CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

01b Algemeen deel - 20210915 Notulen raadsvergadering avond

RAAD 6 oktober 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de notulen van de raadsvergadering op 15 september 202139.472 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

37

Jaar

2021

Vergaderdatum 15 sept. 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

GroenLinks weten dat ze niet in staat zijn, gezien hun positie in de coalitie, om hier meer geld voor vrij te maken? Als mevrouw El Ksaihi nu gewoon ook eerlijk aangeeft dat ze opnieuw meer geld beschikbaar wil maken in haar verkiezingsprogramma, betekent dat dan niet gewoon dat het u nu niet lukt om hier meer geld voor vrij te maken – via de voorzitter.) Fijn dat u mijn verhaal niet wil ondermijnen. Dat is ook helemaal niet gelukt, dus dat scheelt. Maar het is wel goed om te benadrukken dat ik zei dat we geld vrij willen maken. Ik heb niet gezegd hoeveel, ik heb niet gezegd of het meer is. Dat is wel de nuance die ik aanbreng. Kijk, volgens mij, zijn we het eens dat we met zijn allen zeggen dat het een belangrijk onderwerp is. De enige nuance is dat wij zeggen, wij doen een pas op de plaats en we kijken het eerst aan om te kijken wat het ons oplevert: waar gaat ons geld- Het is ook gewoon publiek geld waar we het mee doen. En dan is de volgende stap- Wat mij betreft kunnen we elkaar daar misschien nog vinden: als de uitkomst is dat het inderdaad anders kan of dat het meer moet zijn, maar dat is voor mij gewoon nu een stap te snel. Dus misschien zie ik u volgend jaar of over twee jaar, zeker met uw ambitie, maar laten we vooropstellen dat het voor nu te snel is. (Mevrouw MARTENS: Ja, voorzitter, daar laat ik het dan ook bij. Dus even resumé.

‘Laat iedereen vrij, maar niemand vallen’ betekent in dit geval: we gaan eerst onderzoeken wat het kost; wie er ondertussen valt, maakt niet uit, maar we hebben er geen geld voor.) Volgens mij, is dat een slogan die de VVD heel goed kan inzetten, maar als je eens kijkt hoeveel wij op dit moment hebben geïnvesteerd, als college, in het onderwerp is dat natuurlijk echt totaal niet waar. Daar laat ik het bij. De VOORZITTER: Andere sprekers hebben zich niet gemeld. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Moorman. Wethouder MOORMAN: Ja, het gekke was dat het debat door de tijd heen ineens toch een randje kreeg, waarvan ik dacht, nu hebben we misschien toch niet genoeg geluisterd naar mevrouw Timman. Want, volgens mij, zijn we ontzettend met elkaar eens. Volgens mij, is er niemand in de raad die zegt, dit is niet belangrijk. Ik vind ook niet dat we het er te weinig over hebben. Sterker nog, ik denk dat we het niet eerder zoveel hierover hebben gehad. Er ligt het offensief, we hebben nu de jaarrapportage. Dingen kunnen natuurlijk altijd beter, maar – en dat heb ik u ook al aangegeven in de commissie; en dat geef ik toch ook wel een beetje terug aan de partijen die natuurlijk ook een vertegenwoordiging hebben in de Tweede Kamer – we krijgen gewoon echt veel te weinig geld van het rijk. Het rijk trekt de WEB-gelden uit.

Ik heb u ook uitgelegd: we krijgen daar als gemeente geen extra geld bij voor de begeleiding. Amsterdam maakt zeven miljoen vrij om dit te doen. Dat is een ongekend hoog bedrag. Dat is veel meer dan ooit is uitgegeven in Amsterdam, zeg ik toch ook in de richting van mevrouw Martens. Terwijl de VVD toch ook vaak in een college heeft gezeten, is er nog nooit eerder zoveel uitgetrokken. We maken ook veel meer vrij dan in allerlei andere gemeenten. Natuurlijk heeft de heer Kreuger gewoon groot gelijk als hij zegt, dat dit gewoon politieke keuzes zijn, dat het gaat om prioriteiten, dat u het budgetrecht heeft en dat u ook, natuurlijk, kan verschuiven. En dat als wij dit met zijn allen belangrijk vinden, dat hier ook nog meer geld naartoe zou moeten. Ik vind het heel pijnlijk dat wij vorig jaar, ook bij de ingewikkelde gesprekken die we hebben moeten voeren naar aanleiding van de coronacrisis – en daarmee dus ook de impact op onze Begroting – we ook hebben moeten zeggen dat de structurele middelen die we hiervoor vrij hebben gemaakt voor een deel ook weer incidenteel gemaakt zijn. Gelukkig

38

Jaar

2021

Vergaderdatum 15 sept. 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

maar voor een deel en niet helemaal. Maar dat zal ook een druk leggen bij de nieuwe coalitiepartijen na de verkiezingen om hier opnieuw geld voor vrij te maken. Ik hoop ook echt allemaal oprecht – en als ik u zo hoor hier – dat u daarvoor gaat kiezen, want dit is belangrijk. Want inderdaad, het is een schande dat in een rijk land, zoals Nederland, zoveel mensen eigenlijk niet goed mee kunnen komen in de samenleving. Sterker nog, dat er ook heel veel jongeren zo al van school komen. Dus hierin moeten we investeren. Dat ben ik helemaal met u eens. Maar ik heb u ook laten zien dat we ook al heel veel doen. ‘Vijfduizend trajecten’ klinkt niet veel op een totaal van honderdvijftigduizend. Dat ben ik met u eens, meneer Kreuger. Maar het is wel heel veel meer dan dat er op heel veel andere plekken gebeurt. En het is ook niet makkelijk. Dan kom ik meteen ook bij uw motie. U zegt, we moeten die taaleis uitvoeren. Dat doen we. Dat doen we heel netjes. De wet geeft dat ook aan. En wij gaan daarover in gesprek. Als we zien dat taal een belemmering is voor mensen om aan het werk te gaan, bieden wij ook echt een traject aan. Dat moet je altijd wel met maatwerk doen, omdat het ook – en dat hebben meerdere van u ook gezegd en aangegeven – het pijnlijk en soms moeilijk is om met mensen daarover te praten. Zeker als het gaat over NT1’ers kan dat ook veel schaamte en veel taboe hebben.

Dus dat moet je goed doen. Dat moet je niet doen met meteen heel veel straf daarbij. Als u het heeft over ‘weigeren’, dank klinkt dat er toch een beetje in door. Terwijl we ook weten – daar is natuurlijk ook regelmatig onderzoek naar gedaan – dat juist mensen meenemen, begeleiden, het allerbeste werkt. Dat is ook precies wat onze klantmanagers doen. Dus ik begrijp uw motie best. Ik vind de toon af en toe- Zou ik anders hebben gekozen. Maar ik moet gewoon zeggen, hij is eigenlijk overbodig, want we zijn hier al mee bezig. Dan kom ik bij de andere motie, van mevrouw Martens. Ik moet even geholpen worden, want ik had het net over 668.21. Dan denk ik dat ik het nu heb over 663.21, dat is uw motie. Ik denk dat u heel verbaasd zou zijn als ik zou zeggen, daar geef ik een positief preadvies op. Niet zozeer omdat ik het oneens ben met de strekking – want dat heb ik net goed toegelicht – maar omdat we toch niet gewoon zijn in deze gemeenteraad om ongedekte moties met een positief preadvies te larderen. Dan komt ik tot slot bij de motie van mevrouw De Fockert. Dat is motie 645.21. Kijk, ik begrijp dit wel. Sterker nog, ik denk dat als ik op uw plek zou zitten, dat ik exact dezelfde bijdrage had geleverd. Want wij willen ons natuurlijk richten op de effecten. En dan heb ik ook nog een keer – met mijn excuses – u de verkeerde cijfers aangeleverd.

