03. Investeringsnota Hamerkwartier deel B
Tekst van het document
68
7-ó M;r~l j < \,,
/
.eJlV\
bu.v.r~ I
~ 1,,,_,,)c,".) 1 ,1',1u
~"f'1, .o-" (fi <&/.,.,,~ >;~ '""' v1~_J;~ ~f~ f"•~• i
c"
~\
~Vi~''o.
•.
'-•"~ 1\ ( ( \i '-{/-~)
~~ -\ v-
)
1
.
_
f • "
ll"
lîp •
!.~ó:\ \~ •,,,J .)O".".) 'ft'"'
k,r
u
.,,
~~~:;:;~~~---~~,::.'.'.~""---<--
·-..__
Impressie Oeverpark
70
71
3
Beeldkwaliteit Sturen en verleiden, regie op ruimtelike kwaliteit Bi de transformatie van het Hamerkwartier wordt gestreefd naar een hoge ruimtelike kwaliteit. Met dit beeldkwaliteitsplan geven we aan met welke sturende principes we deze hoge kwaliteit willen bereiken. Daarbi is dit beeldkwaliteitsplan, samen met een proactieve bouwplanbegeleiding door het supervisieteam, met name een stimulerend kader voor ontwikkelaars en architecten. Daarnaast biedt het een helder toetsingskader. Omdat de transformatie van het Hamerkwartier een langjarig proces zal zin dat wel twee decennia zal beslaan, zorgt het beeldkwaliteitsplan met bibehorend protocol ook voor continuïteit in het kwaliteitsniveau van bouwplannen. De sturende principes vindt u in het tweede deel van dit beeldkwaliteitsplan. Ze zin gebaseerd op en worden gemotiveerd door de kernwaarden en ambities, maar ook de context en condities die voor het Hamerkwartier gelden. Die vindt u in het eerste deel van dit beeldkwaliteitsplan en in het hoofdstuk Stedenbouwkundig plan. De sturende principes staan dus in dienst van het bereiken van de kernwaarden en ambities en zin daarmee middelen, geen doelen op zich.
CRK en supervisie De fnale toets van bouwplannen op beeldkwaliteit is de verantwoordelikheid en bevoegdheid van de onafhankelike Commissie Ruimtelike Kwaliteit (CRK). Zi doet dit op basis van de voor het Hamerkwartier relevante gebiedstyperingen in de welstandsnota De schoonheid van Amsterdam. Tussen de gebiedstyperingen in de welstandsnota en dit Beeldkwaliteitsplan zou geen discrepantie moeten bestaan. Daarmee is een logische continuïteit en verwachtingenopbouw in de kwalitatieve bouwplanbegeleiding gewaarborgd. Supervisor en supervisieteam begeleiden bouwplannen proactief op basis van dit Beeldkwaliteitsplan met als doel: het meest passend plan, binnen de opdracht van de opdrachtgever én in de context van het Hamerkwartier. De supervisor adviseert de CRK met een onderbouwd advies. De CRK behoudt echter haar onafhankelike verantwoordelikheid en bevoegdheid een fnaal advies op een bouwplan te formuleren.
73
Kernwaarden en ambities
Hoogstedelike mix
Diversiteit
Voortbouwen op het bestaande
Flexibel
verrassing zin de norm, afgewisseld met gezonde portie ratio en pragmatisme.
De lat ligt hoog. Naast een context en condities die het speelveld van de transformatie afbakenen en karakteriseren, zin er kernwaarden en ambities die kleur en betekenis geven aan de transformatie. Doelen die de regie, met name op beeldkwaliteit, door de gemeente motiveren.
Circulair en duurzaam Te hergebruiken en hergebruikte materialen in gebouwen en openbare ruimte zin een vanzelfsprekendheid waar dit meerwaarde oplevert. Hetzelfde geldt voor de toegepaste bouwmethodiek, materialen en detailleringen die mooi en duurzaam verouderen zodat ze niet snel vervangen worden of deprimerend stemmen. Energiebehoefte wordt geminimaliseerd en wordt voorzien uit hernieuwbare bronnen. Veel daken en gevels zin groen, niet alleen als aantrekkelike tuin maar ook functioneel: waterbergend en verkoelend. Deze optelsom van inspanningen die bidragen aan een beter Hamerkwartier en een betere wereld zin in de architectuur zichtbaar in innovatieve, architectonisch tot de verbeelding sprekende oplossingen.
Diversiteit en variatie Het Hamerkwartier wordt een wik met een rike diversiteit. Niet alleen door de manier waarop oude en nieuwe gebouwen samen naast elkaar staan, maar ook door de hoogstedelike mix van functies. Naast creatieve maakbedriven en kantoren komen er ook maatschappelike en commerciële voorzieningen, én wonen in velerlei soorten. De diversiteit zit hem niet alleen in sociale diversiteit, maar ontstaat ook door de ruimtelike variatie in de maat en de verschiningsvorm van gebouwen. Ranke torens naast bedrifsloodsen, in een staalkaart van architectonische concepten. Waarbi niet mooi of lelik bepalend zin, maar passend en consistent.
Hoogwaardige openbare en collectieve ruimte Bi de herontwikkeling van het Hamerkwartier wordt de meeste openbare ruimte toegevoegd en vergroend op de meest onderscheidende plekken: aan het I in een 50 meter breed oeverpark, aan de drie insteekhavens op kades en pleinen, door vergroening van de Meeuwenlaan en de Van Hasseltweg. Daarnaast ontstaan natuurlik lichte straten en pleintjes. Al deze plekken zin van betekenis voor alle Amsterdammers, alle Noorderlingen en alle bewoners en gebruikers van Hamerkwartier en de
Kwalitatief hoogstedelik milieu
Kwaliteit boven tempo & volume
Collectief
Hoogstedelikheid gaat gelukkig niet alleen over aantallen woningen en inwoners, over hoeveelheid vierkante meters en bouwhoogtes, over dichtheid en FSI. Natuurlik is er alle aanleiding om bi transformatie op zoek te gaan naar een ruimtelik model dat veel woningzoekenden, ondernemers, kunstenaars en maatschappelike voorzieningen een plek kan bieden. Maar dan alleen in een setting die een zeer aantrekkelik stuk stad oplevert, verbonden met de rest van de stad en de omliggende buurten. Met samenhang en balans, aantrekkelike straten met genoeg zon en licht. Straten met actieve en fexibele plinten waar van alles gebeurt dat bidraagt aan de economie van de stad én aan de levendigheid in de buurt. Fiftyffty gemengd met wonen aan de straat zodat er ook in de avond en in het weekend ogen op straat zin. Een wik waar ook voldoende ruimte en groen is.
Flexibel en functioneel
Hoogwaardige openbare ruimte
Circulair
74
Techniek is leidend, decoratie dienend. Flexibiliteit is het uitgangspunt, aanpasbaarheid is vanzelfsprekend. Vorm volgt functie. Zo gaat het al een eeuw in het Hamerkwartier en ook de komende decennia zal dit de ontwerphouding zin, voor zowel gebouwen als de openbare ruimte. Dit is geen vribrief voor luiheid, willekeur of desinteresse. Sublimiteit, schoonheid, verleiding en esthetiek, innovatie en
Referentiebeeld Kabeldistrict, Delft. Mei Architect and Planners
75
Impressie Gedempt Hamerkanaal
76
77
omliggende buurten. Om te recreëren, te sporten, te spelen. Maar ook om bi de voordeur van je huis en je bedrif te komen, met je bakfets en je bestelbus. Dit vraagt vernuftige en robuuste ontwerpen van hoge kwaliteit.
met veel programma, veel vierkante meters. Op straatniveau vallen met name de open 8 meter hoge plinten op, die laten zien wat er in de gebouwen gebeurt. Aan elke straatwand is dat voor de helft bedriven en voorzieningen. Daarboven zin ook de collectieve, groene daktuinen zichtbaar. Hoogbouw is terugliggend ten opzichte van de rooilin geplaatst.
Kwaliteit boven tempo en volume De fnale kernwaarde bi ontwerpen voor Hamerkwartier. Dat je in gezeik minder fin kan wonen, daar is iedereen het over eens. Dat betekent niet dat meer altid beter is. Daarbi wordt de invulling van kwaliteit bepaald door bovengenoemde kernwaarden en ambities.
Het architectonisch beeld van gebouwen varieert. In grootte, in leeftid, in architectuurstil, in materiaal, soms mooi, soms lelik. Ontwikkelaars en architecten hebben hier keuzevriheid. Gebouwen zin wel altid robuust en hebben een heldere samenhang tussen constructie en gevel. Materialen zin natuurlik of duurzaam, verouderen mooi en vallen binnen een terughoudend kleurenpalet. Ook is elk gebouw consistent in architectonisch concept, materialisatie en detaillering. Een subtiel spel waarbi zowel contrasten als samenhang van belang zin.
