand ca. 1,5 km.
^ plus- en hoofdnet auto Mercatorpark | Stedenbouwkundig plan
65
Auto Plangebied Mercatorpark maakt geen onderdeel uit van Plus-/Hoofdnet auto. De Jan Evertsenstraat die grenst aan het deelgebied maakt ook geen onderdeel van het Plus-/Hoofdnet auto. Het plangebied sluit aan de noordzijde aan op de Jan van Galenstraat die wel onderdeel is van het Plusnet auto. De straten binnen het plangebied zijn aangeduid als 30 km/uur-gebied (30 km zone). Dat geldt eveneens voor de aangrenzende straat aan de oostzijde, de Orteliuskade. De straten voldoen nog niet aan de inrichtingsprincipe van Duurzaam Veilig. De Orteliuskade is een straat met een verblijfsfunctie. In de praktijk wordt de straat gebruikt als sluiproute door het doorgaande
(ongewenste) verkeer naar de oprit S105/A10. De Jan Evertsenstraat is gecategoriseerd als een gebiedsontsluitingsweg (basisnet auto). De weg zorg voor de ontsluiting van de buurtstraten, de doorstroming- en de uitwisseling van het verkeer bij de kruisingen. Er geldt een maximumsnelheid van 50 km/h, de weg verbindt het Centrum via stadsdeel West met het de westelijke gebieden nabij de Oostoever en de Sloterplas en is tevens een belangrijke route voor de bereikbaarheid van het OLVG West ziekenhuis met de auto. De weg voert – indirect - via de Jan Tooropstraat Noord en Jan van Galenstraat het doorgaande verkeer van en naar de A10. De ontwikkeling van het plangebied Mercatorpark leidt tot een beperkte toename van de verkeersintensiteiten. Het deelgebied heeft in de huidige situatie een 30 km/uur
inrichting wat in de nieuwe situatie behouden en geoptimaliseerd wordt. De ambitie is om een autoluwe wijk te ontwikkelen waarbij het doorgaande karakter van het autoverkeer wordt tegengegaan. Bij de uitwerking van het plan worden verbeter maatregelen voor de verkeersveiligheid aangebracht bij de aansluitingen op de grenzen van het gebied op de kruising Jan Evertsenstraat-Admiraal Hellfrichstraat en de kruising Admiraal Hellfrichstraat/OrteliuskadeJan van Galenstraat. De komende jaren zal de verdichting en de ontwikkelingen langs de Jan Evertsenstraat verder toenemen. De herprofilering van de straat is vertraagd. Het project zal – in lijn met het beleidbij de uitwerking van het plangebied de mogelijkheden onderzoeken voor het verlagen van de rijsnelheid van het autoverkeer op de Jan Evertsenstraat.
Als gevolg van de planontwikkeling, kunnen de volgende conclusies getrokken worden over cijfers van de verkeersprognose: • Het effect van het doorgerekende programma in het plangebied leidt tot verschuiving van de auto als hoofdvervoersmiddel naar meer fiets. Deze verschuiving past in de verwachting dat er meer bewoners bij gaan komen in het plangebied in plaats van bezoekers (bewoners zullen vaak de fiets gebruiken); •
•
•
3.5.2 Verkeers- (regeltechnisch) onderzoek Voor het gehele projectgebied Jan Evertsenstraat is een verkeersonderzoek uitgevoerd waarbij gebruik is gemaakt van het Verkeersmodel Amsterdam (VMA, versie 2.0, jaar 2018). In het onderzoek is een analyse uitgevoerd naar de effecten van het bestemmingsplan op de verkeersafwikkeling in het studie-/plangebied. Bij dit onderzoek zijn voor de studievarianten referentiemodel, Ambitiemodel en MER-model berekeningen uitgevoerd die de effecten van de planontwikkeling op het verkeer in kaart hebben gebracht. Deze gegevens dienen als invoer voor de toetsing van de wegvakken op de afwikkeling en de doorstroming van het verkeer en regelbaarheid van de kruispunten. De invoerverkeersgegevens zijn ook gebruikt voor de uitvoering van milieuberekeningen (geluid en luchtkwaliteit).
•
•
De verkeerseffecten voor het gemotoriseerde verkeer als gevolg van de planontwikkeling blijven beperkt tot lokaal en binnen de grenzen van het plan. Er is geen sterke toename waargenomen buiten het plangebied door veranderde routekeuze; Hoofdzakelijk zal er meer verkeer de route kiezen via de Jan van Galenstraat (de zone J.v. Galenstraat tussen J. Tooropstraat en Orteliuskade) en de A10; Binnen het projectgebied wordt vooral verkeersgroei verwacht op het noordelijke deel van de Jan Tooropstraat (tussen de kruisingen met de Jan van Galenstraat en de Jan Evertsenstraat, ontsluitingen van deelgebieden GVB-busgarage en OLVG) en het deelgebied Mercatorpark; In mindere mate, wordt lichte groei van het verkeer verwacht op de Jan Evertsenstraat tussen het Mercatorplein en de Jan Tooropstraat; Op de toeleidende wegen naar het projectgebied wordt geen verkeersgroei verwacht. Toeleidende wegen o.a. noordzijde Hoofdweg/J.v. Galenstraat, oosztijde J Evertsenstraat oost/ Mercatorplein, zuidzijde J. Tooropstraat zuid, westzijde Oostoever/B. Roëllstraat.