Daar heeft u inmiddels een addendum voor gekregen met de juiste cijfers. Maar u wilt natuurlijk veel meer weten dan: hoeveel mensen hebben het traject gevolgd; en hoeveel mensen hebben het traject afgerond. U wilt gewoon weten: wat is daar dan mee bereikt; en welk traject heeft nou het grootste effect. Want ja, we geven wel geld uit, maar dat is ook maar een beperkt budget en dat moeten we zo effectief mogelijk doen. Dus ik snap uw wens. Het is niet makkelijk, zeg ik ook meteen. Maar ik vind toch dat we daar zo goed mogelijk opvolging aan moeten geven. Dus ik denk dat u allemaal positief kunt zijn over de strekking dat we ons zo goed mogelijk moeten richten op de effectiviteit van onze inzet. En dat geeft u weer in uw motie. Dus ik kan er positief over zijn. De VOORZITTER: Goed. Is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval, geloof ik. Dan hebben we daarmee dit onderwerp ook voldoende besproken. De discussie wordt gesloten.

39

Jaar

2021

Vergaderdatum 15 sept. 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

De VOORZITTER: En ga ik door naar agendapunt 24. Daarvoor even een kleine wisseling. Ik schors een halve minuut, zodat wethouder De Vries de plek van wethouder Moorman kan innemen. De VOORZITTER schorst de vergadering. De VOORZITTER heropent de vergadering. 24. Kennisnemen van de reactie op het ongevraagde advies inzake werken rond bomen van de stadsdeelcommissie West VN2021-021258 De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 0° Motie van het lid Van Pijpen inzake de reactie op het ongevraagde advies inzake werken rond bomen van de stadsdeelcommissie West, nr. 640.21. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: In de vergunningverlening voor werken in de openbare ruimte standaard de verplichting tot een Bomen Effect Analyse op te nemen met toepassing van de daaruit voortvloeiende beschermingsmaatregelen. In de afspraken en communicatie vanuit de gemeente, ook bij kleine werken, goede bescherming van bomen als voorwaarde mee te nemen. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER: Het is ook mevrouw Van Pijpen die het onderwerp heeft gepiept. Zijn er anderen die het woord willen voeren? Dat is niet het geval. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Van Pijpen. Mevrouw VAN PIJPEN: Ja, voorzitter, er wordt veel gewerkt in de openbare ruimte in onze stad. Daarbij moeten bomen worden beschermd, zodat ze op lange- O, ik denk dat het 2-1 is nu.

Ook heel belangrijk. Maar voetbal rond bomen is ook soms schadelijk voor bomen. Maar nee, dat terzijde. Maar het is belangrijk dat die bomen beschermd worden, zodat ze ook op de lange termijn geen schade ondervinden van de werkzaamheden. Vaak gaat dat gelukkig goed, maar soms zien we ook wel heel minimale bescherming van de bast van de bomen door een beperkt aantal latjes of is er ook te veel ...(8u:49m:01s) bijvoorbeeld beschadiging door rijdend materiaal of anderszins. Mijn partijgenoot Anneke Veenhoff heeft in de stadsdeelcommissie West daarom dit geagendeerd. Eerst in het stadsdeel en mede op basis van het advies hebben we dit ook besproken in de commissie. Hieruit is ook gebleken dat het instrument van de Bomen Effect Analyse heel belangrijk is. Soms wordt dat gebruikt, maar het is nog niet verplicht. Met deze motie, die we nu indienen, willen we dat deze wel verplicht wordt, zodat en goed onderzoek wordt gedaan en goede bescherming van bomen de norm is en aannemers hier ook toe worden verplicht. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder De Vries. Wethouder DE VRIES: Dank aan de fractie van GroenLinks om dit op de agenda te zetten. Het college is het ermee eens dat er zoveel waarde aan bomen in deze stad wordt

40

Jaar

2021

Vergaderdatum 15 sept. 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

gehecht, ook door ons, dat bij werkzaamheden die bomen goed beschermd moeten zijn. Dat is natuurlijk een algemene verplichting, maar door het voorstel te kijken met een Boom Effect Analyse kun je daar op inzoomen en scherper kijken. We zijn dus positief over de strekking van de motie. Wel twee kanttekeningen. We moeten even heel goed kijken welk moment het beste moment is voor het aanleveren van de Boom Effect Analyse. Dus wanneer moet je dat vragen? Is dat bij de start van de werkzaamheden of is dat eerder, bij de vergunningverlening? En de tweede, wat wij wilden zeggen – en dat is ook goed om te weten – wij doen dit als gemeente al bij de eigen werkzaamheden. Als we het ook aan andere initiatiefnemers opleggen, dat kan. Dat is wel een beetje het idee van uw motie ook. Maar het leidt natuurlijk wel tot verhoging van administratieve lasten en kosten. Wij denken dat je dat in dit geval mag vragen van initiatiefnemers, maar het is natuurlijk wel zo dat we dit soort dingen altijd weer even in ogenschouw moeten nemen als we nieuwe regelgeving of nieuwe normen met elkaar stellen. (Mevrouw VAN PIJPEN: Dank, wethouder. U vraagt nog even ‘wanneer moet je dat doen?’. Volgens mij, staat in de motie heel helder ‘bij de vergunningverlening’, waarbij, volgens mij, ook het punt van de administratieve lasten eigenlijk relatief is, want die vergunning moet toch verleend worden.

Dus daar zijn al administratieve lasten bij. Dus het lijkt me dat dat nog ook niet per se sterk verhogend zou werken. Maar ik hoor dat u positief bent over de motie. Dus dat is fijn.) Inderdaad, het moment van vergunningverlening is op zich het logische moment. Dus daar zijn we het dan over eens. Alleen, het zijn inderdaad dubbele administratieve lasten, want wij moeten er dan als vergunningverlener naar kijken, iedere keer dat daar een Boom Effect Analyse komt. Maar die moet ook opgesteld worden door de initiatiefnemer. Dat zijn ook administratieve lasten. De meest aannemers hebben niet een dergelijke ecologische kennis. Dat zullen ze dus moeten inhuren en dan moeten ze het ook meeleveren, en dergelijke. Dus u moet zich voorstellen – en dat is waarom ik deze winstwaarschuwing meegeef – dat dit leidt tot verhoging van de administratieve lastendruk, wat in dit geval mogelijk het waard is, omdat het ons om onze Amsterdamse bomen gaat. (Mevrouw VAN PIJPEN: Ja, ik ben toch een beetje verrast hierover, over deze opmerking. Ik wil daar geen verkeerde beeldvorming over laten ontstaan, omdat ook in het advies van de stadsdeelcommissie en ook van de wethouder bij de bespreking in de commissie nadrukkelijk werd gezegd dat het meegenomen werd in de projectkosten, waardoor het dus ook door aannemers gedragen wordt.

Dus dat het geen extra kosten voor de gemeente als zodanig met zich meebrengt. Dat klopt toch, wethouder?) Ik denk dat ik het nog even duidelijker moet zeggen. Kijk, als wij een dergelijke vergunning beoordelen, een WIO-vergunning, dan moeten we dus naar alle aspecten in die vergunning kijken. Dus als er dan standaard daar een Boom Effect Analyse bij zit, die er voorheen niet verplicht bij zat, moeten we daar ook naar kijken, want anders nemen we onze eigen vergunningverlenende rol niet serieus. Dus dat is toch extra werk. Uiteindelijk kunnen wij dat dan nog eventueel als we dat willen in leges verwerken, onze eigen administratieve lasten. Voor de initiatiefnemers geldt dat zij moeten zorgen dat daar een document over die bomenanalyse- Dat moeten ze produceren. Dat kost hen geld. Dat is gewoon extra geld. Ik zeg nogmaals, voor de derde keer, ik snap dat het ons waard is, want het gaat om onze bomen. Maar we moeten ons ook realiseren, elke keer als we iets extra’s vragen van een initiatiefnemer, een commerciële partij, een buitenstaander, die iets wil doen, dan zadelen we deze mensen met extra administratieve lasten in de vorm van geld op.