Transformatie
-
Sturende principes
•
Sturende principes zin de instrumenten om kwaliteit te bereiken. Concrete handvatten voor de ontwerper en voertuigen in het gesprek tussen architect en supervisieteam. Liefst niet in de vorm van regels en voorschriften, alhoewel soms onontkoombaar. We leveren ze op 4 schaalniveaus: ■ Het Hamerkwartier ■ Het bouwveld ■ Het gebouw ■ Het gebouwelement/de functionaliteit
D D
D
Wonen Kantoor Voorzieningen Bedrijven Parkeren
Bestaande beb • Behoud ouwmg Blehoud constructie S oop
--
Transformatie
De stedenbouwkundige principes, die gelden voor het hele Hamerkwartier, zin eerder al beschreven in het hoofdstuk Stedenbouwkundig plan. Hier volgt een korte samenvatting.
D
Ontw'kk 1 elalpartij
Wonen Kantoor Voorzieningen Bedrijven
Fase2 i l!!i
sh
is~ ,,-
Het Hamerkwartier Noord is een mozaïek van wiken, buurten, terreinen met elk een eigen karakter en identiteit. Naast elkaar gelegen scherven in dit mozaïek contrasteren vaak in schaal, textuur en karakter. Zo ook bi Hamerkwartier en de omliggende buurten. Dit contrast wordt niet weggepoetst of ontkend bi nieuwbouw. Wel worden overgangen zorgvuldig gemaakt, door aan de randen hoogtes getrapt op te bouwen en toepassing van een kleine korrel.
D
Bestaandebeb • Behoud ouwmg Behoud constructie Sloop
Schematische weergave Hamerblok op zuidelike kavels
D
De huidige structuur van noord-zuidstraten gericht op het I wordt verder uitgebouwd. Waar nodig worden straten toegevoegd. Bina elk langgerekt bouwblok kent ook een informele doorsniding om doorwaadbaarheid te vergroten en adressen toe te voegen. De historische driedeling van grote kavels en gebouwen aan het I, een kleinschaliger variatie aan gebouwen in de noordstrook en de tussenmaat aan de Van Hasseltweg wordt verder uitgebouwd. Het Hamerkwartier wordt een hoogstedelik gebied
Ont . w1'kkelalliantie Eigenaar A Eigenaar B Eigenaar C Eigenaar D
Schematische weergave Hamerblok op noordelike kavels
78
79
Bouwveld principes Het Hamerblok is samengesteld uit verschillende gebouwtypen: soms bestaande (en te handhaven) gebouwen, bedrifsloodsen, ranke woontorens (over het algemeen twee per Hamerblok), hybride gebouwen van 17 of 21 meter hoog met wonen boven een plint met voorzieningen of creatieve bedriven. Hier en daar is er een special. Deze individuele gebouwen onderscheiden zich doordat ze elk hun eigen architectuur en materialisatie hebben. Met consistentie van vloer tot kroon.
□□□□□□ □□□□□□ □□□□□□ □□□□□□
□□□□□□ □□□□□□ □□□□□□ □□□□□□ □□□□□□ □□□□□□ □□□□□□ □□□□□□
Het Hamerblok kent ook drie werelden op drie hoogtes. Aan de straat heeft elk gebouw een 9 meter hoge plint. De maat van de gevelopeningen is fors. Vanaf de straat is zichtbaar wat er achter de gevels gebeurt. Daar zin bedriven, voorzieningen, foyers van woongebouwen, of woningen gesitueerd. De materialen in de gevels hebben structuur, zin tactiel.
□□□□□□ □□□□□□ □□□□□□
Op 9 meter hoogte bevindt zich een tweede wereld van collectieve daktuinen op de daken van bedrifsloodsen. Deze tuinen zin groen en toegankelik vanuit naastgelegen woongebouwen en kantoorruimtes. Het groen op deze collectieve tuinen is zichtbaar vanaf de straat. De gevels aan deze groene collectieve ruimtes zin tot een hoogte van 21 meter boven straatniveau informeler dan de gevels aan de staat en rikelik voorzien van uitkragende balkons.
Verticale parcelering
21-60m
Boven de 21 meter begint een abstractere wereld van torens met gevels waarin de optelsom van individuele woningen een raster vormen, dat zich als een tweede schil om de torens heen plooit. In deze gevels zin op innovatieve en aantrekkelike wize ook buitenruimtes, groen, waterberging en zonnepanelen geïntegreerd.
-Abstract -Technisch
□□□□□□ □□□□□□ □□□□□□ □□□□□□
□□□□□□
~_______,□ DO
□□□□□□ □□□□□□ □□□□□□ □□□□□□ □□□□□□ □□□□□□ □□□□□□
□□□□□□ □□□□□□ □□□□□□ □□□□□□ □□□□□□ □□□□□□
9-21m - Collectief - Informeel
□□□□□□ □□□□□□
------ □□□□□□
0-9m - Publiek - Tactiel - Communicatief
Duidelike driedeling
80
81
Gebouwprincipes
hergebruik vindt plaats in nauw overleg met dienst Monumenten en Archeologie. Het terugbrengen van oorspronkelike architectonische kenmerken en kwaliteiten is vanzelfsprekend. Toevoegen van gebouwvolume is denkbaar, mits kwalitatief te motiveren. In geval van volumineuze toevoegingen hebben we het over een special.
Het Hamerkwartier kent in essentie 5 gebouwtypen: ■ Bestaande, te handhaven gebouwen, veelal historisch waardevol of kenmerkend, soms monumentaal ■ Nieuwe bedrifsloodsen ■ Ranke woontorens ■ Hybride gebouwen met wonen boven/in een plint ■ Specials
Voor bivoorbeeld het Kromhoutcomplex op de STORK-kavel gelden hoge ambities. Instandhouding van Architectuur wordt hier in bouwplanontwikkeling gecombineerd met een publieke programmering van de gebouwen. Daarnaast wordt een overbouwing van een deel van het complex geambieerd. Ten slotte wordt dat deel van het gebouwcomplex dat in de oeverparkzone steekt publiek toegankelike binnenruimte.
Te behouden gebouwen/gebouwdelen Deze gebouwen bepalen in hoge mate het karakter en de identiteit van het gebied. Ze zin of worden opgeknapt om weer decennialang nieuw gebruik te kunnen faciliteren. Ook kunnen kenmerkende gebouwelementen hergebruikt worden in nieuwe bebouwing of openbare ruimte. Herontwikkeling en
Referentiebeelden hoe om gegaan kan worden met te behouden gebouwen/gebouwelementen
82
83
Bedrifshallen Deze loodsen hebben een modale footprint en vrie vloer van ca. 1.000 m², met zo weinig mogelik kolommen en een vrie hoogte van 8 meter. Ze kunnen een zware vloerbelasting aan. Ze hebben open gevels aan de straat zodat zichtbaar is wat er in de loodsen gebeurt. Ze hebben intern, dan wel in een overgangszone, ruimte voor expeditie. Ze zin splitsbaar in meerdere kleine units die goed bereikbaar en zichtbaar zin vanaf de straat, dan wel vanaf hof of steeg. Boven op deze loodsen zin collectieve groene daktuinen die toegankelik zin en te gebruiken voor naastgelegen woongebouwen. Dit vraagt om grondpakketten tot 1 meter dik en een gebouwconstructie die dit aan kan. ■ Oppervlak Bi elke torenontwikkeling dient een loods van ten minste 1.000 m2 te worden ontwikkeld. In de loods mag een tussenverdieping worden toegevoegd. Deze vloer is maximaal 50% van het grondoppervlak. ■ Vrie verdiepingshoogte Loods heeft een minimale vrie verdiepingshoogte van 8 m. ■ Overspanning Een loods heeft een grote kolomvrie overspanning van minimaal 8 m breed. Uitzonderingen zin mogelik, afhankelik van het bouwplan, bivoorbeeld om ruimte te bieden aan extra dikke grondpakketten t.b.v. wortelpakketten van bomen op de daktuin. Obstakelvrie plintruimte op maaiveldniveau met betredingsmogelikheden voor (gemotoriseerde) voertuigen.
■ Collectiviteit Het dakvlak van een loods dient als collectieve buitenruimte voor bewoners van de toren. Het dakvlak is voorzien van beplanting, zichtbaar vanaf de straat.
Maximaal 50% van oppervlak
8m vrije verdiepingshoogte 1000m2 grondoppervlak
Aan toren loods gekoppeld van 1000m2
Referentiebeelden bedrifshallen
Principe schema’s randvoorwaarden bedrifshallen
84
85
Toren/Hoogbouw
De torendelen boven de 21 meter kennen dezelfde architectuur als de twee onderste delen maar zin technischer en abstracter uitgewerkt, met een finmaziger structuur en een lichtere tint in dezelfde kleur. In deze torendelen wordt ook de eerder omschreven extra schil toegevoegd die onlosmakelik onderdeel is van de gevelarchitectuur.