Toetsing kruispunten Op basis van het VMA onderzoek zijn voor het referentiemodel, Ambitie- en het MER-model de kruispunten op- en nabij het projectgebied getoetst op regelbaarheid en de doorstroming van het verkeer.
^ kaart verschil intensiteiten (motorvoertuigen/etmaal) van MER-model vs. Referentie 2030 als gevolg van het planontwikkeling; bron: VMA Mercatorpark | Stedenbouwkundig plan
67
Daarnaast is het kruispunt Jan EvertsenstraatAdmiraal Hellfrichstraat getoetst op de noodzaak tot het plaatsen van verkeerslichten op dit kruispunt. Bij deze laatste is gebleken dat er plaatsing van de verkeerslichten niet vereist of noodzakelijk is. De overige kruisingen binnen/nabij het projectgebied Jan Evertsenstraat West blijven regelbaar ook na realisatie van het totale (MER, maximale) programma. Kruising Jan Tooropstraat- Jan van Galenstraat is- en blijft een van de zwaarst belaste kruisingen binnen de contouren van het project Jan Evertsenstraat West.
3.5.3 Ontsluiting Mercatorpark is zeer geschikt als autoluw gebied vanwege de ligging in het stedelijk netwerk binnen de ring. Bovendien is het formaat van het plangebied relatief klein en beloopbaar en is het plangebied minder geschikt voor doorgaand autoverkeer. Ook de goede OV-bereikbaarheid met de tram voor de deur en de voorzieningen in de buurt , zoals
^ projectie ontsluitingsscenario 1&2
het zwembad, werkruimten, horeca, spel en sport, maken deze autoluwe ambitie haalbaar. De Admiraal Hellfrichstraat is in de eerste plaats de belangrijkste straat voor de afwikkeling van het autoverkeer uit het plangebied, gevolgd door de Orteliuskade en daarna de kruisingen met de Jan Evertsenstraat en de Jan van Galenstraat. Op basis van het uitgevoerde (VMA) verkeersonderzoek is gebleken dat de groei van het autoverkeer in- en rondom het plangebied gering zal zijn. De grootste verkeersgroei wordt verwacht in de straat binnen het plangebied, Admiraal Hellfrichstraat. Op etmaalniveau passeren ca. 3030 motorvoertuigen de straat in beide richtingen (MER situatie ten opzicht van de referentie situatie zijn dat ca. 1080 motorvoertuigen meer). Voor de Orteliuskade wordt op etmaalniveau een lichte afname verwacht van de intensiteiten van het autoverkeer.
Uit het participatietraject van het plangebied is duidelijk naar voren gekomen dat de belanghebbenden: • Zich zorgen maken over de toename van het autoverkeer door hun straat/buurt (o.a. Orteliuskade, halen en brengen naar school, woon-/werkverkeer); •
Afwikkeling van het verkeer op en rond de Jan van Galenstraat en naar S105/A10 loopt stroef;
•
Klachten over de rijsnelheid (er wordt te snel gereden) op de Orteliuskade en de Jan Evertsenstraat;
•
Toename van de parkeerdruk in de aangrenzende gebieden.
Aan de hand van de argumentatie hiervoor en gevolgd door de ambitie van het plangebied zijn drie scenario’s geschouwd voor de ontsluiting van het deelgebied, die bij vervolg uitwerking van het plan nader worden onderzocht. De scenario’s spelen in hoofdzaak op het terugdringen van het doorgaand karakter van autoverkeer door de Admiraal
Hellfrichstraat en de Orteliuskade, en meer ruimte en profiel vrijmaken voor het langzaam verkeer. Scenario 1: Is een eenvoudige oplossing voor de ontsluiting van het deelgebied met een knip in de Admiraal Hellfrichstraat (knip in de zone rondom het huidige gebouw van Reade). De maatregel levert enige verlichting in de afwikkeling van het verkeer op de kruising met de Jan Van Galenstraat maar de verwachting is dat de knelpunt die het langzaam verkeer (vooral fietsverkeer) ondervindt op dit kruispunt zich zal blijven voordoen. Bij de knip is er op geanticipeerd dat de toegangen van de nieuwe parkeergarages toegankelijk blijven . Scenario2: De knip uit scenario 1 wordt aangevuld met een tweede knip (een halve en/of een hele knip) bij de kruising met de Jan van Galenstraat. Met de extra knip op het
^ projectie ontsluitingsscenario 3 Mercatorpark | Stedenbouwkundig plan
69
kruispunt ontstaat een veiliger situatie voor het langzaam verkeer en wordt de ambitie van het ontwikkelen van een autoluwe wijk gerealiseerd. De Orteliuskade dient omgevormd worden van eenrichtingsverkeernaar een tweerichtingsverkeerstraat (om te borgen dat het noordelijke deel van plangebied Mercatorpark bereikbaar wordt). Aangezien de kruising zo kort op de afrit S105/ A10 ligt, is de verwachting dat de buurt langs Orteliuskade ten alle tijd overlast zal blijven ondervinden van ongewenst verkeer bij het uitvoeren van een halve knip op dit kruispunt. Scenario 3: De knip uit scenario 1 wordt aangevuld met een tweede knip in de straat Orteliuskade in de zone nabij alles-in-een-school. De extra knip op Orteliuskade creëert een veilige zone voor het langzaam verkeer in de route van/naar school en het ontwikkelen van een autoluwe wijk. De woningen en de straat Orteliuskade worden direct en meer geïntegreerd bij de planontwikkeling. De bereikbaarheid via de noordelijke en zuidelijke delen van het plangebied zijn geborgd zonder doorgang voor het autoverkeer. Bij de knip op de Orteliuskade is een zone vereist om te kunnen keren. Het inpassen van deze zone gaat ten koste gaan van het groen/openbare ruimte.