41

Jaar

2021

Vergaderdatum 15 sept. 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

(De heer VAN LAMMEREN: De vraag is gewoon – want ik merk enige terughoudendheid bij de wethouder en ik had gehoopt dat de wethouder deze motie gewoon volledig ging omarmen – als deze motie wordt aangenomen vanavond, gaat u hem dan met spoed uitvoeren en inregelen?) Voorzitter, ik ben verbaasd over deze interruptie, want ik heb, volgens mij, gezegd dat ik het een heel goed plan vind voor onze bomen. Ik heb er daarnaast – en niet ertegenover – erbij gezegd dat dit administratieve lastendruk oplevert. Maar dat doet niks af aan mijn positieve preadvies. Ik wil alleen meegeven – en dat is ook gezond, denk ik – dat we ons er rekenschap van geven wat de gevolgen zijn van ons beleid zoals we dat stellen. Dat lijkt me gezond, maar dat doet niets af aan mijn enthousiasme voor het feit dat we de bomen in Amsterdam goed bewaren. (De heer VAN LAMMEREN: Waarvan akte. Maar de tone of voice van de wethouder met alle mitsen en maren deed dat niet zo overkomen. Maar ik ben blij dat u deze motie omarmd.) De VOORZITTER: Wethouder, was het aan het eind van uw betoog? Wethouder DE VRIES: Niet anders dan te zeggen dat ik blij ben dat de heer Van Lammeren mij de gelegenheid bood om nog eens enthousiast over onze Amsterdamse bomen te praten. De VOORZITTER: Dan zijn we hiermee- Of heeft mevrouw Van Pijpen behoefte aan een tweede termijn? Dan hebben wij hiermee dit onderwerp ook voldoende behandeld.

De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER: Dan kunnen wij door.

26. Kennisnemen van de Voortgangsrapportage Ouderenhuisvesting 2020 VN2021022229 De VOORZITTER: Agendapunt 26 was geagendeerd door mevrouw Van Soest, maar zij heeft inmiddels laten weten dat dit afgevoerd kan worden voor nu. Dit punt is (van de agenda) afgevoerd. De VOORZITTER: Dan hebben wij agendapunt 27. Daarvoor hebben we wethouder Groot Wassink nodig. De VOORZITTER schorst de vergadering vijf minuten. De VOORZITTER heropent de vergadering. 27. Kennisnemen van onderzoeken met betrekking tot de casus integriteit inkoop Zuidoost en kennisnemen van de bijbehorende bestuurlijke reactie VN2021-018307

42

Jaar

2021

Vergaderdatum 15 sept. 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 0° nr. 641.21.

Motie van het lid Yilmaz inzake casusonderzoek naar gemelde misstanden,

Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Een onafhankelijk casusonderzoek uit te laten voeren (eventueel in samenwerking met Bureau Integriteit Amsterdam) naar de gemelde misstanden zoals benoemd in de schriftelijke vragen van het raadslid Flentge (nr. 37.2018). De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 0° Motie van de leden Yilmaz en Veldhuyzen inzake melder misstanden beter beschermen, nr. 642.21. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Te onderzoeken hoe de bescherming en nazorg voor melders c.q. klokkenluiders verbeterd kan worden zodanig dat het eventueel doen van een melding geen belemmeringen opwerpt of ontmoedigend overkomt. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER: Het woord is gevraagd door de heer Yilmaz. Moet ik daar nog andere sprekers aan toevoegen? De heer Veldhuyzen. Dat is het. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Yilmaz. De heer YILMAZ: Mijn collega heeft het in de commissie al aangegeven, maar ik wil toch herhalen dat deze zaak erg onbevredigend aanvoelt. Ten eerste heeft het ACAMonderzoek geen nieuwe kwantitatieve data gevonden. Dat komt omdat er geen kwalitatief onderzoek heeft plaatsgevonden, zoals het afnemen van interviews met betrokkenen.

En ten tweede, in een second opinion van emeritus hoogleraar Huberts wordt gesproken van een gemiste kans om de gemelde misstanden niet te laten onderzoeken door Deloitte. Daar zijn wij het mee eens. Onze vragen zijn niet beantwoord. Wij vinden dat voor eens en altijd helderheid verschaft dient te worden over de gemelde misstanden uit de schriftelijke vragen van collega Flentge uit 2018. Het college gaf in die beantwoording reeds aan dat er ongeregeldheden waren, waarvan sommigen niet te verklaren zijn. Huberts stelt ook dat er nog een aantal zaken onduidelijk zijn. Denk aan het feit dat een groot stuk terrein aan het Mandelapark voor vrijwel niets werd gegund aan een bedrijf. Daarvan zijn de contracten nog steeds niet gevonden. Dit is niet te verklaren. Dit is niet te verklaren aan de Amsterdammer. Wij geven belastinggeld uit, maar de bonnetjes zijn niet te vinden. Dat is de situatie nu. Die bonnetjes gaan we ook niet meer vinden, aangezien uit het Deloitteonderzoek naar voren kwam dat het ontbreken van relevante documenten voorkwam bij tussen de tachtig en negentig procent van alle inkoop en aanbestedingen. Met andere woorden, we weten nog steeds niet hoe en waaraan wij belastinggeld hebben besteed.

43

Jaar

2021

Vergaderdatum 15 sept. 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Voorzitter, zo kom ik tot mijn eerste motie. Wij verzoeken het college om een casusonderzoek uit te voeren naar alle gemelde misstanden, zoals gemeld in de schriftelijke vragen van de heer Flentge. Deze motie hebben we al eerder ingediend en was aangenomen, maar het college weigerde om het uit te voeren. Dat verzoek leggen wij dus opnieuw neer bij de raad. Dan, voorzitter, deze casussen zijn aan het licht gebracht door een klokkenluider uit de organisatie. In plaats van dat er volledige duidelijkheid kwam over de meldingen, heeft de klokkenluider enorme schade geleden: zijn baan is hij kwijtgeraakt; de carrière is voorbij; enorme schuldenlasten; en laat staan de mentale gevolgen hiervan. Hier moeten we iets mee. Het kan toch niet zo zijn dat een klokkenluider uiteindelijk werkloos achterblijft met schulden en vele andere gevolgen. Dat zou ook nog eens ontmoedigend werken voor andere klokkenluiders. De DENK-fractie doet nogmaals dringend een oproep aan het college om deze klokkenluider in ere te herstellen, te rehabiliteren binnen de organisatie en zijn schulden over te nemen, dan wel op een andere manier te doen verdwijnen. Ook zou ik willen weten wat het college tot dusver voor deze persoon betekend heeft. Verder wil ik een tweede motie indienen die betrekking heeft op het versterken van de nazorg aan melders van mogelijke misstanden en klokkenluiders.

In de commissie vond het college ook dat het wel versterkt kon worden. Met deze motie willen wij laten onderzoeken hoe dat eventueel zou kunnen, zodat huidige en toekomstige melders niet afgeschrikt worden door een mogelijke reactie of in ieder geval zich niet ontmoedigd voelen door een nazorg die niet goed genoeg ontwikkeld is. We horen het graag. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Veldhuyzen. De heer VELDHUYZEN: Gezien de spreektijd hou ik het kort. Ik ben heel erg benieuwd naar de antwoorden van de wethouder op de vragen van DENK, ook naar de preadviezen op de moties. Ik wil me voor nu vooral aansluiten ook bij het pleidooi over de rechtvaardigheid voor de melder en vooral ook de economische positie van de melder. Ik wacht even met de rest van mijn vragen en opmerkingen totdat de wethouder heeft gereageerd. De VOORZITTER: Meneer Flentge, u wilt alsnog? De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Flentge. De heer FLENTGE: Ik wou allereerst de wethouder bedanken voor het aanstellen van de emeritus hoogleraar die, denk ik, uitstekend werk heeft gedaan om zaken toch uit te pluizen, terug te kijken en dat op een uiterst zorgvuldige wijze te doen. Dat is natuurlijk hetgeen wat ik zocht. Ik zocht steeds iets meer dan dat, maar dit was ook een mooie stap in ieder geval die er genomen werd. Ik ben daar blij mee. Ik was daar blij mee.