Woontorens zin meest gemiddeld 45 of 60 meter hoog. Eventueel op te hogen tot 50 respectievelik 70 meter, in ruil voor extra kwaliteit (hoge verdiepingen; veel relevante collectieve ruimte toevoegen aan de straat; aan de daktuinen; verspreid over de toren of in de top; maatschappelike/culturele functies op de verdiepingen). Ze hebben een bescheiden footprint van 600 m2 (45 meter torens) dan wel 500 m2 (60 meter torens) die rechthoekig is en haaks gericht zin op het I of de Johan van Hasseltweg. Deze footprints zin uit te breiden met een alzidige en omhullende structuur die privé buitenruimte van variërende diepte, windbescherming, zonnewering, plaats voor groen, bevestiging voor zonnecollectoren, enz. op innovatieve en aantrekkelike wize incorporeert. De bikomende totale oppervlakte van alle betreedbare vloerdelen in de omhullende structuur mag 10-15% van de footprint van de toren bedragen.
Er zin 3 hogere torens (90-120m) die een relatie met elkaar aangaan. Deze torens hebben een verjonging om en nabi 21, 45 en 70m. De positie van de verjonging bi de torens moet onderling van elkaar verschillen.
(/1'4Sm
De bedoeling is om met deze structuur zowel bi te dragen aan een betere leefkwaliteit van de woningen alsook een praktische oplossing te bieden voor onderhoud en technieken. Daarnaast wordt de structuur ook ingezet voor de architecturale identiteit van de torens. Voorwaardelik voor deze omhullende structuur is dat door doorzichten, materialisatie, detailleringen en kleurstelling de torens rank en slank bliven ogen.
W,oom2
De torens hebben in hun fundament een ruimere footprint om entree, foyer, bergingen, collectieve fetsenberging en andere voorzieningen te kunnen huisvesten.
r?r60m
kW'2lm ~ ,' /
............ .,;,----
500m2
Elke toren heeft een bewuste beëindiging waarin techniek is geïncorporeerd. Deze techniek kan zichtbaar zin, mits aantrekkelik vormgegeven. Een collectieve of openbare toegankelike functie of ruimte is een pré. De torens hebben elk één architectonisch concept en een eenduidige materialisatie en kleur en uitwerking. Ze hebben een alzidige en eenduidige architectuur. Toch kunnen ze een getrapte opbouw hebben, waarbi de plint (de eerste 9 meter) grotere gevelopeningen/zichtbare constructie heeft, met meer textuur in de materialisering die ook donkerder kan zin. De tussenwereld tussen de 9 en 21 meter heeft in de niet naar de straat toe gerichte gevels een tweede huid met uitkragende balkons, groene gevels en een informelere materialisatie. De naar de straat toe gerichte gevel heeft een setback van minimaal 3 meter. De ritmiek in de gevel is finmaziger dan in de plint, de textuur minder gearticuleerd, de kleurstelling tussen donker en licht in.
ALZIJDIGE GEVEL
TOREN
MIDDENDEEL
PLINT
Referentiebeelden hoogbouw
Principe schema’s randvoorwaarden hoogbouw
86
87
Woongebouw op plint/appartementen Deze gebouwen zin 17 dan wel 21 meter hoog en niet te lang. Schiven die doorzichten belemmeren worden voorkomen. De gebouwen hebben een plint van 9 meter hoog die geprogrammeerd is met voorzieningen, een werkfunctie of woningen. Woningen aan de straat maken gebruik van deze specifeke ligging en zin niet gesloten naar de publieke ruimte. Erboven liggen 2 tot 4 woonlagen die toegang hebben naar een collectieve buitenruimte. Op locaties waar rekening gehouden dient te worden met geluidsbelasting op de gevel, kunnen dove gevels een oplossing zin. Hier dient rekening gehouden te worden met de situering van ruimtes.
Referentiebeelden woongebouw op bedrifsplint
88
89
Grondgebonden-/rugwoningen
Specials
■ Transparantie Grondgebonden- of rugwoningen hebben een hoge mate van transparantie in de gevel. Het doel hierachter is om zoveel mogelik daglicht in de woning te krigen, aangezien deze voornamelik eenzidig georiënteerd zin. ■ Verdiepingshoogte Eenzidig georiënteerde grondgebondenwoningen hebben een hoge verdiepingshoogte die aansluit op de reguliere plinthoogte van naastgelegen bebouwing. Hierin kan een tweede woonlaag worden tegoevoegd. Dit komt in de gevel tot uitdrukking. De typologie maakt gebruik van deze kwaliteit en komt bezonning ten goede.
Specials zin grootschalige uitzonderingen met een ligging aan het I. Zi zin tot 30 meter hoog. Ze staan als grootschalig bouwblok op de grond met een alzidige oriëntatie en hybride programmering in de plint of ze zin een toevoeging op een grootschalig, gehandhaafd monumentaal gebouw. Daarmee contrasteren ze in materiaal, constructie, gebruik en uitstraling. Door een tussenruimte zin de gebouwdelen onderscheidend. De toevoeging ‘special’ legitimeert zin uitzondering door de combinatie van een relevante programmatische toevoeging en exceptionele, sublieme architectuur.
□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□
□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□ □□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□
□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□
DDDDDDDDDDDDDDDDD
monolitische blokken met een sculpturaliteit en perforaties die anticiperen op omgevingskwaliteiten of -beperkingen zoals zonlicht, uitzicht, gebruikskwaliteit of nabiheid van andere blokken. Materialisatie en kleurstelling is eenduidig maar kennen subtiele variaties in structuur en tint. Door hun maat en architectuur anticiperen ze op de grote maat van het I en refereren aan het industrieel verleden van de industrieterreinen aan het I.
Ook de specials( biv A13, zie H5) die geen toevoeging zin op een te handhaven gebouw zin exceptioneel en subliem in architectuur. Het zin
3m 4m 4m
-■ -■ ■
liil
Referentiebeelden grondgebonden woningen
Referentiebeelden specials
90
91
Gebouwelementen en functionaliteiten Collectieve daktuin Collectieve buitenruimtes zin een essentiële kwaliteit in het Hamerkwartier. De meest voorkomende vorm is de collectieve daktuin, en dan meestal op een niveau van 9 meter boven het maaiveld, gesitueerd op het dak van bedrifsloodsen. De modale maat van deze bedrifsloodsen is 1.000 m2, daarmee zin de daktuinen ook fors van maat. Ze hebben een grondpakket van plaatselik 1,0 en in ieder geval 0,5 meter zodat er goede groeikansen voor kleine bomen zin. Naast een daktuinen op 9m hoge bedrifsloodsen, komen er ook daktuinen op de lagere woongebouwen (tot 21 of 17m) en op de setbacks voor. De daktuinen zin onderdeel van de architectonische ontwerpopgave en worden in samenhang met de gebouwen ontworpen door de landschapsarchitect die is aangesteld door de ontwikkelaar. De daktuinen zin een mix van gebruiksgroen, kikgroen en ecologisch groen, en hebben een waterbergende functie. Het groen is zo vormgegeven dat het goed zichtbaar is vanuit het publieke domein, meestal naastgelegen straten. De daktuinen zin toegankelik vanuit aangrenzende naastgelegen woontorens of woongebouwen. Daktuinen lager dan 17 meter boven maaiveld zin groen en hebben primair een gebruiksfunctie. Toepassing van PV-panelen geschiedt alleen in combinatie met pergola’s.
Balkons Naast collectieve daktuinen zin ook privé buitenruimtes mogelik, in verschillende verschiningsvormen.
Aan naar het openbaar domein (straten en pleinen) gerichte gevels tot een hoogte van 21 meter worden privé buitenruimtes vormgegeven als inpandige loggia’s. Uitkragende balkons zin, in overleg met het supervisieteam, een uitzondering die toegevoegde waarde opleveren voor het straatbeeld. Ruim uitkragende balkons worden toegejuicht aan de gevels met oriëntatie op de binnenziden van het Hamerblok en/of op collectieve daktuinen tussen de 9 en 21 meter hoogte. Vanzelfsprekend zin deze balkons integraal onderdeel van het architectonisch gevelontwerp. Voor torens geldt dat vanaf een hoogte van 21 meter boven maaiveld (en voor naar de straat toe gerichte gevels boven de 9 meter) privé buitenruimten zin vormgegeven als een extra gebouwschil waarin groen, PV-panelen en balkons architectonisch zin geïntegreerd. Zie omschriving onder toren/ hoogbouw. Daarnaast zin inkastingen in de torens die een aantrekkelike sculpturaliteit opleveren denkbaar met als functie collectieve buitenruimtes.