3.5.4 Parkeren (Brom)fietsparkeren Parkeervoorzieningen voor de fiets en scooter worden in het nieuwe plan uitgewerkt conform de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter. De sterke groei van het fietsverkeer en het toenemende scootergebruik hebben geleid tot grote aantallen die geparkeerd worden in de openbare ruimte en dus ook een enorme druk op de ruimtebeslag in op de openbare ruimte. In de lijn van de parkeernota worden de parkeervoorzieningen binnen de ontwikkelvelden opgelost, al dan niet inpandig. ^ overzicht parkeernormen B-locaties; deelgebied Mercatorpark valt binnen de grenzen van B-locaties 70
Mercatorpark | Stedenbouwkundig plan
Parkeervoorzieningen op het maaiveld/in de openbare ruimte zullen hooguit ingepast worden voor het bezoek van de woningen en/ of de voorzieningen vormgegeven middels vakken. Het voordeel van de vakken is dat de ruimte bij afwezigheid direct ten goede komt aan de voetganger, de vakken kunnen ook worden toegewezen aan bromfietsen/scooters. De locaties kunnen naar behoefte simpel en snel worden aangepast. Aanbindvoorzieningen zullen naar behoefte ingepast worden in de zijstraten. Autoparkeren In het Parkeerplan Amsterdam staat de aanpak om de auto minder op straat te parkeren, de openbare ruimte te verbeteren en het verkeer te laten doorstromen door het verminderen van zoekverkeer. Bovendien worden de wachtlijsten voor parkeervergunningen aangepakt. Voor de uitwerking van de autoparkeervoorzieningen binnen deelgebied Mercatorpark wordt de Nota Parkeernormen Auto aangehouden. Het belangrijkste uitgangspunt is dat bewoners en werknemers bij nieuwbouw géén parkeervergunning krijgen. Parkeerplekken komen in of onder de nieuwe bebouwing. Met het oog op de forse opgave van het programma blijft beperkt ruimte in de openbare ruimte voor het inpassen van parkeerplaatsen op het maaiveld voor het bezoek van bestaand/te handhaven functies en het nieuwe programma. Op basis van een uitgevoerde telling en een berekening van de parkeersvraag is gebleken dat er maar ca. 40% (ca.
80 parkeerplaatsen) van deze parkeerplaatsen ingepast kunnen worden op het maaiveld, voor de resterende 60% (ca. 130 parkeerplaatsen) van de parkeerplaatsen onderzoeken we de mogelijkheden om de parkeerplaatsen te borgen in de aanwezige parkeergarages in- en in de nabijheid van het plangebied. 71
Binnen de Nota parkeernormen is het plangebied aangewezen als ‘locatie B’ en daarin gelden parkeernormen zoals in het overzicht hiernaast is opgenomen. Op- en in de omgeving van het plangebied is een parkeerdrukmeting uitgevoerd. De totale bruto parkeerdruk, inclusief foutparkeerders is: • Orteliuskade Noord ca. 94% • Plangebied Mercatorpark ca. 36%
Categorie Woningen < 30m2 BVO
Minimale parkeernorm 0,1 (>100 woningen)
Maximale parkeernormst 1
Woningen < 30-60 m2 BVO
0,3
1
Woningen > 60 m2 BVO Bezoekers van woningen Sociale en middeldure huurwoningen Bedrijven en kantoren Voorzieningen
0,6
1
0,1 geen geen
0,1 1
De Straat Orteliuskade grenst aan het deelgebied en is in belangrijke mate nodig voor het deels bereikbaar maken van de nieuwe ‘alles-in-een-school’ (lopend, fietsend en met de auto). Tijdens het participatietraject van dit plangebied hebben de belanghebbende hun zorgen geuit en de wens uitgesproken om de mogelijkheden te onderzoeken voor het terugdringen van ongewenst verkeer door de straat Orteliuskade en snelheidsremmende maatregelen te treffen. Aan de hand van deze argumenten en het karakter van de autoluwe wijk die het project wilt realiseren, zal het profiel van de Orteliuskade worden aangepast waarbij de verwachting is dat het parkeren op het maaiveld van de straat verlaagt moet worden. De scenario’s voor de inrichting van de Orteliuskade en daaraan gerelateerd de consequenties voor het aantal te minderen parkeerplaatsen zullen voorgelegd en afgestemd worden met RVE Parkeren. De straat Orteliuskade kent in het huidige gebruik een hoge parkeerdruk, onderzoek moet uitwijzen of op buurtniveau het mogelijk is het aantal parkeerplaatsen te minderen.