Ik vind ook dat de emeritus hoogleraar zorgvuldig en goed werk gedaan heeft. Dat is, volgens mij, ook wel de mening die vanuit de melder komt. Het is lastig. Het ebt een beetje weg, het onderzoek. Ik ben er lang mee bezig geweest, ook met steun van DENK in een iets latere fase, waar we vaak samen optrokken. Je bent er lang mee bezig. Je zoekt een uitweg. Er blijft bij mij ook iets van onbehagen hangen. Misschien wel bij meer. Misschien nog wel bij u. Misschien wel bij meer mensen. Er zit iets van onbehagen, omdat je op de een of andere manier denkt ‘er is iets niet helemaal boven water gekomen’. Of ‘iets niet’, er zijn wel meer dingen niet boven water gekomen. Op dit moment is het niet helemaal duidelijk waar we nog dan moeten zoeken, wat dan de vervolgstap zou moeten zijn. Het onbehagen blijft. Dus ik worstel daar een klein beetje mee, kan ik u eerlijk zeggen. Maar ik neig nu langzamerhand

44

Jaar

2021

Vergaderdatum 15 sept. 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

een klein beetje te gaan kijken naar de melder zelf. En dat doet u ook, dat weet ik. Ik vraag me af hoe de situatie bij hem is. Ik vind het lastig om hem als persoon te bespreken. Maar in hoeverre de hulp nog steeds daadwerkelijk wordt aangeboden, zodat hij straks ook weer zijn werkende bestaan kan oppakken. En hoe we dat doen om toch de komende periode hem wel te blijven steunen en ondersteunen, want ik denk dat hij van zijn kant eigenlijk alleen maar gedaan heeft wat hij heeft moeten doen. Ik moet ook even nadenken over de moties en de voorstellen – ik ga ook even wachten op de reactie van de wethouder – want met sommigen zit ik nog een beetje te worstelen, maar daar komen we zo nog wel even op terug. De VOORZITTER: Er zijn geen andere sprekers. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Groot Wassink. Wethouder GROOT WASSINK: Voorzitter, laat ik beginnen met aan te geven dat ik de woorden van de heer Yilmaz – onbevredigend – of de woorden van de heer Flentge – onbehagen – heel goed snap. Dat is namelijk ook het gevoel wat ik heb. Ik ben geconfronteerd met een situatie waar aanvankelijk inderdaad de heer Flentge vragen over gesteld heeft. Ik heb toen gemeend onderzoek te moeten doen. Dat onderzoek gaf eigenlijk geen aanknopingspunten om vervolgstappen te nemen.

We hebben toen uitgebreid met elkaar gesproken over wat nou de mogelijkheden zijn om daar specifiek nog onderzoek voor te doen, om bijvoorbeeld casusonderzoek te doen. Ik heb ook met uw instemming toen gemeend om daar nog additioneel onderzoek naar te doen, zowel door de ACAM, als de emeritus professor, die naar mijn stellige overtuiging een heel goed rapport heeft afgeleverd, dat ons ook allemaal iets leert over hoe je omgaat met dit soort meldingen. Dus in die zin heb ik voor mijn gevoel niet één keer, maar twee keer, echt het maximale gedaan om te kijken of we daar helderheid over zouden kunnen krijgen. Het is misschien een beetje waar dat de heer Yilmaz zegt ‘de bonnetjes zijn niet meer te vinden’. Nee, dat is een constatering die er inderdaad is. Natuurlijk is dat onbevredigend. Natuurlijk is dat buitengewoon vervelend dat de documentatie, waarvan je misschien zou willen dat die er was, niet meer bestaat. Maar de essentie is natuurlijk of er voldoende grond is om het middel dat u voorstelt in te stellen. Ik neem wel aanstoot aan wat u zegt, dat wij iets weigeren uit te voeren. Ik heb echt met alles wat ik in me heb geprobeerd met u te zoeken naar die waarheidsvinding. Dus er is geen sprake van dat wij weigeren iets uit te voeren, want wij moeten ons ook houden aan de regels die we met elkaar hebben afgesproken waar het gaat over bijvoorbeeld die persoonlijke onderzoeken.

Dan heb je echt iets nodig. Je kunt niet zomaar die onderzoeken afkondigen. Dan heb je echt een aanleiding of een vermoeden of een melding nodig. Ik wil in dat verband toch ook graag de heer Huberts citeren, die naar mijn opvatting een- Het is niet mijn bedoeling om met u te verzanden in een twist over wie welk citaat het beste gebruikt. Maar de heer Huberts constateert, citaat: het Bureau Integriteit heeft mijns inziens adequaat gereageerd op de veelvormige informatie van de melder over de inkoop en aanbesteding in Zuidoost en zijn twijfel over het beleid in de organisatie en de integriteit van betrokkene – met name de leidinggevende – met direct contact, veel informatie-uitwisselingen en met uiteindelijk de conclusie dat de verschafte informatie te weinig grond bood voor een op individuen gericht integriteitsonderzoek door Bureau Integriteit. De VOORZITTER: Ik moet u onderbreken. Wij moeten schorsen, want de livestream is uitgevallen. Ik schors voor hoelang het duurt. Ik laat de bel luiden.

45

Jaar

2021

Vergaderdatum 15 sept. 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

De VOORZITTER schorst de vergadering. De VOORZITTER heropent de vergadering. De VOORZITTER: Dat was heel kort. U kunt weer gaan zitten. Hij doet het weer. Mooi. Waar was u gebleven? Ik neem aan dat u het zelf nog weet. Wethouder GROOT WASSINK: Ik citeerde het rapport van de heer Huberts, waar we ook in de commissie vrij uitvoerig met elkaar over van gedachten hebben gewisseld. Die aangeeft dat, hoe onbevredigend ook, er simpelweg te weinig grond is om een dergelijk onderzoek te starten. Het is dus geen onwil – want die suggestie deed u een beetje: weigeren uit te voeren; uw citaat – maar het is onvermogen. Wij kunnen niet op basis van de ons ter beschikking staande informatie een dergelijk onderzoek doen. Ik heb er altijd naar gestreefd om zowel aan waarheidsvinding te doen in dit dossier, als wel de melder te ondersteunen. Ik kan niet in detail ingaan op de ondersteuning die wij de melder hebben geboden. Dat zou moeilijk zijn, ook vanuit privacyoverwegingen. Maar weet dat wij in contact staan met de melder, dat ik aangegeven heb dat wij hem zowel met schuldenproblematiek als werk proberen te helpen. Dus mijn inzet is steeds gericht op het zorgen voor de melder, dat hij een nieuw perspectief in zijn leven krijgt. Het gemak waarmee u zijn arbeidsrechtelijke situatie, die zoals u weet onder de rechter is geweest, verbindt aan hetgeen voorligt, niet een-op-een te koppelen is.

Maar weet dat dit college in directe relatie staat en probeert de melder de passende nazorg te bieden. En ja, het is onbevredigend. Maar ik kan niet anders dan constateren na de onderzoeken die wij gedaan hebben, dat de grond van hetgeen u vraagt in uw motie ontbreekt. Dat betekent dat ik niet over kan gaan tot hetgeen u vraagt. Dat is, nogmaals, niet omdat ik dat niet zou willen, maar omdat de grond ontbreekt. We moeten er ook met elkaar zuiver in zijn. We moeten ook de regels die we met elkaar afspreken daarin handhaven. En ook de heer Huberts constateert dat. Dus dat betekent dat ik negatief moet ten aanzien van uw motie over het casusonderzoek. Maar uw andere motie over nazorg ten aanzien van klokkenluiders kan ik positief preadviseren. (De heer VELDHUYZEN: Ja, een vraag aan de wethouder. Wat kunnen we dan nog wel? Kunnen we nog iets?) Nogmaals, hoe onbevredigend ook en hoeveel onbehagen het ook geeft, denk ik, dat we met de verschillende onderzoeken die we hebben gedaan – Deloitte, ACAM, Huberts – die eigenlijk allemaal constateren ‘er is geen grond om nu nog een andere vorm van onderzoek in te stellen’ – dat is even kort samengevat de conclusie. Dat gaat voor een gedeelte over het ontbreken van documenten om het onderzoek te doen, maar gaat ook over het ontbreken van gronden om bijvoorbeeld persoonsgericht onderzoek te doen.

Daarmee betekent het, denk ik – en ik snap heel goed dat u dat onprettig vindt – maar dat elke grond voor verder onderzoek op dit moment ontbreekt. Het is niet uit een weigerachtigheid dat ik dit constateer. Het zijn wel de feiten waar we mee hebben te dealen. Vind ik dat prettig? Nee. Betreur ik dat? Ja, zeker. Maar op een eerder moment had zwaarder onderzoek gekund, maar op dit moment ontbreekt elke grond en vrees ik dat we ons moeten concentreren op nazorg voor de melder. De VOORZITTER: Ik neem aan dat het onderwerp hiermee voldoende is besproken. Ik geloof dat dat het geval is. Dat betekent dat we door kunnen gaan naar het volgende onderwerp. De discussie wordt gesloten.