Entree Gebouwentrees zin herkenbaar vormgegeven, bieden beschutting doordat ze terugliggen in de gevel of een luifel hebben. Ze worden gefankeerd of zin onderdeel van een ruime en welkome collectieve foyer van het betreffende gebouw. Gecombineerde entrees van werk- en woongebouwen worden toegejuicht.
Foyer
Techniek op en aan gebouwen is aan het zicht onttrokken door ruim opgaande gevels, dan wel door een overtuigende autonome omkasting.
In het Hamerkwartier kennen niet alleen hotels en theaters foyers. Ook werkgebouwen, hybride gebouwen en woongebouwen hebben foyers met een gebruiksfunctie voor de bewoners, gebruikers en ook bezoekers van het gebouw. Combinaties met conciërges, fetsenstalling, horeca, werkplekken, sportfaciliteiten, culturele expo- en podiumfuncties worden toegejuicht. Deze foyers hebben de in Hamerkwartier gebruikelike vrie plinthoogte van 8 meter, en hun aanwezigheid en gebruik is vanuit de straat royaal zichtbaar.
Lokale duurzame energieopwekking Zonnepanelen op gebouwen zin nodig om voldoende duurzame energie lokaal op te wekken in de wik. De opgave is om de zonnepanelen op (hoge) daken en eventueel in gevels architectonisch te integreren. Voor de lagergelegen daken (onder 17 m) geldt dat de voorkeur uitgaat naar kwalitatief hoogwaardige groene daken die een mooi zicht bieden, een bidrage leveren aan biodiversiteit en eventueel dienst kunnen doen als daktuin. In sommige gevallen is ook bi die lagere daken een combinatie met zonne-energieopwekking mogelik. Denk aan de integratie van zonnepanelen in daklisten of andere onderdelen. Er komen steeds meer innovaties met BIPV-panelen op de markt die de opwek van duurzame energie combineren met een mooie esthetische uitstraling. Aandachtspunt hierbi is het voorkomen van hinderlike refectie of inzet van esthetisch minder fraaie (blauwe) zonnepanelen.
Collectieve fetsbergingen Alle gebouwen hebben collectieve fetsbergingen met een capaciteit die een ruime interpretatie is van de Amsterdamse normstelling, rekening houdend met scooters en bakfetsen (Nota Parkeernormen fets en scooter). De fetsenbergingen zin comfortabel te gebruiken en hebben een vanzelfsprekende gebruiksrelatie met de entree en stigpunten van de gebouwen. Maar bovenal zin de collectieve fetsbergingen architectonisch buitengewoon fraai vormgegeven. Mogelik gecombineerd met foyers, wellicht riant voorzien van groen en daglicht en natuurlik sociaal veilig.
Dispensatieregel De in dit beeldkwaliteitskader benoemde sturende principes zin het instrumentarium dat gemeente inzet om regie te voeren op beeldkwaliteit, met als motief het realiseren van de in dit kader gedefnieerde kernwaardes en ambities. Afwiken van sturende principes is mogelik in die gevallen dat briljante ontwerpoplossingen, hoewel niet passend binnen de benoemde principes, evengoed of beter leiden tot realisatie van de gedefnieerde kernwaardes en ambities. De bewislast hiertoe ligt bi de indienende architect, de beoordeling bi het supervisieteam.
Techniek en nutsvoorzieningen Alle traforuimtes, schakelkasten voor data-aanbieders en overige nutsvoorzieningen zin inpandig en architectonisch adequaat gehuisvest. Niet gesitueerd op gebouwhoeken. Data-kasten waar mogelik combineren met entree parkeergarage. Traforuimtes moeten vanaf de openbare ruimte bereikbaar zin. Voor technische uitwerking zie H4.
groen/doorzicht geen onderdeel 10%
bvo 500 m2 (woningen)
thermische laag
balkon/loggia/serre wel onderdeel 10%
Principe schema toevoeging buitenruimte in tweede schil bi torens Referentiebeelden daktuin
92
93
Impressie Motorplein
94
95
4
Technische bouwregels Dit hoofdstuk omschrift de rolverdeling tussen de gemeente en de ontwikkelende partien ten behoeve van bouwtechnische kaders.
Rolverdeling gemeente en ontwikkelaar Hemelwaterverwerking Gemeente
Ontwikkelaar
Voldoet aan de hemelwaterzorgplicht volgens het geldend beleid, Gemeentelik Rioleringsplan (GRPA) of Omgevingsprogramma Riolering (OPR). Hierin staat dat de gemeente wettelik verantwoordelik is voor de inzameling en verwerking van hemelwater in de openbare ruimte (niet de private ruimte). Waternet voert de gemeentelike rioleringstaak uit namens de Gemeente Amsterdam.
Volgens het Gemeentelik Rioleringsplan (GRPA) en Omgevingsprogramma Riolering (OPR) is de kaveleigenaar verantwoordelik voor de verwerking van hemelwater dat op het volledige oppervlak van zin eigen terrein valt. Hi moet ervoor zorgen dat dit niet tot overlast of vervuiling leidt bi hemzelf of in zin omgeving. In de huidige discours betekent dit dat de ontwikkelaar moet zorgen dat de te ontwikkelen kavel ‘hemelwaterneutraal’ moet zin volgens de defnitie die in de paragraaf hieronder is uitgelegd.
De gemeente gaat gefaseerd de gemengde riolering afkoppelen.
96
97
Slim maaiveldontwerp
Rainproof, hemelwaterneutraal Gemeente
Ontwikkelaar
Gemeente
Ontwikkelaar
Controleert of de plannen van de ontwikkelaar hemelwaterneutraal zin;
Moet ervoor zorgen dat de kavels hemelwaterneutraal zin. Hiervoor moet de ontwikkelaar voldoen aan de meest recente hemelwaterverordening. De ambitie voor het Hamerkwartier is een hemelwaterberging van 90 liter per m² bebouwd oppervlak.
Is verantwoordelik voor de verwerking van hemelwater in de openbare ruimte, waarin 60 mm in 1 uur kan worden verwerkt zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur door o.a. extra berging te creëren in straten, groenzones en hemelwaterriool; straten onder afschot aanleggen richting locaties (bivoorbeeld oppervlaktewater) waar het geen schade kan. De ambitie is het verwerken van een extreme bui van 70 mm in 1 uur in de openbare ruimte zonder dat schade optreedt.
Voorkomt wateroverlast door: ■ de binnentuinen verdiept aan te leggen ten opzichte van het vloerpeil van de woning zodat water niet vanuit de tuin de woning kan binnenstromen; ■ de toegang van onder het maaiveld gelegen bouwlagen zodanig te ontwerpen dat het regenwater niet (vanuit de openbare ruimte) naar binnen kan stromen; ■ technische/elektrische installaties en vitale infrastructuur zodanig plaatsen (hoog, waterdichte kelder) dat er een beperkte kans is op waterschade
N.B. de afdeling VTH (Vergunningen, Toezicht & Handhaving) toetst de aanvraag van de omgevingsvergunning voor bouwen of functiewiziging aan de hemelwaterverordening.
Daarnaast zin hieronder aanvullende eisen gesteld voor onbebouwd oppervlak op de kavels, waar de verordening van toepassing op is. Voor onbebouwd oppervlak op deze kavels geldt: De kaveleigenaar moet tenminste 60 liter per m² onbebouwd oppervlak bergen of infltreren en loost maximaal 1 liter per m² onbebouwd oppervlak per uur (1l/m²/uur) op het openbaar riool (via een geknepen afvoer). Omdat het weer steeds extremer wordt, is de ambitie 90 liter per m² onbebouwd oppervlak. In principe is actieve infltratie op de kavels niet mogelik, omdat de kavels in het Hamerkwartier over het algemeen een ontwateringsdiepte hebben die kleiner of gelik is aan de grondwaternorm (0,9 m-mv). Indien de ontwateringsdiepte groter is dan de grondwaternorm van 0,9 m is infltratie een optie. In dat geval dient de ontwikkelaar onderzoek te (laten) doen naar de effecten op de grondwaterstand in de omgeving. De effecten van infltratie dienen aangetoond te worden middels een geohydrologische berekening waarbi een even grote fctieve infltratie wordt meegenomen op de aangrenzende buurkavels. De berekende effecten op de grondwaterstand in de omgeving mogen niet groter zin dan 0,05 m. Daarnaast mag de grondwaternorm van 0,9 m niet worden overschreden. Op basis van de uitkomst van dit onderzoek zal de gemeente vaststellen of actieve infltratie toegestaan is.