Laden en lossen Laden en lossen zal zoveel mogelijk ingericht worden in de nabijheid van de functies. De nieuwe functies zullen worden geconcentreerd aan de zuidzijde van Jan Evertsenstraat en ten westen van de Admiraal Hellfrichstraat (Mercatorpark West). De laad- en losvoorzieningen voor deze functies worden bij voorkeur inpandig ingepast, en anders op het maaiveld in de nabijheid van de voorzieningen (eventueel in combinatie met venstertijden) en deels langs de Jan Evertsenstraat. Voor bestaande voorzieningen aan de noordzijde bij Sportplaza Mercator wordt de laad en losfunctie ingepast langs Admiraal Helfrichstraat en/of de noordzijde van Orteliuskade. Voor woongebouwen is steeds een intensiever sprake van laden en lossen door bezorgdiensten (o.a. bezorging online bestellingen), om ongewenst verkeersbewegingen door het plangebied tegen te gaan dient zoveel mogelijk gebruik te worden gemaakt van laad- en loshavens die bestemd zijn voor overige functies in het gebied (dubbelgebruik). Onderdeel van de inpassing van de laad en loshaven is ook het realiseren van functies in de nabijheid van de haven waar bewoners/gebruikers bestellingen kunnen ophalen en/of producten verzenden.
2
1 per 125 m BVO
O.b.v. CROW kencijfers en actuele Amsterdamse gegevens over de verkeersgeneratie van specifieke functies
^ tabel met de parkeernorm voor B-locaties Amsterdam Mercatorpark | Stedenbouwkundig plan
73
4. Uitvoeringsaspecten 4.1 Algemeen M.e.r.-beoordeling Ten behoeve van de ontwikkeling van het gehele plangebied Jan Evertsenstraat-West is een m.e.r.-beoordeling opgesteld om te onderzoeken of er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn. Dat is niet het geval. Uit de uitgevoerde m.e.r.-beoordeling voor de herontwikkeling van de JEW blijkt dat het opstellen van een milieueffectrapport (MER) niet noodzakelijk is.
Geluidhinder Mercatorpark is een geluidbelaste locatie vanwege de ligging direct aan de rijksweg A-10. Maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren worden onderzocht, zoals maatregelen aan de gevels, het creëren van geluidluwe zijden en het plaatsen van een geluidscherm. Niet uitgesloten is dat dove gevels nodig zijn. In het nieuwe bestemmingsplan worden regels opgenomen die een aanvaardbaar woon- en leefklimaat moeten borgen.
Externe veiligheid
Uitvoeringsaspecten 74
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico’s voor de omgeving die ontstaan bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als LPG en giftige gassen. De A-10 West is binnen het landelijke Basisnet opgenomen als transportroute voor gevaarlijke stoffen. Door de ontwikkelingen in Mercatorpark zal het aantal personen dat in het gebied verblijft toenemen. Hierdoor neemt ook het groepsrisico toe. De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op de weg, en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen, worden in de besluitvorming meegenomen. Voor Mercatorpark is in het ontwerp rekening gehouden met voldoende vluchtroutes. Verder zullen gebouwen voor minder redzame Mercatorpark | Stedenbouwkundig plan
personen (zoals een basisschool) zo ver mogelijk uit de buurt van de A10 worden gesitueerd.
Luchtkwaliteit Het programma voor Mercatorpark en de verschillende scenario’s zoals opgenomen in het projectbesluit, zijn getoetst aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer. Voor de onderzochte stoffen (fijnstof, zeer fijnstof en stikstofdioxide) blijven de concentraties onder de grenswaarden die de wet voorschrijft voor de kwaliteit van de buitenlucht. De plannen voor Mercatorpark én de Evertsenstraat-West als geheel zijn inpasbaar vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit. In het programma voor Mercatorpark is een basisschool opgenomen. Deze is in het stedenbouwkundig plan op voldoende afstand van de verkeerswegen geprojecteerd. Het plan voldoet daarmee aan het landelijk Besluit gevoelige bestemmingen en de Amsterdamse Richtlijn gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit.
Bouwhoogten Naast boven- en ondergrondse cultuurhistorische waarden moet bij gebiedsontwikkeling rekening worden gehouden met het werelderfgoed. Een deel van het plangebied valt binnen de 2 kilometerzone die rond het Singelgrachtgebied is getrokken vanwege het werelderfgoed van de zeventiende-eeuwse grachtengordel. In verband met de bijzondere status van dit UNESCO-gebied is hoogbouw in de 2 kilometer-zone alleen toegestaan als onder meer is voldaan aan het zichtbaarheidscriterium zoals omschreven bij de procedure voor de hoogbouweffectrapportage (HER). Onder hoogbouw in Amsterdam wordt verstaan gebouwen vanaf 30 meter hoogte of tweemaal de hoogte in hun directe omgeving. Het stedenbouwkundige plan voorziet voor het 75
oostelijke deel van Mercatorpark dat binnen de 2 kilometer-zone is gelegen, niet in hoogbouw die de 30 meter overschrijdt dan wel tweemaal de hoogte is van de omliggende bebouwing. Een rapportage over landschappelijke effecten is zodoende niet verplicht. Buiten de 2 kilometer-zone is in het stedenbouwkundige plan hoogbouw geprojecteerd in de zogenaamde stimuleringsgebieden langs de A10 West. Hier wordt juist ingezet op verdichting en het toepassen van hoogbouw. Een rapportage over landschappelijke effecten is ook hier niet verplicht. Hoewel niet noodzakelijk, is voor alle torens in beeld gebracht wat de visuele effecten van de hoogbouw op de omgeving zijn. Omdat de torens in de noordwestzijde van het plangebied geplaatst zijn, is schaduwwerking vooral op de A10 en slechts zeer beperkt op het plangebied zelf.