46

Jaar

2021

Vergaderdatum 15 sept. 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

28. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Inkopen met Invloed, Leidraad Sociaal Opdrachtgeverschap en afdoening motie 88 VN2021-021278 De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 0° Motie van de leden IJmker, N.T. Bakker en A.L. Bakker inzake inkoop verantwoorde technologie, nr. 659.21. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Bij de uitwerking van het visiedocument ‘Inkopen met Invloed’ zich in te zetten voor ethisch verantwoorde ICT- en data-oplossingen, met daarbij ten minste aandacht voor: gebruik van open source en open standaarden; privacy by design; delen van data; stimuleren van de applicatie IRMA; verduurzamen van gemeentelijke ICT-oplossingen. Te onderzoeken of een ‘digitale-rechten-toets’ ook verplicht kan worden gesteld als onderdeel van inkoopprocedures als het gaat om ICT en data . De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 0°

Motie van de leden El Ksaihi en IJmker inzake sturen op resultaten, nr.

660.21. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Voor het sociaal inkopen te gaan werken met het sturen op resultaten Te onderzoeken hoe er voor de raad een sturingsinstrument kan worden ingericht met betrekking tot de jaarlijks gerealiseerde sociale inkoop In dit onderzoek concrete doelstellingen en eventuele pilots zwaar mee te wegen En de raad in kwartaal 1 van 2022 te informeren over het onderzoek. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER: De volgende leden hebben gevraagd het woord te voeren: IJmker, Biemond. Zijn er anderen? Mevrouw El Ksaihi. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw IJmker. Mevrouw IJMKER: Inkoop is een bijzonder belangrijk middel om onze ambities in de praktijk te brengen, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid of het stimuleren van sociale firma’s. Daarom ook onze motie, samen met D66, om de positie van sociale firma’s in de stad nog beter te versterken. En dan, bij het lezen van het visiedocument Inkopen met Invloed kreeg ik sterk de indruk dat het hoofdstuk over innovatie is geschreven in een tijd waarin we nog geen wethouder Digitale Stad hadden. Onze vastgestelde Agenda Digitale Stad stelt duidelijk

47

Jaar

2021

Vergaderdatum 15 sept. 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

publieke waardes centraal en hoe we als stad om willen gaan met data en technologie. Het visiedocument daarentegen staat vol van termen als innovatie en slimme oplossingen. GroenLinks vindt dat een verkeerde manier van kijken, want wat ons betreft beginnen we eerst met welk probleem we willen aanpakken en kiezen daarna de beste, passende oplossing. Dat kan natuurlijk een digitale oplossing zijn, maar dan wel met verantwoorde technologie. Dus vragen we via een motie, samen met de SP en Partij voor de Dieren, aan het college om ook in haar inkoopbeleid de uitgangspunten van ons databeleid vast te leggen. Denk bijvoorbeeld aan voorwaarden over datadelen, privacy by design, open source en duurzame ICT. Want dit is juist een kans om deze uitgangspunten in de praktijk te brengen. Tot zover. De VOORZITTER: Dan is het woord aan de heer Biemond. Geen behoefte. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw El Ksaihi. Mevrouw EL KSAIHI: Ik moet het helaas kort houden in het kader van spreektijd. Maar resultaten, resultaten, resultaten en daarvoor hebben we een motie die we, samen met GroenLinks, indienen. De VOORZITTER: Andere sprekers hebben zich niet gemeld. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Groot Wassink. Wethouder GROOT WASSINK: Voorzitter, ik was eigenlijk wel enthousiast over de moties die zijn ingediend. Maar ‘resultaten, resultaten, resultaten’...

Ik begin een beetje in toenemende mate allergisch te worden voor dit soort sloganismen, zoals een zekere meneer Kurhaus het heeft over ‘bouwen, bouwen, bouwen’. Dat is natuurlijk altijd maar een frame wat een zeer beperkte geldigheid heeft. Ik zou betaalbaarheid misschien nog wel meer belangrijk vinden als het gaat over de woningmarkt. Maar laat ik zeggen, ‘resultaten, resultaten, resultaten’, ik snap uw zoektocht. We hebben er in de commissie, denk ik, een goed gesprek over gehad. Dat ik aan de ene kant uw behoefte goed snap en aan de andere kant ook wel even moet kijken ‘hoe doe je dat dan precies?’. Want we hebben natuurlijk ook andere doelstellingen met het inkoopbeleid, die ook waardevol zijn, waar we het, volgens mij, ook met elkaar over eens zijn. En daar moeten we goed naar kijken. Dus ik kan positief over uw motie zijn, maar gunt u mij nou even die tijd om goed te kijken hoe je dit precies doet. Want het hebben het hier wel over resultaten bij sociale firma’s, die mogelijk kunnen kannibaliseren op andere resultaten die we ook belangrijk vinden. Dus dat vergt gewoon even- En dat is natuurlijk het lot van de bestuurder dat je je in nuances uit moet drukken. We moeten daar wel even zorgvuldig in zijn wat we dan precies met elkaar willen en hoe we dat precies doen. Maar ik kan positief zijn over uw motie. Dan ten aanzien van de motie van het lid IJmker, voorzitter.

Ja, ‘innovatie’ snap ik zelf ook, dat vind ik ook een nietszeggend woord. ‘Slimme oplossingen’ ben ik overigens wel voor. Ja, zoals de voorzitter zegt, innovatie is zo ongeveer de menselijke maat van een jaar geleden. Dat is natuurlijk zo’n platgetrapt pad, daar weet je ook niet meer zo goed wat je daar nou precies mee moet. Maar ik snap uw motie heel goed. Ik werd er ook enthousiast van. Ik denk dat het heel terecht is dat u op deze omissie wijst. Dus ik zou ook uw motie positief willen preadviseren. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER: Is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. Dan hebben we hiermee dit onderwerp voldoende besproken.

48

Jaar

2021

Vergaderdatum 15 sept. 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER: Dan zou ik de wethouder willen vragen om even plaats te maken voor wethouder Kukenheim. De VOORZITTER schorst de vergadering één minuut. De VOORZITTER heropent de vergadering. 28A. Kennisnemen van wachtlijsten bij Hulp bij het huishouden. VN2021-025034 De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 0°

Motie van het lid Kuiper inzake zorgplicht van de gemeente, nr. 655.21.

Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Met een stevig aanvalsplan te komen om naast de fysieke infrastructuur ook de sociaal- maatschappelijke infrastructuur van deze stad overeind te houden teneinde aan de basale zorgplicht van de gemeente te voldoen. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 0° Motie van de leden Van Pijpen, La Rose, N.T. Bakker, Kiliç inzake wachtlijsten Hulp bij het Huishouden, nr. 657.21. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: 1. Pal te staan voor de algemene voorziening Hulp bij het Huishouden en de lobby, alleen en in gezamenlijkheid in VNG verband, intensief te voeren: voor de afschaffing van het abonnementstarief, voldoende financiële tegemoetkoming voor gemeenten bij de uitvoering van de WMO eventueel met mogelijkheid van inkomensafhankelijke eigen bijdrages; 2. De WMO, en de HBH als onderdeel daarvan, een algemene voorziening is; toegankelijk voor alle Amsterdammers op basis van hun zorg- en ondersteuningsvraag en dat inkomensafhankelijke toegang geen onderdeel van de onder punt 1 genoemde lobby noch een lange termijnoplossing is. 3.

De wijze waarop inkomen van aanvragers wordt meegewogen bij de oplossing van noodsituaties als gevolg van groeiende wachtlijsten in 2021 en 2022 nader wordt uitgewerkt in scenario’s en deze alvorens toe te passen met de raad worden gedeeld. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER: Het woord hebben gevraagd: de leden Van Pijpen, Kiliç, Kuiper en Bakker, SP. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Van Pijpen.