■ De ontwikkelaar laat tidens het ontwerpproces en het defnitieve ontwerp van de hemelwaterberging door de gemeente toetsen. ■ De ontwikkelaar laat de afdeling VTH (Vergunningen, Toezicht & Handhaving) de aanvraag van de omgevingsvergunning voor bouwen of functiewiziging toetsen.
98
Grondwater Gemeente
Ontwikkelaar
Stelt een plan op voor de inrichting van de openbare ruimte met bibehorend beheerplan om (grond)wateroverlast in de toekomst te voorkomen;
Dient te voldoen aan de grondwaterzorgplicht. Dit betekent dat er tidens en na de bouw geen verslechtering van de grondwatersituatie mag optreden, ook niet voor naastgelegen gebieden.
Grondwaternorm Gemeente
Ontwikkelaar
Controleert of de ontwikkelaar voldoet aan de uitgegeven maaiveldhoogte.
Is verantwoordelik voor het op hoogte brengen van de gehele kavel ter aansluiting op de door de gemeente uitgegeven maaiveldhoogte om te kunnen voldoen aan de grondwaternorm (0,9 m t.o.v. de GHG). Het toegepaste zand heeft een doorlatendheid van minimaal 7 m/d (zie box 1 t/m box 3).
Controleert of de ontwikkelaar volgens de gewenste methode een zandcunet aanbrengt.
Brengt een goed doorlatend zandcunet aan bi de aanleg van een openbare weg. Het zandcunet moet minstens een dikte hebben van 1,35 m over de gehele breedte van de openbare ruimte. Onder het zandcunet dient over een minimale breedte van 5 m een diepcunet aangebracht te worden met een dikte van 0,9 m. Hoe breder en dikker het zandcunet, hoe effectiever de werking daarvan. Het zand heeft een doorlatendheid van minimaal 7 m/d (zie box 1 t/m box 3).
99
BOX1: criteria doorlatendheid op basis van korrelgrootteverdeling
Kelderbouw Gemeente
Ontwikkelaar
De doorlatendheid wordt getoetst op de volgende criteria:
De afdeling VTH (Vergunningen, Toezicht & Handhaving) toetst bi de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de aanleg van een kelder of deze grondwaterneutraal is.
Laat bi de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de aanleg van een kelder zien dat het voldoet aan het Paraplubestemmingsplan grondwaterneutrale kelders en afwegingskader grondwaterneutrale kelders.
■ Criteria 1: Het lutumgehalte (<2 µm) moet kleiner zin dan 1,5 % . ■ Criteria 2: Het te verwerken zand moet voldoen aan het gestelde in 22.06.03 van de RAW 2015. Dit betekent dat de fractie <63 µm kleiner moet zin dan 15 % (zand in zandbed). ■ Criteria 3: De wet van Kozeny met:
Controleert of de plannen van de ontwikkelaar grondwaterneutraal zin.
Aanvullend op het Paraplubestemmingsplan grondwaterneutrale kelders en afwegingskader grondwaterneutrale kelders dient de ontwikkelaar een drainagestrook met een doorlaatvermogen (kD) van minimaal 7 m²/d onder- en langszi de kelder aan te brengen. De drainagestrook dient door te lopen tot aan de kavelgrens, zodat de drainagestrook wordt verbonden met het goed doorlatend zandcunet onder de wegen in de openbare ruimte.
Waterberging Gemeente
Ontwikkelaar
Controleert of in de plannen van de ontwikkelaar de groenzones en binnentuinen voldoende waterberging en -infltratiecapaciteit hebben.
■ Treft voorzieningen, bivoorbeeld in de binnentuinen of op het dak, om de waterberging te vergroten. ■ Gebruikt hemelwater voor het beregenen van het groen in plaats van direct lozen. ■ Laat tidens het ontwerp van de groenzones en binnentuinen door de gemeente toetsen op beschikbare waterberging en infltratiecapaciteit.
ne=poriëngetal= 0,36
k 245.000 *
ne3 *U 2 (1 ne ) 2
U
---1
0,4343 1 1 *( ) log(d 60 ) log(d10 ) d10 d 60
Een korrelgrootteverdelingsdiagram van zandfractie en de D10, D50 en D60 dienen te worden bepaald. De gewichtspercentages van volgende fracties moeten hiervoor worden bepaald: ■ <2 µm (lutum) ■ <16 µm of 20 µm (slib) ■ <63 µm (silt) ■ <90 µm ■ <125 µm ■ <180 µm ■ <250 µm ■ <500 µm ■ <2000 µm (zand) ■ >2000 µm (grind) Daarnaast het gewichtspercentage van de droge stof: ■ Organische stof (humus) ■ Calcium Carbonaat (CaCO3)
BOX 2: monsterneming Monsterneming bi de bron De monsterneming om de doorlatendheid te bepalen kan worden gecombineerd met de keuring op chemische parameters. Voor de keuring op chemische parameters is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. In het kort komt het erop neer dat een partigrootte wordt gehanteerd van maximaal 10.000 ton of 2.000 ton (bi ernstig verontreinigde of asbestverdachte grond) en een monsternemingsraster van 2 maal 50 grepen zodat een uniforme werkwize ontstaat. De precieze werkwize en uitzonderingen staan in protocol 1001 van de SIKB[31]. Binnen het project Hamerkwartier wordt deze werkwize wordt ook gevolgd voor de bepaling van de doorlatendheid (civieltechnische eigenschap). Afhankelik van de civieltechnische uniformiteit van het zand dient een partigrootte van maximaal 10.000 ton of 2.000 ton te worden gehanteerd.
100
101
BOX 3: monsterneming
Bodemkenmerken
In situ meting Na het aanbrengen van het zand op locatie dienen in situ doorlatendheidsmetingen te worden uitgevoerd. De doorlatendheidsmetingen dienen volgens de “Constant Head” methode uitgevoerd te worden en volgens de richtlinen van Rioned: www.riool.net/doorlatendheidsmetingen-in-het-veld-in-situ-
Gemeente
Ontwikkelaar
Zorgt ervoor dat er bodemonderzoek is uitgevoerd voorafgaand aan de herprofleringen van de openbare ruimte en dat er in de openbare ruimte grondverbetering wordt toegepast om de waterhuishouding binnen het gebied te verbeteren.
Zorgt ervoor dat voorafgaand aan de herontwikkeling de aard en omvang van alle mogelike verontreinigingen in kaart zin gebracht en de daaruit volgende belemmeringen
Toetst bi de planvorming van de individuele ontwikkelaars of bi de eventuele saneringen op de kavels voldoende rekening wordt gehouden met het voor-komen van verspreiding van verontreinigingen naar de schone wegcunetten.
Zorgt ervoor dat er geen verontreinigingen vanaf de kavels in de schone wegcunetten komen en legt derhalve de meldingen bodem voor ter toetsing aan de gemeente voordat deze worden ingediend.
Het aantal metingen is afhankelik van de kavelgrootte. Een richtlin hiervoor staat weergegeven in onderstaande tabel: oppervlakte kavel (m2)
Aantal boringen en metingen
<500
2
500-1.000
3
1.000-5.000
5
5.000-10.000
6
Archeologie
>10.000
>6
Gemeente
Ontwikkelaar
Doet afhankelik van de diepte en de locatie aanvullend onderzoek van ondergrondse werkzaamheden in de openbare ruimte
Doet aanvullend archeologisch bodemonderzoek bi bodemingreep, locatie en diepte-afhankelik.
Ondergrondse kadeconstructies Gemeente
Ontwikkelaar
Onderneemt geen actie omdat op basis van het geohydrologisch onderzoek is gebleken dat de ondergrondse kadeconstructues geen belemmeringen vormen voor de ontwikkelingen van de ontwikkelaars binnen het Hamerkwartier.
Indien ontwikkelaar concludeert dat damwanden voor werkzaamheden een obstakel zin, dient zi deze zelf te verwideren en onderzoek te doen naar geotechnische gevolgen hiervan.
Zorgt ervoor dat de ondergrondse constructies in de openbare ruimte geen belemmering vormen voor de grondwaterhuishouding c.q. uitstoom naar het oppervlaktewater. Bilage: Rapportage vooronderzoek ondergrondse obstakels
Bouwrip maken
102
Gemeente
Ontwikkelaar
Controleert of ontwikkelaar voldoet aan gemeentelik gestelde bouwripmaak-eisen.
Ontwikkelaar dient te voldoen aan alle bouwripmaak-principes. Deze worden hieronder verder uitgelicht.