Luchthaven Schiphol Vanwege de nabijheid van Schiphol gelden beperkingen aan bouwhoogten in verband met de veiligheid van het luchtverkeer en de werking van de radarapparatuur. Voor Mercatorpark geldt een maximale hoogte van de bebouwing van 102 meter +NAP aan de zuidwestkant van het plangebied tot circa 112 meter +NAP in het uiterste noordoosten. Het programma omvat geen bebouwing die deze maximale waarden overschrijdt. In verband met de radarapparatuur geldt voor Mercatorpark een maximale bouwhoogte van 51,5 meter +NAP in het zuidoosten van het plangebied tot 53,5 meter +NAP in het noordoosten. Het stedenbouwkundig plan voor Mercatorpark maakt bouwhoogten mogelijk die deze maximale waarden overschrijden. Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) heeft de bouwhoogten getoetst en geconstateerd dat er geen negatieve invloed is op de correcte werking van de radar.
Watercompensatie De Waterbeheerder eist dat extra te verharden terrein in het plangebied gecompenseerd wordt. Met oppervlaktewater is dat 10% van het extra verharde terreinoppervlak. In het plan is een verbreding van 1 meter van de sloot aan de Jan Evertsenstraat opgenomen. Dit is 350 m2 extra oppervlaktewater en ruim voldoende voor 462 m2 extra terreinverharding.
Flora en fauna Het gebied bevindt zich niet in de nabije omgeving van een Natura 2000-gebied en ligt niet in de Hoofdgroenstructuur. Het zuidelijke deel van Mercatorpark maakt wel deel uit van de Ecologische structuur van Amsterdam. Het gaat om de bomenrij en het water parallel aan de Jan Evertsenstraat. Het stedenbouwkundige plan voorziet in behoud van de bomen en een toevoeging of verplaatsing waar nodig. In het kader van een bestemmingsplanprocedure zal opnieuw gekeken worden naar de actuele natuurwaarden.
Bodem en explosieven De bodem ter plaatse van Mercatorpark is in het verleden diverse malen onderzocht op verontreiniging en de aanwezigheid van asbest. De locatie is opgehoogd tussen 1945 en 1969. Uit archiefonderzoek blijkt dat er voornamelijk lichte tot matige verontreinigingen voorkomen op de locatie. Er is geen asbestverontreiniging in de bodem. Mercatorpark ligt in zone 3 van de bodemkwaliteitskaart van Amsterdam. De boven- en ondergrond vallen in kwaliteitsklasse industrie (matig verontreinigd). Voor het zuidelijk deel van het projectgebied is geen historisch onderzoek bekend. Voor dit gebied en vanwege recente ontwikkelingen rond de PFAS is een verkennend onderzoek uitgezet om na te gaan of de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik.
Op grond van de Bommenkaart van Amsterdam en de bodembelastingkaart is geconstateerd dat er geen aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van explosieven in de bodem.
Cultuurhistorie en archeologie Op basis van de historisch-topografische inventarisatie zijn binnen het plangebied Mercatorpark materiële overblijfselen te verwachten die verband houden met ontginning, bewoning of landgebruik vanaf de 11de eeuw tot de verstedelijking in de 20ste eeuw. Deze overblijfselen hebben weinig tot geen samenhang en een wijde verspreiding. De archeologische verwachting is daarom laag. Bebouwing ter plaatse en 20ste-eeuwse ophogingslagen kunnen eventuele archeologische resten hebben verstoord. Vanwege de lage verwachting geldt voor het hele plangebied een uitzondering van archeologisch veldonderzoek bij alle bodemingrepen. Bovengrondse cultuurhistorische waarden in het plangebied hebben betrekking op bebouwing uit het midden van de jaren zestig
van de vorige eeuw. Van deze voorzieningen zijn alleen de LTS en de directeurswoning van cultuurhistorische waarde. De school en de bijbehorende twee gymzalen zijn gewaardeerd met een orde 1 en de directeurswoning met orde 2. Voor zowel orde 1 als orde 2 panden is behoud/restauratie het uitgangspunt. In het huidige bestemmingsplan is voor de LTS een sloopvergunningplicht van toepassing. De school is in het stedenbouwkundig plan opgenomen en moet een deel van het programma zoals omschreven in het projectbesluit huisvesten. Het behoud staat ook in het stedenbouwkundige plan voorop.