49

Jaar

2021

Vergaderdatum 15 sept. 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Mevrouw VAN PIJPEN: Uit de brief van de wethouder over de wachtlijsten voor de hulp bij het huishouden spreekt grote compassie met deze vorm van zorg en ondersteuning en hen die het nodig hebben. Dat is ook nodig, want de hulp bij het huishouden is de basis voor ons zorg- en ondersteuningssysteem, net zo belangrijk als elke vorm van specialistische zorg in het ziekenhuis. Het stelt mensen in staat hun leven op de rit te houden, zelfstandig te blijven wonen in hun vertrouwde omgeving en zo ook nog eens duurdere zorg uit te sparen. Het is een win-win zou je zeggen en alle reden om daar fors op te investeren. Helaas is niets minder waar. Al decennialang is er sprake van versoberen, verminderen, verslechteren. Elke keer weer. Elke stap die gezet wordt om iets te veranderen in deze vorm van zorg is eigenlijk altijd een verslechtering, ook als die stap met de beste bedoelingen wordt genomen. Voor GroenLinks is essentieel dat we een systeem hebben waarbij iedereen gelijk is. (De heer WARMERDAM: Ik heb de motie gelezen van GroenLinks. Dan kan ik niet anders concluderen dat GroenLinks een miljonair op de grachtengordel een door de gemeente gesponsorde schoonmaker gunt, maar ook als dat betekent dat een Amsterdammer met een kleine portemonnee in een vies huis moet leven en in ongewassen kleren moet lopen.

Dus mijn vraag aan mevrouw van Pijpen is: hoever mogen de consequenties gaan voordat GroenLinks bereid is een theoretisch principe op te geven?) Ik ben nog niet eens toegekomen aan mijn motie. Dus ik stel voor dat ik eerst mijn betoog afmaak. Dan wil ik daarna de heer Warmerdam ook antwoord geven. (De heer WARMERDAM: Ik ben toch wel heel erg benieuwd welke keuze mevrouw Van Pijpen maakt, want daar gaat haar motie wel over.) Ik heb mijn motie nog helemaal niet toegelicht. Dat wil ik graag eerst doen. Dat is voor een deel al een antwoord op de vraag, die ik dus zo ga geven. De VOORZITTER: Dan zou ik zeggen, gaat u door. Mevrouw VAN PIJPEN: Voor GroenLinks is het essentieel dat we een systeem hebben waarbij iedereen gelijk is en niet je bankrekening of je achtergrond bepaalt of je zorg en ondersteuning krijgt met een noodzaak, want zorg en ondersteuning zijn algemene voorzieningen. Het is een groot goed dat in Nederland de Ajax-spits – heel toepasselijk – met een blessure naar een dezelfde dokter kan gaan als de huishoudelijk medewerker die van een trapje is gevallen. Het is groot goed dat we kijken naar wat je nodig hebt en daar met elkaar in solidariteit voor betalen. Die solidariteit, dat betekent: betalen naar draagkracht; toegang naar noodzaak. In deze brief wordt nu echter ook de mogelijkheid voor toegang op basis van inkomen neergezet.

We snappen heel goed dat de wethouder alles op alles zet om de problemen nu op te lossen, maar het is ook een glijdende schaal. En dan denkt u ‘zo’n vaart zal het niet lopen’, maar helaas, de geschiedenis, juist van de huishoudelijke zorg, laat anders zien. Ooit van verzekerde zorg ingebed in de thuiszorg naar een voorziening die in plaats van zorg opeens hulp bij het huishouden werd, met minder uren voor gebruikers en voor werknemers, uitholling van hun positie en arbeidsvoorwaarden. Ik heb het allemaal van dichtbij meegemaakt. Het is tijd om dat te stoppen, dat versoberen, verminderen en verslechteren. We moeten dat nu doen. We moeten verbeteren, verbinden en versterken. De VOORZITTER: Voor u doorgaat. Ik neem aan dat u inmiddels de motie heeft uitgelegd. [...] De heer Warmerdam heeft een interruptie.

50

Jaar

2021

Vergaderdatum 15 sept. 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

(De heer WARMERDAM: Ik hoor heel veel woorden van mevrouw Van Pijpen over de inkomensafhankelijke toegang, waar ze tegen ageert. Maar nog steeds weet ik niet: voor wie kiezen wij nu? Want we moeten een keuze maken met een beperkt budget. Kiezen we nu voor die Amsterdammer met een kleine portemonnee of voor die miljonair op de grachtengordel?) Mevrouw VAN PIJPEN: GroenLinks kiest voor een algemene voorziening voor zorg waar we met elkaar in solidariteit voor betalen. Daarom kiezen wij voor een systeem met bijdragen op grond van inkomen, maar toegang op grond van wat je nodig hebt. Dat is waar GroenLinks voor kiest. Daarom – zeg ik er dan ook maar meteen bij – we zijn ook heel blij met de forse inzet op de lobby om meer geld en andere regels waarover de wethouder in de brief ook rept. Dat steunen wij dan ook meer dan van harte en geven haar daarbij graag ook een steun in de rug. Dat we voor probleemsituaties, waar nu zorg nodig is, proberen oplossingen te bedenken, daar kan niemand tegen zijn. En daar werken we ook graag aan mee. Daarom heb ik ook een motie die de algemene voorziening nog eens benadrukt, een solidaire voorziening, maar ook dat we met elkaar verder praten over de wijze waarop we nu acute problemen op gaan lossen. Die motie dien ik mede in namens de PvdA, SP en DENK.

(De heer WARMERDAM: Namens D66 concludeer ik dat GroenLinks hier een soort omgekeerde Robin Hood pleegt, waarbij we fundamentele en urgente diensten van armere Amsterdammers afpakken en die aan de rijkere Amsterdammers geven. Dat vindt D66 niet sociaal.) De VOORZITTER: Mevrouw Van Pijpen. Ik moet er even bij zeggen dat ik u stiekem een vierde interruptie heb gegeven. Dus daarmee bent u ook aan het eind. Ga uw gang. Mevrouw VAN PIJPEN: Ik concludeer dat het woord ‘solidariteit’ toch echt een heel verkeerde invulling krijgt bij D66. De VOORZITTER: Dan staat op mijn lijst mevrouw Kiliç. Voert u het woord, meneer Yilmaz? De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Yilmaz. De heer YILMAZ: Ik moet voor de vierde keer lezen. Ik vind dat niet zo heel fair, maar ik heb geen andere keuze. Excuses. Ik sta hier weer namens mijn collega Kiliç. Voorzitter, wat er gebeurt bij hulp bij huishouden is bizar: het budget daalt met meer dan vijf miljoen, terwijl de wachttijd om hulp te krijgen, oploopt naar drie jaar. Het is weer een ordinaire bezuinigingsmaatregel vanuit Den Haag, die op de bordje van de gemeenten worden gegooid: hier heb je minder geld; los het maar op. Voorzitter, daarnaast zie ik niet hoe ik mij dit moet voorstellen. Iemand die uit het ziekenhuis wordt ontslagen, heeft huishoudelijke hulp nodig, maar moet daar straks drie jaar op wachten.

Of een oudere die gevallen is, maar er in de participatiemaatschappij niet zo ernstig aan toe is om in een verzorgingshuis terecht te kunnen, die de VVD vakkundig tien jaar lang heeft ontmanteld met behulp van de andere partijen, moet dus drie jaar wachten voordat hun afwas kan worden gedaan, het huis wordt gestofzuigd en hun kleren worden gewassen. Zo verwordt ook het participatiebeleid tot het afvallen van hen die hulpbehoevend zijn. Dit kan echt niet. Ik hoor graag hoe deze gemeente denkt dit het hoofd te kunnen bieden zonder de zorgmedewerkers – ja, ook zij zijn zorgmedewerkers – uit te knijpen en op een onmogelijke tijdklok te zetten, waardoor de hulpbehoevenden

51

Jaar

2021

Vergaderdatum 15 sept. 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

langzaamaan verslonzen en achteruit gaan in hun woonbeleving door hun ouderdom, medische conditie of hun kleine portemonnee, omdat ze de hulp gewoonweg niet zelf kunnen betalen tijdens de wachttijd. Hulp hoeft niet aan te komen kloppen als mensen al genezen zijn, in het ziekenhuis zijn opgenomen met ergere kwalen, omdat ze niet goed hebben kunnen revalideren of zelfs zijn overleden. Ja, voorzitter, zo halen we die bezuiniging van vijf miljoen wel, ja. Als het college hier hard tegenin gaat bij het rijk heeft ze onze steun volledig. Maar we gaan niet marchanderen met hulpbehoevenden en al helemaal niet als ze ook nog eens een kleine portemonnee hebben. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Kuiper. Mevrouw KUIPER: Allereerst dank aan de wethouder. Zij heeft ons, zoals beloofd, op de hoogte gehouden van de situatie van de wachtlijsten voor de huishoudelijke hulp. De kosten rijzen de pan uit. We weten allemaal dat een andere systematiek vanuit het rijk hiervoor heeft gezorgd. Terecht heeft ze dan ook op verzoek van de raad een indringende brief geschreven naar minister De Jonge over deze onhoudbare situatie. Ik citeer één zin die mij zeer aanspreekt: ‘Voor 2022 vrezen we een situatie waarbij geen of slechts enkele cliënten geholpen kunnen worden en de wachttijd voor velen mogelijk oploopt tot onbepaalde tijd’. Dit geeft heel duidelijk weer hoe urgent het is.