103
Principes bouwrip maken
Aanleveren gegevens Voor de overdracht worden alle relevante bewismiddelen in een overdrachtsdocument aangeleverd. Te denken valt aan: ■ Achtergebleven funderingspalen en -resten dienen te worden ingemeten met x, y en z coördinaten; de inmeting dient te worden aangeleverd in dgn, dwg en pdf formaat. ■ bestek en revisie ■ certifcatie aangebracht zand ■ bodemonderzoek, saneringsplan, meldingen ■ evaluaties ■ melding sloop ■ asbestinventarisatie, vrigave asbestsanering ■ sonderingsonderzoek ■ zettingsverloop zakbakens ■ inmetingen ontgravingsdieptes
Er zin twee varianten denkbaar bi het herontwikkelen van de kavels in het Hamerkwartier: ■ Autonome (her)ontwikkeling met door te leveren gronden ■ Autonome (her)ontwikkeling zonder door te leveren gronden
Autonome (her)ontwikkeling met door te leveren gronden Indien gronden worden doorgeleverd aan de gemeente, gelden de volgende leidende principes: Vrimaken locatie van constructies Alle aanwezige boven- en ondergrondse bebouwing, verhardingen, kabels en leidingen, tanks, opslagruimtes, putten alsmede de fundering en funderingsresten dienen tot 0,5 meter onder het niveau van de ondergrens van de nieuw aan te leggen openbare ruimte te zin gesloopt en geheel verwiderd. Grondverbetering Alle gronden dienen vanaf een vooraf aangegeven diepte te zin aangevuld met goed doorlatend zand met kwaliteit wonen en dienen aan een minimale K-waarde van 7 m/d te voldoen. Restzetting De door te leveren gronden dienen bi levering en voor de termin dat kabels en leidingen worden aangebracht te voldoen aan de gemeentelike restzettingseis (max. 15 cm zetting over een periode van 20 jaar).
Rolverdeling gemeente en ontwikkelaar Kabels en leidingen Gemeente
Ontwikkelaar
Coördinerende taak zodat alle K&L-bedriven in staat worden gesteld om de ondergrondse infra te verwideren, verleggen of vernieuwen op basis van een Defnitief Tracé Akkoord (DTA).
Tidens de ontwerpfase dient het project aangemeld te worden op www.minaansluiting.nl/project-aanmelden
Gemeente neemt initiatief om de aanleg van een regeneratiestelsel op de markt te zetten.
Indienen van een aanvraag via www.huisaansluitingen.nl voor het aansluiten van de toekomstige ontwikkelingen op de ondergrondse infrastructuur.
Toetsende rol inpandige voorzieningen en huisaansluitingen.
WKO-bronnen in combinatie met centrale waterwater warmtepompen dienen op kavel te worden gerealiseerd, en op het centrale regeneratienet te worden aangesloten. Drycoolers en luchtwaterpompen worden niet toegestaan.
Verhaalclausule Mocht na overdracht van de gronden tidens de werkzaamheden van de gemeente bliken dat zich in de gronden nog andere funderingsresten en/of andere obstakels of verontreinigingen bevinden die de werkzaamheden van de gemeente hinderen, dan zal de gemeente de kosten van het alsnog verwideren van deze obstakels of verontreinigingen kunnen verhalen op de ontwikkelaar. De ontwikkelaar verplicht zich om deze door de gemeente te maken kosten te vergoeden.
Dienen rekening te houden met inpandige voorzieningen (trafo’s, datakasten etc.); Dienen zelf bi de K&L-bedriven de laatste eisen op te vragen met betrekking tot inpandige voorzieningen. Hierbi o.a. rekening houdend met bouwkundige eisen & afstand van middenspanningsruimtes en gevoelige bestemmingen zoals slaapkamers (aan zikanten en boven- en onder kanten van de ruimtes) i.v.m. elektromagnetische stralingen.
Autonome (her)ontwikkeling zonder doorlevering gronden
Dienen in het voortraject met het Ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam en de K&L bedriven afspraken te maken over de positionering van de inpandige voorzieningen en overige K&L aspecten. Waarbi de ontwikkelaar ook de aard en het benodigde vermogens van de totale energie vraag dient aan te leveren.
Indien er sprake van een autonome herontwikkeling zonder dat er gronden worden overgedragen dan geldt het volgende:
Bodemsanering Indien er sprake is van mobiele verontreinigingen in de door te leveren gronden, dan dienen deze tot zodanig niveau verwiderd te zin dat er in de toekomst geen sprake kan zin van herverontreiniging van de openbare ruimte of van de gronden in de directe omgeving.
Bodemsanering Als er sprake is van mobiele verontreinigingen dan dienen deze tot zodanig niveau verwiderd te zin in de directe omgeving van de openbare ruimte dat er in de toekomst geen sprake kan zin van verontreiniging van deze openbare ruimte.
Hulpconstructies Indien er op de grens of in de openbare ruimte hulpconstructies voor de bouw worden toegepast dan is de bouwende parti verplicht voorafgaand aan het plaatsen van deze constructies een plan voor het plaatsen en verwideren van de hulpconstructies met alle BLVC-aspecten aan te bieden ter toetsing. Uitgangspunt is dat alle hulpconstructies verwiderd moeten worden uit de openbare ruimte en dat deze niet achter mogen bliven en in de toekomst geen ondergrondse belemmering mogen vormen. Voorafgaand aan het aanbrengen van de damwanden dient de sleuf gecontroleerd te worden d.m.v. proefsleuven.
Hulpconstructies Indien er op de grens of in de openbare ruimte hulpconstructies voor de bouw worden toegepast dan is de bouwende parti verplicht voorafgaand aan het plaatsen van deze constructies een plan voor het plaatsen en verwideren van de hulpconstructies met alle BLVC-aspecten aan te bieden ter toetsing. Uitgangspunt is dat alle hulpconstructies verwiderd moeten worden uit de openbare ruimte en dat deze niet achter mogen bliven en in de toekomst geen ondergrondse belemmering mogen vormen. Voorafgaand aan het aanbrengen van de damwanden dient de sleuf gecontroleerd te worden d.m.v. proefsleuven.
104
De netaansluitingen worden in 3 fases gerealiseerd. I.v.m. de netcapaciteit dienen alle PV-systemen op geleverde 3 fases te worden aangesloten.
Kadeconstructies Gemeente Aanvankelik van de onderhoudstatus en het eigendom van de kades zal de gemeente het initiatief nemen voor het vervangen van de kades Bilage: Rapport inspectie en beoordeling kadeconstructie Hamerkwartier (Fugro)
105
Regie op de openbare ruimte, door BLVC-kader en Impactanalyse Gemeente
Ontwikkelaar
Opstellen BLVC-kader
Opstellen BLVC-uitvoeringsplan voor ontwikkelingen op eigen kavel.
Toetsen BLVC-uitvoeringsplannen ontwikkelaars. Opstellen BLVC-uitvoeringsplan openbare ruimte. Bilage: Generieke BLVC-kader Hamerkwartier
Verlichting In het projectgebied van het Hamerkwartier sluit de keuze voor de soort van verlichting in de openbare ruimte aan op het Amsterdamse beleid - Puccini. Dit betekent dat het 21e eeuw armatuur wordt toegepast. Het armatuur wordt op meerdere manieren ingezet: een staande mast enkel en dubbel, en hangende armatuur.
kabels welke met inbouwankers aan de gevel zin bevestigd.
Gezien de dichtheid van de bebouwing is er gekozen om in de hoofstructuur en op bizondere plekken lichtmasten toe te passen en in de zistraten door middel van hangarmaturen. Deze armaturen hangen in een vast ritme om goede en evenredige verlichting te garanderen. De hangarmaturen hangen op ca. 5,50m boven het maaiveld aan span-
De ontwikkelaar dient tidens het ontwerpproces rekening te houden met de benodigde technische voorzieningen voor het aanbrengen van spankabels en hangarmaturen in de spouwmuren en in de gevelconstructie. De bevestigingsankers, voedende kabels en voedingskast kunnen tidens het ontwerp en de bouw in de constructie integraal opgenomen worden. Hierdoor wordt voorkomen dat de voorzieningen na de bouw als opbouwelementen apart aan het pand aangebracht moeten worden.