Afval en grondstoffen Amsterdam wil in 2050 een afvalvrije stad zijn met schone straten en pleinen. In de omschakeling naar een circulaire economie moet het afvalscheidingspercentage omhoog. In het plangebied geldt dat collectieve ondergrondse afvalcontainers moeten worden ingepast, gelet op de openbare schaarse ruimte. Hierbij wordt ingezet op vijf fracties: papier, glas, textiel, restafval en groente-fruit en tuinafval (GFT) . Vanaf 2021 worden plastic verpakkingen niet meer los opgehaald.
^ de hoofdbomenstructuur van Amsterdam West 76
Mercatorpark | Stedenbouwkundig plan
77
Gas Conform het landelijke beleid komen er geen nieuwe gasleidingen bij. De nieuwe woningen worden dan ook niet aangesloten op het gasnet.
Kabels en leidingen Liandon hoogspanning Voor de Jan Evertsenstraat (tussen Admiraal Helfrichstraat en Ortelliuskade) wil Liander dat er een overkluizing wordt gemaakt boven de aanwezige 50kV kabel i.v.m. de realisatie van de bebouwing.
Gerrie Knetemannlaan
James Rosskade
Dr. Jan van Breemenstraat
Jan To
Burgem
Jan To oropstra at
Orteli
Alhambralaan
aat
ropstraa
t
de
uska
Jan Too
Fridtjof Nansenhof
an
ichelsla
Rinus M
oropstra
at
August Verme yl
enstraa t
August Verme yl
enstraa t
gracht
ster Cram er
Crame rgracht
weg Hoofd
traat
liuss Orte
eester
weg
Parthenonhof
Hoofd
straat
ade
rtsenstr
Werkman
liusk Orte
rt
senstraa t
Hendrik
traat
liuss
Jan Eve
Jan Eve
Orte
^ monumenten en beeldbepalende objecten
laan ita qu ez M
traat
Gemeentelijk mon.
aat
cotts
ert S
Rob
Rijksmonument
rtsenstr
Admiraal Helfrichstraat
Nader te bepalen
Jan Eve
Dr. Jan van Breemenstraat
basisorde
Ringweg−West
orde 3
ansenhof
orde 1 orde 2
Fridtjof N
•
in
Laan van Spartaan Warmtepompen (individueel): meer dus trafovermogen nodig, een hogere impact op het aantal traforuimtes; B urgeme Jan va e n st er Röe Galenst llstraat raat Elektrisch laden: meer trafovermogen nodig, dus een hogere impact op het aantal Jan
va n Gale n straat traforuimtes. Jan van Galenst raat V a n de Sa n d e Bakh u ijz e nstra a t
Voorzieningen zoals elektra verdeelkasten en telecomkasten worden niet in de openbare ruimte geplaatst, maar inpandig. Indien nodig voorzieningen met om de overlast voor de beperken.
woningen te Robert Scottplein de Roodestraat Erik at k de Roodestra Eri nhof se an N tjof rid F f nho nse Fridtjof Na t a a
tr ns le a G van n a J Jan van Galenstraat at enstra Breem Dr.
Jan van Jan van Galenstraat ark Sportp ad sp liu Orte Dr.
Jan van Breemenstraat t a a rtsenstr ve E n a J t a stra n se rt ve E n Ja traat Jan Evertsens 79 Scottple
•
KPN/Reggefiber Gezien de tijdigheid van het leveren van diensten aan de eerste nieuwe bewoners zal de PoP (verdeel/wijkstation) moeten worden opgenomen in de kavel die als eerste bebouwd wordt.
Robert
De factoren die van invloed zijn op het aantal traforuimtes zijn: • Zonnepanelen: Deze kunnen beperkend werken op de maximale kabelengtes. Hierdoor dienen de traforuimtes dichter op elkaar geplaatst te worden, wat resulteert in meer traforuimtes om het gehele gebied te beslaan;
Waterprofiel Alle wateruitlaten moeten opnieuw gemaakt worden. Verder moet bij het eventueel toepassen van funderingselementen rekening gehouden worden met de aanwezige hoge druk persleiding.
Erik de Roodestraat
Voor de woningen en de geplande commerciële voorzieningen wordt een nieuw kabels- en leidingennet ontworpen en aangelegd. Ook worden er nieuwe traforuimtes aangebracht.
Afvalwater Bij toename van het aantal woningen zullen de gebieden ten noorden van de Jan Evertsenstraat een nieuw (onderbemaling) gemaal moeten krijgen die het stelsel verpompt tot ten zuiden van de Jan Evertsenstraat.
Robert Scottplein
Bij de ontwikkeling van het plangebied kunnen slimme manieren voor afvalinzameling, hergebruik en herwinning onderzocht worden die passen bij de omgeving. De gemeente stimuleert om het scheiden van afval zo dicht mogelijk te kunnen scheiden van de plek waar het ontstaat. Het Innovatie- en uitvoeringsprogramma Amsterdam Circulair 2020 – 2021 kan hierbij als inspiratie dienen. Éen van de innovaties die op dit moment wordt onderzocht is het toepassen van inpandige voedselvermalers in blokken met >50 woningen welke door de gemeente eens per week geledigd kan worden in een centraal punt bereikbaar vanaf de rijweg. Bij een kleiner aandeel woningen moet rekening worden gehouden met een 140 liter mini container op eigen terrein bij laagbouw en één of meerdere rolcontainers in een inpandige containerruimte
bij hoogbouw (ca 140 liter per woning). Een dergelijk systeem zal in de bouwenvelop moeten worden opgenomen.