Kortom, hier stort een stuk sociale infrastructuur van onze stad in. Sta mij toe een vergelijking te maken met de dreiging van de instorting van bruggen en kades. Dat vinden we allemaal heel belangrijk. Dat is de fysieke instorting. Daar moeten we alles aan doen om dat te voorkomen. Er wordt een heel groot plan gemaakt. Jarenlang. Kortere, langere, middellange termijn. En eigenlijk is er een vergelijking mogelijk met wat hier gaande is. We hebben overzichten gehad van hoe lang de wachttijden van mensen oplopen, tezamen met die brief. Maar dat is nog geen oplossing. In deze raadsvergadering wordt ons gevraagd om 29 miljoen te investeren in de aankoop van een gebouw op de Zuidas. De ChristenUnie vindt het onverteerbaar dat we deze sociale infrastructuur, waar we het net over hadden – de huishoudelijke zorg – voor onze ogen zien wegzinken en hier nog geen aanvalsplan van dit college voor klaarligt. We zitten nu in een situatie waarin zelfs voor urgente gevallen bij veel zorgorganisaties geen plek is. De meest kwetsbare trekken aan het laatste eind, want sommige mensen proberen via PGB of particuliere zorg iets te regelen. Maar dat is nou net niet te regelen voor de mensen die dit echt niet kunnen betalen.

Toenemende ongelijkheid in de stad, dat willen we toch niet? Welke concrete stappen kunnen we de komende maanden verwachten van dit college? En wat zijn de mogelijke opties voor inkomensafhankelijke regelingen binnen de Wmo? We willen een motie indienen op dit onderwerp en zijn erg benieuwd naar de reactie van de wethouder. De VOORZITTER: Mevrouw Kuiper, u zegt dat u nog een motie wilt indienen. Dat moet u wel nu doen. [...] O, u heeft het over motie 655.21. Oké, akkoord. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer N.T. Bakker. De heer N.T. BAKKER: In mijn vorige betoog had ik een telefoon bij me. Toen gingen allemaal raadsleden allemaal dingen naar me appen. Dat was heel gezellig. Tijdens mijn gesprek merkte ik dus dat er met name grappen werden gemaakt over mijn uitspraak over de iPad. Dus ik denk, ik ga het nu anders proberen, want anders krijg ik weer allerlei berichten van heel aardige raadsleden tijdens mijn bespreking.

52

Jaar

2021

Vergaderdatum 15 sept. 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Voorzitter, tien jaar afbraakbeleid van het kabinet Rutte brengt ons in een duivels parket. Iedere Amsterdammer die bij de gemeente aanklopt voor een Wmo-voorziening zoals hulp in de huishouding moet geholpen kunnen worden mede door een wijziging van landelijk beleid: de invoering van het abonnementstarief. Om precies te zijn loopt de boel nu wel spaak. Het aantal aanvragen is door een wijziging van landelijk beleid enorm toegenomen, maar we krijgen niet de middelen van het rijk om voldoende en adequaat de zorg te leveren. Het gevolg is dat er nu een enorme wachtlijst is in Amsterdam. Voorzitter, dan moet je iets. Dus dat de wethouder nu zoekt naar mogelijkheden en scenario’s om de wachtlijsten weg te werken en de zorg voor de meest kwetsbaren te borgen, begrijpen wij. Tegelijkertijd is het een ingewikkelde zaak, want welke prioriteiten en scenario’s we ook kiezen als raad, we zijn schaarse middelen aan het verdelen en we zullen niet alle problemen en wachtlijsten in een keer kunnen wegwerken. We delen daarom de motie en oproep van GroenLinks om de scenario’s die wethouder aan het ontwikkelen is eerst aan de raad voor te leggen voordat ze worden omgezet in beleid. De VOORZITTER: Er hebben zich geen andere sprekers gemeld. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Kukenheim. Wethouder KUKENHEIM: Een aantal raadsleden hebben het ontzettend goed uiteen gezet.

De Hbh, de hulp bij huishouding, dat is wat veel mensen ook de thuiszorg, maar dan de schoonmaakkant van de thuiszorg- Dat is een basisvoorziening van de Wmo. Het is ontzettend belangrijke voorziening, omdat het eigenlijk maakt dat mensen zo lang mogelijk op een prettige en ook gezonde manier thuis kunnen wonen. Uit elk onderzoek wat wij doen, blijkt dat mensen uiteindelijk zo lang mogelijk als het kan in hun eigen huis willen wonen. Als we de randvoorwaarden daarvoor creëren, kunnen we dat ook zeker mogelijk maken voor mensen, zeker op het moment dat je wat kwetsbaarder wordt. Maar juist die randvoorwaarden, een van die basisrandvoorwaarden – namelijk, een schoon en prettig huis – staat onder enorme druk. We hebben wachtlijsten in Amsterdam. Die wachtlijsten groeien als een razende. Die groeien zelfs zo erg dat, op het moment dat je eigenlijk niet zo kwetsbaar bent dat we je eigenlijk een bepaalde urgentie kunnen toekennen, je bijna niet meer aan de beurt komt. Dat is echt gewoon heel ernstig. De reden waarom dit zo’n vlucht heeft genomen in de stad heeft te maken met – dat is gememoreerd – het abonnementstarief. Je kan, mag van het rijk voor de Wmo eigenlijk maar één tarief voor al je bewoners rekenen, een vast tarief. Dan heb je drie keuzes.

En Amsterdam heeft dat tarief niet superhoog gemaakt, omdat we weten dat heel veel Amsterdammers een kleine portemonnee hebben, niet zelf die hulp bij huishouding kunnen regelen, afhankelijk zijn van die Wmo-voorziening en we dus dat tarief zo hebben gesteld dat juist zij ook deze voorziening kunnen gebruiken. Maar door dat tarief niet op het allerhoogste tarief neer te zetten, blijkt dat de Wmo of de Hbh ook voor heel veel mensen, die het voordien particulier zelf regelden, ook heel aantrekkelijk is geworden. Dat zien we dus. We zien bijvoorbeeld dat- We kennen niet de inkomens van mensen, maar we weten in deze stad wel waar mensen wonen en hoe welvarend sommige wijken zijn. We zien dus dat er een enorme groei is in Centrum en Zuid. We weten dat juist de mensen met een kleine portemonnee daar vaak niet wonen. Het is natuurlijk niet zo zwart-wit – ik wil de mensen met een kleine portemonnee in die delen van de stad vergeten – maar over de grote getallen is dit echt de situatie. Dan kan je dus heel principieel zeggen: het moet een basisvoorziening zijn, iedereen is gelijk. Maar dan laat je over die principes wel echt mensen met een kleine portemonnee in deze stad in de kou staan. En dat wil ik niet, voorzitter. Ik vind dat we ook juist naar die mensen moeten uitkijken.

53

Jaar

2021

Vergaderdatum 15 sept. 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Dus als de koek niet groeit- En u weet dat ik daar heel hard voor vecht, dat ik daar hard voor aan de bel trek in Den Haag. Niet alleen overigens. Dat doe ik samen met mijn collega’s van de G4, collega’s van de VNG. Maar zolang die koek niet groeit, moeten wij, met oog op die Amsterdammers die het zwaar hebben in deze stad, iets. Ik heb een aantal dingen uitgezocht wat iets kan zijn. Dan gaat het over de toegang, maar dan gaat het ook zeker om het gesprek met mensen aan te gaan: u heeft het voordien eigenlijk altijd particulier geregeld, u bent daar blijkbaar toe in staat, kunt u dat niet blijven doen? Dus toch om te kijken of we iemands inkomen, de mogelijkheid van iemand om het zelf te regelen, kunnen meewegen om te zorgen dat die Hbh toegankelijk blijft voor mensen die daar het geld niet voor hebben. Dat is wat ik aan het onderzoeken ben. Dat is een heel belangrijk instrument om inderdaad te zorgen dat het niet volledig vastloopt, omdat het zo’n belangrijke voorziening is. Voorzitter, dan kom ik op de moties. Te beginnen met de motie van het lid Van Pijpen cum suis, nummer 657.21. Deze motie spreekt uit eigenlijk helemaal niet blij te zijn met het kijken naar inkomen.