Principe locaties hangverlichting
Verlichting Gemeente
Ontwikkelaar
Opstellen defnitief verlichtingsontwerp tidens planontwikkeling
Dienen zelf bi het Ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam de laatste eisen op te vragen van de bouwkundige voorzieningen Afstemming tidens het ontwerpproces met het Ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam over de positionering en de bouwkundige eisen
106
107
Regie op de openbare ruimte, door BLVC-kader en Impactanalyse BLVC-kader, faseringsdraaiboek en impactanalyse Om regie te voeren op de openbare ruimte en alle uitvoeringswerkzaamheden in het Hamerkwartier op elkaar af te stemmen, maken we gebruik van een aantal producten. Allereerst het BLVC-kader. Hierin zin de generieke uitvoeringseisen opgenomen die de gemeente stelt aan werkzaamheden in (en/of met invloed op) de openbare ruimte. Daarnaast hanteren we het faseringsdraaiboek voor het gehele gebied en de impactanalyse. Tot slot de impactanalyse. Bouwen in een gebied in transitie vereist continu analyseren, faciliteren, faseren, coördineren en handhaven van afspraken. Hoe zin de verschillende verkeersstromen in het gebied geborgd en welke projecten zin wanneer in uitvoering? Hoeveel (bouw)ruimte kan er eigenlik per project onttrokken worden aan de openbare ruimte? Dit wordt in de impactanalyse door de BLVC-adviseur (samen met het technisch team
Rol projectorganisatie bi BLVC van planvorming tot uitvoering
Hamerkwartier) proactief verkend. Zo vinden we potentiële knelpunten tussen geplande werkzaamheden en de activiteiten van de huidige gebruikers en kunnen we die zo mogelik preventief aanpakken. Naast organisatorische en communicatieve maatregelen, kunnen dat tidelike maatregelen in de openbare ruimte of aan de infrastructuur zin. Indien de impactanalyse hiertoe aanleiding geeft, worden ook eventuele ‘nadere uitvoeringseisen’ vastgesteld.
Proces
In gebiedsontwikkeling/gebieden in transitie maken we onderscheid tussen gemeentelike kavels, particuliere initiatieven en civiele werken/openbare ruimte. Het initiatief en de regie op de planvorming van de gemeentelike kavels en de civiele werken/ openbare ruimte ligt bi de projectorganisatie (gemeente Amsterdam). Bi deze ontwikkelingen worden in de tender of aanbesteding de minimale eisen al als bindend document meegegeven, zoals het BLVC-kader.
Elk project krigt altid het vastgestelde BLVC-kader Hamerkwartier mee (generieke uitvoeringseisen), plus eventuele aanvullende projectspecifeke eisen (voortkomend uit de impactanalyse). Op basis hiervan stelt de ontwikkelaar (of doorgecontracteerde bouwaannemer) of de maaiveld/infra-aannemer van een project een BLVC-uitvoeringsplan op.
De fase van planvorming wordt afgesloten met een ondertekening van een realisatieovereenkomst die uitmondt in een erfpachtwiziging of (anterieure) overeenkomst (bi ontwikkeling met bestaande rechten), een kavelpaspoort (bi uitgifte nieuwe kavels) of een civiel contract (civiele werken).
Voor infra/openbare ruimte projecten kan de gemeente er ook voor kiezen om zelf al het BLVCuitvoeringsplan op te stellen en deze mee te geven aan de aannemer.
Waar/wie? ~---•Ji,1.:/J
j
Generieke BLVC uitvoeringseisen
1 nu
transitie
1
later
De projectorganisatie heeft bi de start van de BLVC-voorbereiding een faciliterende rol en informeert de ontwikkelaar, bouwer of aannemer proactief over het BLVC-proces en geeft input t.a.v. projectspecifeke belangen en stakeholders. Op initiatief van de bouwer of civiele aannemer (voor
Voorkomen, verminderen en beheersen van knelpunten door o.a. slimme bouwmethode en logistiek
--
e
veilig
WIOR vergunning
openbare ruimte
kavelpaspoort
bouwenveloppe veilig
leefbaar
tijd bouw
zover van toepassing) kan een eerste conceptplan worden voorbesproken. Dit kan vertraging in het verdere traject voorkomen. Vanaf start uitvoering worden de eisen op het gebied van bereikbaarheid en de kwaliteit van de openbare ruimte gehandhaafd via de WIORprocedure (Werken In De Openbare Ruimte). Het BLVC-uitvoeringsplan, dat is uitgewerkt op basis van de eisen uit het BLVC-kader, is onderdeel van de verleende WIOR-vergunning. De handhaving wordt uitgevoerd door Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte (THOR). Uiteraard blift de projectorganisatie vanuit haar privaatrechtelike rol ook toezien op naleving van de afspraken.
take 3 take 4 take 5
Uitvoering conform kader Aanpak & onderbouwing
HOE
108
huur contract
bereikbaar
Projectspecifieke BLVC uitvoeringseisen
Faseringsdraaiboek
take 1 take 2
Een groot deel van de plannen zal echter op initiatief van de markt tot stand komen. Door middel van een planontwikkelingsproces wordt er een ontwikkelovereenkomst gemaakt. Het BLVC-kader vormt daarbi een bilage en is hiermee ook privaatrechtelik verankerd met de betreffende contractparti. De contractparti is verantwoordelik voor eventuele doorcontractering aan bouwende partien. Eventueel aanvullende projectspecifeke uitvoeringseisen worden bi de VO-toets meegegeven en/of opgenomen in de realisatie- of uitvoeringsovereenkomst of erfpachtaanbieding.
Het Generiek BLVC-kader + de impactanalyse bevatten bi elkaar de generieke en project-specifeke uitvoeringseisen, gebaseerd op de WAT, WAAR en WIE. Een BLVC-uitvoeringsplan bevat de toelichting op HOE in woord en beeld. De maatregelen die nodig zin om een goede balans te creëren tussen veilig en effciënt werken en het handhaven van de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid van de directe omgeving’.
109
bouw kavel
,
5
l
1
'
0
z::
cc
Q.
In dit deel wordt de ontwikkelruimte nader gepreciseerd voor zowel de ruimtelike als de programmatische mogelikheden. Op die punten waar de ontwikkelruimte meetbaar is en in cifers uit te drukken, is dit een kwantitatief kader. Denk aan bouwhoogtes en maatvoering bouwvelden en straatprofelen, maar ook aan de hoeveelheid en de samenstelling van het mogelike programma en functies. Daarnaast komen duurzaamheidsrandvoorwaarden terug in algemene zin en per ontwikkelveld.
Algemene blokinformatie Hieronder worden een aantal algemene randvoorwaarden opgesomd, die gelden voor alle ontwikkelingen in het Hamerkwartier. Daarna volgen de duurzaamheidsprincipes, zowel op blokniveau als blok overschridend. Vervolgens komen de parkeernormen voor de ontwikkelingen in het Hamerkwartier aan bod. Ten slotte wordt per ontwikkelveld het blokpaspoort gepresenteerd.
i
Opbouw Elk blok kent een basement van maximaal 17 - 21m hoog. Boven het basement worden torens gerealiseerd tussen de 45 - 60 m, waarbi op een aantal locaties afwikingen voorkomen. Naast elke toren wordt een loods ontwikkeld van 1.000 m2 en 9 m hoog, waarop een daktuin gesitueerd wordt. Hierdoor ontstaat een wisselend basement van loodsen tot 9m en woongebouwen tot 17- 21 m.
~
LJJ
C 1 cc LJJ :c: l
....J
.,
UJ
110
Blokpaspoorten
Natuurinclusief Er moet voldaan worden aan het handboek Natuurinclusief bouwen en ontwerpen in twintig ideeën. Groen Minimaal 40% van de kaveloppervlakte moet groen worden ingericht, dit kan op het dak of op gevels. Minimale gronddekking dak 10 cm. Wanneer beplanting en/of bomen worden geplaatst is 0,5 - 1,0m gronddekking nodig op het dak. Rainproof De kavels moeten hemelwaterneutraal zin. Dit betekent dat 60 liter per m² oppervlak (60 mm) op eigen kavel moet worden geborgen of geïnfltreerd en maximaal 1 liter per m² oppervlak per uur (1l/ m²/uur) geloosd mag worden op het openbaar riool (via een geknepen afvoer).
Tussenruimte Bi bedrifsfuncties kan gevel 2 - 5 m teruggelegd worden waar mogelik, ten behoeve van tidelike opslag. Deze tussenruimte is openbaar toegankelik en wordt niet afgeschermd.
Afval In de openbare ruimte worden afvalinzamelpunten georganiseerd door de gemeente, bedoeld voor de woonfuncties van Hamerkwartier. Voor niet-woonfuncties wordt dit inpandigopgelost. Bedriven en andere gebruikers dienen dit zelf, uit het zicht, op te lossen.
Parkeren Op eigen kavel waarbi een verdiepte parkeergarage verplicht is. De entree bevindt zich aan de hoofdstructuur wegen. Parkeernorm zie pagina118.
Mechanische ventilatie Alle gebouwen dienen te worden voorzien van een mechanische ventilatie die bi een externe calamiteit handmatig moet kunnen worden uitgeschakeld.
Fietsparkeren Voor fetsparkeren wordt de Nota parkeernormen fets en scooter gebruikt. Zie hoofdstuk beeldkwaliteit voor kwalitatieve randvoorwarden
Bezonning op gevels Voor bezonning op de gevel van woningen wordt binnen Amsterdam vaak een afgeleide gehanteerd van de lichte TNO norm. De TNO-norm geeft ten aanzien van de bezonningsuren een richtlin. In de afgeleide norm wordt uitgegaan van minimaal 2 bezonningsuren per dag in de periode tussen 21 maart en 21 september. Noordgevels zin hiervan
Nutsvoorzieningen Nutsvoorzieningen zoals bivoorbeeld trafo’s, datakasten etc. worden inpandig ingepast.