Burgemee
Bij de toevoeging van 1150 nieuwe woningen zullen naar verluid 16 ondergrondse containers moeten worden geplaatst verdeeld over drie aanbiedlocaties. De uiteindelijke locaties en soorten fracties worden op termijn bepaald met de afdeling afvalinzameling.
Mercatorpark | Stedenbouwkundig plan
^ huidige situatie kabels en leidingen Mercatorpark
4.2 Duurzaamheid In het coalitieakkoord Een nieuwe lente en een nieuw geluid (gemeenteraad, mei 2018) staat een stevige ambitie voor een duurzaam Amsterdam. Met de nieuw opgestelde beleidskaders, o.a. Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 (2019), Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025, Actieplan Schone Lucht (2019) en Strategie Klimaatadaptatie (2020), wordt er richting gegeven aan de ambitie. Het Mercatorpark is als transformatiegebied bij uitstek geschikt om een bijdrage te leveren aan deze ambitie, waarop een integraal ontwerp voorop staat.
Duurzaamheidsonderwerpen Duurzame energie en aardgasvrij De gemeente Amsterdam heeft als doel om de CO2-uitstoot met 55% terugdringen in 2030 en met 95% in 2050. Daarnaast streeft de stad naar 100% gebruik van duurzame energie in 2050. Deze doelen zijn uitgewerkt in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. De ontwikkeling in Mercatorpark kan gebruik maken van verschillende duurzame warmtebronnen. De haalbaarheid van deze mogelijkheden zijn onderzocht in de energiesysteem analyse voor Mercatorpark (d.d. 27-08-2019). In de aangenomen motie van 9 november 2017 is de voorkeur van de gemeente voor laagtemperatuur warmte (circa 40C) in nieuwbouw uitgesproken. Duurzame mobiliteit De gemeente werkt aan een schone lucht en voor 2030 is de ambitie om alleen nog uitstootvrije mobiliteit toe te staan binnen de bebouwde kom. Duurzame mobiliteit wordt gestimuleerd door het beperken van autogebruik via parkeernormering en de realisatie van toekomstbestendige laadpunten voor elektrische auto’s. Het streven is een auto luwe wijk, waarbij doorgaand auto verkeer wordt voorkomen. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt
van bestaande parkeervoorzieningen voor het bezoekers parkeren. Het gebied heeft goede alternatieven voor de auto, zoals de fiets en het openbaar vervoer. Fietsgebruik gestimuleerd door het bieden van voldoende en goed toegankelijke fiets parkeerplekken en een aantal oplaadpunten voor elektrische tweewielers. Klimaatadaptatie Door klimaatverandering zal het vaker warm en droog zijn, terwijl korte maar zware buien druk uitoefenen op de bestaande riolering. In het plangebied Mercatorpark worden er maatregelen getroffen om rekening te houden met de verandering van het klimaat. Zowel in het ontwerp voor de openbare ruimte als op kavelniveau wordt de ambitie om hemelwater vast te houden, te vertragen en waar mogelijk her te gebruiken geborgd. Naast het waterverwerkend vermogen wordt ingezet op de ambitie om hittestress en droogte tegen te gaan. Inrichting met intensief en hoogwaardig kwalitatieve vegetatie draagt ook bij aan de klimaatbestendigheid van het plangebied en tevens het behalen van de groennorm.
een natuurverbinding te laten bijdragen door het toe te passen van maximaal en kwalitatief hoogwaardig groen op kavels, gevels en daken. Ingepaste natuurmaatregelen sluiten aan bij de omgeving en helpen de biodiversiteit in het plangebied te verhogen. Het Amsterdamse handboek Natuurinclusief Bouwen en Ontwerpen van Blokker en Timmermans (2018) kan als inspiratiebron dienen. Circulair bouwen en materialen Amsterdam wil in 2030 50% minder nieuwe grondstoffen gebruiken en in 2050 volledig circulair zijn. Duurzaam materiaalgebruik en een slim ontwerp van gebouwen voor een zo lang mogelijke levensduur leveren een bijdrage aan het behalen van deze doelstellingen en worden dan ook geambieerd in het plangebied. In geval er wordt gekozen voor het gebruik van hout, wordt er alleen hout toegepast met een FSC-keurmerk of een vergelijkbare kwaliteit. Materialen als staal en beton zijn minder duurzaam en zouden in mindere mate
toegepast moeten worden. Verontreiniging van het hemelwater door bouwmaterialen moet worden voorkomen door geen gebruik te maken van uitlogende materialen zoals koper, lood en zink. Daarbij heeft de gemeente ambities op het gebied van adaptief en demontabel bouwen: het gebouwcasco maakt functiemenging- en aanpassing van woningtypologie eenvoudig. Waar mogelijk kunnen de materialen die vrijkomen tijdens het slopen van gebouwen, zoals de Reade, en het herinrichten van de openbare ruimte hergebruikt worden.