Ik begrijp vanuit het principe van de basisvoorziening best dat u dat stelt, maar ik zou u willen vragen mij de gelegenheid te geven, zolang die koek niet groter wordt, wel manieren te vinden om te zorgen dat de mensen met een kleine portemonnee niet in de kou komen te staan. Ik ben blij dat de motie mij vooral vraagt dan ook om de manieren die ik daarvoor zou hebben aan de raad voor te leggen, zodat we daarover met elkaar kunnen praten. Dat doe ik ook heel graag. Ik heb geen bezwaar tegen deze motie. Daarnaast overigens moet ik aanmerken: u vraagt mij ook om met volle kracht die lobby verder te voeren. Ook dat zal ik doen. Dan, voorzitter, de motie 655.21 over zorgplicht, van het lid Kuiper. Voorzitter, die motie vraagt een plan: wat kan je nou allemaal doen om dit op te lossen? Een tandje erbovenop. Ik heb het met u al over de maatregelen gehad, maar om met een nieuw plan te komen, heb je uiteindelijk ook geld nodig. De dekking ontbreekt in deze motie. Daarom wil ik deze motie op stuk nummer 655.21 ontraden. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER: Is er behoefte aan een tweede termijn? Oké. Dan hebben we daarmee dit onderwerp voldoende besproken. De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER: Dan gaan wij door naar agendapunt 30. Daarvoor zou wethouder Van Doorninck even naar beneden moeten komen. Meneer Van Lammeren, u steekt uw hand op.

Heeft u een vraag van de orde? [...] U wilt zo het woord voeren. De VOORZITTER schorst de vergadering één minuut. De VOORZITTER heropent de vergadering.

30. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Economisch Herstel VN2021-018649

inzake

Voortgang

Duurzaam

De VOORZITTER: Er zijn geen moties ingediend. Het woord hebben gevraagd: mevrouw Bloemberg-Issa, maar ik neem aan dat dat de heer Van Lammeren zal zijn; en de heer Miedema, die zijn maiden speech houdt.

54

Jaar

2021

Vergaderdatum 15 sept. 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Lammeren. De heer VAN LAMMEREN: Wat prettig om hier weer te mogen staan. Ja, investeren in duurzaamheid is goed en verstandig, laten we dat voorop stellen. Ik wil ook het college bedanken voor de voortgangsrapportage. Maar dat betekent niet dat elke investering in duurzaamheid goed is, want het moet wel werken. Ja, ook hier, in dit stuk, komt de warmtemotor weer naar voren. Dat betekent dat wij huizen gaan aansluiten op warmtenetten. Die hebben een onrendabele top. Oftewel, per huis moet er 25.000 euro bij. En Amsterdam betaalt daar 5.000 euro van. Dat klinkt niet veel, maar in de afspraken staat dat we rond de honderdtienduizend huizen gaan doen. Tienduizend in de komende jaren en honderdtienduizend is het plan als je de termijn wat oprekt. Dan praten we dus over een vijfhonderd miljoen euro wat wij gaan steken in warmtenetten. U kent mij als groot tegenstander van hoogtemperatuur warmtenetten. En eigenlijk wil ik de wethouder een paar vragen stellen. Want in de berekeningen wordt uitgegaan dat er een kostenbesparing zou kunnen plaatsvinden op die onrendabele top van ongeveer een vijftig procent. Nou heeft de heer Rotmans, hoogleraar Rotmans, gezegd, nou, dat is schromelijk overdreven, bij monde van een Telegraafartikel van 9 september. Tien à twintig procent is hooguit reëel.

Kan de wethouder reflecteren op dat vrij grote verschil? Want het gaat hier over honderden miljoenen euro’s die de gemeente Amsterdam moet toeleggen. Uiteindelijk gaat dat ten koste van de echte duurzaamheid, want hoogtemperatuur warmtenetten worden gestookt op biomassa en dat soort zaken en ze zijn ronduit misdadig, volgens de heer Rotmans, om nu nog hoogtemperatuur warmtenetten aan te leggen. Daarnaast heb ik nog een vraag aan de wethouder. Dat is de volgende: hoe gaat het nou met het aanleggen van die warmtenetten en het aardgasvrij maken. Wat ik zo een beetje in de media lees, ja, gaat dat helemaal niet zo snel. Onlangs heb ik nog met de woningcorporaties mogen praten. Die zeggen: wij gaan die rol als projectleider niet op ons nemen, want dat kunnen we helemaal niet. Want wij zitten wel in die panden, maar we bezitten niet alle panden. Dat is vaak een vereniging van eigenaren met privaat bezit en inderdaad ook de corporaties. Hoe kijkt de wethouder hier nou tegenaan? Hoe realistisch is dat plan van die tienduizend in de komende – even uit mijn hoofd – vier, vijf jaar. Gaan we dat überhaupt wel halen? En het kost ook nog eens bergen geld. Waarom zet deze wethouder dan niet in, in die andere zo verstandige tak, het isoleren van huizen, want het isoleren van huizen kunnen we vandaag de dag.

Dan als laatste: is de wethouder nog steeds voornemens om de gasinfrastructuur af te breken bij het aanleggen van deze warmtenetten? Op dit moment is Feenstra, een groot installatiebedrijf, nu al testen aan het doen om waterstof door die gasinfrastructuur aan te leggen. Mocht er genoeg groene waterstof komen- Dat staat ook nog niet op de hoek, maar daar wordt nu wel heel hard aan gewerkt. Denk aan Tata Steel. Die hebben nu ook gezegd dat ze sneller op groen waterstofgas willen. Dan hebben we die infrastructuur broodnodig. Maar het blijkt dat de gemeente Amsterdam voornemens is die uit de grond te halen. Dan zijn we echt het paard achter de wagen aan het spannen. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Miedema voor zijn maiden speech. De heer MIEDEMA: Gelukkig is Ajax afgelopen, voorzitter. Voorzitter, mijn ouders kwamen in de jaren ’80 vanuit het noorden naar Amsterdam om te werken. Mijn moeder begon als maatschappelijk werkster, mijn vader bij de bloedtransfusiedienst aan het Plesmanlaan, nu Sanquin. De stad lag er toen anders bij. Het

55

Jaar

2021

Vergaderdatum 15 sept. 2021

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

was crisis. Jonge gezinnen trokken weg. En na een aantal jaar verhuisden ook mijn ouders naar een ruim rijtjeshuis in Hoofddorp, de plek van mijn jeugd. Twintig jaar later trok ik zelf terug naar de grote stad. Studeren in Amsterdam en een kamer op de Ceintuurbaan. Opnieuw was het crisis in Amsterdam. Overal stonden woningen te koop, maar niemand kon ze kopen. De werkeloosheid liep rap op, bouwprojecten werden uitgesteld, het Rijksmuseum was dicht en aan het traject van de Noord/Zuidlijn verzakten zienderogen de huizen. Het was een andere tijd. Een paar jaar later begon ik als leraar in Amsterdam West op een gymnasium. Maar een gymnasium dat beoogt een andere elite op te leiden. Leerlingen kwamen uit de dorpen boven Amsterdam, uit Amsterdam Nieuw-West, uit De Baarsjes. ‘Kansengelijkheid’ was nog geen synoniem voor wethouder Moorman, maar al wel iets wat wij als school dagelijks samen deden en aan werkten. Ik zette ook mijn eerste stappen in de politiek. Nu sta ik hier. En het is een eer om u hier vandaag te mogen toespreken als raadslid. De afgelopen vijftien jaar is Amsterdam mijn thuis geworden: een stad waar ik van hou en waar ik om geef. Een stad ook die telkens weer verbaast, ontroert en inspireert. Maar ook nu, net als in 1985 en 2008, staat Amsterdam voor een grote opgave. Een dubbele opgave: de stad moet vergroenen en dat op een sociale manier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10599221/1