111
zaamheid van Hamerkwartier en de extra gekozen duurzaamheidsambities. Bi het voorlopig en defnitief ontwerp zal de duurzaamheidsadviseur van de gemeente de projectdocumenten, berekeningen en tekeningen toetsen en beoordelen. Na oplevering zal steekproefsgewis gecontroleerd worden of de afgesproken duurzaamheidsmaatregelen daadwerkelik geïmplementeerd en gerealiseerd zin.
uitgesloten, aangezien hier geen direct zonlicht op valt. Als uitgangspunt voor bezonning op pocketparken, daktuinen en overige verblifsruimte in de openbare ruimte geldt de richtlin dat 2 uur zon, op minstens 50% van het oppervlak moet vallen op 21 maart/ september en 4 uur op minstens 50% van het oppervlak op 21 juni.
Uitgangspunten en ambities Duurzaam & gezond Hamerkwartier Algemeen
Uitgangspunt ■ De inschriver/ontwikkelaar onderschrift de bouwregels en duurzame ambities van Hamerkwartier en neemt deze mee bi de opzet en uitvoering van de ontwikkeling op de kavel.
Energie
Uitgangspunt ■ (Bina) Energieneutrale of energieleverende nieuwbouw met voor woningbouw de volgende BENG-waarden: BENG 1 ≤ 60kWh/ m² per jaar, BENG 2 ≤ 10 kWh/m² per jaar en BENG 3 ≥ 85% (NTA8800). De overige utiliteitsbouw, oftewel alle andere gebouwen waar geen woningen in komen, moet voldoen aan de BENG-normen zoals uiteengezet in de tabel hieronder. Bi bepaling van BENG3 wordt duurzame energie op locatie/ perceel opgewekt (m.u.v. stadswarmte en koude) conform NTA 8800. ■ Zonnepanelen dienen architectonisch geïntegreerd te worden in het ontwerp van het gebouw.
Amsterdam zet bi de herontwikkeling van Hamerkwartier in op een duurzame en gezonde wik. Dit is vertaald in spelregels op de onderdelen energie, gezonde materialen en circulair bouwen, groen, water, en duurzame mobiliteit. De spelregels bestaan uit uitgangspunten (eisen) en (te kiezen) ambities. De ontwikkelende parti moet voldoen aan de uitgangspunten en kiest uit de tabel ook minimaal drie thema’s waarbinnen, naast de uitgangspunten, ook ambities gerealiseerd worden. De ontwikkelende parti kan ook zelf binnen de thema’s andere ambities inbrengen.
Duurzaam & Gezond Hamerkwartier In de projectnota zin de uitgangspunten voor duurzaamheid in het Hamerkwartier vastgelegd. Ondertussen zin de uitgangspunten duurzaamheid verder gespecifceerd tot spelregels Duurzaam & Gezond Hamerkwartier. Deze spelregels zin van toepassing op ontwikkelingen in Hamerkwartier en worden ook onderdeel van het Investeringsbesluit Hamerkwartier.
Ambitie ■ Energieneutrale of energieleverende nieuwbouw met een BENG 1 ≤ 60kWh/m²per jaar, BENG 2 ≤ 0 kWh/m² per jaar en BENG 3 ≥ 100% (NTA8800). ■ Toepassing energieopslag in combinatie met smart grid-systeem op de kavel, gekoppeld aan energieopslag/elektrische auto’s.
De in dit document genoemde spelregels worden in een vroeg stadium besproken met de betreffende eigenaar/ontwikkelaar van de kavel. Ze krigen een plek in de afspraken tussen gemeente en ontwikkelaar en maken onderdeel uit van een overeenkomst. In de uitwerking wordt bi het Voorlopig- en Defnitief Ontwerp getoetst op realisatie van de spelregels.
Dit document beschrift de spelregels en gaat daarbi in op: 1. De spelregels voor de kavelontwikkelingen in Hamerkwartier die in een vroeg stadium besproken worden met de betreffende eigenaar/ ontwikkelaar; 2. De spelregels die een plek moeten krigen binnen de kaveloverschridende werkzaamheden in Hamerkwartier, de gemeentelike opgave en daarbinnen ook de herontwikkeling van de openbare ruimte. De gemeente beoordeelt de initiatieven van ontwikkelende partien op de uitgangspunten voor duur-
Uitgangspunt ■ Een aansluiting op aardgas is niet mogelik, conventionele koelof verwarmingsinstallaties zoals HR-ketels, elektrische boilers of airco’s zin niet toegestaan. ■ Warmte/koudeopslagsysteem kan op eigen kavel of in samenwerking met omliggende kavels gerealiseerd worden. Bi het ontwerpen van het bodemenergiesysteem dient rekening gehouden te worden met de spelregels zoals vastgelegd in het Bodemenergierapport Hamerkwartier van IF Technology. ■ Inzet voor de nieuwbouw op lage temperatuurverwarming, hoge temperatuurkoeling. ■ Regeneratie van bodembronnen met oppervlaktewater via de collectieve regeneratieleiding Hamerkwartier die de gemeente in ontwikkeling heeft. Hiermee wordt de inzet van dry coolers voorkomen en bliven de daken van gebouwen beschikbaar voor duurzame energieopwekking, groen en waterberging.
Energie: Duurzame warmte en koude levering
In nevenstaande tabel staan per deelthema de spelregels zoals deze per 2020 gelden. Iedere twee jaar (of eerder als dit noodzakelik wordt geacht) vindt een update van de spelregels plaats.
Ambitie ■ Samenwerking met eigenaren bestaande bebouwing met als doel Hamerkwartier aardgasvri te maken.
BENG Amsterdam utiliteit
112
Bieen komst gebouw
Kantoor
Cel logies
Onderwis
Sport
Gezond heid
Winkel
BENG1 (kWh/m2/jr)
90
90
160
190
40
40
90 - 350
BENG2
15
20
50
25
35
35
50
BENG3
85
75
75
75
75
75
75
113
Uitgangspunten en ambities Duurzaam & gezond Hamerkwartier Circulaire & gezonde bouwmaterialen
Uitgangspunt ■ De ontwikkeling heeft een MPG ≤ 0,71. ■ Gezonde gebouwen met bouwmaterialen die dat ondersteunen; ■ Geen toxische bouwmaterialen toepassen. ■ Al het hout dat wordt toegepast in het gebouw moet aantoonbaar voldoen aan de beginselen van duurzaam bosbeheer (FSC-keurmerk of vergelikbaar). Ambitie ■ Toepassen van 25% gerecycled en 50% hernieuwbaar materialen; ■ MPG ≤ 0,5. ■ Hergebruik van materialen of constructies uit bestaande bebouwing. ■ Toepassing van materialenpaspoort.
Gebouwindeling en fexibel/ toekomstbestendig bouwen
Uitgangspunt ■ Gebouwontwerp en indeling die gezondheid van de gebruiker ondersteunt. ■ Adaptief en demontabel bouwen. Denk aan scheiden van drager en inbouw en droge verbindingen zodat het gebouw fexibel en toekomstbestendig is en de indeling desgewenst aangepast kan worden.
Afvalinzameling
Uitgangspunt ■ Faciliteren op kavel dat bewoners hun afval kunnen scheiden in verschillende fracties (glas, papier, PMD (=plastic, blik/metaal en drankenkarton), textiel) zodat deze waardestromen separaat ingezameld kunnen worden via het (ondergrondse) huishoudelik afvalcontainersysteem in de openbare ruimte. Ambitie ■ Afvalscheiding inclusief Groente Fruit en Etensresten (GFE) fractie.
Groen en biodiversiteit
Uitgangspunt ■ 40% van de oppervlakte van het perceel (ontwikkeleenheid) dient uit hoge kwaliteit groen te bestaan. Deze vergroening kan een plek krigen op het dak, aan de gevel of op het (verhoogd) maaiveld, binnen de ontwikkeleenheid. Voor het groen op het dak geldt een minimale substraatdikte van 10 cm. ■ Biodiversiteit: minimaal toepassing van drie aanvullende maatregelen natuur inclusief bouwen en ontwerpen per gebouw die bidragen aan meer biodiversiteit op de ontwikkeleenheid die voor 40% groen is. Denk bivoorbeeld aan maatregelen voor vogels, voor vleermuizen en voor insecten (bien en vlinders), toepassing van bizondere grassen, kruiden, planten, struiken of bomen (op het maaiveld of op een intensief dak). Uw voorstel graag verwerken in een groen plan. Het Amsterdamse handboek Natuurinclusief bouwen en ontwerpen kunt u als inspiratiebron gebruiken.