Natuurinclusief bouwen De Groenvisie 2050 schetst een beeld van Amsterdam als een groene stad en wil die kwaliteit graag versterken. Groen draagt in belangrijke mate bij aan een klimaatbestendige, biodiverse, duurzame en kwalitatieve leefomgeving van mens en dier. Het transformatiegebied Mercatorpark is gelegen tussen verschillende stadsparkgebieden waar een hoge biodiversiteit wordt waargenomen. De watergang aan de zuidzijde van het plangebied, grenzend aan de noordzijde van het Rembrandtpark, is in de Structuurvisie opgenomen als onderdeel van de ecologische verbindingenstructuur. Met deze ligging is de ambitie om de ontwikkeling van het gebied als ^ Natuurinclusief bouwen in het Mercatorpark
80
Mercatorpark | Stedenbouwkundig plan
81
5. Participatie, proces en planning 5.1
Participatie
Vanaf november 2019 heeft er een herijking plaatsgevonden wat betreft de aandacht voor en de inzet van bewonersparticipatie door het projectteam. Eerdere bewonersbijeenkomsten (september 2017 en september 2019) over de toekomstige ontwikkeling van het totale projectgebied Jan Evertsenstraat-West hadden weliswaar veel omwonenden op de been gebracht, maar er was wat minder enthousiasme te bespeuren voor wat betreft de gepresenteerde stedenbouwkundige plannen voor het deelgebied Mercatorpark. Zowel het aantal te bouwen woningen (ca. 1100-1200) als de locatie van de hiervoor ingetekende woontoren(s) in de verkavelingsstudies, zorgde tijdens beide bewonersavonden voor een zekere ongerustheid onder bewoners in de naaste omgeving. In november 2019 startte het (deels vernieuwde) projectteam Mercatorpark met een fundamenteel andere benadering richting de belanghebbenden. Op basis van gesprekken met bewoners en belanghebbenden is een gewijzigde opzet van het stedenbouwkundig plan met de nodige veranderingen verder uitgewerkt. Uitgangspunten voor dit proces waren: • Volledige transparantie over het stedenbouwkundige proces; •
•
Participatie, planning en proces 82
•
•
Het toetsen van het schetsontwerp eind 2019 bij een drietal professionals buiten de gemeente (architectenbureaus) alsmede het ophalen van suggesties voor de aanpak van dit gebied;
•
Duidelijk communiceren van de stedenbouwkundige opgave vanuit B&W: de projectnota uit 2018 was en blijft leidend;
•
Het verwijderen van de angel uit de discussie met de omwonenden (hoogte en ligging van de woontoren(s) vrijwel aan het begin van het participatietraject;
•
Het daadwerkelijk inpassen van suggesties van omwonenden in het concept stedenbouwkundig plan voor zover dit passend was binnen de gegeven randvoorwaarden.
Naar aanleiding van de online bijeenkomsten in het voorjaar van 2020 hebben buurtbewoners op verzoek in de online bijeenkomsten ideeën genoteerd in tekst en illustraties. De gemeente bepaalt de ruimte, maar de inhoud wordt ingevuld in overleg met bestaande en toekomstige bewoners en gebruikers. Een selectie van ingekomen ideeën: • Geen hoogbouw in de oostzijde van Mercatorpark; •
Pas op voor sluipverkeer op de Orteliuskade;
•
Multicultureel kinderkookcafé, buurtkamer gewenst.
Participatietraject met meerdere elkaar versterkende communicatiemomenten en communicatievormen in de periode februari-september 2020. Wegens het intreden van Corona in maart 2020 betekende dit onder andere een adhoc aanpassing naar een viertal online bijeenkomsten in juni en juli 2020;
• •
Een reparatie café; Meer toepassen van water in de openbare ruimte;
•
(Extra) sportvoorzieningen en speelmogelijkheden;
•
Gebruik van de omgeving zoals een route door de boomtoppen;
Reflectie op de achterliggende periode en het erkennen van het belang van bewonersparticipatie door de projectgroep;
•
Meer diversiteit in het groen en Meer verbinding met andere parken;
•
Verbinding leggen tussen de deelgebieden ten noorden van de sloot;
Informatie die voor iedereen (omwonenden, ondernemers) op hetzelfde moment beschikbaar was;
Mercatorpark | Stedenbouwkundig plan
83
• •
Kasconstructies met groen als in de Hortus; Hoogbouw met op de bovenste verdieping horeca en of sport;
•
Woningen voor ouderen en voor gezinnen.
De projectpagina www.amsterdam.nl/ mercatorpark is voor nu en in de toekomst, de centrale digitale bewaarplek voor alle initiatieven op het gebied van participatie en communicatie. Hier is alle relevante informatie die is opgehaald eenvoudig terug te vinden. Als afsluiting van dit participatieproces is op 14 en 15 september 2020 in totaal vier fysieke bijeenkomsten aan de omwonenden het concept stedenbouwkundig plan gepresenteerd. Het voorstel is met veel waardering ontvangen. In oktober 2020 is een uitgebreide participatiebijlage opgesteld. Hierin zijn de belangrijkste participatiemiddelen in uitgewerkte vorm te vinden.